[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Piri over nareis mogelijk maken voor partners die in het land van herkomst niet kunnen trouwen

Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel)

Amendement

Nummer: 2025D13480, datum: 2025-03-27, bijgewerkt: 2025-03-27 16:00, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36703 -12 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel).

Onderdeel van zaak 2025Z05880:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2024-2025
36 703 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel)
Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID PIRI
Ontvangen 27 maart 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel C, onder 3 wordt in het voorgestelde derde lid, onderdeel a, toegevoegd “of partner die zodanig afhankelijk is van die vreemdeling, dat hij om die reden behoort tot diens gezin, en die het in het land van herkomst niet is toegestaan met die vreemdeling een huwelijk aan te gaan”.

II

Na artikel II wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IIA

Indien het voorstel van wet tot Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen (Asielnoodmaatregelenwet) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel G, van die wet eerder in werking treedt dan artikel I, onderdeel C, van deze wet, wordt het in artikel VII, onder 2, onderdeel a, subonderdeel 2°, van die wet genoemde onderdeel C als volgt gewijzigd:

a. Voor de tekst wordt de aanduiding “1.” geplaatst.

b. Er wordt een aanhef ingevoegd, luidende:

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

c. In onderdeel 1 (nieuw) wordt “Artikel 29, eerste lid,” vervangen door “Het eerste lid”.

d. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

2. Aan het derde lid, onderdeel a, wordt toegevoegd “of partner die zodanig afhankelijk is van die vreemdeling, dat hij om die reden behoort tot diens gezin, en die het in het land van herkomst niet is toegestaan met die vreemdeling een huwelijk aan te gaan”.

Toelichting

Dit amendement zorgt ervoor dat nareis ook mogelijk blijft voor (partners van) vreemdelingen die in hun land van herkomst niet konden huwen. Dat omvat ongehuwde partners van LHBTIQ+ personen.

Met het onderhavig wetsvoorstel wordt de mogelijkheid voor ongehuwde partners om te kunnen nareizen geschrapt, terwijl het nuttig effect van deze maatregel, volgens het Ministerie van Asiel en Migratie, beperkt is. In een aanzienlijk deel van de nareisaanvragen voor ongehuwde partners wordt de aanvraag namelijk ingediend in combinatie met één of meer minderjarige kinderen. Dan heeft de andere ouder (de ongehuwde partner) alsnog via artikel 8 EVRM recht op gezinshereniging. Dit betekent een procedurele verschuiving naar de complexere en bewerkelijke procedure rond artikel 8 EVRM, terwijl het eindresultaat hetzelfde is (verblijf in Nederland).

Bovendien stelt de indiener dat de uitwerking van deze maatregel in de praktijk, specifiek voor LHBTIQ+ personen discriminatoir uit kan pakken. Zo valt te denken aan situaties van vreemdelingen voor wie het (feitelijk) onmogelijk is om in het land van herkomst te huwen. Het gaat dan bijvoorbeeld om landen waarin homoseksuele relaties niet alleen niet erkend worden, maar zelfs strafbaar zijn. De indiener stelt dat Nederland een voortrekkersrol moet blijven spelen als het gaat om de bescherming van de LHBTIQ+ personen, specifiek in zaken waarbij mensen worden vervolg vanwege hun seksuele geaardheid.

Ten aanzien van het uitsluiten van relaties van hetzelfde geslacht heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens al eerder bepaald dat er geen sprake is van een objectief en gerechtvaardigd onderscheid als deze van hereniging worden uitgesloten.1 Het uitsluiten van deze relaties is ook in strijd met de Gezinsherenigingsrichtlijn (overweging 5): “De lidstaten passen deze richtlijn toe zonder onderscheid te maken op grond van ras, huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.”

Piri


  1. ECHR, Pajić v Croatia, No 68453/13, 23 februari 2016, http://bit.ly/3w6sqxO↩︎