[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2022D46902, datum: 2022-11-24, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 2

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36250-VIII-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36250 VIII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota).

Onderdeel van zaak 2022Z21746:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2022‒2023
36 250VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2022 wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H. Dijkgraaf

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

A.D.Wiersma

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

In deze Tweede Suppletoire Begroting van het Ministerie van OCW zijn de effecten van besluiten van het kabinet over de Najaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Najaarsnota.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs is verantwoordelijk voor Artikel 1 (primair onderwijs), Artikel 3 (voortgezet onderwijs), Artikel 9 (arbeidsmarkt- en personeelsbeleid) en Leven Lang Ontwikkelen. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor de overige artikelen. De verdeling van de beleidsterreinen tussen de Ministers en de Staatssecretaris is vastgelegd in de portefeuilleverdeling van Kabinet Rutte IV.

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat een overzicht van de belangrijkste suppletoire mutaties op de OCW-begroting (paragraaf 2.1) en een overzicht van de coronamaatregelen (paragraaf 2.2). Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1.000 5 10
=> 1.000 10 20

De toelichtingen op de uitgaven gelden ook voor de verplichtingen. Alleen indien er sprake is van een groot verschil van de verplichtingenmutaties ten opzichte van de uitgavenmutaties, wordt dit verschil apart toegelicht. Deze verschillen ontstaan bijvoorbeeld doordat er verplichtingen zijn aangegaan die niet tot een uitgavenmutatie leiden (zoals het aangaan van garantieverplichtingen in het kader van schatkistbankieren) of door regelingen waarvoor de verplichtingen dit jaar worden aangegaan terwijl de uitgaven pas volgend jaar (of in de jaren daarna) plaatsvinden.

Met het oog op het budgetrecht worden uitvoeringsmutaties zoveel mogelijk in de Tweede Suppletoire Begroting verwerkt. Er doen zich in de laatste maanden van het jaar echter ook nog mutaties voor, bijvoorbeeld in de (garantie)verplichtingen. De Tweede Kamer wordt hierover in een aparte brief geïnformeerd en de mutaties worden bij Slotwet verwerkt.

2 Het beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Stand vastgestelde begroting 2022 48.810.026
Stand 1e suppletoire begroting 2022 53.541.264
Belangrijkste suppletoire mutaties:
1) Zevende Incidentele Suppletoire Begroting diverse 409.381
2) Saldo mee- en tegenvallers diverse ‒ 191.159
3) Covid-19 diverse ‒ 230.748
4) Overlopende verplichtingen diverse ‒ 30.666
5) Kasschuiven diverse 816.215
6) Niet-plafondrelevante mutaties 11 ‒ 101.886
7) Kwijtschelding publieke schulden ex-partners toeslagengedupeerden 11 40.000
8) Desalderingen 1,4,14,95 15.077
9) Overige mutaties diverse ‒ 16.403
Stand 2e suppletoire begroting 2022 54.251.075

Toelichting

  1. 7e Incidentele suppletoire begroting

    Met de 7e Incidentele Suppletoire Begroting (ISB) inzake Werk aan Uitvoering, Oekraïne en Herdenkingsjaar Slavernijverleden wordt in totaal € 409,4 miljoen aan de OCW-begroting toegevoegd. Voor Werk aan Uitvoering wordt voor het jaar 2022 incidenteel € 23,2 miljoen toegevoegd aan de OCW-begroting. Daarnaast worden de eerdere gecommuniceerde regelingen, zoals de nieuwkomersregelingen en leerlingenvervoer, voor Oekraïense ontheemden verlengd. Daarbij worden ook middelen beschikbaar gesteld voor de examens. Hiertoe wordt € 382,0 miljoen toegevoegd aan de OCW-begroting. Tot slot wordt voor het jaar 2022 € 4,2 miljoen toegevoegd aan de OCW-begroting voor de organisatie van het Herdenkingsjaar slavernijverleden.

  2. Saldo mee- en tegenvallers

    Er is per saldo een meevaller op de OCW-begroting van € 191,2 miljoen. Hieronder worden enkele meevallers toegelicht:

    1. In het voortgezet onderwijs bedraagt de totale meevaller € 30,6 miljoen. Dit komt met name door minder aanvragen op de regeling zittenblijven en het niet verlengen van de regeling voortijdig schoolverlaten.
    2. In het middelbaar beroepsonderwijs bedraagt de per saldo meevaller € 64,3 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door een meevaller van € 65,3 miljoen op de subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd. Deze is niet volledig uitgeput in 2022 en de opschaling van het programma kost meer tijd.
    3. Op de studiefinanciering is er een meevaller van € 60,3 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een bijstelling van de ramingen op basis van de verstrekte gegevens van DUO.
    4. Binnen de Apparaatskosten bedraagt de totale meevaller € 15,0 miljoen. Deze wordt veroorzaakt door meerdere kleine meevallers, onder andere op de middelen die voor apparaats- en uitvoeringskosten zijn gereserveerd uit de coalitieakkoord-middelen.
  3. Covid-19

    Het kabinet heeft als gevolg van de uitbraak van het coronavirus extra middelen toegevoegd aan de OCW-begroting voor onder andere 2022. Veel van deze regelingen zijn vanwege de urgentie ruim geraamd. Ondertussen is duidelijk geworden dat een deel van deze middelen niet benodigd is. Onder andere de middelen voor de zelftesten zijn niet volledig besteed. Hiervan wordt € 50,0 miljoen doorgeschoven naar 2023, omdat nog onduidelijk is hoe het virus zich verder zal ontwikkelen. Het overige deel van € 73,0 miljoen wordt teruggestort aan Financiën conform de voor corona geldende systematiek. Daarnaast zijn in de 6e ISB middelen beschikbaar gesteld voor ventilatie op scholen. Van dit budget wordt € 46,2 miljoen doorgeschoven naar 2023. Op het budget van het Nationaal Programma Onderwijs wordt € 44,0 miljoen teruggestort aan Financiën. Dit wordt veroorzaakt omdat niet het gehele bedrag dit jaar wordt betaald, maar volgend jaar. Tot slot vindt er op het budget voor de steun aan de culturele sector onderuitputting plaats van € 7,2 miljoen. Ook dit wordt teruggestort aan Financiën.

  4. Overlopende verplichtingen

    Op diverse artikelen zijn er verplichtingen die niet meer in 2022 tot uitgaven zullen leiden maar wel in 2023. Deze gaan mee naar volgend jaar als overlopende verplichting. Het gaat hier om in totaal € 30,7 miljoen. Dit saldo bevat een overlopende verplichting van de onderwijshuisvesting Caribisch Nederland en enkele overlopende verplichtingen op Artikel 95 (Apparaatskosten) in verband met vertragingen door corona.

  5. Kasschuiven

    Op de begroting worden diverse meerjarige kasschuiven doorgevoerd, om de budgetten in overeenstemming te brengen met het verwachte bestedingsritme. Zo is er besloten tot een kasschuif van € 960,0 miljoen op het budget van de reisvoorziening van de openbaarvervoersbedrijven op Artikel 11 (Studiefinanciering). De kasschuif van 2023 naar 2022 wordt vaker verwerkt omdat dit behulpzaam is om het kasritme van de staat te optimaliseren. Daarnaast vindt op de coalitieakkoordmiddelen een kasschuif plaats op de subsidieregeling basisvaardigheden van € 53,9 miljoen voor het creëren van een ingroeipad met meerdere instapmomenten.

  6. Niet-plafondrelevante mutaties

    De niet-plafondrelevante mutaties ter hoogte van € 101,9 miljoen hebben betrekking op de studiefinanciering en Oekraïne. De mutatie op studiefinanciering betreft voornamelijk de rentedragende leningen en het collegegeldkrediet dat naar beneden is bijgesteld op basis van de actuele realisatiecijfers van dit jaar.

  7. Kwijtschelding publieke schulden ex-partners toeslagengedupeerden

    Er is sprake van een tegenvaller van € 40,0 miljoen op de middelen voor de kwijtschelding van publieke schulden van de toeslagengedupeerden. Dit wordt veroorzaakt door meer kwijtscheldingen dan voorheen geraamd.

  8. Desalderingen

    De desalderingen hebben betrekking op de uitgaven en ontvangsten. De grootste desaldering binnen dit bedrag betreft een onttrekking uit het Museaal Aankoopfonds voor het verwerven van diverse werken.

  9. Overige mutaties

    Het saldo van de overige mutaties bestaat uit verschillende mutaties. Hierin zitten overboekingen van de Aanvullende Post, waaronder de totale toegekende loon- en prijsbijstelling op de coalitieakkoord-reeksen die op de OCW-begroting staan. Dit saldo bevat ook de ontvangen middelen voor het NGF voorstel Leeroverzicht van € 6,1 miljoen. Daarnaast wordt in het kader van rechtsherstel box 3 het verzamelinkomen van ouders herzien. Dit heeft ook gevolgen voor de uitgaven aan de aanvullende beurs en de uitgaven aan de WTOS. Tot slot valt hier ook een overboeking met het Ministerie van BZK onder van € 10,0 miljoen ten behoeve van de dekking van de energietoeslag voor studenten.

Stand vastgestelde begroting 2022 1.607.953
Stand 1e suppletoire begroting 2022 1.640.132
Belangrijkste suppletoire mutaties:
1) Covid-19 4, 6, 14 30.432
2) Saldo mee- en tegenvallers 11, 16 ‒ 1.408
3) Desalderingen Diverse 15.077
4) Niet-plafondrelevante mutaties 11 ‒ 60.000
Stand 2e suppletoire begroting 2022 1.624.233

Toelichting

  1. Gedurende het jaar 2022 zijn als gevolg van de uitbraak van het coronavirus extra middelen toegevoegd aan de OCW-begroting. Indien deze niet tot realisatie komen, worden deze teruggestort. Dit bedrag bestaat met name uit een storting vanuit de Rijkscultuurfondsen van € 12,3 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een lagere vaststelling van de in 2021 als voorschot verstrekte bedragen aan het Fonds Cultuurparticipatie, het Fonds Podiumkunsten en het Mondriaan Fonds. Daarnaast is voor € 7,3 miljoen teruggestort voor de afrekening van de inhaal- en ondersteuningsprogramma’s, onderdeel van het Nationaal Programma Onderwijs.
  2. De ontvangen rente wordt met € 5,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Uit de reeds bekende realisatie van DUO blijkt dat de renteontvangsten lager zijn dan geraamd. Deze tegenvaller komt conform de begrotingsregels ten laste van het generale beeld.
  3. De desalderingen hebben betrekking op de uitgaven en ontvangsten. De grootste desaldering binnen dit bedrag betreft een onttrekking uit het Museaal Aankoopfonds voor het verwerven van diverse werken.
  4. Bij studiefinanciering zijn de niet-plafondrelevante ontvangsten op de terugontvangen hoofdsom met € 60,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Uit de realisatiegegevens van DUO blijkt dat er een lager bedrag is terugbetaald aan leningen.
  5. Hogeschool Zeeland heeft in 2022 de volledige restschuld van de boete, als gevolg van ten onrechte uitgekeerde Rijksbijdrage, afbetaald aan OCW. Deze staat in de begroting voor de jaren 2022 tot en met 2024 begroot. Deze meevaller op de ontvangsten wordt doorgeschoven naar 2023, zodat deze ontvangst bij Eerste Suppletoire Begroting in het juiste ritme kan worden gezet.

2.2 Overzicht Coronamaatregelen

15 Tijdelijk Steunfonds Lokale Informatievoorziening 5.247 (Kamerstukken II 2020/21, 35716, nr. 2)
14 Tweede cultuurpakket 248.406 (Kamerstukken II 2020/21, 32820, nr. 400)
14 Extra steun voor de culturele en creatieve sector 24.000 (Kamerstukken II 2020/21, 35735, nr. 2)
14 Opschalen initiatieven voor kunst en cultuur voor kwetsbare groepen 10.000 (Kamerstukken II 2020/21, 35776, nr. 2)
14 Vierde steunpakket cultuur 69.990 (Kamerstukken II 2020/21, 35850 VIII, nr. 2)
14 Boekenvak 20.000 ‒ 8.229 (Kamerstukken II 2020/21, 35877, nr. 2)
14 Ongeplaceerde evenementen 49.000 (Kamerstukken II 2021/22, 35941, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 35964, nr. 2)
11 Compensatie studenten mbo en ho 159.870 (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VIII, nr. 184)
1,3,4 Extra hulp voor de klas 210.000 (Kamerstukken II 2020/21, 35570 VIII, nr. 123)
4 Aanpak van de jeugdwerkloosheid 49.408 22.482 9.646 3.836 (Kamerstukken II 2020/21, 35682, nr. 2), Kamerstukken II 2021/22, 36120 VIII, nr. 2
6, 7 Coronabanen in het hoger onderwijs1 14.201 (Kamerstukken II 2020/21, 35682, nr. 2)
1 Extra apparaten voor onderwijs op afstand po en vo 15.000 (Kamerstukken II 2020/21, 35696, nr. 1)
3 Examens vo 45.182 51.449 (Kamerstukken II 2020/21, 35739, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36014 VIII, nr. 2)
diverse NPO maatregelen2 3.025.561 3.754.570 1.294.047 52.473 50.174 40.000 25.000 (Kamerstukken II 2020/21, 35570 VIII, nr. 185)
4 Projectskills en scholingsmogelijkheden 996 333 (Kamerstukken II 2020/21, 35850 VIII, nr. 2)
14 Cultuursteun en suppletieregeling 250.881 (Kamerstukken II 2021/22, 36005 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36014 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36024 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36082 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 122)
1, 3 Ventilatie 83.585 76.415 (Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2), (Kamerstukken 2021/22, 36082 VIII, nr. 2)
1,3,4,6,7 Zelftesten 20.914 52.758 50.000 (Kamerstukken II 2020/21, 35739, nr. 2), (Kamerstukken II 2020/21, 35806, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2)
  1. Hiervoor werd initieel € 20,0 miljoen overgemaakt. Uiteindelijk is € 15,2 miljoen uitgeput.
  2. Zowel voor po, vo als mbo geldt dat niet het volledige bedrag is uitgegeven op de inhaal- en ondersteuningsprogramma's. Totaal is er € 72,0 miljoen teruggestort naar het Ministerie van Financiën.

3 De beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 14.243.256 16.119.452 ‒ 136.918 13.066.888 29.049.422
Uitgaven 14.457.721 15.914.205 ‒ 134.438 ‒ 48.530 15.731.237
waarvan juridisch verplicht 99,7% 99,9% 99,9%
Bekostiging 13.503.530 14.565.374 ‒ 2.808 ‒ 18.772 14.543.794
Bekostiging po-instellingen 11.988.547 13.039.315 ‒ 2.808 ‒ 20.872 13.015.635
Bekostiging Caribisch Nederland 25.497 28.557 0 2.100 30.657
Aanvullende bekostiging 155.536 160.319 0 0 160.319
Aanpak lerarentekort G5 30.696 31.605 0 0 31.605
Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs 1.303.254 1.305.578 0 0 1.305.578
Subsidies (regelingen) 114.755 326.735 ‒ 68.127 ‒ 16.706 241.902
Onderwijsvoorziening Jonggehandicapten 23.724 24.473 0 0 24.473
Nederlands onderwijs buitenland 13.489 13.909 0 ‒ 1.800 12.109
Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs 15.008 15.981 0 ‒ 1.200 14.781
School en omgeving 0 34.000 0 ‒ 13.268 20.732
Inhaal- en ondersteuningsprogramma's 0 0 0 18 18
Basisvaardigheden 0 168.726 ‒ 64.231 0 104.495
Overige subsidies 62.534 69.646 ‒ 3.896 ‒ 456 65.294
Opdrachten 51.274 54.275 ‒ 17.315 ‒ 7.709 29.251
Opdrachten 22.031 25.032 1.928 ‒ 9.671 17.289
Opdrachten overig 0 0 0 1.962 1.962
Zelftesten 29.243 29.243 ‒ 19.243 0 10.000
Bijdrage aan agentschappen 32.246 40.942 0 0 40.942
Dienst Uitvoering Onderwijs 32.246 40.942 0 0 40.942
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 7.260 11.146 0 2.298 13.444
Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds 4.702 8.502 0 2.298 10.800
UWV 2.558 2.644 0 0 2.644
Bijdrage aan medeoverheden 748.503 915.575 ‒ 46.030 ‒ 7.641 861.904
Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 521.212 536.337 314 0 536.651
Caribisch Nederland 20.394 17.353 71 ‒ 7.552 9.872
Scholenprogramma Groningen 3.000 3.089 0 ‒ 89 3.000
Nationaal Programma Onderwijs 93.897 93.897 0 0 93.897
Ventilatie in scholen 110.000 110.000 ‒ 46.415 0 63.585
SPUK huisvesting noodlocaties PO 0 154.899 0 0 154.899
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 153 158 ‒ 158 0 0
BES(t)4kids 153 158 ‒ 158 0 0
Ontvangsten 9.308 14.808 0 2.298 17.106
Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 14.243.256 16.119.452 ‒ 136.918 13.066.888 29.049.422
waarvan garantieverplichtingen 0 0 22.981 2.980 25.961
waarvan overige verplichtingen 14.243.256 16.119.452 ‒ 159.899 13.063.908 29.023.461

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 12,9 miljard verhoogd.

Dit wordt veroorzaakt door de vereenvoudiging van de bekostiging het primair onderwijs. Uw Kamer heeft op 18 januari 2021 het wetsvoorstel hiervoor besproken en op 27 januari met algemene stemmen aangenomen. In 2022 wordt er daarmee voor het eerst voor het volledige volgende kalenderjaar (2023) verplicht, waardoor de kasuitgaven op de hoofdbekostiging voor 2023 aanvullend nodig zijn om over 2022 voldoende verplichtingenbudget beschikbaar te hebben. Deze hogere verplichtingenstand is eenmalig noodzakelijk door de veranderende bekostigingssystematiek.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met € 21,6 miljoen verlaagd.

De verlaging wordt met name veroorzaakt door een decentralisatie-uitkering voor leerlingenvervoer aan Oekraïense leerlingen (€ 12,8 miljoen) en een terugbetaling aan de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) (€ 7,6 miljoen). Door een dalend aantal plaatsingen in justitiële jeugdinrichtingen dalen ook de kosten voor onderwijs in deze instellingen. Het teveel ontvangen voorschot wordt door het Ministerie van OCW terugbetaald aan DJI.

Subsidies

Het budget wordt per saldo met € 84,8 miljoen verlaagd.

De verlaging wordt met name veroorzaakt door een kasschuif naar 2023 binnen Artikel 1 (Primair Onderwijs) voor het creëren van meerdere instapmomenten (€ 53,9 miljoen) voor de subsidieregeling verbetering basisvaardigheden en een technische mutatie waarmee een deel van de budget voor deze regeling naar het Artikel 3 (Voortgezet Onderwijs) is overgeboekt (€ 10,4 miljoen). Met de technische mutatie wordt het budget voor de po- en vo-sectoren conform de subsidieplafonds verdeeld over de begrotingsartikelen. Daarnaast wordt de verlaging veroorzaakt door een technische mutatie bij de subsidieregeling School en omgeving waarmee een deel van het budget is overgeboekt naar Artikel 3 (Voortgezet Onderwijs) (€ 13,3 miljoen), zodat de uitgaven ten behoeven van vo-scholen onder het betreffende begrotingsartikel vallen.

Opdrachten
Het budget wordt per saldo met € 25,0 miljoen verlaagd.

De verlaging wordt met name veroorzaakt door een meevaller (€ 8,0 miljoen), een kasschuif naar 2023 (€ 10,0 miljoen) en een technische mutatie naar Artikel 3 (Voortgezet Onderwijs) (€ 1,2 miljoen) voor het project zelftesten. Daarnaast wordt de verlaging veroorzaakt door een overboeking aan het ministerie van BZK zodat de dagprogrammering binnen de SPUK regiodeal Nationaal Programma Rotterdam-Zuid tijdelijk verlengd kan worden (€ 3,0 miljoen) en een overboeking aan het ministerie van VWS voor de uitvoering van diverse subsidieregelingen door de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (€ 1,4 miljoen).

Bijdrage aan medeoverheden
Het budget wordt per saldo met € 53,7 miljoen verlaagd.

De verlaging wordt met name veroorzaakt door een technische mutatie waarmee een deel van de budgetten voor het verbeteren van de ventilatie in schoolgebouwen met een kasschuif beschikbaar komt in 2023 (€ 46,4 miljoen). Daarnaast wordt de verlaging veroorzaakt door minder uitgaven in 2022 door de vertraging in de uitvoering van de onderwijshuisvestingsplannen in Caribisch Nederland (€ 5,5 miljoen).

Toelichting bijdrage OCW aan scholenprogramma Groningen
In 2016 is tussen OCW, Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en de betrokken schoolbesturen en gemeenten afgesproken dat in het Groningse aardbevingsgebied 101 scholen aardbevingsbestendig en toekomstbestendig worden gemaakt.

Aan het scholenprogramma dragen, naast de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) (€ 172,5 miljoen), de gemeenten en schoolbesturen (€ 44,5 miljoen), het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (€ 23,5 miljoen) en het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (€ 50,0 miljoen; waarvan € 3,0 miljoen per jaar tot en met 2034) bij.

Tot en met 2020 werden de middelen van OCW via een decentralisatie-uitkering (DU) ter beschikking gesteld aan de betreffende gemeenten. De bestuurlijke afspraken in het ondertekende convenant uit 2017 perken de bestedings- en beleidsvrijheid van de ontvangende gemeenten in, wat indruist tegen het idee van een DU. De middelen zijn bij Voorjaarsnota 2021 teruggeboekt naar de OCW-begroting en worden vanaf dat moment met terugwerkende kracht als een specifieke uitkering overgemaakt naar de vier gemeenten ten behoeve van de nieuwbouw of versterking en verduurzaming van schoolgebouwen in het aardbevingsgebied.

Hieronder is een overzicht opgenomen waarin, conform artikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingsenwet, de maximaal te ontvangen bedragen per gemeente zijn opgenomen. Voor de bijdrage aan de gemeenten voor het kalenderjaar 2022 zal dit (net als voor kalenderjaar 2021) als wettelijke grondslag gelden op basis van artikel 4.23, derde lid, aanhef en onderdeel c, van de Algemene Wet Bestuursrecht, omdat het nog niet is gelukt om tijdig een andere juridische basis te realiseren voor deze specifieke uitkering. De gemeenten ontvangen van het ministerie van OCW in 2022 een beschikking waarin de voorwaarden bij deze specifieke uitwerking nader zullen worden uitgewerkt.

Gemeente Bedrag per jaar
Het Hogeland 417.520
Groningen 134.834
Midden-Groningen 896.924
Eemsdelta 1.550.722
Totaal 3.000.000

3.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 10.172.377 11.894.320 ‒ 32.877 224.105 12.085.548
Uitgaven 10.164.952 11.295.799 ‒ 69.155 ‒ 15.592 11.211.052
waarvan juridisch verplicht 99,9% 99,9% 100%
Bekostiging 9.668.284 10.404.604 3.217 ‒ 11.583 10.396.238
Bekostiging vo-instellingen 8.895.477 9.623.966 3.886 ‒ 380.428 9.247.424
Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen 18.057 18.057 0 ‒ 8.550 9.507
Bekosting Caribisch Nederland 21.311 24.512 0 750 25.262
Prestatiebox 0 535 ‒ 535 0 0
Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters 109.931 109.931 3.256 376.645 489.832
Aanvullende regelingen leerlingendaling1 4.540 7.930 ‒ 3.390 0 4.540
Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs 618.968 619.673 0 0 619.673
Subsidies (regelingen) 210.679 341.777 12.319 ‒ 9.697 344.399
Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo 19.755 22.474 50 1.641 24.165
Pilots lente- en zomerscholen vo 9.000 13.039 0 ‒ 10.100 2.939
Nieuwe leerweg 9.825 9.519 0 0 9.519
Nationaal Programma Onderwijs regeling brede brugklas 102.000 101.799 0 0 101.799
Basisvaardigheden 0 107.874 10.381 0 118.255
Rijke schooldag 0 0 0 13.268 13.268
Inhaal- en ondersteuningsprogramma's 0 0 0 126 126
Nationaal Groeifonds 0 310 0 0 310
Overige subsidies 70.099 86.762 1.888 ‒ 14.632 74.018
Opdrachten 112.885 126.510 ‒ 86.662 6.444 46.292
Opdrachten 19.020 32.756 ‒ 2.908 6.444 36.292
Sneltesten 93.865 93.754 ‒ 83.754 0 10.000
Bijdrage aan agentschappen 65.086 70.283 576 0 70.859
Dienst Uitvoering Onderwijs 65.086 70.283 576 0 70.859
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 47.700 61.018 1.395 ‒ 756 61.657
ZBO: College voor Toetsen en Examens 4.767 16.459 978 ‒ 1.600 15.837
SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen PO/VO/BVE (incl. examens) 42.933 44.559 417 844 45.820
Bijdrage aan medeoverheden 60.032 291.311 0 0 291.311
Nationaal Programma Onderwijs 60.032 60.032 0 0 60.032
SPUK huisvesting noodlocaties VO 0 231.279 0 0 231.279
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 286 296 0 0 296
GRAZ (ECML) en PISA 286 296 0 0 296
Ontvangsten 7.391 7.391 0 0 7.391
  1. Dit budget is in 2020 ook beschikbaar en maakt onderdeel uit van de regel: «bekostiging vo-instellingen»
Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 10.172.377 11.894.320 ‒ 32.877 224.105 12.085.548
waarvan garantieverplichtingen 0 0 ‒ 2.747 ‒ 4.063 ‒ 6.810
waarvan overig 10.172.377 11.894.320 ‒ 30.130 228.168 12.092.358

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden per saldo met € 191,2 miljoen verhoogd. Dit wordt vooral veroorzaakt door het ophogen van de verplichtingenstand voor de aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs). De NP Onderwijs-middelen voor zowel 2022 als 2023 worden in 2022 verplicht in beschikkingen naar scholen. De verplichtingenstand is daarom met € 238,0 miljoen opgehoogd.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met € 8,4 miljoen verlaagd.

Dit heeft grotendeels te maken met het niet verlengen van de regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv. Deze regeling is niet verlengd t/m 2023 waardoor het vaste deel voor 2023 van € 8,5 miljoen ook niet wordt uitgekeerd in 2022. Ook is er middels een technische mutatie binnen het bekostigingsinstrument € 376,0 miljoen toegevoegd aan de regeling strategisch personeelsbeleid, omdat middelen voor werkdruk, professionalisering en ventilatie via deze regeling aan scholen worden verstrekt.

Subsidies

Het budget wordt per saldo met € 2,6 miljoen verhoogd.

Dit heeft onder andere te maken met de meevaller van € 10,1 miljoen op de regeling zittenblijven vo, omdat er minder aanvragen zijn geweest dan het beschikbare budget. Hiernaast heeft er een overboeking van € 13,3 miljoen plaatsgevonden van Artikel 1 (Primair Onderwijs) naar Artikel 3 (Voortgezet Onderwijs) in verband met de subsidieregeling School en omgeving. Deze middelen voor School en omgeving waren aanvankelijk alleen op Artikel 1 (Primair Onderwijs) geboekt, dat is met een technische mutatie gecorrigeerd.

Opdrachten

Het budget wordt per saldo met € 80,2 miljoen verlaagd.

Dit heeft grotendeels te maken met de verlaging van € 83,8 miljoen op sneltesten. De kosten voor deze middelen vielen voor 2021 en 2022 lager uit dan verwacht en moeten daarom worden afgeboekt. Met de mutatie is het geraamde bedrag van € 93,2 miljoen gecorrigeerd naar € 10,0 miljoen.

3.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 5.049.614 5.641.222 158.772 ‒ 108.681 5.691.313
Uitgaven 5.183.369 5.572.745 ‒ 13.683 ‒ 74.798 5.484.264
waarvan juridisch verplicht 99,7% 99,7% 100%
Bekostiging 4.477.645 4.719.830 6.421 ‒ 2.691 4.723.560
Bekostiging mbo-instellingen 4.030.302 4.177.875 6.421 ‒ 1.967 4.182.329
Bekostiging Caribisch Nederland 8.616 10.707 0 ‒ 771 9.936
Bekostiging vavo 69.883 72.161 0 0 72.161
Kwaliteitsafspraken investeringsbudget 252.785 341.147 0 0 341.147
Regionaal Investeringfonds 22.345 22.484 0 47 22.531
Salarismix Randstadregio's 52.664 54.406 0 0 54.406
Regionaal Programma 30.550 30.550 0 0 30.550
Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid 10.500 10.500 0 0 10.500
Subsidies (regelingen) 447.988 580.558 ‒ 1.518 ‒ 73.304 505.736
Praktijkleren 295.358 317.797 775 ‒ 1.215 317.357
Leven Lang Ontwikkelen 6.782 7.091 0 ‒ 466 6.625
Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal 15.283 13.844 0 ‒ 123 13.721
Loopbaanoriëntatie 1.809 1.267 0 257 1.524
Vakwedstijden mbo 4.191 4.327 ‒ 136 ‒ 91 4.100
Maatschappelijk diensttijd 94.677 199.677 0 ‒ 69.760 129.917
Doorstroom beroepskolom 0 8.000 ‒ 1.550 ‒ 6.450 0
NGF Laaggeletterdheid 0 0 300 ‒ 300 0
Zelftesten 3.364 3.364 0 0 3.364
Overige subsidies 26.524 25.191 ‒ 907 4.844 29.128
Opdrachten 38.346 45.640 ‒ 17.971 ‒ 2.088 25.581
Opdrachten 21.816 28.999 ‒ 8.321 ‒ 2.088 18.590
Sneltesten 16.530 16.641 ‒ 9.650 0 6.991
Bijdrage aan agentschappen 20.989 23.844 ‒ 726 2.216 25.334
Dienst Uitvoering Onderwijs 17.439 20.175 49 2.535 22.759
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 3.550 3.669 ‒ 775 ‒ 319 2.575
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 72.938 68.385 611 ‒ 588 68.408
College voor Toetsen en Examens 9.638 503 0 ‒ 503 0
Wet SLOA 1.127 264 ‒ 179 ‒ 85 0
SBB 62.173 67.618 790 0 68.408
Bijdrage aan medeoverheden 125.463 134.488 ‒ 500 1.657 135.645
RMC's 42.703 44.666 ‒ 500 500 44.666
Caribisch Nederland 0 0 0 1.157 1.157
Educatie 63.560 70.622 0 0 70.622
Regionaal Programma 19.200 19.200 0 0 19.200
Ontvangsten 4.000 4.000 0 8.625 12.625
Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 5.049.614 5.641.222 158.772 ‒ 108.681 5.691.313
waarvan garantieverplichtingen 0 40.632 6.917 20.088 67.637
waarvan overige verplichtingen 5.049.614 5.600.590 151.855 ‒ 128.769 5.623.676

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden per saldo met € 50,1 miljoen verhoogd. Dit wordt grotendeels verklaard doordat de garantieverplichtingen per saldo met € 27,0 miljoen zijn toegenomen. Het verschil in de garantieverplichtingen wordt veroorzaakt door leningen en rekening-courant kredieten aan onderwijsinstellingen die in 2022 zijn aangegaan of vervallen en waar het Ministerie van OCW garant voor staat.

Uitgaven

De uitgaven worden per saldo met € 88,5 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor het instrument Bekostiging wordt per saldo met € 3,7 miljoen verhoogd in 2022. Deze verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende mutaties:

  1. Voor de wachtgelden van het voorbereidend beroepsonderwijs bij de aoc’s wordt er € 8,4 miljoen van het budget Bekostiging mbo-instellingen overgeboekt naar het artikel van het voortgezet onderwijs (Artikel 3).
  2. Als dekking voor additionele mbo-maatregelen gericht op onder andere krimpproblematiek in het mbo en comeniusbeurzen/mbo-premie, heeft er een herprioritering binnen de OCW-begroting plaatsgevonden. Hiervoor is er € 6,2 miljoen toegevoegd aan het budget Bekostiging mbo-instellingen vanuit 2023.
  3. In het kader van de subsidieregeling Doorstroom beroepskolom worden de middelen vanuit het CA in 2022 eenmalig via het budget Bekostiging mbo-instellingen besteed in plaats van via het subsidiebudget. Hierdoor wordt het budget verhoogd met € 6,5 miljoen. Deze middelen worden verstrekt aan alle mbo-instellingen met de opdracht om samen met partners in vo en hbo een regionale analyse te maken van de opleidingen waarvoor het gewenst is de onderwijsprogramma’s in de drie sectoren in gezamenlijkheid vorm te geven zodat er een doorlopende leerroute ontstaat. Op basis van de analyse kunnen mbo-instellingen dan in 2023, met hun vo en hbo partners deze doorlopende leerroutes gaan vormgeven.

Subsidies (regelingen)

Het budget voor het instrument Subsidies wordt per saldo met € 74,8 miljoen verlaagd in 2022. Deze verlaging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende mutaties:

  1. Er zijn enkele mutaties van per saldo - € 69,8 miljoen op het budget Maatschappelijke diensttijd (MDT):

    1. Er is een meevaller van € 65,3 miljoen doordat de subsidieregeling (met een subsidieplafond van € 170,0 miljoen) niet volledig uitgeput is in 2022 en de opschaling van het programma meer tijd kost.
    2. Er is een overboeking van € 4,5 miljoen naar het instrument Opdrachten. Dit komt omdat enkele activiteiten voor MDT worden gerealiseerd via een opdracht in plaats van een subsidie. Deze middelen zijn afkomstig uit de CA.
  1. Een overboeking naar het budget Bekostiging mbo-instellingen van € 6,5 miljoen in het kader van de subsidieregeling Doorstroom beroepskolom (zie toelichting onder Bekostiging).
  2. Een overboeking van € 4,2 miljoen naar het budget Overige subsidies in het kader van het masterplan basisvaardigheden. Deze CA-middelen worden ingezet voor een subsidie aan het expertisepuntburgerschap voor 2022 t/m 2025 in plaats van een opdracht.
  3. Er is € 0,3 miljoen voor het Nationaal Groeifonds (NGF)-project ‘Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden’ op het instrument Subsidies geboekt. Echter worden deze middelen via het instrument Opdrachten gerealiseerd. Vandaar dat er een overboeking binnen het artikel plaatsvindt om de middelen op het juiste instrument te zetten.

Opdrachten

Het budget voor het instrument Opdrachten wordt per saldo met € 20,1 miljoen verlaagd in 2022. Deze verlaging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende mutaties:

  1. Een kasschuif van € 11,5 miljoen uit 2022 naar 2023 (€ 4,5 miljoen) , 2024 (€ 4,5 miljoen) en 2025 (€ 2,5 miljoen) in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs). Deze middelen zijn bestemd voor uitvoering, monitoring, evaluatie en onderzoek naar aanleiding van de verlenging van het programma.
  2. Een kasschuif van € 9,7 miljoen naar 2023 op het budget Sneltesten. Deze middelen zijn nodig om de distributie van sneltesten in 2023 te bekostigen.
  3. Een overboeking van € 4,5 miljoen van het instrument Subsidies voor het budget MDT (zie toelichting onder Subsidies).
  4. Een overboeking van € 4,2 miljoen naar het instrument Subsidies in het kader van het masterplan basisvaardigheden (zie toelichting onder Subsidies).
  5. Een overboeking van € 0,3 miljoen van het instrument Subsidies voor het NGF-project ‘Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden’ (zie toelichting onder Subsidies).

Ontvangsten

De ontvangsten worden per saldo met € 8,6 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door de afrekening van de subsidie Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s, onderdeel van het NP Onderwijs (€ 7,3 miljoen).

3.4 Beleidsartikel 6. Hoger onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 4.071.567 4.331.716 16.931 171.972 4.520.619
Uitgaven 4.482.674 4.708.920 ‒ 2.889 ‒ 8.224 4.697.807
waarvan juridisch verplicht 99,99% 100%
Bekostiging 4.447.971 4.672.140 ‒ 327 ‒ 57.389 4.614.424
Bekostiging onderwijsdeel1 4.036.677 4.166.960 1.336 ‒ 4.889 4.163.407
Bekostiging ontwerp en ontwikkeling 89.904 122.854 0 0 122.854
Studievoorschot kwaliteitsafspraken2 314.840 325.170 0 0 325.170
Studievoorschotvouchers 1.228 1.663 ‒ 1.663 0 0
NGF Katalysator 0 40.000 0 ‒ 40.000 0
NGF Digitale impuls 0 10.000 0 ‒ 10.000 0
Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen 5.322 5.493 0 ‒ 2.500 2.993
Subsidies (regelingen) 6.239 7.076 ‒ 2.893 50.301 54.484
Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding 2.556 610 0 ‒ 82 528
Zelftesten 2.899 2.899 ‒ 2.893 0 6
NGF Digitale impuls 0 0 0 10.000 10.000
NGF Katalysator 0 0 0 40.000 40.000
Overige subsidies 784 3.567 0 383 3.950
Bijdragen aan agentschappen 13.443 13.959 331 ‒ 600 13.690
Dienst Uitvoering Onderwijs 13.443 13.959 331 ‒ 600 13.690
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 15.021 15.745 0 ‒ 536 15.209
NWO: Promotiebeurs voor leraren 10.371 10.705 0 0 10.705
Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) 4.650 5.040 0 ‒ 536 4.504
Ontvangsten 1.213 1.213 0 4.757 5.970
  1. Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).
  2. 90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.
Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 4.071.567 4.331.716 16.931 171.972 4.520.619
waarvan garantieverplichtingen 0 0 6.780 47.329 54.109
waarvan overige verplichtingen 4.071.567 4.331.716 10.151 124.643 4.466.510

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 188,9 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 200,0 miljoen) wordt veroorzaakt door:

  1. Garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan onderwijsinstellingen die in 2021 zijn aangegaan of vervallen en waar het Ministerie van OCW garant voor staat (€ 54,1 miljoen);
  2. bijstelling van de verplichtingenraming zonder kaseffecten 2022 als gevolg van aanpassingen ten behoeve van de bekostiging voor het jaar 2023 (€ 145,9 miljoen). De middelen voor het jaar 2023 voortkomend uit het Coalitieakkoord en het Fonds onderzoek en wetenschap zijn anders dan voorzien al in 2022 verplicht en zorgen voor de verhoging van de verplichtingenstand in 2022.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 57,7 miljoen verlaagd. De verlaging is het gevolg van de volgende mutaties:

  1. de middelen uit het Nationaal Groeifonds (NGF) voor de projecten Nationale Leven Lang Ontwikkelen (LLO)-katalysator (€ 40,0 miljoen) en Digitaliseringsimpuls onderwijs NL (€ 10,0 miljoen), die in eerste instantie ondergebracht waren bij het instrument bekostiging is overgeheveld naar het instrument subsidies;
  2. middelen uit het Coalitieakkoord ten behoeve van vervolgopleidingen/onderzoek worden voor een bedrag van € 3,0 miljoen niet uitgeput;
  3. in het coalitieakkoord is besloten tot de herinvoering van de basisbeurs in het hoger onderwijs, hetgeen een andere vormgeving van de studievoorschotvouchers betekent en ook een overheveling van de betreffende middelen naar het Artikel 11 (Studiefinanciering) noodzakelijk maakt (voor 2022 betreft het € 1,7 miljoen);
  4. diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naar andere departementen, beleidsinstrumenten en -artikelen) die het budget per saldo in totaal verlagen met € 3,0 miljoen.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 47,4 miljoen verhoogd. Het betreft:

  1. de middelen uit het Nationaal Groeifonds (NGF) voor de projecten Nationale Leven Lang Ontwikkelen (LLO)-katalysator (€ 40,0 miljoen) en Digitaliseringsimpuls onderwijs NL (€ 10,0 miljoen), die in 1e instantie ondergebracht waren bij het instrument bekostiging zijn overgeheveld naar het instrument subsidies;
  2. de nog resterende subsidiemiddelen (€ 2,9 miljoen) voor het COVID-19 zelftesttraject zijn overgeheveld naar het opdrachtenbudget onder het Artikel 7 (Wetenschappelijk Onderwijs);
  3. diverse geringe overige mutaties die het budget per saldo in totaal verhogen met € 0,3 miljoen.

Ontvangsten

Het budget wordt per saldo met € 4,8 miljoen verhoogd. De verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. Een vervroegde aflossing door de Hogeschool Zeeland op een schuld van in de periode 2002-2003 ten onrechte uitgekeerde Rijksbijdragen. Bepaald is toen dat de totale schuld in jaarlijkse termijnen van
    € 1.195.867 zal worden teruggevorderd in de periode 2006 tot en met 2025. De Hogeschool lost op haar verzoek in 2022 de termijnen 2023 t/m 2025 versneld af, in 2022 wordt daardoor € 3,6 miljoen meer ontvangen dan begroot en in de jaren 2023 tot en met 2025 is dat € 1,2 miljoen minder.
  2. Ontvangsten op terugvorderingen van in voorgaande jaren verleende subsidies of bekostiging zijn hoger dan geraamd, voor een bedrag van € 0,8 miljoen heeft dit betrekking op de COVID-19 subsidieregelingen coronabanen/hulp voor de klas in het hoger onderwijs en voor € 0,4 miljoen op overige subsidies/bekostiging.

3.5 Beleidsartikel 7. Wetenschappelijk onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 6.030.567 6.457.069 96.835 451.102 7.005.006
Uitgaven 6.310.346 6.570.770 99.984 2.880 6.673.634
waarvan juridisch verplicht 99,97% 100%
Bekostiging 6.240.270 6.497.527 119.674 5.826 6.623.027
Bekostiging onderwijsdeel1 3.006.191 3.156.227 3.333 ‒ 58.944 3.100.616
Bekostiging onderzoeksdeel 2.284.607 2.360.442 66.341 60.000 2.486.783
Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek 757.944 782.877 0 4.770 787.647
Studievoorschotvouchers 17 0 0 0 0
Studievoorschot kwaliteitsafspraken2 191.511 197.981 0 0 197.981
Fonds Onderzoek en Wetenschap 0 0 50.000 0 50.000
Subsidies (regelingen) 26.459 28.795 ‒ 3.966 ‒ 2.741 22.088
Nuffic 14.507 12.963 ‒ 135 ‒ 850 11.978
Studiekeuze123 2.616 3.836 0 ‒ 1000 2.836
Vluchteling Studenten UAF 2.511 2.594 0 ‒ 511 2.083
Studentenwelzijn (Ecio) 794 894 0 894
Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) 271 334 0 0 334
Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) 255 263 0 0 263
Open & online onderwijs 2.008 2.074 0 ‒ 194 1.880
Zelftesten 1.531 1.531 ‒ 1531 0 0
Overige subsidies 1.966 4.306 ‒ 2.300 ‒ 186 1.820
Opdrachten 40.726 41.496 ‒ 15.758 ‒ 205 25.533
Opdrachten 3.153 3.923 168 ‒ 205 3.886
Zelftesten 37.573 37.573 ‒ 15.926 0 21.647
Bijdragen aan (inter-) nationale organisaties 2.891 2.952 34 0 2.986
Europees Universitair Instituut Florence (EUI) 1.859 1.920 0 0 1.920
United Nations University (UNU) 1.032 1.032 34 0 1.066
Ontvangsten 16 16 0 374 390
  1. Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).
  2. 90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.
Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 6.030.567 6.457.069 96.835 451.102 7.005.006
waarvan garantieverplichtingen 0 0 95.226 15.400 110.626
waarvan overige verplichtingen 6.030.567 6.457.069 1.609 435.702 6.894.380

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 547,9 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 445,1 miljoen) wordt veroorzaakt door:

  1. garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan onderwijsinstellingen die in 2022 zijn aangegaan of vervallen en waar het Ministerie van OCW garant voor staat (€ 110,6 miljoen);
  2. bijstelling van de verplichtingenraming zonder kaseffecten 2022 als gevolg van aanpassingen ten behoeve van de bekostiging voor het jaar 2023 (€ 334,5 miljoen). De middelen voor het jaar 2023 voortkomend uit het Coalitieakkoord en het Fonds onderzoek en wetenschap zijn anders dan voorzien al in 2022 verplicht en zorgen voor de verhoging van de verplichtingenstand in 2022.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 125,5 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

  1. De investering van € 100,0 miljoen voor 2022 in stabiele starters- en stimuleringsbeurzen ter verlichting van de werkdruk, de afhankelijkheid van externe onderzoeksfinanciering en vergroting van de ruimte voor onderzoekers om ongebonden onderzoek te doen;
  2. de overheveling naar universiteiten van het restant aan de NWO-onderzoekmiddelen uit de SEO-regeling (€ 16,3 miljoen);
  3. Een overboeking van € 4,8 miljoen vanuit het ministerie van VWS voor de zogenaamde OVA-compensatie 2022, zijnde het verschil van de door VWS uitgekeerde Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling in de zorg voor het jaar 2022 (4,42%) en het door OCW van het ministerie van Financiën ontvangen loonpercentage voor de gezondheidssector (3,45%) op de werkplaatsfunctie van de academische ziekenhuizen die door OCW worden bekostigd;
  4. diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naar andere departementen, beleidsinstrumenten en -artikelen) die het budget per saldo in totaal verhogen met € 4,4 miljoen.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 6,7 miljoen verlaagd. Het betreft:

  1. middelen uit het Coalitieakkoord ten behoeve van het verbeteren van de studiekeuzeinformatie worden voor een bedrag van € 1,0 miljoen niet uitgeput;
  2. de nog resterende subsidiemiddelen (€ 1,5 miljoen) voor het COVID-19 zelftesttraject zijn overgeheveld naar het opdrachtenbudget onder het Artikel 7 (Wetenschappelijk Onderwijs);
  3. de € 2,3 miljoen kabinetsbijdrage voor Oekraïne vluchtelingen, die in 1e instantie ondergebracht was bij het instrument subsidies zijn overgeheveld naar het instrument bekostiging onder hbo en wo;
  4. de niet-wettelijke taak die Nuffic heeft uitgevoerd ten behoeve van het Alumni-netwerk (een plek waar alumni, studenten, stagiairs, ambassades, organisaties en Nederlandse ho-instellingen elkaar ontmoeten) is per 2022 beëindigt, hierdoor ontstaat een meevaller van € 0,9 miljoen;
  5. diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naar andere departementen, beleidsinstrumenten en -artikelen) die het budget per saldo in totaal verlagen met € 1,0 miljoen.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt met € 16,0 miljoen verlaagd. Het betreft de middelen voor zelftesten, enerzijds is hiervoor € 4,4 overgeheveld vanuit de subsidies van hbo en wo en anderzijds is een deel van deze middelen dat niet in 2022 wordt uitgeput (zijnde € 20,4 miljoen) afgeboekt in 2022 en opgeboekt in 2023 zodat het beleid indien nodig ook in dat jaar kan worden voortgezet.

3.6 Beleidsartikel 8. Internationaal beleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 14.368 20.483 92 ‒ 197 20.378
Uitgaven 14.368 20.258 92 ‒ 197 20.153
waarvan juridisch verplicht 95,9%
Subsidies (regelingen) 7.588 8.100 69 ‒ 183 7.986
Stichting Ons Erfdeel 185 185 0 0 185
Stichting Nuffic 824 999 0 ‒ 28 971
Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training 3.957 4.089 0 0 4.089
Internationalisering onderwijs 1.020 1.062 0 ‒ 62 1.000
Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) 760 846 0 0 846
Netherlands house for Education and Research (Neth-ER) 600 625 0 0 625
Incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuur 157 157 0 ‒ 43 114
Overige incidentele subsidies 85 137 69 ‒ 50 156
Opdrachten 2.801 3.865 20 1 3.886
Opdrachten 2.801 3.865 20 1 3.886
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 3.499 7.813 3 ‒ 15 7.801
Nederlandse Taalunie 2.941 7.232 3 ‒ 110 7.125
Europa College Brugge 31 32 0 0 32
Unesco 51 53 0 0 53
OESO CERI 88 92 0 0 92
Fulbright Center 368 383 0 37 420
EU-programma's en activiteiten 20 21 0 0 21
Overige bijdragen 0 0 0 58 58
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 480 480 0 0 480
Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa) 480 480 0 0 480
Ontvangsten 99 99 0 0 99

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 0,1 miljoen verlaagd. Dit betreft meevallers bij het instrument Subsidies.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 0,1 miljoen verlaagd. Dit betreft meevallers bij het instrument Subsidies.

3.7 Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 207.219 216.176 239 ‒ 4.791 211.624
Uitgaven 205.219 211.176 340 ‒ 12.291 199.225
waarvan juridisch verplicht 50,4% 96,1% 99,9%
Bekostiging 49.484 50.360 0 ‒ 349 50.011
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 49.484 50.360 0 ‒ 349 50.011
Subsidies (regelingen) 148.830 154.231 500 ‒ 12.000 142.731
Lerarenbeurs 76.586 78.881 0 ‒ 8.000 70.881
Zij-instroom 49.405 50.924 500 ‒ 600 50.824
Wet Beroep Leraar en Lerarenregister 2.211 2.197 0 ‒ 2.000 197
Aanpak lerarentekort 19.439 20.019 0 ‒ 1.000 19.019
Overige subsidies 1.189 2.210 0 ‒ 400 1.810
Opdrachten 3.831 3.395 ‒ 160 58 3.293
Opdrachten 3.831 3.395 ‒ 160 58 3.293
Bijdrage aan agentschappen 3.074 3.190 0 0 3.190
Dienst Uitvoering Onderwijs 3.074 3.190 0 0 3.190
Ontvangsten 6.500 6.500 0 0 6.500

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden per saldo met € 4,6 miljoen verlaagd, met name door een verlaging van het budget voor de lerarenbeurs. Het verschil tussen verplichtingen- en uitgavenmutaties is € 7,5 miljoen. Hiervan wordt € 4,5 miljoen verklaard door de Subsidieregeling Onderwijsassistenten Opleiding tot Leraar, waarbij een subsidie voor vier jaar in een keer wordt verplicht. De overige € 3,0 miljoen wordt verklaard door Samen Opleiden en Professionaliseren waarbij de aanvullende bekostiging voor aspiranten in een keer voor twee jaar wordt verplicht.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Subsidies

Het budget wordt per saldo met € 12,0 miljoen verlaagd. Dit komt onder andere door verlaging van subsidieregeling Lerarenbeurs, de Aanpak Lerarentekort en de Wet Beroep Leraar. Bij de subsidieregeling Lerarenbeurs was het aantal aanvragen lager dan vooraf ingeschat en resteert nog een deel van het budget. Van € 8,0 miljoen is al met zekerheid te zeggen dat dit budget dit jaar niet nodig is. Bij de Regeling Aanpak Personeelstekort is er een meevaller van € 1,0 miljoen. Het aantal aanvragen was lager dan vooraf begroot. Door het besluit om het lerarenportfolio af te schaffen is er een meevaller van € 2,0 miljoen op het budget Wet Beroep Leraar.

3.8 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 4.968.439 4.838.831 886.969 ‒ 160.367 5.565.433
Uitgaven 4.968.439 4.838.831 886.969 ‒ 160.367 5.565.433
waarvan juridisch verplicht 100%
Inkomensoverdracht 1.458.343 1.557.046 889.669 ‒ 58.037 2.388.678
Basisbeurs gift (R) 423.616 504.233 0 ‒ 5.000 499.233
Aanvullende beurs gift (R) 769.726 746.940 1.006 ‒ 15.000 732.946
Reisvoorziening gift (R) ‒ 42.705 ‒ 43.163 960.000 ‒ 15.000 901.837
Caribisch Nederland gift (R) 2.894 2.971 0 0 2.971
Studievoorschotvouchers (R) 0 0 1.663 ‒ 1.500 163
Overige uitgaven (R) 304.812 346.065 ‒ 73.000 ‒ 21.537 251.528
Leningen 3.367.673 3.122.320 0 ‒ 100.000 3.022.320
Basisbeurs prestatiebeurs (NR) ‒ 193.415 ‒ 256.026 0 0 ‒ 256.026
Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR) 120.024 140.175 0 ‒ 5.000 135.175
Reisvoorziening (NR) 160.180 176.199 0 20.000 196.199
Rentedragende lening (NR) 2.972.723 2.742.662 0 ‒ 90.000 2.652.662
Collegegeldkrediet (NR) 254.231 240.095 0 ‒ 30.000 210.095
Leven lang leren krediet (NR) 25.834 27.383 0 0 27.383
Overige uitgaven (NR) 28.096 51.832 0 5.000 56.832
Bijdrage aan agentschappen 142.423 159.465 ‒ 2.700 ‒ 2.330 154.435
Dienst Uitvoering Onderwijs 142.423 159.465 ‒ 2.700 ‒ 2.330 154.435
Ontvangsten 1.211.951 1.182.316 0 ‒ 65.000 1.117.316
Ontvangsten (R) 73.432 67.148 0 ‒ 5.000 62.148
Ontvangen rente (R) 52.280 47.181 0 ‒ 5.000 42.181
Overige ontvangsten (R) 20.932 19.642 0 0 19.642
Ontvangsten Caribisch Nederland ® 220 325 0 0 325
Ontvangsten (NR) 1.138.519 1.115.168 0 ‒ 60.000 1.055.168
Terugontvangen lening (NR) 1.138.519 1.115.168 0 ‒ 60.000 1.055.168

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Toelichting instrumenten (algemeen):

Het onderscheid relevant en niet-relevant is in onderstaande toelichting als uitgangspunt genomen. Relevant betekent relevant voor het begrotingstekort/EMU-saldo. De relevante uitgaven worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en door de omzetting van uitgekeerde prestatiebeurs in gift (na behalen van het diploma binnen 10 jaar). Onder de niet-relevante uitgaven vallen vooral de betalingen van prestatiebeurzen (zolang die nog niet omgezet zijn in een gift) en verstrekte rentedragende leningen.

De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op verstrekte studieleningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van rentedragende leningen.

Uitgaven

De totale uitgaven en verplichtingen op Artikel 11 (Studiefinanciering) worden met € 726,6 miljoen naar boven bijgesteld. De inkomensoverdrachten worden met € 831,6 miljoen naar boven bijgesteld. Het budget voor de leningen wordt met € 100,0 miljoen naar beneden bijgesteld en het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) wordt met € 5,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Hieronder wordt per instrument toegelicht hoe de bijstellingen tot stand zijn gekomen.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

De relevante uitgaven worden met € 831,6 miljoen naar boven bijgesteld. Op de onderlinge posten zijn er verschillende bijstellingen, die bestaan uit de volgende elementen:

  1. De raming van de basisbeurs wordt op basis van realisatiecijers per saldo met € 5,0 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dit betreft een bijstelling omlaag van € 10,0 miljoen op de beurs die direct als gift wordt uitgekeerd en een bijstelling omhoog van € 5,0 miljoen op de omzetting van prestatiebeurs naar gift.
  2. De raming van de aanvullende beurs wordt op basis van realisatiecijfers met € 14,0 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dit betreft een bijstelling van € 14,0 miljoen van de aanvullende beurs die direct als gift wordt uitgekeerd.
  3. De reisvoorziening wordt per saldo met € 945,0 miljoen verhoogd. Dit is het gevolg van een kasschuif van 2023 naar 2022 van € 960,0 miljoen, mede op verzoek van de ov-bedrijven. Daarnaast is er sprake van een neerwaartse bijstelling van € 5,0 miljoen op de omzettingen van prestatiebeurs in gift en een neerwaartse bijstelling van € 10,0 miljoen voor de bijdrage studerenden aan ov.
  4. De overige uitgaven worden met € 94,5 miljoen verlaagd. Dit komt onder andere doordat de kwijtscheldingen als gevolg van de kinderopvangtoeslagaffaire per saldo met € 33,0 miljoen naar beneden zijn bijgesteld. Daarnaast zijn op basis van realisatiecijfers de overige uitgaven met € 20,0 miljoen neerwaarts bijgesteld. Ook is er sprake van een neerwaartse bijstelling van € 40,0 miljoen op de uitgaven aan het nationaal programma onderwijs. De betreffende studenten blijven recht houden op deze middelen en dus zijn er in 2023 middelen nodig om aan de reeds aangegane verplichtingen te voldoen. Bij de voorjaarsnota zal worden bezien hoe het benodigde budget voor 2023 gedekt kan worden.

Leningen

De niet-relevante uitgaven worden per saldo met € 100,0 miljoen verlaagd. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. De niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met

    € 0 miljoen bijgesteld. De toekenningen prestatiebeurs worden omlaag bijgesteld met € 15,0 miljoen als gevolg van de reeds bekende realisatie. Tevens bevat deze post de tegenboeking van de relevante omzettingen van prestatiebeurs in gift (€ -5,0 miljoen). Daarnaast is er een bijstelling omhoog op de omzettingen van prestatiebeurs in lening van € 20,0 miljoen. Dit betekent dat er minder basisbeurs prestatiebeurzen in lening zijn omgezet dan geraamd.

  2. De niet-relevante uitgaven aanvullende beurs zijn per saldo met € 5,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit betreft een neerwaartse bijstelling van € 10,0 miljoen op de toekenningen prestatiebeurs. Daarnaast bevat deze post de bijstelling op de omzettingen van prestatiebeurs in lening van € 5,0 miljoen.
  3. De niet-relevante uitgaven aan de reisvoorziening worden per saldo met € 20,0 miljoen naar boven bijgesteld. Het betreft enerzijds een verhoging van de reisvoorziening met € 10,0 miljoen omdat er meer reisvoorziening aan studenten is toegekend dan is geraamd. Deze post bevat anderzijds de tegenboeking van de relevante post omzettingen naar gift van € 5,0 miljoen. Daarnaast is de omzetting naar lening € 5,0 miljoen naar boven bijgesteld. Er wordt minder reisvoorziening naar lening omgezet dan eerder geraamd.
  4. De niet-relevante uitgaven op de post rentedragende lening zijn naar beneden bijgesteld met € 90,0 miljoen. Uit de realisatiegegevens tot en met juli 2022 blijkt dat de uitgaven aan de rentedragende lening € 60,0 miljoen lager zijn dan eerder geraamd. Deze post bevat ook de tegenboekingen van de omzettingen van prestatiebeurs naar lening. Er zijn minder prestatiebeurzen naar lening omgezet dan eerder geraamd, dit zorgt voor een bijstelling naar beneden van € 30,0 miljoen.
  5. De niet-relevante uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 30,0 miljoen als gevolg van de reeds bekende realisatie.
  6. De niet-relevante overige uitgaven zijn op basis van de realisatie met

    € 5,0 miljoen verhoogd.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met € 5,0 miljoen verlaagd. Dit komt door een neerwaartse bijstelling van € 2,7 miljoen doordat de uitvoeringskosten voor de kwijtscheldingen als gevolg van de kinderopvangtoeslagaffaire in 2022 lager uitvallen. Daarnaast vindt een neerwaartse bijstelling van € 0,8 miljoen plaats omdat uit de uitvoeringstoets blijkt dat de kosten voor de herinvoering van de basisbeurs lager uitvallen dan eerder begroot. Als laatste is de bijdrage € 1,4 miljoen neerwaarts bijgesteld vanwege het vrijvallen van een balanspost.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 65,0 miljoen verlaagd.

  1. De relevante ontvangsten worden omlaag bijgesteld met € 5,0 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door lagere rente ontvangsten op basis van de reeds bekende realisatie.
  2. De niet-relevante ontvangsten worden omlaag bijgesteld met € 60,0 miljoen. Op basis van realisatiegegevens blijkt dat er een lager bedrag aan lening is terugbetaald.

3.9 Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 67.116 70.721 0 0 70.721
Uitgaven 67.116 70.721 0 0 70.721
waarvan juridisch verplicht 100%
Inkomensoverdracht 64.578 68.086 0 0 68.086
Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R) 3.641 3.985 0 0 3.985
Deeltijd vo (R) 2.001 1.836 0 0 1.836
Volwassenenonderwijs (vavo) (R) 5.149 5.756 0 0 5.756
Meerderjarige scholieren vo (R) 49.999 52.746 ‒ 197 0 52.549
Meerderjarige scholieren vso (R) 3.788 3.763 197 0 3.960
Leningen 14 14 0 0 14
STOEB/ALR (NR) 14 14 0 0 14
Bijdrage aan agentschappen 2.524 2.621 0 0 2.621
Dienst Uitvoering Onderwijs (R) 2.524 2.621 0 0 2.621
Ontvangsten 2.174 1.997 0 0 1.997
Tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo (R ) 285 189 0 0 189
Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R ) 1.889 1.808 0 0 1.808

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven.

3.10 Beleidsartikel 13. Lesgelden

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 14.249 14.807 0 0 14.807
Uitgaven 14.249 14.807 0 0 14.807
waarvan juridisch verplicht 100%
Bijdrage aan agentschappen 14.249 14.807 0 0 14.807
Dienst Uitvoering Onderwijs 14.249 14.807 0 0 14.807
Ontvangsten 215.480 196.346 0 0 196.346

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven.

3.11 Beleidsartikel 14. Cultuur

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 784.908 1.215.615 ‒ 141.289 168.996 1.243.322
Uitgaven 1.451.579 1.671.737 555 ‒ 10.804 1.661.488
waarvan juridisch verplicht 97,0% 97,9%
Bekostiging 1.002.323 1.043.427 ‒ 4.841 4.024 1.042.610
Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen 242.967 250.542 660 ‒ 4.081 247.121
Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen 272.701 286.398 783 13.559 300.740
Museale instellingen met een wettelijke taak 247.611 258.138 1 ‒ 956 257.183
Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen 24.092 25.031 180 ‒ 312 24.899
Digitale openbare bibliotheek 18.368 22.026 ‒ 100 0 21.926
Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten 12.537 13.026 0 0 13.026
Monumentenzorg 148.583 151.993 ‒ 6.365 ‒ 2.603 143.025
Archieven incl. Regionale Historische Centra 29.650 30.155 0 ‒ 1.583 28.572
Flankerend beleid huisvesting 5.813 6.117 0 0 6.117
Cultuureducatie met Kwaliteit 1 1 0 0 1
Subsidies (regelingen) 207.445 356.120 ‒ 2.925 ‒ 12.900 340.295
Verbreden inzet cultuur 9.331 14.238 0 983 15.221
Internationaal cultuurbeleid ( incl. HGIS) 8.356 9.445 0 ‒ 195 9.250
Programma leesbevordering 3.967 17.008 0 5.959 22.967
Creatieve Industrie 1.728 1.903 562 2.465
Specifiek cultuurbeleid 181.651 308.234 ‒ 2.925 ‒ 22.774 282.535
Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2.412 5.292 0 2.565 7.857
Opdrachten 194.416 201.030 ‒ 45 ‒ 3.477 197.508
Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis 2.068 1.719 ‒ 45 ‒ 240 1.434
Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 10.024 13.395 83 ‒ 182 13.296
Overige opdrachten 182.324 185.916 ‒ 83 ‒ 3.055 182.778
Bijdrage aan agentschappen 44.438 51.138 ‒ 19 1.130 52.249
Nationaal Archief 44.438 51.138 ‒ 19 1.130 52.249
Bijdrage aan medeoverheden 0 18.100 8.385 329 26.814
Bijdragen aan medeoverheden 0 18.100 8.385 329 26.814
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 2.957 1.922 0 90 2.012
Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties 2.957 1.922 0 90 2.012
Ontvangsten 47.043 56.628 8.229 23.239 88.096
Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 784.908 1.215.615 ‒ 141.289 168.996 1.243.322
waarvan garantieverplichtingen 0 45.704 ‒ 143.144 112.065 14.625
waarvan overige verplichtingen 418.566 1.161.412 10.354 56.931 1.228.697

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De totale verplichtingenraming wordt verhoogd met € 27,7 miljoen. De garantieverplichtingen worden verlaagd met € 31,1 miljoen. Naast de garantieverplichtingen is de verplichtingenraming, onafhankelijk van de uitgavenraming, verhoogd met € 77,5 miljoen. Het grootste deel van de verhoging is uitgevoerd om zeker te zijn dat er voldoende ruimte is voor het aangaan van de verplichtingen voor de monumentenzorg. Daarnaast is de raming verhoogd omdat uit de extra cultuurmiddelen van het coalitieakkoord enkele verplichtingen meerjarig worden aangegaan.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Subsidies

De uitgavenraming wordt met € 15,8 miljoen verlaagd. Het grootste deel hiervan wordt veroorzaakt door een interne overboeking van € 11,5 miljoen uit de coalitieakkoordmiddelen naar het financiële instrument Bekostiging voor de subsidieregeling Production Incentive High End Series bij het Filmfonds.

Ontvangsten

De ontvangstenraming wordt verhoogd met € 31,5 miljoen. Deze verhoging bestaat uit extra ontvangsten uit de lagere vaststelling van subsidies in het kader van de steunpakketten voor COVID-19 (€ 22,3 miljoen), desalderingen ten laste van het Museaal aankoopfonds voor de aankoop van kunst (€ 5,2 miljoen) en desaldering van middelen voor het archiefstelsel ten behoeve van transitiekosten voor RHC’s (€ 2,0 miljoen) en leenrechtvergoeding (€ 2,0 miljoen).

3.12 Beleidsartikel 15. Media

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 1.053.522 1.178.410 9.739 48 1.188.197
Uitgaven 1.053.522 1.139.875 1.085 48 1.141.008
waarvan juridisch verplicht 98,3%
Bekostiging 1.040.773 1.107.574 937 315 1.108.826
Landelijke publieke omroep 824.968 851.640 1.000 0 852.640
Regionale Omroep 153.850 162.870 53 ‒ 29 162.894
Stichting Omroep Muziek 17.130 18.251 0 ‒ 4 18.247
Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIGB) 24.313 25.577 0 ‒ 5 25.572
Stimuleringsfonds voor Journalistiek 2.276 2.394 0 315 2.709
Filmfonds van de omroep en Telefilm (COBO) 3.737 2.524 0 0 2.524
Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik) 1.620 1.704 0 11 1.715
Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) 1.673 1.760 0 0 1.760
Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve 10.395 39.762 ‒ 116 38 39.684
Overige bekostiging media 811 1.092 0 ‒ 11 1.081
Subsidies (regelingen) 7.132 21.553 146 3.903 25.602
Subsidies 7.132 17.736 ‒ 8.279 2.359 11.816
Werk aan Uitvoering 0 3.817 0 ‒ 442 3.375
Onderzoeksjournalistiek 0 0 2.364 ‒ 2.364 0
Lokale journalistiek 0 0 6.061 4.350 10.411
Opdrachten 649 5.523 0 ‒ 4.350 1.173
Opdrachten 649 5.523 0 ‒ 4.350 1.173
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 4.903 5.158 0 175 5.333
Commissariaat voor de Media 4.903 5.158 0 175 5.333
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 65 67 2 5 74
European Audiovisual Observatory 65 67 2 5 74
Ontvangsten 146.110 168.150 0 0 168.150

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 9,8 miljoen verhoogd.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Opdrachten

Het instrument opdrachten wordt per saldo verlaagd met € 4,4 miljoen. De verlaging wordt veroorzaakt door een overboeking naar het instrument subsidies van de coalitieakkoord middelen voor de versterking van de lokale journalistiek. Gepland was om deze te realiseren op het instrument opdrachten. Realisatie zal op het instrument subsidies plaatsvinden.

Ontvangsten

De raming van de Ster-inkomsten wordt zoals gebruikelijk bij de 2e Suppletoire Begroting niet aangepast. Bij Jaarverslag en Slotwet worden de ontvangsten aangepast aan de hand van de definitieve realisatie over het afgelopen jaar. De mediabegrotingsbrief bevat wel een update van de verwachte afdracht.

3.13 Beleidsartikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 1.236.172 1.577.796 ‒ 119.524 190.429 1.648.701
Uitgaven 1.241.629 1.546.103 ‒ 119.524 16.910 1.443.489
waarvan juridisch verplicht 99,8%
Bekostiging 1.102.425 1.299.707 ‒ 23.163 21.171 1.297.715
NWO 493.335 533.207 ‒ 26.360 1.632 508.479
KNAW 94.934 98.844 549 1.449 100.842
KB 50.335 52.631 0 7.908 60.539
NWO Talentenontwikkeling 169.561 165.885 0 0 165.885
NWO TTW 8.177 8.000 0 0 8.000
NWO grootschalige researchinfrastructuur 56.608 55.380 0 0 55.380
NWO Praktijkgericht onderzoek 57.278 58.728 1.814 3.600 64.142
Nationaal Regieorgaan onderwijsonderzoek 30.834 39.021 334 2.717 42.072
Poolonderzoek 3.181 3.147 0 0 3.147
Caribisch Nederland 2.555 2.500 0 0 2.500
NWO NWA 135.627 133.364 0 3.865 137.229
NWO Fonds onderzoek en wetenschap 0 134.000 500 0 134.500
NWO Praktijk onderzoek en wetenschap 0 15.000 0 0 15.000
Subsidies (regelingen) 27.783 129.527 ‒ 100.419 166 29.274
Naturalis Biodiversity Center 7.230 7.489 36 0 7.525
BPRC 10.918 11.310 40 0 11.350
NCWT/NEMO 3.534 3.661 0 0 3.661
STT 231 239 0 0 239
Stichting AAP 1.084 1.124 0 0 1.124
Nationale coördinatie 4.786 4.564 ‒ 495 166 4.235
Subsidie Fonds onderzoek en wetenschap 0 100.000 ‒ 100.000 0 0
Nationaal Groeifonds 0 1.140 0 0 1.140
Opdrachten 536 1.543 3.308 ‒ 1.823 3.028
Opdrachten 536 751 1.000 777 2.528
Opdrachten Fonds onderzoek en wetenschap 0 792 2.308 ‒ 2.600 500
Bijdrage aan agentschappen 881 962 750 202 1.914
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 881 962 0 202 1.164
RVO Fonds onderzoek en wetenschap 0 0 750 0 750
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 110.004 114.364 0 ‒ 2.806 111.558
EMBC 1.264 1.316 0 ‒ 76 1.240
EMBL 5.329 5.747 0 ‒ 93 5.654
ESA 33.387 34.752 0 ‒ 384 34.368
CERN 51.417 55.919 0 ‒ 2.318 53.601
ESO 15.869 16.518 0 177 16.695
NTU/INL 2.738 112 0 ‒ 112 0
Ontvangsten 101 101 0 4 105
Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 1.236.172 1.577.796 ‒ 119.524 190.429 1.648.701
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 ‒ 1.137 ‒ 1.137
waarvan overige verplichtingen 1.236.172 1.577.796 ‒ 119.524 191.566 1.649.838

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 70,9 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties à € 173,5 miljoen wordt veroorzaakt door verplichtingenmutaties zonder kaseffect. Het gaat hierbij met name om:

  1. Bijstellen van de verplichting ten behoeve van NWO Fonds Onderzoek en Wetenschap voor € 152,0 miljoen.
  2. Bijstellen van de verplichting ten behoeve van NWO Praktijkgericht Onderzoek Fonds Onderzoek en Wetenschap voor € 15,0 miljoen.
  3. Bijstellen van de verplichting ten behoeve van KNAW voor € 1,4 miljoen.
  4. Bijstellen van de verplichting ten behoeve van Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek voor € 2,0 miljoen.
  5. Bijstellen van de verplichting ten behoeve van NWO Praktijkgericht onderzoek voor € 1,8 miljoen.
  6. Bijstellen van de verplicng ten behoeve van Nationaal Groeifonds voor € 1,7 miljoen.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met € 2,0 miljoen verlaagd. Deze verlaging houdt onder andere verband met het herverdelen van SEO middelen (€ 24,5 miljoen) en diverse overboekingen naar Artikel 16 (Onderzoek en wetenschapsbeleid) ten behoeve van NWO (€ 12,7 miljoen), KNAW (€ 2,0 miljoen) en KB (€ 7,9 miljoen).

Subsidies

Het budget wordt per saldo met € 100,3 miljoen verlaagd. Deze verlaging is het gevolg van het overboeken van de middelen voor Starters- en Stimuleringsbeurzen naar Artikel 7 (Wetenschappelijk Onderwijs).

3.14 Beleidsartikel 25. Emancipatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 7.099 63.841 10.136 ‒ 4.429 69.548
Uitgaven 14.541 20.558 136 ‒ 4.429 16.265
waarvan juridisch verplicht 78,5%
Bekostiging 8.791 7.114 0 330 7.444
Kennisinfrastructuur: Gender- en LHBTI- gelijkheid 8.791 7.114 0 330 7.444
Subsidies (regelingen) 3.111 10.148 ‒ 100 ‒ 2.849 7.199
Gender- en LHBTI-gelijkheid 2017-2022 3.111 10.148 ‒ 100 ‒ 2.849 7.199
Opdrachten 1.073 3.072 266 ‒ 1.716 1.622
Opdrachten 1.073 3.072 266 ‒ 1.716 1.622
Bijdrage aan medeoverheden 1.566 224 ‒ 30 ‒ 194 0
Gemeentefonds gender- en LHBTI-gelijkeid 1.566 224 ‒ 30 ‒ 194 0
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 0 0 0 0 0
Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken 0
Ontvangsten 0 0 0 0 0

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

Bij Najaarsnota 2022 zijn de verplichtingen per saldo met € 5,3 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door een verhoging van de verplichtingen met € 10,0 miljoen bij Miljoenennota in het kader van de nieuwe alliantieperiode 2023-2027.

Uitgaven

De uitgaven zijn per saldo met € 4,3 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Subsidies

De uitgaven zijn per saldo verlaagd met € 2,8 miljoen. In het kader van de Tegemoetkomingsregeling «Wet wijziging geregistreerd geslacht 1985-2014» is sprake van een overlopende verplichting van € 3,1 miljoen. De regeling heeft een looptijd tot oktober 2023.

Opdrachten

De uitgaven zijn verlaagd met € 1,7 miljoen. Een bedrag van € 0,6 miljoen is overgeboekt naar andere departementen ten behoeve van onderzoek dat uitgevoerd wordt als onderdeel van het Nationaal actieprogramma seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (SGGSG).

De geplande publiekscampagne rondom het Nationaal actieprogramma heeft een langere voorbereidingstijd als gevolg van het verplicht te doorlopen CASI-traject waardoor verplichtingen pas in 2023 worden aangegaan. Daarnaast is besloten deze campagne een meerjarig karakter te geven. Hierdoor wordt in 2022 € 1,1 miljoen minder uitgegeven.

Bijdrage Medeoverheden

De uitgaven zijn met € 0,2 miljoen verlaagd. Voor actieve gemeenten op het gebied van gender- en lhbtiq+-emancipatiebeleid wordt via een decentralisatie-uitkering budget overgeheveld naar het Gemeentefonds. De verantwoordelijkheid voor deze middelen is belegd bij de gemeenten zelf. In het laatste jaar van de programma’s regenboogsteden en veilige steden hebben minder gemeenten aanspraak gemaakt op de bijdrage.

4 De niet-beleidsartikelen

4.1 Nog onverdeeld

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 0 0 0 0 0
Uitgaven 0 0 0 0 0
Loonbijstelling 0 0 0 0 0
waarvan programma
waarvan apparaat
Prijsbijstelling 0 0 0 0 0
waarvan programma
waarvan apparaat
Onvoorzien 0 0 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0 0 0

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven.

4.2 Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid

Mutaties Miljoenennota Overige mutaties 2e suppletoire begroting
Verplichtingen 277.842 354.140 ‒ 12.599 ‒ 21.049 320.492
Uitgaven 277.842 354.140 ‒ 2.599 ‒ 31.049 320.492
Personele uitgaven 217.659 286.812 ‒ 3.158 ‒ 30.901 252.753
waarvan eigen personeel 207.378 275.250 ‒ 3.921 ‒ 30.901 240.428
waarvan inhuur externen 6.029 7.184 763 0 7.947
waarvan overige personele uitgaven 4.252 4.378 0 0 4.378
Materiële uitgaven 60.183 67.328 559 ‒ 1.723 66.164
waarvan ICT 10.170 14.183 ‒ 21 ‒ 1.590 12.572
waarvan bijdrage aan SSO's 21.155 22.216 0 ‒ 132 22.084
waarvan overige materiële uitgaven 28.858 30.929 580 ‒ 1 31.508
Begrotingsreserve schatkistbankieren 0 0 0 1.575 1.575
Ontvangsten 567 567 0 1.575 2.142

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2022» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2022» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Personele uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 34,1 miljoen verlaagd. De verlaging wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  1. diverse overlopende verplichtingen (€ 13,1 miljoen): enkele programma’s en projecten hebben vertraging opgelopen, onder andere door onzekerheid rond de beschikbare budgetten en door de lange levertijden van meubilair en ICT;
  2. een aantal interne overboekingen (€ 5,4 miljoen): het betreft hier voornamelijk overboekingen naar programmageld, zoals de extra middelen voor Kennisveiligheid uit het Coalitieakkoord. Deze waren bij 1e suppletoire begroting geparkeerd op Artikel 95 (Apparaat kerndepartement). Inmiddels is voor 2022 duidelijk welk deel hiervan programma is, en dat is overgeboekt naar Artikel 16 (Onderzoek en Wetenschapsbeleid);
  3. onderuitputting (€ 15,0 miljoen): onder andere doordat er door de krappe arbeidsmarkt problemen zijn bij het aantrekken van capaciteit. Hierdoor staan vacatures langer open en dat leidt tot onderuitputting op de apparaatskosten.

Materiële uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 1,2 miljoen verlaagd.

Begrotingsreserve schatkistbankieren

Het budget voor Begrotingsreserve schatkistbankieren wordt met € 1,6 miljoen verhoogd.

Het ministerie van OCW staat garant voor onderwijsinstellingen die bij de Staat lenen (schatkistbankieren). Voor het risico dat het ministerie hierdoor loopt, ontvangt het ministerie van OCW een vergoeding (risicopremie). Deze premie wordt (via een desaldering) toegevoegd aan de Begrotingsreserve schatkistbankieren.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 1,6 miljoen verhoogd. Zie hiervoor de toelichting bij de Begrotingsreserve schatkistbankieren.

5 Agentschappen

5.1 Agentschap DUO

In deze paragraaf is de 2e suppletoire begroting opgenomen van de Dienst Uitvoering Onderwijs. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, informatievoorziening alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden.

Baten
Omzet moederdepartement 269.766 40.348 25.561 335.675
Omzet overige departementen 78.724 0 ‒ 4.393 74.331
Omzet derden 4.930 0 881 5.811
Rentebaten 0 0 0
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 0 0 0
Totaal baten 353.420 40.348 22.049 415.817
Lasten
Apparaatskosten 324.495 40.348 21.933 386.776
Personele kosten 229.208 23.687 19.459 272.354
Waarvan eigen personeel 191.720 9.036 387 201.143
Waarvan externe inhuur 30.386 14.413 15.961 60.760
Waarvan overige personele kosten 7.102 238 3.111 10.451
Materiële kosten 95.287 16.661 2.474 114.422
Waarvan apparaat ICT 26.335 885 8.786 36.006
Waarvan bijdrage aan SSO’s 24.350 818 ‒ 2.979 22.189
Waarvan overige materiële kosten 44.602 14.958 ‒ 3.333 56.227
Rentelasten 100 0 ‒ 16 84
Afschrijvingskosten 27.225 0 82 27.307
Materieel 13.000 0 ‒ 1.531 11.469
- waarvan apparaat ICT 12.500 0 ‒ 1.531 10.969
- waarvan overige materiële afschrijvingskosten 500 0 0 500
Immaterieel 14.225 0 1.613 15.838
Overige lasten 1.500 0 0 1.500
Dotaties voorzieningen 1.500 0 0 1.500
Bijzondere lasten 0 0 0 0
Totaal lasten 353.320 40.348 21.999 415.667
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 100 0 50 150
Agentschapdeel Vpb lasten 100 0 0 100
Saldo van baten en lasten 0 0 50 50

Toelichting

Zowel de baten als de lasten van de 2e suppletoire begroting laten een stijging zien van € 22,0 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Per saldo wordt een resultaat van nihil verwacht.

Baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is € 25,6 miljoen hoger dan de 1e suppletoire begroting. Dit wordt verklaard door de dienstverlening vanuit de Shared Service Organisatie Noord (€ 5,2 miljoen) en de uitvoering van extra werkzaamheden voor de werkplekdienstverlening ten behoeve van het departement verricht voor het moederdepartement en onder haar vallende diensten (€ 2,3 miljoen). Daarnaast betreft het bijstellingen in de (basis)dienstverlening welke per saldo € 2,8 miljoen belopen, zoals de uitvoering van diverse zogenaamde overige taken (zoals digitalisering examens FACET, telefonische bereikbaarheid, uitvoering eindtoets primair onderwijs en de uitvoering van de regeling kwijtschelden schulden gedupeerden kinderopvangtoeslag). Daarnaast is per saldo € 12,8 miljoen extra besteed aan (beleids-)opdrachten en is € 2,5 miljoen besteed in het kader van Werken aan Uitvoering. De genoemde extra omzet van € 25,6 miljoen wordt voor € 7,4 miljoen gedekt vanuit Artikel 95 (Apparaat kerndepartement). Daarnaast is € 12,4 miljoen gedekt vanuit middelen die DUO in eerdere jaren reeds heeft ontvangen maar die niet volledig zijn aangewend in het betreffende jaar (balansposten) en de overige € 5,8 miljoen vanuit middelen die reeds beschikbaar waren op de OCW begroting.

Omzet overige departementen en derden

De omzet overige departementen en derden daalt met € 3,5 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Het betreft met name een afname van de omzet ten behoeve van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de Inburgeringstaak (€ 3,5 miljoen) en het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (€ 0,8 miljoen). Tevens is de omzet vanuit detachering van personeel aan andere overheidsinstellingen afgenomen (€ 0,1 miljoen). Hier staat tegenover een toename van dat de omzet Derden met betrekking tot de examenbijdrage van kandidaten voor de staatsexamens (€ 0,9 miljoen).

Lasten

Apparaatskosten

De kosten van de 2e suppletoire begroting laten eveneens een stijging zien van € 22,0 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2022. De personele begroting laat een stijging zien van € 19,5 miljoen. Deze stijging wordt deels veroorzaakt door de algemene loonstijging als gevolg van de nieuw afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst. Daarnaast is er sprake van een toename van personele kosten als gevolg van personele inzet op verbetering telefonische bereikbaarheid, uitvoering van het digitaal afnemen van toetsen en examens en de intensivering handhaving studiefinanciering en additionele inzet op (beleids-)opdrachten. De verschuiving tussen eigen personeel en externe inhuur hangt samen met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De invulling van vacatures blijft achter waardoor de post externe inhuur sneller toeneemt dan intern personeel. De materiële begroting laat een stijging zien van € 2,4 miljoen, samenhangend met de bovengenoemde uitbreiding van de dienstverlening voor zowel het moederdepartement als voor andere ministeries. De afschrijvingen laten een stijging zien van € 0,1 miljoen samenhangend met de oplopende reeks afschrijvingslasten immaterieel vast actief vanuit de vernieuwing van het ICT-landschap. De rentelasten laten een lichte daling zien ten opzichte van de oorspronkelijke begroting.

Kasstroomoverzicht

1. Rekening courant RHB 1 januari 2021 14.794 14.794
Totaal ontvangen operationele kasstroom (+) 353.420 40.348 9.649 403.417
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 324.495 ‒ 40.348 ‒ 21.933 ‒ 386.776
2. Totaal operationele kasstroom 28.925 0 ‒ 12.284 16.641
3a Totaal investeringen (-/-) ‒ 50.800 ‒ 20.900 8.000 ‒ 63.700
3b Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0
3. Totaal investeringskasstroom ‒ 50.800 ‒ 20.900 8.000 ‒ 63.700
4a Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0
4b Eenmalig storting van moederdepartement (+) 0
4c Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 14.200 ‒ 2.592 0 ‒ 16.792
4d Beroep op leenfaciliteit (+) 38.800 20.900 ‒ 8.000 51.700
4. Totaal financieringskasstroom 24.600 18.308 ‒ 8.000 34.908
5. Rekening courant RHB 31 december 2021 (=1+2+3+4) 17.519 ‒ 2.592 ‒ 12.284 2.643

Toelichting

Het kasstroomoverzicht is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke begroting op basis van de nu voorziene additionele omzet en kosten, rekening houdend met via de balans gereserveerde middelen voor in 2022 doorlopende projecten. Uit het kasstroomoverzicht valt ook af te lezen dat van de investeringen in (im)materiële vaste circa activa € 8,0 miljoen doorschuift naar 2023. Het beroep op de leenfaciliteit is hierop aangepast.