[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Eindtekst

Wijziging van de Wet van 7 juli 2021 tot wijziging van de Huisvestingswet 2014, de Woningwet, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van de evaluatie van de herziene Woningwet en om de mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten te verruimen (Stb. 2021, 425) (laten vervallen verruiming mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten)

Eindtekst

Nummer: 2021D50369, datum: 2021-12-16, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2021Z18564:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

16 december 2021







Wijziging van de Wet van 7 juli 2021 tot wijziging van de
Huisvestingswet 2014, de Woningwet, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en
de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van de
evaluatie van de herziene Woningwet en om de mogelijkheden voor
tijdelijke huurovereenkomsten te verruimen (Stb. 2021, 425) (laten
vervallen verruiming mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten) 







VOORSTEL VAN WET



	

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de
mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten niet te verruimen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet van 7 juli 2021 tot wijziging van de Huisvestingswet 2014, de
Woningwet, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw
Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van de evaluatie van de herziene
Woningwet en om de mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten te
verruimen (Stb. 2021, 425) wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onderdeel AA, wordt in artikel 47a, eerste lid, “drie
jaar” vervangen door “twee jaar”.

B

De artikelen Ib, onderdelen A en B, en IVa vervallen.

ARTIKEL II

Indien deze wet in werking treedt na 31 december 2021:

I

Vervalt artikel I.

II

Wordt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek als volgt gewijzigd:

A

In artikel 249, tweede lid, wordt “drie jaar” vervangen door “twee
jaar” en vervalt “dan wel na afloop van een verlengde
huurovereenkomst tot een totale duur van drie jaar of korter als bedoeld
in artikel 271 lid 1, zevende volzin,”.

B

Artikel 271 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste en tweede zin wordt “drie” vervangen door
“twee”.

b. De vijfde, zesde en zevende zin vervallen.

c. In de vijfde zin (nieuw) wordt “drie” vervangen door “twee”
en vervalt “of tot een dergelijke duur verlengde”.

2. Het tweede lid, tweede zin, vervalt.

III

Vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding “1.” voor het eerste
lid van artikel 208ha van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek.

IV

Wordt in artikel 47a, eerste lid, van de Woningwet “drie jaar”
vervangen door “twee jaar”.

ARTIKEL III

Indien deze wet in werking treedt na 1 januari 2022 blijven de artikelen
249 en 271 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals die luidden op 1
januari 2022, van toepassing op huurovereenkomsten of verlengingen
daarvan die op of na 1 januari 2022 doch voor de inwerkingtreding van
deze wet zijn overeengekomen, met dien verstande dat na de datum van
inwerkingtreding van deze wet verlenging van die huurovereenkomsten met
toepassing van die artikelen, zoals die luidden op 1 januari 2022, niet
meer mogelijk is.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

 

 

 PAGE    

 PAGE   1