[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [đź§‘mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Landelijk Veiligheidsbeeld Primaire Waterkeringen

Deltaprogramma

Brief regering

Nummer: 2023D45735, datum: 2023-11-08, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3

Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-31710-82).

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31710 -82 Deltaprogramma.

Onderdeel van zaak 2023Z18980:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (đź”— origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2023-2024

31 710 Deltaprogramma

Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 november 2023

Waterschappen en het Rijk zorgen samen voor een waterveilig Nederland. De beheerders van primaire waterkeringen (21 waterschappen en Rijkswaterstaat) beoordelen volgens de wet minimaal eens per 12 jaar of deze waterkeringen voldoen aan de waterveiligheidsnormen en brengen daarover verslag uit aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De eerste beoordelingsronde (LBO1) op basis van de wettelijke overstromingskansen is eind 2022 afgerond. Alle primaire keringen zijn beoordeeld. Daarover ontving u in mei jl. de feitelijke rapportage van de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT), de toezichthouder op de beoordelingen.1

Hierbij ontvangt u de beleidsmatige duiding van de beoordelingsresultaten in een bredere waterveiligheidscontext, inclusief een eerste globale kosteninschatting van de verwachte versterkingsopgave tot 2050. Uit de beoordelingen volgt dat, volgens verwachting, veel keringen nog niet voldoen aan de nieuwe normen die zijn geïntroduceerd in 2017. De eerste inschatting van beheerders nu is dat van de in totaal circa 3.500 km, bijna 2.000 km aangepakt moet worden. Bijna de helft hiervan staat geprogrammeerd in het huidige programma 2024–2035 van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Ten opzichte van de inschatting van circa 1.500 km voorafgaand aan de invoering van de nieuwe normen is dus sprake van een toename. Deze is te verklaren door verschillende factoren, waarop hieronder verder wordt ingegaan.

Verderop in deze brief leest u meer over de uitkomsten van de Globale Kosteninschatting voor de versterkingsopgave en de weg die waterschappen en Rijk voor zich zien om tot verfijndere inschattingen te komen en inzichtelijk te maken welke andere afspraken er mogelijk zijn zodat alle primaire keringen in 2050 voldoen aan de norm.

Achtergrond waterveiligheid

Door de ligging is Nederland kwetsbaar voor overstromingen. Een groot deel van ons land zou regelmatig onder water staan zonder waterkeringen. In het potentieel overstroombare gebied wonen circa 9 miljoen mensen en wordt circa 70% van ons Bruto Binnenlands Product verdiend. Waterveiligheid is dus van groot belang voor de nationale veiligheid en voor het verdienvermogen. De waterschappen en Rijkswaterstaat (RWS) hebben daarom een belangrijke taak. Het waterveiligheidssysteem en -beheer kent een adaptieve, cyclische en programmatische aanpak waarbij gestuurd wordt op kostenefficiëntie. Het bestaat uit het continue dagelijks beheer en onderhoud (onder de zorgplicht), voorbereiding op eventuele calamiteiten, de periodieke beoordeling van de keringen en programmatisch geplande versterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Dit gebeurt op basis van de meest actuele kennis over klimaatverandering. Nieuwe kennis, zoals de nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI en nieuwe inzichten over zeespiegelstijging en andere ontwikkelingen worden verwerkt in het beleid, de normen en het instrumentarium. Deze worden periodiek geëvalueerd en waar nodig aangepast.

Vanaf 2017 gelden er nieuwe, deels strengere normen voor de waterveiligheid waarbij rekening wordt gehouden met de kans op overstromingen, maar ook met wat we willen beschermen in termen van mensenlevens en toegenomen economische waarde. Ten opzichte van de normen vóór 2017 is het inwoneraantal van Nederland immers gegroeid, de economie veranderd en de kennis over de waterveiligheid vergroot. Uitgangspunt van de nieuwe normen is dat iedereen achter een primaire kering tenminste het basisbeschermingsniveau heeft (de maximale kans op overlijden ten gevolge van een overstroming is 1 keer in de 100.000 jaar) en dat we op sommige plekken met erg grote (economische) belangen nog grotere veiligheid bieden.

De nieuwe normen voor de primaire waterkeringen zijn gebaseerd op de omstandigheden zoals verwacht in 2050. Bij de introductie van de normen is afgesproken dat alle primaire waterkeringen in 2050 aan de nieuwe normen moeten voldoen. Waterschappen en Rijk werken hier samen onverminderd aan. Zodat we voorbereid zijn op veranderende omstandigheden in de toekomst. Ondertussen borgen de keringbeheerders de dagelijkse waterveiligheid in het kader van de zorgplicht, met maatregelen in het reguliere beheer en onderhoud.

Samen met de waterkeringbeheerders is voor LBO1 de ambitie uitgesproken om een zo compleet mogelijk veiligheidsbeeld op te leveren van de dijktrajecten met een (urgente) veiligheidsopgave en te leren en ervaring op te doen met de nieuwe beoordelingssystematiek. Waterschappen en Rijkswaterstaat hebben in LBO1 een grote inspanning geleverd. In deze korte beoordelingsronde hebben de beheerders alle circa 3.500 km primaire waterkeringen van een veiligheidsoordeel voorzien én veel ervaring opgedaan met de nieuwe beoordelingssystematiek. Daarvoor hebben ze intensief samengewerkt met het ministerie, de Unie van Waterschappen, de ILT, kennisinstituten en advies- en ingenieursbureaus.

De eerste beoordelingsronde is een belangrijke stap richting 2050. Er volgen nog twee beoordelingsronden (2023 t/m 2034 en 2035 t/m 2046), waarbij we inzetten op continu inzicht in de staat van de keringen. De beoordelingen geven input voor de versterkingen in het HWBP en programma Rijkskeringen en voor de activiteiten in het kader van het beheer en onderhoud van de beheerders, de zorgplicht.

Samenvatting feitelijke resultaten LBO1

In de ILT-rapportage zoals in mei met de Eerste en Tweede Kamer gedeeld2, zijn de resultaten van de LBO1 samengevat.

Er zijn 237 primaire waterkeringen, de zogenaamde dijktrajecten. Dit zijn dijken, stormvloedkeringen, dammen, duinen en bouwwerken die daar onderdeel van kunnen zijn, zoals sluizen. Allen hebben een signaleringswaarde en ondergrens. In de beoordelingen wordt omschreven of de kering voldoet aan de signaleringswaarde en de ondergrens. Als de overstromingskans van een kering groter is dan de signaleringswaarde dan kan een beheerder maatregelen in het kader van beheer en onderhoud of een versterking gaan voorbereiden. Op die manier kan worden voorkomen dat de dijk niet meer voldoet aan de ondergrens. De ondergrens geeft de maximaal toelaatbare overstromingskans aan. De dijktrajecten zijn beoordeeld aan de hand van de normen om inzicht te hebben in de situatie van de kering op peildatum 31 december 2022. Elk dijktraject is voorzien van één van onderstaande vijf categorieën veiligheidsoordelen.

A+ Dijktraject voldoet ruim aan de signaleringswaarde.
A Dijktraject voldoet aan de signaleringswaarde.
B Dijktraject voldoet aan de ondergrens, maar niet aan de signaleringswaarde.
C Dijktraject voldoet niet aan de signaleringswaarde en ook niet aan de ondergrens.
D Dijktraject voldoet ruim niet aan de signaleringswaarde en aan de ondergrens.

Van de 237 beoordeelde trajecten valt 26% in categorie D. Dat betekent dat deze trajecten ruim niet voldoen aan de (strenge) norm en dat daarvoor verbetermaatregelen nodig zijn. 36% valt in categorie C en daarvoor geldt dat deze trajecten ook aangepakt moeten worden. Voor de 10% in categorie B geldt dat daar meer tijd is voor de benodigde verbetering en voor de 28% van de trajecten die vallen in categorie A+ en A geldt dat deze voldoen aan de normen.

Belangrijk hierbij is dat per dijktraject één veiligheidsoordeel geldt. Dat betekent dat het zwakste punt of een combinatie van zwakke punten in dat traject bepalend is voor het oordeel van het hele traject. Meestal hoeft niet het hele traject te worden aangepakt maar slechts een deel of delen. 21% van de dijktrajecten is voorzien van een zogenaamd «voorlopig veiligheidsoordeel». De beheerder heeft voor deze dijktrajecten gemotiveerd dat ze niet in de meest urgente categorie D vallen en dat verdere aanscherping van het oordeel ook in de volgende beoordelingsronde kan. De beoordeling van deze dijktrajecten wordt in de periode tot 2029 -halverwege de tweede beoordelingsronde- afgerond. In figuur 2 zijn de oordelen geografisch weergegeven op een kaart.

Belangrijkste conclusies en duiding bij de LBO1-resultaten

Globale beeld in lijn met verwachtingen

De nieuwe overstromingskansnormen zijn deels strenger dan de oude normen. De nieuwe normen gaan uit van de verwachte situatie in 2050 voor het aantal inwoners, de economische waarde en klimaatverandering. Dat veel trajecten op de peildatum van eind 2022, na de eerste beoordelingsronde, nog niet aan de nieuwe normen voldoen ligt in lijn der verwachting. Het betekent dat er, ook zoals verwacht, veel werk te doen is om alle dijktrajecten in 2050 te laten voldoen aan de nieuwe overstromingskansnormen zoals vastgelegd in de Waterwet. Maar er is dus nog tijd om de dijken te versterken.

Veel urgente trajecten worden al aangepakt in het HWBP en voortzetten is hard nodig

De afgelopen decennia zijn al veel waterkeringen verbeterd. Dijktrajecten waar recente maatregelen zijn uitgevoerd vallen nu meestal in de categorieën A en B. Voor veel dijktrajecten die op dit moment in categorie D vallen zijn inmiddels projecten in het HWBP opgenomen, waardoor versterking de komende jaren wordt voorbereid en uitgevoerd. Er is circa 3.500 km aan primaire waterkeringen. De totale versterkingsopgave tot 2050 wordt geschat op bijna 2.000 km. Meestal hoeft niet het hele traject aangepakt te worden, maar een deel daarvan. Beter inzicht volgt op het moment dat een project wordt opgenomen in het HWBP. Op dit moment wordt via het HWBP 2024–2035 gewerkt aan 936 km van deze 2.000 km. De meeste projecten voor deze kilometers zijn reeds gestart, en bevinden zich in de fase (voor)verkenning, planuitwerking of realisatie. Voor de overige kilometers zal nader onderzoek plaatsvinden. Figuur 3 laat zien dat de meest urgente trajecten op dit moment worden aangepakt.

Zorgplicht: beheerders houden keringen veilig

Waterkeringbeheerders hebben een wettelijke zorgplicht voor de waterkeringen. Onder meer door regelmatige inspecties, het uitvoeren van benodigd onderhoud en het maken van en oefenen met calamiteitenplannen geven zij hier invulling aan. De informatie uit de beoordelingen, waaronder de te treffen voorzieningen, wordt gebruikt in het regulier beheer en onderhoud. Hiermee borgen de beheerders de veiligheid, ook als een versterking op termijn nodig is.

De hoofdconclusie is dat veel dijktrajecten – zoals verwacht – nog niet direct voldoen aan de nieuwe, deels strengere normen en dat de verbeteropgave groot is. De normen gaan uit van de omstandigheden in 2050 en het doel is dat alle keringen in dat jaar aan de normen voldoen. Het is van belang om de tijd die we hebben goed te benutten. In het HWBP hanteren we een voortrollende, meerjarige programmeringscyclus voor de stelselmatige versterking van dijken. Er wordt daarmee continu en op gedegen wijze gewerkt aan het verbeteren van de dijktrajecten. Daarmee wordt rekening gehouden met de toekomstige ontwikkelingen. De veiligheid is en blijft ondertussen goed geborgd door de waterkeringbeheerders, met activiteiten binnen de zorgplicht.