[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van Economische Zaken en Klimaat op 10 oktober 2023

Brief regering

Nummer: 2023D41807, datum: 2023-10-11, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2023Z17156:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Geachte Voorzitter,

Tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) hebben de leden van uw Kamer vragen gesteld. Bijgevoegd vindt u de antwoorden op een deel van die vragen. De overige vragen zullen wij later mondeling beantwoorden.

M.A.M. Adriaansens

Minister van Economische Zaken en Klimaat

R.A.A. Jetten

Minister voor Klimaat en Energie

J.A. Vijlbrief

Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

Antwoorden op de vragen gesteld door de PVV-fractie

1
Het aanpakken van leegstand en leegloop in de winkelstraten, vooral in dorpen en kleine steden, is van groot belang. Daarom verzoeken wij om de oprichting van een taskforce 'Behoud Traditioneel Ambacht'. Hoe kijkt de minister hiernaar?

Antwoord
We geven met de Impulsaanpak winkelgebieden een goede aanzet voor de herstructurering en transformatie van winkelgebieden. Leegstand en leegloop in winkelstraten wordt hiermee ook aangepakt. Daarnaast is inmiddels ook de Citydeal Dynamische binnensteden formeel van start gegaan en waarin ook EZK participeert. Daarnaast bestaat er een publiek-private overlegstructuur met de Retailagenda. Dit is een effectieve aanpak gebleken om met stakeholders te onderzoeken op welke wijze in de toekomst het best aan een gezonde retail in aantrekkelijke winkelgebieden, vitale binnensteden en kernen kan worden gewerkt. Een taskforce specifiek voor het behoud van traditionele ambacht is mijns inziens dan ook niet noodzakelijk.

2
De PVV-fractie verzoekt de minister om de parkeertarieven te verlagen, die in het verleden 1 euro waren. Hoe kijkt de minister hiernaar?

Antwoord
De parkeertarieven worden op lokaal niveau vastgesteld. Hier kan ik (MEZK) op Rijksniveau dus niet op ingrijpen.

3
De PVV-fractie verzoekt de minister om een mkb-toets in te voeren om als soort apk-check te gaan dienen om regeldruk te verminderen. De mkb-toets moet ook worden ingezet op bestaande wet- en regelgeving. Kan de minister hiermee beginnen met de zes aangewezen indicator-bedrijfstakken?

Antwoord
Zoals in het ā€˜Programma vermindering regeldruk ondernemers’, dat vorig jaar aan de Kamer is gestuurd (Kamerstuk 29515, nr. 481), is aangegeven, wordt de mkb-toets ook uitgebreid naar bestaande wetgeving. Voorwaarde is wel dat de betreffende wet minstens een jaar in werking is en dat er klachten zijn van ondernemerszijde over de werking van de wet. Binnenkort wordt een eerste MKB-toets op een bestaande regeling uitgevoerd, namelijk de subsidieregeling leren en ontwikkeling in het MKB (SLIM). Voor bestaande regelgeving hebben we ook andere instrumenten. Bijvoorbeeld het onderzoek naar MKB-indicatorbedrijven waarbij we voor zes sectoren reeds de meest belastende knelpunten en regeldrukkosten van bestaande regelgeving in kaart hebben gebracht. En verder ook de Life-eventsaanpak waarbij voor belangrijke gebeurtenissen in het bestaan van een bedrijf knelpunten in kaart worden gebracht en aangepakt.

4
De PVV-fractie verzoekt de minister om winkeliers te ondersteunen bij de bestrijding van criminaliteit (actieplan winkeldiefstal). Dit moeten we hard aanpakken. Hoe kijkt de minister hiernaar?

Antwoord
Ik (MEZK) ben het met u eens dat het belangrijk is winkeldiefstal terug te dringen.

Middels het op 14 december 2022 vastgestelde en aan uw Kamer aangeboden

Actieprogramma Veilig Ondernemen 2023-2026 en via het Nationaal Platform

Criminaliteitsbeheersing werken de minister van Justitie en Veiligheid en ik samen met het bedrijfsleven om criminaliteit te voorkomen en terug te dringen.

Het actieprogramma bevat specifiek maatregelen om winkeldiefstal terug te dringen: de doorontwikkeling en bredere uitrol van het instrument collectief winkelverbod en de ontwikkeling van de toolbox interventies winkeldiefstal.

5
De PVV-fractie verzoekt de minister om maritieme aanbestedingen bij de Nederlandse maritieme maakindustrie te doen om strategische positie ten opzichte van Aziƫ te behouden. We willen dat deze strategische aanbestedingen worden gegund aan eigen nationale trots, maritieme maakindustrie. Graag een reactie van de minister.

Antwoord
Als kabinet bezien wij hoe wij onze nationale vitale belangen nadrukkelijker kunnen verankeren in het inkoopbeleid van de overheid, op zo’n wijze dat dit bijdraagt aan een versterking van de positie van de maritieme maakindustrie. Hieraan zal ik (MEZK) uitgebreid aandacht besteden in de sectoragenda maritieme maakindustrie, die op 26 oktober 2023 gelanceerd wordt en aan uw Kamer zal worden aangeboden.

6
De PVV-fractie verzoekt de minister om ontheffing van zero emissie- of milieuzoneregels voor circussen, marktkooplieden en kermissen. Graag een reactie van de minister.

Antwoord
Het kabinet is er van overtuigd dat er voldoende perspectief wordt geboden aan ondernemers die graag willen, maar nu nog niet kunnen. Zo is er een overgangsregeling, zijn er landelijke vrijstellingen en gemeentelijke ontheffingen. Zo is er een overgangsregeling voor de bestelauto tot 1 januari 2028 en voor vrachtwagens die op 1 januari 2025 maximaal 5 jaar oud is tot 1 januari 2030. Voor bijzondere voertuigen hangen de overgangsregels af van de carrosseriecode. Deze regels kunnen worden gevonden op opwegnaarzes.nl. Voor bedrijven die meer tijd nodig hebben, kan er aanspraak gemaakt worden op de hardheidsclausule. Een ontheffing kan straks om verschillende redenen worden aangevraagd, zoals lange levertijden, een dreigend faillissement of een naderend pensioen. Het kabinet ziet daarom nu geen reden voor verdere aanpassing, maar de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) houdt vanzelfsprekend een vinger aan de pols.

7
Er gaan miljarden naar verduurzaming. In de EZK-begroting staan € 12 miljard aan uitgaven en € 23 miljard verplichtingen. Volgens de ARK is er nog steeds geen eenduidig overzicht van de klimaatgelden. Er zijn afwijkingen van vele miljarden. Hoe kan dit en kan dit verduidelijkt worden? Verzoek aan de minister dit toe te lichten.

Antwoord
In de reactie op het rapport van de Rekenkamer heeft het kabinet een aantal verbeteringen doorgevoerd voor een consistentere presentatie van rijksbrede klimaatuitgaven. In de begroting van 2024 heb ik (MKE) aangegeven dat het demissionaire kabinet deze werkwijze zo goed mogelijk probeert na te leven.

In de aandachtspunten die de Rekenkamer uw Kamer heeft meegegeven voor deze begrotingsbehandeling, stelt de Rekenkamer vast dat er dit keer consistentie bestaat tussen het totaaloverzicht dat EZK heeft opgenomen in de begroting en het overzicht van klimaatmiddelen in de Miljoenennota. Ook stelt de Rekenkamer vast dat alle uitgavenposten die in de overzichten zijn opgenomen, terug te vinden zijn in de begrotingen van EZK, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), IenW en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De Rekenkamer typeert dit als een vooruitgang. Helemaal foutloos is het echter niet gegaan, want de Rekenkamer constateert tevens dat er helaas in twee gevallen afwijkingen zitten in de bedragen die in de totaaloverzichten staan en de begrotingen van LNV en IenW. Het gaat dan om afwijkingen van € 38,8 miljoen, respectievelijk € 8,8 miljoen. Voor beide gevallen geldt dat de budgettaire reeksen in de begrotingen van LNV en IenW de juiste zijn. Uiteraard is alles erop gericht om dergelijke fouten in toekomstige rapportages te voorkomen.

8
Er zijn wel miljarden voor klimaatbeleid, maar er is geen extra geld voor een lagere energierekening. De gemiddelde energierekening stijgt en de helft komt door hoge belastingen. Kan de minister aangeven met hoeveel de energierekening gaat stijgen? Energiearmoede dreigt komend jaar erger te worden. Hoe kan het dat er geen extra geld is voor een lagere energierekening?

Antwoord
De huidige en verwachtte energietarieven voor vrijwel alle huishoudens liggen onder de maximale tarieven van het prijsplafond voor dit jaar. Waar de groothandelsprijs voor gas (TTF) op het hoogtepunt in augustus 2022 bijna € 300 per megawattuur bedroeg, schommelt deze momenteel rond de € 40. Tegelijkertijd liggen de energieprijzen nog steeds wel hoger dan vóór 2021 en zien we een verbreding van de inflatie naar andere sectoren. Dit is de aanleiding geweest voor het kabinet om komend jaar ondersteuning te bieden via gerichte koopkrachtmaatregelen.

Wel heeft het kabinet besloten om in 2024 opnieuw een bijdrage beschikbaar te stellen aan het Tijdelijk Noodfonds Energie, zodat er voor de huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening die in 2024 in de knel komen een vangnet beschikbaar is. Door de handen ineen te slaan met de energieleveranciers is langs deze weg zo’n € 60 miljoen beschikbaar om huishoudens met betalingsproblemen te ondersteunen bij het betalen van de energierekening.

Verder geldt tot het einde van 2023 uiteraard nog de bescherming van het prijsplafond en volgt nog dit jaar de uitkering van de energietoeslag 2023 aan kwetsbare huishoudens met een inkomen op of net boven het sociaal minimum. Tot slot is het ook goed om te blijven benadrukken dat het weer mogelijk is om een vast contract af te sluiten met prijzen onder het prijsplafond, voor 1 jaar of langer. Honderdduizenden consumenten hebben dit de voorbije maanden gedaan. Consumenten die nog een variabel energiecontract hebben en die graag zouden willen kiezen voor prijszekerheid, kunnen zich op deze manier verzekeren van een vaste prijs voor de aanstaande winter.

9
Kan de minister een indicatie geven van de klimaatplannen voor de gevolgen van windturbines (1,9 mld.) voor de visserij?

Antwoord
In het Programma Noordzee 2022-2027 is besloten waar de windparken op zee komen. Hierbij heeft het kabinet ook rekening gehouden met andere belangen op de Noordzee, zoals visserij. Daarom heeft het kabinet onder andere € 199 miljoen vrijgemaakt om vissers te ondersteunen bij het aanpassen van hun bedrijfsvoering en om te investeren in innovaties en nieuwe technieken voor visserij (Kamerstuk 33561, nr. 53).

10
Heeft de minister kennisgenomen van het onderzoek van TNO naar de CO2-uitstoot bij files, waaruit blijkt dat deze uitstoot aanzienlijk hoger is dan bij een snelheid van 130 kilometer per uur? En gelden deze bevindingen nog steeds?

Antwoord
Ik (MKE) ben bekend met dit onderzoeksresultaat (uit 2016). Files zijn inderdaad slecht voor het klimaat (zowel CO2 als stikstof) en moeten we waar mogelijk verminderen. Ik kan nu niet vaststellen of deze onderzoeksresultaten nog in dezelfde mate gelden. Naast dat het belangrijk is om files zoveel mogelijk te voorkomen, zorgt de inzet op duurzaam vervoer ook voor minder schadelijke uitstoot, überhaupt. Ik zie de verduurzaming van de mobiliteit dus ook los van het fileprobleem of de keuze omtrent de maximumsnelheid op snelwegen. Overigens blijkt uit het onderzoek van TNO ook dat 130 km/u rijden meer uitstoot tot gevolg heeft dan 100 km/u rijden.

11
Kan de minister opheldering geven over het aantal geplande windmolens/windturbines? Volgens bepaald onderzoek zijn er mogelijk 7000 nodig. Waar moeten die komen te staan en wat zijn de gevolgen voor de visserij (vissers eruit en windturbines erin)?

Antwoord
Dit kunnen we op dit moment nog niet zeggen. Het aantal turbines hangt af van de energieproductie per turbine. Deze is de afgelopen jaren enorm gestegen door innovatie. Op dit moment staan er ongeveer 670 windturbines op zee, met een vermogen van 3 tot 11 MW per turbine. Voor de eerstvolgende windparken op zee verwachten we al turbines van 14 MW.

Voor de ambities voor 70 GW windenergie op zee in 2050 wordt in het Programma Noordzee bepaald waar de windparken op zee komen. Het kabinet houdt bij het aanwijzen van windenergiegebieden ook rekening met andere belangen, waaronder visserij, scheepvaart, natuur en oefenruimte voor defensie. Naast wind op zee is ook wind op land onmisbaar om de klimaatdoelstellingen te halen. Het is volgens het Planbureau van de Leefomgeving een van de goedkoopste en meest efficiƫnte bronnen van duurzame elektriciteit.

12
Door alle klimaatacties ontstaan files. Voor hoeveel meer CO2-uitstoot zorgen deze klimaatdemonstraties?

Antwoord
Nederland kent helaas vele files door het jaar heen, om verschillende oorzaken. Ik (MKE) kan geen kwantitatieve inschatting maken van het gevraagde effect van een specifieke reden tot oponthoud.

Antwoorden op de vragen gesteld door de VVD-fractie

13
De VVD-fractie heeft zorgen om de uitvoering van klimaatplannen. De warmtetransitie loopt vast. Er zijn minder mogelijkheden voor private investeringen en er is een grote dekking nodig. Kan de minister hierop reageren? Hoeveel extra geld is er nodig? Is dit geld al begroot zonder dat de financiƫle impact inzichtelijk was? Graag een reactie.

Wanneer gaat de warmtewet ervoor zorgen dat energietransitie weer vaart krijgt? En hoeveel extra geld van het Rijk vergt de route in de warmtewet? Is dit geld begroot of is deze keuze gemaakt voordat de financiƫle impact van deze keuze inzichtelijk was? Verzoek tot verduidelijking van minister.

Antwoord
De zorgen over de uitvoering van de klimaatplannen herken ik (MKE) deels. De KEV 2023 laat zien dat er goede vooruitgang wordt geboekt in de gebouwde omgeving. De opschaling van individuele oplossingen gaat beter dan verwacht. Op het gebied van warmtenetten is vooruitgang geboekt. De warmtenetten investeringssubsidie (WIS) beschikkingen worden nu verstrekt en Warm Amsterdam, Twence en Warmtestad Groningen hebben een investeringsbeslissing genomen. Binnen de SDE++ en het Klimaatfonds zijn veel middelen voor de warmtetransitie beschikbaar. Bij de collectieve warmte zijn partijen in afwachting van de Wet collectieve warmte, waarin de toekomstige kaders en spelregels worden vastgelegd. Uitgangspunt bij het uitwerken van deze wet is dat de lopende projecten zoveel mogelijk doorgaan. In de gesprekken met de warmtebedrijven en medeoverheden is hier veel aandacht voor, de overgangsregeling en tariefbepaling zijn daarvoor belangrijk.

Ik verwacht het wetsvoorstel eind deze maand, na bespreking in de Ministerraad, naar de Raad van State te kunnen sturen voor advies. Het moment van aanbieden aan uw Kamer is afhankelijk van de advisering door de Raad van State. Uitgaande van de best mogelijke doorlooptijden zal het wetsvoorstel op zijn vroegst in het tweede kwartaal van 2024 naar de Kamer verzonden worden. Daarnaast zal het flankerend beleid besluitvorming van het kabinet vragen, onder meer over de opbouw van publieke realisatiekracht.

De keuze voor een verplichte publieke doorslaggevende zeggenschap vraagt om meer publieke investeringen. Dat is inherent aan de keuze, waarvoor ik breed draagvlak zie. Vanwege het lokale en regionale karakter van warmte ligt het voor de hand daarbij allereerst naar gemeenten en provincies te kijken. Ik zie ook dat zij zich aan het voorbereiden zijn op een grotere rol in warmtenetten. Of en in welke mate het Rijk hierbij ondersteuning biedt, is afhankelijk van nadere besluitvorming in het kabinet. Zoals aangekondigd onderzoek ik twee opties: een waarborgfonds en een nationale deelneming of een combinatie hiervan. Beide kunnen een hefboom zijn voor medeoverheden om te investeren. Voor alle opties geldt dat nadere uitwerking en toetsing noodzakelijk zijn. Er zijn nog geen middelen begroot voor deze opties. Ik ben op dit moment in samenwerking met het ministerie van Financiƫn bezig met een onderzoek naar de kosten van deze opties en zal uw Kamer hier nader over informeren.

14
Ondanks inspanningen lijkt de aanpak van netcongestie nog onvoldoende resultaat te hebben opgeleverd. Lokale bedrijven in Veghel hebben een voorstel ingediend om gezamenlijk de capaciteitsschaarste aan te pakken, maar tot op heden is dit initiatief nog niet van de grond gekomen. Kunnen we een reactie van de minister verwachten op dit verzoek?

Antwoord
Het kabinet verwelkomt dat Veghelse bedrijven gezamenlijk met een voorstel gekomen zijn voor een collectief energiesysteem. Het kabinet ziet vergelijkbare initiatieven op bedrijventerreinen in Tholen en op Schiphol Trade Park.

In het kader van het Landelijk Actieplan Netcongestie werken EZK, netbeheerders en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) samen aan verschillende soorten contracten voor dit soort energiehubs. Zo is het groeps-capaciteitsbeperkingscontract (groeps-CBC) nu al juridisch mogelijk. De Veghelse bedrijven hebben behoefte aan een andere vorm, de Groeps Transport Overeenkomst (Groeps-TO). Een voorstel voor deze vorm wordt op dit moment uitgewerkt door de netbeheerders en eind dit jaar aan de ACM gestuurd. Dan volgt het officiƫle code-traject en dan kan deze vorm medio volgend jaar ook in de praktijk worden toegepast.

15
De aanpak van netcongestie vraagt om meer daadkracht. Er is een amendement voorgesteld om onmiddellijk te beginnen met het creƫren van ruimte op het stroomnet, met een toewijzing van 100 miljoen euro en een streefdatum voor implementatie in 2024. Graag horen we van de minister hoe het staat met de inspanningen op zowel Europees als nationaal niveau om de vergunningverlening voor oplossingen met betrekking tot netcongestie te versnellen.

Antwoord
Sneller bouwen is een belangrijke oplossing voor netcongestie. Ik (MKE) zoek naar allerlei mogelijkheden om het proces van plan tot realisatie van netwerken te versnellen. Het goed en zorgvuldig voorbereiden van vergunningsaanvragen helpt daarbij. Om dit te bereiken passen wij voor grote infrastructuurprojecten daarom de Rijkscoƶrdinatieregeling toe. Ook bieden we provinciale en gemeentelijke overheden een capaciteits- en expertpool om vergunningverlening door deze overheden te versnellen. Verder onderzoek ik bij welke regionale elektriciteitsprojecten beroep in ƩƩn instantie mogelijk is. Daarnaast werk ik aan aanpassingen van de Omgevingswet waardoor participatie sneller kan verlopen en de netbeheerders sneller kunnen handelen. Bij het opstellen van Europese regels zet ik steeds in op bepalingen die voorkomen dat aanleg van energieinfrastructuur vertraagt. In de brief over het MIEK die ik u eind dit jaar stuur, zal ik hier nader op ingaan.

16
Er moet een gerichte ontheffing voor kleine ondernemers komen (bestelbusjes, bakker, bloemist) in de eerste jaren wanneer de zero emissie zone wordt ingesteld. Graag een reactie van de minister.

Antwoord
Het kabinet is ervan overtuigd dat er voldoende perspectief wordt geboden aan ondernemers die graag willen maar nu nog niet kunnen. Zo is er een overgangsregeling, zijn er landelijke vrijstellingen en gemeentelijke ontheffingen. Zo is er een overgangsregeling voor de bestelauto tot 1 januari 2028 en voor vrachtwagens die op 1 januari 2025 maximaal 5 jaar oud zijn tot 1 januari 2030. Voor bijzondere voertuigen hangen de overgangsregels af van de carrosseriecode. Deze regels kunnen worden gevonden op opwegnaarzes.nl. Voor bedrijven die meer tijd nodig hebben, kan er aanspraak gemaakt worden op de hardheidsclausule. Een ontheffing kan straks om verschillende redenen worden aangevraagd zoals lange levertijden, een dreigend faillissement of een naderend pensioen. Het kabinet ziet daarom geen reden voor verdere aanpassing, maar de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat houdt vanzelfsprekend een vinger aan de pols.

17
Kernenergie is nodig om onafhankelijk te worden van energie uit onvrije landen. De VVD-fractie verzoekt de minister om helderheid te geven over de bouw van de twee nieuwe kerncentrales. Eind 2023 zou Kamer geïnformeerd worden over marktconsultatie, de vervolgstudie naar financiële modellen en technische haalbaarheidsstudie. Wanneer komt deze brief?

Antwoord
Er vinden diverse trajecten plaats ten behoeve van het voorbereiden van de nieuwbouw van twee kerncentrales, om maximaal in te zetten op versnelling (ter uitvoering van de motie Hermans en Heerma (Kamerstuknummer 36 200, nr. 18). Zo voeren we processen parallel uit die normaal gesproken elkaar opvolgen. Daarom zijn we nu intensief met de regio van voorkeurslocatie Borsele in overleg om de juiste voorwaarden te scheppen.

Daarnaast vindt op dit moment een uitgebreid onderzoek en marktconsultatie plaats naar de mogelijke financieringsstructuur voor de nieuwbouw van twee kerncentrales, met ondersteuning van Ernst & Young. Dat wil zeggen de mogelijkheden voor (externe) investeringen en financiering en de verdeling van de kosten/baten en risico’s tussen markt en overheid. Ik (MKE) verken daarnaast, in nauwe samenspraak met het ministerie van FinanciĆ«n, de kaders van en de rol voor de Nederlandse overheid. Op dit moment wordt ook gestart met technische haalbaarheidsstudies door de verschillende vendors, naar de bouw op de voorkeurslocatie in Borsele. Dit zal meer inzicht geven in de totale kosten van nieuwbouw. De technische haalbaarheidsstudies en het onderzoek naar de financieringsstructuur geven gezamenlijk een beeld van de investeringslasten en operationele kosten en baten in Nederland en hoe dit wordt ingevuld met een combinatie van publieke en private middelen. Zoals aangekondigd in het debat van 13 september 2023 zal ik uw Kamer medio 2024 informeren over de uitkomst van dit traject en later dat jaar een voorstel voorleggen om de aanbesteding te starten.

18
In september was er een lithium vondst in Limburg. Verder onderzoek lijkt verstandig. Kan er meer onderzoek naar gedaan worden bij lithium bij geothermieputten? Krijgen omwonenden hiervan voordelen en kan er draagvlak aan de voorkant gecreƫerd worden, met betrokkenheid aan de voorkant?

Antwoord
Naar aanleiding van de motie van het lid Krƶger (GroenLinks; 17 februari 2022, Kamerstuk 35531, nr. 28) heb ik (SMB) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie naar de winning van lithium uit geothermiewater. Winning van lithium is technisch mogelijk. De studie is nagenoeg gereed en ik verwacht dat ik deze eind november a.s. naar de Tweede Kamer kan sturen.

Ik ben van plan om de mijnbouwwet te vernieuwen, zoals aangekondigd in de contourennota. Ik verken op dit moment of en hoe de regio kan meeprofiteren van nieuwe mijnbouwontwikkelingen, zodat nieuwe projecten dan mogelijk op meer draagvlak kunnen rekenen.

19
Mijnbouwschade wordt traag afgehandeld en er zijn verdere stappen nodig. Kan de afhandeling versneld worden? Graag een reactie van de staatssecretaris.

Antwoord
Ik (SMB) heb op 25 mei in Heerlen met de regio afgesproken om de schadeafhandeling samen te organiseren. We hebben afgesproken dat bewoners ontzorgd worden en dat er hiervoor in Limburg een instituut wordt opgericht. Onderdeel van het overleg is het zoeken naar mogelijkheden om de afhandeling te versnellen. Zoals eerder aan uw Kamer aangegeven ben ik voornemens eind oktober weer naar Limburg te gaan en dan wil ik samen met de bestuurders een akkoord hierover tekenen.

20
De VVD-fractie wil een centrum oprichten in de regio voor expertise en advies voor gedupeerden en verzoekt de staatssecretaris om een reactie op het amendement dat is ingediend in dit kader.

Antwoord
Ik (SMB) vind het net als uw Kamer belangrijk dat de afhandeling van mijnbouwschade in Limburg voortvarend opgepakt wordt. Ik ben samen met de regio bezig om hiervoor een regeling op te stellen. Ik ben met de regio overeengekomen dat in Limburg een instituut wordt opgericht. Samen met de regio geef ik momenteel vorm aan een Instituut voor mens, milieu en mijnbouw (I3ML). Ik wil daarbij benadrukken dat ik het daarbij van belang vind dat dit instituut een regionale bestuurlijke verankering krijgt (zie ook mijn antwoord op vraag 19). Ik zal bij het WGO op 12 oktober mondeling op het amendement terugkomen.

21
Is de minister bereid om de concrete reductiedoelstelling van 25% uit de State of the Union van Von der Leyen inzake regeldruk te omarmen en om te zetten in beleid? En wat is richting andere departementen nodig om dit voornemen uit te voeren? Hoe zit het met voornemen uit het coalitieakkoord om ATR meer bevoegdheden te geven?

Antwoord

Het kabinet is blij met deze Europese ambitie, alhoewel het momenteel nog niet geheel duidelijk is hoe de commissie hier invulling aan wil geven. Temeer omdat een aanzienlijk deel van de nationale regeldrukkosten hun oorsprong in Europese verplichtingen vindt.

In het verleden hebben we echter ondervonden dat generieke reductiedoelstellingen niet altijd passend zijn voor de nationale situatie. In jaren dat er in Nederland wel sprake was van een generieke kwantitatieve doelstelling, gaven ondernemers aan hier niets van te merken. De hoogte van de totale regeldrukkosten in Nederland zegt namelijk niet zo veel over de ervaren regeldruk voor een individuele ondernemer. Hierom heeft het kabinet gekozen voor een aanpak gericht op aspecten waar een ondernemer wel iets van merkt; de werkbaarheid, proportionaliteit en helderheid van regelgeving.

Uw Kamer kan dit terugzien in bijvoorbeeld de MKB-indicatorbedrijven-aanpak, de MKB-toets en de Life-eventsaanpak. Maar ook in meer specifieke knelpunten die doorlopend worden geadresseerd zodra ze aan het licht komen. Enkele voorbeelden:

  • Fietsregeling: door vereenvoudiging van de bewijslast zijn de administratieve lasten verlaagd bij het vaststellen van een onbelaste reiskostenvergoeding.

  • De uitgifte van BTW-identificatienummers is verkort. Startende ondernemers kunnen deze nu inzien op MijnBelastingdienst Zakelijk.

  • Er is een handige tool ontwikkeld voor het afvalfonds bedrijven waarbij bedrijven in 1 oogopslag kunnen zien of zij afdracht plichtig zijn.

Voor wat betreft het voornemen om het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) meer bevoegdheden te geven kan uw Kamer zeer binnenkort het wetsontwerp verwachten waarmee ATR een permanente status krijgt. Hierin is ook een mandaatsverbreding opgenomen die inhoudt dat ATR voortaan ook advies kan geven over de regeldrukgevolgen voor Nederland van belangrijke Europese voorstellen. Tevens wordt de mogelijkheid geschapen dat ATR ook formeel kan adviseren in de beleidsvormende fase.

22
Kan de minister inzichtelijk maken wat nodig is om de aanjagende positie van ROM’s en innovatiekracht te versterken? Hoe staat het met dit onderzoek?

Antwoord
Naar aanleiding van de motie Amhaouch (Kamerstuk 36 300 XIII, nr. 55) stel ik (MEZK) samen met de provincies en ROM’s een meerjarenplan op. Het onderzoek waar het lid Van Strien naar refereert, neem ik hierin mee. Ik ben voornemens het meerjarenplan uw Kamer in Q4 2023 te doen toekomen.

23
Is de minister bereid om zich in te zetten op strategisch aanbesteden, de innovatieve industrie behouden en het beschermen van economische veiligheid? In Italiƫ en Frankrijk gebeurt maritieme aanbesteding bijna volledig in de landen zelf, hoe reflecteert de minister hierop en kunnen wij dit hier ook doen? Helpt de Nederlandse overheid bedrijven om hun stevige positie in de markt te behouden en kunnen wij er voor zorgen dat middelen uit het klimaatfonds meer ten goede komen van Nederlandse bedrijven? We presenteerden een zwartboek aanbesteden: hoe staat het met de reactie van de minister hierop? Kan ze reageren op mogelijkheden om strategischer en slimmer aan te besteden in andere sectoren dan alleen in de maritieme sector? De VVD-fractie verzoekt een indicatie van hoeveel aanbestedingen in Nederland aan EU-landen en derde landen gegeven worden en hoe de Nederlandse industrie hierbij betrokken wordt. Is ze bereid om de komende tijd een herziening van de aanbestedingsstrategie in gang te zetten?

Antwoord
In de beantwoording van de feitelijke vragen nummer 29 en 35 over deze begroting ben ik (MEZK) ingegaan op hoe we als overheid meer kunnen inzetten op strategisch aanbesteden om doelen zoals innovatie te stimuleren en de industrie te beschermen tegen oneerlijke concurrentie. Ik heb daarin onder andere gewezen op initiatieven zoals Inkopen met impact en het Manifest Maatschappelijke Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen.

U vroeg om een reactie op het zwartboek aanbesteden in de maritieme maakindustrie en een reflectie op dat het gros van de aanbestedingen door Italiƫ en Frankrijk aan eigen industrie worden gegund. Ik zal in de sectoragenda maritieme maakindustrie nader ingaan op hoe Nederland het strategisch belang van de maritieme maakindustrie nadrukkelijker kan meenemen in het inkoopbeleid van de overheid, bijvoorbeeld door het stellen van bepaalde gunningscriteria. Deze agenda wordt op 26 oktober a.s. gelanceerd en aan uw Kamer aangeboden.

Tot slot vroeg u naar een beeld over hoeveel aanbestedingen binnen en buiten de EU worden gegund. Uit cijfers van TenderNed blijkt dat in de periode van 2019-2022 ongeveer 0,5 procent van de Nederlandse aanbestedingen is gegund aan bedrijven uit derde landen.

Ik vind het onwenselijk als andere lidstaten hun markten afschermen voor Nederlandse ondernemers. Ik kan en wil het Nederlandse bedrijfsleven graag steunen om voldoende kansen in Nederland Ʃn Europa te kunnen pakken.

24
Met betrekking tot de verduurzaming van het MKB komt 150 miljoen in 2025 beschikbaar. Is er geen ruimte om die gelden naar voren te halen?

Antwoord
Voor de de aanscherping van de energiebesparingsplicht naar 7 jaar en de ondersteuning van het mkb is € 150 miljoen gereserveerd in het Klimaatfonds. Dit moet nog nader uitgewerkt worden en is gekoppeld aan de voorwaarde van voldoende voortgang ten aanzien van de aanscherping van de energiebesparingsplicht in 2027. Hier vindt in het voorjaar van 2024 besluitvorming over plaats. Daarna kunnen de middelen bij positieve beoordeling na autorisatie van beide Kamers al halverwege 2024 beschikbaar komen. Het risico op vertraging is dus beperkt.


Antwoorden op de vragen gesteld door de SP-fractie

26
Het politiek economische systeem maakt mensen ziek. Uw ministerie stelt miljarden beschikbaar voor vervuilende bedrijven. Waarom luistert de minister niet naar de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid en stopt ze met deze bedrijven om te pamperen met subsidies en prijsplafond?

Antwoord
Ik (MEZK) heb, namens het kabinet, voor de zomer een perspectief over de richting van de economie om ons land welvarend en zo toekomstbestendig mogelijk te houden aan uw Kamer verzonden (30 juni 2023, Kamerstuk 33009, nr. 131). Die economie stelt brede welvaart centraal en is (1) innovatief, (2) duurzaam, (3) met een sterke positie van Nederland in een weerbaar Europa, en (4) laat de Nederlandse samenleving meedoen en meeprofiteren van de brede welvaart. Het is mijn overtuiging dat beleid in lijn met die vier pijlers leidt tot een sterke economie en een hoge kwaliteit van leven hier en nu, van toekomstige generaties en mensen elders in de wereld.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft een aantal weken geleden een rapport gepubliceerd getiteld ā€˜Goede Zaken. Naar een grotere maatschappelijke bijdrage van ondernemingen.’ Het kabinet bestudeert momenteel dit rapport. Ik zal namens het kabinet een kabinetsreactie naar uw Kamer sturen; ik verwacht dit in het eerste kwartaal van volgend jaar.

27
De SP-fractie roept de minister op om te stoppen met plastic-pesttaksen. Waarom betalen we voor plastic bakjes? Mensen betalen nu meer, maar de extra 15 cent gaat naar de snackbarhouder en er wordt net zoveel plastic gebruikt als eerst. Wat voor nut heeft dit?

Antwoord
Circulaire plasticsmaatregelen liggen op het terrein van mijn collega-bewindspersoon van Infrastructuur en Waterstaat. Ik (MKE) zal kort reageren. Elke dag gooien we in Nederland 19 miljoen bekers en bakjes weg na eenmalig gebruik. Dit is onnodig veel afval, waarvan een deel zwerfafval wordt. Dat is schadelijk voor het milieu en moet en kan anders.

Er zijn signalen dat ondernemers de heffing niet lijken aan te wenden voor het verduurzamen van hun verpakkingenbeleid. In de regeling is gekozen om ondernemers enige keuzevrijheid te geven: ze moeten een herbruikbaar alternatief aanbieden, eventueel in de vorm van ā€˜bring your own’. Hieraan kunnen voor de ondernemers kosten verbonden zijn, die gedekt kunnen worden uit de opbrengst van de heffing. Doordat ze verplicht zijn om een herbruikbaar alternatief aan te bieden, worden er in ieder geval stappen richting verduurzaming gezet.

Hierdoor is het niet zo dat de consument meer betaalt en dat daarnaast alles bij het oude blijft. Mocht tijdens de evaluatie blijken dat ondernemers bewust blijven kiezen voor wegwerp en de opbrengst van de heffing incasseren zonder er een alternatief mee te bekostigen, dan zal mijn collega van Infrastructuur en Waterstaat goed naar dit deel van de regeling kijken.


Antwoorden op de vragen gesteld door de D66-fractie

28
Er is nog geen maatwerkafspraak gemaakt met grote bedrijven terwijl de minister er 20 wilde sluiten. Zou de minister zichzelf een rapportcijfer kunnen geven voor de maatwerkaanpak? Zou de minister zich meer kunnen inzetten om harde bindende deadlines te stellen aan grote uitstoters?

Antwoord
De maatwerkaanpak ligt goed op koers. In de recente voortgangsbrief maatwerk heb ik aangegeven wat de verwachte opbrengst is van de Expressions of Principles (EoP) die tot nog toe zijn getekend. Daaruit blijkt dat we met de betreffende bedrijven al een belangrijk deel van de klimaatopgave van de industrie in beeld hebben: 10 Mton CO2-reductie. Als we ook het potentieel meenemen van de EOPs die in de pijplijn zitten, is dat zo’n 14,5 Mton. Met de verwachte CO2-reductie die bij de andere maatwerkbedrijven te realiseren is, kunnen we de beoogde 16 Mton CO2-reductie bereiken. Ik verwacht zeer binnenkort weer een volgende EoP te tekenen – de negende – en er zijn nog twee in een vergevorderd stadium. De overige bedrijven heb ik gevraagd dit najaar aan te geven of zij perspectief zien op een EoP. Ik wil de focus vanaf nu leggen op de bedrijven die echt willen en kunnen. Ondertussen gaat de uitwerking van de Joint Letters of Intent (JLOI) onverminderd door. Bedrijven moeten, gelet op de doorlooptijden van de projecten, de komende jaren hun besluiten nemen en investeringen gaan doen. In dat licht acht ik een hardere deadline voor de maatwerkafspraken niet nodig. We stellen ook al eisen voor de industrie zowel Europees via de ETS als nationaal via de CO2-heffing. Bovendien is het ook praktisch gezien niet mogelijk aan te geven welk bedrijf wanneer een JLOI en vervolgens een bindende maatwerkafspraak zal tekenen. Het gaat om belangrijke strategische keuzes die ook door hoofdkantoren en aandeelhouders gedragen moeten worden. Daarnaast moet de technische en economische uitwerking van projecten en business cases worden gemaakt en beoordeeld in een context met grote onzekerheden over onder meer energie- en grondstofprijzen. Ook als overheid hebben wij nog het nodige te doen om onzekerheden weg te nemen en routes voor verduurzaming, zoals elektrificatie en waterstof, te openen. In plaats van spreken over deadlines, werk ik dus liever aan het verkleinen van risico’s om zo investeringsbeslissingen te bespoedigen. Zo ga ik onverminderd en met volle snelheid door om met de maatwerkaanpak de investeringsrisico’s voor de bedrijven te verminderen met het oog op de klimaatdoelen. De resultaten tot nu laten zien dat we op de goede weg zijn.

29
Zit deze minister er alleen maar voor gevestigde fossiele belangen? Kan de minister een inschatting geven van hoeveel jonge bedrijven het niet hebben gered, omdat hun vieze concurrenten fossiele subsidies krijgen?

Antwoord
Om de emissiereductiedoelen te halen en een circulaire economie te realiseren, zal de bestaande industrie hun installaties moeten verduurzamen en hun waardeketens aanpassen. Hun investeringen zijn ook nodig om op termijn van fossiele energie af te kunnen stappen. Het belangrijkste instrument dat wij hebben om bedrijven te ondersteunen bij het doen van de benodigde investeringen is de SDE++, waarmee we onrendabele projecten rendabel maken. Deze SDE++ is toegankelijk alle bedrijven, ongeacht hun bestaande activiteiten, dus daarmee ook voor jonge bedrijven. Opbouw van nieuwe duurzame industrie is daarmee nadrukkelijk onderdeel van het groene industriebeleid.

Ik (MEZK) kan geen inschatting geven van het aantal jonge bedrijven dat het niet heeft gered uitsluitend als gevolg van ā€˜fossiele voordelen’ die ten goede kwamen aan hun concurrenten. Deze gegevens worden voor zover ik weet niet bijgehouden.

Wel blijkt uit het Jaarbericht van de Staat van het MKB 2022 dat er ruim 1000 startups en scale-ups actief zijn in de bedrijfstakken energie/klimaat en landbouw/voedsel. Dat zijn bedrijfstakken die wellicht concurrentie ondervinden van bedrijven die gebruik maken van lage tarieven en vrijstellingen in de energiebelasting op fossiele energiedragers en grondstoffen. Aan de andere kant geldt dat het kabinet ook kijkt hoe het dit soort innovatieve bedrijven kan ondersteunen, bijvoorbeeld via slimme normering, zoals via de aangekondigde plasticnormering beoogd wordt.

Voor het opschalen van kansrijke niet-fossiele technieken zie ik dat bedrijven ons instrumentarium weten te vinden. In het dashboard klimaatbeleid wordt bijgehouden hoeveel van de innovatiemiddelen naar het mkb gaat. In de jaren 2019 – 2021 was dat ongeveer de helft. Ook toont het dashboard hoeveel projecten er met behulp van instrumenten als de DEI (regeling Demonstratie Energie en Klimaatinnovatie) en VEKI (regeling Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie) tot stand komen: in 2021 waren dat er 63.

30
Kan de minister inzicht geven in de totale omvang van de Nederlandse investeringen, publiek en privaat, die waardeloos worden omdat we onze klimaatdoelen willen halen, de zogenoemde stranded assets?

Antwoord
De gevraagde inventarisatie acht ik (MEZK) niet uitvoerbaar, om twee redenen:

  • Binnen de investeringen die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bijhoudt, wordt nu nog geen onderscheid gemaakt naar duurzaam of niet duurzaam.

  • Een transitie of eigenlijk systeemtransformatie gaat gepaard met veel onzekerheid. Zo weten we niet nu al welke technologieĆ«n en innovaties op termijn dominant zullen blijken te zijn. Welke investeringen daarmee stranded assets zullen blijken te zijn, is daardoor nu niet vast te stellen.

31
De staatsschuld loopt te ver op als gevolg van subsidies voor het klimaatbeleid. Delen beide ministers de opvatting dat het tijd is om meer te gaan normeren en beprijzen?

Antwoord
Het kabinet zet in op een mix van subsidiƫren, beprijzen en normeren. Naast adequate beprijzing en normering blijven subsidies nodig om richting te geven aan de gewenste (technologische) ontwikkeling van de klimaat en energietransitie en betaalbaarheid voor burgers en bedrijven te waarborgen. Normerend en beprijzend beleid is belangrijk om de klimaatdoelen te realiseren. Daarom was dit ook een belangrijk uitgangspunt bij de klimaatmaatregelen die dit kabinet heeft ingezet. Het kabinet doet dit dus al: bijvoorbeeld bij het verplichten van de hybride warmtepomp, de verplichting van zonnepanelen op grote nieuwe daken, de aanscherping van de CO2-heffing en de heffing voor de glastuinbouw. Uiteindelijk wil het kabinet een goede balans vinden tussen normering, beprijzing en subsidiƫring.

Onderzoek van de OESO laat zien dat Nederland voorop loopt als het gaat om normeren en beprijzen bij de industrie.

Europees hebben we het emissiehandelsstelsel ETS: in 2039 geen nieuwe emissierechten voor de industrie. Daarbovenop doen we op nationaal niveau het onderstaande extra:

  • CO2-heffing industrie en CO2-minimimprijs

  • Energiebelasting: verhoging van belasting voor bedrijven en afschaffen van vrijstellingen

  • Energiebesparingsplicht: ook ETS voor bedrijven en wordt aangescherpt naar 7 jaar

  • Duurzame plastic normering: het voornemen is om de norm op te laten lopen tot 25-30% recyclaat of biogebaseerd plastic in 2030. De exacte hoogte van de maatvoering zal uiterlijk medio 2026 worden vastgesteld.

De komende jaren zal bij eventuele nieuwe klimaatmaatregelen weer worden gekeken naar een goede mix van subsidiƫren, normeren en beprijzen. Aanvullend zullen we bij het programma circulair kijken hoe we de aanpak van circulaire plastics ook breder kunnen toepassen.

32
Een toekomstbestendig vestigingsklimaat is nodig. De transitie biedt kansen, maar achterblijven in deze transitie brengt risico's en onzekerheden voor het investeringsklimaat met zich mee. Waar ziet de minister binnen de Europese staatssteunafspraken mogelijkheden om ondernemers op dit vlak te helpen?

Antwoord
Het verduurzamen van het productieproces is essentieel voor de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. Het kabinet ziet hier veel kansen voor binnen de Europese staatsteunkaders en daarom zetten we hier een breed pallet aan ondersteuning op in op drie onderdelen:

(1) informatie, inspiratie en kennisontsluiting, waarin we bedrijven ondersteunen met kennis hoe het productie te verduurzamen via bijvoorbeeld het platform verduurzaming industrie (PVI) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Versnellingshuis Circulair. (2) onderzoek en ontwikkeling omdat voor lang niet elke verduurzaming de juiste kennis of techniek al beschikbaar of de techniek al toepasbaar is. Daarom bieden we programma’s en regelingen die het bedrijfsleven ondersteunen om wel tot nieuwe kennis en/of technieken te komen via o.a. de Wet Bevordering Speur en Ontwikkelwerk (WBSO), de mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) en Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI). (3) Stimulering Om bedrijven te stimuleren uitontwikkelde verduurzamingstechnieken toe te passen, mede door middel van engineering. Hiervoor is een breed pakket aan maatregelen beschikbaar. Dit doen we onder andere door fiscale maatregelen zoals de Energie Investeringsaftrek (EIA), subsidies voor onrendabele delen zoals de Versnelde Klimaatinvestering industrie (VEKI), en Kredietmaatregelen zoals de Borgstelling mkb-kredieten.

33
Ik verzoek de minister om in te gaan op effecten van innovatieprojecten op de lange termijn waarvoor gelden uit het NGF worden gehaald? Wat doet dat met ons toekomstig verdienvermogen?

Antwoord
Het Nationaal Groeifonds heeft als doel om ons duurzaam verdienvermogen te versterken. Duurzaam verdienvermogen is gedefinieerd als het bruto binnenlands product dat Nederland op de lange termijn op structurele basis kan genereren, met oog voor een economische, sociale en milieuvriendelijke duurzame toekomst voor de aarde en voor huidige en toekomstige generaties.

Deze economische groei moet zorgen voor toekomstige brede welvaart in de vorm van meer bestedingen en de ruimte bieden om te investeren in sociale vooruitgang, een goede kwaliteit van de leefomgeving en maatregelen die klimaatverandering tegengaan. Met het Nationaal Groeifonds zorgen we ook dat Nederland een rol zal spelen in belangrijke waardeketens van de toekomst. Daarmee vergroten we de weerbaarheid van de Nederlandse economie.

Vanuit het Nationaal Groeifonds worden grootschalige investeringen gedaan op het gebied van kennisontwikkeling en onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Investeringen in deze terreinen dragen bij aan structurele en duurzame economische groei. Het kabinet heeft als ambitie om de uitgaven voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie te laten stijgen naar 3% van het bbp. Dat was in 2021 2,26%.

Het kabinet heeft € 20 miljard beschikbaar gesteld voor het Nationaal Groeifonds voor de periode 2021 – 2025. Er zijn inmiddels drie investeringsrondes geweest, waarbij over 52 projecten positief besloten is. Hiermee was een bedrag van € 11,8 miljard gemoeid. Door de publiek-private opzet van het Nationaal Groeifonds wordt minstens dezelfde hoeveelheid aan publieke en private cofinanciering uitgelokt.

Vanuit het Nationaal Groeifonds wordt onder andere geïnvesteerd in groene innovaties, zoals de ontwikkeling van circulaire zonnepanelen en de verduurzaming van de lucht- en scheepvaart. Ook wordt geïnvesteerd in de digitalisering van het onderwijs, de ontwikkeling van medicijnen tegen kanker, sleuteltechnologieën en de bestrijding van laaggeletterdheid.

Als er minder middelen voor het Nationaal Groeifonds beschikbaar komen, kan er minder worden geĆÆnvesteerd in kennisontwikkeling en onderzoek, ontwikkeling en innovatie. De verwachting is dat de doelstelling van het fonds dan in mindere mate wordt bereikt.

34
Wat heeft de minister gedaan om de groei te faciliteren (opschaling van start-up naar scale-up)? Kan de minister toelichten of en hoe regelingen (seed business angel regeling) in haar termijnen zijn verbeterd, welke stappen zijn er genomen gegeven de aanbeveling van het PWC-rapport over maatregelen die kunnen worden genomen ter stimulering van business angel regeling.

Antwoord
Groei faciliteren (opschaling van start-up naar scale-up)
Mijn inzet om de groei van jonge innovatieve tech-bedrijven te versnellen heb ik (MEZK) in mei gepresenteerd in de Kamerbrief startups en scale-ups als motor voor transities en groei (Kamerstuk 32637, nr. 567). Zo verlengen we het Techleap.nl programma voor 3 jaar om de doorgroei van startups en scale-ups te stimuleren, met name van deep tech startups.

Voor de groei van startups en scale-ups zijn daarnaast verschillende financieringsinstrumenten beschikbaar zoals de Seed Capital regeling, de ROM’s, en het deeptech fonds en het Dutch Future Fund bij Invest-NL. Ook heb ik recent acties ondernomen om de financiering voor start- en scale-ups verder te versterken. Zo heb ik middels de Vroege Fase Financieringsregeling € 38,25 miljoen additioneel beschikbaar gesteld voor 2024-2027. Daarnaast heb ik recent aangekondigd dat Nederland € 100 miljoen inlegt in het European Tech Champion Initiative ten behoeve van de financiering van Nederlandse scale-ups. Tot slot kijk ik samen met Invest-NL hoe we pensioenfondsen kunnen stimuleren meer te investeren in innovatieve scale-ups.

Seed Business Angel regeling

In mijn reactie op het PWC-onderzoek heb ik (MEZK) aangegeven dat ik met de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingen zal bezien hoe durfkapitaalinvesteringen worden belast in het toekomstige box 3 stelsel (Kamerstuk 32637, nr. 502). Hier heb ik opvolging aan gegeven. In box 3 wordt nu gekeken naar een uitzondering voor investeringen in startups en scale-ups, zodat deze pas worden belast als het rendement is gerealiseerd op basis van een vermogenswinstbelasting. Daarnaast is de Seed Business Angel regeling de afgelopen jaren verbeterd. Zo kunnen sinds 2021 groepen van tien business angels een aanvraag indienen. Voorheen was dit maximaal twee business angels. Naar aanleiding van onderzoek van KplusV uit 2020 is daarnaast ingezet op het vergroten van de bekendheid van de regeling. De regeling wordt de komende maanden geƫvalueerd. Deze evaluatie geeft handvatten voor het verder verbeteren van de regeling en wil ik afwachten voordat ik verdere wijzigingen ga doen aan de regeling. Ik zal uw Kamer hierover informeren in Q2 2024.

35
Kan de minister terugkoppelen hoe het staat met de aangenomen motie de Jong c.s. om nog dit jaar met de ROM’s en provincies inzichtelijk te maken wat er nodig is om aanjagende positie te versterken om de innovatiekracht in de regio te ontsluiten?

Antwoord
Momenteel worden samen met de provincies en ROM’s gesprekken gevoerd over wat nodig is om de positie van de ROM’s te versterken, zoals gevraagd in motie Romke de Jong cs. (Kamerstuk 33009, nr. 124). Dit wordt meegenomen in het meerjarenplan voor de ROM’s. Ik (MEZK) ben, zoals eerder toegezegd, voornemens het meerjarenplan de Kamer in Q4 toe te sturen.

Antwoorden op de vragen gesteld door de PvdA-fractie

36
Krijgen we een deal over maatwerkafspraken en is het sluiten van de meest vervuilende fabrieksonderdelen onderdeel van die deal? Is de minister het ermee eens dat de CEO van Tata Steel achterover leunt? Merkt zij dat ook? En is zij bereid om stok klaar te zetten (en wat is die stok dan, zodat Tata proactief aan tafel komt) en ervoor te zorgen dat er groen staal komt en de lucht schoner wordt?

Antwoord
Tata Steel heeft in de zomer de plannen voor de verduurzaming gewijzigd. Ik (MEZK) verwacht nu eind deze maand de uitwerking van het nieuwe plan van Tata Steel. Ik ga dat plan beoordelen. Daarbij is het realiseren van voldoende milieuwinst en CO2-reductie essentieel. Ook de sluiting van vervuilende installaties wanneer de nieuwe installaties worden opgestart moet zoals afgesproken in de Expression of Principles onderdeel zijn van dat plan.

De CEO van Tata Steel Limited kan zich niet veroorloven achterover te leunen als Tata Steel in Nederland wil blijven: Zonder verduurzaming zullen stijgende ETS kosten en CO2-heffing het bedrijf de das omdoen. Ik heb de indruk dat hij zich daarvan bewust is.

Ons klimaatbeleid kent een aantal harde stokken voor bedrijven die niet willen verduurzamen. De versnelde afbouw van ETS rechten tot nettonul in 2039, borgt de lange termijn verduurzaming van bedrijven zoals Tata Steel. De CO2-heffing borgt de realisatie van de 2030 verduurzamingsdoelen.

De keuze is uiteindelijk aan het bedrijf: als TSN in Nederland wil blijven zal het moeten verduurzamen en milieuverbeteringen moeten doorvoeren.

37
De PvdA-fractie verzoekt de minister om een toezegging dat ze probeert om principe-afspraken, intentieverklaringen en maatwerkafspraken voor elkaar te krijgen, maar wel eerst naar de Kamer komt voordat zij een dergelijke verklaring tekent.

Antwoord
Uw Kamer heeft maatwerk niet controversieel verklaard. Integendeel: uw Kamer heeft juist aangegeven dat ik (MEZK) door moet gaan. Ik ga daarom voortvarend door, waarbij de zorgvuldigheid dus is geborgd middels het gefaseerde en transparante proces, met uitvoerige gesprekken en onderhandelingen met het betreffende bedrijf.

Daarin neem ik uw Kamer op de volgende manieren mee:

  1. De verschillende producten (ook de EOP en de JLoI) worden openbaar gemaakt;

  2. De externe adviescommissie toetst de concept JLoI. Dit advies wordt ook openbaar gemaakt en aan uw Kamer gestuurd.

  3. Op het moment dat er financiƫle middelen voor maatwerk uit het klimaatfonds nodig zijn heeft uw Kamer hiervoor het budgetrecht.

  4. Tot slot wordt uw Kamer regulier geĆÆnformeerd over de voortgang van maatwerk middels de halfjaarlijkse voortgangsrapportages.

Daarmee is een zorgvuldig en transparant proces geborgd en kunnen we ook vaart houden.

38
Waar gaat de eerste groene waterstof heen en waar wordt het eerste elektriciteitsnet verzwaard?

Antwoord
De inzet van het kabinet is ervoor te zorgen dat industrie in Nederland snel kan verduurzamen. Daarom heeft het kabinet met het Nationaal Plan energiesysteem (NPE) ervoor gekozen om duurzame energie maximaal op te schalen. Ook kiest het kabinet in het NPE ervoor om groene waterstof vooral in te zetten in de industrie en het zwaar transport omdat daar vaak geen alternatief is.

Bij de aanleg van de benodigde infrastructuur kan niet alles tegelijk. In de planning kijkt het kabinet in eerste instantie naar de benodigde infrastructuur voor de grote industriële clusters, omdat daarmee de grootste CO2-winst kan worden gehaald. Specifiek voor de uitbreidingen op het elektriciteitsnet geldt het prioriteringskader voor de uitbreidingsinvesteringen van netbeheerders. Zo stuurt het kabinet op het realiseren van netuitbreiding met een zo groot mogelijke maatschappelijke impact, waarbij het uitgangspunt is om extra gewicht en daarmee prioriteit te geven aan MIEK-projecten. Hierover heb ik (MKE) uw Kamer dit voorjaar geïnformeerd (Kamerstuk 29826, nr. 174 op 17 maart jl.). In het voorjaar van 2024 zal ik uw Kamer informeren over de toepassing van het prioriteringskader op de investeringsplannen van de netbeheerders voor de periode 2024-2033.

39
Zowel bouwend Nederland als de havens lopen miljarden mis door de stikstofonzekerheid. Hoe schat de minister de schade in van stikstofonzekerheid voor aankomend jaar?

Antwoord
Ik (MEZK) deel uw zorgen over de investeringen die we mislopen als gevolg van de stikstofcrisis. Een exact getal om hoeveel het hierbij gaat voor aankomend jaar kan ik helaas niet geven; dat zou inzicht vergen in de investeringsplannen van bedrijven hier en van potentiƫle buitenlandse investeerders, en dat inzicht heb ik niet. Desalniettemin onderschrijf ik uw zorgen over de economische gevolgen van beperkte vergunningverlening. Daarom zet dit kabinet in op een evenwichtige stikstofreductie in alle sectoren. Zo kan de staat van de natuur verbeterd worden, en kan Nederland weer van het slot.

40
Waarom is 50% stikstofreductie geen onderdeel van de maatwerkafspraken?

Antwoord
De industrie draagt 2% bij aan de stikstofdepositie in onze natuur. De industrie en energiesector hebben sinds 1990 hun NOx-uitstoot met 79% verminderd en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) raamt dat die uitstoot tot 2030 nog verder zal dalen. Die verdere daling is onder meer het gevolg van het klimaatbeleid en het luchtkwaliteitsbeleid.

De maatwerkaanpak is primair gericht op CO2-reductie bij de top-20 landelijk grootste CO2-uitstoters, en ook stikstofreductie maakt deel uit van de afspraken. Hoeveel stikstofreductie bij een individueel bedrijf realistisch is, is sterk afhankelijk van de specifieke installaties. Het opnemen van een vast reductiepercentage is daarom niet zinvol. Voor stikstofreductie geldt dat de afspraken daarover bijdragen aan het realiseren van het indicatieve sectordoel voor NOx-reductie in de industrie en energiesector van 38% in 2030 ten opzichte van 2019. Daarom wordt er ook maximaal ingezet om stikstofreductie mee te nemen in de maatwerkafspraken.

41
Kan de minister de vijf miljard van kernenergie inzetten voor het isolatieoffensief?

Antwoord
Voor de klimaat- en energietransitie is zowel kernenergie als isolatie van belang. Voor het realiseren van de kabinetsambitie op kernenergie is de € 5 miljard uit het Klimaatfonds gereserveerd. Deze zal ik (MKE) dan ook niet inzetten voor isolatie. Bovendien is voor 2024 en 2025 bij elkaar al meer dan € 650 miljoen uit het Klimaatfonds beschikbaar gesteld voor het Nationaal Isolatieprogramma ten behoeve van subsidie voor isolatiemaatregelen via de ISDE. Door de kabinetten Rutte III en IV is tot en met 2030 in totaal ca. €13 mld. beschikbaar gesteld voor verduurzamingsmaatregelen in de gebouwde omgeving.

Antwoorden op de vragen gesteld door de CDA-fractie

42
De CDA-fractie zou graag zien dat de industrie en belangrijke kennisinstellingen en overheid meer gaan overleggen. Wij zien een nationaal strategisch industrie en technologietafel hiervoor als een oplossingsrichting die we graag willen laten verkennen. Kan de minister hierop reflecteren? Dit kan naar het voorbeeld van een paar Europese landen of naar het voorbeeld van de European Round Table for Industry.

Antwoord
Zoals ik (MEZK) in mijn Perspectief op de economie (30 juni 2023, Kamerstuk 33009, nr. 131) uiteen heb gezet, is een toekomstige economie gestoeld op de vier pijlers (1) innovatief, (2) duurzaam, (3) een sterk Nederland in een weerbaar Europa en (4) mensen participeren en profiteren in voldoende mate van economische groei. Een sterke, technologisch hoogwaardige industrie is van belang voor alle pijlers en in het bijzonder innovatief en weerbaar.

Binnen het huidige missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid werken bedrijven, kennisinstellingen en overheden intensief met elkaar samen om economische kansen van maatschappelijke opgaven en sleuteltechnologieƫn te realiseren. De boegbeelden van de Topsectoren zijn hierin de adviseur van de Minister van Economische Zaken op vlak van Innovatie- en Industriebeleid.

Als onderdeel van dit beleid zijn vele publiek private innovatieprogramma’s ontwikkeld die een bijdrage hebben geleverd aan de versterking van de Nederlandse economie. Dit reflecteert zich onder andere in een relatief hoge Nederlandse positie op de rankinglijsten van innovatieve en concurrende economieĆ«n.

Ik ben me bewust van de snelheid van geopolitieke, technologische en maatschappelijk veranderingen. En een technologietafel zou een mogelijkheid kunnen zijn om hier vanuit een breed perspectief op te kunnen reageren en acteren. Wel wil ik waken voor te veel verschillende tafels waar met elkaar gesproken wordt.

43
Als we Nederland willen optillen, moeten we alle regio's optillen. Het rapport Elke regio telt! bevestigt het verhaal van de CDA-fractie. Structurele investeringen in regionale ontwikkelingen zijn nodig. Hoe ziet de minister deze verantwoordelijkheid? In de begroting lees ik dat er een economische agenda voor de regio komt, maar deze is nog niet uitgewerkt en zit verstopt in de tekst. Graag hier een toelichting op.

Antwoord
In Perspectief op de Nederlandse economie benoem ik (MEZK) het belang van brede welvaart voor iedereen. En in dat verband de kansen en knelpunten in regio’s. Heb dus zeker oog voor het versterken van regionale economieĆ«n. Ik investeer ook in regionaal economische ontwikkeling, via bijvoorbeeld de ROM’s en met Europese programma’s voor versterking van regionaal economische ontwikkeling (o.a. JTF, EFRO, Interreg). Ook het Groeifonds heeft regionaal veel impact. En met het oog op de brede welvaart investeert het kabinet via de regiodeals in versterking van regio’s. In deze aanpak is extra aandacht voor kwetsbare regio’s. Ook het programma Ruimte voor Economie, dat ik binnenkort aan de Kamer zal toesturen, raakt aan de uitdagingen waar onze regio’s voor staan.

Verder zijn vooral de regionale overheden aan zet. En zij kunnen dat ook het best. Vanuit eigen visies en agenda’s investeren zij in hun regionale economieĆ«n. Met de economische agenda in de begroting doelt de heer Amhaouch waarschijnlijk op de Economische Agenda Groningen, die in de kabinetsreactie op de Parlementaire enquĆŖte is aangekondigd.

Zaak is ook om economische groei te bezien vanuit een breed welvaartsperspectief. Het gaat dus niet alleen over economie, maar ook over gezondheid, mobiliteit, onderwijs en leefomgeving. De reactie op het RLI-advies ā€˜Elke regio telt’ vraagt dus om een brede Kabinetsreactie. Die wordt opgesteld onder regie van BZK in samenspraak met de regionale overheden.

44
Hoe gaat de minister het ongelijke speelveld wegnemen bij ambachtelijk riet in Overijssel in tegenstelling tot Chinees riet (er is sprake van subsidie op Chinees riet)?

Antwoord
Er is geen sprake van een ongelijk speelveld. De ISDE-regeling maakt niet op voorhand onderscheid naar land van herkomst. Ook voor Nederlands riet kan een ISDE-meldcode worden aangevraagd die zal worden verleend als kan worden aangetoond dat het voldoet aan de vereiste minimum isolatiewaarde. Als een meldcode is verleend voor Nederlands riet kan ook subsidie worden aangevraagd voor Nederlands riet.

45
Hoe is de minister betrokken bij de crisisregeling personeelsbehoud? En wanneer kunnen we iets tegemoet zien?

Antwoord
SZW is verantwoordelijk voor de Crisisregeling Personeelsbehoud. De laatste stand van zaken over de uitwerking van de regeling is naar de Kamer gestuurd op 30 juni 2023 (Kamerstuk 29544, nr. 1208). Daarnaast is in de brief van 6 oktober 2023 (Kamerstuk 29544, nr. 1220) reeds aangekondigd dat het wetsvoorstel naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 in internetconsultatie gaat. Het is de verwachting dat het wetsvoorstel in het vierde kwartaal van 2024 gereed is voor indiening bij de Tweede Kamer.

46
Kan de minister toezeggen dat er de komende ƩƩn Ơ twee jaar voldoende financiƫle middelen blijven zodat door corona getroffen ondernemers kunnen blijven doen wat ze doen?

Antwoord
Hulp en advies voor ondernemers met problematische schulden behoort tot het vaste werkterrein van de KVK. De KVK beschikt over voldoende middelen om deze dienstverlening op de juiste manier uit te voeren. Dit zal ook in de komende jaren het geval zijn. Ook voor OKB is een structurele financiƫle bijdrage geregeld, waarmee deze organisatie haar belangrijke taak op dit gebied kan uitvoeren. OKB helpt jaarlijks circa 3500 ondernemers met bedrijfsbegeleiding en faillissementspreventie.

47
Nederland is een klein land. Dat vraagt om slim op te treden: investeringen in digitalisering, robotisering en proces- en productie-innovatie. Hoe het staat met het onderzoek naar nieuwe instrumenten? Waarom handelt het kabinet in slowmotion als het over deze grote uitdagingen gaat?

Antwoord
Eerder heb ik (MEZK) uw Kamer toegezegd in het vierde kwartaal in te gaan op de moties van de heer Amhaouch op dit terrein. Ik heb toen aangegeven dat ik eerst een goede analyse wil maken om te bezien of en zo ja welk aanvullend beleid hierop nodig is. Momenteel stimuleren we proces- en productie-innovatie met het Smart Industry programma en de innovatie hubs. Het is daarbij de vraag of een aanvullend financieel instrument de beste oplossing is voor de problematiek, of dat de oplossing (ook) in andere richtingen moet worden gezocht. Voor het eind van het jaar zal ik de Kamer hierover informeren.

48
In het Verenigd Koninkrijk zien we dat er in de laatste ronde (van het tenderproces) voor wind op zee zich geen partijen hebben aangemeld. Wat gaat de minister eraan doen om dit te voorkomen en ervoor te zorgen dat dit niet ook in Nederland gaat gebeuren?

Antwoord
De opzet van de tenders in het Verenigd Koninkrijk is anders dan die in Nederland. Daar sturen ze vooral op de prijs via een contract for difference. De hiervoor vastgestelde elektriciteitsprijs was te laag om de business case rond te krijgen, omdat de kosten de afgelopen tijd met circa 40% zijn gestegen. Met de Nederlandse tenders stimuleer ik (MKE) hoofdzakelijk investeringen in kwalitatieve criteria. Hiermee kunnen windparkontwikkelaars 85% van de punten behalen. Daarnaast kunnen windparkontwikkelaars ook een financieel bod doen. Vanwege de puntenverdeling is het aantrekkelijker om geld en moeite te steken in kwaliteit. Tot slot schrijf ik geen minimum voor het financieel bod of de kwalitatieve investeringen voor, waardoor windparkontwikkelaars voldoende rekening kunnen houden met hun eigen business case. Hierdoor is het risico dat de tenders in Nederland mislukken een stuk kleiner. Vorig jaar hebben we nog twee tenders succesvol afgerond en ook voor de komende tenders is veel interesse. Uiteraard overleggen we regelmatig met de windsector om te bezien hoe we ons proces kunnen verbeteren.

49
Kan de minister een actueel beeld geven van het effect van de delegated act waterstof en heeft hij een overzicht van de kosten van waterstof in Nederland in vergelijking met andere landen (met name in vergelijking met landen met een uitzondering binnen de delegated act)?

Antwoord
Ik (MKE) verwacht niet dat Nederlandse waterstofproductie een significant nadeel ondervindt door de eisen uit de Delegated act om twee redenen. Ten eerste zijn de verschillen tussen landen waarschijnlijk beperkt, omdat de hernieuwbare eisen de komende jaren nog beperkte impact hebben: ze worden stapsgewijs ingevoerd tot 2030. Ten tweede verwacht ik dat Nederland rond 2030 ook van deze uitzondering gebruik kan maken en daarmee geen nadeel ondervindt ten opzichte van andere landen. De eisen uit de uitzondering zijn namelijk afhankelijk van het aandeel hernieuwbare elektriciteit van de totale elektriciteitsmix.

Een overzicht van de kostprijs van productie van waterstof is moeilijk te maken nu bij gebrek aan gerealiseerde projecten. Dat gaat de komende maanden veranderen met geplande tenders voor elektrolyseprojecten in Nederland, andere Europese landen en door de Europese Commissie.

50
Kan de minister aangeven hoe de regio's, provincies en fabrikanten van SMR’s bij elkaar gebracht kunnen worden zodat concreet begonnen kan worden met het plannen van locaties voor kernenergie?

Antwoord
In het Klimaatfonds is in totaal € 65 miljoen opgenomen (€ 3,1 miljoen toegekend en € 61,9 miljoen gereserveerd) voor het versnellen van de ontwikkeling van SMRS, door het koppelen van SMR-ontwikkelaars aan de Nederlandse maakindustrie. Passend bij provinciale coalitieakkoorden, komt het Rijk met een programma-aanpak voor ondersteuning middels een gestandaardiseerde aanpak, waaronder ook locatie-onderzoek. Ik (MKE) ben in gesprek met gedeputeerden om gezamenlijk op te trekken, er leeft een brede behoefte om krachten te bundelen. We bouwen hierbij voort op reeds uitgevoerd onderzoek in binnen- en buitenland. De ANVS en de laboratorium- en onderzoeksinstellingen worden hier ook bij betrokken. Ik informeer uw Kamer hierover in Q4 2023. De gereserveerde middelen Ć  € 61,9 miljoen worden toegekend op het moment dat er aan de door het Klimaatfonds gestelde voorwaarde van nadere uitwerking wordt voldaan (in het voorjaar van 2024).

51
Momenteel is het niet mogelijk om een project op te zetten tussen een partij die energie opwekt en een partij die energie gebruikt. Welke mogelijkheden ziet de minister om in maatwerkafspraken ruimte te maken voor het verbinden van vraag en aanbod in de elektriciteitssector en is de minister bereid zich hiervoor in te zetten met name voor de industrie in de regio?

Antwoord
Het is wel degelijk mogelijk om een project op te zetten tussen een partij die energie opwekt en een partij die energie gebruikt, bijvoorbeeld via een PPA-constructie (Power Purchase Agreement). Een bijzondere vorm betreft het energie delen via een zogeheten peer-to-peer handelaar. Het voorstel voor een nieuwe Energiewet, dat op dit moment in uw Kamer voorligt, regelt voor het energie delen o.a. de taken van de peer-to-peer-handelaar, een marktdeelnemer die de levering van hernieuwbare energie tussen actieve afnemers en eindafnemers faciliteert. De peer-to-peer handelaar ontzorgt de partijen die energie willen delen met o.a. administratie, betaling van de energiebelasting en balancering in het elektriciteitsnet.

Het Rijk en de provincies zetten zich ook in de regio in voor het verbinden van vraag en aanbod. Het kabinet heeft in het Nationaal Plan Energiesysteem aangekondigd het Programma Stimulering Energiehubs te starten, juist om partijen te helpen lokaal samen te werken om aanbod, vraag en opslag onderling te organiseren. Hiermee worden lokale initiatieven ondersteund en wordt het nationale energiesysteem ontlast.

52
Er dreigt achterstand te ontstaan in het isoleren van woningen, met name door de uitspraak van de Raad van State over vleermuizen. In hoeverre kan door de uitspraken van de minister van BZK jaarrond gewerkt worden aan spouwmuurisolatie? Kan de minister huiseigenaren gerust stellen dat ze deze winter door kunnen gaan met isoleren, zodat zij hiervan kunnen profiteren?

Antwoord
De minister van BZK heeft in de Kamerbrief ā€˜aanpak natuurinclusief isoleren’ een tussentijdse werkwijze aangekondigd zodat de isolatieopgave door kan gaan waarbij de wet natuurbescherming voldoende in acht wordt genomen. Huiseigenaren kunnen op korte termijn isolatiebedrijven inhuren die handelen volgens de werkwijze ā€˜natuurvriendelijk isoleren’. In dat geval is er geen ontheffing en individueel onderzoek benodigd.

De werkwijze ā€˜natuurvriendelijk isoleren’ betekent bijvoorbeeld bij spouwmuurisolatie op gevels dat er flapjes opgehangen zijn waardoor de vleermuizen wel naar buiten en niet meer naar binnen kunnen en zorgen dat er voldoende alternatieve verblijfplaatsen zijn geĆÆnstalleerd. Indien het ā€˜natuurvrij maken’ gebeurd is vóór 1 november (start van de winterslaapperiode) kan er de gehele winter door geĆÆsoleerd worden in spouwmuren en dakisolatie van de buitenkant. Er is een groeiend aantal bedrijven dat al op deze manier werkt.

Op de middellange termijn wordt ingezet op de soortenmanagementplannen (SMP’s) die ontheffingen per gebied mogelijk maken, hiervoor stelt de minister van BZK dit jaar €44 miljoen beschikbaar aan gemeenten en provincies. Tot de landelijke uitrol van de SMP’s geldt de tussentijdse werkwijze. De Tweede Kamer wordt begin november hierover nader geĆÆnformeerd.

53
120 miljoen euro is nog over bij subsidieregeling coƶperatieve energieopwekking. Hoe kan het dat hieruit nog niet veel subsidies worden aangevraagd terwijl we zien dat er veel behoefte aan is. Hoe kunnen we dit verbeteren?

Antwoord
Ik (MKE) onderzoek voortdurend of er verbeteringen mogelijk zijn in de SCE-regeling. Ik heb voor de SCE-ronde 2023 verscheidene aanpassingen doorgevoerd om deze beter te laten aansluiten op de praktijk. Ondanks deze aanpassingen verwacht ik niet dat het volledige budget wordt uitgeput. De SCE-ronde 2023 staat open tot 1 november 2023. Hierna zal ik uw Kamer informeren over de resultaten van deze ronde.

Het PBL brengt jaarlijks advies uit over de verwachten elektriciteitsproductiekosten voor zon-pv, windenergie en waterkracht in de SCE. Voor het opstellen van dit eindadvies is gebruik gemaakt van marktinformatie. Tijdens deze jaarlijkse marktconsultatie neemt het PBL input mee van brancheorganisaties en energiecoƶperaties. Ik baseer de openstelling van SCE-rondes mede op basis van dit door het PBL opgestelde advies. Daarnaast ben ik regelmatig in gesprek met de coƶperatieve energiesector en de RVO om signalen en eventuele knelpunten op te vangen over (de uitvoering van) de regeling. Ik neem waar nodig deze signalen mee in het zo goed mogelijk vormgeven van de SCE-ronde 2024. Ik informeer uw Kamer over deze ronde in de openstellingsbrief SCE 2024 later dit najaar.

Antwoorden op de vragen gesteld door GroenLinks-fractie

54
Wat is de terugverdientijd van de maatregelen in de energiebesparingsplicht en waarom verhogen we die nu niet al niet naar de 10/11 jaar die nu al worden voorgesteld in het IBO Klimaat?

Antwoord
Zoals uiteengezet in de Kamerbrief stand van zaken energiebesparing van 3 oktober 2023 (Kamerstuk 30196, nr. 818) heb ik (MKE) de energiebesparingsplicht per 1 juli jongstleden aangescherpt waardoor meer bedrijven en meer maatregelen onder de plicht vallen. Eind dit jaar moeten de bedrijven over de uitgevoerde maatregelen rapporteren.

De huidige aanscherping van de energiebesparingsplicht is voor vier jaar vastgelegd. Deze periode biedt ondernemers en instellingen duidelijkheid over investeringen die zij moeten doen. Een tussentijdse aanpassing gaat ten koste van het handelingsperspectief en draagvlak, en is in strijd met voorspelbaar overheidsbeleid. Het is daarnaast niet haalbaar om benodigde wetgeving voor het aanscherpen van de plicht voor dit rapportagemoment van 1 december verder aan te scherpen.

Het kabinet heeft er daarom voor gekozen om de plicht bij de volgende ronde rapportageplicht in 2027 verder aan te scherpen naar 7 jaar. Deze tijd wordt tevens benut om na te denken over effectieve modernisering van de plicht.

55
Hoe kan het dat we nog niet hebben geregeld dat bedrijven die in aanmerking komen voor de TEK gecontroleerd worden op het voldoen aan de energiebesparingsverplichting?

Antwoord
De Kamer heeft al eerder over dit voorstel besloten. Er was destijds geen meerderheid om de energiebesparingsverplichting te koppelen aan de TEK (de ingediende motie Van der Lee en Kröger, Kamerstuk 36200, nr. 146). Ik (MEZK) heb afgeraden om de regelingen te koppelen, omdat de informatieplicht energiebesparing alleen geldt voor bedrijven die meer dan 25.000m³ voor gas en/of 50.000 kWh voor elektriciteit gebruiken. De TEK-regeling is beschikbaar gesteld voor alle bedrijven die voldoen aan de voorwaarden.

56
De concrete handhaving voor label C-verplichting voor kantoren is nog niet geregeld. Hoe kan dat?

Antwoord
De label C-plicht voor kantoren valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Toezicht en handhaving is geregeld en belegd bij de gemeenten. Steeds meer gemeenten en gemandateerde omgevingsdiensten zien hier actief op toe. Dat was in het eerste half jaar met name het aanschrijven van kantooreigenaren over het niet hebben van een energielabel of het niet voldoen aan minimaal label C, maar inmiddels zijn er ook gemeenten en omgevingsdiensten die een last onder dwangsom op gaan leggen. In een enquete begin 2023 antwoordde 122 gemeenten actief toezicht op te pakken, 24 gemeenten dat ze dit (nog) niet deden, bij de overige gemeenten is dit onbekend omdat zij niet hebben gereageerd. Begin volgend jaar wordt opnieuw een enquĆŖte uitgezet. Er is via het gemeentefonds € 12,5 miljoen beschikbaar voor toezicht tot en met 2025.

57
Led-verlichting op snelwegen en overheidsgebouwen: waarom is dit niet al lang normaal staand beleid?

Antwoord
Ook overheidsgebouwen vallen meestal onder de aangescherpte energiebesparingsplicht. Led-verlichting verdient zich vaak binnen 5 jaar terug en valt dus ook voor deze gebouwen onder de plicht. Ik (MKE) ben het met u eens dat we moeten kijken hoe we meer vaart achter ledverlichting bij snelwegen moeten zetten. Ik ben hierover in overleg met mijn collega van IenW. Binnen het Nationaal Programma Energiebesparing ga ik met mijn collega’s binnen het kabinet en de medeoverheden aan de slag om te kijken hoe we een versnelling kunnen bewerkstelligen op energiebesparing.

58
Hoe staat het met het afbouwen van de exportkredietverzekeringen? Welke uitzonderingen zijn hier nog voor? En gaat de minister deze nog aanpakken?

Antwoord
Zoals met de Kamer gedeeld op 3 november 2022 (Kamerstuk 31793, nr. 230), nemen we per 1 januari 2023 geen aanvragen meer in behandeling die niet in lijn zijn met het nieuwe beleid voor de exportkredietverzekeringen. Dat beleid is gestoeld op het principe dat er onder een 1,5 graadscenario geen ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe olie- en gasvoorraden.

Deze uitwerking is in lijn met wat in Glasgow is afgesproken: de basis is ā€˜nee, tenzij in lijn met het 1,5 graden scenario’. De enige uitzonderingen gelden voor projecten waarvan de aanvraag is gedaan vóór 1 januari 2023 en waarbij door bedrijven al middelen geĆÆnvesteerd zijn in de fase vóór verkrijging van een opdracht. Voor die gevallen geldt een gelimiteerde overgangsperiode en die aanvragen kunnen tot uiterlijk eind 2023 leiden tot een polis.

Antwoorden op de vragen gesteld door de ChristenUnie-fractie

59
Het mkb merkt nog steeds de gevolgen van de diverse crises. De CU-fractie vraagt de minister of zij bereid is om een verkenning uit te voeren naar de noodzaak van een fonds voor achtergestelde leningen van 50k tot 500k euro.

Antwoord
PWC heeft tijdens de coronacrisis een fonds voor achtergestelde leningen onderzocht voor het mkb met een financieringsbehoefte van €250.000 tot €5 miljoen.

EZK heeft naar aanleiding van het PWC-onderzoek een pilot verkend. Er is uitvoerig gesproken met diverse financiers over achtergestelde leningen en of een pilot uitgevoerd kon worden. Uit deze gesprekken bleek weinig behoefte aan een dergelijke lening, mede vanwege de hoge kosten die erbij kwamen kijken. Hierover heb ik (MEZK) uw Kamer in het voorjaar (Kamerstuk 32637, nr. 561) geĆÆnformeerd. Ook uit de laatste cijfers van het CBS blijkt dat de solvabiliteitspositie van het mkb, en ook van het microbedrijf, zich positief heeft ontwikkeld over de periode 2015-2020. Ook hieruit blijkt weinig noodzaak voor achtergestelde leningen.

Ik kan toezeggen om de eigen vermogen positie van het mkb mee te nemen in de verkenning naar een fiscale regeling voor het mkb. Ik heb de motie die eerder is ingediend over de verkenning win-win lening tijdens het twee-minuten debat (10 oktober 2023) oordeel Kamer gegeven, dus deze zou daarin kunnen meelopen. Een fiscale regeling zoals de win-win regeling ziet ook toe op achtergesteld vermogen. Daarom is het logisch om voor beide nut en noodzaak vast te stellen.

60
Het is goed om te zien dat het wetsvoorstel voor de maatschappelijke BV in een vergevorderd stadium is, maar er mist wel een tijdpad. Kan de minister toezeggen dat de wet voor het kerstreces in consultatie gaat?

Antwoord
Ik (MEZK) streef ernaar het wetsvoorstel zo snel mogelijk in consultatie te geven. Ik prefereer een zorgvuldig proces. Het wetsvoorstel is gereed om voor te leggen aan een aantal materiedeskundigen. Na inwinning en verwerking van hun adviezen moet de tekst van het wetsvoorstel en de toelichting hierbij nog worden afgestemd met betrokken departementen. Pas daarna kan ik de Ministerraad verzoeken om in te stemmen met het in consultatie geven van het wetsvoorstel.

61
Nederland is het enige land met een wetsartikel dat de koper verplicht tot ten hoogste de helft van het aankoopbedrag vooruit te betalen. Is de minister het met ons eens dat we van deze betalingsverplichting door een koper af moeten?

Antwoord
Bij een (online) aankoop kan de verkoper de consument tot vooruitbetaling van maximaal 50 procent van de koopprijs verplichten. Dit heeft ook een belangrijke functie, het beschermt consumenten tegen onder andere fraude of faillissement van de verkoper, aangezien consumenten niet het gehele aankoopbedrag vooraf hoeven te betalen. Daarbij is het geen verplichting. Het uitgangspunt is dat betaling geschiedt ten tijde en ter plaatse van de aflevering. Zo bieden bijvoorbeeld enkele (web)winkels met eigen vervoer van de gekochte artikelen consumenten de mogelijkheid om te betalen op het moment van de bezorging aan huis.

62
De meest complexe transitie is de warmtetransitie. Denk aan geothermie. Ondanks een fijne wet en het warmtehekje in de SDE++, gaat het nog langzaam, dit geldt ook bij de vergunningverlening en initatiefnemers hebben vele zorgen. Gaat dit wel goed, staatssecretaris?

Antwoord
Ik (SMB) heb een aantal stappen gezet om de versnelling van geothermieprojecten te bewerkstelligen.

Met de wijziging van de Mijnbouwwet 1 juli 2023, het SCAN-programma, de inspanningen op het gebied van communicatie en industriestandaarden, beoogt het kabinet een verantwoorde versnelling van de belangrijke bijdrage van geothermie aan de energietransitie.

Momenteel wordt veel aandacht besteed aan de implementatie van de wet- en regelgeving in de praktijk om zowel de vergunningverleners, de sector als de adviseurs in het vergunningverleningsproces mee te nemen zodat het nieuwe stelsel gaat werken als beoogd. Tot slot is kennisdeling en een daarmee versnellen de belangrijkste reden om EBN vanaf 1 juli 2023 verplicht te laten deelnemen in alle nieuwe geothermieprojecten.

63
Innovaties worden te vaak niet opgeschaald. Bijv. de snuffelketel, een hybride warmtepomp. Ziet de minister de potentie van snuffelketels ook en wil hij met gemeenten in gesprek om te kijken wat ze nodig hebben om deze ketels volwaardig te laten meewegen in hun warmtevisies?

Antwoord
Huishoudens en bedrijven moeten perspectief op verduurzaming blijven houden, dit vergt totdat netverzwaringen zijn gerealiseerd een omslag naar meer efficiƫnt en flexibel netgebruik. Een van de maatregelen om te komen tot meer efficiƫnt en flexibel netgebruik zijn slim aanstuurbare apparaten, zoals een warmtepomp, laadpalen en zonnepanelen. Warmtepompen zijn op dit moment nog niet slim aanstuurbaar. Dit vereist registratie, standaarden en certificering. Samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stuur ik (MKE) daar op aan. Laagspanning is als vierde spoor aan het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) toegevoegd. Vanuit het oogpunt van netverzwaring en efficiƫnt netgebruik worden maatregelen uitgewerkt die einde jaar in een Plan van Aanpak worden opgenomen. De VNG is ƩƩn van de partijen binnen het vierde spoor van het LAN. Hierover informeer ik uw Kamer einde jaar.

64
We kennen in Nederland eeuwenoude ambachten (houden van schapen, rietteelt). Hoe kan de minister bijdragen dat de vraag naar deze oer-Hollandse ambachten weer een boost krijgt?

Antwoord
Ik (MEZK) draag deze ondernemers en eeuwenoude ambachten een warm hart toe. Ook deze ondernemers kunnen gebruik maken van het bredere beleidsinstrumentarium dat beschikbaar is voor het mkb. Er is in 2022 een subsidieregeling geweest waarmee restmiddelen van het (opgeheven) productschap Ambacht zijn verdeeld. In totaal ruim € 1 miljoen. De subsidie was bedoeld voor de ontwikkelingsprojecten van producten of diensten die bijdragen aan het verminderen van knelpunten rondom het ondernemerschap in de ambachtseconomie.

Antwoorden op de vragen gesteld door de PvdD-fractie

65
De Nederlandse klimaatdoelen zijn niet in lijn met 1,5 graden (zie ook het KNMI-rapport). De huidige doelen zijn niet ambitieus genoeg. Ook de EU doelen zijn ook niet ambitieus genoeg. Kan de minister in deze context aangeven hoe het ervoor staat met de koolstofbudgetbenadering?

Antwoord
De koolstofbudgetbenadering is onder aandacht van het kabinet. Ik (MKE) heb de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) om advies gevraagd. In het najaar ontvangt u een brief waarin de contouren van het Klimaatplan 2024 worden geschetst. Dit onderwerp zal hierin terugkomen.

66
In Nederland is er nauwelijks beleid om minder en duurzaam te consumeren. Wanneer komt de minister met een plan om dat recht te zetten? Een van de makkelijkste manieren om dit te doen is het verbieden van fossiele- en vleesreclame. Hoe staat het met de gesprekken van de minister over deze voorstellen met de sector?

Antwoord
Voor het zomerreces heeft het kabinet met uw Kamer besloten om een burgerforum in te stellen over duurzame consumptie, circulariteit en reizen, met als vraagstelling: ā€œHoe kunnen we als Nederland eten, spullen gebruiken en reizen op een manier die beter is voor het klimaat?ā€. Deze vraagstelling is nadrukkelijk gekozen omdat er op deze onderwerpen nog voldoende ruimte is om nieuw beleid te maken en beleid aan te passen. Daarmee kan het burgerforum ook echt invloed hebben en met beleidsvoorstellen komen op deze onderwerpen. Deze voorstellen kunnen dan door het volgende kabinet en Kamer besproken worden.

Hiernaast is eind augustus jl. de nieuwe langjarige klimaatcampagne ā€˜Zet Ook De Knop Om’ gestart. De campagne gaat in op de noodzaak om samen onze CO2-uitstoot verder te verlagen en geeft concrete adviezen over klimaatvriendelijke keuzes.

Conform mijn (MKE) toezegging aan uw Kamer tijdens het commissiedebat van 15 februari 2023 heb ik gedragswetenschappers verzocht opnieuw te kijken naar de vraag hoe een verbod op fossiele reclame kan bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen. Het eindverslag van de wetenschappers zal ik op zeer korte termijn met uw Kamer delen.

67
Het huidige klimaatbeleid is onrechtvaardig. De kunstmestfabriek is een voorbeeld: dit bedrijf houdt intensieve landbouw in stand en profiteert van fossiele subsidies. Het kabinet gaat met dat bedrijf om tafel voor subsidie om minder te vervuilen in 2030. Is het wel aan belastingbetaler om winstgevende, vervuilende bedrijven te subsidiƫren om te verduurzamen?

Antwoord
Via een gebalanceerd instrumentarium dat bestaat uit normering, beprijzing en subsidiƫring wordt van de grootste uitstoters een grote bijdrage gevraagd aan de transitie. Via maatwerk worden bedrijven, zoals kunstmestfabriek Yara, uitgedaagd om extra CO2 te reduceren. Het gaat om projecten die soms een subsidie nodig hebben omdat ze anders niet of later uitgevoerd zouden worden. Het toekennen van subsidie gebeurt primair via generieke regelingen en eventueel via maatwerkfinanciering waaraan ook strikte voorwaarden zijn verbonden.

68
De PvdD-fractie wil graag van de minister weten hoe hij zijn groene gas plannen rijmt met het feit dat er nog steeds geen landbouwvisie is waarin het zou moeten draaien om een duurzaam landbouwbeleid en een goed verdienmodel voor de boer?

Antwoord
Het kabinet houdt bij het potentieel van groen gas rekening met de hoeveelheid mest die resteert binnen een duurzame landbouwsector. Om deze reden is CE Delft in haar onderzoek naar de bijmengverplichting groen gas reeds uitgegaan van een daling van de mestbeschikbaarheid in Nederland. Momenteel wordt minder dan 5% van de Nederlandse mest vergist. Er bestaat dus aanzienlijke ruimte om binnen de grenzen van een duurzame landbouwsector de productie van groen gas uit mest op te schalen.

Groen gas kan ook uit andere bronnen dan mest worden geproduceerd, zoals via superkritische vergassing waarbij reststromen uit landbouw, industrie en huishoudens kunnen worden omgezet. Het kabinet heeft in het Klimaatfonds middelen vrijgemaakt voor de opschaling van vergassing als innovatieve techniek voor de omzetting van reststromen in hoogwaardige koolstofdragers.

69
Is de minister bereid de noodzakelijke transitie in de landbouw op de agenda van de COP te zetten?

Antwoord
Ja, er is sinds enkele jaren een agendapunt ā€˜landbouw en voedselzekerheid’ bij de onderhandelingen. Daar wordt onder meer gesproken worden over mogelijke oplossingen voor de negatieve impact van de landbouw- en voedselsector op het klimaat. Binnenkort ontvangt de Kamer een brief met de kabinetsbrede inzet binnen en buiten de onderhandelingen, waaronder ook de inzet gericht op landbouw en landgebruik.

Antwoorden op de vragen gesteld door de BBB-fractie

70
Nederland is bezig met een witte olifant. Wind op zee is niet gratis. De kostprijs is 2 miljard euro per gigawatt, het streefdoel is 21 gigawatt. Welk deel van de 42 miljard wordt betaald vanuit waar? Welk deel komt uit de begroting? Welk deel komt uit de nog hogere doorbelaste netbeheerkosten? En welk deel komt uit het Klimaatfonds van 35 miljard? Er moet duidelijkheid komen over de bouwplannen in de Noordzee.

Antwoord
Windparken op zee worden sinds 2018 subsidievrij gebouwd. De overheid betaalt dus niet mee aan de kosten van het bouwen van de windparken op zee. De exploitatie van windparken op zee is rendabel. TenneT is als netbeheerder op zee verantwoordelijk voor het aanleggen van het elektriciteitsnet op zee. De investeringskosten voor de netten op zee die tot dusver zijn gerealiseerd zijn hoofdzakelijk bekostigd via een subsidie aan TenneT. De kosten voor toekomstige netten op zee worden gedekt via de nettarieven. Ik (MKE) informeer uw Kamer deze maand nog over de kosten van het net op zee en mogelijke oplossingen om de gevolgen voor de toekomstige nettarieven te beperken. Ongeveer € 1,69 miljard uit het Klimaatfonds wordt gebruikt om windenergie op zee verantwoord in te passen. Deze middelen gaan onder andere naar visserij, scheepvaartveiligheid en natuur om de impact van windenergie op zee te beperken.

71
In het klimaatbeleid moet het mkb dure investeringen doen. Dit kost vele duizenden euro's. Er ontbreekt inzicht in hoeveel budget uit verschillende regelingen voor mkb beschikbaar is. Kan de minister dit inzicht bieden aan het mkb en ook specifiek aan het klein mkb?

Antwoord
Het exacte bedrag voor alle regelingen en programma’s waar het mkb gebruik van kan maken ligt verspreid over vijf ministeries en minstens 39 regelingen en programma’s die niet allemaal volledig beschikbaar zijn voor het mkb. In de volgende Kamerbrief verduurzaming mkb zal ik (MEZK) een overzicht meenemen.

Antwoorden op de vragen gesteld door de SGP-fractie

72
Komt er nog een visie voor het versterken van de economie van alle regio's? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat het beleid het economisch welzijn van alle regio's bevordert?

Antwoord
Wij beogen hetzelfde, namelijk sterke regionale economieĆ«n. In Perspectief op de Nederlandse economie heb ik (MEZK) dat ook benoemd. Ik investeer ook in regionaal economische ontwikkeling, via bijvoorbeeld de ROM’s en met EFRO-middelen. Ook het Groeifonds heeft regionaal veel impact. En met het oog op de brede welvaart investeert het kabinet via de regiodeals in versterking van regio’s. In deze aanpak is extra aandacht voor kwetsbare regio’s. Ook het programma Ruimte voor Economie, dat ik binnenkort aan de Kamer zal toesturen, raakt aan de uitdagingen waar onze regio’s voor staan.

Verder zijn vooral de regionale overheden aan zet. En zij kunnen dat ook het best. Vanuit eigen visies en agenda’s investeren zij in hun regionale economieĆ«n. Zie geen meerwaarde in een aanvullende visie van mijn kant.

Zaak is om economische groei te bezien vanuit een breed welvaartsperspectief. Het gaat dus niet alleen over economie, maar ook over gezondheid, mobiliteit, onderwijs en leefomgeving. De reactie op het RLI-advies ā€˜Elke regio telt’ vraagt dus om een brede Kabinetsreactie. Die wordt ook opgesteld onder regie van BZK. We doen dat in samenspraak met de regionale overheden.

73
Hoe wil de minister samen met RVO en de regio's versnipperde sectorbudgetten bundelen bij langjarige investeringsprogramma’s voor de regio met meer oog voor achterstaande regio's?

Antwoord
Dhr. Schouten is als kwartiermaker gevraagd om een actieagenda op te stellen waarbij de uitvoeringsorganisaties RVO, Kamer van Koophandel en ROM’s zijn betrokken. In deze actieagenda wordt ook de samenwerking gezocht met de dienstverlening vanuit provincies en gemeenten. Deze actieagenda zal mij binnenkort worden aangeboden. Ik (MEZK) zal uw Kamer informeren over de vervolgstappen, en zal ook met de regio in gesprek gaan hoe de dienstverlening richting de regio kan worden gestroomlijnd.

74
Hoe garandeert de staatssecretaris dat het geld voor compensatie en wederopbouw terechtkomt bij de Groningers (en niet terechtkomt bij tussenpersonen en ook niet wordt versmeerd in de bureaucratie)? Wat is de visie van de staatssecretaris hierop?

Antwoord
Met de maatregelen in Nij Begun kiest het kabinet nadrukkelijk voor een systeem van vertrouwen in mensen, zonder gedoe. Minder onderzoeken (naar de schadeoorzaak), minder juridische procedures, minder discussie over schadebedragen of het honoreren van kleine wensen bij de versterking van een woning.

Verder komt er een jaarlijkse Staat van Groningen waarin het kabinet verantwoording aflegt over de resultaten die zijn behaald op alle onderdelen van het Groningenbeleid, waaronder ook de kosten. Het kabinet voert hierbij de motie Stoffer/Van Wijngaarden uit die verzoekt om het IMG een streefdoel voor de overheadkosten op te leggen (Kamerstuk 35561, nr. 47).

75
Kan minister zich inzetten voor het strenger toetsen op regeldruk in Europa? ATR regelt de EU-verordening, maar toetsing ontbreekt. Hoe voorkomen we dat dit een blinde vlek wordt? Ook bestaande wetten moeten onder de loep worden genomen. De mkb-toets moet standaard onderdeel worden van de invoeringstoets. Hoe kijkt de minister hier tegenaan?

Antwoord
In het nieuwe wetsvoorstel krijgt het Adviescollege Toetsing Regeldruk de mogelijkheid om te adviseren over de regeldrukgevolgen voor Nederland van nieuwe Commissievoorstellen. Dit zal gebeuren in het kader van de zogenaamde Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) procedure waarin de belangrijkste EU voorstellen worden beoordeeld en van een Nederlands standpunt worden voorzien. Dan gaat het juist ook om die voorstellen die impact kunnen hebben op de regeldruk.

Ik (MEZK) ben met het lid Stoffer eens dat de mkb-toets vaker moet worden toegepast op bestaande regelgeving. In het ā€˜Programma vermindering regeldruk ondernemers’ dat vorig jaar aan de Kamer is gestuurd (Kamerstuk 29515, nr. 481) is reeds aangegeven dat de mkb-toets ook uitgebreid wordt naar bestaande wetgeving. Voorwaarde is wel dat de betreffende wet minstens een jaar in werking is en dat er klachten zijn van ondernemerszijde over de werking van de wet.

76
Is de minister het ermee eens dat bij wetsevaluaties aandacht wordt besteed aan het regeldrukprobleem? En hoe wil ze daarvoor zorgen?

Antwoord
Ik (MEZK) ben het met het lid Stoffer eens dat er bij wetsevaluaties aandacht aan regeldruk moet worden besteed. Het is de verantwoordelijkheid van departementen zelf om deze evaluaties uit te voeren. Regeldruk hoort hierin een aandachtspunt te zijn. Ik ga hierover met mijn collega’s in het kabinet in gesprek.

77
Kan ze kijken naar beleidsopties die bijdragen aan betere concurrentiepositie van het mkb tegenover banken en het verkleinen van informatieproblemen?

Antwoord
Ik (MEZK) stimuleer een divers en concurrerend mkb financieringsaanbod via garantieregelingen voor financiers (Borgstelling MKB krediet), funding voor alternatieve financiers (DACI) en door microkrediet te verstrekken via Qredits.

Het informatieprobleem wil ik verkleinen via de financieringshub. Ondernemers en adviseurs van ondernemers vinden op de hub een overzicht van financiers, financieringsvormen Ʃn financieringsadviseurs. Ook maken we duidelijke afspraken rondom doorverwijzing door financiers, zowel bancair als non-bancair.

78
Wat betekent de terugleverheffing van energieleveranciers voor de terugverdientijd? Hoe gaat de minister zorgen voor een aantrekkelijke terugverdientijd zonder onnodige afwenteling van kosten op huishoudens?

Antwoord
Met de terugleverkosten zoals deze vanaf dit najaar door de leverancier Vandebron in rekening gebracht worden, zal de terugverdientijd voor mensen met zonnepanelen bij deze leverancier oplopen. Volgens berekeningen van Milieu Centraal kan de terugverdientijd hierdoor voor klanten van deze energieleverancier met zonnepanelen een aantal jaren stijgen. Hierbij merk ik (MKE) op dat er ook andere leveranciers zijn op de markt, die niet dergelijke terugleverkosten in rekening brengen. Mensen kunnen dus ervoor kiezen om over te stappen naar een concurrent die niet dergelijke kosten in rekening brengt.

Ik vind het, los van de tarieven van individuele leveranciers, met uw Kamer belangrijk dat investeren in zonnepanelen de komende jaren aantrekkelijk blijft. Zonnepanelen leveren immers een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming van onze stroomvoorziening en verminderen onze afhankelijkheid van geĆÆmporteerde fossiele brandstoffen. Ik ben daarom blij dat er in de door de Tweede Kamer aangenomen wet sprake is van een geleidelijke afbouw van de salderingsregeling tussen 2025 en 2030. Het is ook goed dat hierbij rekening gehouden is met het tussentijds borgen van de terugverdientijd door tegelijkertijd een minimumvergoeding voor terug geleverde stroom in te voeren. Het wetsvoorstel voorziet tevens dat er twee evaluatiemomenten zijn (in 2025 en 2028) waarbij opnieuw gekeken wordt naar de terugverdientijden van investeringen in zonnepanelen. Deze zijn immers afhankelijk van meerdere factoren, zoals prijsontwikkelingen op de energiemarkt en kosten van panelen. Mochten er zich ontwikkelingen voordoen waardoor onverhoopt langere terugverdientijden leiden tot een stagnatie van de toename van zonnepanelen, dan is er de mogelijkheid om een hogere minimumvergoeding vast te stellen of het afbouwpad aan te passen.

Het wetsvoorstel ligt nu in de Eerste Kamer, omdat het wetsvoorstel bijdraagt aan het voorkomen van het afwentelen van kosten doordat er specifieke en consistente regels verbonden worden aan het salderen van elektriciteit die met zonnepanelen wordt opgewekt voor alle leveranciers en afnemers, zijn consumenten gebaat bij een snelle behandeling. De aanpassing van de regels wordt zo in ƩƩn keer geregeld voor iedereen.

79
Ruim 400 miljoen euro voor zonneparken, dat is veel geld en dit levert niet veel CO2-winst op. Kan het geld voor zonnepanelen niet beter geĆÆnvesteerd worden in andere energie-infrastructuur, energiesamenwerking op bedrijventerreinen en de elektrificatie van dieseltreinen?

Antwoord
Ik (MKE) heb uw Kamer op 5 oktober jl. geĆÆnformeerd over de beoogde inzet van de subsidies voor opslag bij grootschalig zon-PV (Kamerstuk 29023, nr. 448). CE Delft heeft in mijn opdracht een advies uitgewerkt voor inzet van de subsidies. Zo kunnen we ervoor zorgen dat deze subsidie maximaal bijdraagt aan meer schone energie en CO2-reductie. Dit advies heb ik met de Kamerbrief meegestuurd. In deze brief ga ik ook in op de rol van batterijen in het energiesysteem, het Bestuurlijk Overleg batterijen van 25 september jl. en innovatieve vormen van batterijopslag.

80
Wordt bij de inzet op kernenergie geĆÆnvesteerd in Thoriumonderzoek?

Antwoord
Er wordt reeds via subsidies bijgedragen aan thoriumonderzoek. Daarnaast wordt op dit moment een gestructureerde SMR programma-aanpak uitgewerkt. Daarvoor worden dit najaar gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders als provincies, onderzoeks- en kennisinstellingen en de maakindustrie. Dit biedt ook ruimte voor inzet rondom de ontwikkeling van thorium-reactoren, daar waar die inzet meerwaarde heeft voor de ontwikkeling van de brede nucleaire kennis- en waardeketen. Ik (MKE) ben voornemens uw Kamer voor het einde van het jaar te informeren over een gestructureerde SMR programma-aanpak.

Antwoorden op de vragen gesteld door de Volt-fractie

81
Vraag aan het kabinet: wat zijn de concrete stappen die we nu kunnen nemen om de uitstoot die indirect gefinancierd wordt door de Europese financiƫle sector in lijn te brengen met doelstellingen uit het klimaatakkoord?

Antwoord
Een versnelling van de bijdrage van de financiƫle sector aan de klimaattransitie is nodig. Er is mede namens mij (MKE) door de minister van Financiƫn een verkenning aangekondigd naar maatregelen die de sector kunnen ondersteunen bij die bijdrage. Het kabinet inventariseert op dit moment de mogelijkheden, mede in het licht van een gelijk Europees speelveld en zal uw Kamer voor einde van het jaar nader informeren.

82
Nederland draagt 100 miljoen bij aan het fonds van 3,75 miljard voor scale-ups. Maar er doen slechts 5 lidstaten mee. Is de huidige koers nog goed genoeg om het innovatievermogen van de EU te waarborgen? Daarom vraagt de Volt-fractie een reflectie van de minister over de huidige ontwikkeling op de durfkapitaalmarkt voor scale-ups en of dit Europese fonds, het European Tech Champion Initivative, nu ook echt levert? Is het voor ons doelmatig en wat laat het eerste jaar ons daarin zien?

Antwoord
Het verbeteren van het innovatievermogen van de EU wordt door meerdere factoren bepaald. De doorgroei van innovatieve scale-ups speelt daarbij een grote rol. Deze doorgroei is sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van risicokapitaal voor deze ondernemingen. In deze doorgroeifase zie ik (MEZK) een grote afhankelijkheid van niet-Europese investeerders (Kamerstuk 32637, nr. 567). Buitenlandse financiering biedt enerzijds kansen doordat het toegang biedt tot buitenlandse markten. Echter, er zitten ook risico’s aan. Voor het behoud van cruciale technologieĆ«n is het van belang om een goede balans tussen Europese en niet-Europese durfkapitaalfondsen te creĆ«ren.

Daarom investeert Nederland inderdaad in het ETCI-fonds. Dit fonds is nog maar net gestart, dus het is nog te vroeg om een oordeel over de doelmatigheid te kunnen geven. Maar aangezien het een marktconforme impuls vanuit de Europese Investeringsbank (EIB) en lidstaten is en er een grote marktbehoefte bestaat, wordt naar verwachting de doelmatigheid geborgd.

83
Het Actieprogramma Groene en Digitale Banen moet sneller en beter. Er is sprake van personeelstekort. Gaat de minister in overleg met collega's om aanbevelingen van de VNG over te nemen en tot uitvoerbare regelingen te komen met de andere departementen (o.a. versterking met OCW en SZW). De Volt-fractie vraagt om een reactie op dit onderdeel van de minister op het plan van de VNG.

Antwoord
Het Actieplan Groene en Digitale Banen is een gezamenlijk plan van OCW, SZW en EZK en daarover wordt regelmatig overleg gevoerd. EƩn van de acties is het uitwerken van een nieuwe uitvoeringsstructuur voor het Actieplan, waarbij we ook bezien hoe de interdepartementale samenwerking versterkt kan worden. Uw Kamer heb ik (MEZK) toegezegd voor het einde van het jaar over deze aanpak te informeren. De wens vanuit uw Kamer om verkokering tegen te gaan, maakt onderdeel uit van deze nieuwe uitvoeringsstructuur.

Daarnaast wil het kabinet het Actieplan een snellere en betere uitvoering geven. Daarom heb ik uw Kamer tevens toegezegd voor het einde van het jaar een opzet voor de monitor te presenteren. Met deze monitor wil ik een vinger aan de pols houden over de voortgang van het Actieplan en meer op resultaten gaan sturen.

Antwoorden op de vragen gesteld door de JA21-fractie

84
Kan de minister reflecteren op de verhouding tussen de totale kosten van het klimaatbeleid en de impact daarvan?

Antwoord
Alle landen op de wereld hebben de verantwoordelijkheid hun bijdrage te leveren aan het tegengaan van klimaatverandering, zo ook Nederland. De klimaat- en energietransitie vergt forse investeringen, maar levert dan ook forse voordelen op, op de kortere en met name de langere termijn. Dat is niet alleen uit te drukken in een percentage emissiereductie ten opzichte van de mondiale emissies. De investeringen vanuit het klimaat- en energiebeleid zijn veel breder en gaan over randvoorwaarden, arbeidsmarkt, infrastructuur, duurzaam verdienvermogen, beter geĆÆsoleerde woningen en gebouwen, etc. Bovendien geldt dat de kosten van niets doen vele malen hoger zijn: de kosten als gevolg van de schade door klimaatverandering zijn enorm, financieel en economisch, maar ook op andere vlakken, zoals gezondheid, levenskwaliteit en biodiversiteit.

85
Kan de minister uitleggen waarom voor het mkb de regeldruk en kosten door regelgeving blijven stijgen? Is er op de ministeries te weinig oog voor het verlagen van de regeldruk?

Antwoord
Zoals het lid Eerdmans aangeeft zijn de regeldrukkosten de afgelopen jaren inderdaad helaas gestegen. Volgens onze eigen regeldrukmonitor gaat het in 2022 om € 164 miljoen aan structurele regeldrukkosten. Dit bedrag wijkt af van het bedrag dat door ATR is gemeten, omdat wij meten wat er daadwerkelijk in werking is getreden en niet wat er aan ATR is voorgelegd. Overigens geldt dat 74% van de structurele kosten vorig jaar afkomstig was van Europese wetgeving. Deze trend is reeds eerder ingezet. Als we kijken naar de gehele periode vanaf 1 januari 2018 tot en met september van dit jaar kunnen we zien dat 94% van de structurele kosten uit Europese regelgeving voortkomt. Meer oog voor de regeldrukkosten uit Europa is voor mij op dit moment dan ook het belangrijkste aandachtspunt.

Antwoorden op de vragen gesteld door de Groep Van Haga

86
Wordt het niet tijd dat het kabinet excuses maakt voor de schade die ze heeft aangericht door alle onnodige coronamaatregelen?

Antwoord
Corona heeft een grote sociaal-maatschappelijke en economische impact gehad. Voor de getroffen coronamaatregelen is destijds telkens een zorgvuldige afweging gemaakt waarbij het belang van de volksgezondheid, maar ook de gevolgen voor het bedrijfsleven zijn meegenomen. Daarbij heeft het kabinet meerdere maatregelen genomen om het bedrijfsleven tegemoet te komen, zoals bijvoorbeeld de TVL en de NOW. Ik (MEZK) wil daarbij benadrukken dat de Nederlandse economie als een van de sterkste van Europa uit de coronacrisis is gekomen.

87
Kan de minister aangeven hoe ze gaat voorkomen dat de glastuinbouwsector vrijwel zal ophouden te bestaan?

Antwoord

Wij kennen de zorgen uit de tuinbouwsector. Deze sector kent kleinere en grote bedrijven. En deze sector heeft zelf de ambitie uitgesproken klimaat neutraal te zijn in 2040. Dat waarderen we. Dit kabinet heeft samen met de glastuinbouwsector een convenant gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over de maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de glastuinbouw in 2030 maximaal 4,3 Mton CO2-uitstoot. Dat betreft onder andere de aanpassing van de CO2-heffing van een sectorsysteem naar een individueel systeem. Dit moet ervoor zorgen dat dit doel wordt gerealiseerd. Tegelijkertijd stelt het kabinet subsidies beschikbaar uit het Klimaatfonds om de glastuinbouw te ondersteunen om de benodigde investeringen te plegen. Denk aan subsidie voor energiebesparende maatregelen, zoals het gebruik van ledverlichting en voor de aansluiting op een warmtenet. Het gaat hierbij om een bedrag ca. 500 miljoen. Hiermee heeft het kabinet gekozen voor een pakket aan maatregelen waarmee de sector kan verduurzamen. We hebben met de sector afgesproken dat we in nauw contact de ontwikkelingen blijven monitoren. Mocht er nieuwe inzet nodig zijn dan bespreken we dat.

88
Het vestigingsklimaat verslechtert in een rap tempo. De BOR zorgt voor een exodus naar het buitenland. Heeft de minister inzicht in het aantal faillissementen, het aantal emigraties en het aantal verkopen aan buitenlandse bedrijven, en baart haar dat geen zorgen?

Antwoord
Volgens het CBS zijn er in 2022 2.145 bedrijven failliet verklaard. Dit is een historisch laag aantal. Sinds de start van de statistiek in 1981 was het aantal faillissementen alleen in 2021 nog lager. Toen bedroeg het aantal faillissementen 1.818. In 2023 zijn er t/m augustus 2.074 bedrijven failliet verklaard. De faillissementen lopen wel op. 16 maanden op rij is het aantal faillissementen hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder.

Tijdens de coronacrisis was het aantal faillissementen historisch gezien erg laag, met name door de steun vanuit de overheid. Een deel van de voorkomen faillissementen worden nu ingehaald. Verder is het ook waarschijnlijk dat terugvallende buitenlandse vraag, hogere inputprijzen, uitgestelde belastingen die terugbetaald moeten worden en hogere financieringskosten bijdragen aan faillissementen. Hoewel faillissementen voor betrokkenen erg pijnlijk zijn, is het voor een gezonde economische dynamiek wel van belang dat bedrijven die niet rendabel zijn, uiteindelijk stoppen.

Op basis van onderzoek door Eurostat concludeert het CBS dat, tussen 2018 en 2020, ongeveer 500 bedrijven in Nederland ƩƩn of meerdere bedrijfsonderdelen naar het buitenland verplaatsten. Dat is minder dan in de periode 2014-2016. De meeste verplaatsingen waren naar andere landen binnen de EU, gevolgd door India. Er werd vooral productie en administratie verplaatst. De meest voorkomende reden voor het verplaatsen van bedrijfsonderdelen is een strategisch besluit van het moederbedrijf. Ook besparingen op loonkosten en andere kosten zijn vaak genoemde redenen voor bedrijven om banen te verplaatsen. Naast kostenbesparingen, is ook een tekort aan geschikt personeel een belangrijke reden voor verplaatsing. Aangezien bedrijfsverplaatsingen lijken te dalen, deze voornamelijk binnen de EU plaats vinden en de redenen voornamelijk strategisch zijn, zijn ze momenteel geen reden tot zorg.

89
Voor wat betreft de woningmarkt: de regulering van middenhuur en box-3-rooftocht zijn een moderne vorm van onteigening. Kan de minister aangeven hoeveel aan mkb-pensioenen is verdampt, waar dit verlies precies neerslaat en hoe dit doorwerkt in de slagkracht van bedrijven?

Antwoord
Ondernemers in het mkb kunnen tal van strategieƫn hanteren om te sparen voor hun aanvullende pensioen. In enkele beroepsgroepen is deelname aan een verplichte pensioenregeling verplicht, maar de meeste (mkb-)ondernemers zullen zelf sparen of beleggen, al dan niet via bijvoorbeeld een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling. Het kabinet heeft geen inzicht in de bedragen waarom het hier gaat. Het kabinet kan dus ook niet aangeven in hoeverre het genoemde beleid ten aanzien van middenhuur en box 3 hierop van invloed is geweest. In algemene zin geldt wel dat indien ondernemers menen meer te moeten sparen voor hun pensioenvoorziening, dit ten koste kan gaan van de ruimte die er is om te investeren in hun onderneming.

90
Ten aanzien van de energierekening: maatregelen als windmolens op land, zonneakkers, biomassacentrales, verplichte warmtepompen, gasloos bouwen en CCS. Dit is slecht voor ons milieu en portemonnee en het heeft geen invloed op het klimaat. Waarom geen werkende technologieƫn, zoals geothermie en kernenergie in plaats van 30.000 windmolens op zee. Waarom streven we niet naar energiesoevereiniteit, en waarom planten we geen bomen? En leggen we niet de daken vol zonnepanelen?

Antwoord
Voor de zomer heeft het kabinet het concept Nationaal plan energiesysteem gepresenteerd (Kamerstuk 32813, nr. 1280). Het is belangrijk om voldoende zekerheid te hebben over de beschikbaarheid van energie en grondstoffen in de toekomst. We bouwen aan de benodigde energieketens voor elektriciteit, koolstof, waterstof en warmte met alle beschikbare technieken, huidige en toekomstige. Met alleen zon op dak, geothermie, kernenergie en het planten van bomen is een duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem volstrekt onhaalbaar. Daarom zet het kabinet in op meer eigen energieproductie dan nu, verdere samenwerking en verbondenheid van het energiesysteem in Europa en diversificatie van import uit verschillende landen buiten Europa.

91
Veilig gas produceren en Groningen compenseren: klopt het dat de versterkingskosten ongeveer 11 miljard bedragen? En dat dit door de NAM betaald zou moeten worden? En klopt het dat hiervan een aanzienlijk deel is weggegeven aan de zogenaamde Wiebesovereenkomsten? En klopt het dat facturen van de Staat aan de NAM onbetaald zijn gebleven, en zo ja voor welk bedrag? En klopt het dat dit weggegeven bedrag volgens EU-recht kwalificeert als staatssteun? En klopt het dat dit niet is gemeld aan de Kamer? En klopt het dat er een integriteitsonderzoek is gestart bij WJZ over deze kwestie?

Antwoord
Klopt het dat de versterkingskosten ongeveer 11 mld euro bedragen en dat dit door de NAM betaald zou moeten worden
?

De versterkingskosten worden volledig bij NAM in rekening gebracht. Sinds de overheid de versterkingsoperatie van NAM heeft overgenomen, is 1,1 miljard euro bij NAM in rekening gebracht. Ook de toekomstige versterkingskosten worden aan NAM doorbelast. Conform de meest recente raming zoals verwerkt op de ontwerpbegroting 2024 gaat dit om een bedrag van nog 4 miljard euro voor de periode 2023 t/m 2028. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat vanaf 2018 het wettelijke heffingenregime van toepassing is op de inkomsten uit het Groningenveld. Hierdoor ontvangt de Staat ongeveer 70% van de winst en draagt ook 70% van de kosten. NAM draagt per saldo 30% van de kosten. Deze afdrachtensystematiek is zeer uitgebreid door mijn ambtsvoorganger toegelicht in de Kamerbrief van 13 december 2021 (ā€˜Uitleg inkomsten gaswinning Groningenveld’).


Klopt het dat hiervan een aanzienlijk deel is weggegeven in de zogenaamde Wiebes overeenkomsten?

Als de vragensteller duidt op de Interim betalingsovereenkomst versterken uit november 2018: deze overeenkomst is met NAM gesloten en met uw Kamer gedeeld. De overeenkomst was bedoeld om, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet Versterken, een grondslag te hebben om de kosten van de versterking aan NAM door te belasten. Op deze manier kon NAM al gelijk op afstand worden gezet van de versterkingsoperatie en hoefde daarmee niet gewacht te worden tot de wet er was. Uiteindelijk is de wet Versterken op 1 juli jl. in werking getreden en is de betaalovereenkomst geƫindigd. Alle uitgaven die op grond van de versterking vanaf 1 juli worden gedaan, worden sindsdien via een wettelijke heffing op NAM verhaald.

Klopt het dat facturen van de Staat aan de NAM onbetaald zijn gebleven? En zo ja, voor welk bedrag?

De uitgaven voor de versterkingsoperatie worden per kwartaal in rekening gebracht bij NAM. Sinds de factuur voor het derde kwartaal van 2020 betaalt NAM 60% van de kosten die de Staat in rekening brengt. Hierover is uw Kamer geĆÆnformeerd. In totaal heeft NAM sindsdien circa 400 miljoen euro nog niet betaald. Dit is exclusief uitgaven voor versterking in 2023. Vanaf het moment dat kosten worden doorbelast op basis van de wettelijke heffing in plaats van via facturen op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst, heeft NAM niet meer de mogelijkheid om vooraf een bedrag in te houden. NAM heeft arbitrages gestart over de kosten voor schade en versterken. In de arbitrage over de versterking heeft de Staat, naast een verweer, een tegenclaim ingediend voor het niet door NAM betaalde bedrag. NB: de schadefacturen zijn door NAM voor 100% betaald.

Ik (SMB) heb vele malen aangegeven, zowel in de Tweede Kamer als in de pers, als in gesprekken met de NAM, dat ik deze houding van de NAM onacceptabel vind.


Klopt het dat dit weggegeven bedrag volgens geldend EU-recht te kwalificeren is als staatssteun?

Er is geen sprake van een weggegeven bedrag. Er loopt een arbitrage om dit bedrag alsnog te incasseren. Over aspecten rondom staatssteun heb ik ten behoeve van de arbitrage twee externe experts om advies gevraagd. Deze adviezen heb ik betrokken in mijn verweer bij de arbitrages. Ik heb uw Kamer op 23 september jl. geĆÆnformeerd over de stand van zaken van de arbitrages en kan, als die wens bestaat, uw Kamer ook vertrouwelijk nader informeren.

Klopt het dat deze kwestie niet door de Minister aan de Tweede Kamer gemeld is, en zo ja, waarom niet?

Dat klopt niet. Uw Kamer is meerdere malen geĆÆnformeerd over de discussies met NAM. Onder andere is op 31 maart 2021 aan uw Kamer gemeld dat NAM de betalingstermijn heeft overschreden, op 4 februari 2022 dat de NAM arbitrages is gestart en op 29 juni 2022 heb ik uw Kamer per brief de stand van zaken gegeven van de juridische procedures met NAM. Bij brief van 13 september jl. heb ik wederom een algemene stand van zaken gegeven over de arbitrageprocedures. Ten aanzien van de verschillende conflicten met NAM over de kosten is de positie van het kabinet altijd heel duidelijk geweest: NAM moet zijn verantwoordelijkheid volledig nemen en alle doorbelaste kosten voldoen. Daarbij is altijd aangegeven dat geen juridisch middel onbenut gelaten wordt om dat doel te bereiken.


Klopt het dat er een integriteitsonderzoek is gestart bij de Directie WJZ over deze kwestie?

Er is een integriteitsmelding gedaan die in relatie staat met deze kwestie. De Secretaris Generaal van EZK laat naar aanleiding van dit vermoeden van een integriteitsschending een integriteitsonderzoek doen. Dit onderzoek loopt nog. De integriteitsmelding vloeit voort uit een melding die op grond van de Wet bescherming klokkenluiders is gedaan. Om die reden kan ik daar geen verdere mededelingen over doen. Als de integriteitsmelding en de melding op grond van de Wet bescherming klokkenluiders zijn afgerond, worden deze zoals gebruikelijk gemeld in het jaarverslag van EZK. Verder zal ik de Kamer al dan niet vertrouwelijk op de hoogte houden over de ontwikkelingen rondom de arbitrage met de NAM.


Erratum informatie afloop ISDE voor zon-PV en kleine windturbines

In de Kamerbrief met onder andere de beantwoording van de feitelijke vragen over de begroting Economische Zaken en Klimaat 2024 is per abuis foutieve informatie over de besteding van het ISDE-deel voor zon-PV en kleine windturbines opgenomen. In de brief staat foutief dat van de gereserveerde € 100 miljoen voor dit ISDE-deel eind dit jaar naar verwachting € 60 miljoen uitgegeven is, maar de daadwerkelijke prognose is dat eind dit jaar slechts € 40 miljoen uitgegeven is. Ook tijdens het Commissiedebat Klimaat en Energie van 27 september jl. is door mij per abuis het onjuiste getal genoemd.