Kamerrapportage Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid
Infectieziektenbestrijding
Brief regering
Nummer: 2025D04209, datum: 2025-02-03, bijgewerkt: 2025-02-11 15:11, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-25295-2220).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M. Agema, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit PVV kamerlid)
- Mede ondertekenaar: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Mede ondertekenaar: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Kamerrapportage Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid 2022-2026
- Beslisnota bij Kamerrapportage Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid
Onderdeel van kamerstukdossier 25295 -2220 Infectieziektenbestrijding.
Onderdeel van zaak 2025Z01830:
- Indiener: M. Agema, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Medeindiener: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Medeindiener: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2025-02-05 12:30: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-02-06 14:30: Zoönosen en Dierziekten (Commissiedebat), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2025-02-12 10:15: Procedurevergadering VWS (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2025-02-13 13:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-02-19 11:15: Procedurevergadering LVVN (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
Vergaderjaar 2024-2025 |
25 295 Infectieziektenbestrijding
29 683 Dierziektebeleid
Nr. 2220 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 februari 2025
De afgelopen jaren hebben we ervaren dat een uitbraak van een zoönose wereldwijd en langdurig tot ontwrichtingen kan leiden. De coronapandemie begon als zoönose en wees ons op de grote impact die een uitbraak kan hebben, en hoe belangrijk het is deze zoveel mogelijk te voorkomen. Het toonde daarmee ook de noodzaak om het bestaande zoönosenbeleid te versterken. Dat is belangrijk om de weerbaarheid van Nederland op dat vlak te vergroten. Daarom is in 2022 het Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid (hierna: actieplan) opgesteld.1 Ook dit kabinet vindt het van groot belang om het risico op het ontstaan van een zoönose(uitbraak) zoveel mogelijk te verkleinen en om goed zicht te hebben op waar dat desondanks toch gebeurt. We willen weerbaar zijn om hier tegen op te treden en om de impact op de volksgezondheid, diergezondheid en de maatschappij zo klein mogelijk te maken.
In het actieplan is beschreven hoe het zoönosenbeleid verder wordt versterkt. Het actieplan strekt zich uit over de volle breedte van One Health (leefomgeving, veterinair en humaan), nationaal en internationaal, en richt zich op preventie, detectie en respons. Daarnaast wordt aandacht besteed aan twee doorsnijdende thema’s: de internationale inzet en onderzoek. Het doel van het actieplan is om risico’s op het ontstaan en de verspreiding van zoönosen in de toekomst verder te verkleinen en voorbereid te zijn op een eventuele uitbraak. Dit actieplan wordt uitgevoerd in de periode 2022–2026. Dat betekent dat we nu halverwege zijn. Verschillende adviezen zijn benut bij de totstandkoming van het actieplan: het rapport «Zoönosen in het vizier» van de expertgroep onder leiding van dhr. Bekedam2, een evaluatie van de aanpak van SARS-CoV-2 bij nertsen, verschillende adviezen van het Deskundigenberaad Zoönosen en consultatie bij een groot aantal partners uit alle One Health domeinen. |
Het is onmogelijk om het risico op een zoönose(uitbraak) volledig weg te nemen. We hebben geen geheim wapen om alle zoönosen te voorkomen. Wel kunnen we op alle aspecten van het zoönosenbeleid (preventie, detectie, respons, internationaal en onderzoek) een extra stap zetten om onze aanpak te versterken. De kracht van het actieplan is dat hierin alle acties – groot en klein – samenkomen en dat het totaal van alle acties een substantiële bijdrage levert aan het versterken van het zoönosenbeleid. Volksgezondheid staat daarbij voorop; geen onnodige risico’s voor de gezondheid voor burgers. Maar ook voor veehouders en hun dieren en voor de leefomgeving als geheel is het voorkómen van en voorbereid zijn op uitbraken van zoönosen van belang.
In deze brief wordt uw Kamer op hoofdlijnen geïnformeerd over de voortgang van het actieplan, geïllustreerd met een aantal voorbeelden. Ook wordt ingegaan op de resultaten van tussentijdse evaluaties die in 2024 zijn uitgevoerd. In de bijgevoegde Kamerrapportage wordt per actie de voortgang toegelicht. Deze Kamerrapportage betreft een update van de rapportage die uw Kamer in 2023 heeft ontvangen.3 U wordt ongeveer gelijktijdig met deze brief in een aparte brief geïnformeerd over de voortgang van het Intensiveringsplan preventie vogelgriep, waarin ook enkele acties uit het actieplan zijn opgenomen. Met beide brieven en rapportages informeren we uw Kamer over onze stevige inzet op de volle breedte van het zoönosenbeleid.
Highlights versterken zoönosenbeleid 2024
In 2024 zijn mooie verdere stappen gezet in het versterken van het zoönosenbeleid. Een aantal acties van het actieplan is afgerond, een groot deel is in uitvoering en enkele acties zijn in voorbereiding om de komende jaren mee aan de slag te gaan. Hieronder wordt een aantal belangrijke gerealiseerde mijlpalen uit 2024 uitgelicht.
Bijeenkomst versterken zoönosenbeleid: samenwerking met het veld
De uitvoering van het actieplan en het versterken van het zoönosenbeleid is alleen mogelijk als partners in de volle breedte van het One Health domein (humaan, veterinair, leefomgeving) samenwerken en elkaar gemakkelijk weten te vinden. Op 17 september 2024 organiseerden de ministeries van VWS en LVVN daarom een stakeholderbijeenkomst waar zo’n 180 One Health professionals bijeen kwamen. Het doel van deze bijeenkomst was enerzijds het faciliteren van de verbinding binnen en tussen de One Health domeinen, en anderzijds het ophalen van concrete input voor het vervolg van de uitvoering van het actieplan. Ook is deelnemers de gelegenheid geboden om te reflecteren op de voortgang van de uitvoering van het actieplan en het identificeren van eventuele blinde vlekken. De inbreng is verwerkt in bijgevoegde Kamerrapportage.
Surveillance influenza bij varkens
Een andere belangrijke mijlpaal betreft het opzetten van One Health surveillance van influenza bij varkens. Het varken staat in de wetenschappelijke literatuur bekend als een dier waar potentieel vermenging van influenzavirussen van verschillende diersoorten (waaronder de mens) kan plaatsvinden. Daarom heeft het RIVM in 2022 en 2023, samen met de Royal GD (GD), Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) en Erasmus Medical Center (Erasmus MC) een pilot4 uitgevoerd naar surveillance van influenzastammen op Nederlandse varkensbedrijven en zijn geïsoleerde varkensinfluenzastammen verder gekarakteriseerd. Als vervolg op de pilot is in 2024, met inachtneming van de aanbevelingen uit de pilot, de surveillance voortgezet waarbij oog wordt gehouden voor het borgen van een landelijke dekking van deze surveillance. In 2025 wordt bezien of en hoe deze surveillance na 2026 kosteneffectief voortgezet kan worden. Uw Kamer is op 28 mei 2024 nader geïnformeerd over deze surveillance.5
Bioveiligheidsplan
In de Nederlandse veehouderij is veel aandacht voor bioveiligheid. Dat is ook belangrijk, want een goede bioveiligheid helpt om infecties met dierziekten, waaronder zoönosen, buiten de deur te houden. Dit maakt bedrijven weerbaarder. Het is echter wel van belang om continu kritisch te blijven op de bioveiligheid op een bedrijf, en die te blijven optimaliseren. Dat kan met een bedrijfsspecifiek bioveiligheidsplan. Daarbij kiezen we voor een gefaseerde aanpak; eerst wordt het bioveiligheidsplan verplicht voor de pluimveesector, daarna volgen andere sectoren, waarbij de varkenssector prioriteit heeft. De verwachting is dat de regeling ter introductie van het bioveiligheidsplan voor de pluimveesector begin 2025 kan worden gepubliceerd. U wordt hier in de voortgangsrapportage van het Intensiveringsplan preventie vogelgriep nader over geïnformeerd. In 2025 zal worden bekeken hoe dit traject met de andere sectoren kan worden opgestart.
Zoönosengeletterdheid
Iedereen kan in aanraking komen met (wilde) dieren of vectoren, wat kan leiden tot zoönosenrisico’s. Het is daarom belangrijk dat mensen in staat zijn om informatie over zoönosen te vinden, te begrijpen, te beoordelen en toe te passen, zodat de kans op een besmetting zoveel mogelijk wordt verkleind. Dit noemen we «zoönosengeletterdheid.» We vinden het belangrijk om de zoönosengeletterdheid bij zowel burgers als professionals te vergroten. Dat doen we op verschillende manieren. Het RIVM heeft in 2024 het kwantitatieve onderzoek dat eerder onder burgers werd uitgevoerd, voortgezet in kwalitatief onderzoek naar specifieke manieren om een zoönose op te lopen, zoals infecties via teken.
Om de zoönosengeletterdheid onder professionals te vergroten lopen verschillende initiatieven. Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) heeft een cursus zoönosen ontwikkeld voor wildopvangmedewerkers. Verder werkt het Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG) aan het ontwikkelen van een e-learning voor huisartsen, mede gefinancierd vanuit het actieplan. Ook hebben de ministeries van VWS en LVVN het afgelopen jaar een serious game laten ontwikkelen: «R-factor». Dit spel is een meer laagdrempelige versie van de One Health Game en is nationaal en internationaal verspreid onder stakeholders binnen het One Health domein.
Versterking van Europese samenwerking
Zoönosen houden zich niet aan landsgrenzen. We zetten daarom niet alleen in op het versterken van ons nationale beleid, maar ook op het versterken van internationale initiatieven. Op die manier proberen we bij te dragen aan het verkleinen van het risico dat zoönosen elders ter wereld ontstaan en dat deze naar Nederland komen.
Met het One Health Strengthening Europe (OHSE)-project versterkt het RIVM de samenwerking op het gebied van One Health in Europa. Daarvoor is door het RIVM de samenwerking gezocht met de European One Health Association (EOHA) (een doorstart van de Medvetnet6 association). Veel humane en veterinaire instituten van de Europese lidstaten zijn hiervan lid, waaronder Nederland (RIVM en WBVR). Een belangrijk aspect van het OHSE-project is de betrokkenheid van het One Health domein «leefomgeving». Naast het EOHA zijn ook het European Centre for Disease Control (ECDC), European Food Safety Authority (EFSA), en het European Environmental Agency (EEA) betrokken. Via dit project steunt Nederland dit EOHA-netwerk, zodat ook op Europees niveau problemen als zoönosen steeds meer integraal vanuit One Health perspectief kunnen worden aangepakt. Daarmee wordt een betere samenwerking tussen de One Health domeinen en tussen de Europese landen bereikt, en worden andere landen gestimuleerd een zoönosenstructuur7 of iets soortgelijks op te zetten. Dit sluit aan bij de internationale ambities die zijn beschreven in het actieplan.
Internationale detacheringen
Nederland heeft op het gebied van zoönosen een sterke internationale oriëntatie en reputatie. We hebben veel kennis en expertise en we vinden het belangrijk om die beschikbaar te stellen aan andere landen, bijvoorbeeld via detacheringen bij internationale organisaties. Daarmee kunnen we direct bijdragen aan het versterken van diverse Europese en internationale trajecten op het gebied van One Health en zoönosen. Daarnaast kan Nederland ook leren van het zoönosenbeleid in andere landen en is samenwerking binnen de Europese Unie en ook mondiaal essentieel om de risico’s van zoönotische uitbraken te verkleinen. In 2024 zijn bij drie toonaangevende organisaties op het gebied van One Health detacheringen van Nederlandse experts geregeld: de World Health Organization (WHO), de Food and Agricultural Organization (FAO) en de World Organization for Animal Health (WOAH). Belangrijk daarbij is de implementatie van de One Health Joint Plan of Action. Dit plan schetst de inzet van de Quadripartite (WHO, FAO, WOAH en United Nations Environment Program (UNEP)) om landen te ondersteunen bij de implementatie van een nationale One Health aanpak. Nederland draagt financieel bij aan de implementatie van dit plan.
Onderzoek
De ontwikkeling van kennis over zoönosen, transmissieroutes en toepasbare diagnostiek draagt bij aan het tijdig signaleren van zoönosen om zo nodig te kunnen ingrijpen. De afgelopen jaren is daarom ook geïnvesteerd in (academische) kennis o.a. bij ZonMw, het RIVM en de WUR (onderzoeksprogramma ERRAZE8). Een concreet voorbeeld van opgedane kennis over diagnostiek is de ontwikkeling van verschillende detectiemethoden waarmee enerzijds nog onbekende ziekteverwekkers in het lab of anderzijds bekende ziekteverwekkers snel en goedkoop in het veld of bij een patiënt opgespoord kunnen worden. Zulke detectiemethoden kunnen bijdragen aan een snellere signalering en ziektesurveillance. Een ander voorbeeld is de geïntegreerde inzet van epidemiologische en gedragsmodellen bij het beoordelen van mogelijke interventies om uitbraken van zoönosen vroeg te detecteren en in te dammen.
Tussentijdse evaluaties
Evaluatie beleidsprogramma pandemische paraatheid
Het beleidsprogramma pandemische paraatheid, waar het actieplan onderdeel van uitmaakt, is in 2024 ex durante geëvalueerd door Significant.9 Uit de evaluatie komt naar voren dat het actieplan de nodige houvast biedt in het versterken van het zoönosenbeleid, zowel nationaal als internationaal. Daarnaast wordt positief gereflecteerd op de wijze waarop het rapport «Zoönosen in het vizier» van de expertgroep onder leiding van de heer Bekedam is vertaald naar het actieplan. Ook zijn de 54 acties in het actieplan veelal concreet geformuleerd, al blijkt wel dat het vaak lastig meetbaar is wanneer ze daadwerkelijk gerealiseerd zijn en ontbreekt er een concrete tijdslijn op sommige acties. Als voorbeeld wordt zoönosegeletterdheid genoemd. Geconcludeerd wordt dat de beoogde output is gerealiseerd volgens planvorming en dat het bereiken van de nog niet-behaalde output realistisch is. De beoogde output draagt naar verwachting in redelijke mate bij aan het behalen van de beoogde uitkomsten, al blijft het een uitdaging om de output van de 54 acties te laten samenkomen in een geïntegreerde One Health aanpak.
Verkend wordt of de monitor gedrag & gezondheid van het RIVM de effecten van de inzet op zoönosegeletterdheid inzichtelijk kan maken. Ook zetten de ministeries van VWS en LVVN zich continu in om (de werkzaamheden van) de partners uit de One Health domeinen aan elkaar te verbinden.
Evaluatie Dutch Wildlife Health Centre (DWHC)
Een andere evaluatie die heeft plaatsgevonden op het gebied van het zoönosenbeleid is de evaluatie van de werkzaamheden van DWHC. DWHC is het nationale expertisecentrum voor gezondheid en ziekten van in het wild levende dieren in Nederland. DWHC monitort infectieziekten, inclusief zoönosen, bij in het wild levende dieren, verspreidt de kennis en adviseert over eventuele risico’s voor mens en dier. DWHC kan zo op basis van relevante signalen met betrekking tot infectieziekten en zoönosen snel risico’s voor de humane en diergezondheid gezondheid signaleren, die zo nodig de basis vormen voor actie. In 2013 en 2019 zijn er eerder evaluaties gedaan van de werkzaamheden van DWHC. Nu, vijf jaar later, heeft opnieuw een evaluatie plaats gevonden om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de inzet van de beschikbare middelen voor DWHC inzichtelijk te maken. Deze evaluatieopdracht is gegeven aan het advies- en onderzoeksbureau Significant Public. Over het algemeen wordt een positief beeld geschetst in het rapport. Het bureau doet ook enkele aanbevelingen voor de toekomst. De ministeries van VWS en LVVN zullen samen met DWHC en de Universiteit Utrecht (UU, die medeopdrachtgever is van DWHC) de aanbevelingen meenemen in de opdracht voor DWHC in de komende jaren. Het rapport is te vinden op rijksoverheid.nl10.
Financieel
Het actieplan loopt tot en met 2026 en voor deze periode zijn financiële middelen beschikbaar. Het kabinet verwacht medio 2025 duidelijkheid te kunnen geven over structurele financiering van de versterkingen van het zoönosenbeleid.
Afsluitend
Het is belangrijk dat Nederland goed voorbereid is op dreigingen die volksgezondheid en de samenleving kunnen verstoren, zoals het ontstaan van nieuwe (uitbraken van) zoönosen. Het actieplan draagt eraan bij Nederland op dit punt weerbaarder te maken. Er zijn in 2024, maar ook de jaren daarvoor, grote stappen gezet om het zoönosenbeleid in Nederland én internationaal te versterken. We blijven ons inzetten om uitvoering te geven aan de acties uit het actieplan, om zo bij te dragen aan het verder versterken van het zoönosenbeleid. Dat doen we in nauwe samenwerking met mede-overheden, GGD’en, artsen, dierenartsen, kennisinstituten, sectorpartijen, ngo’s, internationale organisaties, en alle andere betrokken partijen, in de volle breedte van het One Health domein. Wij zullen uw Kamer begin 2026 opnieuw informeren over de voortgang van de uitvoering van het actieplan.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M-F. Agema
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
F.M. Wiersma
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en
Natuur,
J.F. Rummenie
Kamerstuk 25 295, nr. 1935↩︎
Zoönosen in het vizier | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎
Kamerstuk 25 295, nr. 2123↩︎
Kamerstuk 28 807, nr. 296↩︎
Kamerstuk 28 807, nr. 300↩︎
medvetnet.org↩︎
De huidige Nederlandse geïntegreerde humaan-veterinaire risicostructuur,kortweg de zoönosenstructuur, functioneert sinds 2011. De structuur richt zich op signalering, beoordeling en bestrijding van zoönosen en is voortdurend actief, juist ook wanneer er geen sprake is van een dreiging. De zoönosenstructuur borgt goede samenwerking tussen de humane en veterinaire gezondheidsorganisaties, waaronder de ministeries van VWS en LVVN. Bij zoönosen ligt de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij de Minister van VWS.↩︎
ERRAZE@WUR: being prepared for new pandemics - WUR↩︎
Kamerstuk 25 295, nr. 2189↩︎
Vanaf 3 februari 2025 te zien op: Rapporten van en voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Rijksoverheid.nl↩︎