Eindtekst
Wetstechnische wijzigingen en andere wijzigingen van ondergeschikte aard in de Omgevingswet en enkele wetten die daarmee verband houden (Verzamelwet Omgevingswet 20..)
Eindtekst
Nummer: 2023D38911, datum: 2023-09-21, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van zaak 2023Z09327:
- Indiener: H.M. de Jonge, minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2023-05-30 16:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2023-06-01 11:30: Procedurevergadering commissie Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2023-06-21 14:00: Wetstechnische wijzigingen en andere wijzigingen van ondergeschikte aard in de Omgevingswet en enkele wetten die daarmee verband houden (Verzamelwet Omgevingswet 20..) (TK 36367) (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2023-09-06 18:30: Extra procedurevergadering commissie Binnenlandse Zaken (groslijst controversieel verklaren) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2023-09-14 11:30: Procedurevergadering commissie Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2023-09-14 15:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2023-09-21 14:45: Wetstechnische wijzigingen en andere wijzigingen van ondergeschikte aard in de Omgevingswet en enkele wetten die daarmee verband houden (Verzamelwet Omgevingswet 20..) (36367) (Hamerstukken), TK
Preview document (đ origineel)
De Tweede Kamer der Staten- Generaal zendt bijgaand door haar aangenomen wetsvoorstel aan de Eerste Kamer. De Voorzitter, 21 september 2023 |
|
| Wetstechnische wijzigingen en andere wijzigingen van ondergeschikte aard in de Omgevingswet en enkele wetten die daarmee verband houden (Verzamelwet Omgevingswet 20..) | |
| VOORSTEL VAN WET | |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Omgevingswet en enkele wetten die daarmee verband houden wetstechnische wijzigingen of andere wijzigingen van ondergeschikte aard aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I (OMGEVINGSWET)
De Omgevingswet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 2.15 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onder a, vervalt âdepositie enâ.
2. In het derde lid wordt âhet eerste lid, onder d,â vervangen door âhet eerste lid, aanhef en onder d,â.
2. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder d, worden bij ministeriële regeling:
a. voor daarbij aan te geven locaties nadere regels gesteld over het bepalen van de overstromingskans of de faalkans van de primaire waterkering, en
b. de locaties begrensd waarop de omgevingswaarden van toepassing zijn.
3. In het vijfde lid (nieuw) wordt âhet eerste lid, onder d en e,â vervangen door âhet eerste lid, aanhef en onder e,â en wordt âde waterkeringâ vervangen door âde andere dan primaire waterkeringen, voor zover die in beheer zijn bij het Rijkâ.
B
In de artikelen 2.15a, derde lid, 8.2, vijfde lid, aanhef, 20.26, tweede lid, wordt âin elk gevalâ vervangen door âin ieder gevalâ.
C
Artikel 2.18, eerste lid, onder g, onder 2°, komt te luiden:
2°. het zorg dragen voor het treffen van maatregelen:
i. voor Natura 2000-gebieden, in overeenstemming met de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn, met uitzondering van Natura 2000-gebieden of gedeelten daarvan in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, en
ii. voor bijzondere nationale natuurgebieden, die nodig zijn voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor de onderscheiden gebieden, in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen,
D
In de artikelen 2.18, derde lid, 4.11, derde lid, 5.10, derde lid, 5.21, derde lid, wordt âin dat lidâ vervangen door âin laatstbedoeld lidâ.
E
In artikel 2.19, tweede lid, onder b, wordt âdie Ministerâ vervangen door âdie ministerâ.
F
In de artikelen 2.19, vierde lid, 2.32, tweede lid, 2.34, eerste en vierde lid, 3.1, derde lid, 4.16, tweede lid, 5.44, eerste en tweede lid, tweede en derde zin, 5.44a, vierde lid, 5.44b, eerste lid, 5.45, vierde lid, onder b, 5.46, eerste lid, 5.53, vierde lid, 9.1, eerste lid, aanhef, 9.6, onder c, 9.8, onder d, 9.12, vierde lid, 13.21, 13.22, eerste lid, 18.26, tweede lid, 20.21, tweede lid, 23.3, zevende en achtste lid, en 23.9 wordt âOnze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesâ vervangen door âOnze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningâ.
G
In de artikelen 2.19, vijfde lid, onder a en onder b, onder 3°, 2.44, eerste tot en met derde lid, 2.45, tweede en derde lid, 2.46, eerste lid, 4.32, tweede lid, onder a, 8.1, vijfde lid, 8.2, zesde lid, 10.29, eerste en tweede lid, 12.26, derde lid, 13.1, vijfde lid, 16.36, vijfde lid, onder b, 18.15a, eerste lid, 18.16a, eerste lid, tweede lid, onder b en derde lid, 18.16b, vijfde lid, 20.18, derde lid, en 23.5a, eerste lid, wordt âOnze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteitâ vervangen door âOnze Minister voor Natuur en Stikstofâ.
H
In artikel 2.22 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding â1.â voor het eerste lid.
I
In artikel 2.23, eerste lid, onder a, onder 1°, wordt âartikel 3.6, 3.7 of paragraaf 3.2.4â vervangen door âartikel 3.6 of 3.7 of paragraaf 3.2.4â.
J
Artikel 2.25, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a, onder 8°, wordt âartikel 2.20, vierde lidâ vervangen door âartikel 20.2, vierde lidâ.
2. In onderdeel b wordt âals bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, onder b, onder 2°â vervangen door â, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, onder b, onder 2°â.
K
In artikel 2.26, derde lid, wordt, onder vernummering van de onderdelen a tot en met j tot b tot en met k, een onderdeel ingevoegd, luidende:
a. drinkwaterrichtlijn;.
L
In artikel 2.28, onder i, wordt voor âhet milieuâ ingevoegd âhet beschermen vanâ.
M
In de artikelen 2.28, onder j, aanhef, 10.22, derde lid, 11.4, eerste lid, onder a tot en met c, 12.15, eerste en tweede lid, 16.23, tweede lid, 19.3, eerste lid, onder a, 19.5, eerste en derde lid, 19.14, derde lid, en 19.15, vierde lid, onder b, wordt âwaarbinnenâ vervangen door âwaarinâ.
N
Aan artikel 2.29 wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Dit artikel is tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip niet van toepassing.
O
In de artikelen 2.31a, eerste lid, onder a en d, 10.17, eerste lid, 20.21, eerste lid, onder b, 20.24, eerste lid, en 20.28, eerste lid, wordt âter voldoening aanâ vervangen door âom te voldoen aanâ.
P
In artikel 2.31a, tweede lid, aanhef, wordt âartikel 2.25, eerste lid, onder a, onder 13°,â vervangen door âartikel 2.25, eerste lid, aanhef en onder a, onder 13°,â.
Q
In de artikelen 2.32, eerste lid, 3.6, eerste lid, onder d, 4.2, tweede lid, en 4.16, eerste lid, wordt âartikel 2.22, eerste lid,â vervangen door âartikel 2.22â.
R
In de artikelen 2.36, eerste lid, onder a, 16.105, derde lid, aanhef, 16.135, tweede lid, en 18.8 wordt âof artikelâ vervangen door âofâ.
S
In artikel 2.39, vierde lid, wordt âBij of krachtens omgevingsverordeningâ vervangen door âBij omgevingsverordeningâ en wordt na âin beheer bij het Rijk,â ingevoegd âbij of krachtensâ.
T
In artikel 3.6, eerste lid, wordt âstelt het actieplan, bedoeld in artikel 8 van die richtlijn,â vervangen door âstelt een actieplan als bedoeld in artikel 8 van die richtlijnâ.
U
Artikel 3.9 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt âOnze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteitâ vervangen door âOnze Minister voor Natuur en Stikstofâ en wordt âhet nemen van maatregelenâ vervangen door âhet treffen van maatregelenâ.
2. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt âOnze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteitâ vervangen door âOnze Minister voor Natuur en Stikstofâ.
b. Onderdeel b komt te luiden:
b. het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor die habitats, waarbij die Minister rekening houdt met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied en met de regionale en lokale bijzonderheden.
V
In de artikelen 3.15, derde lid, en 3.16, tweede lid, onder b, wordt âartikel 2.22, eerste lidâ vervangen door âartikel 2.22â.
W
In de artikelen 4.3, eerste lid, onder l, 4.11, eerste lid, onder g, 4.12, eerste lid, onder i, en 4.32, eerste lid, aanhef, wordt âmethodesâ vervangen door âmethodenâ.
X
In de artikelen 4.19, 4.22, tweede lid, onder e, 12.28, eerste en derde lid, eerste zin, en 19.15, derde lid wordt âzo veel mogelijkâ vervangen door âzoveel mogelijkâ.
Y
Artikel 4.23 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, aanhef, wordt âof een zuiveringtechnisch werk,â vervangen door â, lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk,â.
2. In het tweede lid, aanhef, wordt âof een zuiveringtechnisch werkâ vervangen door âen lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werkâ.
Z
In de artikelen 4.31, tweede lid, onder a, 9.1, tweede lid, 12.14, eerste lid, 12.18, eerste lid, tweede zin, 15.5, aanhef, 16.123, tweede lid, 16.139, eerste lid, 17.2, tweede lid, 18.16a, tweede lid, onder b, en 20.21, eerste lid, onder b, vervalt de komma na respectievelijk âeerste lidâ, âeerste lidâ, âopenbare wegenâ, âelementenâ, âde Algemene wet bestuursrechtâ, âde Staatâ, âde Algemene wet bestuursrechtâ, â21â, âplantenâ en âander berichtâ.
AA
In de artikelen 4.37, tweede lid, 10.13a, tweede lid, onder b, 16.84, eerste lid, 17.5, tweede lid, aanhef, en 18.2, vierde lid, wordt âuitsluitendâ vervangen door âalleenâ.
AB
In artikel 5.8 wordt âartikel 5.9, 5.9a, 5.10 of 5.11â vervangen door âartikel 5.9, 5.9a, 5.10, 5.11 of 5.13â.
AC
In artikel 5.11, derde lid, wordt âde artikelen 5.8 en 5.10 en van het eerste lidâ vervangen door âde artikelen 5.8, 5.10 en 5.13 en van het eerste lidâ.
AD
Artikel 5.12 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt âop grond van artikel 5.8, 5.9, 5.9a, 5.10 of 5.11â vervangen door âop grond van artikel 5.8, 5.9, 5.10 of 5.11, eerste lid, aanhef en onder a tot en met h,â.
2. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij die maatregel kan, in afwijking van het eerste lid en met inachtneming van de grenzen van artikel 2.3, ook een ander bestuursorgaan dan een van de betrokken bestuursorganen worden aangewezen.
3. In het derde lid wordt na âartikel 2.3,â ingevoegd âookâ.
4. In het vierde lid wordt na âderde lidâ ingevoegd âen van artikel 5.13â.
AE
Artikel 5.13, eerste lid, komt te luiden:
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen worden aangewezen waarin gedeputeerde staten of Onze Minister die het aangaat beslissen op elke aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een locatie waarvoor een door hen eerder verleende omgevingsvergunning geldt.
AF
In artikel 5.14 wordt âartikel 5.8, 5.9, 5.10 of 5.12â vervangen door âartikel 5.8, 5.9, 5.10, 5.12 of 5.13â.
AG
In artikel 5.20, tweede lid, wordt na âmaatwerkregelsâ ingevoegd â, voor zover die regels betrekking hebben op de kwaliteit van bouwwerkenâ.
AH
In artikel 5.24, tweede lid, wordt âof een zuiveringtechnisch werkâ vervangen door âen lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werkâ.
AI
Artikel 5.29, derde lid, komt te luiden:
3. De regels kunnen ertoe strekken dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als geregistreerde stikstofdepositieruimte aan de Natura 2000-activiteit wordt toegedeeld.
AJ
In het opschrift van artikel 5.29a wordt âjachtgeweer-activiteitâ vervangen door âjachtgeweeractiviteitâ.
AK
In artikel 5.31, eerste lid, onder c, vervalt âdaartoeâ.
AL
In artikel 5.42, vierde lid, wordt âartikel 4.22, tweede lid, onder aaâ vervangen door âartikel 4.22, tweede lid, onder bâ.
AM
Artikel 8.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt âheeft goedkeuring nodig vanâ vervangen door âbehoeft de goedkeuring vanâ.
2. In het vijfde lid wordt âvierde volzinâ vervangen door âvierde zinâ.
AN
In artikel 8.2, zesde lid, wordt âregels als bedoeld in het vierde lidâ vervangen door âregels als bedoeld in het vijfde lidâ.
AO
Artikel 8.3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onder a en b, en het vierde lid, onder a en b, worden de puntkommaâs vervangen door kommaâs.
2. In het vierde lid, onder c, wordt â, of konijnenâ vervangen door â, konijnenâ.
AP
In artikel 8.5, tweede lid, onder a, wordt de puntkomma vervangen door een komma.
AQ
Artikel 9.17 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onder a, wordt een komma ingevoegd na âde termijnâ en wordt âen binnen die termijn het bevoegd gezag geen verzoek bij de rechtbank heeft ingediendâ vervangen door âzonder dat het bevoegd gezag een verzoek bij de rechtbank heeft ingediendâ.
2. Het tweede lid, onder a, komt te luiden:
a. de termijn, bedoeld in artikel 9.16, eerste lid, is verstreken zonder dat het bevoegd gezag een verzoek bij de rechtbank heeft ingediend, of.
AR
In artikel 10.10c wordt âde provincie waarâ vervangen door âde provincie waarinâ.
AS
Artikel 10.14 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding â1.â geplaatst.
2. In het eerste lid (nieuw) vervallen de onderdelen a, b, e en f, onder verlettering van de onderdelen c en d tot a en b en vervanging van de komma aan het slot van onderdeel b (nieuw) door een punt.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, na overleg met Onze Minister voor Klimaat en Energie, aan een rechthebbende een gedoogplicht opleggen voor het tot stand brengen of opruimen van:
a. een net als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998,
b. een windpark als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998,
c. een gastransportnet als bedoeld in artikel 39a van de Gaswet,
d. een inrichting waarvoor een vergunning is verleend op grond van artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet,
e. een werk voor de levering van warmte als bedoeld in artikel 38 van de Warmtewet.
AT
In artikel 10.29, eerste, tweede en derde lid, wordt âgrondâ vervangen door âgrondenâ.
AU
Artikel 11.6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef vervalt â, onder uitsluiting van de bestaande vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer, mogelijk is gemaaktâ.
2. In onderdeel a wordt voor âin een vastgesteld omgevingsplanâ ingevoegd âonder uitsluiting van de bestaande vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer, mogelijk is gemaaktâ.
3. In onderdeel b wordt voor âin een verleende omgevingsvergunningâ ingevoegd âmogelijk is gemaaktâ.
4. In onderdeel c wordt voor âdoor een vastgesteld projectbesluitâ ingevoegd âmogelijk is gemaaktâ.
AV
In artikel 11.9 wordt na âin een gebouw bedoeld inâ vervangen door âin een gebouw als bedoeld inâ.
AW
Artikel 12.1 komt te luiden:
Artikel 12.1 (begripsbepalingen)
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder rechthebbende:
a. eigenaar en degene aan wie een beperkt recht toebehoort waaraan een onroerende zaak is onderworpen,
b. huurder van een onroerende zaak, of
c. schuldeiser van een verbintenis die ten aanzien van een onroerende zaak een verplichting als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek inhoudt.
AX
Artikel 12.12 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt âof beheer of onderhoud van openbare wegenâ vervangen door âof het beheer of het onderhoud van openbare wegenâ en wordt âonderhoud voorafgaand aanâ vervangen door âhet onderhoud voorafgaand aanâ.
2. In het tweede lid wordt âvan beheer en onderhoud van openbare wegenâ vervangen door âvan het beheer of het onderhoud van openbare wegenâ.
3. In het derde lid, onder c, wordt âde toedeling van de eigendomâ vervangen door âde toedeling van eigendomâ.
AY
In het opschrift en de tekst van artikel 12.19 wordt âactiviteitenâ vervangen door âwerkzaamhedenâ.
AZ
In de artikelen 12.21, eerste en derde lid, 13.18, derde lid, 16.32b, 16.33h, derde lid, aanhef, 16.54, eerste lid, tweede zin, 16.110, tweede lid, en 16.123, vijfde lid, wordt een komma ingevoegd na respectievelijk âbehorenâ, âtoegewezenâ, âartikel 13.15â, âartikel 13, eerste lid, van de Bekendmakingswetâ, âde Algemene wet bestuursrechtâ, âwateractiviteitenâ, âvan die wetâ en âartikel 19.17â.
BA
In de artikelen 12.22, eerste lid, en 12.29, aanhef, wordt âieder herverkavelingsblokâ vervangen door âelk herverkavelingsblokâ.
BB
In artikel 12.23, tweede lid, vervalt â, bedoeld in artikel 48 van de Kadasterwetâ.
BC
In de artikelen 12.26, eerste en tweede lid, 12.27, eerste lid, 12.30, eerste lid, 12.38, eerste lid, onder a, 18.24, eerste lid, aanhef, en 20.1, eerste lid, wordt âiedereâ vervangen door âelkeâ.
BD
In artikel 12.35, derde lid, wordt âIn gevallen bedoeld inâ vervangen door âIn gevallen als bedoeld inâ.
BE
In artikel 12.47, tweede lid, onder c, wordt âbedoeld in de onderdelen a en bâ vervangen door âbedoeld onder a en bâ.
BF
Artikel 13.1a komt te luiden:
Artikel 13.1a (heffen van rechten gemeente, waterschap en provincie)
1. Een gemeente, waterschap of provincie kan rechten heffen voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning of intrekking van een omgevingsvergunning. Een provincie kan ook rechten heffen voor het in behandeling nemen van een verzoek om tegemoetkoming in schade aangericht door in het wild levende dieren als bedoeld in artikel 15.53.
2. Als rechten door een bestuursorgaan van de gemeente worden geheven:
a. is hoofdstuk XV, paragrafen 1 en 4, van de Gemeentewet van toepassing, met dien verstande dat de rechten worden aangemerkt als gemeentelijke belastingen, en
b. is artikel 229b van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
3. Als rechten door een bestuursorgaan van het waterschap worden geheven:
a. zijn de artikelen 110, 111 en 115a en hoofdstuk XVIII van de Waterschapswet van toepassing, met dien verstande dat de rechten worden aangemerkt als waterschapsbelastingen, en
b. is artikel 115, derde lid, van de Waterschapswet van overeenkomstige toepassing.
4. Als rechten door een bestuursorgaan van de provincie worden geheven:
a. is hoofdstuk XV, paragrafen 1 en 3, van de Provinciewet van toepassing, met dien verstande dat de rechten worden aangemerkt als provinciale belastingen, en
b. is artikel 225 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing.
BG
In afdeling 13.1 wordt na artikel 13.2 een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 13.2a (betalingsverplichting instemmingsbevoegdheid)
1. Een bestuursorgaan waarvan op grond van artikel 16.16, eerste lid, instemming is vereist voor een voorgenomen beslissing op een aanvraag om een besluit, kan het bevoegd gezag verplichten tot betaling van een geldsom voor het uitbrengen van advies en het in behandeling nemen van het verzoek om instemming als:
a. het bestuursorgaan bevoegd gezag voor de aanvraag zou zijn als die alleen betrekking zou hebben op de activiteit waarvoor instemming is vereist, en
b. het bestuursorgaan in het geval, bedoeld onder a, rechten kan heffen voor het in behandeling nemen van de aanvraag.
2. Het bestuursorgaan kan een verplichting tot betaling van een geldsom ook opleggen als het verzoek om instemming achterwege blijft omdat:
a. het gaat om een door het bestuursorgaan aangewezen geval als bedoeld in artikel 16.16, derde lid, of
b. het bestuursorgaan bij het uitbrengen van het advies met toepassing van artikel 16.16, vierde lid, heeft bepaald dat instemming niet is vereist.
3. De geldsom is gelijk aan de rechten die het bestuursorgaan in het geval, bedoeld in het eerste lid, onder a, als bevoegd gezag zou heffen voor het in behandeling nemen van de aanvraag.
BH
In artikel 13.3e, eerste lid, onder a, wordt âof artikel 1, eerste lid, onder e, van de Gaswetâ vervangen door â, artikel 1, eerste lid, onder e, van de Gaswetâ.
BI
In artikel 13.9, vierde lid, wordt âIedereâ vervangen door âElkeâ.
BJ
Artikel 13.20 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt âartikel 13.14, eerste lid, onderdeel e, onder 2°,â vervangen door âartikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°,â.
2. In het derde lid, onder a, wordt de puntkomma vervangen door een komma.
3. In het vijfde lid wordt âeindafrekeningen, bedoeld in het derde lidâ vervangen door âeindafrekeningen, bedoeld in het vierde lidâ.
BK
In artikel 15.6, onder a, wordt âin overeenstemming met artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrechtâ vervangen door âop de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijzeâ.
BL
In artikel 15.47, aanhef, wordt âAls de belanghebbende bij de rechtbank geen bedenkingen, als bedoeld in artikel 16.97, heeft ingebracht tegen de onteigeningsbeschikking,â vervangen door âAls de belanghebbende bij de rechtbank geen bedenkingen heeft ingebracht tegen de onteigeningsbeschikking als bedoeld in artikel 16.97,â.
BM
In artikel 15.52, eerste lid, onder b, wordt âeen gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisieâ vervangen door âeen gemeentelijke omgevingsvisie, een provinciale omgevingsvisie respectievelijk de nationale omgevingsvisieâ en wordt voor âprogrammaâ ingevoegd âin eenâ.
BN
Aan het eerste lid van artikel 16.1 wordt â, tenzij bij die maatregel anders is bepaaldâ toegevoegd.
BO
In artikel 16.13, eerste lid, wordt âhet bevoegd gezag isâ vervangen door âhet bevoegd gezag zijnâ.
BP
In artikel 16.33, vierde lid, wordt âals bedoeld in de artikelen 10.19 en 10.19a of artikel 10.21aâ vervangen door âals bedoeld in de artikelen 10.19, 10.19a en 10.21aâ.
BQ
Artikel 16.29 komt te luiden:
Artikel 16.29 (kennisgeving voornemen)
Van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen wordt kennisgegeven op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze.
BR
Artikel 16.36 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid wordt âhet kader vormt voor andere projectenâ vervangen door âhet kader vormt voor te nemen besluiten voor andere projectenâ.
2. In het vijfde lid, onder b, wordt âde betrokken Ministerâ vervangen door âde betrokken ministerâ.
BS
In artikel 16.38, eerste lid, wordt â16.36, vijfde lid, onder a en bâ vervangen door âartikel 16.36, vijfde lid, onder a en bâ.
BT
In de artikelen 16.42a, onder b, 16.53a, onder b, en 19.2, tweede lid, tweede zin, wordt ânemenâ vervangen door âtreffenâ.
BU
Artikel 16.54 wordt als volgt gewijzigd:
Het opschrift komt te luiden:
Artikel 16.54 (indienen aanvraag)
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. In afwijking van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit ingediend bij de korpschef.
3. Het derde en vierde lid vervallen, onder vernummering van het vijfde lid tot derde lid.
BV
Na artikel 16.54 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 16.54a (ontvangst aanvraag)
1. Als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in artikel 16.54, eerste lid, om de aanvraag in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of het dagelijks bestuur van het waterschap terwijl een ander bestuursorgaan het bevoegd gezag is, wordt voor de toepassing van deze afdeling als de dag van ontvangst aangemerkt de dag van ontvangst bij het college of het dagelijks bestuur.
2. Het bestuursorgaan waarbij de aanvraag is ingediend, zendt de aanvrager onverwijld een bewijs van ontvangst, waarin de dag van ontvangst van de aanvraag wordt vermeld. In afwijking van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dienstenwet, geeft dit bestuursorgaan ten aanzien van het bewijs van ontvangst ook uitvoering aan de in dat artikelonderdeel gestelde verplichting berichten te verzenden via het centraal loket, bedoeld in die wet. Artikel 29 van de Dienstenwet is niet van toepassing.
3. Het bestuursorgaan dat het bevoegd gezag is, deelt de aanvrager dit na ontvangst van de aanvraag zo spoedig mogelijk mee. In de mededeling wordt ook vermeld:
a. de procedure ter voorbereiding van het besluit,
b. de beslistermijn die van toepassing is,
c. de tegen het besluit openstaande rechtsmiddelen.
BW
In artikel 16.57 wordt âafdeling 4.1 of 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtâ vervangen door âtitel 4.1 of afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtâ.
BX
In artikel 16.64, derde lid, wordt âhet besluit op de aanvraagâ vervangen door âde beslissing op de aanvraagâ.
BY
In artikel 16.65, derde lid, wordt âals bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a,â vervangen door â, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a,â.
BZ
In artikel 16.66, tweede lid, wordt âtweede zinâ vervangen door âderde zinâ.
CA
In artikel 16.75 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt âaan een locatie toegedeelde functie of het projectbesluitâ vervangen door âaan een locatie toegedeelde functie, of het projectbesluitâ.
2. In het derde lid, onder b, wordt âdeze gevolgenâ vervangen door âde gevolgen, bedoeld onder a,â.
CB
Artikel 16.78 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt âbekend is gemaaktâ vervangen door âis bekendgemaaktâ en âtenzij in het omgevingsplanâ door âtenzij bij het besluitâ.
2. In het derde lid wordt âbekend is gemaaktâ vervangen door âis bekendgemaaktâ.
CC
Artikel 16.78a wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende:
De eerste volzin is niet van toepassing in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.
2. In het tweede lid wordt âOnze Minister van Veiligheid en Justitieâ vervangen door âOnze Minister van Justitie en Veiligheidâ.
CD
In artikel 16.97, tweede lid, wordt âde algemene wet bestuursrechtâ vervangen door âde Algemene wet bestuursrechtâ.
CE
In artikel 16.122, eerste lid, wordt âzo snel mogelijkâ vervangen door âzo spoedig mogelijkâ.
CF
In artikel 16.138 wordt âartikel 13.14, eerste lid,â vervangen door âartikel 13.13, eerste lid,â en wordt âkennisgevenâ vervangen door âkennisgegevenâ.
CG
Artikel 17.9 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, eerste zin, vervalt de komma na ârijksmonumentenactiviteitâ.
2. In het tweede lid wordt âartikel 16.15, eerste lidâ vervangen door âartikel 16.15, eerste of tweede lidâ.
CH
In artikel 18.10, vierde lid, onder b, wordt âartikel 5.37, derde lidâ vervangen door âartikel 5.37, tweede lidâ.
CI
In artikel 18.12, eerste lid, onder b, wordt âgestelde verboden voor en regels of voorschriften overâ vervangen door âgestelde regels overâ.
CJ
In artikel 18.15a, tweede lid, wordt âde tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrechtâ vervangen door âde tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van dat wetboekâ.
CK
In artikel 18.16a, tweede lid, onder f, wordt âdieren, planten, eieren, of producten daarvanâ vervangen door âdieren, eieren, planten of producten daarvanâ.
CL
In artikel 18.24, eerste lid, onder b, wordt âbedoeld in artikelenâ vervangen door âbedoeld in de artikelenâ.
CM
In artikel 19.9 wordt na â19.4â ingevoegd â, eerste tot en met derde lid,â.
CN
In de artikelen 20.2, vijfde lid, en 20.14, tweede lid, wordt âtevensâ vervangen door âookâ.
CO
In artikel 20.4 wordt, onder verlettering van de onderdelen a tot en met k tot b tot en met l, een onderdeel ingevoegd, luidende:
a. de drinkwaterrichtlijn,.
CP
In het opschrift van artikel 20.5 wordt âdoor Ministerâ vervangen door âdoor ministerâ.
CQ
In de artikelen 20.6, tweede lid, 20.10, tweede lid, en 20.23 wordt âartikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuurâ vervangen door âartikel 5.1 van de Wet open overheidâ.
CR
In artikel 20.21, tweede lid, wordt âdie Ministerâ vervangen door âdie ministerâ.
CS
In artikel 22.18, eerste, tweede en derde lid, wordt â2038â vervangen door â2039â.
CT
In artikel 22.21, eerste en tweede lid, wordt âOnze Ministerâ vervangen door âOnze Minister voor Natuur en Stikstofâ.
CU
Artikel 23.3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onder e, wordt âLeegstandswetâ vervangen door âLeegstandwetâ.
2. In het vijfde lid wordt âneemt degene dieâ vervangen door âtreft degene dieâ.
CV
Aan artikel 23.4 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Van het eerste lid kan worden afgeweken als het ontwerp:
a. wijzigingen bevat van ondergeschikte betekenis,
b. alleen strekt tot uitvoering van internationaalrechtelijke verplichtingen, of
c. een voorziening treft die onmiddellijk nodig is.
CW
Onderdeel A van de bijlage bij artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de begripsomschrijvingen van dieren en planten wordt âin elk gevalâ vervangen door âin ieder gevalâ.
2. In de begripsomschrijving van habitat van een soort wordt âéén van de fasenâ vervangen door âeen van de fasenâ.
3. In de begripsomschrijving van Natura 2000 wordt âartikel 1, onderdeel l, van de habitatrichtlijnâ vervangen door âartikel 1, onder l, van de habitatrichtlijnâ.
4. In de begripsomschrijving van Natura 2000-activiteit wordt âprojectâ vervangen door âproject als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijnâ.
5. In de begripsomschrijving van ongewoon voorval wordt onder b âartikel 3, onderdeel 13, van de Seveso-richtlijnâ vervangen door âartikel 3, onder 13, van de Seveso-richtlijnâ.
6. In de begripsomschrijving van wateractiviteit wordt âof een zuiveringtechnisch werk,â vervangen door â, lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk,â.
7. In de begripsomschrijving van winningsafvalvoorziening wordt âuitsluitendâ vervangen door âalleenâ.
8. In de alfabetische rangschikking worden vijf begripsomschrijvingen ingevoegd:
eieren: eieren en schalen van eieren;
gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
invasieve uitheemse soort: uitheemse soort waarvan is vastgesteld dat de introductie of verspreiding ervan een bedreiging is of nadelige gevolgen heeft voor de biodiversiteit en aanverwante ecosysteemdiensten;
uitheemse soort: soort, ondersoort of lager taxum van dieren, planten, schimmels of micro-organismen die zijn geïntroduceerd buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied, met inbegrip van alle delen, gameten, zaadcellen, eicellen of propagulen van die soort en alle kruisingen, variëteiten of rassen, die kunnen overleven en zich vervolgens kunnen voortplanten;
voor menselijke consumptie bestemd water: voor menselijke consumptie bestemd water als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 37, van de kaderrichtlijn water;.
CX
Onderdeel B van de bijlage bij artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:
drinkwaterrichtlijn: Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (herschikking) (PbEU 2020, L 435);.
2. In de omschrijving van cites-basisverordening wordt â(PbEG L 61)â vervangen door â(PbEG 1997, L 61)â.
3. In de omschrijving van Europese cites-regelgeving vervalt de komma na âplantenâ.
4. In de omschrijving van Europese cites-regelgeving, Europese flegt-regelgeving, Europese houtregelgeving en Europese invasieve-exotenregelgeving wordt âberust op de artikelen 114, 192, 207 of 352 van het Verdragâ vervangen door âberust op artikel 114, 192, 207 of 352 van het Verdragâ.
5. In de omschrijving van flegt-basisverordening wordt â(PbEU L 2005, 347)â vervangen door â(PbEU 2005, L 347)â.
6. In de omschrijving van hout-basisverordening wordt â(PbEU L 2010, 295)â vervangen door â(PbEU 2010, L 295)â.
7. In de omschrijving van invasieve-exoten-basisverordening wordt â(PbEU L 317)â vervangen door â(PbEU 2014, L 317)â.
8. In de omschrijving van nec-richtlijn wordt â(PbEU L 344)â vervangen door â(PbEU 2016, L 334)â.
9. In de omschrijving van zeehonden-basisverordening wordt â(PbEU L 286)â vervangen door â(PbEU 2009, L 286)â.
10. In de omschrijving van zwemwaterrichtlijn wordt â(PbEU 2006 L 64)â vervangen door â(PbEU 2006, L 64)â.
ARTIKEL II (AANVULLINGSWET GELUID OMGEVINGSWET)
De Aanvullingswet geluid Omgevingswet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 3.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift vervalt âlangs rijkswegen en hoofdspoorwegenâ.
2. In het tweede lid wordt na âgeldenâ ingevoegd âvoor wegen in beheer bij het Rijk of hoofdspoorwegenâ.
B
Na artikel 3.2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 3.2a (overgangsrecht geluidproductieplafonds langs overgedragen wegen en lokale spoorwegen)
1. De op grond van artikel 3.2, eerste lid, herberekende geluidproductieplafonds gelden:
a. voor provinciale wegen als bij besluit als omgevingswaarden vastgestelde geluidproductieplafonds als bedoeld in artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval,
b. voor lokale spoorwegen voor zover gelegen buiten de gebieden die op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 zijn aangewezen als bij besluit als omgevingswaarden vastgestelde geluidproductieplafonds als bedoeld in artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet,
c. voor lokale spoorwegen voor zover gelegen binnen de gebieden die op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 zijn aangewezen als bij omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als omgevingswaarden vastgestelde geluidproductieplafonds.
2. Artikel 3.2, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
C
Artikel 3.3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt âblijft van toepassing tot 1 januari 2024â vervangen door âblijft van toepassing tot voor alle wegen en spoorwegen als bedoeld in artikel 11.56, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer een besluit op een verzoek tot vaststelling van een saneringsplan dan wel een tracĂ©besluit of een besluit op een verzoek tot wijziging van een geluidproductieplafond, beide als bedoeld in artikel 11.42, eerste lid, van de Wet milieubeheer, onherroepelijk is en de saneringsmaatregelen uit dat besluit, alsmede de geluidwerende maatregelen voor de saneringsobjecten volgend uit dat besluit, zijn uitgevoerdâ.
2. Het derde lid komt te luiden:
3. In afwijking van artikel 11.64, derde lid, van de Wet milieubeheer strekt voor een besluit op grond van artikel 11.60, eerste lid, van de Wet milieubeheer dat onherroepelijk is geworden na 31 december 2023 de verplichting, bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 11.64 van de Wet milieubeheer, ertoe dat uiterlijk twee jaar na het onherroepelijk worden van dat besluit de geluidsbelasting binnen de geluidsgevoelige ruimten van het betreffende saneringsobject wordt teruggebracht tot een waarde die ten minste 3 dB is gelegen onder de binnenwaarde.
3. Het vierde lid komt te luiden:
4. Een vastgesteld saneringsplan wordt voor de toepassing van artikel 11.6 van de Omgevingswet als een onteigeningsbelang aangemerkt.
D
Aan artikel 3.5 worden twee leden toegevoegd, luidende:
3. Het eerste lid is niet van toepassing op een weg die op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder geen zone heeft of waarvoor de in het tweede lid bedoelde plicht niet geldt.
4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een weg waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden gelden op grond van artikel 3.2a.
E
Aan artikel 3.6 wordt een lid toegevoegd, luidende:
6. Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bestaand industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder als na dat tijdstip het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet wordt vastgesteld en daarin is bepaald dat de bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.11a van de Omgevingswet aangewezen activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken niet worden verricht.
F
Aan hoofdstuk 3 wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 3.6b (overgangsrecht in verband met actualisatie basisregistratie Kadaster)
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat doet zo spoedig mogelijk na het hierna onder a en b genoemde tijdstip mededeling aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers dat de inschrijving in die registers van een saneringsplan als bedoeld in artikel 11.60 van de Wet milieubeheer, een besluit tot wijziging van een geluidproductieplafond als bedoeld in artikel 11.42 van de Wet milieubeheer of een tracébesluit als bedoeld in artikel 11.42 van de Wet milieubeheer, zoals die gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, moet worden beëindigd:
a. als het gaat om een saneringsplan, een besluit tot wijziging van een geluidproductieplafond of een tracébesluit waarbij de saneringsmaatregelen en de eventuele geluidwerende maatregelen zijn getroffen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: na inwerkingtreding van dit artikel, en
b. als het gaat om:
1°. een saneringsplan waarop artikel 3.3, eerste en tweede lid, van toepassing is,
2°. een besluit tot wijziging van een geluidproductieplafond waarop artikel 3.1, eerste lid, onder a van toepassing is, of
3°. een tracébesluit waarop artikel 4.44 of 4.45 van de Invoeringswet Omgevingswet van toepassing is:
nadat de saneringsmaatregelen en de eventuele geluidwerende maatregelen zijn getroffen.
ARTIKEL III (AANVULLINGSWET GRONDEIGENDOM OMGEVINGSWET)
De Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 4.3 vervalt.
B
Na artikel 4.4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4.4a (overgangsrecht onteigening tijdelijk deel omgevingsplan)
Als onteigening plaatsvindt vanwege een besluit dat op grond van artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k of l, van de Invoeringswet Omgevingswet geldt als deel van het omgevingsplan, is van onteigening als bedoeld in artikel 11.6, onder a, van de Omgevingswet ook sprake als de bestaande vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer niet is uitgesloten.
ARTIKEL IV (AANVULLINGSWET NATUUR OMGEVINGSWET)
De Aanvullingswet natuur Omgevingswet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2.5, vierde lid, wordt âjachtexamens als bedoeld in artikel 3.28, tweede lid, onderdeel a,â vervangen door âjachtexamens als bedoeld in artikel 3.28, tweede lid, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming, examens voor het gebruik van jachtvogels als bedoeld in artikel 3.30, tweede lid, van de Wet natuurbescherming en examens voor het gebruik van eendenkooien als bedoeld in artikel 3.30, derde lid, van de Wet natuurbeschermingâ.
B
Na artikel 2.6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2.6a (gedoogplicht maatregelen dieren en planten)
1. Besluiten als bedoeld in artikel 3.18, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet natuurbescherming gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10.29, eerste lid, van de Omgevingswet.
2. Besluiten als bedoeld in artikel 3.19, vierde lid, van de Wet natuurbescherming gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10.29, tweede lid, van de Omgevingswet.
C
Het eerste lid van artikel 2.7 vervalt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot eerste en tweede lid.
ARTIKEL V (ALGEMENE WET BESTUURSRECHT)
De Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1:8, tweede lid, onder b, wordt âartikel 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheerâ vervangen door âartikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheerâ.
B
Bijlage 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In artikel 1 worden de volgende zinsneden ingevoegd:
Elektriciteitswet 1998: de artikelen 9b, derde lid, 9c, vierde lid, en 20a, vierde lid
Gaswet: artikel 39b, derde lid
2. In artikel 2 vervalt in de zinsneden met betrekking tot de Gemeentewet en de Provinciewet âdan wel de Ontgrondingenwetâ.
ARTIKEL VI (BEKENDMAKINGSWET)
Artikel 7 van de Bekendmakingswet wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na âniet uit tekst bestaatâ ingevoegd â, mits deze informatie in begrijpelijke vorm kan worden bekendgemaaktâ.
2. In het derde lid wordt na âinformatie als bedoeld in het eerste lidâ ingevoegd âdie niet kan worden geconsolideerd,â.
ARTIKEL VII (ELEKTRICITEITSWET 1998)
De Elektriciteitswet 1998 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 9b wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid, komt te luiden:
3. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister besluiten geen projectbesluit vast te stellen als naar zijn oordeel besluitvorming door een bestuursorgaan van een gemeente of van een provincie het project kan versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, en het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente respectievelijk gedeputeerde staten van de betreffende provincie daarmee instemmen.
2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
4. Onze Minister geeft tegelijk met of zo snel mogelijk na de bekendmaking van een besluit als bedoeld in het derde lid kennis van dat besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze en doet mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de initiatiefnemer.
5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing als een besluit als bedoeld in het derde lid wordt ingetrokken.
B
Artikel 9c wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vierde lid komt te luiden:
4. In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten besluiten geen projectbesluit vast te stellen als naar hun oordeel besluitvorming door een bestuursorgaan van een gemeente het project kan versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, en het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente daarmee instemmen.
2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
5. Gedeputeerde staten geven tegelijk met of zo snel mogelijk na de bekendmaking van een besluit als bedoeld in het vierde lid kennis van dat besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze en doen mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de initiatiefnemer.
6. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing als een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt ingetrokken.
C
Artikel 9g wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt âvoor de toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrechtâ.
2. In het tweede lid wordt âals bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrechtâ vervangen door âals bedoeld in artikel 10.14 van de Omgevingswetâ.
D
In artikel 20, eerste lid, vervalt âvoor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrechtâ.
E
Artikel 20a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vierde lid komt te luiden:
4. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister besluiten geen projectbesluit vast te stellen als naar zijn oordeel besluitvorming door een bestuursorgaan van een gemeente of van een provincie het project kan versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, en het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente respectievelijk gedeputeerde staten van de betreffende provincie daarmee instemmen.
2. Onder vernummering van het vijfde lid tot zevende lid worden twee leden ingevoegd, luidende:
5. Onze Minister geeft tegelijk met of zo snel mogelijk na de bekendmaking van een besluit als bedoeld in het vierde lid kennis van dat besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze en doet mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de initiatiefnemer.
6. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing als een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt ingetrokken.
3. In het zevende lid (nieuw) wordt âOnze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesâ vervangen door âOnze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningâ.
ARTIKEL VIII (GASWET)
De Gaswet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 39a vervalt âvoor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrechtâ.
B
Artikel 39b van de Gaswet wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:
3. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister besluiten geen projectbesluit vast te stellen als naar zijn oordeel besluitvorming door een bestuursorgaan van een gemeente of van een provincie het project kan versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, en het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente respectievelijk gedeputeerde staten van de betreffende provincie daarmee instemmen.
2. Onder vernummering van het vierde lid tot zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:
4. Onze Minister geeft tegelijk met of zo snel mogelijk na de bekendmaking van een besluit als bedoeld in het derde lid kennis van dat besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze en doet mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de initiatiefnemer.
5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing als een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt ingetrokken.
3. In het zesde lid (nieuw) wordt âOnze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesâ vervangen door âOnze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningâ.
ARTIKEL IX (GEMEENTEWET)
Artikel 228, tweede lid, van de Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel a komt te luiden:
a. de infrastructuur nodig voor de productie en distributie van drinkwater als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, in samenhang met artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet;
2. De komma aan het slot van onderdeel c wordt vervangen door een puntkomma.
ARTIKEL X (INVOERINGSWET OMGEVINGSWET)
De Invoeringswet Omgevingswet wordt als volgt gewijzigd:
A
De artikelen 2.7, onderdeel D, 2.9, onderdeel B, en 2.24 vervallen.
B
In artikel 4.1, onder p, wordt â13, aanhef en onderdeel b,â vervangen door â13, aanhef en onder b, 13a,â.
C
Artikel 4.6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt onder verlettering van onderdeel o tot p een onderdeel ingevoegd, luidende:
o. een warmteplan voor zover het gaat om een warmteplan vastgesteld op grond van de Woningwet,.
2. Het tweede en derde lid komen te luiden:
2. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:
a. een ontwerp ter inzage is gelegd van:
1°. een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, of
2°. een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan, inpassingsplan of exploitatieplan, of
b. een beheersverordening is vastgesteld, maar nog niet in werking getreden, blijft het oude recht van toepassing tot dit besluit van kracht is.
3. Het oude recht blijft, tot het besluit onherroepelijk is, van toepassing op een beroep tegen:
a. een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, of
b. een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan, inpassingsplan of exploitatieplan.
D
Aan artikel 4.47 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Voor zover een tracébesluit niet in strijd is met het omgevingsplan, wordt het tracébesluit voor de toepassing van artikel 11.6 van de Omgevingswet als een onteigeningsbelang aangemerkt.
E
In de artikelen 4.62 tot en met 4.65 wordt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
3. Een vastgesteld projectplan wordt, voor zover na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onteigening plaatsvindt ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de in het projectplan omschreven activiteit, voor de toepassing van artikel 11.6 van de Omgevingswet als een onteigeningsbelang aangemerkt.
F
Onder verlettering van de onderdelen a tot en met d tot b tot en met e wordt in artikel 4.80a, eerste lid, een onderdeel ingevoegd, luidende:
a. voor een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.49, eerste lid: de termijn, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, is verstreken,.
G
In artikel 4.103, vierde lid, wordt âOnze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesâ vervangen door âOnze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningâ.
H
In artikel 4.110 wordt âOnze Minister van Infrastructuur en Waterstaatâ vervangen door âOnze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningâ.
I
Na artikel 4.114 wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 4.114a (verplichtingen treffen bouwkundige voorzieningen artikelen 13 en 13a Woningwet)
Een besluit tot het opleggen van een verplichting om aan een bouwwerk voorzieningen te treffen als bedoeld in artikel 13, aanhef en onder b, of 13a van de Woningwet dat onherroepelijk is, geldt als een besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet, voor zover dat besluit gaat over een onderwerp waarvoor het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften kan stellen als bedoeld in dat artikel.
J
In artikel 4.112 vervalt âvan artikel 12.4â.
K
Artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Na âAls deze wetâ wordt ingevoegd â, hoofdstuk 22 van de Omgevingswet, hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, hoofdstuk 4 van de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet of hoofdstuk 2 van de Aanvullingswet natuur Omgevingswetâ.
b. Na âvan deze wetâ wordt ingevoegd âof die bepalingenâ.
c. Er wordt een zin toegevoegd, luidende:
Een regeling die afwijkt van de genoemde aanvullingswetten wordt vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat.
2. In het vierde lid wordt na âvan deze wetâ ingevoegd âof die bepalingenâ.
ARTIKEL XI (MIJNBOUWWET)
In artikel 141a, vierde lid, van de Mijnbouwwet wordt âOnze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesâ vervangen door âOnze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningâ.
ARTIKEL XII (OVERGANGSWET NIEUW BURGERLIJK WETBOEK)
In artikel 218, eerste lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt âDe artikelen 758, vierde lid, en 765a van Boek 7â vervangen door âDe artikelen 757a, 758, vierde lid, en 765a van Boek 7â en wordt voor âartikel IIIâ ingevoegd âde betreffende onderdelen vanâ.
ARTIKEL XIII (PROVINCIEWET)
Artikel 222c, tweede lid, van de Provinciewet wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel a komt te luiden:
a. de infrastructuur nodig voor de productie en distributie van drinkwater als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, in samenhang met artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet;
2. De komma aan het slot van onderdeel c wordt vervangen door een puntkomma.
ARTIKEL XIV (WARMTEWET)
In artikel 38 van de Warmtewet wordt âVoor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrecht worden werken,â vervangen door âWerkenâ en wordt âde levering van warmte, aangemerktâ vervangen door âde levering van warmte worden aangemerktâ.
ARTIKEL XV (WATERSCHAPSWET)
Artikel 114, tweede lid, van de Waterschapswet wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel a komt te luiden:
a. de infrastructuur nodig voor de productie en distributie van drinkwater als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, in samenhang met artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet;
2. De komma aan het slot van onderdeel c wordt vervangen door een puntkomma.
ARTIKEL XVI (WET BESCHERMING ANTARCTICA)
In artikel 7, tweede lid, van de Wet bescherming Antarctica wordt â16.88, eerste lid, onder a,â vervangen door â16.139, eerste lid, onder a,â.
ARTIKEL XVII (WET MILIEUBEHEER)
De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 9.5.7, tweede lid, eerste zin, wordt âartikel 20.21, van de Omgevingswetâ vervangen door âartikel 20.21 van de Omgevingswetâ.
B
In de artikelen 10.48, tweede lid, en 10.64, eerste lid, wordt â16.88 van de Omgevingswetâ vervangen door â16.139 van de Omgevingswetâ.
C
In artikel 15.51b, tweede lid, wordt âOnze Minister van Economische Zakenâ vervangen door âOnze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteitâ.
ARTIKEL XVIII (WET LUCHTVAART)
De Wet luchtvaart wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 8.47, tweede lid, wordt âartikelen 8.5, derde tot en met vijfde lid, 8.6, 8.7, eerste en derde lid, 8.8, 8.9, 8.10, 8.11 en 8.12, eerste tot en met vierde lid,â vervangen door âartikelen 8.5, derde tot en met vijfde lid, 8.6, 8.7, eerste en derde lid, en 8.8 tot en met 8.11â en vervalt ârespectievelijk de ontheffing, bedoeld in artikel 8.12, derde lid,â.
B
In artikel 8.49, tweede lid, vervalt âof de ontheffing op grond van artikel 8.12, derde lid,â.
C
In artikel 8a.58, tweede lid, wordt âVoorts zijn artikel 8.9, eerste, tweede en vierde lid, en artikel 8.12â vervangen door âVoorts is artikel 8.9, tweede en vierde lid,â en vervalt âen de ontheffingâ.
D
In artikel 10.17, zesde lid, wordt âartikelen 8.8 tot en met 8.12â vervangen door âartikelen 8.8 tot en met 8.11â.
ARTIKEL XIX (WONINGWET)
De Woningwet wordt als volgt gewijzigd:
A
Het opschrift van hoofdstuk II komt te luiden:
Hoofdstuk II. Voorschriften betreffende het bouwen, bestaande bouwwerken en het gebruiken en slopen van bouwwerken
B
In hoofdstuk II wordt afdeling 1 voor afdeling 1a geplaatst.
C
In artikel 3 wordt ânatuurlijk personenâ vervangen door ânatuurlijke personenâ.
ARTIKEL XX (INWERKINGTREDING)
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
ARTIKEL XXI (CITEERTITEL)
Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet Omgevingswet, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,