[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2024D14395, datum: 2024-04-18, bijgewerkt: 2024-06-18 10:00, versie: 3

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36550-XIV-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36550 XIV-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).

Onderdeel van zaak 2024Z06212:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2023‒2024
36 550XIV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2024 wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
  2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;
  3. de begrotingsstaat voor het begrotingsfonds Diergezondheidsfonds.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

P.Adema

De Minister voor Natuur en Stikstof

Ch. van der Wal-Zeggelink

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1000 5 10
=> 1000 10 20

2 Beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Vastgestelde begroting t 3.999.161
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) WEcR 2 22 195.400
2) Eindejaarsmarge diverse 407.000
3) PAS-melders 22 150.000
4) Brexit adjustment reserve 51 ‒ 63.000
5) Loon- en prijsbijstelling 51 104.313
6) Inzet loon- en prijsbijstelling t.b.v. problematiek 51 ‒ 61.915
7) Uitvoeringskosten medeoverheden 22 49.000
8) RVO tariefstijging 24 39.570
9) Overheveling IenW 51 29.300
10) Overheveling EZK aanpak piekbelasters 51 ‒ 87.000
11) Kasschuif MGB 21 ‒ 68.550
12) Kasschuif versnellingsmiddelen kennis & innovatie 23 ‒ 129.700
13) Bronmaatregelen Natuurcompensatiebank 22 ‒ 22.231
14) Overige mutaties ‒ 83.384
Stand 1e suppletoire begroting t 4.457.964

Toelichting

  1. WEcR 2

    In het kader van het Nationaal programma landelijk gebied wordt in 2024 € 195,4 mln. onttrokken van de reservering voor het Transitiefonds op de Aanvullende post. Deze middelen worden overgeheveld aan de provincies voor de uitvoering van maatregelen op het gebied van natuur, klimaat en waterkwaliteit.

  2. Eindejaarsmarge

    Er wordt € 407 mln. onderuitputting uit 2023 opnieuw aan de LNV-begroting toegevoegd. Dit betreft € 168 mln. Transitiefonds-budget, € 155 mln. bronmaatregelen budget, € 65 mln. budget uit de Brexit Adjustment Reserve en € 17 mln. reguliere eindejaarsmarge.

  3. PAS-melders

    Er wordt € 150 mln. vrijgemaakt op de LNV-begroting ten behoeve van de legalisatie van PAS-melders.

  4. Brexit Adjustment Reserve

    EZK ontvangt € 63 mln. vanuit de LNV-begroting voor maatregelen in het kader van de Brexit.

  5. Loon- en prijsbijstelling

    De loon- en prijsbijstelling 2024 wordt toegevoegd aan de LNV-begroting.

  6. Inzet loon- en prijsbijstelling t.b.v. problematiek

    Om de problematiek op de LNV-begroting van dekking te voorzien wordt een deel van de loon- en prijsbijstelling ingezet.

  7. Uitvoeringskosten medeoverheden

    De provincies voeren het nationaal programma landelijk gebied uit. De uitvoeringskosten (€ 49 mln.) worden onttrokken uit de reservering voor het Transitiefonds op de Aanvullende post.

  8. RVO tariefstijging

    De tariefstijging RVO is hoger dan er met de loon- en prijsbijstelling compenseerd wordt. Dit wordt van dekking voorzien door middel van diverse ombuigingen binnen de LNV-begroting.

  9. Overheveling IenW

    In het kader van de stikstofaanpak worden middelen van de Aanvullende Post overgeheveld aan IenW ten behoeve van stisktofreducerende maatregelen in de bouw en de scheepvaart.

  10. Overheveling EZK aanpak piekbelasters

    De overheveling aan EZK wordt ingezet voor de reductie van stikstofemissies door industriële piekbelasters.

  11. Kasschuif MGB

    Er is vertraging opgelopen bij het uitwerken van de provinciale uitkoopregeling Maatregel Gerichte Beëindiging (MGB).

  12. Kasschuif Versnellingsmiddelen Kennis & Innovatie

    In 2023 is € 177 mln. beschikbaar gesteld voor kennis- en innovatiemaatregelen in de landbouwsector. Vanwege de complexiteit van de opgaven is een kasschuif nodig, zodat regelingen en projecten kunnen worden doorontwikkeld en uitgevoerd.

  13. Bronmaatregelen Natuurcompensatiebank

    Omdat verschillende maatregelen uit het bronmaatregelenpakket in het kader van de structurele aanpak stikstof niet het gewenste doelbereik opleveren, wordt budget alternatief aangewend binnen de sitkstofaanpak.

Vastgestelde begroting t 97.775
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Onttrekking begrotingsreserve t.b.v. vestigingssteun jonge boeren 21 43.100
2) Overige mutaties 4.725
Stand 1e suppletoire begroting t 145.600

Toelichting

  1. Onttrekking begrotingsreserve t.b.v. Vestigingssteun jonge boeren

    Het amendement 36410XIV nr. 28 Vedder en Grinwis regelt een ophoging van het budget voor vestigingssteun voor jonge boeren. Dit is een aanvullende onttrekking uit de begrotingsreserve om het amendement meerjarig te verwerken.

3 Beleidsartikelen

3.1 Artikel 21 Land- en tuinbouw

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 909.109 459.900 1.369.009 ‒ 113.774 1.255.235 151.600 28.252 65.184 ‒ 17.541 210.711
Subsidies (regelingen)
Sociaal economische positie boeren 48.588 119.900 168.488 ‒ 52.956 115.532 63.856 14.200 16.200 ‒ 2.400 5.538
Duurzame veehouderij 346.871 340.000 686.871 23.925 710.796 ‒ 4.714 ‒ 1.479 ‒ 319 ‒ 319 20.502
Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen 111.751 0 111.751 5.289 117.040 15.618 16.883 6.510 ‒ 25.450 92.764
Mestbeleid 72.937 0 72.937 ‒ 788 72.149 7.174 ‒ 30.000 0 0 7.672
Diergezondheid en dierenwelzijn 4.567 0 4.567 ‒ 59 4.508 ‒ 61 0 0 0 5.046
Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking 1.616 0 1.616 ‒ 30 1.586 ‒ 30 ‒ 30 ‒ 30 ‒ 30 1.616
Integraal voedselbeleid 8.389 0 8.389 ‒ 721 7.668 ‒ 805 ‒ 71 0 0 4.694
Leningen
Lening Pilot Investeringsfonds Duurzame Landbouw 43.600 0 43.600 ‒ 19.100 24.500 ‒ 3.600 ‒ 3.600 26.300 0 0
Garanties
Bijdrage borgstellingsreserve 3.627 0 3.627 ‒ 3.627 0 ‒ 3.627 ‒ 3.627 ‒ 3.627 ‒ 3.627 0
Verliesdeclaraties borgstellingsfaciliteit 1.805 0 1.805 0 1.805 0 0 0 0 1.805
Opdrachten
Sociaal economische positie boeren 3.585 0 3.585 953 4.538 15.375 18.075 7.075 6.800 10.928
Duurzame veehouderij 4.500 0 4.500 ‒ 128 4.372 0 0 ‒ 500 0 0
Mestbeleid 13.600 0 13.600 ‒ 10.098 3.502 0 0 0 0 0
Diergezondheid en dierenwelzijn 14.637 0 14.637 4.249 18.886 ‒ 244 ‒ 227 ‒ 40 ‒ 40 10.836
Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking 3.276 0 3.276 0 3.276 0 0 0 0 3.226
Integraal voedselbeleid 3.088 0 3.088 ‒ 1.262 1.826 ‒ 1.240 40 40 40 3.339
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden 1.866 0 1.866 0 1.866 0 0 0 0 1.406
Centrale Commissie Dierproeven 2.470 0 2.470 0 2.470 0 0 0 0 2.503
Medebewind/voormalige productschappen 687 0 687 0 687 ‒ 500 ‒ 600 ‒ 600 ‒ 600 87
Raad voor de Plantenrassen 1.492 0 1.492 0 1.492 0 0 0 0 1.492
Keuringsdiensten 4.337 0 4.337 4.800 9.137 7.844 6.138 4.248 4.058 7.124
Bijdrage aan medeoverheden
Specifieke uitkeringen 185.314 0 185.314 ‒ 68.976 116.338 52.927 8.923 6.300 400 0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
FAO en overige contributies 11.633 0 11.633 ‒ 300 11.333 0 0 0 0 11.633
Storting/onttrekking begrotingsreserve
Storting begrotingsreserve landbouw 0 0 0 1.428 1.428 0 0 0 0 0
Storting begrotingsreserve apurement 2.500 0 2.500 0 2.500 0 0 0 0 2.500
Storting begrotingsreserve borgstelling 0 0 0 3.627 3.627 3.627 3.627 3.627 3.627 3.627
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
Diergezondheidsfonds 12.373 0 12.373 0 12.373 0 0 0 0 12.373
Ontvangsten 31.780 19.900 51.680 44.728 96.408 0 0 0 0 29.080
Ontvangsten
Sociaal economische positie boeren 245 0 245 0 245 0 0 0 0 245
ZBO's/RWT's 2.300 0 2.300 200 2.500 0 0 0 0 2.300
Agroketens 2.013 0 2.013 0 2.013 0 0 0 0 513
Mestbeleid 7.209 0 7.209 0 7.209 0 0 0 0 7.209
Garanties 1.800 0 1.800 0 1.800 0 0 0 0 1.800
Weerbare planten en teeltsystemen 0 0 0 1.428 1.428 0 0 0 0 0
Diergezondheid en dierenwelzijn 11.600 0 11.600 0 11.600 0 0 0 0 11.600
Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking 5.413 0 5.413 0 5.413 0 0 0 0 5.413
Onttrekkingen begrotingsreserves 1.200 19.900 21.100 43.100 64.200 0 0 0 0 0
  1. In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.

Toelichting

Subsidies

Sociaal economische positie boeren

Het kasbudget in 2024 neemt met € 53,0 mln. af. Dit wordt voor € 50,0 mln. veroorzaakt door de verdere budgettaire verwerking van amendement Flach (36410 XIV, nr. 27). Zoals de toelichting op het amendement stelt, zal de uitbetaling van de ecoregeling voor 2024 plaatsvinden in 2025. Het betreffende uitgavenbudget is daarom in deze eerste suppletoire begroting van 2024 naar 2025 verplaatst.

Duurzame veehouderij

Het kasbudget in 2024 stijgt met € 23,9 mln. Dit is een saldo van verhogingen en verlagingen. Hoofdzakelijk komt dit door het doorschuiven van de onbenutte € 23,0 mln. voor de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) van 2023 die in 2024 tot uitgaven leidt. Het doel van de Lbv-plus is het realiseren van blijvende forse daling van stikstofdepositie op overbelaste en voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden door beëindiging van de piekbelasters. De Lbv-plus is een bronmaatregel en levert een bijdrage aan de realisatie van de reductiedoelstellingen zoals vastgelegd in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Verder wordt een deel van de onbenutte middelen (€ 10,4 mln.) die beschikbaar waren gesteld voor de PAS-melders in 2023 doorgeschoven naar 2024 voor de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv). Daarnaast is er sprake van een aantal verlagingen van het budget in 2024. Zo is € 5,6 mln. overgeboekt naar artikel 23 voor de financiering van de klimaatopdracht van Wageningen Research en wordt € 2,3 mln. via een decentralisatie uitkering voor de Lbv en de Lbv-plus naar provincies en gemeenten uitgekeerd. Het overige verschil wordt verklaard door kleinere mutaties.

Leningen

Investeringsfonds Duurzame Landbouw

Van het beschikbare kasbudget voor 2024 wordt € 19,1 mln. doorgeschoven naar 2027 omdat de inrichting van het definitieve fonds in de loop van 2024 wordt vormgegeven. Het totale budget van € 130,8 mln. voor fondsvermogen is niet gewijzigd.

Opdrachten

Mestbeleid

Het kasbudget voor mestbeleid wordt met € 10,1 mln. verlaagd. Dit heeft te maken met een overboeking naar artikel 24 voor uitvoeringskosten door de NVWA.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Keuringsdiensten

De verhoging van het budget (€ 4,8 mln.) heeft met name te maken met het verhoogde budget voor Skal (€ 3,9 mln.). Dit is nodig om de wettelijke taken uit te kunnen blijven voeren en door te groeien in lijn met de ontwikkeling van de biologische landbouw. Daarnaast is een deel van deze wijziging toe te schrijven aan de gevolgen van de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) over het niet mogen verwerken van sommige kosten van de keuringsdiensten in de tarieven voor het bedrijfsleven (€ 0,8 mln.).

Bijdrage aan medeoverheden

Specifieke uitkeringen

Het budget voor Specifieke uiterkingen wordt met € 69,0 mln. verlaagd. Deze wijziging wordt voornamelijk veroorzaakt door een kasschuif van € 68,5 mln. van 2024 naar 2025 voor de uitvoering van de 2de tranche van de Maatregel Gerichte Aankoop (MGA).

Ontvangsten

De begrote ontvangsten op artikel 21 nemen met € 44,7 mln. toe. Het grootste deel daarvan, € 43,1 mln., betreft de verdere verwerking van amendement 36 410 XIV, nr. 31 (Vedder, Grinwis en Flach). Indieners hebben in de toelichting bij het amendement het kabinet verzocht om de uitgaven op artikel 21 in 2025 en verder op te hogen door € 43,1 mln. te dekken uit de module vermogensversterkend krediet (VVK) van de Borgstellingsfaciliteit. De ontvangst en inzet in het ritme € 12,5 mln. (2025), € 14,3 mln. (2026) en € 16,3 mln. (2027) voor uitgaven Vestigingssteun jonge landbouwers is in deze eerste suppletoire begroting verwerkt.

3.2 Artikel 22 Natuur, visserij en gebiedsgericht werken

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 770.485 689.308 1.459.793 412.351 1.872.144 140.016 258.417 52.928 44.176 502.660
Subsidies (regelingen)
Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit 6.085 150 6.235 2.857 9.092 ‒ 375 ‒ 875 ‒ 1.280 ‒ 1.280 5.418
Natuur en Biodiversiteit op land 78.238 ‒ 7.772 70.466 ‒ 30.618 39.848 ‒ 30.763 28.634 39.142 41.246 53.691
Beheer Kroondomeinen 803 0 803 0 803 0 0 0 0 803
Duurzame visserij 14.859 0 14.859 22.405 37.264 5.000 25.000 20.000 0 6.462
Overige stelsel activiteiten 6.208 0 6.208 1.121 7.329 0 0 0 0 6.719
Natuur en Biodiversiteit Grote Wateren 3.900 0 3.900 0 3.900 0 0 0 0 0
Leningen
Leningen rente en aflossing 22.145 0 22.145 0 22.145 0 0 0 0 22.145
(Schade)vergoeding
Vermaatschappelijking natuur en biodiversiteit 5.000 0 5.000 ‒ 4.500 500 0 0 0 0 0
Opdrachten
Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit 15.147 0 15.147 ‒ 3.358 11.789 ‒ 838 ‒ 838 ‒ 838 ‒ 838 11.201
Natuur en Biodiversiteit op land 75.344 0 75.344 19.509 94.853 13.429 9.250 11.800 14.050 56.291
Natuur en Biodiversiteit Grote Wateren 34.056 0 34.056 9.259 43.315 9.031 9.117 754 ‒ 437 29.822
Duurzame visserij 36.940 0 36.940 ‒ 2.798 34.142 760 2.000 2.000 2.000 31.118
Overige stelsel activiteiten 0 0 0 0 0 200 400 0 0 0
Internationale Samenwerking 3.027 0 3.027 0 3.027 0 0 0 0 3.068
Klimaatimpuls Natuur en Biodiversiteit 5.998 0 5.998 ‒ 225 5.773 0 0 0 0 3.306
Bijdrage aan agentschappen
Rijksrederij 9.812 0 9.812 4.137 13.949 6.205 3.000 3.000 3.000 12.829
Rijksvastgoedbedrijf 100.000 0 100.000 ‒ 3.579 96.421 20.559 4.632 15.000 25.000 0
Overige agentschappen 0 0 0 91 91 0 0 0 0 0
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Staatsbosbeheer 30.987 0 30.987 0 30.987 0 0 0 0 30.573
Overige ZBO's 0 0 0 92 92 0 0 0 0 0
Bijdrage aan medeoverheden
Caribisch Nederland 16.475 0 16.475 ‒ 5.255 11.220 ‒ 145 0 0 0 800
Specifieke uitkering 303.620 676.558 980.178 401.979 1.382.157 116.953 178.097 ‒ 36.650 ‒ 38.565 226.574
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Internationale Samenwerking 1.841 0 1.841 0 1.841 0 0 0 0 1.840
Storting/onttrekking begrotingsreserve
Storting begrotingsreserve visserij 0 0 0 1.234 1.234 0 0 0 0 0
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
Bijdrage aan provinciefonds 0 20.372 20.372 0 20.372 0 0 0 0 0
Ontvangsten 34.190 0 34.190 1.518 35.708 0 3.621 7.242 10.862 23.635
Ontvangsten
Landinrichtingsrente 22.845 0 22.845 0 22.845 0 0 0 0 14.190
Verkoop gronden 500 0 500 0 500 0 3.621 7.242 10.862 0
Overige ontvangsten natuur 2.089 0 2.089 284 2.373 0 0 0 0 9.445
Duurzame visserij 8.756 0 8.756 1.234 9.990 0 0 0 0 0
  1. In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.

Toelichting

Subsidies (regelingen)

Natuur en biodiversiteit op land

Het subsidiebudget Natuur en biodiversiteit op land wordt met € 30,6 mln. verlaagd. Dit is het saldo van meerdere mutaties waarvan de twee grootste mutaties hier worden toegelicht. Het beteft ten eerste een interdepartementale overboeking van € 20 mln. naar de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Deze middelen zijn bestemd voor het stimuleren van de depositiereductie bij Yara Sluiskil waarbij de bovenwettelijke reductie van ammoniakemissies wordt beoogd. Daarnaast wordt het budget van de Regeling Versneld Natuurherstel met € 7,7 verlaagd omdat de deelname aan de regeling lager is dan verwacht.

Duurzame Visserij

Het budget Duurzame Visserij wordt met € 22,4 mln. verhoogd. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door vertraging van de energie-efficiëntieregeling waardoor € 18,4 mln. aan onderuitputting in 2023 is ontstaan. Deze middelen worden aan de begroting voor 2024 toegevoegd. Daarnaast zijn in 2023 de sanerings-, liquiditeits- en stilligregeling van de Brexit Adjustment Reserve (BAR) uitgevoerd. € 2,8 mln. aan niet bestede middelen wordt in 2024 toegevoegd voor het dekken van een risico betreffende bezwaarschriften.

Opdrachten

Natuur en biodiversiteit op land

Het opdrachtenbudget Natuur en biodiversiteit op land wordt per saldo met € 19,5 mln. verhoogd. Dit bedrag valt uiteen in meerdere mutaties waarvan de belangrijkste hier worden toegelicht. Er wordt in 2024 € 9,8 mln. toegevoegd voor de inhuur van zaakbegeleiders voor de aanpak piekbelasters. Daarnaast wordt € 8,5 mln. toegevoegd voor investeringen om natuurbranden te voorkomen en gevolgen van natuurbranden te mitigeren. Verder wordt € 4,9 mln. beschikbaar gesteld voor het beheer, onderhoud, en doorontwikkeling van AERIUS. Daarnaast wordt er € 3,2 mln. toegevoegd voor de uitvoering van de nationale grondbank. Voor verschillende opdrachten aan de RVO wordt er € 5,7 mln. aan budget van artikel 22 overgeheveld naar artikel 24. Dit wordt aldaar verantwoord.

Natuur en biodiversiteit Grote Wateren

Het opdrachtenbudget Natuur en biodiversiteit Grote Wateren wordt per saldo met € 9,3 mln. verhoogd. Dit is een saldo van diverse verhogingen en verlagingen. Hoofdzakelijk komt dit door de toevoeging van de onbenutte € 8,7 mln. voor het programma digitalisering ecologische monitoring aan de begroting 2024. Daarnaast is € 2,8 mln. toegevoegd aan de LNV-begroting voor de Nadeelcompensatie Voordelta door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ook zijn meerdere technische mutaties uitgevoerd waardoor het saldo uitkomt op € 9,3 mln.

Bijdrage aan medeoverheden

Specifieke uitkeringen

Het budget voor specifieke uitkeringen voor medeoverheden wordt met € 402,0 mln. verhoogd. Dit bedrag bestaat uit een reservering van € 195,4 mln. voor de eerste maatregelpakketten ten behoeve van de transitie in het landelijk gebied. Dit bedrag is onderdeel van de totale reservering van € 434,2 mln. voor maatregelpakketten die in juli 2023 zijn ingediend en door Wageningen Economic Research zijn beoordeeld als ‘low regret’. Verdere toetsing door het Rijk vindt nog plaats voordat de middelen worden overgeheveld richting de provincies. Daarnaast wordt € 150 miljoen toegevoegd die bestemd is voor de legalisatie van PAS-melders. Voor de uitvoeringskosten van het opstellen van de gebiedsprogramma's is voor provincies, gemeenten en waterschappen in 2025 € 49 mln. beschikbaar. Deze middelen worden in 2024 beschikbaar gesteld aan de provincies.

3.3 Artikel 23 Kennis en innovatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 379.608 0 379.608 ‒ 21.514 358.094 87.961 78.886 72.176 110.606 258.231
Subsidies (regelingen)
Beleidsondersteunend onderzoek 35.653 0 35.653 18.599 54.252 7.191 2.198 96 30 19.973
Missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid 67.641 0 67.641 ‒ 7.600 60.041 ‒ 7.600 ‒ 7.600 ‒ 7.600 ‒ 7.600 59.540
Kennisverspreiding en groen onderwijs 140.977 0 140.977 ‒ 47.416 93.561 79.418 76.359 74.261 113.466 43.661
Opdrachten
Kennisontwikkeling en innovatie 10.297 0 10.297 8.451 18.748 1.469 1.740 7 ‒ 420 9.182
Bijdrage aan agentschappen
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 10.408 0 10.408 3.704 14.112 661 589 312 30 5.913
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Wageningen Research 114.137 0 114.137 2.748 116.885 6.822 5.600 5.100 5.100 117.719
ZonMw 495 0 495 0 495 0 0 0 0 2.243
Ontvangsten 7.543 0 7.543 1.452 8.995 0 0 0 0 7.474
Ontvangsten
Kennisontwikkeling en innovatie 7.543 0 7.543 1.452 8.995 0 0 0 0 7.474
  1. In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.

Toelichting

Verplichtingen

Op artikel 23 zijn de verplichtingen meerjarig verhoogd. Dit betreft ophogingen van verplichtingenbudget direct gekoppeld aan de onderstaande kasophogingen.

Subsidies

Beleidsondersteunend onderzoek

Het budget voor beleidsondersteunend onderzoek wordt met € 18,6 mln. verhoogd. Deze verhoging is het saldo van bijdragen vanuit andere artikelen van de LNV-begroting aan beleidsondersteunend onderzoek voor subsidiebeschikking aan Wageningen Research. Dit betreft onder andere klimaatonderzoek, onderzoeken naar visserij en glastuinbouw.

Missiegedreven topsectoren en innovatiebeleid

Het budget wordt structureel met € 7,6 mln. verlaagd. Dit betreft een technische mutatie binnen artikel 23 naar het onderdeel Bijdrage aan ZBO's/RWT's in verband met het in 2023 vastgelegde Kennis- en Innovatieconvenant (KIC).

Kennisverspreiding en groen onderwijs

De totale uitgaven worden met € 47,4 mln. verlaagd. Dit wordt hoofdzakelijk verklaard door de volgende wijzigingen:

  1. Transitie landbouw: met de Toekomst Landbouw brief is in totaal € 177 mln. beschikbaar gekomen op artikel 23 voor 2023 en 2024 voor Innovatie op het boerenerf, Fieldlabs, Meten en berekenen en Digitalisering. In 2023 is € 75 mln. niet besteed en wordt daarom in 2024 toegevoegd. Tegelijkertijd is gebleken dat de onderliggende activiteiten een langere looptijd hebben dan twee jaar, daarom worden de programma’s nu meerjarig opgezet en de middelen doorgeschoven naar latere jaren, dit leidt tot een verlaging van het kasbudget in 2024 van € 129,7 mln. Per saldo worden de uitgaven daarmee verlaagd met € 54,7 mln.
  2. Met deze suppletoire begroting worden de middelen voor drie Nationaal Groeifonds (NGF) projecten toegevoegd aan de LNV-begroting. Het betreft de volgende projecten met een ophoging van € 15,6 mln. voor 2024:

    1. RE-GE-NL (€ 11,7 mln.): In totaal is er vanuit het NGF € 129 mln. toegekend voor het project RE-GE-NL. Het project richt zich op de overgang van het huidige landbouwsysteem naar een regeneratief landbouwsysteem. Regeneratieve landbouw is een manier van landbouw die voedselproductie combineert met natuurherstel. Het voorkomt uitputting van de bodem. Het voorstel biedt niet alleen een mogelijke oplossing voor de brede landbouw milieuproblematiek, maar biedt ook economische kansen voor het gehele agri-food complex inclusief Nederlandse boerenbedrijven.
    2. HOLOMICROBIOOM (€ 3,7 mln.): In totaal is er vanuit het NGF € 60 mln. toegekend voor het project Holomicrobioom. Het consortium gaat voor het eerst onderzoeken hoe microbiomen in alle delen van ons voedselsysteem samen één groot netwerk vormen: een 'holomicrobioom'. Geholpen door kunstmatige intelligentie gaat het Instituut microbiomen begrijpen en hun (wissel)werking modelleren en voorspellen. Dat brengt veel toepassingen dichterbij: manieren om grondstoffen te recyclen, microbiële mest voor gewassen, gezondere voedingsproducten, nieuwe diagnostische hulpmiddelen, en nieuwe behandelingen voor mens, dier en milieu − ingrepen waarvan de effectiviteit én de veiligheid eerst moeten worden bewezen.
    3. CPBT (€ 0,2 mln.): In totaal is er vanuit het NGF € 55 mln. toegekend voor het project Centrum voor Proefdiervrije Biomedische Translatie (CPBT). Het CPBT wordt een nationaal centrum voor het valoriseren en dissemineren van proefdiervrije innovaties en expertise. Het centrum heeft als doel om de stap van nieuwe biomedische innovaties naar patiënt en gebruiker te verbeteren en te versnellen, met minder kosten en zonder proefdieren. Dit zorgt onder meer voor veiliger, effectievere en betere medicijnen met minder dierenleed.

    Daarnaast wordt € 6,8 mln. voor het NGF-project cellulaire agricultuur doorgeschoven naar latere jaren.

    Per saldo worden de uitgaven voor de LNV NGF-projecten daarmee opgehoogd met € 8,8 mln.

Opdrachten

Kennisontwikkeling en innovatie

Het budget wordt met € 8,5 mln. verhoogd. Deze verhoging is het saldo van bijdragen vanuit andere artikelen van de LNV-begroting aan dit artikel en zijn voornamelijk voor opdrachtverlening aan de RIVM.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Wageningen Research

Het budget wordt per saldo met € 2,7 mln. verhoogd. Als gevolg van een technische mutatie wordt het budget opgehoogd met € 7,6 mln. ten laste van artikel 23 Missiegedreven topsectoren en innovatiebeleid en de desaldering van de ontvangsten voor de HCU bijdrage van € 1,5 mln. Het budget wordt tegelijkertijd verlaagd met € 6,3 mln., dit bedrag wordt overgeboekt naar artikel 24 ten behoeve van de NVWA voor de uitvoering van de Wettelijke Onderzoekstaken (WOT) voedselveiligheid en handhaving.

3.4 Artikel 24 Uitvoering en toezicht

Budgettaire gevolgen van beleid

Uitgaven 527.461 0 527.461 108.007 635.468 56.666 13.843 14.203 14.203 525.553
Bijdrage aan agentschappen
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 273.633 0 273.633 42.647 316.280 24.331 13.011 13.371 13.371 314.842
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 253.828 0 253.828 65.360 319.188 32.335 832 832 832 210.711
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
  1. In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.

Toelichting

Bijdrage aan agentschappen

Nederlandse Voesel- en Warenautoriteit (NVWA)

De bijdrage aan de NVWA in 2024 neemt met € 42,7 mln. toe. Een belangrijk deel van deze wijziging is toe te schrijven aan de gevolgen van de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) op 26 september 2023 over het niet mogen verwerken van sommige kosten van de NVWA in de tarieven voor het bedrijfsleven. Het effect van de uitspraak is € 18,7 mln., waarvan ongeveer € 17 mln. is bestemd voor het corrigeren van facturen op grond van bezwaren (12.000 zaken) uit de periode 2013 tot en met 2023. Het overige deel betreft de kosten voor 2024 die niet meer zijn door te berekenen aan het bedrijfsleven.

Voor de bekostiging van het NVWA jaarplan 2024 worden budgetten overgeheveld naar artikel 24 vanuit andere artikelen van de LNV-begroting. Voor het project ‘real-time Vervoersbewijs Dierlijke Mest’ (rVDM) wordt een bedrag van € 10,1 mln. overgeheveld. Voor de wettelijke onderzoeks- en handhavingstaken op het terrein van voedselveiligheid is € 6,3 mln. overgeheveld. Voor bekostiging van uitvoeringskosten van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is € 4,9 mln. beschikbaar gesteld. € 1,3 mln. is bestemd voor Good Distribution Practices (GDP) voor diergeneesmiddelen en het bijbehorende toezichtarrangement. Ten slotte is € 1,1 mln. bedoeld voor voorbereiding op de handhaving van de Europese Verordening Ontbossingsvrije Producten (EUDR). De verordening moet per 31 december 2024 worden gehandhaafd, daarvoor worden o.a. inspecteurs en juristen geworven.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

De bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland neemt met € 65,4 mln. toe. De goedkeuring van het RVO jaarplan 2024 vroeg voor bekostiging van de in het jaarplan opgenomen opdrachten een forse extra compensatie vanuit de beleidsartikelen vanwege de tariefstijging RVO 2024 met ruim 13%, dit omvat € 39,6 mln. van de genoemde € 65,4 mln. Daarnaast is er sprake van groei of wijziging van lopende opdrachten en toevoeging van nieuwe opdrachten aan de RVO. De bijbehorende uitvoeringskosten zijn overgeheveld van de beleidsartikelen naar de agentschapsbijdrage RVO. Te noemen zijn kosten voor uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023-2027 (€ 10,2 mln.), de Uitvoering Aanpak Piekbelasting (€ 4,0 mln), uitvoeringskosten van een programma voor bevordering van de groei de afzetmarkt voor producten uit de biologische landbouw (€ 1,7 mln.), kosten RVO ten gevolge van het in 2023 gestarte samenwerkingsverband tussen 6 Rijksuitvoerings-organisaties in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (€ 1,7 mln.) ter ondersteuning van de provincies, kosten RVO ten behoeve van een Innovatiehub (€ 1,2 mln) en uitvoeringskosten RVO voor uitvoering van de subsidieregeling behoud grasland bij afbouw van derogatie (€ 0,9 mln).

4 Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 50 Apparaat

Uitgaven 229.031 0 229.031 12.987 242.018 9.760 35.362 2.158 2.158 192.627
Personele uitgaven
Eigen personeel 169.984 0 169.984 7.049 177.033 5.877 32.751 ‒ 878 ‒ 751 119.996
Externe inhuur 7.289 0 7.289 6.070 13.359 3.475 2.776 2.526 2.399 26.576
Overige personele uitgaven 3.282 0 3.282 0 3.282 0 0 0 0 2.196
Materiële uitgaven
ICT 500 0 500 0 500 0 0 0 0 1.041
Bijdrage aan SSO's (exclusief DICTU) 12.929 0 12.929 0 12.929 0 0 0 0 12.929
SSO DICTU 25.049 0 25.049 ‒ 649 24.400 ‒ 442 ‒ 442 ‒ 442 ‒ 442 22.901
Overige materiële uitgaven 9.998 0 9.998 517 10.515 850 277 952 952 6.988
Ontvangsten 4.362 0 4.362 127 4.489 0 0 0 0 4.362
Ontvangsten
Ontvangsten 4.362 0 4.362 127 4.489 0 0 0 0 4.362
  1. In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.

Toelichting

Personele uitgaven

Eigen personeel

Het budget voor de personele uitgaven wordt per saldo verhoogd met € 7,0 mln. Dit is een saldo van diverse mutaties dat voornamelijk is opgebouwd uit een toevoeging van € 2,8 mln. voor het organisatie ontwikkelingsprogramma LNV in beweging. Daarnaast zijn er toevoegingen aan het budget voor eigen personeel gedaan voor o.a. de benodigde managementondersteuning en de administratie. Verder zijn er middelen toegevoegd aan de gedeelde bedrijfsvoeringsonderdelen van het ministerie van EZK en LNV.

Externe inhuur

Het budget voor externe inhuur wordt per saldo verhoogd met € 6,1 mln. De stijging van het saldo voor externe inhuur wordt voor circa € 2,7 mln. verklaard door doorbelastingen van externe inhuur aan het personeels- of beleidsbudget van de inhurende directie. Externe inhuur in tijden van drukte of wegens ziekte van vaste medewerkers (‘piek en ziek’) wordt centraal vergoed voor maximaal 6 maanden. Hier wordt aan het begin van het begrotingsjaar op begroot. Voor overige inhuur (met andere oorzaken dan ‘piek en ziek’ of na 6 maanden) wordt vanuit de beleids- of personeelsbudgetten van directies gedurende het jaar middelen overgeheveld naar het centrale budget op artikel 50 van de LNV-begroting voor externe inhuur. De rest van de verhoging van het budget wordt verklaard doordat er door een technische weeffout middelen worden opgenomen onder «externe inhuur» die in werkelijkheid onder «eigen personeel» zouden moeten vallen.

4.2 Artikel 51 Nog onverdeeld

Uitgaven 47.009 ‒ 12.750 34.259 60.746 95.005 16.709 45.373 41.556 45.488 64.270
Prijsbijstelling 0 0 0 16.202 16.202 29.103 14.600 7.529 6.843 6.814
Loonbijstelling 0 0 0 39.669 39.669 36.458 32.931 33.170 32.282 32.105
Nog te verdelen 47.009 ‒ 12.750 34.259 4.875 39.134 ‒ 48.852 ‒ 2.158 857 6.363 25.351
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
  1. In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.

Toelichting

De loon- en prijsbijstelling tranche 2024 is op artikel 51 geplaatst en wordt bij een volgend begrotingsmoment verdeeld. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten voor de overheidswerkgever. De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van diverse prijsindexen.

Het onderdeel Nog te verdelen bestaat uit verschillende mutaties. De eindejaarsmarge is toegevoegd en vervolgens ingezet, er zijn reserveringen ingezet om de problematiek op de LNV-begroting van dekking te voorzien en er zijn middelen van de Aanvullende Post onttrokken en ingezet ten behoeve van de stikstofaanpak. Per saldo leidt dit tot een verlaging van de uitgaven van € 1,8 mln.

5 Agentschappen

5.1 Agentschap NVWA

Baten
- Omzet 574.677 2.801 577.478
waarvan omzet moederdepartement 285.641 11.518 297.159
waarvan omzet overige departementen 151.342 ‒ 5.452 145.890
waarvan omzet derden 137.695 ‒ 3.266 134.429
Rentebaten 360 2.140 2.500
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 22.604 19.876 42.480
Totaal baten 597.641 24.817 622.458
Lasten
Apparaatskosten 579.242 19.645 598.887
- Personele kosten 353.153 12.804 365.957
waarvan eigen personeel 312.057 11.980 324.037
waarvan inhuur externen 27.668 0 27.668
waarvan overige personele kosten 13.428 823 14.251
- Materiële kosten 226.089 6.842 232.931
waarvan apparaat ICT 3.300 651 3.951
waarvan bijdrage aan SSO's 74.486 4.401 78.887
waarvan overige materiële kosten 148.303 1.790 150.093
Rentelasten 200 5.200 5.400
Afschrijvingskosten 7.810 ‒ 47 7.763
- Materieel 1.810 ‒ 200 1.610
waarvan apparaat ICT 200 0 200
- Immaterieel 6.000 153 6.153
Overige lasten 10.389 19 10.408
waarvan dotaties voorzieningen 500 0 500
waarvan bijzondere lasten 9.889 19 9.908
Totaal lasten 597.641 24.817 622.458
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 0 0 0
Agentschapsdeel Vpb-lasten 0 0 0
Saldo van baten en lasten 0 0 0
  1. Let op: bovenstaande staat van baten en lasten is exclusief de financiële impact van de cao aanpassing per 1 juli 2024.

Toelichting

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)

De omzet moederdepartement is hoger (€ 11,5 mln.) dan begroot door ten eerste extra opdrachten die in het Jaarplan 2024 zijn opgenomen en ten tweede de vergoeding voor de incidentele kosten voor HSKT (€ 4,4 mln.). Daarnaast is eind 2023 besloten om e-CertNL per 2024 integraal op te nemen in de financiële verantwoording van de NVWA. Daarom is e-CertNL in deze suppletoire begroting toegevoegd.

De volgende tabel laat de verdeling van de omzet moederdepartement over de productgroepen zien. Productgroep ‘overig’ betreft werkzaamheden die aan derden worden uitbesteed zoals bijvoorbeeld laboratorium onderzoek door Wageningen Food Safety Research.

Toezicht 243.299 266.220 277.165
Overig 15.353 19.421 19.994
Totaal 258.652 285.641 297.159

Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)

De omzet overige departementen is lager dan begroot, doordat in het uiteindelijke Jaarplan 2024 zowel bij VWS, als bij DGF en de Provincies minder uren zijn opgenomen.

De volgende tabel laat de verdeling van de omzet overige departementen over de productgroepen zien. Productgroep ‘overig’ betreft werkzaamheden die aan derden worden uitbesteed zoals bijvoorbeeld laboratorium onderzoek door Wageningen Food Safety Research of onderzoeken door het RIVM.

Toezicht 106.717 121.980 117.247
Overig 27.293 29.362 28.643
Totaal 134.010 151.342 145.890

Omzet derden

De omzet derden is in het Jaarplan 2024 hoger ingeschat dan de oorspronkelijke begroting (circa € 6,2 mln.). Ook is in deze suppletoire begroting de omzet vanuit e-CertNL meegenomen (circa € 4,0 mln.). Daar tegenover staat dat de NVWA als gevolg van de uitspraak CBB een deel van de in rekening gebrachte facturen moet terugbetalen (€ 13,4 mln.). De wettelijke rente over dit bedrag (€ 5 mln.) is verantwoord onder de rentelasten.

Rentebaten

Doordat de rente op de uitstaande middelen op de rekening-courant bij het ministerie van Financiën is gestegen, hebben we € 2,5 mln. rentebaten in deze suppletoire begroting opgenomen.

Bijzondere baten

De compensatie die wij van opdrachtgevers ontvangen als gevolg van de uitspraak CBB (€ 19,5 mln. zijnde incidentele uitvoeringskosten € 1,1 mln. + terugbetaling bedrijfsleven € 18,4 mln.) worden verantwoord onder de bijzondere baten.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De personele kosten nemen toe met € 12,8 mln. (excl. impact nieuwe cao), met name als gevolg van de extra opdrachten voor de opdrachtgevers (€ 7,4 mln.). Daarnaast stijgen de kosten omdat er meer capaciteit nodig is voor HSKT (€ 0,9 mln. incidentele kosten) en voor het verwerken van de gevolgen van de uitspraak CBB (€ 1,1 mln. incidentele uitvoeringskosten). Ook is in deze suppletoire begroting e-CertNL meegenomen (€ 3,5 mln.)

Materiële kosten

De bijdrage aan SSO’s is hoger dan in de vastgestelde begroting, als gevolg van prijsstijgingen door de hoge inflatie. Hierbij is nog geen rekening gehouden met eventuele kostenstijgingen als gevolg van de hogere kosten bij de SSO’s partners vanwege de cao-stijging. De overige materiële kosten zijn hoger als gevolg van HSKT (incidentele programmakosten KDS en Merita en incidentele transitiekosten).

Rentelasten

Onder de rentelasten is een bedrag van € 5 mln. opgenomen als wettelijke rente over de terug te betalen bedragen als gevolg van de uitspraak CBB.

1 Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen 64.167 1.573 65.740
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 597.641 24.817 622.458
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) -/- 589.331 -/- 24.864 -/-614.195
2 Totaal operationele kasstroom 8.310 -/- 47 8.263
Totaal investeringen (-/-) -/- 10.850 -/- 1.200 -/- 12.050
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0
3 Totaal investeringskasstroom -/- 10.850 -/- 1.200 -/- 12.050
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 0 0
Eenmalige storting door moederdepartement (+) 0 0 0
Aflossingen op leningen (-/-) -/- 6.247 253 -/- 5.994
Beroep op leenfaciliteit (+) 10.850 1.200 12.050
4 Totaal financieringskasstroom 4.603 1.453 6.056
5 Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4) 66.230 1.779 68.009

Toelichting

Rekening-courant RHB 1 januari + depositorekeningen

Ten opzichte van de vastgestelde begroting is de rekening courant per 1 januari € 1,6 mln. hoger. De operationele kasstroom in 2023 was lager door een negatief resultaat. Daartegenover stond een hogere investeringskasstroom dan begroot (minder investeringen) en een hogere financieringskasstroom, met name door een storting in het eigen vermogen door het moederdepartement.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom is vrijwel hetzelfde als begroot, doordat de baten en lasten in dezelfde mate stijgen. Het kleine verschil wordt veroorzaakt doordat de afschrijvingskosten lager zijn (afschrijvingen zorgen niet voor een kasstroom).

Investeringskasstroom

De totale investeringen zijn € 1,2 mln. hoger dan begroot, met name als gevolg van een verhoging het investeringsbudget voor immateriële vaste activa (IV/ICT actieplan).

Financieringskasstroom

De totale financieringskasstroom is € 1,5 mln. hoger dan in de vastgestelde begroting. Ten opzichte van de vastgestelde begroting wordt er € 0,3 mln. minder afgelost en wordt voor € 1,2 mln. extra beroep gedaan op de leenfaciliteit, conform de toename in de investeringen.

Rekening courant

De verwachte stand rekening-courant neemt ten opzichte van de vastgestelde begroting toe met € 1,8 mln. tot € 68,0 mln.

Tarieven
Gemiddelde kostprijs (€/uur) 135,54 136,03
Index 2012 = € 94,07 = 100 144,08 144,61
Omzet per productgroep ( in € mln.)
Toezicht (moeder- en overige departementen) 388,2 394,4
Overige producten (derden) 137,7 134,4
Percentage meerwerk t.o.v. Jaarplan 0,00% 0,00%
FTE
Aantal FTE (excl. Externe inhuur)1 3.310 3.310
Verhouding FTE direct/indirect (exclusief externe inhuur) 2.615/695 2.615/695
Salariskosten per fte 94.266 98.018
Saldo van baten en lasten
Saldo van baten en lasten als % van de totale baten 0% 0%
Kwaliteit
Afhandelsnelheid informatieverzoeken, klachten en meldingen 90% 90%
Tijdig betaalde facturen (< 30 dagen) 95% 95%
  1. De gemiddelde bezetting is niet alleen exclusief herplaatsingskandidaten, maar ook exclusief Van-WerkNaarWerk-kandidaten.

6 Begrotingsfonds

6.1 De begroting van het Diergezondheidsfonds (DGF)

Verplichtingen 15.624 0 15.624 6.342 21.966 0 0 0 0 30.939
Uitgaven 30.939 0 30.939 9.855 40.794 0 0 0 0 30.939
Opdrachten
Bewaking van dierziekten 5.052 0 5.052 ‒ 5.052 0 0 0 0 0 5.052
Bestrijding van dierziekten 8.130 0 8.130 3.514 11.644 0 0 0 0 8.130
Overig 1.155 0 1.155 0 1.155 0 0 0 0 1.155
Subsidies
Bewaking van dierziekten 14.404 0 14.404 ‒ 14.404 0 0 0 0 0 14.404
Overig 1.348 0 1.348 ‒ 611 737 0 0 0 0 1.348
Bestrijding van dierziekten (schade)vergoedingen 850 0 850 3.242 4.092 0 0 0 0 850
Bijdrage aan ZBO's / RWT's
Bewaking (Bijdrage aan ZBO's / RWT's) 0 0 0 22.159 22.159 0 0 0 0 0
Overig (bijdrage aan ZBO's / RWT's) 0 0 0 1.007 1.007 0 0 0 0 0
Ontvangsten 31.558 0 31.558 27.673 59.231 0 0 0 0 30.939
Ontvangsten LNV 12.373 0 12.373 0 12.373 0 0 0 0 12.373
Ontvangsten sector 14.079 0 14.079 0 14.079 0 0 0 0 13.460
Ontvangsten EU 419 0 419 0 419 0 0 0 0 419
Bijdrage sector crisisreserve 4.687 0 4.687 0 4.687 0 0 0 0 4.687
Saldo van de afgesloten rekeningen 0 0 0 27.673 27.673 0 0 0 0 0
  1. In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.

Toelichting

Uitgaven bewaking van dierziekten

Op aangeven van ADR is bewaking van dierziekten gesplitst in opdrachten, subsidies en bijdrage aan ZBO’s/RWT’s. Hiertoe is een overheveling nodig ad € 5,1 mln. van bewaking (opdrachten) en € 14,4 van bewaking (subsidies) naar bijdrage aan ZBO’s/RWT’s. Voorts is een bijstelling in de 1e suppletoire doorgevoerd van € 2,7 mln. als gevolg van indexaties en nagekomen uitgaven 2023.

Uitgaven bestrijding van dierziekten

In de uitgaven bestrijding van dierziekten is een bijstelling van de prognose nodig als gevolg van verwachte vogelgriep uitbraken in 2024. In de 1e suppletoire begroting wordt uitgegaan van 14 vogelgriepuitbraken in 2024 op basis van een (wetenschappelijk) onderzoek, het zogenaamde WEcr rapport. De bijstelling op bestrijding (opdrachten) en de bijstelling op bestrijding (schadevergoeding) bedraagt respectievelijk € 3,5 mln. en € 3,2 mln.

Toelichting op de ontvangsten

Conform de vigerende systematiek wordt bij voorjaarsnota het eindsaldo DGF van het voorgaande jaar (2023) toegevoegd aan de ontvangsten van het lopende jaar (2024). Op het saldo van de afgesloten rekeningen is derhalve € 27,7 mln. toegevoegd.