Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van van Koninkrijksrelaties en het BES-fonds op 18 oktober 2023
Brief regering
Nummer: 2023D43053, datum: 2023-10-18, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.C. van Huffelen, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Onderdeel van zaak 2023Z17782:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- Stemmingen en besluiten:
- 2023-12-21 13:00 ā Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2023-12-20 13:00 ā Reeds betrokken bij plenaire begrotingsbehandeling d.d. 19 oktober 2023. (Besluit)
- 2023-12-06 13:50 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2023-10-26 14:24 ā Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2023-10-19 21:15 ā Behandeld. (Besluit)
- 2023-10-19 21:15: Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (36410-IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2024 antwoord 1e termijn + rest (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2023-10-26 14:24: Aansluitend aan de Stemmingen: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2023-12-06 13:50: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2023-12-20 13:00: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- 2023-12-21 13:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (š origineel)
Hierbij bied ik u de beantwoording aan van een deel van de vragen die door leden van uw Kamer op 18 oktober 2023 in eerste termijn zijn gesteld in het debat over de vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (36410-IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2024. De overige gestelde vragen zal ik tijdens het vervolg van het debat op donderdag 19 oktober 2023 in mijn eerste termijn beantwoorden.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
Digitalisering en Koninkrijksrelaties
Alexandra C. van Huffelen
Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van Koninkrijksrelaties en het BES-fonds voor het jaar 2024
Vragen van het lid Kamminga (VVD)
Vraag 1
De VVD houdt grote zorgen bij de staat van de rechtsstaat en de
voortgang op het gebied van corruptiebestrijding en ondermijnende
criminaliteit in de Caribische landen. Het is goed om te zien dat het
kabinet jaarlijks geld reserveert voor de bestuurlijke aanpak en dat de
inzet is versterkt. Alleen blijft de vraag of de bestuurlijk aanpak
zoden aan de dijk zet? Hoe kijkt de staatssecretaris naar deze
ontwikkeling? Wordt er naar haar mening voldoende voortgang
geboekt?
Antwoord
In het afgelopen jaar zijn er concrete stappen gezet om de samenwerking
op de bestuurlijke aanpak op te starten. De Caribische landen zijn onder
andere gestart met het opzetten van ondermijningsbeelden, het opstellen
van een communicatiestrategie om de weerbaarheid te vergroten en ze
krijgen budget om de wetgeving op dit vlak te evalueren en actualiseren.
Dit budget wordt bovendien ingezet voor de organisatie van de 'Integrity
Summit 2023' waaraan zowel de Caribische landen als ook de openbare
lichamen van Caribisch Nederland deelnemen. Om de samenwerking vorm te
geven hebben de vier landen onlangs een protocol getekend waarin
werkafspraken zijn opgenomen. Hieruit blijkt duidelijk commitment van de
landen. Dit zijn goede en concrete stappen, maar dit is ook pas het
begin. Ik heb er vertrouwen in dat de goede samenwerking tot resultaat
zal leiden. Ik wil daarbij ook eerlijk zijn dat dit een langjarig
traject zal zijn, waarbij de resultaten pas op termijn effect zullen
sorteren. Ik houd uw Kamer op de hoogte van de inzet en de
uitkomsten.
Vraag 2
Het is goed om te lezen dat er voortgang zit met het invoeren van het
BSN-nummer. Bij andere voorzieningen zoals de notaris, pinautomaten en
internet gaat het naar de mening van de VVD nog niet snel genoeg. In de
stukken van de werkgroep en taskforce lezen we dat iedereen druk doende
is, maar nu is het tijd voor actie. Regel het en wees creatief, of pas
regelgeving aan wanneer dit knellend is in de lokale situatie. Is de
staatssecretaris het hiermee eens? Wanneer verwacht de staatssecretaris
echt een oplossing te kunnen geven?
Antwoord
Zoals benoemd in de voortgangsbrief heeft de Taskforce Knelpunten
Caribisch Nederland mooie vooruitgang geboekt.1 Zo
is er per 1 juli 2023 een permanente notaris benoemd op Saba en Sint
Eustatius. Over de invoering van een BSN heb ik u in een brief in juli
geĆÆnformeerd.2 In die brief wordt ook ingegaan op
het vraagstuk van het BSN voor studenten uit het Caribische deel van het
Koninkrijk en de oplossingen die daarvoor zijn gevonden. De
internetconsultatie van het Wetsvoorstel Invoering BSN en voorzieningen
digitale overheid BES is net gesloten. De reacties worden nu verwerkt.
Ik ben blij met de samenwerking met de eilanden en de andere ministeries
in deze Taskforce. Voor sommige resultaten ben ik niet alleen
afhankelijk van ministeries maar ook van externe partijen, zoals van
banken voor een goede bancaire dienstverlening in het Caribisch gebied.
Het is belangrijk om de voorgestelde oplossingen voor de verschillende
onderwerpen in goede afstemming te bespreken met alle betrokkenen. Dat
kost helaas tijd. Tegelijkertijd leidt dat wel tot duurzame resultaten.
Ik kan hier dus nog geen einddatum aan verbinden, maar het kabinet werkt
samen met de Taskforce verder aan het behalen van de gewenste resultaten
op zo kort mogelijke termijn.
Vraag 3
De VVD heeft zorgen over de toenemende invloed van China op de eilanden.
Ziet de staatssecretaris dit ook? Wat doet het kabinet om te voorkomen
dat er een te grote afhankelijkheid ontstaat?
Antwoord
Hoewel ik geen concrete aanleiding heb om te veronderstellen dat China
een bijzondere belangstelling heeft voor de Caribische delen van het
Koninkrijk, is het wel zaak om waakzaam te blijven, met name wanneer het
interesse zou betreffen in de vitale infrastructuur. Monitoring op dit
punt gebeurt overigens voor het hele Koninkrijk. Waakzaamheid is altijd
geboden als het gaat om een grote mate van beĆÆnvloeding door andere
staten. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een adviserende rol
richting de autonome landen van het Koninkrijk en kan eventuele risicoās
signaleren en benoemen. Aruba, CuraƧao en Sint Maarten kunnen
bijvoorbeeld, conform artikel 29 van het Statuut, niet zonder instemming
van de Rijksministerraad leningen aangaan met partijen buiten het
Koninkrijk, dus ook niet met China. De Rijksministerraad verleent geen
instemming als dit in strijd is met de belangen van het Koninkrijk. Dit
is een waarborg om te voorkomen dat andere landen via leningen invloed
kunnen verkrijgen binnen het Koninkrijk of op het buitenlands
beleid.
Vraag 4
De landen zijn gemotiveerd om te hervormen, maar ik heb nog wel wat
zorgen of dat dit geldt voor moeilijke hervormingen. Gaat dit dan ook zo
voortvarend? Of val je dan in oudere patronen van heronderhandelingen en
vertragen? Kan de staatssecretaris aangeven hoe zij kijkt naar voortgang
waar ze de kansen ziet en haar zorgen ziet?
Antwoord
Alle landen hebben in april 2023 de Onderlinge Regeling Samenwerking bij
hervormingen ondertekend. Daarbij is geen discussie geweest over de
inhoud van de landspakketten. De hervormingen in de Landspakketten
worden ook door de landen omarmd. Veranderen kost echter tijd, vanwege
de complexiteit, vanwege de noodzaak om tot draagvlak te komen en
vanzelfsprekend omdat implementatie tijd kost. Inmiddels krijgen in elk
van de drie landen de daadwerkelijke hervormingen nu steeds meer vorm en
worden de resultaten concreter, ook op de moeilijke trajecten.
Hiervan geef ik graag een aantal voorbeelden. De drie landen zetten
voortvarend stappen om het financieel beheer in 2027 op orde te hebben.
Dat wil zeggen dat de overheden een op tijd gerede jaarrekening met een
goedkeurende accountantsverklaring kunnen opleveren. In de drie landen
wordt gewerkt aan modernisering van de belastingstelsels, waarbij veel
aandacht is voor het schrappen van uitzonderingen en het dichten van
mazen in de regelgeving. Parallel daaraan wordt er in elk van de Landen
gelijktijdig gewerkt aan het op korte termijn wegwerken van
achterstanden in de behandeling van belastingaanslagen en bezwaren, en
voor de langere termijn aan het moderniseren van de belastingdiensten,
inclusief digitalisering. Veel aandacht gaat in de landen uit naar het
verhogen van de kwaliteit van de overheidsorganisaties, waarvoor CuraƧao
bijvoorbeeld een uitgewerkt implementatieplan gereed heeft en ook op
Sint Maarten een programma is opgezet. Aruba werkt aan een integraal
herontwerp van de gehele organisatie. In alle landen is een
Landsverordening Normering Topinkomens aangenomen, waarbij de
normbedragen aansluiten bij de kaders die de Rijksministerraad daarvoor
heeft gesteld. In het kader van het versterken van de economie richten
de acties in het Landspakket zich nu met name op het ondernemersklimaat,
waaronder het terugdringen van regeldruk en digitalisering bij de
vergunningverlening. Dit is een noodzakelijke voorwaarde voor het
bereiken van de gewenste economische diversificatie en groei. Het
opstellen van diversificatiebeleid en het stimuleren van
kennisuitwisseling voor innovatie en ondernemerschap zijn mogelijke
volgende stappen. De middelen die zijn vrijgemaakt vanuit het Nationaal
Groeifonds kunnen eveneens bijdragen. Daarom ben ik voornemens in het
eerste kwartaal van 2024 samen met de landen het gesprek te voeren over
de voortgang op de essentiƫle hervormingen binnen de landspakketten tot
nu toe en het vervolg van de samenwerking onder de onderlinge
regeling.
Vragen van het lid Wuite (D66)
Vraag 5
De inzet van D66 blijft dat elke regio telt en dat de autonome landen
een sterkere regio positie moeten hebben. Hoe gaat de staatssecretaris
deze grotere diplomatieke rol stimuleren en hoe ondersteunt ze bij
financiƫle belemmeringen bij deelname aan regionale organisaties?
Antwoord
Het kabinet stimuleert de participatie van de Caribische landen in
regionale organisaties. Dit is van belang voor hun economische
ontwikkeling. Door het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt intensief
samengewerkt met de Diensten Buitenlandse Betrekkingen van de landen.
Bijvoorbeeld op het gebied van verdragen en vertegenwoordiging in
internationale organisaties. De positionering van de landen binnen de
Caribische regio is aan de regeringen van de landen. Nederland is graag
bereid dit te ondersteunen. Er zijn er vele mogelijkheden waar de landen
niet altijd gebruik van maken, zoals Caribbean Community
(Caricom).
Daarnaast speelt ook de constitutionele status van de landen als
onderdeel van het Koninkrijk en hun relatief hoge gemiddelde inkomen een
rol. Door dat relatief hoge inkomen kwalificeren de landen niet als
developing state. Als lid van het Koninkrijk krijgen de landen
bijvoorbeeld wƩl technische ondersteuning van het Internationaal
Monetair Fonds (IMF), maar komen zij niet in aanmerking voor de
steunprogramma's van het IMF of de Verenigde Naties.
Vraag 6
De beleidsinzet van dit kabinet is de economieƫn van de Landen te
versterken en het welzijn van inwoners te bevorderen. Wanneer is de
hervormingsagenda geslaagd?
Antwoord
De Landspakketten bevatten doelstellingen voor acht themaās waarbinnen
hervormingen worden doorgevoerd. De Landspakketten zijn effectief als de
thema-specifieke doelstellingen zijn behaald. Sinds begin 2021 worden
deze doelstellingen steeds verder geconcretiseerd in een uitgebreide set
meetbare resultaatafspraken voor de korte en, waar mogelijk, lange
termijn, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke context en
uitvoeringscapaciteit van elk van de landen. Deze afspraken worden
vastgelegd in periodieke Uitvoeringsagendaās. De hervormingsagenda is
wat mij betreft geslaagd wanneer Nederland en de Caribische Landen
gezamenlijk een significante en duurzame bijdrage hebben geleverd aan
economische weerbaarheid en bestuurskracht, op basis van de
uitvoeringsagendaās die ik samen met de minister-presidenten van de
Landen periodiek vaststel.
Vraag 7
Welke meetbare doelstellingen verwacht de staatssecretaris, in
samenwerking met de landen en de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO), te
bereiken in 2026-2027 in het kader van duurzame economische
versterking?
Antwoord
De verwachting is dat via verschillende hervormingstrajecten in 2027 een
belangrijke bijdrage aan economische versterking zal zijn geleverd. De
financiƫle kolom van de overheid wordt versterkt, waardoor de
overheidsfinanciƫn beter bestuurbaar worden en de landen duurzaam
financieel veerkrachtiger worden. Deze verbeteringen zullen meetbaar
zijn door, bijvoorbeeld, voortgang in het tijdig indienen van
begrotingen en vaststellen van jaarrekeningen met goedkeurende
accountantsverklaring, maar ook de introductie van een effectief
inkoopbeleid. Daarnaast wordt de doelmatigheid van de publieke sector
versterkt, met lagere totale kosten en een hogere kwaliteit van de
dienstverlening. Efficiƫntie draagt bij aan duurzame financiƫle
stabiliteit van de overheid en betere dienstverlening stimuleert de
economie. Een hogere doelmatigheid is meetbaar door bijvoorbeeld
automatisering van bepaalde cruciale processen, beheersing van
huisvestingskosten en de invoering van modern personeelsbeleid dat de
overheid aantrekkelijker maakt als werkgever. Tevens wordt het
belastingstelsel robuuster gemaakt met een bredere grondslag, met
adequaat ingerichte belastingdiensten.
Een beter werkende belastingdienst en duidelijkere regels dragen bij aan de compliance en aan het ondernemingsklimaat. Verbeteringen zijn bijvoorbeeld terug te zien in afschaffing van verouderde belastingbepalingen en mazen in de wetgeving, evenals het wegwerken van achterstanden en de invoering van geautomatiseerde systemen in de uitvoering bij de belastingdiensten. Verder wordt arbeidsmarkt gemoderniseerd, terwijl ook het sociale zekerheidsstelsel moderner en financieel duurzaam wordt gemaakt. Het investeringsklimaat wordt hierdoor verbeterd, terwijl de sociaaleconomische veerkracht omhoog gaat. Dit wordt meetbaar gemaakt door het vaststellen van nieuwe regels op het gebied van tijdelijke contracten, beter werkende arbeidsbemiddeling door de overheid, snellere procedures bij vergunningaanvragen voor buitenlandse werknemers en veranderingen die het arbeidsongeschiktheidsverzekeringsstelsel (AOV) op lange termijn financieel houdbaar maken.
Tenslotte worden regels die het ondernemerschap en het investeringsklimaat aangaan vereenvoudigd. Dit gaat zowel om de regeldruk, zoals het vergunningenstelsel, als de uitvoering daarvan. Meetbare indicatoren zijn bijvoorbeeld de afschaffing van onnodige regels en vergunningen, het samenbrengen van verschillende diensten bij ƩƩn (digitaal) loket en de introductie van een mededingingsautoriteit waar deze nog niet bestaat.
Vraag 8
Waarom eindigt de Onderlinge Regeling in 2027? Is het niet verstandiger
om een hervormingsagenda te formuleren tot 2034?
Antwoord
De einddatum van 2027 is een uitkomst van de onderhandelingen over de
Onderlinge Regeling die met de Caribische Landen zijn gevoerd. Het was
overigens ook de beoogde einddatum van het Caribisch Orgaan voor
Hervorming en Ontwikkeling (COHO). Bij het bepalen van de duur van de
regeling is in aanmerking genomen dat de uitvoering van de hervormingen,
op basis van de landspakketten, al begin 2021 is opgestart. De
Onderlinge Regeling biedt de mogelijk om de regeling te verlengen,
telkens met een periode van twee jaar. Een zorgvuldige implementatie van
hervormingstrajecten vergt veel tijd en zal mogelijk ook na 2027 nog aan
orde zijn. Op basis van de informatie uit het verslag van de
tussentijdse evaluatie naar doeltreffendheid en doelmatigheid dat in
2026 uitkomt en de voortgang van de hervormingen, ga ik vervolgens in
gesprek met de ministers van Algemene Zaken van de Caribische Landen om
een eventuele verlenging te bespreken.
Vraag 9
Welke randvoorwaarden zijn er nodig voor jonge Caribiƫrs om terug te
gaan en met trots hun eiland verder te ontwikkelen?
Antwoord
Allereerst benoem ik dat terugkeer naar de eilanden een individuele
afweging van Caribische jongeren en jonge werkenden zelf is. Hierbij
spelen veel persoonlijke afwegingen een rol. Wel vind ik het van belang
dat de Landen en de openbare lichamen richting geven aan de manier
waarop zij de terugkeer van Caribische studenten en jonge werkenden naar
de eilanden willen bevorderen. Het kabinet ondersteunt en faciliteert
hierin waar mogelijk,bijvoorbeeld door middel van het Talent
Ontwikkelingsprogramma (TOP) op Bonaire en de Koninkrijksbeurzen voor
studenten. Tegelijkertijd voer ik dit gesprek ook in Europees Nederland.
Welke randvoorwaarden Caribische jongeren en jonge werkenden nodig
hebben om terug te keren naar de Caribische delen van het Koninkrijk is
onderdeel van het gesprek dat ik samen met andere bewindspersonen met
studenten en jonge werkenden voer tijdens de Collegetour-edities. Deze
worden door BZK georganiseerd als onderdeel van het programma āna de
kommaā over de doorwerking van het slavernijverleden.
Vraag 10
Wat voor en wanneer werden concrete voorstellen door Aruba, Sint Maarten
en CuraƧao in het onderhandelingsproces gedaan? Kunnen wij deze voor de
termijn van u in chronologische volgorde ontvangen, met een
uiteenzetting van de werking van de LAft met bijbehorend protocol versus
Rft?
Antwoord
Nederland en de landen hebben het afgelopen jaar en met name de
afgelopen maanden intensief met elkaar gesproken, zowel op ambtelijk als
bestuurlijk niveau. Op 15 mei jl. heeft Nederland zijn aanbod voor de
herfinanciering van de covidleningen ook schriftelijk gedeeld met Aruba,
CuraƧao en Sint Maarten. In dit aanbod zijn de verschillende voorwaarden
per land opgenomen om een beroep te kunnen doen op de verschillende
leenvoorwaarden met een lage, middelhoge en hoge rente. Vanuit de landen
en Nederland zijn vervolgens verschillende voorstellen over en weer
gedaan, waarbij veelvuldig is overlegd over de vormgeving van het
financieel toezicht in Aruba, de draagkracht van de landen, een
oplossing voor ENNIA en de consequenties hiervan voor de herfinanciering
van de covidleningen.
Nederland heeft in juli een aantal brieven ontvangen waarin Aruba eerder
ingediende voorstellen heeft herhaald om financieel toezicht vast te
leggen middels een Landsverordening. Dit was al in eerdere overleggen
afgewezen door Nederland. Op 31 augustus jl. heb ik van Aruba een
voorstel voor een Hoofdlijnenakkoord over de herfinanciering ontvangen.
In dit concept zijn verschillende elementen opgenomen waarvan Nederland
eerder heeft aangegeven deze niet te kunnen accepteren, zoals het
opnemen van de begrotingsnormen in een landsverordening die eenzijdig
gewijzigd kan worden, het overnemen van de volledige buitenlandse
leningenportefeuille van Aruba en het bespreekbaar maken van
kwijtschelding van schuld binnen drie jaar. Ook hebben wij op dezelfde
dag het voorstel van Aruba voor de wijziging van de Landsverordening
Aruba financieel toezicht (LAft) ontvangen. Sinds augustus is regelmatig
ambtelijk overleg gevoerd met Aruba over de invulling van de LAft. Deze
overleggen lopen momenteel nog. Op 29 september jl. heeft Aruba een
alternatieve leenovereenkomst voorgelegd aan Nederland. Dit betrof een
verkorte versie van de concept leenovereenkomst die Nederland eerder op
22 september jl. had toegestuurd aan Aruba, waarin de considerans en
verschillende artikelen waren geschrapt of substantieel gewijzigd. Ook
gaf Aruba aan dat zij het niet eens waren met de door Nederland
berekende marktrente. Vervolgens is meerdere keren overlegd over de
modaliteiten van de leenovereenkomst. Op 10 oktober jl. heeft Aruba de
leenovereenkomst ter herfinanciering ondertekend, weliswaar onder
protest tegen de door Nederland gestelde rente.
Van CuraƧao heb ik geen concrete voorstellen ontvangen voor de
herfinanciering, maar enkel reacties op de modaliteiten van het
leningaanbod van Nederland. Vervolgens hebben wij verschillende keren
overlegd over de modaliteiten. Op 10 oktober jl. heb ik van CuraƧao een
brief ontvangen met het bericht dat CuraƧao voorwaardelijk akkoord gaat
met de leenovereenkomst ter kortlopende herfinanciering. Hierbij stelde
CuraƧao onder andere als voorwaarde dat zij, na uitwerking van de ENNIA
oplossing door de Centrale Bank van CuraƧao en Sint Maarten (CBCS), met
terugwerkende kracht een beroep wilde doen op 3,4% rente op de
covidlening. Dit was voor Nederland niet acceptabel. Hierna is het
overleg tussen CuraƧao en Nederland hervat. Uiteindelijk heb ik op 16
oktober jl. een getekende leenovereenkomst ontvangen van CuraƧao en heb
ik uw Kamer daar op 17 oktober schriftelijk over geĆÆnformeerd.3
Met Sint Maarten verliepen de onderhandelingen voortvarend, de
leenovereenkomsten zijn in overleg opgesteld, waarbij de vragen van Sint
Maarten over de leenovereenkomst zijn beantwoord en rekening is gehouden
met de belangen en wensen van zowel Sint Maarten als Nederland.
Vraag 11
Ik lees steeds meer over de lastige investeringspositie van onze Small
Island Developing States (SIDS) in het Koninkrijk. Kan de
staatssecretaris ingaan op het rapport van de EU-rapporteurs van de
vaste commissie Koninkrijksrelaties en de daarin gestelde vragen?
Antwoord
Ik heb het rapport van de EU-rapporteurs van de vaste Kamercommissie
Koninkrijksrelaties ontvangen. Ik werk momenteel aan de beantwoording
van de in het rapport gestelde vragen. Hiervoor ben ik echter
afhankelijk van informatie van zowel de Europese Commissie als de
eilanden. Deze heb ik nog niet ontvangen. Ik heb u daarom op 17 oktober
jl. een uitstelbericht gestuurd en zal de vragen zo spoedig mogelijk
beantwoorden.
Vraag 12
Vanzelfsprekend vindt D66 dat de stem van jongeren niet mag ontbreken en
daarom zijn wij bijvoorbeeld voorstander van een Caribische
Vertegenwoordiger in de Nationale Jeugdraad. Graag een reactie van de
staatssecretaris.
Antwoord
Ik vind het belangrijk dat de stem van Caribische jongeren gehoord
wordt. Daarbij is het belangrijk dat gekeken wordt naar een duurzame
vorm om Caribische jongeren structureel te betrekken. Onder andere de
Nationale Jeugdraad (NJR) is hiermee bezig, via de
jongerenvertegenwoordiger. Ik moedig aan dat deze stappen worden gezet
en zal dit signaal ook meegeven aan het ministerie van VWS, dat
verantwoordelijk is voor jongerenparticipatie en de NJR. Verder zijn met
de subsidie die ik aan UNICEF heb verleend jongerenraden opgezet in
Caribisch Nederland. Deze raden worden ook door UNICEF begeleid. Ik heb
met deze jongeren al eens kennis gemaakt en ook waardevolle gesprekken
gevoerd.
Vraag 13
Als CuraƧao een plan voor de afwikkeling van ENNIA presenteert: Welke
expertgroep betrekt u en wat kan de rol van De Nederlandse Bank daarbij
zijn? Kunnen wij de opdracht van de expertgroep ontvangen en tijdig
geĆÆnformeerd worden over hun adviezen? Welke criteria hanteert u om de
voorstellen te beoordelen en zou u Sint Maarten nu eigenlijk al
langlopende herfinanciering moeten aanbieden? Hoe zal de herfinanciering
de financiële situatie van toekomstige generaties beïnvloeden?
Antwoord
Net als bij de beoordeling van de oorspronkelijk door CuraƧao en Sint
Maarten beoogde doorstart van ENNIA deze zomer, zal bij de beoordeling
van de gecontroleerde afwikkeling zoals die nu door de landen en de
centrale bank wordt voorgesteld, worden samengewerkt met experts van het
ministerie van Financiƫn en De Nederlandse Bank. De experts zullen
beoordelen of de voorgedragen oplossing financieel solide en duurzaam
is. Daarbij wordt gekeken naar de financiƫle onderbouwing van het
voorstel, de risicoās, de juridische constructie en de gevolgen voor
polishouders. Het betreft grotendeels vertrouwelijke informatie die
alleen door onze experts wordt ingezien en niet openbaar kan worden
gedeeld. Voor mij is het belangrijk dat de belangen van polishouders
zoveel mogelijk worden beschermd en dat het voor de landen heel helder
wordt welke financiƫle bijdrage aan hen wordt gevraagd. Niet alleen de
komende paar jaar, maar totdat alle pensioenrechten zijn uitgediend.
Indien dat knelpunten oplevert voor de begrotingen van de landen zal het
College Financieel Toezicht CuraƧao en Sint Maarten (Cft) daarover
adviseren.
Vraag 14
Door studie in het buitenland en braindrain blijft de innovatie op de
Caribische eilanden laag. Caribische studenten in Nederland kunnen niet
stemmen, terwijl zij de toekomst van hun eiland zijn. Wat vindt de
staatssecretaris hiervan?
Antwoord
Het is van belang dat Caribische studenten betrokken kunnen blijven bij
het eiland of land waar ze vandaan komen. Die betrokkenheid kan zich op
vele manieren uiten. Initiatieven daaromtrent ondersteun ik graag,
bijvoorbeeld door het stimuleren en mogelijk maken van
jongerenparticipatie.
Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba is inschrijving een vereiste om te
mogen stemmen bij de Eilandsraadsverkiezingen. Dit is op dezelfde manier
geregeld als in Europees Nederland. Het aanpassen van de Kieswet lijkt
mij niet de oplossing voor dit vraagstuk. Het kiesrecht in Aruba,
CuraƧao en Sint Maarten is een autonome bevoegdheid van de
landen.
Vraag 15
Hoe staat het met de vervoersverbindingen en de
openbaarvervoersverplichting voor het vliegen tussen de bovenwindse
eilanden?
Antwoord
Het onderzoeksrapport over de invulling van een Public Service
Obligation (PSO) is in juni 2023 door de minister van Infrastructuur en
Waterstaat naar de Kamer gestuurd. In de Kamerbrief daarbij is
aangegeven dat met belanghebbende partijen gesproken zal worden over de
vraag hoe een PSO voorstel concreet kan worden vormgegeven. Mijn
departement werkt hierin momenteel samen met het ministerie van
Infrastructuur en Waterstaat. De besluitvorming is aan een volgende
kabinet.
Vragen van het lid Krƶger (GroenLinks)
Vraag 16
Het zou wat GroenLinks-PvdA goed zijn als er meer structurele aandacht
zou komen voor de sociaaleconomische situatie op de BES-eilanden. Zou
het daarom een goed idee zijn om te onderzoeken of er een vaste
SER-zetel voor Caribisch Nederland zou kunnen komen? Dat zou kunnen
bijdragen aan meer structurele aandacht voor de sociaaleconomische
structuur van de eilanden. Graag een reactie van de
staatssecretaris.
Antwoord
De Sociaal-Economische Raad (SER) richt zich op Europees Nederland en
bestaat uit leden van werkgevers- en werknemersorganisaties uit Europees
Nederland. Het ligt daarom niet in de rede om de SER op dit moment uit
te breiden met een Kroonlid dat gespecialiseerd is in Caribisch
Nederland, gelet op de specifieke sociaaleconomische omstandigheden op
Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De minister voor Armoedebeleid,
Participatie en Pensioenen (APP) zet daarom in op het versterken van het
overleg met de sociale partners in Caribisch Nederland. Zo wordt op
Bonaire en Sint Eustatius overlegd met de Centraal Dialogen, waar naast
werkgevers- en werknemersorganisaties ook de lokale Kamer van Koophandel
en bestuurscolleges zijn vertegenwoordigd. Deze gremia leveren gevraagd
en ongevraagd advies over sociaaleconomische vraagstukken in Caribisch
Nederland. Saba kent momenteel geen Centraal Dialoog. De minister voor
APP is met het openbaar lichaam Saba in overleg over het opzetten van
een dergelijke overlegstructuur op Saba.
Ook heeft de minister oog voor de regionale impact van het
sociaaleconomische beleid ten aanzien van Caribisch Nederland en
overlegt zij met de betreffende ministers van CuraƧao, Aruba en Sint
Maarten. Hoewel geldt dat het sociaaleconomisch beleid voor de
Koninkrijkslanden een autonome aangelegenheid is, kan het van meerwaarde
zijn om elkaar periodiek over de ontwikkelingen in onze vier landen bij
te praten.
Vraag 17
Blijkbaar is er nog onduidelijkheid of de subsidie voor de veerboot
tussen Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius wordt voortgezet. Is de
staatssecretaris het met GroenLinks-PvdA eens dat het belangrijk is dat
deze veerverbinding voortgezet wordt? Kan het kabinet ons geruststellen
en toezeggen dat de subsidie wordt voortgezet?
Antwoord
Ik ben het ermee eens dat de veerverbinding tussen Sint Maarten, Saba en
Sint Eustatius voortgezet moet worden. De veerdienst is geƫvalueerd en
daaruit blijkt dat deze zeer gewaardeerd wordt door de bewoners van Saba
en Sint Eustatius. De Openbare Lichamen Saba en Sint Eustatius hebben
mij in september gevraagd om een bijdrage aan de subsidie voor de
veerdienst. Ik sta welwillend tegenover dit verzoek en verwacht uw Kamer
daarover op korte termijn te informeren.
Vraag 18
Hoe helpen we de landen Aruba, CuraƧao en Sint Maarten bij het nemen van
effectieve klimaatmaatregelen? Hoe kunnen deze landen bijvoorbeeld ook
toegang krijgen tot internationale klimaatfinanciering. Op CuraƧao
speelt nog steeds de vraag of de ISLA-raffinaderij open zal gaan en hoe
staat het daarmee?
Antwoord
Tijdens de Caribbean Climate and Energy Conference 2023 (CCEC) is er
afgesproken om binnen het Koninkrijk de samenwerking te versterken op
het gebied van de energietransitie en klimaatverandering. De eerste stap
hierin is om gezamenlijk een routekaart naar een klimaat neutrale
energievoorziening en een klimaatbestendig Caribisch gebied te
ontwikkelen. In opdracht van mijn collega, de minister voor Klimaat en
Energie, voert TNO momenteel een onderzoek uit naar de stand van de
energietransitie en een routekaart naar verduurzaming van de
energievoorziening op de eilanden. Ik verwacht dat rapport in het eerste
kwartaal van 2024. Daar wil ik niet op vooruitlopen. Op basis van dit
rapport gaan wij in gesprek met de eilanden en kunnen zij
projectvoorstellen indienen. Deze kunnen dan mede gefinancierd worden
uit SDE-middelen. Hiermee geeft Nederland een substantiƫle bijdrage aan
de energietransitie op de eilanden. Omdat het Caribische deel van het
Koninkrijk geen partij is bij het Raamwerkverdrag inzake
klimaatverandering of bij het Akkoord van Parijs, kunnen ze geen
aanspraak maken op eventuele faciliteiten die onder die verdragen worden
afgesproken. Voor investeringen kunnen CuraƧao en Sint Maarten gebruik
maken van de zogenoemde lopende inschrijving uit de Rft. Dat betekent
dat zij tegen het voordelige Nederlandse tarief kunnen lenen. Dit is
veelal lager dan die van verschillende ontwikkelingsbanken. Verder
kunnen de landen projectvoorstellen op dit vlak indienen bij EU-fondsen
zoals BESTLIFE. Helaas komen de landen vanwege hun LGO-status niet in
aanmerking voor het EU Klimaatfonds.
Medio augustus heeft de Raffinaderij van CuraƧao gecommuniceerd dat ze
een nieuwe ronde zijn begonnen voor het vinden van een nieuwe
preferred bidder. Het betreft de zesde ronde. De eerdere rondes
waren niet succesvol. Het vinden van een nieuwe partij is een
Landsaangelegenheid. Ik ben zelf geen voorstander van het heropenen van
de raffinaderij en juich dan ook toe dat CuraƧao ook duurzame
alternatieven onderzoekt. Ik blijf hierover in gesprek met
CuraƧao.
Vraag 19
Binnenkort is de COP28 in Dubai. Op welke wijze gaat de regering ervoor
zorgen dat we als Koninkrijk daar als geheel vertegenwoordigd zijn. Gaat
de regering ervoor zorgen dat de klimaatbelangen van het gehele
Koninkrijk onderdeel zijn van onze inzet en die van de EU? Zijn er ook
jongerenvertegenwoordigers vanuit de CAS-eilanden aanwezig?
Antwoord
Er loopt al enige tijd overleg met het Caribische deel van het
Koninkrijk over hoe hun belangen het beste kunnen worden behartigd en
wie er namens het Caribische deel van het Koninkrijk zal deelnemen aan
COP28. Daarbij wordt ook bekeken of er jongerenvertegenwoordigers
aanwezig kunnen zijn. De instructie waarmee het kabinet naar de COP gaat
wordt door de Rijksministerraad vastgesteld.
Vragen van het lid Ceder (CU)
Vraag 20
Ons bestaansrecht kan niet alleen in een gezamenlijk verleden blijven
hangen, daarvoor moet je ook aan een gezamenlijke toekomst werken. Een
gezamenlijk canon van het Koninkrijk kan daarbij helpen om die
verbinding te realiseren. Met daarin symbolen en gebeurtenissen uit het
verleden en heden die ons binden. Zou de staatssecretaris hier open voor
staan?
Antwoord
Het is belangrijk dat we het hele verhaal over het verleden van het
Koninkrijk gaan vertellen, over alle kanten van het slavernij- en
koloniaal verleden. In het vertellen van dit verhaal speelt Nederland
een belangrijke rol. In de Canon van Nederland zijn hierover al een
aantal onderwerpen opgenomen, zoals de VOC/WIC, het slavernijverleden,
Anton de Kom en het Caribisch gebied. Nog belangrijker is het dat de zes
eilanden hun eigen geschiedenis en verhaal hierin kunnen vertellen en
uitdragen. Hiervoor zijn in Caribisch Nederland ook al initiatieven
genomen in samenwerking met het Canonnetwerk. Ik wil verkennen of hier
behoefte aan is bij de Caribische landen.
Vraag 21
In Caribisch Nederland eindigt een veel hoger percentage van de
zwangerschappen in abortus. In 2019 was het aanleiding voor afspraken in
het preventieakkoord over het inrichten van keuzehulp, beschikbaar
stellen van anticonceptie, structurele seksuele voorlichting op scholen
en gerichte interventies op hoge risicogroepen. Dit alles had in 2022
gerealiseerd moeten zijn, maar ik zie er nog weinig van terug. Wat is de
status van de afspraken?
Antwoord
De afgelopen jaren is er veel aandacht geweest voor het versterken van
de afdelingen publieke gezondheid van de openbare lichamen om hen in
staat te stellen de genoemde doelstellingen uit het sport- en
preventieakkoord lokaal te kunnen realiseren. Het onderwerp abortus en
onbedoelde zwangerschappen heeft in toenemende mate aandacht gekregen en
er zijn verschillende stappen gezet. Zo wordt er op alle eilanden
structureel voorlichting op scholen gegeven. VWS zet daarnaast met de
lokale overheden in op professionalisering van keuzehulp en nazorg door
middel van training van professionals. Het vergroten van de
toegankelijkheid van informatie belangrijk, ook gezien de gevoeligheid
en het taboe op het onderwerp. Zo heeft Saba een website voor jongeren
ontwikkeld die zeer goed wordt bezocht. Daarnaast wordt momenteel de
website www.infopuntonbedoeldzwanger.nl door FIOM toegankelijk gemaakt
voor de eilanden en wordt verkend of de telefoonlijn en chatdienst van
het landelijk informatiepunt voor inwoners in Caribisch Nederland
beschikbaar gemaakt kunnen worden. De website is al in het Engels
beschikbaar. Op alle eilanden worden anticonceptiemiddelen anoniem
aangeboden en zijn er campagnes ingezet. Het belang van dit onderwerp
heeft de aandacht van het ministerie van VWS. De komende periode worden
de gesprekken met de openbare lichamen en lokale partijen vervolgd en
wordt verkend wat verder nodig is.
Vraag 22
Administratieve lasten zorgen in Caribisch Nederland voor hoge kosten
van het levensonderhoud. Het gaat hier onder andere over
importheffingen. Wanneer gaan we stappen zetten om dit te verbeteren en
wat kan de staatssecretaris hierover toezeggen?
Antwoord
Goederen op Saba en Sint Eustatius worden veelal gekocht of ingevoerd
via Sint Maarten. Op goederen die op Sint Maarten worden aangekocht
(tijdens en bezoek op Sint Maarten of online) rust 5% BBO (Belasting op
Bedrijfsomzetten). Bij invoer naar Caribisch Nederland komt hier 6%
Algemene Bestedingsbelasting (ABB) bovenop. De BBO-wetgeving op Sint
Maarten kent wel een exportvrijstelling, maar die is zeer specifiek en
hiervan kan maar zeer beperkt gebruik worden gemaakt. Op eerste
levensbehoeften en diverse andere goederen rust geen BBO of ABB. De
ādubbele heffingā is vooral van toepassing op bouwmaterialen en
elektronica. Verder is relevant dat Saba en Sint Eustatius geen BTW
kennen, zoals we dat in Europees Nederland wel hebben.
De staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingen heeft eerder dit jaar de
minister van Financiƫn van Sint Maarten gevraagd om de BBO op export af
te schaffen. Dit gaat waarschijnlijk ook gebeuren, maar dat lost niet
het probleem op voor inwoners van Saba en Sint Eustatius die zelf
goederen in de winkel op Sint Maarten kopen. Ondernemers op Sint Maarten
kunnen namelijk nooit zelf verifiƫren dat de goederen Sint Maarten ook
daadwerkelijk verlaten. De autoriteiten op Caribisch Nederland werken
met veel toewijding om goederen zo spoedig mogelijk vrij te geven.
Controles gebeuren (deels) risicogericht om efficiƫnter en sneller te
werken, ondanks het feit dat bijvoorbeeld het openbaar lichaam Sint
Eustatius nu juist om strengere controles heeft gevraagd, onder meer in
verband met de invoer van illegale goederen en wapens. Hiervoor
gebruiken ze een gerenommeerd systeem dat in de VS, de EU, en in vele
Caribische landen ook wordt gebruikt.
Vraag 23
Eerder is een discussie geweest of de niet-gouvernementele organisaties
(NGO's) niet gesteund zouden moeten worden op CuraƧao, maar het bleek
ingewikkeld om als Nederland NGOs van een ander land te ondersteunen.
Het is heel goed als het overleg tussen u en CuraƧao plaatsvindt. Waar
loopt dit op vast en waar kunnen wij zorgen dat we dit kunnen
ondersteunen? Nederland wordt hier jaarlijks op aangesproken.
Antwoord
Om de autonomie van de landen te respecteren gaat substantiƫle
ondersteuning van ngoās of andere organisaties in de landen in principe
in samenspraak met of via de regeringen van de landen. Waar het gaat om
kleine lokale initiatieven ondersteunt Nederland deze via een klein
projectenfonds en verkennen we de mogelijkheid dit uit breiden. De vraag
over het ondersteunen van ngoās werd gesteld in de context van het
VN-vluchtelingenverdrag. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
en ik achten het van belang dat een actieve dialoog wordt voortgezet
over het optimaliseren van de samenwerking met het maatschappelijk
middenveld. Het doel van deze dialogen is om gezamenlijk te werken aan
het verbeteren van het migratiebeleid in de Caribische landen. Nederland
voert hierover gesprekken in de werkgroep Onderlinge Regeling
Vreemdelingenketen, met de regeringen en verantwoordelijke autoriteiten
in de landen, en met ngoās en lokale maatschappelijke organisaties. Met
deze aanpak borgen wij de samenwerkingsverbanden en waar mogelijk en
gewenst de technische ondersteuning die voortkomen uit de uitvoering van
de motie Simons c.s.
Hoewel het primair de verantwoordelijkheid is van de autonome regeringen
om samen te werken met het maatschappelijk middenveld, wordt waar
mogelijk en gewenst de samenwerking ondersteund vanuit Nederland.
Volgende week zal dit thema ook terugkeren in de gesprekken met de
lokale autoriteiten en het maatschappelijk middenveld tijdens de reis
van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Vragen van het lid Berg (CDA)
Vraag 24
Ook voor Aruba willen we degelijk financieel toezicht. Het CDA wil
daartoe een rijkswet, maar Aruba stelt in zijn brief van 10 oktober dat
een landsverordening niet zonder instemming van de Koninkrijksregering
gewijzigd kan worden. Graag een reactie.
Antwoord
Ook het kabinet hecht aan degelijk financieel toezicht voor Aruba.
Nederland en Aruba spraken al in 2020 af om te komen tot een rijkswet
waarin het financieel toezicht voor Aruba geregeld zou worden. Het
wetsvoorstel hiervoor is op 11 februari 2022 ingediend.
Op dit moment is in een protocol itussen Nederland en Aruba
afgesproken dat de Landsverordening Aruba financieel toezicht (LAft)
niet wordt gewijzigd zonder dat de Rijksministerraad met de wijziging
heeft ingestemd. Dat protocol verloopt overigens op 1 januari
aanstaande. De huidige regering van Aruba houdt zich ook aan deze
afspraak over wijziging van de landsverordening in het protocol. Dat zie
ik ook bij de wijziging van de LAft waar Aruba nu aan werkt. Dat is
alleen geen garantie. Het is mogelijk dat een volgende regering van
Aruba hier andere afwegingen maakt en zonder betrokkenheid van de
Rijksministerraad over gaat tot wijziging van de LAft. Op dat moment
zijn er geen juridische instrumenten om dit tegen te houden.
In de nu gesloten leenovereenkomst is via de rente rekening gehouden met
het risico voor Nederland. Dit blijft zo tot er een duurzaam systeem
voor financieel toezicht is. Dat kan een hybride systeem zijn, een
combinatie van een rijkswet en een landsverordening. Een waarborg via
(deels) een rijkswet blijft hierbij nodig. Daarom wil ik nog steeds
komen tot bestuurlijk commitment met Aruba over de uitwerking van dit
duurzame systeem voor het financieel toezicht. Als dit commitment er is
en er een wijziging van de LAft is doorgevoerd waar de rijksministerraad
mee heeft ingestemd, ben ik zoals eerder vermeld bereid het
rentepercentage in de leenovereenkomst met Aruba tijdelijk aan te passen
naar een middenrente, zodat we de tijd hebben om het rijkswet deel ook
goed uit te werken en in werking te laten treden. Als deze rijkswet van
kracht is, kan een langjarige herfinanciering worden aangeboden tegen de
rente die Nederland betaalt met een kleine risico-opslag. Nederland is
daarbij bereid om tot een ander voorstel te komen dan de voorliggende
RAft. Zonder bereidheid vanuit Aruba zal de rente op 6,9% blijven
staan.
Vraag 25
Het CDA ziet drie poten: verhogen lonen en uitkeringen, het verlagen van
de kosten en ten slotte het verbeteren van de economie en verbeteren
inkomensverdeling. Daaronder vallen huisvesting, bevorderen van welzijn
en adequate zorg. Er wordt een toename van ouderen met dementie
verwacht; is er adequate dagopvang? Wat gebeurt er aan sporten voor
kinderen en algemene preventie gezien de vele gezondheidsproblemen door
hart- en vaatziekten, verslaving en ronduit morbide obesitas?
Antwoord
Het sociaal minimum ziet op het verbeteren van de financiƫle basis voor
inwoners van Caribisch Nederland. Bij de uitwerking hiervan gaat het
vooral om financiƫle instrumenten. Rondom leefstijl en dementie is een
bredere aanpak nodig dan enkel op financieel gebied. Op deze onderwerpen
is reeds een brede aanpak ingezet door het ministerie van VWS en de
lokale overheden. De aanpak rondom het sociaal minimum kan reeds
bestaand beleid goed ondersteunen.
Er wordt door VWS en de openbare lichamen o.a. gewerkt aan een aanpak op
leefstijl en gerelateerde gezondheidsproblemen. Dit wordt gedaan door de
inzet van een vijfjarig programma met de inzet van de organisatie JOGG
(Jongeren op Gezond Gewicht). Onderdeel daarvan is onder andere het
inrichten van een ketenaanpak om overgewicht en obesitas tegen te gaan.
Daarnaast heeft de doelgroep ouderen en specifiek de doelgroep met
dementie onze aandacht. Zo is er op Bonaire een programmamanager
aangenomen in ontwikkelingen in de ondersteuning en zorg voor ouderen te
versnellen en ondersteunen en gaan we meer werken in ketenverband met
betrokken partijen op het gebied van ouderenzorg.
Vraag 26
Opnieuw wijst de Algemene Rekenkamer op het belang van een sterkere
coƶrdinerende rol van BZK. Dat vragen we al jaren. Wanneer kunnen we nu
eindelijk daarover een concreet voorstel ontvangen?
Antwoord
Ik heb de Kamer eerder per brief geĆÆnformeerd over de invulling van de
coƶrdinerende rol of regierol van het ministerie van BZK en de wijze
waarop dit versterkt wordt.4 Dit gebeurt door middel
van het intensiveren van overlegstructuren, het maken van bestuurlijke
afspraken met de openbare lichamen, de toepassing van comply or explain
en de regie hierop vanuit het ministerie van BZK, en de toepassing van
financiƫle instrumenten.
De coƶrdinerende rol wordt nu ook betrokken bij de uitwerking van de
uitkomsten van het rapport van IdeeVersa naar de vrije uitkering en
eilandelijke taken van Caribisch Nederland. De komende periode ga ik in
overleg met de betrokken departementen, openbare lichamen en het Cft BES
om de uitkomsten van het rapport te bestuderen. Verder wil ik op basis
van het rapport verkennen of wij onderwerpen over de bestuurlijke en
financiƫle verhoudingen, net zoals bij Europees Nederlandse gemeente,
kunnen bespreken in een Caribische variant van het overleg bestuurlijke-
en financiƫle verhoudingen. Ik zeg hierbij toe dat ik uw Kamer informeer
over de uitkomsten hiervan, en dus de Kamer informeer over de verdere
versterking van de coƶrdinerende rol.
Kamerstukken II 2022/23, 36410 IV, nr. 4ā©ļø
Kamerstukken II 2022/23, 27 859, nr. 175ā©ļø
Kamerstukken II 2022/23. 2-23Z17661ā©ļø
Kamerstukken II 2021/22, 35 925 IV, nr. 60ā©ļø