[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2024D14405, datum: 2024-04-15, bijgewerkt: 2024-06-04 13:36, versie: 2

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36550-IV-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36550 IV-2 Wijziging van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).

Onderdeel van zaak 2024Z06226:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2023‒2024
36 550IV Wijziging van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2024 wijzigingen aan te brengen in:

  1. de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV);
  2. de begrotingsstaat voor het BES-fonds (H).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

H.M.de Jonge

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De eerste suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting 2024 (Kamerstukken II 2023/24, 36410 IV, nr. 1).

In deze eerste suppletoire begroting worden in de tabellen cijfers over zes begrotingsjaren weergegeven, in voorgaande jaren waren dit maar vijf begrotingsjaren. Voor het begrotinsjaar 2029 zijn de middelen in de deze eerste suppletoire begroting toegevoegd.

Onderstaand is het overzicht te vinden van uitgaven in verband met coronamaatregelen van Koninkrijksrelaties (IV). Voor het BES-fonds (H) zijn er geen coronamaatregelen te melden.

4 Landspakket Sint Maarten 249 249 0 Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 32
Totaal 249 249 0

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

1. Versterken rechtsstaat Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.
4. Bevorderen sociaaleconomische structuur Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.
5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.
8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.
6. Apparaat Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.
7. Nog onverdeeld Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.
1. BES-fonds Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 4 mln.

2 Beleid Koninkrijksrelaties

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Vastgestelde begroting 2024 223.203 172.553 172.587 192.766 155.980 0
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Grensbewaking 1 ‒ 17.033 0 0 0 0 0
2) Recherche capaciteit 1 ‒ 14.360 0 0 0 0 0
3) Rechtelijke macht 1 ‒ 4.824 0 0 0 0 0
4) Slavernijverleden 2 3.333 26.999 10.666 10.666 9.666 5.333
5) Tijdelijke Werkorganisatie 4 ‒ 13.337 0 6.669 6.668 0 0
6) Onderwijshuisvesting Curaçao 4 ‒ 10.666 10.666 0 0 0 0
7) Klif Sint Eustatius 4 ‒ 7.600 7.600 0 0 0 0
8) Tijdelijke Werkorganisatie overboeking naar BZK 7 ‒ 2.936 0 0 0 0 0
9) Loon- en prijsbijstelling 2024 7 7.690 6.786 6.788 7.919 6.256 6.256
10) Extrapolaties 2029 Div 0 0 0 0 0 138.613
11) Overige mutaties Div ‒ 4.283 3.198 3.234 3.457 2.071 2.463
Stand 1e suppletoire begroting 2024 159.187 227.802 199.944 221.476 173.973 152.665

Toelichting uitgavenmutaties

1. Grensbewaking

In het kader van de versterking van het grenstoezicht levert de Koninklijke Marechaussee (KMar) een bijdrage. Hiertoe is een protocol opgesteld en ondertekend tussen Nederland en de Caribische landen. Circa € 17 mln. wordt overgeboekt van de begroting van Koninkrijksrelaties naar de begroting van het ministerie van Defensie, onderdeel Koninklijke Marechaussee.

2. Recherche capaciteit

De jaarlijkse ondermijningsmiddelen ten behoeve van het Recherchesamenwerkingsteam (RST) worden beschikbaar gesteld aan het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit betreft een overboeking van circa € 14,4 mln van de begroting van Koninkrijksrelaties.

3. Rechtelijke macht

De beschikbaar gestelde middelen voor de ondermijningaanpak Cariben 2024 worden overgeheveld van de begroting van Koninkrijksrelaties naar de begroting van Justitie en Veiligheid. Dit betreft middelen voor 2024 voor het Gemeenschappelijk Hof (€ 1,9 mln.), Openbaar Ministerie Aruba (€ 0,6 mln.) en het Parket-Generaal (€ 2,3 mln.).

4. Slavernijverleden

Dit zijn de middelen die naar aanleiding van de excuses beschikbaar zijn gesteld zijn gericht op kennis en bewustwording, erkenning, herdenking en de doorwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden voor de Caribische delen van het Koninkrijk.

5. Tijdelijke Werkorganisatie

De uitgaven van de middelen voor de ondersteuning van de uitvoering van de Landspakketen verlopen minder snel dan verwacht door onder andere een tekort in de uitvoeringscapaciteit. Daarnaast duurt de besluitvorming over complexe en majeure hervormingen langer. Daarom vindt een kasschuif van circa € 13,3 mln. plaats van 2024 naar de jaren 2026 en 2027.

6. Onderwijshuisvesting Curaçao

De voorbereidingen van het onderhoud aan scholen op Curaçao duurt langer dan eerder werd gedacht. Daarom wordt via een kasschuif circa € 10,6 mln. doorgeschoven van 2024 naar 2025.

7. Klif Sint Eustatius

In 2024 kan door vertraging niet alle beschikbare middelen voor de werkzaamheden aan de klif op Sint Eustatius worden ingezet. Daarom vindt een kasschuif van € 7,6 mln. plaats naar 2025.

8. Tijdelijke Werkorganisatie overboeking naar BZK

Er vindt een overboeking plaats naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van € 2,9 mln. van de KR begroting voor de dekking van de apparaatskosten van de Tijdelijke Werkorganisatie.

9. Loon- en prijsbijstelling 2024

Dit is de meerjarige loon- en prijsbijstelling voor Koninkrijksrelaties.

10. Extrapolatie 2029

In miljoenennotajaar 2024 is het jaar 2029 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2029 zijn via de extrapolatie in de 1e suppletoire begroting toegevoegd.

Vastgestelde begroting 2024 49.958 186.899 203.899 127.676 218.821 0
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Leningen 5 95.807 23.038 23.038 23.038 23.038 23.038
2) Extrapolaties 2029 5 0 0 0 0 0 283.023
3) Diverse ontvangsten Div 539 ‒ 4.593 ‒ 3.106 ‒ 3.106 ‒ 3.106 ‒ 3.106
Stand 1e suppletoire begroting 2024 146.304 205.344 223.831 147.608 238.753 302.955

Toelichting ontvangstenmutaties

1. Leningen

Jaarlijks worden de aflossingen op de uitstaande leningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten hergewaardeerd tegen de actuele begrotingskoers en wordt het laatste jaar toegevoegd. Voor 2024 wordt er € 72,8 mln. aan renteontvangsten toegevoegd. Daarnaast zijn de ontvangsten uit aflossingen bijgesteld inclusief de toevoeging van de aflossing op de liquiditeitslening van Aruba die in 2024 begint (€ 23,0 mln.).

2. Extrapolatie 2029

In miljoenennotajaar 2024 is het jaar 2029 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2029 zijn via de extrapolatie in de 1e suppletoire begroting toegevoegd.

3 Beleidsartikelen Koninkrijksrelaties

3.1 Artikel 1. Versterken rechtsstaat

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 80.049 0 80.049 ‒ 36.278 43.771 3.629 3.630 4.738 4.738 92.135
Uitgaven 80.049 0 80.049 ‒ 36.278 43.771 3.629 3.630 4.738 4.738 92.135
1.0 Versterken rechtsstaat 80.049 0 80.049 ‒ 36.278 43.771 3.629 3.630 4.738 4.738 92.135
Subsidies (regelingen) 1.044 0 1.044 ‒ 1.016 28 ‒ 1.016 ‒ 1.016 ‒ 1.016 ‒ 1.016 28
Bestuurlijke aanpak 1.044 0 1.044 ‒ 1.016 28 ‒ 1.016 ‒ 1.016 ‒ 1.016 ‒ 1.016 28
Opdrachten 2.118 0 2.118 ‒ 1.919 199 ‒ 2.118 ‒ 2.118 0 0 0
Detentie - Algemeen 2.118 0 2.118 ‒ 2.039 79 ‒ 2.118 ‒ 2.118 0 0 0
Diverse opdrachten 0 0 0 120 120 0 0 0 0 0
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 0 0 0 1.944 1.944 2.180 2.180 0 0 0
Detentie - Algemeen 0 0 0 1.944 1.944 2.180 2.180 0 0 0
Bijdrage aan medeoverheden 0 0 0 972 972 1.074 1.074 1.074 1.074 1.074
Bestuurlijke aanpak 0 0 0 972 972 1.074 1.074 1.074 1.074 1.074
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 17.882 0 17.882 ‒ 1.482 16.400 0 0 0 0 0
Detentie - Vastgoed 17.882 0 17.882 ‒ 1.482 16.400 0 0 0 0 0
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 59.005 0 59.005 ‒ 34.777 24.228 3.509 3.510 4.680 4.680 91.033
Grensbewaking (Defensie) 27.576 0 27.576 ‒ 17.033 10.543 1.636 1.636 1.636 1.636 31.824
Recherchecapaciteit (JenV) 15.233 0 15.233 ‒ 13.534 1.699 952 950 2.190 2.190 42.594
Rechterlijke macht (JenV) 11.332 0 11.332 ‒ 4.210 7.122 658 661 591 591 11.488
Douane (Financiën) 4.864 0 4.864 0 4.864 263 263 263 263 5.127
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Geschatte budgetflexibiliteit

juridisch verplicht 6,3%
bestuurlijk gebonden 89,0%
beleidsmatig gereserveerd 2,3%
nog niet ingevuld/vrij te besteden 2,4%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 6,3% juridisch verplicht.

Opdrachten

Detentie - Algemeen

Dit betreft een reallocatie van opdrachten naar bijdragen aan ZBO's/RWT's om de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Detentie - Algemeen

Dit betreft een reallocatie van opdrachten naar bijdragen aan ZBO's/RWT's om de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Grensbewaking (Defensie)

In het kader van de versterking van het grenstoezicht levert de Koninklijke Marechaussee (KMar) een bijdrage. Hiertoe is een protocol opgesteld en ondertekend tussen Nederland en de Caribische landen. Circa € 17 mln. wordt overgeboekt van de begroting van Koninkrijksrelaties naar de begroting van het ministerie van Defensie, onderdeel Koninklijke Marechaussee.

Recherchecapaciteit (JenV)

De jaarlijkse ondermijningsmiddelen ten behoeve van het Recherchesamenwerkingsteam (RST) worden beschikbaar gesteld aan het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit betreft een overboeking van circa € 14,4 mln van de begroting van Koninkrijksrelaties. Daarnaast is de loon- en prijsbijstelling 2024 toegevoegd aan het budget van het RST.

Rechterlijke macht (JenV)

De beschikbaar gestelde middelen voor de ondermijningaanpak Cariben 2024 worden overgeheveld van de begroting van Koninkrijksrelaties naar de begroting van Justitie en Veiligheid. Dit betreft middelen voor 2024 voor het Gemeenschappelijk Hof (€ 1,9 mln.), Openbaar Ministerie Aruba (€ 0,6 mln.) en het Parket-Generaal (€ 2,3 mln.).

3.2 Artikel 2. Slavernijverleden

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 0 0 0 3.333 3.333 26.999 10.666 10.666 9.666 5.333
Uitgaven 0 0 0 3.333 3.333 26.999 10.666 10.666 9.666 5.333
2.0 Slavernijverleden
Subsidies (regelingen) 0 0 0 3.333 3.333 6.666 6.666 6.666 6.666 3.333
Maatschappelijke initiatieven 0 0 0 3.333 3.333 6.666 6.666 6.666 6.666 3.333
Bijdrage aan medeoverheden 0 0 0 0 0 20.333 4.000 4.000 3.000 2.000
Maatregelen bewustwording, betrokkenheid en doorwerking slavernijverleden 0 0 0 0 0 20.333 4.000 4.000 3.000 2.000
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
juridisch verplicht 0,0%
bestuurlijk gebonden 100,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld/vrij te besteden 0,0%

Juridisch verplicht

De middelen zijn 0% juridisch verplicht, maar wel 100% bestuurlijk gebonden. De invulling van de doelen vereist namelijk de ruimte om de middelen voor deze doelen te behouden over de jaargrenzen heen. Daarom hebben deze middelen 100% eindejaarsmarge. Dit geldt zowel voor de middelen voor maatschappelijke initiatieven als voor maatregelen voor bewustwording, betrokkenheid en doorwerking.

Uitgaven

Op 19 december 2022 heeft de minister-president namens de regering excuses aangeboden voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaaf gemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu.

De middelen die naar aanleiding van de excuses beschikbaar zijn gesteld zijn gericht op kennis en bewustwording, erkenning, herdenking en de doorwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden. Uitgangspunten voor de invulling hiervan zijn: (1) navolgbaar- en inzichtelijkheid (2) programmering en bestemming van deze middelen. Dit vindt in gezamenlijkheid met ondere nazaten andere betrokken plaats Daar komt bij dat een begrotingsartikel het beste aansluit ‘bij de ambitie die het kabinet heeft uitgesproken om de invulling van het fonds van € 200 mln. laagdrempelig vorm te geven in samenspraak met onder andere nazaten en betrokken maatschappelijke en grass roots organisaties in Nederland, het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname. Een begrotingsartikel borgt deze ruimte’ (Kamerstukken II 2022/23, 36284, nr. 28). Om aan te sluiten bij de behoefte van een wettelijke grondslag van deze toezegging in de kabinetsreactie is er in 2023 een begrotingsartikel aan de BZK-begroting (H7) toegevoegd.

Middelen voor Caribisch deel van het Koninkrijk

Op 29 september 2023 heeft de ministeriële stuurgroep slavernijverleden over de geografische balans van de besteding van de € 200 mln. het volgende besloten (Kamerstukken II 2022/23, 36284, nr. 34) (Kamerstukken II 2023/24, 36284 nr. 36):

  1. Uit de € 100 mln. voor de regeling voor maatschappelijke initiatieven wordt € 33,3 mln. gereserveerd voor het Caribisch deel van het Koninkrijk, waarvoor een subsidieregeling wordt uitgewerkt.
  1. Uit de € 100 mln. voor maatregelen voor bewustwording, betrokkenheid en doorwerking wordt € 33,3 mln. gereserveerd voor het Caribisch deel van het Koninkrijk, waarmee invulling kan worden gegeven aan de op 19 december 2022 gedane toezeggingen (en indien gewenst en mogelijk nog meer) (Kamerstukken II 2022/23, 36284, nr. 1). Ieder (ei)land werkt hiervoor aan een eigen (herstel)agenda en momenteel worden samen met departementen (zoals VWS en OCW) voorstellen voor (intereilandelijke) projecten ontwikkeld.

Subsidies (regelingen)

Maatschappelijke initiatieven

Dit betreft uitgaven om invulling te geven aan de subsidieregeling voor maatschappelijke initiatieven Trans-Atlantisch slavernijverleden voor de Caribische delen van het Koninkrijk. Het streven is dat de regeling in de zomer van 2024 gepubliceerd wordt in de Staatscourant en Staatsbladen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het gaat om circa € 33,3 mln., verdeeld over de jaren 2024 tot en met 2029. Deze middelen zijn overgeboekt van de begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (HVII) naar de begroting van Koninkrijksrelaties (HIV).

Bijdrage aan medeoverheden

Maatregelen voor bewustwording, betrokkenheid en doorwerking

Dit betreft uitgaven voor bewustwording, betrokkenheid en doorwerking van slavernijverleden voor de Caribische delen van het Koninkrijk. De middelen zijn bedoeld voor initiatieven die bijdragen aan ten minste één van de drie doelstellingen: kennis en bewustwording; erkenning en herdenken; en doorwerking en verwerking. De invulling van deze middelen geschiedt in samenwerking met nazaten, vertegenwoordigers uit het Caribisch deel van het Koninkrijken en overige betrokkenen. Voor 2025 is € 20,3 mln. overgeboekt van de begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (HVII) naar de begroting van Koninkrijksrelaties (HIV).

3.3 Artikel 4. Bevorderen sociaaleconomische structuur

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 81.525 0 81.525 ‒ 40.113 41.412 11.569 580 960 545 9.687
Uitgaven 83.919 0 83.919 ‒ 40.113 43.806 11.569 580 960 545 13.687
4.1 Curaçao, Sint Maarten en Aruba 62.154 0 62.154 ‒ 32.261 29.893 3.516 ‒ 96 284 ‒ 131 7.043
Subsidies (regelingen) 53.388 0 53.388 ‒ 36.472 16.916 ‒ 2.583 ‒ 7.580 ‒ 8.585 0 0
Diverse subsidies 100 0 100 0 100 0 0 0 0 0
Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) 38.988 0 38.988 ‒ 24.806 14.182 ‒ 13.249 ‒ 7.580 ‒ 8.585 0 0
Onderwijshuisvesting Curaçao 14.300 0 14.300 ‒ 11.666 2.634 10.666 0 0 0 0
Opdrachten 1.662 0 1.662 3.901 5.563 4.098 5.483 6.868 ‒ 132 1.630
Opdrachten landen 1.662 0 1.662 ‒ 1.099 563 ‒ 902 ‒ 517 ‒ 132 ‒ 132 1.630
Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) 0 0 0 5.000 5.000 5.000 6.000 7.000 0 0
Inkomensoverdrachten 5.268 0 5.268 0 5.268 0 0 0 0 5.268
Toeslagen op pensioenen NA 5.268 0 5.268 0 5.268 0 0 0 0 5.268
Bijdrage aan medeoverheden 1.678 0 1.678 322 2.000 2.000 2.000 2.000 0 0
Onderwijshuisvesting Curaçao 1.678 0 1.678 ‒ 1.678 0 0 0 0 0 0
Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) 0 0 0 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 0 0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 158 0 158 ‒ 12 146 1 1 1 1 145
Diverse bijdragen 158 0 158 ‒ 12 146 1 1 1 1 145
4.2 Caribisch Nederland 21.765 0 21.765 ‒ 7.852 13.913 8.053 676 676 676 6.644
Subsidies (regelingen) 1.139 0 1.139 465 1.604 11 11 11 11 846
Subsidies Caribisch Nederland 1.139 0 1.139 465 1.604 11 11 11 11 846
Opdrachten 1.636 0 1.636 494 2.130 650 650 650 650 2.358
Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht 1.636 0 1.636 ‒ 106 1.530 50 50 50 50 1.758
Opdrachten Caribisch Nederland 0 0 0 600 600 600 600 600 600 600
Inkomensoverdrachten 1.349 0 1.349 0 1.349 0 0 0 0 1.349
Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers 1.349 0 1.349 0 1.349 0 0 0 0 1.349
Bijdrage aan medeoverheden 17.641 0 17.641 ‒ 8.811 8.830 7.392 15 15 15 2.091
Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht 17.641 0 17.641 ‒ 8.811 8.830 7.392 15 15 15 2.091
Ontvangsten 0 0 0 1.149 1.149 0 0 0 0 0

Geschatte budgetflexibiliteit

juridisch verplicht 41,2%
bestuurlijk gebonden 43,9%
beleidsmatig gereserveerd 3,4%
nog niet ingevuld/vrij te besteden 11,5%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 4 is 41,2% juridisch verplicht.

Artikel 4.1 Curaçao, Sint Maarten en Aruba

Subsidies (regelingen)

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

De uitgaven van de middelen voor de ondersteuning van de uitvoering van de Landspakketen verlopen minder snel dan verwacht door onder andere een tekort in de uitvoeringscapaciteit. Daarnaast duurt de besluitvorming over complexe en majeure hervormingen langer. Daarom vindt een kasschuif van circa € 13,3 mln. plaats van 2024 naar de jaren 2026 en 2027.

De resterende € 10,5 mln. betreffen voornamelijk reallocaties van het TWO-programmabudget naar verschillende instrumenten om de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden.

Vanuit artikel 7 onvoorzien wordt er € 1,0 mln. aan eindejaarsmarge aan het budget van TWO toegevoegd. Per jaareinde 2023 zijn verplichtingen op het instrument subsidies TWO overgelopen naar 2024 omdat de facturen hiervoor door leveranciers later zijn ingediend. Dit heeft geleid tot onderbesteding ten opzichte van het budget.

Onderwijsvesting Curaçao

De voorbereidingen van het onderhoud aan scholen op Curaçao duurt langer dan eerder werd gedacht. Daarom wordt via een kasschuif circa € 10,6 mln. doorgeschoven van 2024 naar 2025.

In 2023 is € 1,0 mln. meer verstrekt aan onderwijshuisvesting Curaçao dan er budget beschikbaar was. Deze extra middelen waren afkomstig uit de TWO subsidiemiddelen. De middelen worden nu weer gerealloceerd van onderwijshuisvesting naar TWO subsidiemiddelen.

Opdrachten

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

Dit betreft een reallocatie van het TWO-programmabudget van het instrument subsidies naar opdrachten om de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden.

Bijdrage aan medeoverheden

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

Dit betreft een reallocatie van het TWO-programmabudget van het instrument subsidies naar bijdrage aan medeoverheden om de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden.

Artikel 4.2 Caribisch Nederland

Bijdrage aan medeoverheden

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

In 2024 kan door vertraging niet alle beschikbare middelen voor de werkzaamheden aan de klif op Sint Eustatius worden ingezet. Daarom vindt een kasschuif van € 7,6 mln. plaats naar 2025.

3.4 Artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 ‒ 17.367
Uitgaven 28.517 0 28.517 0 28.517 0 0 0 0 11.150
5.1 Schuldsanering Curaçao en Sint Maarten 28.517 0 28.517 0 28.517 0 0 0 0 11.150
Leningen 28.517 0 28.517 0 28.517 0 0 0 0 11.150
Schuldsanering 28.517 0 28.517 0 28.517 0 0 0 0 11.150
Ontvangsten 49.958 0 49.958 95.197 145.155 18.445 19.932 19.932 19.932 302.955

Geschatte budgetflexibiliteit

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 5 is 100% juridisch verplicht en dit betreft volledig het instrument leningen.

Leningen

Het totale uitgavenbudget op artikel 5 is bestemd voor de leningen vanuit de schuldsanering van Curaçao en Sint Maarten via de begroting Koninkrijksrelaties. Dit is terug te voeren naar de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt in aanloop naar de nieuwe staatkundige verhoudingen per 10 oktober 2010. Daarbij heeft Nederland een oplossing geboden voor de toenmalige schuldenproblematiek door de verplichting op zich te nemen een belangrijk deel van de schulden van Curaçao en Sint Maarten over te nemen. Deze leningen zijn voor 100% juridisch verplicht.

Ontvangsten

Leningen

Jaarlijks worden de aflossingen op de uitstaande leningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten hergewaardeerd tegen de actuele begrotingskoers en wordt het laatste jaar toegevoegd. Voor 2024 wordt er € 72,8 mln. aan renteontvangsten toegevoegd. Daarnaast zijn de ontvangsten uit aflossingen bijgesteld inclusief de toevoeging van de aflossing op de liquiditeitslening van Aruba die in 2024 begint (€ 23,0 mln.).

3.5 Artikel 8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 0 0 0 1.569 1.569 722 0 0 0 0
Uitgaven 0 0 0 1.569 1.569 722 0 0 0 0
8.1 Wederopbouw 0 0 0 1.569 1.569 722 0 0 0 0
Opdrachten 0 0 0 1.569 1.569 722 0 0 0 0
Wederopbouw op Sint Maarten 0 0 0 1.569 1.569 722 0 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Geschatte budgetflexibiliteit

juridisch verplicht 0,0%
bestuurlijk gebonden 100,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld/vrij te besteden 0,0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 8 is 0% juridisch verplicht.

Opdrachten

Wederopbouw op Sint Maarten

Er vindt een reallocatie van budget plaats van € 0,8 mln. in 2024 en 2025 van artikel 7 onvoorzien naar artikel 8 om uitgaven voor de Royal Schiphol Group te kunnen dekken.

Er wordt uit de eindejaarsmarge € 1,0 mln. toegevoegd aan artikel 8 om facturen van Royal Schiphol Groep uit 2023 die in dat jaar niet ontvangen zijn, in 2024 te kunnen betalen.

4 Niet-beleidsartikelen Koninkrijksrelaties

4.1 Artikel 6. Apparaat

Budgettaire gevolgen

Art. Verplichtingen 29.045 0 29.045 3.774 32.819 11.697 11.097 10.939 3.300 27.893
Uitgaven 29.045 0 29.045 3.774 32.819 11.697 11.097 10.939 3.300 27.893
6.0 Apparaat 29.045 0 29.045 3.774 32.819 11.697 11.097 10.939 3.300 27.893
Personele uitgaven 16.327 0 16.327 4.079 20.406 9.849 9.360 9.329 1.939 15.756
Eigen personeel 15.770 0 15.770 3.458 19.228 9.112 8.670 8.620 1.780 15.217
Inhuur externen 557 0 557 621 1.178 737 690 709 159 539
Materiële uitgaven 12.718 0 12.718 ‒ 305 12.413 1.848 1.737 1.610 1.361 12.137
Overige materiële uitgaven 12.718 0 12.718 ‒ 305 12.413 1.848 1.737 1.610 1.361 12.137
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Personele uitgaven

Eigen personeel

Er vindt jaarlijks een reallocatie van € 6,2 mln plaats voor de jaren 2024 tot en met 2027 van artikel 4 subsidies Tijdelijke Werkorganisatie om de apparaatsuitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden.

Er vindt een overboeking plaats naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van € 2,9 mln. van de KR begroting voor de dekking van de apparaatskosten van de Tijdelijke Werkorganisatie.

De middelen voor Werk aan Uitvoering worden vanuit de aanvullende post bij het ministerie van Financiën op de KR begroting toegevoegd voor de jaren 2024 tot en met 2027 (totaal € 3,1 mln.)

4.2 Artikel 7. Nog onverdeeld

Budgettaire gevolgen

Art. Verplichtingen 1.673 0 1.673 3.699 5.372 633 1.384 1.407 ‒ 256 2.467
Uitgaven 1.673 0 1.673 3.699 5.372 633 1.384 1.407 ‒ 256 2.467
7.0 Nog onverdeeld 1.673 0 1.673 3.699 5.372 633 1.384 1.407 ‒ 256 2.467
Nog te verdelen 1.673 0 1.673 3.699 5.372 633 1.384 1.407 ‒ 256 2.467
Onvoorzien 1.673 0 1.673 3.699 5.372 633 1.384 1.407 ‒ 256 2.447
Wisselkoersreserve 0 0 0 0 0 0 0 0 0 20
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Onvoorzien

De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.

De loon- en prijsbijstelling van 2024 is toegevoegd aan het artikel onvoorzien. Dit bedraagt € 7,7 mln. in 2024 aflopend naar € 6,3 mln. in 2029. In 2024 wordt € 2,1 mln. ingezet om middelen op de verschillende artikelen te indexeren. Voor de jaren daarna wordt jaarlijks € 4,5 mln. in 2025 en 2026 en jaarlijks € 5,7 mln. vanaf 2027 tot en met 2029 toegevoegd aan de artikelen.

Er vindt een reallocatie plaats van € 1,0 mln. van onvoorzien naar subsidies Tijdelijke Werkorganisatie op artikel 4.

Verder vindt er een reallocatie van budget van de eindejaarsmarge plaats van € 0,8 mln. in 2024 en 2025 van onvoorzien naar wederopbouw op Sint Maarten op artikel 8.

5 Beleid BES-fonds

5.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Vastgestelde begroting 2024 71.170 58.552 58.102 57.434 57.434 0
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Verhoging wettelijk minimumloon 1 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000
2) Aansluiting taken en middelen 1 8.600 8.600 8.600 8.600 8.600 8.600
3) Loon en prijsbijstelling 2024 1 4.520 5.088 6.417 7.681 9.016 10.360
4) Wisselkoersactualisatie 1 ‒ 5.771 10.137 10.111 10.034 10.034 10.034
5) Extrapolaties 2029 1 0 0 0 0 0 57.434
6) Overige mutaties 1 611 175 0 0 0 0
Stand 1e suppletoire begroting 2024 84.130 87.552 88.230 88.749 90.084 91.428

Toelichting

1. Verhoging wettelijk minimumloon

De verhoging van het Wettelijk Minimumloon (WML) veroorzaakt, ondanks de verlaging van werkgeverslasten, extra kosten voor de openbare lichamen, die niet volledig door de reguliere loon- en prijsbijstelling kunnen worden gedekt. Dit komt doordat de openbare lichamen relatief meer medewerkers aan de onderkant van het loongebouw hebben en er een opstuwende werking plaatsvindt van het loongebouw. Vanaf 2024 wordt er structureel € 5 mln. toegevoegd aan de vrije uitkering om te kunnen voorzien in deze extra kosten.

2. Aansluiting taken en middelen

Uit recent onderzoek is gebleken dat de vrije uitkering voor openbare lichamen niet toereikend is om hun taken te kunnen uitvoeren. Op basis van de huidige taken bedraagt dit tekort € 8,6 mln. jaarlijks. Van de € 8,6 mln. is € 4,1 mln. voor de disbalans in taken en middelen, € 2,5 mln. voor onderhoudslasten en € 2 mln. voor de recente bevolkingsgroei. De middelen (€ 8,6 mln.) worden vanaf 2024 structureel toegevoegd aan de begroting.

3. Loon- en prijsbijstelling 2024

Het BES-fonds stapt per 2024 over naar een nieuwe indexatie-systematiek op basis van BBP-cijfers. Dit in plaats van de huidige indexatie op basis van loon- en prijs ontwikkeling. Hiermee sluit de indexatie-systematiek aan op de (nieuwe) systematiek van het Gemeente-en Provinciefonds. Voor 2024 is er € 4,5 mln. aan de begroting toegevoegd, oplopend naar € 10,4 mln. in 2029.

4. Wisselkoersactualisatie

Omdat de begrotingskoers is gewijzigd van EUR/USD 1,02 in 2023 naar EUR/USD 1,11 in 2024 zijn er minder euro's benodigd om aan de verplichting in vreemde valuta te kunnen voldoen. Om deze reden wordt er in 2024 € 5,8 mln. aan budget afgeboekt. Om alle begrotingskoersen naar dezelfde basis te brengen wordt in de jaren 2025 tot en met 2029 jaarlijks € 10,1 mln. aan budget toegevoegd.

5. Extrapolatie 2029

In miljoenennotajaar 2024 is het jaar 2029 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2029 zijn in deze 1e suppletoire begroting toegevoegd.

Vastgestelde begroting 2024 71.170 58.552 58.102 57.434 57.434 0
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 12.960 29.000 30.128 31.315 32.650 91.428
Stand 1e suppletoire begroting 2024 84.130 87.552 88.230 88.749 90.084 91.428

Toelichting

  1. Wet financien openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba(FinBES) dienen de uitgaven en ontvangsten over ieder uitkeringsjaar voor het BES-fonds gelijk te zijn. Ten behoeve van de dekking van deze uitgaven is een post ontvangsten geraamd.

6 Beleidsartikel BES-fonds

6.1 Artikel 1. BES-fonds

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 71.170 0 71.170 12.960 84.130 29.000 30.128 31.315 32.650 91.428
Uitgaven 71.170 0 71.170 12.960 84.130 29.000 30.128 31.315 32.650 91.428
Bijdrage aan medeoverheden
1 Vrije uitkering 71.170 0 71.170 12.960 84.130 29.000 30.128 31.315 32.650 91.428
Ontvangsten 71.170 0 71.170 12.960 84.130 29.000 30.128 31.315 32.650 91.428

Toelichting

Het BES-fonds kent geen budgetflexibiliteit. De openbare lichamen ontvangen middelen voor de aan hen wettelijk en toebedeelde taken.

Bijdrage aan medeoverheden

Vrije uitkering

De verhoging van het Wettelijk Minimumloon (WML) veroorzaakt, ondanks de verlaging van werkgeverslasten, extra kosten voor de openbare lichamen, die niet volledig door de reguliere loon- en prijsbijstelling kunnen worden gedekt. Dit komt doordat de openbare lichamen relatief meer medewerkers aan de onderkant van het loongebouw hebben en er een opstuwende werking plaatsvindt van het loongebouw. Vanaf 2024 wordt er structureel € 5 mln. toegevoegd aan de vrije uitkering om te kunnen voorzien in deze extra kosten.

Uit recente onderzoeken is gebleken dat de vrije uitkering voor openbare lichamen niet toereikend is om hun taken te kunnen uitvoeren. Op basis van de huidige taken bedraagt dit tekort jaarlijks € 8,6 mln. De middelen worden vanaf 2024 structureel toegevoegd aan de begroting. Daarvan is € 4,1 mln. bestemd voor de disbalans in taken en middelen, € 2,5 mln. voor onderhoudslasten en € 2 mln. voor extra kosten als gevolg de recente bevolkingsgroei.

Omdat de begrotingskoers is gewijzigd van EUR/USD 1,02 in 2023 naar EUR/USD 1,11 in 2024 zijn er minder euro's benodigd om aan de verplichting in vreemde valuta te kunnen voldoen. Om deze reden wordt er in 2024 € 5,8 mln. afgeboekt. Om alle begrotingskoersen naar dezelfde basis te brengen wordt in de jaren 2025 tot en met 2029 jaarlijks € 10,1 mln. aan budget toegevoegd.

Het BES-fonds stapt per 2024 over naar een nieuwe indexatie-systematiek op basis van BBP-cijfers. Dit in plaats van de huidige indexatie op basis van loon- en prijs ontwikkeling. Hiermee sluit de indexatie-systematiek aan op de (nieuwe) systematiek van het Gemeente-en Provinciefonds. Voor 2024 is er € 4,5 mln. aan de begroting toegevoegd, oplopend naar € 10,4 mln. in 2029.

Ontvangsten

Artikel 88, derde lid van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES) regelt dat bij (begrotings-)wet voor ieder uitkeringsjaar middelen van het Rijk worden afgezonderd ten behoeve van het BES-fonds. De uitgaven en de afgezonderde inkomsten over ieder uitkeringsjaar zijn aan elkaar gelijk. Gelet hierop is ten behoeve van de dekking van de uitgaven ten laste van het BES-fonds een post ontvangsten geraamd.