[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Eindtekst

Wijziging van de Woningwet in verband met aanpassing van het saneringskader

Eindtekst

Nummer: 2022D38190, datum: 2022-09-22, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2022Z04640:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

22 september 2022







Wijziging van de Woningwet in verband met aanpassing van het
saneringskader







GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET



	Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de Woningwet
te wijzigen om het saneringskader voor toegelaten instellingen aan te
passen, zoals aanbevolen in de evaluatie van de herziene Woningwet en
als gevolg van opgedane ervaringen met saneringen;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

	De Woningwet wordt als volgt gewijzigd:

A

	In artikel 1, eerste lid, wordt in de alfabetische volgorde de volgende
begripsbepaling ingevoegd:

	- adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden: Adviescommissie
noodzakelijke werkzaamheden toegelaten instellingen als bedoeld in
artikel 56a, eerste lid;.

B

	Artikel 21d wordt als volgt gewijzigd:

	1. Het tweede lid komt te luiden:

	2. De vestiging van een recht van pand of hypotheek op zaken en daarmee
verbonden rechten van een toegelaten instelling die samenhangen met
werkzaamheden op het gebied van de volkshuisvesting die behoren tot de
diensten van algemeen economisch belang wordt niet beperkt door enig
beding van of een vestiging van zodanige rechten ten behoeve van anderen
dan de borgingsvoorziening of instellingen die behoren tot een categorie
als bedoeld in artikel 21c, eerste lid, die leningen verstrekken aan een
toegelaten instelling voor het verrichten van zodanige werkzaamheden
zonder dat de borgingsvoorziening voor die leningen in compensatie als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, begripsomschrijving van compensatie,
onderdeel a, voorziet. Een zodanig beding of zodanige vestiging is
nietig. 

2. Het vierde lid, onderdeel a, onder 1°, komt te luiden:

1°. de situatie, bedoeld in artikel 29, eerste lid, eerste volzin, of
tweede lid, eerste volzin, zich voordoet tot aan definitieve
vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 57, eerste lid,
onder a, en die situatie betrekking heeft op of gevolgen heeft voor het
kunnen voortzetten van werkzaamheden als genoemd en bedoeld in het
bepaalde bij en krachtens artikel 47, eerste lid, onderdelen a tot en
met i, en de vestigingen van die rechten naar het oordeel van de
borgingsvoorziening wenselijk zijn, of

C 

	Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

	1. Onder vernummering van het eerste en tweede lid tot tweede en derde
lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

	1. Indien een toegelaten instelling naar het oordeel van haar bestuur
niet geheel voldoet aan de door de autoriteit kenbaar gemaakte normen
inzake de financiële continuïteit van toegelaten instellingen, en
maatregelen harerzijds om binnen tien jaar aan die situatie een einde te
maken niet mogelijk zijn, doch de financiële middelen aanwezig zijn om
haar werkzaamheden te kunnen voortzetten, verzoekt dat bestuur de
adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden om een advies als bedoeld in
artikel 56a, tweede lid. Indien zeven jaar zijn verstreken na het
uitbrengen van het advies en de situatie, bedoeld in de eerste volzin,
zich nog altijd voordoet, verzoekt het bestuur de adviescommissie
noodzakelijke werkzaamheden wederom om een advies.

	2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

	4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels
worden gesteld over de situatie, bedoeld in het eerste lid, eerste
volzin.

D

	In artikel 53, vierde lid, onderdeel f, onder 1°, wordt “artikel 29,
eerste lid” vervangen door “artikel 29, tweede lid, eerste
volzin”.

E 

	Na artikel 56 worden twee artikelen ingevoegd luidende:

Artikel 56a

	1. Er is een Adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden toegelaten
instellingen.

	2. De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden heeft tot taak op
verzoek van een toegelaten instelling aan haar advies uit te brengen
over:

	a. de omvang van de werkzaamheden, genoemd en bedoeld in het bepaalde
bij en krachtens artikel 47, eerste lid, onderdelen a tot en met g, van
de toegelaten instelling die noodzakelijk zijn voor het in stand houden
van voldoende woongelegenheden als bedoeld in artikel 47, eerste lid,
onderdelen b en c, in de gemeenten waar die toegelaten instelling
feitelijk werkzaam is; 

	b. de mogelijkheden voor andere toegelaten instellingen die feitelijk
werkzaam zijn in hetzelfde gebied als bedoeld in artikel 41b, tweede
lid, als de verzoekende toegelaten instelling om de in onderdeel a
bedoelde noodzakelijke werkzaamheden binnen een redelijke termijn voort
te zetten; en

	c. de doelmatigheid van het in stand houden van de in onderdeel a
bedoelde woongelegenheden.

	3. De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden is bevoegd zich voor
het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en
instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die
redelijkerwijs nodig is voor het opstellen van het advies.

	4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere
voorschriften gegeven over de inrichting en werkwijze van de
adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden, alsmede regels gegeven over
de vergoeding van de leden van de adviescommissie noodzakelijke
werkzaamheden.

Artikel 56b

	1. Onze Minister kan aan een toegelaten instelling een aanwijzing als
bedoeld in artikel 61d geven, strekkende tot het voortzetten van de in
artikel 56a, tweede lid, onderdeel a, bedoelde noodzakelijke
werkzaamheden, dan wel een deel daarvan, van de in dat lid bedoelde
toegelaten instelling, indien: 

	a. de betreffende toegelaten instelling feitelijk werkzaam is in
hetzelfde gebied als bedoeld in artikel 41b, tweede lid, als die andere
toegelaten instelling;

	b. uit het advies, bedoeld in artikel 56a, tweede lid, volgt dat dit
voortzetten in redelijkheid van de betreffende toegelaten instelling kan
worden verlangd;

	c. de betreffende toegelaten instelling, gelet op de door de autoriteit
kenbaar gemaakte financiële normen, beschikt over aantoonbaar voldoende
additionele financiële en operationele ruimte om die aanwijzing uit te
voeren; en

	d. de borgingsvoorziening een zienswijze heeft gegeven over de
voorgenomen aanwijzing. 

	2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere
voorschriften gegeven over de toepassing van de aanwijzing, bedoeld in
het eerste lid. 

F

	In artikel 57, eerste lid, onderdeel a, wordt “artikel 29, eerste
lid,” vervangen door “artikel 29, tweede lid,”.

G

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

	1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt “artikel 29, eerste lid,”
vervangen door “artikel 29, tweede lid,”.

	2. In het vierde lid vervalt onderdeel a, onder verlettering van
onderdelen b en c tot onderdelen a en b.

H

	In artikel 105, eerste lid, onderdeel c, wordt “artikel 29, eerste
lid,” vervangen door “artikel 29, tweede lid,”.

I

	[Vervallen]

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

 

 

 PAGE    

 PAGE   1