[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2022D20141, datum: 2022-05-25, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 2

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36120-VIII-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36120 VIII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).

Onderdeel van zaak 2022Z09863:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2021‒2022
36 120VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2022 wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  2. de begrotingsstaat inzake het agentschap DUO van dit ministerie.

Vanwege de spoedeisende maatregelen zijn verscheidene Incidentele Suppletoire Begrotingen naar de Tweede Kamer verzonden. De behandeling van sommige van die Incidentele Suppletoire Begrotingen in de Eerste- en Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft nog niet plaatsgevonden. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand nog niet door beide Kamers bekrachtigd. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen, om het budgetrecht van de Staten Generaal te waarborgen, bevat de kolom ‘vastgestelde begroting’ zowel de vastgestelde stand bij ontwerpbegroting als de mutaties die bij Incidentele Suppletoire Begrotingen zijn opgenomen.

Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. De Eerste Suppletoire Begroting bevat enkele maatregelen die niet kunnen wachten tot autorisatie. Het betreft de coalitieakkoordreeksen van het kabinet-Rutte IV, de extra middelen voor de Oekraïense vluchtelingen en de middelen voor de Regeringscommissaris voor de Nationale Aanpak Seksueel Overschrijdend Gedrag. Dit komt doordat de middelen die naar onderwijsinstellingen gaan verplicht moeten worden aan de instelling voor aanvang van het school-/academisch jaar, zodat deze doelmatig kunnen worden uitgegeven. Dit geldt ook voor de middelen voor examens in het voortgezet onderwijs. De uitgaven voor cultuur zijn noodzakelijk voor het herstel van de sector en dienen daarom zo snel mogelijk beschikbaar te worden gesteld aan de instellingen. De uitgaven gerelateerd aan de oorlog in Oekraïne zijn voor een acute noodsituatie. Tot slot, is de Regeringscommissaris Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag inmiddels aan het werk en moet voor de uitvoering van haar taken al financiële verplichtingen aangaan. Daarom zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Met het voorgaande wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,





R.H. Dijkgraaf


De Minister voor Primair en Voorgezet Onderwijs,





A.D. Wiersma

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

In deze Eerste Suppletoire Begroting van OCW zijn de effecten van besluiten van het Kabinet over de Voorjaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Voorjaarsnota. Allereerst is de begrotingsstaat voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap opgenomen. Hierin wordt inzicht gegeven in de financiële wijzigingen die op (beleids)artikelniveau worden voorgesteld in de begroting voor het jaar 2022.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs is verantwoordelijk voor Artikel 1 (primair onderwijs), Artikel 3 (voortgezet onderwijs) en Artikel 9 (arbeidsmarkt- en personeelsbeleid). De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor de overige artikelen. De verdeling van de beleidsterreinen tussen de Ministers en de Staatssecretaris is vastgelegd in de portefeuilleverdeling van Kabinet Rutte IV.

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat de belangrijkste suppletoire mutaties op de OCW-begroting (paragraaf 2.1). Ook bevat dit deel (paragraaf 2.2) een overzicht van alle Corona-gerelateerde uitgaven in 2022. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting (paragraaf 3). Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel Beleidsmatige mutaties Technische mutaties
(stand ontwerpbegroting in € miljoen) (ondergrens in € miljoen) (ondergrens in € miljoen)
< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1000 5 10
=> 1000 10 20

De toelichtingen op de uitgaven gelden ook voor de verplichtingen. Alleen indien er sprake is van een groot verschil van de verplichtingenmutaties ten opzichte van de uitgavenmutaties, wordt dit verschil apart toegelicht. Deze verschillen ontstaan bijvoorbeeld doordat er verplichtingen zijn aangegaan die niet tot een uitgavenmutatie leiden (zoals het aangaan van garantieverplichtingen in het kader van schatkistbankieren) of door regelingen waarvoor de verplichtingen dit jaar worden aangegaan terwijl de uitgaven pas volgend jaar (of in de jaren daarna) plaatsvinden.

2 Het beleid

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

In onderstaande tabel worden de belangrijkste suppletoire mutaties ten opzichte van de vastgestelde stand begroting 2022 voor het jaar 2022 weergegeven.

Deze mutaties worden hieronder nader toegelicht.

Vastgestelde begroting 2022 48.810.026 1.607.953
Belangrijkste suppletoire mutaties
1 Incidentele Suppletoire Begrotingen diverse 1.097.540 44.000
2 Coalitieakkoord diverse 2.027.528
3 Ontvangen relevante loon- en prijsbijstelling alle 1.346.710
4 Nationaal Groeifonds (NGF) diverse 58.019
5 Oekraïne diverse 230.882
6 Leerlingen- en studentenontwikkeling (inclusief studiefinanciering) diverse 12.345 ‒ 25.595
7 Compensatie vervallen btw-vrijstelling 30.000
8 Saldo mee- en tegenvallers diverse 4.724 5.500
9 Overige problematiek en dekking diverse 4.147
10 Kasschuiven diverse ‒ 11.269
11 Niet-kaderrelevante mutaties 11 ‒ 245.353 ‒ 23.351
12 Desalderingen 14, 15 31.625 31.625
13 Overige mutaties diverse 144.340
Stand 1e suppletoire begroting 2022 Totaal 53.541.264 1.640.132

Toelichting

1. Incidentele Suppletoire Begrotingen

Sinds het vaststellen van de begroting zijn er zes Incidentele Suppletoire Begrotingen additioneel gepubliceerd aan de OCW-begroting. Hieronder een kort overzicht van de bijgeboekte bedragen.

14 1e ISB: Verwerven kunstwerk 175.000 44.000
14 2e ISB: Tegemoetkoming musea 5.600 0
3, 14 3e ISB: Examens en steunpakket cultuur 138.949 0
Diverse 4e ISB: Overlopende verplichtingen 2021 282.247 0
4, 11, 14 5e ISB: Maatschappelijke diensttijd, kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden en ondersteuning culturele sector 242.177 0
Diverse 6e ISB: NP Onderwijs, ventilatie en suppletieregeling cultuur 253.567 0
Totaal 1.097.540 44.000

2. Coalitieakkoordreeksen

Het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV bevat diverse maatregelen op het gebied van OCW. In tabel 3 zijn de bedragen weergegeven die in deze Eerste Suppletoire Begroting worden toegevoegd aan de OCW-begroting alsook een beknopte toelichting per reeks. Voor de reeksen versterken onderwijskwaliteit, vervolgopleidingen en onderzoek, kansengelijkheid, fonds onderoek en wetenschap, cultuur en media, afschaffen leenstelsel en invoering studiebeurs en de tegemoetkoming leenstelsel worden de resterende middelen van de AP op een later moment overgeheveld naar de OCW-begroting.

Diverse Leraren/schoolleiders 762.000 838.000 800.000 800.000 800.000
Diverse Versterken onderwijskwaliteit 455.517 500.000 398.014 389.914 389.914
Diverse Vervolgopleidingen en onderzoek 248.704 626.594 644.153 646.178 646.025
Diverse Kansengelijkheid 198.000 202.000 200.000 200.000 200.000
Diverse Fonds Onderzoek en Wetenschap 205.090 437.755 436.405 433.905 433.905
Diverse Cultuur en Media 150.000 0 0 0 0
11 Herinvoering basisbeurs 5.000 0 0 0 0
4, 95 Reeksen van andere departementen 3.217 2.000 2.000 2.000 2.000
Totaal 2.027.528 2.606.349 2.480.572 2.471.997 2.471.844

Leraren/schoolleiders

In de reeks leraren zijn middelen opgenomen die eraan bij moeten dragen dat er meer en goede leraren komen. Over de maatregelen uit deze reeks zijn afspraken gemaakt met sociale partners in het onderwijsakkoord. Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd op 22 april 2022 in een brief ‘Het onderwijsakkoord: Samen voor het beste onderwijs’ (Kamerstukken 2021/22, 31293 VIII, nr 615). Er komen middelen om de aantrekkelijkheid van het beroep te vergroten door het dichten van de loonkloof tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs en door het verlichten van de werkdruk in het voortgezet onderwijs. Daarnaast komen er structurele middelen beschikbaar voor een arbeidsmarkttoelage voor scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand omdat goed personeel juist daar nu hard nodig is. Ook krijgen onderwijsprofessionals meer tijd en middelen voor bij- en nascholing (de professionaliseringsmiddelen). Schoolleiders in het primair onderwijs ontvangen een arbeidsmarkttoelage en voor de schoolleiders in het voortgezet onderwijs komen extra middelen beschikbaar voor hun professionele ontwikkeling. Tot slot worden er middelen ingezet voor het versterken van de regionale aanpak, samen opleiden en om op Caribisch Nederland ook te kunnen werken aan dezelfde doelen als op Europees Nederland. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Artikel 1 424.182 493.103 549.992 541.992 541.992
Artikel 3 328.230 335.309 240.420 248.420 248.420
Artikel 9 4.500 4.500 4.500 4.500 4.500
Artikel 95 5.088 5.088 5.088 5.088 5.088
Totaal 762.000 838.000 800.000 800.000 800.000

Versterken onderwijskwaliteit

Om de onderwijskwaliteit te versterken zijn middelen opgenomen voor een masterplan basisvaardigheden. Onderdeel hiervan zijn een subsidieregeling voor scholen om gericht te werken aan basisvaardigheden, middelen voor extra professionalisering van docenten, middelen voor interventies gericht op het bevorderen van leesmotivatie en leesvaardigheden en ondersteuning voor scholen op het gebied van burgerschap en digitale geletterdheid. Hierover is op 4 maart 2022 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd ‘Veilig en vrij onderwijs’ (Kamerstukken II 2021/22, 31293 VIII, nr. 611) en op 12 mei 2022 ‘Masterplan basisvaardigheden en eindrapportage: analyse en evaluatie referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen’ (Kamerstukken II 2021/22, ... VIII, nr. ...). Ook zijn middelen toegevoegd om de capaciteit van de Inspectie van het Onderwijs te verhogen, zodat zij onder andere meer scholen kunnen bezoeken. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Artikel 1 238.626 278.313 126.500 126.800 126.800
Artikel 3 185.289 202.867 252.946 244.566 244.566
Artikel 4 8.585 8.585 8.585 8.585 8.585
Artikel 14 12.890 0 0 0 0
Artikel 95 10.127 10.235 9.983 9.963 9.963
Totaal 455.517 500.000 398.014 389.914 389.914

Vervolgopleidingen en onderzoek

De middelen uit de reeks vervolgopleidingen en onderzoek worden ingezet voor zowel vo, mbo als hoger onderwijs en onderzoek. In het vo wordt geïnvesteerd in de doorontwikkeling van de techniekhavo (vo). De bekostiging (vooral niveau 2) van het mbo wordt structureel opgehoogd waardoor mbo-instellingen kleinere klassen in kunnen richten en extra begeleiding en nazorg kunnen bieden aan studenten. Er worden ook middelen beschikbaar gesteld om de doorstroom in de beroepsonderwijskolom, vmbo-mbo-hbo te verbeteren. Om de aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) te versterken wordt de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) uitgebreid naar de leeftijd van 27 jaar zodat jongeren zonder startkwalificatie in beeld blijven en RMC kan schakelen tussen school en gemeente om te voorkomen dat jongeren tussen wal en schip vallen. Er wordt ingezet op verbetering van studiekeuzevoorlichting (LOB) en een experiment gericht op schakelprogramma’s / oriëntatieprogramma’s die studenten effectief gaat helpen de juiste studie te kiezen. Daarnaast wordt er ingezet op het stimuleren van het aanbod van arbeidsmarktrelevante beroepsopleidingen, kleinschalig vakonderwijs en het verbeteren van de digitale veiligheid. Hierover wordt de Tweede Kamer voor de zomer geïnformeerd middels een beleidsbrief over de werkagenda van het middelbaar beroepsonderwijs.

In het hoger onderwijs en onderzoek wordt, in samenhang met de tijdelijke reeks van het fonds voor onderzoek wetenschap, structureel geïnvesteerd in het inhalen van achtergebleven investeringen in onderzoek, het versterken van de kwaliteit van hoger onderwijs en wetenschap, het verlagen van de werkdruk en in ruimte voor ongebonden onderzoek, het verbeteren van studentenwelzijn, het stimuleren van arbeidsmarktrelevante beroepsopleidingen en schakelprogramma’s en een betere balans tussen eerste en tweede geldstroom. Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de voorgenomen inzet van instrumenten via de beleidsbrief hoger onderwijs en onderzoek. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Artikel 3 0 9.090 9.090 9.090 8.080
Artikel 4 86.257 148.921 156.350 156.350 156.350
Artikel 6 48.000 107.000 115.000 117.000 117.000
Artikel 7 61.000 201.000 201.000 201.060 201.000
Artikel 16 50.130 156.000 157.190 157.190 157.190
Artikel 95 3317 4583 5523 5488 6405
Totaal 248.704 626.594 644.153 646.178 646.025

Kansengelijkheid

Onder de reeks kansengelijkheid investeren we in een schooldag, waarbij scholen zelf bepalen wat zij nodig achten om de kansenongelijkheid te verkleinen doordat kinderen hun talenten kunnen ontwikkelen door middel van bijvoorbeeld sport en cultuur. We beginnen bij de scholen waar de nood het hoogst is. Daarnaast gaan we verder aan de slag met de verbeteraanpak passend onderwijs om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk leerlingen met een ondersteuningsbehoefte de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben en zo veel mogelijk samen naar school kunnen gaan. We bevorderen doorstroom en differentiatie om leerlingen maximale kansen te geven in het onderwijs. Het stagepact en het aanpakken van stage discriminatie worden ook binnen deze reeks aangepakt. De bekostiging voor niveau 2 van mbo is opgehoogd waarmee tegemoet wordt gekomen aan het belangrijkste knelpunt dat is geconstateerd voor het mbo in het onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging van PWC. Tot slot worden middelen toegevoegd voor de versterking van de Maatschappelijke Diensttijd. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Artikel 1 55.195 55.195 55.295 55.295 55.295
Artikel 3 8.500 8.500 8.400 8.400 8.400
Artikel 4 133.805 137.805 135.805 135.805 135.805
Artikel 95 500 500 500 500 500
Totaal 198.000 202.000 200.000 200.000 200.000

Fonds onderzoek en wetenschap

Met de middelen uit het fonds voor onderzoek en wetenschap wordt de komende tien jaar geïnvesteerd in hoger onderwijs, wetenschap en hoger onderwijs en wetenschapinnovatie. Hierover wordt de Tweede Kamer geïnformeerd middels een beleidsbrief in de tweede helft van juni 2022. Deze middelen geven een krachtige impuls aan onze kennisintensieve samenleving. De opgaven van het fonds, in samenhang met de opgave voor de structurele reeks vervolgopleidingen en onderzoek, zijn het inhalen van achtergebleven investeringen in onderzoek, verdere versterking van de onderzoeksinfrastructuur, versterken van de kwaliteit van hoger onderwijs en wetenschap, verlagen van de werkdruk en ruimte voor ongebonden onderzoek. De instrumenten (en bijbehorende middelen) voor onder meer talentontwikkeling, netwerkvorming tussen organisaties en tussen mensen, onderzoeksfaciliteiten en de transitie naar open science/education, adresseren gezamenlijk de genoemde opgaven. Met deze instrumenten wordt ingezet op zowel korte als lange termijn effecten. Het gaat om het aanjagen van veranderingen die ook na tien jaar effect zullen hebben. Vanuit deze pijler zijn ook middelen overgeheveld naar de EZK-begroting. Deze middelen worden ingezet om de Nederlandse deelname aan Europese partnerschappen binnen Horizon Europe, en aanpalende EU onderzoeks-en innovatieprogramma’s te versterken. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Artikel 6 0 35.000 35.000 35.000 35.000
Artikel 16 199.792 387.492 388.902 386.902 386.902
Artikel 95 5.298 15.263 12.503 12.003 12.003
Totaal 205.090 437.755 436.405 433.905 433.905
Overboeking naar EZK ‒ 16.994 ‒ 136.494 ‒ 87.994 ‒ 135.494 ‒ 89.554

Cultuur en Media

In het coalitieakkoord zijn structurele middelen beschikbaar gesteld voor cultuur. In 2022 stelt het kabinet middelen beschikbaar voor het bevorderen van het herstel van de sector, onder andere door investeringen in de verbetering van de arbeidsmarktpositie, jongerencultuur en innovatie. Deze impuls moet bijdragen aan een goede herstart van de culturele- en creatieve sector na de coronacrisis. De extra middelen voor media gaan naar het uitbreiden van het beschikbare budget voor onderzoeksjournalistiek, de versterking van de kwaliteit van de lokale omroepen en de financiering van lokale omroepen via de OCW-begroting. Over de exacte invulling van de intensiveringen wordt de Tweede Kamer geïnformeerd via de hoofdlijnenbrieven van cultuur (voor 1 juni) en media (juni). Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Artikel 14 134.920 0 0 0 0
Artikel 15 13.190 0 0 0 0
Artikel 95 1.890 0 0 0 0
Totaal 150.000 0 0 0 0

Herinvoering basisbeurs

Het kabinet kiest ervoor om de basisbeurs in het hoger onderwijs in te voeren. Op 25 maart heeft het kabinet een brief aan de Tweede Kamer over de ‘Hoofdlijnen herinvoering basisbeurs en tegemoetkoming studenten’(Kamerstukken II 2021/22, 24724 VIII, nr. 176) gestuurd. In de brief wordt ingegaan op de mogelijke invulling van de basisbeurs en tegemoetkomingen de keuzes en dilemma’s die daaraan ten grondslag liggen. Op 4 april heeft ook een debat in de Tweede Kamer plaatsgevonden. Inmiddels is een wetsvoorstel in internetconsultatie. Het wetsvoorstel van de herinvoering van de basisbeurs zal na het zomerreces aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Voor het jaar 2022 zijn er reeds kosten op Artikel 11 in het kader van de uitvoering. De middelen voor deze uitvoeringskosten worden naar de OCW-begroting gehaald.

Reeksen van andere departementen

OCW krijgt voor diverse onderwerpen ook middelen uit reeksen van andere departementen. Het gaat om bijvoorbeeld cybersecurity en kennisveiligheid. Er worden ook middelen beschikbaar gesteld voor het mbo in Caribisch Nederland voor de aansluiting onderwijs arbeidsmarkt en arbeidsbemiddeling. Hieronder in tabelvorm een overzicht waar deze middelen op de OCW-begroting landen:

Artikel 4 500 1.000 1.000 1.000 1.000
Artikel 95 2.717 1.000 1.000 1.000 1.000
Totaal 3.217 2.000 2.000 2.000 2.000

3. Ontvangen relevante loon- en prijsbijstelling

Het kabinet besluit dit jaar alle loon- en prijsontwikkeling (lpo), exclusief lpo op de coalitieakkoordreeksen, uit te keren over de departementale begrotingen, ter compensatie van stijgende lonen en prijzen. In tabel 4 is de verdeling van de lpo over de artikelen te zien. De relevante lpo-tranche 2022 die OCW ontvangt bedraagt in 2022 € 1.346,7 miljoen.

1 Primair onderwijs 398.559 394.555 391.405 392.366 390.359 388.962
3 Voortgezet onderwijs 286.293 285.580 285.035 283.984 282.578 280.620
4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie 156.568 170.807 161.459 159.647 158.959 158.397
6 Hoger beroepsonderwijs 130.839 133.834 136.590 139.014 139.828 137.550
7 Wetenschappelijk onderwijs 198.547 202.220 205.657 208.483 210.082 211.019
8 Internationaal beleid 484 484 490 484 483 483
9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid 6.240 5.639 5.514 5.334 5.308 5.310
11 Studiefinanciering 24.820 77.445 78.237 78.811 78.815 78.612
12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten 3.440 3.379 3.365 3.369 3.383 3.417
13 Lesgelden 467 469 479 479 512 516
14 Cultuur 41.628 41.193 41.251 41.042 41.168 41.292
15 Media 47.067 47.271 47.433 48.136 48.410 48.669
16 Onderzoek en wetenschapsbeleid 42.097 41.423 41.297 41.175 41.090 41.090
25 Emancipatie 538 595 598 625 628 628
91 Nog onverdeeld 0 0 0 0 0 0
95 Apparaat Kerndepartement 9.123 9.196 9.275 9.652 9.585 9.620
Totaal 1.346.710 1.414.090 1.408.085 1.412.601 1.411.188 1.406.185

4. Nationaal Groeifonds

In april 2022 heeft het kabinet het advies van de adviescommissie van het NGF overgenomen voor wat betreft verschillende toekenningen en omzettingen van investeringsvoorstellen. Hierover is op 14 april 2022 de Tweede Kamer geïnformeerd middels een algemene brief ‘Bekostiging investeringsvoorstellen tweede ronde Nationaal Groeifonds’ (Kamerstukken II 2021/22, 35925 XIX, nr 12). Voor OCW betekent dit een toevoeging van € 58,0 miljoen aan de begroting. Daarnaast zullen er naar verwachting later in het jaar nog middelen naar de OCW-begroting worden overgeheveld waar nu een advies op is gegeven van voorwaardelijke toekenning. Dit betekent dat hier nog aan enkele voorwaarden moet worden voldaan tot kan worden overgegaan op onvoorwaardelijke toekenning. Het gaat om middelen voor het Nationaal Platform Leren en Ontwikkelen. In tabel 5 is de verdeling over de verschillende projecten opgenomen. Kanttekening hierbij is dat de projecten nationale LLO Katalysator en de digitaliseringsimpuls onderwijs NL voor zowel het middelbaar als het hoger beroepsonderwijs bedoeld zijn.

1, 3, 95 Open leermateriaal 1.783 7.125 11.586 0 0 0
1, 3, 95 Ontwikkelkracht 4.197 17.536 27.657 31.367 20.474 0
3, 95 Digitaal onderwijs goed geregeld 599 3.508 5.733 5.583 3.083 3.083
4 Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden 300 3.400 3.900 0 0 0
6 Nationale LLO Katalysator 40.000 127.000 0 0 0 0
6 Digitaliseringsimpuls onderwijs NL 10.000 45.000 45.000 40.000 0 0
16 Biotech booster reeks 1.140 19.720 28.740 0 0 0
Totaal 58.019 223.289 122.616 76.950 23.557 3.083

5. Oekraïne

Er wordt € 230,9 miljoen toegevoegd aan de OCW-begroting voor Oekraïense ontheemden. Hierover bent u geïnformeerd in de verzamelbrief van 26 april 2022 over ‘Opvang ontheemden uit Oekraïne’ (Kamerstukken II 2021/22, 19637 VI, nr. 2887). Scholen in zowel het primair als het voortgezet onderwijs waar nieuwkomers uit Oekraïne les krijgen komen in aanmerking voor de nieuwkomersbekostiging. Dit budgettaire beslag geldt voor de periode van 1 maart 2022 tot 16 juli 2022 (einde schooljaar). De subsidie voor de ondersteuningsorganisatie voor het nieuwkomersonderwijs (LOWAN) om scholen te ondersteunen om kinderen uit Oekraïne zo snel mogelijk les te kunnen geven wordt verhoogd. Een aantal van de Oekraïense leerlingen komt nog op reguliere scholen terecht. Deze scholen hebben vaak niet de expertise om een nieuwkomersleerling les te geven zoals een nieuwkomersschool dat wel heeft. Er worden daarom middelen ingezet voor ambulante begeleiding vanuit de nieuwkomersscholen voor deze reguliere scholen, wat ervoor zorgt dat ook reguliere scholen expertise tot hun beschikking hebben. Ook worden gemeenten gesteund in het organiseren van leerlingenvervoer voor nieuwkomersonderwijs. Dit betreft een eenmalige decentralisatie-uitkering voor de periode 1 maart 2022 ‒ 16 juli 2022 (exclusief schoolvakanties). Daarnaast worden gemeenten financieel gesteund bij het regelen van extra onderwijshuisvesting in gevallen waar de bestaande onderwijshuisvesting niet toereikend is om de Oekraïense leerlingen op te vangen. Dit betreft een specifieke uitkering voor de periode 1 maart 2022 ‒ 16 juli 2022 (einde schooljaar). Tot slot wordt aan instellingen een tijdelijke compensatie aan Oekraïense studenten in het studiejaar 2021-2022 in het ho en mbo beschikbaar gesteld. Deze compensatie bedraagt maximaal 1.000 euro (betreft de kosten voor leefgeld en studie, bedrag conform Nibudnorm) per student per maand voor in beginsel drie maanden (maart – mei). In tabel 6 een overzicht van de verschillende maatregelen.

1, 3 Bekostiging nieuwkomers 79.304 0 0 0 0
1, 3 LOWAN 600 0 0 0 0
1, 3 Ambulante begeleiding 3.000 0 0 0 0
1 Oekraine leerlingvervoer 9.200 0 0 0 0
1, 3 Oekraine huisvesting/noodlocaties 136.278 0 0 0 0
4, 7 Tegemoetkoming voor Oekraïnse studenten 2.500 0 0 0 0
Totaal 230.882 0 0 0 0

6. Leerlingen- en studentenontwikkeling (inclusief studiefinanciering)

De Referentieraming is de jaarlijkse raming van leerlingen- en studentenaantallen. Uit de Referentieraming 2022 blijkt dat het aantal leerlingen en studenten tot 2025 iets lager ligt dan in de vorige raming. Vanaf 2026 neemt het aantal leerlingen in het primair onderwijs fors toe ten opzichte van de Referentieraming 2021. Dit komt met name door een toename in het geboortecijfer. Mede als gevolg hiervan ontstaan in het primair onderwijs in de eerste jaren meevallers en vanaf 2026 tegenvallers op de uitgaven. Daarnaast wordt er in het mbo een verschuiving geraamd van de beroepsopleidende leerweg (bol) naar de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) vanwege het werkloosheidseffect. De arbeidsmarkt is momenteel gunstig, waardoor studenten vaker kiezen voor een bbl-opleiding. Doordat de bekostiging van bbl-studenten lager ligt, heeft dit budgettaire consequenties in het mbo, zoals ook is te zien in de tabel.

Uit de ramingen blijkt dat in het hoger onderwijs, met name het hoger beroepsonderwijs, zich minder studenten hebben ingeschreven. Dit wordt met name veroorzaakt door mbo-bolgediplomeerden die vaker uitstromen naar de arbeidsmarkt en havo-gediplomeerden die vaker een tussenjaar nemen. Dit zorgt voor een meevaller vanaf 2023. In het wetenschappelijk onderwijs is de raming van 2022 van niet-EER studenten naar boven bijgesteld. In eerdere jaren was hier sprake van een onderraming, hetgeen nu zorgt voor een meevaller.

Op de raming van de uitgaven voor studiefinanciering doet zich per saldo een tegenvaller voor van € 33,6 miljoen in 2022. Deze per saldo tegenvaller wordt veroorzaakt door hoger geraamde omzettingen in het hoger onderwijs. In de jaren daarna betreft het een meevaller. Dit komt voornamelijk door de lagere raming van studentenaantallen in het ho.

In tabel 7 zijn de mutaties als gevolg van de nieuwe Referentieraming en de studiefinancieringsraming te zien. De bedragen voor de studiefinancieringsraming zijn een saldo van uitgaven en ontvangstenmutaties. Voor 2022 telt de uitgaventegenvaller van € 33,6 miljoen en de ontvangstentegenvaller van € 20,4 miljoen op tot een tegenvaller van € 54,1 miljoen (dit is exclusief de rente).

1 Primair onderwijs ‒ 10.400 ‒ 7.800 ‒ 4.200 ‒ 4.200 71.400
3 Voortgezet onderwijs ‒ 11.300 36.300 45.100 44.300 50.700
4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie 404 ‒ 112.896 ‒ 78.296 ‒ 44.296 ‒ 20.496
6 Hoger beroepsonderwijs 0 ‒ 91.434 ‒ 141.970 ‒ 171.605 ‒ 191.769
7 Wetenschaps onderwijs 0 ‒ 28.948 ‒ 39.152 ‒ 43.420 ‒ 47.815
11, 12 SF (relevant) 54.137 ‒ 109.205 ‒ 74.669 ‒ 78.709 ‒ 64.317
Totaal 32.841 ‒ 313.983 ‒ 293.187 ‒ 297.930 ‒ 202.297

7. Compensatie vervallen btw-vrijstelling

Bij de invoering van het passend onderwijs was de detachering van personeel naar of vanuit het samenwerkingsverband vrijgesteld van btw. Als gevolg van Europese regelgeving (eind 2018) is de btw-regelgeving aangescherpt en is deze btw-vrijstelling niet meer mogelijk. Dit levert extra kosten op voor samenwerkingsverbanden en deze opbrengst vloeit terug naar de schatkist. Met deze middelen worden zij gecompenseerd. Dit heeft betrekking op Artikel 1 van de OCW-begroting.

8. Saldo mee- en tegenvallers

Het saldo aan mee- en tegenvallers binnen de OCW-begroting is € 4,7 miljoen in 2022. De tegenvallers bestaan onder andere uit:

  1. diverse contributies voor Europese organisaties die onderzoek doen;
  2. de structurele kosten voor het IV-landschap van de RCE.

De hoogste meevaller die hiervoor is ingezet zijn de ontvangsten van het SIVON ter hoogte van € 5,5 miljoen. Het betreft ontvangsten die voor 2021 ingeboekt waren, maar pas in 2022 tot realisatie bleken te komen. Dit werd reeds aangekondigd in de brief van 13 december 2021 over ‘Budgettaire mutaties van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) sinds de Tweede Suppletoire Begroting 2021’ (Kamerstukken II 2021/22, 35925, nr. 142).

De tegenvallers in de jaren 2023 tot en met 2026 worden gecompenseerd door de meevaller uit de referentieraming en de studiefinancieringsraming.

9. Overige problematiek en dekking

De overige problematiek en dekking op de OCW-begroting bedragen per saldo € 4,1 miljoen in 2022. Er zijn meerdere kleine technische in- en extensiveringen uitgevoerd, maar ook resterende problematiek uit eerdere jaren is opgelost. Het betreft onder andere:

  1. Een intensivering voor de regeringscommissaris die is aangesteld voor de Nationale Aanpak Seksueel Overschrijdend Gedrag;
  1. De rentemaatstaf: In 2019 werd besloten het Wetsvoorstel Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met een wijziging van de rentemaatstaf voor de lening hoger onderwijs in te trekken. De gederfde generale opbrengsten zijn specifiek gedekt met een taakstelling op de OCW-begroting, oplopend tot structureel € 226,0 miljoen in 2060. Voor deze kabinetsperiode (meerjarenperiode tot en met 2029) is de keuze gemaakt om de taakstelling te verdelen naar rato van de begrotingsomvang van de drie bewindspersonen en in te boeken op de Artikelen 1, 3, 4, 6, 7, 8, 14 en 16 voornamelijk als korting op de bekostiging. De totale taakstelling over deze artikelen is in 2026 structureel € 3,0 miljoen, in 2027 structureel € 7,0 miljoen, in 2028 structureel € 16,0 miljoen en in 2029 structureel € 26,0 miljoen. De oploop na 2029 blijft staan op de onderwijsbekostiging in het hoger onderwijs (Artikel 6 & 7);
  2. De resterende problematiek uit de voorjaarsbesluitvorming van 2019 die geparkeerd stond op Artikel 7. De dekking vanaf 2026 en verder is in deze Eerste Suppletoire Begroting ingevuld door op de Artikelen 1, 3, 4, 6, 7, 8, 14 en 16 extensiveringen in te boeken naar rato van de begrotingsomvang. Het betreft € 38,0 miljoen in 2026 oplopend naar € 41,3 miljoen in 2030.

10. Kasschuiven

Op de begroting worden diverse meerjarige kasschuiven doorgevoerd, om de budgetten in overeenstemming te brengen met het verwachte bestedingsritme.

11. Niet-kaderrelevante mutaties

De niet-kaderrelevante mutaties hebben betrekking op de studiefinanciering. Het betreft hier enerzijds een bijstelling van € 359,9 miljoen naar beneden vanwege de per saldo tegenvaller in de studiefinancieringsraming. Daarnaast wordt er ook € 114,5 miljoen toegevoegd wegens lpo uitkering op de niet-kaderrelevante budgetten onder deze post.

12. Desalderingen

Dit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten. De grootste desaldering binnen dit bedrag betreft de dotatie aan de Algemene Mediareserve van € 22,0 miljoen. Hiermee wordt aansluiting gevonden op de geactualiseerde Ster-raming.

13. Overig

Dit saldo bestaat uit verschillende mutaties:

  1. Naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag wordt in totaal € 17,3 miljoen beschikbaar gesteld voor het op orde brengen van de informatiehuishouding;
  2. In dit saldo zitten overboekingen van de Aanvullende Post, waaronder de reeks van aanpak jeugdwerkloosheid en de kwartiermakers Zeeland;
  3. Overboekingen met andere departementen;
  4. Technische mutaties en interne overboekingen vallen onder dit saldo;
  5. Mutaties met betrekking tot de eindejaarsmarge. In onderstaande alinea wordt hier dieper op ingegaan.

Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge betreft het deel van de OCW-begroting dat in 2021 per saldo niet tot besteding is gekomen en bedraagt € 310,4 miljoen. Dit bedrag wordt in 2022 weer toegevoegd aan de begroting. Van dit bedrag wordt € 110,1 miljoen ingezet voor overlopende verplichtingen die in 2021 waren gepland maar pas in 2022 tot betaling komen. De overige eindejaarsmarge wordt ingezet voor:

  1. de per saldo tegenvaller op de OCW-begroting (voornamelijk veroorzaakt door de studiefinancieringsraming);
  2. de regeringscommissaris voor Aanpak Seksueel Overschrijdend Gedrag;
  3. het aanvullen van het Museaal Aankoopfonds;
  4. het uitvoeren van motie Westerveld met betrekking tot het versnellen van de uitvoering verbeteraanpak passend onderwijs (Kamerstukken 2021/22, 35925, nr 54).

De overige € 142,4 miljoen wordt ingezet om de taakstelling op het NP Onderwijs uit het coalitieakkoord te dekken. In tabel 8 is uitgesplitst zichtbaar hoe de eindejaarsmarge is opgedeeld

91 Coalitieakkoord korting NP Onderwijs 142.447
Diverse Overlopende verplichtingen 110.149
Diverse Tegenvallers 32.065
25, 95 Regeringscommissaris voor aanpak seksueel overschrijdend gedrag 3.739
14 Aanvullen Museaal Aankoopfonds 19.000
1 Motie Westerveld 3.000
Saldo eindejaarsmarge 310.400

De taakstelling NP Onderwijs is opgenomen in het coalitieakkoord en bedraagt € 230,0 miljoen. Na inzet van de eindejaarsmarge blijft er € 87,6 miljoen over om te dekken. Dit deel wordt gedekt uit de CA-reeksen. Dit betreft € 43,8 miljoen uit de reeks Versterken onderwijskwaliteit, € 41,9 miljoen uit de reeks Vervolgopleidingen en onderzoek en € 1,9 uit de reeks Fonds onderzoek en wetenschap.

2.2 Overzicht Coronamaatregelen

Ook in het jaar 2022 heeft het kabinet weer diverse (nood)maatregelen genomen om de coronacrisis het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de spoedeisende maatregelen waarvoor generale middelen beschikbaar zijn gesteld via Incidentele Suppletoire Begrotingen en Nota's van Wijziging.

diverse Nationaal Programma Onderwijs 1.388.636 178.317 0 (Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2), (Kamerstukken 2021/22, 36082 VIII, nr. 2)
3 Examens 51.449 51.449 0 (Kamerstukken II 2021/22, 36014 VIII, nr. 2)
14 Steunpakket cultuur 259.342 259.342 0 (Kamerstukken II 2021/22, 36005 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36014 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36024 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36082 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 122)
1, 3 Ventilatie 130.000 130.000 0 (Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2), (Kamerstukken 2021/22, 36082 VIII, nr. 2)
diverse Zelftesten 183.356 185.755 0 (Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2)

1. Nationaal Programma Onderwijs maatregelen (€ 178,3 miljoen)

In de 4e Incidentele Suppletoire Begroting zijn diverse mutaties op het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) gedaan. Het betreft hier voornamelijk overlopende verplichtingen om bijvoorbeeld het juiste betaalritme te bewerkstelligen. Of om niet-bestede middelen uit 2021 over te hevelen naar 2022. In de 6e Incidentele Suppletoire Begroting is het tweede deel van het NP Onderwijs dat nog op de Aanvullende Post stond, overgeheveld naar de OCW-begroting. Tevens zijn in die ISB de middelen van Artikel 91 (Onverdeeld) naar de juiste begrotingsartikelen geboekt.

2. Examens (€ 51,4 miljoen)

In de 3e Incidentele Suppletoire Begroting zijn middelen voor de examens toegevoegd aan de OCW-begroting. Dit betreft middelen waarmee aanpassingen kunnen worden gedaan aan het eindexamen.

3. Steunpakket cultuur (€ 259,3 miljoen)

Via diverse Incidentele Suppletoire Begrotingen zijn extra middelen toegevoegd aan de OCW-begroting om de culturele en creatieve sector tegemoet te komen vanwege de gevolgen van de beperkende maatregelen door covid-19.

4. Ventilatie (€ 130,0 miljoen)

In de 4e Incidentele Suppletoire Begroting is € 20,0 miljoen beschikbaar gesteld voor onder andere CO2-meters voor in elk klaslokaal in het funderdend onderwijs. Daarna is in de 6e Incidentele Suppletoire nog eens € 110,0 miljoen beschikbaar gesteld voor 2022 om de bestaande SUViS-regeling die via de begroting van BZK liep, voort te zetten via de begroting van OCW. In diezelfde 6e Incidentele Suppletoire Begroting is voor 2023 € 30,0 miljoen beschikbaar gesteld.

5. Zelftesten (€ 185,8 miljoen)

Met betrekking tot het onderwerp zelftesten zijn er op verschillende momenten in 2021 middelen aan de OCW-begroting toegevoegd. In 2021 bleef budget over. Omdat OCW ook in 2022 door zou gaan met het inzetten van zelftesten in het onderwijs, zijn alle niet uitgeputte middelen op het gebied van zelftesten op de OCW-begroting van 2021 bijgeboekt in 2022.

3 De beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 12.593.171 1.650.085 14.243.256 1.660.200 15.903.456 1.195.834 1.212.226 1.136.810 1.192.615
0
Totale uitgaven 13.432.668 1.025.053 14.457.721 1.240.488 15.698.209 1.243.189 1.166.798 1.153.807 1.208.837
waarvan juridisch verplicht (%)
Bekostiging 12.607.996 895.534 13.503.530 974.794 14.478.324 1.026.662 1.084.601 1.076.442 1.136.995
Bekostiging po-instellingen 11.480.147 508.400 11.988.547 963.718 12.952.265 957.202 1.017.311 1.009.145 1.069.700
Bekostiging Caribisch Nederland 21.446 4.051 25.497 3.060 28.557 5.478 5.598 5.605 5.605
Prestatiebox 0 0 0 0 0 0 0 0
Aanvullende bekostiging 155.536 0 155.536 4.783 160.319 60.783 60.783 60.783 60.781
Aanpak lerarentekort G5 30.696 0 30.696 909 31.605 909 909 909 909
Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs 920.171 383.083 1.303.254 2.324 1.305.578 2.290 0 0 0
Subsidies (regelingen) 113.785 970 114.755 211.980 326.735 193.709 45.806 44.946 42.921
Onderwijsvoorziening jonggehandicapten 23.724 0 23.724 749 24.473 749 749 749 749
Nederlands onderwijs buitenland 13.319 170 13.489 420 13.909 420 420 420 420
Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs 14.408 600 15.008 973 15.981 989 1.006 1.006 1.006
Inhaal- en ondersteuningsprogramma's 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Extra hulp voor de klas 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Rijke schooldag 0 0 0 34.000 34.000 34.000 34.000 34.000 34.000
Basisvaardigheden 0 0 0 168.726 168.726 151.113 0 0 0
Nationaal Groeifonds 0 0 0 0 0 3.988 7.056 6.154 4.085
Overige subsidies 62.334 200 62.534 7.112 69.646 2.450 2.575 2.617 2.661
Opdrachten 28.692 22.582 51.274 3.001 54.275 8.965 9.545 9.639 9.685
Opdrachten 28.692 ‒ 6.661 22.031 3.001 25.032 8.965 9.545 9.639 9.685
Zelftesten 0 29.243 29.243 0 29.243 0 0 0 0
Bijdragen aan agentschappen 32.246 0 32.246 8.500 40.746 2.913 2.010 2.265 2.336
Dienst Uitvoering Onderwijs 32.246 0 32.246 8.500 40.746 2.913 2.010 2.265 2.336
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 7.260 0 7.260 86 7.346 86 86 86 86
Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds 4.702 0 4.702 0 4.702 0 0 0 0
UWV 2.558 0 2.558 86 2.644 86 86 86 86
Bijdragen aan medeoverheden 642.536 105.967 748.503 42.122 790.625 16.884 24.380 20.059 16.444
Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 521.212 0 521.212 15.125 536.337 15.142 15.150 15.150 15.150
Caribisch Nederland 20.394 0 20.394 ‒ 3.041 17.353 1.653 9.141 4.820 1.205
Scholenprogramma Groningen 3.000 0 3.000 89 3.089 89 89 89 89
Nationaal Programma Onderwijs 97.930 ‒ 4.033 93.897 0 93.897 0 0 0 0
Ventilatie in scholen 0 110.000 110.000 0 110.000 0 0 0 0
SPUK huisvesting noodlocaties PO 0 0 0 29.949 29.949 0 0 0 0
Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken 153 0 153 5 158 ‒ 6.030 370 370 370
Brede scholen 0 0 0 0 0 370 370 370 370
BES(t)4kids 153 0 153 5 158 ‒ 6.400 0 0 0
0
Ontvangsten 9.308 0 9.308 5.500 14.808 0 0 0 0
Verplichtingen 12.593.171 1.650.085 14.243.256 1.660.200 15.903.456 1.195.834 1.212.226 1.136.810 1.192.615
waarvan garantieverplichtingen 0
waarvan overig 12.593.171 1.650.085 14.243.256 1.660.200 15.903.456 1.195.834 1.212.226 1.136.810 1.192.615

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 1.660,2 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2023 die in het najaar van 2022 al wordt verplicht.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met € 974,8 miljoen verhoogd. De verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  1. de middelen die beschikbaar zijn gekomen in het kader van het coalitieakkoord (€ 500,0 miljoen) en ten behoeve van de po-leerlingen uit Oekraïne (€ 58,7 miljoen);
  2. de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 van circa € 380 miljoen;
  3. de compensatie voor het vervallen van de btw-vrijstelling bij detachering van personeel naar of vanuit het samenwerkingsverband door aangescherpte Europese regelgeving (structureel € 30,0 miljoen);
  4. een in de veegbrief aangekondigde overlopende verplichting van € 17,1 miljoen vanuit 2021 naar 2022 inzake de extra loonruimte van 0,16%.

Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling, middelen uit het coalitieakkoord en middelen ten behoeve van de po-leerlingen uit Oekraïne.

Subsidies

Het budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 212,0 miljoen verhoogd. Dit wordt met name verklaard door de toevoeging van loon- en prijsbijstelling van € 2,3 miljoen, de toevoeging van middelen uit het coalitieakkoord van € 203,4 miljoen en de toevoeging van middelen ten behoeve van de po-leerlingen uit Oekraïne van € 1,8 miljoen. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op deze onderwerpen en op de honorering van de voorstellen voor het Nationaal Groeifonds vanaf 2023.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget wordt per saldo met € 42,1 miljoen verhoogd. De verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  1. de specifieke uitkering aan gemeenten in het kader van de huisvesting van de po-leerlingen uit Oekraïne (€ 29,9 miljoen; zie het algemene deel);
  2. de doorverdeling van de loonbijstelling tranche 2022: € 15,8 miljoen (zie het algemene deel).

3.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 9.092.260 1.080.117 10.172.377 1.550.290 11.722.667 893.247 871.601 868.381 851.528
Totale uitgaven 9.665.622 499.330 10.164.952 959.194 11.124.146 890.120 878.527 868.444 851.465
waarvan juridisch verplicht (%)
Bekostiging 9.265.929 402.355 9.668.284 691.614 10.359.898 731.149 786.878 785.011 780.828
Bekostiging vo-instellingen 8.846.103 49.374 8.895.477 683.783 9.579.260 723.008 779.592 777.726 773.683
Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen 18.057 0 18.057 0 18.057 0 0 0 0
Bekostiging Caribisch Nederland 17.336 3.975 21.311 3.201 24.512 3.246 3.361 3.360 3.360
Prestatiebox 0 0 0 535 535 535 535 535 535
Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters 109.931 0 109.931 0 109.931 0 0 0 0
Aanvullende regelingen leerlingendaling1 4.540 0 4.540 3.390 7.930 3.390 3.390 3.390 3.250
Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs 269.962 349.006 618.968 705 619.673 970
Subsidies (regelingen) 210.479 200 210.679 131.098 341.777 136.643 52.265 44.553 34.724
Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo 19.755 0 19.755 2.719 22.474 4.870 7.663 529 529
Pilots lente- en zomerscholen vo 9.000 0 9.000 4.039 13.039 267 267 267 273
Nieuwe leerweg 9.825 0 9.825 ‒ 306 9.519 316 0 0 0
Inhaal- en ondersteuningsprogramma's 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Extra hulp voor de klas 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Regeling brede brugklas 102.000 0 102.000 ‒ 201 101.799 0 0 0 0
Basisvaardigheden 0 0 0 107.874 107.874 96.614 0 0 0
Nationaal Groeifonds 0 0 0 310 310 6.984 15.439 14.027 7.291
Overige subsidies 69.899 200 70.099 16.663 86.762 27.592 28.896 29.730 26.631
Opdrachten 23.080 89.805 112.885 13.310 126.195 15.378 33.521 33.180 30.576
Opdrachten 23.080 ‒ 4.060 19.020 13.421 32.441 15.378 33.521 33.180 30.576
Zelftesten 0 93.865 93.865 ‒ 111 93.754 0 0 0 0
Bijdragen aan agentschappen 56.086 9.000 65.086 4.865 69.951 5.520 4.433 4.270 3.907
Dienst Uitvoering Onderwijs 56.086 9.000 65.086 4.865 69.951 5.520 4.433 4.270 3.907
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 47.151 549 47.700 11.968 59.668 1.420 1.420 1.420 1.420
College voor Toetsen en Examens 4.478 289 4.767 10.342 15.109 40 40 40 40
SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen 42.673 260 42.933 1.626 44.559 1.380 1.380 1.380 1.380
Bijdragen aan medeoverheden 62.611 ‒ 2.579 60.032 106.329 166.361 0 0 0 0
Nationaal Programma Onderwijs 62.611 ‒ 2.579 60.032 0 60.032 0 0 0 0
SPUK huisvesting noodlocaties VO 0 0 0 106.329 106.329 0 0 0 0
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 286 0 286 10 296 10 10 10 10
GRAZ (ECML) en PISA 286 0 286 10 296 10 10 10 10
Ontvangsten 7.391 0 7.391 0 7.391 0 0 0 0
  1. Dit budget is in 2020 ook beschikbaar en maakt onderdeel uit van de regel: «bekostiging vo-instellingen»
Verplichtingen 9.092.260 1.080.117 10.172.377 1.550.290 11.722.667 893.247 871.601 868.381 851.528
waarvan garantieverplichtingen ‒ 25.814
waarvan overig 9.092.260 1.080.117 10.172.377 1.576.104 11.722.667 893.247 360.745 357.905 342.062

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 1.550,3 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door een opwaartse bijstelling op de verplichtingenruimte voor het NP Onderwijs van € 295,1 miljoen. Daarnaast wordt de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2023 in het najaar van 2022 al verplicht. Dit verklaart € 274,8 miljoen van het verschil in de verplichtingen- en uitgavenmutaties.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor het instrument bekostiging wordt per saldo met € 691,6 miljoen verhoogd. Dit is grotendeels het gevolg van de toevoeging van loon- en prijsbijstelling van € 279,5 miljoen, de toevoeging van middelen uit het coalitieakkoord van € 381,2 miljoen en middelen voor onderwijs aan leerlingen uit Oekraïne van € 29,8 miljoen. Zie voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling, middelen uit het coalitieakkoord en middelen voor onderwijs aan vo-leerlingen uit Oekraïne de toelichting in het algemene deel.

Subsidies

Het budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 131,1 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door de toevoeging van loon- en prijsbijstelling van € 3,2 miljoen, toevoeging van middelen uit het coalitieakkoord van € 117,2 miljoen en de honorering van voorstellen voor het Nationaal Groeifonds van € 3,7 miljoen. Daarnaast zijn middelen toegevoegd door een overlopende verplichting van € 4,0 miljoen op de regeling onnodig zittenblijven. Zie voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling, middelen uit het coalitieakkoord en het Nationaal Groeifonds de toelichting in het algemene deel.

Opdrachten

Het budget voor het instrument opdrachten wordt per saldo met € 13,3 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door de toevoeging van loon- en prijsbijstelling van € 0,2 miljoen, toevoeging van middelen uit het coalitieakkoord van € 23,1 miljoen en de honorering van voorstellen voor het Nationaal Groeifonds van € 1,6 miljoen. Daarnaast is € 7,5 miljoen overgeboekt naar het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) voor effectonderzoek en monitoring van het NP Onderwijs. Zie voor een verdere toelichting op middelen uit het coalitieakkoord en het Nationaal Groeifonds de toelichting in het algemene deel.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Het budget voor het instrument bijdragen aan ZBO's/RWT's wordt per saldo met € 12,0 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door overboekingen van Artikel 1 (po) en Artikel 4 (mbo) van € 10,2 miljoen ten behoeve van het werkprogramma van het CvTE. Daarnaast is € 1,5 miljoen toegevoegd voor de loon- en prijsbijstelling.

Bijdrage aan medeoverheden
Het budget voor het instrument bijdragen aan medeoverheden wordt met € 106,3 miljoen verhoogd. Dit is te verklaren door de toevoeging van € 106,3 miljoen voor huisvesting en noodlocaties voor het onderwijs aan leerlingen uit Oekraïne. Zie voor een verdere toelichting op middelen voor onderwijs aan vo-leerlingen uit Oekraïne de toelichting in het algemene deel.

3.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 4.936.643 112.971 5.049.614 591.326 5.640.940 448.394 438.669 435.975 417.724
Totale uitgaven 5.065.898 117.471 5.183.369 389.094 5.572.463 396.694 406.221 413.338 420.528
waarvan juridisch verplicht (%) 99,8%
Bekostiging 4.477.645 0 4.477.645 242.185 4.719.830 171.757 178.146 210.685 231.020
Bekostiging mbo-instellingen 4.030.302 0 4.030.302 147.573 4.177.875 36.160 154.862 187.450 205.908
Bekostiging Caribisch Nederland 8.616 0 8.616 2.091 10.707 2.282 2.275 2.275 2.275
Bekostiging vavo 69.883 0 69.883 2.278 72.161 2.278 2.278 2.278 2.278
Kwaliteitsafspraken investeringsbudget 252.785 0 252.785 88.362 341.147 215.318 11.919 11.919 11.919
Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget 0 0 0 0 0 ‒ 97.845 3.586 3.586 3.586
Regionaal Investeringsfonds 22.345 0 22.345 139 22.484 1.322 419 370 2.247
Salarismix Randstadregio's 52.664 0 52.664 1.742 54.406 1.742 1.742 1.742 1.742
Regionaal Programma 30.550 0 30.550 0 30.550 0 1.065 1.065 1.065
Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid 10.500 0 10.500 0 10.500 10.500 0 0 0
Tegemoetkoming schoolkosten MBO 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Subsidies (regelingen) 349.847 98.141 447.988 132.570 580.558 201.264 181.398 156.030 142.795
Praktijkleren 295.358 0 295.358 22.439 317.797 43.187 22.618 1.500 ‒ 12.501
Leven lang ontwikkelen 6.782 0 6.782 309 7.091 ‒ 226 ‒ 290 ‒ 290 310
Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal 15.283 0 15.283 ‒ 1.439 13.844 392 371 298 298
Loopbaanoriëntatie 1.809 0 1.809 ‒ 542 1.267 33.051 33.044 33.044 33.044
Vakwedstrijden mbo 4.191 0 4.191 136 4.327 136 34 0 0
Inhaal- en ondersteuningsprogramma's 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Extra hulp voor de klas 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Zelftesten 0 3.364 3.364 0 3.364 0 0 0 0
Maatschappelijke diensttijd 0 94.677 94.677 105.000 199.677 105.000 105.000 105.000 105.000
Doorstroom beroepskolom 0 0 0 8.000 8.000 8.000 8.000 8.000 8.000
NGF Laaggeletterdheid 0 0 0 0 0 3.400 3.900 0 0
Overige subsidies 26.424 100 26.524 ‒ 1.333 25.191 8.324 8.721 8.478 8.644
Opdrachten 19.016 19.330 38.346 7.294 45.640 7.318 7.437 7.409 7.412
Opdrachten 19.016 2.800 21.816 7.183 28.999 7.318 7.437 7.409 7.412
Zelftesten 0 16.530 16.530 111 16.641 0 0 0 0
Bijdragen aan agentschappen 20.989 0 20.989 2.764 23.753 682 672 672 703
Dienst Uitvoering Onderwijs 17.439 0 17.439 2.645 20.084 578 568 568 599
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 3.550 0 3.550 119 3.669 104 104 104 104
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 72.938 0 72.938 ‒ 4.744 68.194 6.749 4.644 4.618 4.674
College voor Toetsen en Examens 9.638 0 9.638 ‒ 9.135 503 198 220 220 220
Wet SLOA 1.127 0 1.127 ‒ 863 264 37 37 36 92
SBB 62.173 0 62.173 5.254 67.427 6.514 4.387 4.362 4.362
Bijdragen aan medeoverheden 125.463 0 125.463 9.025 134.488 8.924 33.924 33.924 33.924
RMC's 42.703 0 42.703 1.963 44.666 1.862 26.206 26.206 26.206
Educatie 63.560 0 63.560 7.062 70.622 7.062 7.062 7.062 7.062
Caribisch Nederland 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Regionaal Programma 19.200 0 19.200 0 19.200 0 656 656 656
Ontvangsten 4.000 0 4.000 0 4.000 0 0 0 0
Verplichtingen 4.936.643 112.971 5.049.614 486.326 5.535.940 343.394 333.669 330.975 312.724
waarvan garantieverplichtingen 0 0 40.632 40.632 0 0 0 0
waarvan overig 4.936.643 112.971 5.049.614 445.694 5.495.308 343.394 333.669 330.975 312.724

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden in 2022 met € 591,3 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 202,2 miljoen) wordt veroorzaakt door:

  1. De garantieverplichtingen die met € 40,6 miljoen worden verhoogd. Dit is het saldo van de tot nu toe in 2022 verleende en vervallen leningen en rekening-courant kredieten aan onderwijsinstellingen via schatkistbankieren;
  2. Bijstelling van circa € 160,0 miljoen van de verplichtingenraming omdat bij de instrumenten bekostiging en kwaliteitsafspraken de loon- en prijsbijstelling tranche 2022, budgettair effect van de referentieraming en de intensiveringen uit het coalitieakkoord voor zowel 2022 als 2023 in het jaar 2022 worden verplicht aan de mbo-instellingen.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 242,2 miljoen verhoogd in 2022.

Deze verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie ook algemene toelichting), waardoor de bekostiging voor circa € 141,2 miljoen structureel wordt opgehoogd;
  2. De budgettaire gevolgen van de referentieraming 2022 ten opzichte van de referentieraming 2021. Vanwege het werkloosheidseffect worden minder bol-studenten t.o.v. bbl-studenten geraamd. Dit betekent dat hoewel per saldo het aantal studenten gelijk blijft, het macrobudget van de bekostiging hierdoor wel vanaf 2023 neerwaarts bijgesteld wordt omdat de bekostiging van bbl-studenten lager ligt (zie ook algemene toelichting);
  3. De bekostiging voor niveau 2 in het mbo wordt vanaf 2024 opgehoogd met € 95,0 miljoen structureel vanuit de CA-enveloppes vervolgopleidingen en kansengelijkheid (zie ook algemene toelichting). Hiermee komen we tegemoet aan het belangrijkste knelpunt dat is geconstateerd voor het mbo in het onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging van PWC. In de zomer 2022 zal een integraal besluit worden genomen over de resterende middelen in de enveloppes kansengelijkheid en kwaliteit. De mbo-bekostiging zal voor deze CA-maatregel aangepast moeten worden via wetgeving;
  4. De verhoging van het instrument kwaliteitsafspraken investeringsbudget met € 80,0 miljoen in 2022 en € 95,0 miljoen in 2023 voor de ophoging van de bekostiging van niveau 2. Een groot deel van deze middelen worden beschikbaar gesteld uit de CA-enveloppes vervolgopleidingen en kansengelijkheid (zie ook algemene toelichting). Daarnaast vindt in 2023 een incidentele overboeking van € 108,4 miljoen plaats van het resultaatafhankelijk budget naar het investeringsbudget van de kwaliteitsafspraken. Deze overboeking vindt plaats omdat de middelen in 2023 worden uitbetaald via het investeringsbudget in plaats van het resultaatafhankelijk budget;
  5. De maatregelen in het kader van de aanpak jeugdwerkloosheid worden in 2023 verlengd met € 25,0 miljoen;
  6. De verhoging van de bekostiging Caribisch Nederland met € 0,5 miljoen voor 2022 en vanaf 2023 structureel met € 1,0 miljoen. Deze middelen worden beschikbaar gesteld voor de aansluiting onderwijs arbeidsmarkt en arbeidsbemiddeling uit de CA-enveloppe Caribisch Nederland van BZK (zie ook algemene toelichting);
  7. Diverse mutaties om dekking te realiseren voor het programma racisme en discriminatie in 2022 (€ 0,2 miljoen), het terugdraaien van de verhoging van de rentemaatstafmaatregel bij studiefinanciering in 2026 en verder (€ 4,7 miljoen oplopend naar € 7,8 miljoen in 2029) en de problematiek uit het voorjaar van 2019. Zie ook algemene toelichting.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 132,6 miljoen verhoogd in 2022. Deze verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. Het instrument maatschappelijke diensttijd wordt vanaf 2022 structureel met € 105,0 miljoen verhoogd. Deze middelen worden gefinancierd uit de CA-enveloppe kansengelijkheid (zie ook algemene toelichting);
  2. Uit de CA-enveloppe vervolgopleidingen wordt vanaf 2023 structureel € 33,0 miljoen geïnvesteerd in de intensivering van loopbaanoriëntatie om de studiekeuze van studenten verder te verbeteren in het mbo (zie ook algemene toelichting);
  3. De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie ook algemene toelichting) voor circa € 8,4 miljoen;
  4. Een toevoeging van € 13,4 miljoen aan de regeling praktijkleren in 2022. In het kader van de Aanpak Jeugdwerkloosheid en het NP Onderwijs zijn er voor de jaren 2021 en 2022 extra middelen toegevoegd aan de regeling praktijkleren om een vergoeding van € 2.700 (het maximum) per leerwerkplek uit te betalen aan bedrijven. In 2022 is er € 13,4 miljoen extra beschikbaar gesteld om, op basis van de huidige ramingen, het budget voor de subsidieregeling praktijkleren voor 2022 weer naar € 2.700 (het maximum) per leerwerkplek te brengen. Daarnaast vindt er een kasschuif plaats op het budget voor de regeling praktijkleren. Voor de jaren vanaf 2023 is het budget voor de regeling niet toereikend voor € 2.700 per leerwerkplek. Er heeft een kasschuif plaatsgevonden zodat er vanaf 2023 en verder een stabiele vergoeding voor het bedrijfsleven zal ontstaan op basis van de beschikbare middelen. De vergoeding voor alle sectoren over deze jaren is gemiddeld circa € 2.300. Door deze kasschuif worden de beschikbare middelen in relatie gezet met het verwachte aantal leerwerkplekken in de verschillende jaren op basis van de nieuwe referentieraming;
  5. Het instrument doorstroom beroepskolom wordt vanaf 2022 structureel met € 8,0 miljoen verhoogd. Het betreft de uitvoering van de maatregel om de doorstroom in de gehele beroepskolom te verbeteren van vmbo t/m hbo uit de CA-enveloppe kansengelijkheid (zie ook algemene toelichting) en een aandeel voor hbo voor doorstroom in de beroepskolom van circa € 20,0 miljoen staat op Artikel 6 uit de enveloppe vervolgopleidingen (zie ook algemene toelichting);
  6. Uit de toekenning van middelen uit het Nationaal Groeifonds voor het collectief opleiden van laagopgeleiden en laaggeletterden is in totaal € 7,6 miljoen beschikbaar gekomen in 2023 en 2024. Hiervan is € 7,3 miljoen bestemd als subsidie en staat € 0,3 miljoen bij opdrachten voor de voorbereiding van het traject;
  7. Een structureel bedrag van ongeveer € 8,0 miljoen wordt vanaf 2023 gefinancierd uit de CA-enveloppes vervolgopleidingen voor loopbaanoriëntatie en veilig digitaal onderwijs (zie ook algemene toelichting);
  8. Tenslotte is er € 0,2 miljoen additioneel toegevoegd voor de tegemoetkoming voor Oekraïense studenten (zie ook algemene toelichting).

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 7,3 miljoen verhoogd in 2022. Deze verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie ook algemene toelichting) voor circa € 0,2 miljoen structureel opgehoogd;
  2. Diverse structurele mutaties van ongeveer € 4,7 miljoen voor de financiering van de uitvoeringskosten, oriëntatieprogramma’s, masterplan basisvaardigheden en docenten burgerschap uit de CA-enveloppes vervolgopleidingen, kansengelijkheid en kwaliteit (zie ook algemene toelichting).

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s wordt per saldo met € 4,7 miljoen verlaagd in 2022. Deze verlaging wordt veroorzaakt door:

  1. De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie ook algemene toelichting) voor circa € 2,3 miljoen structureel opgehoogd;
  2. De verlaging van het budget van College voor Toetsen en Examens met € 9,1 miljoen in 2022. Dit betreft onder andere een overboeking van ruim € 8,0 miljoen van Artikel 4 naar Artikel 3 voor het werkprogramma CvTE 2022;
  3. De verhoging van het budget van SBB met € 1,9 miljoen voor 2022, € 4,5 miljoen in 2023 en vanaf 2024 structureel met € 2,5 miljoen. Deze middelen worden beschikbaar gesteld voor de oriëntatieprogramma’s uit de CA-enveloppe vervolgopleidingen en het stagepact en aanpakken stagediscriminatie uit de CA-enveloppe kansengelijkheid (zie ook algemene toelichting).

Bijdragen aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden wordt per saldo met € 9,0 miljoen verhoogd in 2022. Deze verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie ook algemene toelichting) voor circa € 3,9 miljoen structureel opgehoogd;
  2. Uit de CA-enveloppes vervolgopleidingen wordt vanaf 2024 na wetswijziging € 25,0 miljoen structureel beschikbaar gesteld. Het betreft hier de uitvoering van de CA-maatregel dat de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) van gemeenten wordt uitgebreid van 23 jaar naar 27 jaar zodat jongeren zonder startkwalificatie in beeld blijven (zie ook algemene toelichting);
  3. Het instrument educatie wordt structureel met € 5,0 miljoen verhoogd. Het betreft de uitvoering van de aanpak laaggeletterdheid uit de CA-enveloppe kwaliteit (zie ook algemene toelichting).

3.4 Beleidsartikel 6. Hoger onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 4.068.668 2.899 4.071.567 260.073 4.331.640 310.108 135.096 518.273 ‒ 6.437
Totale uitgaven 4.479.775 2.899 4.482.674 226.170 4.708.844 358.530 163.675 538.484 5.216
waarvan juridisch verplicht (%) 100,00%
Bekostiging 4.447.971 0 4.447.971 224.169 4.672.140 353.869 159.074 537.183 3.888
Bekostiging onderwijsdeel1 4.036.677 0 4.036.677 130.283 4.166.960 79.766 37.979 13.945 ‒ 6.083
Bekostiging ontwerp en ontwikkeling 89.904 0 89.904 32.950 122.854 52.950 52.949 52.950 52.950
Studievoorschot kwaliteitsafspraken2 314.840 0 314.840 10.330 325.170 10.893 12.326 13.293 8.432
Studievoorschotvouchers 1.228 0 1.228 435 1.663 3.165 ‒ 24.238 381.995 ‒ 86.411
Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen 5.322 0 5.322 171 5.493 95 58
NGF Katalysator 0 0 0 40.000 40.000 127.000
NGF Digitale impuls 0 0 0 10.000 10.000 45.000 45.000 40.000
Fonds onderzoek en wetenschap 0 0 0 0 0 35.000 35.000 35.000 35.000
Subsidies (regelingen) 3.340 2.899 6.239 837 7.076 3.729 3.660 360 360
Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding 2.556 0 2.556 ‒ 1.946 610 82 82 82 82
Zelftesten 0 2.899 2.899 2.899
Overige subsidies 784 0 784 2.783 3.567 3.647 3.578 278 278
Bijdrage aan agentschappen 13.443 0 13.443 440 13.883 442 450 452 479
Dienst Uitvoering Onderwijs 13.443 0 13.443 440 13.883 442 450 452 479
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 15.021 0 15.021 724 15.745 490 491 489 489
NWO: Praktijkgericht onderzoek 0 0 0 0
NWO: Promotiebeurs voor leraren 10.371 0 10.371 334 10.705 334 334 334 334
Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) 4.650 0 4.650 390 5.040 156 157 155 155
0
Ontvangsten 1.213 0 1.213 0 1.213 0 0 0 0
  1. Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).
  2. 90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.
Verplichtingen 4.068.668 2.899 4.071.567 260.073 4.331.640 310.108 135.096 518.273 ‒ 6.437
waarvan garantieverplichtingen ‒ 4.790
waarvan overig 4.068.668 2.899 4.071.567 264.863 4.331.640 310.108 135.096 518.273 ‒ 6.437

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 260,1 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 33,9 miljoen) wordt met name veroorzaakt door:

  1. Bijstelling van de verplichtingenraming omdat bij het instrument bekostiging de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 voor zowel 2022 als 2023 in het jaar 2022 verplicht worden;
  1. Bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing van de studentenaantallen uit de referentieraming 2022 voor 2023 in het jaar 2022 verplicht wordt;
  2. Garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan hogescholen die in 2022 zijn aangegaan of vervallen en waar OCW garant voor staat (saldo -€ 4,8 miljoen).

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 224,2 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

  1. de doorverdeling (€ 129,8 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie het algemeen deel);
  2. de toedeling van de middelen (€ 48,0 miljoen) uit het coalitieakkoord ten behoeve van vervolgopleidingen voor de onderdelen mentale gezondheid, onderwijs&arbeidsmarkt en onderzoek (zie het algemeen deel);
  1. de toedeling van middelen uit het Nationaal Groeifonds ten behoeve van de Digitaliseringsimpuls onderwijs Nederland (€ 10,0 miljoen) en de Nationale LevenLangOntwikkelen Katalysator (€ 40,0 miljoen) (zie het algemeen deel);
  1. diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naar andere beleidsinstrumenten en -artikelen) die het budget per saldo in totaal verlagen met € 3,6 miljoen.

De meerjarige mutatie op de studievoorschotvouchers betreft een kasschuif waardoor oud-studenten, die aanspraak maken op deze in te wisselen vouchers, deze nu als ze daarvoor kiezen in 2025 als bedrag op hun studieschuld in mindering kunnen laten brengen of (deels) contant uitbetaald krijgen als er geen studieschuld meer is.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 0,8 miljoen verhoogd. Het betreft:

  1. een verlaging (€ 2,0 miljoen) op de subsidieregeling Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding in verband met het feit dat er minder beroep op de regeling werd gedaan dan geraamd;
  2. een verhoging (€ 2,8 miljoen), met name in verband met de toevoeging van middelen ten behoeve van de subsidieregeling Virtuele Internationale Samenwerkingsprojecten en enkele ad-hoc subsidies.

3.5 Beleidsartikel 7. Wetenschappelijk onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 5.993.862 36.705 6.030.567 426.502 6.457.069 367.241 359.957 544.550 366.628
Totale uitgaven 6.271.242 39.104 6.310.346 260.424 6.570.770 374.123 361.638 547.836 372.503
waarvan juridisch verplicht (%) 99,96%
Bekostiging 6.240.270 0 6.240.270 257.257 6.497.527 374.188 362.632 548.976 374.301
Bekostiging onderwijsdeel1 3.006.191 0 3.006.191 150.036 3.156.227 263.468 255.710 253.429 288.389
Bekostiging onderzoeksdeel 2.284.607 0 2.284.607 75.835 2.360.442 75.776 75.765 75.592 75.578
Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek 757.944 0 757.944 24.933 782.877 24.967 25.003 25.040 25.079
Studievoorschot kwaliteitsafspraken2 191.511 0 191.511 6.470 197.981 6.827 7.703 8.304 5.333
Studievoorschotvouchers 17 0 17 ‒ 17 0 1.703 ‒ 2.996 185.164 ‒ 21.525
Profilering en zwaartepuntvorming3 0 0 0 0 0 1.447 1.447 1.447 1.447
Subsidies (regelingen) 24.928 1.531 26.459 2.336 28.795 ‒ 1.043 ‒ 1.972 ‒ 1.971 ‒ 2.029
Nuffic4 14.507 0 14.507 ‒ 1.544 12.963 ‒ 2.445 ‒ 3.364 ‒ 3.364 ‒ 3.364
Studiekeuze1234 2.616 0 2.616 1.220 3.836 1.143 1.143 1.143 1.143
Vluchteling Studenten UAF4 2.511 0 2.511 83 2.594 83 83 83 83
Studentenwelzijn (Ecio)4 794 0 794 100 894 100 100 100 42
Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)4 271 0 271 63 334 9 69 8 68
Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)4 255 0 255 8 263 8 8 8 8
Open en online onderwijs 2.008 0 2.008 66 2.074 68 68 68 68
Zelftesten 0 1.531 1.531 0 1.531 0 0 0 0
Overige subsidies 1.966 0 1.966 2.340 4.306 ‒ 9 ‒ 79 ‒ 17 ‒ 77
Opdrachten 3.153 37.573 40.726 770 41.496 917 917 770 170
Opdrachten 3.153 0 3.153 770 3.923 917 917 770 170
Sneltesten 0 37.573 37.573 0 37.573 0 0 0 0
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 2.891 0 2.891 61 2.952 61 61 61 61
Europees Universitair Instituut Florence (EUI) 1.859 0 1.859 61 1.920 61 61 61 61
United Nations University (UNU) 1.032 0 1.032 0 1.032 0 0 0 0
Nuffic, SK123, UAF, Ecio, ISO en LSVb4 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten 16 0 16 0 16 0 0 0 0
  1. Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).
  2. 90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.
  3. De 2%-middelen profilering en zwaartepuntvorming die conform de kwaliteitsafspraken tot en met 2022 zijn overgeheveld naar het onderwijsdeel van de hoofdbekostiging.
  4. Tot en met 2020 opgenomen onder bijdragen aan (inter)nationale organisaties, vanaf 2021 ondergebracht bij het instrument subsidies omdat dit de basis is op grond waarvan de instellingen worden bekostigd.
Verplichtingen 5.993.862 36.705 6.030.567 426.502 6.457.069 367.241 359.957 544.550 366.628
waarvan garantieverplichtingen 95.226
waarvan overig 5.993.862 36.705 6.030.567 331.276 6.457.069 367.241 359.957 544.550 366.628

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 426,5 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 166,1 miljoen) wordt met name veroorzaakt door:

  1. Bijstelling van de verplichtingenraming omdat bij het instrument bekostiging de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 voor zowel 2022 als 2023 in het jaar 2022 verplicht worden;
  2. Bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing van de studentenaantallen uit de referentieraming 2022 voor 2023 in het jaar 2022 verplicht wordt;
  3. Garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan universiteiten die in 2022 zijn aangegaan of vervallen en waar OCW garant voor staat (saldo +€ 95,2 miljoen).

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 257,3 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

  1. de doorverdeling (€ 197,8 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 (zie het algemeen deel);
  2. de toedeling van middelen (€ 60,0 miljoen) uit het coalitieakkoord ten behoeve van vervolgopleidingen voor het onderdeel onderzoek via sectorplannen (zie het algemeen deel);
  3. diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naar andere beleidsinstrumenten/-artikelen en andere departementen) die het budget in totaal verlagen met € 0,5 miljoen.

De meerjarige mutatie op de studievoorschotvouchers betreft een kasschuif waardoor oud-studenten, die aanspraak maken op deze in te wisselen vouchers, deze nu als ze daarvoor kiezen in 2025 als bedrag op hun studieschuld in mindering kunnen laten brengen of (deels) contant uitbetaald krijgen als er geen studieschuld meer is.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 2,3 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

  1. een verlaging van het ho-budget (€ 1,6 miljoen) als gevolg van de afbouw van het netwerk van Netherlands Education Support Offices (NESO’s) ten faveure van de inzet op hoger onderwijs en wetenschap via de aanstelling van Onderwijs en Wetenschaps Attachés en lokale medewerkers op posten in de landen die in de Internationale Kennis- en Talentstrategie als prioritair zijn genoemd. De ho-middelen die via Nuffic voor de NESO-kantoren werden gebruikt zullen daarmee op een andere manier via de buitenlandpool van Artikel 8 (Internationaal beleid);
  2. de toedeling van middelen (€ 1,0 miljoen) uit het coalitieakkoord ten behoeve van vervolgopleidingen voor het onderdeel onderwijs&arbeidsmarkt aan SK123 (zie het algemeen deel);
  3. de door het kabinet beschikbaar gestelde financiële ondersteuning (€ 2,3 miljoen) aan ho-studenten uit Oekraïne, om te voorkomen dat deze terug moeten naar de onveilige situatie in hun eigen land of asiel moeten aanvragen;
  4. diverse overige mutaties die het budget in totaal verhogen met € 0,6 miljoen, met name vanwege de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling 2022 (zie het algemeen deel).

3.6 Beleidsartikel 8. Internationaal beleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 14.368 0 14.368 6.115 20.483 4.811 4.784 4.695 4.678
Totale uitgaven 14.368 0 14.368 5.890 20.258 4.811 4.784 4.695 4.678
waarvan juridisch verplicht (%)
Subsidies (regelingen) 7.588 0 7.588 512 8.100 403 402 403 386
Stichting Ons Erfdeel 185 0 185 185
Stichting Nuffic 824 0 824 175 999 175 175 175 175
Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training 3.957 0 3.957 132 4.089 132 132 132 132
Internationalisering onderwijs 1.020 0 1.020 42 1.062 42 42 42 42
Duitsland Instituut Amsterdam 760 0 760 86 846 26 26 26 26
Netherlands house for Education and Research (Neth-ER) 600 0 600 25 625 25 24 25 24
Incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuur 157 0 157 157
Overige incidentele subsidies 85 0 85 52 137 3 3 3 ‒ 13
Opdrachten 2.801 0 2.801 1.064 3.865 94 101 94 94
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 3.499 0 3.499 4.314 7.813 4.314 4.281 4.198 4.198
Nederlandse Taalunie 2.941 0 2.941 4.291 7.232 4.291 4.258 4.175 4.175
Stichting Nuffic 0 0 0
Europa College Brugge 31 0 31 1 32 1 1 1 1
Unesco 51 0 51 2 53 2 2 2 2
OESO CERI 88 0 88 4 92 4 4 4 4
Fulbright Commission The Netherlands 368 0 368 15 383 15 15 15 15
EU-programma's en activiteiten 20 0 20 1 21 1 1 1 1
Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken 480 0 480 0 480 0 0 0 0
Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa) 480 0 480 480
0 0
Ontvangsten 99 0 99 0 99 0 0 0 0
Verplichtingen 14.368 0 14.368 6.115 20.483 4.811 4.784 4.695 4.678
waarvan garantieverplichtingen
waarvan overig 14.368 0 14.368 6.115 20.483 4.811 4.784 4.695 4.678

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen


De verplichtingen worden met € 6,1 miljoen verhoogd.

Uitgaven


De uitgaven worden met € 5,9 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt grotendeels verklaard door een ophoging (€ 4,2 miljoen) van de bijdrage aan de Nederlandse Taalunie. In overleg met de ADR is er voor gekozen om de gereserveerde middelen voor de NTU op de Artikelen 6 en 7, 14, 15 en 16 bij voorjaarsnota 2022 structureel over te boeken naar Artikel 8. Daarna is er een ophoging inzake bijdrage van de Artikel 3 voor een bedrag van € 1,0 miljoen aan de Artikel 8 voor de opdracht aan Nuffic voor bevordering internationalisering.

3.7 Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 207.719 ‒ 500 207.219 8.942 216.161 7.911 8.514 8.034 8.908
Totale uitgaven 205.719 ‒ 500 205.219 5.942 211.161 8.911 9.514 9.034 8.908
waarvan juridisch verplicht (%)
Bekostiging 49.484 0 49.484 876 50.360 1.827 1.829 1.829 1.829
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 49.484 0 49.484 876 50.360 1.827 1.829 1.829 1.829
Subsidies (regelingen) 149.330 ‒ 500 148.830 5.401 154.231 6.824 7.427 6.947 6.816
Lerarenbeurs 76.586 76.586 2.295 78.881 1.825 1.784 1.635 1.634
Zij-instroom 49.405 49.405 1.519 50.924 1.519 1.432 1.401 1.371
Wet Beroep leraar en Lerarenregister 2.711 ‒ 500 2.211 ‒ 14 2.197 ‒ 1.136 ‒ 405 ‒ 705 ‒ 805
Aanpak lerarentekort 19.439 0 19.439 580 20.019 4.580 4.580 4.580 4.580
Overige subsidies 1.189 1.189 1.021 2.210 36 36 36 36
Opdrachten 3.831 3.831 ‒ 436 3.395 159 155 155 155
Bijdragen aan agentschappen 3.074 0 3.074 101 3.175 101 103 103 108
Dienst Uitvoering Onderwijs 3.074 3.074 101 3.175 101 103 103 108
Ontvangsten 6.500 0 6.500 0 6.500 0 0 0 0
Verplichtingen 207.719 ‒ 500 207.219 8.942 216.161 7.911 8.514 8.034 8.908
waarvan garantieverplichtingen 0 0
waarvan overig 207.719 ‒ 500 207.219 8.942 216.161 7.911 8.514 8.034 8.908

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 8,9 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 3,0 miljoen) wordt veroorzaakt door de regeling onderwijsassistenten. Bij deze regeling kan er voor meerdere jaren subsidie worden aangevraagd en dit wordt dan ook direct verplicht.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Subsidies

De subsidies worden met € 5,4 miljoen verhoogd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  1. de doorverdeling van de loon-en prijsbijstelling op de lerarenbeurs (€ 2,2 miljoen), de zij-instroom (€ 1,3 miljoen) en aanpak lerentekort (€ 0,6 miljoen);
  2. een overboeking van bekostiging naar subsidies voor het Platform Samen Opleiden & Professionaliseren (€ 1,1 miljoen).

3.8 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 4.836.822 131.617 4.968.439 ‒ 134.358 4.834.081 ‒ 134.267 ‒ 60.549 ‒ 12.949 42.382
Totale uitgaven 4.836.822 131.617 4.968.439 ‒ 134.358 4.834.081 ‒ 134.267 ‒ 60.549 ‒ 12.949 42.382
waarvan juridisch verplicht (%)
Inkomensoverdracht 1.328.826 129.517 1.458.343 98.703 1.557.046 ‒ 69.076 ‒ 24.948 ‒ 17.820 6.703
Basisbeurs gift (R) 423.616 0 423.616 80.617 504.233 ‒ 25.307 ‒ 25.191 ‒ 27.365 ‒ 28.894
Aanvullende beurs gift (R) 769.726 0 769.726 ‒ 22.786 746.940 ‒ 35.961 ‒ 25.971 ‒ 17.818 ‒ 11.863
Reisvoorziening gift (R) ‒ 42.705 0 ‒ 42.705 ‒ 458 ‒ 43.163 ‒ 5.176 29.131 29.896 47.493
Caribisch Nederland gift (R) 2.894 0 2.894 77 2.971 77 77 77 77
Overige uitgaven (R) 175.295 129.517 304.812 41.253 346.065 ‒ 2.709 ‒ 2.994 ‒ 2.610 ‒ 110
Leningen 3.367.673 0 3.367.673 ‒ 245.353 3.122.320 ‒ 68.836 ‒ 39.360 ‒ 529 30.385
Basisbeurs prestatiebeurs (NR) ‒ 193.415 0 ‒ 193.415 ‒ 62.611 ‒ 256.026 21.739 31.511 45.854 125.098
Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR) 120.024 0 120.024 20.151 140.175 7.930 9.717 16.348 21.865
Reisvoorziening (NR) 160.180 0 160.180 16.019 176.199 2.365 10.146 17.390 20.787
Rentedragende lening (NR) 2.972.723 0 2.972.723 ‒ 230.061 2.742.662 ‒ 110.852 ‒ 98.311 ‒ 85.547 ‒ 141.305
Collegegeldkrediet (NR) 254.231 0 254.231 ‒ 14.136 240.095 ‒ 12.189 ‒ 14.625 ‒ 16.876 ‒ 18.853
Leven lang leren krediet (NR) 25.834 0 25.834 1.549 27.383 ‒ 2.860 ‒ 2.793 ‒ 2.725 ‒ 2.725
Overige uitgaven (NR) 28.096 0 28.096 23.736 51.832 25.031 24.995 25.027 25.518
Bijdrage aan agentschappen 140.323 2.100 142.423 12.292 154.715 3.645 3.759 5.400 5.294
Dienst Uitvoering Onderwijs 140.323 2.100 142.423 12.292 154.715 3.645 3.759 5.400 5.294
Ontvangsten 1.211.951 0 1.211.951 ‒ 29.635 1.182.316 ‒ 32.702 ‒ 28.592 ‒ 27.157 ‒ 28.466
Ontvangsten (R) 73.432 0 73.432 ‒ 6.284 67.148 ‒ 3.269 ‒ 1.970 457 192
Ontvangen rente (R) 52.280 0 52.280 ‒ 5.099 47.181 ‒ 3.085 ‒ 1.786 641 376
Overige ontvangsten (R) 20.932 0 20.932 ‒ 1.290 19.642 ‒ 289 ‒ 289 ‒ 289 ‒ 289
Ontvangsten Caribisch Nederland (R) 220 0 220 105 325 105 105 105 105
Ontvangsten (NR) 1.138.519 0 1.138.519 ‒ 23.351 1.115.168 ‒ 29.433 ‒ 26.622 ‒ 27.614 ‒ 28.658
Terugontvangen lening (NR) 1.138.519 0 1.138.519 ‒ 23.351 1.115.168 ‒ 29.433 ‒ 26.622 ‒ 27.614 ‒ 28.658

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Toelichting instrumenten (algemeen):

Het onderscheid relevant en niet-relevant is in onderstaande toelichting als uitgangspunt genomen. Relevant betekent relevant voor het begrotingstekort/EMU-saldo. De relevante uitgaven worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en door de omzetting van uitgekeerde prestatiebeurs in gift (na behalen van het diploma binnen 10 jaar). Onder de niet-relevante uitgaven vallen vooral de betalingen van prestatiebeurzen (zolang die nog niet omgezet zijn in een gift) en verstrekte rentedragende leningen.

De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op verstrekte studieleningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van rentedragende leningen.

Toelichting mutaties:

Uitgaven

In deze paragraaf wordt de ontwikkeling op de studiefinancieringsraming beschreven. De totale uitgaven op Artikel 11 worden met € 134,4 miljoen naar beneden bijgesteld. Het betreft een bijstelling van de inkomensoverdrachten naar boven van € 98,7 miljoen, een bijstelling omlaag van de leningen met € 245,4 miljoen en een bijstelling omhoog van het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met € 12,3 miljoen. Hieronder wordt per instrument toegelicht hoe de bijstellingen tot stand zijn gekomen.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

De relevante uitgaven worden met € 98,7 miljoen verhoogd. Dit bestaat uit de volgende elementen:

  1. De uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met € 80,6 miljoen verhoogd. Dit betreft met name de bijstelling omhoog van € 86,9 miljoen op de omzettingen. Het grootste deel van de omzettingen vindt in januari plaats, voor 2022 zijn deze uitgaven al bekend. Daarnaast zijn de uitgaven aan basisbeurs die direct als gift uitgekeerd wordt € 8,8 miljoen lager, als gevolg van een lager dan geraamd aantal studenten in het mbo. Door de loon- en prijsbijstelling wordt het bedrag met € 2,5 miljoen verhoogd;
  2. De relevante uitgaven aan de aanvullende beurs worden per saldo met € 22,8 miljoen verlaagd. De uitgaven aan aanvullende beurs die direct als gift wordt uitgekeerd zijn, voornamelijk als gevolg van de lagere referentieraming, omlaag bijgesteld met € 26,8 miljoen. Verder betreft dit lagere omzettingen dan geraamd (€ 4,7 miljoen). Door de loon- en prijsbijstelling wordt het bedrag met € 8,6 miljoen verhoogd;
  3. De reisvoorziening wordt per saldo met € 0,5 miljoen verlaagd. Hier liggen de volgende verklaringen aan ten grondslag:

    1. Het budget kosten ov-contract is met € 18,4 miljoen verlaagd. Dit is het gevolg van lagere aantallen;
    2. De omzettingen van prestatiebeurs in gift zijn per saldo met € 15,4 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens;
    3. De bijdrage studerenden aan ov is met € 24,3 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft een tegenboeking waarmee voorkomen wordt dat de waarde van de ov-kaart dubbel geboekt wordt (enerzijds door toekenning aan de student, anderzijds door de betaling aan de ov-bedrijven). Doordat het een tegenboeking betreft, betekent deze positieve mutatie dus eigenlijk een lager bedrag aan toekenningen. Dit wordt veroorzaakt door lager geraamde aantallen in de referentieraming;
    4. Door de loon- en prijsbijstelling wordt de reisvoorziening met € 9,1 miljoen omhoog bijgesteld.
  1. Het budget voor Caribisch Nederland is met € 0,1 miljoen verhoogd op basis van de loon- en prijsbijstelling;
  2. De relevante overige uitgaven worden per saldo met € 41,3 miljoen verhoogd. Het budget wordt met € 44,0 miljoen verhoogd voor middelen ten behoeve van de kwijtschelding van studieschulden van toeslagengedupeerden. Daarnaast worden de overige uitgaven met € 2,7 miljoen naar beneden bijgesteld, dit betreft een bijstelling van de kwijtscheldingen op basis van de realisatiegegevens.

Leningen

De niet-relevante uitgaven worden per saldo met € 245,4 miljoen verlaagd. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. De niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden met € 62,6 miljoen omlaag bijgesteld. Dit betreft allereerst de toekenningen prestatiebeurs. Deze worden omlaag bijgesteld met € 14,7 miljoen vanwege lagere aantallen studenten. Daarnaast zorgen de tegenboekingen van de omzettingen van prestatiebeurs in gift en lening voor een neerwaartse bijstelling van in totaal € 55,1 miljoen (€ -86,9 miljoen omzetting gift en € 31,8 miljoen omzetting lening). Tot slot is er voor € 7,2 miljoen aan prijsbijstelling voor 2022 toegekend;
  1. De niet-relevante uitgaven aanvullende beurs zijn met € 20,2 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft een neerwaartse bijstelling van € 16,7 miljoen op de toekenningen prestatiebeurs, als gevolg van de lagere aantallen studenten. Hiertegenover staat een opwaartse bijstelling van € 16,9 miljoen doordat het aandeel gebruikers van de aanvullende beurs omhoog is bijgesteld. Daarnaast zijn de omzettingen van prestatiebeurs naar gift, die hier tegen geboekt worden, omhoog bijgesteld met € 4,7 miljoen (dit betreffen dus minder omzettingen in gift). De omzettingen naar lening, die hier worden tegen geboekt, zijn omlaag bijgesteld met € 1,0 miljoen. Tot slot is er voor € 16,3 miljoen aan prijsbijstelling voor 2022 toegekend;
  2. De niet-relevante uitgaven ov worden met € 16,0 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft voornamelijk lagere toekenningen prestatiebeurs, € 11,9 miljoen, als gevolg van lagere aantallen studenten. Daarnaast zijn de omzettingen naar gift € 15,4 miljoen hoger. Aangezien de omzettingen op deze post negatief worden tegen geboekt, betekent dit dat er minder reisvoorziening naar gift zal worden omgezet. De omzettingen naar lening zijn met € 12,0 miljoen opwaarts bijgesteld. Tot slot is er voor € 0,5 miljoen aan prijsbijstelling voor 2022 toegekend;
  3. De uitgaven op de post rentedragende lening (niet-relevant) zijn per saldo neerwaarts bijgesteld met € 230,1 miljoen. Deze bijstelling wordt allereerst veroorzaakt door lagere aantallen leerlingen (neerwaartse bijstelling van € 44,8 miljoen). Daarnaast is er sprake van een dalende trend in het percentage leners wat zorgt voor lagere uitgaven aan de rentedragende lening (neerwaartse bijstelling van € 218,4 miljoen). Ook is de tegenboeking van de post omzettingen naar lening met € 42,8 miljoen naar beneden bijgesteld. Tot slot is er voor € 75,9 miljoen aan prijsbijstelling voor 2022 toegekend;
  1. De uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 14,1 miljoen. Deze bijstelling komt, evenals bij de rentedragende lening, door de dalende trend in het percentage studenten dat naar verwachting gebruik gaat maken van het krediet (neerwaartse bijstelling van € 27,3 miljoen). Daarnaast is er voor € 13,2 miljoen aan prijscompensatie voor 2022 toegekend;
  1. Het budget voor het levenlanglerenkrediet wordt met € 1,5 miljoen opwaarts bijgesteld op basis van realisatiegegevens. Er wordt meer gebruik gemaakt van het krediet dan verwacht (opwaartse bijstelling van € 0,2 miljoen). Daarnaast is er voor € 1,3 miljoen aan prijscompensatie voor 2022 toegekend;
  1. De niet-relevante overige uitgaven zijn met € 23,7 miljoen omhoog bijgesteld op basis van realisatiegegevens.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met € 12,3 miljoen verhoogd. Als gevolg van de lagere volumes uit de referentieraming wordt het budget met € 1,0 miljoen verlaagd. Door de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 stijgt het budget met € 4,6 miljoen. Daarnaast is het budget met € 5,0 miljoen naar boven bijgesteld voor de uitvoering van het herinvoeren van de basisbeurs. Als laatste wordt dit budget verhoogd met € 3,7 miljoen voor de uitvoeringskosten ten behoeve van het kwijtschelden van studieschulden in verband met de toeslagengedupeerden.

Ontvangsten

De ontvangsten worden met € 29,6 miljoen verlaagd. Dit wordt veroorzaakt door een daling van de relevante ontvangsten van € 6,3 miljoen en een daling van de niet-relevante ontvangsten met € 23,4 miljoen.

  1. De relevante ontvangsten worden omlaag bijgesteld met € 6,3 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:

    1. Renteontvangsten: deze post is met € 5,1 miljoen verlaagd. Dit betreft lagere renteontvangsten als gevolg van de lage rente;
    2. Overige ontvangsten: deze post is met € 1,2 miljoen verlaagd op basis van realisatiegegevens.
  1. De niet-relevante ontvangsten worden gevormd door de terugontvangen lening en worden omlaag bijgesteld met € 23,4 miljoen op basis van realisatiegegevens. Dit is het gevolg van lager dan verwachte extra ontvangsten (ontvangsten bovenop de reguliere termijnontvangsten).

3.9 Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 67.116 67.116 3.590 70.706 7.624 8.538 8.217 8.308
Totale uitgaven 67.116 0 67.116 3.590 70.706 7.624 8.538 8.217 8.308
waarvan juridisch verplicht (%)
Inkomensoverdracht 64.578 0 64.578 3.508 68.086 7.541 8.453 8.130 8.217
Minderjarige deelnemers bol (R ) 0 0 0 0 0 0 0 0
Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R) 3.641 3.641 344 3.985 344 344 344 344
Deeltijd vo (R) 2.001 2.001 ‒ 165 1.836 ‒ 165 ‒ 165 ‒ 165 ‒ 165
Volwassenenonderwijs (vavo) (R) 5.149 5.149 607 5.756 810 1.088 1.186 1.188
Meerderjarige scholieren vo (R) 49.999 49.999 2.747 52.746 6.572 7.175 6.736 6.831
Meerderjarige scholieren vso (R) 3.788 3.788 ‒ 25 3.763 ‒ 20 11 29 19
Leningen 14 0 14 0 14 0 0 0 0
STOEB/ALR (NR) 14 14 0 14 0 0 0 0
Bijdrage aan agentschappen 2.524 0 2.524 82 2.606 83 85 87 91
Dienst Uitvoering Onderwijs 2.524 2.524 82 2.606 83 85 87 91
Ontvangsten 2.174 0 2.174 ‒ 177 1.997 ‒ 51 ‒ 23 ‒ 33 ‒ 31
Minderjarige deelnemers bol (R) 0 0 0 0 0 0 0 0
Tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo (R) 285 285 ‒ 96 189 ‒ 96 ‒ 96 ‒ 96 ‒ 96
Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R) 1.889 1.889 ‒ 81 1.808 45 73 63 65

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Uitgaven

De uitgaven aan de WTOS worden per saldo met € 3,6 miljoen verhoogd. Dit betreft een opwaartse bijstelling € 3,5 miljoen op de inkomensoverdrachten en van € 0,1 miljoen op de bijdrage aan agentschappen. Hieronder zal per instrument worden toegelicht wat de oorzaken van de bijstellingen zijn.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdracht

De raming wordt per saldo met € 3,5 miljoen verhoogd. Dat de uitgaven naar boven zijn bijgesteld komt voornamelijk door de toekenning van de prijscompensatie voor 2022 van € 3,4 miljoen. De overige bijstelling (in totaal € 0,1 miljoen) wordt veroorzaakt door de som van enerzijds een hoger aantal WTOS-gerechtigden dan geraamd en anderzijds een bijstelling op basis van realisatiegegevens.

3.10 Beleidsartikel 13. Lesgeld

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 14.249 0 14.249 467 14.716 469 479 479 512
Totale uitgaven 14.249 0 14.249 467 14.716 469 479 479 512
waarvan juridisch verplicht (%)
Bijdrage aan agentschappen 14.249 0 14.249 467 14.716 469 479 479 512
Dienst Uitvoering Onderwijs 14.249 14.249 467 14.716 469 479 479 512
Ontvangsten 215.480 215.480 ‒ 19.134 196.346 ‒ 29.169 ‒ 19.355 ‒ 7.457 2.639

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Uitgaven

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met € 0,5 miljoen verhoogd.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 19,1 miljoen verlaagd op basis van de lagere gerealiseerde lesgeldontvangsten in 2021 en een verwachte daling van het aantal mbo-studenten.

3.11 Beleidsartikel 14. Cultuur

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 348.266 436.642 784.908 422.208 1.207.116 142.108 685.002 9.165 7.773
Totale uitgaven 1.014.937 436.642 1.451.579 211.659 1.663.238 44.559 45.003 41.881 40.367
waarvan juridisch verplicht (%) 97,0%
Bekostiging 901.624 100.699 1.002.323 37.474 1.039.797 34.577 35.116 34.237 33.107
Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen 218.040 24.927 242.967 7.575 250.542 7.690 7.696 7.681 5.436
Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen 229.726 42.975 272.701 10.067 282.768 8.879 8.938 7.967 7.967
Huisvesting erfgoed 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Beheer en onderhoud collecties erfgoed 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Museale instellingen met een wettelijke taak 218.614 28.997 247.611 10.527 258.138 10.527 10.527 10.526 10.529
Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen 24.092 0 24.092 939 25.031 939 939 939 939
Digitale openbare bibliotheek 16.868 1.500 18.368 3.658 22.026 658 658 658 658
Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten 12.537 0 12.537 489 13.026 489 489 489 489
Monumentenzorg 146.283 2.300 148.583 3.410 151.993 4.108 4.271 4.736 5.798
Archieven incl. Regionale Historische Centra 29.650 0 29.650 505 30.155 983 983 183 233
Flankerend beleid huisvesting 5.813 0 5.813 304 6.117 304 304 304 304
Cultuureducatie met Kwaliteit 1 0 1 0 1 0 311 754 754
Subsidies (regelingen) 46.502 160.943 207.445 144.455 351.900 1.195 1.207 263 213
Verbreden inzet cultuur 9.331 0 9.331 4.907 14.238 346 404 584 534
Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) 8.356 0 8.356 1.089 9.445 1.089 1.089 138 138
Programma leesbevordering 3.967 0 3.967 13.041 17.008 131 131 131 131
Creatieve Industrie 1.728 0 1.728 125 1.853 66 66 77 77
Monumentenzorg 0 0 0 0 0 0 0 0
Erfgoed en fysieke leefomgeving 0 0 0 0 0 0 0 0
Specifiek cultuurbeleid 20.708 160.943 181.651 122.413 304.064 ‒ 152 ‒ 198 ‒ 172 ‒ 172
Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2.412 0 2.412 2.880 5.292 ‒ 285 ‒ 285 ‒ 495 ‒ 495
Opdrachten 19.416 175.000 194.416 6.614 201.030 6.275 5.834 4.670 4.213
Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis 2.068 0 2.068 ‒ 349 1.719 72 72 72 72
Monumentenzorg 0 0 0 0 0 0 0
Archeologie 0 0 0 0 0 0 0 0
Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 10.024 0 10.024 3.371 13.395 5.911 5.581 4.462 4.005
Overige opdrachten 7.324 175.000 182.324 3.592 185.916 292 181 136 136
Bijdragen aan agentschappen 44.438 0 44.438 6.051 50.489 3.568 3.904 3.769 3.892
Nationaal Archief 44.438 0 44.438 6.051 50.489 3.568 3.904 3.769 3.892
Bijdrage aan medeoverheden 0 0 0 18.100 18.100
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 2.957 0 2.957 ‒ 1.035 1.922 ‒ 1.056 ‒ 1.058 ‒ 1.058 ‒ 1.058
0 0 0 0 0
Ontvangsten 3.043 44.000 47.043 9.585 56.628 1.494 506 0 0
Verplichtingen 348.266 436.642 784.908 422.208 1.207.116 142.108 685.002 9.165 7.773
waarvan garantieverplichtingen 0 ‒ 147.810 0 45.704 45.704 0 0 0 0
waarvan overig 348.266 584.452 784.908 376.504 1.161.412 142.108 685.002 9.165 7.773

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden per saldo met € 422,2 miljoen verhoogd. Het verschil van € 210,5 miljoen tussen de saldi van de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt grotendeels veroorzaakt door:

  1. een verhoging van de garantieverplichtingen met € 45,7 miljoen;
  2. een verhoging van € 45,2 miljoen voor de loon- en prijsbijstelling tranche 2022. Dit is nodig omdat de uitkering van de loon- en prijsbijstelling 2022 voor een groot deel van de cultuurbegroting in 2022 ook al wordt verplicht voor de jaren 2023 en 2024;
  3. een verhoging van € 116,6 miljoen wegens een administratieve fout in de verplichtingenraming. In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het departementale jaarverslag over 2021 is toegelicht dat de verplichtingenramingen voor 2021-2024 door een administratieve fout niet juist waren. Voor de jaren 2022-2024 is dit nu gecorrigeerd.

Uitgaven

Toelichting algemeen: Coalitieakkoordmiddelen

Het kabinet kiest in het coalitieakkoord voor een structurele investering in de culturele- en creatieve sector en stelt dit jaar € 135,0 miljoen beschikbaar. Een belangrijk deel van de maatregelen is dit jaar gericht op het herstel van de culturele- en creatieve sector na de coronacrisis. Over de exacte invulling van de € 135,0 miljoen wordt u voor 1 juni geïnformeerd via de hoofdlijnenbrief cultuur. Aanvullend wordt er vanuit de enveloppe onderwijskwaliteit in 2022 € 12,9 miljoen beschikbaar gesteld voor leesbevordering.

Toelichting per instrument

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 37,5 miljoen verhoogd. Dit saldo bestaat uit diverse mutaties, maar vooral uit de loon- en prijsbijstelling 2022. Uit de coalitieakkoordmiddelen wordt € 4,3 miljoen toegevoegd.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 144,5 miljoen verhoogd. Daarvan is € 122,4 miljoen afkomstig uit de coalitieakkoordmiddelen. Naast loon- en prijsbijstelling en diverse andere kleinere mutaties, bestaat het saldo verder vooral uit een bedrag van € 19,0 miljoen dat bestemd is voor aanvulling van het Museaal Aankoopfonds. Deze aanvulling is gewenst na de inzet van middelen uit het fonds voor de aanschaf van De Vaandeldrager.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 6,6 miljoen verhoogd. Daarvan bestaat € 3,4 miljoen uit toevoegingen aan het opdrachtenbudget voor de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, afkomstig uit interne overboekingen binnen dit begrotingsartikel. Daarnaast wordt het opdrachtenbudget verhoogd met € 3,0 miljoen uit de coalitieakkoordmiddelen.

Bijdrage aan medeoverheden

Voor bijdragen aan medeoverheden wordt € 18,1 geraamd, dit bedrag is afkomstig uit de coalitieakkoordmiddelen en wordt ingezet ten behoeve van een impuls voor jongerencultuur.

Ontvangsten

De ontvangstenraming wordt per saldo verhoogd met € 9,6 miljoen door drie desalderingen. De eerste (€ 4,9 miljoen) wordt uitgevoerd in verband met herverdeling van middelen voor het archiefstelsel. De tweede (€ 3,2 miljoen) is bedoeld voor toevoeging van middelen aan het Nationaal Archief (uit eerder afgeroomde bedragen) in verband met vertragingen van projecten. De derde (€ 1,5 miljoen) betreft ontvangsten van het ministerie van Buitenlandse Zaken die bestemd zijn voor het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie.

3.12 Beleidsartikel 15. Media

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 1.053.522 0 1.053.522 121.071 1.174.593 50.771 58.160 52.320 48.639
Totale uitgaven 1.053.522 0 1.053.522 82.536 1.136.058 47.271 47.433 48.136 48.410
waarvan juridisch verplicht (%)
Bekostiging 1.040.773 0 1.040.773 66.801 1.107.574 44.265 46.427 47.130 47.404
Landelijke publieke omroep 824.968 824.968 26.672 851.640 25.503 25.628 26.011 26.160
Regionale omroep 153.850 153.850 9.020 162.870 8.992 8.992 8.992 8.992
Stichting Omroep Muziek 17.130 17.130 1.121 18.251 1.118 1.118 1.118 1.118
Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG) 24.313 24.313 1.264 25.577 1.260 1.260 1.260 1.260
Stimuleringsfonds voor de Journalistiek 2.276 2.276 118 2.394 118 118 118 118
Filmfonds van de omroep en Telefilm (CoBO) 3.737 3.737 ‒ 1.213 2.524 87 87 87 87
Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik) 1.620 1.620 84 1.704 84 84 84 84
Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) 1.673 1.673 87 1.760 87 87 87 87
Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve 10.395 10.395 29.367 39.762 6.974 9.011 9.331 9.456
Overige bekostiging media 811 811 281 1.092 42 42 42 42
Subsidies (regelingen) 7.132 0 7.132 10.604 17.736 2.226 226 226 226
Subsidies (regelingen) 7.132 0 7.132 10.604 17.736 2.226 226 226 226
Steunfonds Lokale Informatievoorziening 0 0 0
Opdrachten 649 0 649 4.874 5.523 24 24 24 24
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 4.903 0 4.903 255 5.158 754 754 754 754
Commissariaat voor de Media 4.903 4.903 255 5.158 754 754 754 754
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 65 0 65 2 67 2 2 2 2
European Audiovisual Observatory 65 65 2 67 2 2 2 2
Ontvangsten 146.110 146.110 22.040 168.150 0 0 0 0
Verplichtingen 1.053.522 0 1.053.522 121.071 1.174.593 50.771 58.160 52.320 48.639
waarvan garantieverplichtingen 0
waarvan overig 1.053.522 0 1.053.522 121.071 1.174.593 50.771 58.160 52.320 48.639

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 121,1 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties (€ 82,5 miljoen). Daarnaast wordt de verplichtingenstand aangesloten op de voorgenomen uitgaven uit de mediabegrotingsbrief.

Uitgaven

Toelichting algemeen: Coalitieakkoordmiddelen

Het kabinet kiest voor een structurele investering in media en stelt dit jaar € 13,4 miljoen (inclusief uitvoeringskosten) beschikbaar. De maatregelen zijn een uitwerking van de opgaves uit het coalitieakkoord, namelijk voor het uitbreiden van het budget voor onderzoeksjournalistiek en voor de overheveling van de financiering van lokale omroepen. Over de exacte invulling hiervan wordt u in juni geïnformeerd via de hoofdlijnenbrief media.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 66,8 miljoen verhoogd. De verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. Toevoeging van de loon en prijsbijstelling tranche 2022 (€ 46,5 miljoen, zie het algemene deel);
  2. Een overboeking naar subsidies van (- € 2,0 miljoen) voor de verlenging van de pilot NOS / Regio- / Lokale omroepen;
  3. Een verhoging van de dotatie aan de Algemene Media reserver (AMr) als gevolg van de geactualiseerde raming van de reclameopbrengsten voor 2022 in de mediabegrotingsbrief 2021 (€ 22,0 miljoen).

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 10,6 miljoen verhoogd. De verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. Een overboeking uit bekostiging van € 2,0 miljoen voor de verlenging van de pilot NOS / Regio- / Lokale omroepen;
  2. Toevoeging van de loon en prijsbijstelling tranche 2022 (€ 0,3 miljoen, zie het algemene deel);
  3. Daarnaast wordt het subsidiebudget verhoogd met € 6,0 miljoen uit de coalitieakkoordmiddelen voor investeringen in de verdere versterking van de lokale omroepen vooruitlopend op de overheveling van de financiering van de lokale omroepen van het Gemeentefonds naar de Rijksbegroting en € 2,3 miljoen voor investering in onderzoeksjournalistiek.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt als gevolg van de coalitieakkoordmiddelen voor de voorbereiding van de overheveling van de financiering van de lokale omroepen naar de Rijksoverheid en voor verdere versterking van de lokale journalistiek met € 4,9 miljoen verhoogd.

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO's / RWT's wordt als gevolg van de loon en prijsbijstelling tranche 2022 (€ 0,3 miljoen, zie het algemene deel) verhoogd.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 22,0 miljoen verhoogd. Hiermee wordt de raming aangepast aan de raming van de reclameopbrengsten in de mediabegrotingsbrief 2022.

Dotatie Algemene Mediareserve

De AMr wordt op basis van de huidige ramingen eind 2022 gedoteerd met € 39,8 miljoen en mutaties rechtstreeks uit de AMr zijn geraamd op ‒ € 21,5 miljoen.

Saldo AMr per 01-01-2022 89.417
Directe mutaties AMr ‒ 21.485
Mutaties AMr via begroting 39.762
Verwacht saldo AMr per 31-12-2022 107.694

3.13 Beleidsartikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 1.236.172 0 1.236.172 341.158 1.577.330 621.856 621.243 590.786 590.146
Totale uitgaven 1.241.629 0 1.241.629 304.008 1.545.637 621.982 621.363 590.883 590.171
waarvan juridisch verplicht (%) 99,6%
Bekostiging 1.102.425 0 1.102.425 196.816 1.299.241 214.334 201.662 201.241 199.917
NWO 493.335 493.335 39.872 533.207 32.452 31.326 31.238 30.007
KNAW 94.934 94.934 3.444 98.378 3.142 3.142 3.131 3.131
KB 50.335 50.335 2.296 52.631 1.705 1.705 1.684 1.684
NWO Talentenontwikkeling 169.561 169.561 ‒ 3.676 165.885 0 0 0 0
NWO TTW 8.177 8.177 ‒ 177 8.000 0 0 0 0
NWO Grootschalige researchinfrastructuur 56.608 56.608 ‒ 1.228 55.380 0 0 0 0
NWO Praktijkgericht Onderzoek 57.278 57.278 1.450 58.728 0 0 0 0
Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek 30.834 30.834 8.187 39.021 11.546 0 0 0
Poolonderzoek 3.181 3.181 ‒ 34 3.147 0 0 0 0
Caribisch Nederland 2.555 2.555 ‒ 55 2.500 0 0 0 0
NWO NWA 135.627 135.627 ‒ 2.263 133.364 489 489 188 95
NWO Fonds Onderzoek en Wetenschap 0 0 134.000 134.000 150.000 150.000 150.000 150.000
NWO Praktijkgericht onderzoek Fonds Onderzoek en Wetenschap 0 0 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000
Subsidies (regelingen) 27.783 0 27.783 101.744 129.527 320.577 329.597 300.854 300.874
Stichting NLBIF 0 0 0 0 0 0 0 0
Naturalis Biodiversity Center 7.230 7.230 259 7.489 259 259 259 259
BPRC 10.918 10.918 392 11.310 392 392 392 392
NCWT/NEMO 3.534 3.534 127 3.661 127 127 127 127
STT 231 231 8 239 8 8 8 8
Stichting AAP 1.084 1.084 40 1.124 40 40 40 40
Nationale coördinatie 4.786 4.786 ‒ 222 4.564 31 31 28 48
Subsidie Fonds Onderzoek en Wetenschap 0 0 100.000 100.000 300.000 300.000 300.000 300.000
Nationaal Groeifonds 0 0 1.140 1.140 19.720 28.740 0 0
Opdrachten 536 0 536 1.007 1.543 3.512 6.112 4.114 4.106
Opdrachten 536 536 215 751 20 1.210 1.212 1.204
Opdrachten Fonds Onderzoek en Wetenschap 0 0 792 792 3.492 4.902 2.902 2.902
Bijdrage aan agentschappen 881 0 881 81 962 75.030 75.030 75.030 75.030
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 881 881 81 962 30 30 30 30
RVO Fonds Onderzoek en Wetenschap 0 0 0 75.000 75.000 75.000 75.000
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 110.004 0 110.004 4.360 114.364 8.529 8.962 9.644 10.244
EMBC 1264 1.264 52 1.316 52 55 39 39
EMBL 5.329 5.329 418 5.747 818 1.218 1.818 2.418
ESA 33.387 33.387 1.365 34.752 1.365 1.365 1.365 1.365
CERN 51.417 51.417 4.502 55.919 8.526 8.524 8.524 8.524
ESO 15.869 15.869 649 16.518 394 394 413 413
NTU/INL 2.738 2.738 ‒ 2.626 112 ‒ 2.626 ‒ 2.594 ‒ 2.515 ‒ 2.515
Ontvangsten 101 101 0 101 0 0 0 0
Verplichtingen 1.236.172 0 1.236.172 341.158 1.577.330 621.856 621.243 590.786 590.146
waarvan garantieverplichtingen 0 0
waarvan overig 1.236.172 0 1.236.172 341.158 1.577.330 621.856 621.243 590.786 590.146

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 341,2 miljoen verhoogd.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 304,0 miljoen verhoogd. Deze verhoging heeft te maken met onderstaande mutaties.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 196,8 miljoen verhoogd. Deze verhoging is een gevolg van onder meer de volgende mutaties:

  1. het toevoegen van de loon- en prijsbijstelling (€ 36,5 miljoen). Zie hiervoor de toelichting in het algemene deel;
  2. diverse overboekingen ten behoeve van het NRO budget (€ 8,2 miljoen). Het gaat hierbij onder andere om Effectenonderzoek NP Onderwijs (€ 5,8 miljoen) en Monitoringsplan NP Onderwijs (€ 1,7 miljoen);
  3. diverse overboekingen ten behoeve van het budget Praktijkgericht Onderzoek (€ 1,5 miljoen);
  4. overboekingen in het kader van de coalitieakkoordmiddelen voor het Fonds Onderzoek en Wetenschap. Hiermee wordt de komende tien jaar geïnvesteerd in hoger onderwijs, wetenschap en innovatie. Deze middelen geven een krachtige impuls aan de brede kennisbasis, een kennisintensieve samenleving en de economie. De opgaven van het fonds, in samenhang met de opgave voor de structurele reeks vervolgopleidingen en onderzoek, zijn: het inhalen van achtergebleven investeringen in onderzoek, verdere versterking van de onderzoeksinfrastructuur, versterken van de kwaliteit van hoger onderwijs en wetenschap, verlagen van de werkdruk en ruimte voor ongebonden onderzoek. U wordt hierover geïnformeerd in een beleidsbrief in de tweede helft van juni 2022.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 101,7 miljoen verhoogd. Dit betreft een verhoging voor loon- en prijsbijstellingen (€ 0,8 miljoen) en een verhoging voor Fonds Onderzoek en Wetenschap, zie hiervoor toelichting bij instrument Bekostiging.

Opdrachten

Het budget voor Opdrachten wordt met € 1,0 miljoen verhoogd. Het gaat hier met name om een verhoging voor de uitvoering van de instrumenten die volgen uit het Fonds Onderzoek en Wetenschap.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Het budget voor (inter-)nationale organisaties wordt per saldo met € 4,4 miljoen verhoogd.

3.14 Beleidsartikel 25. Emancipatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 7.099 7.099 56.742 63.841 ‒ 9.550 ‒ 9.547 ‒ 9.520 ‒ 9.517
Uitgaven 14.541 0 14.541 6.017 20.558 595 598 625 628
waarvan juridisch verplicht (%)
Bekostiging 8.791 0 8.791 ‒ 1.677 7.114 1.432 1.432 1.432 1.432
Kennisinfrastructuur: Gender- en LHBTI- gelijkheid 8.791 8.791 ‒ 1.677 7.114 1.432 1.432 1.432 1.432
Subsidies (regelingen) 3.111 0 3.111 7.037 10.148 218 218 237 236
Vrouwenemancipatie 0 0 0
LHBTI 66 66 66
Gender- en LHBTI- gelijkheid 2017-2022 3.045 3.045 7.037 10.082 218 218 237 236
Opdrachten 1.073 1.073 1.999 3.072 69 159 372 376
Bijdrage aan medeoverheden 1.566 0 1.566 ‒ 1.342 224 ‒ 1.124 ‒ 1.211 ‒ 1.416 ‒ 1.416
Gemeentefonds gender- en LHBTI- gelijkheid 1.566 1.566 ‒ 1.342 224 ‒ 1.124 ‒ 1.211 ‒ 1.416 ‒ 1.416
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0
Verplichtingen 7.099 7.099 56.742 63.841 ‒ 9.550 ‒ 9.547 ‒ 9.520 ‒ 9.517
waarvan garantieverplichtingen 0 0
waarvan overig 7.099 7.099 56.742 63.841 ‒ 9.550 ‒ 9.547 ‒ 9.520 ‒ 9.517

In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Bij Voorjaarsnota 2022 zijn de verplichtingen met € 56,7 miljoen verhoogd. De uitgaven zijn met € 6,0 miljoen verhoogd. Daarnaast heeft een budget neutrale herschikking binnen het artikel plaatsgevonden.

Bekostiging

Op basis van de nieuwe regeling gender- en lhbti-gelijkheid 2022-2027 is het voornemen eind 2022, voor een periode van vijf jaar, nieuwe verplichtingen aan te gaan met acht allianties. Daarnaast is het voornemen twee instellingssubsidies te beschikken voor de erfgoed- en archieffunctie. De verplichtingenruimte, € 49,0 miljoen, is hiervoor uit latere jaren naar voren gehaald. De totale uitgaven voor de periode 2023-2027 bedragen € 50,0 miljoen.

De uitgaven zijn per saldo met € 1,7 miljoen verlaagd. Naast de ophoging in het kader van de loon- en prijsbijstelling is sprake van een meevaller van € 2,0 miljoen. De meevaller is ontstaan over alle allianties gezamenlijk doordat in het aanvangsjaar (2017) van de huidige periode er eenmalig een voorschot is verstrekt van in totaal € 2,0 miljoen. Uiteindelijk is dat voorschot ingelopen in het laatste jaar, 2022.

Subsidies

De uitgaven zijn verhoogd met € 7,0 miljoen. Dit betreft de overlopende verplichting van de Tegemoetkomingsregeling «Wet wijziging geregistreerd geslacht 1985-2014».

Opdrachten

De uitgaven zijn verhoogd met € 2,0 miljoen. Dit betreft een intensivering, in 2022, in het kader van het Nationaal Actieplan grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld onder verantwoordelijkheid van de hiervoor benoemde Regeringscommissaris.

Bijdrage aan medeoverheden

De uitgaven zijn met € 1,3 miljoen verlaagd.

Voor actieve gemeenten op het gebied van gender- en LHBTI- emancipatiebeleid wordt via een decentralisatie-uitkering budget overgeheveld naar het Gemeentefonds. De verantwoordelijkheid voor deze middelen is belegd bij de gemeenten zelf. Een bedrag van € 0,6 miljoen is overgemaakt naar het Gemeentefonds voor het programma ‘Veilige Steden’ dat met 1 jaar is verlengd.

Een bedrag van € 0,8 miljoen is overgeboekt naar de overige instrumenten in het kader van de herschikking binnen het artikel.

4 De niet-beleidsartikelen

4.1 Niet beleidsartikel 91. Nog onverdeeld

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 585.126 ‒ 585.126 0 0 0 230.000 0 0 0
Uitgaven 585.126 ‒ 585.126 0 0 0 230.000 0 0 0
Loonbijstelling 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan programma 0 0
waarvan apparaat 0 0
Prijsbijstelling 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan programma 0 0
waarvan apparaat 0 0
Onvoorzien 585.126 ‒ 585.126 0 0 0 230.000 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

4.2 Niet-beleidsartikel 95. Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 276.492 1.350 277.842 72.577 350.419 64.466 62.335 63.138 62.096
Uitgaven 276.492 1.350 277.842 72.577 350.419 64.466 62.335 63.138 62.096
Personele uitgaven 216.309 1.350 217.659 66.434 284.093 60.253 57.998 57.277 57.459
waarvan eigen personeel 206.028 1.350 207.378 65.468 272.846 59.334 57.081 56.360 56.542
waarvan inhuur externen 6.029 6.029 840 6.869 793 793 793 793
waarvan overige personele uitgaven 4.252 4.252 126 4.378 126 124 124 124
Materiële uitgaven 60.183 0 60.183 6.143 66.326 4.213 4.337 5.861 4.637
waarvan ICT 10.170 10.170 3.311 13.481 1.964 1.980 3.074 1.857
waarvan bijdrage aan SSO's 21.155 21.155 861 22.016 831 831 831 831
waarvan overige materiële uitgaven 28.858 28.858 1.971 30.829 1.418 1.526 1.956 1.949
Begrotingsreserve schatkistbankieren 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten 567 0 567 0 567 0 0 0 0

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Toelichting per instrument:

Personele uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 66,4 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  1. Er wordt € 27,3 miljoen toegevoegd in verband met de uitvoeringskosten van de CA-reeksen die worden overgeboekt naar de begroting van OCW (zie het algemeen deel);
  2. diverse interdepartementale overboekingen: naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag is € 14,8 miljoen toegevoegd aan de begroting voor het op orde brengen van de informatiehuishouding;
  3. een aantal interne overboekingen (€ 6,8 miljoen): het betreft hier voornamelijk de kosten van uitvoering van programma’s waarvoor het budget nog niet aan het apparaatsbudget was toegevoegd voor Gelijke Kansen Alliantie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed(RCE);
  1. doorverdeling van de loonbijstelling tranche 2022: € 6,4 miljoen (zie het algemeen deel);
  1. diverse overlopende verplichtingen (€ 2,6 miljoen): Met name het programma rondom de maatregelen binnen OCW naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft vorig jaar vertraging opgelopen, deze middelen worden nu aan de begroting toegevoegd;
  2. Vanuit het programmabudget NP Onderwijs is € 1,8 miljoen beschikbaar gesteld om invulling te kunnen geven aan de extra werkzaamheden op het departement die vanuit dit programma zijn ontstaan;
  1. Van de begroting van VWS zijn de uitvoerings- en de apparaatskosten die samenhangen met Maatschappelijke Diensttijd (MDT) overgeheveld ( € 2,1 miljoen). Daarnaast is € 1,7 miljoen toegevoegd voor de apparaatskosten voor het bureau van de regeringscommissaris grensoverschrijdend gedrag;
  1. Diverse kleine overboekingen die per saldo hebben geleid tot een verhoging van het budget van € 3,0 miljoen.

Materiële uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 6,1 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  1. doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022: € 2,8 miljoen (zie het algemeen deel);
  1. diverse programma’s en projecten die in 2021 vertraging hebben opgelopen door corona en nu in 2022 doorgang zullen vinden (€ 3,3 miljoen).

5 Agentschappen

5.1 Agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

In deze paragraaf is de Eerste Suppletoire Begroting opgenomen van de Dienst Uitvoering Onderwijs. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, informatievoorziening alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden.

Baten
Omzet moederdepartement 269.766 40.348 310.114
Omzet overige departementen 78.724 0 78.724
Omzet derden 4.930 0 4.930
Rentebaten 0 0
Vrijval voorzienigen 0 0
Bijzondere baten 0 0
Totaal baten 353.420 40.348 393.768
Lasten
Apparaatskosten 324.495 40.348 364.843
Personele kosten 229.208 23.687 252.895
waarvan eigen personeel 191.720 9.036 200.756
waarvan inhuur externen 30.386 14.413 44.799
waarvan overige personele kosten 7.102 238 7.340
Materiele kosten 95.287 16.661 111.948
waarvan apparaat ICT 26.335 885 27.220
waarvan bijdrage aan SSO's 24.350 818 25.168
waarvan overige materiële kosten 44.602 14.958 59.560
Rentelasten 100 0 100
Afschrijvingskosten 27.225 0 27.225
Materieel 13.000 0 13.000
waarvan apparaat ICT 12.500 0 12.500
waarvan overige materiële afschrijvingskosten 500 0 500
Immaterieel 14.225 0 14.225
Overige lasten 1.500 0 1.500
waarvan dotaties voorzieningen 1.500 0 1.500
waarvan bijzondere lasten 0 0 0
Totaal lasten 353.320 40.348 393.668
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 100 0 100
Agentschapdeel Vpb lasten 100 0 100
Saldo van baten en lasten 0 0 0

Toelichting

De baten van de Eerste Suppletoire Begroting laten een stijging zien van € 40,3 miljoen ten opzichte van oorspronkelijk vastgestelde begroting 2022 (€ 353,4 miljoen).

Baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is € 40,3 miljoen hoger dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. De stijging heeft betrekking op de toegekende loon- en prijsbijstelling 2022 (€ 9,0 miljoen), extra incidentele middelen voor de uitvoering van examens (€ 11,0 miljoen), diverse beleidstrajecten waaronder de stimulering van de arbeidsmarktpositie (€ 2,9 miljoen) en bijstellingen in zogenoemde overige taken te weten de digitalisering examens FACET (€ 2,5 miljoen) en de uitvoering eindtoets primair onderwijs (€ 2,4 miljoen). Daarnaast zijn er middelen toegekend ten behoeve van het kwijtschelden van kinderopvangtoeslagschulden (€ 5,7 miljoen) en is het effect als gevolg van de volume afhankelijke bijstelling (€ -1,0 miljoen) meegenomen. Volgend uit het coalitie akkoord zijn er middelen toegekend ten behoeve van het afschaffen van het leenstelsel (€ 5,0 miljoen) en het versterken van de onderwijskwaliteit (€ 0,8 miljoen). In het kader van het NP Onderwijs zijn eveneens middelen toegekend (€ 2,0 miljoen).

Lasten

Apparaatskosten

De kosten van de Eerste Suppletoire Begroting laten een stijging zien van € 40,3 miljoen ten opzichte van oorspronkelijk vastgestelde begroting 2022. De personele begroting laat een stijging zien van € 23,7 miljoen en de materiële begroting een stijging zien van € 16,7 miljoen. In de stijging zijn de toekenning van de eerder genoemde loon- en prijsbijstelling (€ 9,0 miljoen), extra incidentele werkzaamheden voor de uitvoering van examens (€ 11,0 miljoen), het kwijtschelden van kinderopvangtoeslagschulden (€ 5,7 miljoen) en de bijstellingen voor diverse beleidstrajecten (€ 2,9 miljoen), verwerkt. Ook is rekening gehouden met de volume afhankelijke bijstelling (€ -1,0 miljoen), de zogenoemde overige taken (€ 4,9 miljoen), de gevolgen van het coalitieakkoord (€ 5,8 miljoen) en het NP Onderwijs (€ 2,0 miljoen).

Kasstroomoverzicht

1. Rekening courant RHB 1 januari 2020 14.794 14.794
Totaal ontvangen operationele kasstroom (+) 353.420 40.348 393.768
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 324.495 ‒ 40.348 ‒ 364.843
2. Totaal operationele kasstroom 28.925 0 28.925
Totaal investeringen (-/-) ‒ 50.800 ‒ 20.900 ‒ 71.700
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0
3. Totaal investeringskasstroom ‒ 50.800 ‒ 20.900 ‒ 71.700
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0
Eenmalig storting van moederdepartement (+) 0
Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 14.200 ‒ 2.592 ‒ 16.792
Beroep op leenfaciliteit (+) 38.800 20.900 59.700
4. Totaal financieringskasstroom 24.600 18.308 42.908
5. Rekening courant RHB 31 december 2020 (=1+2+3+4) 17.519 ‒ 2.592 14.927

Toelichting

Het kasstroomoverzicht is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke begroting met de eerder genoemde loon- en prijsbijstelling en overige bijstellingen. Daarnaast is verwerkt de aangevraagde leenfaciliteit en daarbij behorende investeringen en zijn de verwachte aflossingen op eerdere leningen aangepast.