Eindrapportage van het onderzoek naar de herinvoering van het alcoholslot
Maatregelen verkeersveiligheid
Brief regering
Nummer: 2025D11375, datum: 2025-03-17, bijgewerkt: 2025-03-20 13:53, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-29398-1169).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: B. Madlener, minister van Infrastructuur en Waterstaat (Ooit PVV kamerlid)
- Beslisnota bij Eindrapportage van het onderzoek naar de herinvoering van het alcoholslot
- Verkenning herinvoeren Alcoholslotprogramma. Eindrapportage
- Juridische analyse en scenario’s voor herinvoering alcoholslot(programma)
Onderdeel van kamerstukdossier 29398 -1169 Maatregelen verkeersveiligheid.
Onderdeel van zaak 2025Z04902:
- Indiener: B. Madlener, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2025-03-19 14:28: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-03-26 09:15: Procedurevergadering IenW (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2025-06-10 16:30: Verkeersveiligheid (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
Vergaderjaar 2024-2025 |
29 398 Maatregelen verkeersveiligheid
Nr. 1169 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 maart 2025
De afgelopen jaren is er door de Kamer regelmatig aandacht gevraagd voor de risico’s voor de verkeersveiligheid als gevolg van rijden onder invloed. Daarbij is ook met regelmaat gevraagd naar de mogelijkheid om het alcoholslot opnieuw in te voeren. De Kamer heeft op 4 maart 2025 (Kamerstuk 29 398, nr. 1161) een motie aangenomen om zo snel mogelijk over te gaan tot de invoering van het alcoholslot. Dit was een motie van Kamerlid Veltman van de VVD. De VVD is al langer voorstander van invoering van een alcoholslot.
In 2015 is het alcoholslotprogramma namelijk gestopt omdat de Hoge Raad concludeerde dat sprake was van dubbele bestraffing. Ook concludeerde de Raad van State dat te weinig maatwerk werd toegepast waardoor sommige mensen onevenredig zwaarder werden geraakt dan anderen. Bijvoorbeeld beroepschauffeurs. In overeenstemming met de toezegging van mijn voorganger bied ik u hierbij, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, het onderzoeksrapport aan getiteld «Verkenning herinvoeren Alcoholslotprogramma».
Het rapport bevat conclusies en aanbevelingen over herinvoeren van het alcoholslotprogramma in het bestuurs- of strafrecht. Het rapport constateert dat het alcoholslotprogramma zowel in het bestuursrecht als in het strafrecht kan worden ingevoerd. In het bestuursrecht blijft het een significant juridisch risico dat de Hoge Raad het alcoholslot als dubbele bestraffing ziet. Om dit te voorkomen zou, in specifieke gevallen, een uitweg kunnen zijn om af te zien van strafrechtelijke vervolging.
Het risico dat het alcoholslot als dubbele bestraffing wordt gezien is er niet als het wordt ingevoerd in het strafrecht. Daar bestaan wel praktische risico’s. Bijvoorbeeld dat het aantal deelnemers kan tegenvallen doordat rechters het alcoholslot in de praktijk mogelijk minder vaak opleggen. Afhankelijk van hoe het precies wordt ingericht, wordt het alcoholslot mogelijk als een relatief zware maatregel gezien. In het strafrecht hebben rechters bovendien ook andere opties om rijden onder invloed te bestraffen, zoals een geldboete of ontzegging van de rijbevoegdheid en wordt rekening gehouden met eventuele maatregelen die reeds in het bestuursrecht zijn opgelegd. Ook persoonlijke omstandigheden van de betrokkene worden door een strafrechter meegewogen.
De onderzoekers concluderen dat het juridische risico van het bestuursrecht zwaarder weegt dan het praktische risico van mogelijk lagere aantallen in het strafrecht. De Minister van JenV en ik achten het echter van belang de komende periode de mogelijkheden zowel in het bestuursrecht als in het strafrecht nader te bekijken. Daarbij wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de uitvoeringsconsequenties en de kosten van de verschillende scenario’s. Dit gebeurt samen met andere relevante partijen zoals het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, de Rijksdienst voor het Wegverkeer, politie, Openbaar Ministerie en Reclassering. Het streven is om uw Kamer voor het volgende commissiedebat verkeersveiligheid hierover nader te informeren.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
B. Madlener