[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Fiche 2 - Kostenaftrek in tegenbewijsregeling

Bijlage

Nummer: 2025D14460, datum: 2025-04-02, bijgewerkt: 2025-04-02 14:15, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Toezegging commissiedebat over box 3 van 19 maart 2025 (2025D14458)

Preview document (šŸ”— origineel)


Fiche 2 - Kostenaftrek in tegenbewijsregeling voor 2026 en 2027

Uitgangssituatie

  • Op dit moment is in de tegenbewijsregeling box 3 geen sprake van kostenaftrek.

  • De Hoge Raad heeft aangegeven dat bij het bepalen van het werkelijke rendement voor de tegenbewijsregeling geen rekening moet worden gehouden met kosten, met uitzondering van rente op schulden die in box 3 vallen. De Hoge Raad heeft daarnaast een uitzondering gemaakt voor investeringskosten (verbetering of uitbreiding) die tot waardevermeerdering leiden (dus geen onderhoudskosten). Hier wordt in het wetsvoorstel wel rekening mee gehouden.

Variant 1 ā€“ Werkelijke kostenaftrek

Omschrijving

  • In deze variant wordt het mogelijk om de werkelijk gemaakte kosten voor alle box 3-vermogensbestanddelen in mindering te brengen op het werkelijke rendement. Het gaat daarbij om kosten in 2026 en 2027. De hersteloperatie voor eerdere jaren gaat vanaf 1 juli a.s. van start, omdat het kabinet verplicht is op basis van de arresten van de Hoge Raad om zo spoedig mogelijk herstel te bieden.

  • We sluiten aan bij de definities voor kostenaftrek zoals opgenomen in het Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Dit zijn kort gezegd kosten die uitsluitend worden gemaakt voor verwerving, inning en behoud van het rendement in box 3. Gemengde kosten worden uitgesloten, bijvoorbeeld een privĆ©-laptop die ook gebruikt wordt om te internetbankieren.

Fiscaal-juridisch

  • Het is juridisch mogelijk om in het wetsvoorstel regels op te nemen die afwijken van de Hoge Raad als deze ten gunste van belastingplichtigen zijn. Het toevoegen van kostenaftrek is ten gunste van belastingplichtigen.

  • Een generieke kostenaftrek voor alle box 3-vermogensbestanddelen is juridisch mogelijk.

  • De afbakening voor kostenaftrek kan tot nieuwe discussies leiden. Daar staat tegenover dat discussies over de vraag of sprake is van investeringskosten worden vermeden.

Budgettair

  • Bij de voorgestelde verhoging van het forfait en verlaging van het heffingvrije vermogen, leidt kostenaftrek in 2026 en 2027 tot een budgettaire derving van cumulatief ā‚¬Ā 1.135 miljoen.

  • Invoering van kostenaftrek leidt tot verdere vertraging van de Wet werkelijk rendement (zie ā€˜uitvoeringā€™). In dat geval ontstaat per jaar uitstel een aanvullende derving van ongeveer ā‚¬Ā 1,7 miljard vanaf 2028.

  • Ten aanzien van de huurmarkt kan worden opgemerkt dat deze maatregel aangrijpt op box 3 verhuurders en andere belastingplichtigen die in de betreffende jaren daadwerkelijk kosten maken.

  • Voor belastingplichtigen met een werkelijk rendement dat ruim boven het forfaitaire rendement ligt zal de mogelijkheid van kostenaftrek niet snel leiden tot een teruggaaf. Een voorbeeld is een belastingplichtige met een woning in box 3 die in het kalenderjaar 15% in waarde is gestegen. Alleen als sprake is van zeer hoge kosten komt het werkelijke rendement onder het forfaitaire rendement uit.

Uitvoering

  • Het opnemen van een kostenaftrek in de online aangifte inkomstenbelasting vanaf het belastingjaar 2026 is een structuuraanpassing in het ICT-systeem. Deze leidt tot vertraging op het invoeren van de Wet werkelijk rendement box 3 en de modernisering ICT binnen de Belastingdienst (uitfasering Cool:gen). Het ICT-portfolio is namelijk tot en met eind 2027 volledig volgepland, waarbij herprioritering onvermijdelijk leidt tot een latere uitfasering van Cool:gen en vertraging van de invoeringsdatum van de Wet werkelijk rendement box 3.

  • Een complicerende factor in de aanpassing van de online aangifte inkomstenbelasting vanaf het belastingjaar 2026 is dat de overgang naar een nieuwe software-omgeving ook in deze periode plaatsvindt, waardoor aanpassingen mogelijk twee keer gedaan moeten worden.

  • Het opnemen van een werkelijke kostenaftrek in het formulier Opgaaf werkelijk rendement voor de belastingjaren tot en met 2025 is technisch niet meer mogelijk. De reden hiervoor is dat de technische specificaties van het formulier zijn vastgesteld en ook met de externe softwareleveranciers zijn gedeeld op basis waarvan zij hun softwarepakketten kunnen aanpassen. Als dit toch opgenomen moet worden, leidt dit tot significante vertraging van de start van de hersteloperatie van minimaal een jaar. Deze aanpassing leidt ook tot vertraging op het invoeren van de Wet werkelijk rendement box 3 en de modernisering ICT binnen de Belastingdienst (uitfasering Cool:gen).

  • Op dit moment beschikt de Belastingdienst vrijwel niet over gegevens die voor het vaststellen van het werkelijk rendement relevant zijn en die de werkelijkheid bij de belastingplichtige weergeven. Het toevoegen van een kostenaftrek bemoeilijkt daarmee het toezicht en handhaving door de Belastingdienst waarbij de uitvoering geen contra-informatie beschikbaar heeft om deze gegevens te kunnen verifiĆ«ren. Dit heeft tot gevolg dat Belastingdienst in bepaalde situaties onderbouwing voor de kostenaftrek bij de belastingplichtige zal moeten opvragen wat tot een aanzienlijke toename van werkzaamheden zal leiden. Daarnaast zullen discussies met belastingplichtige kunnen ontstaan over de onderbouwing van de aftrekbaarheid van de kosten. Ook heeft de toevoeging van de kostenaftrek tot gevolg dat naar verwachting belastingplichtigen daarom een groter beroep zullen doen op de dienstverlening van de Belastingdienst of een dienstverlener moeten inschakelen. Deze aanvullende werkzaamheden voor de Belastingdienst zijn niet in de uitvoeringstoets over het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3 opgenomen.

Variant 2 ā€“ Forfaitaire kostenaftrek

Omschrijving

  • In deze variant wordt een forfaitaire kostenaftrek toegevoegd aan de tegenbewijsregeling. De gedachte hierbij is dat werkelijke kostenaftrek bewerkelijk is voor belastingplichtigen en de Belastingdienst en dat een forfaitaire benadering eenvoudiger is.

  • Een forfaitair percentage van 0,6% van alle bezittingen en schulden wordt afgetrokken van het werkelijke rendement dat conform de tegenbewijsregeling is berekend.

  • Dit percentage is naar schatting een gemiddelde voor de kosten op het geheel aan bezittingen en schulden.

Fiscaal-juridisch

  • Het is juridisch mogelijk om in het wetsvoorstel regels op te nemen die afwijken van de Hoge Raad als deze ten gunste van belastingplichtigen zijn.

  • Wanneer de wetgever echter vaststelt dat (a) kosten aftrekbaar zijn en (b) dit via een forfait vormgeeft, ontstaat een nieuw juridisch risico. De Hoge Raad heeft aangegeven dat de huidige forfaits in box 3 onvoldoende aansluiten bij de werkelijkheid en daarom juist geoordeeld dat tegenbewijs mogelijk moet zijn. Het introduceren van nieuwe forfaitaire elementen die onvoldoende aansluiten bij de werkelijkheid is juridisch kwetsbaar.

  • In de praktijk ligt het voor de hand dat er een grote spreiding is van daadwerkelijk gemaakte kosten. Het forfait zal dus bij veel belastingplichtigen niet goed aansluiten op de werkelijkheid.

  • Belastingplichtigen met hogere kosten dan het gemiddelde kunnen aanvoeren dat hun EVRM-rechten worden geschonden door de forfaitaire kostenaftrek. Dit levert het risico op dat opnieuw aanvullend rechtsherstel noodzakelijk is.

  • Een mogelijke onderbouwing van een forfaitaire kostenaftrek is dat dit slechts tijdelijk is tot invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 en dat dit eenvoudiger is voor burgers en uitvoering. Dit is echter ook het geval bij de huidige forfaits in box 3. De Hoge Raad vindt dit niet voldoende rechtvaardiging voor het huidige forfaitaire stelsel. Naar verwachting blijft een forfaitaire kostenaftrek met deze onderbouwing dus juridisch kwetsbaar.

Budgettair

  • Bij de voorgestelde verhoging van het forfait en verlaging van het heffingvrije vermogen, leidt forfaitaire kostenaftrek in 2026 en 2027 tot een budgettaire derving van cumulatief ā‚¬Ā 941 miljoen.

  • Invoering van kostenaftrek leidt tot verdere vertraging van de Wet werkelijk rendement box 3 (zie ā€˜uitvoeringā€™). In dat geval ontstaat per jaar uitstel een aanvullende derving van ongeveer ā‚¬Ā 1,7 miljard vanaf 2028.

Uitvoering

  • Voor een forfaitaire kostenaftrek geldt hetzelfde als hierboven is opgenomen onder variantĀ 1 met een aftrek van werkelijke kosten. Het opnemen van een forfaitaire kostenaftrek in de online aangifte inkomstenbelasting vanaf het belastingjaar 2026 is ook een structuuraanpassing in het ICT-systeem, met hetzelfde beslag op het ICT-portfolio.

  • Een forfaitaire kostenaftrek leidt naar verwachting tot een groot aantal bezwaren en procedures van belastingplichtigen die werkelijke kosten willen opgeven. Dit zal de uitvoeringslast vergroten.

Als in de toekomst aanvullend herstel nodig is, zal dit grote impact hebben op de uitvoering.

Variant 3 ā€“ Kostenaftrek alleen voor onroerende zaken

Omschrijving

  • In deze variant wordt de kostenaftrek (werkelijk of forfaitair) alleen mogelijk gemaakt voor onroerende zaken.

Fiscaal-juridisch

  • Er is geen goede onderbouwing voor het enkel mogelijk maken van kostenaftrek voor bepaalde vermogensbestanddelen.

  • Op grond van het gelijkheidsbeginsel moeten gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Er is geen wezenlijk onderscheid tussen kosten die gemaakt worden ter verwerving, inning en behoud van het rendement uit onroerende zaken en kosten die gemaakt worden ter verwerving, inning en behoud van het rendement uit andere vermogensbestanddelen in box 3 zoals aandelen.

  • Naar verwachting is deze variant daarom juridisch onhoudbaar.

Budgettair

  • Kostenaftrek voor alleen onroerende zaken leidt, indien juridisch houdbaar, in 2026 en 2027 tot een budgettaire derving van cumulatief ongeveer ā‚¬Ā 400 miljoen. Invoering van kostenaftrek leidt tot verdere vertraging van de Wet werkelijk rendement box 3 (zie ā€˜uitvoeringā€™). In dat geval ontstaat per jaar uitstel een aanvullende derving van ongeveer ā‚¬Ā 1,7 miljard vanaf 2028.

  • Omdat de inschatting is dat dit juridisch niet houdbaar is, is deze variant niet opgenomen in de overzichtstabel.

Uitvoering

  • Voor een kostenaftrek voor de categorie onroerende zaken geldt hetzelfde als hierboven is opgenomen onder variant 1 met een aftrek van werkelijke kosten. Het opnemen van een kostenaftrek voor alleen onroerende zaken in de online aangifte inkomstenbelasting vanaf het belastingjaar 2026 is ook een structuuraanpassing in het ICT-systeem, met hetzelfde beslag op het ICT-portfolio.

  • Voor de uitvoering door de Belastingdienst zal de aftrek voor de categorie onroerende zaken naar verwachting leiden tot veel procedures door belastingplichtigen over de onmogelijkheid van een kostenaftrek bij andere vermogensbestanddelen. Daarnaast zullen discussies met belastingplichtigen ontstaan of de kosten betrekking hebben op onroerende zaken of andere vermogensbestanddelen; dit zal leiden tot arbitrage over de toerekening van kosten aan de verschillende vermogensbestanddelen.