[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2023 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2023D15964, datum: 2023-05-11, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 2

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36350-VIII-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36350 VIII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2023 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).

Onderdeel van zaak 2023Z06779:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2022‒2023
36 350VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2023 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2023 wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  2. de begrotingsstaat inzake het agentschap DUO van dit ministerie.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,





R.H. Dijkgraaf


De Minister voor Primair en Voorgezet Onderwijs,





A.D. Wiersma

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

In deze Eerste Suppletoire Begroting van OCW zijn de effecten van besluiten van het Kabinet over de Voorjaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Voorjaarsnota. Allereerst is de begrotingsstaat voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap opgenomen. Hierin wordt inzicht gegeven in de financiële wijzigingen die op (beleids)artikelniveau worden voorgesteld in de begroting voor het jaar 2023.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs is verantwoordelijk voor Artikel 1 (primair onderwijs), Artikel 3 (voortgezet onderwijs) en Artikel 9 (arbeidsmarkt- en personeelsbeleid). De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor de overige artikelen. De verdeling van de beleidsterreinen tussen de Ministers en de Staatssecretaris is vastgelegd in de portefeuilleverdeling van Kabinet Rutte IV.

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat de belangrijkste suppletoire mutaties op de OCW-begroting (paragraaf 2.1). Ook bevat dit deel (paragraaf 2.2) een overzicht van alle Corona-gerelateerde uitgaven in 2023. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting (paragraaf 3). Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel Beleidsmatige mutaties Technische mutaties
(stand ontwerpbegroting in € miljoen) (ondergrens in € miljoen) (ondergrens in € miljoen)
< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1000 5 10
=> 1000 10 20

De toelichtingen op de uitgaven gelden ook voor de verplichtingen. Alleen indien er sprake is van een groot verschil van de verplichtingenmutaties ten opzichte van de uitgavenmutaties, wordt dit verschil apart toegelicht. Deze verschillen ontstaan bijvoorbeeld doordat er verplichtingen zijn aangegaan die niet tot een uitgavenmutatie leiden (zoals het aangaan van garantieverplichtingen in het kader van schatkistbankieren) of door regelingen waarvoor de verplichtingen dit jaar worden aangegaan terwijl de uitgaven pas volgend jaar (of in de jaren daarna) plaatsvinden.

2 Het beleid

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

In onderstaande tabel worden de belangrijkste suppletoire mutaties ten opzichte van de vastgestelde stand begroting 2023 voor het jaar 2023 weergegeven.

Deze mutaties worden hieronder nader toegelicht.

Vastgestelde begroting 2023 53.253.766 1.665.440
Belangrijkste suppletoire mutaties
1 Ontvangen relevante loon- en prijsbijstelling Diverse 2.617.869
2 Ontvangen relevante extra prijsbijstelling Diverse 139.831
3 Saldo mee- en tegenvallers Diverse 174.658 1.161
4 Saldo in- en extensiveringen Diverse ‒ 122.515
5 Uitgekeerde eindejaarsmarge Diverse 418.509
6 Overlopende verplichtingen Diverse 47.030 ‒ 3.588
7 Restant eindejaarsmarge voor Rijksbrede dekkingopgave Diverse ‒ 116.586
8 Additionele dekkingsopgave Diverse ‒ 97.734
9 Coalitieakkoord middelen Diverse 40.007
10 Kasschuiven Diverse ‒ 85.076 2.392
11 Nationaal Groeifonds Diverse ‒ 96.518
12 Covid-19 Diverse 23.100
13 Oekraïne 1, 3 73.130
14 Maatregelen kabinetsreactie POK 11 57.000
15 Niet-plafond relevante mutaties 11 101.822 156.841
16 Desalderingen 4, 14, 15 46.619 46.619
17 Overige mutaties Diverse 26.515
Stand 1e suppletoire begroting 2023 Totaal 56.501.427 1.868.865

Toelichting

1. Ontvangen relevante loon- en prijsbijstelling

Het kabinet besluit dit jaar alle loon- en prijsbijstelling (lpo) uit te keren over de departementale begrotingen, ter compensatie van stijgende lonen en prijzen. De lpo wordt via de reguliere systematiek verdeeld over de begroting, waarbij op enkele artikelen de lpo wordt ingezet als bijdrage aan de Rijksbrede dekkingsopgave. In tabel 2 is de verdeling van de lpo over de artikelen te zien met daarin ook per artikel welk deel niet wordt uitgekeerd. De relevante lpo-tranche 2023 die OCW ontvangt bedraagt in 2023 € 2.617,9 miljoen.

2. Ontvangen relevante extra prijsbijstelling

  1. Bij Najaarsnota 2022 is door het kabinet aan de Tweede Kamer gemeld dat er bij Voorjaarsnota 2023 een extra structurele prijsbijstelling over 2022 wordt uitgekeerd voor de (semi)collectieve sector. Deze eenmalige afwijking van de reguliere systematiek is gerechtvaardigd gegeven de uitzonderlijke stijging van de prijzen sinds het uitkeren van de reguliere prijsbijstelling voor 2022. In de Najaarsnota is een indicatie gegeven van de verwachtte hoogte van de extra prijsbijstelling per departement (voor de OCW-begroting betrof dit indicatief € 400 miljoen). Ook is gemeld dat de extra prijsbijstelling bij Voorjaarsnota 2023 definitief berekend wordt, op basis van het verschil in de inflatieontwikkeling tussen CEP 2022 en CEP 2023. Het uiteindelijke verschil tussen de inflatieramingen in het CEP blijkt minder hoog dan verwacht bij Najaarsnota. Daarmee komt de extra prijsbijstelling voor de OCW-begroting uit op circa € 140 miljoen in 2023 en € 175 miljoen structureel. Deze extra prijsbijstelling over 2022 wordt overgemaakt naar de begroting van OCW.
  2. De extra prijsbijstelling wordt via de reguliere systematiek verdeeld over de begroting. Voor het primair en voortgezet onderwijs (po en vo) is het voornemen de prijsbijstelling in 2023 te gebruiken voor een subsidieregeling voor scholen die een extra grote stijging van energielasten ervaren. In 2024 wordt de extra prijsbijstelling gebruikt voor een generieke compensatie, tenzij een verlenging van de subsidieregeling noodzakelijk blijkt. In 2025 en 2026 wordt de extra prijsbijstelling voor het po en vo ingezet ter dekking van de Rijksbrede dekkingsopgave. Vanaf 2027 en verder wordt de extra prijsbijstelling volledig ingezet ter compensatie van de gestegen prijzen, waardoor het structurele budget volledig geïndexeerd is naar het huidige prijspeil.
  3. Een deel van de extra prijsbijstelling op Artikel 11 (Studiefinanciering), onderdeel reisvoorziening, wordt ingehouden ter dekking van de Rijksbrede dekkingsopgave. Deze extra prijsbijstelling op het budget voor de reisvoorziening kan vrijvallen, omdat de prijsstijging voor de reisvoorziening al gedekt kan worden binnen de beschikbare budgetten.
  4. Voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), het hoger onderwijs (ho), het onderzoek- en wetenschapsbeleid (owb), emancipatie, cultuur en media geldt dat de extra prijsbijstelling generiek wordt toegekend aan het artikel volgens de reguliere systematiek. Specifieke inzet wordt per artikel toegelicht.
1 Primair onderwijs 818.174 823.170 823.696 822.498 824.871 828.114
Reguliere LPO 803.559 808.313 808.825 807.674 809.987 813.173
Extra prijs 14.615 14.857 14.871 14.824 14.884 14.941
Waarvan additionele bijdrage dekkingsopgave ‒ 21.116 ‒ 37.722 ‒ 55.927 ‒ 55.956 ‒ 40.859 ‒ 40.303
3 Voortgezet onderwijs 604.370 626.089 624.596 621.865 617.883 613.453
Reguliere LPO 590.282 609.988 608.490 605.791 601.921 597.598
Extra prijs 14.088 16.101 16.106 16.074 15.962 15.855
Waarvan additionele bijdrage dekkingsopgave ‒ 37.434 ‒ 44.796 ‒ 62.414 ‒ 61.767 ‒ 46.643 ‒ 46.247
4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie 326.937 317.066 314.762 314.137 311.580 311.352
Reguliere LPO 313.726 304.251 302.039 301.441 298.987 298.767
Extra prijs 13.211 12.815 12.723 12.696 12.593 12.585
6 Hoger beroepsonderwijs 253.841 253.718 253.857 250.697 245.018 240.912
Reguliere LPO 244.341 244.222 244.356 241.314 235.847 231.894
Extra prijs 9.500 9.496 9.501 9.383 9.171 9.018
Waarvan additionele bijdrage dekkingsopgave 0 ‒ 1.225 ‒ 5.784 ‒ 5.784 ‒ 5.784 0
7 Wetenschappelijk onderwijs 402.612 407.417 411.236 416.340 417.327 419.538
Reguliere LPO 382.534 387.089 390.709 395.548 396.482 398.578
Extra prijs 20.078 20.328 20.527 20.792 20.845 20.960
Waarvan additionele bijdrage dekkingsopgave 0 ‒ 775 ‒ 3.216 ‒ 3.216 ‒ 3.216 0
8 Internationaal beleid 1.181 1.192 1.168 1.167 1.167 1.167
Reguliere LPO 1.072 1.082 1.061 1.060 1.060 1.060
Extra prijs 109 110 107 107 107 107
9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid 12.773 13.299 13.218 13.333 14.046 13.961
Reguliere LPO 12.773 13.299 13.218 13.333 14.046 13.961
Extra prijs 0 0 0 0 0 0
Waarvan additionele bijdrage dekkingsopgave ‒ 12.228 ‒ 506 ‒ 489 ‒ 484 ‒ 484 ‒ 484
11 Studiefinanciering 70.993 175.089 327.124 220.011 239.727 267.190
Reguliere LPO 65.117 138.427 289.656 181.758 201.601 228.379
Extra prijs 5.876 36.661 37.468 38.253 38.125 38.811
Waarvan additionele bijdrage dekkingsopgave ‒ 5.322 ‒ 36.097 ‒ 36.917 ‒ 37.714 ‒ 37.707 ‒ 38.411
12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten 5.679 5.727 5.708 5.738 5.822 5.875
Reguliere LPO 2.279 2.299 2.293 2.309 2.342 2.362
Extra prijs 3.400 3.428 3.415 3.428 3.481 3.513
13 Lesgelden 940 952 953 1.014 1.009 1.013
Reguliere LPO 891 903 903 961 956 961
Extra prijs 49 49 50 53 52 53
14 Cultuur 77.942 79.321 81.887 79.367 79.234 79.069
Reguliere LPO 72.334 73.579 76.036 73.676 73.559 73.413
Extra prijs 5.608 5.742 5.851 5.691 5.675 5.656
15 Media 76.732 77.382 78.263 78.493 78.885 79.253
Reguliere LPO 31.074 31.403 31.614 31.588 31.730 31.860
Extra prijs 45.658 45.979 46.649 46.905 47.155 47.393
16 Onderzoek en wetenschapsbeleid 95.450 95.080 94.977 94.781 94.796 94.805
Reguliere LPO 89.019 88.708 88.616 88.428 88.443 88.451
Extra prijs 6.431 6.372 6.361 6.353 6.353 6.354
25 Emancipatie 1.327 1.302 1.352 1.288 1.288 1.154
Reguliere LPO 1.271 1.247 1.294 1.232 1.232 1.109
Extra prijs 56 55 58 55 55 45
91 Nog onverdeeld 0 0 0 0 0 0
95 Apparaat Kerndepartement 21.294 21.698 22.540 22.122 21.903 22.015
Reguliere LPO 20.141 20.465 21.031 20.664 20.470 20.582
Extra prijs 1.153 1.232 1.509 1.458 1.433 1.433
Totaal1 2.770.245 2.898.501 3.055.338 2.942.850 2.954.556 2.978.871
  1. Het totaal bedrag in deze tabel wijkt af ten opzichte van het bedrag in tabel 1 als gevolg van een toegepaste kasschuif en per abuis niet loon en prijsgevoelig gecodeerde budgetten. Het verschil is uit de eindejaarsmarge gecompenseerd.

3. Saldo mee- en tegenvallers

Er vindt per saldo een tegenvaller van € 174,7 miljoen plaats op de OCW-begroting in 2023. Deze tegenvaller wordt grotendeels veroorzaakt door een tegenvaller op de referentieraming van € 172,5 miljoen, dit heeft te maken met een hogere instroom van Oekraïense ontheemden en overige nieuwkomers dan geraamd. Vanaf 2024 leidt de referentieraming tot meevallers vanwege minder geboorten waardoor er op termijn minder leerlingen in het po instromen dan vorig jaar geraamd en vanwege een afvlakking van de instroom in het ho. Per saldo leiden deze effecten structureel tot een meevaller van circa € 420,3 miljoen.

Daarnaast doen er zich meevallers voor op de relevante studiefinancieringsraming van circa € 70 miljoen in 2023. Dit heeft diverse oorzaken, waarvan de neerwaartse bijstellingen van de studentenaantallen in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs de belangrijkste zijn. Structureel leidt de studiefinancieringsraming tot een meevaller van circa € 70 miljoen, waarvan ruim € 40 miljoen een meevaller op de uitgaven betreft en circa € 30 miljoen een meevaller op de ontvangsten.

Er vindt een tegenvaller plaats van € 69,4 miljoen op het budget voor de nieuwkomersregeling in het po en vo. Dit heeft te maken met een hogere instroom van nieuwkomers dan verwacht uit overige landen, naast de instroom van Oekraïense nieuwkomers. Structureel betreft deze tegenvaller bijna € 30 miljoen.

Tot slot levert OCW een bijdrage aan BZK in het kader van de kabinetsreactie op het rapport van bevindingen van het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden ‘Ketenen van het verleden’. Het kabinet heeft besloten om incidenteel € 200 miljoen en structureel € 8 miljoen beschikbaar te stellen. Dit budget wordt specifiek gedekt door alle departementen naar rato van begrotingsomvang, resulterend voor OCW in een bijdrage van ruim € 30 miljoen incidenteel en circa € 1,2 miljoen structureel.

1 Primair onderwijs 151.048 172.156 163.538 90.768 8.290 ‒ 60.477
3 Voortgezet onderwijs 21.571 85.233 92.572 91.974 79.708 64.429
4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie ‒ 95 ‒ 85.050 ‒ 53.438 ‒ 30.161 ‒ 737 20.627
6 Hoger beroepsonderwijs 0 ‒ 121.004 ‒ 153.188 ‒ 184.769 ‒ 199.977 ‒ 203.609
7 Wetenschaps onderwijs 0 ‒ 99.696 ‒ 112.221 ‒ 140.380 ‒ 184.147 ‒ 241.303
11, 12 SF (relevant) ‒ 70.035 ‒ 160.439 ‒ 148.195 ‒ 123.388 ‒ 55.149 ‒ 41.450
Totaal 102.489 ‒ 208.800 ‒ 210.932 ‒ 295.956 ‒ 352.012 ‒ 461.783

4. Saldo in- en extensiveringen

Binnen de OCW-begroting worden een aantal extensiveringen aangedragen om een deel van de intensiveringen te kunnen dekken. Het gaat voor po en vo (Artikel 1 en 3) om een incidentele extensivering van CA-middelen van € 5,3 miljoen in 2023 en € 2,4 miljoen in 2024 voor residentieel onderwijs en een incidentele extensivering van € 18,2 miljoen op het budget voor infrastructuur en basisvaardigheden (daarnaast wordt een aanvullend bedrag op het budget voor infrastructuur en basisvaardigheden geëxtensiveerd ten behoeve van de Rijksbrede dekkingsopgave, zie punt 8).

Structureel wordt € 16,1 miljoen geëxtensiveerd op de regeling VSV in het voortgezet onderwijs (€ 60 miljoen cumulatief binnen de meerjarenperiode) en € 2,4 miljoen op de garantiebekostiging. Deze extensiveringen vormen dekking voor intensiveringen in preventieve netwerken pro VSO van structureel € 2,0 miljoen vanaf 2024, een programmatische aanpak onderwijshuisvesting van structureel € 10,2 miljoen en het vo deel van een vergoeding voor een reisproduct voor leerlingen in pro en vavo voor € 5,3 miljoen in 2024 en 2025 en structureel € 6,3 miljoen vanaf 2026. Het mbo deel van deze intensivering bedraagt structureel € 6,5 miljoen en wordt gedekt uit een extensivering op de bekostiging van het mbo. Uit de eindejaarsmarge is € 4,6 miljoen ingezet voor een reisproduct voor alle drie de sectoren, zie ook punt 5.

Op Artikel 11 (Studiefinanciering) kan jaarlijks € 1,2 miljoen geïnvesteerd worden voor het versterken van de dienstverlening en rechtmatigheid van het Studiefinancieringsstelsel, omdat door nieuwe wetgeving minder ov-boetes worden opgelegd waardoor een besparing in de uitvoering bij DUO optreedt. Op het Artikel 95 (Apparaatskosten) wordt incidenteel circa € 2 miljoen geëxtensiveerd om intensiveringen op Artikel 25 (Emancipatie) te dekken waarmee uitvoering gegeven kan worden aan een aantal aangenomen moties van de Tweede Kamer.

Daarnaast vinden er in het kader van de lerarenstrategie een aantal herschikkingen van budgetten plaats op Artikel 9 (Arbeidsmarkt- en persooneelsbeleid) om een efficiëntere inzet van middelen mogelijk te maken via de onderwijsregio's, zie toelichting bij Artikel 9.

Tot slot wordt er in 2023 € 15,0 miljoen (€ 60,0 miljoen tussen van 2023 tot en met 2026) ingezet voor de regeling praktijkleren om het effect van de stijging van het aantal bbl-studenten in het mbo en het aantal deeltijd- en duaal-studenten in het hbo ten opzichte van de vorige referentieraming tegemoet te komen. Zodoende kan de prijs per student gelijk worden gehouden. Tevens wordt er voor het SBB € 2,3 miljoen structureel ingezet om beter te kunnen voldoen aan de wettelijke taken. Deze ophogingen worden gedekt met inzet van een deel van de extra prijsbijstelling op het ov-contract die niet benodigd is (zie punt 2).

5. Uitgekeerde eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge betreft het deel van de OCW-begroting dat in 2022 per saldo niet tot besteding is gekomen en bedraagt € 418,5 miljoen. Dit bedrag wordt in 2023 weer (grotendeels) toegevoegd aan de begroting. Circa € 80 miljoen is ingezet om tegenvallers in 2023 op te vangen en er wordt circa € 171 miljoen ingezet voor intensiveringen. Dit bedrag bestaat grotendeels uit het budget voor de schoolmaaltijden van € 100,0 miljoen. Daarnaast wordt de € 15,0 miljoen voor de restauratie van grote monumenten ook uit de eindejaarsmarge gefinancierd. Er wordt € 5,3 miljoen uit de eindejaarsmarge beschikbaar gesteld voor de subsidieregelingen voor het herdenkingsjaar van het slavernijverleden en € 4,6 miljoen voor reisproduct voor het pro, vavo en mbo. Tot slot wordt de eindejaarsmarge ingezet voor verschillende overlopende posten uit 2022. In tabel 4 is de besteding van de eindejaarsmarge verder uitgesplitst.

6. Inzet eindejaarsmarge voor overlopende verplichtingen

De eindejaarsmarge wordt voor verschillende doelen ingezet. Er wordt € 47,0 miljoen van de eindejaarsmarge ingezet voor overlopende verplichtingen. Dit zijn verplichtingen die in 2022 zijn aangegaan, niet tot besteding zijn gekomen, en in 2023 alsnog moeten worden voldaan. Deze overlopende verplichtingen zijn reeds bij Tweede Suppletoire begroting of bij brief «Beleidsmatige mutaties na Najaarsnota» gemeld aan de Tweede Kamer. De hoogste overlopende verplichting betreft die op het budget van de nieuwkomersbekostiging ter hoogte van € 14,0 miljoen.

7. Restant eindejaarsmarge voor rijksbrede dekkingopgave

Ruim € 116 miljoen van de eindejaarsmarge wordt ingezet als onderdeel van de Rijksbrede dekkingsopgave. In tabel 4 is de besteding van de eindejaarsmarge verder uitgesplitst.

Diverse Overlopende verplichtingen 50.618
Diverse Bijdrage dekkingsopgave 116.586
Diverse Overige inzet 171.714
Diverse Saldo mee- en tegenvallers 79.591
Saldo eindejaarsmarge 418.509

8. Additionele dekkingsopgave

Om te voldoen aan de Rijksbrede dekkingsopgave wordt er op verschillende artikelen omgebogen. In tabel 5 is hiervan een overzicht weergegeven. Een deel van de ontvangen lpo op Artikel 1 en 3 (Primair- en voortgezet onderwijs) wordt ingezet (circa € 500 miljoen over de meerjarenperiode en structureel € 59 miljoen). Ook wordt een deel van de incidentele prijsbijstelling ingehouden (cumulatief € 62 miljoen over de meerjarenperiode). Zie hiervoor de toelichting bij punt 2 ’Ontvangen relevante extra prijsbijstelling’. Daarnaast worden er incidentele middelen ingehouden op de reeks infrastructuur en basisvaardigheden (cumulatief € 111 miljoen over de meerjarenperiode). Op de subsidie voor de versoepeling doorstroom van vmbo-leerlingen naar havo/mbo wordt in 2023 € 6,9 miljoen ingehouden en op de subsidie voor zij-instroom wordt in 2023 € 6,0 miljoen ingehouden.

Daarnaast wordt op Artikel 6, 7, 11 en 16 ook op een aantal plekken omgebogen. Ten eerste worden de resterende middelen in de jaren 2024 ‒ 2027 van het stopzetten van de halvering collegegeld (cumulatief € 450 miljoen over de meerjarenperiode) ingezet. Dit betreft incidentele middelen die zijn vrijgekomen bij het nemen van deze maatregel, naast de structurele inzet voor de herinvoering van de studiebeurs. Daarnaast wordt de incidentele extra lpo op deze middelen ingezet. Ten tweede worden de al aflopende subsidies tweede lerarenopleiding (vanaf 2026) en open en online onderwijs (vanaf 2023) beëindigd. Ten derde worden de 10% studievoorschotmiddelen met € 20,0 miljoen verlaagd vanaf 2029. Ten vierde worden de middelen voor NWO verlaagd met structureel € 3,0 miljoen, eveneens vanaf 2029. Als laatste wordt de extra prijsbijstelling 2022 op Artikel 11 (Studiefinanciering), onderdeel reisvoorziening, ingehouden. Deze extra prijsbijstelling op het budget voor de reisvoorziening kan vrijvallen, omdat de prijsstijging voor de reisvoorziening gedekt kan worden binnen de beschikbare budgetten.

Om te voldoen aan de Rijksbrede dekkingsopgave wordt Artikel 15 (Media) naar beneden bijgesteld. De Rijksmediabijdrage voor de landelijke publieke omroep wordt vanaf 2025 met circa € 24 miljoen verlaagd, structureel gaat het om een verlaging van € 13 miljoen vanaf 2029. Daaraan gekoppeld wordt de Nederlandse Publieke Omroep ruimte gegeven om meer reclameopbrengsten te genereren, waarmee zij deze verlaging kunnen opvangen. Hiervoor wordt de maatregel om de reclamezendtijd op de lineaire kanalen van de publieke omroepen te halveren (deels) teruggedraaid.

In totaal wordt met de bovenstaande maatregelen € 97,7 miljoen in 2023 oplopend tot € 368,7 miljoen in 2026 en € 154,5 miljoen structureel dekking bijgedragen voor de Rijksbrede dekkingsopgave. Daarnaast komt de per saldo meevaller op de OCW-begroting ten gunste van het generale beeld en vormt daarmee dekking voor de Rijksbrede dekkingsopgave.

Diverse Dekking uit LPO ‒ 76.100 ‒ 121.121 ‒ 164.894 ‒ 165.068 ‒ 134.693 ‒ 125.445
1 Infrastructuur en basisvaardigheden (Lezen) ‒ 7.734 ‒ 25.934 ‒ 25.934 ‒ 25.934 ‒ 25.934 0
3 Doorstroom VMBO-HAVO/MBO ‒ 6.900 0 0 0 0 0
6 Beëindigen subsidieregeling tweede lerarenopleiding 0 0 0 ‒ 2.638 ‒ 2.638 ‒ 2.638
7 Beëindigen subsidieregeling open en online onderwijs ‒ 1.000 ‒ 1.000 ‒ 2.112 ‒ 2.112 ‒ 2.112 ‒ 2.112
6, 7 Resterende middelen halvering collegegeld 0 ‒ 10.328 ‒ 138.300 ‒ 148.700 ‒ 149.134 0
9 Zij-instroom ‒ 6.000 0 0 0 0 0
15 Rijksmediabijdrage Nederlandse Publieke Omroep 0 0 ‒ 24.280 ‒ 24.280 ‒ 24.280 ‒ 24.280
Totaal ‒ 97.734 ‒ 158.383 ‒ 355.520 ‒ 368.732 ‒ 338.791 ‒ 154.475

9. Coalitieakkoordreeksen

Er worden overhevelingen gedaan in het kader van het Coalitieakkoord (CA) vanaf de Aanvullende Post (AP). In het CA is voor kansengelijkheid in het onderwijs structureel € 1 miljard beschikbaar gesteld. In 2022 is het merendeel van deze middelen overgeheveld naar de OCW-begroting. Middels deze laatste tranche worden ook de resterende middelen overgeheveld naar de OCW-begroting ter uitvoering van o.a. het programma School en Omgeving en het programma Jonge Kind.

Daarnaast is in het CA het doel opgenomen om de kwaliteit van het onderwijs en het beroepsonderwijs te versterken. Dit wordt onder andere vormgegeven met een subsidie voor de verdere invoering van de praktijkgerichte programma’s in de gemengde leerweg en de theoretische leerweg van het vmbo (€ 10,5 miljoen tot en met 2027). De structurele middelen worden vanaf 2028 overgeheveld naar Artikel 91 (Nog onverdeeld) van de OCW-begroting.

Vanuit de CA-reeks vervolgopleidingen worden middelen overgeheveld voor het flankerend beleid voor het aanpassen van het bindend studieadvies (ruim € 10 miljoen) en voor Koninkrijksbeurzen (€ 0,5 miljoen). De loon- en prijsbijstelling behorend bij al deze middelen wordt eveneens overgeheveld naar de OCW-begroting.

1, 3, 91, 95 Versterken onderwijskwaliteit 6.009 1.487 11.776 11.785 11.357 11.357
1, 3, 95 Kansengelijkheid 33.778 365.132 461.391 467.099 464.880 464.887
6, 7, 95 Vervolgopleidingen en onderzoek 220 11.498 11.407 11.057 12.050 12.050
Totaal 40.007 378.117 484.574 489.941 488.287 488.294

10. Kasschuiven

Op de begroting worden diverse meerjarige kasschuiven doorgevoerd, om de budgetten in overeenstemming te brengen met het verwachte bestedingsritme. De grootste kasschuif betreft die op de CA-reeks kansengelijkheid voor School en Omgeving.

11. Nationaal Groeifonds

Er zijn in 2022 voor verschillende Nationaal Groeifonds (NGF) projecten middelen aan de OCW-begroting toegevoegd, zoals de projecten ontwikkelkracht, collectief laaggeletterdheid en laaggeletterden, digitaliseringsimpuls en de nationale LLO Katalysator. In 2022 zijn niet alle middelen besteed, bijvoorbeeld doordat projecten nog in de opstartfase zitten. Middelen uit het Nationaal Groeifonds kunnen middels de 100% eindejaarsmarge op het investeringsplafond worden doorgeschoven naar 2023. Dit is het geval voor afgerond € 53 miljoen, verdeeld over verschillende projecten.

Tevens worden er middelen naar achter geschoven bij drie verschillende NGF projecten. De voorbereiding van deze investeringen vraagt namelijk meer tijd dan eerder was voorzien. Per saldo gaat het om € 149 miljoen, die eerder in 2023 besteed zou worden, die wordt verschoven naar de jaren 2024 tot en met 2026. Dit gaat om € 131,1 miljoen bij het project LLO Katalysator, € 18,0 miljoen voor Biotech Booster en € 50.000 voor het budget collectief laagopgeleiden en laaggeletterden.

1, 3, 95 Open leermateriaal 177 0 0 0 0 0
1, 3, 95 Ontwikkelkracht 4.018 0 0 0 0 0
3, 95 Digitaal onderwijs goed geregeld 566 0 0 0 0 0
4 Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden 119 ‒ 50 50 0 0 0
6 Nationale LLO Katalysator ‒ 92.000 80.000 40.000 11.100 0 0
6 Digitaliseringsimpuls onderwijs NL 8.612 0 0 0 0 0
16 Biotech booster reeks ‒ 18.010 18.010 0 0 0 0
Totaal ‒ 96.518 97.960 40.050 11.100 0 0

12. Covid-19

Voor Covid-19 wordt er in 2023 per saldo € 23,1 miljoen vrijgemaakt op de OCW-begroting. Op het budget Ventilatie in scholen wordt € 52,6 miljoen toegevoegd in 2023. Dit betreft een overlopende verplichting vanuit voorgaande jaren. Deze overlopende verplichting is vermeld in de brief «Beleidsmatige mutaties na Najaarsnota 2022».

Daarnaast wordt er € 10,0 miljoen toegevoegd voor de coronamaatregelen met betrekking tot de studiefinanciering. In 2023 staat er circa € 52 miljoen op de begroting voor een tegemoetkoming voor het verliezen van het recht op studiefinanciering vanwege mogelijke studievertraging door de gevolgen van corona. Aangezien het budget van € 52 miljoen naar schatting ontoereikend is worden hier extra middelen aan toegevoegd.

Ten slotte zal er € 40,0 miljoen minder worden uitgegeven op de budgetten voor zelftesten. Deze middelen zullen naar verwachting in 2023 grotendeels niet tot uitputting komen en kunnen daarom terugvloeien naar de staatskas.

13. Oekraïne

Op de budgetten voor Oekraïne wordt in 2023 € 73,1 miljoen en in 2024 € 97,3 miljoen toegevoegd. Onder de Oekraïne-uitgaven vallen de extra uitgaven voor de nieuwkomersbekostiging in het primair en voortgezet onderwijs in verband met de grote instroom van ontheemden vanuit Oekraïne. Dit bedrag wordt verdeeld over de periode van juli 2023 t/m december 2024 en is gebaseerd op de verwachte instroom tot 1 januari 2024.

In 2023 betreft dit voor een deel een overlopende verplichting op de nieuwkomersbekostiging voor € 37,1 miljoen die niet voor het jaar 2022 is bestemd maar voor 2023. Doordat de teldatum van het aantal nieuwkomers op 1 november 2022 ligt, wordt er pas in 2023 uitbetaald. Deze overlopende verplichting is reeds gemeld in de brief «Beleidsmatige mutaties na Najaarsnota 2022».

1, 3 Bekostiging nieuwkomers 73.130 97.327 0 0 0
Totaal 73.130 97.327 0 0 0

14. Maatregelen Parlementaire Onderzoekscommissie Toeslagenaffaire

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag worden er middelen beschikbaar gesteld voor het kwijtschelden van studieschulden van gedupeerden van de Kinderopvangtoeslagenaffaire. Er wordt een tegenvaller verwacht van € 57,0 miljoen op dit budget omdat er meer aanvragen voor kwijtschelding binnenkomen dan verwacht. In het bedrag van € 57,0 miljoen zit ook € 5,1 miljoen compensatie aan de vervoerbedrijven voor het kwijtschelden van ov-boetes. Deze middelen worden overgeheveld vanuit de AP.

15. Niet-kaderrelevante mutaties

De niet-kaderrelevante (NR) mutaties hebben betrekking op de studiefinanciering. Het betreft hier de tranche 2023 van de niet-plafondrelevante prijsbijstelling van € 386,2 miljoen en de extra prijsbijstelling van € 18,5 miljoen.

Daarnaast is er een meevaller op de niet relevante studiefinancieringsraming van € 302,9 miljoen. In de laatste maanden 2022 en januari 2023 is de niet-relevante (NR) terugontvangen lening gestegen als gevolg van de aankondiging van de rentestijging voor studieleningen. De ontvangsten op de terugontvangen lening zijn daarop naar boven bijgesteld voor 2023 en verder.

16. Desalderingen

Dit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten. De grootste desaldering binnen dit bedrag betreft de dotatie aan de Algemene Mediareserve van € 40,3 miljoen. Hiermee wordt aansluiting gevonden op de geactualiseerde Ster-raming.

17. Ontvangsten

De ten onrechte door Hogeschool Zeeland ontvangen uitgekeerde Rijksbijdragen worden in een periode van twintig jaar teruggevorderd. De Hogeschool Zeeland heeft verzocht de laatste termijnen, 2023 tot en met 2025, versneld in één keer af te lossen in 2022. Hierop is door OCW positief besloten. Dit leidde ertoe dat de ontvangsten op Artikel 6 (Hoger onderwijs) voor het jaar 2022 € 3,6 miljoen hoger waren. Deze meerontvangsten werden per overlopende verplichting meegenomen naar 2023 en door middel van een kasschuif in het juiste ritme gezet.

Daarnaast zijn de relevante renteontvangsten in 2023 omhoog bijgesteld met € 7,7 miljoen als gevolg van de hogere rentestand. Deze zullen naar verwachting verder oplopen tot € 246 miljoen in 2028. Deze meevaller komt ten goede aan het generale beeld.

Er doet zich een meevaller voor op de raming van de studiefinanciering. Dit wordt met name verklaard door hogere inkomsten (€ 7,9 miljoen) uit lesgeld dat is gestegen door loon- en prijsontwikkelingen.

Daarnaast blijkt uit de afrekening van Scientific Programme Indonesia (SPIN) dat er € 1,4 miljoen onbesteed is gebleven.

Ten slotte vind er een meevaller plaats op de niet-relevante studiefinancieringsraming van € 156,8 miljoen. In de laatste maanden 2022 en januari 2023 is de niet-relevante (NR) terugontvangen lening gestegen als gevolg van de renteaankondiging. De ontvangsten op de terugontvangen lening zijn daarop naar boven bijgesteld voor 2023 en verder.

17. Overig

Dit saldo bestaat uit verschillende mutaties:

  1. naar aanleiding van het adviesrapport “Wind in de Zeilen” is er € 54,1 miljoen overgemaakt naar de OCW-begroting. Dit bedrag is via een kasschuif in het juiste kasritme gezet zodat het bedrag wordt verdeeld over de juiste jaren richting Artikel 16 (Onderzoek- en wetenschapsbeleid). Deze middelen zijn voor de oprichting van het Delta Climate Center in Vlissingen;
  2. overboekingen met andere departementen;
  3. budgetneutrale moties en amendementen zijn hier verwerkt;
  4. technische mutaties en interne overboekingen vallen onder dit saldo.

2.2 Overzicht Coronamaatregelen

De jaren 2020, 2021 en 2022 zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronacrisis. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van het Ministerie van OCW zijn genomen.

Nationaal Programma Onderwijs 1.270,7 1.512,3 (Kamerstukken II 2020/21, 35570 VIII, nr. 185), (Kamerstukken II 2022/23, 36250 VIII, nr. 2)
Aanpak van de jeugdwerkloosheid 9,6 9,6 (Kamerstukken II 2020/21, 35682, nr. 2), Kamerstukken II 2021/22, 36120 VIII, nr. 2
Ventilatie 129,5 127,7 (Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2), (Kamerstukken 2021/22, 36082 VIII, nr. 2)
Zelftesten 10,0 10,0 (Kamerstukken II 2020/21, 35739, nr. 2), (Kamerstukken II 2020/21, 35806, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2)

Toelichting

Nationaal Programma Onderwijs

In de Kamerbrief over Nationaal Programma Onderwijs: steunprogramma voor herstel en perspectief (Kamerstukken II 2020/21, 35570, nr. 185) is vermeld dat er voor € 8,5 miljard wordt geïnvesteerd in het gehele onderwijs. Het doel hiervan is om leerlingen en studenten te helpen hun gaven en talenten tot bloei te brengen, ondanks de coronacrisis en de gevolgen daarvan voor het onderwijs. Bij de start van het NP Onderwijs is aangegeven dat het de bedoeling is dat scholen de extra middelen besteden in de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023. Per brief van 25 februari 2022 over Bijsturing NP Onderwijs: verdeling middelen en verlenging van de bestedingstermijn (Kamerstukken 2021/2022, 35925, nr 155) is aangegeven dat scholen de middelen die zij ontvangen voor schooljaar 2022/2023 ook in schooljaar 2023/2024 en in schooljaar 2024/2025 kunnen besteden aan de interventies van de menukaart. Daarom zijn er middelen naar 2023 tot en met 2025 geschoven, zodat de ondersteuning aan scholen en de monitoring gedurende de gehele looptijd van het NP Onderwijs in stand kan worden gehouden.

Aanpak van de jeugdwerkloosheid

Het kabinet heeft besloten om te investeren in loopbaangesprekken met kwetsbare jongeren, om hiermee de kans op werkloosheid te verkleinen.

Ventilatie

Voor optimale leerprestaties is het belangrijk dat scholen zo verantwoordelijk mogelijk fysiek onderwijs kunnen blijven organiseren. Goede lucht kwaliteit maakt hier onderdeel van uit, om het risico op COVID-19 besmettingen te verkleinen. Daarnaast dient onderwijspersoneel les te geven onder goede arbeidsomstandigheden, goede luchtkwaliteit is hierbij van groot belang.

Zelftesten

Met de inzet van zelftesten in het onderwijs kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan continuering van (fysiek) onderwijs, wat van belang is om onderwijsachterstanden te voorkomen, voor psychisch welbevinden van leerlingen en studenten, en voor arbeidsparticipatie van ouders.

3 De beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 15.192.716 9.500 15.202.216 1.177.594 16.379.810 1.263.285 1.185.925 1.117.054 1.080.530
Bekostiging 13.894.957 9.300 13.904.257 980.852 14.885.109 1.001.401 914.680 841.855 775.571
Bekostiging po-instellingen 12.927.456 0 12.927.456 990.349 13.917.805 1.015.861 929.105 856.283 789.999
Bekostiging Caribisch Nederland 25.982 0 25.982 4.461 30.443 4.030 4.065 4.065 4.065
Prestatiebox 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aanvullende bekostiging 212.819 9.300 222.119 ‒ 18.500 203.619 ‒ 18.490 ‒ 18.490 ‒ 18.493 ‒ 18.493
Aanpak lerarentekort G5 31.605 0 31.605 0 31.605 0 0 0 0
Aanvullende bekostiging NP Onderwijs 697.095 0 697.095 4.542 701.637 0 0 0 0
Subsidies (regelingen) 331.344 0 331.344 102.146 433.490 202.163 211.998 213.661 248.601
Onderwijsvoorziening jonggehandicapten 24.473 0 24.473 3.405 27.878 3.405 3.405 3.405 3.405
Nederlands onderwijs buitenland 13.739 0 13.739 1 13.740 789 789 789 789
Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs 16.525 0 16.525 948 17.473 980 980 980 980
Inhaal- en ondersteuningsprogramma's 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Extra hulp voor de klas 0 0 0 0 0 0 0 0 0
School en omgeving 56.700 0 56.700 31.441 88.141 164.056 174.034 177.296 207.554
Basisvaardigheden 155.643 0 155.643 651 156.294 ‒ 1 0 0 0
Nationaal Groeifonds 3.988 0 3.988 ‒ 3.989 ‒ 1 ‒ 7.056 ‒ 6.154 ‒ 4.085 ‒ 750
NGF Open Leermateriaal 0 0 0 443 443 3.790 0 0 0
NGF Digitaal Onderwijs 0 0 0 3.450 3.450 5.300 5.200 2.750 2.750
Schoolmaaltijden 0 0 0 61.000 61.000 0 0 0 0
Overige subsidies 60.276 0 60.276 4.796 65.072 30.900 33.744 32.526 33.873
Opdrachten 49.833 0 49.833 4.161 53.994 23.892 23.388 23.212 23.192
Opdrachten 39.833 0 39.833 8.569 48.402 23.892 23.388 23.212 23.192
Zelftesten 10.000 0 10.000 ‒ 4.408 5.592 0 0 0 0
Bijdrage aan agentschappen 36.595 0 36.595 6.931 43.526 2.235 2.265 2.387 2.380
Dienst Uitvoering Onderwijs 36.595 0 36.595 6.931 43.526 2.235 2.265 2.387 2.380
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 13.846 0 13.846 167 14.013 153 151 151 151
Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds 11.202 0 11.202 15 11.217 1 ‒ 1 ‒ 1 ‒ 1
UWV 2.644 0 2.644 152 2.796 152 152 152 152
Bijdrage aan medeoverheden 865.947 200 866.147 83.337 949.484 33.441 33.443 35.788 29.779
Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 536.653 0 536.653 28.124 564.777 29.161 29.161 29.161 29.161
Caribisch Nederland 22.317 0 22.317 2.613 24.930 4.280 4.282 6.627 618
Scholenprogramma Groningen 3.089 0 3.089 0 3.089 0 0 0 0
Nationaal Programma Onderwijs 54.773 0 54.773 0 54.773 0 0 0 0
Ventilatie in scholen 76.415 0 76.415 52.600 129.015 0 0 0 0
SPUK vve Oekraïne 13.700 0 13.700 0 13.700 0 0 0 0
SPUK huisvesting noodlocaties PO 159.000 0 159.000 0 159.000 0 0 0 0
Overig 0 200 200 0 200 0 0 0 0
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 194 0 194 0 194 0 0 0 856
Brede scholen 194 0 194 0 194 0 0 0 856
Ontvangsten 9.208 0 9.208 0 9.208 0 0 0 0
Verplichtingen 14.369.835 9.500 14.379.335 1.333.247 15.712.582 1.107.642 1.185.925 1.117.054 1.080.530
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 10 10 0 0 0 0
waarvan overig 14.369.835 9.500 14.379.335 1.333.237 15.712.572 1.107.642 1.185.925 1.117.054 1.080.530

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 1.333,2 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2024 die in het najaar van 2023 al wordt verplicht.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met € 980,9 miljoen verhoogd. De verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  1. de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 en de aanvullende tranche over 2022 van circa € 744,4 miljoen;
  2. een aanpassing op basis van de nieuwe raming van het aantal leerlingen in de referentieraming 2023: € 151,0 miljoen (zie het algemene deel);
  3. een verhoging van het budget voor de reguliere nieuwkomersbekostiging van € 33,0 miljoen en daarnaast een verhoging van het budget voor Oekraïense nieuwkomers van € 29,6 miljoen;
  4. een in de veegbrief aangekondigde overlopende verplichting van € 51,1 miljoen vanuit 2022 naar 2023 inzake de uitbetaling van nieuwkomersbekostiging over 2022;
  5. en de toevoeging van € 12,3 miljoen voor het programma Jonge Kind uit de pijler kansengelijkheid van het coalitieakkoord.

Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling, de referentieraming 2023, de middelen ten behoeve van de po-leerlingen uit Oekraïne en de middelen die ter beschikking zijn gekomen naar aanleiding van het coalitieakkoord.

Subsidies

Het budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 102,1 miljoen verhoogd. Dit wordt met name verklaard door:

  1. de toevoeging van loon- en prijsbijstelling 2023 en de aanvullende tranche over 2022 van € 6,4 miljoen;
  2. de toevoeging van middelen voor schoolmaaltijden naar aanleiding van de motie Dassen Paternotte van € 61,0 mln, dit betreft het aandeel voor het primair onderwijs;
  3. en een verhoging van het School en Omgeving budget van € 31,4 miljoen, dit door de toevoeging van CA middelen (€ 3,7 miljoen) en een kasschuif naar voren (€ 49,9 miljoen). Van de School en Omgeving middelen wordt € 22,1 miljoen overgeboekt naar artikel 3 (VO) zodat de middelen goed over de artikelen verdeeld staan.

Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de loon- en prijsbijstelling en de middelen die ter beschikking zijn gekomen naar aanleiding van het coalitieakkoord.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget wordt per saldo met € 83,3 miljoen verhoogd. De verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  1. een in de veegbrief aangekondigde overlopende verplichting van € 52,6 miljoen vanuit 2022 naar 2023 met betrekking tot de subsidieregeling Ventilatie op Scholen;
  2. en de doorverdeling van de loonbijstelling tranche 2023 en de aanvullende tranche over 2022: € 31,3 miljoen (zie het algemene deel).

3.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 11.189.294 ‒ 9.405 11.179.889 727.153 11.907.042 891.861 832.895 833.964 843.712
Bekostiging 10.270.945 ‒ 9.500 10.261.445 618.652 10.880.097 725.739 655.907 652.260 647.101
Bekostiging vo-instellingen 9.502.339 0 9.502.339 607.041 10.109.380 724.696 655.864 652.229 653.570
Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen 18.057 ‒ 9.500 8.557 0 8.557 ‒ 8.600 ‒ 9.600 ‒ 9.600 ‒ 16.100
Bekostiging Caribisch Nederland 20.900 0 20.900 3.228 24.128 3.184 3.184 3.184 3.184
Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters 113.187 0 113.187 6.459 119.646 6.459 6.459 6.447 6.447
Aanvullende regelingen leerlingendaling 4.540 0 4.540 0 4.540 0 0 0 0
Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs 611.922 0 611.922 1.924 613.846 0 0 0 0
Subsidies (regelingen) 556.309 60 556.369 91.054 647.423 140.860 148.717 153.805 168.420
Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo 24.625 0 24.625 12.161 36.786 ‒ 5.175 ‒ 5.177 ‒ 5.177 ‒ 5.177
Pilots lente- en zomerscholen vo 9.267 0 9.267 ‒ 3.690 5.577 ‒ 3.630 ‒ 3.500 ‒ 3.500 ‒ 3.500
Nieuwe leerweg 10.241 0 10.241 0 10.241 10.501 10.501 10.501 10.500
Inhaal- en ondersteuningsprogramma's 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Extra hulp voor de klas 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Regeling Heterogene brugklassen 21.250 0 21.250 0 21.250 0 0 0 0
Basisvaardigheden 176.138 0 176.138 76 176.214 1 0 0 1
Nationaal Groeifonds 6.984 0 6.984 ‒ 6.984 0 ‒ 15.439 ‒ 14.027 ‒ 7.291 ‒ 750
Maatschappelijke diensttijd 203.392 0 203.392 ‒ 28.532 174.860 ‒ 31.050 ‒ 33.380 ‒ 32.650 ‒ 32.652
School en Omgeving 0 0 0 56.374 56.374 141.161 147.541 149.624 168.969
NGF Ontwikkelkracht 0 0 0 12.690 12.690 19.972 22.381 13.921 0
Schoolmaaltijden 0 0 0 39.000 39.000 0 0 0 0
Overige subsidies 104.412 60 104.472 9.959 114.431 24.519 24.378 28.377 31.029
Opdrachten 54.580 35 54.615 ‒ 7.440 47.175 18.306 21.447 20.948 21.250
Opdrachten 44.580 35 44.615 ‒ 14.152 30.463 36 847 1.078 1.379
Zelftesten 10.000 0 10.000 ‒ 7.357 2.643 0 0 0 0
MDT opdrachten 0 0 0 14.069 14.069 18.270 20.600 19.870 19.871
Bijdrage aan agentschappen 64.494 0 64.494 10.707 75.201 3.933 3.931 4.108 4.093
Dienst Uitvoering Onderwijs 64.494 0 64.494 10.707 75.201 3.933 3.931 4.108 4.093
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 48.651 0 48.651 14.128 62.779 2.971 2.841 2.791 2.796
College voor Toetsen en Examens 4.573 0 4.573 11.596 16.169 439 309 259 264
SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen 44.078 0 44.078 2.532 46.610 2.532 2.532 2.532 2.532
Bijdrage aan medeoverheden 194.019 0 194.019 0 194.019 0 0 0 0
Nationaal Programma Onderwijs 35.019 0 35.019 0 35.019 0 0 0 0
SPUK huisvesting noodlocaties VO 159.000 0 159.000 0 159.000 0 0 0 0
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 296 0 296 52 348 52 52 52 52
GRAZ (ECML) en PISA 296 0 296 52 348 52 52 52 52
Ontvangsten 7.391 0 7.391 0 7.391 0 0 0 0
Verplichtingen 10.540.967 ‒ 9.405 10.531.562 1.458.760 11.990.322 715.395 831.377 832.079 839.536
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 ‒ 2.925 ‒ 2.925 0 0 0 0
waarvan overig 10.540.967 ‒ 9.405 10.531.562 1.461.685 11.993.247 715.395 831.377 832.079 839.536

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 1.458,8 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 en de aanvullende tranche over 2022 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2024 die in het najaar van 2023 al wordt verplicht. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor het instrument bekostiging wordt per saldo met € 618,7 miljoen verhoogd. Dit is grotendeels het gevolg van loon- en prijsbijstelling tranche 2023 van € 533,9 miljoen, de aanvullende tranche over 2022 van € 14,1 miljoen, de toename in de nieuwkomers bekostiging door instroom van nieuwkomers uit overige landen van € 36,4 miljoen en daarnaast een verhoging van het budget voor Oekraïense nieuwkomers van € 6,5 miljoen. Hiernaast is er een aanpassing van € 21,6 miljoen in het budget van de referentieraming 2023 vo op basis van de nieuwe raming van het aantal leerlingen. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling, de referentieraming 2023 en de middelen ten behoeve van de vo-leerlingen uit Oekraïne.

Subsidies

Het budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 91,1 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door de toevoeging van middelen voor schoolmaaltijden naar aanleiding van de motie Dassen Paternotte van € 39,0 miljoen en een verhoging van het School en Omgeving budget van € 56,4 miljoen, dit door de toevoeging van CA middelen (€ 2,3 miljoen) en een kasschuif naar voren (€ 31,9 miljoen). Van de School en Omgeving middelen wordt € 22,1 miljoen overgeboekt van artikel 1 (PO) naar artikel 3 (VO) zodat de middelen goed over de artikelen verdeeld staan. Hiernaast is het subsidiebudget voor de MDT naar beneden bijgesteld met 28,5 miljoen als gevolg van een herschikking naar het opdrachten- en apparaatsbudget in het kader van de MDT. Bovendien wordt een deel van de lpo ingehouden voor een bijdrage aan de Rijksbrede taakstelling. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling en de coalitieakkoordmiddelen.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor het instrument bijdrage aan agentschappen wordt per saldo met € 10,7 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door de toevoeging van loon- en prijsbijstelling van € 3,7 miljoen, een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten binnen KOMEX (Kost prijs model examens) van € 5,2 miljoen, bijdrage aan schooldiploma praktijkonderwijs van € 0,7 miljoen en de toevoeging van de middelen ten behoeve van de verbeteragenda staatsexamens van € 1,0 miljoen. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Het budget voor het instrument bijdrage aan ZBO’s/RWT’s wordt per saldo met € 14,1 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door overboeking van Artikel 4 (mbo) van € 7,0 miljoen ten behoeve van het werkprogramma van het CvTE en een overboeking van mbo t.b.v de kosten voor het nieuwe inburgeringstelsel van € 3,7 miljoen. Daarnaast is € 2,8 miljoen toegevoegd voor de loon- en prijsbijstelling. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op loon- en prijsbijstelling.

3.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 5.548.367 1.618.001 7.166.368 ‒ 1.738.607 5.427.761 1.563.333 857.598 910.712 299.217
Uitgaven 5.541.718 0 5.541.718 288.048 5.829.766 265.468 318.410 329.834 361.226
Bekostiging 4.910.852 0 4.910.852 272.663 5.183.515 215.800 255.142 263.712 298.774
Bekostiging mbo-instellingen 3.887.524 0 3.887.524 281.016 4.168.540 29.321 233.673 246.040 275.508
Bekostiging Caribisch Nederland 10.850 0 10.850 1.350 12.200 1.350 1.575 1.592 1.592
Bekostiging vavo 71.161 0 71.161 6.843 78.004 10.618 10.618 10.618 10.718
Kwaliteitsafspraken investeringsbudget 586.134 0 586.134 0 586.134 165.000 0 0 0
Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget 217.623 0 217.623 0 217.623 0 0 0 0
Regionaal Investeringsfonds 44.324 0 44.324 ‒ 19.639 24.685 7.541 7.306 3.492 8.986
Salarismix Randstadregio's 52.186 0 52.186 3.093 55.279 0 0 0 0
Regionaal Programma 30.550 0 30.550 0 30.550 1.970 1.970 1.970 1.970
Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid 10.500 0 10.500 0 10.500 0 0 0 0
Subsidies (regelingen) 346.698 0 346.698 19.372 366.070 34.295 46.165 49.724 46.826
Praktijkleren 240.092 0 240.092 25.772 265.864 41.310 34.936 33.864 23.313
Leven Lang Ontwikkelen 2.059 0 2.059 ‒ 74 1.985 ‒ 23 ‒ 28 ‒ 628 ‒ 328
Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal 15.573 0 15.573 ‒ 1.881 13.692 ‒ 618 0 0 0
Loopbaanoriëntatie 34.455 0 34.455 168 34.623 ‒ 291 ‒ 555 ‒ 966 ‒ 1.656
Doorstroom beroepskolom 25.000 0 25.000 ‒ 8.620 16.380 ‒ 16.820 ‒ 20 8.620 16.820
LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF) 3.400 0 3.400 ‒ 82 3.318 ‒ 50 0 0 0
Vakwedstrijden mbo 4.327 0 4.327 400 4.727 3.846 4.928 4.928 4.928
Zelftesten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Maatschappelijke diensttijd 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Inhaal- en ondersteuningsprogramma's 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Extra hulp voor de klas 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige subsidies 21.792 0 21.792 3.689 25.481 6.941 6.904 3.906 3.749
Opdrachten 32.356 0 32.356 ‒ 11.360 20.996 ‒ 903 ‒ 668 ‒ 480 ‒ 960
Opdrachten 22.706 0 22.706 ‒ 2.440 20.266 ‒ 903 ‒ 668 ‒ 480 ‒ 960
Zelftesten 9.650 0 9.650 ‒ 8.920 730 0 0 0 0
Bijdrage aan agentschappen 22.479 0 22.479 1.553 24.032 1.427 1.290 1.349 1.344
Dienst Uitvoering Onderwijs 19.233 0 19.233 2.234 21.467 1.427 1.290 1.349 1.344
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 3.246 0 3.246 ‒ 681 2.565 0 0 0 0
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 89.446 0 89.446 ‒ 2.578 86.868 6.451 6.582 5.630 5.343
College voor Toetsen en Examens 12.156 0 12.156 ‒ 11.427 729 ‒ 987 ‒ 987 ‒ 987 ‒ 987
Wet SLOA 1.164 0 1.164 ‒ 1.094 70 ‒ 1.094 ‒ 1.093 ‒ 989 ‒ 989
SBB 73.126 0 73.126 9.763 82.889 7.371 7.440 6.384 6.097
NWO Comenius 3.000 0 3.000 180 3.180 240 301 301 301
NCP NLQF 0 0 0 0 0 921 921 921 921
Bijdrage aan medeoverheden 139.887 0 139.887 8.398 148.285 8.398 9.899 9.899 9.899
RMC's 40.065 0 40.065 3.558 43.623 2.305 3.806 3.806 3.806
Educatie 80.622 0 80.622 4.840 85.462 4.840 4.840 4.840 4.840
Regionaal Programma 19.200 0 19.200 0 19.200 1.253 1.253 1.253 1.253
Caribisch Nederland 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten 4.000 0 4.000 700 4.700 700 700 700 700
Verplichtingen 5.548.367 1.618.001 7.166.368 ‒ 1.738.607 5.427.761 1.563.333 857.598 910.712 299.217
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 205 205 0 0 0 0
waarvan overige verplichtingen 5.548.367 1.618.001 7.166.368 ‒ 1.738.812 5.427.556 1.563.333 857.598 910.712 299.217

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden in 2023 met € 1,7 miljard verlaagd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 2,0 miljard) wordt grotendeels veroorzaakt door een schuif van de verplichtingen van 2023 naar latere jaren van € 2,3 miljard op het budget kwaliteitsafspraken investeringsbudget. De regeling kwaliteitsafspraken 2024 tot en met 2027 was oorspronkelijk voor de hele looptijd als verplichting opgenomen. De minister neemt echter pas in 2024 een beslissing over de kwaliteitsagenda's die door de instellingen worden ingeleverd. Vanaf dat moment worden er pas verplichtingen aangegaan.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 272,7 miljoen verhoogd in 2023. Deze verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  1. de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 (zie ook algemeen deel), waardoor de bekostiging voor circa € 298,2 structureel wordt opgehoogd;
  2. een kasschuif op het Regionaal Investeringsfonds (RIF). Om de beschikbare middelen in overeenstemming te brengen met het (verwachte) betalingsritme wordt er circa € 21,5 miljoen naar latere jaren geschoven.

Daarnaast vinden de volgende mutaties in 2024 plaats:

  1. de bekostiging van mbo-instellingen wordt in 2024 met € 165,0 miljoen verlaagd en kwaliteitsafspraken investeringsbudget met hetzelfde bedrag in 2024 verhoogd. De extra investering uit het coalitieakkoord in niveau 2 in het mbo wordt ook in 2024 nog via de kwaliteitsafspraken verstrekt, omdat de aparte mbo-bekostiging voor niveau 2 nog niet via wetgeving is aangepast;
  2. de bekostiging mbo-instellingen wordt naar beneden bijgesteld op basis van de meest actuele referentieraming. Enerzijds blijft de verwachting dat het totale aantal mbo-studenten in de komende jaren afneemt en vanaf studiejaar 2025/2026 geleidelijk zal toenemen. Anderzijds blijft de verwachting dat er meer leerwerkplekken zullen zijn vanwege het werkloosheidseffect, hierdoor worden er minder bol-studenten ten opzichte van bbl-studenten geraamd (zie ook algemeen deel);
  3. een structurele overboeking van Artikel 6 en 7 van € 10,0 miljoen vanaf 2024 naar de bekostiging mbo-instellingen voor het kosteloos beschikbaar stellen van boeken en licenties voor de vakken taal, rekenen en burgerschap aan mbo-studenten jonger dan 18 jaar. Hiermee wordt de toegankelijkheid van het mbo-onderwijs vergroot, omdat de kosten voor de student om een opleiding te volgen met deze maatregel zullen dalen. Met deze overboeking wordt gehoor gegeven aan de motie van het lid Hagen c.s..

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met ruim € 19,4 miljoen verhoogd in 2023. Deze verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  1. de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 (zie ook algemene deel), waardoor de regeling praktijkleren met circa € 14,0 miljoen structureel wordt opgehoogd;
  2. een verhoging van de regeling praktijkleren, naast de bovenstaand genoemde lpo, met per saldo € 11,7 miljoen. In de jaarlijkse doorrekening van de referentieraming 2023 stijgt het aantal bbl-studenten ten opzichte van de vorige raming. Hierdoor is de regeling praktijkleren voor leerwerkbedrijven niet meer toereikend om het maximale bedrag van € 2700 per leerwerkplek uit te keren, op basis van de verwachte aanvragen. Voor de jaren 2023 tot en met 2026 worden er extra middelen beschikbaar gesteld om dit effect (gedeeltelijk) te compenseren;
  3. een kasschuif op het instrument doorstroom beroepskolom. De regeling Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom heeft als doel om de doorstroom in de gehele beroepskolom te verbeteren van vmbo tot en met hbo. De kasschuif van € 8,6 miljoen in 2023 en € 16,8 miljoen in 2024 naar respectievelijk de jaren 2026 en 2027 is noodzakelijk om de kasgevolgen van de nieuwe regeling in overeenstemming te brengen met het (verwachte) betalingsritme aan onderwijsinstellingen;
  4. een eenmalige bijdrage van € 0,4 miljoen in 2023 en structureel € 4,9 miljoen uit Artikel 4 ten behoeve van de regeling vakwedstrijden. Met deze bijdrage wordt gehoor gegeven aan de moties van de leden El Yassini en Van der Molen.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt per saldo met circa € 11,4 miljoen verlaagd in 2023. Deze verlaging wordt grotendeels veroorzaakt door de

afnemende vraag van zelftesten bij mbo-instellingen. Hierdoor wordt dit budget met € 8,9 miljoen neerwaarts bijgesteld. Deze middelen vloeien terug naar de staatskas.

3.4 Beleidsartikel 6. Hoger onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 4.466.326 0 4.466.326 168.318 4.634.644 201.367 41.359 ‒ 31.588 ‒ 60.460
Bekostiging 4.412.912 0 4.412.912 74.233 4.487.145 67.446 ‒ 46.199 ‒ 46.985 ‒ 64.719
Bekostiging onderwijsdeel 3.717.139 0 3.717.139 216.020 3.933.159 79.733 ‒ 40.533 ‒ 82.677 ‒ 98.716
Bekostiging ontwerp en ontwikkeling 142.854 0 142.854 8.526 151.380 8.526 8.526 8.526 8.526
Studievoorschot kwaliteitsafspraken 342.879 0 342.879 19.520 362.399 22.087 23.815 25.173 23.478
Studievoorschotvouchers 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen 3.040 0 3.040 174 3.214 107 0 0 0
Fonds onderzoek en wetenschap 35.000 0 35.000 1.993 36.993 1.993 1.993 1.993 1.993
NGF Katalysator 127.000 0 127.000 ‒ 127.000 0 0 0 0 0
NGF Digitale impuls 45.000 0 45.000 ‒ 45.000 0 ‒ 45.000 ‒ 40.000 0 0
Subsidies (regelingen) 6.361 0 6.361 87.894 94.255 126.328 80.758 8.903 ‒ 2.202
Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding 2.638 0 2.638 ‒ 1.901 737 152 152 ‒ 2.486 ‒ 2.486
Zelftesten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige subsidies 3.723 0 3.723 1.183 4.906 1.176 606 289 284
NGF Katalysator 0 0 0 35.000 35.000 80.000 40.000 11.100 0
NGF Digitale impuls 0 0 0 53.612 53.612 45.000 40.000 0 0
Bijdrage aan agentschappen 14.839 0 14.839 1.925 16.764 1.999 1.009 1.059 1.056
Dienst Uitvoering Onderwijs 14.839 0 14.839 1.925 16.764 1.999 1.009 1.059 1.056
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 32.214 0 32.214 4.266 36.480 5.594 5.791 5.435 5.405
NWO: Praktijkgericht onderzoek 0 0 0 0 0 0 0 0 0
NWO: Promotiebeurs voor leraren 10.705 0 10.705 641 11.346 641 641 641 641
NWO: NRO-programma's Hoger Onderwijs 16.500 0 16.500 3.325 19.825 4.651 4.852 4.494 4.494
Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) 5.009 0 5.009 300 5.309 302 298 300 270
Ontvangsten 1.213 0 1.213 ‒ 1.196 17 ‒ 1.196 ‒ 1.196 0 0
Verplichtingen 4.447.496 0 4.447.496 365.203 4.812.699 170.303 7.176 ‒ 52.003 ‒ 67.961
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 64.898 64.898 0 0 0 0
waarvan overige verplichtingen 4.447.496 0 4.447.496 300.305 4.747.801 170.303 7.176 ‒ 52.003 ‒ 67.961

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 365,2 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 196,9 miljoen) wordt met name veroorzaakt door:

  1. bijstelling van de verplichtingenraming omdat bij het instrument bekostiging de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 en de extra prijsbijstelling 2022 voor zowel 2023 als 2024 in het jaar 2023 verplicht worden;
  1. bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing van de studentenaantallen uit de referentieraming 2023 voor 2024 in het jaar 2023 verplicht wordt;
  2. garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan hogescholen die in 2023 zijn aangegaan of vervallen en waar OCW garant voor staat (€ 64,9 miljoen).

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 74,2 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

  1. de doorverdeling (€ 250,6 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 en de extra prijsbijstelling 2022 (zie het algemeen deel);
  2. een verlaging van het budget met € 172,0 miljoen omdat de middelen uit het Nationaal Groeifonds (NGF) voor de projecten Nationale Leven Lang Ontwikkelen (LLO)-katalysator en Digitaliseringsimpuls onderwijs NL, die in eerste instantie ondergebracht waren bij het instrument bekostiging zijn overgeheveld naar het instrument subsidies;
  3. diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naar andere beleidsinstrumenten en -artikelen) die het budget per saldo in totaal verlagen met € 4,4 miljoen.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 87,9 miljoen verhoogd. Het betreft:

  1. een verlaging (€ 2,0 miljoen) op de subsidieregeling Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding in verband met het feit dat er minder beroep op de regeling werd gedaan dan geraamd; vanaf het jaar 2026 wordt deze subsidieregeling afgeschaald ten behoeve van de rijksbrede dekkingsopgave (zie het algemeen deel);
  2. de middelen uit het Nationaal Groeifonds (NGF) voor de projecten Nationale Leven Lang Ontwikkelen (LLO)-katalysator (€ 35,0 miljoen) en Digitaliseringsimpuls onderwijs NL (€ 53,6 miljoen), die in eerste instantie ondergebracht waren bij het instrument bekostiging zijn overgeheveld naar het instrument subsidies (zie ook het algemeen deel);
  1. diverse overige mutaties (met name de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 en overboekingen van en naar andere beleidsinstrumenten en -artikelen) die het budget per saldo in totaal verhogen met € 1,3 miljoen.

ZBO’s en agentschappen.

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s wordt per saldo met € 4,3 miljoen verhoogd in 2023. Deze verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. de doorverdeling (€ 1,9 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 en de extra prijsbijstelling 2022 (zie het algemeen deel);
  2. de verhoging (€ 2,4 miljoen) van het NWO-budget op de NRO-programma’s Hoger Onderwijs ten behoeve van het onderdeel Comeniuscompleet.

3.5 Beleidsartikel 7. Wetenschappelijk onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 6.705.031 ‒ 1.000 6.704.031 387.353 7.091.384 307.065 254.468 227.791 182.075
Bekostiging 6.652.912 ‒ 1.000 6.651.912 407.413 7.059.325 307.729 256.065 229.460 183.473
Bekostiging onderwijsdeel 3.069.644 ‒ 1.000 3.068.644 ‒ 28.724 3.039.920 ‒ 129.930 ‒ 182.334 ‒ 209.741 ‒ 254.674
Bekostiging onderzoeksdeel 2.480.411 0 2.480.411 362.950 2.843.361 362.971 362.698 362.715 362.739
Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek 749.820 0 749.820 53.012 802.832 52.972 52.931 52.889 52.844
Studievoorschot kwaliteitsafspraken 209.037 0 209.037 11.945 220.982 13.486 14.540 15.367 14.334
Studievoorschotvouchers 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Profilering en zwaartepuntvorming 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Fonds onderzoek en wetenschap 144.000 0 144.000 8.230 152.230 8.230 8.230 8.230 8.230
Subsidies (regelingen) 24.966 0 24.966 ‒ 1.221 23.745 ‒ 532 ‒ 1.839 ‒ 1.906 ‒ 1.876
Nuffic 11.113 0 11.113 ‒ 512 10.601 ‒ 512 ‒ 512 ‒ 512 ‒ 512
Studiekeuze123 3.702 0 3.702 652 4.354 562 562 562 562
Vluchteling Studenten UAF 2.594 0 2.594 157 2.751 157 157 157 157
Studentenwelzijn (Ecio) 894 0 894 87 981 87 87 49 49
Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) 280 0 280 41 321 54 45 23 20
Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) 263 0 263 16 279 16 16 16 16
Open en online onderwijs 2.112 0 2.112 ‒ 878 1.234 ‒ 878 ‒ 1.990 ‒ 1.990 ‒ 1.990
Zelftesten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige subsidies 4.008 0 4.008 ‒ 784 3.224 ‒ 18 ‒ 204 ‒ 211 ‒ 178
Opdrachten 24.167 0 24.167 ‒ 18.955 5.212 ‒ 248 126 121 362
Opdrachten 3.817 0 3.817 475 4.292 ‒ 248 126 121 362
Zelftesten 20.350 0 20.350 ‒ 19.430 920 0 0 0 0
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 2.986 0 2.986 116 3.102 116 116 116 116
Europees Universitair Instituut Florence (EUI) 1.920 0 1.920 116 2.036 116 116 116 116
United Nations University (UNU) 1.066 0 1.066 0 1.066 0 0 0 0
Ontvangsten 16 0 16 0 16 0 0 0 0
Verplichtingen 6.743.221 ‒ 1.000 6.742.221 764.181 7.506.402 318.428 258.010 197.311 139.450
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 69.726 69.726 0 0 0 0
waarvan overige verplichtingen 6.743.221 ‒ 1.000 6.742.221 694.455 7.436.676 318.428 258.010 197.311 139.450

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 764,2 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 376,8 miljoen) wordt met name veroorzaakt door:

  1. bijstelling van de verplichtingenraming omdat bij het instrument bekostiging de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 en de extra prijsbijstelling 2022 voor zowel 2023 als 2024 in het jaar 2023 verplicht worden;
  2. bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing van de studentenaantallen uit de referentieraming 2023 voor 2024 in het jaar 2023 verplicht wordt;
  3. garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan hogescholen die in 2023 zijn aangegaan of vervallen en waar OCW garant voor staat (€ 69,7 miljoen).

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 407,4 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

  1. de doorverdeling (€ 401,0 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 en de extra prijsbijstelling 2022 (zie het algemeen deel);
  2. Een overboeking van € 4,8 miljoen vanuit het ministerie van VWS voor de doorwerking vanaf 2023 van de zogenaamde OVA-compensatie 2022, zijnde het verschil van de door VWS uitgekeerde Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling in de zorg voor het jaar 2022 en het door OCW van het ministerie van Financiën ontvangen loonpercentage voor de gezondheidssector op de werkplaatsfunctie van de academische ziekenhuizen die door OCW worden bekostigd;
  3. diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naar andere beleidsinstrumenten/-artikelen en andere departementen) die het budget in totaal verhogen met € 1,6 miljoen.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 18,9 miljoen verlaagd.

De verlaging is het gevolg van de volgende mutaties:

  1. een verlaging (€ 19,4 miljoen) van het budget op de Covid-19 middelen ten behoeve van fulfilment en distributie voor zelftesten dat niet tot uitputting zal komen en terug vloeit naar de staatskas;
  1. diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naar andere beleidsinstrumenten/-artikelen en andere departementen) die het budget in totaal verhogen met € 0,5 miljoen.

3.6 Beleidsartikel 8. Internationaal beleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 19.250 1.000 20.250 2.190 22.440 1.234 1.210 1.209 1.209
Subsidies (regelingen) 8.059 0 8.059 1.599 9.658 549 544 543 543
Stichting Ons Erfdeel 185 0 185 0 185 0 0 0 0
Stichting Nuffic 999 0 999 1.111 2.110 61 61 61 61
Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training 4.089 0 4.089 250 4.339 250 250 250 250
Internationalisering onderwijs 1.062 0 1.062 74 1.136 74 74 74 74
Duitsland Instituut Amsterdam 786 0 786 110 896 110 110 110 110
Netherlands house for Education and Research (Neth-ER) 625 0 625 43 668 43 43 43 43
Incidentele HGIS subsidies 157 0 157 0 157 0 0 0 0
Overige incidentele subsidies 156 0 156 11 167 11 6 5 5
Opdrachten 2.895 0 2.895 89 2.984 184 171 171 171
Opdrachten 2.895 0 2.895 89 2.984 184 171 171 171
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 7.816 1.000 8.816 502 9.318 501 495 495 495
Nederlandse Taalunie 7.235 0 7.235 477 7.712 476 470 470 470
Stichting Nuffic 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Europa College Brugge 32 0 32 2 34 2 2 2 2
Unesco 53 0 53 4 57 4 4 4 4
OESO CERI 92 0 92 6 98 6 6 6 6
Fulbright Commission The Netherlands 383 0 383 27 410 27 27 27 27
EU-programma's en activiteiten 21 0 21 1 22 1 1 1 1
Overige bijdragen 0 1.000 1.000 ‒ 15 985 ‒ 15 ‒ 15 ‒ 15 ‒ 15
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 480 0 480 0 480 0 0 0 0
Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa) 480 0 480 0 480 0 0 0 0
Ontvangsten 99 0 99 0 99 0 0 0 0
Verplichtingen 19.251 1.000 20.251 2.620 22.871 1.234 1.210 1.209 1.209
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan overige verplichtingen 19.251 1.000 20.251 2.620 22.871 1.234 1.210 1.209 1.209

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 2,6 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 2,3 miljoen) wordt met name veroorzaakt door de bijstelling van de verplichtingenraming vanwege de loon- en prijsbijstelling.

Uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 2,2 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

Subsidies
Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 1,6 miljoen verhoogd. Het betreft o.a. de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 (zie ook algemeen deel).

3.7 Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 223.401 ‒ 95 223.306 ‒ 24.251 199.055 20.850 18.487 17.858 13.571
Bekostiging 46.621 0 46.621 ‒ 10.552 36.069 49.258 52.010 54.710 69.010
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 46.621 0 46.621 ‒ 10.552 36.069 ‒ 46.693 ‒ 46.693 ‒ 46.693 ‒ 46.693
Tekorten regios 0 0 0 0 0 95.951 98.703 101.403 115.703
Subsidies (regelingen) 169.590 ‒ 95 169.495 ‒ 13.842 155.653 ‒ 28.609 ‒ 33.724 ‒ 37.062 ‒ 55.648
Lerarenbeurs 62.717 0 62.717 0 62.717 3.503 3.209 3.209 3.209
Zij-instroom 62.924 0 62.924 10.000 72.924 14.308 12.586 12.748 8.162
Wet Beroep leraar en Lerarenregister 1.775 ‒ 295 1.480 ‒ 1.480 0 ‒ 2.606 ‒ 2.306 ‒ 2.206 ‒ 2.206
Aanpak lerarentekort 39.949 0 39.949 ‒ 23.000 16.949 ‒ 45.969 ‒ 49.519 ‒ 53.019 ‒ 67.019
Overige subsidies 2.225 200 2.425 638 3.063 2.155 2.306 2.206 2.206
Opdrachten 3.866 0 3.866 ‒ 259 3.607 ‒ 208 ‒ 208 ‒ 208 ‒ 208
Opdrachten 3.866 0 3.866 ‒ 259 3.607 ‒ 208 ‒ 208 ‒ 208 ‒ 208
Bijdrage aan agentschappen 3.324 0 3.324 402 3.726 409 409 418 417
Dienst Uitvoering Onderwijs 3.324 0 3.324 402 3.726 409 409 418 417
Ontvangsten 6.500 0 6.500 0 6.500 0 0 0 0
Verplichtingen 220.502 ‒ 95 220.407 ‒ 7.751 212.656 12.350 9.987 10.858 13.571
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan overige verplichtingen 220.502 ‒ 95 220.407 ‒ 7.751 212.656 12.350 9.987 10.858 13.571

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden in 2023 met € 7,8 miljoen verlaagd. In de jaren na 2023 wordt het verplichtingenbedrag verhoogd. Het verschil tussen verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaakt door een kasschuif voor de regeling voor onderwijsassistenten (SOOL). Er wordt bij deze regeling een verplichting aangegaan voor een subsidie die over meerdere jaren wordt uitbetaald. Hierdoor worden de verplichtingen in 2023 minder verlaagd dan de uitgaven, maar worden de uitgaven in 2024, 2025 en 2026 meer verhoogd dan de verplichtingen.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt in 2023 per saldo met € 10,6 miljoen verlaagd. In de jaren daarna wordt het budget verhoogd met € 49,3 miljoen in 2024 tot € 69,0 miljoen in 2027. Deze verschuivingen worden voornamelijk veroorzaakt door:

  1. Voor de vorming van de Onderwijsregio's, zoals aangekondigd in de lerarenbrief in december 2022, is een nieuw hoofdbudget gecreëerd onder bekosting: Tekorten Regio's.
  2. Vanaf 2024 komen hier zoals aangekondigd de middelen voor Samen Opleiden (tegemoetkoming kosten opleidingsscholen) en de Regionale Aanpak (aanpak tekorten) samen.
  3. Verder is er aan dit nieuwe budget loon- en prijsbijstelling toegevoegd ter hoogte van € 5,3 miljoen in 2024 oplopend tot € 6,5 miljoen in 2027.
  4. Doordat de nieuwe regeling per 2024 een systematiek per jaar heeft en de oude regelingen een systematiek per schooljaar hadden, is er in 2023 minder budget benodigd voor deze regelingen. De resterende € 10 miljoen wordt ingezet om de grote toestroom bij de regeling onderwijsassistenten op te vangen.

Subsidies

Het budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 13,7 miljoen verlaagd. In de jaren daarna wordt het budget verlaagd met € 28,6 miljoen in 2024 tot € 55,6 miljoen in 2027. Dit wordt met name verklaard door:

  1. Een verschuiving vanaf 2024 van het budget van de Regionale Aanpak (hoofdbudget aanpak tekorten) naar bekostigingshoofdbudget Tekorten Regio's ten behoeve van de Onderwijsregio's (zie bekostiging).
  2. Een verlaging in 2023 van het budget voor de aanpak lerarentekort met € 23 miljoen ten behoeve van de decentralisatieuitkering voor de G4, de regelingen zij-instroom en onderwijsassistenten (SOOL) op het hoofdbudget zij-instroom en bijdrage aan de dekkingsopgave (€ 6 miljoen). Deze middelen zijn vrijgekomen door de eerder genoemde overgang van schooljaar naar kalenderjaar.
  3. Een verhoging van de budgetten in 2023 voor de regeling zij-instroom met € 6 miljoen en de regeling onderwijsassistenten (SOOL) met € 8 miljoen. Daarnaast is de regeling voor onderwijsassisten uitgebreid met een deel voor voortgezet onderwijs waarvoor € 4 miljoen extra per jaar is toegevoegd aan de regeling.
  4. Een verlaging van het hoofdbudget zij-instroom in 2023 van € 15 miljoen door een kasschuif naar de jaren 2024, 2025 en 2026 van € 5 miljoen per jaar voor de regeling onderwijsassistenten (SOOL).
  5. Er is loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de hoofdbudgetten lerarenbeurs en zij-instroom. Dit gaat om € 7,3 miljoen in 2024, aflopend naar € 6,9 miljoen in 2027.

Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de dekkingsbijdrage en loon- en prijsbijstelling.

3.8 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 5.516.325 0 5.516.325 159.473 5.675.798 111.420 288.946 169.751 258.051
Inkomensoverdracht 1.447.206 0 1.447.206 44.684 1.491.890 ‒ 31.085 145.690 50.878 141.587
Basisbeurs gift (R) 373.559 0 373.559 21.707 395.266 ‒ 11.733 ‒ 23.432 ‒ 28.303 ‒ 6.800
Aanvullende beurs gift (R) 761.611 0 761.611 ‒ 22.226 739.385 ‒ 24.105 ‒ 22.038 ‒ 22.883 ‒ 21.120
Reisvoorziening gift (R) 296 0 296 ‒ 6.564 ‒ 6.268 ‒ 20.547 1.563 21.452 58.502
Maatregelen herinvoering basisbeurs (R) 29.925 0 29.925 4.462 34.387 11.127 19.024 53.030 86.328
Tegemoetkoming (R) 0 0 0 0 0 0 78.247 9.059 5.774
Studievoorschotvouchers (R) 9.152 0 9.152 ‒ 8.087 1.065 ‒ 819 76.334 1.531 911
Caribisch Nederland gift (R) 2.971 0 2.971 130 3.101 130 130 130 130
Overige uitgaven (R) 269.692 0 269.692 55.262 324.954 14.862 15.862 16.862 17.862
Leningen 3.890.737 0 3.890.737 101.822 3.992.559 131.322 128.331 107.864 69.630
Basisbeurs prestatiebeurs (NR) ‒ 117.068 0 ‒ 117.068 6.736 ‒ 110.332 38.933 58.079 62.119 28.418
Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR) 117.521 0 117.521 45.340 162.861 42.371 37.866 39.707 43.832
Reisvoorziening (NR) 147.994 0 147.994 160.266 308.260 146.205 129.932 106.452 88.199
Maatregelen herinvoering basisbeurs (NR) 362.000 0 362.000 28.500 390.500 101.500 79.000 58.000 33.000
Rentedragende lening (NR) 2.937.615 0 2.937.615 ‒ 19.929 2.917.686 ‒ 45.414 ‒ 11.513 14.048 63.033
Collegegeldkrediet (NR) 352.580 0 352.580 ‒ 56.203 296.377 ‒ 59.939 ‒ 64.354 ‒ 68.683 ‒ 73.126
Leven lang leren krediet (NR) 35.011 0 35.011 ‒ 9.094 25.917 ‒ 9.036 ‒ 8.979 ‒ 8.978 ‒ 8.977
Overige uitgaven (NR) 55.084 0 55.084 ‒ 53.794 1.290 ‒ 83.298 ‒ 91.700 ‒ 94.801 ‒ 104.749
Bijdrage aan agentschappen 178.382 0 178.382 12.967 191.349 11.183 14.925 11.009 46.834
Dienst Uitvoering Onderwijs 178.382 0 178.382 12.967 191.349 11.183 14.925 11.009 46.834
Ontvangsten 1.233.363 0 1.233.363 166.907 1.400.270 320.575 455.874 469.724 492.320
Ontvangsten (R) 71.588 0 71.588 10.066 81.654 143.997 258.457 250.185 249.306
Ontvangen rente (R) 52.633 0 52.633 7.663 60.296 141.570 256.002 247.697 246.780
Overige ontvangsten (R) 18.630 0 18.630 2.237 20.867 2.224 2.212 2.203 2.195
Ontvangsten Caribisch Nederland (R ) 325 0 325 166 491 203 243 285 331
Ontvangsten (NR) 1.161.775 0 1.161.775 156.841 1.318.616 176.578 197.417 219.539 243.014
Terugontvangen lening (NR) 1.161.775 0 1.161.775 156.841 1.318.616 176.578 197.417 219.539 243.014

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Toelichting instrumenten (algemeen):

Zowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheid gemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent: relevant voor het uitgavenplafond. Uitgangspunt in de begrotingsregels is dat uitgaven die relevant zijn voor het EMU-saldo ook relevant zijn voor het uitgavenplafond. Zoals opgenomen in Miljoenennota 2022 is de behandeling van prestatiebeurzen voor het EMU-saldo veranderd door gewijzigde inzichten van Eurostat en daarmee CBS. De relevante uitgaven in deze begroting worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en uitgekeerde prestatiebeurs die wordt omgezet in een gift. In deze begroting van OCW worden de prestatiebeursuitgaven als niet-relevant behandeld (zolang die nog niet zijn omgezet in een gift); in de weergave van het EMU-saldo worden zij wel als relevant weergegeven, middels een correctie op het EMU-saldo. Overige niet-relevante uitgaven zijn de rentedragende leningen. Deze uitgaven zijn niet-relevant voor het uitgavenplafond, maar worden wel meegerekend in de EMU-schuld.

De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van de rentedragende leningen

Toelichting mutaties:

Uitgaven

In deze paragraaf wordt de ontwikkeling op de studiefinancieringsraming beschreven. De totale uitgaven op Artikel 11 worden met € 159,5 miljoen naar boven bijgesteld. Het betreft een bijstelling van de inkomensoverdrachten naar boven van € 44,7 miljoen, een bijstelling omhoog van de leningen met € 101,8 miljoen en een bijstelling omhoog van het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met € 13,0 miljoen. Hieronder wordt per instrument toegelicht hoe de bijstellingen tot stand zijn gekomen.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

De relevante uitgaven worden met € 44,7 miljoen verhoogd. Dit bestaat uit de volgende elementen:

  1. de uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met € 21,7 miljoen verhoogd. Dit betreft met name de bijstelling omhoog van € 28,8 miljoen op de omzettingen. Het grootste deel van de omzettingen vindt in januari plaats, voor 2023 zijn deze uitgaven al bekend. Daarnaast zijn de uitgaven aan basisbeurs die direct als gift uitgekeerd wordt € 15,5 miljoen lager, als gevolg van een lager dan geraamd aantal studenten en fractie gebruikers in het mbo. Door de loon- en prijsbijstelling wordt het bedrag met € 8,4 miljoen verhoogd;
  2. de relevante uitgaven aan de aanvullende beurs worden per saldo met € 22,2 miljoen verlaagd. De uitgaven aan aanvullende beurs die direct als gift wordt uitgekeerd zijn, voornamelijk op basis van realisatiegegevens, omlaag bijgesteld met € 41,3 miljoen. Verder betreft dit lagere omzettingen dan geraamd (€ 10,9 miljoen). Door de loon- en prijsbijstelling wordt het bedrag met € 29,9 miljoen verhoogd;
  3. de reisvoorziening wordt per saldo met € 6,6 miljoen verlaagd. Hier liggen de volgende verklaringen aan ten grondslag:

    1. het budget kosten ov-contract is met € 144,9 miljoen verhoogd. Dit is het gevolg van de hogere prijs voor het OV in 2022. Daarnaast zit in deze bijstelling ook € 5,1 miljoen verwerkt aan kwijtschelding OV-boetes;
    2. de reisvoorziening direct gift is met € 11,8 miljoen omhoog bijgesteld. Dit is het gevolg van het hogere normbedrag voor de reisvoorziening.
    3. de omzettingen van prestatiebeurs in gift zijn per saldo met € 41,8 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens door lagere geraamde aantallen studenten;
    4. de bijdrage studerenden aan ov is met € 121,4 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit betreft een tegenboeking waarmee voorkomen wordt dat de waarde van de ov-kaart dubbel geboekt wordt (enerzijds door toekenning aan de student, anderzijds door de betaling aan de ov-bedrijven). Doordat het een tegenboeking betreft, betekent deze negatieve mutatie dus eigenlijk een hoger bedrag aan toekenningen. Dit wordt veroorzaakt door de kostenstijging van het OV;
    5. door de loon- en prijsbijstelling wordt de reisvoorziening met €12,5 miljoen omhoog bijgesteld.
  1. het relevante budget voor de Maatregelen herinvoering basisbeurs bestaat grotendeels uit twee onderdelen. De uitgaven voor de herinvoering basisbeurs en de uitgaven ten aanzien van de maatregelen aanvullende beurs. Het budget voor de Maatregelen herinvoering basisbeurs wordt per saldo met € 4,5 miljoen bijgesteld. De uitgaven zijn met € 1,5 miljoen opwaarts bijgesteld vanwege hogere toekenningen aanvullende beurs (in het kader van het niet-gebruik aanvullende beurs). Door de loon- en prijsbijstelling wordt het bedrag met € 3,0 miljoen verhoogd;
  2. er zijn geen bijstellingen op het budget voor de tegemoetkoming;
  3. de middelen voor de Studievoorschotvouchers worden per saldo met € 8,1 miljoen neerwaarts bijgesteld. Er vindt een kasschuif plaats van € 10,5 miljoen van 2023 naar 2025. Daarnaast is er in 2023 € 1,5 miljoen aan eindejaarsmarge toegevoegd vanuit 2022. Als laatste is het budget verhoogd met € 0,9 miljoen op basis van loon- en prijsbijstelling;
  4. het budget voor Caribisch Nederland is met € 0,1 miljoen naar boven bijgesteld;
  5. de relevante overige uitgaven worden per saldo met € 55,3 miljoen verhoogd. Het budget wordt met € 51,9 miljoen verhoogd voor middelen ten behoeve van de kwijtschelding van studieschulden van toeslagengedupeerden. Daarnaast worden de uitgaven met € 10,0 miljoen verhoogd ten behoeven van de NP Onderwijs maatregelen. Als laatste worden de overige uitgaven met € 8,9 miljoen naar beneden bijgesteld, dit betreft een bijstelling van de kwijtscheldingen op basis van de realisatiegegevens.

Leningen

De niet-relevante uitgaven worden per saldo met € 101,8 miljoen verhoogd. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. de niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden met € 6,7 miljoen omhoog bijgesteld. Dit betreft allereerst de toekenningen prestatiebeurs. Deze worden omlaag bijgesteld met € 21,5 miljoen vanwege lagere fractie gebruikers en lagere aantallen studenten. Daarnaast zorgen de tegenboekingen van de omzettingen van prestatiebeurs in gift en lening voor een opwaartse bijstelling van in totaal € 2,7 miljoen (€ 28,8 miljoen omzetting gift en € 31,5 miljoen omzetting lening). Tot slot is er voor € 25,6 miljoen aan prijsbijstelling voor 2023 toegekend;
  1. de niet-relevante uitgaven aanvullende beurs zijn met € 45,3 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft een neerwaartse bijstelling van € 28,0 miljoen op de toekenningen prestatiebeurs, voornamelijk als gevolg van de lagere aantallen studenten. Daarnaast zijn de omzettingen van prestatiebeurs naar gift en lening, die hier tegen geboekt worden, omhoog bijgesteld met € 11,0 miljoen (dit betreffen dus minder omzettingen in gift). Tot slot is er voor € 62,4 miljoen aan prijsbijstelling voor 2023 toegekend;
  2. de niet-relevante uitgaven ov worden met € 160,3 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft voornamelijk hogere toekenningen prestatiebeurs, € 118,5 miljoen, als gevolg van de hogere prijs van het OV. Daarnaast zijn de omzettingen naar gift € 41,8 miljoen hoger. Aangezien de omzettingen op deze post negatief worden tegen geboekt, betekent dit dat er minder reisvoorziening naar gift zal worden omgezet. Tot slot is er voor € 2,1 miljoen aan prijsbijstelling voor 2023 toegekend;
  3. het niet-relevante budget voor de Maatregelen herinvoering basisbeurs bestaat uit drie onderdelen. De uitgaven voor de herinvoering basisbeurs, uitgaven ten aanzien van de maatregelen aanvullende beurs en de bijstelling doordat studenten minder gaan lenen vanwege de herinvoering van de basisbeurs.

    Het budget voor de Maatregelen herinvoering basisbeurs is per saldo met € 28,5 miljoen opwaarts bijgesteld.

    1. deze bijstelling wordt voornamelijk veroorzaakt door de bijstelling op het leningen deel van € 12,6 miljoen. In de raming voor de herinvoering van de basisbeurs wordt ervan uitgegaan dat studenten minder gaan lenen. Doordat uit realisatiegegevens blijkt dat studenten al voor de herinvoering minder zijn gaan lenen, is de verwachting dat het effect van de herinvoering van de basisbeurs tot een kleinere daling van totale leensom leidt;
    2. daarnaast wordt het budget met € 15,9 miljoen opwaarts bijgesteld vanwege hogere toekenningen basisbeurs en aanvullende beurs (in het kader van het niet-gebruik aanvullende beurs).
  4. de uitgaven op de post rentedragende lening (niet-relevant) zijn per saldo neerwaarts bijgesteld met € 19,9 miljoen. Deze bijstelling wordt allereerst veroorzaakt door lagere aantallen leerlingen (neerwaartse bijstelling van € 76,9 miljoen). Daarnaast is er sprake van een dalende trend in het percentage leners wat zorgt voor lagere uitgaven aan de rentedragende lening (neerwaartse bijstelling van € 196,0 miljoen). Ook is de tegenboeking van de post omzettingen naar lening met € 31,7 miljoen naar beneden bijgesteld. Tot slot is er voor € 284,6 miljoen aan prijsbijstelling voor 2023 toegekend;
  1. de uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 56,2 miljoen. Deze bijstelling komt, evenals bij de rentedragende lening, door de dalende trend in het percentage studenten dat naar verwachting gebruik gaat maken van het krediet (neerwaartse bijstelling van € 83,6 miljoen). Daarnaast is er voor € 27,4 miljoen aan prijscompensatie voor 2023 toegekend;
  1. het budget voor het levenlanglerenkrediet wordt met € 9,1 miljoen naar beneden bijgesteld op basis van realisatiegegevens. Er wordt minder gebruik gemaakt van het krediet dan verwacht (neerwaartse bijstelling van € 11,8 miljoen). Daarnaast is er voor € 2,7 miljoen aan prijscompensatie voor 2023 toegekend;
  1. de niet-relevante overige uitgaven zijn met € 53,8 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met € 13,0 miljoen verhoogd. Als gevolg van de lagere volumes uit de referentieraming wordt het budget met € 0,3 miljoen verlaagd. Door de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 stijgt het budget met € 10,7 miljoen. Er worden ook extra uitgaven gedaan voor informatie- en systeembeveiliging, wat het budget verhoogt met € 5,4 miljoen om aan de meest recente compliancy-eisen te voldoen. Om het meerjarig beeld goed te krijgen, is er een kasschuif toegepast waardoor het budget voor 2023 met € 2,8 miljoen wordt verlaagd.

Ontvangsten

De ontvangsten worden met € 166,9 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door een stijging van de relevante ontvangsten van € 10,1 miljoen en een stijging van de niet-relevante ontvangsten met € 156,8 miljoen.

  1. de relevante ontvangsten worden omhoog bijgesteld met € 10,1 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:

    1. renteontvangsten: deze post is met € 7,7 miljoen verhoogd. Dit betreft hogere renteontvangsten als gevolg van een hogere rente;
    2. overige ontvangsten: deze post is met € 2,2 miljoen verhoogd op basis van realisatiegegevens;
    3. ontvangsten Caribisch Nederland: deze post is met 0,2 miljoen verhoogd op basis van realisatiegegevens.
  1. de niet-relevante ontvangsten worden gevormd door de terugontvangen lening en worden omhoog bijgesteld met € 156,8 miljoen op basis van realisatiegegevens. Dit is het gevolg van hoger dan verwachte extra ontvangsten (ontvangsten bovenop de reguliere termijnontvangsten).

3.9 Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 73.732 0 73.732 4.239 77.971 3.856 3.118 3.663 3.323
Inkomensoverdracht 70.948 0 70.948 4.065 75.013 3.676 2.936 3.472 3.133
Minderjarige deelnemers bol (R ) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R) 3.985 0 3.985 0 3.985 0 0 0 0
Deeltijd vo (R) 1.836 0 1.836 128 1.964 128 128 128 128
Volwassenenonderwijs (vavo) (R) 6.196 0 6.196 ‒ 532 5.664 ‒ 549 ‒ 597 ‒ 605 ‒ 635
Meerderjarige scholieren vo (R) 55.019 0 55.019 4.739 59.758 4.422 3.726 4.242 3.917
Meerderjarige scholieren vso (R) 3.912 0 3.912 ‒ 270 3.642 ‒ 325 ‒ 321 ‒ 293 ‒ 277
Leningen 14 0 14 0 14 0 0 0 0
STOEB/ALR (NR) 14 0 14 0 14 0 0 0 0
Bijdrage aan agentschappen 2.770 0 2.770 174 2.944 180 182 191 190
Dienst Uitvoering Onderwijs 2.770 0 2.770 174 2.944 180 182 191 190
Ontvangsten 2.086 0 2.086 94 2.180 80 59 74 62
Minderjarige deelnemers bol (R) 0 0 0 101 101 101 101 101 101
Tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo (R) 189 0 189 ‒ 58 131 ‒ 82 ‒ 64 ‒ 49 ‒ 62
Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R) 1.897 0 1.897 51 1.948 61 22 22 23

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Uitgaven

De uitgaven aan de WTOS worden per saldo met € 4,2 miljoen verhoogd. Dit betreft een opwaartse bijstelling € 4,1 miljoen op de inkomensoverdrachten en van € 0,2 miljoen op de bijdrage aan agentschappen. Hieronder zal per instrument worden toegelicht wat de oorzaken van de bijstellingen zijn.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdracht

De raming wordt per saldo met € 4,2 miljoen verhoogd. Dat de uitgaven naar boven zijn bijgesteld komt voornamelijk door de toekenning van de prijscompensatie voor 2023 en extra prijscompensatie van 2022 van € 5,5 miljoen. De overige bijstelling (in totaal € 1,3 miljoen) wordt veroorzaakt door de som van enerzijds een lager aantal WTOS-gerechtigden dan geraamd en anderzijds een bijstelling op basis van realisatiegegevens.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met € 0,2 miljoen verhoogd.

3.10 Beleidsartikel 13. Lesgeld

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 15.667 0 15.667 982 16.649 1.012 1.013 1.074 1.069
Bijdrage aan agentschappen 15.667 0 15.667 982 16.649 1.012 1.013 1.074 1.069
Dienst Uitvoering Onderwijs 15.667 0 15.667 982 16.649 1.012 1.013 1.074 1.069
Ontvangsten 262.124 0 262.124 ‒ 10.399 251.725 22 5.002 9.215 17.572

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Uitgaven

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met € 1,0 miljoen verhoogd.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 10,4 miljoen verlaagd. De referentieraming zorgt voor een tegenvaller door lagere aantallen bolstudenten.

3.11 Beleidsartikel 14. Cultuur

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 1.209.069 0 1.209.069 109.845 1.318.914 86.484 89.035 78.587 82.224
Bekostiging 1.014.984 0 1.014.984 48.554 1.063.538 47.339 73.132 71.685 70.622
Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen 246.802 0 246.802 ‒ 2.566 244.236 ‒ 3.338 17.151 16.812 16.739
Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen 264.948 0 264.948 13.590 278.538 16.151 16.320 17.355 16.880
Huisvesting erfgoed 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Beheer en onderhoud collecties erfgoed 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Museale instellingen met een wettelijke taak 229.141 0 229.141 20.368 249.509 19.872 23.665 18.471 18.639
Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen 52.731 0 52.731 4.921 57.652 9.031 8.637 8.137 6.637
Digitale openbare bibliotheek 17.426 0 17.426 1.173 18.599 1.173 1.180 1.180 1.180
Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten 13.026 0 13.026 877 13.903 877 877 877 877
Monumentenzorg 154.096 0 154.096 5.310 159.406 ‒ 601 316 3.863 5.213
Archieven incl. Regionale Historische Centra 30.696 0 30.696 4.273 34.969 2.949 2.897 2.901 2.368
Flankerend beleid huisvesting 6.117 0 6.117 608 6.725 608 608 608 608
Cultuureducatie met Kwaliteit 1 0 1 0 1 617 1.481 1.481 1.481
Subsidies (regelingen) 91.929 0 91.929 37.145 129.074 21.725 683 835 2.063
Verbreden inzet cultuur 25.131 0 25.131 ‒ 86 25.045 1.004 930 805 1.254
Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) 9.445 0 9.445 191 9.636 181 231 230 230
Programma leesbevordering 13.049 0 13.049 804 13.853 742 681 681 681
Creatieve Industrie 1.894 0 1.894 ‒ 197 1.697 107 131 123 123
Monumentenzorg 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Erfgoed en fysieke leefomgeving 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Specifiek cultuurbeleid 40.679 0 40.679 33.317 73.996 18.575 ‒ 2.358 ‒ 2.072 ‒ 373
Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 1.731 0 1.731 3.116 4.847 1.116 1.068 1.068 148
Opdrachten 24.087 0 24.087 5.357 29.444 7.107 7.145 5.063 3.190
Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis 1.967 0 1.967 126 2.093 129 129 129 129
Monumentenzorg 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Archeologie 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 14.021 0 14.021 1.277 15.298 4.192 2.905 2.666 2.666
Overige opdrachten 8.099 0 8.099 3.954 12.053 2.786 4.111 2.268 395
Bijdrage aan agentschappen 49.668 0 49.668 8.460 58.128 5.764 4.464 2.318 5.963
Nationaal Archief 49.668 0 49.668 8.460 58.128 5.764 4.464 2.318 5.963
Bijdragen aan medeoverheden 26.500 0 26.500 10.211 36.711 4.433 3.495 ‒ 1.430 270
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 1.901 0 1.901 118 2.019 116 116 116 116
Ontvangsten 4.537 0 4.537 5.639 10.176 0 0 0 0
Verplichtingen 641.444 0 641.444 67.717 709.161 172.038 60.651 50.509 54.059
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 ‒ 66.895 ‒ 66.895 0 0 0 0
waarvan overige verplichtingen 641.444 0 641.444 134.612 776.056 172.038 60.651 50.509 54.059

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 67,7 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties van € 42,1 miljoen wordt grotendeels veroorzaakt door:

  1. per saldo een verlaging van de garantieverplichtingen met € 66,9 miljoen;
  2. een verhoging van € 26,8 miljoen voor de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 en de extra prijsbijstelling 2022. Dit is nodig omdat de uitkering hiervan voor een groot deel van de cultuurbegroting in 2023 ook al wordt verplicht voor het jaar 2024.

Uitgaven

Toelichting per instrument

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 48,6 miljoen verhoogd. Dit saldo bestaat uit diverse mutaties. Voor loon- en prijsbijstelling is € 66,3 miljoen extra geraamd, dit is inclusief de extra prijsbijstelling over 2022. De extra prijsbijstelling en de loon- en prijsbijstelling over 2023 worden volgens de reguliere systematiek toegevoegd aan de budgetten. Voor de zomer wordt de loon- en prijsbijstelling verstrekt aan instellingen en fondsen in de culturele basisinfrastructuur en de musea die via de Erfgoedwet worden bekostigd. Voor het aanpakken van een aantal urgent benodigde restauraties van grote monumenten is € 15,0 miljoen toegevoegd aan het budget voor de monumentenzorg. Er is € 19,1 miljoen overgeboekt naar het financiële instrument Subsidies voor het verbeteren van de honorering van werkenden en zzp-ers in de culturele sector. Deze middelen worden verplaatst, omdat in de aanloop naar het volgende meerjarige subsidieplan voor de culturele basisinfrastructuur (2025-2028), de besteding in de jaren 2023 en 2024 is gepland via diverse projectsubsidies. Daarnaast zijn diverse kleinere mutaties verwerkt.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 37,1 miljoen verhoogd. Daarvan is € 19,1 miljoen overgeboekt vanuit het financiële instrument Bekostiging (zie toelichting bij Bekostiging). Naast aanvullend budget voor loon- en prijsbijstelling (€ 5,3 miljoen) en diverse andere kleinere mutaties, is de raming verhoogd met € 5,3 miljoen om tegemoet te komen aan de overvraag naar subsidies voor maatschappelijke initiatieven rond de herdenking van het slavernijverleden. Uit de eindejaarsmarge is € 5,0 miljoen aan het budget toegevoegd voor de financiering van het cultuurplan van de landelijke publieke omroep. Deze middelen zijn in 2022 niet tot besteding gekomen, zoals gemeld in de Kamerbrief van 19 december 2022.

Ontvangsten

De ontvangstenraming wordt verhoogd door een desaldering van € 5,6 miljoen. Door vertraging en het anders invullen van projecten (deels ook als gevolg van corona) heeft het Nationaal Archief een eigen vermogen dat hoger is dan toegestaan. Het surplus wordt afgeroomd en wordt deels ingezet voor vertraagde trajecten in latere jaren middels een kasschuif.

3.12 Beleidsartikel 15. Media

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 1.128.228 0 1.128.228 114.814 1.243.042 77.782 54.433 54.863 55.105
Bekostiging 1.086.359 0 1.086.359 117.359 1.203.718 80.380 56.971 58.643 58.707
Landelijke publieke omroep 856.380 1.050 857.430 99.618 957.048 56.892 33.509 33.839 34.000
Regionale omroep 162.353 0 162.353 15.742 178.095 18.028 18.028 19.204 19.052
Stichting Omroep Muziek 18.187 0 18.187 5.913 24.100 1.413 1.413 1.413 1.413
Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG) 30.487 0 30.487 2.308 32.795 2.308 2.046 2.046 2.046
Stimuleringsfonds voor de Journalistiek 2.386 0 2.386 618 3.004 618 596 662 621
Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO) 5.124 0 5.124 398 5.522 398 398 398 398
Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik) 1.698 0 1.698 132 1.830 132 132 132 132
Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) 1.754 0 1.754 136 1.890 136 136 136 136
Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve 7.140 ‒ 1.050 6.090 ‒ 7.573 ‒ 1.483 388 646 746 842
Overige bekostiging media 850 0 850 67 917 67 67 67 67
Subsidies (regelingen) 31.587 0 31.587 ‒ 4.685 26.902 ‒ 4.113 ‒ 4.014 ‒ 4.426 ‒ 4.248
Subsidies (regelingen) 4.116 0 4.116 264 4.380 109 49 49 49
Steunfonds Lokale Informatievoorziening 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Werk aan Uitvoering 6.335 0 6.335 ‒ 6.335 0 ‒ 5.969 ‒ 5.949 ‒ 5.193 ‒ 5.154
Onderzoeksjournalistiek 9.326 0 9.326 612 9.938 750 960 861 857
Lokale journalistiek 11.810 0 11.810 774 12.584 997 926 ‒ 143 0
Opdrachten 4.573 0 4.573 702 5.275 254 215 44 44
Opdrachten 4.573 0 4.573 702 5.275 254 215 44 44
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 5.640 0 5.640 1.411 7.051 1.251 1.251 592 592
Commissariaat voor de Media 5.640 0 5.640 1.411 7.051 1.251 1.251 592 592
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 69 0 69 10 79 10 10 10 10
European Audiovisual Observatory 69 0 69 10 79 10 10 10 10
Ontvangsten 134.235 0 134.235 40.280 174.515 0 0 0 0
Overige ontvangsten 134.235 0 134.235 40.280 174.515 0 0 0 0
Verplichtingen 1.131.778 0 1.131.778 191.761 1.323.539 79.445 56.395 54.831 55.202
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan overige verplichtingen 1.131.778 0 1.131.778 191.761 1.323.539 79.445 56.395 54.831 55.202

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 191,8 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties (€ 114,8 miljoen). Daarnaast wordt de verplichtingenstand aangesloten op de voorgenomen uitgaven uit de mediabegrotingsbrief.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Om te voldoen aan de Rijksbrede dekkingsopgave wordt de Rijksmediabijdrage voor de landelijke publieke omroep vanaf 2025 bijgesteld. Zie voor een toelichting het algemene deel.

Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 117,4 miljoen verhoogd. De verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. toevoeging van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 (€ 29,0 miljoen) en een correctie op de prijsbijstelling 2022 van € 45,3 miljoen (zie het algemene deel);
  2. een overboeking van subsidies van de Werk aan Uitvoering middelen ( € 2,8 miljoen) naar Regionale Publieke Omroepen;
  3. een overboeking binnen het instrument bekostiging van dotatie/onttrekking Algemene Media reserve (AMr) (€ 1.1 miljoen) voor audiodescriptie (Amendement van het lid Werner c.s.). Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 VIII, nr. 169 naar de Landelijke Publieke Omroep (€ 1,1 miljoen);
  4. een overboeking binnen het instrument bekostiging van dotatie/onttrekking AMr (€ 4.5 miljoen) aan de Stichting Omroep Muziek (€ 4.5 miljoen) voor noodzakelijk groot onderhoud en verduurzaming aan het monumentale pand;
  5. een overboeking binnen het instrument bekostiging van dotatie/onttrekking AMr (€ 43,5 miljoen) aan Landelijke Publieke Omroep (€ 43,5 miljoen) voor de dekking van de rechtenkosten voor uitzending van de zogenaamde superevenementen (het Nederlands elftal mannen en vrouwen en de Olympische Spelen (incl. paralympische Spelen);
  6. een verhoging van de dotatie aan de AMr als gevolg van de geactualiseerde raming van de reclameopbrengsten voor 2023 in de mediabegrotingsbrief 2023 (€ 40,3 miljoen).

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 4,7 miljoen verlaagd. De verlaging wordt veroorzaakt door:

  1. een overboeking van subsidies van de Werk aan Uitvoering middelen (€ 5,4 miljoen) naar het instrument bekostiging voor de Regionale Publieke Omroepen en Stimuleringsfonds voor de Journalistiek;
  2. een overboeking van subsidies van de Werk aan Uitvoering middelen (€ 0,9 miljoen) naar het Commissariaat voor de Media;
  3. toevoeging van de loon en prijsbijstelling tranche 2023 (€ 1,7 miljoen, zie het algemene deel).

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 0,7 miljoen verhoogd. De verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. een toevoeging van € 0,4 miljoen uit de coalitieakkoord middelen voor de lokale omroepen. In 2022 zijn deze middelen niet tot besteding gekomen. Deze middelen zijn via de eindejaarsmarge toegevoegd voor 2023;
  2. toevoeging van de loon en prijsbijstelling tranche 2023 (€ 0,3 miljoen, zie het algemene deel).

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO's / RWT's wordt per saldo met € 1,4 miljoen verhoogd. De verhoging wordt veroorzaakt door:

  1. een overboeking van het instrument subsidies van de Werk aan Uitvoering middelen (€ 0,9 miljoen) naar het Commissariaat voor de Media;
  2. de loon en prijsbijstelling tranche 2023 en een correctie op de prijsbijstelling met € 0,5 miljoen (zie het algemene deel).

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 40,3 miljoen verhoogd. Hiermee wordt de raming aangepast aan de raming van de reclameopbrengsten in de mediabegrotingsbrief 2023.

Dotatie Algemene Mediareserve

Aan de AMr wordt op basis van de huidige ramingen eind 2023 € 1,5 miljoen onttrokken. De mutaties rechtstreeks uit de AMr zijn geraamd op € 5,1 miljoen.

Saldo AMr per 01-01-2023 150.611
Directe mutaties AMr ‒ 5.125
Mutaties AMr via begroting ‒ 1.483
Verwacht saldo AMr per 31-12-2023 144.003

3.13 Beleidsartikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 1.594.966 6.150 1.601.116 92.276 1.693.392 137.299 104.916 113.161 98.721
Bekostiging 1.309.840 0 1.309.840 95.453 1.405.293 92.630 92.637 91.777 90.287
NWO 531.872 0 531.872 33.477 565.349 33.130 32.928 32.833 32.820
KNAW 98.111 0 98.111 7.978 106.089 7.076 7.051 7.045 7.046
KB 54.272 0 54.272 6.071 60.343 8.095 7.162 6.660 5.187
NWO Talentenontwikkeling 165.885 0 165.885 9.601 175.486 9.601 9.601 9.601 9.601
NWO TTW 8.000 0 8.000 463 8.463 463 463 463 463
NWO Grootschalige researchinfrastructuur 55.380 0 55.380 3.206 58.586 3.206 3.206 3.206 3.206
NWO Praktijkgericht Onderzoek 57.076 0 57.076 3304 60380 3304 3184 3184 3184
Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek 32.683 0 32.683 4.680 37.363 1.758 1.674 1.530 1.530
Poolonderzoek 3.147 0 3.147 182 3.329 87 87 87 87
Caribisch Nederland 2.500 0 2.500 144 2.644 144 144 144 144
NWO NWA 133.414 0 133.414 9.152 142.566 8.571 7.942 7.829 7.824
NWO Fonds onderzoek en wetenschap 152.500 0 152.500 16.327 168.827 16.327 18.327 18.327 18.327
NWO Praktijk onderzoek en wetenschap 15.000 0 15.000 868 15.868 868 868 868 868
Subsidies (regelingen) 78.052 6.150 84.202 ‒ 3.856 80.346 40.674 9.412 20.133 7.187
Stichting NLBIF 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Naturalis Biodiversity Center 7.489 0 7.489 1.020 8.509 1.013 1.011 1.010 1.010
BPRC 11.310 0 11.310 679 11.989 679 679 679 679
NCWT/NEMO 3.661 0 3.661 525 4.186 521 520 520 520
STT 239 0 239 15 254 15 15 15 15
Stichting AAP 1.124 0 1.124 68 1.192 68 68 68 68
Nationale coördinatie 4.998 0 4.998 300 5.298 298 293 323 333
Subsidie Fonds onderzoek en wetenschap 1.511 0 1.511 1.757 3.268 2.918 2.918 2.918 2.640
Nationaal Groeifonds 47.720 6.150 53.870 ‒ 18.010 35.860 18.010 0 0 0
Delta Climate Center 0 0 0 9790 9790 17152 3908 14600 1922
Opdrachten 11.318 0 11.318 ‒ 1.807 9.511 1.480 2.190 532 528
Opdrachten 518 0 518 306 824 ‒ 45 15 107 162
Opdrachten Fonds onderzoek en wetenschap 10.800 0 10.800 ‒ 2.113 8.687 1.525 2.175 425 366
Bijdrage aan agentschappen 87.761 0 87.761 ‒ 4.963 82.798 ‒ 4.963 ‒ 6.848 ‒ 6.848 ‒ 6.848
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 911 0 911 52 963 52 52 52 52
RVO Fonds onderzoek en wetenschap 86.850 0 86.850 ‒ 5.015 81.835 ‒ 5.015 ‒ 6.900 ‒ 6.900 ‒ 6.900
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 107.995 0 107.995 7.449 115.444 7.478 7.525 7.567 7.567
EMBC 1.317 0 1.317 ‒ 76 1.241 ‒ 80 0 319 319
EMBL 6.147 0 6.147 392 6.539 1.169 1.169 1.169 1.169
ESA 34.752 0 34.752 586 35.338 586 586 586 586
CERN 55.642 0 55.642 5.768 61.410 5.024 5.475 5.198 5.198
ESO 10.025 0 10.025 779 10.804 779 295 295 295
NTU/INL 112 0 112 0 112 0 0 0 0
Ontvangsten 101 0 101 1.400 1.501 0 0 0 0
Verplichtingen 1.608.827 96.900 1.705.727 252.276 1.958.003 117.299 84.916 93.161 78.721
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan overige verplichtingen 1.608.827 96.900 1.705.727 252.276 1.958.003 117.299 84.916 93.161 78.721

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met € 252,3 miljoen verhoogd. Het verschil in ophoging van het verplichtingenbudget en uitgavenbudget bedraagt € 160,0 miljoen. Dit verschil is volledig te verklaren door een ophoging van de verplichting aan NWO voor 'Toponderzoek'. De verplichting wordt in 2023 volledig aangegaan, uitgaven aan NWO gebeuren jaarlijks.

Uitgaven

Het uitgavenbudget wordt met € 92,3 miljoen verhoogd. Deze verhoging heeft te maken met onderstaande mutaties.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 95,5 miljoen verhoogd. Deze verhoging is een gevolg van onder meer de volgende mutaties:

  1. de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023 (zie ook algemeen deel), waardoor de bekostiging voor € 79,0 miljoen structureel wordt opgehoogd;
  1. toevoegen van Europese Partnerschappen aan budget 'NWO fonds onderzoek en wetenschap' (€ 10,0 miljoen);
  2. diverse overboekingen ten behoeve van NWA en NRO (€ 5,0 miljoen).

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 3,9 miljoen verlaagd.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt met € 1,8 miljoen verlaagd.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor agentschappen wordt per saldo met € 4,9 miljoen verlaagd.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Het budget voor (inter-)nationale organisaties wordt per saldo met € 7,5 miljoen verhoogd.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 1,4 miljoen verhoogd.

3.14 Beleidsartikel 25. Emancipatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 20.241 0 20.241 5.456 25.697 2.235 2.285 1.354 1.354
Bekostiging 12.327 0 12.327 873 13.200 873 873 873 873
Kennisinfrastructuur: Gender- en lhbti- gelijkheid 12.327 0 12.327 873 13.200 873 873 873 873
Subsidies (regelingen) 3.332 0 3.332 3.956 7.288 1.522 1.566 531 376
Gender- en lhbti- gelijkheid 2022-2027 3.332 0 3.332 3.956 7.288 1.522 1.566 531 376
Opdrachten 2.773 0 2.773 516 3.289 ‒ 268 ‒ 254 ‒ 150 105
Bijdrage aan medeoverheden 1.809 0 1.809 111 1.920 108 100 100 105
Gemeentefonds gender- en lhbti- gelijkheid 1.809 0 1.809 111 1.920 108 100 100 105
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Verplichtingen 7.277 0 7.277 8.680 15.957 1.428 1.478 547 547
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan overige verplichtingen 7.277 0 7.277 8.680 15.957 1.428 1.478 547 547

In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2023» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Bij eerste suppletoire begroting 2023 zijn de verplichtingen met € 8,7 miljoen verhoogd. De uitgaven zijn met € 5,4 miljoen verhoogd

Bekostiging

De uitgaven zijn met € 0,9 miljoen verhoogd. Dit betreft de LPO tranche 2023 en de extra prijsplak 2022. Voor nadere informatie omtrent de LPO wordt verwezen naar het algemeen deel.

Subsidies

De uitgaven zijn verhoogd met € 4,0 miljoen. Dit betreft € 3,1 miljoen in het kader van de overlopende verplichting van de Tegemoetkomingsregeling «Wet wijziging geregistreerd geslacht 1985-2014». Daarnaast betreft het de LPO tranche 2023 (€ 0,8 miljoen) en een interne verschuiving in het kader van het nationaal actieprogramma seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.

Opdrachten

De uitgaven zijn per saldo verhoogd met € 0,5 miljoen. Dit betreft enerzijds de middelen in het kader van de publiekscampagne NAP voor € 1,1 miljoen. Daarnaast is een bedrag van € 0,5 miljoen intern verschoven naar het instrument subsidies in het kader van het nationaal actieprogramma seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.

Bijdrage aan medeoverheden

De uitgaven zijn met € 0,1 miljoen verhoogd.

Dit betreft o.a. de bijdrage voor de extra aanmeldingen in het kader van programma ‘Veilige Steden’. Deze extra aanmeldingen worden gefinancierd vanuit de middelen voor het nationaal actieprogramma.

4 De niet-beleidsartikelen

4.1 Niet beleidsartikel 91. Nog onverdeeld

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Loonbijstelling 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan programma 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan apparaat 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Prijsbijstelling 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan programma 0 0 0 0 0 0 0 0 0
waarvan apparaat 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Onvoorzien 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven.

4.2 Niet-beleidsartikel 95. Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 351.652 0 351.652 34.171 385.823 30.872 32.605 33.337 30.146
Personele uitgaven 292.024 0 292.024 32.266 324.290 25.668 26.535 25.181 22.072
waarvan eigen personeel 279.963 0 279.963 31.567 311.530 25.186 26.063 24.725 21.600
waarvan externe inhuur 7.684 0 7.684 449 8.133 236 225 209 225
waarvan overige personele uitgaven 4.377 0 4.377 250 4.627 246 247 247 247
Materiële uitgaven 59.628 0 59.628 1.905 61.533 5.204 6.070 8.156 8.074
waarvan ICT 6.227 0 6.227 1.397 7.624 485 553 2.627 2.586
waarvan bijdrage aan SSO's 22.161 0 22.161 2.250 24.411 2.329 2.594 2.543 2.518
waarvan overige materiële uitgaven 31.240 0 31.240 ‒ 1.742 29.498 2.390 2.923 2.986 2.970
Begrotingsreserve schatkistbankieren 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten 567 0 567 0 0 0 0 0 0

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2023" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2023» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 32,2 miljoen verhoogd.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 34,2 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Personele uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 32,3 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  1. doorverdeling van de loonbijstelling tranche 2023: € 16,5 miljoen (zie het algemeen deel);
  2. diverse overlopende verplichtingen en kasschuiven (per saldo € 3,0 miljoen) om budget door te schuiven naar de jaren waarin de uitgaven plaatsvinden;
  3. diverse interdepartementale overboekingen, waarvan het grootste deel van BZK komt: € 4,8 miljoen voor het op orde brengen van de informatiehuishouding (naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag);
  4. diverse interne overboekingen (per saldo € 8,7 miljoen): het betreft hier voornamelijk uitvoeringskosten voor de programmadirectie Maatschappelijke Diensttijd (MDT) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) waarvoor het budget nog niet aan het apparaatsbudget was toegevoegd.

Materiële uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 1,9 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  1. doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2023: € 5,0 miljoen (zie het algemeen deel);
  2. diverse interdepartementale overboekingen naar andere departementen (€ 2,6 miljoen);
  3. diverse interne overboekingen binnen de begroting van OCW (€ 0,5 miljoen).

5 Agentschappen

5.1 Agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

In deze paragraaf is de 1e suppletoire begroting opgenomen van de Dienst Uitvoering Onderwijs. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, informatievoorziening alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden

Baten
- Omzet 376.684 38.505 415.189
waarvan omzet moederdepartement 294.581 38.505 333.086
waarvan omzet overige departementen 76.375 0 76.375
waarvan omzet derden 5.728 0 5.728
Rentebaten 0 0 0
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 0 0 0
Totaal baten 376.684 38.505 415.189
Lasten
Apparaatskosten 341.972 38.505 380.477
- Personele kosten 240.659 30.909 271.568
waarvan eigen personeel 201.268 22.921 224.189
waarvan inhuur externen 32.049 7.012 39.061
waarvan overige personele kosten 7.342 975 8.317
- Materiële kosten 101.313 7.597 108.910
waarvan apparaat ICT 27.228 2.590 29.818
waarvan bijdrage aan SSO's 25.175 1.701 26.876
waarvan overige materiële kosten 48.910 3.305 52.215
Rentelasten 100 0 100
Afschrijvingskosten 33.012 0 33.012
- Materieel 13.000 0 13.000
waarvan apparaat ICT 12.500 0 12.500
waarvan overige materiële afschrijvingskosten 500 0 500
- Immaterieel 20.012 0 20.012
Overige lasten 1.500 0 1.500
waarvan dotaties voorzieningen 1.500 1.500
waarvan bijzondere lasten 0 0
Totaal lasten 376.584 38.505 415.089
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 100 0 100
Agentschapdeel Vpb lasten 100 0 100
Saldo van baten en lasten 0 0 0

Toelichting

De baten in de 1e suppletoire begroting stijgen met € 38,5 miljoen ten opzichte van oorspronkelijk vastgestelde begroting 2023 (€ 376,7 miljoen). De lasten stijgen eveneens met € 38,5 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2023 (€ 376,6 miljoen).

Baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement in de 1e suppletoire begroting is € 38,5 miljoen hoger ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2023. De stijging heeft betrekking op de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2023 (€ 19,3 miljoen), investeringen op het gebied van informatie- en systeembeveiliging teneinde aan de meest actuele compliancy vereisten te voldoen (€ 5,4 miljoen) en additionele dienstverlening op het gebied van examens en studiefinanciering (€ 13,8 miljoen).

Lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten in de 1e suppletoire begroting zijn € 38,5 miljoen hoger ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2023. De personele kosten stijgen met € 30,9 miljoen en de materiële kosten stijgen met € 7,6 miljoen. In de stijging zijn de toekenning van de eerder genoemde loon- en prijsbijstelling (€ 19,3 miljoen), investeringen op het gebied van informatie- en systeembeveiliging (€ 5,4 miljoen) en de additionele dienstverlening op het gebied van examens en studiefinanciering (€ 13,8 miljoen) verwerkt.

Kasstroomoverzicht

1. Rekening courant RHB 1 januari 2023 17.519 17.519
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 376.684 38.505 415.189
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 341.972 ‒ 38.505 ‒ 380.477
2. Totaal operationele kasstroom 34.712 0 34.712
Totaal investeringen (-/-) ‒ 59.700 ‒ 13.900 ‒ 73.600
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0
3. Totaal investeringskasstroom ‒ 59.700 ‒ 13.900 ‒ 73.600
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 0 0
Eenmalig storting van moederdepartement (+) 0 0 0
Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 20.000 ‒ 153 ‒ 20.153
Beroep op leenfaciliteit (+) 47.700 25.900 73.600
4. Totaal financieringskasstroom 27.700 25.747 53.447
5. Rekening courant RHB 31 december 2023 (=1+2+3+4) 20.231 11.847 32.078

Toelichting

Het kasstroomoverzicht is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2023 met de eerder genoemde loon- en prijsbijstelling en overige bijstellingen. Daarnaast is de aangevraagde leenfaciliteit verwerkt evenals de daarbij behorende investeringen en zijn de verwachte aflossingen op reeds afgesloten leningen aangepast.