Toelichting op verkenning naar 24/7 meldpunt femicide en het verbeteren van de bereikbaarheid van Veilig Thuis en reactie op initiatiefnota Mutluer
Initiatiefnota van het lid Mutluer over femicide – erkenning en aanpak van gendergerelateerd dodelijk geweld
Brief regering
Nummer: 2025D14262, datum: 2025-04-01, bijgewerkt: 2025-04-02 09:49, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V. Maeijer, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit PVV kamerlid)
- Mede ondertekenaar: I. Coenradie, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van kamerstukdossier 36658 -3 Initiatiefnota van het lid Mutluer over femicide – erkenning en aanpak van gendergerelateerd dodelijk geweld.
Onderdeel van zaak 2025Z06174:
- Indiener: V. Maeijer, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Medeindiener: I. Coenradie, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2025-04-03 13:14: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-04-10 12:00: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2025-04-16 10:15: Procedurevergadering VWS (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
In Nederland worden jaarlijks tientallen vrouwen en meisjes door hun (ex-)partner of een familielid gedood. Wat het motief ook is, jaloezie, wraak, gekrenkte trots of vrouwenhaat, het is onacceptabel dat dit gebeurt. De laatste jaren is er meer en meer aandacht gekomen voor femicide, fataal huiselijk geweld en kindermishandeling, dat vooral vrouwen en meisjes treft. En terugkijkend laten juist de gevallen van femicide waar de pleger uit huiselijke kring kwam, zien dat er vaak vooraf al signalen waren van een dreigende escalatie. Bij het tijdig herkennen van de signalen en adequaat ingrijpen hadden deze moorden mogelijk voorkomen kunnen worden. Bewustwording en kennis van signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling, een goede aanpak bij vroege signalen, stevig ingrijpen bij escalatie en dreiging van geweld, voldoende beschermingsmogelijkheden voor slachtoffers, hulp voor en aanpak van plegers zijn hierin allemaal cruciale onderwerpen. Dit alles is samengekomen in het plan van aanpak ‘Stop femicide!’ dat het vorige kabinet in juni 2024 aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.1 De prioriteiten uit het plan van aanpak worden momenteel uitgevoerd. Zoals in het plan van aanpak is aangegeven, zal de Tweede Kamer voor de zomer van 2025 worden geïnformeerd over de voortgang van deze prioriteiten.
In aanvulling op het plan van aanpak zijn er nog andere acties aangedragen door de Tweede Kamer en ingezet door ons. Tijdens een aantal Kamerdebatten in 2024, waaronder het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen en de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid, is toegezegd om op een aantal punten in een Kamerbrief in februari 2025 terug te komen. Met deze brief geven wij, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid en staatssecretaris Rechtsbescherming en de staatssecretaris Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, invulling aan deze toezeggingen.
In deze brief komen de volgende onderwerpen aan de orde:
Een verkenning voor een landelijk expertisepunt ter ondersteuning van een 24/7 meldpunt femicide;
Het verbeteren van de bereikbaarheid/toegankelijkheid van Veilig Thuis;
Een inhoudelijke reactie op de initiatiefnota van het lid Mutluer, ingediend tijdens de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid;
Afdoening van andere motie(s) en/of toezegging(en).
Landelijk expertisepunt femicide
Femicide is in de meeste gevallen huiselijk geweld met een dodelijke afloop. Om femicide te voorkomen is het nodig dat eerdere signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling goed worden herkend en dat er tijdig wordt geïntervenieerd, voordat het ernstiger wordt en fataal kan aflopen. Er zijn veel verschillende onderzoeksinstellingen, uitvoeringsorganisaties en platforms die kennis over huiselijk geweld, kindermishandeling en (rode vlaggen van) femicide hebben en delen. Het is nodig dat deze kennis goed bij elkaar komt en er één centraal punt is waar iedereen terecht kan voor informatie én advies. Hiervoor hebben de leden Becker en Van der Werf ook een motie ingediend.2 In de Verzamelbrief naar aanleiding van het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen hebben wij uw Kamer hierover een eerste reactie gegeven.3
In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is wettelijk geregeld dat elke gemeente een Veilig Thuis-organisatie moet hebben die adviesvragen en meldingen over huiselijk geweld en kindermishandeling ontvangt en behandelt. Met 25 Veilig Thuis-organisaties verspreid over het hele land is Veilig Thuis hét landelijk expertisepunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, voor zowel professionals als burgers. Aangezien femicide in de meeste gevallen voortkomt uit situaties van huiselijk geweld, ligt het voor de hand dat een landelijk expertisepunt femicide ook aan Veilig Thuis gekoppeld wordt.
Veilig Thuis traint medewerkers al op verschillende vormen van geweld, waarbij ook specifiek aandacht is voor intieme terreur, stalking en andere rode vlaggen van femicide. Ik, de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, verken momenteel samen met het Landelijk Netwerk Veilig Thuis wat nodig is om Veilig Thuis te versterken als landelijk expertisepunt en hoe dit gerealiseerd kan worden. Hierbij wordt gekeken naar het verbeteren van het contact tussen professionals en Veilig Thuis als het gaat om adviesvragen, het proactief uitdragen van kennis en expertise van Veilig Thuis en het creëren van maatschappelijke bewustwording, bijvoorbeeld door campagnes. Deze inzet is ook gekoppeld aan andere lopende acties, verderop in deze brief beschreven.
Uiteraard is afhankelijk van de context samenwerking met andere specialistische expertisepunten noodzakelijk, zoals bijvoorbeeld met de politie voor het maken van dreigingsinschattingen, met het Landelijk expertisecentrum eergerelateerd geweld (LEC EEG) als het gaat om eergerelateerd geweld of met kennisinstituten als het gaat om wetenschappelijke kennis over huiselijk geweld en femicide.
Daarnaast loopt er op dit moment, zoals aangekondigd in het plan van aanpak ‘Stop Femicide!’, een onderzoek naar de wijze waarop landelijke coördinatie in de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en kindermishandeling (waaronder dus ook femicide) kan worden vormgegeven. Centrale vragen hierbij zijn onder andere welke vorm van coördinatie wenselijk is, waar deze coördinatie concreet betrekking op zou moeten hebben en hoe deze in het buitenland is vormgegeven. Dit onderzoek levert mogelijk ook aanbevelingen op over de wijze waarop landelijke expertise bijeengebracht zou kunnen worden. De uitkomsten van dit onderzoek, dat door de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) wordt uitgevoerd, worden in juni 2025 verwacht.
Bereikbaarheid en toegankelijkheid van Veilig Thuis
In de Verzamelbrief naar aanleiding van het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen hebben wij ook toegezegd uw Kamer in de voorliggende brief nader te informeren over de activiteiten die zijn gericht op het vergroten van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van Veilig Thuis.4 Veilig Thuis is de plek waar mensen terecht kunnen voor adviesvragen over huiselijk geweld en kindermishandeling en voor het doen van een melding. Bij adviesvragen wordt bekeken wat een adviesvrager zelf nog kan doen om ondersteuning te bieden: er wordt dan samen met de adviesvrager de afweging gemaakt wat er nodig is. Dit kan enkel advies zijn, maar kan soms ook leiden tot het advies een melding te doen. Advies vragen kan ook anoniem.
Bij meldingen maakt Veilig Thuis zelf een inschatting van de situatie en voert waar nodig aanvullend onderzoek uit. Meldingen kunnen 24/7 bij Veilig Thuis worden gedaan. Dit gaat altijd telefonisch of per e-mail. Voor adviesvragen kunnen mensen telefonisch, per e-mail of per chat contact opnemen met Veilig Thuis. Telefonisch is Veilig Thuis 24/7 bereikbaar. De chatfunctie is alleen tussen 9 en 17 beschikbaar. Veilig Thuis heeft een verkenning uitgevoerd naar wat er nodig is om ook de chatfunctie 24/7 beschikbaar te maken. Er is een eerste inventarisatie gemaakt, waarbij een aantal uitdagingen naar voren zijn gekomen, zoals afstemming en aansluiting bij de regio’s, personele bezetting, financiering, technische en organisatorische haalbaarheid, privacy en AVG-compliance. Ik, de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, kijk samen met het Landelijk Netwerk Veilig Thuis wat er voor nodig is om die randvoorwaarden te realiseren.
In verschillende inspectierapporten komen knelpunten naar voren die, onder andere door professionals, worden ervaren in de contacten en/of samenwerking met Veilig Thuis. Deze knelpunten kunnen leiden tot het niet of minder inschakelen van Veilig Thuis, waar het wel nodig zou zijn gelet op de expertise van Veilig Thuis. Ik richt me, samen met de VNG omdat gemeenten primair verantwoordelijk zijn voor de Veilig Thuis-organisaties, op het wegnemen van deze drempels, onder andere door:
betere terugkoppeling aan professionals te geven over wat er met hun melding bij Veilig Thuis wordt gedaan;
meer voorlichting te geven over de werkwijze van Veilig Thuis;
meer uitleg te geven over de specifieke expertise en functionaliteiten van Veilig Thuis ten opzichte van andere organisaties, waaronder de radarfunctie5 en de inzet van de vertrouwensartsen;
het, op initiatief van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, laten ontwikkelen van een campagne gericht op potentiële slachtoffers en plegers van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, om hen aan te moedigen eerder advies te vragen aan Veilig Thuis (en uit te leggen wat er gebeurt als je advies vraagt);
het aanpakken van wachtlijsten en het verbeteren van de bereikbaarheid en beschikbaarheid van Veilig Thuis.
Initiatiefnota van het lid Mutluer over femicide
Bij de begrotingsbehandeling Justitie en Veiligheid heeft Kamerlid Mutluer een initiatiefnota ingediend voor erkenning en verbetering van de aanpak van femicide.6 Wij zijn haar erkentelijk voor deze initiatiefnota en de wijze waarop zij, samen met collega-Kamerleden, dit urgente onderwerp op de politieke agenda heeft gezet. Met het plan van aanpak ‘Stop femicide!’ zet het kabinet zich in om dit geweld te voorkomen en bestrijden. Samen met uw Kamer, met gemeenten, met de betrokken partnerorganisaties, met wetenschappelijke experts en met nabestaanden van femicide-slachtoffers wil het kabinet de komende jaren de benodigde stappen zetten om hier verder invulling aan te geven. Het is van belang dat we femicide bestrijden met een totaalaanpak, gericht op preventie, signalering, samenwerking, zorg, repressie en kennisontwikkeling. De incidentele middelen die beschikbaar zijn gesteld met het amendement van het lid Mutluer c.s. op de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid voor 20257 bieden ruimte voor extra investeringen.
In de initiatiefnota wordt de Kamer verzocht om bij de regering te bevorderen dat een aantal beslispunten ter hand wordt genomen. De beslispunten zoals die zijn geformuleerd door het lid Mutluer staan hieronder cursief vermeld. Per beslispunt (of geclusterd) staat eronder de reactie van het kabinet.
Doodslag onder verzwarende omstandigheid
Maak, naar Belgisch voorbeeld, in het geval van doodslag op een partner of kind een verhoging van de standaardstraf met een derde mogelijk.
Niet-fatale verwurging
Maak niet-fatale verwurging een specifiek strafbaar feit in het Wetboek van Strafrecht en erken het als een belangrijke indicator van dreigend dodelijk geweld, waarbij slachtoffers preventieve bescherming kunnen krijgen.
Zorg dat forensisch artsen en politie beter getraind worden om niet-fatale verwurging te herkennen, en dat politie/justitie bij melding van een verwurging altijd een letselrapportage maken.
Stalking
Verken de mogelijkheid tot verruiming van de definitie van stalking.
Schrap het klachtvereiste bij stalking, zodat het Openbaar Ministerie ambtshalve vervolging kan instellen bij meldingen.
Verhoog de strafmaat voor stalking van drie naar vier jaar, zodat bijzondere opsporingsbevoegdheden kunnen worden ingezet om deze ernstige vorm van intimidatie en controle effectief op te kunnen sporen.
Net als de indiener van de initiatiefnota vinden wij het heel belangrijk dat femicide wordt bestreden. Doodslag, begaan door een persoon die het slachtoffer zou moeten kunnen vertrouwen en bij wie hij of zij zich veilig zou moeten kunnen voelen, is zeer schokkend en heeft een grote impact op de nabestaanden. Soms bestaat het vermoeden dat de dader met voorbedachten rade heeft gehandeld, en er dus sprake is van moord, maar is dat moeilijk te bewijzen. Ook dan moet er een straf kunnen worden opgelegd die recht doet aan de ernst van de daad. Daarom is per 1 juli 2023 - met de Wet Hümeyra8 - het wettelijk strafmaximum voor doodslag verhoogd van vijftien naar vijfentwintig jaar. Hiermee is de wens van de indiener ingewilligd. Deze verhoging biedt rechters immers meer ruimte om de hiervoor genoemde ernstige gevallen passend te bestraffen: bij het bepalen van de strafeis door het Openbaar Ministerie en de strafoplegging kan door de rechter rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van het geval, en dus ook de omstandigheid dat het feit is gepleegd ten aanzien van een (ex-)partner of kind. Op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid en zoals vermeld in het plan van aanpak ‘Stop femicide!’, verricht het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum (WODC) momenteel een jurisprudentie-onderzoek dat gericht is op de bestaande rechtspraktijk bij femicide-zaken. Dit jurisprudentie-onderzoek is naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 gereed. Het onderzoek moet inzicht geven in de straftoemetingspraktijk in femicide-zaken. Mogelijk biedt dit onderzoek aanknopingspunten om de strafrechtelijke aanpak van femicide verder te verbeteren.
Een niet-fatale verwurging is strafbaar als (poging tot) (zware) mishandeling dan wel een poging tot doodslag. Een afzonderlijke strafbaarstelling van niet-fatale verwurging is dan ook niet nodig om daartegen (strafrechtelijk) te kunnen optreden. Wel is het belangrijk dat gevallen van niet-fatale verwurging tijdig worden gesignaleerd, zodat het patroon van geweld kan worden doorbroken. Inzake het beter herkennen van niet-fatale verwurging zullen wij een onderzoek van de Forensische Artsen Rotterdam-Rijnmond (FARR) en de GGD Amsterdam gericht op het verbeteren van forensisch-medisch onderzoek bij niet-fatale verwurging financieren. Dit onderzoek moet onder meer leiden tot een handreiking voor partnerorganisaties, zoals Veilig Thuis, de politie en het Openbaar Ministerie. Op basis daarvan kunnen deze organisaties hun medewerkers trainen op het beter herkennen van signalen van niet-fatale verwurging en het sneller inschakelen van forensisch-medische expertise. Deze werkwijze moet goed aansluiten op het bestaande werkproces voor de inzet van forensisch-medische expertise en op de bestaande samenwerking tussen (onder andere) Veilig Thuis, politie, Openbaar Ministerie en forensisch artsen.
Daarnaast wordt er – zoals aangekondigd in het plan van aanpak ‘Stop femicide!’ – een verkenning uitgevoerd naar de wijze waarop de veiligheids- en risicobeoordeling bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling kan worden verbeterd. Niet-fatale wurging is een belangrijke rode vlag die ook in dit traject wordt meegenomen. De eerste resultaten (van een langduriger traject) worden eind 2025 verwacht.
Met mevrouw Mutluer constateren wij dat de strafrechtelijke aanpak van stalking (in de wet aangeduid als belaging; zie artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht) ook in de context van het voorkomen en bestrijden van femicide zeer relevant is. De wet biedt bij een verdenking van stalking al goede mogelijkheden tot het doen van gedegen opsporingsonderzoek. Omdat dit misdrijf is opgenomen in artikel 67, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering, is het al mogelijk om bijzondere opsporingsbevoegdheden in te zetten, waaronder ook de in de initiatiefnota genoemde bevoegdheden: het opvragen van verkeers- en zendmastgegevens (artikelen 126nd e.v. Sv), het stelselmatig observeren van personen (artikel 126g Sv) en het plaatsen van een telefoontap (artikel 126m Sv). Voor wat betreft de opsporingsbevoegdheden is het dus niet nodig om het wettelijk strafmaximum te verhogen. Dat neemt niet weg dat de minister van Justitie en Veiligheid en ik, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, ruimte zien om het wettelijk kader te verbeteren. Daarom zijn wij voornemens om het klachtvereiste bij stalking te laten vervallen, zoals eerder ook aangekondigd door de toenmalige minister voor Rechtsbescherming, aangezien uit een verkenning is gebleken dat dit kan bijdragen aan de bescherming van slachtoffers. Het Openbaar Ministerie kan dan immers zelfstandig vervolging instellen en middelen inzetten tegen de pleger ter bescherming van het slachtoffer.9
Eveneens heb ik, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, toegezegd een traject te starten om te komen tot een aparte strafbaarstelling van psychisch geweld. Zoals aangegeven tijdens het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen van 16 oktober 2024 zal uw Kamer voor de zomer van 2025 worden geïnformeerd over de contouren van het wetsvoorstel.10 Met het oog daarop voeren de minister van Justitie en Veiligheid en ik momenteel gesprekken met betrokken organisaties en experts. Hierin zijn onder meer de strafbaar te stellen gedragingen en het strafmaximum onderwerp van gesprek. Ook zijn de minister van Justitie en Veiligheid en ik voor dit traject in afwachting van de bevindingen van twee lopende onderzoeken: een WODC-onderzoek naar de huidige strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld (naar verwachting gereed in het tweede kwartaal van 2025) en een internationale rechtsvergelijking naar de aparte strafbaarstelling van psychisch geweld door de Open Universiteit (naar verwachting gereed in de tweede helft van 2025). De bevindingen van deze onderzoeken komen te laat om nog te kunnen meenemen in de bovengenoemde contourenschets, maar zullen vanzelfsprekend wel worden betrokken in de verdere voorbereiding van dit wetsvoorstel.
Voorkomen en Samenwerking
Borg de kennis over intieme terreur en femicide in alle eenheden, bij alle parketten en binnen de rechtspraak.
Versterk de samenwerking en kennis en informatie-uitwisseling tussen politie, hulpverleners, zorginstellingen en andere maatschappelijke organisaties door het opzetten van een centraal registratiesysteem voor geweldsincidenten tegen vrouwen en maak risicobeoordelingen systematisch onderdeel van de aanpak van geweld tegen vrouwen.
De politie en het Openbaar Ministerie zijn al bezig met het op peil brengen van de interne kennis over dwingende controle, ook bekend als intieme terreur, en femicide. De politie besteedt hier specifieke aandacht aan in de module over huiselijk geweld en kindermishandeling in de basisopleiding op de Politieacademie en in nascholing. Het Openbaar Ministerie heeft in november 2024 een congres over femicide georganiseerd voor officieren van justitie, advocaten en rechters. Ook heeft het Openbaar Ministerie een webpagina over psychisch geweld (waaronder dwingende controle) ingericht op het intranet. De minister van Justitie en Veiligheid en ik, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, gaan met de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak in gesprek hoe de kennis hierover verder kan worden geborgd. Met de middelen die met het amendement van het lid Mutluer beschikbaar komen voor het ministerie van Justitie en Veiligheid zal de politie in 2025 en 2026 scholings- en trainingsmiddelen door ontwikkelen en inzetten, onder meer voor de regisseurs Zorg & Veiligheid. Deze regisseurs fungeren als coördinatoren en interne vraagbaken voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
In het plan van aanpak ‘Stop Femicide!’ is het bevorderen van de deskundigheid van alle professionals opgenomen als prioriteit. Daarbij ligt de focus op het borgen van de juiste kennis op de juiste plek, niet alleen binnen afzonderlijke organisaties, maar juist ook multidisciplinair (elkaars kennis benutten) en in onderlinge afstemming. Omdat deskundigheidsbevordering in eerste aanleg een eigen verantwoordelijkheid is van de organisaties en in de regio’s de gemeenten verantwoordelijk zijn voor een goed samenwerkende en sluitende keten, kan er vanuit het Rijk niet afgedwongen worden welke opleidingen door wie moeten worden gevolgd. Ik, de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, zet me daarom in om alle betrokken organisaties en gemeenten te faciliteren om samen tot een strategie te komen voor deskundigheidsbevordering. Dit gebeurt via een aanbesteding vanuit het ministerie van VWS, die op dit moment wordt uitgezet, om samen met de betrokken partijen een plan op te stellen. Het doel is niet alleen dat alle professionals beschikken over de juiste benodigde basiskennis, maar ook dat professionals van de verschillende organisaties goed weten wanneer en hoe ze elkaars expertise moeten inschakelen. De politie, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak maken hier eveneens deel van uit. Verbeterde deskundigheid moet bijdragen aan een beter sluitend en goed afgestemd aanbod van interventies voor alle vormen van huiselijk geweld en alle typen plegers, met een duidelijke differentiatie tussen de verschillende plegersprofielen. In de brief over de voortgang van de prioriteiten van het plan van aanpak ‘Stop femicide!’ zal ik uw Kamer hierover nader informeren.
Op dit moment werken verschillende organisaties met verschillende registratiesystemen die passen bij hun wettelijke taken en verantwoordelijkheden. Het toevoegen van een centraal registratiesysteem is kostbaar, ingewikkeld en arbeidsintensief. Bovendien staan nut en noodzaak ervan niet buiten kijf. De bestaande wettelijke kaders bieden grondslag om informatie te delen over (signalen van) huiselijk geweld en kindermishandeling en voor de samenhangende aanpak door ‘straf’ en ‘zorg’. Waar handelingsverlegenheid in het delen van informatie aan de orde is, moet dat aan bod komen in de eerdergenoemde deskundigheidsbevordering.
Een risicotaxatie en/of veiligheidsbeoordeling is nu bij veel organisaties een structureel onderdeel van de inzet. Zo werken Veilig Thuis, politie, reclassering, vrouwenopvang en ook hulpverleningsinstanties zoals bijvoorbeeld de Waag met vastgestelde taxatie-instrumenten. Dit zijn momenteel verschillende instrumenten, die op verschillende momenten met verschillende doeleinden worden ingezet. Voor de prioriteit ’herijken van de veiligheidsbeoordeling en risicotaxatie-instrumenten’ wordt er met de betrokken organisaties, waaronder politie, Veilig Thuis, reclassering en vrouwenopvang, gewerkt aan het verbeteren van het proces van de risicotaxatie en veiligheidsbeoordeling, waaronder wanneer welk instrument wordt gebruikt en door wie het wordt ingevuld. Hierbij wordt ook gekeken hoe de bestaande instrumenten beter op elkaar kunnen aansluiten en deze instrumenten meer in samenhang kunnen worden ingezet.
Alle hierboven genoemde stappen zullen wel bijdragen aan meer eenduidigheid in terminologie en uiteindelijk meer eenduidigheid in registratie. Dat bevordert ook de samenwerking en uitwisseling van informatie tussen organisaties die met elkaar samenwerken in het bestrijden van geweld tegen vrouwen.
Expertisecentrum Femicide
Breid het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld (LEC EEG) uit met het onderwerp femicide om de boogde kennis en expertise op te bouwen, uit te dragen en te borgen.
Dit beslispunt raakt aan eerder beschreven moties en de behoefte aan landelijk georganiseerde expertise waar alle professionals een beroep op kunnen doen. Zoals ook eerder in deze brief aangegeven zien we vooral een taak liggen bij Veilig Thuis, daar waar het gaat om brede kennis over het voorkomen van femicide, het vroegtijdig herkennen van rode vlaggen en het bieden van informatie over handelingsperspectieven. Maar zoals reeds benoemd is afstemming met andere experts van belang. Daar waar het bijvoorbeeld gaat over expertise rondom opsporing van strafbare feiten, het beoordelen van een situatie bij een politiemelding of het beoordelen van een slachtoffer is ook specialistische kennis nodig.
Een uitbreiding van het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG) met een nieuw kennisgebied femicide is niet logisch. Het expertisecentrum richt zich specifiek op het onderzoeken en analyseren van gevallen van eergerelateerd geweld en kan betrokken worden door het reguliere politieteam dat met de casus bezig is. Eergerelateerd geweld kent heel specifieke kenmerken, is complex en komt relatief weinig voor, waardoor het niet haalbaar is om iedere
opsporingsambtenaar hierin voldoende op te leiden. Dit rechtvaardigt het bestaan van het LEC EGG op dit specifieke kennisgebied. Expertise over femicide is vooral verbonden met expertise rond geweld in afhankelijkheidsrelaties in brede zin, daarmee is het noodzakelijk en logisch dat expertise over femicide bij Veilig Thuis – in nauwe samenwerking met politie, Openbaar Ministerie, Vrouwenopvang, wetenschap en andere partners – stevig geborgd is.
Nazorg voor Slachtoffers en Nabestaanden
Combineer standaard civiele en strafrechtelijke zittingen in het geval huiselijk geweld om de juridische en praktische kwesties rondom voogdij en omgangsregelingen te stroomlijnen en de veiligheid van slachtoffers te waarborgen.
De staatssecretaris Rechtsbescherming en ik, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, onderschrijven het belang van het bij elkaar brengen van informatie vanuit het strafrecht en het civiele (familie)recht om de veiligheid van de betrokken volwassenen en kinderen te waarborgen. Samen met onder meer de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming maken we inzichtelijk hoe informatie uit het civiel- en strafrecht beter samengebracht kan worden, zodat de juiste interventies worden ingezet op grond van de juiste informatie. Daarbij wordt ook verkend op welke manieren dit, naast het combineren van zittingen, kan worden gerealiseerd. Voor de zomer van 2025 zal ik uw Kamer hierover informeren in de brief over de voortgang van de prioriteiten uit het plan van aanpak ‘Stop femicide!’.
Versterk de nazorg voor slachtoffers en nabestaanden van femicide door toegang te bieden tot hoogwaardige psychologische zorg en praktische ondersteuning, vooral wanneer kinderen betrokken zijn.
Toegang tot hoogwaardige psychologische zorg loopt in Nederland via de huisartsen en zorgverzekering. Wanneer iemand, om welke reden dan ook, psychische hulp en ondersteuning nodig heeft, kan dit via de huisarts worden aangevraagd. Helaas zijn er momenteel lange wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), waar ook de slachtoffers en nabestaanden mee te maken kunnen krijgen. We kunnen niet voor specifieke groepen een voorrang voor hulpverlening afdwingen.
Wanneer er sprake is van een melding van huiselijk geweld kijkt Veilig Thuis eerst wat er nodig is om de directe onveiligheid op te heffen. Vervolgens wordt er, vooral door de organisatie die hulpverlening of ondersteuning uit gaat voeren, gekeken wat er nodig is voor herstel. In de monitoring van Veilig Thuis wordt ook gevraagd of er daadwerkelijk aandacht is voor herstel. Ook binnen de vrouwenopvang is er na het opheffen van de directe onveiligheid en het organiseren van structurele veiligheid oog voor herstel. Wat betreft seksueel geweld tegen vrouwen, ook binnen de huiselijke kring, wordt er binnen de Centra Seksueel Geweld gekeken welke zorg en ondersteuning een slachtoffer nodig heeft.
Daarnaast wordt in het Netwerk Zorg-Straf ingezet op het verstevigen van de rol van Slachtofferhulp Nederland (SHN) in de aanpak Veiligheid Voorop. De toegevoegde waarde van SHN in deze aanpak zit vooral in de juridische bijstand die SHN kan bieden. Zo kan SHN overzicht bieden in het strafproces en helpen bij het gebruik maken van de bestaande slachtofferrechten. Daarnaast biedt SHN praktische ondersteuning, zoals hulp bij het invullen van schadeformulieren. Ook kan SHN psychosociale ondersteuning bieden (een luisterend oor). Slachtoffers en nabestaanden van ernstige geweldsmisdrijven kunnen intensieve begeleiding van een casemanager krijgen. Deze casemanager werkt nauw samen met een (familie)rechercheur van de politie en de slachtoffercoördinator van het Openbaar Ministerie. SHN biedt maatwerk en ondersteunt zo lang als dat nodig is. Indien meer specialistische hulp of zorg is aangewezen, dan zal SHN daarnaar verwijzen en zorgen voor een warme overdracht. De medewerkers van SHN zijn zowel per telefoon, e-mail, via de chat of in een 1-op-1 gesprek bereikbaar. Dat kan ook anoniem en is altijd gratis.11
Breid het hulpaanbod voor (potentiële) daders uit, zodat herhaling in de toekomst wordt voorkomen.
Voor de prioriteit ‘plegeraanpak’ in het plan van aanpak ‘Stop Femicide!’ wordt er door mij, de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, samen met de VNG, Veilig Thuis, Vrouwenopvang, de Waag en andere aanbieders van interventies voor (potentiële) plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling in kaart gebracht welk aanbod voor plegers beschikbaar is, aan welke randvoorwaarden gemeenten moeten voldoen om interventies effectief in te zetten en welk aanbod eventueel nog ontbreekt. Een voorbeeld hiervan is het inzetten van supportgroepen voor plegers. Deze groepen blijken uit onderzoek zeer effectief als ze onder de juiste randvoorwaarden, zoals verbonden zijn met aanvullende hulpverlening, en voor de juiste doelgroep worden ingezet. Ook gaat Veilig Thuis met een campagne inzetten op het eerder advies vragen van potentiële plegers, waarmee hopelijk escalaties in geweld kunnen worden voorkomen.
De Reclassering is momenteel bezig met de doorontwikkeling van de BORG-gedragstraining12 die in strafrechtelijk kader wordt ingezet voor verdachten en veroordeelde daders van (ex-)partnergeweld. Deze doorontwikkeling ziet op een verbeterde theoretische onderbouwing en op basis daarvan een aanpassing van de training. Naar verwachting dit jaar start de WODC-verkenning naar de inzet van de BORG-gedragstraining buiten strafrechtelijk kader. Het is de bedoeling dat op basis van de bevindingen in 2026 een twee jaar durende pilot start om deze inzet te beproeven en te evalueren.
Bewustwording
Start een nationale bewustwordingscampagne om de signalen van femicide en gendergerelateerd geweld, en de noodzaak van vroegtijdige interventies breed onder de aandacht te brengen.
Rol de aanpak van de gemeente Rotterdam, waarbij jeugdprofessionals worden getraind om in gesprek te gaan met jongens over mannelijkheidsnormen, verder uit in andere gemeentes.
In 2025 start ik, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, een landelijke publiekscampagne die gericht is op het beter herkennen van signalen van dreigende femicide. Deze campagne zal zich richten op zowel (potentiële) slachtoffers als het brede publiek, zodat ook omstanders de rode vlaggen van femicide weten en kunnen herkennen. De voorbereiding van deze publiekscampagne is reeds gestart.
Daarnaast faciliteer ik, de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, dit voorjaar voor gemeenten de campagne ‘Is dit liefde?’. Op initiatief van de G4 wordt deze campagne, die is ontwikkeld door de gemeente Amsterdam, aangepast zodat alle gemeenten in Nederland deze kunnen inzetten. De campagne is gericht op (potentiële) slachtoffers van dwingende controle en maakt hen bewust van wat ongezonde relaties en dwingende controle zijn. De campagne richt zich specifiek op vrouwen door posters op te hangen in bijvoorbeeld vrouwentoiletten in uitgaansgelegenheden en verloskundigenpraktijken. In combinatie met deze campagne is het Landelijk Netwerk Veilig Thuis bezig met het verzamelen van bestaande instrumenten voor bewustwording over verschillende vormen van huiselijk geweld die een rode vlag voor femicide kunnen zijn, zoals intieme terreur en stalking. Deze middelen worden op één plek verzameld en beschikbaar gesteld voor gemeenten en andere organisaties. Daarnaast ontwikkelt Veilig Thuis een campagne, gericht op bewustwording over de rol van Veilig Thuis en over het belang van het contact leggen met Veilig Thuis als je zelf in een onveilige privésituatie zit of als iemand in jouw omgeving onveilig is.
Naast inzet op campagnes erkent het kabinet ook het belang van bewustwording en het aanpakken van ongelijkheid en schadelijke stereotypen voor de preventie van femicide. In het plan van aanpak ‘Stop femicide!’ is aangekondigd dat - in aanvulling op het bestaande emancipatiebeleid - een mannenalliantie opgericht zal worden door de staatssecretaris Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De mannenalliantie zal zich ten eerste gaan richten op bewustwording en normverandering bij mannen om femicide te voorkomen. Waar mogelijk zullen overwegingen en beslispunten in de initiatiefnota over bewustwording hierin een plek kunnen krijgen. Ten tweede, zal de mannenalliantie zich richten op mannen als omstanders bij dreigende femicide met als doel dat mannen signalen herkennen en weten hoe zij hierop kunnen reageren. Ten derde, is het de bedoeling dat de mannenalliantie zal meewerken aan het afstemmen van hulpverlening en interventies voor plegers van geweld tegen vrouwen op hun behoeften, eigenschappen en overtuigingen - in het vrijwillige en in het gedwongen kader. Het uitgangspunt daarbij is dat deze hulpverlening en interventies specifiek worden ingericht of ontwikkeld in lijn met de Europese standaarden voor pleger interventies van het Europees netwerk voor het werken met plegers van huiselijk geweld.13 Hierbij werkt de staatssecretaris Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samen met ons en gemeenten. Tot slot zal er worden gewerkt aan meer kennis over de rol van mannen in het voorkomen van femicide. Het streven is dat de alliantie begin 2026 is opgericht.
Afdoening overige moties en toezeggingen
In de Verzamelbrief naar aanleiding van het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen14 zijn de vragen van het lid Van Nispen over de inzet van contactverboden beantwoord. Daarmee is de motie Van Nispen15 over de handhaving van contactverboden afgedaan.
In reactie op de motie van het lid Mutluer16 om in beeld te brengen welke structurele uitbreidingen noodzakelijk zijn bij Veilig Thuis en de vrouwenopvangplekken om een veilige en toegankelijke omgeving voor alle slachtoffers van intieme terreur en dreigende femicide te waarborgen, kan het volgende worden gezegd:
Voor de vrouwenopvang geldt dat de signalen over tekort aan opvangcapaciteit in de vrouwenopvang bekend zijn. De staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg is in gesprek met Valente en de VNG om beter zicht te krijgen op de oorzaken van dit tekort en vanuit ieders rol en verantwoordelijkheid te onderzoeken hoe dit kan worden verbeterd.
Ook de signalen van wachtlijsten bij Veilig Thuis zijn bekend. Naar aanleiding van de publicatie van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) van oktober 2024 over de wachtlijsten17 is de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg in gesprek gegaan met het Landelijk Netwerk Veilig Thuis en de VNG over hoe de wachtlijstproblematiek aan te pakken. De IGJ heeft alle Veilig Thuis organisaties verzocht een plan te maken om de wachtlijsten aan te pakken en de Veilig Thuis organisaties zijn daar nu, zowel gezamenlijk, en als individuele Veilig Thuis organisaties mee bezig. In het voorjaar van 2025 zal de IGJ opnieuw een uitvraag doen over de doorlooptijden. Daarnaast wordt er gekeken hoe meer aandacht te realiseren voor de mogelijkheid om (eerder) advies te vragen bij Veilig Thuis. Adviesvragen worden altijd direct opgepakt. Ook wordt er, zoals hierboven al vermeld, gewerkt aan het nog toegankelijker te maken van de adviesfunctie door de chatfunctie uit te breiden naar 24/7 beschikbaarheid. Daarmee is de motie Mutluer afgedaan.
Tot slot
Zoals in het plan van aanpak ‘Stop Femicide!’ nadrukkelijk is aangegeven, vereist de preventie en de bestrijding van femicide inzet op veel verschillende terreinen. Deze inspanningen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vaak ook van elkaar afhankelijk. In het plan van aanpak ‘Stop Femicide’ is daarom ook, samen met de ervaringsdeskundigen, nabestaanden, professionals, wetenschappers en andere betrokkenen gekeken naar prioritering en fasering. Ook nu willen we benoemen dat hoewel we op alle fronten willen inzetten, niet alles tegelijk kan.
Door gezamenlijk te blijven investeren en stap voor stap vooruitgang te boeken, kunnen we de aanpak verder versterken en ons inzetten om toekomstige gevallen van femicide te voorkomen.
Voor de zomer van 2025 informeren wij uw Kamer over de voortgang van de prioriteiten uit het plan van aanpak ‘Stop femicide!’ en over de bredere aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Hoogachtend,
de staatssecretaris Langdurige de staatssecretaris van Justitie en
en Maatschappelijke Zorg, Veiligheid,
Vicky Maeijer I. Coenradie
Kamerstukken II, 2023-2024, 28345, nr. 278.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 29279, nr. 890.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 29279, nr. 916.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 29279, nr. 916.↩︎
De radarfunctie van Veilig Thuis is een instrument voor dossieropbouw om beter zicht te krijgen op onveiligheid. Een los signaal kan beoordeeld worden als een eenmalig incident, maar als er over langere tijd meerdere signalen (meldingen) zijn, kan dit ook wijzen op een patroon. Door het verzamelen van de meldingen op één plek te beleggen, wordt de kans vergroot dat patronen worden gezien.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 36658, nr. 2.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 36600 VI, nr. 61.↩︎
Wet van 22 februari 2023 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de verhoging van het wettelijk strafmaximum van doodslag (Stb. 2023, 69).↩︎
Zie de bijlage ‘Moties en toezeggingen’ bij Kamerstukken II 2023/2024, 28345, nr. 278.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 34843, nr. 115.↩︎
Zie website Slachtofferhulp Nederland: https://www.slachtofferhulp.nl.↩︎
Beëindigen Onderling Relationeel Geweld.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 2024D44989.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 29279, nr. 893.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 29279, nr. 895.↩︎
Aanhoudende onveiligheid tijdens het wachten op Veilig Thuis | Rapport | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd↩︎