[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2023 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2023D46251, datum: 2023-11-24, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 2

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36470-XVII-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36470 XVII-2 Wijziging van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2023 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota).

Onderdeel van zaak 2023Z19152:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2023‒2024
36 470XVII Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2023 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2023 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Liesje Schreinemacher

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De voorliggende Tweede suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de Suppletoire begroting Prinsjesdag 2023 van hoofdstuk XVII van de begroting van het Rijk. Het is nodig een voorbehoud te maken met betrekking tot de beginstanden. Deze zijn afhankelijk van goedkeuring van de Eerste Suppletoire Begroting en de Suppletoire Begroting Prinsjesdag door de Eerste Kamer, die beide nog in beraad heeft.

In hoofdstuk 2 is een overzicht opgenomen met de belangrijkste mutaties op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking met een toelichting op de substantiële verschillen.

Hoofdstuk 3 bevat per beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na de tabel ‘budgettaire gevolgen van beleid’ wordt een toelichting op de mutaties gegeven. Hierbij worden per artikel de mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel (tabel 1) conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht. De wijzigingen van de verplichtingen worden alleen toegelicht wanneer ze groter zijn dan 10% ten opzichte van de vorige stand op artikelniveau.

< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 en < 1000 5 10
=> 1000 10 20

In deze wijziging van de begrotingsstaat wordt ook de verdeling van de middelen uit het amendement Grinwis c.s. 2023Z18689&did=2023D44873">(Kamerstuk 36435-XVII-15) opgenomen zoals ook toegelicht in de Kamerbrief van 31 oktober jl.1

In 2023 worden geen extra maatregelen genomen als gevolg van de impact van het coronavirus (COVID 19). Voor het uitgebreide overzicht wordt verwezen naar de pagina Overheidsfinanciën in coronatijd op Rijksfinancien.nl.

2 Beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen die per saldo leiden tot een verhoging van de geraamde uitgaven op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) met EUR 45,4 miljoen en een verhoging van de geraamde ontvangsten met EUR 26,5 miljoen.

De belangrijkste uitgavenmutaties bij de Tweede suppletoire begroting worden in onderstaande tabel weergegeven en toegelicht. De uitgebreide toelichtingen zijn per beleidsartikel opgenomen in hoofdstuk 3

Vastgestelde begroting 2023 3.861.912
Stand 1e suppletoire begroting 2023 3.480.344
Stand suppletoire begroting Prinsjesdag 2023 3.759.635
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie 1.2 21.105
2) Klimaat 2.3 25.188
3) Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten 3.1 7.246
4) Humanitaire hulp 4.1 42.000
5) Opvang in de regio 4.2 20.000
6) Multilaterale samenwerking 5.1 24.674
7) Overig armoedebeleid 5.2 ‒ 15.963
8) Nog te verdelen i.v.m. BNI en/of toerekeningen 5.4 ‒ 72.696
9) Overige mutaties ‒ 6.112
Stand 2e suppletoire begroting 2023 3.805.077

Toelichting

  1. Het budget binnen artikel 1.2 stijgt o.a. door hogere uitgaven aan het Programma Internationaal Ondernemen, aan het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) garanties en aan de DTIF-subsidies.
  2. Aan het subartikelonderdeel 2.3 voor Klimaat wordt EUR 5 miljoen toegevoegd ten behoeve van een structurele oplossing voor de Al Safer-tanker voor de kust van Jemen (via het United Nations Development Programme). Daarnaast wordt als gevolg van het amendement Grinwis c.s. 2023Z18689&did=2023D44873">(Kamerstuk 36435-XVII-15) EUR 20 miljoen naar dit artikelonderdeel overgeheveld waarvan EUR 10 miljoen als bijdrage aan het Access to Energy Fund en EUR 10 miljoen als bijdrage aan het Africa Adaptation Acceleration Program.
  3. Het artikelonderdeel Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten is verhoogd met EUR 7,2 miljoen. Dit betreft een overheveling van EUR 5 miljoen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van een bijdrage van aan het Financial Intermediary Fund voor Pandamic Prevention, Preparedness and Response. De overige EUR 2,2 miljoen is een technische overheveling van artikel 2.2.
  4. Het artikelonderdeel Humanitaire Hulp (artikel 4.1) is verhoogd met EUR 42 miljoen, waarvan EUR 30 miljoen vanwege amendement Grinwis c.s. 2023Z18689&did=2023D44873">(Kamerstuk 36435-XVII-15). De besteding betreft EUR 25 miljoen ten behoeve van humanitaire hulpverlening voor de crisis in Gaza, EUR 2 miljoen voor noodhulp na de aardbeving in Marokko en EUR 15 miljoen ten behoeve van humanitaire noden elders in de wereld.
  5. Het budget voor Opvang in de Regio (artikel 4.2) is verhoogd met EUR 20 miljoen. Dit betreft de verwerking van het amendement Grinwis c.s. 2023Z18689&did=2023D44873">(Kamerstuk 36435-XVII-15) ten behoeve van UNICEF en UNHCR.
  6. De uitgaven aan Multilaterale Samenwerking (artikel 5.1) stijgen voornamelijk door de steun aan Oekraïne in het kader van het derde steunpakket. Dit bestaat uit EUR 7 miljoen voor technische assistentie van het IMF en EUR 20 miljoen voor een funded guarantee aan de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD).
  7. De uitgaven op artikel 5.2 nemen per saldo af. Dit komt voornamelijk doordat de reservering voor de verdragsmiddelen Suriname voor 2023 naar beneden is bijgesteld en is overgeheveld naar een aparte budgetregel.
  8. Het budget op verdeelartikel 5.4 neemt af in verband met de overheveling van de middelen voortkomend uit het amendement Grinwis c.s. 2023Z18689&did=2023D44873">(Kamerstuk 36435-XVII-15) naar de artikelen voor Klimaat, Humanitaire Hulp en Opvang in de Regio.
Vastgestelde begroting 2023 50.130
Stand 1e suppletoire begroting 2023 59.088
Stand suppletoire begroting Prinsjesdag 2023 69.088
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Ontvangsten duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen 1.10 16.215
2) Koersverschillen OS 5.22 10.000
Stand 2e suppletoire begroting 2023 95.653

Toelichting

  1. Ter dekking van het DTIF-instrument wordt een onttrekking gedaan uit de FOM begrotingsreserve. Deze onttrekking wordt gedaan om aan de toegenomen vraag naar werkkapitaal en financieringen via DTIF te kunnen voldoen.
  2. De ontvangsten op het subartikel 5.22 nemen toe. Dit komt voornamelijk vanwege verwachte koersverschillen. Buitenlandse Zaken werkt met een vooraf vastgestelde wisselkoers ten opzichte van buitenlandse valuta (de corporate rate). Omdat bij betalingen in buitenlandse valuta gedurende het jaar een verschil ontstaat als gevolg van de werkelijk geldende koers, ontstaat er een saldo.

3 Beleidsartikelen

Artikel 1: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 532 105 270 137 802 242
Uitgaven:
Programma-uitgaven totaal 602 852 16 721 619 573
waarvan juridisch verplicht 100%
1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem, incl. MVO 32 934 ‒ 4 096 28 838
Subsidies (regelingen)
MVO en beleidsondersteuning (ODA) 12 875 ‒ 50 12 825
MVO en beleidsondersteuning (non-ODA) 4 338 ‒ 3 361 977
Opdrachten
MVO en beleidsondersteuning (non-ODA) 2 226 ‒ 735 1 491
Bijdrage aan agentschappen
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 2 300 300 2 600
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
MVO en beleidsondersteuning (ODA) 5 000 ‒ 250 4 750
Contributies internationaal ondernemen (non-ODA) 6 195 0 6 195
1.2 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie 96 181 21 105 117 286
Subsidies (regelingen)
Programma's internationaal ondernemen 10 000 ‒ 2 750 7 250
Versterking concurrentiepositie Nederland 6 502 0 6 502
Invest Internationaal 9 780 ‒ 780 9 000
Dutch Trade and Investment Fund 4 499 12 501 17 000
Garanties
Dutch Trade and Investment Fund 1 500 8 500 10 000
Opdrachten
Programma's internationaal ondernemen 10 566 5104 15 670
Dutch Trade and Investment Fund 4 186 ‒ 3 656 530
Wereldtentoonstelling 4 000 0 4 000
Bijdrage aan agentschappen
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 45 148 2 152 47 300
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Programma's internationaal ondernemen 0 34 34
1.3 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden 473 737 ‒ 288 473 449
Subsidies (regelingen)
Marktontwikkeling en markttoegang 9 450 12 110 21 560
Economic governance and institutions 5 200 11 200 16 400
Financiële sector ontwikkeling 42 270 5 730 48 000
Infrastructuurontwikkeling 29 787 0 29 787
Duurzame productie en handel 28 700 16 300 45 000
(Jeugd)werkgelegenheid 9 000 ‒ 4 000 5 000
Nexus onderwijs en werk 9 825 ‒ 3 672 6 153
Lokale private sector ontwikkeling 4 590 1 650 6 240
Leningen
Infrastructuurontwikkeling 0 0 0
Financiële sector ontwikkeling 20 000 30 000 50 000
Garanties
Financiële sector ontwikkeling 10 000 15 000 25 000
Opdrachten
Marktontwikkeling en markttoegang 11 000 0 11 000
Economic governance and institutions 4 000 19 700 23 700
Financiële sector ontwikkeling 4 000 4 000 8 000
Infrastructuurontwikkeling 7 750 962 8 712
(Jeugd)werkgelegenheid 25 850 7 950 33 800
Bijdrage aan agentschappen
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 24 000 0 24 000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
International Labour Organisation 5 700 ‒ 721 4 979
Lokale private sector ontwikkeling 45 925 ‒ 11 889 34 036
Marktontwikkeling en markttoegang 7 400 3 025 10 425
Partnershipprogramma ILO 6 500 1 900 8 400
Economic governance and institutions 6 000 ‒ 1 150 4 850
Financiële sector ontwikkeling 17 000 ‒ 13 440 3 560
Infrastructuurontwikkeling 85 290 ‒ 53 162 32 128
(Jeugd)werkgelegenheid 0 0 0
Nexus onderwijs en werk 14 000 ‒ 1 281 12 719
Nog te verdelen
Nog te verdelen 40 500 ‒ 40 500 0
Ontvangsten 24 000 16 215 40 215
1.10 Ontvangsten duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen 7.000 16 215 23 215
1.30 Ontvangsten DGGF 17.000 0 17 000

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 1 wordt in 2023 verhoogd. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het vastleggen van meerjarige programma’s voor VN-instellingen, zoals International Labour Organization (ILO).

Daarnaast worden er verhoogde verplichtingen aangegaan voor het Dutch Good Growth Fund (DGGF), FMO MASSIF, en voor het Market Creation Platform.

Tevens worden in 2023 door de posten meerjarige verplichtingen aangegaan voor de uitvoering van decentrale programma's.

Uitgaven

Artikelonderdeel 1.1

Het budget voor artikel 1.1 wordt met EUR 4,1 miljoen verlaagd. Tegenvallende uitgaven op het gebied van de MVO-programma’s maken een overheveling mogelijk naar artikel 1.2.

Artikelonderdeel 1.2

Het budget binnen artikel 1.2 stijgt met EUR 21,1 miljoen. Deze stijging is o.a. toe te schrijven aan hogere uitgaven voor het Programma Internationaal Ondernemen, voor het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) garanties en voor de DTIF subsidies. De dekking wordt onder andere gevonden overhevelingen vanuit artikel 1.1 en vanuit hogere ontvangsten.

Artikelonderdeel 1.3

In de Tweede suppletoire begroting 2023 zijn de budgetten door positieve cMEV-bijstelling herverdeeld binnen dit artikelonderdeel. Voor de bijdrage aan ILO, het non-ODA gedeelte hiervan, wordt EUR 288.000 overgeboekt naar Directie Multilaterale Instellingen en Mensenrechten voor het ITLOS tribunaal.

Ontvangsten

Ter dekking van het DTIF-instrument zal een onttrekking worden gedaan uit de FOM begrotingsreserve van EUR 16,2 miljoen. Deze onttrekking wordt gedaan om aan de toegenomen vraag naar werkkapitaal en financieringen via DTIF te kunnen voldoen en is daarvoor ook bedoeld. De ontvangsten op artikel 1.10 Ontvangsten Handel en Investeringen (DIO) worden daarom EUR 16,2 miljoen hoger geraamd.

Artikel 2: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 1 244 608 5 635 1 250 243
Uitgaven:
Programma-uitgaven totaal 868 008 23 960 891 968
waarvan juridisch verplicht 100%
2.1 Voedselzekerheid 389 554 0 389 554
Subsidies (regelingen)
Realiseren ecologische houdbare voedselsystemen 13 000 150 13 150
Bevorderen inclusieve, duurzame groei in de agrarische sect. 14 000 9 500 23 500
Kennis & capaciteitsopbouw ten behoeve van voedselzekerheid 3 000 0 3 000
Uitbannen huidige honger en voeding 16 327 14 000 30 327
Voedselzekerheid 55 509 20 701 76 210
Opdrachten
Kennis & capaciteitsopbouw ten behoeve van voedselzekerheid 20 550 2 952 23 502
Realiseren ecologische houdbare voedselsystemen 10 000 ‒ 10 000 0
Voedselzekerheid 1 000 ‒ 250 750
Bijdrage aan agentschappen
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 3 370 0 3 370
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Voedselzekerheid 120 298 ‒ 16 510 103 788
Realiseren ecologische houdbare voedselsystemen 17 000 0 17 000
Bevorderen inclusieve, duurzame groei in de agrarische sect. 40 500 0 40 500
Kennis & capaciteitsopbouw ten behoeve van voedselzekerheid 27 000 0 27 000
Uitbannen huidige honger en voeding 48 000 ‒ 20 543 27 457
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen
2.2 Water 199 235 ‒ 1 228 198 007
Subsidies (regelingen)
Waterbeheer 26 167 493 26 660
Drinkwater en sanitatie 30 563 10 425 40 988
Opdrachten
Waterbeheer 3 170 ‒ 1 120 2 050
Bijdrage aan agentschappen
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 2 000 0 2 000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Waterbeheer 91 585 ‒ 17 749 73 836
Drinkwater en sanitatie 45 750 6 723 52 473
2.3 Klimaat 279 219 25 188 304 407
Subsidies (regelingen)
Klimaat algemeen 33 863 9 140 43 003
Hernieuwbare energie 26 000 10 000 36 000
Dutch Fund for Climate and Development 40 000 0 40 000
Bijdrage aan agentschappen
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 3 400 0 3 400
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Contributie IZA/IZT 357 283 640
Klimaatprogramma's (non-ODA) 1 725 ‒ 100 1 625
Klimaat algemeen 129 232 5 865 135 097
Hernieuwbare energie 36 000 0 36 000
UNEP 8 642 0 8 642

Toelichting

Verplichtingen

Er is minder verplichtingenbudget nodig op artikel 2 dan eerder verwacht, met name op de decentrale budgetten voor het thema Water. Dit komt bijvoorbeeld doordat in Mali de committering voor het Programme de Dévéloppement Integré et Durable du Sourou (PDIDS) pas in 2024 wordt aangegaan.

Uitgaven

Artikelonderdeel 2.2

Er wordt EUR 2,2 miljoen overgeheveld naar 3.1 Mondiale gezondheid en SRGR voor een bijdrage aan het Global Analysis and Assessment of Sanitation and Drinking-Water programma van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO/GLAAS). Daarnaast wordt vanuit artikel 4.1 Humanitaire Hulp EUR 1,0 miljoen bijgedragen in verband met de noodhulpcomponent van het Dutch Disaster Risk Reduction/Dutch Surge Support programma.

Artikelonderdeel 2.3

Er wordt EUR 5,0 miljoen toegevoegd aan het subartikelonderdeel voor Klimaat voor een structurele oplossing voor de Al Safer-tanker voor de kust van Jemen (via het United Nations Development Programme). De tanker is leeggepompt en nu moet de vervangende opslag operationeel gemaakt worden.

Daarnaast wordt als gevolg van het amendement Grinwis c.s. 2023Z18689&did=2023D44873">(Kamerstuk 36435-XVII-15) EUR 20 miljoen naar dit artikelonderdeel overgeheveld. Hiervan wordt EUR 10 miljoen ingezet als bijdrage aan het Access to Energy Fund van het FMO en EUR 10 miljoen als vervroegde bijdrage aan het Africa Adaptation Acceleration Program. Hiermee laat Nederland haar commitment zien op zowel het terrein van het tegengaan van klimaatverandering als het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering.

Artikel 3: Sociale vooruitgang

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 563 268 36 333 599 601
Uitgaven:
Programma-uitgaven totaal 813 224 7 746 820 970
waarvan juridisch verplicht 100%
3.1 Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten 507 965 7 246 515 211
Subsidies (regelingen)
Mondiale gezondheid en SRGR 162 178 56 591 218 769
Global Fund to Fight Aids, Malaria and Tuberculosis 0 0 0
Opdrachten
Mondiale gezondheid en SRGR 16 397 ‒ 8 078 8 319
Bijdrage aan agentschappen
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 137 0 137
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
WHO/PAHO 6 713 77 6 790
Mondiale gezondheid en SRGR 196 338 4 757 201 095
UNFPA 48 300 ‒ 1 958 46 342
UNAIDS 23 000 0 23 000
Partnershipprogramma WHO 14 402 ‒ 3 643 10 759
Global Fund to Fight Aids, Malaria and Tuberculosis 0 0 0
UNICEF 0 0 0
Vrouwenrechten en keuzevrijheid 0 0 0
Nog te verdelen
Nog te verdelen 40 500 ‒ 40 500 0
3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid 49 667 500 50 167
Subsidies (regelingen)
Vrouwenrechten 33 067 3 097 36 164
Opdrachten
Vrouwenrechten 0 267 267
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Vrouwenrechten 6 600 887 7 487
UNWOMEN 6 000 249 6 249
Nog te verdelen
Nog te verdelen 4 000 ‒ 4 000 0
3.3 Maatschappelijk middenveld 198 442 0 198 442
Subsidies (regelingen)
Twinningsfaciliteit Suriname 850 ‒ 193 657
Versterking maatschappelijk middenveld 175 857 ‒ 4 087 171 770
Opdrachten
Versterking maatschappelijk middenveld 6 000 7 500 13 500
Versterking maatschappelijk middenveld Monitoringsfonds 1 417 ‒ 960 457
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Versterking maatschappelijk middenveld 10 318 1 740 12 058
Nog te verdelen
Nog te verdelen 4 000 ‒ 4 000 0
3.4 Onderwijs 57 150 0 57 150
Subsidies (regelingen)
Onderzoeksprogramma's 1 500 0 1 500
Opdrachten
Onderwijs 200 ‒ 24 176
Onderzoekprogramma's 2 000 0 2 000
Hoger Onderwijs 40 932 ‒ 1 757 39 175
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Onderwijs 2 518 61 2 579
Global partnership for education 10 000 1 720 11 720

Toelichting

Verplichtingen

Er is meer verplichtingenbudget nodig op artikel 3 dan eerder verwacht. Dit komt met name door het vastleggen van de algemene vrijwillige bijdrage van EUR 105 miljoen voor het UNFPA. Daarnaast zijn er neerwaartse bijstellingen vanwege de ombuigingen waardoor committeringen voor één jaar worden aangegaan in plaats van voor meerdere jaren. Per saldo neem het verplichtingenbudget op artikel 3 toe.

Uitgaven

Artikelonderdeel 3.1

Er vindt een overheveling plaats van EUR 5 miljoen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van een totale bijdrage van EUR 10 miljoen aan het Financial Intermediary Fund voor Pandamic Prevention, Preparedness and Response. De resterende EUR 5 miljoen komt uit kasruimte binnen artikel 3.1.

Er wordt EUR 2,2 miljoen overgeheveld van Artikel 2.2 Water voor een bijdrage aan het Global Analysis and Assessment of Sanitation and Drinking-Water programma van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO/GLAAS).

In de Tweede suppletoire begroting 2023 zijn de budgetten door positieve cMEV-bijstelling herverdeeld binnen dit artikelonderdeel.

Artikel 4: Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 1 753 849 237 601 1 991 450
Uitgaven:
Programma-uitgaven totaal 1 041 712 61 000 1 102 712
waarvan juridisch verplicht 100%
4.1 Humanitaire hulp 584 017 42 000 626 017
Subsidies (regelingen)
Noodhulpprogramma's 117 000 30 000 147 000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Noodhulpprogramma's 352 000 ‒ 7 000 345 000
Noodhulpprogramma's non-ODA 1 017 0 1 017
UNHCR 35 000 0 35 000
UNRWA 19 000 8 000 27 000
Wereldvoedselprogramma 60 000 11 000 71 000
4.2 Opvang en bescherming in de regio en migratiesamenwerking 247 000 20 000 267 000
Subsidies (regelingen)
Opvang in de regio 5 000 2 500 7 500
Migratie en ontwikkeling 0 1 000 1 000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Opvang in de regio 192 000 8 500 200 500
Migratie en ontwikkeling 50 000 8 000 58 000
4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling 210 695 ‒ 1 000 209 695
Subsidies (regelingen)
Legitieme stabiliteit 5 500 0 5 500
Inclusieve vredes- en politieke processen 3 500 6 500 10 000
Vredesdividend: werkgelegenheid en basisvoorzieningen 0 818 818
Functionerende rechtsorde 38 165 6 900 45 065
Opdrachten
Inclusieve vredes- en politieke processen 0 1 500 1 500
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Legitieme stabiliteit 0 4 000 4 000
Functionerende rechtsorde 102 680 ‒ 5 680 97 000
Inclusieve vredes- en politieke processen 40 850 4 962 45 812
Nog te verdelen
Nog te verdelen 20 000 ‒ 20 000 0

Toelichting

Verplichtingen

Er is meer verplichtingenbudget nodig op artikel 4 dan eerder verwacht. Dit komt met name door het aangaan van verplichtingen voor Country Based Pooled Funds voor Democratische Republiek Congo, Zuid Soedan, Soedan, Somalië en Jemen. Daarnaast zijn er meerjarige verhogingen van bijdragen aan de Dutch Relief Alliance (DRA) en het Nederlandse Rode Kruis. Verder is EUR 62,0 miljoen van de ophoging gerelateerd aan het totaal van mutaties zoals onder de uitgaven toegelicht.

Uitgaven

Artikelonderdeel 4.1

Het artikelonderdeel is verhoogd met EUR 42,0 miljoen. De besteding betreft EUR 25,0 miljoen ten behoeve van humanitaire hulpverlening voor de crisis in Gaza, EUR 2,0 miljoen voor noodhulp na de aardbeving en Marokko en EUR 15,0 miljoen ten behoeve van humanitaire noden elders in de wereld.

De ophoging bestaat uit overhevelingen vanuit artikel 5.4 waarbij er EUR 10,0 miljoen is toegevoegd ten behoeve van de inzet van UNRWA en ICRC in Gaza zoals aangegeven in de Kamerbrief Update humanitaire hulp Palestijnse Gebieden van 17 oktober jl. Verder wordt EUR 30,0 miljoen, afkomstig uit het amendement Grinwis c.s. 2023Z18689&did=2023D44873">(Kamerstuk 36435-XVII-15), ingezet via een verhoging van de bijdrage aan het Wereldvoedselprogramma en verhoging van de subsidies voor Noodhulpprogramma’s ten behoeve van het Nederlandse Rode Kruis en de Dutch Relief Alliance (DRA). Van deze bijdragen wordt EUR 15,0 miljoen besteed ten behoeve van de crisis in Gaza en de overige EUR 15,0 miljoen kunnen deze organisaties wereldwijd inzetten, daar waar de noden het hoogst zijn. Tot slot is EUR 2,0 miljoen afkomstig uit artikel 5.4 ten behoeve van noodhulp na de aardbeving in Marokko. Voor noodhulp na deze aardbeving is de subsidie aan het Nederlandse Rode Kruis verhoogd met EUR 5,0 miljoen, door naast de overheveling vanuit art 5.4 vanuit het instrument Noodhulp EUR 3,0 miljoen over te hevelen.

Verder wordt EUR 1,0 miljoen overgeheveld naar artikel 2.2 Water in verband met de noodhulpcomponent van het Dutch Disaster Risk Reduction/Dutch Surge Support programma. Ter compensatie wordt EUR 1,0 miljoen overgeheveld vanuit het budget van nog te verdelen middelen op artikel 4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling, zodat het totaalbudget voor humanitaire hulp hierdoor niet wijzigt.

Artikelonderdeel 4.2

Het artikelonderdeel is verhoogd met EUR 20,0 miljoen. Dit betreft de verwerking van het amendement Grinwis c.s. 2023Z18689&did=2023D44873">(Kamerstuk 36435-XVII-15), waarbij EUR 20,0 miljoen wordt overgeheveld vanuit artikel 5.4 naar bijdragen opvang in de regio ten behoeve van UNICEF (EUR 8 miljoen) en UNHCR (EUR 12 miljoen) voor ondersteuning van vluchtelingen en gastgemeenschappen in o.a. Pakistan, de Hoorn van Afrika en de MENA regio, met name door middel van onderwijs voor kinderen.

Artikelonderdeel 4.3
In de Tweede suppletoire begroting 2023 zijn de budgetten door positieve cMEV-bijstelling herverdeeld binnen dit artikelonderdeel.

Artikel 5: Multilaterale samenwerking en overige inzet

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 842 132 ‒ 128 191 713 941
Uitgaven:
Programma-uitgaven totaal 433 839 ‒ 63 985 369 854
waarvan juridisch verplicht 100%
5.1 Multilaterale samenwerking 319 553 24 674 344 227
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
UNIDO 1 531 0 1 531
UNDP 28 250 1 750 30 000
UNICEF 31 250 1 750 33 000
Speciale multilaterale activiteiten 13 577 ‒ 4 322 9 255
Assistent deskundigenprogramma 9 000 ‒ 1 592 7 408
Internationale Financiële Instellingen 8 000 1 592 9 592
Middelenaanvullingen multilaterale banken en fondsen 79 789 0 79 789
Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbanken 8 156 ‒ 1 504 6 652
Bijdrage aan IFI's voor steun Oekraine 140 000 27 000 167 000
Nog te verdelen
Nog te verdelen 0 0 0
5.2 Overig armoedebeleid 103 216 ‒ 15 963 87 253
Subsidies (regelingen)
Kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling 8 385 ‒ 105 8 280
Nationale SDG Implementatie 650 ‒ 70 580
Opdrachten
Nationale SDG Implementatie 155 ‒ 71 84
Programmamiddelen Oekraine - ln-kind steun 5 300 ‒ 541 4 759
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
UNESCO 4 337 0 4 337
Diverse ondersteunende activiteiten 23 874 ‒ 23 342 532
Kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling 2 529 ‒ 8 2 521
Schuldverlichting 57 736 4 604 62 340
Voorlichting op het terrein van Ontwikkelingssamenwerking 250 ‒ 140 110
Verdragsmiddelen Suriname 0 3 710 3 710
5.4 Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen 11 070 ‒ 72 696 ‒ 61 626
Ontvangsten 45 088 10 350 55 438
5.20 Ontvangsten en restituties met betrekking tot leningen 22 182 0 22 182
5.21 Ontvangsten OS 21 176 0 21 176
5.22 Koersverschillen OS 0 10 000 10 000
5.23 Diverse ontvangsten non-ODA 1 730 350 2 080

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen op artikel 5 nemen af. Dit komt doordat een aantal verplichtingen pas in 2024 wordt aangegaan, waardoor deze in 2023 vrijvallen. Het gaat dan om bijvoorbeeld de kapitaalaanvulling van de IBD. Daarnaast is op het gebied van schuldverlichting rekening gehouden met een hogere verplichtingenstand dan nodig bleek, daarom wordt dit ook naar beneden bijgesteld.

Uitgaven

Artikelonderdeel 5.1

De uitgaven voor dit subartikel nemen toe. Dit komt voornamelijk door de steun aan Oekraïne ter hoogte van EUR 27 miljoen in het kader van het derde steunpakket. Dit bestaat uit EUR 7 miljoen voor technische assistentie van het IMF en EUR 20 miljoen voor een funded guarantee aan de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) voor gasaankopen.

Daarnaast vindt een aantal overboekingen plaats tussen budgetten binnen het subartikel.

Artikelonderdeel 5.2

De uitgaven op dit subartikel nemen per saldo af. Dit komt voornamelijk doordat de reservering voor de verdragsmiddelen Suriname voor 2023 naar beneden is bijgesteld en is overgeheveld naar een aparte budgetregel. De rest van de middelen wordt in de Eerste suppletoire begroting van 2024 in het juiste kasritme geplaatst, omdat niet alle middelen in 2023 uitgegeven konden worden. Het budget dat in 2023 vrijvalt, vloeit naar het verdeelartikel 5.4.

Artikelonderdeel 5.4

Om de inzichtelijkheid van de BHOS-begroting verder te verbeteren is er met ingang van begrotingsjaar 2017 artikelonderdeel 5.4 gecreëerd. Op dit artikelonderdeel wordt ook overprogrammering geregistreerd. Overprogrammering houdt in dat er meer programma’s of bijdragen worden gepland dan waarvoor budget beschikbaar is, in de verwachting dat over het algemeen de uitvoering van programma’s en/of betalingen vertraging oploopt. De uitvoering van het beleid leert dat bijvoorbeeld (geo)politieke ontwikkelingen en uitvoeringsmogelijkheden in landen waarin programma’s worden uitgevoerd gedurende het jaar kunnen leiden tot vertragingen in de uitputting van de ODA-middelen. Indien er sprake is van overprogrammering is dat zichtbaar als een negatieve stand op het verdeelartikel. Over de verdere werking van dit artikel verwijs ik u naar de Kamerbrief als reactie op Motie van der Graaf c.s. (Kamerstuk II, 36200 XVII nr. 32) over fluctuaties van het ODA-budget.

De beginstand van het verdeelartikel is inclusief het aangenomen amendement Grinwis c.s. 2023Z18689&did=2023D44873">(Kamerstuk 36435-XVII-15), welke is aangenomen op de suppletoire begroting Prinsjesdag.

Om de informatievoorziening aangaande de mutaties op het verdeelartikel te verbeteren wordt onderstaande tabel opgenomen in de suppletoire begrotingen van BHOS.

Beginstand (A) 11.070
Verdeling amendement Grinwis c.s. ‒ 70.000
Humanitaire hulp Palestijnse gebieden ‒ 10.000
Eerstejaarsopvang asielzoekers ‒ 10.700
Desaldering ontvangsten 10.000
ODA-meevallers 8.758
Overig ‒ 754
Totaal mutaties (B) ‒ 72.696
Eindstand (A+B) ‒ 61.626

Ontvangsten

De ontvangsten op het subartikel nemen toe. Dit komt voornamelijk vanwege geraamde koersverschillen. Buitenlandse Zaken werkt met een vooraf vastgestelde wisselkoers ten opzichte van buitenlandse valuta (de corporate rate). Deze koers wordt samen met de presentatie van de begroting vastgesteld. Omdat bij betalingen in buitenlandse valuta gedurende het jaar echter een verschil ontstaat als gevolg van de werkelijk geldende koers, ontstaat er een saldo. Dit saldo wordt verantwoord op het artikel 5 maar geldt voor de gehele BHOS-begroting.


  1. __2023Z18819&did=2023D45230">Kamerbrief Invulling nader gewijzigd amendement van het lid Grinwis c.s. t.v.v. nr. 13 over het toevoegen van € 70 miljoen via verdeelartikel 5.4 aan het OS-budget voor 2023 (Kamerstuk 36435-XVII-15)↩︎