[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van van Koninkrijksrelaties en het BES-fonds op 18 oktober 2023

Brief regering

Nummer: 2023D43053, datum: 2023-10-18, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2023Z17782:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Hierbij bied ik u de beantwoording aan van een deel van de vragen die door leden van uw Kamer op 18 oktober 2023 in eerste termijn zijn gesteld in het debat over de vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (36410-IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2024. De overige gestelde vragen zal ik tijdens het vervolg van het debat op donderdag 19 oktober 2023 in mijn eerste termijn beantwoorden.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Digitalisering en Koninkrijksrelaties

Alexandra C. van Huffelen

Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van Koninkrijksrelaties en het BES-fonds voor het jaar 2024

Vragen van het lid Kamminga (VVD)

Vraag 1
De VVD houdt grote zorgen bij de staat van de rechtsstaat en de voortgang op het gebied van corruptiebestrijding en ondermijnende criminaliteit in de Caribische landen. Het is goed om te zien dat het kabinet jaarlijks geld reserveert voor de bestuurlijke aanpak en dat de inzet is versterkt. Alleen blijft de vraag of de bestuurlijk aanpak zoden aan de dijk zet? Hoe kijkt de staatssecretaris naar deze ontwikkeling? Wordt er naar haar mening voldoende voortgang geboekt?

Antwoord
In het afgelopen jaar zijn er concrete stappen gezet om de samenwerking op de bestuurlijke aanpak op te starten. De Caribische landen zijn onder andere gestart met het opzetten van ondermijningsbeelden, het opstellen van een communicatiestrategie om de weerbaarheid te vergroten en ze krijgen budget om de wetgeving op dit vlak te evalueren en actualiseren. Dit budget wordt bovendien ingezet voor de organisatie van de 'Integrity Summit 2023' waaraan zowel de Caribische landen als ook de openbare lichamen van Caribisch Nederland deelnemen. Om de samenwerking vorm te geven hebben de vier landen onlangs een protocol getekend waarin werkafspraken zijn opgenomen. Hieruit blijkt duidelijk commitment van de landen. Dit zijn goede en concrete stappen, maar dit is ook pas het begin. Ik heb er vertrouwen in dat de goede samenwerking tot resultaat zal leiden. Ik wil daarbij ook eerlijk zijn dat dit een langjarig traject zal zijn, waarbij de resultaten pas op termijn effect zullen sorteren. Ik houd uw Kamer op de hoogte van de inzet en de uitkomsten.

Vraag 2
Het is goed om te lezen dat er voortgang zit met het invoeren van het BSN-nummer. Bij andere voorzieningen zoals de notaris, pinautomaten en internet gaat het naar de mening van de VVD nog niet snel genoeg. In de stukken van de werkgroep en taskforce lezen we dat iedereen druk doende is, maar nu is het tijd voor actie. Regel het en wees creatief, of pas regelgeving aan wanneer dit knellend is in de lokale situatie. Is de staatssecretaris het hiermee eens? Wanneer verwacht de staatssecretaris echt een oplossing te kunnen geven?

Antwoord
Zoals benoemd in de voortgangsbrief heeft de Taskforce Knelpunten Caribisch Nederland mooie vooruitgang geboekt.1 Zo is er per 1 juli 2023 een permanente notaris benoemd op Saba en Sint Eustatius. Over de invoering van een BSN heb ik u in een brief in juli geĆÆnformeerd.2 In die brief wordt ook ingegaan op het vraagstuk van het BSN voor studenten uit het Caribische deel van het Koninkrijk en de oplossingen die daarvoor zijn gevonden. De internetconsultatie van het Wetsvoorstel Invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES is net gesloten. De reacties worden nu verwerkt. Ik ben blij met de samenwerking met de eilanden en de andere ministeries in deze Taskforce. Voor sommige resultaten ben ik niet alleen afhankelijk van ministeries maar ook van externe partijen, zoals van banken voor een goede bancaire dienstverlening in het Caribisch gebied. Het is belangrijk om de voorgestelde oplossingen voor de verschillende onderwerpen in goede afstemming te bespreken met alle betrokkenen. Dat kost helaas tijd. Tegelijkertijd leidt dat wel tot duurzame resultaten. Ik kan hier dus nog geen einddatum aan verbinden, maar het kabinet werkt samen met de Taskforce verder aan het behalen van de gewenste resultaten op zo kort mogelijke termijn.

Vraag 3
De VVD heeft zorgen over de toenemende invloed van China op de eilanden. Ziet de staatssecretaris dit ook? Wat doet het kabinet om te voorkomen dat er een te grote afhankelijkheid ontstaat?

Antwoord
Hoewel ik geen concrete aanleiding heb om te veronderstellen dat China een bijzondere belangstelling heeft voor de Caribische delen van het Koninkrijk, is het wel zaak om waakzaam te blijven, met name wanneer het interesse zou betreffen in de vitale infrastructuur. Monitoring op dit punt gebeurt overigens voor het hele Koninkrijk. Waakzaamheid is altijd geboden als het gaat om een grote mate van beĆÆnvloeding door andere staten. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een adviserende rol richting de autonome landen van het Koninkrijk en kan eventuele risico’s signaleren en benoemen. Aruba, CuraƧao en Sint Maarten kunnen bijvoorbeeld, conform artikel 29 van het Statuut, niet zonder instemming van de Rijksministerraad leningen aangaan met partijen buiten het Koninkrijk, dus ook niet met China. De Rijksministerraad verleent geen instemming als dit in strijd is met de belangen van het Koninkrijk. Dit is een waarborg om te voorkomen dat andere landen via leningen invloed kunnen verkrijgen binnen het Koninkrijk of op het buitenlands beleid.

Vraag 4

De landen zijn gemotiveerd om te hervormen, maar ik heb nog wel wat zorgen of dat dit geldt voor moeilijke hervormingen. Gaat dit dan ook zo voortvarend? Of val je dan in oudere patronen van heronderhandelingen en vertragen? Kan de staatssecretaris aangeven hoe zij kijkt naar voortgang waar ze de kansen ziet en haar zorgen ziet?

Antwoord
Alle landen hebben in april 2023 de Onderlinge Regeling Samenwerking bij hervormingen ondertekend. Daarbij is geen discussie geweest over de inhoud van de landspakketten. De hervormingen in de Landspakketten worden ook door de landen omarmd. Veranderen kost echter tijd, vanwege de complexiteit, vanwege de noodzaak om tot draagvlak te komen en vanzelfsprekend omdat implementatie tijd kost. Inmiddels krijgen in elk van de drie landen de daadwerkelijke hervormingen nu steeds meer vorm en worden de resultaten concreter, ook op de moeilijke trajecten.

Hiervan geef ik graag een aantal voorbeelden. De drie landen zetten voortvarend stappen om het financieel beheer in 2027 op orde te hebben. Dat wil zeggen dat de overheden een op tijd gerede jaarrekening met een goedkeurende accountantsverklaring kunnen opleveren. In de drie landen wordt gewerkt aan modernisering van de belastingstelsels, waarbij veel aandacht is voor het schrappen van uitzonderingen en het dichten van mazen in de regelgeving. Parallel daaraan wordt er in elk van de Landen gelijktijdig gewerkt aan het op korte termijn wegwerken van achterstanden in de behandeling van belastingaanslagen en bezwaren, en voor de langere termijn aan het moderniseren van de belastingdiensten, inclusief digitalisering. Veel aandacht gaat in de landen uit naar het verhogen van de kwaliteit van de overheidsorganisaties, waarvoor CuraƧao bijvoorbeeld een uitgewerkt implementatieplan gereed heeft en ook op Sint Maarten een programma is opgezet. Aruba werkt aan een integraal herontwerp van de gehele organisatie. In alle landen is een Landsverordening Normering Topinkomens aangenomen, waarbij de normbedragen aansluiten bij de kaders die de Rijksministerraad daarvoor heeft gesteld. In het kader van het versterken van de economie richten de acties in het Landspakket zich nu met name op het ondernemersklimaat, waaronder het terugdringen van regeldruk en digitalisering bij de vergunningverlening. Dit is een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van de gewenste economische diversificatie en groei. Het opstellen van diversificatiebeleid en het stimuleren van kennisuitwisseling voor innovatie en ondernemerschap zijn mogelijke volgende stappen. De middelen die zijn vrijgemaakt vanuit het Nationaal Groeifonds kunnen eveneens bijdragen. Daarom ben ik voornemens in het eerste kwartaal van 2024 samen met de landen het gesprek te voeren over de voortgang op de essentiƫle hervormingen binnen de landspakketten tot nu toe en het vervolg van de samenwerking onder de onderlinge regeling.

Vragen van het lid Wuite (D66)

Vraag 5
De inzet van D66 blijft dat elke regio telt en dat de autonome landen een sterkere regio positie moeten hebben. Hoe gaat de staatssecretaris deze grotere diplomatieke rol stimuleren en hoe ondersteunt ze bij financiƫle belemmeringen bij deelname aan regionale organisaties?

Antwoord
Het kabinet stimuleert de participatie van de Caribische landen in regionale organisaties. Dit is van belang voor hun economische ontwikkeling. Door het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt intensief samengewerkt met de Diensten Buitenlandse Betrekkingen van de landen. Bijvoorbeeld op het gebied van verdragen en vertegenwoordiging in internationale organisaties. De positionering van de landen binnen de Caribische regio is aan de regeringen van de landen. Nederland is graag bereid dit te ondersteunen. Er zijn er vele mogelijkheden waar de landen niet altijd gebruik van maken, zoals Caribbean Community (Caricom).
Daarnaast speelt ook de constitutionele status van de landen als onderdeel van het Koninkrijk en hun relatief hoge gemiddelde inkomen een rol. Door dat relatief hoge inkomen kwalificeren de landen niet als developing state. Als lid van het Koninkrijk krijgen de landen bijvoorbeeld wƩl technische ondersteuning van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), maar komen zij niet in aanmerking voor de steunprogramma's van het IMF of de Verenigde Naties.

Vraag 6
De beleidsinzet van dit kabinet is de economieƫn van de Landen te versterken en het welzijn van inwoners te bevorderen. Wanneer is de hervormingsagenda geslaagd?

Antwoord
De Landspakketten bevatten doelstellingen voor acht thema’s waarbinnen hervormingen worden doorgevoerd. De Landspakketten zijn effectief als de thema-specifieke doelstellingen zijn behaald. Sinds begin 2021 worden deze doelstellingen steeds verder geconcretiseerd in een uitgebreide set meetbare resultaatafspraken voor de korte en, waar mogelijk, lange termijn, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke context en uitvoeringscapaciteit van elk van de landen. Deze afspraken worden vastgelegd in periodieke Uitvoeringsagenda’s. De hervormingsagenda is wat mij betreft geslaagd wanneer Nederland en de Caribische Landen gezamenlijk een significante en duurzame bijdrage hebben geleverd aan economische weerbaarheid en bestuurskracht, op basis van de uitvoeringsagenda’s die ik samen met de minister-presidenten van de Landen periodiek vaststel.

Vraag 7
Welke meetbare doelstellingen verwacht de staatssecretaris, in samenwerking met de landen en de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO), te bereiken in 2026-2027 in het kader van duurzame economische versterking?

Antwoord
De verwachting is dat via verschillende hervormingstrajecten in 2027 een belangrijke bijdrage aan economische versterking zal zijn geleverd. De financiƫle kolom van de overheid wordt versterkt, waardoor de overheidsfinanciƫn beter bestuurbaar worden en de landen duurzaam financieel veerkrachtiger worden. Deze verbeteringen zullen meetbaar zijn door, bijvoorbeeld, voortgang in het tijdig indienen van begrotingen en vaststellen van jaarrekeningen met goedkeurende accountantsverklaring, maar ook de introductie van een effectief inkoopbeleid. Daarnaast wordt de doelmatigheid van de publieke sector versterkt, met lagere totale kosten en een hogere kwaliteit van de dienstverlening. Efficiƫntie draagt bij aan duurzame financiƫle stabiliteit van de overheid en betere dienstverlening stimuleert de economie. Een hogere doelmatigheid is meetbaar door bijvoorbeeld automatisering van bepaalde cruciale processen, beheersing van huisvestingskosten en de invoering van modern personeelsbeleid dat de overheid aantrekkelijker maakt als werkgever. Tevens wordt het belastingstelsel robuuster gemaakt met een bredere grondslag, met adequaat ingerichte belastingdiensten.

Een beter werkende belastingdienst en duidelijkere regels dragen bij aan de compliance en aan het ondernemingsklimaat. Verbeteringen zijn bijvoorbeeld terug te zien in afschaffing van verouderde belastingbepalingen en mazen in de wetgeving, evenals het wegwerken van achterstanden en de invoering van geautomatiseerde systemen in de uitvoering bij de belastingdiensten. Verder wordt arbeidsmarkt gemoderniseerd, terwijl ook het sociale zekerheidsstelsel moderner en financieel duurzaam wordt gemaakt. Het investeringsklimaat wordt hierdoor verbeterd, terwijl de sociaaleconomische veerkracht omhoog gaat. Dit wordt meetbaar gemaakt door het vaststellen van nieuwe regels op het gebied van tijdelijke contracten, beter werkende arbeidsbemiddeling door de overheid, snellere procedures bij vergunningaanvragen voor buitenlandse werknemers en veranderingen die het arbeidsongeschiktheidsverzekeringsstelsel (AOV) op lange termijn financieel houdbaar maken.

Tenslotte worden regels die het ondernemerschap en het investeringsklimaat aangaan vereenvoudigd. Dit gaat zowel om de regeldruk, zoals het vergunningenstelsel, als de uitvoering daarvan. Meetbare indicatoren zijn bijvoorbeeld de afschaffing van onnodige regels en vergunningen, het samenbrengen van verschillende diensten bij ƩƩn (digitaal) loket en de introductie van een mededingingsautoriteit waar deze nog niet bestaat.

Vraag 8
Waarom eindigt de Onderlinge Regeling in 2027? Is het niet verstandiger om een hervormingsagenda te formuleren tot 2034?

Antwoord
De einddatum van 2027 is een uitkomst van de onderhandelingen over de Onderlinge Regeling die met de Caribische Landen zijn gevoerd. Het was overigens ook de beoogde einddatum van het Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO). Bij het bepalen van de duur van de regeling is in aanmerking genomen dat de uitvoering van de hervormingen, op basis van de landspakketten, al begin 2021 is opgestart. De Onderlinge Regeling biedt de mogelijk om de regeling te verlengen, telkens met een periode van twee jaar. Een zorgvuldige implementatie van hervormingstrajecten vergt veel tijd en zal mogelijk ook na 2027 nog aan orde zijn. Op basis van de informatie uit het verslag van de tussentijdse evaluatie naar doeltreffendheid en doelmatigheid dat in 2026 uitkomt en de voortgang van de hervormingen, ga ik vervolgens in gesprek met de ministers van Algemene Zaken van de Caribische Landen om een eventuele verlenging te bespreken.

Vraag 9
Welke randvoorwaarden zijn er nodig voor jonge Caribiƫrs om terug te gaan en met trots hun eiland verder te ontwikkelen?

Antwoord
Allereerst benoem ik dat terugkeer naar de eilanden een individuele afweging van Caribische jongeren en jonge werkenden zelf is. Hierbij spelen veel persoonlijke afwegingen een rol. Wel vind ik het van belang dat de Landen en de openbare lichamen richting geven aan de manier waarop zij de terugkeer van Caribische studenten en jonge werkenden naar de eilanden willen bevorderen. Het kabinet ondersteunt en faciliteert hierin waar mogelijk,bijvoorbeeld door middel van het Talent Ontwikkelingsprogramma (TOP) op Bonaire en de Koninkrijksbeurzen voor studenten. Tegelijkertijd voer ik dit gesprek ook in Europees Nederland. Welke randvoorwaarden Caribische jongeren en jonge werkenden nodig hebben om terug te keren naar de Caribische delen van het Koninkrijk is onderdeel van het gesprek dat ik samen met andere bewindspersonen met studenten en jonge werkenden voer tijdens de Collegetour-edities. Deze worden door BZK georganiseerd als onderdeel van het programma ā€˜na de komma’ over de doorwerking van het slavernijverleden.

Vraag 10
Wat voor en wanneer werden concrete voorstellen door Aruba, Sint Maarten en CuraƧao in het onderhandelingsproces gedaan? Kunnen wij deze voor de termijn van u in chronologische volgorde ontvangen, met een uiteenzetting van de werking van de LAft met bijbehorend protocol versus Rft?

Antwoord
Nederland en de landen hebben het afgelopen jaar en met name de afgelopen maanden intensief met elkaar gesproken, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau. Op 15 mei jl. heeft Nederland zijn aanbod voor de herfinanciering van de covidleningen ook schriftelijk gedeeld met Aruba, CuraƧao en Sint Maarten. In dit aanbod zijn de verschillende voorwaarden per land opgenomen om een beroep te kunnen doen op de verschillende leenvoorwaarden met een lage, middelhoge en hoge rente. Vanuit de landen en Nederland zijn vervolgens verschillende voorstellen over en weer gedaan, waarbij veelvuldig is overlegd over de vormgeving van het financieel toezicht in Aruba, de draagkracht van de landen, een oplossing voor ENNIA en de consequenties hiervan voor de herfinanciering van de covidleningen.

Nederland heeft in juli een aantal brieven ontvangen waarin Aruba eerder ingediende voorstellen heeft herhaald om financieel toezicht vast te leggen middels een Landsverordening. Dit was al in eerdere overleggen afgewezen door Nederland. Op 31 augustus jl. heb ik van Aruba een voorstel voor een Hoofdlijnenakkoord over de herfinanciering ontvangen. In dit concept zijn verschillende elementen opgenomen waarvan Nederland eerder heeft aangegeven deze niet te kunnen accepteren, zoals het opnemen van de begrotingsnormen in een landsverordening die eenzijdig gewijzigd kan worden, het overnemen van de volledige buitenlandse leningenportefeuille van Aruba en het bespreekbaar maken van kwijtschelding van schuld binnen drie jaar. Ook hebben wij op dezelfde dag het voorstel van Aruba voor de wijziging van de Landsverordening Aruba financieel toezicht (LAft) ontvangen. Sinds augustus is regelmatig ambtelijk overleg gevoerd met Aruba over de invulling van de LAft. Deze overleggen lopen momenteel nog. Op 29 september jl. heeft Aruba een alternatieve leenovereenkomst voorgelegd aan Nederland. Dit betrof een verkorte versie van de concept leenovereenkomst die Nederland eerder op 22 september jl. had toegestuurd aan Aruba, waarin de considerans en verschillende artikelen waren geschrapt of substantieel gewijzigd. Ook gaf Aruba aan dat zij het niet eens waren met de door Nederland berekende marktrente. Vervolgens is meerdere keren overlegd over de modaliteiten van de leenovereenkomst. Op 10 oktober jl. heeft Aruba de leenovereenkomst ter herfinanciering ondertekend, weliswaar onder protest tegen de door Nederland gestelde rente.

Van Curaçao heb ik geen concrete voorstellen ontvangen voor de herfinanciering, maar enkel reacties op de modaliteiten van het leningaanbod van Nederland. Vervolgens hebben wij verschillende keren overlegd over de modaliteiten. Op 10 oktober jl. heb ik van Curaçao een brief ontvangen met het bericht dat Curaçao voorwaardelijk akkoord gaat met de leenovereenkomst ter kortlopende herfinanciering. Hierbij stelde Curaçao onder andere als voorwaarde dat zij, na uitwerking van de ENNIA oplossing door de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS), met terugwerkende kracht een beroep wilde doen op 3,4% rente op de covidlening. Dit was voor Nederland niet acceptabel. Hierna is het overleg tussen Curaçao en Nederland hervat. Uiteindelijk heb ik op 16 oktober jl. een getekende leenovereenkomst ontvangen van Curaçao en heb ik uw Kamer daar op 17 oktober schriftelijk over geïnformeerd.3

Met Sint Maarten verliepen de onderhandelingen voortvarend, de leenovereenkomsten zijn in overleg opgesteld, waarbij de vragen van Sint Maarten over de leenovereenkomst zijn beantwoord en rekening is gehouden met de belangen en wensen van zowel Sint Maarten als Nederland.

Vraag 11
Ik lees steeds meer over de lastige investeringspositie van onze Small Island Developing States (SIDS) in het Koninkrijk. Kan de staatssecretaris ingaan op het rapport van de EU-rapporteurs van de vaste commissie Koninkrijksrelaties en de daarin gestelde vragen?

Antwoord
Ik heb het rapport van de EU-rapporteurs van de vaste Kamercommissie Koninkrijksrelaties ontvangen. Ik werk momenteel aan de beantwoording van de in het rapport gestelde vragen. Hiervoor ben ik echter afhankelijk van informatie van zowel de Europese Commissie als de eilanden. Deze heb ik nog niet ontvangen. Ik heb u daarom op 17 oktober jl. een uitstelbericht gestuurd en zal de vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden.

Vraag 12
Vanzelfsprekend vindt D66 dat de stem van jongeren niet mag ontbreken en daarom zijn wij bijvoorbeeld voorstander van een Caribische Vertegenwoordiger in de Nationale Jeugdraad. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Antwoord
Ik vind het belangrijk dat de stem van Caribische jongeren gehoord wordt. Daarbij is het belangrijk dat gekeken wordt naar een duurzame vorm om Caribische jongeren structureel te betrekken. Onder andere de Nationale Jeugdraad (NJR) is hiermee bezig, via de jongerenvertegenwoordiger. Ik moedig aan dat deze stappen worden gezet en zal dit signaal ook meegeven aan het ministerie van VWS, dat verantwoordelijk is voor jongerenparticipatie en de NJR. Verder zijn met de subsidie die ik aan UNICEF heb verleend jongerenraden opgezet in Caribisch Nederland. Deze raden worden ook door UNICEF begeleid. Ik heb met deze jongeren al eens kennis gemaakt en ook waardevolle gesprekken gevoerd.

Vraag 13
Als Curaçao een plan voor de afwikkeling van ENNIA presenteert: Welke expertgroep betrekt u en wat kan de rol van De Nederlandse Bank daarbij zijn? Kunnen wij de opdracht van de expertgroep ontvangen en tijdig geïnformeerd worden over hun adviezen? Welke criteria hanteert u om de voorstellen te beoordelen en zou u Sint Maarten nu eigenlijk al langlopende herfinanciering moeten aanbieden? Hoe zal de herfinanciering de financiële situatie van toekomstige generaties beïnvloeden?

Antwoord
Net als bij de beoordeling van de oorspronkelijk door CuraƧao en Sint Maarten beoogde doorstart van ENNIA deze zomer, zal bij de beoordeling van de gecontroleerde afwikkeling zoals die nu door de landen en de centrale bank wordt voorgesteld, worden samengewerkt met experts van het ministerie van FinanciĆ«n en De Nederlandse Bank. De experts zullen beoordelen of de voorgedragen oplossing financieel solide en duurzaam is. Daarbij wordt gekeken naar de financiĆ«le onderbouwing van het voorstel, de risico’s, de juridische constructie en de gevolgen voor polishouders. Het betreft grotendeels vertrouwelijke informatie die alleen door onze experts wordt ingezien en niet openbaar kan worden gedeeld. Voor mij is het belangrijk dat de belangen van polishouders zoveel mogelijk worden beschermd en dat het voor de landen heel helder wordt welke financiĆ«le bijdrage aan hen wordt gevraagd. Niet alleen de komende paar jaar, maar totdat alle pensioenrechten zijn uitgediend. Indien dat knelpunten oplevert voor de begrotingen van de landen zal het College Financieel Toezicht CuraƧao en Sint Maarten (Cft) daarover adviseren.

Vraag 14
Door studie in het buitenland en braindrain blijft de innovatie op de Caribische eilanden laag. Caribische studenten in Nederland kunnen niet stemmen, terwijl zij de toekomst van hun eiland zijn. Wat vindt de staatssecretaris hiervan?

Antwoord
Het is van belang dat Caribische studenten betrokken kunnen blijven bij het eiland of land waar ze vandaan komen. Die betrokkenheid kan zich op vele manieren uiten. Initiatieven daaromtrent ondersteun ik graag, bijvoorbeeld door het stimuleren en mogelijk maken van jongerenparticipatie.
Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba is inschrijving een vereiste om te mogen stemmen bij de Eilandsraadsverkiezingen. Dit is op dezelfde manier geregeld als in Europees Nederland. Het aanpassen van de Kieswet lijkt mij niet de oplossing voor dit vraagstuk. Het kiesrecht in Aruba, CuraƧao en Sint Maarten is een autonome bevoegdheid van de landen.

Vraag 15
Hoe staat het met de vervoersverbindingen en de openbaarvervoersverplichting voor het vliegen tussen de bovenwindse eilanden?

Antwoord
Het onderzoeksrapport over de invulling van een Public Service Obligation (PSO) is in juni 2023 door de minister van Infrastructuur en Waterstaat naar de Kamer gestuurd. In de Kamerbrief daarbij is aangegeven dat met belanghebbende partijen gesproken zal worden over de vraag hoe een PSO voorstel concreet kan worden vormgegeven. Mijn departement werkt hierin momenteel samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De besluitvorming is aan een volgende kabinet.


Vragen van het lid Krƶger (GroenLinks)

Vraag 16
Het zou wat GroenLinks-PvdA goed zijn als er meer structurele aandacht zou komen voor de sociaaleconomische situatie op de BES-eilanden. Zou het daarom een goed idee zijn om te onderzoeken of er een vaste SER-zetel voor Caribisch Nederland zou kunnen komen? Dat zou kunnen bijdragen aan meer structurele aandacht voor de sociaaleconomische structuur van de eilanden. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Antwoord
De Sociaal-Economische Raad (SER) richt zich op Europees Nederland en bestaat uit leden van werkgevers- en werknemersorganisaties uit Europees Nederland. Het ligt daarom niet in de rede om de SER op dit moment uit te breiden met een Kroonlid dat gespecialiseerd is in Caribisch Nederland, gelet op de specifieke sociaaleconomische omstandigheden op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen (APP) zet daarom in op het versterken van het overleg met de sociale partners in Caribisch Nederland. Zo wordt op Bonaire en Sint Eustatius overlegd met de Centraal Dialogen, waar naast werkgevers- en werknemersorganisaties ook de lokale Kamer van Koophandel en bestuurscolleges zijn vertegenwoordigd. Deze gremia leveren gevraagd en ongevraagd advies over sociaaleconomische vraagstukken in Caribisch Nederland. Saba kent momenteel geen Centraal Dialoog. De minister voor APP is met het openbaar lichaam Saba in overleg over het opzetten van een dergelijke overlegstructuur op Saba.

Ook heeft de minister oog voor de regionale impact van het sociaaleconomische beleid ten aanzien van Caribisch Nederland en overlegt zij met de betreffende ministers van CuraƧao, Aruba en Sint Maarten. Hoewel geldt dat het sociaaleconomisch beleid voor de Koninkrijkslanden een autonome aangelegenheid is, kan het van meerwaarde zijn om elkaar periodiek over de ontwikkelingen in onze vier landen bij te praten.

Vraag 17
Blijkbaar is er nog onduidelijkheid of de subsidie voor de veerboot tussen Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius wordt voortgezet. Is de staatssecretaris het met GroenLinks-PvdA eens dat het belangrijk is dat deze veerverbinding voortgezet wordt? Kan het kabinet ons geruststellen en toezeggen dat de subsidie wordt voortgezet?

Antwoord
Ik ben het ermee eens dat de veerverbinding tussen Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius voortgezet moet worden. De veerdienst is geƫvalueerd en daaruit blijkt dat deze zeer gewaardeerd wordt door de bewoners van Saba en Sint Eustatius. De Openbare Lichamen Saba en Sint Eustatius hebben mij in september gevraagd om een bijdrage aan de subsidie voor de veerdienst. Ik sta welwillend tegenover dit verzoek en verwacht uw Kamer daarover op korte termijn te informeren.

Vraag 18
Hoe helpen we de landen Aruba, CuraƧao en Sint Maarten bij het nemen van effectieve klimaatmaatregelen? Hoe kunnen deze landen bijvoorbeeld ook toegang krijgen tot internationale klimaatfinanciering. Op CuraƧao speelt nog steeds de vraag of de ISLA-raffinaderij open zal gaan en hoe staat het daarmee?

Antwoord
Tijdens de Caribbean Climate and Energy Conference 2023 (CCEC) is er afgesproken om binnen het Koninkrijk de samenwerking te versterken op het gebied van de energietransitie en klimaatverandering. De eerste stap hierin is om gezamenlijk een routekaart naar een klimaat neutrale energievoorziening en een klimaatbestendig Caribisch gebied te ontwikkelen. In opdracht van mijn collega, de minister voor Klimaat en Energie, voert TNO momenteel een onderzoek uit naar de stand van de energietransitie en een routekaart naar verduurzaming van de energievoorziening op de eilanden. Ik verwacht dat rapport in het eerste kwartaal van 2024. Daar wil ik niet op vooruitlopen. Op basis van dit rapport gaan wij in gesprek met de eilanden en kunnen zij projectvoorstellen indienen. Deze kunnen dan mede gefinancierd worden uit SDE-middelen. Hiermee geeft Nederland een substantiƫle bijdrage aan de energietransitie op de eilanden. Omdat het Caribische deel van het Koninkrijk geen partij is bij het Raamwerkverdrag inzake klimaatverandering of bij het Akkoord van Parijs, kunnen ze geen aanspraak maken op eventuele faciliteiten die onder die verdragen worden afgesproken. Voor investeringen kunnen CuraƧao en Sint Maarten gebruik maken van de zogenoemde lopende inschrijving uit de Rft. Dat betekent dat zij tegen het voordelige Nederlandse tarief kunnen lenen. Dit is veelal lager dan die van verschillende ontwikkelingsbanken. Verder kunnen de landen projectvoorstellen op dit vlak indienen bij EU-fondsen zoals BESTLIFE. Helaas komen de landen vanwege hun LGO-status niet in aanmerking voor het EU Klimaatfonds.

Medio augustus heeft de Raffinaderij van CuraƧao gecommuniceerd dat ze een nieuwe ronde zijn begonnen voor het vinden van een nieuwe preferred bidder. Het betreft de zesde ronde. De eerdere rondes waren niet succesvol. Het vinden van een nieuwe partij is een Landsaangelegenheid. Ik ben zelf geen voorstander van het heropenen van de raffinaderij en juich dan ook toe dat CuraƧao ook duurzame alternatieven onderzoekt. Ik blijf hierover in gesprek met CuraƧao.

Vraag 19
Binnenkort is de COP28 in Dubai. Op welke wijze gaat de regering ervoor zorgen dat we als Koninkrijk daar als geheel vertegenwoordigd zijn. Gaat de regering ervoor zorgen dat de klimaatbelangen van het gehele Koninkrijk onderdeel zijn van onze inzet en die van de EU? Zijn er ook jongerenvertegenwoordigers vanuit de CAS-eilanden aanwezig?

Antwoord
Er loopt al enige tijd overleg met het Caribische deel van het Koninkrijk over hoe hun belangen het beste kunnen worden behartigd en wie er namens het Caribische deel van het Koninkrijk zal deelnemen aan COP28. Daarbij wordt ook bekeken of er jongerenvertegenwoordigers aanwezig kunnen zijn. De instructie waarmee het kabinet naar de COP gaat wordt door de Rijksministerraad vastgesteld.


Vragen van het lid Ceder (CU)

Vraag 20
Ons bestaansrecht kan niet alleen in een gezamenlijk verleden blijven hangen, daarvoor moet je ook aan een gezamenlijke toekomst werken. Een gezamenlijk canon van het Koninkrijk kan daarbij helpen om die verbinding te realiseren. Met daarin symbolen en gebeurtenissen uit het verleden en heden die ons binden. Zou de staatssecretaris hier open voor staan?

Antwoord
Het is belangrijk dat we het hele verhaal over het verleden van het Koninkrijk gaan vertellen, over alle kanten van het slavernij- en koloniaal verleden. In het vertellen van dit verhaal speelt Nederland een belangrijke rol. In de Canon van Nederland zijn hierover al een aantal onderwerpen opgenomen, zoals de VOC/WIC, het slavernijverleden, Anton de Kom en het Caribisch gebied. Nog belangrijker is het dat de zes eilanden hun eigen geschiedenis en verhaal hierin kunnen vertellen en uitdragen. Hiervoor zijn in Caribisch Nederland ook al initiatieven genomen in samenwerking met het Canonnetwerk. Ik wil verkennen of hier behoefte aan is bij de Caribische landen.

Vraag 21
In Caribisch Nederland eindigt een veel hoger percentage van de zwangerschappen in abortus. In 2019 was het aanleiding voor afspraken in het preventieakkoord over het inrichten van keuzehulp, beschikbaar stellen van anticonceptie, structurele seksuele voorlichting op scholen en gerichte interventies op hoge risicogroepen. Dit alles had in 2022 gerealiseerd moeten zijn, maar ik zie er nog weinig van terug. Wat is de status van de afspraken?

Antwoord
De afgelopen jaren is er veel aandacht geweest voor het versterken van de afdelingen publieke gezondheid van de openbare lichamen om hen in staat te stellen de genoemde doelstellingen uit het sport- en preventieakkoord lokaal te kunnen realiseren. Het onderwerp abortus en onbedoelde zwangerschappen heeft in toenemende mate aandacht gekregen en er zijn verschillende stappen gezet. Zo wordt er op alle eilanden structureel voorlichting op scholen gegeven. VWS zet daarnaast met de lokale overheden in op professionalisering van keuzehulp en nazorg door middel van training van professionals. Het vergroten van de toegankelijkheid van informatie belangrijk, ook gezien de gevoeligheid en het taboe op het onderwerp. Zo heeft Saba een website voor jongeren ontwikkeld die zeer goed wordt bezocht. Daarnaast wordt momenteel de website www.infopuntonbedoeldzwanger.nl door FIOM toegankelijk gemaakt voor de eilanden en wordt verkend of de telefoonlijn en chatdienst van het landelijk informatiepunt voor inwoners in Caribisch Nederland beschikbaar gemaakt kunnen worden. De website is al in het Engels beschikbaar. Op alle eilanden worden anticonceptiemiddelen anoniem aangeboden en zijn er campagnes ingezet. Het belang van dit onderwerp heeft de aandacht van het ministerie van VWS. De komende periode worden de gesprekken met de openbare lichamen en lokale partijen vervolgd en wordt verkend wat verder nodig is.

Vraag 22
Administratieve lasten zorgen in Caribisch Nederland voor hoge kosten van het levensonderhoud. Het gaat hier onder andere over importheffingen. Wanneer gaan we stappen zetten om dit te verbeteren en wat kan de staatssecretaris hierover toezeggen?

Antwoord
Goederen op Saba en Sint Eustatius worden veelal gekocht of ingevoerd via Sint Maarten. Op goederen die op Sint Maarten worden aangekocht (tijdens en bezoek op Sint Maarten of online) rust 5% BBO (Belasting op Bedrijfsomzetten). Bij invoer naar Caribisch Nederland komt hier 6% Algemene Bestedingsbelasting (ABB) bovenop. De BBO-wetgeving op Sint Maarten kent wel een exportvrijstelling, maar die is zeer specifiek en hiervan kan maar zeer beperkt gebruik worden gemaakt. Op eerste levensbehoeften en diverse andere goederen rust geen BBO of ABB. De ā€˜dubbele heffing’ is vooral van toepassing op bouwmaterialen en elektronica. Verder is relevant dat Saba en Sint Eustatius geen BTW kennen, zoals we dat in Europees Nederland wel hebben.

De staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingen heeft eerder dit jaar de minister van Financiƫn van Sint Maarten gevraagd om de BBO op export af te schaffen. Dit gaat waarschijnlijk ook gebeuren, maar dat lost niet het probleem op voor inwoners van Saba en Sint Eustatius die zelf goederen in de winkel op Sint Maarten kopen. Ondernemers op Sint Maarten kunnen namelijk nooit zelf verifiƫren dat de goederen Sint Maarten ook daadwerkelijk verlaten. De autoriteiten op Caribisch Nederland werken met veel toewijding om goederen zo spoedig mogelijk vrij te geven. Controles gebeuren (deels) risicogericht om efficiƫnter en sneller te werken, ondanks het feit dat bijvoorbeeld het openbaar lichaam Sint Eustatius nu juist om strengere controles heeft gevraagd, onder meer in verband met de invoer van illegale goederen en wapens. Hiervoor gebruiken ze een gerenommeerd systeem dat in de VS, de EU, en in vele Caribische landen ook wordt gebruikt.

Vraag 23
Eerder is een discussie geweest of de niet-gouvernementele organisaties (NGO's) niet gesteund zouden moeten worden op CuraƧao, maar het bleek ingewikkeld om als Nederland NGOs van een ander land te ondersteunen. Het is heel goed als het overleg tussen u en CuraƧao plaatsvindt. Waar loopt dit op vast en waar kunnen wij zorgen dat we dit kunnen ondersteunen? Nederland wordt hier jaarlijks op aangesproken.

Antwoord
Om de autonomie van de landen te respecteren gaat substantiĆ«le ondersteuning van ngo’s of andere organisaties in de landen in principe in samenspraak met of via de regeringen van de landen. Waar het gaat om kleine lokale initiatieven ondersteunt Nederland deze via een klein projectenfonds en verkennen we de mogelijkheid dit uit breiden. De vraag over het ondersteunen van ngo’s werd gesteld in de context van het VN-vluchtelingenverdrag. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en ik achten het van belang dat een actieve dialoog wordt voortgezet over het optimaliseren van de samenwerking met het maatschappelijk middenveld. Het doel van deze dialogen is om gezamenlijk te werken aan het verbeteren van het migratiebeleid in de Caribische landen. Nederland voert hierover gesprekken in de werkgroep Onderlinge Regeling Vreemdelingenketen, met de regeringen en verantwoordelijke autoriteiten in de landen, en met ngo’s en lokale maatschappelijke organisaties. Met deze aanpak borgen wij de samenwerkingsverbanden en waar mogelijk en gewenst de technische ondersteuning die voortkomen uit de uitvoering van de motie Simons c.s.
Hoewel het primair de verantwoordelijkheid is van de autonome regeringen om samen te werken met het maatschappelijk middenveld, wordt waar mogelijk en gewenst de samenwerking ondersteund vanuit Nederland. Volgende week zal dit thema ook terugkeren in de gesprekken met de lokale autoriteiten en het maatschappelijk middenveld tijdens de reis van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.


Vragen van het lid Berg (CDA)

Vraag 24
Ook voor Aruba willen we degelijk financieel toezicht. Het CDA wil daartoe een rijkswet, maar Aruba stelt in zijn brief van 10 oktober dat een landsverordening niet zonder instemming van de Koninkrijksregering gewijzigd kan worden. Graag een reactie.

Antwoord
Ook het kabinet hecht aan degelijk financieel toezicht voor Aruba. Nederland en Aruba spraken al in 2020 af om te komen tot een rijkswet waarin het financieel toezicht voor Aruba geregeld zou worden. Het wetsvoorstel hiervoor is op 11 februari 2022 ingediend.

Op dit moment is in een protocol itussen Nederland en Aruba afgesproken dat de Landsverordening Aruba financieel toezicht (LAft) niet wordt gewijzigd zonder dat de Rijksministerraad met de wijziging heeft ingestemd. Dat protocol verloopt overigens op 1 januari aanstaande. De huidige regering van Aruba houdt zich ook aan deze afspraak over wijziging van de landsverordening in het protocol. Dat zie ik ook bij de wijziging van de LAft waar Aruba nu aan werkt. Dat is alleen geen garantie. Het is mogelijk dat een volgende regering van Aruba hier andere afwegingen maakt en zonder betrokkenheid van de Rijksministerraad over gaat tot wijziging van de LAft. Op dat moment zijn er geen juridische instrumenten om dit tegen te houden.

In de nu gesloten leenovereenkomst is via de rente rekening gehouden met het risico voor Nederland. Dit blijft zo tot er een duurzaam systeem voor financieel toezicht is. Dat kan een hybride systeem zijn, een combinatie van een rijkswet en een landsverordening. Een waarborg via (deels) een rijkswet blijft hierbij nodig. Daarom wil ik nog steeds komen tot bestuurlijk commitment met Aruba over de uitwerking van dit duurzame systeem voor het financieel toezicht. Als dit commitment er is en er een wijziging van de LAft is doorgevoerd waar de rijksministerraad mee heeft ingestemd, ben ik zoals eerder vermeld bereid het rentepercentage in de leenovereenkomst met Aruba tijdelijk aan te passen naar een middenrente, zodat we de tijd hebben om het rijkswet deel ook goed uit te werken en in werking te laten treden. Als deze rijkswet van kracht is, kan een langjarige herfinanciering worden aangeboden tegen de rente die Nederland betaalt met een kleine risico-opslag. Nederland is daarbij bereid om tot een ander voorstel te komen dan de voorliggende RAft. Zonder bereidheid vanuit Aruba zal de rente op 6,9% blijven staan.

Vraag 25
Het CDA ziet drie poten: verhogen lonen en uitkeringen, het verlagen van de kosten en ten slotte het verbeteren van de economie en verbeteren inkomensverdeling. Daaronder vallen huisvesting, bevorderen van welzijn en adequate zorg. Er wordt een toename van ouderen met dementie verwacht; is er adequate dagopvang? Wat gebeurt er aan sporten voor kinderen en algemene preventie gezien de vele gezondheidsproblemen door hart- en vaatziekten, verslaving en ronduit morbide obesitas?

Antwoord
Het sociaal minimum ziet op het verbeteren van de financiƫle basis voor inwoners van Caribisch Nederland. Bij de uitwerking hiervan gaat het vooral om financiƫle instrumenten. Rondom leefstijl en dementie is een bredere aanpak nodig dan enkel op financieel gebied. Op deze onderwerpen is reeds een brede aanpak ingezet door het ministerie van VWS en de lokale overheden. De aanpak rondom het sociaal minimum kan reeds bestaand beleid goed ondersteunen.
Er wordt door VWS en de openbare lichamen o.a. gewerkt aan een aanpak op leefstijl en gerelateerde gezondheidsproblemen. Dit wordt gedaan door de inzet van een vijfjarig programma met de inzet van de organisatie JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht). Onderdeel daarvan is onder andere het inrichten van een ketenaanpak om overgewicht en obesitas tegen te gaan. Daarnaast heeft de doelgroep ouderen en specifiek de doelgroep met dementie onze aandacht. Zo is er op Bonaire een programmamanager aangenomen in ontwikkelingen in de ondersteuning en zorg voor ouderen te versnellen en ondersteunen en gaan we meer werken in ketenverband met betrokken partijen op het gebied van ouderenzorg.

Vraag 26
Opnieuw wijst de Algemene Rekenkamer op het belang van een sterkere coƶrdinerende rol van BZK. Dat vragen we al jaren. Wanneer kunnen we nu eindelijk daarover een concreet voorstel ontvangen?

Antwoord
Ik heb de Kamer eerder per brief geïnformeerd over de invulling van de coördinerende rol of regierol van het ministerie van BZK en de wijze waarop dit versterkt wordt.4 Dit gebeurt door middel van het intensiveren van overlegstructuren, het maken van bestuurlijke afspraken met de openbare lichamen, de toepassing van comply or explain en de regie hierop vanuit het ministerie van BZK, en de toepassing van financiële instrumenten.

De coƶrdinerende rol wordt nu ook betrokken bij de uitwerking van de uitkomsten van het rapport van IdeeVersa naar de vrije uitkering en eilandelijke taken van Caribisch Nederland. De komende periode ga ik in overleg met de betrokken departementen, openbare lichamen en het Cft BES om de uitkomsten van het rapport te bestuderen. Verder wil ik op basis van het rapport verkennen of wij onderwerpen over de bestuurlijke en financiƫle verhoudingen, net zoals bij Europees Nederlandse gemeente, kunnen bespreken in een Caribische variant van het overleg bestuurlijke- en financiƫle verhoudingen. Ik zeg hierbij toe dat ik uw Kamer informeer over de uitkomsten hiervan, en dus de Kamer informeer over de verdere versterking van de coƶrdinerende rol.


  1. Kamerstukken II 2022/23, 36410 IV, nr. 4ā†©ļøŽ

  2. Kamerstukken II 2022/23, 27 859, nr. 175ā†©ļøŽ

  3. Kamerstukken II 2022/23. 2-23Z17661ā†©ļøŽ

  4. Kamerstukken II 2021/22, 35 925 IV, nr. 60ā†©ļøŽ