Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde Agenda informele Raad Algemene Zaken 17 en 18 februari 2025 (Kamerstuk 21501-02-3040)
Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2025D05742, datum: 2025-02-11, bijgewerkt: 2025-02-14 10:02, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2025D05742).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C.A.M. van der Plas, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken (BBB)
- Mede ondertekenaar: A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier
Onderdeel van zaak 2025Z02254:
- Indiener: C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- 2025-02-11 12:00: Informele Raad Algemene Zaken d.d. 17 en 18 februari 2025 en Raad Algemene Zaken d.d. 25 februari 2025 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2025-02-11 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-03-13 11:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
2025D05742 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken hebben enkele fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brieven van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 februari 2025 inzake Geannoteerde agenda Informele Raad Algemene Zaken van 17 en 18 februari 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3040), d.d. 6 februari 2025 inzake Geannoteerde Agenda Raad Algemene Zaken van 25 februari 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3039) en d.d. 3 februari 2025 inzake Verslag Raad Algemene Zaken van 28 januari 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3036).
De voorzitter van de commissie,
Van der Plas
De griffier van de commissie,
Hessing-Puts
Inhoudsopgave
I | Vragen en opmerkingen vanuit de fracties | |
• | Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie | |
• | Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie | |
• | Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie | |
• | Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie | |
• | Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie | |
• | Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie | |
• | Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie | |
• | Vragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractie | |
II | Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken |
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie merken op dat het kabinet zich terecht focust op hybride dreigingen, sabotageacties en inmengingen door derde landen in EU-landen en kandidaat-lidstaten. Het kabinet heeft daar zelfs apart beleid voor geformuleerd, maar lijkt daarbij uitsluitend Rusland in het vizier te hebben. Een vergelijkbaar beleid met betrekking tot Arabische en/of Islamitische landen lijkt volledig te ontbreken, terwijl deze landen bijvoorbeeld migratiestromen en/of de oliehandel onmiskenbaar inzetten om de EU en/of haar lidstaten te ondermijnen en/of het beleid, onder andere met betrekking tot Israël, te beïnvloeden. Deze leden vragen waarom een dergelijke analyse ontbreekt en wanneer deze dreiging ook in het beleid wordt verankerd.
Voornoemde leden vragen voorts wat wordt verstaan onder «hybride responsteams». Wie voert het bevel over dergelijke teams, wie is verantwoordelijk, welke kosten zijn daarmee gemoeid, welke bijdragen levert Nederland en hoe controleert de Tweede Kamer deze teams en de Nederlandse inzet daarin? Kan de Minister garanderen dat deze teams niet worden ingezet voor politieke doeleinden, bijvoorbeeld tegen instituties en/of personen die kritisch zijn op de EU of die kritisch zijn op massa-immigratie? Zo nee, waarom werkt Nederland hier dan aan mee?
Voornoemde leden maken zich zorgen over het voornemen van de EU om desinformatie en buitenlandse inmenging tegen te gaan middels het European Democracy Action Plan en Defence of Democracy, dat in het verlengde ligt van een nieuw voorstel van de Europese Commissie: het EU Democracy Shield. Deze leden ontvangen graag een appreciatie van het kabinet van deze verregaande plannen en een kosten-baten-overzicht voor Nederland.
De aan het woord zijnde leden vragen of er de afgelopen twintig jaar lidstaten zijn geweest die een naheffing hebben ontvangen, maar die dit niet hebben betaald. Zo ja, kan de Minister dan uiteenzetten welke lidstaten dit zijn en welke consequenties daaraan zijn verbonden?
De leden van de PVV-fractie vragen hoe alle EU-afdrachten zich verhouden tot de gemaakte afspraken in het hoofdlijnenakkoord waarin juist staat dat Nederland minder zal gaan afdragen. Welke garantie heeft de Nederlandse belastingbetaler dat de beloofde besparing van 1,6 miljard euro geen loze belofte is en dat Nederland niet nóg meer gaat betalen aan Brussel? Deze leden zouden graag een gedetailleerd overzicht ontvangen van alle inkomsten van de EU en de daaraan gelieerde instituten alsmede een gedetailleerd overzicht van alle uitgaven per entiteit.
Voornoemde leden zouden graag een gedetailleerd overzicht krijgen van alle schulden van de EU en daaraan gelieerde instituten. Ook vragen zij of de Minister kan garanderen dat het kabinet nooit akkoord zal gaan met eurobonds voor gemeenschappelijke defensie-uitgaven. Wat zijn de huidige politieke verhoudingen op dit punt en hoe ziet de besluitvorming eruit? Het kabinet stelt weliswaar dat het niet wil meedoen aan eurobonds en gezamenlijke schulden, maar als Brussel toch besluit dit in te voeren, gaat Nederland dan een veto uitspreken?
De leden van de PVV-fractie vragen welke prioriteiten Nederland heeft voor het aankomend Meerjarig Financieel Kader (MFK). Waar zou het MFK zich op moeten richten?
De aan het woord zijnde leden vragen of de Minister het politieke krachtenveld rondom de toetreding van Oekraïne en Moldavië wil uiteenzetten. Welke landen zijn voor en welke landen zijn tegen uitbreiding met vorengenoemde landen? Deze leden vragen daarbij per land tevens de bijbehorende motieven en argumenten te overleggen.
Tot slot rappelleren de aan het woord zijnde leden de vragen over de artikel 7-procedure tegen Hongarije, gesteld tijdens het schriftelijk overleg over de Raad Algemene Zaken van 19 november 2024 en 20 januari 2025. Deze vragen zijn opnieuw inhoudelijk onbeantwoord. Deze leden zijn het oneens met de stelling van de Minister dat deze vragen maar in een commissiedebat over rechtsstatelijke ontwikkelingen zouden moeten worden gesteld, te meer nu de vragen zijn gesteld toen dit onderwerp op de agenda stond. Zij verzoeken de Minister dan ook vriendelijk de vragen in dit schriftelijk overleg eindelijk gewoon te beantwoorden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele Raad Algemene Zaken van 17 en 18 februari en de Raad Algemene Zaken van 25 februari. Zij hebben hierbij nog enkele vragen en opmerkingen.
Op maandag 10 februari 2025 heeft president Trump het decreet getekend voor importheffingen op staal en aluminium naar 25 procent. Helaas is dat geen onverwachte eerste verharding richting de EU. Wat betekent dit volgens de Minister voor Tata Steel? Wat betekent dit voor de Rotterdamse haven? Liggen er plannen klaar voor coördinatie van deze industrieën in de EU? Heffingen voor chips en auto’s worden ook overwogen. Hoe worden Nederlandse chipfabrikanten hierop voorbereid? De aan het woord zijnde leden vroegen het kabinet eerder naar een plan wanneer president Trump de daad bij het woord zou voegen. Het kabinet bleef tot nu toe afwachtend en zonder plan. De Minister van Buitenlandse Zaken beloofde dat Nederland voortrekker zou zijn van een Europese tegenreactie. Deze leden vragen wat de inzet van Nederland is in de EU wat betreft deze tegenreactie en of hierover beslissingen over zullen worden genomen tijdens de aankomende Rad Algemene Zaken. Is de Minister bereid te laten zien dat de EU in staat is tot vergaande actie over te gaan en hierin een voortrekkersrol te spelen?
De nieuwe heffingen van president Trump op staal en aluminium laten volgens deze leden geen enkele twijfel over de noodzaak om Europa snel te versterken. Er moeten nu slagvaardige besluiten genomen worden in Brussel om de onafhankelijkheid van de EU te vergroten en de eigen industrie te versterken. Hiervoor zijn forse investeringen nodig. Het is wat deze leden betreft onaanvaardbaar dat deze noodzaak niet wordt gevoeld door het kabinet en de geannoteerde agenda vooral aangeeft dat de inzet is dat het MFK niet groter mag worden. Welke lidstaten delen dit standpunt? Hoe kan het nieuwe MFK toekomstbestendig zijn en de belangrijke uitdagingen van de EU adresseren als deze niet verhoogd wordt? Welke andere plannen heeft het kabinet om de Europese economie te versterken? Hoe kan het dat het kabinet de Europese economie en industrie de rug toekeert?
Wat betreft de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie moet het rapport van Draghi leidend zijn om de Europese economie te hervormen. Hier hoort een extra investering van 150 miljard euro publiek geld bij. Ook voor Europese defensie zullen er investeringen nodig zijn. Veel andere Europese landen zoals Denemarken zijn inmiddels van standpunt veranderd wat betreft gezamenlijke leningen hiervoor. Wat betekent het voor de Nederlandse positie als ook Duitsland draait? Blijft de Nederlandse positie wat betreft gezamenlijke leningen afwijzend, ook als het kabinet hier in de Raad alleen in zal staan? Wat betekent deze positie voor onze veiligheid wanneer de lidstaten zonder Nederland overgaan tot een fonds?
Wat betreft voornoemde leden is het van groot belang dat de diplomatieke slagkracht van de EU niet zal krimpen. In de afgelopen maanden gingen hier geruchten over en gezien het geopolitieke krachtenveld waarin de VS en China hun invloedssfeer alleen maar uitbreiden moet de Europese diplomatieke dienst eerder versterkt worden dan dat hierin gesneden kan worden. Is het kabinet bereid zich hard te maken voor de diplomatieke slagkracht van de EU in de gesprekken over het MFK?
Vorige maand vroegen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie naar de inbreukprocedure van de Europese Commissie als het gevolg van de «Soevereiniteitswet» of de «foreign agents law» en of Nederland zich zal aansluiten bij deze zaak. Op dat moment was het kabinet nog in beraad hierover. De deadline voor landen zich aan te sluiten bij deze zaak, namelijk 17 februari, is inmiddels een stuk dichterbij. Waar vorige kabinetten zich stevig uitlieten in dit soort zaken en ze de vorige zaak steunden, blijft het nu stil. Wat is hier de reden voor? Tsjechië heeft zich al bij de zaak gevoegd en meer landen overwegen dit. Gaat Nederland zich bij de zaak voegen? Zo nee, waarom niet? Bent u het met deze leden eens dat stilzwijgen over zaken als deze schadelijk is voor mensenrechten en democratie in Europa?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken ter voorbereiding op de Raad Algemene Zaken van 17–18 en 25 februari 2025. Zij wensen in dit kader enkele specifieke aandachtspunten te benadrukken en vragen hierop nadere toelichting van de Minister.
De recente schade aan onderzeese infrastructuur in de Oostzee en mogelijke inmenging in verkiezingen in Roemenië, Georgië en Moldavië onderstrepen de urgentie van een gecoördineerde EU-aanpak. Deze leden steunen de verdere ontwikkeling van de EU hybride toolbox en de inzet van hybride responsteams, maar vragen in hoeverre deze instrumenten daadwerkelijk in staat zijn hybride dreigingen effectief te bestrijden. Welke concrete resultaten zijn reeds geboekt met de inzet van deze teams? En hoe beoordeelt het kabinet de juridische en operationele mogelijkheden om verdachte schepen in internationale wateren aan te houden of te enteren?
Met de aankomende publicatie van de roadmap voor het nieuwe MFK verwachten voornoemde leden een fundamentele discussie over de financiering van nieuwe prioriteiten, zoals concurrentievermogen, defensie en steun aan Oekraïne. Zij vragen hoe deze investeringen zich verhouden tot de bestaande budgettaire kaders. Kan de Minister inzicht geven in de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen over het MFK?
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Niinistö-rapport, waarin wordt gesteld dat de EU onvoldoende voorbereid is op grote crises zoals een aanval op een EU-lidstaat of een pandemie. Zij onderschrijven de aanbevelingen om de civiele en militaire weerbaarheid te versterken en vragen hoe het kabinet de implementatie hiervan binnen Nederland en de EU voor zich ziet. Welke specifieke beleidsmaatregelen overweegt het kabinet om de aanbevelingen van het Niinistö-rapport te integreren in de Nederlandse weerbaarheidsstrategie? Deze leden steunen het pleidooi voor een sterkere samenwerking tussen de EU en de NAVO op het gebied van crisisbeheersing en defensie-industrie, maar vragen hoe de Minister denkt over de financiering hiervan binnen de huidige EU-begroting.
Landen als Denemarken en Finland lijken een nieuwe houding aan te nemen ten aanzien van Europese schulduitgifte en Europese investeringen in defensie. Hoe beoordeelt het kabinet deze ontwikkelingen en kan het kabinet de precieze posities en krachtenveld tegen eurobonds in de EU duiden?
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de aanhoudende protesten in Servië tegen de regering van president Vucic. De recente staking en demonstraties zijn een reactie op de instorting van het dak van een treinstation in Novi Sad, dat door de demonstranten wordt toegeschreven aan corruptie binnen de overheid. Deze leden merken op dat deze protesten de grootste zijn sinds Vucic in 2017 aan de macht kwam en dat zijn plannen voor een nieuwe politieke beweging, naar het voorbeeld van Verenigd Rusland, zorgen baren. Hoe kijkt de Minister naar de ontwikkelingen in Servië? Hoe wil de Minister binnen de EU bepleiten dat naleving van rechtsstatelijke principes en democratische waarden een harde voorwaarde blijft voor verdere integratie?
Ook in Georgië blijft het onrustig en de huidige regering van Georgische Droom blijft onder druk staan. De EU neemt steeds meer maatregelen. Hoe kijkt de Minister naar het gericht instellen van sancties tegen families van vertrouwelingen van oligarch Ivanishvili, bijvoorbeeld door hen toegang tot Westerse financiële systemen te ontzeggen?
Tot slot nemen de aan het woord zijnde leden kennis van de toenemende politieke steun voor de verdere integratie van Oekraïne en Moldavië in de EU. Zij steunen het principe van een op merites gebaseerde toetreding en erkennen het belang van verdere hervormingen binnen deze landen. Tegelijkertijd vragen zij hoe de Minister de balans ziet tussen politieke steun aan toetreding en het strikt handhaven van de toetredingscriteria. Hoe voorkomt de Minister dat geopolitieke overwegingen de strikte toepassing van de Kopenhagen-criteria ondermijnen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
De leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda’s van de Raden Algemene Zaken van 17–18 en 25 februari 2025. Deze leden hebben enkele vragen over de inzet van het kabinet gedurende deze Raden Algemene Zaken.
Hoe is de Minister van plan de voorgenomen beperking van de stijging van de Nederlandse EU-afdracht met 1,6 miljard euro vanaf 2028 te realiseren? Welke concrete opties worden momenteel overwogen?
Op welke onderdelen van het nieuwe MFK kan volgens de Minister worden bespaard, gezien de Nederlandse inzet op een kleiner MFK en de veel besproken herprioritering van de EU-begroting?
De leden van de NSC-fractie merken op dat er een ongewenst risico bestaat op de invoering van nieuwe eigen middelen. Wat is de visie van de Minister op de vier door de Europese Commissie voorgestelde nieuwe eigen middelen voor de EU-begroting?
Deze leden, die gemeenschappelijke schulden in EU-verband categorisch afwijzen, constateren met zorg dat zelfs traditioneel «zuinige» landen zoals Denemarken, Finland en mogelijk Duitsland steun overwegen voor plannen rondom gemeenschappelijke schulden voor defensie. Hoe beoordeelt de Minister dit veranderende krachtenveld?
Hoe beoordeelt de Minister de plannen van de Europese Commissie om het MFK in een structuur te gieten die vergelijkbaar is met die van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF)?
Wat is de visie van de Minister op een verkorting van het MFK van zeven naar vijf jaar, en hoe staat het tegenover een grotere flexibilisering in de inzet van middelen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda’s voor de Informele Raad Algemene Zaken op 17 en 18 februari en de Raad Algemene Zaken op 25 februari. Met betrekking tot de onderwerpen op de agenda (MFK, weerbaarheid en hybride dreigingen) hebben deze leden nog enkele vragen.
In het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 27 januari 2025 lezen deze leden over de Nederlandse inbreng met betrekking tot hybride dreigingen dat een substantiële groep lidstaten, waaronder Nederland, aanvullende stappen bepleitte voor het versterken van de afschrikking en dat gesproken werd onder andere over het verbeteren van informatiestromen om te kunnen anticiperen op dreigingen, het verhogen van de kosten voor kwaadwillende actoren, het versterken van de weerbaarheid en het nauw optrekken met partnerlanden en de NAVO. Voornoemde leden juichen toe dat aanvullende maatregelen worden genomen om verkiezingen in Europa te beschermen tegen buitenlandse beïnvloeding. Welke concrete maatregelen zou de Minister op dit gebied graag zien? En welke maatregelen wil de Minister terugzien in het EU Democracy Shield, dat in het tweede kwartaal gepresenteerd zal worden? Bent u het met deze leden eens dat er ook expliciet aandacht moet zijn voor inmenging, zoals we die momenteel zien vanuit Elon Musk?
De leden van de D66-fractie vragen of er bij sabotage van verkiezingen ook steeds tegenmaatregelen worden genomen om dit soort ondermijnende inmenging te ontmoedigen? Zo ja, om wat voor maatregelen gaat dit en hoe wordt dit gecoördineerd? Zo nee, betekent dit dat er geen consequenties worden verbonden voor landen als Rusland die op deze wijze onze democratie aanvallen?
Deze leden maken zich grote zorgen over Russische inmenging in verkiezingen, onder andere in Roemenië en Moldavië. Gezien de agressieve vorm van inmenging in Europese verkiezingen door Rusland, welke maatregelen heeft Nederland klaarstaan om de aankomende verkiezingen in Nederland te beschermen tegen buitenlandse inmenging?
Middels een motie hebben voornoemde leden eerder al aandacht gevraagd voor het onderwerp hybride dreigingen tijdens de aankomende NAVO-top in Den Haag. Welke opvolging is er tot op heden gegeven aan de aangenomen motie van der Werf c.s. over in aanloop naar of tijdens de NAVO-top in 2025 een zij-evenement organiseren dat zich richt op cybersecurity en hybride dreigingen (Kamerstuk 36 600 X, nr. 43)?
De leden van de D66-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat er concreet gesproken zal worden over het volgende MFK, terwijl het kabinet nog steeds geen standpunt heeft ingenomen over de toekomst van het MFK. Met welk mandaat neemt de Minister deel aan de eerste gesprekken over het MFK? Welk standpunt zal Nederland uitdragen tijdens de gesprekken van 17 en 18 februari?
In antwoord op vragen bij het SO over de Raad Algemene Zaken van 21 november, gaf de Minister aan voorstander te zijn van een modernisering van het MFK en dat het MFK de Europese strategische prioriteiten dient te reflecteren. Wat betekent dit concreet en op welke manier zal Nederland dit inbrengen tijdens de aankomende Raad Algemene Zaken?
In de afgelopen maanden is de nieuwe Europese Commissie direct aan de slag gegaan met voorstellen op het gebied van veiligheid en defensie richting het nieuwe MFK. Daarbij hebben de Voorzitter van de Europese Commissie, Von der Leyen, en Eurocommissaris Kubilius gepleit voor in totaal 500 miljard euro extra investeringen voor Europese veiligheid en defensie in de komende 10 jaar, en deden ze de oproep om het Europese defensiebudget op te hogen naar 100 miljard euro. Kan de Minister aangeven wat hij concreet vindt van deze twee voorstellen?
Naast meer geld voor defensie zal er ook concreet gesproken worden over Oekraïne. Voornoemde leden vinden dat een langjarig commitment ook betekent dat er financiële middelen gereserveerd moeten worden. Is de Minister het met deze leden eens dat de steun aan Oekraïne een vaste plek moet krijgen in de Europese begroting en dat er ook middelen/fondsen gereserveerd moeten worden voor de wederopbouw van Oekraïne?
Gezien de hoge mate van dreiging vanuit Rusland en de conclusies van de Draghi- en Niinistö-rapporten, zien de aan het woord zijnde leden dat er veel extra Europese middelen nodig zullen zijn om opvolging te kunnen geven aan de Europese uitdagingen. Erkent de Minister dat er extra Europees geld nodig zal zijn om alle uitdagingen op het gebied van weerbaarheid, veiligheid en concurrentievermogen het hoofd te kunnen bieden? Zo nee, welke posten op de Europese begroting zouden minder geld moeten krijgen om ruimte te maken voor de eerdergenoemde prioriteiten? Hoe kijkt de Minister naar het voorstel van Draghi om de terugbetaling van NextGeneration EU-leningen uit te stellen, zodat die middelen kunnen worden ingezet voor de prioriteiten van nu?
De leden van de D66-fractie zijn zeer sceptisch over het voornemen van dit kabinet om in te zetten op een lagere Nederlandse EU-afdracht. Overwegende dat het kabinet zelf ook aangeeft dat een lagere afdracht een lastige opgave lijkt, aangezien Nederland al een hoge korting kent, waar geeft dit kabinet de prioriteit aan minder EU-afdrachten of actie op de eerdergenoemde uitdagingen? Is het kabinet bereid de wens voor een lagere afdracht te laten vervallen als dit oplossingen op het gebied van veiligheid, weerbaarheid en concurrentievermogen in de weg staat?
Tijdens de Raad zal ook gesproken worden over weerbaarheid. Deze leden vinden de concrete wensen van het kabinet op dit gebied onduidelijk. Aangezien er tijdens de Raad Algemene Zaken van 17 en 18 februari gesproken zal worden over het rapport van de voormalige Finse president Sauli Niinistö over weerbaarheid, en de kabinetsreactie hierop pas eind deze maand volgt, betekent dit dat Nederland geen standpunt zal innemen tijdens de Raad Algemene Zaken over onderwerpen met betrekking tot weerbaarheid? Zo nee, kan de Minister dan aangeven wat de inbreng van Nederland op dit onderwerp zal zijn?
Welke opvolging is er tot op heden gegeven aan de aangenomen motie van het lid Van der Werf c.s. over concrete scenario’s uitwerken voor maatregelen op overheidsniveau en individueel niveau in het geval van hybride (cyber)aanvallen (Kamerstuk 36 600 X, nr. 44), en welke opvolging gaat de Minister nog geven?
Tijdens de lunch zal worden gesproken over de toekomst van Europa, met specifieke aandacht voor de verdere uitbreiding van de EU en de gevolgen daarvan voor de interne organisatie van de EU. De leden van de D66-fractie missen echter een visie van dit kabinet op Europa. Wat is de visie van dit kabinet op de toekomst van de EU en wat zal de inbreng van Nederland zijn tijdens dit lunchgesprek? EU-Commissaris voor uitbreiding, Marta Kos, heeft na afloop van de Raad Algemene Zaken van 28 januari jl. aangekondigd tegen eind juni 2025 de onderhandelingen te willen openen over twee EU-uitbreidingsclusters met Oekraïne en Moldavië, namelijk over fundamentele waarden en externe actie. Zal Nederland deze volgende stap in het toetredingsproces van Oekraïne en Moldavië steunen?
Voornoemde leden hebben inmiddels meerdere keren aandacht gevraagd voor het feit dat dit kabinet deelneemt aan Europese Raden, de Raad Algemene Zaken en NAVO-ministeriële zonder voor vertrek een duidelijke Nederlandse inbreng te delen met de Tweede Kamer. Deze leden maken zich zorgen over de transparantie van dit kabinet en haar Europese/internationale inzet. Erkent de Minister dat hij het Nederlandse standpunt tijdens de eerdergenoemde gremia met de Kamer moet delen, alvorens een duidelijk standpunt in te nemen tijdens deze gremia? Zo ja, vindt de Minister dat hij dit in de afgelopen maanden ook heeft gedaan?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie herkennen veel van de onderwerpen uit afgelopen debatten.
Om die reden zetten wij onze standpunten nog een keer op een rijtje, en zullen wij waar nodig met aanvullende vragen en/of opmerkingen komen. Dit geven wij graag aan de Minister mee, waarbij wij graag terugkoppeling ontvangen.
De leden van de BBB-fractie merken op dat hybride dreigingen en inmenging in verkiezingen nu ook Duitsland en andere landen prioriteit hebben. Deze leden kijken uit naar vernieuwde veiligheidsstrategie eind maart.
Deze leden benadrukken dat Nederland een pro-actievere opstelling wil om de Russische schaduwvloot aan te pakken, de (infrastructuur in de)Noordzee maar ook Oostzee en Baltische Zee beter te beveiligen. Verder pleiten deze leden ook voor een doortastendere aanpak bij het confisqueren van Russische tegoeden.
Wat betreft de nieuwe Europese Meerjarenbegroting pleiten voornoemde leden fel tegen eurobonds en nog meer gemeenschappelijke schulden, ook als dit voor defensie ingezet zou gaan worden. Landen hebben zelf de plicht zich aan de NAVO-norm te houden. Bovendien is dan het hek van de dam en de poort open om ook voor andere bestedingen dan maar voor eurobonds en gemeenschappelijke schulden te kiezen. Probleem daarbij is gedrag van onder andere Draghi die nu al de terugbetaling van de NextGeneration EU-leningen op langere termijn wil schuiven. Deze leden willen «Italiaanse toestanden» voorkomen en een degelijk en gezond financieel beleid hebben. Nederland heeft als een van de grote betalers ook het recht hiervan iets te vinden. Op deze manier legt Draghi deze schulden wel heel erg bij de NextGeneration neer.
Als de Europese Commissie een Competitiveness Fund wil opzetten is het volgens voornoemde leden handig daar ook defensie in op te nemen om die tak te stimuleren. Dan hoeft dat niet ook nog een keer op een andere manier.
Verder merken zij op dat het prima is om rekening te houden met de hulp aan Oekraïne, maar om nu al voor komende jaren militaire steun onverminderd voort te willen zetten is prematuur. Wellicht is er in de tussentijd vrede. Het is verstandig alvast rekening te houden met de wederopbouw en daarbij te kijken of Nederlandse bedrijven hiervan mee kunnen profiteren.
De Europese Commissie probeert van alles om meer inkomsten te genereren en dit lijkt een doel op zich te worden. Dat kan volgens de aan het woord zijnde leden niet de bedoeling zijn.
Nederland moet als het aan deze leden ligt vasthouden aan haar opstelling als zuinig land, ook als daar nu landen hun koers wijzigen om verschillende redenen. Alleen dan kan de EU in de toekomst een stabiel en sterk economisch en financieel blok blijven. Hoewel deze leden de zorgen over Groenland en van Polen delen kan dit niet een reden zijn om onze houding ten aanzien van eurobonds en gemeenschappelijke schulden ineens overboord te zetten.
Het is volgens de leden van de BBB-fractie goed dat de EU inzet op minder regelgeving om concurrentie vermogen en slagkracht van Europese ondernemers weer meer te stimuleren in plaats van tegen te werken. Deze leden zouden van de Minister graag willen weten of en welke veranderingen en toevoegingen hij zou willen zien in de meerjarenprogrammering en of Nederland daar nog specifieke voorwaarden of wensen over heeft.
De aan het woord zijnde leden blijven kritisch op uitbreiding van de EU op de manier waarop dat nu gaat. Zij willen geen paarden van Troje of nieuwe situaties zoals met Hongarije binnenhalen die van binnenuit onze waarden en efficiency kunnen dwarsbomen. Daarom maken zij zich bijvoorbeeld grote zorgen om Moldavië, maar ook Servië. Eerder hebben voornoemde leden ook al zorgen inzake Georgië geuit en die bleken niet onterecht. Oekraïne is voor deze leden sowieso een brug te ver op dit moment. Wat dat betreft laten zij alle opties nog open.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en hebben nog enkele vragen die zien op het volgend MFK. Zij vragen wat de strategie van dit kabinet is met betrekking tot de onderhandelingen over het MFK. Deze leden lezen dat het kabinet inzet op «een moderne en toekomstbestendige begroting die de belangrijkste uitdagingen van de EU adresseert.» Zij vragen wat voor dit kabinet prioriteit heeft. Is dat het moderniseren van de EU-begroting of het beperken van de afdrachten? Voornoemde leden vragen verder wat de inhoudelijke prioriteiten van het kabinet zijn voor het MFK. Op welke thema’s wil dit kabinet de Europese samenwerking intensiveren en verdiepen? En waar zou dan eventueel meer en waar eventueel minder geld naartoe moeten gaan?
De aan het woord zijnde leden lezen verder dat de Minister geen ruimte ziet voor de verhoging van de totale omvang van het MFK. Deze leden vragen wat hiervan de reden is. Het ging het kabinet in het regeerprogramma toch alleen om de afdrachten van Nederland? En zet het kabinet daarmee in op het gelijk blijven van de omvang van het MFK of ziet het kabinet het liefst een verlaging van het totale MFK? Wat is voor het kabinet een «acceptabele» omvang van het MFK, zoals omschreven in de budgettaire bijlage van het hoofdlijnenakkoord? Deze leden vragen ook wat de gevolgen zijn van de nacalculatie van de EU-afdrachten, waaruit blijkt dat Nederland eenmalig 697 miljoen euro moet nabetalen vanwege een hoger dan verwacht bni. Welke gevolgen heeft dit voor de ramingen van de afdrachten voor komende jaren? In hoeverre heeft het hoger dan verwachte bni invloed op de onderhandelingen voor het nieuwe MFK, waarop het kabinet 1,6 miljard euro wil bezuinigen? Klopt het dat deze bezuiniging hierdoor nog lastiger te realiseren is?
De leden van de CDA-fractie vragen verder of de Minister wil aangeven hoe hij aankijkt tegen de vormgeving van het MFK. Wat is de visie van de Minister op de beste vormgeving? En wat is de reactie van de Minister op de genoemde plannen voor een nieuwe vormgeving waarbij lidstaten nationale plannen moeten indienen om aanspraak te maken op één enkele financieringsenveloppe die de grote hoeveelheid aan EU-programma’s vervangt? Voor welke vormgeving is op dit moment het meeste draagvlak, naar de verwachting van de Minister?
Deze leden vragen als laatste naar de rol van de Stuurgroep Tactiek en Timing Europese Inzet Hoofdlijnenakkoord. Wat is de rol van deze stuurgroep in dit proces? Wat heeft deze stuurgroep tot nu toe bereikt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractie
De leden van de Volt-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de onderhavige stukken voor het schriftelijk overleg over de Raad Algemene Zaken van 17–18 en 25 februari 2025. Zij hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.
Deze leden zijn verheugd te lezen dat Nederland pleit voor een assertieve opstelling in het vraagstuk rondom hybride dreigingen in het maritieme domein. De Minister sprak laatst over het gevaar rondom het scheppen van een precedent voor Rusland en China als het gaat om nieuwe maatregelen voor het enteren van de Russische schaduwvloot. Welke maatregelen ziet de Minister voor zich om het scheppen van een gevaarlijk precedent te voorkomen?
Daarnaast zijn de leden van de Volt-fractie verheugd te lezen dat eurocommissaris Kos en Hoge Vertegenwoordiger Kallas positief staan tegenover verdere stappen in EU-uitbreiding. In het regeerprogramma staat echter dat Nederland hier kritisch over is. Zal Nederland voor het openen van de twee uitbreidingsclusters met Oekraïne en Moldavië stemmen? Welke lidstaten kunnen unanimiteit op dit besluit in de weg staan? Kan de Minister enkele voordelen noemen van verdere EU-uitbreiding?
De leden van de Volt-fractie vragen in het kader van EU-uitbreiding welke hervormingen van de EU dit kabinet op dit moment het meest nodig acht? Is de Minister het met deze leden eens dat het toetredingsproces een gefaseerd proces zou moeten worden, waarbij het EU-lidmaatschap met bijbehorende rechten in stappen verkregen kan worden? Zoals ook Tsjechië voorstelde om Oekraïne en Moldavië geleidelijk tot de interne markt te laten toetreden? Zo nee, waarom niet?
Dan hebben de leden van de Volt-fractie nog een aantal vragen over het MFK. Zij zijn van mening dat voor een sterk, onafhankelijk Europa een grotere EU-begroting nodig is. Het kabinet zal bij de onderhandelingen over het volgende MFK inzetten op een kleiner MFK en een hogere Nederlandse korting. Hoe rijmt de Minister dat met het feit dat er juist in deze geopolitieke, veranderende wereldorde meer geld nodig is om een sterk, verenigd, onafhankelijk Europa te creëren dat tegenstand kan bieden aan grootmachten als de VS en China? Een Europa dat haar concurrentie wil verhogen, wil uitbreiden en een gezamenlijke defensie-industrie wil opstarten. Een Europa dat volgens Draghi een gat van 800 miljard euro per jaar moet dichten. Hoe ziet de Minister voor zich dat deze zaken het hoofd geboden kan worden met de huidige, beperkte EU-begroting? Denkt de Minister echt dat we grote, gezamenlijke problemen het beste als 27 aparte lidstaten het hoofd kunnen bieden?
Daarnaast is een Nederlandse korting op het nieuwe MFK niet unilateraal afdwingbaar. Is de Minister het met deze leden eens dat het pleiten voor een grotere korting, die bij het huidig MFK al hoog is, wensdenken is waar andere lidstaten niet mee akkoord zullen gaan? Indien de wensen van dit kabinet, een kleiner MFK en een hogere korting, niet door zullen gaan, is de Minister dan van plan een veto uit te spreken voor het nieuwe MFK? Zal dit, zoals het CPB terecht schetst, «mogelijk negatieve consequenties op andere beleidsterreinen waar Nederland afhankelijk is van Europese samenwerking» hebben? Zo nee, waarom niet? Waarom spreekt dit kabinet wel uit dat er meer Europese samenwerking nodig is, maar wil het én een kleiner MFK én geen gebruik maken van eurobonds, waarmee dit kabinet Nederland isoleert in de discussie over meer financiële middelen voor Europese samenwerking en Nederland zich in hetzelfde rijtje als Hongarije plaatst? Verder vragen deze leden ook welke ideeën voor nieuwe eigen middelen voor de EU het kabinet in gedachte heeft.
De leden van de Volt-fractie vragen of het kabinet voorstander is de steun aan Oekraïne een vaste plek op de EU-begroting te geven. Momenteel is dit niet het geval en is de steun op ad-hoc basis tot stand gekomen.
Tot slot hebben deze leden kennisgenomen van de beoogde plannen van de Europese Commissie om het MFK te hervormen tot in totaal drie fondsen. Kan de Minister drie voordelen en drie nadelen schetsen van deze eventuele hervorming? Wat is de houding van dit kabinet op dit plan?