Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda voor de Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 22 en 23 januari 2024 (Kamerstuk 21501-02-2796)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2024D00503, datum: 2024-01-12, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2024D00503).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J. Thijssen, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: E.A.M. Meijers, griffier
Onderdeel van zaak 2024Z00123:
- Indiener: G.E.W. van Leeuwen, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (2021-2024)
- 2024-01-12 14:00: Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (2021-2024)
- 2024-01-17 14:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2024-01-18 13:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (2021-2024)
- 2024-01-25 14:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
2024D00503 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over onder meer de Geannoteerde agenda voor de Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 22 en 23 januari 2024 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2796).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Thijssen
De griffier van de commissie,
Meijers
Inhoudsopgave
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng PVV-fractie
Inbreng GroenLinks-PvdA-fractie
Inbreng VVD-fractie
Inbreng BBB-fractie
Inbreng SGP-fractie
II. Antwoord / Reactie van de Minister
III. Volledige agenda
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng leden van de PVV-fractie
Inzet landbouw, visserij en voedselzekerheid
De leden van de PVV-fractie maken zich ernstige zorgen over de Nederlandse en Europese inzet bij de WTO MC13 op het gebied van landbouw, visserij en voedselzekerheid. Deze twee sectoren spelen een grote rol in de voedselzekerheid en staan in de EU en in Nederland al jaren door verschillende redenen, waaronder stikstof, zwaar onder druk. Een verdere liberalisering van de wereldmarkt voor deze sectoren in het kader van een gelijk speelveld kan nog meer nadelige gevolgen hebben voor deze sectoren.
Het vergroten van een gelijk speelveld op het gebied van landbouw en visserij leidt regelmatig tot oneerlijke concurrentie voor Nederlandse en Europese producenten vanwege de strenge milieu- en duurzaamheidsdoelstellingen van de EU. Wat de leden van de PVV-fractie willen, is geen uitruil van de belangen van de landbouw en visserij, ten gunste van de industrie of dienstensector. De leden van de PVV-fractie willen dat deze belangen van de sectoren worden beschermd. De kritiek van andere landen op de EU, dat handelsmechanismes op gebied van ontbossing, klimaat, mensenrechten en dwangarbeid leiden tot een vorm protectionisme kunnen deze leden delen. Deze links ideologische stellingname van de EU op deze gebieden leidt tot inmengingen in de soevereiniteit van andere landen en leidt niet tot een gelijkwaardige handelsrelatie, waar de belangen van ieder land worden gerespecteerd.
Dit roept de volgende vragen op:
De leden van de PVV-fractie zien graag een reflectie van de Minister op de bovengenoemde zorgen en punten.
Welke visie heeft de Europese Commissie op het vergroten van de economische levensvatbaarheid van de visserij en landbouw in relatie tot de bedreigingen van de Europese en Nederlandse voedselzekerheid mede veroorzaakt door EU-richtlijnen?
Wat voor impact heeft een verdere liberalisering van de visserij op de strategische afhankelijkheden van Nederland?
Op welke manier zorgt Nederland ervoor dat de Nederlandse belangen inzake visserij, landbouw en e-commerce worden beschermd tijdens de WTO-onderhandelingen?
In hoeverre draagt de deelname van Nederland aan de WTO MC13 bij aan het behouden van de nationale regelgevingsautonomie in handelszaken?
Hoe kan Nederland ervoor zorgen dat de inzet van de Europese Commissie op de WTO MC13 meer op de economische levensvatbaarheid van de Nederlandse landbouwsector en visserij komt te liggen?
Hoe waarborgt Nederland zijn soevereiniteit en de Nederlandse belangen in de context van de WTO-hervormingen, gezien de invloed van grotere economieën?
Inzet WTO-moratorium op e-commerce
De leden van de PVV-fractie zien dat de verlenging van het WTO-moratorium op e-commerce Nederlandse bedrijven aanzienlijke voordelen biedt. Het stimuleert digitale handel door tariefbarrières te verwijderen, wat innovatie en digitalisering bevordert. Dit leidt tot kostenbesparingen, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) en startups, en versterkt hun internationale concurrentievermogen. Tegelijkertijd ondersteunt het een stabiele, groeiende wereldwijde digitale economie, wat zowel bedrijven als consumenten ten goede komt door toegenomen markttoegang. De leden van de PVV-fractie maken zich wel zorgen over de bescherming van de intellectuele eigendommen van Nederlandse bedrijven en de privacy van onze burgers. Daarover de volgende vragen:
Op welke manier kan de verlenging van het moratorium een impact hebben op Nederlandse kleine en middelgrote ondernemingen, vooral met betrekking tot hun digitale innovatie en exportconcurrentievermogen?
Hoe oordeelt de Minister over de behandeling van schendingsklachten van de WTO op het gebied van intellectueel eigendom van het Nederlandse bedrijfsleven en het midden- en klein bedrijf (MKB) in het bijzonder?
In hoeverre zou een beëindiging van het moratorium de kosten van internationale handel verhogen en daarmee de toegankelijkheid en betaalbaarheid van digitale diensten voor Nederlandse consumenten beïnvloeden?
Welke risico's op het gebied van privacy en overheidstoezicht zou een verlenging van het moratorium kunnen meebrengen voor de Nederlandse burgers, met name in relatie tot grensoverschrijdende digitale datastromen?
Hoe zou het besluit om digitale tarieven op te leggen de recente overeenkomst over een wereldwijde minimumbelasting op digitale diensten beïnvloeden, en welke gevolgen zou dit kunnen hebben voor de mondiale handelsdynamiek?
Hoe beïnvloedt het moratorium de flexibiliteit van Nederland om de handel in diensten te liberaliseren en hun eigen tempo te bepalen in de groeiende digitale economie?
Inzet Open Strategische Autonomie (OSA)
De leden van de PVV-fractie zijn bezorgd over de overdracht van Nederlandse soevereiniteit naar de EU. De Open Strategische Autonomie (OSA), gericht op het vergroten van de EU-autonomie in cruciale beleidsdomeinen, kan worden gezien als een verdere integratie en afhankelijkheid binnen de EU, wat de nationale soevereiniteit en zelfbeschikking van Nederland ondermijnt. Het concept is uiterst dynamisch en volledig afhankelijk van de geopolitieke ontwikkelingen.
Dit geeft de Europese Commissie volgens de leden van de PVV-fractie een veel te grote vrijbrief om naar eigen inzicht deze open strategische autonomie te definiëren, interpreteren en vervolgens daarop te acteren. De leden van de PVV-fractie vinden dit een zeer onwenselijke ontwikkeling. Dit roept vragen op over de balans tussen Europese samenwerking en nationale autonomie. In het trade-tool box zitten zelfs een aantal instrumenten op het gebied van de Green Deal en klimaatverandering die ideologisch zijn ingegeven en haaks staan op het bevorderen van buitenlandse handel.
De leden van de PVV-fractie ziet graag een reflectie van de Minister op de bovengenoemde zorgen en punten.
Hoe kan de Minister ervoor zorgen dat de open strategische autonomie niet leidt tot overmatige afhankelijkheid van EU-besluitvorming?
Op welke wijze kan de Minister de Nederlandse belanden beschermen bij het nastreven van OSA in relatie tot EU-handelspartners?
Welke maatregelen neemt de Minister om Nederlandse belangen te beschermen in het kader van de EU's trade toolbox, met name in verband met het anti-dwang instrument?
Bilaterale handelsakkoorden
Hoe verzekert Nederland zich ervan dat bilaterale handelsakkoorden, zoals met Mercosur-landen, de Nederlandse soevereiniteit respecteren en bevorderen?
Overige
Hoe garandeert Nederland dat de nieuwe bepalingen over grensoverschrijdende datastromen tussen de EU en Japan de digitale soevereiniteit van Nederland niet ondermijnen?
In hoeverre is er ruimte voor Nederland om nationale belangen te beschermen binnen de kaders van dit protocol voor digitale handel met Japan?
Hoe waarborgt Nederland en de EU de bescherming van de privacy en gegevens van zijn burgers in de overeenkomst voor digitale handel met Japan, vooral met betrekking tot grensoverschrijdende datastromen?
Op welke manier verzekert de Nederlandse regering dat de rechten van Nederlandse burgers op het gebied van gegevensverwijdering en gegevensbeheer gerespecteerd worden in de digitale handelsafspraken met Japan?
Wat voor juridische mogelijkheden heeft een Nederlandse burger, wanneer hij constateert, dat zijn gegevens worden misbruikt in Japan?
Hoe beoordeelt Nederland de impact van de toetreding van Tuvalu tot het interim-Economisch Partnerschapsakkoord op de Nederlandse handelsbelangen en soevereiniteit?
Welke maatregelen neemt Nederland om te verzekeren dat de uitbreiding van het iEPA met de landen in de Stille Oceaan de nationale belangen en soevereiniteit niet aantast?
In welke mate behoudt Nederland zijn besluitvormingsvrijheid binnen deze internationale handelsakkoorden, en hoe worden Nederlandse normen en waarden hierin gewaarborgd?
Inbreng leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de agenda van de informele Raad Buitenlandse Zaken Handel. Ze hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen bij.
Handelsakkoorden
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er tijdens de Raad onder andere gesproken zal worden over het Mercosur-verdrag, waar het kabinet nog geen positie over heeft bepaald. Hoe kijkt het kabinet naar de recente politieke ontwikkelingen in Argentinië in relatie tot de toekomst van het Mercosur-verdrag? Leven er wat de Minister betreft zorgen over de duurzaamheidsstandaarden in dit verdrag nu de nieuwe president het Ministerie van Milieu en Duurzame Ontwikkeling heeft afgeschaft? Zo ja, waarom, zo nee, waarom niet? Is de Minister bereid om zorgen over de duurzaamheidsstandaarden aan de orde te stellen tijdens de aankomende Raad?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de geannoteerde agenda niet of er verder wordt gesproken over de consequenties van de uitkomsten van de COP28 op Europees handelsbeleid. Wordt hier tijdens de Raad over gesproken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waar wordt over gesproken en wat is de lijn van Nederland hierin? Tijdens de COP28 is het begin van het einde voor fossiele brandstoffen ingeleid. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie brengen in herinnering dat Nederland zichzelf op de klimaattop van 2022 al een concreet doel had gesteld, namelijk het stoppen van verlenen van exportsteun aan fossiele projecten. Deze leden vragen de Minister nader in te gaan op de stand van zaken van het E3F initiatief.
Inbreng leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 10 januari en van het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 30 november. Zij bedanken de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor de toezending hiervan. De leden van de VVD-fractie hebben nog enkele vragen over de geannoteerde agenda en het verslag.
In de geannoteerde agenda lezen de leden van de VVD-fractie dat er in het kader van de voorbereiding op de dertiende Ministeriële Conferentie van de WTO (MC13) onder andere gesproken gaat worden over de voortgang van de hervorming van het geschillenbeslechtingssysteem. De leden van de VVD-fractie hechten veel waarde aan een goed werkend geschillenbeslechtingssysteem aangezien dit essentieel is voor het vertrouwen van bedrijven en investeerders en steunen dan ook de inzet van het kabinet in deze. Dit is echter reeds een langlopende discussie en daarom zouden de leden de Minister willen vragen iets nader in te gaan op de huidige stand van zaken. Wat is de verwachting van de Minister met betrekking tot de voortgang op dit punt? Wat zijn de belangrijkste knelpunten en hoe duidt de Minister de positie van de Verenigde Staten? Daarnaast hebben de leden van de VVD-fractie ook enkele vragen over het werkprogramma ten aanzien van industriële subsidies. Wanneer verwacht de Minister dat dit werkprogramma wordt vastgesteld en wordt dit gedeeld met de Kamer? Kan de Minister voorts nader toelichten op welke wijze dit werkprogramma van invloed is op Nederlandse bedrijven, de industriële sector en hun concurrentiepositie? Op welke wijze worden zij betrokken bij de standpuntbepaling en hoe worden hun belangen geborgd in de Nederlandse en EU positie?
In het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Handel lezen de leden van de VVD-fractie dat de Europese Unie mogelijkheden ziet tot een vervolgakkoord op visserijsubsidies. De leden van de VVD-fractie merken op dat de visserijsector voor Nederland van groot belang is en de sector de afgelopen jaren geconfronteerd is met veel nieuwe regelgeving en verplichtingen. Zij hechten er aan dat de visserijsector in Nederland de ruimte heeft en houdt. Op welke wijze worden hun belangen in deze besprekingen geborgd? Zijn er ontwikkelingen in de onderhandelingen die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de Nederlandse visserijsector? Zo ja, om welke negatieve gevolgen gaat het hier en wat doet de Minister om dit te mitigeren?
In de geannoteerde agenda lezen de leden van de VVD-fractie ook dat het maatschappelijk middenveld via het Breed Handelsberaad is uitgenodigd om deel te nemen aan de dertiende Ministeriële Conferentie van de WTO (MC13). Kan de Minister aangeven of er door de diverse belangengroepen uit het maatschappelijk middenveld ook bevestigend is gereageerd op deze uitnodiging aangezien het voor Nederland van belang is dat hun belangen worden betrokken in de onderhandelingen? Indien dit niet het geval is, ziet de Minister nog mogelijkheden om dit te stimuleren?
De leden van de VVD-fractie lezen voorts dat het kabinet in wil zetten op het creëren van nieuwe diversificatiemogelijkheden waarmee de risico’s van strategische afhankelijkheden verder kunnen worden gemitigeerd. Kan de Minister enkele voorbeelden van deze diversificatiemogelijkheden geven? In de geannoteerde agenda spreekt de Minister voorts over het non-paper dat Nederland gezamenlijk met enkele andere Europese lidstaten heeft gepubliceerd. Kan de Minister aangeven hoe het non-paper is ontvangen door de andere lidstaten en hoe er concrete invulling en opvolging aan dit non-paper gegeven gaat worden? Belangrijke elementen in het kader van de open strategische economie zijn onafhankelijkheid en veiligheid. De leden van de VVD-fractie hechten zoals bekend dan ook veel waarde aan het ondervangen van veiligheidsrisico’s bij investeringen, zeker waar het dual-use goederen en strategische kennis betreft, aangezien deze direct van invloed kunnen zijn op vitale onderdelen van de Nederlandse en Europese economie. Bovendien acht de VVD het essentieel dat kennis, expertise en daarmee de bedrijven die op dit gebied in Nederland en de EU actief zijn behouden blijven. Zij zijn dan ook blij dat er gewerkt wordt aan een economisch veiligheidspakket. Hoe kan er voor worden gezorgd dat naast de screening van buitenlandse investeringen ook wordt geborgd dat strategische kennis en expertise in Nederland en Europa behouden blijft en op welke wijze wordt dit geborgd in het aangekondigde economisch veiligheidspakket?
De leden van de VVD-fractie lezen dat er tevens gesproken gaat worden over het Mercosur-verdrag. De leden ondersteunen het belang en de toegevoegde waarde van bilaterale handelsakkoorden en steunen de lijn van de Minister hierin. Zij hebben begrip voor het feit dat ten aanzien van een mogelijk akkoord tussen de Europese Unie en de Mercosur-landen pas een standpunt wordt ingenomen op het moment dat alle daartoe noodzakelijke stukken door de Commissie ter besluitvorming aan de Raad worden aangeboden. Wel hechten de leden van de VVD-fractie er aan dat de Kamer tijdig geïnformeerd wordt over eventuele belangrijke afwegingen binnen handelsakkoorden en zij niet pas wordt geïnformeerd als er alleen de optie tot accordering of weigering van een integraal pakket voorligt. Op welke wijze zorgt de Minister dat de Kamer tijdig wordt geïnformeerd over dergelijke ontwikkelingen en de bepaling van de Nederlandse positie?
Tot slot nog een vraag naar aanleiding van het verslag van de Raadsvergadering van 27 november 2023. Uit het verslag blijkt dat er tijdens die Raad ook is gesproken over een rapport over de implementatie en handhaving van bestaande handelsafspraken. Een van de onderwerpen die in het rapport aan de orde komt, is de internationalisering van het Europese midden- en kleinbedrijf (MKB). De leden van de VVD-fractie vernemen in het kader van dit rapport graag van de Minister welke kansen hij ziet voor het Nederlandse MKB om verder internationaal te opereren en hoe dit vanuit het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Europese Unie en bijvoorbeeld de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verder gestimuleerd kan worden. In hoeverre is het verminderen van regeldruk en verantwoording een onderwerp van gesprek, aangezien juist deze complexiteit en de werklast in negatieve zin bijdragen aan het vermogen van het MKB om internationaal te opereren? Kan de Minister schetsen hoe het MKB hierbij wordt betrokken?
Inbreng leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie nemen kennis van de geannoteerde agenda van de informele raad Buitenlandse Zaken/Handel van 22 en 23 januari 2024. Daarover hebben zij een set vragen en opmerkingen.
In de geannoteerde agenda valt te lezen dat Nederland bepleit dat «een mogelijk EU-Mercosur akkoord een integraal associatieakkoord blijft». Hoe rijmt dit met eerder aangenomen moties waarin de Kamer zich fel uitsprak tegen voortzetting en splitsing van het EU-Mercosur handelsverdrag? Waarom pleit Nederland er in Brussel niet voor een pas op de plaats te maken voor een «mogelijk EU-Mercosur akkoord»?
Wat wordt de inbreng van het kabinet bij de besprekingen over de open strategische autonomie (OSA)? Een open strategische autonomie is niet mogelijk zolang Nederland en de Europese Unie in het verlengde daarvan op strategische terreinen afhankelijk blijven. De non-paper waar Nederland aan bij heeft gedragen, schrijft niet over «Africa». De lens van deze landen blijft met name georiënteerd op het Oosten, en in mindere mate op het Zuiden. Waarom werden door Nederland de handelsbetrekkingen met Afrikaanse landen niet aangehaald, in het licht van Chinese bedrijven die in Afrika veel grondstoffen delven? Kan Nederland binnen de informele raad hier een punt over maken dat de Unie zich hierop meer moet prioriteren?
De Minister stelt dat Nederland het streven van de Commissie steunt om de EU-coördinatie op gebied van exportcontrole van dual-use goederen binnen de bestaande competentieverdeling te versterken en zich hier actief voor zal blijven inzetten. Waar bestaat die actieve inzet uit? Welke waarborgen houden we als Nederland zelf in de hand om dual-use goederen niet in handen van de verkeerde landen te laten vallen? Daarentegen ook gelijk de vraag wat het beleid is om juist deze waardevolle dual-use goederen en technologie weldegelijk in Oekraïne te krijgen. Ook willen deze leden graag meer weten over hoe sancties, exportcontrole, toezicht en opsporing ervoor zorgen dat dual-use goederen niet via allerlei bedrijven en schimmige structuren toch in de handen vallen van Rusland (omzeilen sancties), Iran en China (zie bijvoorbeeld het item van Nieuwsuur van Zaterdag 16 december 2023 «Onderzoek naar ontduiken Ruslandsancties: Nederlands bedrijf betrokken»).
Eind november 2023 publiceerden de Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden op verzoek van de Europese Raad van juni 2023 een strategisch rapport over de stand van zaken van de relatie tussen de EU en Turkije met aanbevelingen om de relatie te intensiveren. De Minister geeft aan dat de Raad hierover nader geïnformeerd zal worden. Kan de Minister aangeven wanneer de Kamer nader wordt geïnformeerd? Kan de Minister aangeven in welke mate de Turkije gemoderniseerde douane-unie onder druk staat of dat Turkije druk gebruikt in het kader van de toelating van Zweden tot de NAVO? Ervaart de Minister hier druk van Turkije? Zo ja, welke en hoe gaat hij hiermee om?
Op het gebied van handelsovereenkomsten stellen de leden van de BBB-fractie het op prijs dat afspraken en regelgeving zorgen voor een gelijk speelveld. Product en dienst kwaliteitseisen die in Nederland en Europa gelden moeten ook gelden voor de goederen en diensten die de EU en Nederland specifiek binnenkomen.
Inbreng leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken voor het schriftelijk overleg over de Raad Buitenlandse Zaken Handel en hebben de volgende vragen.
In de gezamenlijke non-paper over Open Strategische Autonomie (OSA) wordt gesteld dat net-zero emissies kunnen bijdragen aan strategische onafhankelijkheid. De leden van de SGP-fractie vragen of het kabinet dat standpunt kort kan toelichten.
In de gezamenlijke non-paper over OSA wordt het versterken van het besluitvormingsproces voor het Gemeenschappelijk Buitenland en Veiligheidsbeleid (GBVB) genoemd. Welke opties ziet het kabinet daarvoor, naast het eerder genoemde vraagstuk over gekwalificeerde meerderheden of unanimiteit, zo vragen de leden van de SGP-fractie.
In het verslag wordt onder de lunchbespreking gesproken over sanctieontwijking van de Russische federatie. Kan de Minister toelichten wat daar voor conclusies of handelingsperspectieven uitgekomen zijn, zo vragen de leden van de SGP-fractie.
Heeft het kabinet inzichtelijk waarom Nigeria het Economisch Partnerschap Westelijk Afrika nog niet heeft ondertekend, zo vragen de leden van de SGP-fractie.
De leden van de SGP-fractie lezen nog niets in de stukken over de impact van Oekraïense export die exclusief via de EU gaat. Kan het kabinet toelichten hoe ze tegen de impact van Oekraïense voedselexport voor de eigen markt aankijkt, en hoe de economische steun voor Oekraïne zo goed mogelijk samen kan gaan met de eigen markt?
II. Antwoord / Reactie van de Minister
III. Volledige agenda
Geannoteerde agenda voor de formele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 22 en 23 januari 2024.21 501-02, nr. 2796 – Brief regering d.d. 10-01-2024, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.N.A.J. Schreinemacher
Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 27 november 2023.21 501-02, nr. 2789 – Brief regering d.d. 30-11-2023, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.N.A.J. Schreinemacher