[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

36152 Advies Afdeling advisering Raad van State inzake uitvoering van de Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) nr. 2020/1784 (PbEU 2020, L 405/40) (Uitvoeringswet Betekeningsverordening)

Uitvoering van de Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) nr. 2020/1784 (PbEU 2020, L 405/40) (Uitvoeringswet Betekeningsverordening)

Advies Afdeling advisering Raad van State

Nummer: 2022D28029, datum: 2022-06-24, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2022Z13593:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


RAADNo.W16.22.0028/II 's-Gravenhage, 20 april 2022

...................................................................................

Bij Kabinetsmissive van 25 februari 2022, no.2022000473, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot uitvoering van de Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) nr. 2020/1784 (PbEU 2020, L 405/40) (Uitvoeringswet Betekeningsverordening), met memorie van toelichting.

Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan verordening (EU) 2020/1784 betreffende de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (hierna: de betekeningsverordening).1 Daartoe bevat het voorstel onder andere de door de betekeningsverordening vereiste juridische grondslagen.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert met het oog op het overschrijfverbod het voorstel aan te passen en nader toe te lichten dat de betekeningsverordening ruimte biedt voor de verlening van verstek in situaties waarin niet wordt voldaan aan de in de betekeningsverordening gestelde voorwaarden. Voorts wijst de Afdeling erop dat het voorstel bij een deel van de bepalingen geen toelichting bevat en adviseert de toelichting aan te vullen zodat deze zelfstandig leesbaar is.

1. Verlenen van verstek

De betekeningsverordening biedt een regeling voor de situatie waarin een verweerder niet is verschenen. Daartoe wordt allereerst bepaald wanneer de rechter zijn beslissing dient aan te houden.2 Daarnaast biedt de verordening lidstaten de mogelijkheid dat de rechter verstek mag verlenen, zelfs indien geen certificaat van betekening is ontvangen. Het voorstel maakt gebruik van deze mogelijkheid. Daarvoor dient wel aan de in de verordening gestelde voorwaarden te zijn voldaan.3 De Afdeling merkt op dat deze voorwaarden (in deels gewijzigde bewoordingen) worden overgenomen in het wetsvoorstel. Gelet op het overschrijfverbod dient te worden volstaan met een verwijzing naar de in artikel 22, tweede lid, verordening gestelde voorwaarden.4

Het wetsvoorstel biedt de rechter verder de bevoegdheid om, al of niet na verloop van een door hem vast te stellen termijn, het verlenen van verstek te weigeren, indien geen certificaat van betekening is ontvangen én niet is voldaan aan de hiervoor bedoelde voorwaarden.5

Het voorstel biedt de rechter aldus een mogelijkheid om, ook indien niet wordt voldaan aan de in de verordening gestelde voorwaarden, verstek te verlenen. De vraag rijst of artikel 22, tweede lid, van de betekeningsverordening daartoe wel de ruimte biedt.

De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de mogelijkheid tot het verlenen van verstek indien niet is voldaan aan de voorwaarden in de betekeningsverordening, en zo nodig het voorstel aan te passen. Voorts adviseert de Afdeling het voorstel aan te passen met het oog op het overschrijfverbod.

2. Toelichting aanvullen

De toelichting bij het wetsvoorstel bevat voor negen van de vijftien voorgestelde bepalingen een artikelsgewijze toelichting. Uit de transponeringstabel blijkt dat voor een aantal van de voorgestelde artikelen de toelichting bij de huidige Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening, en/of de wijziging van deze wet, dient te worden geraadpleegd.

Voor de parlementaire behandeling maar in het bijzonder ook voor de rechtspraktijk, is het van belang dat de toelichting zelfstandig leesbaar is.6 De toelichting dient inzicht te bieden in hetgeen met een bepaling wordt beoogd en welke overwegingen ten grondslag liggen aan een bepaalde keuze door de wetgever.

De Afdeling merkt in dit verband op dat de toelichting bij de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening een aantal passages bevat die (ook na inwerkingtreding van het voorstel) van toegevoegde waarde kunnen zijn. Bij wijze van voorbeeld wijst de Afdeling op de regeling van de verlening van verstek en de verzending van een dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder.7 In het huidige voorstel ontbreekt deze toelichting. Het vinden van de relevante passages uit (de) eerdere toelichting(en) wordt voorts bemoeilijkt doordat in de transponeringstabel bij het onderhavige voorstel, niet wordt verwezen naar specifieke onderdelen van de artikelsgewijze toelichting.

In het licht van het voorgaande adviseert de Afdeling de toelichting aan te vullen zodat zij zelfstandig leesbaar is.

3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.


De vice-president van de Raad van State,

Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W16.22.0028/II

  • Artikel 11 Uitvoeringswet betekeningsverordening zo formuleren dat de leden 4 en 5 van artikel 56 Rv niet komen te vervallen;

  • Artikel 56, tweede lid, onderdeel f, schrappen aangezien artikel 12, tweede lid, betekeningsverordening, voorschrijft dat het de ontvangende instantie is dat formulier L opstelt;

  • De transponeringstabel geeft bij artikelen 5 en 8 van de betekeningsverordening niet voor elk lid aan op welke wijze daar uitvoering aan wordt gegeven, of zulks achterwege kan blijven.


  1. Verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) (herschikking), Pb. EU 2020, L405/40.↩︎

  2. Artikel 22, eerste lid, betekeningsverordening.↩︎

  3. Voorgesteld artikel 9, eerste lid, Uitvoeringswet betekeningsverordening, ter uitvoering van artikel 22, tweede lid, betekeningsverordening.↩︎

  4. Zie aanwijzing 9.9 Aanwijzingen voor de regelgeving.↩︎

  5. Voorgesteld artikel 9, tweede lid, Uitvoeringswet betekeningsverordening.↩︎

  6. Zie o.a. W06.21.0259/III, Stcrt. 2021, 47186 (advies Afdeling advisering inzake Uitvoeringsbesluit verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen).↩︎

  7. Kamerstukken II 2000/01, 27748, nr. 3, artikelsgewijze toelichting bij artikelen 7 en 8.↩︎