Vragenuur (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2025D14349, datum: 2025-04-01, bijgewerkt: 2025-04-02 09:10, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2025-04-01 14:00: Vragenuur (Vragenuur), TK
Preview document (🔗 origineel)
Vragenuur
Vragenuur
Vragen Bikker
Vragen van het lid Bikker aan de minister van Asiel en
Migratie over het bericht "Minister Faber weigert te tekenen
voor onderscheiding van vijf vluchtelingenwerkers".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Een hartelijk woord van welkom
aan de minister van Asiel en Migratie. Fijn u weer te zien hier. Dan
geef ik graag het woord aan mevrouw Bikker van de fractie van de
ChristenUnie, met een mondelinge vraag aan de minister. Het woord is aan
haar.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Schokkend en schaamteloos. Deze minister saboteert een van
de belangrijkste en mooiste tradities die we kennen in ons land. Een
traditie van waardering. Een traditie om mensen in het oranje zonnetje
te zetten die het opnemen voor onze samenleving en het goede zoeken.
Miljoenen vrijwilligers zetten zich dag in, dag uit in voor
vluchtelingen, voor de voetbalvereniging, voor de kerk. En wat is dat
goud waard. Deze vrijwilligers worden door familie, door bekenden, door
mensen die dankbaar zijn, voorgedragen voor een lintje. Een prachtige
traditie van wel 200 jaar oud. Al die vrijwilligers verdienen onze
waardering, want ze zijn het goud in onze samenleving.
En dan deze minister. Die banjert daar dwars doorheen. Dat is niet
alleen een flagrante schoffering van al die mensen die de samenleving
dragen. Nee, het is een frontale aanval op de fundamentele waardering
van al die vrijwilligers. Want zonder vrijwilligers valt onze
samenleving uit elkaar. Los van hoe je politieke kleur is: het toekennen
van lintjes is niet politiek. Lintjes gaan niet over je opvatting.
Lintjes gaan over je bijdrage aan de samenleving, ook die van deze vijf
vrijwilligers. Ook zij zijn door hun omgeving voorgedragen. Ook zij
hebben zich jarenlang ingezet voor hun omgeving, voor de opvang van
vluchtelingen.
Gelukkig, zou ik zeggen, hebben we een minister-president die dat
beseft. Daarmee zullen de betrokken vrijwilligers de waardering krijgen
die hun toekomt. Alleen is er nog één persoon in deze zaal die zich daar
bij moet scharen. Daarom de eenvoudige vraag: biedt de minister van
Asiel en Migratie vandaag haar excuses aan?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Faber:
Dank u wel, voorzitter. De aanhoudende asielstroom moet worden gekeerd.
Daar is veel wetgeving voor nodig en daar zijn veel maatregelen voor
nodig. Uw Kamer weet dat. Het loopt Nederland nu over de schoenen. Ik
wil er alles aan doen om het tij te keren en om de komst van nieuwe
asielzoekers en vreemdelingen zo veel mogelijk te minimaliseren. Dat
signaal heb ik willen geven toen ik besloot de toekenning van lintjes
niet te ondertekenen. Ik sta daar nog steeds achter. Ministers zijn geen
stempelmachines. Als ik iets niet wil tekenen, dan teken ik niet.
Inmiddels heeft de minister-president aangegeven de lintjestoekenning
samen met de minister van Binnenlandse Zaken alsnog toe te kennen. Ik
zal me daar niet tegen verzetten. Het kabinet …
De voorzitter:
Ik zou meneer Jetten willen vragen om even rustig naar de minister te
luisteren, en de heer Klaver ook.
Minister Faber:
Kan-ie weer, voorzitter? Ja? Heel goed.
Het kabinet spreekt met één mond. De kwestie is wat mij betreft dan ook
afgedaan.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik hoor geen spoor van reflectie bij deze minister. Ze legt
zich er misschien bij neer dat anderen iets tekenen, maar ze volhardt
zelf alleen maar. Ze begint weer met die gebruikelijke riedel die ze zo
graag mag doen, maar ze heeft het niet over al die vrijwilligers die pal
staan voor ons land, die ook vluchtelingen hebben opgeleid die nu een
voorbeeldrol hebben in onze samenleving en die daaraan hebben
bijgedragen, aan wie ze de taalcursussen hebben gegeven. Ze richt zich
met het schofferen en het politiek maken van de lintjes telkens opnieuw
tegen de duizenden vrijwilligers die zich dagelijks inzetten voor
vluchtelingen in Nederland.
Voorzitter. Het kan niet waar zijn dat over zo'n feestelijk moment,
waarop iemand waardering krijgt namens ons allemaal, de schaduw hangt
dat dit kabinet verdeeld is en dat minister Faber zegt: nee, ik teken
dat niet; dat anderen dat doen moeten zij weten, maar hierdoor verklaar
ik dat ik een soort status aparte heb in dit kabinet. Dat kan niet waar
zijn.
Voorzitter. Ik zou het de minister toch nog één keer willen vragen. Ik
ben van een partij die iemand heus wel een tweede kans wil bieden. Laat
die lintjesregen nou heel. Zorg dat het iets blijft van de samenleving.
Maak dat niet politiek kapot. De PVV is zo langzamerhand de partij tegen
de vrijwilligers in plaats van voor de vrijwilligers, als de minister
hiermee doorgaat. Ik vraag het haar dus nog één keer: hoe zorgt de
minister ervoor dat we geen smet krijgen op het jaarlijkse prachtige
lintjesfestijn onder een oranje zonnetje? Kom op, maak jezelf iets
kleiner. Het is niet "l'état, c'est moi", van de Zonnekoning die zei dat
hij de staat was. Nee, we hebben één kabinet, dat spreekt met één mond.
Kies voor de vrijwilligers. Kies voor de waardering. Maak excuses. Dat
zou het zoveel makkelijker maken.
Minister Faber:
Ik heb al eerder aangegeven dat het zo gewoon niet meer kan. Het water
loopt Nederland over de schoenen. Het tij moet gewoon gekeerd worden. Ik
kan dat honderd keer zeggen, maar het moet hier gewoon anders. Ik wil
ook de komst van zo veel mogelijk nieuwe asielzoekers en vreemdelingen
naar dit land minimaliseren. Dat is gewoon mijn boodschap. Dat signaal
heb ik ook willen geven toen ik besloot niet de lintjestoekenning te
ondertekenen, en daar sta ik gewoon nog steeds achter. Ik ben geen
stempelmachine. Als ik iets niet wil tekenen, ga ik dat gewoon niet
tekenen, ja.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
De minister kiest hiermee voor een ramkoers tegen de samenleving, tegen
de vrijwilligers die dat lintje gewoon verdienen en ook zullen krijgen.
Erger nog, ze zet de eenheid van kabinetsbeleid onder druk, terwijl het
hier gaat om een waardevolle traditie. De minister kan elke dag aan de
slag met oplossingen, met stevige, degelijke, deugdelijke wetgeving die
ons land vooruithelpt, maar ze kiest voor ophef en pakt nu wel echt even
de hele verkeerde groep aan. Die vrijwilligers zijn van ons allemaal.
Die gaan we sowieso in het oranjezonnetje zetten, maar deze minister
heeft toch echt met haar kabinet tot eenheid van kabinetsbeleid te
komen. Ik vraag hierbij ook van de minister om samen met de
minister-president toe te lichten — dat kan via een brief — hoe zij
denken dat zij met één mond spreken.
Minister Faber:
Ik heb net gezegd wat ik heb gezegd. Ik heb ook gezegd dat de
minister-president inmiddels heeft aangegeven de lintjes samen met de
minister van Binnenlandse Zaken alsnog toe te kennen. Ik zal me daar
niet tegen verzetten, want het kabinet spreekt immers met één mond. Wat
mij betreft is de kwestie hiermee gewoon afgedaan.
De heer Bontenbal (CDA):
Dit gaat over democratisch ethos, over hoe mensen zich gedragen. De
premier heeft in het debat over de regeringsverklaring gezegd dat hij
normerend zou optreden. Voor mijn fractie gaat dit echt, echt over de
grens. Ik heb twee simpele vragen aan u. Eigenlijk is het één vraag:
wilt u hier gewoon sorry voor zeggen? In de tweede plaats: wilt u
beloven dat u dit niet nog een keer doet? Als u niet bereid bent beide
vragen met "ja" te beantwoorden, zullen wij de vertrouwensvraag op tafel
gaan leggen.
Minister Faber:
Ik heb gezegd: Nederland wil anders. Nederland is naar de stembus
gegaan. Het moet gewoon anders. De instroom moet gewoon drastisch naar
beneden. Daarom heb ik ook besloten om de toekenning van de lintjes niet
te ondertekenen, want ik heb een signaal willen afgeven. Ik ben geen
stempelmachine. Wat ik niet wil tekenen, ga ik gewoon niet tekenen. Ik
heb ook gezegd dat de minister-president heeft aangegeven de
lintjestoekenning samen met de minister van BZK wel te tekenen. Ik zal
me daar ook niet tegen verzetten. Dus wat mij betreft is het nu gewoon
klaar.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Deze minister zal het er vast mee eens zijn dat we mensen niet mogen
cancelen bijvoorbeeld vanwege hun politieke achtergrond, bijvoorbeeld
omdat ze actief zijn voor de PVV, om maar iets te noemen. Betreedt de
minister nu niet juist dat glibberige pad met haar weigering om deze
mensen, die dus blijkbaar activiteiten doen die haar niet aanspreken,
wel te cancelen en een lintje te weigeren?
Minister Faber:
Ik heb het al eerder aangegeven en ik blijf dat gewoon herhalen: het
moet hier in Nederland gewoon anders en het tij moet gewoon gekeerd
worden. Ik kan het nog een paar keer zeggen. Als uw Kamer dat van mij
vraagt, zal ik dat ook nog een paar keer herhalen. Dan zal ik dat gewoon
nog een paar keer herhalen. Ik heb hiermee een signaal gegeven
betreffende die lintjes. Ja, weet u, ik sta nog steeds achter dat
besluit. Ik ben geen stempelmachine en als ik iets niet wil tekenen, dan
ga ik het gewoon niet tekenen. De minister-president gaat dat wel doen
met de minister van BZK. Ik zal me daar niet tegen verzetten.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De laatste keer. "De asielinstroom moet naar beneden"; daar gaat dit
allemaal niet over. Daar hebben we allerlei gedachten over in deze
Kamer, maar u politiseert het toekennen van lintjes omdat deze personen
u niet aanstaan. Maar in een volgend geval is er een andere categorie
mensen, misschien wel mensen bij wie deze minister zich erg thuis voelt.
Ziet de minister niet in op wat voor glibberig pad zij stapt?
Minister Faber:
Ik ben de minister van Asiel en Migratie. Het gaat mij aan het hart wat
er nu gebeurt met Nederland. Dat wil ik niet. Het tij moet keren. Het
moet gewoon anders. Die instroom moet naar beneden. Daarom heb ik ook al
twee wetsvoorstellen bij uw Kamer ingediend. Er komen er gewoon nog
meer. Ik blijf staan op dat punt.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De minister is niet de dienaar van Geert Wilders, maar een dienaar van
de Kroon. Deze opstelling is beschamend. We hebben het over
vrijwilligers die een lintje krijgen, en de minister weigert te tekenen.
Ze denkt hier weg te draaien met een verhaal waar niks van klopt. Met
deze opstelling is de eenheid van kabinetsbeleid failliet. Deze minister
kan dat wel proberen te verkopen hier, maar dat zou de
minister-president niet mogen accepteren. Ik stel nogmaals de vraag die
mijn collega's ook al hebben gesteld: kan zij in plaats van opnieuw
oplezen wat er op dat blaadje staat, hier gewoon zeggen: ik schaar mij
achter de keuzes die dit kabinet maakt en daarmee zijn het ook mijn
keuzes; als de minister-president een besluit tekent, is dat ook mijn
besluit?
Minister Faber:
Ik heb net gezegd dat ik mij niet tegen het besluit van de
minister-president zal verzetten. Het spreekt dus voor zich dat dat ook
namens mij is.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Het is echt beschamend. U loopt hier de hele tijd te fulmineren over wat
er allemaal mis zou zijn en u heeft het over uw beleidsterrein en zegt
dat u bezig bent met migratie, terwijl het daar helemaal niet over gaat.
Het gaat hier over vrijwilligers. U probeert hier nu een politieke
escape te vinden. Dat kan niet. Als dit namelijk ook uw besluit is, zou
u dit wel gewoon tekenen. Dat doet u niet. Daarom zeg ik tegen u,
voorzitter, dat ik ook geen vervolgvraag meer heb; maak maar alvast
ruimte vrij in de plenaire agenda, want wij willen vanavond nog een
debat met deze minister, waar ook de minister-president bij is. Dit kan
niet. Dit is het failliet van de eenheid van kabinetsbeleid. Dit mogen
we als Kamer niet accepteren. Tot slot wil ik dat mensen heel goed
snappen dat dit niet gaat over de vraag wat je van migratie vindt. Daar
hebben we terechte debatten over in dit parlement. Dit gaat over
fatsoen. Dit gaat erover dat we normaal blijven doen met elkaar in dit
parlement en dat vrijwilligers gewoon een lintje krijgen, zoals dat al
decennia gebruikelijk is hier in Nederland.
Mevrouw Koekkoek (Volt):
We zijn het inmiddels gewend dat deze minister de Kamer schoffeert. Dat
gebeurt hier te vaak. Maar nu schoffeert deze minister ook de
samenleving. Een ruime meerderheid van de mensen vindt dat mensen die
vluchtelingen helpen, dat goed doen. Een ruime meerderheid van de mensen
vindt dat we mensen deugdelijk op moeten vangen. Vandaag nog stond er
een paginagrote advertentie van grote maatschappelijke organisaties in
de krant. Die doen nu wel wat dit kabinet bij monde van deze minister
nalaat, namelijk de vrijwilligers, die zich met hart en ziel inzetten,
danken. Ziet de minister dat zij totaal geïsoleerd en alleen staat in
haar standpunt? Ziet de PVV dat ze totaal op ramkoers ligt met de
maatschappij, vraag ik aan deze minister.
Minister Faber:
Weet u wat ik zie? Ik zie dat de aanhoudende asielstroom moet worden
gekeerd. Daar is wetgeving voor nodig. Daar zijn maatregelen voor nodig.
U weet dat ook. Uw Kamer weet dat ook. Nederland kan het gewoon niet
meer aan. Het water loopt over de schoenen. Het tij moet gewoon gekeerd
worden. Ik wil zo min mogelijk nieuwe asielzoekers en vreemdelingen naar
Nederland laten komen. Dat moet gewoon afgedekt worden, dat moet gewoon
stoppen. Dat signaal heb ik willen geven toen ik besloot om de
toekenning van de lintjes niet te ondertekenen. En daar sta ik gewoon
achter. Ik ben geen stempelmachine. Als ik iets niet wil tekenen, dan
teken ik niet.
Mevrouw Koekkoek (Volt):
Dit is een totaal ongeïnspireerde herhaling van zetten. Dit is een
middelvinger naar de samenleving van deze minister, en dus van dit
kabinet. Dat kan niet. Het is zeer terecht dat collega Bontenbal de
vertrouwensvraag op tafel legt. Wat mij betreft dienen we die motie van
wantrouwen vanavond nog in. Deze minister kan deze post niet aan.
Mevrouw Wijen-Nass (BBB):
Vrijwilligers vormen de ruggengraat van onze samenleving. Die zijn heel
erg belangrijk, want zij zetten zich dagelijks belangeloos in. Ze
verdienen dan ook absoluut onze waardering. Ik ben benieuwd of de
minister het met de BBB eens is dat een koninklijke onderscheiding, die
bedoeld is als erkenning voor langdurige belangeloze inzet voor de
samenleving, geen politiek instrument zou moeten zijn.
Minister Faber:
Ja, ik blijf gewoon bij mijn verhaal. Ik kan het nog wel een paar keer
herhalen. Ik wil dat met alle plezier doen. Ik wil dat antwoord nog wel
een keertje gaan geven. Maar mijn eerdere inbreng is gewoon hoe ik erin
sta. Het kan gewoon zo niet meer. De instroom moet naar beneden.
Nederland is er gewoon klaar mee. De maatschappij kan het niet meer
dragen. Het moet gewoon anders. Ik heb besloten om die lintjes niet te
ondertekenen. Ik stond daar niet achter. Ik ben geen stempelmachine. Als
ik niet wil tekenen, dan teken ik niet. De minister-president en de
minister van Binnenlandse Zaken willen dat wel tekenen. Het is helemaal
prima dat ze dat willen doen. Ik zal me daar niet tegen verzetten. Het
kabinet spreekt met één mond, dus wat mij betreft is het gewoon klaar.
Ik kan het allemaal nog een paar keer vertellen, maar ik blijf gewoon op
dit standpunt staan. Dit is mijn boodschap.
De heer Eerdmans (JA21):
Even een andere vraag dan. Ziet de minister dat het gedoe, de wekelijkse
ophef door acties, uitspraken en handelingen van de minister zelf, elke
keer weer afleidt van waarvoor ze is aangesteld, namelijk het strengste
asielbeleid ooit? Snapt u dat de PVV-stemmer misschien wel denkt:
minister, er is een hoop fuss en een hoop ophef, maar wat krijg ik
ervoor terug? Al die uren en al die media-aandacht hadden ook kunnen
gaan naar de instroombeperkende maatregelen en de nieuwe wetsvoorstellen
die komen. Ik wil eigenlijk graag een reflectie op het gedoe van
vandaag. Roept de minister dat niet een klein beetje over zichzelf af
door dit soort handelingen?
Minister Faber:
Ik herhaal het nogmaals: die instroom moet gewoon naar beneden. Ik
bedoel: wij hebben hier gewoon een asielprobleem. Dat moet gewoon
stoppen. Die instroom moet gewoon stoppen. Die overlast moet gewoon
stoppen. Het kan zo gewoon niet meer. Ik kan het nog wel een paar keer
zeggen — dat vind ik allemaal prima hoor — maar dit is mijn
boodschap.
De heer Eerdmans (JA21):
De instroom gaat voor geen meter omlaag door vijf mensen een lintje te
weigeren. Kom op, zeg! Wat is dit voor antwoord? Het is gewoon een
complete riedel van niks. Hier hebben we helemaal niets aan. Geef nou
gewoon eerlijk antwoord op de vraag: helpt dit nou om de instroom tegen
te gaan? Het antwoord is nee. Dat wil ik graag horen. Er is nog steeds
een instroom van 700 asielzoekers per week in Nederland. Dit helpt hier
niets aan. Sterker nog, het werkt averechts. U krijgt een hele hoop
horden tegen u. Er komt een debat aan. Er worden allerlei extra vragen
gesteld. Dat is allemaal tijd die u had kunnen besparen, minister, door
gewoon aan het werk te gaan en door ons niet op te zadelen met dit soort
onzin.
Minister Faber:
Wat is de vraag?
De heer Eerdmans (JA21):
Ik wil gewoon een reflectie. Ik wil geen opgelezen antwoord, maar gewoon
een reflectie van de minister van Asiel op wat er nu is veroorzaakt in
de Kamer en op de vraag of dat nut heeft voor uw beleid. Daar heeft u de
steun van JA21 voor. Dat heb ik al vaker gezegd. JA21 steunt het rechtse
asielbeleid, maar dan wil ik wel graag weten of dit daarbij helpt.
Minister Faber:
Er zijn gewoon zorgen in de samenleving over die asielinstroom. Die zijn
er gewoon. Die ga ik ook gewoon niet onder het tapijt moffelen. Die zijn
er gewoon. Er moeten maatregelen komen. Die wetsvoorstellen moeten door
de Kamer. Er komen nog meer wetsvoorstellen aan. Het moet gewoon
stoppen. Dat signaal heb ik willen geven.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
We zijn getuige van weer een staaltje ophitspolitiek van de PVV. We zien
dat de problemen niet worden opgelost. Er is nu even iets minder
aandacht voor het destructieve asielbeleid van dit kabinet en hup,
minister Faber komt weer met iets wat ze uit haar hoge hoed heeft
getoverd, namelijk: ik ga lintjes weigeren. Mijn vraag is: wanneer is
het genoeg voor de PVV? Moeten we echt de hele samenleving tegen elkaar
opgezet zien? Wanneer is het genoeg met de polariserende ophitspolitiek?
Als iedereen tegenover elkaar staat?
De voorzitter:
De minister staat hier niet namens een fractie. De minister staat hier
namens de Kroon. Een stukje staatsrecht.
Minister Faber:
Weet u, ze kunnen het nog 100 keer vragen en ik wil het nog 100 keer
beantwoorden. De Kamer, sorry, excuus, daar heeft de heer Dijk gelijk
in. De Kamer kan het nog 100 keer vragen en ik wil het ook nog 100 keer
beantwoorden. Dat is geen enkel probleem. Maar die aanhoudende
asielstroom moet gewoon worden gekeerd. Dat is het probleem.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik zei bewust "de PVV", omdat we te maken hebben met een minister die
tegelijkertijd doet aan PVV-ophitspolitiek en daarmee de aandacht
afleidt van alle echte problemen in Nederland. Daar krijg ik eerlijk
gezegd een beetje genoeg van, want tegelijkertijd zien we hoe ontzettend
veel schade er door deze minister wordt aangericht. We zien hoe
belangrijk het systeem van de lintjes is voor alle vrijwilligers in
Nederland, voor hardwerkende mensen. Wat de minister nu doet, is het
politiek maken van dat systeem, waardoor ze het systeem ondermijnt en
een Nederlandse traditie ondermijnt. Erkent de minister dat zij met deze
weigering ontzettend veel schade toebrengt aan dit mooie systeem en aan
een mooie Nederlandse traditie?
Minister Faber:
Ik blijf het maar gewoon herhalen: de asielinstroom moet naar beneden.
We hebben gewoon een heel groot probleem. De mensen willen dat ook
gewoon anders en dat signaal heb ik willen geven.
De heer Boomsma (NSC):
De minister zegt: de instroom moet omlaag. Daar zijn wij het mee eens.
Sterker nog, de minister heeft hier meerdere partijen, zeker vier, vijf
of zes partijen, die het allemaal eens zijn met het feit dat er strenger
migratiebeleid moet komen, dat er strenger asielbeleid moet komen en dat
er strengere wetten moeten komen. Dus dat staat helemaal niet ter
discussie. Maar er komt toch geen enkele asielzoeker minder door nu te
weigeren voor de lintjes te tekenen, zeker nu iemand anders die lintjes
alsnog gaat uitreiken? Het is toch niet een signaal voor streng
asielbeleid? Het is een signaal dat de lintjesverdeling nodeloos
gepolitiseerd gaat worden.
Minister Faber:
Toen ik besloot om die toekenning van de lintjes niet te ondertekenen,
had dat te maken met de hele asieltoestand die we hier in Nederland
hebben. Dat signaal heb ik willen afgeven. De asielinstroom moet naar
beneden. Er is allemaal gedoe rond de azc's. Dit kan gewoon zo niet en
dat signaal heb ik willen geven. Daarom heb ik de toekenning van die
lintjes niet ondertekend. Daar sta ik nog steeds achter. Ik ben geen
stempelmachine. Zoals ik al eerder heb gezegd: als ik niet wil tekenen,
dan teken ik niet.
De heer Jetten (D66):
De minister is geen stempelmachine; dat is nu duidelijk. Ze is wel een
antwoordmachine, want we staan nu al twintig minuten naar dezelfde
nietszeggende antwoorden te luisteren. Dus ik ga het even op een iets
andere manier proberen. Het gaat niet alleen maar over het niet willen
tekenen van de toekenning van lintjes aan vrijwilligers. Het gaat om het
doorbreken van de eenheid van kabinetsbeleid. Dat krijgt deze minister
in één week tijd drie keer voor elkaar. Eerst hier in de plenaire zaal
door de minister van Economische Zaken af te vallen. Dan vrijdag bij de
ministerraad door de premier en de minister van Volkshuisvesting af te
vallen. En vervolgens door te weigeren die lintjes toe te kennen en dat
door andere mensen in het kabinet te laten oplossen. Dat past in een
breder patroon van amateurisme, van chaos en van alleen maar ruzie maken
en vervolgens helemaal niks voor elkaar krijgen als het gaat om meer
grip op migratie. Mijn simpele vraag is: als u zich niet kunt houden aan
de eenheid van kabinetsbeleid, waarom zit u hier dan eigenlijk nog als
minister?
Minister Faber:
Ik heb aangegeven dat de minister-president heeft aangegeven dat hij de
lintjes samen met de minister van BZK alsnog zal toekennen. En ik zal me
daar niet tegen verzetten. Het kabinet spreekt met één mond, dus …
De voorzitter:
Ik zou mevrouw Piri ook willen vragen om zich te onthouden van
commentaar. De heer Jetten.
Minister Faber:
Dus ik zal me daar niet tegen verzetten. Ik heb ook gezegd dat ik mij er
niet tegen verzet, dus ik zie het probleem daar verder niet in. Wat mij
betreft is hiermee de kous af.
De heer Jetten (D66):
Voorzitter, ik snap dat u het als voorzitter vervelend vindt dat het
onrustig is in de zaal en dat mensen vanuit hun stoel reageren op wat er
in vak K wordt gezegd. Ik zit echter sinds 2017 in verschillende rollen
hier in de Kamer en ik heb echt in al die jaren nog nooit meegemaakt dat
een minister, een lid van het kabinet, zo vaak de eenheid van
kabinetsbeleid kan doorbreken, dat een minister zo vaak ruziemaakt met
de minister-president of collega's in het kabinet, en dat een minister
zo vaak de Kamer schoffeert met nietszeggende antwoorden. Heel eerlijk:
u bent een schande voor het ambt van bewindspersoon. U bent een schande
voor het land, waarin mensen voor een kabinet hebben gekozen waarvan ze
dachten daarmee grip op migratie te krijgen. Het enige wat we krijgen
met deze minister op Asiel en Migratie is geruzie en chaos; het is
amateurisme. U bent een grove schande voor het ministerschap. Mijn grote
vraag is: hoe lang mag u deze taak nog vervullen? Het is ook hoog tijd
dat de minister-president hier tekst en uitleg komt geven over uw
walgelijke gedrag.
Minister Faber:
Volgens mij hoorde ik geen vraag. Ik hoorde wel allerlei kwalificaties.
Maar ja, die zijn aan meneer Jetten. Nou, dat hebben we ook weer gehad.
Goed.
Mevrouw Vondeling (PVV):
De PVV vindt dit een geweldig besluit van de minister. Het is goed dat
deze minister het signaal afgeeft dat zij de instroom wil beperken. Ik
wil de minister vragen waarom al die mensen die tegen de asielinstroom
zijn en tegen de komst van een azc in hun buurt, geen lintje
krijgen.
De voorzitter:
Ik zou mevrouw Piri willen vragen om zich te onthouden van commentaar.
De minister.
Minister Faber:
Ik heb mevrouw Vondeling gehoord en ik neem dat mee. Dank u.
De heer Aartsen (VVD):
"Als ik iets niet wil tekenen, dan teken ik niet." Weet u wanneer ik dat
voor het laatst hoorde? Dat was gisterochtend toen ik mijn dochter naar
de peuterspeelzaal bracht. Met alle respect voor deze minister, met alle
respect: laten we alsjeblieft iets volwassener met elkaar omgaan. Ik heb
niet eens een vraag, voorzitter, maar gewoon een hartenkreet. Volgens
mij hebben de Nederlanders gekozen voor een rechts kabinet en voor een
strenger asiel- en migratiebeleid. Laten we dat alstublieft op een
volwassen manier eindelijk eens een keer gaan regelen. Laten we niet
zo'n mooie traditie die we met elkaar hebben als de lintjesregen op deze
manier verstieren.
Minister Faber:
Ik hoorde verder geen vraag. Wat ik nog wel wil zeggen via de
voorzitter, meneer Aartsen, is dat uw dochter in ieder geval een eigen
mening heeft.
De heer Dijk (SP):
Ik ga proberen om dit even rustig te ontleden. Je ziet een minister die
constant zegt "ik ben beleid" en "de instroom moet naar beneden". Zij
komt van een partij die negentien jaar hier in de Kamer zit, als
grootste partij in het kabinet kwam en die niet één wet klaar had liggen
om daadwerkelijk grip op migratie te krijgen of om migratie te beperken.
Dat is amateurisme één. Dan twee. Via Twitter en via X komt er eigenlijk
al het bericht van de heer Wilders dat er hier in de Kamer iets meer
over asiel moet worden gesproken. Dan wordt mevrouw dus op pad gestuurd.
Hoppetee, de laarzen gaan aan en er worden grote stappen gezet om het
eens eventjes wat meer over asiel te laten gaan en om de boel op te
kloppen. En wie staan er hier allemaal in de rij om mevrouw Faber aan te
gaan vallen voor haar absurde amateurisme? Inderdaad, wij allemaal, en
terecht. Maar we weten dit: het is exact wat ze wil. Want ze staat hier
stoer te doen en te zeggen dat ze staat voor de Nederlanders. Er wordt
echter helemaal niets gedaan behalve een miljard euro uitgeven aan
beunhazen, patjepeeërs, die met boten en hotels rijk worden van uw
asielbeleid. Dat is uw agenda. Dat is hoe u aan het leveren bent. Dat
zijn de belangen die deze minister aan het dienen is. Er wordt niets
gedaan voor de Nederlander, helemaal niets. En dan komt de ontleding:
bent u een beetje tevreden?
Minister Faber:
Volgens mij, voorzitter ... Heb ik het woord? Ja? Volgens mij maakt het
helemaal niet uit of ik tevreden ben. Dat doet er helemaal niet toe. Dat
is een persoonlijk feit.
De heer Dijk (SP):
Ik vraag of u tevreden bent, omdat u zo stoer aan het doen was dat u
voor deze lintjes niet ging tekenen. Ik heb niets met lintjes, maar ik
weet dat er heel veel mensen in de samenleving zijn die lintjes heel
mooi vinden. Ik vind het ook mooi dat vrijwilligers die een bijdrage
leveren, daarvoor beloond worden. Van mij hoeft het niet; dat is mijn
subjectieve mening. Maar ik vind het heel laag als er bewindslieden zijn
die niet over hun subjectieve mening heen kunnen stappen. Heel laag dat
u hier tegenover vrijwilligers die er het beste van proberen te maken,
die mensen helpen de taal te leren vanaf dag één, de stoere dame aan het
uithangen bent. Dat is heel laag, mevrouw Faber, terwijl u aan de andere
kant 1 miljard per jaar aan die patjepeeërs, die commerciële beunhazen
geeft. Die belangen bent u aan het dienen! Het enige waar dit debat toe
dient, is dat u weer kan zeggen dat u er wel even staat. En dan komt er
zo meteen weer een bericht op X van uw politiek leider, die gaat zeggen:
"Daar staat ze wel weer mooi, hè, met haar rechte rug". Het is heel laag
en het is slecht voor Nederland.
Minister Faber:
Ik sta hier voor de belangen van Nederland. Daarom zeg ik ook dat de
instroom naar beneden moet. Nederland heeft gekozen en wil een andere
koers. Ik ben de minister van Asiel en Migratie en moet dat beleid
ombuigen. Dat ga ik ook doen. Ik wil zo veel mogelijk de instroom
beperken en daar sta ik gewoon voor.
De heer Van Meijeren (FVD):
Allereerst volop steun voor de opstelling van deze minister. Het is aan
haar om te beoordelen of mensen zich wel of niet verdienstelijk hebben
gemaakt voor de samenleving en het is haar goed recht om een advies
daarover niet over te nemen. Sterker nog, het zou juist huichelachtig en
ook staatsrechtelijk onjuist zijn als zij een advies waar zij niet
achterstaat, toch overneemt en een besluit zou nemen dat zij hier niet
zelf kan verantwoorden.
Mijn vraag gaat over de procedure. Het reglement dat ziet op de
uitreiking van onderscheidingen bepaalt in artikel 9, zesde lid: indien
de minister die het aangaat het advies van het Kapittel niet overneemt,
legt deze het voorstel met het advies voor aan de ministerraad, die over
de voordracht besluit. De ministerraad dient dan een besluit te nemen
bij meerderheid van stemmen, en als de minister besluit om die
voordracht toch te doen, dan zou die ook gedaan moeten worden door de
minister die het aangaat. Mijn vraag is: is deze minister geïnformeerd
over deze procedure en weet zij waarom daar nu van wordt afgeweken?
Minister Faber:
Wat ik al eerder heb gezegd: de minister-president heeft aangegeven de
lintjes samen met de minister van BZK alsnog toe te kennen.
De heer Van Meijeren (FVD):
Mijn vraag was waarom daarmee wordt afgeweken van de procedure die is
vastgelegd in het reglement dat hierop ziet. Daarin is een uitvoerige
procedure opgenomen. Is de minister geïnformeerd over deze procedure en
weet zij waarom daarvan wordt afgeweken?
Minister Faber:
Ik wil met alle plezier mijn antwoord herhalen. De minister-president en
de minister van BZK gaan de toekenning alsnog doen.
De heer Boomsma (NSC):
Ik zou toch een oproep willen doen: ga aan het werk met streng
asielbeleid; ga aan het werk om die instroom te laten dalen en houd op
met deze onzin.
Mijn vraag gaat over de procedure, want het beleid is als volgt. Een
minister doet slechts een marginale toets en alleen bij zeer
zwaarwegende belangen kan zij afwijken van de voordracht. Mijn vraag is:
als de minister nu de hele procedure voor het verlenen van lintjes
wijzigt, omdat zij daarmee om persoonlijke redenen signalen wil afgeven,
is dat dan een nieuwe beleidslijn voor het kabinet als geheel of is dat
een nieuwe beleidslijn van deze minister zelf?
Minister Faber:
Ik heb die keuze gemaakt aan de hand van de situatie in Nederland, dat
die asielstroom naar beneden moet. Dat is het signaal geweest dat ik heb
willen geven. Daarom heb ik er niet voor willen tekenen en ik sta nog
steeds achter dat besluit.
De heer Van Baarle (DENK):
Wat een incompetente schande is deze minister. Elke keer weer doelbewust
er een puinhoop van maken, mensen in het land schofferen,
maatschappelijke organisaties schofferen, vrijwilligers schofferen, deze
Kamer schofferen door ook vandaag niet verder te komen dan een
grijsgedraaide elpee die deze minister maar blijft herhalen.
Voorzitter. Het moet eens afgelopen zijn met dit circus Faber en de
sleutel om hiermee politiek af te rekenen, ligt hier. Deze
coalitiepartijen blijven toestaan dat wij elke keer weer de puinhopen
van deze minister zien. Van der Plas, de VVD, NSC: zij moeten nu eens
een streep gaan trekken om ervoor te zorgen dat deze minister niet nog
meer schade kan aanrichten in dit land. Dat zou mijn oproep zijn. Vragen
stellen aan deze minister heeft vandaag totaal geen zin, want dan
krijgen we weer die grijsgedraaide elpee.
Minister Faber:
Ik hoor geen vraag.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik begon mijn bijdrage ergens nog met goede moed. Ik dacht: deze
minister zal zichzelf en haar signalen niet groter achten dan de rijke
traditie van het waarderen van vrijwilligers in ons land. Nu, een heel
stuk in de tijd verder, moet ik met teleurstelling constateren dat de
minister tot nu toe volhardt, dat zij afwijkt van de breder gedragen
kabinetslijn en dat zij blijft herhalen dat zij haar eigen signalen
groter vindt dan het waarderen van vrijwilligers. Het is spijtig te
constateren, maar dan ligt er wel een vertrouwensvraag op tafel. Ik weet
dat er straks bij de regeling van werkzaamheden een debat is
aangekondigd. Ik zal dat van harte steunen. Als het op tafel ligt,
zullen we dat debat snel moeten voeren, wat mij betreft vanavond.
De heer Bontenbal (CDA):
Dit is niet iets wat we pragmatisch met een omweg nog kunnen oplossen.
Dit gaat over principes en daarom wordt dit debat zo fel gevoerd. Ik
vind het ontzettend kwalijk dat deze minister dit soort cynische
politiek bedrijft over de ruggen van vrijwilligers die zich inzetten
voor kwetsbare mensen. Ik vind het cynische politiek en ik vind echt dat
we daar als Kamer een streep moeten trekken.
Minister Faber:
Ik hoor geen vraag, voorzitter.
De voorzitter:
Tot zover dit onderwerp, maar de heer Klaver heeft nog een
mededeling.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Er is zojuist al gememoreerd dat we zo dadelijk bij de regeling een
aanvraag hebben voor een debat, nog vanavond te houden. Daar ligt de
vertrouwensvraag op tafel, dus ik vraag de voorzitter om daarmee
rekening te houden in de agenda van vanavond. Ik hoop op steun van de
coalitiepartners. Dat was ooit wel gebruikelijk als de vertrouwensvraag
op tafel lag. Mocht dat niet het geval zijn, dan wil ik alvast een
vooraankondiging doen van hoofdelijke stemmingen over deze
debataanvraag. Dan mag ieder lid van deze coalitie zelfstandig zeggen
wat ze ervan vinden. Dit is onacceptabel. Vanavond moet hierover een
debat komen.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover dit onderwerp. Dank aan de minister.
Vragen Diederik van Dijk
Vragen van het lid Diederik van Dijk aan de
staatssecretaris Rechtsbescherming, bij afwezigheid van de minister van
Justitie en Veiligheid, over de ongeregeldheden in Amsterdam
voorafgaand aan de iftar op de Dam d.d. 30 maart 2025.
De voorzitter:
Wij heten de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de heer
Struycken, van harte welkom. Fijn u weer te zien. Ik geef graag het
woord aan de heer Diederik van Dijk van de SGP. Heel veel attentie voor
de heer Diederik van Dijk van de SGP. Het woord is aan hem.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Soms bekruipt je het gevoel alsof je een vreemde
in je eigen land bent. Dit weekend had ik dat en velen met mij. Een
gemaskerde man, uitgedost als Hamasterrorist met scherfvest, steekt een
Israëlische vlag in de brand terwijl een andere man in het Arabisch
"dood aan Israël" brult. Een menigte valt de man bij: "wij zijn de
mannen van Mohamed Deif", het brein achter de verschrikkelijke aanslagen
op 7 oktober. En daarna wordt uit vele kelen een anti-Joods vers uit de
Koran geblèrd. Dit huiveringwekkende beeld herkennen we uit het
Midden-Oosten, waar de wereld in brand staat. Maar dit tafereel deed
zich afgelopen zaterdag voor op het Spui in Amsterdam, en niemand greep
in, het stadsbestuur niet, de politie niet, het OM niet en ook het
kabinet laat niets van zich horen. Sterker nog, dit tafereel was het
voorprogramma van de islamitische iftar, die daarna midden op de Dam
gefaciliteerd werd, iets wat overigens steeds vaker door onze eigen
overheid wordt georganiseerd. Zeer bedenkelijk.
Voorzitter. In wat voor land zijn we terechtgekomen? Onze straten en
steden worden keer op keer gevuld met antisemitische drek en keer op
keer treedt het bevoegd gezag niet op. Terreurverheerlijking en
antisemitisme, verpakt als antizionisme, op de plaats waar we 4 mei de
doden herdenken en de herinnering aan de Holocaust levend houden. Het
maakt me boos en het frustreert dat dit week in, week uit het beeld is
dat in de straten van onze hoofdstad de boventoon voert. Antisemieten
wanen zich onaantastbaar en worden zelfs aangemoedigd. Het rechtsgevoel
van burgers wordt bij de poten afgezaagd.
Daarom heb ik de volgende vragen. De organisaties achter deze
betogingen, PGNL en PLFP, liggen in het buitenland onder een
vergrootglas vanwege banden met Hamas. Ook de leider zit vast wegens het
financieren van terrorisme. In Nederland wordt hen geen strobreed in de
weg gelegd. Is de staatssecretaris bereid om antisemitische clubs
gelieerd aan terreurorganisatie PLFP onder een vergrootglas te leggen
en, in navolging van Duitsland, te verbieden, en om hun bijeenkomsten te
beletten, zoals de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen
terrorismebestrijding voorschrijft?
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Struycken:
Voorzitter. De minister van Justitie en Veiligheid vroeg mij deze vragen
te beantwoorden. Ik heb vanochtend twee foto's gezien van de
demonstratie waar de heer Van Dijk aan refereert. Ik moet zeggen dat die
beelden ook mij hebben geschokt. Dergelijke beelden zijn stuitend en
geven ook mij een gevoel van onveiligheid.
Het kabinet staat voor een samenleving waarin iedereen zich vrij en
veilig voelt. Dan is het natuurlijk zo dat het verbranden van een
Israëlische vlag en het scanderen van bepaalde leuzen het gevoel van
veiligheid aantast, met name van Joodse medeburgers, Joden in Nederland,
maar ook van anderen. Het komt zonder twijfel intimiderend over. Daarom
wijs ik de actie die afgelopen weekend in het centrum van Amsterdam
heeft plaatsgevonden dan ook ten stelligste af.
Tegelijkertijd is het zo dat in onze rechtsstaat de vrijheid van
meningsuiting en de vrijheid van demonstratie zeer veel waard zijn. Het
betreft grondrechten die verankerd zijn in onze Grondwet, vrijheden die
alleen bij wet kunnen worden beperkt. Voor de lokale autoriteiten was er
op basis van de Wet openbare manifestaties vooraf geen aanleiding om de
demonstratie te beperken of te verbieden om redenen van beschermen van
de volksgezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of
voorkoming van wanordelijkheden.
De vraag die de heer Van Dijk stelt, plaats ik toch in een breder kader,
dat de heer Van Dijk misschien aanspreekt en mij ook bijzonder
aanspreekt. Dat is namelijk een zorgvuldige staatsrechtelijke afbakening
van taken en verantwoordelijkheden. De heer Van Dijk refereert aan het
bevoegd gezag. Dat is hier inderdaad de vraag: wie is hier het bevoegd
gezag? De vraag van de heer Van Dijk zag op het vermeende antisemitische
karakter van deze clubs, deze organisaties. Hij vroeg mij of die onder
een vergrootglas kunnen worden gelegd, om deze zo mogelijk te
verbieden.
Als het gaat om het onderzoeken en monitoren van dergelijke organisaties
op basis van antisemitisme, dan is dat een taak die bij de AIVD is
belegd, onder de voorwaarden van de Wet op de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten. Als het ernstige vermoeden bestaat dat een
organisatie een gevaar vormt voor de democratische rechtsorde, dan wel
voor de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat,
onderneemt de AIVD actie als het gaat om het onder het vergrootglas
leggen, zoals de heer Van Dijk het zei. Als het aankomt op het verbieden
van de organisatie, dan is dat aan het Openbaar Ministerie om te
verzoeken, en aan de rechtbank om de organisatie al dan niet op basis
van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek te verbieden en ontbonden te
verklaren. Dat kan als de werkzaamheid of het doel van de rechtspersonen
in strijd is met de openbare orde.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Over het demonstratierecht ... Het handelingsperspectief van het OM
schrijft net als de Grondwet voor dat demonstreren mag, maar binnen de
grenzen van de wet. Dat een oproep tot vernietiging van het Joodse volk,
het verheerlijken van terreur en het tonen van terreurvlaggen buiten die
kaders vallen, staat buiten kijf. En toch wordt er niet tegen opgetreden
door het OM. Wanneer is de maat vol? Kan de staatssecretaris aangeven
hoeveel aanhoudingen er zaterdag zijn verricht? Is de staatssecretaris
bereid het handelingsperspectief in overleg met het OM aan te scherpen
en opnieuw onder de aandacht te brengen van het bevoegd gezag, nu blijkt
dat zelfs bij overduidelijke schendingen van het strafrecht niet wordt
ingegrepen?
Staatssecretaris Struycken:
Het handelingsperspectief van het OM met betrekking tot demonstreren is
echt een zaak van het Openbaar Ministerie. We hebben aan het Openbaar
Ministerie een onafhankelijke positie daarin toegekend. Het is dus aan
het OM om de afweging te maken of er al dan niet sprake is van strafbare
feiten. Ik mag daar niet in treden, ik kan daar niet in treden, en ik
kan ook niet ingaan op individuele aanhoudingen. Het Openbaar Ministerie
heeft de demonstratie beoordeeld en op basis van de wet geoordeeld dat
er geen sprake was van een strafbaar feit waarvoor een persoon vervolgd
moest worden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Het lijkt erop dat de staatssecretaris zich, net als het OM, steeds
verschuilt achter de context die moet worden meegewogen bij het
aanpakken van antisemitisme. Maar "Wij zijn de mannen van Mohammed
Deif!" en de anti-Joodse verzen die ik net aanhaalde zijn in deze casus
onmiskenbaar antisemitisch. Dus mijn oproep aan het kabinet en mijn
dringende vraag is als volgt. Verschuil u niet langer achter die
zogenaamde "context", maar treed nou eindelijk eens daadkrachtig op
tegen deze gruwelijke wanpraktijken.
Staatssecretaris Struycken:
De heer Van Dijk refereert aan de bijzondere omstandigheden van dit
geval, die inderdaad een grote rol spelen bij de vraag of de grenzen van
de wet worden overtreden. Het is aan het Openbaar Ministerie om die
afweging te maken en al dan niet tot vervolging over te gaan. Dat is een
beoordeling van geval tot geval, waar wij als bewindspersonen op dit
niveau niet in hebben te treden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dan kom ik terug op het verbranden van vlaggen. Het is smakeloos. In de
jurisprudentie wordt het als discriminatoir beschouwd. Zeker wanneer men
gehuld in Hamas-tenue oproept tot dood aan Israël, is dat niet
onschuldig. Slechts enkele gemeenten handhaven hierop in het kader van
de openbare orde. Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om hier
in alle gemeenten op te gaan handhaven?
Staatssecretaris Struycken:
Het verbranden van vlaggen is in alle landen, en zeker ook in Nederland,
onderdeel van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van betoging.
Ik ben het gaarne eens met de stelling dat het smakeloos is. Maar hoe
smakeloos en choquerend het ook is, het blijft meestal binnen de grenzen
van de wet. Het kan zijn dat er sprake is van een strafbaar feit,
afhankelijk van de feiten en omstandigheden, maar de beoordeling daarvan
ligt bij het Openbaar Ministerie. Op grond van de openbare orde
ingrijpen in een demonstratie kan echt alleen als er sprake is van een
van de gronden van de Wet openbare manifestaties. Die laat veel ruimte
voor uitingen van meningen en voor betogingen, zelfs daar waar zij
choquerend of stuitend zijn. Daarmee zijn ze nog niet strafbaar. Het is
een afweging die gemaakt moet worden door het Openbaar Ministerie als
het gaat om de vervolging, en door het bevoegd gezag, de burgemeester,
als het gaat om het ingrijpen in een betoging.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Mijn laatste vraag. Dat er ordediensten bij demonstraties opereren om de
openbare orde te handhaven en de demonstratie niet te laten ontsporen,
is begrijpelijk. Maar dat er ordediensten opereren die hun eigen regels
toepassen, omstanders intimideren en het heft in eigen hand nemen, is in
strijd met de Wet op de weerkorpsen. Is de staatssecretaris bereid dit
als zodanig te bestempelen en een onderzoek in te stellen naar
pro-Palestijnse weerkorpsen?
Staatssecretaris Struycken:
De Wet op de weerkorpsen heeft de aandacht van uw Kamer gehad in
december. De minister van Justitie heeft toen vragen van mevrouw Michon
beantwoord over de Wet op de weerkorpsen. Het kan zijn dat ordediensten,
private ordediensten, die de orde van een demonstratie mede bewaken,
strafbaar handelen doordat ze niet voldoen aan de vereisten die de Wet
op de weerkorpsen stelt. Maar dan gaat het om een strafrechtelijk
delict. Ook daarvoor geldt dat het bevoegd gezag, de staatsrechtelijke
taak om dat te onderzoeken en eventueel te vervolgen, is belegd bij het
Openbaar Ministerie. Het is uiteindelijk dus aan de rechter.
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat het Openbaar Ministerie in veel
gevallen het gezag of de bevoegdheid heeft. In sommige gevallen is dat
de AIVD. Nou, dan is het dus weer een ander. Het lijkt er ook op dat
sommige lokale bestuurders en het OM elke keer weer een andere uitleg
geven aan ons strafrecht. Omdat ze dat elke keer weer op hun eigen
manier interpreteren, kijken wij als BBB naar een extra bevoegdheid voor
de minister van Justitie en Veiligheid. Wij zouden graag zien dat
wanneer er sprake is van een langdurige en frequente aantasting van de
openbare orde en veiligheid, waarbij de veiligheid en vrijheid van
andere burgers in gevaar of in het geding komen, de minister van
Justitie en Veiligheid de bevoegdheid krijgt om het lokaal gezag over te
nemen. Hoe kijkt het kabinet hiernaar?
Staatssecretaris Struycken:
Dat zou een zeer ingrijpende inbreuk op of wijziging zijn van de
staatsrechtelijke bevoegdheden die we nu kennen. Het gaat om situaties
met een individuele beoordeling waar het bevoegd gezag bij de
burgemeester, het OM en de lokale driehoek ligt. Ik denk dat we zeer
terughoudend moeten zijn om daar een wijziging in aan te brengen. Het is
aan dit parlement om wetten te maken die binnen de grenzen van de
Grondwet blijven. Maar voor het overige is het opportuun dat de
vervolging wordt overgelaten aan het Openbaar Ministerie en dat
beslissingen over demonstraties worden overgelaten aan het lokale
bevoegd gezag.
De heer Ellian (VVD):
Ik denk dat als de Joodse gemeenschap nu naar dit vragenuur kijkt, haar
de moed in de schoenen zakt. Hoe kan het dat in onze hoofdstad, die
zogenaamd een stad van vrijheid is, gescandeerd wordt "wij zijn de
volgers van Mohammed Deif"? Hij was de leider van de al-Qassam-brigade.
Zij hebben een pogrom uitgevoerd. Hoe kan het dat dit gebeurt? Ik heb
een hele eenvoudige vraag in het licht van de veiligheid van de Joodse
gemeenschap, om haar te beschermen tegen haat en nog veel erger. Gaat
het kabinet Amsterdam hierop aanspreken en zeggen "dit kan toch niet
gebeuren in onze hoofdstad"?
Staatssecretaris Struycken:
De situatie in Amsterdam aan het einde van vorig jaar heeft ons allen
zeer gechoqueerd. Dat geldt ook voor het kabinet. Sindsdien is een
strategie op papier gezet ter bestrijding van antisemitisme. Er wordt
met man en macht gewerkt om die vorm te geven. Ik heb er geen twijfel
over dat hetzelfde gebeurt op lokaal niveau, ook in Amsterdam. Het is
een absolute prioriteit van dit kabinet om de Joden in Nederland het
gevoel te blijven of gaan geven dat ze in Nederland veilig zijn.
De heer Boon (PVV):
Er is inderdaad een hele hoop op papier gezet, maar op straat zien we
het tegenovergestelde. Het loopt totaal uit de hand. Zondag zagen we een
grote groep Jodenhaters antisemitische en pro-Hamasleuzen roepen,
terwijl een als Hamas geklede demonstrant een Israëlische vlag
verbrandde. Dat gebeurde midden in onze hoofdstad, openlijk en zonder
consequenties, zoals nu blijkt. We hebben in Nederland inmiddels
ontelbare incidenten gezien van Jodenhaat. Hoelang laat u dit nog
gebeuren? Wanneer stopt u met vingerwijzen en gaat u eindelijk ingrijpen
om onze Joodse Nederlanders te beschermen tegen deze openlijke haat,
deze openlijke oproepen tot geweld en deze openlijke intimidatie?
Staatssecretaris Struycken:
Ik heb al gezegd dat de beelden choquerend zijn. Dat geldt evenzeer voor
de uitingen waarover we in de pers lezen, met name en specifiek omdat
het Joden in Nederland een gevoel van onveiligheid geeft. Ik denk dat we
die verontwaardiging allemaal delen, zeker ook vanuit het kabinet.
De heer El Abassi (DENK):
De minister wijst het verbranden van de Israëlische vlag ten strengste
af. Hij vindt het smakeloos en choquerend, en hij vindt dat het wat doet
met de gevoelens van veiligheid van de joodse gemeenschap. Ik zou de
staatssecretaris willen vragen of hij daar hetzelfde over denkt als het
gaat om het verbranden van de Koran.
Staatssecretaris Struycken:
De heer El Abassi noemt een ander voorbeeld van een handeling die
evenzeer beledigend, choquerend en verontrustend is. Misschien geeft dat
wat minder direct een gevoel van onveiligheid als je het vergelijkt met
wat we zaterdag hebben gezien met betrekking tot Joodse mensen, maar het
is evenzeer stuitend, choquerend en verontrustend. Het zijn echter
allemaal uitingen die binnen de vrijheid van meningsuiting vallen en de
vrijheid van meningsuiting, zoals die is neergelegd in de Grondwet, is
een groot goed. Het is stuitend, maar niet strafbaar in alle
omstandigheden.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover dit vragenuurtje. Hartelijk dank aan de
staatssecretaris. Ik schors tot 15.00 uur. Dan gaan we eerst twee
Kamerleden beëdigen en daarna stemmen.
De vergadering wordt van 14.51 uur tot 15.00 uur geschorst.