Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van Economische Zaken en Klimaat op 10 oktober 2023
Brief regering
Nummer: 2023D41807, datum: 2023-10-11, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.A.M. Adriaansens, minister van Economische Zaken en Klimaat
- Mede ondertekenaar: R.A.A. Jetten, minister voor Klimaat en Energie (Ooit D66 kamerlid)
- Mede ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van zaak 2023Z17156:
- Indiener: M.A.M. Adriaansens, minister van Economische Zaken en Klimaat
- Medeindiener: R.A.A. Jetten, minister voor Klimaat en Energie
- Medeindiener: J.A. Vijlbrief, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat (2017-2024)
- Stemmingen en besluiten:
- 2023-10-24 17:00 ā Betrokken bij de de behandeling van de Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2024 op 12 oktober 2023. (Besluit)
- 2023-10-24 16:30 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2023-10-19 14:54 ā Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2023-10-12 11:00 ā Behandeld. (Besluit)
- 2023-10-12 11:00: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (36410-XIII) voor het jaar 2024 en Vaststelling van de begrotingsstaat van het Nationaal Groeifonds voor het jaar 2024 (36410-L) antwoord 1e termijn + rest (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2023-10-19 14:54: Aansluitend: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2023-10-24 16:30: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2023-10-24 17:00: Procedurevergadering commissie voor Economische Zaken en Klimaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat (2017-2024)
Preview document (š origineel)
Geachte Voorzitter,
Tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) hebben de leden van uw Kamer vragen gesteld. Bijgevoegd vindt u de antwoorden op een deel van die vragen. De overige vragen zullen wij later mondeling beantwoorden.
M.A.M. Adriaansens
Minister van Economische Zaken en Klimaat
R.A.A. Jetten
Minister voor Klimaat en Energie
J.A. Vijlbrief
Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Antwoorden op de vragen gesteld door de PVV-fractie
1
Het aanpakken van leegstand en leegloop in de winkelstraten, vooral in
dorpen en kleine steden, is van groot belang. Daarom verzoeken wij om de
oprichting van een taskforce 'Behoud Traditioneel Ambacht'. Hoe kijkt de
minister hiernaar?
Antwoord
We geven met de Impulsaanpak winkelgebieden een goede aanzet voor de
herstructurering en transformatie van winkelgebieden. Leegstand en
leegloop in winkelstraten wordt hiermee ook aangepakt. Daarnaast is
inmiddels ook de Citydeal Dynamische binnensteden formeel van start
gegaan en waarin ook EZK participeert. Daarnaast bestaat er een
publiek-private overlegstructuur met de Retailagenda. Dit is een
effectieve aanpak gebleken om met stakeholders te onderzoeken op welke
wijze in de toekomst het best aan een gezonde retail in aantrekkelijke
winkelgebieden, vitale binnensteden en kernen kan worden gewerkt. Een
taskforce specifiek voor het behoud van traditionele ambacht is mijns
inziens dan ook niet noodzakelijk.
2
De PVV-fractie verzoekt de minister om de parkeertarieven te verlagen,
die in het verleden 1 euro waren. Hoe kijkt de minister hiernaar?
Antwoord
De parkeertarieven worden op lokaal niveau vastgesteld. Hier kan ik
(MEZK) op Rijksniveau dus niet op ingrijpen.
3
De PVV-fractie verzoekt de minister om een mkb-toets in te voeren om als
soort apk-check te gaan dienen om regeldruk te verminderen. De mkb-toets
moet ook worden ingezet op bestaande wet- en regelgeving. Kan de
minister hiermee beginnen met de zes aangewezen
indicator-bedrijfstakken?
Antwoord
Zoals in het āProgramma vermindering regeldruk ondernemersā, dat vorig
jaar aan de Kamer is gestuurd (Kamerstuk 29515, nr. 481), is aangegeven,
wordt de mkb-toets ook uitgebreid naar bestaande wetgeving. Voorwaarde
is wel dat de betreffende wet minstens een jaar in werking is en dat er
klachten zijn van ondernemerszijde over de werking van de wet.
Binnenkort wordt een eerste MKB-toets op een bestaande regeling
uitgevoerd, namelijk de subsidieregeling leren en ontwikkeling in het
MKB (SLIM). Voor bestaande regelgeving hebben we ook andere
instrumenten. Bijvoorbeeld het onderzoek naar MKB-indicatorbedrijven
waarbij we voor zes sectoren reeds de meest belastende knelpunten en
regeldrukkosten van bestaande regelgeving in kaart hebben gebracht. En
verder ook de Life-eventsaanpak waarbij voor belangrijke gebeurtenissen
in het bestaan van een bedrijf knelpunten in kaart worden gebracht en
aangepakt.
4
De PVV-fractie verzoekt de minister om winkeliers te ondersteunen bij de
bestrijding van criminaliteit (actieplan winkeldiefstal). Dit moeten we
hard aanpakken. Hoe kijkt de minister hiernaar?
Antwoord
Ik (MEZK) ben het met u eens dat het belangrijk is winkeldiefstal terug
te dringen.
Middels het op 14 december 2022 vastgestelde en aan uw Kamer aangeboden
Actieprogramma Veilig Ondernemen 2023-2026 en via het Nationaal Platform
Criminaliteitsbeheersing werken de minister van Justitie en Veiligheid en ik samen met het bedrijfsleven om criminaliteit te voorkomen en terug te dringen.
Het actieprogramma bevat specifiek maatregelen om winkeldiefstal terug te dringen: de doorontwikkeling en bredere uitrol van het instrument collectief winkelverbod en de ontwikkeling van de toolbox interventies winkeldiefstal.
5
De PVV-fractie verzoekt de minister om maritieme aanbestedingen bij de
Nederlandse maritieme maakindustrie te doen om strategische positie ten
opzichte van Aziƫ te behouden. We willen dat deze strategische
aanbestedingen worden gegund aan eigen nationale trots, maritieme
maakindustrie. Graag een reactie van de minister.
Antwoord
Als kabinet bezien wij hoe wij onze nationale vitale belangen
nadrukkelijker kunnen verankeren in het inkoopbeleid van de overheid, op
zoān wijze dat dit bijdraagt aan een versterking van de positie van de
maritieme maakindustrie. Hieraan zal ik (MEZK) uitgebreid aandacht
besteden in de sectoragenda maritieme maakindustrie, die op 26 oktober
2023 gelanceerd wordt en aan uw Kamer zal worden aangeboden.
6
De PVV-fractie verzoekt de minister om ontheffing van zero emissie- of
milieuzoneregels voor circussen, marktkooplieden en kermissen. Graag een
reactie van de minister.
Antwoord
Het kabinet is er van overtuigd dat er voldoende perspectief wordt
geboden aan ondernemers die graag willen, maar nu nog niet kunnen. Zo is
er een overgangsregeling, zijn er landelijke vrijstellingen en
gemeentelijke ontheffingen. Zo is er een overgangsregeling voor de
bestelauto tot 1 januari 2028 en voor vrachtwagens die op 1 januari 2025
maximaal 5 jaar oud is tot 1 januari 2030. Voor bijzondere voertuigen
hangen de overgangsregels af van de carrosseriecode. Deze regels kunnen
worden gevonden op opwegnaarzes.nl. Voor bedrijven die meer tijd nodig
hebben, kan er aanspraak gemaakt worden op de hardheidsclausule. Een
ontheffing kan straks om verschillende redenen worden aangevraagd, zoals
lange levertijden, een dreigend faillissement of een naderend pensioen.
Het kabinet ziet daarom nu geen reden voor verdere aanpassing, maar de
staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) houdt
vanzelfsprekend een vinger aan de pols.
7
Er gaan miljarden naar verduurzaming. In de EZK-begroting staan ⬠12
miljard aan uitgaven en ⬠23 miljard verplichtingen. Volgens de ARK is
er nog steeds geen eenduidig overzicht van de klimaatgelden. Er zijn
afwijkingen van vele miljarden. Hoe kan dit en kan dit verduidelijkt
worden? Verzoek aan de minister dit toe te lichten.
Antwoord
In de reactie op het rapport van de Rekenkamer heeft het kabinet een
aantal verbeteringen doorgevoerd voor een consistentere presentatie van
rijksbrede klimaatuitgaven. In de begroting van 2024 heb ik (MKE)
aangegeven dat het demissionaire kabinet deze werkwijze zo goed mogelijk
probeert na te leven.
In de aandachtspunten die de Rekenkamer uw Kamer heeft meegegeven voor deze begrotingsbehandeling, stelt de Rekenkamer vast dat er dit keer consistentie bestaat tussen het totaaloverzicht dat EZK heeft opgenomen in de begroting en het overzicht van klimaatmiddelen in de Miljoenennota. Ook stelt de Rekenkamer vast dat alle uitgavenposten die in de overzichten zijn opgenomen, terug te vinden zijn in de begrotingen van EZK, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), IenW en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De Rekenkamer typeert dit als een vooruitgang. Helemaal foutloos is het echter niet gegaan, want de Rekenkamer constateert tevens dat er helaas in twee gevallen afwijkingen zitten in de bedragen die in de totaaloverzichten staan en de begrotingen van LNV en IenW. Het gaat dan om afwijkingen van ⬠38,8 miljoen, respectievelijk ⬠8,8 miljoen. Voor beide gevallen geldt dat de budgettaire reeksen in de begrotingen van LNV en IenW de juiste zijn. Uiteraard is alles erop gericht om dergelijke fouten in toekomstige rapportages te voorkomen.
8
Er zijn wel miljarden voor klimaatbeleid, maar er is geen extra geld
voor een lagere energierekening. De gemiddelde energierekening stijgt en
de helft komt door hoge belastingen. Kan de minister aangeven met
hoeveel de energierekening gaat stijgen? Energiearmoede dreigt komend
jaar erger te worden. Hoe kan het dat er geen extra geld is voor een
lagere energierekening?
Antwoord
De huidige en verwachtte energietarieven voor vrijwel alle huishoudens
liggen onder de maximale tarieven van het prijsplafond voor dit jaar.
Waar de groothandelsprijs voor gas (TTF) op het hoogtepunt in augustus
2022 bijna ⬠300 per megawattuur bedroeg, schommelt deze momenteel rond
de ⬠40. Tegelijkertijd liggen de energieprijzen nog steeds wel hoger
dan vóór 2021 en zien we een verbreding van de inflatie naar andere
sectoren. Dit is de aanleiding geweest voor het kabinet om komend jaar
ondersteuning te bieden via gerichte koopkrachtmaatregelen.
Wel heeft het kabinet besloten om in 2024 opnieuw een bijdrage beschikbaar te stellen aan het Tijdelijk Noodfonds Energie, zodat er voor de huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening die in 2024 in de knel komen een vangnet beschikbaar is. Door de handen ineen te slaan met de energieleveranciers is langs deze weg zoān ⬠60 miljoen beschikbaar om huishoudens met betalingsproblemen te ondersteunen bij het betalen van de energierekening.
Verder geldt tot het einde van 2023 uiteraard nog de bescherming van het prijsplafond en volgt nog dit jaar de uitkering van de energietoeslag 2023 aan kwetsbare huishoudens met een inkomen op of net boven het sociaal minimum. Tot slot is het ook goed om te blijven benadrukken dat het weer mogelijk is om een vast contract af te sluiten met prijzen onder het prijsplafond, voor 1 jaar of langer. Honderdduizenden consumenten hebben dit de voorbije maanden gedaan. Consumenten die nog een variabel energiecontract hebben en die graag zouden willen kiezen voor prijszekerheid, kunnen zich op deze manier verzekeren van een vaste prijs voor de aanstaande winter.
9
Kan de minister een indicatie geven van de klimaatplannen voor de
gevolgen van windturbines (1,9 mld.) voor de visserij?
Antwoord
In het Programma Noordzee 2022-2027 is besloten waar de windparken op
zee komen. Hierbij heeft het kabinet ook rekening gehouden met andere
belangen op de Noordzee, zoals visserij. Daarom heeft het kabinet onder
andere ⬠199 miljoen vrijgemaakt om vissers te ondersteunen bij het
aanpassen van hun bedrijfsvoering en om te investeren in innovaties en
nieuwe technieken voor visserij (Kamerstuk 33561, nr. 53).
10
Heeft de minister kennisgenomen van het onderzoek van TNO naar de
CO2-uitstoot bij files, waaruit blijkt dat deze uitstoot aanzienlijk
hoger is dan bij een snelheid van 130 kilometer per uur? En gelden deze
bevindingen nog steeds?
Antwoord
Ik (MKE) ben bekend met dit onderzoeksresultaat (uit 2016). Files zijn
inderdaad slecht voor het klimaat (zowel CO2 als stikstof) en moeten we
waar mogelijk verminderen. Ik kan nu niet vaststellen of deze
onderzoeksresultaten nog in dezelfde mate gelden. Naast dat het
belangrijk is om files zoveel mogelijk te voorkomen, zorgt de inzet op
duurzaam vervoer ook voor minder schadelijke uitstoot, überhaupt. Ik zie
de verduurzaming van de mobiliteit dus ook los van het fileprobleem of
de keuze omtrent de maximumsnelheid op snelwegen. Overigens blijkt uit
het onderzoek van TNO ook dat 130 km/u rijden meer uitstoot tot gevolg
heeft dan 100 km/u rijden.
11
Kan de minister opheldering geven over het aantal geplande
windmolens/windturbines? Volgens bepaald onderzoek zijn er mogelijk 7000
nodig. Waar moeten die komen te staan en wat zijn de gevolgen voor de
visserij (vissers eruit en windturbines erin)?
Antwoord
Dit kunnen we op dit moment nog niet zeggen. Het aantal turbines hangt
af van de energieproductie per turbine. Deze is de afgelopen jaren enorm
gestegen door innovatie. Op dit moment staan er ongeveer 670
windturbines op zee, met een vermogen van 3 tot 11 MW per turbine. Voor
de eerstvolgende windparken op zee verwachten we al turbines van 14
MW.
Voor de ambities voor 70 GW windenergie op zee in 2050 wordt in het Programma Noordzee bepaald waar de windparken op zee komen. Het kabinet houdt bij het aanwijzen van windenergiegebieden ook rekening met andere belangen, waaronder visserij, scheepvaart, natuur en oefenruimte voor defensie. Naast wind op zee is ook wind op land onmisbaar om de klimaatdoelstellingen te halen. Het is volgens het Planbureau van de Leefomgeving een van de goedkoopste en meest efficiƫnte bronnen van duurzame elektriciteit.
12
Door alle klimaatacties ontstaan files. Voor hoeveel meer CO2-uitstoot
zorgen deze klimaatdemonstraties?
Antwoord
Nederland kent helaas vele files door het jaar heen, om verschillende
oorzaken. Ik (MKE) kan geen kwantitatieve inschatting maken van het
gevraagde effect van een specifieke reden tot oponthoud.
Antwoorden op de vragen gesteld door de VVD-fractie
13
De VVD-fractie heeft zorgen om de uitvoering van
klimaatplannen. De warmtetransitie loopt vast. Er zijn minder
mogelijkheden voor private investeringen en er is een grote dekking
nodig. Kan de minister hierop reageren? Hoeveel extra geld is er nodig?
Is dit geld al begroot zonder dat de financiƫle impact inzichtelijk was?
Graag een reactie.
Wanneer gaat de warmtewet ervoor zorgen dat energietransitie weer vaart
krijgt? En hoeveel extra geld van het Rijk vergt de route in de
warmtewet? Is dit geld begroot of is deze keuze gemaakt voordat de
financiƫle impact van deze keuze inzichtelijk was? Verzoek tot
verduidelijking van minister.
Antwoord
De zorgen over de uitvoering van de klimaatplannen herken ik (MKE)
deels. De KEV 2023 laat zien dat er goede vooruitgang wordt geboekt in
de gebouwde omgeving. De opschaling van individuele oplossingen gaat
beter dan verwacht. Op het gebied van warmtenetten is vooruitgang
geboekt. De warmtenetten investeringssubsidie (WIS) beschikkingen worden
nu verstrekt en Warm Amsterdam, Twence en Warmtestad Groningen hebben
een investeringsbeslissing genomen. Binnen de SDE++ en het Klimaatfonds
zijn veel middelen voor de warmtetransitie beschikbaar. Bij de
collectieve warmte zijn partijen in afwachting van de Wet collectieve
warmte, waarin de toekomstige kaders en spelregels worden vastgelegd.
Uitgangspunt bij het uitwerken van deze wet is dat de lopende projecten
zoveel mogelijk doorgaan. In de gesprekken met de warmtebedrijven en
medeoverheden is hier veel aandacht voor, de overgangsregeling en
tariefbepaling zijn daarvoor belangrijk.
Ik verwacht het wetsvoorstel eind deze maand, na bespreking in de Ministerraad, naar de Raad van State te kunnen sturen voor advies. Het moment van aanbieden aan uw Kamer is afhankelijk van de advisering door de Raad van State. Uitgaande van de best mogelijke doorlooptijden zal het wetsvoorstel op zijn vroegst in het tweede kwartaal van 2024 naar de Kamer verzonden worden. Daarnaast zal het flankerend beleid besluitvorming van het kabinet vragen, onder meer over de opbouw van publieke realisatiekracht.
De keuze voor een verplichte publieke doorslaggevende zeggenschap vraagt om meer publieke investeringen. Dat is inherent aan de keuze, waarvoor ik breed draagvlak zie. Vanwege het lokale en regionale karakter van warmte ligt het voor de hand daarbij allereerst naar gemeenten en provincies te kijken. Ik zie ook dat zij zich aan het voorbereiden zijn op een grotere rol in warmtenetten. Of en in welke mate het Rijk hierbij ondersteuning biedt, is afhankelijk van nadere besluitvorming in het kabinet. Zoals aangekondigd onderzoek ik twee opties: een waarborgfonds en een nationale deelneming of een combinatie hiervan. Beide kunnen een hefboom zijn voor medeoverheden om te investeren. Voor alle opties geldt dat nadere uitwerking en toetsing noodzakelijk zijn. Er zijn nog geen middelen begroot voor deze opties. Ik ben op dit moment in samenwerking met het ministerie van Financiƫn bezig met een onderzoek naar de kosten van deze opties en zal uw Kamer hier nader over informeren.
14
Ondanks inspanningen lijkt de aanpak van netcongestie nog onvoldoende
resultaat te hebben opgeleverd. Lokale bedrijven in Veghel hebben een
voorstel ingediend om gezamenlijk de capaciteitsschaarste aan te pakken,
maar tot op heden is dit initiatief nog niet van de grond gekomen.
Kunnen we een reactie van de minister verwachten op dit verzoek?
Antwoord
Het kabinet verwelkomt dat Veghelse bedrijven gezamenlijk met een
voorstel gekomen zijn voor een collectief energiesysteem. Het kabinet
ziet vergelijkbare initiatieven op bedrijventerreinen in Tholen en op
Schiphol Trade Park.
In het kader van het Landelijk Actieplan Netcongestie werken EZK, netbeheerders en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) samen aan verschillende soorten contracten voor dit soort energiehubs. Zo is het groeps-capaciteitsbeperkingscontract (groeps-CBC) nu al juridisch mogelijk. De Veghelse bedrijven hebben behoefte aan een andere vorm, de Groeps Transport Overeenkomst (Groeps-TO). Een voorstel voor deze vorm wordt op dit moment uitgewerkt door de netbeheerders en eind dit jaar aan de ACM gestuurd. Dan volgt het officiƫle code-traject en dan kan deze vorm medio volgend jaar ook in de praktijk worden toegepast.
15
De aanpak van netcongestie vraagt om meer daadkracht. Er is een
amendement voorgesteld om onmiddellijk te beginnen met het creƫren van
ruimte op het stroomnet, met een toewijzing van 100 miljoen euro en een
streefdatum voor implementatie in 2024. Graag horen we van de minister
hoe het staat met de inspanningen op zowel Europees als nationaal niveau
om de vergunningverlening voor oplossingen met betrekking tot
netcongestie te versnellen.
Antwoord
Sneller bouwen is een belangrijke oplossing voor netcongestie. Ik (MKE)
zoek naar allerlei mogelijkheden om het proces van plan tot realisatie
van netwerken te versnellen. Het goed en zorgvuldig voorbereiden van
vergunningsaanvragen helpt daarbij. Om dit te bereiken passen wij voor
grote infrastructuurprojecten daarom de Rijkscoƶrdinatieregeling toe.
Ook bieden we provinciale en gemeentelijke overheden een capaciteits- en
expertpool om vergunningverlening door deze overheden te versnellen.
Verder onderzoek ik bij welke regionale elektriciteitsprojecten beroep
in ƩƩn instantie mogelijk is. Daarnaast werk ik aan aanpassingen van de
Omgevingswet waardoor participatie sneller kan verlopen en de
netbeheerders sneller kunnen handelen. Bij het opstellen van Europese
regels zet ik steeds in op bepalingen die voorkomen dat aanleg van
energieinfrastructuur vertraagt. In de brief over het MIEK die ik u eind
dit jaar stuur, zal ik hier nader op ingaan.
16
Er moet een gerichte ontheffing voor kleine ondernemers komen
(bestelbusjes, bakker, bloemist) in de eerste jaren wanneer de zero
emissie zone wordt ingesteld. Graag een reactie van de minister.
Antwoord
Het kabinet is ervan overtuigd dat er voldoende perspectief wordt
geboden aan ondernemers die graag willen maar nu nog niet kunnen. Zo is
er een overgangsregeling, zijn er landelijke vrijstellingen en
gemeentelijke ontheffingen. Zo is er een overgangsregeling voor de
bestelauto tot 1 januari 2028 en voor vrachtwagens die op 1 januari 2025
maximaal 5 jaar oud zijn tot 1 januari 2030. Voor bijzondere voertuigen
hangen de overgangsregels af van de carrosseriecode. Deze regels kunnen
worden gevonden op opwegnaarzes.nl. Voor bedrijven die meer tijd nodig
hebben, kan er aanspraak gemaakt worden op de hardheidsclausule. Een
ontheffing kan straks om verschillende redenen worden aangevraagd zoals
lange levertijden, een dreigend faillissement of een naderend pensioen.
Het kabinet ziet daarom geen reden voor verdere aanpassing, maar de
staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat houdt vanzelfsprekend
een vinger aan de pols.
17
Kernenergie is nodig om onafhankelijk te worden van energie uit onvrije
landen. De VVD-fractie verzoekt de minister om helderheid te geven over
de bouw van de twee nieuwe kerncentrales. Eind 2023 zou Kamer
geĆÆnformeerd worden over marktconsultatie, de vervolgstudie naar
financiƫle modellen en technische haalbaarheidsstudie. Wanneer komt deze
brief?
Antwoord
Er vinden diverse trajecten plaats ten behoeve van het voorbereiden van
de nieuwbouw van twee kerncentrales, om maximaal in te zetten op
versnelling (ter uitvoering van de motie Hermans en Heerma
(Kamerstuknummer 36 200, nr. 18). Zo voeren we processen parallel uit
die normaal gesproken elkaar opvolgen. Daarom zijn we nu intensief met
de regio van voorkeurslocatie Borsele in overleg om de juiste
voorwaarden te scheppen.
Daarnaast vindt op dit moment een uitgebreid onderzoek en marktconsultatie plaats naar de mogelijke financieringsstructuur voor de nieuwbouw van twee kerncentrales, met ondersteuning van Ernst & Young. Dat wil zeggen de mogelijkheden voor (externe) investeringen en financiering en de verdeling van de kosten/baten en risicoās tussen markt en overheid. Ik (MKE) verken daarnaast, in nauwe samenspraak met het ministerie van FinanciĆ«n, de kaders van en de rol voor de Nederlandse overheid. Op dit moment wordt ook gestart met technische haalbaarheidsstudies door de verschillende vendors, naar de bouw op de voorkeurslocatie in Borsele. Dit zal meer inzicht geven in de totale kosten van nieuwbouw. De technische haalbaarheidsstudies en het onderzoek naar de financieringsstructuur geven gezamenlijk een beeld van de investeringslasten en operationele kosten en baten in Nederland en hoe dit wordt ingevuld met een combinatie van publieke en private middelen. Zoals aangekondigd in het debat van 13 september 2023 zal ik uw Kamer medio 2024 informeren over de uitkomst van dit traject en later dat jaar een voorstel voorleggen om de aanbesteding te starten.
18
In september was er een lithium vondst in Limburg. Verder onderzoek
lijkt verstandig. Kan er meer onderzoek naar gedaan worden bij lithium
bij geothermieputten? Krijgen omwonenden hiervan voordelen en kan er
draagvlak aan de voorkant gecreƫerd worden, met betrokkenheid aan de
voorkant?
Antwoord
Naar aanleiding van de motie van het lid Krƶger (GroenLinks; 17 februari
2022, Kamerstuk 35531, nr. 28) heb ik (SMB) opdracht gegeven voor het
uitvoeren van een haalbaarheidsstudie naar de winning van lithium uit
geothermiewater. Winning van lithium is technisch mogelijk. De studie is
nagenoeg gereed en ik verwacht dat ik deze eind november a.s. naar de
Tweede Kamer kan sturen.
Ik ben van plan om de mijnbouwwet te vernieuwen, zoals aangekondigd in de contourennota. Ik verken op dit moment of en hoe de regio kan meeprofiteren van nieuwe mijnbouwontwikkelingen, zodat nieuwe projecten dan mogelijk op meer draagvlak kunnen rekenen.
19
Mijnbouwschade wordt traag afgehandeld en er zijn verdere stappen nodig.
Kan de afhandeling versneld worden? Graag een reactie van de
staatssecretaris.
Antwoord
Ik (SMB) heb op 25 mei in Heerlen met de regio afgesproken om de
schadeafhandeling samen te organiseren. We hebben afgesproken dat
bewoners ontzorgd worden en dat er hiervoor in Limburg een instituut
wordt opgericht. Onderdeel van het overleg is het zoeken naar
mogelijkheden om de afhandeling te versnellen. Zoals eerder aan uw Kamer
aangegeven ben ik voornemens eind oktober weer naar Limburg te gaan en
dan wil ik samen met de bestuurders een akkoord hierover tekenen.
20
De VVD-fractie wil een centrum oprichten in de regio voor expertise en
advies voor gedupeerden en verzoekt de staatssecretaris om een reactie
op het amendement dat is ingediend in dit kader.
Antwoord
Ik (SMB) vind het net als uw Kamer belangrijk dat de afhandeling van
mijnbouwschade in Limburg voortvarend opgepakt wordt. Ik ben samen met
de regio bezig om hiervoor een regeling op te stellen. Ik ben met de
regio overeengekomen dat in Limburg een instituut wordt opgericht. Samen
met de regio geef ik momenteel vorm aan een Instituut voor mens, milieu
en mijnbouw (I3ML). Ik wil daarbij benadrukken dat ik het daarbij van
belang vind dat dit instituut een regionale bestuurlijke verankering
krijgt (zie ook mijn antwoord op vraag 19). Ik zal bij het WGO op 12
oktober mondeling op het amendement terugkomen.
21
Is de minister bereid om de concrete reductiedoelstelling van 25% uit de
State of the Union van Von der Leyen inzake regeldruk te omarmen en om
te zetten in beleid? En wat is richting andere departementen nodig om
dit voornemen uit te voeren? Hoe zit het met voornemen uit het
coalitieakkoord om ATR meer bevoegdheden te geven?
Antwoord
Het kabinet is blij met deze Europese ambitie, alhoewel het momenteel nog niet geheel duidelijk is hoe de commissie hier invulling aan wil geven. Temeer omdat een aanzienlijk deel van de nationale regeldrukkosten hun oorsprong in Europese verplichtingen vindt.
In het verleden hebben we echter ondervonden dat generieke reductiedoelstellingen niet altijd passend zijn voor de nationale situatie. In jaren dat er in Nederland wel sprake was van een generieke kwantitatieve doelstelling, gaven ondernemers aan hier niets van te merken. De hoogte van de totale regeldrukkosten in Nederland zegt namelijk niet zo veel over de ervaren regeldruk voor een individuele ondernemer. Hierom heeft het kabinet gekozen voor een aanpak gericht op aspecten waar een ondernemer wel iets van merkt; de werkbaarheid, proportionaliteit en helderheid van regelgeving.
Uw Kamer kan dit terugzien in bijvoorbeeld de MKB-indicatorbedrijven-aanpak, de MKB-toets en de Life-eventsaanpak. Maar ook in meer specifieke knelpunten die doorlopend worden geadresseerd zodra ze aan het licht komen. Enkele voorbeelden:
Fietsregeling: door vereenvoudiging van de bewijslast zijn de administratieve lasten verlaagd bij het vaststellen van een onbelaste reiskostenvergoeding.
De uitgifte van BTW-identificatienummers is verkort. Startende ondernemers kunnen deze nu inzien op MijnBelastingdienst Zakelijk.
Er is een handige tool ontwikkeld voor het afvalfonds bedrijven waarbij bedrijven in 1 oogopslag kunnen zien of zij afdracht plichtig zijn.
Voor wat betreft het voornemen om het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) meer bevoegdheden te geven kan uw Kamer zeer binnenkort het wetsontwerp verwachten waarmee ATR een permanente status krijgt. Hierin is ook een mandaatsverbreding opgenomen die inhoudt dat ATR voortaan ook advies kan geven over de regeldrukgevolgen voor Nederland van belangrijke Europese voorstellen. Tevens wordt de mogelijkheid geschapen dat ATR ook formeel kan adviseren in de beleidsvormende fase.
22
Kan de minister inzichtelijk maken wat nodig is om de aanjagende positie
van ROMās en innovatiekracht te versterken? Hoe staat het met dit
onderzoek?
Antwoord
Naar aanleiding van de motie Amhaouch (Kamerstuk 36 300 XIII, nr. 55)
stel ik (MEZK) samen met de provincies en ROMās een meerjarenplan op.
Het onderzoek waar het lid Van Strien naar refereert, neem ik hierin
mee. Ik ben voornemens het meerjarenplan uw Kamer in Q4 2023 te doen
toekomen.
23
Is de minister bereid om zich in te zetten op strategisch aanbesteden,
de innovatieve industrie behouden en het beschermen van economische
veiligheid? In Italiƫ en Frankrijk gebeurt maritieme aanbesteding bijna
volledig in de landen zelf, hoe reflecteert de minister hierop en kunnen
wij dit hier ook doen? Helpt de Nederlandse overheid bedrijven om hun
stevige positie in de markt te behouden en kunnen wij er voor zorgen dat
middelen uit het klimaatfonds meer ten goede komen van Nederlandse
bedrijven? We presenteerden een zwartboek aanbesteden: hoe staat het met
de reactie van de minister hierop? Kan ze reageren op mogelijkheden om
strategischer en slimmer aan te besteden in andere sectoren dan alleen
in de maritieme sector? De VVD-fractie verzoekt een indicatie van
hoeveel aanbestedingen in Nederland aan EU-landen en derde landen
gegeven worden en hoe de Nederlandse industrie hierbij betrokken wordt.
Is ze bereid om de komende tijd een herziening van de
aanbestedingsstrategie in gang te zetten?
Antwoord
In de beantwoording van de feitelijke vragen nummer 29 en 35 over deze
begroting ben ik (MEZK) ingegaan op hoe we als overheid meer kunnen
inzetten op strategisch aanbesteden om doelen zoals innovatie te
stimuleren en de industrie te beschermen tegen oneerlijke concurrentie.
Ik heb daarin onder andere gewezen op initiatieven zoals Inkopen met
impact en het Manifest Maatschappelijke Verantwoord
Opdrachtgeven en Inkopen.
U vroeg om een reactie op het zwartboek aanbesteden in de maritieme maakindustrie en een reflectie op dat het gros van de aanbestedingen door Italiƫ en Frankrijk aan eigen industrie worden gegund. Ik zal in de sectoragenda maritieme maakindustrie nader ingaan op hoe Nederland het strategisch belang van de maritieme maakindustrie nadrukkelijker kan meenemen in het inkoopbeleid van de overheid, bijvoorbeeld door het stellen van bepaalde gunningscriteria. Deze agenda wordt op 26 oktober a.s. gelanceerd en aan uw Kamer aangeboden.
Tot slot vroeg u naar een beeld over hoeveel aanbestedingen binnen en buiten de EU worden gegund. Uit cijfers van TenderNed blijkt dat in de periode van 2019-2022 ongeveer 0,5 procent van de Nederlandse aanbestedingen is gegund aan bedrijven uit derde landen.
Ik vind het onwenselijk als andere lidstaten hun markten afschermen voor Nederlandse ondernemers. Ik kan en wil het Nederlandse bedrijfsleven graag steunen om voldoende kansen in Nederland Ʃn Europa te kunnen pakken.
24
Met betrekking tot de verduurzaming van het MKB komt 150 miljoen in 2025
beschikbaar. Is er geen ruimte om die gelden naar voren te halen?
Antwoord
Voor de de aanscherping van de energiebesparingsplicht naar 7 jaar en de
ondersteuning van het mkb is ⬠150 miljoen gereserveerd in het
Klimaatfonds. Dit moet nog nader uitgewerkt worden en is gekoppeld aan
de voorwaarde van voldoende voortgang ten aanzien van de aanscherping
van de energiebesparingsplicht in 2027. Hier vindt in het voorjaar van
2024 besluitvorming over plaats. Daarna kunnen de middelen bij positieve
beoordeling na autorisatie van beide Kamers al halverwege 2024
beschikbaar komen. Het risico op vertraging is dus beperkt.
Antwoorden op de vragen gesteld door de SP-fractie
26
Het politiek economische systeem maakt mensen ziek. Uw
ministerie stelt miljarden beschikbaar voor vervuilende bedrijven.
Waarom luistert de minister niet naar de Wetenschappelijke Raad voor
Regeringsbeleid en stopt ze met deze bedrijven om te pamperen met
subsidies en prijsplafond?
Antwoord
Ik (MEZK) heb, namens het kabinet, voor de zomer een perspectief over de
richting van de economie om ons land welvarend en zo toekomstbestendig
mogelijk te houden aan uw Kamer verzonden (30 juni 2023, Kamerstuk
33009, nr. 131). Die economie stelt brede welvaart centraal en is (1)
innovatief, (2) duurzaam, (3) met een sterke positie van Nederland in
een weerbaar Europa, en (4) laat de Nederlandse samenleving meedoen en
meeprofiteren van de brede welvaart. Het is mijn overtuiging dat beleid
in lijn met die vier pijlers leidt tot een sterke economie en een hoge
kwaliteit van leven hier en nu, van toekomstige generaties en mensen
elders in de wereld.
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft een aantal weken geleden een rapport gepubliceerd getiteld āGoede Zaken. Naar een grotere maatschappelijke bijdrage van ondernemingen.ā Het kabinet bestudeert momenteel dit rapport. Ik zal namens het kabinet een kabinetsreactie naar uw Kamer sturen; ik verwacht dit in het eerste kwartaal van volgend jaar.
27
De SP-fractie roept de minister op om te stoppen met plastic-pesttaksen.
Waarom betalen we voor plastic bakjes? Mensen betalen nu meer, maar de
extra 15 cent gaat naar de snackbarhouder en er wordt net zoveel plastic
gebruikt als eerst. Wat voor nut heeft dit?
Antwoord
Circulaire plasticsmaatregelen liggen op het terrein van mijn
collega-bewindspersoon van Infrastructuur en Waterstaat. Ik (MKE) zal
kort reageren. Elke dag gooien we in Nederland 19 miljoen bekers en
bakjes weg na eenmalig gebruik. Dit is onnodig veel afval, waarvan een
deel zwerfafval wordt. Dat is schadelijk voor het milieu en moet en kan
anders.
Er zijn signalen dat ondernemers de heffing niet lijken aan te wenden voor het verduurzamen van hun verpakkingenbeleid. In de regeling is gekozen om ondernemers enige keuzevrijheid te geven: ze moeten een herbruikbaar alternatief aanbieden, eventueel in de vorm van ābring your ownā. Hieraan kunnen voor de ondernemers kosten verbonden zijn, die gedekt kunnen worden uit de opbrengst van de heffing. Doordat ze verplicht zijn om een herbruikbaar alternatief aan te bieden, worden er in ieder geval stappen richting verduurzaming gezet.
Hierdoor is het niet zo dat de consument meer betaalt en dat daarnaast alles bij het oude blijft. Mocht tijdens de evaluatie blijken dat ondernemers bewust blijven kiezen voor wegwerp en de opbrengst van de heffing incasseren zonder er een alternatief mee te bekostigen, dan zal mijn collega van Infrastructuur en Waterstaat goed naar dit deel van de regeling kijken.
Antwoorden op de vragen gesteld door de D66-fractie
28
Er is nog geen maatwerkafspraak gemaakt met grote bedrijven terwijl de
minister er 20 wilde sluiten. Zou de minister zichzelf een rapportcijfer
kunnen geven voor de maatwerkaanpak? Zou de minister zich meer kunnen
inzetten om harde bindende deadlines te stellen aan grote
uitstoters?
Antwoord
De maatwerkaanpak ligt goed op koers. In de recente voortgangsbrief
maatwerk heb ik aangegeven wat de verwachte opbrengst is van de
Expressions of Principles (EoP) die tot nog toe zijn getekend.
Daaruit blijkt dat we met de betreffende bedrijven al een belangrijk
deel van de klimaatopgave van de industrie in beeld hebben: 10 Mton
CO2-reductie. Als we ook het potentieel meenemen van de EOPs die in de
pijplijn zitten, is dat zoān 14,5 Mton. Met de verwachte CO2-reductie
die bij de andere maatwerkbedrijven te realiseren is, kunnen we de
beoogde 16 Mton CO2-reductie bereiken. Ik verwacht zeer binnenkort weer
een volgende EoP te tekenen ā de negende ā en er zijn nog twee in een
vergevorderd stadium. De overige bedrijven heb ik gevraagd dit najaar
aan te geven of zij perspectief zien op een EoP. Ik wil de focus vanaf
nu leggen op de bedrijven die echt willen en kunnen. Ondertussen gaat de
uitwerking van de Joint Letters of Intent (JLOI) onverminderd
door. Bedrijven moeten, gelet op de doorlooptijden van de projecten, de
komende jaren hun besluiten nemen en investeringen gaan doen. In dat
licht acht ik een hardere deadline voor de maatwerkafspraken niet nodig.
We stellen ook al eisen voor de industrie zowel Europees via de ETS als
nationaal via de CO2-heffing. Bovendien is het ook praktisch gezien niet
mogelijk aan te geven welk bedrijf wanneer een JLOI en vervolgens een
bindende maatwerkafspraak zal tekenen. Het gaat om belangrijke
strategische keuzes die ook door hoofdkantoren en aandeelhouders
gedragen moeten worden. Daarnaast moet de technische en economische
uitwerking van projecten en business cases worden gemaakt en
beoordeeld in een context met grote onzekerheden over onder meer
energie- en grondstofprijzen. Ook als overheid hebben wij nog het nodige
te doen om onzekerheden weg te nemen en routes voor verduurzaming, zoals
elektrificatie en waterstof, te openen. In plaats van spreken over
deadlines, werk ik dus liever aan het verkleinen van risicoās om zo
investeringsbeslissingen te bespoedigen. Zo ga ik onverminderd en met
volle snelheid door om met de maatwerkaanpak de investeringsrisicoās
voor de bedrijven te verminderen met het oog op de klimaatdoelen. De
resultaten tot nu laten zien dat we op de goede weg zijn.
29
Zit deze minister er alleen maar voor gevestigde fossiele belangen? Kan
de minister een inschatting geven van hoeveel jonge bedrijven het niet
hebben gered, omdat hun vieze concurrenten fossiele subsidies
krijgen?
Antwoord
Om de emissiereductiedoelen te halen en een circulaire economie te
realiseren, zal de bestaande industrie hun installaties moeten
verduurzamen en hun waardeketens aanpassen. Hun investeringen zijn ook
nodig om op termijn van fossiele energie af te kunnen stappen. Het
belangrijkste instrument dat wij hebben om bedrijven te ondersteunen bij
het doen van de benodigde investeringen is de SDE++, waarmee we
onrendabele projecten rendabel maken. Deze SDE++ is toegankelijk alle
bedrijven, ongeacht hun bestaande activiteiten, dus daarmee ook voor
jonge bedrijven. Opbouw van nieuwe duurzame industrie is daarmee
nadrukkelijk onderdeel van het groene industriebeleid.
Ik (MEZK) kan geen inschatting geven van het aantal jonge bedrijven dat het niet heeft gered uitsluitend als gevolg van āfossiele voordelenā die ten goede kwamen aan hun concurrenten. Deze gegevens worden voor zover ik weet niet bijgehouden.
Wel blijkt uit het Jaarbericht van de Staat van het MKB 2022 dat er ruim 1000 startups en scale-ups actief zijn in de bedrijfstakken energie/klimaat en landbouw/voedsel. Dat zijn bedrijfstakken die wellicht concurrentie ondervinden van bedrijven die gebruik maken van lage tarieven en vrijstellingen in de energiebelasting op fossiele energiedragers en grondstoffen. Aan de andere kant geldt dat het kabinet ook kijkt hoe het dit soort innovatieve bedrijven kan ondersteunen, bijvoorbeeld via slimme normering, zoals via de aangekondigde plasticnormering beoogd wordt.
Voor het opschalen van kansrijke niet-fossiele technieken zie ik dat bedrijven ons instrumentarium weten te vinden. In het dashboard klimaatbeleid wordt bijgehouden hoeveel van de innovatiemiddelen naar het mkb gaat. In de jaren 2019 ā 2021 was dat ongeveer de helft. Ook toont het dashboard hoeveel projecten er met behulp van instrumenten als de DEI (regeling Demonstratie Energie en Klimaatinnovatie) en VEKI (regeling Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie) tot stand komen: in 2021 waren dat er 63.
30
Kan de minister inzicht geven in de totale omvang van de Nederlandse
investeringen, publiek en privaat, die waardeloos worden omdat we onze
klimaatdoelen willen halen, de zogenoemde stranded assets?
Antwoord
De gevraagde inventarisatie acht ik (MEZK) niet uitvoerbaar, om twee
redenen:
Binnen de investeringen die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bijhoudt, wordt nu nog geen onderscheid gemaakt naar duurzaam of niet duurzaam.
Een transitie of eigenlijk systeemtransformatie gaat gepaard met veel onzekerheid. Zo weten we niet nu al welke technologieƫn en innovaties op termijn dominant zullen blijken te zijn. Welke investeringen daarmee stranded assets zullen blijken te zijn, is daardoor nu niet vast te stellen.
31
De staatsschuld loopt te ver op als gevolg van subsidies voor het
klimaatbeleid. Delen beide ministers de opvatting dat het tijd is om
meer te gaan normeren en beprijzen?
Antwoord
Het kabinet zet in op een mix van subsidiƫren, beprijzen en normeren.
Naast adequate beprijzing en normering blijven subsidies nodig om
richting te geven aan de gewenste (technologische) ontwikkeling van de
klimaat en energietransitie en betaalbaarheid voor burgers en bedrijven
te waarborgen. Normerend en beprijzend beleid is belangrijk om de
klimaatdoelen te realiseren. Daarom was dit ook een belangrijk
uitgangspunt bij de klimaatmaatregelen die dit kabinet heeft ingezet.
Het kabinet doet dit dus al: bijvoorbeeld bij het verplichten van de
hybride warmtepomp, de verplichting van zonnepanelen op grote nieuwe
daken, de aanscherping van de CO2-heffing en de heffing voor de
glastuinbouw. Uiteindelijk wil het kabinet een goede balans vinden
tussen normering, beprijzing en subsidiƫring.
Onderzoek van de OESO laat zien dat Nederland voorop loopt als het gaat om normeren en beprijzen bij de industrie.
Europees hebben we het emissiehandelsstelsel ETS: in 2039 geen nieuwe emissierechten voor de industrie. Daarbovenop doen we op nationaal niveau het onderstaande extra:
CO2-heffing industrie en CO2-minimimprijs
Energiebelasting: verhoging van belasting voor bedrijven en afschaffen van vrijstellingen
Energiebesparingsplicht: ook ETS voor bedrijven en wordt aangescherpt naar 7 jaar
Duurzame plastic normering: het voornemen is om de norm op te laten lopen tot 25-30% recyclaat of biogebaseerd plastic in 2030. De exacte hoogte van de maatvoering zal uiterlijk medio 2026 worden vastgesteld.
De komende jaren zal bij eventuele nieuwe klimaatmaatregelen weer worden gekeken naar een goede mix van subsidiƫren, normeren en beprijzen. Aanvullend zullen we bij het programma circulair kijken hoe we de aanpak van circulaire plastics ook breder kunnen toepassen.
32
Een toekomstbestendig vestigingsklimaat is nodig. De transitie biedt
kansen, maar achterblijven in deze transitie brengt risico's en
onzekerheden voor het investeringsklimaat met zich mee. Waar ziet de
minister binnen de Europese staatssteunafspraken mogelijkheden om
ondernemers op dit vlak te helpen?
Antwoord
Het verduurzamen van het productieproces is essentieel voor de
energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. Het
kabinet ziet hier veel kansen voor binnen de Europese staatsteunkaders
en daarom zetten we hier een breed pallet aan ondersteuning op in op
drie onderdelen:
(1) informatie, inspiratie en kennisontsluiting, waarin we bedrijven ondersteunen met kennis hoe het productie te verduurzamen via bijvoorbeeld het platform verduurzaming industrie (PVI) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Versnellingshuis Circulair. (2) onderzoek en ontwikkeling omdat voor lang niet elke verduurzaming de juiste kennis of techniek al beschikbaar of de techniek al toepasbaar is. Daarom bieden we programmaās en regelingen die het bedrijfsleven ondersteunen om wel tot nieuwe kennis en/of technieken te komen via o.a. de Wet Bevordering Speur en Ontwikkelwerk (WBSO), de mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) en Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI). (3) Stimulering Om bedrijven te stimuleren uitontwikkelde verduurzamingstechnieken toe te passen, mede door middel van engineering. Hiervoor is een breed pakket aan maatregelen beschikbaar. Dit doen we onder andere door fiscale maatregelen zoals de Energie Investeringsaftrek (EIA), subsidies voor onrendabele delen zoals de Versnelde Klimaatinvestering industrie (VEKI), en Kredietmaatregelen zoals de Borgstelling mkb-kredieten.
33
Ik verzoek de minister om in te gaan op effecten van innovatieprojecten
op de lange termijn waarvoor gelden uit het NGF worden gehaald? Wat doet
dat met ons toekomstig verdienvermogen?
Antwoord
Het Nationaal Groeifonds heeft als doel om ons duurzaam verdienvermogen
te versterken. Duurzaam verdienvermogen is gedefinieerd als het bruto
binnenlands product dat Nederland op de lange termijn op structurele
basis kan genereren, met oog voor een economische, sociale en
milieuvriendelijke duurzame toekomst voor de aarde en voor huidige en
toekomstige generaties.
Deze economische groei moet zorgen voor toekomstige brede welvaart in de vorm van meer bestedingen en de ruimte bieden om te investeren in sociale vooruitgang, een goede kwaliteit van de leefomgeving en maatregelen die klimaatverandering tegengaan. Met het Nationaal Groeifonds zorgen we ook dat Nederland een rol zal spelen in belangrijke waardeketens van de toekomst. Daarmee vergroten we de weerbaarheid van de Nederlandse economie.
Vanuit het Nationaal Groeifonds worden grootschalige investeringen gedaan op het gebied van kennisontwikkeling en onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Investeringen in deze terreinen dragen bij aan structurele en duurzame economische groei. Het kabinet heeft als ambitie om de uitgaven voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie te laten stijgen naar 3% van het bbp. Dat was in 2021 2,26%.
Het kabinet heeft ⬠20 miljard beschikbaar gesteld voor het Nationaal Groeifonds voor de periode 2021 ā 2025. Er zijn inmiddels drie investeringsrondes geweest, waarbij over 52 projecten positief besloten is. Hiermee was een bedrag van ⬠11,8 miljard gemoeid. Door de publiek-private opzet van het Nationaal Groeifonds wordt minstens dezelfde hoeveelheid aan publieke en private cofinanciering uitgelokt.
Vanuit het Nationaal Groeifonds wordt onder andere geïnvesteerd in groene innovaties, zoals de ontwikkeling van circulaire zonnepanelen en de verduurzaming van de lucht- en scheepvaart. Ook wordt geïnvesteerd in de digitalisering van het onderwijs, de ontwikkeling van medicijnen tegen kanker, sleuteltechnologieën en de bestrijding van laaggeletterdheid.
Als er minder middelen voor het Nationaal Groeifonds beschikbaar komen, kan er minder worden geĆÆnvesteerd in kennisontwikkeling en onderzoek, ontwikkeling en innovatie. De verwachting is dat de doelstelling van het fonds dan in mindere mate wordt bereikt.
34
Wat heeft de minister gedaan om de groei te faciliteren (opschaling van
start-up naar scale-up)? Kan de minister toelichten of en hoe regelingen
(seed business angel regeling) in haar termijnen zijn verbeterd, welke
stappen zijn er genomen gegeven de aanbeveling van het PWC-rapport over
maatregelen die kunnen worden genomen ter stimulering van business angel
regeling.
Antwoord
Groei faciliteren (opschaling van start-up naar scale-up)
Mijn inzet om de groei van jonge innovatieve tech-bedrijven te
versnellen heb ik (MEZK) in mei gepresenteerd in de Kamerbrief startups
en scale-ups als motor voor transities en groei (Kamerstuk 32637, nr.
567). Zo verlengen we het Techleap.nl programma voor 3 jaar om de
doorgroei van startups en scale-ups te stimuleren, met name van deep
tech startups.
Voor de groei van startups en scale-ups zijn daarnaast verschillende financieringsinstrumenten beschikbaar zoals de Seed Capital regeling, de ROMās, en het deeptech fonds en het Dutch Future Fund bij Invest-NL. Ook heb ik recent acties ondernomen om de financiering voor start- en scale-ups verder te versterken. Zo heb ik middels de Vroege Fase Financieringsregeling ⬠38,25 miljoen additioneel beschikbaar gesteld voor 2024-2027. Daarnaast heb ik recent aangekondigd dat Nederland ⬠100 miljoen inlegt in het European Tech Champion Initiative ten behoeve van de financiering van Nederlandse scale-ups. Tot slot kijk ik samen met Invest-NL hoe we pensioenfondsen kunnen stimuleren meer te investeren in innovatieve scale-ups.
Seed Business Angel regeling
In mijn reactie op het PWC-onderzoek heb ik (MEZK) aangegeven dat ik met de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingen zal bezien hoe durfkapitaalinvesteringen worden belast in het toekomstige box 3 stelsel (Kamerstuk 32637, nr. 502). Hier heb ik opvolging aan gegeven. In box 3 wordt nu gekeken naar een uitzondering voor investeringen in startups en scale-ups, zodat deze pas worden belast als het rendement is gerealiseerd op basis van een vermogenswinstbelasting. Daarnaast is de Seed Business Angel regeling de afgelopen jaren verbeterd. Zo kunnen sinds 2021 groepen van tien business angels een aanvraag indienen. Voorheen was dit maximaal twee business angels. Naar aanleiding van onderzoek van KplusV uit 2020 is daarnaast ingezet op het vergroten van de bekendheid van de regeling. De regeling wordt de komende maanden geƫvalueerd. Deze evaluatie geeft handvatten voor het verder verbeteren van de regeling en wil ik afwachten voordat ik verdere wijzigingen ga doen aan de regeling. Ik zal uw Kamer hierover informeren in Q2 2024.
35
Kan de minister terugkoppelen hoe het staat met de aangenomen motie de
Jong c.s. om nog dit jaar met de ROMās en provincies inzichtelijk te
maken wat er nodig is om aanjagende positie te versterken om de
innovatiekracht in de regio te ontsluiten?
Antwoord
Momenteel worden samen met de provincies en ROMās gesprekken gevoerd
over wat nodig is om de positie van de ROMās te versterken, zoals
gevraagd in motie Romke de Jong cs. (Kamerstuk 33009, nr. 124). Dit
wordt meegenomen in het meerjarenplan voor de ROMās. Ik (MEZK) ben,
zoals eerder toegezegd, voornemens het meerjarenplan de Kamer in Q4 toe
te sturen.
Antwoorden op de vragen gesteld door de PvdA-fractie
36
Krijgen we een deal over maatwerkafspraken en is het sluiten van de
meest vervuilende fabrieksonderdelen onderdeel van die deal? Is de
minister het ermee eens dat de CEO van Tata Steel achterover leunt?
Merkt zij dat ook? En is zij bereid om stok klaar te zetten (en wat is
die stok dan, zodat Tata proactief aan tafel komt) en ervoor te zorgen
dat er groen staal komt en de lucht schoner wordt?
Antwoord
Tata Steel heeft in de zomer de plannen voor de verduurzaming gewijzigd.
Ik (MEZK) verwacht nu eind deze maand de uitwerking van het nieuwe plan
van Tata Steel. Ik ga dat plan beoordelen. Daarbij is het realiseren van
voldoende milieuwinst en CO2-reductie essentieel. Ook de sluiting van
vervuilende installaties wanneer de nieuwe installaties worden opgestart
moet zoals afgesproken in de Expression of Principles onderdeel
zijn van dat plan.
De CEO van Tata Steel Limited kan zich niet veroorloven achterover te leunen als Tata Steel in Nederland wil blijven: Zonder verduurzaming zullen stijgende ETS kosten en CO2-heffing het bedrijf de das omdoen. Ik heb de indruk dat hij zich daarvan bewust is.
Ons klimaatbeleid kent een aantal harde stokken voor bedrijven die niet willen verduurzamen. De versnelde afbouw van ETS rechten tot nettonul in 2039, borgt de lange termijn verduurzaming van bedrijven zoals Tata Steel. De CO2-heffing borgt de realisatie van de 2030 verduurzamingsdoelen.
De keuze is uiteindelijk aan het bedrijf: als TSN in Nederland wil blijven zal het moeten verduurzamen en milieuverbeteringen moeten doorvoeren.
37
De PvdA-fractie verzoekt de minister om een toezegging dat ze probeert
om principe-afspraken, intentieverklaringen en maatwerkafspraken voor
elkaar te krijgen, maar wel eerst naar de Kamer komt voordat zij een
dergelijke verklaring tekent.
Antwoord
Uw Kamer heeft maatwerk niet controversieel verklaard. Integendeel: uw
Kamer heeft juist aangegeven dat ik (MEZK) door moet gaan. Ik ga daarom
voortvarend door, waarbij de zorgvuldigheid dus is geborgd middels het
gefaseerde en transparante proces, met uitvoerige gesprekken en
onderhandelingen met het betreffende bedrijf.
Daarin neem ik uw Kamer op de volgende manieren mee:
De verschillende producten (ook de EOP en de JLoI) worden openbaar gemaakt;
De externe adviescommissie toetst de concept JLoI. Dit advies wordt ook openbaar gemaakt en aan uw Kamer gestuurd.
Op het moment dat er financiƫle middelen voor maatwerk uit het klimaatfonds nodig zijn heeft uw Kamer hiervoor het budgetrecht.
Tot slot wordt uw Kamer regulier geĆÆnformeerd over de voortgang van maatwerk middels de halfjaarlijkse voortgangsrapportages.
Daarmee is een zorgvuldig en transparant proces geborgd en kunnen we ook vaart houden.
38
Waar gaat de eerste groene waterstof heen en waar wordt het eerste
elektriciteitsnet verzwaard?
Antwoord
De inzet van het kabinet is ervoor te zorgen dat industrie in Nederland
snel kan verduurzamen. Daarom heeft het kabinet met het Nationaal Plan
energiesysteem (NPE) ervoor gekozen om duurzame energie maximaal op te
schalen. Ook kiest het kabinet in het NPE ervoor om groene waterstof
vooral in te zetten in de industrie en het zwaar transport omdat daar
vaak geen alternatief is.
Bij de aanleg van de benodigde infrastructuur kan niet alles tegelijk. In de planning kijkt het kabinet in eerste instantie naar de benodigde infrastructuur voor de grote industriële clusters, omdat daarmee de grootste CO2-winst kan worden gehaald. Specifiek voor de uitbreidingen op het elektriciteitsnet geldt het prioriteringskader voor de uitbreidingsinvesteringen van netbeheerders. Zo stuurt het kabinet op het realiseren van netuitbreiding met een zo groot mogelijke maatschappelijke impact, waarbij het uitgangspunt is om extra gewicht en daarmee prioriteit te geven aan MIEK-projecten. Hierover heb ik (MKE) uw Kamer dit voorjaar geïnformeerd (Kamerstuk 29826, nr. 174 op 17 maart jl.). In het voorjaar van 2024 zal ik uw Kamer informeren over de toepassing van het prioriteringskader op de investeringsplannen van de netbeheerders voor de periode 2024-2033.
39
Zowel bouwend Nederland als de havens lopen miljarden mis door de
stikstofonzekerheid. Hoe schat de minister de schade in van
stikstofonzekerheid voor aankomend jaar?
Antwoord
Ik (MEZK) deel uw zorgen over de investeringen die we mislopen als
gevolg van de stikstofcrisis. Een exact getal om hoeveel het hierbij
gaat voor aankomend jaar kan ik helaas niet geven; dat zou inzicht
vergen in de investeringsplannen van bedrijven hier en van potentiƫle
buitenlandse investeerders, en dat inzicht heb ik niet. Desalniettemin
onderschrijf ik uw zorgen over de economische gevolgen van beperkte
vergunningverlening. Daarom zet dit kabinet in op een evenwichtige
stikstofreductie in alle sectoren. Zo kan de staat van de natuur
verbeterd worden, en kan Nederland weer van het slot.
40
Waarom is 50% stikstofreductie geen onderdeel van de
maatwerkafspraken?
Antwoord
De industrie draagt 2% bij aan de stikstofdepositie in onze natuur. De
industrie en energiesector hebben sinds 1990 hun NOx-uitstoot met 79%
verminderd en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) raamt dat die
uitstoot tot 2030 nog verder zal dalen. Die verdere daling is onder meer
het gevolg van het klimaatbeleid en het luchtkwaliteitsbeleid.
De maatwerkaanpak is primair gericht op CO2-reductie bij de top-20 landelijk grootste CO2-uitstoters, en ook stikstofreductie maakt deel uit van de afspraken. Hoeveel stikstofreductie bij een individueel bedrijf realistisch is, is sterk afhankelijk van de specifieke installaties. Het opnemen van een vast reductiepercentage is daarom niet zinvol. Voor stikstofreductie geldt dat de afspraken daarover bijdragen aan het realiseren van het indicatieve sectordoel voor NOx-reductie in de industrie en energiesector van 38% in 2030 ten opzichte van 2019. Daarom wordt er ook maximaal ingezet om stikstofreductie mee te nemen in de maatwerkafspraken.
41
Kan de minister de vijf miljard van kernenergie inzetten voor het
isolatieoffensief?
Antwoord
Voor de klimaat- en energietransitie is zowel kernenergie als isolatie
van belang. Voor het realiseren van de kabinetsambitie op kernenergie is
de ⬠5 miljard uit het Klimaatfonds gereserveerd. Deze zal ik (MKE) dan
ook niet inzetten voor isolatie. Bovendien is voor 2024 en 2025 bij
elkaar al meer dan ⬠650 miljoen uit het Klimaatfonds beschikbaar
gesteld voor het Nationaal Isolatieprogramma ten behoeve van subsidie
voor isolatiemaatregelen via de ISDE. Door de kabinetten Rutte III en IV
is tot en met 2030 in totaal ca. ā¬13 mld. beschikbaar gesteld voor
verduurzamingsmaatregelen in de gebouwde omgeving.
Antwoorden op de vragen gesteld door de CDA-fractie
42
De CDA-fractie zou graag zien dat de industrie en belangrijke
kennisinstellingen en overheid meer gaan overleggen. Wij zien een
nationaal strategisch industrie en technologietafel hiervoor als een
oplossingsrichting die we graag willen laten verkennen. Kan de minister
hierop reflecteren? Dit kan naar het voorbeeld van een paar Europese
landen of naar het voorbeeld van de European Round Table for
Industry.
Antwoord
Zoals ik (MEZK) in mijn Perspectief op de economie (30 juni 2023,
Kamerstuk 33009, nr. 131) uiteen heb gezet, is een toekomstige economie
gestoeld op de vier pijlers (1) innovatief, (2) duurzaam, (3) een sterk
Nederland in een weerbaar Europa en (4) mensen participeren en
profiteren in voldoende mate van economische groei. Een sterke,
technologisch hoogwaardige industrie is van belang voor alle pijlers en
in het bijzonder innovatief en weerbaar.
Binnen het huidige missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid werken bedrijven, kennisinstellingen en overheden intensief met elkaar samen om economische kansen van maatschappelijke opgaven en sleuteltechnologieƫn te realiseren. De boegbeelden van de Topsectoren zijn hierin de adviseur van de Minister van Economische Zaken op vlak van Innovatie- en Industriebeleid.
Als onderdeel van dit beleid zijn vele publiek private innovatieprogrammaās ontwikkeld die een bijdrage hebben geleverd aan de versterking van de Nederlandse economie. Dit reflecteert zich onder andere in een relatief hoge Nederlandse positie op de rankinglijsten van innovatieve en concurrende economieĆ«n.
Ik ben me bewust van de snelheid van geopolitieke, technologische en maatschappelijk veranderingen. En een technologietafel zou een mogelijkheid kunnen zijn om hier vanuit een breed perspectief op te kunnen reageren en acteren. Wel wil ik waken voor te veel verschillende tafels waar met elkaar gesproken wordt.
43
Als we Nederland willen optillen, moeten we alle regio's optillen. Het
rapport Elke regio telt! bevestigt het verhaal van de
CDA-fractie. Structurele investeringen in regionale ontwikkelingen zijn
nodig. Hoe ziet de minister deze verantwoordelijkheid? In de begroting
lees ik dat er een economische agenda voor de regio komt, maar deze is
nog niet uitgewerkt en zit verstopt in de tekst. Graag hier een
toelichting op.
Antwoord
In Perspectief op de Nederlandse economie benoem ik (MEZK) het belang
van brede welvaart voor iedereen. En in dat verband de kansen en
knelpunten in regioās. Heb dus zeker oog voor het versterken van
regionale economieƫn. Ik investeer ook in regionaal economische
ontwikkeling, via bijvoorbeeld de ROMās en met Europese programmaās voor
versterking van regionaal economische ontwikkeling (o.a. JTF, EFRO,
Interreg). Ook het Groeifonds heeft regionaal veel impact. En met het
oog op de brede welvaart investeert het kabinet via de regiodeals in
versterking van regioās. In deze aanpak is extra aandacht voor kwetsbare
regioās. Ook het programma Ruimte voor Economie, dat ik binnenkort aan
de Kamer zal toesturen, raakt aan de uitdagingen waar onze regioās voor
staan.
Verder zijn vooral de regionale overheden aan zet. En zij kunnen dat ook het best. Vanuit eigen visies en agendaās investeren zij in hun regionale economieĆ«n. Met de economische agenda in de begroting doelt de heer Amhaouch waarschijnlijk op de Economische Agenda Groningen, die in de kabinetsreactie op de Parlementaire enquĆŖte is aangekondigd.
Zaak is ook om economische groei te bezien vanuit een breed welvaartsperspectief. Het gaat dus niet alleen over economie, maar ook over gezondheid, mobiliteit, onderwijs en leefomgeving. De reactie op het RLI-advies āElke regio teltā vraagt dus om een brede Kabinetsreactie. Die wordt opgesteld onder regie van BZK in samenspraak met de regionale overheden.
44
Hoe gaat de minister het ongelijke speelveld wegnemen bij ambachtelijk
riet in Overijssel in tegenstelling tot Chinees riet (er is sprake van
subsidie op Chinees riet)?
Antwoord
Er is geen sprake van een ongelijk speelveld. De ISDE-regeling maakt
niet op voorhand onderscheid naar land van herkomst. Ook voor Nederlands
riet kan een ISDE-meldcode worden aangevraagd die zal worden verleend
als kan worden aangetoond dat het voldoet aan de vereiste minimum
isolatiewaarde. Als een meldcode is verleend voor Nederlands riet kan
ook subsidie worden aangevraagd voor Nederlands riet.
45
Hoe is de minister betrokken bij de crisisregeling personeelsbehoud? En
wanneer kunnen we iets tegemoet zien?
Antwoord
SZW is verantwoordelijk voor de Crisisregeling Personeelsbehoud. De
laatste stand van zaken over de uitwerking van de regeling is naar de
Kamer gestuurd op 30 juni 2023 (Kamerstuk 29544, nr. 1208). Daarnaast is
in de brief van 6 oktober 2023 (Kamerstuk 29544, nr. 1220) reeds
aangekondigd dat het wetsvoorstel naar verwachting in het eerste
kwartaal van 2024 in internetconsultatie gaat. Het is de verwachting dat
het wetsvoorstel in het vierde kwartaal van 2024 gereed is voor
indiening bij de Tweede Kamer.
46
Kan de minister toezeggen dat er de komende één à twee jaar voldoende
financiƫle middelen blijven zodat door corona getroffen ondernemers
kunnen blijven doen wat ze doen?
Antwoord
Hulp en advies voor ondernemers met problematische schulden behoort tot
het vaste werkterrein van de KVK. De KVK beschikt over voldoende
middelen om deze dienstverlening op de juiste manier uit te voeren. Dit
zal ook in de komende jaren het geval zijn. Ook voor OKB is een
structurele financiƫle bijdrage geregeld, waarmee deze organisatie haar
belangrijke taak op dit gebied kan uitvoeren. OKB helpt jaarlijks circa
3500 ondernemers met bedrijfsbegeleiding en
faillissementspreventie.
47
Nederland is een klein land. Dat vraagt om slim op te treden:
investeringen in digitalisering, robotisering en proces- en
productie-innovatie. Hoe het staat met het onderzoek naar nieuwe
instrumenten? Waarom handelt het kabinet in slowmotion als het over deze
grote uitdagingen gaat?
Antwoord
Eerder heb ik (MEZK) uw Kamer toegezegd in het vierde kwartaal in te
gaan op de moties van de heer Amhaouch op dit terrein. Ik heb toen
aangegeven dat ik eerst een goede analyse wil maken om te bezien of en
zo ja welk aanvullend beleid hierop nodig is. Momenteel stimuleren we
proces- en productie-innovatie met het Smart Industry programma en de
innovatie hubs. Het is daarbij de vraag of een aanvullend financieel
instrument de beste oplossing is voor de problematiek, of dat de
oplossing (ook) in andere richtingen moet worden gezocht. Voor het eind
van het jaar zal ik de Kamer hierover informeren.
48
In het Verenigd Koninkrijk zien we dat er in de laatste ronde (van het
tenderproces) voor wind op zee zich geen partijen hebben aangemeld. Wat
gaat de minister eraan doen om dit te voorkomen en ervoor te zorgen dat
dit niet ook in Nederland gaat gebeuren?
Antwoord
De opzet van de tenders in het Verenigd Koninkrijk is anders dan die in
Nederland. Daar sturen ze vooral op de prijs via een contract for
difference. De hiervoor vastgestelde elektriciteitsprijs was te
laag om de business case rond te krijgen, omdat de kosten de
afgelopen tijd met circa 40% zijn gestegen. Met de Nederlandse tenders
stimuleer ik (MKE) hoofdzakelijk investeringen in kwalitatieve criteria.
Hiermee kunnen windparkontwikkelaars 85% van de punten behalen.
Daarnaast kunnen windparkontwikkelaars ook een financieel bod doen.
Vanwege de puntenverdeling is het aantrekkelijker om geld en moeite te
steken in kwaliteit. Tot slot schrijf ik geen minimum voor het
financieel bod of de kwalitatieve investeringen voor, waardoor
windparkontwikkelaars voldoende rekening kunnen houden met hun eigen
business case. Hierdoor is het risico dat de tenders in Nederland
mislukken een stuk kleiner. Vorig jaar hebben we nog twee tenders
succesvol afgerond en ook voor de komende tenders is veel interesse.
Uiteraard overleggen we regelmatig met de windsector om te bezien hoe we
ons proces kunnen verbeteren.
49
Kan de minister een actueel beeld geven van het effect van de delegated
act waterstof en heeft hij een overzicht van de kosten van waterstof in
Nederland in vergelijking met andere landen (met name in vergelijking
met landen met een uitzondering binnen de delegated act)?
Antwoord
Ik (MKE) verwacht niet dat Nederlandse waterstofproductie een
significant nadeel ondervindt door de eisen uit de Delegated act om twee
redenen. Ten eerste zijn de verschillen tussen landen waarschijnlijk
beperkt, omdat de hernieuwbare eisen de komende jaren nog beperkte
impact hebben: ze worden stapsgewijs ingevoerd tot 2030. Ten tweede
verwacht ik dat Nederland rond 2030 ook van deze uitzondering gebruik
kan maken en daarmee geen nadeel ondervindt ten opzichte van andere
landen. De eisen uit de uitzondering zijn namelijk afhankelijk van het
aandeel hernieuwbare elektriciteit van de totale elektriciteitsmix.
Een overzicht van de kostprijs van productie van waterstof is moeilijk te maken nu bij gebrek aan gerealiseerde projecten. Dat gaat de komende maanden veranderen met geplande tenders voor elektrolyseprojecten in Nederland, andere Europese landen en door de Europese Commissie.
50
Kan de minister aangeven hoe de regio's, provincies en fabrikanten van
SMRās bij elkaar gebracht kunnen worden zodat concreet begonnen kan
worden met het plannen van locaties voor kernenergie?
Antwoord
In het Klimaatfonds is in totaal ⬠65 miljoen opgenomen (⬠3,1 miljoen
toegekend en ⬠61,9 miljoen gereserveerd) voor het versnellen van de
ontwikkeling van SMRS, door het koppelen van SMR-ontwikkelaars aan de
Nederlandse maakindustrie. Passend bij provinciale coalitieakkoorden,
komt het Rijk met een programma-aanpak voor ondersteuning middels een
gestandaardiseerde aanpak, waaronder ook locatie-onderzoek. Ik (MKE) ben
in gesprek met gedeputeerden om gezamenlijk op te trekken, er leeft een
brede behoefte om krachten te bundelen. We bouwen hierbij voort op reeds
uitgevoerd onderzoek in binnen- en buitenland. De ANVS en de
laboratorium- en onderzoeksinstellingen worden hier ook bij betrokken.
Ik informeer uw Kamer hierover in Q4 2023. De gereserveerde middelen Ć
⬠61,9 miljoen worden toegekend op het moment dat er aan de door het
Klimaatfonds gestelde voorwaarde van nadere uitwerking wordt voldaan (in
het voorjaar van 2024).
51
Momenteel is het niet mogelijk om een project op te zetten tussen een
partij die energie opwekt en een partij die energie gebruikt. Welke
mogelijkheden ziet de minister om in maatwerkafspraken ruimte te maken
voor het verbinden van vraag en aanbod in de elektriciteitssector en is
de minister bereid zich hiervoor in te zetten met name voor de industrie
in de regio?
Antwoord
Het is wel degelijk mogelijk om een project op te zetten tussen een
partij die energie opwekt en een partij die energie gebruikt,
bijvoorbeeld via een PPA-constructie (Power Purchase Agreement). Een
bijzondere vorm betreft het energie delen via een zogeheten peer-to-peer
handelaar. Het voorstel voor een nieuwe Energiewet, dat op dit moment in
uw Kamer voorligt, regelt voor het energie delen o.a. de taken van de
peer-to-peer-handelaar, een marktdeelnemer die de levering van
hernieuwbare energie tussen actieve afnemers en eindafnemers
faciliteert. De peer-to-peer handelaar ontzorgt de partijen die energie
willen delen met o.a. administratie, betaling van de energiebelasting en
balancering in het elektriciteitsnet.
Het Rijk en de provincies zetten zich ook in de regio in voor het verbinden van vraag en aanbod. Het kabinet heeft in het Nationaal Plan Energiesysteem aangekondigd het Programma Stimulering Energiehubs te starten, juist om partijen te helpen lokaal samen te werken om aanbod, vraag en opslag onderling te organiseren. Hiermee worden lokale initiatieven ondersteund en wordt het nationale energiesysteem ontlast.
52
Er dreigt achterstand te ontstaan in het isoleren van woningen, met name
door de uitspraak van de Raad van State over vleermuizen. In hoeverre
kan door de uitspraken van de minister van BZK jaarrond gewerkt worden
aan spouwmuurisolatie? Kan de minister huiseigenaren gerust stellen dat
ze deze winter door kunnen gaan met isoleren, zodat zij hiervan kunnen
profiteren?
Antwoord
De minister van BZK heeft in de Kamerbrief āaanpak natuurinclusief
isolerenā een tussentijdse werkwijze aangekondigd zodat de
isolatieopgave door kan gaan waarbij de wet natuurbescherming voldoende
in acht wordt genomen. Huiseigenaren kunnen op korte termijn
isolatiebedrijven inhuren die handelen volgens de werkwijze
ānatuurvriendelijk isolerenā. In dat geval is er geen ontheffing en
individueel onderzoek benodigd.
De werkwijze ānatuurvriendelijk isolerenā betekent bijvoorbeeld bij spouwmuurisolatie op gevels dat er flapjes opgehangen zijn waardoor de vleermuizen wel naar buiten en niet meer naar binnen kunnen en zorgen dat er voldoende alternatieve verblijfplaatsen zijn geĆÆnstalleerd. Indien het ānatuurvrij makenā gebeurd is vóór 1 november (start van de winterslaapperiode) kan er de gehele winter door geĆÆsoleerd worden in spouwmuren en dakisolatie van de buitenkant. Er is een groeiend aantal bedrijven dat al op deze manier werkt.
Op de middellange termijn wordt ingezet op de soortenmanagementplannen (SMPās) die ontheffingen per gebied mogelijk maken, hiervoor stelt de minister van BZK dit jaar ā¬44 miljoen beschikbaar aan gemeenten en provincies. Tot de landelijke uitrol van de SMPās geldt de tussentijdse werkwijze. De Tweede Kamer wordt begin november hierover nader geĆÆnformeerd.
53
120 miljoen euro is nog over bij subsidieregeling coƶperatieve
energieopwekking. Hoe kan het dat hieruit nog niet veel subsidies worden
aangevraagd terwijl we zien dat er veel behoefte aan is. Hoe kunnen we
dit verbeteren?
Antwoord
Ik (MKE) onderzoek voortdurend of er verbeteringen mogelijk zijn in de
SCE-regeling. Ik heb voor de SCE-ronde 2023 verscheidene aanpassingen
doorgevoerd om deze beter te laten aansluiten op de praktijk. Ondanks
deze aanpassingen verwacht ik niet dat het volledige budget wordt
uitgeput. De SCE-ronde 2023 staat open tot 1 november 2023. Hierna zal
ik uw Kamer informeren over de resultaten van deze ronde.
Het PBL brengt jaarlijks advies uit over de verwachten elektriciteitsproductiekosten voor zon-pv, windenergie en waterkracht in de SCE. Voor het opstellen van dit eindadvies is gebruik gemaakt van marktinformatie. Tijdens deze jaarlijkse marktconsultatie neemt het PBL input mee van brancheorganisaties en energiecoƶperaties. Ik baseer de openstelling van SCE-rondes mede op basis van dit door het PBL opgestelde advies. Daarnaast ben ik regelmatig in gesprek met de coƶperatieve energiesector en de RVO om signalen en eventuele knelpunten op te vangen over (de uitvoering van) de regeling. Ik neem waar nodig deze signalen mee in het zo goed mogelijk vormgeven van de SCE-ronde 2024. Ik informeer uw Kamer over deze ronde in de openstellingsbrief SCE 2024 later dit najaar.
Antwoorden op de vragen gesteld door GroenLinks-fractie
54
Wat is de terugverdientijd van de maatregelen in de
energiebesparingsplicht en waarom verhogen we die nu niet al niet naar
de 10/11 jaar die nu al worden voorgesteld in het IBO Klimaat?
Antwoord
Zoals uiteengezet in de Kamerbrief stand van zaken energiebesparing van
3 oktober 2023 (Kamerstuk 30196, nr. 818) heb ik (MKE) de
energiebesparingsplicht per 1 juli jongstleden aangescherpt waardoor
meer bedrijven en meer maatregelen onder de plicht vallen. Eind dit jaar
moeten de bedrijven over de uitgevoerde maatregelen rapporteren.
De huidige aanscherping van de energiebesparingsplicht is voor vier jaar vastgelegd. Deze periode biedt ondernemers en instellingen duidelijkheid over investeringen die zij moeten doen. Een tussentijdse aanpassing gaat ten koste van het handelingsperspectief en draagvlak, en is in strijd met voorspelbaar overheidsbeleid. Het is daarnaast niet haalbaar om benodigde wetgeving voor het aanscherpen van de plicht voor dit rapportagemoment van 1 december verder aan te scherpen.
Het kabinet heeft er daarom voor gekozen om de plicht bij de volgende ronde rapportageplicht in 2027 verder aan te scherpen naar 7 jaar. Deze tijd wordt tevens benut om na te denken over effectieve modernisering van de plicht.
55
Hoe kan het dat we nog niet hebben geregeld dat bedrijven die in
aanmerking komen voor de TEK gecontroleerd worden op het voldoen aan de
energiebesparingsverplichting?
Antwoord
De Kamer heeft al eerder over dit voorstel besloten. Er was destijds
geen meerderheid om de energiebesparingsverplichting te koppelen aan de
TEK (de ingediende motie Van der Lee en Krƶger, Kamerstuk 36200, nr.
146). Ik (MEZK) heb afgeraden om de regelingen te koppelen, omdat de
informatieplicht energiebesparing alleen geldt voor bedrijven die meer
dan 25.000m³ voor gas en/of 50.000 kWh voor elektriciteit gebruiken. De
TEK-regeling is beschikbaar gesteld voor alle bedrijven die
voldoen aan de voorwaarden.
56
De concrete handhaving voor label C-verplichting voor kantoren is nog
niet geregeld. Hoe kan dat?
Antwoord
De label C-plicht voor kantoren valt onder de verantwoordelijkheid van
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Toezicht en
handhaving is geregeld en belegd bij de gemeenten. Steeds meer gemeenten
en gemandateerde omgevingsdiensten zien hier actief op toe. Dat was in
het eerste half jaar met name het aanschrijven van kantooreigenaren over
het niet hebben van een energielabel of het niet voldoen aan minimaal
label C, maar inmiddels zijn er ook gemeenten en omgevingsdiensten die
een last onder dwangsom op gaan leggen. In een enquete begin 2023
antwoordde 122 gemeenten actief toezicht op te pakken, 24 gemeenten dat
ze dit (nog) niet deden, bij de overige gemeenten is dit onbekend omdat
zij niet hebben gereageerd. Begin volgend jaar wordt opnieuw een enquĆŖte
uitgezet. Er is via het gemeentefonds ⬠12,5 miljoen beschikbaar voor
toezicht tot en met 2025.
57
Led-verlichting op snelwegen en overheidsgebouwen: waarom is dit niet al
lang normaal staand beleid?
Antwoord
Ook overheidsgebouwen vallen meestal onder de aangescherpte
energiebesparingsplicht. Led-verlichting verdient zich vaak binnen 5
jaar terug en valt dus ook voor deze gebouwen onder de plicht. Ik (MKE)
ben het met u eens dat we moeten kijken hoe we meer vaart achter
ledverlichting bij snelwegen moeten zetten. Ik ben hierover in overleg
met mijn collega van IenW. Binnen het Nationaal Programma
Energiebesparing ga ik met mijn collegaās binnen het kabinet en de
medeoverheden aan de slag om te kijken hoe we een versnelling kunnen
bewerkstelligen op energiebesparing.
58
Hoe staat het met het afbouwen van de exportkredietverzekeringen? Welke
uitzonderingen zijn hier nog voor? En gaat de minister deze nog
aanpakken?
Antwoord
Zoals met de Kamer gedeeld op 3 november 2022 (Kamerstuk 31793, nr.
230), nemen we per 1 januari 2023 geen aanvragen meer in behandeling die
niet in lijn zijn met het nieuwe beleid voor de
exportkredietverzekeringen. Dat beleid is gestoeld op het principe dat
er onder een 1,5 graadscenario geen ruimte is voor de ontwikkeling van
nieuwe olie- en gasvoorraden.
Deze uitwerking is in lijn met wat in Glasgow is afgesproken: de basis is ānee, tenzij in lijn met het 1,5 graden scenarioā. De enige uitzonderingen gelden voor projecten waarvan de aanvraag is gedaan vóór 1 januari 2023 en waarbij door bedrijven al middelen geĆÆnvesteerd zijn in de fase vóór verkrijging van een opdracht. Voor die gevallen geldt een gelimiteerde overgangsperiode en die aanvragen kunnen tot uiterlijk eind 2023 leiden tot een polis.
Antwoorden op de vragen gesteld door de ChristenUnie-fractie
59
Het mkb merkt nog steeds de gevolgen van de diverse crises. De
CU-fractie vraagt de minister of zij bereid is om een verkenning uit te
voeren naar de noodzaak van een fonds voor achtergestelde leningen van
50k tot 500k euro.
Antwoord
PWC heeft tijdens de coronacrisis een fonds voor achtergestelde leningen
onderzocht voor het mkb met een financieringsbehoefte van ā¬250.000 tot
ā¬5 miljoen.
EZK heeft naar aanleiding van het PWC-onderzoek een pilot verkend. Er is uitvoerig gesproken met diverse financiers over achtergestelde leningen en of een pilot uitgevoerd kon worden. Uit deze gesprekken bleek weinig behoefte aan een dergelijke lening, mede vanwege de hoge kosten die erbij kwamen kijken. Hierover heb ik (MEZK) uw Kamer in het voorjaar (Kamerstuk 32637, nr. 561) geĆÆnformeerd. Ook uit de laatste cijfers van het CBS blijkt dat de solvabiliteitspositie van het mkb, en ook van het microbedrijf, zich positief heeft ontwikkeld over de periode 2015-2020. Ook hieruit blijkt weinig noodzaak voor achtergestelde leningen.
Ik kan toezeggen om de eigen vermogen positie van het mkb mee te nemen in de verkenning naar een fiscale regeling voor het mkb. Ik heb de motie die eerder is ingediend over de verkenning win-win lening tijdens het twee-minuten debat (10 oktober 2023) oordeel Kamer gegeven, dus deze zou daarin kunnen meelopen. Een fiscale regeling zoals de win-win regeling ziet ook toe op achtergesteld vermogen. Daarom is het logisch om voor beide nut en noodzaak vast te stellen.
60
Het is goed om te zien dat het wetsvoorstel voor de maatschappelijke BV
in een vergevorderd stadium is, maar er mist wel een tijdpad. Kan de
minister toezeggen dat de wet voor het kerstreces in consultatie
gaat?
Antwoord
Ik (MEZK) streef ernaar het wetsvoorstel zo snel mogelijk in consultatie
te geven. Ik prefereer een zorgvuldig proces. Het wetsvoorstel is gereed
om voor te leggen aan een aantal materiedeskundigen. Na inwinning en
verwerking van hun adviezen moet de tekst van het wetsvoorstel en de
toelichting hierbij nog worden afgestemd met betrokken departementen.
Pas daarna kan ik de Ministerraad verzoeken om in te stemmen met het in
consultatie geven van het wetsvoorstel.
61
Nederland is het enige land met een wetsartikel dat de koper verplicht
tot ten hoogste de helft van het aankoopbedrag vooruit te betalen. Is de
minister het met ons eens dat we van deze betalingsverplichting door een
koper af moeten?
Antwoord
Bij een (online) aankoop kan de verkoper de consument tot
vooruitbetaling van maximaal 50 procent van de koopprijs verplichten.
Dit heeft ook een belangrijke functie, het beschermt consumenten tegen
onder andere fraude of faillissement van de verkoper, aangezien
consumenten niet het gehele aankoopbedrag vooraf hoeven te betalen.
Daarbij is het geen verplichting. Het uitgangspunt is dat betaling
geschiedt ten tijde en ter plaatse van de aflevering. Zo bieden
bijvoorbeeld enkele (web)winkels met eigen vervoer van de gekochte
artikelen consumenten de mogelijkheid om te betalen op het moment van de
bezorging aan huis.
62
De meest complexe transitie is de warmtetransitie. Denk aan geothermie.
Ondanks een fijne wet en het warmtehekje in de SDE++, gaat het nog
langzaam, dit geldt ook bij de vergunningverlening en initatiefnemers
hebben vele zorgen. Gaat dit wel goed, staatssecretaris?
Antwoord
Ik (SMB) heb een aantal stappen gezet om de versnelling van
geothermieprojecten te bewerkstelligen.
Met de wijziging van de Mijnbouwwet 1 juli 2023, het SCAN-programma, de inspanningen op het gebied van communicatie en industriestandaarden, beoogt het kabinet een verantwoorde versnelling van de belangrijke bijdrage van geothermie aan de energietransitie.
Momenteel wordt veel aandacht besteed aan de implementatie van de wet- en regelgeving in de praktijk om zowel de vergunningverleners, de sector als de adviseurs in het vergunningverleningsproces mee te nemen zodat het nieuwe stelsel gaat werken als beoogd. Tot slot is kennisdeling en een daarmee versnellen de belangrijkste reden om EBN vanaf 1 juli 2023 verplicht te laten deelnemen in alle nieuwe geothermieprojecten.
63
Innovaties worden te vaak niet opgeschaald. Bijv. de snuffelketel, een
hybride warmtepomp. Ziet de minister de potentie van snuffelketels ook
en wil hij met gemeenten in gesprek om te kijken wat ze nodig hebben om
deze ketels volwaardig te laten meewegen in hun warmtevisies?
Antwoord
Huishoudens en bedrijven moeten perspectief op verduurzaming blijven
houden, dit vergt totdat netverzwaringen zijn gerealiseerd een omslag
naar meer efficiƫnt en flexibel netgebruik. Een van de maatregelen om te
komen tot meer efficiƫnt en flexibel netgebruik zijn slim aanstuurbare
apparaten, zoals een warmtepomp, laadpalen en zonnepanelen. Warmtepompen
zijn op dit moment nog niet slim aanstuurbaar. Dit vereist registratie,
standaarden en certificering. Samen met de minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties stuur ik (MKE) daar op aan. Laagspanning is
als vierde spoor aan het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN)
toegevoegd. Vanuit het oogpunt van netverzwaring en efficiƫnt netgebruik
worden maatregelen uitgewerkt die einde jaar in een Plan van Aanpak
worden opgenomen. De VNG is ƩƩn van de partijen binnen het vierde spoor
van het LAN. Hierover informeer ik uw Kamer einde jaar.
64
We kennen in Nederland eeuwenoude ambachten (houden van schapen,
rietteelt). Hoe kan de minister bijdragen dat de vraag naar deze
oer-Hollandse ambachten weer een boost krijgt?
Antwoord
Ik (MEZK) draag deze ondernemers en eeuwenoude ambachten een warm hart
toe. Ook deze ondernemers kunnen gebruik maken van het bredere
beleidsinstrumentarium dat beschikbaar is voor het mkb. Er is in 2022
een subsidieregeling geweest waarmee restmiddelen van het (opgeheven)
productschap Ambacht zijn verdeeld. In totaal ruim ⬠1 miljoen. De
subsidie was bedoeld voor de ontwikkelingsprojecten van producten of
diensten die bijdragen aan het verminderen van knelpunten rondom het
ondernemerschap in de ambachtseconomie.
Antwoorden op de vragen gesteld door de PvdD-fractie
65
De Nederlandse klimaatdoelen zijn niet in lijn met 1,5 graden (zie ook
het KNMI-rapport). De huidige doelen zijn niet ambitieus genoeg. Ook de
EU doelen zijn ook niet ambitieus genoeg. Kan de minister in deze
context aangeven hoe het ervoor staat met de
koolstofbudgetbenadering?
Antwoord
De koolstofbudgetbenadering is onder aandacht van het kabinet. Ik (MKE)
heb de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) om advies gevraagd. In het
najaar ontvangt u een brief waarin de contouren van het Klimaatplan 2024
worden geschetst. Dit onderwerp zal hierin terugkomen.
66
In Nederland is er nauwelijks beleid om minder en duurzaam te
consumeren. Wanneer komt de minister met een plan om dat recht te
zetten? Een van de makkelijkste manieren om dit te doen is het verbieden
van fossiele- en vleesreclame. Hoe staat het met de gesprekken van de
minister over deze voorstellen met de sector?
Antwoord
Voor het zomerreces heeft het kabinet met uw Kamer besloten om een
burgerforum in te stellen over duurzame consumptie, circulariteit en
reizen, met als vraagstelling: āHoe kunnen we als Nederland eten,
spullen gebruiken en reizen op een manier die beter is voor het
klimaat?ā. Deze vraagstelling is nadrukkelijk gekozen omdat er op deze
onderwerpen nog voldoende ruimte is om nieuw beleid te maken en beleid
aan te passen. Daarmee kan het burgerforum ook echt invloed hebben en
met beleidsvoorstellen komen op deze onderwerpen. Deze voorstellen
kunnen dan door het volgende kabinet en Kamer besproken worden.
Hiernaast is eind augustus jl. de nieuwe langjarige klimaatcampagne āZet Ook De Knop Omā gestart. De campagne gaat in op de noodzaak om samen onze CO2-uitstoot verder te verlagen en geeft concrete adviezen over klimaatvriendelijke keuzes.
Conform mijn (MKE) toezegging aan uw Kamer tijdens het commissiedebat van 15 februari 2023 heb ik gedragswetenschappers verzocht opnieuw te kijken naar de vraag hoe een verbod op fossiele reclame kan bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen. Het eindverslag van de wetenschappers zal ik op zeer korte termijn met uw Kamer delen.
67
Het huidige klimaatbeleid is onrechtvaardig. De kunstmestfabriek is een
voorbeeld: dit bedrijf houdt intensieve landbouw in stand en profiteert
van fossiele subsidies. Het kabinet gaat met dat bedrijf om tafel voor
subsidie om minder te vervuilen in 2030. Is het wel aan belastingbetaler
om winstgevende, vervuilende bedrijven te subsidiƫren om te
verduurzamen?
Antwoord
Via een gebalanceerd instrumentarium dat bestaat uit normering,
beprijzing en subsidiƫring wordt van de grootste uitstoters een grote
bijdrage gevraagd aan de transitie. Via maatwerk worden bedrijven, zoals
kunstmestfabriek Yara, uitgedaagd om extra CO2 te reduceren. Het gaat om
projecten die soms een subsidie nodig hebben omdat ze anders niet of
later uitgevoerd zouden worden. Het toekennen van subsidie gebeurt
primair via generieke regelingen en eventueel via maatwerkfinanciering
waaraan ook strikte voorwaarden zijn verbonden.
68
De PvdD-fractie wil graag van de minister weten hoe hij zijn groene gas
plannen rijmt met het feit dat er nog steeds geen landbouwvisie is
waarin het zou moeten draaien om een duurzaam landbouwbeleid en een goed
verdienmodel voor de boer?
Antwoord
Het kabinet houdt bij het potentieel van groen gas rekening met de
hoeveelheid mest die resteert binnen een duurzame landbouwsector. Om
deze reden is CE Delft in haar onderzoek naar de bijmengverplichting
groen gas reeds uitgegaan van een daling van de mestbeschikbaarheid in
Nederland. Momenteel wordt minder dan 5% van de Nederlandse mest
vergist. Er bestaat dus aanzienlijke ruimte om binnen de grenzen van een
duurzame landbouwsector de productie van groen gas uit mest op te
schalen.
Groen gas kan ook uit andere bronnen dan mest worden geproduceerd, zoals via superkritische vergassing waarbij reststromen uit landbouw, industrie en huishoudens kunnen worden omgezet. Het kabinet heeft in het Klimaatfonds middelen vrijgemaakt voor de opschaling van vergassing als innovatieve techniek voor de omzetting van reststromen in hoogwaardige koolstofdragers.
69
Is de minister bereid de noodzakelijke transitie in de landbouw op de
agenda van de COP te zetten?
Antwoord
Ja, er is sinds enkele jaren een agendapunt ālandbouw en
voedselzekerheidā bij de onderhandelingen. Daar wordt onder meer
gesproken worden over mogelijke oplossingen voor de negatieve impact van
de landbouw- en voedselsector op het klimaat. Binnenkort ontvangt de
Kamer een brief met de kabinetsbrede inzet binnen en buiten de
onderhandelingen, waaronder ook de inzet gericht op landbouw en
landgebruik.
Antwoorden op de vragen gesteld door de BBB-fractie
70
Nederland is bezig met een witte olifant. Wind op zee is niet gratis. De
kostprijs is 2 miljard euro per gigawatt, het streefdoel is 21 gigawatt.
Welk deel van de 42 miljard wordt betaald vanuit waar? Welk deel komt
uit de begroting? Welk deel komt uit de nog hogere doorbelaste
netbeheerkosten? En welk deel komt uit het Klimaatfonds van 35 miljard?
Er moet duidelijkheid komen over de bouwplannen in de Noordzee.
Antwoord
Windparken op zee worden sinds 2018 subsidievrij gebouwd. De overheid
betaalt dus niet mee aan de kosten van het bouwen van de windparken op
zee. De exploitatie van windparken op zee is rendabel. TenneT is als
netbeheerder op zee verantwoordelijk voor het aanleggen van het
elektriciteitsnet op zee. De investeringskosten voor de netten op zee
die tot dusver zijn gerealiseerd zijn hoofdzakelijk bekostigd via een
subsidie aan TenneT. De kosten voor toekomstige netten op zee worden
gedekt via de nettarieven. Ik (MKE) informeer uw Kamer deze maand nog
over de kosten van het net op zee en mogelijke oplossingen om de
gevolgen voor de toekomstige nettarieven te beperken. Ongeveer ⬠1,69
miljard uit het Klimaatfonds wordt gebruikt om windenergie op zee
verantwoord in te passen. Deze middelen gaan onder andere naar visserij,
scheepvaartveiligheid en natuur om de impact van windenergie op zee te
beperken.
71
In het klimaatbeleid moet het mkb dure investeringen doen. Dit kost vele
duizenden euro's. Er ontbreekt inzicht in hoeveel budget uit
verschillende regelingen voor mkb beschikbaar is. Kan de minister dit
inzicht bieden aan het mkb en ook specifiek aan het klein mkb?
Antwoord
Het exacte bedrag voor alle regelingen en programmaās waar het mkb
gebruik van kan maken ligt verspreid over vijf ministeries en minstens
39 regelingen en programmaās die niet allemaal volledig beschikbaar zijn
voor het mkb. In de volgende Kamerbrief verduurzaming mkb zal ik (MEZK)
een overzicht meenemen.
Antwoorden op de vragen gesteld door de SGP-fractie
72
Komt er nog een visie voor het versterken van de economie van alle
regio's? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat het beleid het
economisch welzijn van alle regio's bevordert?
Antwoord
Wij beogen hetzelfde, namelijk sterke regionale economieƫn. In
Perspectief op de Nederlandse economie heb ik (MEZK) dat ook benoemd. Ik
investeer ook in regionaal economische ontwikkeling, via bijvoorbeeld de
ROMās en met EFRO-middelen. Ook het Groeifonds heeft regionaal veel
impact. En met het oog op de brede welvaart investeert het kabinet via
de regiodeals in versterking van regioās. In deze aanpak is extra
aandacht voor kwetsbare regioās. Ook het programma Ruimte voor Economie,
dat ik binnenkort aan de Kamer zal toesturen, raakt aan de uitdagingen
waar onze regioās voor staan.
Verder zijn vooral de regionale overheden aan zet. En zij kunnen dat ook het best. Vanuit eigen visies en agendaās investeren zij in hun regionale economieĆ«n. Zie geen meerwaarde in een aanvullende visie van mijn kant.
Zaak is om economische groei te bezien vanuit een breed welvaartsperspectief. Het gaat dus niet alleen over economie, maar ook over gezondheid, mobiliteit, onderwijs en leefomgeving. De reactie op het RLI-advies āElke regio teltā vraagt dus om een brede Kabinetsreactie. Die wordt ook opgesteld onder regie van BZK. We doen dat in samenspraak met de regionale overheden.
73
Hoe wil de minister samen met RVO en de regio's versnipperde
sectorbudgetten bundelen bij langjarige investeringsprogrammaās voor de
regio met meer oog voor achterstaande regio's?
Antwoord
Dhr. Schouten is als kwartiermaker gevraagd om een actieagenda op te
stellen waarbij de uitvoeringsorganisaties RVO, Kamer van Koophandel en
ROMās zijn betrokken. In deze actieagenda wordt ook de samenwerking
gezocht met de dienstverlening vanuit provincies en gemeenten. Deze
actieagenda zal mij binnenkort worden aangeboden. Ik (MEZK) zal uw Kamer
informeren over de vervolgstappen, en zal ook met de regio in gesprek
gaan hoe de dienstverlening richting de regio kan worden
gestroomlijnd.
74
Hoe garandeert de staatssecretaris dat het geld voor compensatie en
wederopbouw terechtkomt bij de Groningers (en niet terechtkomt bij
tussenpersonen en ook niet wordt versmeerd in de bureaucratie)? Wat is
de visie van de staatssecretaris hierop?
Antwoord
Met de maatregelen in Nij Begun kiest het kabinet nadrukkelijk voor een
systeem van vertrouwen in mensen, zonder gedoe. Minder onderzoeken (naar
de schadeoorzaak), minder juridische procedures, minder discussie over
schadebedragen of het honoreren van kleine wensen bij de versterking van
een woning.
Verder komt er een jaarlijkse Staat van Groningen waarin het kabinet verantwoording aflegt over de resultaten die zijn behaald op alle onderdelen van het Groningenbeleid, waaronder ook de kosten. Het kabinet voert hierbij de motie Stoffer/Van Wijngaarden uit die verzoekt om het IMG een streefdoel voor de overheadkosten op te leggen (Kamerstuk 35561, nr. 47).
75
Kan minister zich inzetten voor het strenger toetsen op regeldruk in
Europa? ATR regelt de EU-verordening, maar toetsing ontbreekt. Hoe
voorkomen we dat dit een blinde vlek wordt? Ook bestaande wetten moeten
onder de loep worden genomen. De mkb-toets moet standaard onderdeel
worden van de invoeringstoets. Hoe kijkt de minister hier tegenaan?
Antwoord
In het nieuwe wetsvoorstel krijgt het Adviescollege Toetsing Regeldruk
de mogelijkheid om te adviseren over de regeldrukgevolgen voor Nederland
van nieuwe Commissievoorstellen. Dit zal gebeuren in het kader van de
zogenaamde Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) procedure
waarin de belangrijkste EU voorstellen worden beoordeeld en van een
Nederlands standpunt worden voorzien. Dan gaat het juist ook om die
voorstellen die impact kunnen hebben op de regeldruk.
Ik (MEZK) ben met het lid Stoffer eens dat de mkb-toets vaker moet worden toegepast op bestaande regelgeving. In het āProgramma vermindering regeldruk ondernemersā dat vorig jaar aan de Kamer is gestuurd (Kamerstuk 29515, nr. 481) is reeds aangegeven dat de mkb-toets ook uitgebreid wordt naar bestaande wetgeving. Voorwaarde is wel dat de betreffende wet minstens een jaar in werking is en dat er klachten zijn van ondernemerszijde over de werking van de wet.
76
Is de minister het ermee eens dat bij wetsevaluaties aandacht wordt
besteed aan het regeldrukprobleem? En hoe wil ze daarvoor zorgen?
Antwoord
Ik (MEZK) ben het met het lid Stoffer eens dat er bij wetsevaluaties
aandacht aan regeldruk moet worden besteed. Het is de
verantwoordelijkheid van departementen zelf om deze evaluaties uit te
voeren. Regeldruk hoort hierin een aandachtspunt te zijn. Ik ga hierover
met mijn collegaās in het kabinet in gesprek.
77
Kan ze kijken naar beleidsopties die bijdragen aan betere
concurrentiepositie van het mkb tegenover banken en het verkleinen van
informatieproblemen?
Antwoord
Ik (MEZK) stimuleer een divers en concurrerend mkb financieringsaanbod
via garantieregelingen voor financiers (Borgstelling MKB krediet),
funding voor alternatieve financiers (DACI) en door microkrediet te
verstrekken via Qredits.
Het informatieprobleem wil ik verkleinen via de financieringshub. Ondernemers en adviseurs van ondernemers vinden op de hub een overzicht van financiers, financieringsvormen Ʃn financieringsadviseurs. Ook maken we duidelijke afspraken rondom doorverwijzing door financiers, zowel bancair als non-bancair.
78
Wat betekent de terugleverheffing van energieleveranciers voor de
terugverdientijd? Hoe gaat de minister zorgen voor een aantrekkelijke
terugverdientijd zonder onnodige afwenteling van kosten op
huishoudens?
Antwoord
Met de terugleverkosten zoals deze vanaf dit najaar door de leverancier
Vandebron in rekening gebracht worden, zal de terugverdientijd voor
mensen met zonnepanelen bij deze leverancier oplopen. Volgens
berekeningen van Milieu Centraal kan de terugverdientijd hierdoor voor
klanten van deze energieleverancier met zonnepanelen een aantal jaren
stijgen. Hierbij merk ik (MKE) op dat er ook andere leveranciers zijn op
de markt, die niet dergelijke terugleverkosten in rekening brengen.
Mensen kunnen dus ervoor kiezen om over te stappen naar een concurrent
die niet dergelijke kosten in rekening brengt.
Ik vind het, los van de tarieven van individuele leveranciers, met uw Kamer belangrijk dat investeren in zonnepanelen de komende jaren aantrekkelijk blijft. Zonnepanelen leveren immers een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming van onze stroomvoorziening en verminderen onze afhankelijkheid van geĆÆmporteerde fossiele brandstoffen. Ik ben daarom blij dat er in de door de Tweede Kamer aangenomen wet sprake is van een geleidelijke afbouw van de salderingsregeling tussen 2025 en 2030. Het is ook goed dat hierbij rekening gehouden is met het tussentijds borgen van de terugverdientijd door tegelijkertijd een minimumvergoeding voor terug geleverde stroom in te voeren. Het wetsvoorstel voorziet tevens dat er twee evaluatiemomenten zijn (in 2025 en 2028) waarbij opnieuw gekeken wordt naar de terugverdientijden van investeringen in zonnepanelen. Deze zijn immers afhankelijk van meerdere factoren, zoals prijsontwikkelingen op de energiemarkt en kosten van panelen. Mochten er zich ontwikkelingen voordoen waardoor onverhoopt langere terugverdientijden leiden tot een stagnatie van de toename van zonnepanelen, dan is er de mogelijkheid om een hogere minimumvergoeding vast te stellen of het afbouwpad aan te passen.
Het wetsvoorstel ligt nu in de Eerste Kamer, omdat het wetsvoorstel bijdraagt aan het voorkomen van het afwentelen van kosten doordat er specifieke en consistente regels verbonden worden aan het salderen van elektriciteit die met zonnepanelen wordt opgewekt voor alle leveranciers en afnemers, zijn consumenten gebaat bij een snelle behandeling. De aanpassing van de regels wordt zo in ƩƩn keer geregeld voor iedereen.
79
Ruim 400 miljoen euro voor zonneparken, dat is veel geld en dit levert
niet veel CO2-winst op. Kan het geld voor zonnepanelen niet beter
geĆÆnvesteerd worden in andere energie-infrastructuur,
energiesamenwerking op bedrijventerreinen en de elektrificatie van
dieseltreinen?
Antwoord
Ik (MKE) heb uw Kamer op 5 oktober jl. geĆÆnformeerd over de beoogde
inzet van de subsidies voor opslag bij grootschalig zon-PV (Kamerstuk
29023, nr. 448). CE Delft heeft in mijn opdracht een advies uitgewerkt
voor inzet van de subsidies. Zo kunnen we ervoor zorgen dat deze
subsidie maximaal bijdraagt aan meer schone energie en CO2-reductie. Dit
advies heb ik met de Kamerbrief meegestuurd. In deze brief ga ik ook in
op de rol van batterijen in het energiesysteem, het Bestuurlijk Overleg
batterijen van 25 september jl. en innovatieve vormen van
batterijopslag.
80
Wordt bij de inzet op kernenergie geĆÆnvesteerd in Thoriumonderzoek?
Antwoord
Er wordt reeds via subsidies bijgedragen aan thoriumonderzoek. Daarnaast
wordt op dit moment een gestructureerde SMR programma-aanpak uitgewerkt.
Daarvoor worden dit najaar gesprekken gevoerd met verschillende
stakeholders als provincies, onderzoeks- en kennisinstellingen en de
maakindustrie. Dit biedt ook ruimte voor inzet rondom de ontwikkeling
van thorium-reactoren, daar waar die inzet meerwaarde heeft voor de
ontwikkeling van de brede nucleaire kennis- en waardeketen. Ik (MKE) ben
voornemens uw Kamer voor het einde van het jaar te informeren over een
gestructureerde SMR programma-aanpak.
Antwoorden op de vragen gesteld door de Volt-fractie
81
Vraag aan het kabinet: wat zijn de concrete stappen die we nu kunnen
nemen om de uitstoot die indirect gefinancierd wordt door de Europese
financiƫle sector in lijn te brengen met doelstellingen uit het
klimaatakkoord?
Antwoord
Een versnelling van de bijdrage van de financiƫle sector aan de
klimaattransitie is nodig. Er is mede namens mij (MKE) door de minister
van Financiƫn een verkenning aangekondigd naar maatregelen die de sector
kunnen ondersteunen bij die bijdrage. Het kabinet inventariseert op dit
moment de mogelijkheden, mede in het licht van een gelijk Europees
speelveld en zal uw Kamer voor einde van het jaar nader informeren.
82
Nederland draagt 100 miljoen bij aan het fonds van 3,75 miljard voor
scale-ups. Maar er doen slechts 5 lidstaten mee. Is de huidige koers nog
goed genoeg om het innovatievermogen van de EU te waarborgen? Daarom
vraagt de Volt-fractie een reflectie van de minister over de huidige
ontwikkeling op de durfkapitaalmarkt voor scale-ups en of dit Europese
fonds, het European Tech Champion Initivative, nu ook echt levert? Is
het voor ons doelmatig en wat laat het eerste jaar ons daarin zien?
Antwoord
Het verbeteren van het innovatievermogen van de EU wordt door meerdere
factoren bepaald. De doorgroei van innovatieve scale-ups speelt daarbij
een grote rol. Deze doorgroei is sterk afhankelijk van de
beschikbaarheid van risicokapitaal voor deze ondernemingen. In deze
doorgroeifase zie ik (MEZK) een grote afhankelijkheid van niet-Europese
investeerders (Kamerstuk 32637, nr. 567). Buitenlandse financiering
biedt enerzijds kansen doordat het toegang biedt tot buitenlandse
markten. Echter, er zitten ook risicoās aan. Voor het behoud van
cruciale technologieƫn is het van belang om een goede balans tussen
Europese en niet-Europese durfkapitaalfondsen te creƫren.
Daarom investeert Nederland inderdaad in het ETCI-fonds. Dit fonds is nog maar net gestart, dus het is nog te vroeg om een oordeel over de doelmatigheid te kunnen geven. Maar aangezien het een marktconforme impuls vanuit de Europese Investeringsbank (EIB) en lidstaten is en er een grote marktbehoefte bestaat, wordt naar verwachting de doelmatigheid geborgd.
83
Het Actieprogramma Groene en Digitale Banen moet
sneller en beter. Er is sprake van personeelstekort. Gaat de minister in
overleg met collega's om aanbevelingen van de VNG over te nemen en tot
uitvoerbare regelingen te komen met de andere departementen (o.a.
versterking met OCW en SZW). De Volt-fractie vraagt om een reactie op
dit onderdeel van de minister op het plan van de VNG.
Antwoord
Het Actieplan Groene en Digitale Banen is een gezamenlijk plan van OCW,
SZW en EZK en daarover wordt regelmatig overleg gevoerd. EƩn van de
acties is het uitwerken van een nieuwe uitvoeringsstructuur voor het
Actieplan, waarbij we ook bezien hoe de interdepartementale samenwerking
versterkt kan worden. Uw Kamer heb ik (MEZK) toegezegd voor het einde
van het jaar over deze aanpak te informeren. De wens vanuit uw Kamer om
verkokering tegen te gaan, maakt onderdeel uit van deze nieuwe
uitvoeringsstructuur.
Daarnaast wil het kabinet het Actieplan een snellere en betere uitvoering geven. Daarom heb ik uw Kamer tevens toegezegd voor het einde van het jaar een opzet voor de monitor te presenteren. Met deze monitor wil ik een vinger aan de pols houden over de voortgang van het Actieplan en meer op resultaten gaan sturen.
Antwoorden op de vragen gesteld door de JA21-fractie
84
Kan de minister reflecteren op de verhouding tussen de totale kosten van
het klimaatbeleid en de impact daarvan?
Antwoord
Alle landen op de wereld hebben de verantwoordelijkheid hun bijdrage te
leveren aan het tegengaan van klimaatverandering, zo ook Nederland. De
klimaat- en energietransitie vergt forse investeringen, maar levert dan
ook forse voordelen op, op de kortere en met name de langere termijn.
Dat is niet alleen uit te drukken in een percentage emissiereductie ten
opzichte van de mondiale emissies. De investeringen vanuit het klimaat-
en energiebeleid zijn veel breder en gaan over randvoorwaarden,
arbeidsmarkt, infrastructuur, duurzaam verdienvermogen, beter
geĆÆsoleerde woningen en gebouwen, etc. Bovendien geldt dat de kosten van
niets doen vele malen hoger zijn: de kosten als gevolg van de schade
door klimaatverandering zijn enorm, financieel en economisch, maar ook
op andere vlakken, zoals gezondheid, levenskwaliteit en
biodiversiteit.
85
Kan de minister uitleggen waarom voor het mkb de regeldruk en kosten
door regelgeving blijven stijgen? Is er op de ministeries te weinig oog
voor het verlagen van de regeldruk?
Antwoord
Zoals het lid Eerdmans aangeeft zijn de regeldrukkosten de afgelopen
jaren inderdaad helaas gestegen. Volgens onze eigen regeldrukmonitor
gaat het in 2022 om ⬠164 miljoen aan structurele regeldrukkosten. Dit
bedrag wijkt af van het bedrag dat door ATR is gemeten, omdat wij meten
wat er daadwerkelijk in werking is getreden en niet wat er aan ATR is
voorgelegd. Overigens geldt dat 74% van de structurele kosten vorig jaar
afkomstig was van Europese wetgeving. Deze trend is reeds eerder
ingezet. Als we kijken naar de gehele periode vanaf 1 januari 2018 tot
en met september van dit jaar kunnen we zien dat 94% van de structurele
kosten uit Europese regelgeving voortkomt. Meer oog voor de
regeldrukkosten uit Europa is voor mij op dit moment dan ook het
belangrijkste aandachtspunt.
Antwoorden op de vragen gesteld door de Groep Van Haga
86
Wordt het niet tijd dat het kabinet excuses maakt voor de schade die ze
heeft aangericht door alle onnodige coronamaatregelen?
Antwoord
Corona heeft een grote sociaal-maatschappelijke en economische impact
gehad. Voor de getroffen coronamaatregelen is destijds telkens een
zorgvuldige afweging gemaakt waarbij het belang van de volksgezondheid,
maar ook de gevolgen voor het bedrijfsleven zijn meegenomen. Daarbij
heeft het kabinet meerdere maatregelen genomen om het bedrijfsleven
tegemoet te komen, zoals bijvoorbeeld de TVL en de NOW. Ik (MEZK) wil
daarbij benadrukken dat de Nederlandse economie als een van de sterkste
van Europa uit de coronacrisis is gekomen.
87
Kan de minister aangeven hoe ze gaat voorkomen dat de glastuinbouwsector
vrijwel zal ophouden te bestaan?
Antwoord
Wij kennen de zorgen uit de tuinbouwsector. Deze sector kent kleinere en grote bedrijven. En deze sector heeft zelf de ambitie uitgesproken klimaat neutraal te zijn in 2040. Dat waarderen we. Dit kabinet heeft samen met de glastuinbouwsector een convenant gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over de maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de glastuinbouw in 2030 maximaal 4,3 Mton CO2-uitstoot. Dat betreft onder andere de aanpassing van de CO2-heffing van een sectorsysteem naar een individueel systeem. Dit moet ervoor zorgen dat dit doel wordt gerealiseerd. Tegelijkertijd stelt het kabinet subsidies beschikbaar uit het Klimaatfonds om de glastuinbouw te ondersteunen om de benodigde investeringen te plegen. Denk aan subsidie voor energiebesparende maatregelen, zoals het gebruik van ledverlichting en voor de aansluiting op een warmtenet. Het gaat hierbij om een bedrag ca. 500 miljoen. Hiermee heeft het kabinet gekozen voor een pakket aan maatregelen waarmee de sector kan verduurzamen. We hebben met de sector afgesproken dat we in nauw contact de ontwikkelingen blijven monitoren. Mocht er nieuwe inzet nodig zijn dan bespreken we dat.
88
Het vestigingsklimaat verslechtert in een rap tempo. De BOR zorgt voor
een exodus naar het buitenland. Heeft de minister inzicht in het aantal
faillissementen, het aantal emigraties en het aantal verkopen aan
buitenlandse bedrijven, en baart haar dat geen zorgen?
Antwoord
Volgens het CBS zijn er in 2022 2.145 bedrijven failliet verklaard. Dit
is een historisch laag aantal. Sinds de start van de statistiek in 1981
was het aantal faillissementen alleen in 2021 nog lager. Toen bedroeg
het aantal faillissementen 1.818. In 2023 zijn er t/m augustus 2.074
bedrijven failliet verklaard. De faillissementen lopen wel op. 16
maanden op rij is het aantal faillissementen hoger dan in dezelfde maand
een jaar eerder.
Tijdens de coronacrisis was het aantal faillissementen historisch gezien erg laag, met name door de steun vanuit de overheid. Een deel van de voorkomen faillissementen worden nu ingehaald. Verder is het ook waarschijnlijk dat terugvallende buitenlandse vraag, hogere inputprijzen, uitgestelde belastingen die terugbetaald moeten worden en hogere financieringskosten bijdragen aan faillissementen. Hoewel faillissementen voor betrokkenen erg pijnlijk zijn, is het voor een gezonde economische dynamiek wel van belang dat bedrijven die niet rendabel zijn, uiteindelijk stoppen.
Op basis van onderzoek door Eurostat concludeert het CBS dat, tussen 2018 en 2020, ongeveer 500 bedrijven in Nederland ƩƩn of meerdere bedrijfsonderdelen naar het buitenland verplaatsten. Dat is minder dan in de periode 2014-2016. De meeste verplaatsingen waren naar andere landen binnen de EU, gevolgd door India. Er werd vooral productie en administratie verplaatst. De meest voorkomende reden voor het verplaatsen van bedrijfsonderdelen is een strategisch besluit van het moederbedrijf. Ook besparingen op loonkosten en andere kosten zijn vaak genoemde redenen voor bedrijven om banen te verplaatsen. Naast kostenbesparingen, is ook een tekort aan geschikt personeel een belangrijke reden voor verplaatsing. Aangezien bedrijfsverplaatsingen lijken te dalen, deze voornamelijk binnen de EU plaats vinden en de redenen voornamelijk strategisch zijn, zijn ze momenteel geen reden tot zorg.
89
Voor wat betreft de woningmarkt: de regulering van middenhuur en
box-3-rooftocht zijn een moderne vorm van onteigening. Kan de minister
aangeven hoeveel aan mkb-pensioenen is verdampt, waar dit verlies
precies neerslaat en hoe dit doorwerkt in de slagkracht van
bedrijven?
Antwoord
Ondernemers in het mkb kunnen tal van strategieƫn hanteren om te sparen
voor hun aanvullende pensioen. In enkele beroepsgroepen is deelname aan
een verplichte pensioenregeling verplicht, maar de meeste
(mkb-)ondernemers zullen zelf sparen of beleggen, al dan niet via
bijvoorbeeld een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling. Het kabinet
heeft geen inzicht in de bedragen waarom het hier gaat. Het kabinet kan
dus ook niet aangeven in hoeverre het genoemde beleid ten aanzien van
middenhuur en box 3 hierop van invloed is geweest. In algemene zin geldt
wel dat indien ondernemers menen meer te moeten sparen voor hun
pensioenvoorziening, dit ten koste kan gaan van de ruimte die er is om
te investeren in hun onderneming.
90
Ten aanzien van de energierekening: maatregelen als windmolens op land,
zonneakkers, biomassacentrales, verplichte warmtepompen, gasloos bouwen
en CCS. Dit is slecht voor ons milieu en portemonnee en het heeft geen
invloed op het klimaat. Waarom geen werkende technologieƫn, zoals
geothermie en kernenergie in plaats van 30.000 windmolens op zee. Waarom
streven we niet naar energiesoevereiniteit, en waarom planten we geen
bomen? En leggen we niet de daken vol zonnepanelen?
Antwoord
Voor de zomer heeft het kabinet het concept Nationaal plan
energiesysteem gepresenteerd (Kamerstuk 32813, nr. 1280). Het is
belangrijk om voldoende zekerheid te hebben over de beschikbaarheid van
energie en grondstoffen in de toekomst. We bouwen aan de benodigde
energieketens voor elektriciteit, koolstof, waterstof en warmte met alle
beschikbare technieken, huidige en toekomstige. Met alleen zon op dak,
geothermie, kernenergie en het planten van bomen is een duurzaam,
betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem volstrekt onhaalbaar. Daarom
zet het kabinet in op meer eigen energieproductie dan nu, verdere
samenwerking en verbondenheid van het energiesysteem in Europa en
diversificatie van import uit verschillende landen buiten Europa.
91
Veilig gas produceren en Groningen compenseren: klopt het dat de
versterkingskosten ongeveer 11 miljard bedragen? En dat dit door de NAM
betaald zou moeten worden? En klopt het dat hiervan een aanzienlijk deel
is weggegeven aan de zogenaamde Wiebesovereenkomsten? En klopt het dat
facturen van de Staat aan de NAM onbetaald zijn gebleven, en zo ja voor
welk bedrag? En klopt het dat dit weggegeven bedrag volgens EU-recht
kwalificeert als staatssteun? En klopt het dat dit niet is gemeld aan de
Kamer? En klopt het dat er een integriteitsonderzoek is gestart bij WJZ
over deze kwestie?
Antwoord
Klopt het dat de versterkingskosten ongeveer 11 mld euro bedragen en dat
dit door de NAM betaald zou moeten worden?
De versterkingskosten worden volledig bij NAM in rekening gebracht.
Sinds de overheid de versterkingsoperatie van NAM heeft overgenomen, is
1,1 miljard euro bij NAM in rekening gebracht. Ook de toekomstige
versterkingskosten worden aan NAM doorbelast. Conform de meest recente
raming zoals verwerkt op de ontwerpbegroting 2024 gaat dit om een bedrag
van nog 4 miljard euro voor de periode 2023 t/m 2028. Voor de goede orde
wordt opgemerkt dat vanaf 2018 het wettelijke heffingenregime van
toepassing is op de inkomsten uit het Groningenveld. Hierdoor ontvangt
de Staat ongeveer 70% van de winst en draagt ook 70% van de kosten. NAM
draagt per saldo 30% van de kosten. Deze afdrachtensystematiek is zeer
uitgebreid door mijn ambtsvoorganger toegelicht in de Kamerbrief van 13
december 2021 (āUitleg inkomsten gaswinning Groningenveldā).
Klopt het dat hiervan een aanzienlijk deel is weggegeven in de
zogenaamde Wiebes overeenkomsten?
Als de vragensteller duidt op de Interim betalingsovereenkomst versterken uit november 2018: deze overeenkomst is met NAM gesloten en met uw Kamer gedeeld. De overeenkomst was bedoeld om, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet Versterken, een grondslag te hebben om de kosten van de versterking aan NAM door te belasten. Op deze manier kon NAM al gelijk op afstand worden gezet van de versterkingsoperatie en hoefde daarmee niet gewacht te worden tot de wet er was. Uiteindelijk is de wet Versterken op 1 juli jl. in werking getreden en is de betaalovereenkomst geƫindigd. Alle uitgaven die op grond van de versterking vanaf 1 juli worden gedaan, worden sindsdien via een wettelijke heffing op NAM verhaald.
Klopt het dat facturen van de Staat aan de NAM onbetaald zijn
gebleven? En zo ja, voor welk bedrag?
De uitgaven voor de versterkingsoperatie worden per kwartaal in rekening
gebracht bij NAM. Sinds de factuur voor het derde kwartaal van 2020
betaalt NAM 60% van de kosten die de Staat in rekening brengt. Hierover
is uw Kamer geĆÆnformeerd. In totaal heeft NAM sindsdien circa 400
miljoen euro nog niet betaald. Dit is exclusief uitgaven voor
versterking in 2023. Vanaf het moment dat kosten worden doorbelast op
basis van de wettelijke heffing in plaats van via facturen op grond van
een privaatrechtelijke overeenkomst, heeft NAM niet meer de mogelijkheid
om vooraf een bedrag in te houden. NAM heeft arbitrages gestart over de
kosten voor schade en versterken. In de arbitrage over de versterking
heeft de Staat, naast een verweer, een tegenclaim ingediend voor het
niet door NAM betaalde bedrag. NB: de schadefacturen zijn door NAM voor
100% betaald.
Ik (SMB) heb vele malen aangegeven, zowel in de Tweede Kamer als in de pers, als in gesprekken met de NAM, dat ik deze houding van de NAM onacceptabel vind.
Klopt het dat dit weggegeven bedrag volgens geldend EU-recht te
kwalificeren is als staatssteun?
Er is geen sprake van een weggegeven bedrag. Er loopt een arbitrage om
dit bedrag alsnog te incasseren. Over aspecten rondom staatssteun heb ik
ten behoeve van de arbitrage twee externe experts om advies gevraagd.
Deze adviezen heb ik betrokken in mijn verweer bij de arbitrages. Ik heb
uw Kamer op 23 september jl. geĆÆnformeerd over de stand van zaken van de
arbitrages en kan, als die wens bestaat, uw Kamer ook vertrouwelijk
nader informeren.
Klopt het dat deze kwestie niet door de Minister aan de Tweede
Kamer gemeld is, en zo ja, waarom niet?
Dat klopt niet. Uw Kamer is meerdere malen geĆÆnformeerd over de
discussies met NAM. Onder andere is op 31 maart 2021 aan uw Kamer gemeld
dat NAM de betalingstermijn heeft overschreden, op 4 februari 2022 dat
de NAM arbitrages is gestart en op 29 juni 2022 heb ik uw Kamer per
brief de stand van zaken gegeven van de juridische procedures met NAM.
Bij brief van 13 september jl. heb ik wederom een algemene stand van
zaken gegeven over de arbitrageprocedures. Ten aanzien van de
verschillende conflicten met NAM over de kosten is de positie van het
kabinet altijd heel duidelijk geweest: NAM moet zijn
verantwoordelijkheid volledig nemen en alle doorbelaste kosten voldoen.
Daarbij is altijd aangegeven dat geen juridisch middel onbenut gelaten
wordt om dat doel te bereiken.
Klopt het dat er een integriteitsonderzoek is gestart bij de Directie
WJZ over deze kwestie?
Er is een integriteitsmelding gedaan die in relatie staat met deze kwestie. De Secretaris Generaal van EZK laat naar aanleiding van dit vermoeden van een integriteitsschending een integriteitsonderzoek doen. Dit onderzoek loopt nog. De integriteitsmelding vloeit voort uit een melding die op grond van de Wet bescherming klokkenluiders is gedaan. Om die reden kan ik daar geen verdere mededelingen over doen. Als de integriteitsmelding en de melding op grond van de Wet bescherming klokkenluiders zijn afgerond, worden deze zoals gebruikelijk gemeld in het jaarverslag van EZK. Verder zal ik de Kamer al dan niet vertrouwelijk op de hoogte houden over de ontwikkelingen rondom de arbitrage met de NAM.
Erratum informatie afloop ISDE voor zon-PV en kleine windturbines
In de Kamerbrief met onder andere de beantwoording van de feitelijke vragen over de begroting Economische Zaken en Klimaat 2024 is per abuis foutieve informatie over de besteding van het ISDE-deel voor zon-PV en kleine windturbines opgenomen. In de brief staat foutief dat van de gereserveerde ⬠100 miljoen voor dit ISDE-deel eind dit jaar naar verwachting ⬠60 miljoen uitgegeven is, maar de daadwerkelijke prognose is dat eind dit jaar slechts ⬠40 miljoen uitgegeven is. Ook tijdens het Commissiedebat Klimaat en Energie van 27 september jl. is door mij per abuis het onjuiste getal genoemd.