[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 januari 2025, over Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Caribisch Nederland

Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2025

Verslag van een commissiedebat

Nummer: 2025D04299, datum: 2025-03-10, bijgewerkt: 2025-03-12 11:04, versie: 4 (versie 1, versie 2, versie 3)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36600-XXII-70).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36600 XXII-70 Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2025.

Onderdeel van zaak 2025Z00823:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2024-2025

36 600 XXII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2025

36 600 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2025

Nr. 70 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT

Vastgesteld 10 maart 2025

De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties hebben op 29 januari 2025 overleg gevoerd met mevrouw Keijzer, Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Vice-Minister-President, over:

– de brief van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 21 januari 2025 inzake tweede voortgangsrapportage Beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor Caribisch Nederland (VRO/CN) (Kamerstuk 36 600 XXII, nr. 65);

– de brief van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 10 december 2024 inzake diverse ontwikkelingen in het woonbeleid (Kamerstuk 32 847, nr. 1236);

– de brief van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering d.d. 28 juni 2024 inzake Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland (Kamerstuk 36 410 IV, nr. 75);

– de brief van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 26 januari 2023 inzake Beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Caribisch Nederland (Kamerstuk 36 200 VII, nr. 148).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Postma

De voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,
Olger van Dijk

De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
De Vos

Voorzitter: Postma

Griffier: Morrin

Aanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Meulenkamp, Postma, Welzijn, White en Wijen-Nass,

en mevrouw Keijzer, Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Vice-Minister-President.

Aanvang 15.47 uur.

De voorzitter:

Goedemiddag. Welkom bij de vergadering van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Vandaag hebben we op de agenda het debat over Caribisch Nederland. Daarom heet ik bij dezen alle mensen in Caribisch Nederland die meekijken via de livestream hartelijk welkom. Een warm welkom bij dezen. Aangesloten is de Minister en we hebben een aantal Kamerleden hier aanwezig: mevrouw Welzijn van Nieuw Sociaal Contract, de heer White van GroenLinks-PvdA, de heer Meulenkamp van de VVD en mevrouw Wijen-Nass van de BBB. We hebben een debat met vier minuten spreektijd per persoon. We zijn met z'n vieren en ik wil eens kijken of we een onbeperkt aantal interrupties kunnen doen. Dat kan als de leden het kort houden. Ik wil nu vragen of mevrouw Welzijn wil aftrappen met haar inbreng namens Nieuw Sociaal Contract.

Mevrouw Welzijn (NSC):

Dank u wel, voorzitter. Het had wat voeten in de aarde om een rondetafelgesprek te hebben als voorbereiding op dit specifieke debat, waarbij we met elkaar inzoomen op de volkshuisvesting op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. Drie bijzondere gemeenten van ons Koninkrijk, waar de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ook verantwoordelijkheid voor draagt, in gelijke mate als voor de gemeenten in het Europese deel van ons land. Het rondetafelgesprek levert een beeld op bij mijn fractie dat er ook in deze gemeenten sprake is van een wooncrisis, maar eigenlijk ook dat de benodigde wetgeving nog in de kinderschoenen lijkt te staan. Wij zijn daarom blij om onder andere via de rondetafel en ook een brief van de Minister te hebben vernomen dat er gewerkt wordt aan een woningwet, specifiek voor de BES. De eerste vraag van mijn fractie, Nieuw Sociaal Contract, is dan ook of de Minister iets meer informatie kan geven over de planning, over de concrete punten die daarin geregeld gaan worden en bijvoorbeeld over woningcorporaties, toegelaten instellingen. Vallen zij dan onder het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, zodat ze gemakkelijker kunnen lenen voor de grote investeringen die nodig zijn op die eilanden om mensen meer bestaanszekerheid te bieden? Kan de Minister tevens aangeven op welke manier die eilanden daar dan ook zelf bij betrokken zijn?

Tijdens het rondetafelgesprek hebben we begrepen dat expats de lokale bevolking feitelijk wegconcurreren op de woningmarkt. Tevens is aangegeven dat speculanten huizen als beleggingsobject opkopen en doorverkopen aan expats met zeer grote winsten tot gevolg enerzijds en een onbereikbare koopmarkt voor lokale starters anderzijds. Herkent de Minister dit beeld? Hoe kan dit tegengegaan worden?

Voorzitter. Mijn fractie heeft door het rondetafelgesprek een beeld gekregen bij de problemen die spelen in de bouwketen. Het gaat om de verkrijging en toegang tot bouwmaterialen en de zeer hoge kosten daarvan, maar ook om specifieke deskundigheid die nodig is om met de geologische, klimatologische en ruimtelijke uitdagingen om te gaan. Dit valt allemaal samen met een groot tekort aan arbeid. Kan de Minister aangeven hoe zij deze uitdagingen het hoofd wil helpen bieden? Kan zij bijvoorbeeld een stand-van-zakenbrief toezeggen of tijdens dit debat iets meer informatie geven?

Als laatste de vraag aan de Minister hoe huurbescherming geregeld is op de BES-eilanden. Wij horen dat er op Bonaire en Statia recent een huurcommissie opgezet is, maar ook dat deze nog in ontwikkeling is. Op Saba is er bijvoorbeeld geen huurcommissie waar burgers laagdrempelig gebruik van kunnen maken, dus hoe staat het er eigenlijk voor? Herkent de Minister het probleem en wat zou zij hieraan kunnen doen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie geen verdere interrupties. Dan vraag ik de heer White om zijn inbreng te leveren namens GroenLinks-PvdA.

De heer White (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Kan mevrouw Welzijn haar microfoon even uitzetten?

De heer White (GroenLinks-PvdA):

Nogmaals dank u wel, voorzitter. Er is een wooncrisis in Nederland. Dat merken we niet alleen in Europees Nederland, maar ook op de eilanden in Caribisch Nederland. Het is daarom goed dat we vandaag een apart debat voeren over hoe we deze crisis daar kunnen aanpakken. Laat ik positief beginnen. GroenLinks-PvdA is blij dat er de afgelopen jaren serieus werk is gemaakt van de Beleidsagenda Volkshuisvesting Caribisch Nederland. Er zijn concrete maatregelen genomen die zichtbaar effect hebben op de eilanden. Een goed voorbeeld hiervan is de invoering van een verhuursubsidie, waardoor de woonlasten voor sommige huishoudens zijn verlaagd. Het is belangrijk om deze aanpak voort te zetten en verder uit te breiden.

Voorzitter. Er is veel te bespreken, maar binnen de beperkte tijd van dit debat, hoewel we misschien nog wel wat ruimte krijgen, zal ik de actielijnen langslopen. Actielijn Ă©Ă©n: de basis op orde. Zoals bij veel onderwerpen geldt voor GroenLinks-PvdA dat de voorzieningen en het beleid voor Caribisch Nederland gelijkwaardig moeten zijn aan die in Europees Nederland. Dit betekent dat de basisprincipes van volkshuisvesting, zoals kwalitatief goede woningen en adequate huurbescherming, goed geregeld moeten zijn. De vraag is: hoe staat het hiermee en kan de Minister hierop ingaan?

Dan actielijn twee: de woningvoorraad vergroten. Op alle drie de eilanden is er een groot tekort aan betaalbare woningen. Op Bonaire is de bevolkingsgroei sterk, wat grote gevolgen heeft voor de beschikbaarheid en de betaalbaarheid van woningen. Een van de problemen is het hoge aantal tweede woningen van mensen uit Europees Nederland, wat nadelig is voor de lokale bevolking. Hoe kan de Minister Bonaire helpen om dit tegen te gaan?

Daarnaast zien we dat klimaatverandering en extreem weer grote impact hebben op de ruimtelijke ordening en de woningbouw. Mijn fractie mist hier een duidelijke aanpak van de Minister. Hoe wordt dit meegenomen in de plannen?

Verder zijn de cijfers zorgwekkend. Er staan 1.800 mensen op de wachtlijst, terwijl er slechts 558 woningen in beheer zijn. Dit laat zien dat er dringend meer sociale huurwoningen bijgebouwd moeten worden. Dit geldt overigens niet alleen voor Sint-Eustatius, maar natuurlijk ook voor Saba, waar de investeringscapaciteit, de beschikbaarheid van bouwmaterialen en het aantal vakmensen zeer beperkt zijn. Hoe gaat de Minister deze problemen samen met de eilanden versneld aanpakken? Tijdens het rondetafelgesprek hoorden we bovendien ook over de problemen bij het verkrijgen van een hypotheek. Kan de Minister hierop reageren?

Voorzitter. Ik kom nu aan bij actielijn drie: betaalbaarheid. In de commissie voor Koninkrijksrelaties spreken we vaak over de grote zorgen rondom armoede en de hoge kosten van eerste levensbehoeften. De woonlasten zijn een van de grootste problemen. Voor veel mensen dreigt wonen onbetaalbaar te worden. In Europees Nederland kijken we naar de woon- en huurquote, het aandeel van het besteedbaar inkomen dat aan woonlasten opgaat. Dit is een goed instrument om op te sturen, vooral op betaalbaarheid. Welke woon- en huurquote acht de Minister passend voor de eilanden en hoe wil zij hierop sturen?

Daarnaast, zoals ik al eerder heb aangesneden, zijn er goede stappen gezet. Denk aan de verhuursubsidie en de pilot voor bijdragen aan particuliere verhuur. Hoe kunnen deze instrumenten versterkt en uitgebreid worden en wat is het plan van de Minister hierop?

Verduurzaming speelt ook een belangrijke rol in betaalbaarheid, omdat lagere energiekosten de woonlasten structureel verlagen. Hoe gaat het kabinet dit proces versnellen?

Voorzitter. Tot slot actielijn vier: ruimtelijke ordening. Hierover lees ik nog iets te weinig, omdat veel nog in gang moet worden gezet. Voor GroenLinks-PvdA is het wel essentieel dat woningbouw en andere ontwikkelingen plaatsvinden binnen een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet rekening worden gehouden met de unieke natuur op de eilanden en de gevolgen van klimaatverandering. Ook is het belangrijk dat de behoeften van de lokale bevolking centraal staan en dat ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen die afbreuk doen aan de eigenheid van de eilanden worden tegengegaan. Mijn vraag tot slot: hoe ziet de Minister dit? Hoe wil zij samen met de eilanden een toekomstbestendige ruimtelijke ordening vormgeven?

Ik zie uit naar de beantwoording.

De voorzitter:

Dank u wel. U heeft een vraag van het lid Welzijn.

Mevrouw Welzijn (NSC):

Die vraag gaat over de ruimtelijke ontwikkeling. De heer White had het over ongewenst gebruik van de ruimte. Zou hij daar misschien iets over kunnen uitweiden, zodat ik goed kan begrijpen op welk punt hij exact doelt?

De heer White (GroenLinks-PvdA):

Ik heb al eerder kort gerefereerd aan een presentatie die we hebben gehad omtrent demografische ontwikkelingen op de eilanden. Daarin zie je heel duidelijk dat er soms misbruik wordt gemaakt door mensen die niet afkomstig zijn van de eilanden, die veel lobbywerk verrichten en die soms op een hele ludieke manier toch in aanmerking komen voor voorrangsregelingen voor huisvesting.

De voorzitter:

Volgens mij heeft u de vraag van mevrouw Welzijn voldoende beantwoord. Dat is het geval, zie ik. Ik zie geen verdere interrupties, dus ik wil doorgaan naar de heer Meulenkamp, die zijn inbreng zal leveren namens de VVD.

De heer Meulenkamp (VVD):

Dank u wel, voorzitter. In Caribisch Nederland zien we op de woningmarkt en in de ruimtelijke ordening dezelfde problemen als in Nederland. Soms zijn deze problemen op de BES-eilanden zelfs nog lastiger te bestrijden, omdat bouwen nog moeilijker is dan in Nederland. Toch is bouwen de enige oplossing om de problemen op de woningmarkt tegen te gaan en de huizencrisis te bestrijden. De stukken lezende hebben we als VVD vooral een aantal vragen aan de Minister. Ik zal deze vragen stellen in drie deelthema's.

Ik begin met de doelstelling om 2.200 betaalbare woningen te bouwen. Uit de voortgangsrapportage wordt mij niet geheel duidelijk hoe die 2.200 woningen nu gerealiseerd gaan worden. Kan de Minister aangeven hoeveel woningen er tot op heden concreet zijn gebouwd? Wanneer verwacht de Minister dat alle 2.200 woningen gebouwd zijn? In de stukken lees ik dat er nog meer tijd nodig is voor Sint-Eustatius en Saba om de doelstellingen daar te halen. Hoeveel tijd is daar meer nodig?

Ik heb in het rondetafelgesprek al aandacht gevraagd voor flexwoningen. Flexwoningen zijn dé manier om snel meer huizen te bouwen. Dat doen we in Nederland op steeds grotere schaal. Ziet de Minister kansen voor klimaatbestendige en orkaanbestendige flexwoningen, zodat sneller grotere aantallen woningen ontwikkeld kunnen worden? Zo ja, gaat de Minister de BES-eilanden helpen met het realiseren van deze woningen? Daarnaast is het niet duidelijk of eigendomsgrenzen een probleem zijn voor de realisatie van woningen. De vraag is hoe de Minister hiermee om wil gaan. Want als je een woning wilt gaan bouwen, is het toch een probleem als niet duidelijk is van wie welk stukje grond nu is.

Het tweede kopje: voldoende woningen voor de eilandbewoners. Caribisch Nederland is een prachtig gebied. We zien dan ook dat steeds meer mensen van buitenaf er willen gaan wonen en recreĂ«ren. Dat brengt economische kansen met zich mee, onder andere op het gebied van toerisme, maar zorgt ook voor toenemende druk op de woningvoorraad. Kamerbreed is daarom een motie aangenomen om met het bestuurscollege toe te werken naar een andere regulering van de migratie naar Bonaire. Heeft de Minister hierover al contact gehad met het bestuurscollege? Wordt al over concrete maatregelen nagedacht? Wanneer worden de eerste maatregelen genomen? Neemt de Minister dit probleem en haar aanpak hiervan mee in de nieuwe beleidsagenda voor de periode 2026–2030?

Als laatste het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland, kortweg het ROCN. Om de ruimtelijke uitdagingen in Caribisch Nederland het hoofd te bieden, heeft het Minister in het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland zogeheten rijksbelangen geformuleerd. Een aantal van deze belangen worden bindend verklaard. Hiervan mag in de ontwikkelingsplannen niet worden afgeweken. Dan komt bij mij toch het gevoel op: in Nederland zijn we juist bezig om tot minder ruimtelijke regels te komen – dat is al lastig genoeg – zodat we makkelijker kunnen bouwen en hier zien we juist dat een aantal doelen bindend wordt verklaard. Mijn vraag is of hiermee niet juist de nodige flexibiliteit gaat ontbreken om problemen op te lossen. Spannen we het paard niet achter de wagen op deze manier?

Daarnaast gaat voor de VVD ruimtelijke ordening over mensen, over welke impact ruimtelijke ordening heeft op mensen, en niet over verschillende kaartlagen over elkaar heen leggen. Als ik dan naar de legenda kijk op de kaarten die in het ROCN zijn afgedrukt, bekruipt me toch het gevoel dat er vooral kaartlagen over elkaar heen zijn gelegd en dat dat dan het ruimtelijk beleid is. Vaak ontstaat er dan beleid dat in de praktijk niet uitgevoerd kan worden, want het gaat nu eenmaal over mensen. Voor de goede orde: in de legenda staat duidelijk aangegeven dat het over relevante gebieden voor ruimtelijk beleid gaat. Er is echter geen kaartlaag voor bewoond of bebouwd gebied opgenomen, terwijl dat voor mij dus juist is waar het om gaat. Het gaat over de mensen die er wonen. Graag hoor ik hierop een reactie van de Minister.

Tot slot gaf Bonaire in haar reactie op het ROCN aan dat er bij hun nog zorgen leven over het ROCN. Wat is hiervan de stand van zaken?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor uw inbreng. Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Wijen-Nass, die namens de BBB spreekt.

Mevrouw Wijen-Nass (BBB):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. We vinden het heel goed als BBB dat er aandacht is voor de volkshuisvesting en de ruimtelijkeordeningssituatie in Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, ook wel de BES-eilanden genoemd. Wij vinden het belangrijk dat we deze situatie ook bespreken in een commissiedebat, want de voortgangsrapportage die we hebben gekregen van de Minister laat zien dat er best wat werk aan de winkel is.

We hebben laatst ook een rondetafelgesprek gehad als commissie. Daaruit bleek dat er toch echt wel een grote zorg is over de woningnood op de eilanden. Het is heel positief dat er inspanningen worden verricht om de woningvoorraad te vergroten, zoals de bouw van sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen. Het gaat echter niet alleen om het bouwen van nieuwe woningen, maar ook om het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. Uit het rondetafelgesprek dat we hadden, bleek dat er echt een heel groot probleem is. Een groot deel van de woningen wordt benut voor toeristische verhuur en de eigen bevolking kan geen betaalbare woning meer vinden. Dat maakt het voor de eigen inwoners gewoon ontzettend lastig. Mijn vragen aan de Minister zijn als volgt. Hoe wordt de balans gevonden tussen de belangen van de toeristische sector en de woningnood van de eilandbewoners? Is de Minister bereid om extra middelen of capaciteit beschikbaar te stellen om dit te monitoren en te controleren?

Als BBB vinden we dat er echt aandacht moet zijn voor betaalbaar wonen voor mensen met een laag inkomen of een middeninkomen. Er zijn maatregelen genomen, zoals de verhuursubsidie en de pilot Bijdrage Particuliere Verhuur. Dat zijn volgens ons stappen in de goede richting. Mijn vraag aan de Minister is hoe zij ervoor gaat zorgen dat deze maatregelen niet alleen op de korte termijn, maar ook op de lange termijn gaan bijdragen aan betaalbare woningen voor de mensen op de eilanden. Ik ben ook wel benieuwd hoe we dat gaan monitoren en evalueren.

Ook het verbeteren van de financiering van koopwoningen is essentieel. Daar ging het ook in de rondetafel even over. Een pilot zoals de hypotheekgarantie op Bonaire zou misschien uitkomst kunnen bieden, maar zonder voldoende aanbod van betaalbare koopwoningen kan een hypotheekgarantie weinig effect hebben. Ik ben heel benieuwd hoe de Minister ervoor wil zorgen dat het aanbod van betaalbare koopwoningen op Bonaire toereikend is om de effectiviteit van de pilot hypotheekgarantie te waarborgen, en of er misschien nog aanvullende maatregelen zijn om dit te realiseren.

Mevrouw de voorzitter. Dan nog kort over het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland, waarover mijn collega van de VVD het zojuist al uitgebreid had. Dat is een heel belangrijk instrument voor de ruimtelijke inrichting van de eilanden, maar wij vinden het wel belangrijk dat het ROCN blijft dienen als een kader voor de eilandelijke ruimtelijke ontwikkelingen en niet als een beperking. Er moet rekening gehouden kunnen worden met de specifieke behoefte van elk eiland. Ik ben heel benieuwd hoe de Minister ervoor kan zorgen dat het ROCN geen beperking vormt voor de uitvoering van bijvoorbeeld woondeals, om ook daar te kunnen gaan bouwen en de woningnood op te lossen.

Dat was het voor nu. Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Ik kijk even rond. Ik zie geen verdere interrupties. Dat betekent dat we aan het einde zijn gekomen van de eerste termijn van de Kamer. De Minister geeft aan graag een halfuur te willen schorsen. Ik kijk even op de klok. Dat betekent dat ik tot 16.35 uur schors en de vergadering dan heropen.

De vergadering wordt van 16.05 uur tot 16.34 uur geschorst.

De voorzitter:

Welkom allemaal. Hierbij heropen ik de vergadering. We zijn toegekomen aan de eerste termijn van de kant van het kabinet. Ik wil graag het woord geven aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, mevrouw Keijzer.

Minister Keijzer:

Dank u wel, voorzitter. Ik vind het mooi om hier over zo'n mooi onderwerp te spreken. Naar ik heb begrepen, wordt er ook altijd vanaf de eilanden heel goed geluisterd naar dit debat. Als ik het goed heb begrepen, gaat het daar nu zo ongeveer richting het middaguur. Ik hoop dus dat de aandacht er nog even bij kan blijven, voordat de honger weer omhoogkomt.

Dit is een onderwerp, het Caribisch deel van Nederland, de BES-eilanden, dat ik niet voor de eerste keer in mijn portefeuille heb, om het maar eens zo te zeggen. Tussen 2017 en 2021 was ik Staatssecretaris Economische Zaken. Daardoor was ik verantwoordelijk voor de telecommunicatie op de eilanden. Maar omdat mijn collega, Eric Wiebes, het eigenlijk wel handig vond dat ik sowieso bij die debatten aanwezig was, heb ik in die tijd ook gewoon heel erg veel meegekregen van de energievoorziening op de eilanden. In die jaren is het mij alleen nooit gelukt om ook naar de eilanden te gaan. Ik memoreer even dat in de periode 2017–2021 de coronatijd zat. Toen het moment daar was om richting de eilanden te gaan, was het juni 2020. We weten allemaal wat er toen allemaal gebeurd is. Het is me dus nooit meer gelukt. Maar ik vind dat, als je ergens over praat, je het ook een keer gezien moet hebben. Het plan is echt, ijs en weder dienende, Deo volente, om nog voor de zomer die kant op te gaan.

Ik heb gelukkig gisteren, weliswaar via videoverbinding, kennisgemaakt met twee gedeputeerden – zo heet dat daar, geloof ik – van elk eiland. Dit waren dus de bestuurders van de gemeentes, van het openbaar lichaam, zeg ik maar even. Dat vond ik in ieder geval al heel verhelderend – het was weliswaar kort – om van hen te horen hoe en wat, hoe ze ernaar kijken en wat de problemen zijn. Ik heb ook gezegd: ik heb eigenlijk een ontzettende hekel aan dat online vergaderen. Online kennismakingen zijn natuurlijk al sowieso verschrikkelijk. Ik zie er dan ook naar uit om gewoon ter plekke met mensen te spreken of met hen het gesprek te voeren als ze hier zijn.

Voorzitter. Dat is even een persoonlijke noot. Als kabinet willen wij ons echt hardmaken voor de regio, vooral voor de eigen kracht van die regio. Dat stuk heet Elke regio telt! Dat geldt natuurlijk ook voor het Caribisch deel van ons Koninkrijk. De inwoners van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba voelen zich uiteraard verbonden met hun eigen eiland. In de gesprekken die ik eerder gevoerd heb, voel je ook de trots en de liefde voor de plek waar ze wonen en leven. Ik noem saamhorigheid, toewijding en volharding; ik heb het alleen nog maar op foto's gezien, maar dat is al adembenemend mooi. Dat geldt voor de flora en fauna, en de kracht van de eigen cultuur.

Tegelijkertijd zijn de eilanden kwetsbaar; dat weten we ook allemaal. Het is ook door een aantal van de Kamerleden ingebracht. Ik heb het bijvoorbeeld over klimaatverandering, overstromingen, hitte en regenval. Ze zijn kwetsbaar als het gaat om middelen van bestaan: economie, werkgelegenheid en uitvoeringscapaciteit. Alles moet zo'n beetje aangeleverd worden. Er is door een aantal van u gevraagd: hoe zorg je dat daar voldoende arbeiders komen om te bouwen en hoe houd je de bouwkosten in bedwang? Ja, dat wordt dus gewoon moeilijk, omdat alles daarnaartoe moet worden gebracht. Maar het is vervolgens voor ons wel goed om daar oog voor te hebben en dat onder ogen te zien. Desalniettemin moeten we toch met oplossingen komen.

Dat hebben we gedaan met het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland. Dit is overigens vastgesteld door het kabinet, maar het is wel na een uitgebreid participatieproces, zoals dat dan heet, met inspraak ter plekke en terinzagelegging, tot stand gekomen. De gedachte daarachter is een duurzame en veilige ruimtelijke inrichting van de eilanden door kaders voor de ontwikkelingsplannen te stellen die bijdragen aan economische ontwikkeling – duurzame economische ontwikkeling, zeg ik richting de heer White – een gezond leefmilieu, goede ruimtelijke kwaliteit en bescherming van de culturele en natuurwaarden. Het is vervolgens alleen wel aan de eilandbestuurders om daar invulling aan te geven. Ik ben mij zeer bewust van het evenwicht dat je altijd moet vinden tussen aan de ene kant de eigen verantwoordelijkheid die ligt bij het openbaar lichaam en de vraag die ook af en toe aan mij gesteld wordt voor ondersteuning. Dat is een vraag om ondersteuning, niet een vraag om het over te nemen. Zoals ik in Nederland bepaalde bevoegdheden heb om op een gegeven moment te zeggen «onder deze voorwaarden moet het», heb ik die daar natuurlijk ook.

Voorzitter. Mevrouw Welzijn zei net terecht al: de woningnood die we in Nederland hebben, hebben we daar gewoon ook. Het niet kunnen vinden van een woning die past bij het inkomen, de levensfase of de gezinssamenstelling, betekent gewoon dat je een stabiele basis mist, dat je levenskeuzes uitstelt en dat mensen schulden opbouwen door te hoge woonlasten, en dat heeft effect op je welbevinden. Daarom is het goed dat wij hier vandaag – ik ben blij dat u hier alle vier bent – met elkaar praten over volkshuisvesting en ruimtelijke ordening in Caribisch Nederland.

In de gesprekken die ik gevoerd heb, heb ik trouwens ook gemerkt dat er echt behoefte is om samen te werken en dat wordt gevraagd om ondersteuning. Al eerder hebben we daar resultaten van gezien, van de samenwerking tussen het Rijk en de eilanden, in de Beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor Caribisch Nederland. Deze beleidsagenda voorziet in een gezamenlijke aanpak van het Rijk, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba tot 2026. De aanpak kent eilandoverstijgende en eilandspecifieke maatregelen voor woningbouw, betaalbaarheid, ruimtelijke ordening en de basis op orde brengen. Je hebt het over 2 of 30 woningen. Ik ben zelf wethouder ruimtelijke ordening geweest in een gemeente met 17.000 inwoners, van 1998 tot 2002, en ik waande mij weer een beetje terug in die tijd. Overzichtelijk, wil ik daarmee zeggen, maar daarmee is vaak de uitdaging niet minder groot.

Vorige week heb ik de voortgangsrapportage 2024 aangeboden die hoort bij de beleidsagenda. In die voortgangsrapportage wordt aangegeven dat er gestage voortgang is. Soms zou je willen dat het meer was, maar er is wel voortgang op de vier actielijnen. Voor de eilanden is de huurlastenverlichting toegenomen en is de energiearmoede afgenomen door de financiering en plaatsing van zonnepanelen op sociale huurwoningen. Daarnaast is het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland vastgesteld. Daarnaast zijn er specifiek per eiland een aantal resultaten. Op Bonaire is een woningtelling opgeleverd. Hoeveel woningen hebben we nou? Er zijn 68 nieuwe sociale huurwoningen opgeleverd en er is een bedrag van iets meer dan 2,7 miljoen euro beschikbaar gesteld uit het Volkshuisvestingsfonds. Op Statia is een huurcommissie benoemd, zijn twintig sociale huurwoningen gerenoveerd, is een bedrag van iets meer dan 1,2 miljoen uit het Volkshuisvestingsfonds ter beschikking gesteld en is een Regio Deal ter waarde van 10 miljoen overeengekomen. Op Saba is de voorbereiding voor de introductie van een woningwaarderingssysteem gestart. Dat is gewoon goed, want dan ga je met elkaar bepalen wat de maximale prijs is. Er zijn achttien nieuwe sociale huurwoningen opgeleverd en er is een bedrag van 1 miljoen uit het Volkshuisvestingsfonds ter beschikking gesteld en een Regio Deal ter waarde van 5 miljoen euro.

Voorzitter. Die voortgangsrapportage laat dus voortgang zien. Het zijn mooie resultaten op weg naar het mogelijk maken van betaalbaar wonen voor meer mensen op de eilanden en het meer en beter beschermen van de leefomgeving. Maar het is natuurlijk niet genoeg. Daar zag ook een flink aantal vragen op. De disbalans in vraag en aanbod op de woningmarkten van de eilanden wordt maar langzaam minder. Er is voortgang, langzaam maar gestaag. Op Bonaire zijn op grond van de afspraken tussen Rijk en openbaar lichaam uit 2019 de eerste 193 sociale huurwoningen opgeleverd. De totale opgave was ruim 2.100 woningen. Bijna 200 dus, terwijl je er 2.100 nodig hebt. Hoe kijk je daarnaar? Voel je je gezegend met 200 woningen, of zeg je dat je er nog 1.900 tekortkomt? Het is maar net waar je staat. Als je in een van die woningen terechtkomt, ben je blij, maar die andere mensen denken dan: wanneer ben ik aan de beurt? Ik realiseer me dat heel goed. Op Sint-Eustatius zijn er sinds 2009 2 woningen van de geprognosticeerde 52 woningen gerealiseerd. Voor Saba geldt: 38 van de afgesproken bouwopgave van 88. Nog 50 te gaan dus.

Hiervoor zijn oorzaken aan te wijzen. Ik heb het net al gezegd, en een aantal van u refereerde er ook aan: een kleine bouwsector met concurrentie van het bouwen van toeristische verblijfplekken. Verder: lokale woningstichtingen en openbare lichamen die niet beschikken over financiĂ«le middelen, onvoldoende bouwlocaties, bijvoorbeeld door onduidelijkheid over de vraag van wie de grond is, het ontbreken van bepaalde wet- en regelgeving, of verouderde wet- en regelgeving, een trage vergunningverlening – in die zin lijkt het Nederland wel – en geen beschikbare uitvoeringscapaciteit. Ook dat laatste is een probleem. Dat gaat dus over voldoende ambtenaren om het werk te verrichten. Dit moet gewoon veranderen.

Tegelijkertijd moeten we kiezen, want de capaciteit en de financiële middelen zijn beperkt en kunnen maar één keer worden ingezet. We moeten dus komen tot een heldere prioritering. Ik zou de beschikbare mensen en middelen op mijn Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, VRO, en in de openbare lichamen vooral willen inzetten om het bouwen te versnellen. In voortgang kun je niet wonen, in gerealiseerde huizen wel. Daar moet wat mij betreft dan ook de prioriteit liggen. Die prioriteit heb ik in Nederland en die wil ik ook voor het Caribisch deel van Nederland.

Ik heb met de bestuurders van de eilanden besproken dat ik graag zou komen tot een actieprogramma stimulering van woningbouw, waarin niet alleen belemmeringen worden benoemd – die kennen we wel; ik heb ze net opgesomd – maar ook oplossingen voor de korte termijn. Soms liggen die op rijksniveau, bijvoorbeeld het opstellen van een woningwet. Ik kom straks te spreken over de planning daarvan, zeg ik tegen onder anderen mevrouw Welzijn. Soms liggen ze ook op eilandniveau. Denk aan het inzichtelijk maken van de eigendomssituaties of het aanpassen van het ruimtelijk ontwikkelingsplan.

Ik ben ervan overtuigd dat als we onze bevoegdheden, mensen en middelen beter inzetten voor een duidelijke prioriteit en dan dus ook accepteren dat andere zaken wat langer duren, we het gezamenlijke doel van een versnelling kunnen realiseren. Mijn ministerie gaat een traject inzetten om samen met de eilanden te komen tot een dergelijk stimuleringsprogramma. Ik hoor graag wat u daarvan vindt. Ik streef ernaar om, zoals gezegd, voor de zomer richting de eilanden te gaan om daar te bespreken: hoe dan, wat dan en wanneer dan? Dat kan vervolgens onderdeel zijn van een breder beleid voor de jaren na 2026, als een vervolg op de huidige beleidsagenda. Ook daarvoor zal gelden: duidelijke keuzes die rekening houden met de beschikbare uitvoeringscapaciteit – denk aan mensen die de vergunningen moeten verlenen, om maar een voorbeeld te noemen, of mensen die de huizen moeten bouwen – financiĂ«le middelen en expertise. Als we die keuzes gaan maken, kunnen we uiteindelijk op verschillende belangrijke onderwerpen voortgang maken.

Voorzitter. Dat was om te beginnen het algemene verhaal. Ik heb hier vier mapjes, voor alle vier de woordvoerders, waarin de vragen zitten. Ik ga, voor zover ik ze nog niet heb beantwoord, de vragen beantwoorden. Ik zal de mapjes laten zien: een voor GroenLinks-PvdA, een voor de VVD, een groene voor de BBB en een witte voor NSC. Ik verwacht nu eigenlijk gewoon applaus voor de ambtenaren die dit voor mij gedaan hebben. Ik houd van dit soort details, want dit geeft maar aan dat je aandacht hebt voor wat je doet.

De voorzitter:

Het is prachtig. Aandacht is zeker altijd goed. Toch had mevrouw Welzijn al een interruptie, dus wil ik haar graag het woord geven.

Mevrouw Welzijn (NSC):

Mooi om de inleiding van de Minister te horen. Tijdens de schorsing hadden wij als commissie ook het idee om die kant op te gaan, om letterlijk beeld bij de zaak te hebben en te horen, te zien, te proeven en te ruiken hoe het daar is. De Minister gebruikte het woord «overzichtelijk». Dat is wat mij betreft ook echt het juiste woord. Het lijkt zo overzichtelijk als je die aantallen hoort. Je zou er bijna geen stress van krijgen. Toch is het een soort wicked problem, toch is het taai en lastig om het voor elkaar te krijgen. De Minister heeft de oorzaken heel mooi benoemd, maar welke van deze oorzaken – misschien is het een combinatie van oorzaken – maakt nou dat het, behalve overzichtelijk, toch taai is?

Minister Keijzer:

Ik vind het een mooie vraag van mevrouw Welzijn. Het schetst waar je in dit geval naar kijkt. Ja, het is overzichtelijk. Ik heb hier de inwoneraantallen. Op Saba wonen ... Even kijken, er staat niet bij van wanneer dit cijfer is. Naast mij hoor ik «2024». Saba heeft 2.060 inwoners op 13 vierkante kilometer. Nou, in een halfuurtje ben je rond, zullen we maar zeggen. Sint-Eustatius: 21 vierkante kilometer, 3.204 inwoners. Bonaire: 294 vierkante kilometer, 25.133 inwoners. Overzichtelijk, maar het zijn eilanden. Het zijn eilanden met een bepaalde geschiedenis, met een bepaalde geologie, met bepaalde winden die erop inbeuken. Alles moet er per boot of vliegtuig komen. De mensen die het werk kunnen doen, zijn uiteraard ook beperkt. Hiervoor is niet een enkele oplossing, want zelfs als je het geld ertegenaan zou gooien, hoe krijg je dan het materiaal daar en welke mensen gaan het doen? Dit is echt stug doorwerken. Dat moeten we volgens mij in dit geval doen met elkaar.

De heer White (GroenLinks-PvdA):

Ik wilde op voorhand de Minister al een compliment geven voor het beeld dat zij schetst. Ik heb echt het idee en het gevoel dat dit een goed beeld van de materie is. Dat is echt een compliment waard, maar dat geldt natuurlijk ook voor de staf en de ambtenaren, die hierin ook een aandeel hebben. Heel prettig om te horen dat de behoeftes – de Minister refereerde daar net aan – samen met de bestuurders worden ingevuld. Het contact is dus goed. De Minister heeft ook goed oog voor autonomie versus toch onderdeel zijn van ons Koninkrijk. Die balans is altijd weerbarstig. Ik proef hieruit – maar goed, dat wil ik nog een keer bevestigd hebben – dat de Minister een goede modus heeft gevonden om samen met de bestuurders van de eilanden te komen tot constructieve oplossingen. Dat moet straks blijken uit de beantwoording van de specifieke vragen die we hebben. Volgens mij is er een goede basis nodig. Dan gaat het om het relationele vlak.

Minister Keijzer:

Zo is het altijd. Even de vergelijking maken met het Nederlandse deel van het Koninkrijk. Ik heb een aantal keren met de Kamerleden gediscussieerd over ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. Om antwoord te geven op de vraag van de heer White: ja, ik heb bevoegdheden in de wet, maar ik prefereer elke dag van de week het gesprek. Tegenover elkaar komen te staan kost in ieder geval tijd en geld en houdt je af van het realiseren van woningen. Hier geldt wat mij betreft hetzelfde. Het begint in eerste instantie met wat mensen in een dorp, in een stad of in een regio zelf willen. Wat willen ze nou zelf? Wat vinden zij zelf goede ruimtelijke ordening? Wat vinden zij zelf verantwoorde woningbouw?

Ik ga dat dus hier niet op een andere manier doen, maar tegelijkertijd geldt dat ik bepaalde kaders heb. Kijk bijvoorbeeld naar de discussie die ik heb over mijn financiële instrumentarium, de vijf keer 1 miljard, waar trouwens ook een deeltje voor Caribisch Nederland in zit. Dat is beschikbaar voor het realiseren van 30% sociaal en twee derde betaalbaar. Als jij dan iets anders wilt, waardoor de rekening oploopt, financieel gesproken, dan moet je niet bij mij wezen. Ik vind dat dat in mijn beleid zit. Ik ga bijvoorbeeld straks met uw Kamer spreken over de Wet versterking regie volkshuisvesting. Daar zit een bepaalde norm in. Die hebben we dan met elkaar afgesproken. Hier geldt een beetje hetzelfde voor. Er zijn op een gegeven moment grenzen, maar ik vind dat je het gesprek altijd moet aangaan. Er is ook een bepaalde autonomie om het zo te doen als jij vindt dat het past bij jouw wereld. Hier zijn het dan eilanden, maar bij jouw dorp, bij jouw stad, bij jouw eiland.

De voorzitter:

Helder. Even kijken. Volgens mij hebt u het eerste mapje voor u en ik zie een geel mapje: NSC, Merlien Welzijn.

Minister Keijzer:

Dit is gewoon wit, voorzitter, want anders gaat het verhaal niet meer op. Is dit trouwens wel VVD-blauw, vraag ik aan de heer Meulenkamp. Ja, hĂš? We doen gewoon net alsof. Goed gedaan.

Voorzitter. Ik heb een aantal vragen. Ik ga gewoon mijn best doen en ik merk vanzelf wel of ik voldoe aan de vragen die zijn gesteld. Mevrouw Welzijn vroeg naar de Woningwet BES. Ik refereerde er net al even aan. In de brief van 10 december jongstleden – dat is punt twee op de agenda voor vandaag – heb ik aangegeven dat de Woningwet BES de lokale woningstichtingen beter in staat zal stellen een bijdrage te leveren aan de bouw van betaalbare huurwoningen. Daarmee gaat deze Woningwet BES een instrument zijn om de woningbouw te versnellen. De wet stelt bestuurlijke en financiĂ«le kaders voor toekomstige woningcorporaties in Caribisch Nederland, dus de toegelaten instellingen. Daar wordt ook naar gevraagd. Richting de heer White: dit is een van de dingen die uiteindelijk geregeld gaan worden in een wet en dat is dan wel het kader dat je met elkaar vaststelt. Na toelating – dan moet er dus wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan – worden zij onderdeel van het bestel van woningcorporaties met toezicht van de Autoriteit woningcorporaties, ons allen ook bekend.

Een doel van deze wet is ook om de deelnemers van het waarborgfonds de zekerheid te bieden dat Caribisch Nederlandse corporaties solide instellingen zijn die de verantwoordelijkheid van het stelsel aankunnen. Want er zitten natuurlijk altijd financiële risico's aan vast. Tegelijkertijd biedt de wet maatwerk voor de Caribische context en schaalgrootte. Hierbij moet worden gedacht aan Europese regelgeving die dan niet van toepassing is. Het wetsvoorstel is in ambtelijke voorbereiding, waarbij contact is met belangrijke stakeholders op de eilanden, en de inwerkingtreding is beoogd voor 1 januari 2027. De bel gaat. Ik hoop dat het nog net verstaanbaar was: 1 januari 2027. Dat is uiteraard ook afhankelijk van de wetsbehandeling in de Staten-Generaal, dus in uw gremium.

Mevrouw Welzijn vroeg mij ook naar de expats.

De voorzitter:

Mevrouw Welzijn heeft een vraag, volgens mij over het eerste onderwerp.

Mevrouw Welzijn (NSC):

Dat klopt. Dank, voorzitter. Ook dank aan de Minister voor dit antwoord. Het is duidelijk, ook met een heldere tijdslijn. Als we die Woningwet BES hebben, die de optie geeft om toegelaten te gaan worden, is er ook nog tijd nodig. Heeft de Minister een beeld bij hoeveel tijd er nog voorbijgaat in dat proces om toegelaten te kunnen worden? Is dat binnen zes maanden geregeld of binnen een jaar? Ben je er vijf jaar mee bezig? Dan weten we wanneer echt de vrucht geplukt kan worden.

Minister Keijzer:

Nee, dat kan ik niet zeggen. Uiteraard wordt er al wel voorwerk gedaan. Er zijn volgens mij ook al stichtingen op de eilanden actief, in ieder geval op Ă©Ă©n. Daar wordt dus wel het gesprek over gevoerd, zodat je voorwerk kunt verrichten. Maar ja, uiteindelijk zul je wel echt de beoordeling moeten doen. Maar ook dit gaat in gezamenlijkheid.

De heer White (GroenLinks-PvdA):

Goed om te horen dat het streven is om die wet op 1-1-2027 gerealiseerd te hebben. Hoor ik dat goed? Ik ben wel heel erg benieuwd – misschien is het op dit moment nog moeilijk aan te geven – of in de totstandkoming daarvan en in het proces daartoe het uitgangspunt ook zou moeten zijn dat het gelijk wordt getrokken met de kwaliteitsnormen die gelden voor het Europese deel van het Koninkrijk.

Minister Keijzer:

Even zien waar het nu precies in mijn tekst stond. Volgens mij juist niet, omdat niet alles daar past. Je zult dus echt goed moeten kijken en moeten aansluiten bij de context van de eilanden, de schaalgrootte van de eilanden. Dat heeft natuurlijk ook consequenties voor het financiële risico dat je loopt. Als ik de afgelopen jaren wetgeving voorbij zag komen die van toepassing werd op de eilanden, stelde ik mezelf altijd de vraag: passen deze eisen bij de schaalgrootte van de eilanden? Ik vind namelijk dat je daar voorzichtig mee moet zijn. Sowieso vind ik dat wij in z'n algemeenheid wel heel veel regels hebben in dit land, die ook nog weleens hun doel voorbijschieten. Als je het dan hebt over eilanden waar bij elkaar opgeteld een goeie 30.000 mensen wonen, dan kun je je afvragen of je alle regels voor Nederland, waar 18 miljoen mensen wonen, op dezelfde manier van toepassing moet laten zijn. Ik heb daar dus enige terughoudendheid in, gewoon voor mezelf al.

De voorzitter:

Volgens mij heeft de heer White een vervolgvraag.

De heer White (GroenLinks-PvdA):

Ik begrijp de zorg inderdaad. Volgens mij is die ook wel goed en terecht. Ik wil het misschien ook nog nuanceren. Ik kijk ook wel naar hoe je dat relativerend, relatief gezien kan benaderen. Het hoeft niet absoluut te zijn, maar dat dat relateert aan de kwaliteitsnormen die voor Nederland zouden gelden.

Minister Keijzer:

Ik vind dat we gewoon echt moeten kijken wat er ter plekke nodig is, om te voorkomen dat – wat is de uitspraak ook alweer? – het nastreven van het beste de vijand wordt van het goede. Volgens mij is dat een mooi gezegde daarbij. Ik ben daar gewoon vanuit mezelf al een klein beetje terughoudend in, omdat de schaal gewoon compleet onvergelijkbaar is. Je moet gewoon kijken wat er nodig is om een verantwoord beleid in wetgeving te laten landen die nodig is voor toegelaten instellingen op de eilanden die vervolgens die huisvestingstaak kunnen gaan uitvoeren.

De voorzitter:

Mevrouw Welzijn heeft daar ook een vraag over.

Mevrouw Welzijn (NSC):

Nee. Ik had net eigenlijk een vervolgvraag, maar ik ben gewoon niet snel genoeg. De Minister gaf net over het proces om toegelaten te worden aan dat er voorbereidingen getroffen kunnen worden, maar dat daar nog niet echt een tijdslijn voor bekend is. Hoe kunnen wij dit als Kamer volgen? Voor mijn fractie is het een belangrijk punt. Hoe kunnen wij zicht krijgen op dat proces van toegelaten worden? Want het was echt een hartenkreet – dat woord durf ik wel te gebruiken – in de rondetafels die wij hebben gehad vanuit de eilanden. Het is een belangrijk punt, die toelating.

Minister Keijzer:

Het wetsvoorstel gaat rond de zomer naar de Tweede Kamer. U kent het systeem. Dan krijgt u een verslag en dan krijgt u een nota naar aanleiding van het verslag. Dat zijn mooie momenten om met elkaar hier de vinger aan de pols te houden. Laten we dat gewoon aangrijpen om dit gesprek goed met elkaar te voeren. Als dan blijkt dat het nog niet zover is, kunnen we het mee gaan nemen in voortgangsrapportages.

Voorzitter. De expats. In Caribisch Nederland is er ook interesse van expats voor wonen. Dit tegengaan is een eilandtaak. Het instrument dat eilanden hiervoor kunnen inzetten is, net als in Nederland trouwens, uiteindelijk de huisvestingsverordening. Daar heb ik al het een en ander over gezegd. Dat is ook iets wat de eilanden zelf moeten doen.

Dan heb ik nog de vraag van mevrouw Welzijn van de NSC-fractie hoe de huurbescherming geregeld is op de BES-eilanden. Het is van belang om te melden dat huurders en verhuurders laagdrempelige rechtsbescherming genieten in geval van huurgeschillen. In de beleidsagenda is daarom opgenomen dat er huurcommissies zullen worden ingesteld. Ik heb net aangegeven hoe het daarmee staat. Er wordt in samenspraak met het OLB en de Huurcommissie Bonaire zelf doorlopend gekeken hoe deze huurcommissie het beste kan worden gefaciliteerd in deze belangrijke taak. Want nu kunnen mensen die een huurgeschil hebben zich dus melden. In dit kader zullen de komende tijd ook een aantal wijzigingen in de organisatiestructuur, de bemensing en de financiering worden doorgevoerd. Parallel wordt gewerkt aan het instellen van huurcommissies op de andere twee eilanden.

Even zien. Volgens mij heb ik dan de vragen van mevrouw Welzijn beantwoord, tenzij zij van mening is dat dat niet zo is.

De voorzitter:

Volgens mij heeft u haar vragen inderdaad beantwoord, maar ik zie dat mevrouw Welzijn nog een interruptie heeft of een nadere vraag.

Mevrouw Welzijn (NSC):

Ja, precies. De vragen worden prima beantwoord door de Minister, maar dat geeft ook in dit geval aanleiding tot een vervolgvraag. Ik zat nog even te kauwen op dat antwoord over de expats. Ik begrijp dat de Minister zegt dat dat een lokale aangelegenheid is, maar het is best een hardnekkig probleem en ook een groot probleem. De lobby die daarachter zit, is ook best machtig. Dus toch ook even de toetsvraag of de Minister het idee heeft dat ze het echt kunnen of dat er misschien nog iets aangereikt zou kunnen worden in kennis, of dat er iets geëquipeerd zou kunnen worden, om ze daadwerkelijk in staat te stellen om het succesvol aan te pakken.

Minister Keijzer:

Die hulp wordt gegeven. Dit is ook het gesprek dat ik graag met ze wil voeren: wat kunnen ze wel, waar hebben ze hulp bij nodig en wat kan ik daarin betekenen? Ik heb natuurlijk ook een opdracht om het met 22% minder ambtelijke capaciteit te doen, dus mijn polsstok is ook niet oneindig. Maar daar waar iets uitgezocht kan worden of geholpen kan worden, is dat niet nagelaten in het verleden en blijven we dat natuurlijk, binnen de middelen die wij zelf hebben, doen.

Dan de vragen van de VVD-fractie. Meneer Meulenkamp vroeg aan mij of het mogelijk is dat er – voorzitter, ik had beeld – orkaanbestendige prefabwoningen worden gebouwd. Dat kan. Dat kan technisch gesproken, maar financieel is het geen optie. De modulaire elementen – daar heb je een fabriek voor nodig – worden niet op de eilanden gemaakt, dus die moeten ergens anders worden gemaakt en worden verscheept. Dat werkt kostenverhogend. Ze moeten worden aangepast aan lokale omstandigheden – orkaanbestendig, zon, zand, zout, andere isolatie, andere elektra – en de elementen moeten nog kleiner zijn voor het transport. Dat is gewoon kostenverhogend, waarbij de betaalbaarheid van de woningen uit het vizier raakt.

De voorzitter:

De heer Meulenkamp heeft een vraag over specifiek de flexwoningen, volgens mij.

De heer Meulenkamp (VVD):

Ja, zeker. Het lijkt mij ook heel complex om gewone woningen te bouwen op zo'n eiland. Het moet ook allemaal van ver komen en de arbeiders zijn er niet, terwijl de huizen hier tegenwoordig aan de lopende band uit de fabriek komen. Hebben we een staatje van wat een orkaanbestendige flexwoning kost en wat het kost om een woning daar te bouwen? U geeft het nu heel zeker aan: het is toch gewoon onbetaalbaar. Maar ik kan me haast niet voorstellen dat niemand dat rekensommetje al een keer gemaakt heeft. Ik zou het dus graag zien.

Minister Keijzer:

Onbetaalbaar is niets. Het is altijd de vraag hoeveel geld je hebt. Alleen is dit kostenverhogend. Je hebt daarvoor een speciaal soort ontwikkeling nodig, want je moet ze kleiner maken en je moet ze geschikt maken voor op de eilanden. Dan heb je trouwens ook personeel nodig die ze in elkaar kan zetten. Ik snap dat de heer Meulenkamp denkt: dit is de oplossing. Ik denk dat dit gaat vertragen. Maar ik ga kijken of hier rekensommen voor zijn. Als die er zijn, zorg ik dat de Kamer die krijgt. Laten we het gewoon zo met elkaar afspreken.

Voorzitter. De heer Meulenkamp heeft ook gevraagd naar migratie. De motie-Van Nispen is aangenomen over de regulering van migratie. De vraag was of dit gaat worden meegenomen in de beleidsagenda vanaf 2026. Deze gaat samen met de eilanden opgesteld worden. Van mijn kant zal er ook aandacht zijn voor de doorwerking van de ontwikkelingen in de migratie die door de staatscommissie in beeld zijn gebracht. De aanbevelingen van de staatscommissie voor gematigde groei worden per eiland meegenomen in het traject. Voor Bonaire betekent dat grip krijgen op de bevolkingsgroei door economische keuzes te maken. De dalende trend in de economie en in de bevolking keren, geldt voor Sint-Eustatius. Voor Saba moeten er keuzes worden gemaakt vanwege de beperkte ruimte die daar is.

Ook werd aan mij gevraagd hoe het staat met de uitvoering en de handhaving van het ROCN, met daarin opgenomen de rijksbelangen.

De voorzitter:

Ik wil voorstellen dat we het blokje even afmaken. Is dat handig? O, mijn excuses.

Minister Keijzer:

Ik heb vandaag partijenblokjes.

De voorzitter:

Ja, partijenblokjes. Stelt u uw vraag, meneer Meulenkamp.

De heer Meulenkamp (VVD):

Het ging even over de motie over migratie die aangenomen is. Mijn vraag was onder andere of er daarover al contact is geweest met Bonaire. Ik snap dat het in het beleid opgenomen gaat worden, maar is er al concreet contact geweest met Bonaire? Dat is toch het grootste eiland. Misschien heeft dat ook het grootste probleem qua groei van de bevolking. Is er nu al met Bonaire gesproken? 2026 is namelijk dichtbij.

Minister Keijzer:

Door mijn collega van Koninkrijksrelaties wordt hieraan gewerkt. Er is dus ook contact geweest.

Voorzitter. Dan de rijksbelangen in het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Caribisch Nederland. Er zijn veertien rijksbelangen. Die zijn vastgesteld in overleg met de fysieke departementen en de drie bestuurscolleges. Bij het opstellen of wijzigen van de eilandontwikkelingsplannen moeten de rijksbelangen daarin op goeie wijze worden verwerkt. Bij de plannen van Bonaire en Sint-Eustatius is dat al het geval. Saba werkt aan het opstellen van het eerste ontwikkelingsplan voor dat eiland. Het ROCN beschrijft ook de maatregelen waarmee ik de ruimtelijke doelstellingen van het Rijk wil realiseren. Het voeren van een gestructureerd overleg tussen het openbaar lichaam en de Rijksoverheid speelt hierbij een rol. Zoals ik net ook al aangaf, is dit niet iets wat wij hier bedacht hebben. Dit is echt met participatie op de eilanden tot stand gekomen. In een zo vroeg mogelijk stadium wil ik de eilanden natuurlijk ook betrekken bij de verdere uitwerking daarvan. Ik sta namelijk aan de lat voor de rijksbelangen en om ervoor te zorgen dat die een plek krijgen in de ontwikkelingsplannen. Ik heb in het begin al gezegd dat je uiteindelijk ook instrumentarium hebt. Dat is de aanwijzingsbevoegdheid die ik heb. Voor het Nederlandse deel heten die inmiddels «instructiebesluiten». Hier is het gewoon nog de ouderwetse aanwijzing. Dat heb ik ooit geleerd toen het nog de Wet ruimtelijke ordening was. Ook vroeg de heer Meulenkamp of er een kaartlaag bewoond of bebouwd gebied is opgenomen. Dat is een terechte constatering. In een volgende versie gaat dat gebeuren.

Er is ook een vraag gesteld over toeristisch verhuur. Dat is ook aan de orde geweest in het gesprek dat ik gehad heb met de bestuurders op de eilanden. Er ligt inmiddels een startnotitie voor de huisvestingsverordening op Bonaire, waar de druk op de toeristische woningvoorraad het grootst is. Zoals ik net al aangaf, is de huisvestingsverordening wel een eigen bevoegdheid. Momenteel worden daar maatschappelijke partijen en organisaties voor geconsulteerd. Ik verwacht dat zij in de loop van dit jaar een verordening kunnen opstellen.

De heer Meulenkamp vroeg ook naar de aantallen woningen. Die heb ik net opgesomd, dus die ga ik nu niet herhalen.

Daarmee heb ik volgens mij de vragen van de heer Meulenkamp beantwoord.

De voorzitter:

Dan ga ik even kijken of de heer Meulenkamp vindt dat zijn vragen beantwoord zijn, of dat hij misschien nog een verdiepende vraag heeft.

De heer Meulenkamp (VVD):

Een verdiepende vraag. Het is mooi dat de legenda wordt aangepast; laat ik het zo zeggen. Het is toch heel belangrijk voor de ruimtelijke ordening: waar wonen mensen en hoe gaan we dat doen?

Ik heb ook nog gevraagd waar nu de flexibiliteit in het beleid zit. Wat is dan bindend en niet bindend? U gaf in uw eerste algemene verhaal aan dat het programma in participatie is gegaan op de eilanden en dat het ter inzage heeft gelegen, en dat u vindt dat de uitvoering op de eilanden moet liggen. Ik ben een oud-wethouder ruimtelijke ordening, dus het zou mij als muziek in de oren klinken als de Rijksoverheid tegen mij als wethouder zou zeggen: er zijn wat kaders, maar voor de rest mag u zichzelf redden. U zult dat zelf ook gehad hebben. Maar er staan best wel veel bindende afspraken in dat document. Dat benauwde mij toen ik dat las. Dan denk ik: hoe kijkt u daar zelf tegen aan? Wat is dan nog de ruimte op de eilanden? Aan de ene kant wordt gezegd dat het aan de mensen op de eilanden is om uitvoering te geven aan wat we met elkaar hebben afgesproken. Maar er zitten toch heel veel bindende afspraken in. In de praktijk loop je soms tegen zaken aan waarvan je denkt: dat moet net even anders dan hoe we het op papier hebben gezet. Is die ruimte er dan?

Minister Keijzer:

Het ROCN, het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland, is vastgesteld na uitgebreide gesprekken en participatie. Daar zitten dus niet alleen mijn overtuigingen in als lid van het kabinet – het is natuurlijk onder mijn voorganger opgesteld – maar er zit ook iets in wat daar ter plekke zo wordt ervaren en ook wordt gedeeld. Het kabinet heeft het programma vastgesteld, zonder meer, maar dat hebben we niet in splendid isolation gedaan. Uiteindelijk moet dat programma in ontwikkelingsplannen gaan landen. Daar wordt het gesprek over gevoerd. Als dat onvoldoende verwerkt wordt, als er onvoldoende resultaat is, heb je gewoon twee soorten aanwijzingen: reactief en proactief.

Een reactieve aanwijzing gaat over dat deel van het ontwikkelingsplan dat in strijd is met het ontwikkelingsprogramma, dus het overkoepelende ding. Met een proactieve aanwijzing kan ik het bestuurscollege de opdracht geven om binnen een bepaalde termijn een ontwikkelingsplan met een bepaalde inhoud vast te stellen. Waar dat dan over gaat? Dan gaan we heel erg hoog over, want dan zou het interessant zijn om te weten welke punten in ieder geval de heer Meulenkamp benauwen. Of dat trouwens het openbaar lichaam op een eiland benauwt, weet ik niet. Dus we beginnen hier dan een ontzettend theoretische discussie. Het lastige hierin vind ik: waar hebben we het dan over? Dit is hoe het systeem in elkaar zit. Ik heb in het begin gezegd dat je altijd begint met een gesprek. Altijd. En op een gegeven moment maak je een afweging. Mooier kan ik het niet maken.

De heer Meulenkamp (VVD):

Nee, helder. Ik zal de vraag heel kort stellen. Ik bedoel: je hebt iets met elkaar op papier gezet. Op de eilanden komen ze er in de uitvoering achter dat het toch iets anders werkt. Is er dan gewoon een gesprek mogelijk om dingen aan te passen? Dat is eigenlijk mijn vraag, heel simpel gezegd.

Minister Keijzer:

Dat ligt er dus aan. Sommige belangen zijn als bindend aangemerkt. Dat betekent dat in de ruimtelijke ontwikkeling daar niet van kan worden afgeweken. Het gaat daarbij om belangen op basis van wetgeving, internationale verdragen of beleidsdoelstellingen die op nationaal niveau zijn vastgesteld. Die zijn dus bindend. Maar ik wil flexibel met die belangen omgaan, omdat het gewoon niet in alle gevallen kan zoals het van tevoren bedacht is. Maar ik vind het gewoon heel erg ingewikkeld om hier te zeggen: nee, joh, we kijken wel. Nee, zo werkt het niet. We hebben een ontwikkelingsprogramma en er worden ontwikkelingsplannen gemaakt. Daarmee hebben met elkaar vastgesteld dat een bepaald aantal zaken bindend zijn. Die moeten verwerkt worden. Zo werkt het. Ik vind dat je altijd moet praten, altijd. Maar dit is wel hoe het in elkaar zit.

De voorzitter:

Volgens mij is dat helder. Ik zie dat u naar het volgende mapje gaat. Wacht even, hoor. Mevrouw Welzijn heeft nog een vraag over hetzelfde onderwerp als de heer Meulenkamp.

Mevrouw Welzijn (NSC):

Ik stel deze vraag om het gewoon goed te begrijpen. Ik hoor de Minister namelijk iets zeggen waar voor mij daadkracht uit spreekt: «We hebben een afspraak. Het is aan de voorkant duidelijk waar er wel ruimte zit en waar er geen ruimte zit. Ga je gang.» We hebben het er net ook over gehad dat er ook wel sprake is van wicked problems op die eilanden, waarin besturen ook gefaciliteerd moeten worden om die aan te kunnen, zodat «bindend» een stimulans is en niet een soort juk dat niet te dragen valt. Dus de vraag die ik in het verlengde daarvan aan de Minister heb, is: hebben de eilanden ook aangegeven wat zij dan nodig hebben om die mate van dwingendheid ook echt waar te kunnen maken?

Minister Keijzer:

Ik vind dit gewoon een lastig gesprek. Daar heb ik het met meneer Meulenkamp ook al over gehad. Waar hebben we het dan over? Waar maakt u zich zorgen over? Welke situatie is dat dan? Wat is dan een wicked problem? Is dat wanneer de bedachte uitvoering in strijd komt met de bindende onderdelen van een ontwikkelingsprogramma? Ik ben een redelijk mens; zo kent u mij. Ik ben een praktisch mens. Zo kent u mij ook. Ik vind dat je altijd moet praten. Maar we hebben hier een wat-alsdiscussie over een nog niet gedefinieerd probleem. Dan wordt het gewoon heel lastig om daar antwoord op te geven.

De voorzitter:

Ik ga even kijken of mevrouw Welzijn de vraag wat concreter kan maken.

Mevrouw Welzijn (NSC):

Ik doelde op de problemen waar we het net over hadden: capaciteitsproblemen, enorm hoge kosten voor bouwmaterialen en de logistieke kosten die daar dan nog eens bovenop komen. Ik heb het over de praktische problemen die kunnen beletten dat je misschien het gevraagde tempo kunt maken of de eindstreep kan halen op de manier zoals je dat met elkaar hebt afgesproken.

Minister Keijzer:

O, maar dat is heel wat anders. Dat is heel wat anders. Ik had met de heer Meulenkamp gewoon een gesprek over het feit dat we een ontwikkelingsplan moeten maken dat moet aansluiten bij het ontwikkelingsprogramma. Ook vroegen we ons af: wat doe je nou als er een probleem is? Dit gaat gewoon over het probleem dat er gebouwd moet worden, er betaalbaar gebouwd moet worden en er onvoldoende personeel is. Ik heb in het begin gezegd dat we een agenda moeten maken samen met de eilanden over hoe je nou die woningbouw versnelt. Daar komen ook dit soort discussies voorbij. Dan weten we ook waar dat speelt en wat er dan speelt. Dan kunnen we ook kijken van: hoe los je dat op?

De voorzitter:

Volgens mij is die helemaal rechtgezet zo. Goed hoor.

Minister Keijzer:

Bedankt voor de vragen, mevrouw Welzijn.

De voorzitter:

Dan ga we volgens mij nu naar de heer White van GroenLinks-PvdA.

Minister Keijzer:

Volgens mij heb ik iets ongelofelijks gedaan. Wat is meneer White een ontzettende rustige, tevreden man. Hij heeft gewoon geaccepteerd dat ik het mapje van de heer Meulenkamp beantwoordde voordat ik bij de vragen van de heer White kwam. Voor de mensen die zitten te luisteren en denken: is dat dan een probleem? Ja, we hebben hier gewoon een bepaalde pikorde. Als je als eerste bent, ben je als eerste aan het woord, dan de tweede en dan de derde, en zo verder. Je krijgt ook in die volgorde antwoord. Meneer White, dank u wel.

De eerste vraag van de heer White die ik hier voor mij heb liggen is: wat vindt de Minister een goede woon- en huurquote voor de eilanden? Het gaat dan om de verhouding tussen het inkomen en de woon- of huurlasten. Voor huurders met een inkomen van maximaal tweeënhalf keer het minimumloon is er de huurinkomenstabel. Deze geeft aan wat de maximale huurquote, de verhouding dus tussen de huur en het inkomen, voor een bepaalde inkomensklasse is. Die varieert tussen de 10% en 20%, dus tussen de 10% en 20% van het minimuminkomen mag uitgegeven worden aan huur. Verder hangt de woon- en huurquote ook sterk samen met het bredere sociale domein. Dat is nog in ontwikkeling. Een wenselijke woon- of huurquote moet dan ook gezien worden in samenhang met andere maatregelen in het sociaal domein. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft inmiddels een sociaal minimum vastgesteld. Daar zijn de huur- en de woonlasten een onderdeel van. De discussie wordt dan ook vooral in de commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid gevoerd, maar ik ben mij er zeker van bewust dat het levensonderhoud op de eilanden duur is. Dat weet ik nog uit mijn verleden als Staatssecretaris van Economische Zaken. En dan gaat het uiteraard ook om de energielasten. Die discussie wordt dus gevoerd in de desbetreffende commissie.

De heer White vroeg mij ook ...

De voorzitter:

Een momentje, want volgens mij heeft de heer White een vraag over dit antwoord.

De heer White (GroenLinks-PvdA):

Dank aan de Minister voor de verwijzing naar de desbetreffende commissie. Ik ga dat natuurlijk zeker volgen. Ik ben nu heel erg benieuwd wat de Minister zelf een acceptabele grens vindt, als we het hebben over die quote.

Minister Keijzer:

Ja, het is zoals ik net zei. Daar zijn tabellen voor. Ik zit te kijken of ik die even snel kan vinden, want ik had die hier in mijn dossier zitten. Ik kijk even rechts van mij. Het is deze tabel, maar dan moet ik cijfers gaan voorlezen. Het is maar de vraag of u dat wilt. Ik kan u hier ook gewoon een kopietje van doen toekomen. In die tabel zie je dus dat bij één keer het wettelijk minimumloon, waarbij het inkomen op 1.794 dollar is vastgesteld, 10% van het inkomen aan de huur mag worden besteed. Dat gaat dan in een staffel omhoog. Als je twee tot tweeënhalf keer het wettelijk minimumloon verdient, dus tussen de 3.500 tot 4.500 dollar afgerond, dan zit het op 20%. Zo loopt het omhoog. Dit is de tabel voor Bonaire. Op Statia hebben ze een andere.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer White een kopietje prima vindt, want op deze manier praat het wat lastig.

Minister Keijzer:

Ja, precies. Ik ga ze niet allemaal opnoemen, want dan wordt het zo'n cijferbrij. Net werd mij ingefluisterd dat deze tabel iedere keer door het Nibud wordt vastgesteld, dus ik stel me zo voor dat je die ook gewoon kunt vinden op de site van het Nibud. Ja, op Nibud.nl, zeg ik erbij voor de mensen die zitten mee te luisteren. Dan kunnen ze het meteen vinden. Dat is wel zo handig.

Voorzitter. Dan heb ik nu de gelijkwaardige voorzieningen. Voorzieningen moeten gelijkwaardig zijn aan die in Nederland in het kader van comply or explain, dus ze moeten ofwel hetzelfde zijn ofwel men moet uitleggen waarom het niet zo is. Het uitgangspunt is dus dat ze gelijkwaardig moeten zijn. In dat kader is er ook in Caribisch Nederland een vorm van huurlastenverlichting in de sociale sector. Achterstanden in wetten en regelgeving worden weggewerkt. Daar heb ik net al het een en ander over gezegd in relatie tot de Woningwet. De Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES, dus de bestaande wet, en de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland worden geactualiseerd.

Voorzitter. Het tekort aan woningen zit echt in de afspraken die daarover gemaakt zijn. Ik ondersteun de capaciteit met een projectteam. Er is halfjaarlijks een bestuurlijk overleg waarin ik de voortgang bespreek. Het is eigenlijk hetzelfde verhaal als hoe we het in Nederland doen voor het Nederlandse deel. Er is een versnellingstafel opgericht. Kortetermijnverhuur mag niet op Bonaire in gebieden met een woonbestemming. Dit is laatst, in december, bij de rechter overeind gebleven. Het openbaar lichaam mag hiertegen optreden. Dat is namelijk ook een manier om wat te doen aan het tekort aan woningen. Want als je ze aan toeristen gaat verhuren, ben je ze kwijt als woning voor de bewoners. Daar waar een woonbestemming geldt, mag dat dus niet.

De heer White vroeg ook aan mij hoe het zit met de verduurzaming van woningen en het terugdringen van de energiearmoede. Daar zijn middelen voor beschikbaar gesteld en die lopen tot het einde van dít jaar. Op dit moment wordt er dus gewerkt aan de plaatsing van zonnepanelen en andere verduurzamingsprojecten, zoals het gebruik van energiebesparende apparaten in de woningen zelf. We werken hieraan met de BES-eilanden. Hier is budget voor toebedeeld. Voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius is dat respectievelijk € 990.000, € 360.000 en € 450.000. Met deze middelen wordt dus gewerkt aan de verduurzamingsprojecten.

Er zijn aan mij ook vragen gesteld over de verhuurderssubsidie voor de corporaties en de Bijdrage Particuliere Verhuur, de BPV. Uit de evaluatie van de BPV die in 2024 is uitgevoerd, blijkt dat het instrument een belangrijke bijdrage levert aan de bestrijding van armoede en dat er een aantal verbeteringen kunnen worden doorgevoerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om het inbouwen van verantwoordingsmomenten en het actualiseren van de voorwaarden. Dat zal dit jaar in gang gezet worden.

De heer White heeft ook nog zijn zorgen uitgesproken over het tekort aan huurwoningen op de eilanden. Ik heb net de realisatie van de afgelopen tijd opgesomd en gezegd dat we met elkaar echt volle bak vooruit gaan werken aan de versnelling. Dat was de beantwoording van de laatste vraag die de heer White aan mij gesteld heeft.

Voorzitter. Tot slot kom ik ...

De voorzitter:

Ik kijk nog even naar de heer White. Zijn al zijn vragen inderdaad beantwoord? Als dat zo is, heeft hij dan nog een aanvullende vraag?

De heer White (GroenLinks-PvdA):

Ik heb volgens mij prima antwoorden gekregen van de Minister. Het «wat» is helemaal prima. De versnellingstafel gaat ervoor zorgen dat we dit op de agenda blijven houden. Ik ben wel nog heel erg benieuwd naar de hoe-vraag. Waar voorziet de Minister mogelijke knelpunten in de versnelling?

Minister Keijzer:

Dat verschilt per eiland. Dat heeft soms te maken met de discussie: van wie is de grond? Soms heeft het te maken met de geologische situatie. Soms heeft het te maken met onvoldoende capaciteit. Ik ben echt van plan om per eiland met de bestuurders hier het gesprek over aan te gaan. Dat is namelijk wat je aan een versnellingstafel doet. Waarom komt het niet van de grond? Waar zit ’m dat in? Waar kan ik helpen?

De voorzitter:

Ja, dank u wel. Volgens mij kunnen we nu verder naar de antwoorden van mevrouw Wijen-Nass.

Minister Keijzer:

Ja, we gaan naar de vragen van de fractie van de BBB. De fractie van de BBB vroeg aan mij hoe het met de huurcommissies zit. Daar heb ik natuurlijk al het een en ander over gezegd. Even kijken; wat hier staat, heb ik al gezegd. Op Bonaire is sinds 2021 een Huurcommissie actief. Op Statia en Saba wordt eraan gewerkt om dat te gaan doen. Zoals gezegd, is dit voor de huurbescherming van de mensen die daar zitten, echt wel heel belangrijk. Je hebt namelijk een probleem en waar moet je dan heen? Zeker als je onvoldoende middelen hebt om deskundige bijstand in te huren – dat is gewoon het geval op de eilanden – is dat echt van het allergrootste belang. De Huurcommissie is er niet alleen voor de huurders, maar ook voor de verhuurders. Dat is absoluut waar, maar ik denk dat de zorg van mevrouw Wijen-Nass vooral aan de kant van de huurders zit. De betaalbaarheid van woningen is ook van belang. Daar zet ik ook echt op in. Huurders met een laag inkomen die noodgedwongen particulier moeten huren, moeten we ondersteunen in de huurlasten. We moeten dat dus niet alleen bij corporaties doen, maar ook voor mensen die huren van particuliere verhuurders. Die blijven we echt ondersteunen.

Voorzitter. Dan heb ik nog een vraag gehad over de VHS en de BPV, maar die heb ik net al beantwoord toen de heer White mij die vraag stelde. Ja, het is eigenlijk best wel verdrietig voor mevrouw Wijen-Nass. Last but certainly not least, maar door het hele verhaal heb ik al wel een aantal vragen beantwoord.

Zij vroeg mij nog naar de Nationale Hypotheek Garantie, namelijk of ik ervoor wil zorgen dat het aanbod van betaalbare koopwoningen op Bonaire toereikend is. Er is een pilot gedraaid. Daaruit is gebleken is dat daar weinig gebruik van wordt gemaakt. Dat heeft deels gewoon te maken met de inkomenspositie van mensen op de eilanden. Mensen hebben niet genoeg geld om een huis te kopen, zeker niet als die huizen ook nog eens duur zijn. We hebben daar natuurlijk wel maatregelen genomen om de plafonds te verhogen, maar we zullen de komende tijd moeten bekijken of dat effect heeft. Ook moet ik natuurlijk goed bekijken hoe je, als je straks betaalbare koop hebt, met non-speculatiebedingen voorkomt dat iemand de jackpot toegewezen heeft gekregen en vervolgens die woning met winst verkoopt; niets menselijks is ons allen vreemd. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Datzelfde geldt in Nederland, dus in die zin is de discussie niet anders. Daar ga ik dus ook echt het gesprek over aan. Maar de discussie op de eilanden is precies hetzelfde als in Nederland. Het enige wat echt helpt, is het toevoegen van huizen. Daar ga ik ook echt mee aan de slag.

Voorzitter. Ik heb ook al het een en ander over toeristische verhuur gezegd. Ik heb net al gememoreerd dat het gerecht op Bonaire in december geoordeeld heeft dat het bestuurscollege mag optreden tegen verhuur van woningen aan toeristen voor periodes korter dan drie maanden. Huizen voor de bewoners van de eilanden zijn belangrijk. Ik snap compleet dat je er meer uit kunt halen als je ze voor de toeristische verhuur gebruikt, maar dat is gewoon niet de bedoeling daar waar sprake is van een woonbestemming. Ik ben er dus echt heel blij mee dat het bestuurscollege van Bonaire op heeft getreden als de verhuur strijdig was met het ruimtelijk ontwikkelingsplan, namelijk daar waar sprake is van een woonbestemming.

Voorzitter. Daarmee ben ik volgens mij aan het einde van de beantwoording gekomen. Ik krijg één correctie; het is altijd fijn als de ambtenaren er scherp bij zitten. De Woningwet BES, waar ik vooral over gesproken heb in gesprek met mevrouw Welzijn, gaat vóór de zomer in consultatie en niet naar de Tweede Kamer. Maar als de wet in consultatie gaat, wordt die openbaar. Datgene wat ik gezegd heb, namelijk om aan de hand van het verloop van dat woningwetsysteem een vinger aan de pols te houden, blijft dus overeind. Het is alleen nog even een stap eerder in het proces om te komen tot een Woningwet BES.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor de antwoorden. Ik zie de Kamerleden zeer tevreden kijken. Goed ook dat er nog even werd toegevoegd dat de wet in consultatie is deze zomer. Dan kan iedereen die dat wil daar dus op reageren, dus ook de mensen op de eilanden. Ik kijk even naar de zijde van de Kamer. We hebben de eerste termijn van het kabinet afgesloten. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval. Dat betekent dat ik in de tweede termijn van de kant van de Kamer het woord geef aan mevrouw Welzijn namens Nieuw Sociaal Contract.

Mevrouw Welzijn (NSC):

Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij met de aandacht van de Minister voor het wonen op de BES en haar erkenning van de praktische en weerbarstige problemen. Door die problemen hebben we ook daar te maken met een wooncrisis. De eilandbesturen lopen daar keihard tegenaan. Ik ben blij om te horen dat hierover goed overleg gevoerd wordt en dat de relatie goed is. Vervolggesprekken gaan over de vraag wat precies nodig is en of er eerlijkheid is over wat er wel en niet geboden en gevraagd wordt. Dat kan maar beter helder zijn. Die gesprekken zullen de nodige ingrediënten opleveren voor de versnellingsagenda, waar de Minister over sprak. Ik wil nog even weten wanneer we die versnellingsagenda als commissie kunnen zien.

De concrete tijdlijn voor de Woningwet BES is helder. Mijn fractie zal dus vooral kijken naar het proces van de daadwerkelijke toelating. Die hartenkreet van de eilanden hebben wij echt heel goed gehoord en die nemen wij ter harte.

Wat mij nog bezighoudt, is de koopmarkt. Het verhaal heeft natuurlijk twee kanten. We hebben aan de ene kant de expats – daar kan qua ingrepen van alles gebeuren – maar aan de andere kant hebben we natuurlijk de koopstarter. Mijn fractie zou het heel mooi vinden als die koopstarter ook gefaciliteerd wordt, bijvoorbeeld door het koopstartfonds, dat we al in de begroting hebben. We zouden het heel mooi vinden als dit voor een evenredig deel geoormerkt kan worden voor de BES-eilanden. We willen de Minister via een motie daartoe oproepen. Dat is voor ons de enige reden om een tweeminutendebat aan te vragen. Dat heb ik dus bij dezen gedaan.

We zullen vooral uitkijken naar de vervolggesprekken die er zullen zijn, wat daaruit komt en hoe dat verder in het proces gebracht wordt. Het voelt goed om van de Minister te horen hoe zij daarmee omgaat. Dat geeft ook vertrouwen. Wij kijken ook uit naar een bezoek, net als de Minister. Ik weet niet of het ons als commissie gaat lukken om dat ook voor de zomer geregeld te hebben. Beeld bij de zaak, praten met de lokale bevolking: daar kijken we enorm naar uit.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik noteer bij dezen dat er een tweeminutendebat is aangevraagd door mevrouw Welzijn. Ik wil graag het woord geven aan de heer White voor zijn tweede termijn. Hij zal namens GroenLinks-PvdA het woord voeren.

De heer White (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor de zorgvuldige antwoorden. Die bieden inzicht en geven ook vertrouwen. Maar wat mij betreft zijn er toch nog wat zorgen op het vlak van de realisatie. Daarom zie ik graag de acties, de resultaten en een voortgangsrapportage met een mooie frequentie tegemoet. Ik hoop dat de Minister dat kan toezeggen. Ik sluit me zeker aan bij het voorstel om een tweeminutendebat te doen, om dat nog vast te stellen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan wil ik het woord geven aan de heer Meulenkamp, die namens de VVD zal spreken.

De heer Meulenkamp (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik ben heel erg blij dat de Minister zegt: we willen gewoon huizen gaan bouwen. En ja, dat is volgens mij het allerbelangrijkst. Dan komt er vanzelf weer doorstroming. Ik kijk even naar mevrouw Welzijn. Dan komt er wel weer doorstroming in de huizen. Nieuwbouwhuizen zorgen toch weer voor vier verhuisbewegingen in Nederland. Ik weet niet precies hoe het op de eilanden werkt, maar we moeten gewoon huizen bouwen. Ik ben er gewoon ontzettend blij mee dat daar de prioriteit ligt.

Ik denk ook even heel praktisch mee. We moeten gewoon een aantal mensen vrijmaken. Die omgevingsplannen gaan draaien op die eilanden. Eerder waren er bestemmingsplannen. Nu gaan de omgevingsplannen draaien. Daar moeten we ook de nodige ingenieurs bij gaan betrekken. Het Ministerie van VROM is ooit opgeheven. Toen zijn alle ingenieurs en praktische mensen bij de ministeries weggelopen. Dat zijn mensen die we echt nodig hebben op deze eilanden. We hebben hen nodig in dit land om huizen te gaan bouwen, maar we hebben hen zeker ook op die eilanden nodig. Ik geef het u maar even mee. Waarschijnlijk heeft u er zelf al aan gedacht.

Ik constateer nog even dat u heeft toegezegd om in te gaan op die betaalbare, orkaanbestendige flexwoningen. We krijgen nog te horen of ze betaalbaar zijn. Maar ik zou heel graag willen zien dat we het Nederlandse bedrijfsleven en universiteiten gaan uitdagen om zoiets voor elkaar te boksen. Ik kijk ook even naar de ambtenaren die hier aan tafel zitten. Dat is toch een heel mooi project om als ministerie uit te zetten? Kunnen we dit voor elkaar boksen in Nederland, met het Nederlandse bedrijfsleven en met de kennisinstituten in Nederland?

Ik heb nog een vraag niet beantwoord gekregen. Die vraag ging over de problemen met de eigendomsgrenzen. U heeft het er wel over gehad, maar heeft u enig idee hoe we die eigendomsgrenzen beter in beeld kunnen krijgen, zodat we daadwerkelijk die omgevingsplannen kunnen gaan draaien?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord nu aan mevrouw Wijen-Nass. Zij spreekt namens de BBB.

Mevrouw Wijen-Nass (BBB):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Er is wederom al heel veel gezegd door mijn voorgangers. Maar ik wil zelf toch ook nog heel graag iets zeggen. Ik noemde al dat het heel belangrijk is dat we het vandaag hebben over de situatie op de BES-eilanden. Zoals de Minister ook al terecht aangaf in haar beantwoording: elke regio telt. Dat geldt ook hiervoor. Dat is gewoon heel erg belangrijk. De antwoorden die de Minister heeft gegeven, geven ook hoop. Ik ben eigenlijk heel erg benieuwd hoe zich dat de komende tijd gaat ontwikkelen. Je ziet wel dat ook daar dezelfde problemen spelen als hier in Nederland. Ik wil toch nogmaals de aandacht vragen voor het feit dat die huizen er vooral moeten komen voor de lokale bewoners. Het gaat dus niet alleen maar om bouwen, bouwen, bouwen, zoals de VVD zegt. Het is wel belangrijk, maar ik vind het ook heel erg belangrijk dat we die bestaande ruimte echt optimaal gaan benutten. Dat moet ook samen kunnen gaan met het toerisme daar. Dat is nog een aandachtspunt dat ik nog heel graag zou willen meegeven.

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Ik heb een aantal vragen gehoord van de Kamer, die genoteerd zijn. Hoeveel tijd heeft u nodig voor de tweede termijn? Ik hoor dat de Minister direct kan starten met de tweede termijn. Het woord is aan haar.

Minister Keijzer:

Dank u wel, voorzitter. De hoeveelheid vragen die aan mij gesteld is, is overzichtelijk. Er hoeft dus geen schorsing plaats te vinden. Ik kan het gewoon ter plekke doen.

De Kamer gaat uiteraard zelf over de vraag of er een tweeminutendebat moet komen. Maar ik kan hier ter plekke een toezegging doen aan mevrouw Welzijn; dat scheelt haar weer een motie. We zullen bij de vormgeving van het koopstartfonds, waar wij mee bezig zijn, bezien of dit ook kan gaan werken op de eilanden. Het is trouwens ingewikkelder dan je denkt. Het alleen al vormgeven voor Nederland is ingewikkelder dan je denkt. We zijn dat op dit moment aan het uitzoeken, dus we kunnen meteen kijken of dat ook past voor de eilanden. Dat scheelt wellicht een motie.

Dat geldt eigenlijk ook voor de vraag van de heer White. Ook daar is geen motie voor nodig, maar daar gaat de Kamer uiteraard zelf over. Hij vroeg aan mij of de voortgangsrapportage kan worden versneld. Ik ben voornemens om voor de zomer naar de eilanden te gaan. Op het moment dat ik dat gedaan heb, wil ik u daarover informeren. Dat kan in een actualisatie van de voortgangsrapportage.

Mevrouw Welzijn heeft nog een andere vraag aan mij gesteld, over de versnellingsagenda. Die krijgt u aan het einde van dit jaar van mij.

De heer Meulenkamp stelde nog twee vragen aan mij. Wil ik de universiteiten en bouwers uitdagen om te kijken of je modulair kunt bouwen op de eilanden? Laten we ons realiseren dat de opgave beperkt is. Het is nog maar de vraag of er voldoende markt is om dit te doen. Ik moet voor 22% bezuinigen op de ambtelijke capaciteit, dus ik wil de ambtenaren inzetten om datgene te doen wat leidt tot een maximale opbrengst in het realiseren van huizen. Ik heb de neiging om te zeggen: als de markt dit ziet zitten, dan komen ze zelf wel. Het feit dat ze dat nog niet gedaan hebben, geeft wellicht aan dat hier in Nederland onvoldoende markt voor wordt gezien. Dat staat nog los van de vraag of de mensen ter plekke het willen. Ik ben dus wat terughoudend hierin. Ik heb in de eerste termijn toegezegd dat ik zal kijken of er al rekensommen zijn gemaakt. Als ik die kan vinden, zal ik de Kamer informeren over hoe het ervoor staat. Op dat moment kunnen we met elkaar kijken of we hierin een volgende stap moeten zetten.

De heer Meulenkamp vroeg mij ook nog maar de weesgronden. Wat zijn dat? Dat zijn stukken grond waarvan niet duidelijk is wie de rechthebbende is. Vandaar de term «wees». Veel gronden op Saba vallen onder onverdeelde boedels. Wie uiteindelijk de rechthebbende is, is gewoon niet duidelijk, waardoor het lastig is om de vraag te beantwoorden van wie een stuk grond gekocht of verkregen moet worden op het moment dat je er wat mee wilt. Er wordt nu een plan van aanpak geschreven op basis van een aantal uitspraken van Caribische rechters. De ervaringen uit deze zaken worden meegenomen. Het Kadaster is ook gevraagd om de informatie uit het eigen archief in kaart te brengen. Op een gegeven moment houd je witte plekken, ontbrekende data, over. Die moeten geïnventariseerd worden. Nadat het plan van aanpak is vastgesteld, kan het openbaar lichaam op Saba hiermee aan de slag. Het eiland is hier zelf verantwoordelijk voor, maar ik deel volledig met de heer Meulenkamp dat het belangrijk is om dit in beeld te krijgen als je iets wilt met die betreffende plekken.

Ik kom tot slot bij mevrouw Wijen-Nass. Zij vroeg aandacht voor bouwen, bouwen, bouwen. Dat deed de heer Koerhuis van de VVD altijd. Ik had verwacht dat mevrouw Wijen-Nass het zou hebben over BBB: Bouwen, Bouwen, Bouwen. Dat zou ook in mijn oren aanlokkelijk klinken. Maar zij heeft er volledig gelijk in dat dat uiteindelijk moet gebeuren. Je moet aandacht houden voor de toeristische sector, vanwege de economische effecten, de werkgelegenheid en de belastingopbrengsten. Maar je moet dat wel op zo'n manier doen dat er voldoende ruimte blijft voor de bewoners zelf om een dak boven hun hoofd te vinden. Dat geldt trouwens ook voor expats, die vaak nodig zijn voor de economie ter plekke. Dat delen wij met elkaar en daarom hebben wij vandaag gedebatteerd over deze drie prachtige eilanden in het Caribisch deel van Nederland. Hoe zorgen we ervoor dat daar voldoende huizen zijn voor de mensen om hun leven te beginnen of voort te zetten op de manier die zij willen?

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zijn we gekomen aan het einde van de tweede termijn. Dat betekent dat ik als voorzitter de toezeggingen op ga noemen die gedaan zijn. De toezeggingen die wij noteren, hebben eigenlijk altijd de vorm dat er ook een brief bij moet komen en een tijd. Ik zal er een aantal oplezen die ik gehoord heb en ik hoor graag van de leden of zij deze herkennen en van de Minister hetzelfde.

– De eerste is een toezegging die gedaan is aan de heer Meulekamp. De Minister gaat kijken of de rekensommen die er zijn aangaande de vraag of het mogelijk is om orkaanbestendige flexwoningen te ontwikkelen en te bouwen naar de Kamer gestuurd kunnen worden.

Ik zie de heer Meulenkamp knikken en ik zie de Minister knikken. Ik heb daar een tijdlijn voor nodig.

Minister Keijzer:

Een paar weken. Want als ze er zijn, is het zo opgestuurd. En als ze er niet zijn, dan hoort u het ook.

De voorzitter:

Heel goed. Dan krijgen we die over een paar weken. Dan hebben we het vervolgens gehad over het koopstartfonds. Dat bracht mevrouw Welzijn op.

– De Minister wil het koopstartfonds ook vormgeven op de eilanden.

Wat ik dan nodig heb, is een brief waarin daar een reactie op wordt gegeven en een datum.

Minister Keijzer:

Het vormgeven van een koopstartfonds is gewoon ingewikkeld, dus ik moet dit gewoon even uitzoeken. Ik kan hier op dit moment gewoon geen termijn voor noemen, omdat ik even moet uitzoeken wat de ontwikkeling op dit moment is, hoever we zijn en wat het dan aan tijd nodig heeft om het ook voor de eilanden uit te dokteren. Mag ik dat gewoon in een algemene brief naar aanleiding van dit debat opnemen waarin ik ook antwoord geef aan de heer Meulenkamp? Dan hoort u in ieder geval van mij de stand van zaken en de termijn.

De voorzitter:

Zullen we dat even doen?

Minister Keijzer:

O, er is een beter plan. Er wordt op dit moment gewerkt aan een brief aan de Kamer over het koopstartfonds, over de voortgang. Die komt eraan, met een week of drie. Dan neem ik daarin op wat de gedachten zijn over dit ook doen voor de eilanden en hoelang dat nog nodig heeft. Nogmaals, het is niet eenvoudig. Het is dus denk ik ook niet iets wat ik even op een achternamiddag meeneem als ik toch bezig ben.

De voorzitter:

Helder. Ik kijk naar mevrouw Welzijn. Die knikt en zegt ook: dat snappen we. De hoofdboodschap is eigenlijk dat het proces gestart is. Ik denk dat dat het belangrijkste is.

– De Minister kan de voortgangsrapportage versneld toezenden. Dat is een toezegging aan de heer White.

Dat hebben we bij dezen ook geaccepteerd. Ik zit even te worstelen met hoe die in een brief zal komen. Laten we ’m gewoon even zo doen.

Minister Keijzer:

Na de zomer, voorzitter.

De voorzitter:

Na de zomer. Helder. Dit zijn de toezeggingen die ik heb genoteerd. Ik kijk even naar de leden om te zien of dat klopt.

De heer Meulenkamp (VVD):

De orkaanbestendige flexwoningen staan er ook bij, toch?

De voorzitter:

Die staan er inderdaad bij. Dan rest de vraag of er nog een tweeminutendebat nodig is of dat de leden voldoende antwoorden en voldoende toezeggingen gehad op de vragen die zij hebben gesteld. Ik geef het woord aan mevrouw Welzijn.

Mevrouw Welzijn (NSC):

Ik moet er even over nadenken, maar het voelt dat het overbodig zou kunnen zijn geworden.

De voorzitter:

Dat is een heel mooi antwoord. Ik geef mevrouw Welzijn de tijd om daarover na te denken. Zij kan het tweeminutendebat te allen tijde weer intrekken, dus dat is geen probleem. Of niet aanvragen? Wij vragen het wel aan. Dat is de procedure, maar mevrouw Welzijn kan het zo weer intrekken wanneer zij dat nodig acht.

Ik wil u allen, de Kamerleden en de Minister, hartelijk danken voor het goede gesprek, het goede debat dat we met elkaar hebben gevoerd. En ik wil in het bijzonder de inwoners van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba bedanken voor het feit dat ze hiernaar gekeken hebben, dit hebben gevolgd. Ik hoop ook van harte om u zelf een keer te mogen ontmoeten. Hiermee sluit ik de vergadering voor vandaag en ik wens u allen nog een heel fijne dag.

Sluiting 17.55 uur.