[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Debat over eenheid van kabinetsbeleid inzake de ondertekening van lintjes-voordrachten (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2025D14556, datum: 2025-04-02, bijgewerkt: 2025-04-03 09:19, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Aan de orde is het debat over de eenheid van kabinetsbeleid inzake de ondertekening van lintjesvoordrachten.

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over de eenheid van kabinetsbeleid inzake de ondertekening van lintjesvoordrachten. Een hartelijk woord van welkom aan de minister. De heer Timmermans heeft een mededeling van huiselijke aard. Stilte graag!

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Onze Kamer heeft gister besloten om voor dit debat ook de minister-president uit te nodigen, omdat het ook gaat over eenheid van kabinetsbeleid. We weten dat hij zijn afspraken in België heeft afgezegd, waarvan de Belgen zeggen: omdat hij in het parlement moet verschijnen. Inmiddels hebben we vanochtend een briefje ontvangen waarin staat dat hij niet zal komen. Ik vraag u als voorzitter toch het besluit dat we gister hebben genomen te handhaven en alsnog de minister-president voor dit debat uit te nodigen. Het gaat immers over eenheid van kabinetsbeleid. Daar is hij verantwoordelijk voor, dus daar moet hij ook verantwoording voor komen afleggen.

De voorzitter:
Ik heb gister inderdaad de minister-president uitgenodigd. Vanochtend heeft hij laten weten niet aanwezig te zijn. We hebben dat vanochtend om 05.30 uur rondgestuurd. Ik ga kijken of er voor uw verzoek een meerderheid bestaat.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter. In artikel 45 van de Grondwet staat dat de ministerraad besluit over beleid en de eenheid van kabinetsbeleid bevordert. In datzelfde artikel 45 van de Grondwet staat dat de ministerraad wordt voorgezeten door de minister-president. Bij een Kamerdebat over de eenheid van kabinetsbeleid — dat is letterlijk de titel van dit debat — kan de minister niet ontbreken, dus steun voor dit verzoek.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. De minister-president is verantwoordelijk voor de eenheid van het kabinetsbeleid. We zien al geruime tijd, met het optreden van minister Faber in de recente dagen, dat dat een puinhoop is. Als de minister-president vandaag niet in de Kamer komt om daar uitleg over te geven, doet dat ook wat met zijn gezag. Zijn gezag is dan weg. Hij moet dus gewoon komen.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Geen steun, voorzitter.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Voorzitter. De eenheid van het kabinet staat hier op het spel. Daarbij hebben we nog drie vicepremiers. Die hadden ook naar dit soort bezoeken kunnen gaan. Daar zijn ze ook voor. Daarom hebben we vicepremiers. Dit is dus een onacceptabel excuus. Van harte steun voor het voorstel. De premier moet gewoon hier bij het debat met de Kamer zitten.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Als de suggestie is dat het kabinet verschillend denkt over zaken, dan is het voor deze Kamer lastig controleren. Dat is belangrijk, want wij zijn de controlerende macht als er geregeerd wordt vanuit vak K. Op het moment dat daarover verschil van inzicht en onduidelijkheid is — dat zie ik ook naar aanleiding van de brief die wij mochten ontvangen van minister Faber — dan is het belangrijk dat de minister-president, onze primus inter pares, staat voor de eenheid van het kabinetsbeleid. Ik steun het verzoek van collega Timmermans dus van harte.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Wij hechten er ook zeer aan dat bij dit debat de minister-president aanwezig zal zijn. Daarom steunen we ook het verzoek van de heer Timmermans.

De heer Van Meijeren (FVD):
Het is veelzeggend dat de minister-president vandaag zijn minister in de steek laat en daarmee de verantwoordelijkheid van zich afschuift. Dat gezegd hebbende zou ik vooral willen verzoeken om zo snel mogelijk met dit debat te beginnen, zodat het ook zo snel mogelijk weer afgelopen is en we ons weer bezig kunnen houden met de grotere problemen in dit land.

De voorzitter:
Dat is geen steun, begrijp ik.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik begrijp en steun het verzoek. Ik wil er wel bij gezegd hebben dat het totaal onwerkbaar is dat de Kamer de minister-president nog een keer moet vragen om naar een debat te komen waar hij zelf verantwoordelijk voor is. We kunnen dus ook met elkaar de conclusie trekken: deze premier begrijpt zijn rol niet, begrijpt zijn verantwoordelijkheden niet en duikt weg, en daarmee is hij ongeschikt. Als hij niet komt, kan dat ook de conclusie zijn van het debat vandaag.

De heer Dijk (SP):
Voorzitter. Op 4 juli 2024 beloofde de minister-president vanaf die plek, toen mevrouw Agema ook weer aan het ondermijnen was, dat het geëtter en geëmmer zou stoppen. Sindsdien is het alleen maar geëtter, geëmmer en geruzie geweest. Dit gaat niet vaak voorkomen, maar ik ben het helemaal eens met Forum voor Democratie. Het moet hier gaan over de problemen van mensen in het land. Maar dat gaat niet als we een minister-president hebben die het geëtter en geëmmer niet stopt en duikt als het erop aankomt. We moeten hem dus boven water zien te krijgen.

De heer Bontenbal (CDA):
Ik ben benieuwd wat de andere drie coalitiepartijen gaan doen, want niks zeggen is in die zin ook een signaal. Het gaat inderdaad over eenheid van kabinetsbeleid. Het bewijsmateriaal is gister gegeven door minister Coenradie, die zelf zegt dat het kabinet niet met één mond spreekt. Het bewijsmateriaal wordt dus door de bewindspersonen zelf geleverd. Daarom denk ik, omdat verschillende bewindspersonen verschillende dingen zeggen, dat ook premier Schoof bij dit debat moet zijn.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Geen steun, voorzitter.

De heer Vermeer (BBB):
Geen steun.

De heer Boomsma (NSC):
Voorzitter. Het kabinet gaat over zijn eigen afvaardiging. Voor nu geen steun.

De voorzitter:
Ik stel vast, meneer Timmermans, dat er geen meerderheid bestaat voor uw verzoek.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Gisteren heeft de Kamer de positie ingenomen, in meerderheid, dat de premier hier zou moeten zijn. Als dat besluit moet worden herzien, zal daar opnieuw over gestemd moeten worden. Ik vraag hiervoor een hoofdelijke stemming aan.

De voorzitter:
Ja, er is als het ware nu al gestemd, namelijk in een ordedebatje. Ik stel vast dat er geen meerderheid is.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Dat klopt. Dat stelt u vast. De meerderheid wil nu herzien wat we gisteren hebben besloten. Ik wil weleens zien wie daar allemaal achter staat. Daarom vraag ik nu een hoofdelijke stemming aan.

De voorzitter:
Als u persisteert, zal ik dat zeker gaan organiseren. Dat betekent ook dat we drie uur moeten wachten. U zou ook kunnen redeneren dat de kans groot is dat de uitslag hetzelfde zal zijn en dat we misschien nu het debat moeten gaan voortzetten. Maar dat geef ik slechts ter overweging.

Ik geef even het woord aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, ik zou ook u willen aanspreken op uw verantwoordelijkheid om te staan voor de positie van de Tweede Kamer, voor het parlement. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat u zelf ook heel goed begrijpt dat dit een kwestie is waarbij de Kamer met recht vraagt om de aanwezigheid van de minister-president. U zou ook in uw rol als Voorzitter kunnen staan voor de positie van het parlement, zoals andere Voorzitters in het verleden ook weleens hebben gedaan.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Kijk, als de premier nog een andere afspraak heeft … Ik heb begrepen dat hij zijn afspraken in België heeft afgezegd om in het parlement te kunnen zijn. Maar mocht er nog iets anders dringends zijn, dan kan dat natuurlijk. Mocht hij binnen die drie uur voor de hoofdelijke stemming al hier kunnen zijn, dan zouden we het debat ook eerder kunnen beginnen. Verder steun voor het voorstel van collega Timmermans.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter. Bijna de hele oppositie vraagt om aanwezigheid van de minister-president. Ik kan me niet voorstellen dat op AZ niet wordt meegekeken naar het begin van dit debat. Een zichzelf respecterende minister-president belt u nu op en zegt: ik kom alsnog. Als dat niet het geval is, wil ik een hoofdelijke stemming, want artikel 45 van de Grondwet zegt: de taak van de minister-president is het bewaken van de eenheid van kabinetsbeleid. We hebben een debat daarover. Dan wil ik weleens van elk lid van NSC horen of zij zo'n verzoek dan weigeren.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb zojuist aangegeven dat wij er zeer aan hechten dat de minister-president hierbij aanwezig is. Gisteren, tijdens het mondelinge vragenuurtje, is alle inhoud gedeeld met de minister die in vak K zit. Dit gaat over de eenheid van kabinetsbeleid. We hechten er, nogmaals, zéér aan dat de minister-president komt. Ik vind het ook een schoffering van het parlement dat hij hier niet is. Dus wat mij betreft …

(Geroffel op de bankjes)

De heer Stoffer (SGP):
Mijn voorstel zou zijn om dit debat op te schorten en de minister-president alsnog te verzoeken om hiernaartoe te komen, want ik denk dat het weinig gaat opleveren als we dit debat in deze constellatie gaan voeren.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Voorzitter. Goed gezegd door mijn collega. Het is onacceptabel om dit debat te voeren zonder de premier. Dit is een schoffering van dit parlement. Dus als de premier verstandig is, dan dient hij zich inderdaad aan voordat de hoofdelijke stemming aanvangt. Maar steun voor het voorstel om die hoofdelijke stemming te gaan doen.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Een zichzelf respecterende Kamer moet zich niet laten piepelen door minister Faber, maar moet zich ook niet laten piepelen door de minister-president, die op dit moment zijn verantwoordelijkheid ontloopt. De minister-president moet hier gewoon zijn. Daar is gisteren om gevraagd. Bijna de hele Kamer wil dat. Hij moet gewoon komen.

De heer Bontenbal (CDA):
Voorzitter. Mag ik een beroep doen op de VVD en NSC om in het kader van goed bestuur — daar staan ze namelijk allebei voor — gewoon te accorderen dat de premier nu komt? Want anders gaan we een paar uur wachten, en dan gaat erover gestemd worden. Maar als deze partijen zeggen "wij vinden het oké dat de premier komt", dan kunnen we er nu gewoon aan beginnen. Dan kan het debat nu beginnen.

De heer Dijk (SP):
Voorzitter. We hebben een premier die duikt, maar ook coalitiepartijen die duiken. Ik vind dat omgaan met de Kamer alsof de Kamer een speeltje is. Ik ben het zeer eens met de heer Stoffer. Er zijn op dit moment ook debatten over stikstof en natuur, ontwikkelingssamenwerking en stages in het mbo, hbo en wo. Dat betekent ook dat partijen daar keuzes in hebben moeten maken. Ik vind het echt een schoffering van de coalitiepartijen dat ze instemmen met een debat waar de premier bij is, en nu zeggen: het hoeft niet zo van ons. Kom op zeg!

De voorzitter:
Oké, dan gaan we het als volgt doen. Over drie uur gaan we hoofdelijk stemmen over het verzoek van de heer Timmermans. Ondertussen gaan wij bellen met de minister-president. Dus wellicht, als er witte rook is, komen we eerder bij elkaar. Anders gaan we over drie uur hoofdelijk stemmen en dan breng ik het voorstel van de heer Timmermans in stemming, namelijk: de minister-president moet aanwezig zijn. Ik schors.

De vergadering wordt van 10.29 uur tot 12.17 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.

Eenheid van kabinetsbeleid inzake de ondertekening van lintjesvoordrachten

Eenheid van kabinetsbeleid inzake de ondertekening van lintjesvoordrachten

Aan de orde is de voortzetting van het debat over de eenheid van kabinetsbeleid inzake de ondertekening van lintjesvoordrachten.

De voorzitter:
Dan gaan we nu alsnog beginnen met het debat over de eenheid van het kabinetsbeleid inzake de ondertekening van lintjesvoordrachten. De minister-president heeft zich inmiddels gemeld. Fijn hem hier te mogen verwelkomen. Ik stel ook vast dat de sprekerslijst hier en daar wat veranderd is. Dan geef ik graag het woord aan de eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat is de heer Timmermans van de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Hij heeft, zoals iedereen, vier minuten spreektijd. Ik beperk het aantal interrupties in de eerste termijn van de Kamer tot zes. Het woord is aan de heer Timmermans.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Laat ik beginnen door te zeggen dat ik het fijn vind dat de minister-president in de Kamer is. Fijn dat er tegemoet is gekomen aan een verzoek van een groot deel van de oppositie in de Kamer. Dat is goed voor de positie van de Kamer en dat is ook goed voor de positie van het kabinet en de minister-president zelf, meen ik.

Voorzitter. Mensen zijn niet gek. Iedereen heeft de afgelopen dagen gezien wat hier speelt: een minister wier onkunde alleen maar wordt overtroffen door haar onfatsoen. De Kamer schofferen is tot daaraantoe; dat zijn we van haar wel gewend. Maar vrijwilligers onder de bus gooien voor een totaal loos gebaar, waar werkelijk niemand mee is geholpen, is een absoluut dieptepunt. Mensen en lintjes bij het grofvuil zetten is kleinzerige, hatelijke wrok. Dit brengt schade toe aan Nederland. Dit is beschamend voor iedereen die van dit land en zijn tradities houdt. Nu is er dit briefje, dat we gisteravond kregen, met een omfloerste, warrige en onnavolgbare redenering om recht te praten wat simpelweg hartstikke krom is.

Zoals gezegd: mensen zijn niet gek. Iedereen ziet het. Zelfs staatssecretaris Coenradie zegt het: er is geen eenheid van kabinetsbeleid. Ik vraag de premier om in simpele termen die iedereen kan begrijpen dit onfatsoen, deze totale onkunde, te veroordelen en daar de noodzakelijke gevolgen aan te verbinden. Geen formalistische warspraak, maar recht door zee schoon schip maken. Want zo kunnen we niet verder.

Voorzitter. Ik weet dat heel veel mensen zich afvragen: waar hebben we het eigenlijk over, waarom is eenheid van kabinetsbeleid zo belangrijk? Twee uur vliegen van hier woedt een oorlog die onze veiligheid direct bedreigt. Later vandaag kondigt de Amerikaanse president mogelijk handelsmaatregelen tegen ons af die een grote slag kunnen betekenen voor de Nederlandse economie en voor mensen die een baan hebben in dit land. Er zijn al heel veel andere problemen in dit land die voortdurend onopgelost blijven. Mensen rekenen op een kabinet dat eensgezind de problemen aanpakt en dat schouder aan schouder staat op het moment dat Nederland van buiten wordt bedreigd. Daarom is eenheid van kabinetsbeleid zo ontzettend belangrijk en daarom hoop ik dat de minister-president vandaag die eenheid herstelt.

Ik eis dat de minister van Asiel en Migratie excuses aanbiedt voor wat ze heeft gezegd. Ik eis dat ze klip-en-klaar zegt dat zij de vijf aanvragen waar het nu om gaat zelf zal ondertekenen en ik eis ook dat ze zal verklaren dat ze vanaf nu iedere aanvraag voor lintjes die onder haar ressort vallen zélf zal ondertekenen. In mijn ogen is dat de enige manier om eenheid van kabinetsbeleid te herstellen, en dan kunnen we weer verder.

De voorzitter:
Een vraag van de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Wat een gênante inbreng van de fractieleider van de Partij van de Arbeid-GroenLinks. Hij heeft niks te eisen. Wie bent u om wat te eisen? Wie bent u om te eisen dat de minister excuses aanbiedt en dat zij het allemaal zelf ondertekent? Wie denkt u dat u bent? Mag ik met die vraag beginnen? Wie denkt u dat u bent om van de minister te eisen dat ze excuses aanbiedt, terwijl de minister niets verkeerds heeft gedaan? De minister mag een lintje weigeren. Dat weet de collega van Partij van de Arbeid-GroenLinks hopelijk. Daar zijn zelfs regels voor. Op het moment dat de minister weigert een lintje toe te kennen, moet dat besluit naar de ministerraad. Het is dus een normale procedure, die niet vaak wordt toegepast — dat ben ik met u eens — maar die bestaat. Wat heeft die minister dan dus in hemelsnaam gedaan waarvoor ze excuses moet aanbieden?

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Als wat de minister heeft gedaan, stante pede moet worden gecorrigeerd door de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken om zo de eenheid van kabinetsbeleid te herstellen, dan is het duidelijk dat deze minister afwijkt van het kabinetsbeleid. Ik eis dat er eenheid is van kabinetsbeleid. En er is maar één manier om die eenheid te herstellen, als het tenminste in lijn is met de belofte van de premier en de minister van Binnenlandse Zaken om zelf deze aanvraag te ondertekenen, namelijk dat de minister zelf zegt: ik zal ze ondertekenen en ik zal vanaf nu ook dit soort aanvragen ondertekenen. Als zij een aanvraag niet wenst te ondertekenen, dan gaat dat inderdaad naar de ministerraad. Dat klopt formeel, maar hier is toch echt sprake van het feit dat de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken de minister van Asiel en Migratie hebben gecorrigeerd. Zij kan niet persisteren in het net doen alsof zij hier een heel eigen lijn kan uitvoeren.

En de wijze waarop u mij nu benadert … Ik kijk naar de andere coalitiepartijen. Met deze meneer zit u wel in een coalitie. Moet u eens kijken hoe hij een collega hier in de Kamer benadert, die gewoon hele duidelijke, heldere, eenvoudige vragen stelt. Die oprechte poging doe ik ten eerste voor al die vrijwilligers in Nederland, die weten dat het systeem van lintjes een heel belangrijk systeem van erkenning is. Dat is niet politiek; dat is erkenning voor de samenleving als geheel. Met dit soort beleid zet je die mensen tegen elkaar op. Ik ben blij dat de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken dat corrigeren. In de tweede plaats eis ik in deze ingewikkelde tijden gewoon eenheid van kabinetsbeleid. Dat is niet zo'n rare vraag vanuit deze Kamer, zeg ik via u, voorzitter, tegen de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Nogmaals, de heer Timmermans heeft niks te eisen. Wie denkt hij dat hij is? De minister heeft niets verkeerd gedaan. De minister heeft ook geen besluit genomen. De minister heeft het voornemen bekendgemaakt dat zij niet van zins was om voor die lintjes te tekenen. Het was geen formeel besluit, want anders had het volgens de regels naar de ministerraad gemoeten. Ze heeft dat voornemen geuit. Dat was dus toen haar beleid. Vervolgens is dat teruggenomen en is dat bij andere ministers neergelegd. Die ministers hebben nu het besluit genomen of gaan het besluit nemen om ervoor te tekenen. Er is dus formeel op geen moment verschil geweest; er zijn geen twee verschillende kabinetsbesluiten geweest. Die zijn er niet geweest. De minister had een voornemen. Dat is bij haar weggehaald of is teruggetrokken. Andere ministers hebben het gedaan en daar heeft de minister zich in de brief van gisteren bij aangesloten. U bent dus aan het zoeken naar iets waar u deze minister … Ja, de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid kan hard lachen. Lacht u vooral …

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Ik neem het ze niet kwalijk.

De heer Wilders (PVV):
Lacht u vooral door. Maar hier staat een minister met lef. Hier staat een minister die zegt wat ze vindt. Hier staat een minister of hier zit een minister die steun verdient, die meer ruggengraat heeft dan u, meneer van de Partij van de Arbeid, meneer Timmermans, in 100 jaar heeft laten zien. Zij staat voor haar zaak. Zij komt op voor die Nederlander. U heeft het weer over: ja, dadelijk hebben we weer oorlog en dit en dat. Daar hadden we het nú over kunnen hebben. Dit debat is door u georganiseerd. Het is het grootste onzindebat van het afgelopen jaar. Hulde aan de minister voor wat zij heeft gedaan. U zit alleen maar hier te proberen haar een kopje kleiner te maken, haar tegen te werken, haar te minimaliseren, haar te ridiculiseren. Ik zeg u: deze minister heeft meer lef in haar pink zitten dan u in uw hele lichaam.

De heer Jetten (D66):
Een punt van orde.

De voorzitter:
Nou, ik wil even de heer Timmermans laten antwoorden.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Hoe harder de heer Wilders gaat schreeuwen — zo kennen we hem — hoe meer we weten dat hij fout zit, dat hij geen verhaal heeft. Ik ben niet begonnen over de kwaliteiten van mevrouw Faber, maar als u daar toch over begint … Dit is een minister die vindt dat Zelensky niet eerlijk gekozen is. Dit is een minister die afgelopen week nog de minister-president onder de bus gooide voor de ministerraad. Dit is een minister die afgelopen week nog openbaar ruzie maakte met een andere minister. Dit is een minister die nog geen bal voor elkaar heeft gekregen in de maanden dat ze minister is. Het was niets anders dan ruziemaken. En er was die totale flauwekul over Deense bordjes, die niet bestaan. Ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan. Dit is de grootste prutser die ooit in vak K heeft gezeten! En u durft mij erop aan te spreken?! Meneer Wilders zou zich moeten schamen voor deze minister. Hij zou haar moeten vervangen, vandaag nog. En dat zijn coalitiegenoten deze prutser laten zitten, is een schande voor dit land en is een schande voor het landsbestuur. Als u het helder wilt hebben van mij, dan kunt u dat krijgen. Ik was niet van plan om dit te doen, maar u vraagt erom, en dan kunt u het krijgen ook.

De voorzitter:
Ik hoorde de heer Jetten iets zeggen over een punt van orde. Dan moet het ook wel een punt van orde zijn.

De heer Jetten (D66):
Zeker, voorzitter. In het eerste deel van de interruptie van de heer Wilders wordt een feitenrelaas gegeven van hoe het is gegaan met het niet willen tekenen voor die lintjes. Dat hebben we gisteren niet gehoord in het vragenuur en dat staat ook niet in de brief van het kabinet van gisteravond. Ik zou dus graag van het kabinet willen weten hoe het echt is gelopen.

De voorzitter:
Oké, maar dat … Heel goed. De heer Timmermans. O, u was klaar met uw bijdrage. Dan gaan we luisteren naar de heer … O, een vraag nog van de heer Van Meijeren van Forum voor Democratie.

De heer Van Meijeren (FVD):
De wetgever heeft bepaald dat de minister, en niemand anders dan de minister, persoonlijk mensen kan voordragen voor een koninklijke onderscheiding als zij zich naar het oordeel van de minister bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving. Het Kapittel voor de Civiele Orden is een adviesorgaan en adviseert de minister. Zojuist hoor ik de heer Timmermans eisen dat de minister voortaan altijd die adviezen overneemt en daar nooit meer van afwijkt. Maar het is de minister die politiek verantwoordelijk is en hier verantwoording moet kunnen afleggen over haar besluiten. Hoe verhoudt deze bizarre eis van de heer Timmermans zich tot de ministeriële verantwoordelijkheid?

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Zoals de collega weet, heb ik zelf ook de eer gehad om het landsbestuur te dienen vanuit vak K. Ik weet uit die ervaring dat het ondertekenen van aanvragen voor onderscheidingen, die niet verzonnen worden door een minister maar die uit het land komen, voor mensen die graag mensen in het zonnetje willen zetten die iets voor het land hebben gedaan, over het algemeen een formaliteit is. En er is één gouden regel, waarvan nog nooit een bewindspersoon is afgeweken: wij maken die onderscheidingen niet politiek. Het is een koninklijke onderscheiding. Er is een directe link tussen ons staatshoofd en degene die die onderscheiding krijgt. Dat is van enorm maatschappelijk belang. Dit land draait op vrijwilligers, die geheel belangeloos in de avonduren, in het weekend, na hun pensionering iets doen voor andere Nederlanders in dit land. Dat systeem van het waarderen van mensen die dit doen, mag niet gepolitiseerd worden. Dat is mijn eerste opmerking. Mijn tweede opmerking is de volgende. Ik had die opmerking niet gemaakt als het hele kabinet op dezelfde lijn was gaan zitten als deze minister. Maar de minister is door haar collega’s, de premier en de minister van Binnenlandse Zaken, keihard gecorrigeerd op wat zij heeft gedaan. Die correctie wordt pas voltooid op het moment dat de eenheid van kabinetsbeleid wordt hersteld. Dat is waarom ik zeg: dan moet u ook doen wat uw collega’s van u eisen, namelijk die vijf aanvragen zelf ondertekenen en ook beloven dat u dit verder niet meer zal politiseren. Ik vind dat een hele normale vraag vanuit de Kamer.

De heer Van Meijeren (FVD):
Ik kan alleen maar constateren dat deze minister de voorgeschreven procedure in acht neemt: zij kan adviezen naast zich neerleggen en hoeft die niet over te nemen. Als de heer Timmermans wil dat ministers voortaan besluiten gaan nemen die tegen hun eigen geweten indruisen en die hier in de Kamer zouden moeten verdedigen, dan komen we in de situatie terecht dat de minister hier bevraagd wordt op een besluit en zich dan kan verschuilen achter adviezen van ambtenaren. Is dat de situatie die de heer Timmermans voor zich ziet? Dat is juist wat we niet moeten willen.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Laten we naar de werkelijkheid kijken. Er wordt van een minister gevraagd om iets te ondertekenen: een erkenning voor mensen die in hun vrije tijd andere mensen helpen om Nederlands te leren, een erkenning voor mensen die mensen die misschien zwaar oorlogsgetraumatiseerd zijn, helpen om zich aan te passen in de samenleving, een erkenning voor mensen die hun tijd stoppen in het verbeteren van onze samenleving. Dat is wat hier aan de orde is. En dan zegt de minister: ik wil mensen die vluchtelingen helpen, niet eren en niet erkennen. Daarmee politiseert ze het hele systeem, terwijl vanuit het veld wordt gezegd: deze mensen doen waardevolle dingen voor de samenleving. Ze doen dat belangeloos. Ze worden er niet voor betaald. Ze doen dat na hun pensioen. Ze doen dat in hun vrije tijd.

Wij Nederlanders hebben de prachtige traditie dat we dat soort mensen in het zonnetje zetten. Dat verdienen ze. Dan moet je niet gaan wegen als minister: "ja, maar zij doen iets wat mij niet bevalt" of "die heeft een politieke insteek die mij niet bevalt" of "die is van een politieke partij die mij niet bevalt". Dat soort beoordelingen heb ik persoonlijk nog nooit meegemaakt. Ik daag iedereen uit om aan mij aan te geven wanneer dit soort politieke overwegingen een rol hebben gespeeld bij het toekennen van lintjes aan vrijwilligers. Dat is nog nooit gebeurd. Dat gebeurt in deze Kamer ook niet op het moment dat Kamerleden afscheid nemen en voor een bepaalde periode van verblijf ook met een koninklijke onderscheiding worden erkend. Dan gaan we ook niet kijken uit welke partij die Kamerleden komen. Het zou ook heel kwalijk zijn als we die kant op gingen. Politiseer het systeem dus niet. Dat laat onverlet dat de minister altijd de eigen bevoegdheden heeft om dit te doen. Maar het is duidelijk dat deze minister totaal onderuit is gegaan door dit systeem te politiseren. Het is ook duidelijk dat de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken hebben getracht deze fout te corrigeren. Maar de echte correctie komt pas op het moment dat de minister excuses aanbiedt, zelf deze aanvragen ondertekent en ook zegt dat ze in voorkomende gevallen altijd zelf deze aanvragen zal ondertekenen.

De heer Van Meijeren (FVD):
Hoe je het ook wendt of keert, onderaan de streep is het oordeel over de vraag of personen wel of niet een bijzondere verdienste hebben geleverd aan de samenleving, aan de minister. Iedereen kan daarover adviseren wat ze willen, maar als deze mensen naar het oordeel van de minister geen bijzondere bijdrage hebben geleverd aan de samenleving … Daar ben ik het overigens volmondig mee eens; het bijdragen aan de massa-immigratie is niet in het belang van de samenleving, maar maakt de samenleving kapot. Als we dadelijk de situatie krijgen dat ministers adviezen van ambtenaren moeten gaan overnemen, terwijl dat tegen hun eigen geweten indruist, dan vormt dat een bedreiging voor de bestuurlijke integriteit van dit land.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Wat een bedreiging vormt voor de bestuurlijke integriteit van dit land, maar ook voor — en dat is nog veel erger — de maatschappelijke samenhang in dit land, is dit totale gebrek aan empathie, dat de collega nu tentoonspreidt, voor mensen die in de problemen zitten. Het is een totaal gebrek aan begrip voor het feit dat mensen hun vrije tijd willen besteden aan het helpen van mensen die het moeilijk hebben. Het is een totaal gebrek aan begrip voor wat Nederland is en hoe Nederland functioneert. U staat gewoon buiten de maatschappelijke orde als u dit soort dingen zegt. Mensen helpen in dit land, mensen bijstaan in dit land: dat is wat dit land mooi maakt. Mensen doen dit belangeloos, worden er niet voor betaald, en na verloop van jaren krijgen ze daar erkenning voor via een koninklijke onderscheiding. Dat is het mooie aan dit land. Maak dit nou niet kapot door het te politiseren. Dat is de kern van de discussie vandaag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb me er ook over uitgelaten en ik vind het ook heel lelijk dat iets als een lintje een afweging wordt van politieke voorkeur. Dat mag niet gebeuren. Maar door hier te zeggen dat het helemaal gepolitiseerd wordt … Daar gaat het over. Dat is natuurlijk waar de heer Timmermans en de oppositie ook mee bezig zijn. Zij maken het nog groter. Zeg niet "er wordt gepolitiseerd door de minister"; dit is een compleet politiek debat geworden, over lintjes! Ik vind het verschrikkelijk. Ik vind het verschrikkelijk voor die mensen, voor alle vrijwilligers in Nederland, dat wij hier politieke debatten voeren, terwijl er in het land zo veel opgelost moet worden. Geef die mensen gewoon een lintje. De oppositie is zelfs bereid — we hoorden gisteren over een mogelijke motie van wantrouwen — om dit land de komende anderhalf jaar misschien wel helemaal dicht te zetten omdat er misschien nieuwe verkiezingen volgen. Alles komt hier stil te liggen. Dan wil ik aan de heer Timmermans vragen: moeten we niet gewoon ervoor zorgen dat we die huizen kunnen bouwen, dat we de boeren kunnen helpen, dat we de instroom naar beneden kunnen brengen, dat onze kinderen weer een woning kunnen krijgen, dat ze weg kunnen van de zolder van hun ouders? Is dat niet waar het over moet gaan hier, in plaats van ervoor te zorgen dat mogelijk door een motie van wantrouwen dit kabinet ten val wordt gebracht? Er is zo veel op te lossen. Wij krijgen — ik denk dat dat voor iedereen geldt — bergen aan mails en berichten met: waar zijn jullie in godsnaam mee bezig?

De voorzitter:
Ik wil het wel een beetje stil hebben in de zaal.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Dat is nou precies de vraag die ik voor de coalitie heb: waar zijn jullie in hemelsnaam mee bezig? De oppositie zit niet in vak K. U steunt de mensen in vak K. U ziet toch ook al maandenlang dat niks uit hun handen komt? U ziet toch ook al maandenlang dat mevrouw Faber niks voor elkaar krijgt, dat er niks uit haar handen komt, dat zij niks aangenomen krijgt? Ik hoor het sommigen van uw coalitiecollega's regelmatig zeggen. Dat ziet u toch zelf ook? Ik begrijp het ook niet. U veroordeelde heel fel wat er gebeurde. Hulde daarvoor. Maar u bent ook lid van deze Kamer. Als u dit buiten de Kamer fel veroordeelt, moet u de consequenties daarvan ook in deze Kamer naar voren brengen. U kunt niet buiten de Kamer zeggen "dit deugt niet" en vervolgens hier de oppositie verwijten dat zij dit in de Kamer wil bespreken. U bent lid van deze Kamer. U heeft dus ook de verplichting om dit in de Kamer tot op de bodem te bespreken en te voorkomen dat het nog een keer gebeurt. Mijn hele insteek is erop gericht ervoor te zorgen dat het niet meer gebeurt en dat de minister die voortdurend — voortdurend! — haar eigen gang gaat en zich niet houdt aan eenheid van kabinetsbeleid, daar niet mee door kan gaan. Dat is wat we vandaag proberen te bereiken. Ik hoop dat u dat steunt. En dan kan het kabinet hopelijk verder aan de slag. Maar tot nu toe heeft het niet laten zien ook maar iets op te kunnen lossen, noch op het gebied van stikstof, noch op het gebied van woningen, en helemaal niet op het gebied van asiel en migratie en noem alle andere onderwerpen maar op.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik neem verantwoordelijkheid, want ik sta hier vandaag. Als ik geen verantwoordelijkheid zou nemen, zou ik dit debat door iemand anders laten doen. Ik vind het juist belangrijk dat …

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Dat was u wel van plan, hè, mevrouw Van der Plas?

De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik weet niet … Is dit een normale gang van zaken?

De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Ik zou graag met elkaar een fatsoenlijk debat willen voeren.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Met plezier, mevrouw, met plezier.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, ik ga wel even een puntje van orde maken. Natuurlijk mag er een keer gezucht of gesteund worden, maar er zit hier een compleet publiek dat zich, denk ik, heeft voorgenomen om hier de hele dag te lachen. Ik vind dat heel vervelend. Dat is niet alleen storend voor het gesprek dat de heer Timmermans en ik hebben; dat is ook storend voor de mensen die dit debat volgen.

De voorzitter:
Prima. Ik sluit mij daarbij aan. Ik ben het helemaal met u eens. Gaat u verder. Nu uw inhoudelijke bijdrage.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Oké. Ik begon met te zeggen: ik neem verantwoordelijkheid, want ik sta hier; ik ben bij dit debat. Ik vind het ook belangrijk dat wij zaken met elkaar uitspreken. Laat dat vooropstaan. De opmerking "dit kabinet krijgt helemaal niks voor elkaar" en "er komt niks uit hun handen" is een riedel die we eigenlijk al vanaf de bordesscène horen: los het op. Iedereen die langer meeloopt in de politiek — de heer Timmermans is er daar één van — weet dat processen tijd nodig hebben. Er is heel veel misgegaan onder vorige kabinetten, en dat moet allemaal door dit kabinet opgelost worden. Het is natuurlijk volstrekt irreëel om te verlangen dat binnen negen maanden én de huizencrisis én de stikstofcrisis zijn opgelost. De Partij van de Arbeid heeft indertijd aan de lat gestaan voor het PAS-schandaal. Uw voormalige collega Diederik Samsom heeft de PAS bedacht. Dit kabinet is hard aan de slag. Het zou kunnen dat het voor sommigen niet snel genoeg gaat. Maar hier wordt gezegd dat onder dit kabinet met vele bewindspersonen, onder wie degenen die ik als BBB aan het kabinet heb geleverd, helemaal niets gebeurt. Dat is oprecht niet waar.

De voorzitter:
De heer Timmermans gaat hierop reageren. Het is wel een debat over lintjes et cetera. We gaan er geen APB van maken. Het woord is aan de heer Timmermans.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Nee, in deze interruptie van mevrouw Van der Plas zit ook niet echt een vraag aan mij. Eén feitelijke correctie wil ik mij wel permitteren. Zij heeft zichzelf pas gemeld voor dit debat toen premier Schoof terugkwam uit Apeldoorn. Anders had haar collega Vermeer dit debat gedaan. Wat zij buiten de Kamer heeft gezegd, waren grote woorden. Zij was aanvankelijk niet van plan om dit ook hier in de Kamer te bediscussiëren. Ik vind het fijn dat ze er nu is. Dan kunnen we zien welke consequenties zij verbindt aan de woorden die zij buiten de Kamer heeft uitgesproken. Wij zullen dat horen als zij aan haar bijdrage toekomt.

De voorzitter:
Een korte reactie van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit is een persoonlijk feit, voorzitter. Om 10.00 uur was er een debat over stikstof en natuur. De heer Timmermans weet heel goed dat ik de woordvoerder Landbouw ben. Ik moest kiezen tussen twee grote debatten. Ik heb ervoor gekozen om niet de woordvoerder Asiel hier te laten zitten, maar om de vicefractievoorzitter af te vaardigen, omdat ik in een stikstofdebat zat. Die inbreng heb ik daar kunnen doen en ik heb besloten om dit debat vanaf 12.15 uur zelf te gaan volgen. Dus dit is niet helemaal fair.

De voorzitter:
Oké. Een korte reactie van ...

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Oké, voorzitter, dan ben ik benieuwd of mevrouw Van der Plas in haar bijdrage nog iets gaat zeggen over het onderwerp dat vandaag aan de orde is. Nou, we zullen zien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, ik heb een vraag van orde. Zojuist werden door de collega van Forum voor Democratie de vrijwilligers die taallessen geven op een walgelijke manier weggezet, alsof zij zouden bijdragen aan massa-immigratie. En ik vroeg mij af of u daar nog iets van ging zeggen, of dat u dit gewoon laat lopen.

De voorzitter:
Ik heb daar niets van gezegd. De volgende spreker is de heer Jetten van de fractie van D66.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter. Iedereen in Nederland zag gisteravond op tv de chaos die minister Faber aanrichtte in het vragenuur. En toen ik het optreden van de minister nog eens op me liet inwerken, vroeg ik me af of de minister zich eigenlijk wel realiseert hoeveel pijn ze mensen in Nederland doet. Want we hebben in dit land niet heel veel nationale symbolen waar we bijna allemaal trots op zijn. Bijna alles leidt tegenwoordig tot controverse, tot gedoe. De jaarlijkse lintjesregen is een van de weinige momenten in het jaar die daar een uitzondering op is, een feestelijk moment waarop we mensen eren voor hele mooie dingen die zij doen voor onze samenleving. Door het optreden van minister Faber is zelfs die feestelijke lintjesregen nu verpest. We mogen hier in de politiek over alles twisten, maar zullen we die vrijwilligers gewoon met rust laten? Ik zou graag een reflectie krijgen van de minister.

Voorzitter. In het flutbriefje van het kabinet staan geen enkele excuses. Wel zegt de minister dat ze nu alsnog honderd procent achter de premier staat. Dat roept deze simpele vraag op: als minister Faber opnieuw voordrachten voor lintjes krijgt om te tekenen, zal ze die aanvragen nu dan wel tekenen? En ik wil ook voordat het kabinet begint met de beantwoording, een feitenrelaas over wat er nu de afgelopen weken is gebeurd, naar aanleiding van de inbreng van de heer Wilders zojuist.

Voorzitter. Het coalitiecircus van de afgelopen dagen is werkelijk waar gekmakend. Het is een belediging voor Nederland. Deze Kamer zou moeten praten over voorstellen om problemen van mensen op te lossen, maar we blijven verzanden in ruzies van ministers die niets voor elkaar krijgen. En minister Faber is daarvan het kwalijkste voorbeeld. Want terwijl Nederlanders willen dat we onze defensie versterken om ons veilig te houden in tijden van oorlog, stelt Faber in navolging van Poetin dat Zelensky niet democratisch gekozen is, een gevaarlijke leugen die ze uitsprak met een zelfvoldane glimlach. En terwijl Nederlanders vinden dat politici met meer respect met elkaar moeten omgaan, valt Faber voor de camera's de premier aan en maakt ze voor en achter de schermen ruzie met collega-ministers. Terwijl Nederlanders hopen op een kabinet dat meer betaalbare huizen bouwt of wat doet aan de dure boodschappen, gooit Faber keer op keer de eenheid van het kabinetsbeleid overboord, waardoor het kabinet niet fatsoenlijk zijn werk kan doen.

Deze minister weigert haar werk uit te voeren. Ze weigert vragen van de Kamer te beantwoorden. Ze bedrijft politiek over de ruggen van vrijwilligers. En dat alles terwijl juist deze minister eigenlijk de belangrijkste taak van deze coalitie heeft, namelijk die hele grote belofte invullen van meer grip op migratie. Die belofte waar zo veel mensen op hebben gestemd: minder instroom, minder overlast, betere opvang, sneller inburgeren. Van al die beloftes komt helemaal niets terecht. Bij elk ander bedrijf zou deze minister al vijf keer zijn ontslagen, maar in deze coalitie wordt haar telkens de hand boven het hoofd gehouden, hoeveel fouten ze ook maakt, hoeveel chaos ze ook veroorzaakt. Dat de VVD en NSC zo veel incompetentie in dit kabinet gedogen, is werkelijk waar onvoorstelbaar.

Maar de mensen in Nederland zijn daar klaar mee. Het vertrouwen in dit kabinet is lager dan ooit: slechts 16% van de Nederlanders vertrouwt dit kabinet nog. En met het schofferen van vrijwilligers en het wederom doorbreken van de eenheid van kabinetsbeleid bent u heel goed bezig om dat laatste beetje vertrouwen ook nog helemaal af te breken. Premier Schoof beloofde bij zijn aantreden om te normeren, om op te treden als dat moet. Maar wat betreft minister Faber is dat faliekant mislukt.

Voorzitter. Een minister die het ambt van minister te schande maakt en haar plicht tegenover Nederland verzaakt, verdient het niet om nog minister te zijn. Daar heeft D66 geen enkel vertrouwen in. Het wordt hoog tijd dat u vertrekt.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Bikker van de ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Wat we de afgelopen dagen aan ons oog voorbij hebben zien trekken is eigenlijk niet te filmen, hallucinant. Al eerder spraken kabinetsleden elkaar min of meer tegen, bij het ingaan van het Catshuis bijvoorbeeld. Maar dat werd dan snel weer gladgestreken. Nu weigert deze minister echter haar excuses aan te bieden. Ze weigert in te zien dat het weigeren van het uitgeven van lintjes zo veel in de samenleving kapotmaakt. We hadden het er gisteren al over: maak dat goud van onze vrijwilligers in onze samenleving niet politiek. Het is iets wat we koesteren. Onze samenleving wordt gediend door zo veel mensen die zich dag in, dag uit belangeloos inzetten. Maar deze minister kiest ervoor om haar eigen opvatting boven die geweldige bijdrage van al die mensen te zetten. Het is een schande als je daar zo doorheen banjert.

Voorzitter. Toen kwam er gisteravond een briefje. Ik had gehoopt op een moment van reflectie: "Joh, ik heb te lang gebeld met de fractievoorzitter van de grootste partij. Het was niet verstandig. Ik moet me houden aan de eenheid van kabinetsbeleid. Ik maak mijn excuses, want de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken hebben terecht die lintjes toegekend." Maar nee, deze minister weigert keer op keer de eenheid van kabinetsbeleid te respecteren. In haar kattebelletje van gisteren staat dat ze te vaak haar overwegingen om niet te tekenen gedeeld heeft. Dat betekent dat ze die overwegingen nog steeds heeft. Heb ik dat goed gezien? Plaatst deze minister zich boven, buiten en naast het kabinetsstandpunt, of niet? Dit kattebelletje is een minister op die manier onwaardig.

Voorzitter. Ik zou willen wijzen op het rapport van het SCP dat gisteren verscheen over de omgang met migratie en de polarisatie in ons land. Het is heel helder: de meeste mensen in Nederland zitten helemaal niet te wachten op enkel polarisatie, op enkel ophef. Die zitten te wachten op oplossingen, op een minister die aan de slag gaat, die kiest voor wetgeving maken in plaats van ophef brengen. De ChristenUnie wil díé stem, die stem van verantwoordelijkheid nemen, versterken, want daarvoor zijn wij hier gekozen. Het is tijd dat de redelijkheid weer in dit vak K en in deze Kamer komt. Het is ook tijd dat compassie boven kille cijfers gaat. Het is tijd dat beleid niet langer de samenleving splijt, maar heelt en verder brengt. De tijd van tolereren is wat dat betreft voorbij.

Voorzitter. De minister heeft er keer op keer voor gekozen om het tegenovergestelde te doen. Ik wil haar een aantal vragen stellen, maar ik geef ook aan dat voor mij langzaam maar zeker de vertrouwensvraag op tafel is gekomen. Want kunnen wij deze minister het asiel- en migratiebeleid nog toevertrouwen als ze vooral bezig is met polariseren en ophef, en niet met oplossingen?

Daarom voor de laatste keer: gaat zij haar excuses maken? Waarom heeft zij niet de koninklijke weg bewandeld die gewoon in de regeling staat? In artikel 9 van het reglement van orde van het Kapittel staat namelijk: als je niet wilt instemmen, kun je de voordracht voorleggen aan de ministerraad. Dan besluit je erover en houd je je vervolgens aan dat besluit. Dat is eenheid van kabinetsbeleid. Waarom niet? Hoe kan het dat de minister toch honderd procent achter het besluit van de minister-president staat, maar niet wil tekenen? Het kan niet allebei waar zijn. Dat is alsof je achter de gordijnen gaat staan en zegt "ik ben er niet", terwijl we allemaal je voeten zien. Dus nee, deze minister kan niet zeggen dat zij niet tekent, maar dat zij vervolgens wel de minister-president steunt. Dan tekent ze namelijk ook. Zo gaat dat in een kabinet.

Voorzitter. Daarom de volgende vraag: hoe omschrijft deze minister de eenheid van het kabinetsbeleid, die de ministerraad dient te bevorderen volgens artikel 45, lid 3 van de Grondwet? Hoe ziet zij dat? En ziet de minister-president dat exact zo? Heeft deze minister-president er nog vertrouwen in dat de minister van Asiel en Migratie die wetten inderdaad voor elkaar gaat krijgen? Of denkt hij ook dat het alleen maar ophef wordt? Is het dan niet tijd om te zeggen: we gaan nu echt een verandering inzetten, want dit land zit te wachten op oplossingen? Dit land zit te wachten op een samenleving waarin ieder mens telt en elke vrijwilliger gewaardeerd en gekoesterd wordt, omdat zij wel bouwen aan een goede tijd en goed samenleven in ons land.

Dank u wel.

De voorzitter:
U bedankt. De volgende spreker is de heer Bontenbal van het CDA.

De heer Bontenbal (CDA):
Voorzitter. Een koninklijke onderscheiding hoort vreugde te brengen en geen politieke conflicten op te leveren. Minister Faber heeft een politiek signaal willen afgeven over de rug van vrijwilligers. Dit debat gaat vandaag niet over vijf lintjes; dit debat gaat over de vraag wat de norm van dit kabinet is en wie die norm stelt. Welke waarden en normen willen we hier met elkaar overeind houden? Dit gaat over de vraag of dit kabinet en de coalitiepartijen wel of niet willen bijdragen aan een fatsoenlijke politiek. We hebben hier het democratisch ethos hoog te houden, en dit debat maakt goed duidelijk wat we met dat woord bedoelen. Democratisch ethos betekent dat je als bewindspersoon en politicus in je gedrag een voorbeeld bent en laat zien dat je onze democratie niet wilt verzwakken, maar versterken. Daar heeft deze minister heel weinig van begrepen, hebben we de afgelopen dagen gezien. Ik noem nog even de feiten.

Anderhalve week geleden ontving deze minister — zoals dat altijd gaat — van het Kapittel de voordracht voor een aantal koninklijke onderscheidingen vanwege de langdurige vrijwillige inzet voor de Nederlandse samenleving. Nadat deze minister heeft aangegeven hiervoor niet te willen tekenen, worden er allerlei omwegen gezocht. De minister-president probeert minister Faber op andere gedachten te brengen. Ook de Tweede Kamer gaf u gisteren nog de kans om excuses te maken, beterschap te beloven en de koninklijke onderscheidingen alsnog af te tekenen. Al die mogelijkheden heeft u afgewezen door te stellen: ik ben geen stempelmachine. Dus nu is er een principieel probleem. Deze minister overtreedt een aantal fundamentele principes. Ten eerste: het principe dat je het ambt van minister uitvoert ten dienste van het algemeen belang en niet vanwege je persoonlijke voorkeuren over of een lintje wel of niet terecht is. Twee: het principe dat je als bewindspersoon niet zelf kunt kiezen aan welke besluiten je wel of niet meewerkt. De stelling "ik verzet me niet tegen het genomen besluit de lintjes alsnog uit te reiken" is een optie die niet bestaat. Je doet mee in een kabinet of je stapt eruit. Drie: het principe dat vrijwilligers het cement van de samenleving zijn. Een minister die vrijwilligers afwijst en aanvalt omdat ze bijdragen aan de samenleving, bedrijft cynische politiek.

Een principieel probleem laat zich niet pragmatisch oplossen. Het gedrag van de minister deugt niet. Het deugt staatsrechtelijk niet. De eenheid van kabinetsbeleid is geschonden en niet hersteld. Bestuurlijk deugt het niet. Een koninklijke onderscheiding heeft niets met politiek te maken. Bovenal deugt het moreel niet. Ik vraag aan de minister-president om in te grijpen. Hij heeft bij de start van dit kabinet beloofd om te normeren. Doe dat nu. Trek de grens. Als u dit vandaag niet doet, raakt u ook het gezag kwijt dat bij uw ambt hoort. Ik wil dat niet.

Tegen de drie andere coalitiepartijen zeg ik: "U schaamt zich toch ook voor wat er hier namens uw partij gebeurt? Waarom stelt u geen norm? Waarom laat u deze minister er steeds mee wegkomen? Praat niet recht wat krom is." Als je, zoals minister Faber, zo weinig benul hebt van wat het ministerschap van je vraagt, als je de waardigheid van het ambt van minister zo te grabbel gooit, als je vrijwilligers — zij vormen het kloppend hart van de samenleving — hun erkenning misgunt, als rancune en wraak is wat je drijft in de politiek, als je morele kompas zo stuk is, dan verdien je het vertrouwen van de Kamer niet langer.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Van Vroonhoven, Nieuw Sociaal … O, er is eerst een vraag van mevrouw Koekkoek.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
De heer Bontenbal legde gisteren en ook nu weer terecht de vertrouwensvraag op tafel. Ik ondersteun dat. Ik wil doorvragen over het normeren, waar de heer Bontenbal over spreekt. Hij vraagt terecht aan de coalitiepartijen, die dit circus mogelijk maken, om te normeren, om te gaan besturen of om opzij te stappen. Ik wil het volgende aan de heer Bontenbal vragen. Met het CDA heeft hij, in de Eerste Kamer, de sleutel tot het voortbestaan van dit kabinet in handen. Mag ik uit zijn inbreng hier opmaken dat als er een motie van wantrouwen op tafel wordt gelegd, die gesteund wordt, en dat wij als Kamer zelf ook normeren? Ook die sleutel heeft de heer Bontenbal, samen met andere leden van de oppositie, in handen.

De heer Bontenbal (CDA):
Twee dingen hierover. Ik heb in de afgelopen dagen zelf gezegd dat ik met een motie van wantrouwen kom als aan twee voorwaarden niet wordt voldaan; daar ben ik heel helder over geweest. Ten tweede: als deze minister populistisch gedrag vertoont, ga ik dat niet beantwoorden met populistisch gedrag. Populisme bestrijd je met een beter verhaal. Wij zullen ons verantwoordelijk blijven gedragen. Bij alle wetsvoorstellen die komen, zullen wij nog steeds naar de inhoud kijken. Wetsvoorstellen komen van het kabinet en niet van een bewindspersoon. Sterker nog: een bewindspersoon kan gewisseld worden of tijdelijk uitvallen — er kan van alles gebeuren — maar in dat geval zal een andere bewindspersoon het overnemen. Wij als CDA gaan voor de inhoud en voor het fatsoen, en dat zullen we blijven doen.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Dit is waarom ik doorvraag. De heer Bontenbal geeft eigenlijk aan dat hij het populistisch vindt om te zeggen dat hij, als hij geen vertrouwen meer heeft in een minister, dan ook geen vertrouwen meer heeft in het beleid. Ik zeg: dat is een vorm van normeren. Ik hoor de heer Bontenbal vaak spreken over cynische politiek, ook nu weer in zijn inbreng. Het klinkt in mijn oren toch wat cynisch als hij nu zegt dat hij geen vertrouwen meer heeft in deze minister en eigenlijk ook geen vertrouwen meer heeft in het circus waar we de afgelopen maanden naar hebben kunnen kijken — dat is iets wat ik onderschrijf — maar dat hij nog wel het idee heeft dat hij een constructieve bijdrage aan een deugdelijk beleid van het kabinet kan leveren. Dat botst met elkaar. Dat klinkt in mijn oren toch best wel wat cynisch. Ik hoop dat ik dat verkeerd begrepen heb.

De heer Bontenbal (CDA):
Ik moet hier even over nadenken. Ik vind het eigenlijk best wel apart dat mij, als ik in een debat zo duidelijk ben over wat ik vind, cynisme verweten wordt. Volgens mij kunt u mij van alles verwijten, maar geen cynisme. Ik probeer zo oprecht mogelijk politiek te bedrijven. Dus ik vind het een beetje een gekke vraag, maar goed, dat mag. Ik ga populisme niet beantwoorden met populisme. Dat is hier te vaak gedaan. Populistische politiek beantwoorden wij met een beter verhaal. Daar hoort een constructieve politiek bij. Ik ga ervan uit dat wetten en voorstellen uit een kabinet komen en dat die niet bij één minister vandaan komen. Wij blijven dus voor de inhoud gaan.

Ik weet wel dat de wetsbehandeling een stuk ingewikkelder gaat worden. Dat heeft simpelweg te maken met het feit dat we ook in de afgelopen debatten gezien hebben dat mevrouw Faber vragen gewoon niet beantwoordt. Ik zie de wetsbehandeling over de asielwetten dus wel met vrees en beven tegemoet. Maar dat is niet omdat wij opeens een andere koers gaan varen. Het CDA gaat inhoudelijk naar die wetten kijken. Wat goed is, steunen we, en wat niet goed is, steunen we niet. Wij komen dan altijd met verbetervoorstellen en dat zullen we zo lang mogelijk volhouden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn vraag gaat over het verschil in standpunten toen dit kabinet begon. Voor de CDA-fractie was het: "Het zou ons kabinet niet zijn, maar we geven het kabinet een kans. Zo vullen wij onze verantwoordelijkheid in." Voor de Partij voor de Dieren was duidelijk dat het onverantwoord is dat je een kabinet laat zitten dat mensen tegen elkaar opzet en verdeelt, en de problemen niet gaat oplossen. Ik vraag me het volgende af. We zien natuurlijk meer problemen dan alleen maar het gedrag van minister Faber. Ik denk ook dat er nog wel iets te zeggen valt over de manier waarop de minister-president hier bijvoorbeeld mee om is gegaan. We zien andere toestanden in het kabinet. Dus ik vraag me wel af: zal het goedkomen als alleen de minister van Asiel en Migratie nu als bij toverslag ineens toch kan reflecteren of opstapt? Hebben we dan een kabinet waar Nederland vertrouwen in kan hebben, een kabinet dat daadwerkelijk problemen gaat oplossen en niet meer verzandt in gedoe en onprofessioneel gedrag?

De heer Bontenbal (CDA):
Het punt is dat dit kabinet er gekomen is door een verkiezingsuitslag. Die uitslag maak ik niet ongedaan. Ik vind het dus redelijk dat je, als dit kabinet is gestart, niet meteen een motie van wantrouwen indient. Ik wil mensen ook altijd een kans geven, ook in dit debat. De motie van wantrouwen hoeft er niet te komen. Als minister Faber zegt "ik heb in de schorsing nog eens nagedacht en bedacht dat ik niet door die morele ondergrens wil zakken", is het debat snel klaar. De vraag is wanneer je de keuze maakt om, zoals wij nu zeggen, met een motie van wantrouwen te komen. Die keuze kun je nooit in een formule vatten. Voor ons telt het op, zoals ik in de afgelopen dagen in veel reacties in de media heb gezegd. Dit is natuurlijk niet het eerste incident. Je gaat daarmee zó over de grens heen, en dan ook nog over de rug van mensen die na hun pensionering iets goeds voor een ander willen doen. Ik denk dan: hoe diep wil je zakken? Ik vind echt dat het kabinet dit moet normeren; dat is beloofd aan het begin. Bij het debat over de regeringsverklaring hebben we twee, drie uur lang dat rotwoord "normeren" gebruikt. Dat was omdat we bang waren dat dit uit de bocht zou vliegen. Ikzelf heb daar toen al heel nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. Ik ben steeds begonnen over dat democratisch ethos: hoe gedraag je je hier? Dat heeft steeds mijn aandacht gehad. Op een gegeven moment telt dat op en bereikt dat een grens. Wat deze minister betreft is die nu bereikt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik deel dat helemaal. Over de rug van vrijwilligers je eigen politieke agenda dienen, is te schandalig voor woorden. Ik heb het de heer Bontenbal inderdaad zien doen. Ik heb hem zien proberen dit kabinet te stutten, zodat het zich professioneel gedraagt. En ik heb hem aan de minister-president horen vragen: ga je het normeren als het uit de bocht vliegt? Ik ben benieuwd wat er vandaag gaat gebeuren, zodat we er wel vertrouwen in kunnen hebben dat deze minister-president een professionele kabinetsploeg gaat leiden, die het belang van Nederland vooropstelt en niet meer vanuit de eigen politieke schuttersputjes beslissingen neemt, waarvan deze minister-president vervolgens ook weer wegduikt. Ik ben benieuwd hoelang het CDA dat nog verantwoord vindt.

De heer Bontenbal (CDA):
Laten we niet de suggestie wekken dat wij, als CDA, met onze vijf zetels het kabinet in leven houden of wegsturen. Dat doen vier coalitiepartijen. Als dit kabinet valt, is dat niet omdat ik mijn vinger heb opgestoken, maar omdat er een intern conflict tussen deze partijen zelf is. Dit kabinet valt dus niet door het CDA, maar door zichzelf. Ik vind dat we in het debat altijd de openheid moeten hebben dat er iets kan veranderen en dat standpunten kunnen veranderen. Laten we kijken hoe dit debat gevoerd wordt en dan zullen we zien. En laten we ook niet doen alsof alles verkeerd is, want er zijn ook bewindspersonen die best naar behoren functioneren. Laten we dus ook niet het beeld schetsen dat alles fout is. Maar u kent onze positie: wij willen wel constructief blijven, ook omdat wij denken dat je niet heel snel beter wordt van verkiezingen. Maar de vraag is wel steeds: hoelang gaat dit door? Ik vind dat wij nu op dit punt een streep moeten trekken. Volgens mij heb ik dat heel duidelijk gedaan. Het CDA dient nooit moties van wantrouwen in. Ik kan me niet eens herinneren wanneer we dat hebben gedaan. De heer Omtzigt steekt zijn vinger op. Ik kan me nog iets met de heer Weekers herinneren; daarover kunnen we ook nog wel een debatje voeren. Maar goed, dit doen we niet zomaar.

De voorzitter:
Mevrouw Van Vroonhoven, Nieuw Sociaal Contract.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Voorzitter, dank voor het woord. Tot gisteren stond op de agenda dat wij vandaag zouden spreken over de echte problemen in Nederland. Vanmiddag zouden we namelijk debatteren over de inflatie, een kwestie van bestaanszekerheid van miljoenen Nederlanders. Maar dat debat is doorgeschoven, uitgesteld.

De voorzitter:
Het debat over de inflatie gaat gewoon door. Dat staat gewoon om 15.30 uur op het schema, maar ik kan niet uitsluiten dat het misschien enige vertraging oploopt.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Gelukkig, maar we zouden er op dit moment over spreken.

De voorzitter:
Wellicht met enige vertraging, maar het staat gewoon op het schema.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Dan hoop ik dat we dat gaan halen; dat zou mooi zijn.

De eerste migratiewet die we besproken hebben, was van minister Eddy van Hijum. Die wet ging over het drastisch beperken van de arbeidsmigratie. Dat is inderdaad een belangrijke stap geweest. Dat is ons werk in de Kamer: debatteren over de inhoud. Grote, belangrijke wetsvoorstellen staan op de rol en daar moeten we voor staan, maar in plaats daarvan gaat het nu over lintjes. Dat vind ik best wrang, best zielig, maar meer omdat het uitreiken van lintjes geen onderwerp van politiek debat hoort te zijn. Verschillende partijen hebben dat ook al gezegd. Nieuw Sociaal Contract sluit zich daar helemaal bij aan. Lintjes zijn aan de samenleving, om vrijwilligers in het zonnetje te zetten. We mogen blij zijn dat we deze mensen hebben, dat Nederland talloze mensen heeft die zich vrijwillig en belangeloos inzetten voor de samenleving. Dat moeten we koesteren en dat moeten we niet politiseren. Natuurlijk doen ook vrijwilligers bij het COA hartstikke goed werk. Dat is nota bene de eigen organisatie van deze minister. Deze organisatie voert het beleid van deze minister uit.

Voorzitter. Het is dus goed dat de premier en de minister van Binnenlandse Zaken de handtekeningen hebben gezet. Het is goed dat deze vijf vrijwilligers straks een lintje krijgen. Zij laten zien dat de lintjes van de samenleving zijn en niet van de politiek. Kan de minister-president, vraag ik vanaf deze plek, de kabinetslijn bevestigen dat het verlenen van lintjes niet gepolitiseerd moet worden?

Verder heb ik nog een paar woorden aan de minister. De minister wil onverzettelijkheid uitstralen. Maar pas op dat dat niet doorschiet in halsstarrigheid, zeg ik tegen de minister. Zij zegt: ik diesel lekker door. Maar diesel dan alsjeblieft de goeie kant op. Zorg voor draagvlak. Zorg dat u voor uw asielwetten, die zo ontzettend belangrijk zijn, draagvlak krijgt in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Wij staan ervoor dat die er doorheen moeten. Daarvoor staan we aan de lat. Die moeten we er met elkaar doorheen krijgen. Nu bereikt de minister het tegenovergestelde. De minister duwt mensen van zich af, terwijl ze juist hun steun nodig heeft. De minister zegt de gang van zaken te betreuren, maar ga dan ook echt aan het werk, zeg ik hier. Wij, Nederland en de Kamer, willen resultaten en oplossingen, juist ook op asiel. Dat vinden we belangrijk. Dat vraagt om goeie wetgeving. Dus zeg ik, vanaf deze plek: ga aan de slag en verlies u niet in kleinigheden.

Voorzitter, tot zover.

De voorzitter:
Er is nog een vraag van de heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Veel van wat mevrouw Van Vroonhoven zegt, delen wij. Maar ik hoor één ding. Ik hoor haar zeggen: het is goed dat de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken deze lintjes hebben afgetekend. Maar zegt mevrouw Van Vroonhoven daarmee: bij het volgende lintje, of de volgende lintjes, kan dat weer zo gaan? Of zegt zij: nee, dat kan niet bestaan; dan tekent deze minister ze gewoon af of legt ze het, zoals het procedureel hoort, voor in de ministerraad en als de ministerraad besluit dat het moet gebeuren, dan tekent de minister ze alsnog af?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Dat is een goeie vraag. Ik heb ook aan de minister-president voorgelegd dat we dit niet mogen gaan politiseren. Die lintjes zijn van de samenleving en die moeten inderdaad ook aan de samenleving gegeven worden. Ik ben dus blij — als je het hebt over normeren, zeg ik tegen de heer Bontenbal — dat de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken zijn opgestaan en hiervoor in de bres zijn gesprongen. Maar ik zeg u dat dit niet de normale gang van zaken is.

De heer Stoffer (SGP):
Dit geeft een klein beetje richting, maar dit is nog niet een duidelijke normerende uitspraak. Zegt mevrouw Van Vroonhoven nu: dit is nu gebeurd, maar dit gebeurt niet een volgende keer; een volgende keer ga je hier gewoon op een niet-politieke manier mee om, want anders hebben wij veel moeite om dit kabinet te blijven stutten? Het is ook het kabinet van NSC. Of laat mevrouw Van Vroonhoven het dan weer passeren?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Ik heb helder aangegeven, zeg ik tegen u, via de voorzitter, dat het verstrekken van die lintjes niet gepolitiseerd moet worden. Dat willen we van de minister-president ook horen. Dat betekent dat die lintjes van de samenleving zijn. Dat betekent ook dat die gewoon verstrekt moeten worden. Het was het beste geweest als de minister van Asiel dit onmiddellijk had gedaan. Daarom ben ik ook blij dat de twee andere bewindspersonen hiervoor in de bres zijn gesprongen.

Dan kom ik ook op het gebied van eenheid van kabinetsbeleid. Dat moet er zijn. Ik denk ook dat we daarom hier vandaag met elkaar staan, zodat we ook van de minister van Asiel horen dat zij zich daar helemaal achter schaart.

De heer Stoffer (SGP):
Dan stel ik de vraag toch een keer klip-en-klaar. Betekent dat dat NSC zegt: een volgende keer verwachten wij gewoon van de minister van Asiel en Migratie dat zij die lintjes aftekent?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Ik ga niet over de woorden van de minister. Wij vinden het ongelofelijk ongelukkig hoe dat de afgelopen week ging. Ik moet ook zeggen dat wij een van de eerste partijen waren die hierop gereageerd hebben. Laat dus helder zijn dat dit zo niet had mogen gebeuren. Ik ben ook ongelofelijk blij dat anderen hiervoor zijn opgesprongen en dat het toch afgetekend is. Deze mensen moeten straks namelijk gewoon hun lintje kunnen krijgen.

De heer Stoffer (SGP):
Toch even om de procedure strak te krijgen. Ik denk dat we het straks wel zullen horen van de minister-president, maar als je het niet aftekent — dat is al zeer ongebruikelijk — is de gebruikelijke lijn dat je het neerlegt in de ministerraad en dat de betreffende minister, in dit geval de minister van Asiel en Migratie, het aftekent als de ministerraad besluit dat dat wel moet gebeuren. Dat lijkt nu niet te zijn gebeurd. We horen straks over die procedure. Maar dat is toch de gebruikelijke gang van zaken? Dit zou ten eerste helemaal niet moeten gebeuren, maar als het speelt, dan zou het toch zo moeten gaan? Ik hoop dat mevrouw Van Vroonhoven dat toch wel met mij eens is.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Ik denk dat er geen twijfel over mogelijk kan zijn. Ik heb hier nu al een paar keer, ook tegen de heer Stoffer, gezegd dat het inderdaad ongelofelijk ongelukkig is. Ik heb het gisteren ook "ellendig" genoemd dat dat zo kan gebeuren. Ik ga er dus van uit dat de minister dit ook goed gehoord heeft en dat lintjes in het vervolg niet meer gepolitiseerd worden. Laat dat duidelijk zijn.

De heer Bontenbal (CDA):
Mevrouw Van Vroonhoven zegt: er is genormeerd. Het punt van dit debat is juist dat er niet is genormeerd; er is een bypass gecreëerd. Er is niet genormeerd; er is een uitweg gecreëerd. Dat is één. Mijn vraag gaat over de brief van gisterenavond. Hebben de coalitiepartijen samen naar de inhoud gekeken en daar akkoord op gegeven? Twee. Is er een politieke afspraak gemaakt om mevrouw Faber vandaag te steunen? Hebben de vier coalitiepartijen die afspraak met elkaar gemaakt?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Het punt is dat er eenheid van kabinetsbeleid moet zijn; daar hebben de vier partijen zich ook echt over gebogen. Dat is ons gemeenschappelijk belang. We vinden ook echt dat dat vandaag ook uitgestraald moet worden. Wij verwachten van deze minister dat ze daar ook echt voor naar voren gaat. Dus dat staat voor ons buiten kijf.

De heer Bontenbal (CDA):
Dat is totaal geen antwoord op mijn vraag. Is er overleg geweest over die brief? Maar nog belangrijker is mijn tweede vraag: is er een politieke afspraak om deze minister te blijven steunen, ondanks wat de Kamer er allemaal van vindt? Is die afspraak gemaakt, ja of nee?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Er is overleg geweest over hoe de eenheid van kabinetsbeleid naar buiten moet gaan komen en hoe we daarnaar kijken. Hoe het debat zich verder ontvouwt: daarvoor staan we hier bij elkaar. Nogmaals, ik ga ervan uit dat met de brief die nu voorligt en met de antwoorden van de minister straks hier aan de tafel, er geen enkele twijfel is over de eenheid van kabinetsbeleid. Dat is voor ons hartstikke belangrijk.

De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Van Vroonhoven zegt dat ze het "buitengewoon ongelukkig" vindt en lijkt het daardoor te downplayen alsof er sprake was van een soort bedrijfsongevalletje. Maar het kwam in De Telegraaf terecht, waarna de heer Wilders triomfantelijk tweette dat mensen die vluchtelingen "pamperen" volgens hem inderdaad geen lintje zouden moeten krijgen. Dat is geen ongelukje. Dat is gewoon aansturen op het schofferen van mensen die vrijwilligerswerk doen, aansturen op het trappen van rotzooi, aansturen op conflict. Dan vind ik de woorden van mevrouw Van Vroonhoven, van een politieke partij die pretendeert te staan voor goed bestuur, maar ook voor mensen die zich inzetten voor de samenleving, te licht. Hoe vindt mevrouw Van Vroonhoven nou dat mevrouw Faber zich in de afgelopen periode heeft opgesteld? Wat vindt ze van het gedrag van de heer Wilders? Is ze bereid om zich daar gewoon hard over uit te spreken in plaats van met die kleine woordjes: "een bedrijfsongevalletje"?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
De woorden die u nu in de mond neemt, zijn de uwe. Die heb ik echt niet genoemd. Laat glashelder zijn — dat hebben we vanaf afgelopen zondag als NSC ook genoemd — dat we hier heel ongelukkig mee zijn. Dit kan niet door de beugel. We zijn ook ontzettend blij dat onder anderen de NSC-minister van Binnenlandse Zaken opgesprongen is en haar handtekening heeft gezet, zodat deze vrijwilligers alsnog beloond kunnen worden. Nogmaals, deze mensen verdienen dat lintje en daar moeten we ook voor staan; dat deel ik helemaal met u. Nogmaals, voor mij is het belang van het debat vandaag dat de eenheid van kabinetsbeleid uitgestraald gaat worden. Ik ga ervan uit — ik kijk ook een beetje naar links — dat dat ook gaat gebeuren vandaag. Ik twijfel daar niet aan. Dat moet gebeuren.

De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Van Vroonhoven zegt er "niet gelukkig" mee te zijn. Het zijn weer van die lichte woorden die er in de praktijk toe gaan leiden dat mevrouw Faber de komende tijd dit gedrag gewoon gaat doorzetten. Het is niet alsof dit gedrag uit de lucht komt vallen. Dit is een patroon, waarbij mevrouw Faber al tijdenlang de samenleving, van de Nederlandse orde van advocaten tot de Raad voor de rechtspraak, gemeenten en provincies schoffeert, absurde voorstellen doet die feitelijk totaal onwaar zijn, de eenheid van kabinetsbeleid ondergraaft, en nog veel meer dingen doet. Wanneer is het punt nou eens aangebroken dat de fractie van NSC zegt: "Tot hier en niet verder. Dit wangedrag van een prutsende minister die het kabinet tot schande maakt, accepteren wij niet meer en wij staan het niet meer toe dat wij hier als fractie in dit debat elke keer weer moeten gaan uitleggen hoe mevrouw Faber het verprutst."

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Hier zit ook een stukje zorg van ons. De hele belangrijke asielwetten die nu voorliggen, willen wij heel graag snel door de Kamers loodsen. Het is ontzettend belangrijk dat je daarbij samenwerking zoekt en kijkt naar medestanders in de Tweede en Eerste Kamer. Je zult dat immers met elkaar moeten doen. In de Eerste Kamer hebben we ook helemaal geen meerderheid met elkaar. Dit stukje samenwerking is dus nodig. Dat betekent dat we van deze minister ook een stukje politieke souplesse nodig hebben. Wat dat betreft vragen we nogal wat van deze minister.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Ik wil een simpele vraag stellen. Kan NSC mij uitleggen waarom zij nog wel vertrouwen hebben in minister Faber?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Zolang de wetten en de afspraken die wij in het hoofdlijnenakkoord met elkaar gemaakt hebben, erdoorheen komen, hebben wij geen reden om te twijfelen. Maar we zijn alert, we zitten erbovenop en we kijken ernaar met argusogen. Als zoiets gebeurt als afgelopen weekend, dan springen wij er meteen bovenop en kijken wij hoe we dingen weer recht kunnen trekken. Daarom ben ik zo ontzettend blij dat onze minister van Binnenlandse Zaken is opgesprongen om die lintjes alsnog te verstrekken. Dat kon namelijk niet.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Ik schrik van het antwoord "zolang die wetten maar door de twee Kamers geloodst worden". Het maakt dus niet uit dat minister Faber een paar weken geleden Zelensky een "dictator" genoemd heeft. Het maakt niet uit dat we hier bijna iedere dag staan om het circus te bespreken dat mede mogelijk gemaakt wordt door deze coalitie. Het maakt niet uit dat zij zich gisteren op geen enkele manier excuseerde naar de vrijwilligers en zich op geen enkele manier bereidwillig toonde om met de Kamer in gesprek te gaan. Dat maakt allemaal niet uit, als die wetten er maar komen. Dat is toch geen vertrouwen? Dat is een soort pragmatisme. Daar schrik ik echt van. Dan doe je de politiek zo ongelofelijk tekort. Er komt straks een motie van wantrouwen. Mijn fractie heeft gezegd: die gaan wij steunen. Waar ik naar op zoek ben, is waarom NSC zich er zo ongelofelijk aan vasthoudt dat deze minister nog voldoende vertrouwd kan worden. Dit antwoord maakt me bevreesd.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Mevrouw Koekkoek trekt mijn antwoorden nu een beetje uit de context. Dat moet ze niet doen. Mevrouw Koekkoek verwijst naar voorbeelden. De uitspraken van deze minister, haar toon en haar manier van besturen zouden niet de toon en de taal zijn van onze bewindspersonen. Dat ben ik helemaal met u eens. Voor ons is het belangrijk dat wij deze bewindspersoon beoordelen en bekijken op basis van wat we in het hoofdlijnenakkoord met elkaar hebben afgesproken. Nogmaals, daar zijn we alert op, daar kijken we naar en daar springen we ook op op het moment dat ze wat ons betreft echt over de schreef gaat. Dat heeft u afgelopen weekend kunnen zien. Dus zijn we alert? Ja. Vooral bij deze minister zijn we superalert.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Ik probeer het stokje over te nemen van collega's Stoffer en Bontenbal, die vragen hebben gesteld waarop mevrouw Van Vroonhoven niet heeft geantwoord. Misschien lukt het deze keer wel. Is mevrouw Van Vroonhoven het met mij eens dat voor herstel van de eenheid van kabinetsbeleid we aan mevrouw Faber moeten vragen, van haar moeten verwachten, dat ze de vijf aanvragen die ze weigerde te tekenen, alsnog tekent?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Daar ga ik u op dit moment geen antwoord op geven, zeg ik u even heel rechtstreeks. Ik heb heel uitdrukkelijk aan de minister-president gevraagd om te bevestigen dat het verstrekken van lintjes in het vervolg nooit meer gepolitiseerd wordt. Dat betekent eigenlijk dat de stap die gezet is, niet meer kan voorkomen. Ik denk dat u het moet doen met dit antwoord en dat u hiermee ook echt genoegen kan nemen. Daarmee hoort u mij namelijk ook impliciet zeggen dat wij deze gang van zaken gewoon echt niet oké vinden.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dit antwoord niet oké, met alle permissie. Als mevrouw Van Vroonhoven zo duidelijk maakt dat koninklijke onderscheidingen van de samenleving zijn en dat we die niet moeten politiseren, dan kan je toch niet om de conclusie heen dat wat de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken hebben gedaan — dat noemt de heer Bontenbal terecht een "bypass" — niet het herstellen van de eenheid van kabinetsbeleid is? Mevrouw Faber kan die eenheid alleen herstellen als ze zegt: "Dit had ik niet moeten doen. Sorry. Ik teken ze alsnog en ik zal in een voorkomend geval op precies dezelfde manier handelen." Dat is toch de enige manier waarop je de eenheid van kabinetsbeleid kan herstellen?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Uw conclusie dat wij gezegd hebben "wij willen niet, niet, niet dat het verstrekken van lintjes gepolitiseerd wordt", is terecht. Dat betekent dat dit een gevalletje was van eens en nooit weer. Wij zijn ontzettend blij dat deze lintjes alsnog worden verstrekt. Laten we alsjeblieft gewoon verdergaan. We hebben zo veel dingen te doen. We staan hier nu al de hele middag te praten over die lintjes. We moeten door. We moeten verder. We hebben dat inflatiedebat nog te doen met elkaar.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Met alle respect die ik heb voor mevrouw Van Vroonhoven: wij staan hier niet omdat de oppositie dat vraagt, maar omdat er geprutst is in de afgelopen week. We staan hier ook omdat ik tot mijn grote spijt moet vaststellen dat alles wat uw partij en uw partijleider hebben gezegd over normen en waarden en bestuurlijke integriteit met een hele grote zak zout moet worden genomen, want u houdt het kabinet niet aan de waarden waarvan u zegt dat u ze samen hebt afgesproken.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Dat bestrijd ik ten stelligste. Als je kijkt naar onze rol en de positie die we hebben in dit kabinet, als je kijkt hoe onze bewindspersonen daarvoor aan de lat staan, dan zeg ik dat wij de beloftes die we hebben gemaakt over alles en dat goede bestuur meer dan waarmaken.

De heer Dijk (SP):
Mevrouw Van Vroonhoven begon haar bijdrage door te stellen dat er in dit land hele grote problemen zijn die opgelost moeten worden, waar mensen mee zitten. Als je je oor te luisteren legt, hoor je inderdaad bij mensen veel problemen die onopgelost zijn en waarbij er nog geen begin van een oplossing van het probleem is. Mijn vraag aan mevrouw Van Vroonhoven is: hoe komt het dat het kabinet daar tot nu toe zo slecht aan toe komt? Hoe komt het dat we hier nu dit debat hebben?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Ook dat hoeft u, denk ik, niet zo somber neer te zetten, want er gebeurt ondertussen heel erg veel. Als je het hebt over de inflatie, het debat dat we nu eigenlijk zouden hebben moeten voeren met elkaar ... Kijk naar de plannen die voorliggen en de voorstellen die wij als NSC hebben gedaan, de initiatiefnota's die voorliggen. Wij dieselen, zeg ik om maar in die termen te blijven, goed door. Kijk naar de voorstellen die bijvoorbeeld op arbeidsmigratie voorliggen. Die zijn echt om over naar huis te schrijven. Kijk ook naar de voorstellen die van de andere departementen komen. Dan denk ik: nou, dat gaat best goed. We zijn dus echt op dreef. Ik laat me ook echt niet in een hoek drukken, zeg ik hier vanaf deze plek. Ik laat me echt niet in de hoek drukken en ik laat me niet zeggen dat we aan het treuzelen zijn. Maar laten we ook niet onze tijd verdoen door hier eindeloos over die lintjes te blijven praten.

De voorzitter:
Maar we gaan er ook geen APB van maken, dus ik wil wel weer terug naar het onderwerp lintjes en eenheid van kabinetsbeleid.

De heer Dijk (SP):
Mooi. "Eenheid van kabinetsbeleid", wat een rotterm trouwens. Wat vindt u eigenlijk van de eenheid van het kabinet?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Na gisteravond denk ik: het lijkt weer ergens op. Gistermiddag hield ik daar mijn hart voor vast. Dat heb ik ook zo gezegd. Zo heb ik er ook op gereageerd. Ik ben ook heel benieuwd naar de antwoorden van de minister hierop. Maar ik heb gezien wat ze gister aan de Kamer heeft geschreven. Ik denk nu: we voegen ons weer. Het is weer één groep. Het is weer één geheel. De minister zit weer in het gareel, om het zo maar te zeggen.

De heer Dijk (SP):
Ik ga dan toch mijn spaarzame interrupties hieraan besteden. Dit debat wordt gevoerd omdat de eenheid er niet is. U heeft het net zelf beargumenteerd. We zouden vandaag — ik hoop dat dat nog door kan gaan; wat mij betreft gaat het door — een debat hebben over inflatie, over de hoge boodschappenprijzen van mensen, over de hoge energiekosten die mensen hebben, over de veel te hoge huren. Daar worden wel allerlei beloftes voor gedaan. Daar doen heel veel partijen hier, inclusief mijn partij, voorstellen voor. Maar dit kabinet maakt er wel iedere keer een puinhoop van. Daarom moeten dit soort debatten worden gevoerd. Daarom worden allerlei beslissingen naar voren geduwd en zijn mensen elkaar voor rotte vis aan het uitmaken. Daarom komt u niet aan uw werk toe. Want u had het vandaag graag over het initiatiefvoorstel over inflatie van de heer Omtzigt willen hebben. Ik ook. Maar niemand werkt dit kabinet tegen; het werkt zichzelf tegen. Ik zou het heel fijn vinden als een partij als Nieuw Sociaal Contract ruiterlijk zou toegeven dat deze Kamer wel wil, maar dat daar een stelletje ministers zit dat rollebollend met elkaar over straat gaat. Het gaat niet om één keer. Het was mevrouw Faber tegen mevrouw Keijzer. Het was mevrouw Faber tegen meneer Schoof, over dat de Spreidingswet niet geagendeerd was. Mevrouw Faber is zo klein dat ze niet wil tekenen voor lintjes voor vrijwilligers. Het zou zo fijn zijn als Nieuw Sociaal Contract zou zeggen: "Inderdaad, kabinet, ga aan de slag. En mevrouw Faber, vanaf nu moet u ieder verzoek dat u krijgt voor lintjes gewoon tekenen. We gaan niet een soort bypass ontwikkelen."

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Dank u wel voor uw welwillende woorden. Ik ben het helemaal met u eens dat we nu gewoon verder moeten, door moeten en dat we dit zo snel mogelijk achter ons moeten laten. Dit is niet chique, dit is niet oké, we moeten verder. Laten we alsjeblieft verdergaan. Ik dank u ook dat u dat met ons van mening bent.

De heer Van Meijeren (FVD):
Mevrouw Van Vroonhoven geeft herhaaldelijk aan dat het verstrekken van lintjes niet gepolitiseerd moet worden. Daarmee geeft zij blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is namelijk niet de minister die dit politiseert. De wetgever heeft ervoor gekozen om deze bevoegdheid onder te brengen bij de politiek, onder de totale, politieke, ministeriële verantwoordelijkheid. Dat is volgens mij ook een logische keuze, want het criterium is of personen zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving. Mijn vraag aan mevrouw Van Vroonhoven is of zij erkent dat de vraag of bepaalde activiteiten wel of niet goed zijn voor de samenleving een politieke vraag is. Erkent zij dat wat Forum voor Democratie goed vindt voor de samenleving misschien wel iets anders is dan wat NSC of andere partijen goed vinden voor de samenleving?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Oeh, oeh, ik ben dat zó niet met u eens! Lintjes en vrijwilligerswerk komen vanuit de samenleving. Wees blij dat deze mensen opstaan. Wees blij dat mensen zich hardmaken voor de samenleving, of dat nou voor het welzijn van asielzoekers is of voor mensen die in hongerstaking zijn, ook al bent u het daar niet mee eens. Dan is het wél onze plicht om daarvoor te klappen, om deze mensen in het zonnetje te zetten. Ik neem dus echt grote afstand van de woorden die u hier zegt.

De heer Van Meijeren (FVD):
Het is niet zozeer mijn mening dat het een politiek besluit is; zo is het geregeld in dit land. Natuurlijk zijn er heel veel vrijwilligers, die met de beste bedoelingen datgene proberen te doen waarvan zij denken dat het goed is. Ik kan me ook voorstellen dat intern, binnen het COA, hun inzet gewaardeerd kan worden. Als het COA deze mensen zou willen bedanken door ze een fles wijn of een boekenbon te geven, dan is dat prima, maar het criterium voor een koninklijke onderscheiding is of het ten gunste is van de samenleving. Daar kan in de politiek anders over gedacht worden. Als mevrouw Van Vroonhoven vindt dat dat geen politiek besluit zou moeten zijn, dan moet dat ook niet onder de politieke verantwoordelijkheid van een minister vallen. Dan moeten we dat, net zoals we dat hebben besloten over het vaststellen van verkiezingsuitslagen, het uitreiken van rijbewijzen en het beoordelen van geneesmiddelen, onderbrengen bij zelfstandige bestuursorganen, omdat we zeggen: dat is niet aan de politiek. Maar feit is dat op dit moment de vraag of personen wel of niet een lintje moeten krijgen ondergebracht is bij de politiek. Dus mevrouw Van Vroonhoven kan wel zeggen dat zij vindt dat dat niet zo zou moeten zijn, maar het is wat het is: het is onderaan de streep een politiek besluit. Ik zou niet willen dat deze minister, als ze lintjes uitreikt aan medewerkers van het COA en ik haar ter verantwoording roep om te vragen hoe ze dat in haar hoofd haalt, zich dan gaat verschuilen achter een advies van de ambtenaren. Dat is de situatie die we niet moeten willen. Ministers moeten de volledige politieke verantwoordelijkheid hebben voor datgene waar zij bevoegdheden voor hebben. Dat is hoe ons staatsrecht werkt. Dat is goed bestuur.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Wij hebben het hier niet over een bosje bloemen van het COA, zeg ik maar even tegen de heer Van Meijeren. We hebben het hier niet over een fles wijn. We hebben het over een koninklijk besluit, een koninklijke onderscheiding. Dat geeft het cachet, dat geeft het mooie en ja, dat gaat via dit kabinet. Dat is de reden waarom het inderdaad door de ministers wordt uitgegeven. Ik hoef hier verder niet met u over in discussie te gaan, want dat het lintje gegeven wordt aan vrijwilligers die hún werk doen voor de samenleving, wat het dan ook is, moeten we koesteren en daar moeten we voor staan en dat moeten we eigenlijk met elkaar ook vieren. Hopelijk doen we dat straks op Koningsdag.

De voorzitter:
De volgende spreker is de heer Wilders van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Nederland heeft eind 2023 bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen onze partij, de PVV, de grootste partij van Nederland gemaakt. De mensen in het land wilden en willen nog steeds meer woningen, meer koopkracht en minder, heel veel minder asiel. Want Nederland is vol en als we het immigratietij niet keren, gaat Nederland helemaal kapot.

Naar aanleiding van die verkiezingsuitslag en tegen hetgeen ik net zei heeft onze fractie een hoofdlijnenakkoord onderhandeld en een regeringsploeg samengesteld. Met dat hoofdlijnenakkoord in hun achterzak moeten onze ministers en staatssecretarissen de puinhopen van voorgaande kabinetten opruimen, en dat is veel werk. Daarom is het ook sneu dat we nu al een paar dagen lang aan het bakkeleien zijn over vijf lintjes; wie het wel tekent, wie het niet tekent, wie het wanneer tekent, wie het op tijd tekent, of er wel genoeg reflectie is.

Twee dagen lang is de minister van Asiel aan het bevestigen dat het kabinet natuurlijk met één mond spreekt. Ik weet dat een deel van deze Kamer wil dat deze minister helemaal door het stof gaat, dat ze excuses maakt. Maar laten we eerlijk zijn: dat is niet omdat ze iets verkeerds heeft gedaan, want ze heeft niets verkeerds gedaan. Natuurlijk moet, wat mij betreft, die minister helemaal geen excuses aanbieden. De procedures zijn gevolgd. De minister staat achter het besluit van de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken. Er is dus eenheid van het kabinetsbeleid. Die vijf mensen krijgen dus — van mij had het niet gehoeven — gewoon hun lintje van dit kabinet. Dus waar hebben we het nou in hemelsnaam over? Het enige doel van de oppositie — en nogmaals, dat mag — is om deze minister tegen te werken, haar plannen tegen te werken om de asielinstroom te beperken. Dat is de enige reden dat we hier vandaag in dit debat staan.

Voorzitter. Laat ik duidelijk zijn: onze fractie staat niet alleen achter de premier, achter de ministersploeg, maar vooral achter onze minister, minister Faber. Als iemand in dit land een lintje verdient, dan is zij het wel.

De heer Jetten (D66):
De heer Wilders vindt het ook gênant dat het hier al een paar dagen gaat over de chaos die minister Faber heeft veroorzaakt. Wij vinden het allemaal gênant dat we hier staan. Maar klopt het feit dat De Telegraaf dit kon afdrukken omdat het uit PVV-kringen is gelekt? Klopt het dat u zelf eigenlijk wel dacht: "Shit, ik zak in de peilingen omdat het veel te veel over Oekraïne gaat en mensen het niet pruimen dat wij als PVV te lang een pro-Russische koers hebben gevaren; heel vervelend. We moeten weer even zorgen voor wat afleiding, voor wat reuring, voor wat gedoe en gezeik over asiel en migratie. Weet je wat? Ik ga eens lekker lekken naar de krant dat minister Faber zo stoer is om lintjes te weigeren voor vrijwilligers."

De heer Wilders (PVV):
Leuke theorie, maar ik praat nooit en doe nooit uitspraken over gesprekken die ik wel of niet met collega-Kamerleden of met de media heb. Dat zult u dus zelf uit moeten zoeken.

De heer Jetten (D66):
Ik denk dat dat genoeg zegt.

Dan over die geweldige minister: die heeft u aangesteld. De heer Wilders heeft die minister aangesteld. Ik vroeg het u al bij de beëdiging van het kabinet. Uiteindelijk zullen we ook de heer Wilders beoordelen op zijn kwaliteit als leider om goede mensen te selecteren voor een kabinet.

Nou, voorzitter, de mensen in Nederland zijn het helemaal zat. Slechts 16% van de Nederlanders heeft nog vertrouwen in dit kabinet. En de reden waarom dat vertrouwen keihard is gekelderd, is dat er alleen maar geruzie is, alleen maar chaos, alleen maar amateurisme, en dat er van de minister van Asiel en Migratie, de grote belofte van de PVV bij de verkiezingen, helemaal niets terechtkomt. De PVV-kiezer wordt keihard in de steek gelaten door dit gedoe. Mijn vraag aan de heer Wilders is dus: wanneer gaat hij deze minister vervangen, zodat we eindelijk aan de slag kunnen met Asiel en Migratie?

De heer Wilders (PVV):
Ik heb net gezegd dat ze wat mij betreft een lintje verdient, dus ik denk dat u het antwoord op die vraag wel kunt raden. En ik moet u toch ook even corrigeren, want deze minister heeft al een hele hoop voor elkaar gekregen. Ik snap dat u dat niet uitkomt en dat u dat dus niet noemt. Ik heb eens wat dingen op een rijtje gezet. Ze heeft, op een beperkte manier, wel een begin gemaakt met binnengrenscontroles. Ze heeft de landelijke vreemdelingenvoorziening, de financiering van bed, bad en brood voor illegalen gestopt. Die is voor een deel door de gemeentes overgenomen, maar ze heeft de landelijke financiering voor bed, bad en brood voor illegalen gestopt. Ze heeft door een wijziging van de Vreemdelingencirculaire ervoor gezorgd dat meerderjarige kinderen die niet behoren tot het kerngezin, niet meer mogen nareizen. Ze heeft het strafbaar stellen van het niet meewerken aan terugkeer geregeld, of dat gaat ze doen, want daar heeft ze wetsvoorstellen voor ingediend die hier hopelijk binnenkort behandeld worden.

Ik noem ook het sneller afwijzen van criminele asielzoekers, de asielbeslisstop, extra cellen voor vreemdelingenbewaring, de verscherping van de toelatingsprocedure en het aanpassen van de bewijslastverdeling. Hervestiging heeft ze beperkt en, zoals u weet, ligt er een asielnoodmaatregelenwet. Het tweestatenstelsel is ingediend in de Tweede Kamer. Dus me dunkt dat deze minister al het een en ander heeft gedaan. Wetgeving lukt niet in negen maanden. Daar heb je door het advies van de Raad van State, door behandelingen in de Tweede en Eerste Kamer helaas langer dan negen maanden voor nodig. Toen uw partij in het kabinet zat, hebben uw wetsvoorstellen ook niet binnen negen maanden het Staatsblad gezien. Dit is dus een uitstekende minister. Ik ben zeer trots op deze minister. Ondanks alle tegenwerking staat zij daar, 1,65 meter lang. Ze staat haar mannetje, haar vrouwtje. Ze heeft ontzettend veel goede maatregelen en wij zijn ontzettend blij met haar.

De heer Bontenbal (CDA):
Collega Wilders noemt een hele lijst van prestaties. Als dat zo is, is ze blijkbaar ook niet tegengewerkt, zou ik zeggen. Dat argument vervalt dus. Toen wij dit debat gingen voorbereiden, wisten alle fractievoorzitters dat u dit punt ging maken. Dit is heel voorspelbaar. "Mevrouw Faber wordt tegengewerkt" is het frame dat u kiest. Er is natuurlijk wat anders aan de hand en dat is dat dit natuurlijk gewoon een moreel vraagstuk is. Gaan we daadwerkelijk over de rug van vijf vrijwilligers dit soort cynische politiek bedrijven? Dit is waar dit debat om gaat: welke waarden en normen houden wij hier hoog? Kiezen wij hier voor fatsoenlijke politiek of voor cynische politiek? Waar is uw morele kompas, meneer Wilders?

De heer Wilders (PVV):
Mijn morele kompas is geen centimeter beter of slechter dan dat van u. Dus de arrogantie om te suggereren dat dat er bij mij niet is en bij u wel, siert u niet. Dat is arrogante CDA-politiek. Ik heb dat niet. Wij hebben een moreel kompas en ik zal u ook uitleggen waarom. Het gaat voor mensen die uit het buitenland komen, asielzoekers en later statushouders, om de aantrekkingskracht van Nederland. Die aantrekkingskracht van Nederland gaat over heel veel dingen. Mensen maken een afweging in welk land zij asiel zullen aanvragen. U weet dat de meeste mensen vanuit het land waar ze vandaan komen, door zeven of acht, soms negen, landen komen voordat ze in Nederland zijn. Zij maken dus een keuze. Wij zijn niet het buurland van een land in oorlog. Zij reizen door landen en kijken: waar zullen we eens asiel aanvragen? Waar kijken ze dan naar? Zij kijken naar waar ze huizen krijgen, of ze er, zoals in Nederland, vooralsnog, voorrang krijgen op huizen. In Nederland is het antwoord ja. Krijgen ze er uitkeringen en zijn dat hoge uitkeringen? Ja, is het antwoord in Nederland. Krijgen ze gratis zorg? Ja, is het antwoord in Nederland. Dat krijgen Nederlanders niet eens.

Daar hoort ook de vraag bij of ze hulp krijgen van de overheid en van vrijwilligers. Wij vinden niet, en volgens mij vindt de minister dat ook niet, dat de vrijwilligers die dat doen onfatsoenlijk werk doen. Integendeel, het is heel fatsoenlijk dat zij mensen helpen. Als er dus vrijwilligers zijn in Nederland die dat doen, zeg ik niet dat dat onfatsoenlijk werk is. Ik zeg wel dat dat ook een onderdeel is van het totaal van het pamperen van asielzoekers in Nederland. Nogmaals, ze krijgen een huis met voorrang, uitkeringen, gratis zorg, hulp van de overheid. In dat licht vind ik dat de minister heeft overwogen het niet te steunen, zo van "dit maakt het in totaal nog aantrekkelijker om voor Nederland te kiezen", een ontzettend slim, verstandig besluit en geen immoreel, maar juist een heel moreel besluit.

De heer Bontenbal (CDA):
De heer Wilders doet dat slim: steeds het speelveld verschuiven.

De heer Wilders (PVV):
Dank u wel.

De heer Bontenbal (CDA):
Ja, grappig. U gaat een heel exposé geven over hoe het asielbeleid in elkaar zit. Dat weten wij allemaal wel. Daar gaat dit debat ook helemaal niet over. Er zijn heel veel partijen voor een strenger migratiebeleid. U kunt zelfs het argument ophouden dat als je asielzoekers maandenlang niks laat doen in azc’s, ze zich gaan misdragen. Of: als ze wat vrijwilligerswerk kunnen doen of als ze met de taal worden geholpen, dan zijn ze sneller geïntegreerd. Dit is dus niet tegen het beleid. En u zegt zelf ook dat u dat vrijwilligerswerk nog wel kunt waarderen. Het gaat er in essentie om dat deze bewindspersoon al anderhalve week, ondanks wat het kabinet vraagt en ondanks wat minister Schoof vraagt, bewust dit punt kiest om over de rug van vrijwilligers, die dat na hun pensioen doen, cynische politiek te bedrijven. U kunt dat met een heel verhaal recht proberen te trekken, maar ik denk dat dit heel goed laat zien dat u een fout maakt, dat dit in uw gezicht ontploft, maar ook dat uw morele kompas gewoon niet op orde is.

De heer Wilders (PVV):
Luister. Wat een ontzettende arrogantie dat u mij verwijt dat ik geen moreel kompas heb! Dat siert u niet. Dat is arrogant. En ik accepteer dat ook niet van u. Mijn morele kompas … Ik ben niet minder of meer dan u. Het is echt heel erg fout om dit alleen al te suggereren. Nogmaals, eerder was er het interruptiedebatje: het is gepolitiseerd en de minister mag dat doen. Er zijn regels, een collega refereerde er al aan, waarin staat: als een minister besluit om een aanvraag voor zo’n lintje niet te tekenen, dan gaat het naar de ministerraad. Die regel was er niet geweest als de wetgever — het ging toen om een reglement van orde — daar niet in had voorzien. Maar het speelde ook eerder, vroeger al. Ik heb het nog eens opgezocht. Het gaat over het CDA/VVD-kabinet-Van Agt I, het kabinet waarvanuw geestverwanten deel uitmaakten, zoals u weet. Ik heb hier een stuk voor me over nazi-jager Simon Wiesenthal. Mensen herinneren zich dat misschien nog. Hij zou in 1978 in Nederland een onderscheiding krijgen. Dat is toen door minister van CDA/ARP-huize Job de Ruiter geweigerd, want ze vonden dat er te veel kritiek van Wiesenthal was op hoe de zaak-Menten was behandeld. Een halfjaar later, in maart 1979, heeft hij die onderscheiding toch gekregen. Het is dus gepolitiseerd. De collega van Forum van Democratie zei het, denk ik, terecht: het feit dat je die bevoegdheid bij een minister neerlegt, maakt het politiek. Ook in het verleden is er, om heel andere redenen en ook door CDA-ministers, afgewezen en is het gepolitiseerd. Als je dat niet wil, dan moet je het niet bij de politiek neerleggen. Het is dus niet amoreel. Het is hoe het systeem in elkaar zit.

De heer Van Baarle (DENK):
De heer Wilders geeft de oppositie er de schuld van dat we hier vandaag staan. Maar de schuld ligt bij de heer Wilders, omdat hij doelbewust in een een-tweetje met mevrouw Faber, nadat het in De Telegraaf kwam, dit op X opspeelde en het conflict opzocht. En waarom doet de heer Wilders dat? Om af te leiden van het feit dat de PVV aan het kelderen is in de peilingen. En waarom is de PVV aan het kelderen in de peilingen? Omdat de heer Wilders al zijn beloften niet nakomt, omdat hij een recordverhoging van de huren doorvoert, omdat Nederlanders vluchten naar België en Duitsland omdat ze hier in Nederland de boodschappen niet meer kunnen betalen. Daar probeert Wilders de aandacht van af te leiden, en wel door constant via een-tweetjes met minister Faber de boel op te blazen en de aandacht te vestigen op een ander onderwerp. Mijn vraag aan de heer Wilders — u bent aan het dalen in de peilingen, steeds meer — is: denkt u nou echt dat Nederland hier nog in trapt?

De heer Wilders (PVV):
Het is geen kwestie van ergens in trappen. Het is een kwestie van goed beleid voeren. We hebben een geweldig hoofdlijnenakkoord geschreven, met hele mooie afspraken. Ook ik ben ongeduldig. Ik snap dat mensen ongeduldig zijn. Dat hoort ook bij de politiek. In andere landen, zoals de Verenigde Staten, wint één partij, die dan binnen een maand of een paar maanden duizend besluiten kan nemen. Dat kan in Nederland niet. We hebben vier partijen. Je moet compromissen sluiten. We doen ook alles zoals het hoort, met wetten die langs de Tweede Kamer gaan. Dat kost ook tijd. Ik denk ook dat wij zeker gaan leveren. Dat doen we ook al; ik heb net een hele rits aan dingen genoemd die de minister van Asiel al heeft gedaan. De instroom van asielzoekers daalt, zij het nog niet voldoende, ook al. Dat komt door ons en dat komt door andere factoren, maar die daalt al. Er gebeurt dus zeker wat. En wat betreft de belangrijke punten die u ook terecht noemt, de prijs van boodschappen voor mensen, de huren en de energierekening, zeg ik: juist volgende week beginnen de onderhandelingen tussen de vier coalitiepartijen over de Voorjaarsnota. Ik heb het al vaker gezegd: wij zullen er als PVV stevig op inzetten dat de boodschappen goedkoper worden, dat de huren minder stijgen, dat mensen tegemoetgekomen worden op hun energierekening. Of we dat allemaal gaan redden, zullen we zien, maar dat is onze inzet voor de onderhandelingen die volgende week beginnen. Hebben wij de hele wereld in negen maanden tijd — het kabinet zit er nu negen maanden — helemaal veranderd in Nederland? Hebben we alles voor elkaar gekregen? Nee. Maar we gaan wel de goede kant op. Daar zit een minister die daar voor een deel verantwoordelijkheid voor draagt en dat hartstikke goed doet.

De heer Van Baarle (DENK):
Het is allemaal leeg. Het is allemaal niks wat de heer Wilders zegt. Ik zal het maar voorspellen: in de komende weken gaan de heer Wilders en mevrouw Faber samen weer met vooropgezet theater de aandacht afleiden van het feit dat de PVV niet levert. Daar gaat het namelijk om. De heer Wilders keldert. Waarom keldert de heer Wilders? Hij beloofde lagere huren. De mensen hebben een recordverhoging van de huren gekregen. Hij beloofde goedkopere boodschappen. Mensen staan in de file naar België en Duitsland. Ze kunnen het niet meer betalen. De heer Wilders kan op deze weg doorgaan, het volk een rad voor ogen draaien en samen met mevrouw Faber daar de aandacht van afleiden, maar de realiteit is: hier staat de grootste politieke leugenaar van deze coalitie. Nederland heeft het gelukkig steeds meer door. Ik zal u voorspellen: de heer Wilders gaat verder zakken en kelderen in die peilingen.

De heer Wilders (PVV):
Ik kan me herinneren dat er niet zolang geleden een D66-leider was, die daar ongeveer met dezelfde interruptie stond: "U zult verder dalen in de peilingen." Dat was de voorganger van de heer Jetten. Het tegenovergestelde is gebeurd. Natuurlijk gaan we leveren. We gaan leveren op asiel. Ik zei u al: er zijn veel maatregelen en wetten die eraan komen en al bij de Kamer zijn ingediend. Wij gaan ons er bij de onderhandelingen over de Voorjaarsnota keihard voor maken dat we die belofte nakomen voor de mensen als het gaat om boodschappen, huren en de energierekening. Regeren kost tijd en doet soms ook pijn; ook dat is zo. In de oppositie is het veel makkelijker. Ik heb het jarenlang gedaan. Je kan heel veel roepen, maar je krijgt het niet heel snel voor elkaar. Nu moeten wij leveren. Ik voel die verantwoordelijkheid ook. Dat gaan we ook doen. Maar ja, dat lukt niet in twee dagen; dat is ook de werkelijkheid.

De voorzitter:
Mevrouw Bikker, wellicht.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Toch even terug. Dit hele debat, al dit gedoe, terwijl de minister aan de slag had kunnen zijn met wetten op het gebied van asiel, terwijl collega Wilders en ik hier aan de slag hadden kunnen zijn met allerlei debatten die het land vooruithelpen, komt doordat de minister volstrekt buiten haar boekje is gegaan; dat is mijn beeld. Als we kijken naar het Reglement op de Orde voor het verstrekken van de lintjes, dan is het vrij eenvoudig. Als de minister het er niet mee eens is, brengt ze dat in in de ministerraad. De ministerraad is vertrouwelijk. Daar wordt het afgekaart. Er wordt gewogen of het terecht is dat de minister het er niet mee eens is. Dan zal de ministerraad haar volgen en wordt het vertrouwelijk afgedaan, of er wordt gewogen dat de minister het onvoldoende heeft gewogen en de ministerraad beslist anders. Maar wat hebben wij gezien dit weekend? De Telegraaf stond vol. De minister weigerde. Wilders stond erachter. Pas daarna is de minister-president in actie gekomen. Van dat geblunder moet de heer Wilders toch ook wat vinden?

De heer Wilders (PVV):
Ik vind dat de minister groot gelijk heeft.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
U kunt van alles vinden van haar opvattingen en of die wel of niet fantastisch zijn. Dat is te begrijpen. Het gaat mij erom dat we in dit land hebben afgesproken dat er eenheid is van kabinetsbeleid, ook omdat we anders niet meer weten wie we hebben te controleren als Kamer. Dan moeten we telkens alle ministers hier vragen, omdat we van hen allemaal, van de minister, van staatssecretaris Coenradie in dit geval, en van de minister-president moeten horen of ze hetzelfde vinden, om vervolgens een oordeel te kunnen uitspreken. Eenheid van kabinetsbeleid is essentieel: artikel 45, lid 3 van de Grondwet. We zien dat de minister heeft afgeweken van het reglement voor hoe je lintjes verstrekt. Jawel, dat staat hier heel duidelijk. De heer Wilders kan "nee" roepen, maar het staat er wel duidelijk. We zien dat de ministerraad verschillende opvattingen naar buiten heeft gebracht. Dan kan de heer Wilders wel persisteren in wat hij de fijnste opvatting vindt, maar dat is toch staatsrechtelijk gepruts van heb ik jou daar?

De heer Wilders (PVV):
Nee, het tegendeel is het geval. Misschien is het goed als ik aan de minister-president vraag of het klopt wat ik zeg. Anders moet hij mij maar corrigeren. Maar wat ik heb begrepen, is dat de minister geen formeel besluit heeft genomen. Ik heb dat net trouwens ook in een interruptie gezegd. De minister heeft geen formeel besluit genomen om die lintjes niet toe te kennen; ze heeft een voornemen geuit. En zoals u zegt: alleen op grond van dat artikel 9 van dat Reglement op de Orde gaat het, op het moment dat een minister dat zou tekenen, naar de ministerraad. Zo heb ik het begrepen. Maar de minister heeft die afwijzing van dat verzoek niet formeel getekend. Het kabinet heeft dat, naar wat ik heb begrepen, bij de minister weggehaald ... Ja, niet het kabinet, maar de Kanselarij heeft dat volgens mij bij haar weggehaald, en toen bij andere ministers neergelegd. In die route — nogmaals, de minister-president moet mij maar corrigeren als ik het fout zeg — hoeft het niet langs de ministerraad. Dat is alleen maar als de minister heeft getekend van: ik doe dat niet; ik wil niet dat dat lintje er komt. Zover is het niet gekomen, want volgens mij was het, voordat ze dat wilde doen, al bij haar weggehaald en bij een andere minister neergelegd. Dan hoef je die route van de ministerraad niet te volgen.

En nogmaals: ik kan ernaast zitten en vraag de minister om het dan goed te zeggen. Maar dat betekent dus ook dat er formeel geen sprake is geweest, staatsrechtelijk, van een kabinet dat niet met één mond spreekt, want de minister heeft alleen dat voornemen geuit. Vervolgens heeft de minister-president dat via die Kanselarij overgenomen, en die heeft toen wel een besluit genomen, een ander besluit. En de minister heeft zich, getuige de brief van gisteren — maar dat heeft ze ook gezegd gisteren tijdens het mondelinge vragenuur — achter dat besluit. Dus het besluit van deze minister-president wordt volledig door de minister van Asiel gedragen. En nogmaals, van mij had dat niet gehoeven. Althans, ik ben niet voor die lintjes. Maar de minister heeft de eenheid gewaarborgd door te zeggen: ik sta daar helemaal achter. Dus uw analyse klopt volgens mij niet.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, collega Wilders glibbert alle kanten op, maar dit klopt echt niet met hoe we de regels hebben afgesproken. Artikel 9, lid 6, zegt heel duidelijk: "Indien Onze Minister wie het aangaat het advies van het Kapittel niet overneemt, legt deze het voorstel met het advies van het Kapittel voor aan de ministerraad." Er staat dus niet iets over tekenen, maar "niet overneemt". Dat is niet gebeurd. Daar zijn we het beiden over eens. Of dat had anders in die brief moeten staan. Maar dat haar voornemen naar buiten is gegaan ... Nergens staat hier dat als de minister van tevoren naar buiten gaat met een voornemen ... Deze hele gang van zaken is erop gericht dat dat in stilte gebeurt, dat dat formaliteiten zijn. En natuurlijk kunnen er redenen voor zijn dat een minister ergens kennis van heeft en zegt "het is onverstandig om dat lintje toe te kennen" en dat dan bespreekt in de ministerraad. Daar voorziet dit in. Maar dat is allemaal niet gevolgd. En wat is nu dus eigenlijk het gevolg van dit alles? We hebben een eindeloos debat over lintjes, dat de heer Wilders groot maakt op een bepaald thema, maar het is allemaal begonnen met dat de minister zich niet heeft gehouden aan dit reglement van orde hier. En het is ook allemaal begonnen met dat we keer op keer zien dat de eenheid van kabinetsbeleid doorbroken wordt, ook en misschien wel juist door ministers van PVV-huize. Dat is schadelijk voor ons land. We zijn hier uren aan het debatteren, niet omdat ik dat wil en waarschijnlijk niet omdat Wilders dat wil. Maar het had zoveel geholpen als dit kabinet zich aan het staatsrecht zou houden, in plaats van dat het het eigen gepruts voorop zou stellen.

De heer Wilders (PVV):
Nee, zoals altijd klopt het allemaal weer niet wat de gewaardeerde collega zegt, want er is wél volgens de regels gewerkt naar mijn oordeel. Er zijn geen twee monden geweest vanuit het kabinet. En als daarvan sprake zou zijn, dan is dat met die brief van gisteren gecorrigeerd. De minister heeft wat mij betreft een prima voornemen voor een besluit gehad. Ze heeft nu — en dat respecteer ik — gezegd: ik voeg mij naar het kabinet, en het besluit van de minister-president is ook mijn besluit. Wat mij betreft hoeven die lintjes er nog steeds — ik heb dat net uitgelegd met die aantrekkingskracht van Nederland — niet te komen, hoor. Dus ik vind het prima wat de minister heeft geuit. Prima!

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Maar collega Wilders blijft maar recht praten wat gewoon krom is. Als de minister zelf schrijft in haar brief, dat excuusbriefje dat we gisteravond kregen, "ik heb mijn bezwaren te vaak naar voren gebracht in het vragenuur" en "ik heb onvoldoende laten zien dat ik het ermee eens ben", terwijl zondagavond — of wanneer was het; in ieder geval zondag — in De Telegraaf staat "minister wil niet instemmen met deze lintjes", dan zit dat al op een andere lijn dan wat de minister-president heeft laten zien. Als je je dan vervolgens niet volmondig daarachter schaart maar blijft zeggen dat je "te vaak" je bezwaren naar voren hebt gebracht, dat je hebt laten zien dat je een andere lijn hebt en daar niet op terugkomt, geen excuses maakt aan die vrijwilligers en geen excuses maakt aan deze Kamer, dan zit je op een andere koers. En dan kan de heer Wilders praten wat hij wil — en dat doet hij uitgebreid — maar het klopt niet, niet volgens de regels en niet volgens de mores. Door dit gepruts is deze Kamer hier al uren mee bezig, en dat reken ik ook de PVV aan.

De heer Wilders (PVV):
Laat ik dan een korter antwoord geven. Deze minister heeft het geweldig gedaan en er is geen enkele reden voor excuses.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Het lijkt mij voor de Kamer heel nuttig dat we van het kabinet echt een feitenrelaas krijgen over wat er nou precies allemaal gebeurd is, want de verwarring wordt alleen maar groter. Ik vind de wijze waarop collega Bikker het schetst glashelder en precies volgens de regels. Ik zie de heer Wilders alleen maar meer mist eroverheen uitstrooien. Dus ik verwacht van het kabinet een heel duidelijk en uitvoerig feitenrelaas over hoe het nou precies is gegaan.

Aan de heer Wilders heb ik maar één vraag, een hele simpele vraag. Uit zijn reactie op wat collega Jetten zei, zou je kunnen concluderen — ik zeg niet dat het zo is — dat de heer Wilders er zelf, samen met mevrouw Faber, voor gekozen heeft om naar De Telegraaf te stappen en dit verhaal naar buiten te brengen. Voelt hij zich nou niet bezwaard dat hij dit doet over de rug van mensen die als vrijwilliger werken, die misschien wel als persoon inmiddels identificeerbaar zijn, door waar ze werken en wat ze doen? Vindt hij zelf niet ook dat hij die mensen een excuus moet aanbieden, omdat hij ze voor de bus heeft gegooid en ze heeft misbruikt voor zijn politieke spelletje? Dat moeten we toch niet willen?

De heer Wilders (PVV):
Ik herhaal mijn opmerking dat wij geen uitspraken doen over met wie wij spreken, of het nu gaat om de politiek of om journalisten, dus die conclusie kunt u niet trekken. Nogmaals, ik vind dat de minister een goed voornemen heeft geuit. Ik vind dat die mensen die vrijwilligerswerk doen heel fatsoenlijk werk doen. Ik vind ook dat die waardering verdienen. Maar je moet kijken naar het totaalpakket van de aantrekkelijkheid van Nederland voor buitenlanders en voor asielzoekers. Waarom gaan ze vaker naar Nederland dan naar Slowakije, naar Denemarken of naar een ander land? Daar zouden wij een keer in dit land aandacht voor moeten vragen, niet voor uw gezeur over of dit allemaal wel fatsoenlijk en netjes is gegaan. Kijk eens naar al die Nederlanders. Die staan op de wachtlijst voor huizen die deze mensen met voorrang krijgen. Ze krijgen uitkeringen, gratis zorg. Ze krijgen van iedereen hulp.

Voorzitter. Ongeveer een jaar geleden was ik ergens in Noord-Nederland met een boodschappentas op bezoek om mensen te helpen die het moeilijk hadden. Ik was bij een alleenstaande mevrouw. In haar huis was het armoede troef. Ik had ook wat eten voor de kat meegenomen. Ik vertel het toch even: die begon bijna aan de zak kattenvoer te eten, zo veel honger had-ie. De mevrouw zelf had ook nauwelijks geld om boodschappen te doen. Er waren oude meubels in huis. Langs de voordeur zat ongeveer zo'n grote opening waar koude lucht door naar binnen kwam. Het was te zielig voor woorden.

Die mevrouw zei tegen mij: "Meneer Wilders, ik heb niets tegen buitenlanders, maar drie deuren verder van mij zit een asielzoeker. Weet u wat ze daar hebben gedaan? Daar zijn vrijwilligers gekomen die haar muren hebben behangen. Ze hebben haar nieuwe meubels gebracht. Ze heeft van de gemeente inrichtingskosten gekregen." Ze zei: "Meneer Wilders, ik gun het die mensen zelfs, maar waarom krijg ik dat niet? Waarom wordt er een heel systeem opgebouwd van huizen met voorrang, van vrijwilligers die voor nieuwelingen die net een paar maanden in Nederland zijn het huis gaan meubileren en de muren gaan stofferen, en die zorgen dat alles pico bello op orde is?" Bij deze Nederlandse mevrouw kwam helemaal niemand om haar te helpen. En nogmaals, die mevrouw had er geen probleem mee dat die anderen werden geholpen. Ik heb dat ook niet, maar ik zeg wel: we maken het zó aantrekkelijk in dit land, inclusief door het goede werk van die vrijwilligers, en ik vind dat we daar aandacht voor moeten vragen. Ik vind dat de minister dat goed heeft gedaan. Ik hoop dat ook de mensen die de Nederlander helpen die dat allemaal niet krijgt, een keer een lintje krijgen.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Wederom geen antwoord op mijn vraag. Het is een afleidingsmanoeuvre. Maar ja, als de heer Wilders zo graag een afleidingsmanoeuvre wil, vraag ik hem: heeft u ook aan die mevrouw uitgelegd waarom door u haar huur met 7% omhooggaat, in plaats van omlaag, zoals u beloofd hebt? Heeft u ook aan die mevrouw uitgelegd dat haar eigen bijdrage niet onmiddellijk verdwijnt, maar nog jaren blijft bestaan? Heeft u ook aan die mevrouw uitgelegd dat de inflatie door u omhoog wordt gejaagd, dat haar boodschappen duurder worden en haar energierekening hoger wordt? Legt u dat dan ook aan die mevrouw uit? Nee, natuurlijk niet. U gebruikt haar valselijk om niet op mijn vraag te hoeven antwoorden. U heeft over de ruggen van mensen die zich inzetten voor de samenleving een politiek nummertje proberen te maken. Hier met uw betoog daalt u nog harder dan dat u in de peilingen daalt. Maar u kunt de daling in de peilingen niet stopzetten door mensen die zich goed inzetten voor de samenleving valselijk in een kwaad daglicht te zetten. U zou zich ervoor moeten schamen!

De heer Wilders (PVV):
De PVV zal opnieuw de grootste partij in de peilingen worden; daar ben ik van overtuigd. Dit soort debatten en interventies van de heer Timmermans helpen daar alleen maar bij. Ik zeg niet dat die mensen verkeerd werk doen. Ik zeg alleen dat het oneerlijk is. Het is oneerlijk is dat deze mensen worden beloond in het totaalverhaal van de aantrekkingskracht van Nederland, terwijl er drie deuren verder … Dit was één voorbeeld, maar er zijn honderden voorbeelden van Nederlanders die het ook nodig hebben en die niets geen hulp krijgen. En dan vinden wij het gek dat die mensen allemaal in Nederland asiel gaan aanvragen. Nogmaals, ik gun het die mensen, maar ik gun het die Nederlanders ook, en misschien wel meer, want zij wonen hier al hun hele leven en krijgen dat niet. Deze minister zegt dan, terwijl die mensen volgens mij en ook volgens haar niks onfatsoenlijks doen: ik vind het niet in het beleid passen, als je dit allemaal meeneemt, dus gratis huizen, gratis zorg en gratis uitkeringen, hoe goed het werk van die mensen ook is, dat we dat nu met een lintje gaan belonen, terwijl tegelijkertijd onze mensen helemaal niets krijgen en in tochtige woningen en met niet eens geld voor de kat thuis hun leven moeten leiden. Ik schaam me daar kapot voor.

De heer Dijk (SP):
De heer Wilders kan erg goed debatteren. Dat heb ik altijd gevonden, altijd. Maar hij schetst nu een hele gekke tegenstelling. Hij begint nou juist net over Noord-Nederland, een plek waar ik vandaan kom, een plek waar de meeste asielzoekers van Nederland worden opgevangen, een plek waar de meeste statushouders van Nederland worden gehuisvest, een plek waar gemeenten, en zelfs de mevrouw die u beschrijft, het meeste vrijwilligerswerk doen, in buurthuizen, in wijkcentra, en ja, ook in azc's, omdat daar solidariteit heerst. U kunt goed debatteren, maar u heeft me toch een stelletje brokkenpiloten meegenomen. Dan heb ik het over zowel uw fractie, waar ze niets voor mekaar krijgen en in toeslagendebatten zeggen "sorry, ik zit pas vier dagen op dit onderwerp", als een minister die een Spreidingswet in de prullenbak gooit. Dan komen we dus weer bij Noord-Nederland terecht, want daar worden dan inderdaad wel de asielzoekers opgevangen en de statushouders gehuisvest, niet in Bloemendaal of Rozendaal. Prutswerk! Een miljard gaat er naar commerciële noodopvang. Dat doet zij, mevrouw Faber. Meneer Wilders, u kunt mooi debatteren, maar u heeft een stelletje prutsers meegenomen, inclusief mevrouw Agema, die het ziekenhuis in Heerlen gaat sluiten en private equity en grote winsten in de zorg toestaat. U kijkt ernaar en het enige wat u doet, is klein zijn door vijf mensen lintjes te ontnemen.

De heer Wilders (PVV):
Nee, wij hebben geweldige bewindslieden en ik ben ontzettend trots op de leden van mijn fractie. Ik ben trots op mevrouw Agema. Misschien zijn we het niet met alles eens, maar dat laat onverlet dat het een uitstekende minister is. Ik ben trots op de minister van Asiel. Ik zei al: als iemand een lintje verdient, dan is zij het wel. Ik ben nog trotser op mijn fractie van 37 mensen. Wij doen ons best. Inderdaad, we hebben geen 76 zetels; we krijgen het niet alleen voor elkaar. Wat we hebben afgesproken, krijgen we ook niet binnen een jaar voor elkaar. Maar Nederlanders zullen zien dat er wat gaat veranderen; daar ben ik van overtuigd. Daar sta ik ook voor. Als ik het idee heb dat dat niet meer zo is, dan hebben we een probleem, maar zover is het niet.

De heer Dijk (SP):
De heer Wilders en zijn partijgenoten zeggen steeds: we worden tegengewerkt. We hebben alle medewerking, al negen maanden alle medewerking gegeven op al die onderwerpen. Dat hebben we gedaan op boodschappen, maar meneer Beljaarts is niet te bekennen; die is er niet. Aan mevrouw Agema om bezuinigingen op de zorg terug te draaien. Hoppa, er komen nog bezuinigingen vanuit onderwijs bij ook. En overal ontkennen! Mevrouw Faber proberen we te helpen met het aanpakken van commerciële noodopvang. Er wordt niets aan gedaan. U kunt hartstikke mooi debatteren, maar u heeft echt een peloton prutsers meegenomen. Dat is slecht leiderschap, meneer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Nee, we hebben uitstekende bewindslieden meegenomen, die ontzettend hun best doen. Die zorgen dat de ziekenhuiszorg, voor zover het kan, weer op orde wordt gebracht. Die zorgen dat de asielinstroom daalt; dat is ook gebeurd. Die maken zich — dat is ook mijn verantwoordelijkheid de komende weken — bij de onderhandelingen over de Voorjaarsnota hard voor de energierekening, proberen wat aan de boodschappenprijs te doen, gaan hun best doen en voorstellen om de huren niet zo te laten stijgen. Dat doen wij allemaal. Maar we moeten het wel met vier mensen doen. Het is ook niet allemaal gratis. Politiek is ook een kwestie van kiezen. U zei net tegen een collega: alles is politiek; de een kan díé reden hebben en de ander kan díé reden hebben. Dat geldt ook hiervoor. Weet u, als je €100 hebt, dan moet je kiezen waar je dat aan besteedt. De vier partijen denken daar anders over. Dat is zo, meneer Dijk, als je in een coalitie zit. Dat heeft u nog niet meegemaakt, maar dat is zo als je in een coalitie zit. Het is dus makkelijk even te roepen "laten we dat morgen doen". Dat wil ik graag. Dat deed ik ook toen ik op uw stoel zat. Maar nu hebben we afspraken gemaakt. Die moeten we na zien te komen. Ik moet iedere dag opnieuw vechten om dat voor elkaar te krijgen en dat ga ik ook doen. Ik ga dat hard doen. Als het niet voldoende is, dan hebben we een probleem.

De heer Dijk (SP):
Terug naar die mevrouw in Noord-Nederland: die heeft niets aan dit verhaal.

De heer Wilders (PVV):
Die heeft heel veel aan dit verhaal. Die mevrouw heeft wat aan het verhaal dat ook zij geholpen wordt door mensen van de overheid of door vrijwilligers, namelijk door ervoor te zorgen dat ook zij een fatsoenlijk huis heeft dat niet tocht, dat ook zij nieuwe meubels heeft, dat bij haar als het koud is de koude wind niet binnenkomt, dat het behang niet wegkrult van haar huis, dat ze te vreten heeft voor haar kat. Met tranen in de ogen zat ik daar, niet alleen vanwege die mevrouw, maar ook om die kat, die gewoon het eten niet had, terwijl twee deuren verderop iemand uit weet ik welk land álles had: een lekkere verwarming, een nieuw ingericht huis en dik te eten, allemaal door vrijwilligers. Nogmaals, die vrijwilligers gun ik het. Ik gun het die vrouw ook, maar dat verdorie die Nederlander dat niet krijgt, dat is een grove schande. Dáár vecht ik voor. En ik zou willen dat de SP dat ook een keer deed.

De voorzitter:
Er is nog een vraag van mevrouw Ouwehand. Meneer Wilders? Mevrouw Ouwehand meldt zich nog even.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik hoef er misschien niet eens antwoord op, maar ik wil het wel even zeggen. Dit is heel belangrijk voor de PVV en een deel van de Kamer deelt dat. Het is een schande dat 150.000 kinderen nog steeds in armoede leven. Het is een schande dat in een rijk land een kleine groep mensen heel veel heeft, terwijl een hele grote groep mensen worstelt om in de dagelijkse behoeften te voorzien. Ze hebben geen betaalbaar huis. Als ze dat al hebben, is het tochtig. Als je dat belangrijk vindt … Ja, een knipoogje naar de voorzitter? Ja, oké; dat mag. Als je dat belangrijk vindt, waarom ga je dan in godsnaam regeren met de VVD en zet je je handtekening onder financiële afspraken die voor deze mensen, waar de heer Wilders nu een hele grote mond over opzet, niks betekent?

De heer Wilders (PVV):
Er staan ook hele mooie afspraken in voor alle vier de partijen. Je ziet nu ook dat de armoede onder gezinnen met en zonder kinderen daalt. Dat heeft dit kabinet met de PVV, de VVD, de NSC en BBB gedaan. We zijn nog niet helemaal waar we moeten zijn, maar ook die armoedecijfers dalen. Dat is iets om alleen maar trots op te zijn.

De voorzitter:
De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Dijk van de SP.

De heer Dijk (SP):
Voorzitter. Een land met woningnood. Met wachtlijsten in de zorg. Met cellentekorten. Met grote problemen rondom arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor mensen. Met een toeslagenschandaal. Met een herstelschandaal. Met de hoogste inflatie van Europa. Met een lerarentekort. Met 150.000 kinderen die in armoede opgroeien. Een land met 450.000 mensen in voedselnood.

Dat land wordt door heel veel mensen draaiende gehouden. Door mensen die iedere dag naar hun werk gaan. Door mensen die hun kinderen opvoeden. Door mensen die actief zijn in buurten en wijken, op scholen, bij verenigingen. Door duizenden vrijwilligers die hun bijdrage leveren. Zij maken er iedere dag het beste van. Zij wel.

En hier in Den Haag wordt een debat gevoerd over een minister die weigert vijf lintjes aan vrijwilligers te geven. Het debat gaat weer niet over oplossingen voor problemen in ons land. Terwijl er zo veel te doen is, wordt er zo weinig gedaan. Het debat gaat weer over ophef, over puinhopen en over geruzie in het kabinet Schoof. Telkens wordt er nieuwe ophef bedacht of gecreëerd om af te leiden van het falen van dit kabinet.

Op 4 juli 2024 vroeg ik wanneer het onderlinge geëtter en geëmmer in het kabinet klaar zou zijn. Toen was het minister Agema die met tweets ondermijnend aan het werk was. Nu is het minister Faber. Minister-president Schoof beloofde toen dat het geëtter en geëmmer vanaf dat moment klaar zou zijn. Hoe kijkt de minister-president terug op deze belofte? Is het gelukt? Heeft u zich aan uw woord gehouden? U bent geen politieke premier; u bent partijloos, dus dat maakt van u een soort manager. Lukt het met het managen van de kleuterklas?

De minister-president laat het allemaal gebeuren. Naast hem zit een minister die hem verwijt dat hij haar slechte huiswerk niet agendeert voor de ministerraad — openlijk, in de pers. Dat is geen strategie. Op deze manier lijkt het — en dat past precies in de strategie van de PVV — alsof iedereen de PVV tegenzit, alsof iedereen de PVV tegenwerkt. Ondertussen stemt de partij tegen voorstellen voor huurbevriezing, tegen goedkopere boodschappen en tegen lagere energierekeningen. Ik zei het net al: de heer Wilders kan goed debatteren, maar zijn fractie levert niet, en zijn ministersposten al helemaal niet. Ze leveren allemaal niet. Het is een peloton met prutsers.

PVV-minister Faber geeft 1 miljard uit aan commerciële noodopvang. En dat zal meer worden. Staatssecretaris Jansen bezuinigt op het ov — vandaag zijn ze aan het staken — en maakt het openbaar vervoer nog duurder. Agema bezuinigt op de zorg; ze sluit afdelingen van het Zuyderlandziekenhuis en staat torenhoge winsten in de zorg toe. Iedereen helpt eraan mee om die winsten in de zorg aan te pakken, maar zij werkt tegen. En nu mag de minister-president hier de rommel van Faber gaan opruimen, omdat zij niet wil tekenen voor vijf lintjes — vijf lintjes — voor vrijwilligers. Het is een schoffering; het is gênant. Ga nu eens de problemen van mensen in het land oplossen. Ga nu eens aan het werk voor Nederland. Om dat te doen, moet de minister-president ingrijpen. Als hij dat niet doet, moeten wij dat doen.

Tegen mevrouw Faber wil ik zeggen: houd de eer aan uzelf. Het enige wat u heeft bereikt, is ondermijning van kabinetsbeleid, voortdurende ophef en ruzie met gemeenten en uitvoeringsorganisaties. U wordt niet tegengewerkt, u bent de tegenwerking. U heeft geen probleem opgelost. Sterker nog: u zorgt niet voor goed asielbeleid, maar voor het allerduurste asielbeleid ooit, waarbij de rijkste gemeenten niets doen aan opvang en de commerciële beunhazen, hotelbazen en botenverhuurders, meer dan 1 miljard aan noodopvang verdienen. Het enige wat u heeft gedaan, is populistische, symbolische maatregelen nemen, zoals verkeersborden en grensposten, en nu het allerzieligste en sneuste symbool: het niet willen toekennen van vijf lintjes. Een motie van wantrouwen is meer dan op zijn plek.

Dank u wel.

De voorzitter:
De volgende spreker is mevrouw Yeşilgöz van de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Voorzitter. Debatten in dit huis horen te gaan over de inhoud en over de problemen van mensen in dit land. Die mogen niet vertroebeld worden door stukken rood vlees in de arena. Dus laten we alsjeblieft volwassen met elkaar omgaan en aan de slag gaan met oplossingen. Laten we aan de slag gaan met de grote uitdagingen in de wereld, zoals de mogelijke escalerende oorlog op ons continent. Ook dichterbij ligt er een uitdaging, want voor het eerst sinds lange tijd hebben we een meerderheid in de Tweede Kamer voor een strenger asielbeleid, waardoor echt het verschil gemaakt kan worden in Nederland.

Nederland wil grip op migratie. Dat vergt een minister van Asiel en Migratie die levert, die vanuit bestuurlijke volwassenheid migratie beter beheerst, die de juiste wetten maakt en zorgt voor draagvlak in beide Kamers. De minister van Asiel en Migratie moet daarmee bezig zijn, en niet met rare signalen zoals deze rondom lintjes. Hoezeer ik ook vrijwilligers waardeer voor hun inzet, wil ik de minister vragen hoe zij ervoor gaat zorgen dat de focus weer komt te liggen op het aanpakken van migratie en niet op onrust over signalen en beelden die de minister de wereld in helpt. Kan zij bevestigen dat zij alles in het werk stelt om tot effectief beleid en structurele oplossingen te komen? Daarvoor is steun nodig in beide Kamers. Deze minister moet aan de slag met de inhoud. We zouden het hier nota bene vandaag hebben over die inhoud. Er stonden drie asieldebatten gepland met de minister van Asiel en Migratie, en we staan nu hier met elkaar over dit onderwerp te debatteren. Dat draagt niet bij aan het grip krijgen op migratie. Het moet dus echt beter, zeg ik tegen de minister.

De VVD doet een stevig beroep op deze minister om ervoor te zorgen dat haar focus vanaf vandaag komt te liggen op grip op migratie. Dus: opvang voor echte vluchtelingen die onze bescherming nodig hebben en het terugsturen van mensen die hier niet horen en die misbruik maken van onze vrijheden. Daadkracht kan samengaan met professioneel besturen. Sterker nog, dit moet samengaan. Nederland snakt ernaar.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Een vraag van de heer Jetten.

De heer Jetten (D66):
Kan ik uit de inbreng van mevrouw Yeşilgöz opmaken dat volgens haar oordeel het optreden van minister Faber in de afgelopen weken absoluut niet voldoet aan het dictum "volwassen politiek en volwassen besturen"?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Daar heb ik me eerder over uitgelaten. Ik ben hier ook niet blij mee en ik vind het ook geen fraai beeld. Ik zou echt willen dat we bezig zijn met de inhoud zoals ik die net beschreef.

De heer Jetten (D66):
Helder. Vorig jaar, voor de zomer, was de coalitie bezig met het samenstellen van de kabinetsploeg. Zoals gebruikelijk droegen partijleiders toen kandidaten voor de ministersposten voor die aan die partij zijn toegewezen. Toen de naam van mevrouw Faber rondging, zei mevrouw Yeşilgöz op 14 juni vorig jaar dat dat een omstreden kandidaat was vanwege haar houding en eerdere uitlatingen. Ik kon dat heel goed begrijpen, want we hadden te maken met iemand die had gesproken over omvolkingstheorieën, die zei "mijn tweet klopt" en die een walgelijk vlaggetje met hele foute associaties droeg. Het was heel terecht om toen te zeggen dat mevrouw Faber een omstreden kandidaat was voor het ministerschap. "Ik weet niet of dat wel matcht met het ambt", zei mevrouw Yeşilgöz. Uiteindelijk stemde de VVD toch in met Faber op Asiel en Migratie. Na negen maanden geruzie, gedoe en, zoals mevrouw Yeşilgöz net ook haarfijn uiteenzette, eigenlijk geen enkele voortgang op het terrein van asiel en migratie, is mijn simpele vraag: is mevrouw Yeşilgöz tevreden met de keuze om de benoeming van Faber destijds te steunen of heeft ze daar nu spijt van?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik heb inderdaad destijds aangegeven dat het een niet onomstreden keuze was. Ik heb daarbij ook aangegeven — zo werkt dat in dit land en in dit huis — dat fractievoorzitters, lijsttrekkers en partijleiders zelf kiezen wie ze voordragen. Vanaf die dag tot en met vandaag zien de heer Jetten en de collega's mij, maar ook onze woordvoerder, heel erg strak sturen op wat er nu uit het kabinet komt. De heer Jetten weet hoe de VVD erin staat: 80% tot 90% van het hoofdlijnenakkoord zijn onze VVD-plannen om ervoor te zorgen dat minder mensen het land binnenkomen en dat degenen die binnenkomen wel de mensen zijn die onze hulp echt nodig hebben. Het is voor ons van groot belang dat die wetten op een degelijke manier worden voorbereid, maar ook dat ze straks door de beide Kamers kunnen, zodat ze het verschil kunnen maken in het land. Daar zullen wij strak op blijven controleren. Zoals ik al aangaf, helpen debatten zoals dat van vandaag daar allesbehalve bij.

De heer Jetten (D66):
Het is gebruikelijk dat als partijen iemand voordragen, dat alleen bij hele zware redenen wordt geblokkeerd. Het is ook echt de verantwoordelijkheid van de partijleider dat zo iemand in het kabinet zit. Ik heb dat net ook bewust aan de heer Wilders gevraagd. Maar om de plannen uit het regeerakkoord op het gebied van asiel en migratie voor elkaar te krijgen, is het wel nodig dat er een capabele bestuurder zit, die weet hoe het is om samen te werken met uitvoeringsorganisaties, met gemeenten en met de beide Kamers der Staten-Generaal om wetgeving erdoorheen te krijgen, om de uitvoering te verbeteren en om uiteindelijk de belofte aan de kiezer in te vullen. We kunnen toch wel concluderen dat deze minister, na al het geruzie, het gedoe, de chaos en het amateurisme, dat gewoon niet kan en dat deze Kamer — vrijwel de gehele oppositie, die nodig is voor meerderheden voor die wetten — deze minister niet meer vertrouwt. Als de VVD die plannen dus nog gerealiseerd wil krijgen, zou mevrouw Yeşilgöz eigenlijk moeten vragen om het vertrek van iemand die de eenheid van kabinetsbeleid doorbreekt en zou zij moeten zeggen: stel iemand aan die het wel kan.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Met de brief van gisteren is de eenheid heel erg duidelijk hersteld. We zullen dat straks in het debat ook horen. Maar goed, daar gaat dit debat ook over en er is natuurlijk alle ruimte voor collega's om daar vragen over te stellen. Ik eindigde niet voor niks mijn betoog zojuist met een dringend beroep op de minister om zich niet te laten afleiden van inhoudelijke taken. Die inhoudelijke taak is niet een stuk rood vlees in de arena, maar die inhoudelijke taak is zorgen dat die wetten op een degelijk manier door de Kamers komen. Om dat voor elkaar te krijgen, heb je een groot deel van deze Tweede Kamer nodig. Dat vind ik leidend, want dat betekent dat we in dit land dingen op een manier regelen zoals een meerderheid van de Nederlanders dat wil. Er is dus een reden waarom ik eindigde — en wat ik nu herhaal — met een dringend beroep op deze minister. Die verantwoordelijkheid rust daar en ik verwacht dat ze die ook echt oppakt.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter, tot slot. Dit dringende beroep van mevrouw Yeşilgöz op minister Faber had ik begrepen als het een aantal maanden geleden was geweest. Toen heeft zij dat ook gedaan, hoor. Maar een aantal maanden geleden was het nog wel acceptabel dat we nog een keer de minister van Asiel en Migratie streng toespraken en "ga eens aan het werk" tegen haar zeiden. Maar we hebben inmiddels te maken met een minister die bij de inloop van de ministerraad met een glimlach op haar gezicht zegt dat president Zelensky, bij wie u laatst te gast was, niet democratisch gekozen zou zijn. Daarmee ondermijnt zij gewoon de Europapolitiek van dit kabinet. Dit is een minister die de premier voor de bus gooit wat betreft de agenda voor de ministerraad. Dit is een minister die, in vak K en buiten vak K, van meerdere kabinetsleden heeft gezegd dat zij hun werk niet doen en dat zij het niet met hen eens is. Daarmee doorbrak zij de eenheid van het kabinetsbeleid. Dit is een minister die nu vrijwilligers in onze mooie samenleving heeft geschoffeerd.

We zijn het punt gepasseerd waarop we de minister nog een keer streng aanspreken. Dit is geen volwassen politiek; dit is gewoon ronduit amateurisme. VVD'er Thierry Aartsen zei het gisteren in het mondelinge vragenuur eigenlijk heel goed. Iets als een minister die niet verder komt dan elke keer hetzelfde riedeltje afdraaien, had collega Aartsen in de kleuterklas van zijn eigen kind niet eens gezien. Als u vraagt om volwassen politiek, dan kunt u dus niet accepteren dat de grootste kleuter de minister is met de belangrijkste taak van dit kabinet. Ik ben heel erg benieuwd welk oordeel mevrouw Yeşilgöz aan het eind van dit debat gaat vellen.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Uiteindelijk maak ik mijn afweging op een aantal onderdelen. Ik vind het goed dat de minister met de brief van gisteren het beeld herstelt en zegt te betreuren hoe dat beeld is ontstaan. Nou, we zullen het straks verder horen. Eenheid van kabinetsbeleid is een feit. Vervolgens vind ik dat we te maken hebben met een hele duidelijke verkiezingsuitslag en een duidelijke wens van een meerderheid van de Nederlanders. Zij zeggen: zorg nou dat je mooi, degelijk beleid hebt om ervoor te zorgen dat in dit land heel veel dingen beter gaan. Als het hierover gaat, betekent dat dat minder mensen ons land binnenkomen en dat degenen die hier binnenkomen, rechten hebben en fatsoenlijk opgevangen kunnen worden. Daar zal ik haar aan houden. Daar zal ik dit kabinet aan houden. Ik ben het ontzettend met de heer Jetten eens dat keer op keer een beeld herstellen wel vermoeiend begint te worden. Dat is niet wat we met elkaar willen. Maar uiteindelijk sta ik hier wel omdat ik verder wil. Ik wil dat die asielwetten erdoor komen. Ik wil dat we dat in dit land fundamenteel veranderen. Dat is waarnaar ik vooruitkijk. Daarom doe ik een dringend beroep op de minister om die taak serieus op te pakken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Als je echt leiderschap wilt uitstralen en volwassen wilt zijn, dan kan je niet van twee walletjes eten. Als mevrouw Yeşilgöz voortdurend op de chaos wijst met "we zouden het over andere dingen moeten hebben", "het moet gaan over de inhoud" en "wat erg dat we nu weer zo'n debat hebben", dan zou ik haar willen vragen hoe zij haar eigen verantwoordelijkheid ziet. Zij wil de volwassen leider zijn. Is zij in staat te reflecteren op de vraag hoe we in deze situatie terecht zijn gekomen?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik ben minder bezig met wat ik wil uitstralen; ik ben bezig met wat ik wil regelen voor de mensen thuis. Vervolgens zie ik een kabinet dat hard bezig is om ervoor te zorgen dat er huizen worden gebouwd, dat er veiligheid is, dat we Oekraïne steunen en dat we onze defensie versterken. Op het moment dat dingen niet goed gaan, staan we hier ook en voeren we het debat met elkaar. Maar het gaat om wat we uiteindelijk leveren voor de mensen thuis. Het gaat hier, in ieder geval wat mij betreft, niet om wat ik wil uitstralen of om een spel dat wij hier spelen. Daarom spreek ik de minister aan op haar verantwoordelijkheden. Die hebben niks te maken met signalen de wereld in sturen. Die hebben te maken met degelijke wetten door de Kamers krijgen. Daar zal ik haar aan houden. Ik ben blij dat we hier vandaag een streep onder kunnen zetten, dat de eenheid van het kabinetsbeleid hersteld is en dat we vooruit kunnen. Dat is mijn hoop. Ik hoop dat we zo dit debat uit gaan en dat heel snel mijn woordvoerder in deze zaal weer aan de slag kan met het behandelen van de inhoudelijke wetten, zoals het hoort.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil de voorzichtige suggestie doen dat dit niet bepaald volwassen leiderschap is. In de kern verschilt het niet zo veel van wat we mevrouw Faber hier gisteren hebben zien doen. Ik geef meteen toe dat mevrouw Yeşilgöz het een stuk beter doet. Maar in de kern komt het toch neer op het onvermogen of de onwil om te reflecteren op je eigen handelen. Het was mevrouw Yeşilgöz die besloot een strategische zet te doen waardoor de PVV behoorlijk groot werd bij de verkiezingen. Het was mevrouw Yeşilgöz die vervolgens besloot om dan toch maar in een regering te stappen met de PVV. Nu moeten we de hele tijd horen dat het heel vervelend is dat we geen debatten kunnen hebben over de inhoud en dat de problemen niet worden opgelost. Volgens mij hoort bij volwassen leiderschap, zeker in deze tijden, dat je laat zien dat je daarop kunt reflecteren. In plaats daarvan horen we mevrouw Yeşilgöz met een stalen gezicht een boodschap verkondigen waarvan zij heeft bedacht: deze doet het goed bij de kiezers. Ik weet het niet, maar ik zou er niet intrappen.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik denk niet dat mevrouw Ouwehand mijn kiezer is, heel eerlijk gezegd, maar goed, we kunnen het altijd samen proberen. Ik ben op dit moment echt veel minder bezig met een campagne of een uitstraling of elkaar de schuld geven. Van mij mag u dat allemaal invullen zoals u dat wilt, zeg ik via de voorzitter. Mij gaat het erom dat wij leveren voor de mensen in dit land. De verkiezingsuitslag was ontzettend duidelijk. In het hoofdlijnenakkoord heeft de VVD meer voor elkaar gekregen dan in lange tijd. Voor mij is er wat aan gelegen dat we ervoor zorgen dat we daarop leveren. Dat gaat voor mij over: zorgen dat er minder mensen het land binnenkomen en dat mensen die hier zijn daartoe ook echt het recht hebben en goed opgevangen worden. Het gaat over zorgen voor lastenverlichting, Oekraïne steunen, investeren in onze defensie. Daar ben ik met mijn collega's van de VVD-fractie en vanuit het kabinet dag en nacht mee bezig. Dat zullen wij absoluut niet nalaten. Op het moment dat ik het idee heb dat iemand ons daarvan afleidt, zal ik ook een beroep doen op diegene om dat niet te doen. Dat is precies wat ik in dit debat nu doe.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan wil ik toch concluderen dat in deze tijd … Ik ben het met mevrouw Yeşilgöz eens: de tijden zijn angstaanjagend. Dus we zullen ook een kabinet moeten hebben waar Nederlanders vertrouwen in kunnen hebben om samen de verantwoordelijkheid te dragen, onder andere om de oorlog op ons continent te stoppen, verdere escalatie te voorkomen en te zorgen voor vrijheid en veiligheid. Dat vraagt natuurlijk wel dat je ook echt de verantwoordelijkheid neemt en ook durft te reflecteren als daarom gevraagd wordt. Want anders zijn al die woorden toch echt een lege huls; het spijt me dat ik het moet zeggen. Dat kunnen we ons niet veroorloven, juist nu. Daar spreek ik mevrouw Yeşilgöz op aan. De VVD heeft een hele grote verantwoordelijkheid in de afweging: gaan we nu door met een kabinet dat van ruzie naar ruzie naar ruzie gaat, geen problemen oplost en geen verantwoordelijkheid draagt of maken we een andere keuze en reflecteren we op onze eigen rol daarin? Dat zou het leiderschap zijn dat we nu nodig hebben.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik herhaal het toch nog een keer. Er zit hier een kabinet waardoor afgelopen negen maanden miljarden aan lastenverlichting richting huishoudens en ondernemers is gegaan. Er is enorme steun naar Oekraïne gegaan. Op hoog tempo wordt defensie versterkt. Er is een minister dag en nacht bezig met groene groei en ervoor zorgen dat industrie hier juist wel blijft. Ik kan zo een hele lijst aflopen van wat in negen maanden concreet gerealiseerd is. En als iemand mij zou vragen of het voldoende is, zeg ik nee. We beginnen net en wat mij betreft realiseren we veel meer. Dus hier nu meegaan in een beeld dat er helemaal niets gebeurt, ga ik absoluut niet doen. Ik ben juist blij met de daadkracht die ik zie vanuit heel veel kanten in het kabinet. Op het moment dat dingen niet goed gaan, sta ik hier om verantwoordelijkheid te nemen en sta ik hier om verantwoordelijkheid te vragen. Sterker nog, dan doe ik ook een beroep op iedereen om in de lijn te gaan, want we zijn hier om te leveren voor de mensen thuis en niet voor iets anders.

De heer Bontenbal (CDA):
Wat me steeds opvalt in het standpunt van de VVD, is dat de VVD zich vaak als toeschouwer positioneert, toeschouwer van dit kabinet, op het moment dat het ze uitkomt. De successen worden gevierd, maar bij dit soort dingen zie ik de VVD even achterover gaan zitten en toeschouwer spelen. Dit kabinet blijft zitten dankzij de steun van de VVD. Deze bewindspersoon blijft ook zitten dankzij de steun van de VVD. Zij kan doen en laten wat ze doet, dankzij de steun van de VVD. Ook wat deze brief zegt … Het is een brief met vage taal, een brief zonder excuses; dat heeft de heer Wilders ook zelf toegegeven. Het is een vage brief waarin een bypass gecreëerd wordt. Die brief is er mede namens u. Waar ligt voor mevrouw Yeşilgöz zelf de morele ondergrens voor wat nog toelaatbaar is voor deze bewindspersoon?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik ben geen toeschouwer. Het hele hoofdlijnenakkoord is ongeveer 95% van mijn verkiezingsprogramma. Ik sta hier met een enorm verantwoordelijkheidsgevoel en elk debat dat ik hier sta, sta ik dat te verdedigen. Als ik ergens wat van vind, dan weet de heer Bontebal dat ook. Dit onderwerp is al een tijdje gaande en ik heb er al eerder wat van gevonden. Ik trek mijn handen er niet vanaf, ik heb er een mening over. Ik kom met een standpunt en vervolgens doe ik hier een beroep op de minister om haar taak serieus te nemen en bezig te zijn met de inhoud. Dat is wat je dan doet. De heer Bontenbal zegt: het kabinet blijft zitten dankzij de VVD. Ja, ik geloof niet dat de stekker eruit trekken en nu verkiezingen uitschrijven het beste is voor mensen in land die willen dat we leveren. Als u mij daarop nu de maat neemt, dan klopt dat: daar ga ik niet voor. Ik kijk liever hoe we vooruit komen, zodat we die wet wel behandelen, zodat hij wel door de Eerste Kamer gaat, zodat wel het verschil in het land wordt gemaakt. Daar doe ik dan vervolgens alles aan. Dus ik pak die verantwoordelijkheid, maar ik vul hem inhoudelijk in omdat ik wil leveren voor de mensen thuis. Dat is het verschil, denk ik dan.

De heer Bontenbal (CDA):
Mevrouw Yeşilgöz doet iets wat vaak in debatten gebeurt, namelijk één stukje uit een heel betoog halen. Ik heb nergens gezegd dat het kabinet moet klappen. In mijn inbreng heb ik juist gevraagd: brengt dit wel iets? U legt mij dus, denk ik, iets in de mond wat ik niet gezegd heb. Mijn vraag ging over waar de morele ondergrens voor de VVD zelf ligt. Om 'm iets preciezer te maken, want ik denk niet dat ik anders antwoord krijg: vormt deze bewindspersoon inmiddels niet ook een blokkade voor effectief beleid? Deze bewindspersoon moet straks twee hele complexe wetten door de Kamer gaan loodsen. Er is nog weinig werk verzet om daar een gesprek over te hebben. Wat tot nu toe gebeurd is, is het schofferen van de Kamer. Wat tot nu toe gebeurd is, zijn heel moeizame debatten, waarin gewoon echt geen antwoord is gegeven op vragen. Ik houd mijn hart vast voor die wetsbehandeling. U weet van het CDA dat wij een aantal zaken ook strenger willen in het asielbeleid. Op een aantal punten hebben wij vragen over die wet. Wij willen een heel goede, inhoudelijk robuuste wetsbehandeling, maar ik vraag mij zeer sterk af of dat gaat lukken. Als wij moeten concluderen dat deze bewindspersoon zelf de blokkade wordt voor het beleid dat u voorstelt, waar ligt dan voor u de grens? Dit werkt toch ook niet meer?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ten eerste is de positie van het CDA niet uniek dat er degelijke wetgeving moet komen om ervoor te zorgen dat in dit land dingen beter gaan. De VVD heeft dat niet voor niets in het hoofdlijnenakkoord opgenomen en in het regeerprogramma verankerd. De VVD volgt dat niet voor niets nu al een jaar op en controleert erop. Dat is een ongelofelijk belangrijk punt voor ons. Sterker nog, het zijn onze wetten, die wij als VVD al jaren willen. Dat is ook een reden waarom ik een beroep doe op deze minister. Dit is precies de reden waarom ik hier sta en denk: wat levert het op om te zeggen "laten we hier nog dagenlang over debatteren, mensen naar huis sturen, het kabinet laten vallen"? Dan komen die wetten er niet door, maar ik wil dat die wetten er wel degelijk doorheen komen.

Ik verwacht dan ook van alle partijen die zeggen echt te vinden dat er minder asielzoekers naar dit land moeten komen, dat ze daar ook op die manier serieus naar zullen kijken. Ik verwacht dat dat leidend zal zijn ten opzichte van of de toon ze helemaal bevalt. De wens om een degelijke behandeling deel ik volledig met de heer Bontenbal en dat weet hij. Sterker nog, in elk debat waarin hij daarnaar vraagt, komt hij de VVD tegen omdat wij precies dezelfde punten inbrengen. Daarin verschillen wij absoluut niet van mening.

De heer Stoffer (SGP):
Eerst een opmerking terzijde. Het viel mij op hoe keurig de heer Bontenbal zich uitdrukte, ook als hij sprak over de minister. Ik hoor hier ook een aantal keren kwalificaties als "prutser" en "kleuter"; daar stoor ik mij eigenlijk best aan. Dat moeten we niet doen. We kunnen het volgens mij eens zijn met de minister of niet, maar een minister is hier te gast in de Kamer en die spreek je netjes aan. Dat wil ik vooraf gezegd hebben.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Die was niet voor mij bedoeld, neem ik aan. Toch?

De heer Stoffer (SGP):
Dit was zeker niet voor mevrouw Yeşilgöz bedoeld. Het was eigenlijk gewoon een punt van orde.

Dan mijn inhoudelijke punt. Ik heb zojuist gekeken en het lijkt erop dat de eerstvolgende verkiezingen voor de Kamer in het voorjaar van 2028 zijn. Ik wist niet eens dat het nog zo ver weg was, maar het duurt dus nog een jaar of drie. Ik ben het eens met wat mevrouw Yeşilgöz zei: er liggen goede plannen. De uitvoering vergt vanuit mijn optiek nog wel enige aandacht. Daar moet nog wel wat aan gebeuren. Maar volgens mij staan we er hetzelfde in. Als deze plannen uitgevoerd worden, dan gebeuren er grotendeels goede dingen voor Nederland. Maar in die drie jaar zullen er ook nog heel vaak lintjes uitgereikt moeten worden. Ik ben het met mevrouw Yeşilgöz eens dat dat niet moet zoals dat nu gegaan is en zoals dat nu door de minister van Asiel en Migratie gedaan is. Mijn vraag is: hoe vindt mevrouw Yeşilgöz dat dit de volgende keer moet?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Als ik mij niet vergis, heeft de heer Stoffer eerder in zijn interrupties aangegeven wat de procedure zou zijn als een minister om wat voor reden dan ook ergens van wil afwijken. Dan kun je het in de ministerraad brengen en daarmee zorg je ervoor dat het daarna op een goede manier geregeld is. Ik hoop eerlijk gezegd ook dat de minister terugkijkt op dit proces en denkt: "Dit is niet wenselijk, voor niemand niet, voor de eenheid van beleid niet, voor die vrijwilligers niet, voor het land niet, voor deze Kamer niet. Dit had anders gemoeten." Maar ik heb ook heel duidelijk gezien wat de oplossingen zijn als er een andere afweging wordt gemaakt. Volgens mij is daar vanuit de procedure ruimte voor en moet het op deze manier ook gewoon goed gaan. Uiteindelijk — daarover denken de heer Stoffer en ik volgens mij exact hetzelfde — zijn dit niet debatten die je over de ruggen van vrijwilligers moet gaan voeren, wat de inhoud ook is en wat je mening ook is. Dit moeten we gewoon niet meer meemaken.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Ik heb dezelfde vraag als die ik net aan uw coalitiegenoot van NSC stelde: kan de leider van de VVD mij uitleggen waarom de VVD nog vertrouwen heeft in minister Faber?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Mij gaat het om de wetten die ik erdoorheen wil krijgen, het beroep dat ik op haar doe en het briefje dat we gisteren hebben gehad waarop staat: ik betreur het beeld en ik schaar me achter de eenheid van kabinetsbeleid. Ik wil vooruit; ik wil vooruit met de inhoud. Dat vind ik belangrijker dan die vraag op deze manier hier beantwoorden.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Wederom is dit een zorgwekkend antwoord. Eigenlijk wordt hier nu door NSC én de VVD gezegd: "Het maakt niet uit of we de minister wel of niet vertrouwen; de asielwetten moeten erdoorheen. Als we hier nu iets van vinden, klapt misschien het hele kabinet in elkaar." Dat is, om met de woorden van de heer Bontenbal te spreken, "cynische politiek". Zo kun je niet het ambt van de minister beoordelen. Zo kun je niet omgaan met het belang van de maatschappij. Ik kan het als oppositielid betreuren. Ik ben namelijk niet in deze circuscoalitie gestapt, maar de VVD wel. Ik kan er echt niet bij dat de VVD zegt: "Ik vind het allemaal prima. Het maakt niet uit wat er gebeurt. Ik kan iemand terugfluiten zo veel als ik wil, als ik mijn wetten er maar doorheen krijg." Dat is geen verantwoordelijk bestuur. Dat is geen betrouwbaar bestuur. Ik begrijp het echt niet. Dus wederom — help mij hiermee — waar zit het vertrouwen van de VVD nog in deze minister?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Met alle respect, deze interruptie heeft vrijwel niets te maken met mijn antwoord. Het is echt onzin; het is écht onzin. Ik heb mij al dagen geleden uitgelaten over wat er allemaal gebeurd is rond de lintjes. Ik heb dat al dagen geleden gedaan. Alle voorgaande keren heeft de heer Jetten namens mij al benoemd waarover ik mij heb uitgelaten. Ik heb nooit ergens gezegd: het is allemaal prima; het interesseert me niet. Er zit een verschil tussen mij en mevrouw Koekkoek. Ik hou voor ogen waarom ik hier sta, namelijk om te leveren voor de kiezers. Dát vind ik het belangrijkste. Ik kies daarvoor. Ik kies ervoor om te kijken naar wat we met elkaar hebben afgesproken, wat dit land nodig heeft en waar ik op kan leveren. Dat is mijn enige focus. Ik wil het verschil maken voor de mensen thuis. Dat is de afweging die ik maak. Daar kan mevrouw Koekkoek van alles van vinden, maar voor mij is het belangrijk dat deze minister met de afspraken aan de slag gaat, omdat dat op dit moment de enige manier is om ervoor te zorgen dat die wetten er straks goed doorheen komen en we echt verschil in het land kunnen maken. Daarvoor sta ik hier. Ik heb geen andere reden om hier in de politiek te zijn dan om te leveren voor de mensen thuis.

De voorzitter:
Ik schors drie minuten. Dan gaan we luisteren naar de heer Van Baarle.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen. Ik geef zo het woord aan de heer Van Baarle van de fractie van DENK, maar ik begrijp dat de heer Timmermans eerst een punt van orde heeft.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter. Ik zie net in de media dat vicepremier Agema heeft gezegd dat zij wel getekend zou hebben voor deze lintjes. Het lijkt me dus nuttig om haar te vragen zich te voegen in vak K voor het debat.

De voorzitter:
Ja, ach ja, waarom niet? Dan moet ik even kijken of er een meerderheid bestaat voor dat verzoek. Als daar een meerderheid voor bestaat, ga ik het weer op een telefoneren zetten.

De heer Van Baarle (DENK):
Steun voor het verzoek, voorzitter.

De heer Jetten (D66):
Ja, dat lijkt me prima, vooral omdat naar aanleiding van een eerder debat de minister-president ons verzekerd heeft dat vicepremier Agema zich niet meer zou uiten over zaken die aan de orde zijn in de Kamer terwijl dat debat nog bezig is.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Voorzitter. Het kabinet wordt steeds minder een eenheid, dus steun voor het voorstel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Steun.

De heer Dijk (SP):
Steun. Leuk.

De voorzitter:
Stem Provo, kèjje lachen! Er is geen meerderheid, meneer Timmermans. Het spijt me.

We gaan luisteren naar de heer Van Baarle van de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Wanneer is de maat vol met minister Faber? Wanneer trekken we een lijn tegen dit rondreizende circus? Wanneer besluiten we om de volslagen incompetentie, de horkerigheid, het gebrek aan fatsoen, het gebrek aan zelfreflectie, het xenofobe populisme, het aan de laars lappen van de ministeriële verantwoordelijkheid, het schofferen van de Kamer, het schofferen van de samenleving en van vrijwilligers, het niet in staat zijn om antwoorden te geven, het ondermijnen van de eenheid van het kabinetsbeleid, het weigeren om het eigen beleid uit te leggen, het komen met absurde plannen, het steeds maar terugvallen op grijsgedraaide xenofobe oneliners in plaats van verantwoording af te leggen, niet meer te accepteren en deze minister een enkeltje naar huis te geven?

Want deze minister is niets meer dan de incompetente spreekbuis van Wilders. In opdracht van haar grote leider wordt zij bijna wekelijks ingezet om chaos te creëren, dwars te liggen en de aandacht af te leiden van waar het om gaat. Deze minister maakt er een puinhoop van. De PVV heeft alle beloftes aan Nederland bij het grofvuil gesmeten. Daardoor keldert de PVV in de peilingen. Wilders en Faber willen niet dat het daarover gaat. Daar willen ze van afleiden. Daarbij is het elke week hetzelfde: de minister praat haar mond voorbij, komt met absurde of onware uitspraken, verrast iedereen met idiote besluiten en toont zich de schandvlek van de Nederlandse regering wanneer Wilders op X zegt dat het allemaal fantastisch gaat.

Dit debat gaat dan ook niet over minister Faber, want met minister Faber kan je helemaal niet debatteren. Dat wil ze niet en dat kan ze niet. Dit debat gaat over de vraag hoelang deze premier en deze coalitie het gedrag van Wilders en Faber blijven tolereren. Want deze premier dacht vandaag makkelijk weg te komen door de Kamer te ontlopen, maar moet hier toch wederom verantwoording afleggen over het wangedrag van minister Faber. Hoe kwam het eigenlijk in het hoofd van deze premier op om vandaag niet in de Kamer te komen opdagen? Ziet deze premier niet in dat hij hiermee zijn zwakte toont? Hoelang gaat deze premier zich nog laten piepelen door zijn incompetente collega? Hoelang staat hij nog toe dat het een puinzooi is omdat hij en zijn kabinet gegijzeld worden door Wilders en de PVV?

Nederland smacht naar oplossingen voor de dagelijkse problemen, en niet naar wekelijks wangedrag van een minister die niks kan, niks weet en niks doet. We moeten het de PVV niet meer toestaan om af te leiden van het eigen falen. We moeten debatteren over het feit dat de PVV een recordverhoging van de huren doorvoert en huurders in dit land in de steek laat. We moeten het hebben over dat de PVV de benzine en diesel straks nog duurder gaat maken. We moeten het hebben over dat de PVV het ov onbetaalbaar maakt. We moeten het hebben over de onbetaalbare boodschappen en over dat Nederlanders door het beleid van de PVV naar België en Duitsland vluchten om hun boodschappen te kunnen doen. We moeten het hebben over de recordbezuiniging op het onderwijs die de PVV doorvoert. We moeten het hebben over dat mensen door de PVV hun energierekening niet meer kunnen betalen. Daar zit de oorzaak van de ellende in het land, daar in dat vak, daar alleen en nergens anders: de PVV. Laat ze er niet in slagen om daar de aandacht van af te leiden.

Voorzitter. Dit kabinet is een extreemrechts kabinet. Als je een extreemrechts kabinet in het zadel helpt, dan krijg je extreemrechtse taferelen. Niet alleen een minister …

De voorzitter:
Ik heb eerder gevraagd het woord "extreemrechts" niet te gebruiken, zeker in de richting van het kabinet, want het is een nazivergelijking. Dat vind ik erg ver gaan.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat vindt u, voorzitter. Ik vind van niet. Ik sta erop dat ik dit mag zeggen. Ik sta er ook op dat ik mag zeggen dat ik vind dat u een dubbele maat hanteert. Want de meest verschrikkelijke dingen mogen hier in dit huis over Nederlandse moslims, over Palestijnen en over nog veel meer andere minderheden gezegd worden, maar als ik mijn volksvertegenwoordigende taak vervul door dit kabinet, wat een extreemrechts kabinet is, zo te noemen, dan mag dat van u niet. U laat uw politieke voorkeur blijken.

De voorzitter:
Was dat meteen uw bijdrage?

De heer Van Baarle (DENK):
Nee, voorzitter. Want ik hecht eraan het volgende te benadrukken. Als je zo'n kabinet in het zadel hijst, dan krijg je dit soort praktijken: een kabinet dat moslimjongeren met verschrikkelijke uitspraken voor de bus gooit en verschrikkelijke uitspraken doet over dames met een hoofddoek, omdat er bewindspersonen in dit kabinet zitten die omvolking hebben gepredikt. Wat ons betreft moet daarom niet alleen minister Faber weg; dit hele kabinet moet weg.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Ouwehand van de fractie van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Dit debat gaat niet over lintjes, maar het gaat wel over alles wat het zegt dat de minister van Asiel en Migratie besloot, al dan niet na overleg met haar partijleider, om een groot circus te maken van het weigeren van het geven van lintjes aan mensen die taallessen geven aan vluchtelingen, die zijn gevlucht voor oorlog en geweld. Het zegt dat je de problemen niet wíl oplossen. De meeste mensen in Nederland vinden dat vluchtelingen, mensen die vluchten voor oorlog en geweld, opvang verdienen. Vervolgens wil je ook dat dit goed gaat, dus moeten we investeren in de keten en in de IND, om ervoor te zorgen dat mensen zo snel mogelijk mee kunnen doen. Het is fijn als we met elkaar de taal spreken.

Dat wil je allemaal niet. Wat je wil — en dan kijk ik naar Wilders — is dat het gaat over asiel en migratie en dat je kan ophitsen, omdat dat jou politiek gewin oplevert. Je wil ophef voor je eigen politieke positie, niet de problemen oplossen. Het zijn niet eens de minister van Asiel en Migratie en Wilders die hier hoofdverantwoordelijk voor zijn, want dit is mogelijk gemaakt door de VVD, die in al haar wijsheid besloot om de deur open te zetten — de PVV werd groot; dat konden we zo voorspellen — en vervolgens in deze coalitie te stappen, en ook deze minister gewoon te laten benoemen, terwijl we wisten uit welk hout ze gesneden was: puur treitergedrag, samen met de heer Wilders. Ophefpolitiek, mensen tegen elkaar uitspelen; dat is wat ze doen. Dat konden we toch al zien? Er was 100% sprake van treitergedrag toen de burgemeester van Arnhem, Ahmed Marcouch, werd benoemd. De minister heeft omvolkingstheorieën verspreid. De minister bleef volharden: mijn tweet klopt. En dan nu verbaasd zijn? Ik dacht het toch niet!

Voorzitter. Dit debat gaat niet over lintjes, maar over de vraag hoelang de coalitiepartijen deze totale schadelijke politieke experimenten nog laten doorgaan. Want dit land heeft behoefte aan een kabinet dat de problemen oplost. Je kan niet de hele tijd hier komen janken "het gaat niet over het oplossen van de problemen" als je zelf deze crisis hebt gecreëerd en in stand houdt. 150.000 kinderen leven nog steeds in armoede. Die kinderen hebben geen bed. Die kinderen hebben te weinig te eten. Deze coalitie kiest ervoor om de rijken niet verder te belasten en deze situatie gewoon te laten voor wat die is. Het klimaat warmt op waar we bij staan. De basis voor ons vrije leven wordt aangetast. De dieren betalen al de hoogste prijs, omdat Wilders ze heeft uitgeleverd aan de BBB.

De hele coalitie zegt: o, we hadden ons niet gerealiseerd dat het stikstofprobleem zo ingewikkeld was. Ja, dan heb je dus zes jaar lang geen kranten gelezen! Dan ben je bij voorbaat al niet geschikt om een ministerspost te bekleden. Ik begrijp nog steeds niet waarom de minister-president ja heeft gezegd tegen deze functie. Maar als je dat gedaan hebt, moet je wél je rol pakken. Waarom moest de Kamer nu wéér vragen: wil je alsjeblieft ook komen? Dit hoort er gewoon bij! Er is sprake van schadelijk en walgelijk gedrag van een van de ministers. Er is sprake van het doorbreken van de eenheid van het kabinetsbeleid. En de minister-president denkt "ik ga even iets anders doen"? Dan ben je niet geschikt!

Voorzitter. Deze tijden vragen om een kabinet waar Nederland vertrouwen in kan hebben. Deze tijden vragen om een kabinet dat mensen niet omwille van eigen politieke belangen tegen elkaar uitspeelt. Die godgeklaagde ophitspolitiek de hele tijd! Dit gaat ten koste van kwetsbare mensen. De basis van ons bestaan wordt verwaarloosd. De basis van onze natuur en van ons klimaat wordt verwaarloosd. En dan wel een grote mond hebben over de vrede en veiligheid? Ja, dat gaat dus niet. Het is tijd dat deze coalitie ophoudt en we verdergaan met mensen die de problemen in dit land willen oplossen.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Plas van de BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter en burgers thuis en mensen op de tribune die dit debat ook volgen. Laat ik beginnen met de weigering van minister Faber om te tekenen voor een lintje voor vrijwilligers die werkzaam zijn in de asielsector. Dat was, wat BBB betreft, onbegrijpelijk. Daar heb ik me ook luid en duidelijk over uitgelaten.

De koninklijke onderscheidingen zijn bedoeld voor mensen die zich belangeloos inzetten voor de samenleving en daar hoort geen politieke voorkeur bij. Zonder deze vrijwilligers zou Nederland stilvallen. Ze zijn de ruggengraat van onze samenleving. Daar hoort geen partijpolitiek bij. Dat hebben we van het begin af aan duidelijk gemaakt.

Maar de onderscheidingen worden uitgereikt. De minister staat achter het kabinetsbesluit, heeft ze laten weten. Deze lintjes hóren ook te worden uitgereikt. Maar toch zijn we vandaag getuige van een politiek circus met een aangekondigde motie van wantrouwen als apotheose. Ik vind dat onvolwassen, respectloos richting de kiezer en onverantwoord. We mogen kritiek hebben op de houding van een minister — dat is gezond en dat hoort bij deze democratie — maar dat mag het grotere belang van stabiliteit en vooruitgang niet in de weg staan.

Deze motie is buitenproportioneel en een verkeerd signaal naar de mensen thuis, zeker gezien de grote uitdagingen waar ons land voor staat. We moeten huizen bouwen, we moeten boeren een toekomst geven, Nederland veilig houden, de instroom verlagen, zorgen dat mensen hun rekeningen kunnen betalen, zorgen dat we bedrijven in Nederland houden, zorgen dat we de economie op orde houden. Afgelopen week was er een mogelijk terroristische aanslag in Amsterdam. We hebben er niemand over gehoord in de Kamer. Inmiddels hebben wij daar een debat over aangevraagd. Dit zijn de zaken die belangrijk zijn voor Nederland.

Voorzitter. Dit is geen debat over lintjes. Voor mij heeft het alles weg van een gecoördineerde poging om een kabinet met een voor sommigen onwelgevallige signatuur te beschadigen, niet vanwege de inhoud, maar vanwege wíé er zit. Dit heeft wat mij betreft weinig met het landsbelang te maken. Tegen de mensen thuis zou ik willen zeggen: weet dat vele Kameleden vandaag bezig zijn met allerlei andere debatten. Dit debat is niet het enige debat dat hier plaatsvindt. Dagelijks zijn hier tientallen debatten. Vandaag zijn er debatten over stikstof en natuur, over vrouwengezondheid, over stages in het onderwijs en aansluiting op de arbeidsmarkt, over het klimaat, over de bereikbaarheid in Nederland, over kinderen in de asielopvang. Al die debatten worden hier vandaag ook gehouden. Dit is niet het enige waarmee we bezig zijn. Ook morgen zijn hier weer tientallen debatten, over alles wat belangrijk is voor Nederland. Onze Kamerleden bijvoorbeeld hebben debatten over landbouw, over een vuurwerkverbod, over mijnbouw, over provinciale en gemeentefinanciën, over zzp, over zeden en onveiligheid van vrouwen, over de NCTV en de politie, over ruimtelijke ordening, over regio's en grensoverschrijdende samenwerking, over spoorgoederenvervoer, over digitalisering en leermiddelen in het basisonderwijs, over buitenlandse handel.

Dit is nog maar een greep uit de debatten die hier vandaag en morgen plaatsvinden. Desondanks schaam ik me ook een beetje dat we op dit moment hierover een debat voeren. Maar laat Nederland in ieder geval dit weten: echt mensen, dit is echt niet het enige waar we mee bezig zijn. Ik ben overstelpt met mailtjes over wat we hier aan het doen zijn en of we geen betere dingen te doen hebben. Er zijn hier 150 Kamerleden. Die zijn vandaag, morgen, alle dagen hard aan het werk voor Nederland.

Dank u wel.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Zo is dat, mevrouw Van der Plas, zou ik willen zeggen via de voorzitter. Er gebeurt heel veel in dit huis en wat is het irritant dat we hier eindeloos bezig zijn met gepruts, omdat deze minister van Asiel en Migratie het zo nodig vond om vrijwilligers compleet over de kling te jagen voor haar eigen persoonlijke opvatting. Dat is wat er aan de hand is. En ja, ik heb mevrouw Van der Plas hier eerder helder over gehoord, tot gisteren toe, tot 1 april. Toen gaf ze ook duidelijk aan dat ze het echt superirritant vond wat minister Faber had gedaan. Iets meer reflectie op dat punt had ik wel gewaardeerd en eigenlijk ook wel van BBB verwacht. Wat verwacht mevrouw Van der Plas dat de minister doet? Al die vrijwilligers doen onbaatzuchtig dag in, dag uit heel goed werk voor onze samenleving. Is ze het met mij eens dat het een minister past om deze vrijwilligers juist hulde te brengen en excuses te maken voor het ongelofelijke, irritante gedoe over die lintjes waar we nu al dagen mee bezig zijn?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb eerder deze week gezegd dat ik hoop dat mevrouw Faber excuses maakt aan deze vrijwilligers, maar eigenlijk aan alle vrijwilligers in Nederland, omdat het vrijwilligerswerk eigenlijk lelijk is gemaakt. Dat is iets wat heel goed en mooi is. Ik zei het al: vrijwilligerswerk is de ruggengraat van de samenleving. Vele verenigingen, kerken en organisaties en de zorg en het onderwijs — op scholen zijn ook veel vrijwilligers en in de zorg ook — zouden gewoon niet meer kunnen bestaan zonder deze vrijwilligers. En ik vind dat het … Het doet mij oprecht zeer dat deze mensen nu onderwerp zijn geworden van een lelijk debat.

Ik heb ook de hele tijd gezegd: teken gewoon; teken gewoon! Deze mensen doen vrijwilligerswerk. Zij zetten zich in voor de samenleving. Wij kunnen dat werk niet allemaal leuk vinden. Sommige organisaties waar vrijwilligers werken, zijn ook niet mijn favoriete organisaties, maar ze helpen op hun manier mee aan een ideaal dat zij belangrijk vinden. Dus ja, die reflectie kunt u nog een keer van mij krijgen, maar ik kan geen excuses eisen. Ik heb niks te eisen. Ik kan het noemen, want dat klinkt dan lekker hard …

De voorzitter:
Ja, ja, ja.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
… maar een minister gaat er zelf over of zij vindt dat zij dat moet doen en of ze daar achter staat.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ga helemaal mee met mevrouw Van der Plas wanneer zij zegt dat het absoluut verstandig zou zijn als de minister zou zeggen: "Ik heb hart voor de samenleving. Ik sta op voor die vrijwilligers. Sorry mensen, dat had ik niet zo moeten doen." Daar zijn we het helemaal over eens. Maar dat had gisteren al gekund bij het vragenuur. Mevrouw Van der Plas heeft dat zelf ook bijgewoond en heeft vervolgens zelf ook gezegd: het lijkt me verstandig dat er een debat komt. Ik denk dus niet dat het nu de tijd is om mensen de maat te nemen over de aard van het debat tot nu toe, maar om even de blik vooruit te richten. Dit kabinet heeft ervoor gekozen om tot nu toe dit punt nog niet recht te zetten richting die vrijwilligers. Dat zou ik heel gepast vinden. Het tweede is de zorg of het kabinet wel eenheid houdt van spreken, of het kabinet wel spreekt met één mond.

Wat mij betreft had dit allemaal gisteren al afgedaan kunnen zijn. Dan had het kabinet weer aan de slag gekund met al die dingen die wij allebei belangrijk vinden. Want te veel mensen zitten te kijken en hebben zelf zorgen over of ze de rekening kunnen betalen, of de boerderij kan blijven in dat gebied, hoe het verder moet met defensie in Nederland enzovoort, enzovoort. Maar dat begint met de vraag of we een regerend kabinet hebben dat ruiterlijk is als het een fout maakt of daarin volhardt. Ik ben heel blij om te horen dat mevrouw Van der Plas zegt: excuses zijn op hun plaats en dan kunnen we ook weer aan de slag. Heb ik dat goed begrepen?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, ik kan ook aan de slag zonder excuses. Want als de minister ervoor kiest, vanuit haar eigen overwegingen, om niet tegen de vrijwilligers of vrijwilligers in het algemeen te zeggen "sorry, dit heb ik niet goed aangepakt" zou het heel raar zijn … Dat moet de minister zelf bepalen. Het zou natuurlijk raar zijn als ik dan zeg dat we hier niet meer verder kunnen. Ja, ik vind dat heel ernstig. Kijk, mensen denken dat wij bang zijn voor verkiezingen. Ik ben niet bang voor verkiezingen. Verkiezingen zijn een democratisch iets. Mensen gaan wel of niet op ons stemmen. Zo werkt de democratie. En bij de uitslag heb je je neer te leggen. Dat geldt overigens ook voor de vorige verkiezingen. Dat is de kiezer die spreekt.

Waar ik wel bang voor ben als er verkiezingen komen — dat weet mevrouw Bikker ook — is dat hier alles stil gaat vallen. Dan worden heel veel onderwerpen controversieel verklaard. Dat betekent dat het kabinet eigenlijk alleen nog maar op de winkel gaat passen, maar dan wordt er geen nieuw beleid gemaakt. En we hebben zo veel problemen. Ik heb ze ook opgenoemd: woningen, stikstof, migratie, economie, de bedrijven die dreigen uit Nederland te vertrekken. Dan komt het echt helemaal stil te liggen. Als dat is wat een aantal partijen wil …

De voorzitter:
Ja, ja.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is namelijk de consequentie als het kabinet zou vallen. Dat is wel wat er gebeurt en …

De voorzitter:
Ja, ja.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
… ik laat dat niet gebeuren. Ik ga daar niet achter staan. Dus bij dezen: wij steunen de motie van wantrouwen niet. Want ja, dat vind ik erg.

Voorzitter, nog even iets. Mevrouw Bikker zei dat het gisteren al had gekund. Maar ja gisteren komt nooit meer terug. Dus ja, je hebt zo'n spreekwoord: we kunnen een koe in de kont kijken. Maar daar heb je niet zo veel aan. We moeten gewoon verder met dit land. We moeten keihard verder aan de slag en ervoor zorgen dat de burgers in Nederland weer vertrouwen krijgen in de politiek. Ik kan u vertellen dat debatten zoals dit debat vandaag niet echt meehelpen.

De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Koekkoek van de fractie van Volt.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Dank, voorzitter. Er is een oud gezegde: als je een clown het paleis laat binnengaan, dan wordt de clown geen koning maar wordt het paleis een circus. Politiek moet zich bezighouden met een betere toekomst, maar iedere dag worden we geconfronteerd met de onwil en de incompetentie van deze coalitie. Dat is een sta-in-de-weg voor een veilig, groen en eerlijk Nederland. De realiteit is dat we nooit een kabinet hebben gehad. Het was al gevallen voordat het opstond. Mijn oproep aan de coalitie is dan ook de volgende. Maak van Nederland niet een nog groter circus. Kabinet, val gewoon. Geef Nederland zijn toekomst terug.

We zijn er inmiddels aan gewend dat minister Faber de Kamer schoffeert. Maar door haar weigering om vrijwilligers te bedanken, schoffeert de minister nu niet alleen de Kamer, maar ook de samenleving. Er is een ruime meerderheid in Nederland die vindt dat mensen die vluchtelingen helpen, iets goeds doen. Er is een ruime meerderheid die zegt dat we mensen deugdelijk moeten opvangen. En gisteren was er nog een aantal grote maatschappelijke organisaties met een paginagrote advertentie in de krant. Die organisaties doen wél wat dit kabinet bij monde van deze minister nalaat, namelijk de vrijwilligers, die zich met hart en ziel inzetten, bedanken.

Dit is een middelvinger van deze minister en van dit kabinet naar de samenleving. Ik heb daarbij twee vragen. Ik zou graag hierop antwoord krijgen van zowel de premier als de minister, omdat ik zeker wil zijn dat zij hetzelfde antwoord geven. Doen de vrijwilligers in de asielketen — de leesmaatjes, de taalmaatjes, de mensen die helpen met formulieren invullen – goed werk voor de samenleving? Staat het haaks op het beleid van het kabinet en dus van deze minister als vrijwilligers die voor het COA werken een lintje krijgen? Neemt de minister haar woorden van gisteren terug, namelijk dat dat haaks staat op haar beleid? Zo nee, hoe verhoudt dit zich dan tot de Grondwet, waarin staat dat het kabinet de eenheid van kabinetsbeleid dient te bevorderen. Of, simpeler gezegd: wie liegt hier, premier Schoof of minister Faber?

Voorzitter. Heel Nederland ziet dat er geen eenheid van kabinetsbeleid is. Zelfs de bewindspersonen in het kabinet zien en benoemen dit. Nu de premier een minister voorgeschoteld krijgt die niet slechts één keer de eenheid van kabinetsbeleid breekt, maar dat in de kwestie van vandaag meerdere keren doet, is mijn vraag aan hem simpel: waarom is mevrouw Faber nog minister Faber? Als het gedrag van minister Faber onvoldoende is om haar uit haar functie te zetten, wat is dan volgens de premier wél voldoende om een bewindspersoon te laten ontslaan?

Voorzitter. Deze minister kan de baan niet aan. Dat blijkt ook weer uit de talloze keren dat zij weigerde om een normaal debat met de Kamer te voeren. Hoe reflecteert de premier hierop? Het is duidelijk dat deze minister ongeschikt is. Hierbij spreek ik dan ook mijn steun uit voor de motie van wantrouwen.

Ten slotte, voorzitter. Ik wil ook nog een persoonlijke oproep doen aan de premier. U wilt een premier zijn voor alle Nederlanders. Dan moet u er bij uitstek voor vrijwilligers zijn, voor vrijwilligers die deze week te horen kregen dat het volgens uw kabinet een verkeerd signaal zou zijn om hen te bedanken voor hun inzet. Mag ik daarom de premier de suggestie doen dat het een heel goed signaal zou zijn als hij die vijf lintjes persoonlijk zou overhandigen? Ik hoor graag zijn gedachten.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Eerdmans, JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Terwijl er vandaag een handelsoorlog start en we negen maanden aan het wachten zijn op actie, zitten we in een nieuwe soap: de lintjesrel. Ik begreep dat de onderraad gisteren, toen de Spreidingswet op de agenda stond, niet is doorgegaan vanwege het gedoe. Dat is dus nog langer uitstel, terwijl de gemeentes steeds meer gedwongen worden om asielopvang te gaan regelen.

Ik wil net als deze minister van Asiel een handrem op het migratiebeleid. Dat is heel duidelijk. Maar ik begrijp werkelijk niet hoe vijf vrijwilligers een lintje weigeren hierbij helpt. Ik las dat het gaat om begeleiding van statushouders, dus om het helpen met regelzaken die nodig zijn voor een goede start en integratie in Nederland: werk, school, tandarts, zwemles, helpen met de taal. De minister wil die dus actief tegenwerken, zodat mensen die hier nu eenmaal mogen blijven gewoon dus niet integreren. Ik snap dat de minister alles op alles wil zetten om de instroom te beperken. Zeer mee eens, en steun van JA21. Maar het uitreiken van die lintjes had de minister totaal niets gekost: geen ophef, geen gedoe, geen debat — we zijn nu bijna zes uur bezig — en geen motie van wantrouwen. Het gebeurt gewoon alsnog. Er is niet eens een principieel punt van gemaakt. De minister bewijst het kabinet en Nederland geen dienst en de rechtste kiezer al helemaal niet.

En ja, ook links slaat weer door vandaag. Vrijwilligers zouden bang worden gemaakt dat ze geen lintjes meer kunnen krijgen. Aanvragers zijn hun burgemeesters aan het bellen of alles wel in orde komt. Het is allemaal overacting. Bij het aantreden van dit kabinet heb ik gezegd: dit is een gouden kans voor de PVV; verziek het niet. Er is eindelijk een rechts kabinet en een rechtse Kamermeerderheid. Hoe vaak krijgen we zo'n kans om door te pakken op migratie, economie, veiligheid en grip op de Europese Unie? Maar ik zie vooral veel chaos en ruzie, bewindspersonen die elkaar dwarszitten en een kabinet dat zich telkens weer laat afleiden door incidenten.

Voorzitter. Minister Faber zegt "ik word tegengewerkt". Ik denk wel dat dat klopt. Ik wil ook wel geloven dat zij het niet makkelijk heeft. Maar als dat zo is, waarom maakt de minister het zichzelf dan nog zo veel moeilijker? Waarom steeds die doelpunten in eigen goal? Wat dit kabinet enorm nodig heeft, is samenwerking, vertrouwen en teamgeest. Het beeld naar buiten wordt er echt niet beter van als je elkaar elke dag en nacht het licht in de ogen niet gunt en alleen voor je eigen gelijk gaat. Het wordt geen feestje als je elke week elkaars ballonnen leeg prikt. Mijn advies aan premier Schoof is: zet die profileringsdrang opzij en ga aan het werk als een team. Het was al een winter zonder liefde; maak er alsjeblieft een beter voorjaar van.

Voorzitter. Mijn advies aan minister Faber is: ga straks snel terug naar het departement, ga aan de slag met beleid en investeer in die Eerste Kamerfracties, die als het goed is de wetsvoorstellen van de minister over de streep gaan trekken. Er is nog altijd een gouden kans in handen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Stoffer, SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Wat had ik hier vandaag graag gestaan om met minister Faber over haar asielwetten te debatteren. Maar het is een debat met een heel ander onderwerp geworden. Ik zeg daar gelijk bij: het is goed dat de minister-president nu toch aanwezig is. Wat is de aanleiding? Vijf lintjes. Helaas begint dat illustratief te worden voor de aanpak van deze minister. Steeds vaker is haar optreden het middelpunt van ophef, terwijl dit land snakt naar een streng en effectief asielbeleid. Laat ik daar gelijk bij zeggen: de SGP steunt dat van harte.

Er is nu een meerderheid die er ook echt stappen in wil zetten. Maar inmiddels zijn we weer vier dagen verder zonder dat we gesproken hebben over de inhoudelijke voorstellen van deze minister om het asielbeleid aan te scherpen. Mijn eerste vraag aan de minister is dan ook: hoe kijkt ze hier zelf op terug? Deze actie heeft haar felbegeerde strengste asielbeleid ooit geen millimeter dichterbij gebracht. Sterker nog, de minister moet oppassen dat ze met dit soort acties het draagvlak niet eigenhandig om zeep helpt.

Voorzitter. Het is een slechte zaak en ronduit onfatsoenlijk als een minister een koninklijke onderscheiding weigert goed te keuren om daarmee een politiek statement af te geven. Zo gaan we in dit land niet met elkaar om. Het politiseren van een politieke onderscheiding past een dienaar van de Kroon niet. Mijn vraag aan de minister-president is of hij dat oordeel deelt. En daar stel ik gelijk de vraag bij waarom hij er niet voor gekozen heeft zijn minister te corrigeren. Zoals PVV'ers niet mogen worden geweigerd vanwege hun politieke voorkeur, net zomin cancelen we vrijwilligers vanwege het enkele feit dat ze zich hebben ingezet voor hun gevluchte naaste. Het is goed gebruik dat een minister gewoon een toekenningsbesluit voor een lintje ondertekent. De regeling bepaalt dat als een minister dat weigert, het besluit moet worden voorgelegd aan de ministerraad. Ik vraag de minister-president daarom ook of de regeling naar letter en geest uitgevoerd is en wat zijn betrokkenheid daarbij is.

Voorzitter. Door deze rare fratsen komt bovendien de eenheid van kabinetsbeleid ter discussie te staan, terwijl een kabinet eenheid hoort uit te stralen, zowel in de inhoud als in de vorm. De minister heeft in de brief die we gisteravond laat ontvingen aangegeven dat ze het besluit van de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken om deze onderscheidingen wel toe te kennen, onderschrijft. De vraag is dan wel: hoe gaat deze minister in een volgend geval om met de ondertekening van een besluit over iets wat naar haar mening haaks staat op haar beleid? De vraag daarbij is: draagt ze dan de kabinetslijn uit? En ik vraag de minister-president, als aanvoerder van de ploeg: hoe gaat hij de eenheid rap herstellen en ook bewaken? Daar moet vandaag duidelijkheid over komen, want anders staan we hier binnenkort weer voor iets wat niet inhoudelijk voor dit land van belang is.

Voorzitter, tot slot. Ik verwacht van dit kabinet en van deze minister dat het nu afgelopen is met deze rare fratsen. Nederland snakt naar effectief asielbeleid, naar stikstofruimte en naar woonruimte, en Nederland zit niet te wachten op gedoe over lintjes. Ik zou zeggen: laten we met het echte werk aan de slag gaan, want van lintjesweigering wordt niemand beter. Deze actie valt wat de SGP betreft in de categorie "stoppen met rare fratsen". En ik zeg daarbij: kabinet, kijk uit dat u geen kabinet van niksigheid wordt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Van Meijeren van de fractie van Forum voor Democratie.

De heer Van Meijeren (FVD):
Voorzitter. De totale wereldvreemdheid van deze Kamer wordt vandaag weer eens pijnlijk duidelijk. Terwijl Nederlanders te kampen hebben met torenhoge prijzen, woningnood, onveiligheid op straat, azc's die als paddenstoelen uit de grond schieten, wachttijden in de zorg en ga zo maar door, wordt hier vandaag weer urenlang gedebatteerd over onszelf. Wanneer ik hier sta om een debat aan te vragen over uiteenlopende fundamentele onderwerpen krijg ik keer op keer te horen dat dat wel ergens in een commissievergadering gepropt kan worden, want "de agenda zit zo vol". Maar wanneer er geruzied en goedkoop gescoord kan worden om af te leiden van de echte problemen, dan wordt halsoverkop de plenaire agenda overhoopgegooid om daar tijd voor vrij te maken. Het is werkelijk gênant.

FVD heeft overwogen om dit hele debat aan zich voorbij te laten gaan. De reden dat ik hier toch sta, is dat er zó'n verkeerd beeld geschetst wordt van de weigering van de minister om een aantal medewerkers van het COA een lintje te geven, dat ik me verplicht voel om daar iets tegenover te zetten. De indruk die wordt gewekt, zowel in de media als hier in de Kamer, is dat de minister door de voordrachten niet te ondertekenen een doodzonde heeft begaan waarvoor zij diep door het stof moet, waarvoor zij sorry moet zeggen. En doet zij dat niet, dan dreigen partijen zelfs om die reden het vertrouwen in haar op te zeggen. Het is de wereld op zijn kop en getuigt van een totaal verkeerde opvatting van de rol van de minister in ons staatsbestel. De wetgever heeft bepaald dat de minister wie het aangaat, en niemand anders, personen kan voordragen voor een koninklijke onderscheiding indien die personen zich naar het oordeel van de minister bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving. Het zogenaamde Kapittel voor de Civiele Orden is slechts een adviesorgaan, dat in dit geval aan de minister heeft geadviseerd om de medewerkers van het COA voor te dragen. De minister staat natuurlijk volledig in haar recht om een advies van het Kapittel naast zich neer te leggen. Sterker nog, dat is haar plicht indien naar haar mening die mensen zich helemaal niet verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving. Dat is iets waar ik het overigens volmondig mee eens ben, want het leveren van een bijdrage aan de massale immigratie komt niet ten bate van de samenleving; het vormt een enorme bedreiging voor de samenleving — maar dat terzijde.

Het reglement dat ziet op de verlening van onderscheidingen voorziet niet voor niets uitdrukkelijk in de mogelijkheid om een advies niet over te nemen. En dat is maar goed ook, want de minister is politiek verantwoordelijk en moet al haar besluiten hier kunnen verantwoorden. We zouden het de minister pas kwalijk moeten nemen als zij adviezen van ambtenaren overneemt waar zij niet achter staat, en besluiten zou nemen die indruisen tegen haar eigen geweten. Juist die partijen die willen dat ministers tegen hun geweten in besluiten nemen omdat ambtenaren dat verlangen, ondermijnen de integriteit van het bestuur. We moeten juist af van de cultuur dat ministers blindelings doen wat ambtenaren van ze vragen en klakkeloos tekenen bij het kruisje.

Voorzitter. Ik rond af met de vertrouwensvraag, die door meerdere partijen op tafel is gelegd. Er zijn genoeg redenen om weinig tot geen vertrouwen te hebben in deze minister, die het maar niet voor elkaar krijgt om grip te krijgen op immigratie, die loze beloften doet en valse verwachtingen wekt. Dat neem ik haar kwalijk. Het niet overnemen van een advies om COA-medewerkers een lintje te geven is uiteraard geen reden om het vertrouwen in haar op te zeggen. Forum voor Democratie zal de eventuele motie van wantrouwen dan ook niet steunen. Ik eindig met een oproep aan iedereen in deze zaal om dit circus zo snel mogelijk te beëindigen, zodat we ons weer kunnen focussen op de echte problemen in dit land.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer. De heer Timmermans wellicht.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Ik wil even zeker stellen dat we dat feitenrelaas ook krijgen voordat het kabinet aan zijn termijn begint.

De voorzitter:
Ik zie de minister-president ja knikken. De heer Bontenbal.

De heer Bontenbal (CDA):
We gaan nu schorsen, maar er zijn volgens mij weinig vragen gesteld. Mag ik voorstellen dat het maximaal een kwartier schorsing is?

De voorzitter:
Er is zojuist ook wel om een feitenrelaas gevraagd. De minister-president heeft gevraagd om drie kwartier, dus ik stel voor dat we herbeginnen om 16.00 uur.

De heer Bontenbal (CDA):
Beheerst u de kunst van het compromis? Kunnen we er een halfuur van maken?

De voorzitter:
De minister-president hecht erg aan drie kwartier. 16.00 uur.

De vergadering wordt van 15.19 uur tot 16.00 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen. We beginnen met de termijn van het kabinet. Ik geef graag het woord aan de minister-president. Ik sta wederom zes interrupties toe in deze termijn. Het debat over inflatie staat nog steeds op het schema. Dat gaan we vanavond ook nog doen. Het woord is aan de premier.

Minister Schoof:
Voorzitter, dank u. Vrijwilligers doen groots en belangrijk werk voor de samenleving. Dat werk moet gezien, gewaardeerd en beloond worden. De vijf vrijwilligers om wie dit allemaal begonnen is, verdienen voluit een koninklijke onderscheiding. Kandidaten voor lintjes worden voorgedragen vanuit de samenleving zelf. Het gaat om — laat ik het zo zeggen — mensen voor mensen. Die voordrachten worden vervolgens zeer zorgvuldig en meermaals beoordeeld. Voor mij staat de waardigheid van dit decoratiestelsel voorop. Sommigen zullen zeggen: zijn er niet andere belangrijke zaken aan de orde om het over te hebben in het kabinet en in de Tweede Kamer? Ja, dat is natuurlijk ook waar. Maar ik zeg er in alle openheid achteraan dat ik begrip heb voor de ophef die ontstaan is, ook in dit huis, over het besluit van de minister van Asiel en Migratie — althans, het voornemen dat daarover is uitgesproken — om de toekenning niet te willen ondertekenen.

Als u mij op de man af zou vragen of ik de ophef van de laatste dagen graag had voorkomen, zeg ik daar natuurlijk volmondig ja op. Ik betreur dat er over deze decoratie zaken naar buiten zijn gekomen voordat de besluitvorming überhaupt was afgerond. Bovendien is in het vragenuur niet voldoende overgekomen dat de minister van Asiel en Migratie het kabinetsbesluit hierover volledig steunt, omdat zij te vaak heeft gewezen op haar overwegingen om de voordrachten niet te ondertekenen, zoals ze ook zelf in haar brief van gisteren heeft geschreven. De politieke vraag die in dit debat voorligt, is niet of de gebeurtenissen van de afgelopen dagen de schoonheidsprijs verdienen. De vraag is of er eenheid van kabinetsbeleid is en of dat gebroken is. Laat ik heel helder zeggen: dat is volgens mij niet het geval.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ik hebben besloten dat wij de benodigde handtekeningen zullen zetten. Dat besluit wordt gedragen door het hele kabinet, ook door de minister van Asiel en Migratie, waarmee het kabinet met één mond spreekt. Gisteravond heb ik goed overleg gevoerd met de minister van Asiel en Migratie, evenals met de coalitiefractievoorzitters. Wij hebben geconstateerd dat, zoals ik meldde, de eenheid van kabinetsbeleid gewaarborgd is. Minister Faber heeft vervolgens geschreven dat het besluit van de minister van BZK en mijzelf mede namens haar is genomen, dus dat ze het besluit honderd procent onderschrijft. Ook zegt ze het te betreuren dat daarover in het vragenuur onduidelijkheid is ontstaan. Met deze brief is de eenheid van kabinetsbeleid ook wat mij betreft herbevestigd.

Voorzitter. Een aantal van u …

De voorzitter:
Een vraag van de heer Jetten.

De heer Jetten (D66):
Betekent dat dan dat de volgende keren dat er zulke voordrachten op het bureau van de minister van Asiel en Migratie terechtkomen, u ervan uitgaat dat zij die voordrachten zelf zal goedkeuren en ondertekenen?

Minister Schoof:
Dit is de als-danvraag. Elke aanvraag dient op zichzelf te worden beoordeeld. Dat zal een volgende keer ook de minister van Asiel en Migratie doen. We hebben regels voor hoe we ermee omgaan als een minister — in dit geval gaat het om de minister van Asiel en Migratie, maar dat geldt voor alle ministers — daarbij overwegingen heeft voor de manier waarop daarmee moet worden omgegaan. Laat ik zeggen waarom wij deze keer niet letterlijk die procedure hebben gevolgd. Dat heeft u ook in de brief kunnen lezen. De minister van Asiel en Migratie had de voorzitter van het Kapittel laten weten dat zij niet van plan was deze aanvragen goed te keuren, maar ze had nog geen besluit genomen. Daarover heeft de voorzitter van het Kapittel mij ook geïnformeerd. Ik heb vervolgens met de minister van Asiel en Migratie gesproken. Wij waren bezig met elkaar te kijken hoe we hier in de boezem van het kabinet tot een oplossing konden komen; dat heeft u ook in de brief kunnen lezen. Voordat we dat proces konden afronden, verschenen er op zondag allerlei publicaties in de media. Die publicaties hebben ertoe geleid dat ik vond — dat was overigens na overleg met de minister van Asiel en Migratie en met de vice-mp's — dat we in de geest van de regeling niet op de ministerraad konden wachten. Of ik had maandag een extra ministerraad moeten uitvaardigen, maar dat leek me hiervoor eerlijk gezegd overdreven. In goed overleg met de vice-mp's heb ik me verzekerd van het draagvlak in het kabinet. Op maandag heb ik besloten dat de minister van BZK en ik gezamenlijk zullen ondertekenen. Het Kapittel zal de aanvragen dus ook onze kant op sturen. Dat is overigens met instemming van de minister van Asiel en Migratie, waarmee de eenheid van kabinetsbeleid is geborgd.

De heer Jetten (D66):
Ik heb op zich nog wel begrip voor het tempo dat de premier er op het laatste moment, op die maandag, op heeft gezet, om ervoor te zorgen dat de vijf mensen in kwestie gewoon netjes hun lintje krijgen op Koningsdag en om te voorkomen dat de koninklijke onderscheidingen nog verder worden aangetast in hun waardigheid. Want eigenlijk heeft de minister de waardigheid van het decoratiestelsel aangetast, zoals blijkt uit het feitenrelaas. Maar de premier stelt nu wel heel stellig dat de eenheid van kabinetsbeleid nu weer volledig hersteld is. Dat is alleen het geval als vanaf nu dan ook geldt dat de minister gewoon die voordrachten behoort te tekenen namens het gehele kabinet. In het feitenrelaas lees ik namelijk ook dat de minister alleen bij hoge uitzondering een voordracht van het Kapittel naast zich neer kan leggen. In het verleden ging het bij die hoge uitzonderingen bijvoorbeeld om iemand waarvan bleek dat die, ondanks alle zorgvuldige checks, veroordeeld was voor iets heel heftigs, of om iemand die heel verschrikkelijke dingen op zijn kerfstof had. Dat is hier allemaal niet aan de orde. Dus nogmaals de echt wel serieuze vraag: is de eenheid van kabinetsbeleid nu zo herbevestigd dat u zeker weet dat de minister van Asiel en Migratie voortaan gewoon fatsoenlijk haar werk doet en voordrachten van het Kapittel ondertekent?

Minister Schoof:
De minister van Asiel en Migratie doet fatsoenlijk haar werk. Ze maakt daarbij een weging. Die weging zal zij een volgende keer weer maken. Op basis van die weging wordt dan vervolgens weer gehandeld. Voor nu is de eenheid van kabinetsbeleid hersteld. Die is ook volstrekt helder. Laten we nog even teruggaan naar die vrijwilligers waar het uiteindelijk allemaal om gaat. Een aantal van u heeft daar, en terecht, in zeer lovende bewoordingen over gesproken. De haarvaten van de samenleving worden overeind gehouden door die vrijwilligers, in alle opzichten. Ik vond het belangrijk, en uiteindelijk vond het kabinet dat ook, dat die boodschap heel nadrukkelijk is overgekomen. Ik was in de positie om een bredere afweging te maken waarbij ook het belang van het stelsel aan de orde was. In die bredere afweging heb ik samen met de stelselverantwoordelijke, de minister van BZK, dit besluit kunnen nemen, nadat ik mij ook verzekerd had van draagvlak in het kabinet en van de steun van de minister van Asiel en Migratie. Daarmee is er eenheid van kabinetsbeleid.

De heer Stoffer (SGP):
Er liggen hier twee zaken voor. Een is terugkijken op hoe dit is gegaan. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat dit niet gegaan is zoals het had gemoeten. En er is het vooruitkijken, zoals de heer Jetten zojuist ook aanstipte: hoe gaat het als we vooruitkijken? Stel nu eens dat afgelopen weekend niet die commotie was ontstaan. Kan de minister-president schetsen hoe het verloop van de procedure dan was geweest?

Minister Schoof:
Dan had u er nooit iets over gehoord, zeg ik even via de voorzitter. Het was dan in de boezem van het kabinet opgelost.

De heer Stoffer (SGP):
Kunnen we dan constateren dat er op de een of andere manier gelekt is, waardoor de hele commotie is ontstaan?

Minister Schoof:
Ja. Dat is evident.

De heer Stoffer (SGP):
Kunnen we er dan van uitgaan dat de minister-president alles op alles zet om uit te zoeken hoe dat lek is ontstaan?

Minister Schoof:
Ja. Maar tegelijkertijd zeg ik daar ook het volgende bij. Ik loop al heel lang rond in Den Haag. U loopt ook al heel lang rond in Den Haag. Velen van u lopen al langer rond in Den Haag. Het onderzoeken van lekken en het proberen te achterhalen waar het lek vandaan is gekomen, is het meest ingewikkelde. In 99 van de 100 gevallen leidt het tot helemaal niets.

De heer Stoffer (SGP):
Helder antwoord. Ik denk dat we dat wel delen. Toch zou ik wel heel graag zien dat hier ook nadrukkelijk de vinger bij wordt gelegd. Ik stel dan wel een vraag naar de toekomst toe. Hoe kunnen we er nou vertrouwen in hebben — wat geeft de minister-president ons mee? — dat het de volgende keer wel goed afgehandeld wordt? We kunnen deze soap, die we hier nu met elkaar hebben, toch niet nóg een keer hebben, ergens in de komende periode van dit kabinet?

Minister Schoof:
Ik ben het in die zin eens dat wij er als kabinet voor moeten zorgen dat we de zaken ordentelijk doen. Als kabinet hoort daarbij dat er niet gelekt wordt. Die discussie heb ik overigens vaker in het kabinet, zeg ik u heel eerlijk. In vorige kabinetten is die discussie ook met enige regelmaat gevoerd. Ik kan me nog herinneren dat er in vorige kabinetten weleens voor de lijn is gekozen dat als er gelekt werd, een stuk niet meer werd behandeld. Het is dus echt van alle tijden. Daarmee praat ik niet goed wat er gebeurt in mijn kabinet. Ik vraag daar met enige regelmaat aandacht voor in het kabinet. Ik heb dat afgelopen vrijdag ook nog gedaan, overigens om hele andere redenen. Dat ging over het lekken rondom het rapport over de mogelijke nieuwe opzet van de verkiezingen. Daarvan heb ik ook weer gezegd: hoe is het toch mogelijk dat dit soort documenten met enige regelmaat naar buiten komen? Ik denk dat ik als premier de verzuchting heb gedaan die premiers voor mij ook met enige regelmaat hebben gedaan in al die jaren. Het enige wat daartegenover staat is daar elke keer met elkaar van te leren en tegen elkaar te zeggen: we hebben dit soort zaken gewoon ordentelijk met elkaar te behandelen in de binnenkamer van het kabinet. Dat hebben we ook deze keer weer tegen elkaar gezegd.

De heer Bontenbal (CDA):
Voor mij is het springende punt van dit debat dat de minister-president toch niet de norm aangeeft. Er wordt wel degelijk een bypass, een omweg aangelegd om het mevrouw Faber mogelijk te maken om niet te doen wat het kabinet eigenlijk doet. Dit is ook een moreel punt. Laten we dus niet verzanden in precies het proces, in "het Kapittel dit en dat". Het gaat erover dat een bewindspersoon over de rug van vijf vrijwilligers, over de rug van een traditie die wij mooi vinden, politiek bedrijft om het thema migratie groot te maken. Dat is wat er hier aan de hand is. Ik vind dat op het moment dat u niet de norm stelt, u het signaal geeft dat dit mag. Dit gaat dan vaker gebeuren. Ik verwacht van een minister-president dat die wel de norm stelt en niet deze bypass mogelijk maakt. Als deze minister zegt "ik sta toch achter dit kabinetsbesluit", dan moet zij ook gewoon dat verhaal kunnen tekenen. Als er eenheid van kabinetsbeleid is, dan mag hier ook gewoon een handtekening van mevrouw Faber onder staan. Waarom stelt u niet de norm? Waarom dwingt u niet af dat mevrouw Faber gewoon zelf haar handtekening zet?

Minister Schoof:
De heer Bontenbal en ik hebben geen enkel verschil van mening over het belang van het decoratiestelsel, niet als systeem of stelsel, maar door het belang en de waardering die uitgaat naar mensen die in onze samenleving mooi en prachtig werk doen. Dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste. Ik weet niet of u het belangrijk vindt, maar sommige mensen, heel veel mensen, vinden het ongelofelijk om op deze manier waardering te krijgen voor hetgeen ze doen en voor de inzet die ze plegen ten behoeve van de samenleving. Ik vond het belangrijk om ervoor te zorgen dat die inzet, ook meer in zijn algemeenheid, in de bredere context van het vrijwilligerswerk en het stelsel, helder werd gemaakt. Ik had tot zondag voor een andere procedure kunnen kiezen, maar na zondag niet meer. Op zondag heb ik gezegd: dit gaan we dus anders doen; het verzoek van het Kapittel kan naar de andere ministers worden geleid. Daarmee heb ik, denk ik, genormeerd. Daar kunnen we van mening over verschillen, maar ik denk dat ik duidelijk heb gemaakt dat ik voor dat stelsel sta, in het belang van al die mensen die er ongelofelijk veel waarde aan hechten dat ze op deze manier beloond kunnen worden. Daarmee hebben wij als kabinet ook duidelijk kunnen maken hoeveel waarde wij hechten aan de vrijwilligers die in de samenleving dat werk doen. Binnen het kabinet bestaat nu eenmaal de mogelijkheid dat een minister een individuele weging maakt en is er binnen de regeling ook een mogelijkheid om te kijken hoe je daar dan mee omgaat. Maar nogmaals, normaal gesproken was dit in de boezem van het kabinet gebleven en had u er hier nooit iets over gehoord. In een andere omstandigheid was dit op deze manier gewoon geregeld zonder dat iemand dat had geweten.

De heer Bontenbal (CDA):
Ik twijfel geen seconde aan het belang dat de minister-president hecht aan het decoratiesysteem of deze decoraties. Ik denk dat de meeste kabinetsleden dat doen, dus daar zit mijn twijfel niet. Het gaat me wel om het stellen van die norm. Door het op deze manier te doen, geeft u toch het signaal af dat leden van het kabinet op dit punt eigenlijk hun eigen gang mogen gaan. Dat vind ik er wel echt kwalijk aan. U beroept zich nu op een aantal regels: ja, we hadden een procedure kunnen volgen, maar dan … Maar het democratische ethos, dat je je democratisch gedraagt, is niet in regels te vatten, omdat het over gedrag gaat. Ik vind dat een minister-president, ook als dat niet helemaal precies in de regels staat, dit gedrag toch hoort te normeren en die normen in het kabinet moet leggen. Dat gebeurt niet en dat vind ik echt niet goed. Ik denk dat dit ook uw gezag gaat aantasten. Dat vind ik echt jammer.

Minister Schoof:
Het staat ministers vrij om die weging te maken. Die weging maak ik niet; die weging maakt de individuele minister. Als de minister die individuele weging heeft gemaakt, komt dat uiteindelijk vanzelf bij de ministerraad of bij de minister-president terecht. De manier waarop we er nu mee zijn omgegaan — op het moment dat het bekend werd snel duidelijkheid verschaffen — is naar mijn mening in het belang van die vrijwilligers, waar het uiteindelijk allemaal om gaat. Zij moeten zich gewaardeerd en beloond weten, ook in de bredere context van dat vrijwilligerschap. Daarmee heb ik eigenlijk het belangrijkste gedaan wat moest gebeuren, namelijk zorgen dat deze mensen de waardering krijgen waar het om gaat, en tegelijkertijd ook zorgen voor eenheid in het kabinetsbeleid, door ervoor te zorgen dat ik ook draagvlak had in het kabinet. Helaas werd ik, door het lekken, wel gedwongen om dat publiek te doen.

De heer Bontenbal (CDA):
Tot slot. U heeft er inderdaad voor gezorgd dat deze mensen hun lintje krijgen — terecht — maar u heeft niet de norm gesteld. Gedrag gaat voor 90% niet over het zich houden aan de regels, want de regels vormen de uiterste grens van je gedrag. De wet vormt de uiterste grens. Het meeste gaat gewoon over een gezindheid, namelijk dat je je een beetje democratisch wil gedragen. Ik vind het heel ingewikkeld als een minister een vrijbrief krijgt om door te gaan met gedrag wat ik echt moreel niet oké vind. Dat zegt ook iets over het morele kompas van een bewindspersoon. Dan stel ik mijzelf de vraag: welk gedrag en welke besluiten worden er nog meer getolereerd? Want uiteindelijk heb je een moreel kompas nodig om bewindspersoon te zijn in dit kabinet.

Minister Schoof:
Er wordt vanuit verschillende invalshoeken verschillend gekeken naar de thematiek waar we met elkaar mee bezig zijn in het kabinet. Dat is per definitie een gegeven, ook in coalitiekabinetten. Ieder heeft daarbij toch zijn eigen morele kompas. Ik denk niet dat ik te maken heb met bewindslieden in mijn kabinet die geen moreel kompas zouden hebben. Tegelijkertijd moet je daar dus met elkaar een discussie over voeren. Normaal gesproken kan je die discussie met elkaar voeren aan de binnenkant van een kabinet. Daarom hamert u terecht op de eenheid van kabinetsbeleid, waarbij je die discussie aan de binnenkant voert, om vervolgens als kabinet naar buiten te treden, en ook met de eenheid van kabinetsbeleid duidelijk te maken waar het kabinet voor staat. Op het moment dat er gelekt wordt of dingen naar buiten komen, kan het soms noodzakelijk zijn om daar op een andere manier op te reageren. Dan ben je impliciet ook aan het normeren, want je maakt duidelijk dat je sommige dingen niet accepteert. Tegelijkertijd houd je wel voor ogen waar het om gaat. In dit geval ging het om twee dingen. Een. Ervoor zorgen dat over de vrijwilligers in dit land en degenen die via het declaratiestelsel gewaardeerd kunnen worden, geen twijfel bestaat dat daarover de juiste beslissingen kunnen worden genomen. Dat is een. Twee. De eenheid van het kabinetsbeleid staat niet ter discussie. Die eenheid van kabinetsbeleid heeft de minister gisteren in haar brief aan de Tweede Kamer duidelijk en volmondig aangegeven. Ik kan dat alleen maar onderschrijven.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ook toen de minister-president er zeer terecht voor koos om die lintjes wel toe te kennen aan de mensen die zich onbaatzuchtig dag in, dag uit vrijwillig inzetten om bij te dragen aan deze samenleving — dus toen er vanuit het kabinet een besluit kwam, want als ik het feitenrelaas goed lees, was er tot die tijd nog niks getekend — ging de minister van Asiel en Migratie door met naar buiten brengen waarom zij dit nooit zou doen. Hoe kijkt de minister-president terug op die tweeheid in kabinetsbeleid?

Minister Schoof:
Ik zet heel even mijn bril op, want de lettertjes van de brief zijn heel klein. In de brief van de minister staat heel nadrukkelijk: "Ook heb ik te vaak gewezen op mijn overweging om de voordrachten niet te ondertekenen en dat betreur ik". Dat zijn belangrijke zinnen die zij daarover heeft opgeschreven. Nogmaals, we zijn in een situatie terechtgekomen waarin uiteindelijk alles buiten lag in plaats van binnen. De minister mag binnen deze opvattingen ook volop ventileren in de ministerraad. Daar hebben we er dan een fatsoenlijk debat met elkaar over. In die zin onderschrijf ik alleen maar wat de minister van Asiel en Migratie heeft geschreven.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
De minister schrijft "te vaak". Het is niet "te vaak", maar elke keer dat ze het zei. Die ene keer was al "te vaak" geweest. Dit suggereert, omdat ze in het vragenuur inderdaad nogal een herhaalmachine was, dat we het heel veel hebben gehoord. Dat klopt. Maar ze heeft gewoon geuit dat ze er anders in zat. Dat in zichzelf is al geen eenheid van kabinetsbeleid. Vervolgens is dat ook nog eens met applaus en tromgeroffel onthaald door de grootste fractie in dit huis, de PVV. Er is dus aangewakkerd dat er vanuit het kabinet verschillende geluiden klonken. Ik heb van de minister, ook in het briefje dat ze heeft gestuurd en ook door wat ze daarna zei, nog steeds geen enkel excuus gehoord voor het doorbreken van de eenheid van het kabinetsbeleid. Hoe ziet de minister-president dat?

Minister Schoof:
In de zin voor de zin die ik net voorlas, zo zeg ik tegen mevrouw Bikker, gaat het over de eenheid van kabinetsbeleid. Daarover is een verkeerde indruk ontstaan. De minister van Asiel en Migratie heeft gezegd dat eveneens te betreuren. Wat mij betreft is de zaak daarmee klaar.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Wat mij betreft niet, want de minister heeft ook duidelijk gezegd daarvoor geen excuses te maken. Ze heeft de vrijwilligers neergezet alsof ze zouden meewerken aan afgrijselijke daden, terwijl het mensen zijn die vluchtelingen helpen. Die mensen zijn gevlucht, bijvoorbeeld omdat hun leven op het spel stond. Zij hebben terecht, ook onder het beleid van deze minister van Asiel en Migratie, een status gekregen om hier te mogen blijven. Daarmee geven we ze de kans om te integreren en mee te doen in Nederland op de manier zoals we dat in Nederland gewend zijn: de taal spreken en het werk doen. Wij helpen hen aan de slag. Dat is volgens mij heel belangrijk. De minister-president heeft zelf ooit verwezen naar Sifan Hassan, een van zijn voorbeelden. Dat is iemand die aan de slag is gegaan. Fantastisch! Maar dat kan niet zonder hulp. Door zo te spreken over deze vrijwilligers en daar werkelijk geen letter van terug te nemen, blijft er een verschil bestaan in hoe dit kabinet kijkt naar vrijwilligers, die zeer terecht een lintje krijgen. Ik merk dat dat mij steekt en dat ik daarom aan de minister van Asiel en Migratie vandaag voor de laatste keer — en dan houd ik erover op — vraag om met die excuses te komen. Dan hebben we echte eenheid van kabinetsbeleid omdat we dan die vrijwilligers allemaal - tenminste het kabinet vanuit vak K — eensgezind waarderen. Eerlijk gezegd, mis ik dat tot op dit moment.

Minister Schoof:
Ik denk dat met de woorden "dat betreur ik" van de minister van Asiel en Migratie, zowel over de te vaak gedane uitlatingen als over de eenheid van het kabinetsbeleid, helder is aangegeven dat de eenheid van kabinetsbeleid is hersteld. Daarmee staat de waardering voor de vrijwilligers, waarmee ik net mijn bijdrage ben begonnen, voor dit kabinet op geen enkele manier ter discussie. We hebben daarom ook heel nadrukkelijk een manier gevonden waarmee we als kabinet zorgen dat deze mensen hun lintjes krijgen. Laat ik dat nog een keer herhalen. Er is dus echt eenheid van kabinetsbeleid. Daarmee weten de vrijwilligers zich echt gesteund, ook door dit kabinet. Als er individuele ministers zijn die soms misschien "het zou niet helemaal mijn keuze zijn" of "als het aan mij zou liggen, dan zou ik het niet doen" denken, dan zou ik dat liever in het kabinet hebben dan buiten het kabinet. Nou ja, "liever" is in dit geval een misplaatste term. Uiteindelijk kan die discussie alleen in de boezem van het kabinet worden gevoerd.

Er is eenheid van kabinetsbeleid. Vrijwilligers zijn belangrijk. Het maakt niet uit wat ze doen. Zij worden trouwens meestal door mensen aangedragen. Dat zijn mensen die tegen hun collega's of medevrijwilliger ... Het is letterlijk een mensen-voor-mensensysteem. Dat is ook zo mooi aan dat decoratiesysteem. Ik bedoel, het zijn niet u en ik, of anderen, die bedenken dat mensen een onderscheiding moeten krijgen. Het zijn mensen die gewoon zien hoe andere mensen waanzinnig hun best doen en hun daarvoor een beloning willen laten geven. Dat steunt het kabinet. Dat doet het kabinet ook met eenheid. We hebben gezegd: wij steken onze hand daarvoor in het vuur; dat gaan we gewoon doen.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Maar dan is toch glashelder dat minister Faber nooit meer de vieze vlek kan maken die ze maakte over zo veel kostbare vrijwilligers, ook niet in het spreken over asiel en migratie? Ook bij mensen die een status krijgen en mensen die gevlucht zijn, mag vrijwilligerswerk plaatsvinden. Die vrijwilligers gaan we niet een soort van criminaliseren. Dat is wel wat er gebeurd is. Ik neem aan de minister van Asiel en Migratie zich never nooit meer op zo'n manier uitlaat over vrijwilligers in ons land.

Minister Schoof:
Het is op geen enkele manier de bedoeling om via het debat over onderscheidingen de stap te maken naar criminalisering van mensen die vrijwilligerswerk doen. Dat is gewoon helemaal niet aan de orde, totaal niet. Dit kabinet staat voor de vrijwilligers. Normaal gesproken had deze discussie in de boezem van het kabinet plaatsgevonden. Dan was er ook gewoon eenheid van kabinetsbeleid geweest vanaf dag één. "Als gevolg daarvan" ligt helaas altijd op het kerkhof. Maar als gevolg van dat er gelekt is, hebben we een andere manier moeten vinden om te zorgen dat we dit ook in de openbaarheid konden doen. Dat hebben we gedaan. Ik blijf dit herhalen. Dat is niet om het herhalen, want ik wil geen herhaalmachine zijn. Maar dat doe ik omdat ik het zo ontzettend belangrijk vind om elke keer duidelijk te maken dat dit kabinet — ik zeg het toch nog maar even, ook tegen de heer Jetten — voor de vrijwilligers staat.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
De premier zegt net dat vrijwilligers hier niet worden gelijkgesteld met criminelen. Maar wat hier gebeurt, is dat feitelijk wel. Want wat zegt dit kabinet nou? Deze minister neemt een beslissing. Dat is een uitzonderlijke situatie. Zij zegt: leesmaatjes en al die mensen die bijvoorbeeld helpen met formulieren invullen, ga ik geen onderscheiding toekennen; dat besluit neem ik. Er werd gisteren zelfs in de Kamer gezegd: dat beleid staat haaks op mijn beleid. Het klopt dat we vervolgens in een uitzonderlijke situatie zitten. Dat is een situatie die eigenlijk voorbehouden is aan veroordeelde criminelen. De minister zegt: iets wat een formaliteit zou moeten zijn, ga ik niet doen. De premier zegt: ik sus de boel en ik laat dit gebeuren. Dit is een patroon van deze minister. Minister Faber staat continu aan de lat om dingen te zeggen die ophef veroorzaken. Vervolgens mag het kabinet, bij monde van de premier, het komen sussen. Daarom wil ik de premier de vraag stellen die ik net ook aan zijn coalitiepartijen NSC en VVV stelde: waarom heeft u nog wel vertrouwen in minister Faber?

Minister Schoof:
Die vraag vind ik relatief eenvoudig te beantwoorden. Laat ik de redenering even omdraaien: als ik geen vertrouwen had in minister Faber, zou ik hier nu niet staan. Dan zou mevrouw Faber hier nu overigens niet zitten. Er is dus gewoon vertrouwen. Ze werkt snoeihard. Ze is bezig met de belangrijke opgave, ook rondom de asielwetten en alles wat daarvoor moet gebeuren, om grip op migratie te krijgen. En af en toe gaat het misschien op een manier die u niet wil, noch inhoudelijk, noch qua manier. Af en toe hebben we ook gesprekken om te kijken hoe we dit met elkaar goed kunnen doen. Uiteindelijk is het zaak dat elke minister — dat geldt ook voor mij — op een manier met deze Kamer kan samenwerken om te zorgen dat wetten hier een meerderheid halen. Dat geldt ook voor de Eerste Kamer. Ik zie mevrouw Faber dat doen.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Ik krijg geen antwoord op de vraag. Dat vind ik eigenlijk niet eens zo heel erg schokkend meer. NSC en VVD durfden net namelijk ook niet te zeggen dat ze de minister steunen en haar vertrouwen. Dat snap ik, want het is iedere week raak. Of het nou gaat om dat de minister van Asiel en Migratie Zelensky een "dictator" noemt, wat dan weer gesust moet worden door de minister van Defensie, of om een agenda waar ze commentaar op heeft, waar de premier zich vervolgens over moet verantwoorden: het is iedere week raak in dit circus. Dat kan toch niet? Daar kan de premier toch niet van zeggen: ik zou hier niet staan als ik geen vertrouwen had in mijn minister? Mijn vraag was waarom hij nog wél vertrouwen heeft. Er komt eigenlijk geen enkel onderbouwd antwoord. Op deze manier — dat is waarom ik deze zorg wil adresseren — staan we hier iedere week. Dan blijft het een circuscoalitie. Dan helpen we Nederland niet vooruit. Ik herhaal de vraag dus, omdat ik hoop dat de premier een beter antwoord heeft. Waarom heeft hij nog wél vertrouwen in minister Faber?

Minister Schoof:
Ik heb vertrouwen in minister Faber omdat ze de wetten die we met elkaar moeten uitvoeren van het hoofdlijnenakkoord meer dan serieus neemt. Ze werkt daar snoeihard aan. Ze legt er met enige regelmaat verantwoording over af in uw Kamer en is erover met u in gesprek.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Tot slot. Dit is hetzelfde antwoord als ik zojuist kreeg van de coalitiepartijen NSC en VVD. "We zoeken iemand die die wetten naar de Eerste Kamer wil brengen. Het maakt niet uit wat die persoon zegt. Of ze nu Zelensky een 'dictator' noemt, openlijk de premier ondermijnt of tegen leesmaatjes, mensen die helpen met kinderen leren lezen in de asielketen, zegt dat ze voor haar gelijk zijn aan misdadigers: het maakt allemaal niet uit, zolang ze die wetten er maar doorheen krijgt." Dat is hoe dit kabinet ernaar kijkt. Dat is de normering van deze premier. Dat is onacceptabel.

Minister Schoof:
Het is al de tweede keer dat het beeld wordt gewekt dat deze minister door middel van haar gedachte, "ik wil deze koninklijke onderscheiding niet ondertekenen", vrijwilligers criminaliseert. Daar wil ik echt afstand van nemen. Dat is geenszins het geval. Dat zou namelijk betekenen dat dit kabinet staat voor het criminaliseren van de mensen die helpen bij dit soort processen. Dat is gewoon niet aan de orde. Dit kabinet staat voor steun aan de vrijwilligers, ongeacht wat ze doen en ongeacht wat we daar af en toe misschien van mogen vinden. Individuele ministers mogen daar een afweging in maken, maar het kabinet is volstrekt helder: we staan voor die vrijwilligers. We zorgen dat als er van onderop aanvragen worden gedaan, vanaf welke werkvloer of basisposities dan ook, die worden gehonoreerd. Dat is één. Twee. Het is niet zo dat elke minister in dit kabinet maar zijn gang kan gaan. Daar hebben we intensieve gesprekken over, maar bij voorkeur intern. Ik ga die functioneringsgesprekken over bewindslieden niet publiekelijk voeren. Ik doe dat intern. Dat geldt voor alle ministers. Daar maakt de minister van Asiel en Migratie onderdeel van uit. Op die manier hou ik eenheid in het kabinet. Zo zorg ik dat het kabinet functioneert en dat het de dingen kan doen die het moet doen.

De heer Van Baarle (DENK):
Minister Faber heeft gezegd dat zij het besluit om de lintjes toe te kennen niet wenst te ondertekenen omdat dat zich niet zou verdragen met haar beleid, dus met het kabinetsbeleid. Ze heeft later gezegd dat ze het niet wilde ondertekenen omdat ze een signaal wilde afgeven dat het zich niet verdraagt met het kabinetsbeleid, met haar beleid. Ze gaf aan daarachter te blijven staan. Wat vindt de minister-president inhoudelijk van die uitspraak? Het gaat dan om de uitspraak dat het toekennen van die lintjes zich niet zou verdragen met het kabinetsbeleid en dat het nodig zou zijn om die niet toe te kennen, om een signaal af te geven.

Minister Schoof:
Ik snap de vraag heel goed. Tegelijkertijd hebben we nu heel duidelijk gemaakt dat we dat lintje geven aan deze ... U schudt nee, meneer Van Baarle, maar ik neem aan dat we het erover eens zijn dat we het lintje wel gaan geven. Dat lintje gaan we gewoon geven. Dat betekent dat dit kabinet vindt dat deze mensen recht hebben op dat lintje. Iedereen in het kabinet is daaraan gecommitteerd. We hebben eenheid van kabinetsbeleid.

De heer Van Baarle (DENK):
Dit kan niet. Ik vraag de minister-president wat hij, of het kabinet, vindt van de uitspraak die de minister van Asiel en Migratie heeft gedaan, namelijk dat het toekennen van die lintjes zich niet verdraagt met het kabinetsbeleid. Dat is hetzelfde beleid als dat van deze minister-president. De minister-president kan dus niet zeggen dat hij daar geen mening over heeft. Hij moet daar een mening over hebben, want anders is er geen eenheid van kabinetsbeleid. Als de minister-president dit laat bestaan, dan moet ik constateren dat hij niet in staat is om te normeren. Dus nogmaals, wat vindt hij inhoudelijk van de uitspraak van minister Faber dat die lintjes niet toegekend mogen worden omdat dat zich niet verdraagt met het beleid van het kabinet?

Minister Schoof:
Het beleid van het kabinet is dat deze lintjes worden gegeven. Daarmee wordt dus ook onderschreven dat dit past in het kabinetsbeleid en dus ook niet strijdig is met het kabinetsbeleid.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat zijn allemaal van die halve woorden, halve woorden van deze minister-president, waarmee hij minister Faber gewoon met van alles laat wegkomen. Het kan niet zo zijn dat we hier een minister-president hebben die mooie woorden spreekt over vrijwilligers en de waardering voor vrijwilligers, maar dat naast deze minister-president gewoon een pestkop zit die vrijwilligers voor de bus heeft gegooid. Als dit niet uit de wereld is en als deze minister-president niet bereid is om afstand te nemen van wat mevrouw Faber heeft gedaan, dan kan het kabinet niet zeggen dat het vrijwilligers waardeert. Daar zit namelijk een minister die ze voor de bus heeft gegooid en tot op de dag van vandaag geen afstand neemt van haar uitspraak dat het waarderen van die vrijwilligers in strijd zou zijn met het kabinetsbeleid. Nogmaals, neem daar afstand van. Anders concludeer ik dat deze minister-president gewoon een facilitator is van het wangedrag van minister Faber. Doe dat niet met wollig taalgebruik. Zorg dat er genormeerd wordt tegen dit wangedrag.

Minister Schoof:
Ik laat de kwalificaties aan de heer Van Baarle. Dit kabinet zegt bij monde van de minister-president namens het kabinet, dus inclusief de minister van Asiel en Migratie, dat wij voor deze lintjes gaan tekenen zodra het Kapittel deze voordrachten op het bureau van de minister van Binnenlandse Zaken en op dat van mijzelf heeft neergelegd. Ik zie dus niet waar enige strijdigheid is. Er is gewoon eenheid van kabinetsbeleid. Wij steunen die vrijwilligers. Die afweging is in het kabinet gemaakt en wordt door het kabinet gesteund. Daarmee kunnen vrijwilligers in dit land rekenen op een fatsoenlijke behandeling van het kabinet, iedereen!

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Als van dit onderwerp niet via De Telegraaf een politiek spelletje was gemaakt over de ruggen van vrijwilligers en als de minister van Asiel bij de beoordeling van de voordrachten die ze van het Kapittel krijgt, had gezegd "ik vind het strijdig met mijn beleid om deze mensen een onderscheiding te geven", dan had ze naar de ministerraad moeten gaan. Dan had ze de ministerraad dat voor moeten leggen. Dan had de ministerraad zich daarover gebogen. Als de ministerraad dan tot een andere conclusie was gekomen dan de minister, dan had de minister alsnog die voordrachten moeten ondertekenen. Zo zijn de regels. Ik heb daarover twee vragen. U heeft iedereen geconsulteerd om tot dit punt te komen, overigens ook leden van deze Kamer. Waarom ondertekent minister Faber dit niet zelf? Want dit is háár verantwoordelijkheid. Deze voordrachten zijn binnen háár ressort. U bent samen tot de conclusie gekomen dat deze mensen het lintje verdienen. Dan moet zij ook haar handtekening onder die voordrachten zetten. Ik wil graag weten waarom ze dat niet doet. Op de tweede vraag wil u maar niet antwoorden, maar ik blijf 'm stellen. Wat zijn uw inhoudelijke — inhoudelijke! — afwegingen om tot een ander oordeel te komen over het feit dat deze mensen een lintje verdienen? Inhoudelijk! Ik kan de inhoudelijke afweging van mevrouw Faber namelijk op geen enkele manier volgen. Hoe kan je volhouden dat mensen die in dit land vrijwillig dag en nacht en in het weekend mensen helpen die het recht hebben om hier te zijn — ze helpen die mensen om een goede plek te vinden in onze samenleving, wat soms heel moeilijk is, om de taal leren, hoe ze hun kinderen naar school moeten brengen en hoe ze boodschappen moeten doen — het beleid om het aantal asielzoekers terug te dringen, ondermijnen? Hoe is dat in hemelsnaam vol te houden? Ik vraag de minister-president dus uitdrukkelijk om nou eens inhoudelijk in te gaan op de vraag waarom u en de minister van Binnenlandse Zaken daarin een andere afweging maken en ten tweede waarom mevrouw Faber na een besluit van het kabinet deze voordrachten, die onder haar verantwoordelijkheid vallen, niet gewoon ondertekent.

Minister Schoof:
Tegen de heer Timmermans zeg ik dat de afweging die de minister van Binnenlandse Zaken en ik hebben gemaakt, een andere is dan die van de vakminister van Asiel en Migratie. Wij hebben in onze afweging heel nadrukkelijk het belang van vrijwilligers in dit land, los van waar men zit, en het belang van het decoratiestelsel meegenomen. Daar hebben we uiteindelijk ook het kabinet van weten te overtuigen. Die twee factoren hebben ertoe geleid dat de minister van Binnenlandse Zaken en ik vrij snel tot de conclusie kwamen dat we dit op een andere manier moesten doen en moesten zorgen dat de vijf vrijwilligers waar dit om gaat, hun decoratie gaan krijgen. Wij wachten nu de toezending van de voordrachten van het Kapittel af. Dat is een bredere afweging dan de vakafweging die de minister van Asiel en Migratie heeft gemaakt. Vervolgens heb ik daar met de minister van Asiel en Migratie en met de vice-mp's over gesproken om me ervan te vergewissen dat het kabinet dit steunt. Het kabinet steunt dat. Daarmee was voor mij de cirkel rond, want daarmee was er eenheid van kabinetsbeleid én konden de decoraties worden uitgekeerd. Daarmee was de discussie wat mij betreft gesloten.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Mijn tweede vraag was: tekent mevrouw Faber dan ook voor deze voordrachten? Want dan moet mevrouw Faber daar ook voor tekenen. U zegt dat ze een lintje moeten krijgen omdat ze vrijwilligers zijn en omdat het belangrijk werk is. U haalt de redenering van mevrouw Faber niet van tafel dat mensen die in hun vrije tijd en na hun pensioen statushouders helpen het beleid ondermijnen dat u wil voeren op asiel en migratie. Die gaat niet van tafel. Zolang die niet van tafel gaat en zolang deze minister niet tekent voor deze voordracht onder haar ressort, heeft u geen eenheid van kabinetsbeleid. Daar kunt u mij dan niet van overtuigen.

Minister Schoof:
Met alle respect voor de heer Timmermans: wij zijn het hier echt oneens. De eenheid van kabinetsbeleid en het stelsel maken het mogelijk dat de minister van Binnenlandse Zaken en ik tekenen. We maken daarin een bredere afweging. Daar heeft mevrouw Faber zich bij aangesloten. Dan hoeft mevrouw Faber niet te tekenen om daarmee te bewijzen dat er eenheid van kabinetsbeleid is. Die is er en die staat. Daarmee hoeft geen enkele vrijwilliger zich, zeg maar, tekortgedaan gevoeld te hebben. Dat is waarschijnlijk niet helemaal goed Nederlands meer, geloof ik. Maar het is belangrijk dat we daarmee het stelsel en die vrijwilligers op alle manieren recht kunnen doen en dat we er daarmee ook voor kunnen zorgen dat die vrijwilligers zich volop gesteund weten in onze samenleving.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Ik kan niet anders dan concluderen dat de minister-president toestaat dat mevrouw Faber buiten blijft spelen. Ze hoeft niet te tekenen; ze hoeft zich ook inhoudelijk niet te conformeren aan wat het kabinet heeft besloten. Dat is geen eenheid van kabinetsbeleid. Als een minister twijfelt over een onderscheiding, wordt dat normaal gesproken in het kabinet besproken en als het kabinet dan een besluit neemt is ook die minister gehouden aan dat besluit en dan moet ze ook haar verantwoordelijkheid nemen. U laat haar de vrijheid om dat niet te doen. Daarmee ondergraaft u uw eigen gezag op een ernstige manier en er is dan geen sprake van eenheid van kabinetsbeleid.

Minister Schoof:
Ik heb er in goed overleg met de leden van mijn kabinet voor gezorgd dat die vijf mensen hun onderscheiding krijgen en dat er eenheid van kabinetsbeleid is. Dat heb ik ook gedaan door middel van de brief die mevrouw Faber gisteravond naar uw Kamer heeft gestuurd. Daarmee zijn wat mij betreft de doelen die ik mij had voorgenomen volop gerealiseerd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
"Eenheid van kabinetsbeleid" is zo'n Haags begrip, waarvan veel mensen misschien denken: huh, nou, ja, hoe belangrijk is dat? Maar de minister-president illustreerde dat net, ik denk onbewust, prachtig. Hij zei: het kabinet doet recht aan deze vrijwilligers, want de minister-president zegt dat het kabinet achter ze staat. Tegelijkertijd tolereert hij het optreden van de minister van Asiel en Migratie en zegt hij niet tegen haar: "Ben jij betoeterd? Dat optreden van jou in dat vragenuur — ben je op je achterhoofd gevallen of zo? Nu aan boord! Of je tekent, je gaat door het stof en je maakt excuses, want deze mensen verdienen het niet om zo door het slijk gehaald te worden, of je stapt op." Dat is eenheid van kabinetsbeleid; dat is het herstellen van de schade die allang aan deze vrijwilligers is toegebracht. Als je dat niet doet — ik ken deze mensen niet; ik heb ze ook niet gesproken — vraag ik me oprecht af: zo'n lintje dat volhangt met deze derrie wil je toch niet accepteren?

Minister Schoof:
Ik moet me even verplaatsen in de redenering, geloof ik, want ik heb er enige moeite mee. Die eenheid van kabinetsbeleid is inderdaad belangrijk om ook aan die vrijwilligers duidelijk te maken dat vrijwilligers belangrijk zijn in onze samenleving. Toen het eenmaal publiek werd, vond ik het daarom ook belangrijk om daar een actie op te ondernemen. Die actie wordt overigens volledig door het kabinet gesteund. Daar heb ik mij van verzekerd. Anders had ik deze stap ook niet kunnen nemen. Daarmee was de eenheid van kabinetsbeleid gegarandeerd en was ook duidelijk dat dit kabinet echt staat voor de vrijwilligers. Dat is ook wat ik, al dan niet via u, wil overbrengen aan iedereen die hier nu naar kijkt. Dit kabinet staat namelijk voor zijn vrijwilligers en staat voor de eenheid van kabinetsbeleid, ook in deze buitengewoon bijzondere tijden. Een aantal van u heeft namelijk ook een opmerking gemaakt over hoe belangrijk die eenheid van kabinetsbeleid is. Het kabinet wil duidelijk maken dat vrijwilligers op dit kabinet kunnen rekenen en dat een minister onder bijzondere omstandigheden altijd een besluit ter discussie kan stellen. Dat staat elke minister nog steeds vrij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik geloof dat de minister-president niet helemaal begrijpt welk probleem er is met zijn geloofwaardigheid. Ik wil best geloven dat hij zelf graag voor deze vrijwilligers wil staan. Ik wil best geloven dat hij graag wil dat zijn kabinet voor deze vrijwilligers staat. Maar dat is niet het geval. Die vrijwilligers zijn door de minister van Asiel en Migratie beschuldigd van ondermijning van het kabinetsbeleid. Dat is gebeurd en dat is niet gecorrigeerd. Vervolgens denkt de minister-president dat deze vrijwilligers, en de rest van de mensen in Nederland, denken: gelukkig, poeh, de minister-president zegt dat het kabinet voor vrijwilligers staat; nou, dan is er niks aan de hand! Zo werkt dat niet. Daarom is die eenheid van kabinetsbeleid belangrijk en daarom is het ook belangrijk dat de minister-president zijn rol pakt. Dat betekent ook dat als je zegt voor die vrijwilligers te staan, je ook optreedt tegen de minister die daarover heel veel derrie heeft uitgestort. Dan zijn er twee smaken. Óf je sluit je helemaal aan, je biedt je excuses aan en je haalt die redenering van tafel, óf je stapt op. Hetzelfde geldt voor dat verhaal over het lek. De minister-president heeft formeel gelijk dat je het in de meeste gevallen niet kan bewijzen, maar er loopt echt een heel duidelijk spoor tussen de minister van Asiel en Migratie en de heer Wilders, die meteen op Twitter zei: fantastisch dit. Als je dan als minister-president niet zegt "hallo jongens, dit flik je me niet; zo zitten we niet samen in deze coalitie", dan ondermijn je je eigen gezag. Ik wil dit kabinet niet. Ik vind het een gedrocht. Als de minister-president ervoor heeft gekozen om in dit kabinet te zitten, dan zal hij zich daar ook naar moeten gedragen. Dan kun je je niet de hele tijd pootje laten haken door Wilders en zijn kornuiten in het kabinet.

Minister Schoof:
In het feitenrelaas is volgens mij overduidelijk dat ik, vanaf het moment dat ik geïnformeerd werd over het voornemen van de minister van Asiel en Migratie, contact heb gehad met het Kapittel en met de minister van Asiel en Migratie. In de boezem van het kabinet waren we aan het bekijken hoe we hiermee omgaan. Nadat het naar buiten ging ... Ik blijf herhalen dat ik niet weet wie er gelekt heeft. Ik weet niet hoe dat gegaan is, dus alles daarover is wat mij betreft pure speculatie. Daar kan ik me niet aan wagen en dat doe ik dus ook niet. Het is wel noodzakelijk om het volgende duidelijk te maken. Eén. Het kabinet moet duidelijk maken waar het voor staat. Dat heeft het duidelijk gemaakt door te zeggen dat er lintjes komen, dat ik dit ook ga toetsen binnen het kabinet en dat het kabinet, inclusief de minister van Asiel en Migratie, het daar ook mee eens is. Twee. De minister van Asiel en Migratie heeft u gisteravond een brief gestuurd naar aanleiding van het vragenuur, waarin ze gezegd heeft dat ze een aantal punten betreurt. Nogmaals, ik blijf herhalen dat wat mij betreft de zaak daarmee was afgedaan, want de mensen krijgen hun lintjes, het decoratiestelsel blijft, het belang van de vrijwilligers staat op geen enkele manier ter discussie en er is eenheid van kabinetsbeleid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Dat gelooft niemand. Deze tijden lenen zich niet voor een coalitie die uit vier partijen bestaat, die alle vier alleen maar bezig zijn met de vraag: hoe komen wij er zelf het beste uit? Er staat een minister-president aan het roer die de hele tijd moet accepteren dat wat Wilders of anderen willen, gewoon voorgaat. Je wordt dus ondermijnd waar je bij staat. Er zijn hele grote uitdagingen. Daarvoor hebben we een kabinet nodig waar mensen vertrouwen in kunnen hebben, een kabinet dat mensen niet tegen elkaar opzet, omdat we elkaar nodig hebben in deze samenleving. Als deze minister-president niet in staat is om te concluderen dat dit volstrekt onverantwoord is, dan is hij ongeschikt.

Minister Schoof:
Dit kabinet is bezig met al die grote opgaven. Dat zijn we heel consciëntieus en consistent aan het doen. U heeft een minister-president die daar ook elke keer zorg voor draagt en die staat voor dit kabinet.

De heer Dijk (SP):
Waarom was de minister-president er vanochtend niet?

Minister Schoof:
Voorzitter. De Kamer vindt het van belang om van mij als voorzitter van de ministerraad herbevestigd te krijgen dat er sprake is van eenheid van kabinetsbeleid. Dat heeft de Kamer duidelijk gemaakt. Dat heeft ze vanochtend nog een keer extra duidelijk gemaakt. Ik had eerder aangenomen dat de brief van de minister van Asiel en Migratie voldoende was. Zij geeft daarin nog een keer nadrukkelijk aan dat er eenheid van kabinetsbeleid is. Ze gebruikt letterlijk de terminologie "honderd procent onderschrijven" en zegt ook te betreuren dat daarover in het vragenuur onduidelijkheid is ontstaan. Ik dacht dat dat voldoende was. Ik heb vanochtend gezien en gehoord wat hier bij de regeling aan de orde was. Daarna heb ik vrij snel laten weten dat ik kom.

De heer Dijk (SP):
Goeie inschatting. Weet u nog wat ik u vroeg op 4 juli 2024, toen mevrouw Agema er een bende van aan het maken was?

Minister Schoof:
Ja, dat heeft u net in uw bijdrage gemeld.

De heer Dijk (SP):
U zei toen tegen mij: dat geëtter, geëmmer en geruzie stopt nu. Hoe vindt u zelf eigenlijk dat het gaat?

Minister Schoof:
Ik heb dat weleens eerder gezegd. Ik dacht dat mijn formulering rond kerst en oud en nieuw "bumpy ride" was. Ik zei eerder in deze bijdrage al dat er met enige regelmaat verschillen van opvatting zijn in het kabinet, tussen de vier partijen die dit kabinet steunen. Af en toe gaat het hard en af en toe zacht. Overall denk ik dat we met elkaar een weg zijn ingeslagen waarop we gaan zorgen voor de grote opgaven waar we voor staan. We gaan meters maken op het vlak van de woningbouw, de bestaanszekerheid, het perspectief voor de landbouw, de stikstofdossiers en de veiligheid van dit land. U zult dat zien. En af en toe is het nog steeds een bumpy ride.

De heer Dijk (SP):
Voorzitter. Ik stel die twee vragen omdat mensen het tijdens het debat op 4 juli 2024 heel vervelend vonden om te zien dat er eindelijk een kabinet zat, maar dat dit vervolgens rollebollend en ruziënd met elkaar over straat ging. U werd vanochtend door de Tweede Kamer gevraagd om bij dit debat aanwezig te zijn. Dat kwam doordat een groot deel van de Tweede Kamer wil dat dat een keertje stopt. Er zit daar een minister die u niet één keer ondermijnt, maar keer op keer. Ik heb eens even de persconferenties van de afgelopen weken achter elkaar zitten terugkijken. Die gaan allemaal over hoe u ondermijnd wordt, en dat komt door díe minister. Of het nou gaat over uitspraken of Zelensky wel of niet democratisch gekozen is, over of het intrekken van de Spreidingswet wel of niet door u op de agenda is gezet en dat zij daardoor wordt tegengewerkt, over het wel of niet toekennen van vijf lintjes en dat dat lekt … Hoe voelt het voor u om constant door haar voor de bus gegooid te worden?

Minister Schoof:
De persconferenties op vrijdag zijn een uur lang een buitengewoon interessante ervaring, moet ik zeggen, als minister-president. Ik was al wat gewend, maar het is best intensief om elke vrijdagmiddag deze persconferenties te geven, daarna het Gesprek met de minister-president te doen, en daarna nog bij Met het Oog op Morgen te zijn. Ik heb een aantal keren aan de journalisten gevraagd of we het ook eens konden hebben over de zaken die we in de ministerraad hadden besloten. Zij kiezen waar ze vragen over stellen. Dat begrijp ik. Het is een mooi en belangrijk goed dat wij hier journalistieke vrijheid hebben. Veel van de gesprekken gaan over "het is te laat" of "het komt niet op tijd". Er zit een behoorlijk negatieve vibe in die gesprekken. Dat mag allemaal; daar moet je ook tegen kunnen, anders moet je geen minister-president worden, maar het is dus intensief.

Met enige regelmaat moet ik daar zaken verdedigen. Dat doe ik met passie en met liefde, omdat het belangrijk is en omdat dit kabinet er uiteindelijk voor moet zorgen dat we de opgaven in dit land gaan realiseren. Daar hebben we tijd voor nodig. We beginnen nu langzamerhand bij een kantelmoment te komen waarop we kunnen zorgen dat we die stappen ook kunnen gaan zetten. Overigens moeten we in dit toch geopolitiek ingewikkelde tijdsgewricht met elkaar zorgen dat we met eenheid ons land veilig houden, ook in een wisselende internationale context.

De heer Dijk (SP):
Ja, uw persconferenties zijn moeilijk omdat u moeilijke vragen krijgt. Waar zouden die moeilijke vragen nou toch vandaan komen? Ik denk dat dat te maken heeft met het feit dat daar iemand zit die u permanent aan het ondermijnen is. Als u daar niks aan doet, dan blijft dat zo. Er is eigenlijk één vraag die constant onbeantwoord blijft. Die vraag hebben meerdere collega's voor mij ook al gesteld. De enorm Haagse term "eenheid in beleid" betekent dat mevrouw Faber gewoon moet tekenen. Waarom laat u haar niet gewoon die verklaringen voor die lintjes tekenen? Dán is er eenheid in kabinetsbeleid. Anders is die er niet. Dan kunt u hoog of laag springen. De vraag blijft: bent u voor eenheid in kabinetsbeleid? Zo ja, dan moet mevrouw Faber die lintjesverklaringen gewoon tekenen. Anders zijn het lege woorden.

Minister Schoof:
"Eenheid in kabinetsbeleid" betekent dat een lid van het kabinet voor de lintjes tekent, en dat gebeurt. Punt.

Voorzitter. Volgens mij ben ik redelijk door al mijn onderwerpen heen.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef graag het woord aan minister Faber. O, mevrouw Koekkoek heeft nog een vraag.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Excuus. Ik had in mijn inbreng expliciet vragen gesteld, ook aan de premier. Die zijn niet aan de orde gekomen. Die wil ik juist graag beantwoord zien. Ik heb dezelfde vraag gesteld aan minister Faber, en ik wil wel weten of de antwoorden hetzelfde zijn. Het spijt me dat ik hiermee de orde verstoor, maar ik wil die antwoorden graag hebben.

De voorzitter:
Dan geef ik nogmaals het woord aan de minister-president.

Minister Schoof:
Ik heb mijn aantekeningen niet bij me.

De voorzitter:
Welke vragen waren dat, mevrouw Koekkoek?

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Ik heb de vraag gesteld of de leesmaatjes, mensen die formulieren instellen, een goede bijdrage zijn aan de samenleving. Ik heb de vraag gesteld of het haaks staat op het beleid van het kabinet, en dus van de minister, als vrijwilligers van het COA een lintje krijgen. Mijn volgende vraag was: neemt de minister haar woorden van gisteren terug, namelijk dat dit haaks staat op haar beleid en, zo nee, hoe verhoudt dit zich dan tot de Grondwet, waarin staat dat het kabinet de eenheid van kabinetsbeleid dient te bevorderen? Die vragen heb ik gesteld. Ik begrijp dat de premier niet kan zeggen of de minister haar woorden terugneemt, maar op de andere vragen wil ik wel graag een antwoord.

Minister Schoof:
De onderscheidingen worden aan betrokkenen uitgekeerd. Daarmee maken we ook duidelijk dat het kabinet staat voor de mensen die in azc's of waar dan ook op enigerlei manier vrijwilligerswerk doen ten behoeve van asiel, op welke manier dan ook. Daar kan geen misverstand over bestaan. Dan zouden we namelijk de lintjes niet kunnen gaan verstrekken.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
De eerste vraag die ik stelde was: is de premier, de minister van mening dat mensen die leesmaatjes zijn, die meehelpen bij zo'n formulier, een goede bijdrage aan de samenleving zijn of dat dit haaks staat op het beleid van dit kabinet?

Minister Schoof:
Ik denk dat iedereen die helpt om mensen te leren lezen, om mensen een plek te geven in onze samenleving, ongeacht hoe of wat, en wat de status voor die mensen is, een bijdrage is aan onze samenleving.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Een punt van orde, voorzitter. Vanochtend kwamen we goed uit met zes interrupties, zoals door u voorgesteld. Dat gaan we vanmiddag niet redden, vrees ik, dus ik vraag u vriendelijk om meer interrupties dan zes toe te staan voor dit deel van het debat.

De voorzitter:
En waar dacht u aan? Aan zeven?

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Zullen we acht doen?

De voorzitter:
Eenmaal, andermaal, zullen we dat maar doen bij dezen? Maar ze moeten wel kort zijn, zeg ik in de richting van een aantal deelnemers van hedenavond. Ik zie de heer Timmermans enthousiast ja knikken, in mijn dromen.

Dan geef ik graag het woord aan minister Faber. Het woord is aan haar.

Minister Faber:
Voorzitter. De minister-president heeft al heel veel vragen beantwoord. Er liggen nog een paar vragen open en die zal ik met alle plezier ook gaan beantwoorden. Laat ik beginnen bij de vrijwilligers. Weet u, voorzitter, vrijwilligers in Nederland, die doen goed werk. Ik ga er ook van uit dat vrijwilligers, ook die vrijwilligers die zijn voorgedragen, met de beste bedoelingen hun vrijwilligerswerk doen. Zij doen fatsoenlijk werk, het zijn ook fatsoenlijke mensen.

Maar, voorzitter, in het licht van mijn portefeuille heb ik geworsteld met deze voordrachten en dat heb ik ook kenbaar gemaakt. Dat had te maken met mijn portefeuille en de situatie in Nederland. Het is hier al eerder op de tafel geweest. Het is natuurlijk zo dat Nederland heel erg aantrekkelijk is. De details zijn al nader ingevuld. Dat is namelijk ook het punt geweest waarom ik er moeite mee heb gehad om hiervoor te tekenen en dat heb ik ook kenbaar gemaakt. Dat waren de vrijwilligers.

Toen kwam mevrouw Yeşilgöz, die de vraag stelde hoe de focus weer komt te liggen op de aanpak van migratie. Ik werk elke dag, elke dag, keihard aan het strengste asielbeleid ooit. En dat hebben we ook afgesproken in het regeerprogramma. We doen dat, ik doe dat, omdat ik de asielinstroom wil beperken en de terugkeer wil bevorderen zodat we een beheersbare opvangopgave hebben. Er is al veel gebeurd en bereikt. Op dit moment is er al een daling zichtbaar van de asielinstroom en ik verwacht ook dat deze daling voortzet. Ik heb al een reeks wetten en maatregelen aangekondigd en ingediend. Ik hoop dat we de wetsvoorstellen voor het tweestatusstelsel en de asielnoodmaatregelenwet snel in uw Kamer kunnen behandelen. Ik werk aan grote en kleine ingrepen, allemaal met hetzelfde doel: meer grip op migratie. Ik zet dus alles op alles en voor mij ligt de focus elke dag op de aanpak van migratie. En ik doe ook mijn werk met heel veel plezier en met heel veel passie.

De voorzitter:
Een punt van orde van mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, volgens mij gaat dit debat over eenheid van kabinetsbeleid en de lintjes, dus wat mevrouw Faber allemaal iedere dag aan missie heeft rondom de asielinstroom, dat mag ze vertellen, maar ik mis dat eigenlijk. Op het punt van de vrijwilligers is ze heel kort en vervolgens gaat ze heel lang in op dingen die niet aan de orde zijn.

De heer Jetten (D66):
Ik wil even checken of alle vragen over vrijwilligers nu zijn beantwoord, want we gingen naar een ander blokje. Ik heb zelf in ieder geval drie concrete vragen daarover gesteld die nu niet zijn beantwoord. Voordat ik een interruptie plaats, stel ik even de checkvraag of de minister inderdaad klaar is met het blokje vrijwilligers.

Minister Faber:
Ik ben klaar met het blokje vrijwilligers.

De heer Jetten (D66):
Ik vroeg in mijn bijdrage of de minister zou kunnen reflecteren op de pijn die zij de afgelopen dagen heeft veroorzaakt. Pijn bij mensen die als vrijwilliger aan de slag zijn voor vluchtelingen en statushouders. Maar ook veel breder in de samenleving pijn bij iedereen die dat symbool van de lintjes op Koningsdag nou echt iets typisch Nederlands vindt, waarbij we een keer niet overal stampij over maken, maar gewoon kunnen vieren dat Nederlanders in hun vrije tijd wat doen voor een ander, voor hun naasten, voor de buren, voor iemand die ze niet kennen, omdat ze het leven van andere mensen beter willen maken. Ik vraag om een stukje reflectie op de pijn die de minister daar de afgelopen dagen heeft veroorzaakt.

Minister Faber:
Ik heb net al gezegd dat vrijwilligers in Nederland heel goed werk doen. Het is nooit mijn bedoeling geweest om iemand pijn te doen. Dat is helemaal niet mijn bedoeling geweest. Ik heb ook uitgelegd dat ik heb geworsteld met de voordrachten die op mijn bureau kwamen. Toen heb ik ook aangegeven dat ik er in het licht van mijn portefeuille heel veel moeite mee heb om dat te tekenen. Dat heb ik gezegd. Het is nooit mijn bedoeling om iemand te kwetsen, absoluut niet. Ik weet ook dat er veel vrijwilligers zijn in Nederland die gewoon heel goed werk doen. Dat heb ik u net ook gezegd. Ik denk ook dat deze mensen dit met de allerbeste wil van de wereld doen. U heeft mij ook niet horen zeggen dat ik dat niet vind. Ik heb dat gewoon nooit gezegd. Ik weet ook dat die mensen het goed doen. Natuurlijk doen die mensen dat goed. Maar in het licht van mijn portefeuille had ik daar moeite mee en dat heb ik ook aangegeven. Maar ik heb nooit bij iemand enige pijn willen veroorzaken. Dat is absoluut nooit mijn bedoeling geweest.

De heer Jetten (D66):
"In het licht van het beleid" ... De heer Eerdmans zei gisteren tijdens het vragenuur uitstekend dat het weigeren van deze lintjes natuurlijk helemaal niet tot minder instroom of minder overlast of wat dan ook gaat leiden. Dus het is echt gewoon klinkklare onzin dat het niet tekenen van zo'n voordracht zodat het Kapittel die lintjes kan uitreiken enige zinnige bijdrage levert aan de belofte van deze coalitie om meer grip op migratie te krijgen. De minister-president heeft net kraakhelder gezegd dat helpen leren lezen een prachtige manier is om vrijwilligerswerk te doen, ongeacht de status van de mensen aan wie die lessen worden gegeven. Ik zou dus allereerst van de minister de bevestiging willen krijgen dat zij ook vindt dat vrijwilligerswerk waarbij statushouders de Nederlandse taal leren iets waardevols is. En ten tweede, als dat nu uiteindelijk toch bij de minister is ingedaald: gaat zij dan vanaf nu dit soort voordrachten zelf tekenen?

Minister Faber:
Het is natuurlijk altijd goed als mensen die hier in Nederland zijn de Nederlandse taal leren. Statushouders hebben een vergunning om hier te blijven en de eerste stap voor integratie is dan de taal leren. Dat lijkt me zo klaar als een klontje, dus daar vinden we elkaar. Dan wordt de vraag gesteld — dat was uw vraag — of ik de volgende keer wel zou gaan tekenen. Nou, weet u: ik ga daar nu niet op vooruitlopen. Het is een als-danvraag. Laat ik eerst maar eens zien wat er dan op tafel komt. Zover is het nu helemaal niet.

De heer Jetten (D66):
Allereerst, ook voor de kijker thuis: deze minister heeft geweigerd te tekenen voor een koninklijke onderscheiding voor een vrijwilliger die statushouders helpt om de Nederlandse taal te leren. We kunnen hier dus mooie praatjes krijgen vanachter het katheder, maar u was de afgelopen weken zo vals dat u dat niet gunde aan de betreffende vrijwilliger. De minister wil nu geen concreet antwoord geven op de vraag: tekent zij de volgende keer wel? Dat is dus het bewijs dat er geen eenheid van kabinetsbeleid is, want net is er in de interrupties op de minister-president door meerdere collega's meermaals heel helder uitgelegd dat het reglement dat hoort bij koninklijke onderscheidingen voorschrijft dat een minister die bezwaren heeft, die bezwaren kenbaar maakt. Overigens heeft ze dat dus niet zelf gedaan, want de voorzitter van het Kapittel moest de premier bellen. Een minister die klaagde over de agenda van de ministerraad heeft dus niet het fatsoen om dat zelf te melden bij de minister-president, maar dat terzijde. Het reglement schrijft voor ...

De voorzitter:
Wilt u iets korter zijn? Iets korter, de vragen.

De heer Jetten (D66):
Ik heb tot nu toe weinig geïnterrumpeerd.

Het reglement schrijft voor dat u het kenbaar maakt als u bezwaar heeft, maar dat de minister zelf de handtekening zet als de ministerraad vervolgens besluit die lintjes toch toe te kennen. Dat is gewoon het reglement. Als u inderdaad voldoet aan de eenheid van kabinetsbeleid, kunt u alleen maar met ja of nee antwoorden: gaat u de volgende keer zelf tekenen?

Minister Faber:
De situatie was nu dat er voordrachten waren. Ik had er moeite mee om deze te ondertekenen. Dat heb ik ook kenbaar gemaakt. Om een lang verhaal kort te maken: de minister-president heeft samen met de minister van BZK gezegd deze voordrachten te gaan ondertekenen. Dat vind ik ook prima, want zij hebben een bredere weging gemaakt dan ik. Ik heb de weging gemaakt op mijn portefeuille. De minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken hebben dat breder beoordeeld. Dat vind ik ook goed. Dat is prima. Ik steun de minister-president daar ook in. Ik sta ook voor de eenheid van het kabinet, en niet gewoon, maar voor honderd procent sta ik achter de eenheid van het kabinet.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
De minister-president en de minister fietsen dwars door de procedures heen die hiervoor zijn afgesproken. Ze fietsen er dwars doorheen. Als de procedure gewoon was gevolgd — ik moet het helaas herhalen, want de minister-president ging daar ook niet op in — dan had er een discussie plaatsgevonden in de ministerraad en dan was ieder lid van de ministerraad gebonden aan de conclusie. Dan was de minister gehouden te ondertekenen wat aan haar is voorgedragen. Daarom de hele concrete vraag: gaat de minister alsnog die vijf voordrachten tekenen? Ze kan zo wel wegkomen van eenheid van kabinetsbeleid, doordat andere bewindslieden die tekenen. Als de collega van de minister, haar vicepremier, mevrouw Agema, zegt "ik had wel getekend", als staatssecretaris Coenradie zegt "ik zou wel hebben getekend", waarom kan de minister nu dan niet ruimhartig zeggen: "We hebben het debat gehad. Er is van alles gewisseld. Ik had zo mijn twijfels. Ik ben overtuigd. Er is eenheid van kabinetsbeleid. Ik zet mijn handtekening onder die vijf voordrachten en ik zal vanaf nu altijd zo handelen." Waarom kunt u dat niet gewoon over uw lippen krijgen, vraag ik aan de minister.

Minister Faber:
Er is een feitenrelaas naar uw Kamer gestuurd. Daar is alles in uitgelegd. Daarin is ook de gang van de procedure en hoe dat is gelopen uitgelegd. Toen heeft de minister-president met de minister van Binnenlandse Zaken dat besluit gemaakt. Dat steun ik ook. Dat is een vorm van eenheid van kabinet. Iemand in het kabinet kan er dan gewoon voor tekenen. Dat gaan de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken doen. Dat is gewoon toegestaan.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Nee. De minister-president moest de noodprocedure hanteren omdat er ergens gelekt was. Wij weten hier allemaal wie dat gelekt heeft om de boel op stelten te zetten, in de hoop dat het weer over asiel zou gaan in plaats van over de dingen die mensen op dit moment zeer bezighouden. Dat weten we allemaal. De minister-president moest de noodprocedure toepassen. Maar dat laat onverlet dat het ondanks de noodprocedure helemaal niet nodig was dat de handtekening van de minister-president of van de minister van Binnenlandse Zaken zou komen. Na beraad, na overleg, na vaststelling dat het kabinet het hierover eens is, had die handtekening gewoon van u moeten komen. Ik kan nu niet anders dan concluderen dat het kabinet, de minister-president en de coalitiepartijen, die allemaal in dit verhaal betrokken zijn, u gewoon de ruimte geven om de godganse tijd uw eigen gang te gaan en af te wijken van de eenheid van kabinetsbeleid. Volgende week staan we hier namelijk weer. Zolang u niet bereid bent om te zeggen "het kabinet heeft besloten; ik zet mijn handtekening", is er sprake van verschil van inzicht, verschil van inschatting. U moet mij nog maar eens een keer uitleggen hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat iemand die aan statushouders in Nederland Nederlandse les geeft, een bedreiging is voor het beleid dat u wil voeren. Dat kunt u op geen enkele manier onderbouwen. U bent gewoon gemeen tegen mensen. Dat is de enige kwalificatie die ik hiervoor kan vinden.

Minister Faber:
Die kwalificatie laat ik aan meneer Timmermans. Die laat ik gewoon bij hem. Ik vind het wel bijzonder dat u ook met details komt over wat in die voordrachten zou staan. Volgens mij kunt u helemaal niet weten wat daarin staat, want dat is gewoon vertrouwelijk. Maar goed, dat even terzijde. Dan is het nog zo dat de procedure toelaat dat een minister het kan aangeven als hij of zij ergens niet voor wil tekenen. Dat heb ik ook gedaan. Ik heb aangegeven dat ik daar niet voor kon tekenen, dat ik daar heel veel moeite mee had. Toen heeft het Kapittel dat ook teruggenomen. Toen was het weg bij mij en heeft de minister-president dat gewoon verder afgehandeld. De minister-president heeft in zijn termijn al uitgelegd wat er toen is gebeurd. Dat hoef ik nu niet allemaal te herhalen. Maar die ruimte is er voor mij, voor een minister, om wel dan niet te tekenen. Dan is er ruimte voor een andere minister om te tekenen. Daar ben ik ook akkoord mee. Dat vond ik prima en daar sta ik ook achter. Dat is prima. Ik sta voor de eenheid van kabinet. Dan kan hier wel gezegd worden dat er geen eenheid van kabinet is, maar er is wél eenheid van kabinet. Ik heb dat nu al een paar keer gezegd en ik sta daar ook achter. Ik sta ook achter de handelingen van de minister-president.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Het is om gek van te worden. Vicepremier Agema zegt: ik zou tekenen. Staatssecretaris Coenradie zegt: ik zou tekenen. De minister-president zegt: er is eenheid van kabinetsbeleid. De minister heeft geen enkel argument meer over om niet te tekenen, tenzij ze zich nog steeds wil onttrekken aan de consensus in de ministerraad. Als dat zo is, is er geen eenheid van kabinetsbeleid. Er valt niks anders van te maken, zeg ik tegen de minister.

Minister Faber:
Volgens mij hoor ik geen vraag.

De heer Bontenbal (CDA):
Heeft de minister dingen in dossiers gevonden die voor haar een reden waren om haar handtekening niet te zetten? Ik hoef niet te weten wat het zijn, want ik ga niet in op dossiers. Maar zijn er specifieke dingen die u gevonden heeft die voor u een reden waren?

Minister Faber:
In combinatie met mijn portefeuille waren er zaken waar ik heel veel moeite mee had, maar ik kan niet op een casus ingaan.

De heer Bontenbal (CDA):
Maar dan mag ik ervan uitgaan dat vrijwilligers een bepaalde taak hebben gedaan waar u het niet mee eens bent. Dan is de vervolgvraag natuurlijk: als dezelfde soort mensen ooit weer een lintje zullen aanvragen, dan zult u toch dezelfde keuze maken? Want u bent niet van mening veranderd. De volgende keer als u identieke dossiers op uw bordje krijgt, van mensen die wat vrijwilligerswerk bij een azc doen, dan zal u dus alsnog niet tekenen. Dat is mijn conclusie. Klopt die?

Minister Faber:
Ik kan niet op zaken vooruitlopen. Ik weet niet wat er in de toekomst op mijn bureau komt. Dat weet ik niet.

De heer Bontenbal (CDA):
Maar dit is toch ontzettend laf? In elk debat leest u de hele Kamer de les. U bent ontzettend duidelijk als het gaat over migratie. U weet iedereen de les te lezen en u benoemt alles wat fout is. En als ik een hele simpele vraag stel — wat gaat u doen? — dan komt u met dat ontzettend flauwe antwoord, van: dit zijn als-danvragen. Wij vragen u gewoon om een principe-uitspraak te doen, want het blijft heel gek dat als je voor een lintje in aanmerking komt en je dossier opgestuurd wordt, je bij kabinetslid A wel door het poortje komt en bij kabinetslid B niet. Eenheid van kabinetsbeleid betekent dat al die bewindspersonen dezelfde criteria hanteren en dat mevrouw Faber niet andere criteria hanteert dan mevrouw Agema. U bent het toch met me eens dat eenheid van kabinetsbeleid moet betekenen dat iedereen in het kabinet dezelfde criteria hanteert?

Minister Faber:
Ik ga niet in op collega-bewindspersonen. Dat ga ik helemaal niet doen. Dat is punt één. Ik heb ook geen glazen bol. Ik kan niet in de toekomst kijken en zien wat voor aanvragen er op mijn bureau gaan komen. Daar kan ik toch niet op vooruitlopen? Dat gaan we … Volgens mij ben ik aan het woord. Ja. Die afweging zal gemaakt worden als er een nieuw dossier of een nieuwe aanvraag op mijn bureau komt.

De heer Bontenbal (CDA):
Dit is gewoon hoe het in elk migratie- en asieldebat gaat. Als de vraag één slagje dieper gaat, dan komt er niks. Dan wordt er lucht verplaatst.

Dan mijn laatste vraag. U heeft ergens spijt van. U heeft gezegd dat u iets betreurt. Wat betreurt u eigenlijk? Dit kwam op mij namelijk heel erg over als: we betreuren de ophef. Die heb ik vaker gehoord. U betreurt volgens mij niks. Als u niks betreurt, dan hoor ik dat ook het liefst gewoon in dit debat.

Minister Faber:
Gisteravond is er nog een brief naar uw Kamer gegaan. Daarin is dat ook uitgelegd. Ik wil dat ook best nog een keertje gewoon in mijn eigen woorden herhalen. Wij hebben hier gisteren een debat gevoerd. Toen heb ik een paar keer benadrukt dat ik niet wilde tekenen. Wellicht heb ik dat te vaak benadrukt. Ik heb toen te weinig benadrukt dat ik sta voor de eenheid van het kabinet. Daar had ik een betere balans in moeten vinden. Dat heb ik niet gedaan. Dat betreur ik wel.

De heer Bontenbal (CDA):
Dit is natuurlijk een hele gekke figuur. Dit gaat dan over hoeveel keer u het wel of niet gezegd heeft. U heeft blijkbaar niet gezegd dat u stond voor eenheid van kabinetsbeleid. Daarom was er zo veel ophef. Dus als u twintig keer zegt "ik ben geen stempelmachine", dan maakt het voor mij persoonlijk weinig uit of u dat twintig, dertig of vijf keer heeft gezegd. Dat is natuurlijk een hele gekke redenering: ik had het minder moeten zeggen, want dan zou het minder erg zijn. Wat u heeft uitgestraald, is: jullie kunnen de boom in. Dat heeft u uitgestraald. En: de rest van het kabinet kan eigenlijk ook de boom in en naar de premier luister ik niet. Dat is wat u heeft uitgestraald. Daar is de boosheid over.

Minister Faber:
Nee, dat was niet de bedoeling. Ik heb namelijk zeker wel gezegd dat ik sta achter de eenheid van kabinet. Dat heb ik zeker gezegd, maar ik heb het wel minder benadrukt dan dat ik niet zou tekenen. Dat betreur ik, want ik had die balans beter moeten zoeken.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik mis nog steeds excuses aan de vrijwilligers, die nu alsnog een lintje krijgen, maar zonder de waardering van minister Faber.

Minister Faber:
Ik heb al eerder tegen u en uw Kamer gezegd dat ik vind dat vrijwilligers in Nederland goed werk doen. Ze doen dat met de beste bedoelingen. Ik heb niemand willen beledigen. Niemand. Ik heb daarin helemaal niets fout gedaan. Ik heb in dit geval dus helemaal niets om mijn excuses voor aan te bieden. Ik heb helemaal geen vrijwilligers afgevallen of wat dan ook. Ik heb ook gezegd: ze doen goed werk. Het zijn fatsoenlijke mensen. Ze doen dat, denk ik, met de beste wil van de wereld. Waarom moet ik daarvoor mijn excuses aanbieden als ik dit nu vind en zeg?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik denk dat minister Faber de crux van het decoratiestelsel dan toch niet helemaal tot zich heeft laten doordringen. De lintjesregen, dat oranje zonnetje dat gaat schijnen aan de vooravond van Koningsdag, is de waardering van de samenleving voor alle vrijwilligers die onbaatzuchtig bijdragen aan dit land. Dat geldt ook voor de vrijwilligers die taalcursussen of sollicitatietrainingen gaven of kleding inzamelden voor het geval het winter werd. Dat geldt voor alle mensen die hebben bijgedragen aan de opvang van vluchtelingen, los van hoe je kijkt naar het migratievraagstuk. Deze minister heeft sinds het lek in De Telegraaf keer op keer op keer op keer herhaald waarom zij deze vrijwilligers geen lintje gunde en daar niet voor tekende. Inmiddels zegt het kabinet, middels de actie van de minister-president, dat ze toch een lintje krijgen. Er is dus alsnog waardering voor hen vanuit de samenleving, minus één minister die, terwijl we haar voeten nog zien, achter het gordijn is gaan staan en zegt: ik spreek dat niet uit. Het is ook gepast om aan deze vrijwilligers excuses aan te bieden voor de manier waarop hiermee om is gegaan.

Minister Faber:
Volgens mij sta ik niet achter de gordijnen. Ik zit ook niet in de gordijnen. Maar goed, ik heb nu al een paar keer herhaald wat ik heb gezegd over de waardering voor vrijwilligers. Ik zie dus niet in waarom ik daar excuses voor moet aanbieden. Het hele kabinet heeft besloten — daar sta ik ook achter, want ik ben onderdeel van het kabinet — dat deze mensen, op basis van een breder besluit, alsnog een lintje krijgen.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Daarmee heeft de minister toch laten zien dat het voor haar uitmaakt wie er op welke grond wel of geen lintje krijgt, terwijl dat sinds het decoratiestelsel is herzien, juist niet politiek werd gemaakt. De situatie die de heer Wilders beschreef, was in een ander tijdperk. We zitten in een tijd waarin we hebben gezegd: we halen dit uit het politieke debat. Juist daarom staat artikel 9, leden 5 en 6, in het reglement van orde.

Dan vooruitkijkend, want reflectie is inderdaad nog niet echt iets wat … Nou, de minister rijdt zonder achteruitkijkspiegels, zullen we maar zeggen. Vooruitkijkend. Artikel 9, leden 5 en 6, geeft aan dat een minister het voordraagt aan de ministerraad als de minister het niet kan ondertekenen. De ministerraad beslist er dan over. Vervolgens tekent de minister alsnog als de ministerraad zegt: gezien de brede weging vinden we dat iemand dat lintje wel verdient. Betekent dit dat de minister voortaan artikel 9, leden 5 en 6, wél uit gaat voeren? Of kan het gebeuren dat we opnieuw de vreemde bypass krijgen waarbij er "in de geest van het reglement" wordt gehandeld, maar deze minister eigenlijk zegt: ik stap weer achter de gordijnen?

Minister Faber:
Even voor alle duidelijkheid: ik ben nog nooit achter de gordijnen gestapt, dus dat ga ik dan ook niet doen. Weet u, deze mensen krijgen gewoon een lintje. Dat hebben wij als kabinet besloten. Ik sta achter de eenheid van het kabinet. Ik weet niet welke dossiers ik in de toekomst op mijn bureau krijg. Ik kan niet in de toekomst kijken. Ik maak gewoon op dat moment de afweging. Ik wil wel benadrukken dat het reglement erin voorziet dat een minister een keuze heeft om wel of niet te tekenen en dat hij of zij dat kan voorleggen aan de ministerraad. Ik heb ook aangegeven dat ik moeite had om hiervoor te tekenen. Het is toen weer teruggegaan naar het Kapittel, uit mijn handen geraakt en terechtgekomen bij de minister-president. Er werd draagvlak gevonden in het kabinet, waar ik ook achter sta, waarna deze lintjes alsnog worden gegeven. En ik sta achter de beslissing van de minister-president.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, ik rond af. Maar dat is wel met verdriet, want deze minister weigert excuses te maken aan die vrijwilligers die van haar dat lintje niet zouden krijgen. Maar vervolgens is ze wel uitgebreid gaan spreken over wat voor moeite ze ermee heeft. Nou, alles wat de heer Eerdmans heeft gezegd: "allemaal onzin". Vervolgens geeft ze ook nog eens naar de toekomst toe aan: ik weet niet of ik dat reglement wel ga volgen, want ik weet niet welke situaties ik dan op mijn bordje krijg.

Nou, voorzitter. We zitten in een heel bijzondere situatie. Deze minister heeft haar eigen koninkrijkje opgericht en hoe dat eenheid van kabinetsbeleid moet voorstellen: ik vind het bar ingewikkeld.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Gisteren in het mondelinge vragenuur stond de minister bij hoog en bij laag, niet als een stempelmachine maar wel als een herhaalmachine, aan te geven dat het helpen van mensen die vluchteling zijn, haaks staat op het beleid. Het was dus niet, zoals de minister nu doet voorkomen, dat ze er wat moeite mee had en dat het een soort dilemma of interne worsteling was. Nee, "haaks op het beleid" en "tegengesteld aan het beleid". Neemt de minister die woorden dan nu terug?

Minister Faber:
Op welke woorden doelt mevrouw Koekkoek dan?

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Ik zei letterlijk: de minister zei gister "het helpen van vluchtelingen staat haaks op mijn beleid". Neemt de minister die woorden terug?

Minister Faber:
Volgens mij heb ik dat niet zo gezegd.

Ik neem geen woorden terug. Ik bedoel: wij hebben een brief geschreven. Ik heb een brief geschreven en die heb ik ook ondertekend. Daarin hebben we de zaken uitgelegd en … Het gaat erom dat de lintjes verstrekt worden aan de vrijwilligers. Ik heb ook aangegeven dat vrijwilligers goed werk verrichten. Er is een nieuwe afweging gemaakt. Er is een bredere afweging gemaakt en daar sta ik achter. En ik sta ook achter de beslissing van de minister-president.

Ja, ik kan het nog wel tien keer herhalen. Als u dat aan mij vraagt, zal ik het blijven herhalen, maar het lijkt me klip-en-klaar dat ik achter de minister-president sta en achter de eenheid van het kabinet.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Ik daag iedereen hier uit om terug te kijken in de Handelingen, want de minister is vergeten wat ze zelf gisteren twintig keer heeft gezegd, namelijk dat het haaks staat op haar beleid. Ik daag haar nu uit om aan te geven waar de minister staat. De minister neemt dit niet terug. Dan kan alles wat de premier zonet gezegd heeft en alles wat hij heeft gezegd over eenheid van kabinetsbeleid en over de waardering voor vrijwilligers, ook die vluchtelingen die vreemdelingen helpen, de prullenbak in. Daar staan we nu namelijk al de hele dag over te debatteren!

Is er eenheid van kabinetsbeleid? Zegt het kabinet "vrijwilliger, als u een leesmaatje bent van een vluchteling dan waarderen we dat" of niet? Als de minister die woorden niet terugneemt, dan kunnen we ze weggooien. En daarom hebben we precies die twee vragen gesteld, zowel aan de premier als aan de minister. En hier zit de kern van het probleem.

Dus, voorzitter, nogmaals de vraag aan deze minister. Het staat haaks op haar beleid. Dus iedere vrijwilliger die dadelijk voorgedragen wordt voor een lintje en die zegt "ik heb iemand helpen lezen; ik heb iemand geholpen een formulier in te vullen en te tekenen", krijgt geen lintje van deze minister. Klopt dat, ja of nee?

Minister Faber:
Nogmaals, elke zaak, elk dossier en elke voordracht wordt gewoon opnieuw bekeken. Ik kan daar niet op vooruitlopen. Ik weet niet wat voor voordrachten er in de toekomst op mijn bureau liggen. Ik heb geen glazen bol in dezen en ik kan hier dus ook niet op antwoorden.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Ik wel, want vrijwilligers die worden voorgedragen, doen dit soort werk. Dat weet iedereen hier en daarom waarderen we het zo ongelooflijk. Het is nogal wat dat je tegen je gezin of tegen je geliefde zegt: ik spendeer mijn tijd niet aan u, maar ik spendeer mijn tijd aan mensen die bijvoorbeeld gevlucht zijn. Dit soort zaken komen op het bureau van deze minister. Als de minister zelf zegt "ik heb als een soort satellietstaat binnen het kabinet mijn eigen beleid en daar passen vrijwilligers niet in", dan doorbreekt ze dus de eenheid van kabinetsbeleid. Maar nog erger, ze zegt dan eigenlijk ook als minister: ik heb geen enkele boodschap aan de premier, de Kamer en de samenleving. Waarom reflecteert deze minister hier niet op?

Minister Faber:
Weet u, ik heb helemaal niet gezegd dat ik helemaal geen boodschap heb aan de maatschappij of de minister-president. Ik heb dat nu ook al een paar keer duidelijk voor het voetlicht gebracht en daar laat ik het gewoon bij.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Dat is eigenlijk de taal van minister Faber, zoals ik haar inmiddels, helaas, heb leren kennen. Op het moment dat de minister er niet meer uit komt en niet meer snapt wat de kern van het debat is, gaat ze jij-bakken, zegt ze "ik laat het erbij" of gaat ze zich herhalen. Dat gebeurde hier gisteren in het mondelinge vragenuur en dat gebeurt nu wederom. Ik kijk naar de premier, omdat ik met minister Faber eigenlijk helemaal niet verder kom. Ik kijk ook naar de coalitiepartijen VVD en NSC. Want wat hier nu gebeurt, is de kern van het debat, de kern van waar we vandaag al de hele dag over staan te debatteren: deze minister heeft als een soort satellietstaatje binnen dit kabinet haar eigen beleid en iedere vrijwilliger die iets gedaan heeft voor vluchtelingen zal van haar nooit een lintje krijgen. Dat is niet alleen geen eenheid van kabinetsbeleid, dat is ook een kabinet dat staat voor normen en waarden die niet de mijne zijn. Als het kabinet dit niet tot zich kan nemen, vraag ik mij echt af wat wij hier met elkaar aan het doen zijn.

Minister Faber:
Ik hoor geen vraag.

De heer Stoffer (SGP):
We hebben in de schorsing het feitenrelaas gekregen. Daarin staat dat naar de geest van de procedure is gehandeld en dat dat is gebeurd omdat er afgelopen weekend commotie ontstond over de keuze die minister Faber heeft gemaakt. Nu is mijn vraag aan minister Faber als volgt. Stel dat die commotie er niet geweest was. Is het dan de bestendige lijn dat een minister een keuze kan maken om niet te tekenen, dat het dan aan de orde komt in de ministerraad en als de ministerraad dan zegt "het kabinet lijkt het wel wenselijk dat er voor het lintje getekend wordt", het besluit weer teruggaat naar de minister die de verantwoordelijkheid heeft, die dan de handtekening zet omdat het kabinet daar in de breedte over heeft besloten?

Minister Faber:
Als de commotie niet was ontstaan, was dit onderwerp waarschijnlijk … Ik ga niet over de agenda van de ministerraad; daar gaat de minister-president over. Dan had ik het zeker gevraagd aan de minister-president. Ik heb er ook contact over gehad met de minister-president dat ik er moeite mee had om het te tekenen. Dan hadden wij daar overleg over gehad en dan zou de procedure zo zijn geweest dat het naar de ministerraad zou zijn gegaan. Dat is de normale procedure in dezen. En dan komt daar een uitslag. Het is dan nog maar de vraag wie het dan gaat tekenen.

Volgens mij gaat het erom dat er … Er is gewoon één minister die gaat tekenen. Als ik er moeite mee heb om te tekenen, waarom zou dan een andere minister het niet tekenen, die het op een andere manier weegt? Want ik heb het gewogen in het licht van mijn portefeuille. De minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken hebben het breder gewogen. Daar zit de crux en daarom zullen zij het wél tekenen. Dat is een ander uitgangspunt dan een vakminister heeft, want de vakminister maakt de afweging op basis van zijn of haar portefeuille. Dat heb ik ook gedaan. Vervolgens is er binnen het kabinet ruimte voor een bredere afweging. Die gaat veel verder dan de smalle afweging van de vakminister. Zo is het nu ook gegaan en zo kán het ook gaan. Toen hebben de minister van Binnenlandse Zaken en de minister-president ook aangegeven dat ze willen tekenen, ook met het oog op de goede werking van het decoratiestelsel.

De heer Stoffer (SGP):
Dit zit in de buurt, maar is het net niet helemaal. Als ik lees wat er nu gebeurd is, dan heeft de minister gezegd "dit wil ik niet tekenen". Het is natuurlijk wat rommelig, doordat het naar buiten kwam, terechtgekomen in de handen van een deel van het kabinet; het zou normaal bij het hele kabinet terecht zijn gekomen. Er is nu een besluit genomen, waar volgens mij het hele kabinet achter staat. Nu zegt ook deze minister "dat steun ik". Volgens mij is het in de gebruikelijke situatie, waarin het niet naar buiten komt, zo dat als een minister om wat voor reden dan ook zegt niet te willen tekenen, het naar de ministerraad gaat. Als de ministerraad dan in zijn geheel besluit dat het kabinetsbeleid is, is het vervolgens een formaliteit dat de betreffende minister zegt zich te conformeren aan het kabinetsbesluit en daarmee ook de handtekening zet. Daarbij blijft diens eerste statement natuurlijk gewoon staan binnen de boezem van het kabinet. Volgens mij zou de minister dit toch moeten beamen. Niet in de letter maar wel in de geest is dat in dit geval nu ook gebeurd.

Minister Faber:
In dit geval is het dus zo dat de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken hun handtekening zetten.

De heer Stoffer (SGP):
Ja, dat klopt. Dat is nu gebeurd. Maar mevrouw Faber zegt ook: ik stel mij daarachter. Dat is in principe ook een fictieve handtekening. Maar in de normale situatie zou je je daarna conformeren en gewoon die handtekening zetten. Daarmee heb je het eerste statement gemaakt. Dat blijft staan. Maar volgens mij is dat de procedure zoals die staat.

Minister Faber:
Ik heb net uitgelegd wat mijn afweging was. Ik heb een afweging gemaakt op basis van het gegeven dat ik een vakminister ben. Ik maak een smallere afweging. Gelet op die smalle afweging, kon ik mijn handtekening niet zetten. Ik heb al eerder gezegd dat er andere ministers zijn — ik heb het over de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken — die een bredere afweging hebben gemaakt. Op basis daarvan hebben zij gezegd: dan zetten wij onze handtekening. Dat kan dus gewoon. Dat kan gewoon, zeg ik via de voorzitter.

De heer Stoffer (SGP):
Volgens mij is dit niet de gebruikelijke procedure. De gebruikelijke procedure is dat op het moment dat het kabinet in zijn geheel een besluit heeft genomen, de betreffende vakminister die handtekening zet. Volgens mij heeft het kabinet ook in die geest gehandeld, want minister Faber zegt nu ook: ik stel mij achter die gehele lijn. Of je dan nog fysiek de handtekening zet of niet, is bij wijze van spreken een formaliteit. Maar die formaliteit vul je dan in. Daarmee blijft het statement staan dat je eerst gemaakt hebt, maar conformeer je je aan de bredere afweging die is gemaakt. Uiteindelijk teken je dat dan — ik vind dat je dan geen stempelmachine bent, hoor; dat betekent gewoon dat je je conformeert aan het kabinetsbeleid — omdat die brede afweging is gemaakt; je statement blijft dan staan. Ik zou toch wel graag willen horen dat dat de gebruikelijke lijn is. Volgens mij is dat ook de lijn die de minister-president daarstraks in zijn beantwoording heeft neergezet.

Minister Faber:
Als een andere minister binnen het kabinet tekent, is dat ook namens mij. We hebben eenheid van kabinet. De eenheid van het kabinet heb ik onderstreept.

De heer Jetten (D66):
Punt van orde. Het is eigenlijk belachelijk dat de heer Stoffer hier vier interrupties aan heeft moeten besteden. In het reglement, waar nu volgens mij al zeven Kamerleden naar hebben gevraagd, staat gewoon: "de minister die het aangaat". We mogen bij een fatsoenlijk debat in de Kamer ook wel verwachten dat de minister-president en de minister gewoon citeren uit reglementen waar ze zichzelf aan hebben te houden. Het is dus echt heel ergerlijk dat meerdere Kamerleden hier een groot deel van hun interrupties aan kwijt zijn. Daar zou de voorzitter ook op kunnen ingrijpen.

Voorzitter. Mijn vraag aan de minister is als volgt. Zij zei net trouwens tegen mevrouw Koekkoek "dat heb ik niet gezegd", maar ik ga gewoon even citeren. Ik citeer minister Faber: "Hun werk staat haaks op mijn beleid. Ik sta voor een streng asielbeleid, want ik wil de instroom drastisch verlagen, net als het aantal verblijfsvergunningen. Hun werk staat dus haaks op mijn beleid." Bij de NOS, RTL en alle grote media is terug te lezen dat u dat de afgelopen dagen heeft gezegd. Staat u nog steeds achter die uitspraak?

Minister Faber:
Met "mijn beleid" bedoelde ik: mijn portefeuille. Ik moet zeggen dat ik dat niet goed heb uitgedrukt. Ik bedoelde daarmee: in het licht van mijn portefeuille. Dat is nog altijd wel iets anders dan het beleid. We hebben in Nederland gewoon een probleem. We hebben een probleem met de asielinstroom.

De heer Jetten (D66):
Dat is niet mijn vraag, voorzitter.

De voorzitter:
Nee, nee, nee. De minister is aan het woord.

Minister Faber:
Ik kan het nu allemaal nog wel een keertje gaan uitleggen. Ik wil het met alle plezier nog een keertje uitleggen, hoor.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Faber:
Het punt is dat er nu een nieuw besluit ligt. Volgens mij was het doel ook dat deze mensen een lintje zouden krijgen. Ik had er heel veel moeite mee om mijn handtekening te zetten voor die lintjes. Vervolgens is er een nieuw besluit genomen door het kabinet. Daar zit ik ook in; dat is dus ook namens mij gebeurd. Dat is nu gewoon gebeurd.

Wat betreft mijn portefeuille: in Nederland hebben wij een probleem met asiel. Dat weet iedereen. Ik wil dat ook veranderen. Asielzoekers komen naar Nederland omdat wij als land heel erg aantrekkelijk zijn. Wij zijn een heel aantrekkelijk land. Een asielzoeker neemt dat mee in zijn overweging om naar dit land te gaan. Ze reizen namelijk meerdere landen door voordat ze hier zijn. Waarom is Nederland aantrekkelijk? Je krijgt hier met voorrang een huis. Je krijgt ook een uitkering. Je huis wordt ingericht enzovoorts, enzovoorts. Er wordt ook gekeken naar de hulp die men krijgt. Die hulp krijgt men niet alleen van de overheid, maar ook van vrijwilligers. Dat hele palet is één groot geheel. Het punt is dat de hulp die wordt gegeven door de vrijwilligers daar een onderdeel van is. Dat maakt het gewoon moeilijk en dat staat wel op gespannen voet met mijn portefeuille. Daarom heb ik ook de worsteling gehad om mijn handtekening te zetten op de voordracht van deze mensen.

De heer Jetten (D66):
Ik heb echt heel goed geluisterd naar dit antwoord en minister Faber is nu toch door de mand gevallen. Want op mijn simpele vraag of de uitspraak is "dit vrijwilligerswerk staat haaks op mijn beleid", ja of nee, kan zij geen antwoord geven. Dan krijg je weer het eindeloze riedeltje over dat we hier allemaal hele foute dingen doen, waar we mee moeten stoppen. De conclusie is dat de minister nu dus bevestigt dat zij vindt dat dit vrijwilligerswerk haaks staat op haar beleid en dat die vrijwilligers daar dus eigenlijk geen lintje voor verdienen. Daarmee doorbreekt ze dus de eenheid van het kabinetsbeleid. Ik zou na de beantwoording van deze minister graag opnieuw de minister-president aan het woord krijgen om van hem te horen hoe hij deze beantwoording van de minister beoordeelt. De vraag aan de minister zelf is nu, als dit haar antwoord blijft: u moet misschien wel de belangrijkste wetten van deze coalitie door deze Kamer heen loodsen … En even niet op uw telefoon scrollen, maar gewoon naar mij luisteren. Ik wacht wel even, hoor.

Minister Faber:
Ik kan luisteren en ook kijken. Ik ben multifunctioneel.

De heer Jetten (D66):
De hulplijn komt binnen. Dat is fijn. Deze minister moet misschien de belangrijkste wetten van deze coalitie door de Tweede en de Eerste Kamer heen loodsen, wetten die cruciaal zijn voor de belofte voor meer grip op migratie. U heeft de afgelopen dagen vrijwilligers geschoffeerd, de minister-president geschoffeerd met uw opmerkingen over de ministerraadagenda en meerdere collega's in het kabinet afgevallen. U weigert vandaag wederom antwoord te geven op allerlei vragen van de Tweede Kamer. Hoe denkt de minister dat zij nog effectief kan zijn om meerderheden voor die wetsvoorstellen voor elkaar te krijgen?

Minister Faber:
Ik heb helemaal niemand geschoffeerd, noch de premier, de minister-president, noch vrijwilligers. Ik heb hier al een paar keer gezegd dat ik ervan overtuigd ben dat deze mensen uit goede wil hun werk doen, dat ze ook fatsoenlijk zijn. Dat heb ik ook gewoon gezegd. Ik heb gezegd dat ik achter het besluit van de minister-president sta. Weet u, ik sta achter het besluit van het kabinet, dus wat u hier allemaal zegt, zeg ik u via de voorzitter, dat klopt gewoon niet. Dat is gewoon onjuist. Ik heb hier helemaal niemand geschoffeerd. Helemaal niemand. En als u zegt dat ik geen antwoord geef: ik geef wel antwoord. Wellicht zijn het niet de antwoorden die u had verwacht, maar ik geef u wel antwoord. Ik heb op alles antwoord gegeven. Ik heb hier niemand geschoffeerd. Dus deze woorden laat ik bij u, zeg ik u via de voorzitter.

Ik heb geen vraag gehoord. O, hoe ik de wetten door de Kamer loods? Nou kijk, ik heb een heel mooi pakket met wetgeving al in uw Kamer gelegd en het merendeel van Nederland wil dat het anders wordt, dat er een nieuw asielbeleid komt. Het asielbeleid moet omgebogen worden. Ik ben ervan overtuigd dat de Kamerleden hierzo, tenminste het grootste deel, het merendeel, ook inziet dat er iets moet veranderen en ik ga er ook van uit dat de asielwetten het systeem gaan veranderen, dat die de instroom gaan beperken en dat die gaan zorgen dat de mensen die hier geen recht hebben op verblijf eerder teruggaan naar het land van oorsprong, dat daarvoor wordt gezorgd. Dat gaat ons allemaal helpen, want er moet iets gaan veranderen. Ik neem aan dat de mensen of uw Kamerleden ook inzien dat het gewoon zo niet meer kan. Nederland kan het gewoon niet meer aan. We hebben geen huizen, de gezondheidszorg loopt helemaal over, het onderwijs loopt helemaal over. Men wil het gewoon niet meer. Het overgrote deel van Nederland wil het gewoon anders hebben. Deze wetten gaan daarmee helpen. Ik heb nu twee wetten in uw Kamer neergelegd. Er komen nog meer wetten aan. De Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring gaat eraan komen. Die is al bij de Raad van State geweest en die komt zeer binnenkort bij uw Kamer. Dan wordt niet meewerken aan terugkeer strafbaar gesteld. Er komt nog een opschortende werking aan. Dat gaat over Dublinclaimanten, zodat die beter uitgezet kunnen worden. Dat komt er gewoon allemaal aan. Dat zijn goede wetten en die wetten zijn zeer belangrijk voor Nederland, om het beleid om te buigen.

De heer Jetten (D66):
Tot slot. Met alle respect, deze minister heeft echt een enorm bord voor haar kop. Als je de afgelopen weken alleen maar ruzie maakt, als een pyromaan zelf het vuurtje opstookt, dingen laat lekken naar De Telegraaf zodat er allerlei ophef ontstaat over lintjes voor vrijwilligers, vervolgens niet in staat bent om fatsoenlijk te reflecteren of excuses te maken en de hele oppositie tegen je in het harnas jaagt, ga je de komende tijd op geen enkele manier succesvol zijn in het inlossen van je belofte voor meer grip op migratie. Het is ook goed voor de kijker thuis om zich te realiseren dat aan het eind van dit debat een motie van wantrouwen waarschijnlijk geen meerderheid gaat halen. Deze minister is een valse minister die vrijwilligers lintjes ontzegt. Dat zij door mag gaan met haar gestuntel, met haar geruzie, met haar chaos, is te danken aan de partijen die haar blijven steunen: PVV, BBB, NSC en VVD. Het is ook geen wonder dat nog maar 16% van Nederland vertrouwen heeft in dit kabinet, want heel Nederland is er klaar mee. Heel Nederland wil dat deze minister vertrekt.

Minister Faber:
Er moet mij toch iets van het hart. Weet u, ik doe enorm mijn best. Ik doe enorm mijn best, op het ministerie, om het beleid om te zetten. En natuurlijk maak ik fouten. We maken allemaal fouten. Ik ben ook maar een mens. Maar ik ga nog steeds iedere dag met plezier naar mijn werk. Weet u waarom ik dat doe? Omdat ik van Nederland hou. We houden allemaal van Nederland. Daar doe ik het voor.

(Geroffel op de bankjes)

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
De collega's van de PVV zijn niet voor niets gekomen vandaag.

De minister bevestigde zojuist dat ze nog steeds achter haar woorden staat, dat zij vindt dat het steunen van vrijwilligers haaks staat op haar beleid. De minister-president heeft in zijn bijdrage een gloedvol betoog gehouden ter ondersteuning van vrijwilligers, ook op het beleidsterrein van de minister. Dat alleen al duidt erop dat er geen eenheid van kabinetsbeleid is. Daar valt geen speld tussen te krijgen. De eenheid van kabinetsbeleid kunt u alleen maar herstellen als u doet wat ook eerder door collega Stoffer is gezegd. U staat achter het besluit, dus dan staat ook niets in de weg van dat u zelf die vijf voorstellen ondertekent. Maar waar ik zo benieuwd naar ben — het is een vraag die ik ook aan de minister-president heb gesteld bij het debat over de regeringsverklaring — is wat voor mensbeeld u in hemelsnaam heeft dat u mensen die hun vrije tijd besteden aan het helpen van andere mensen die hulp nodig hebben en die elders niet kunnen krijgen, kwalificeert als mensen die iets doen dat haaks staat op uw beleid. De vraag geldt natuurlijk ook voor de minister-president. De minister-president heeft gezegd dat hij dat mensbeeld in zijn kabinet zou bewaken. Nu gunt hij een van zijn ministers permanent de status van iemand die buitenspel mag staan, die een eigen wedstrijd mag spelen, die zich niet hoeft te houden aan de gemeenschappelijke afspraken die in het kabinet zijn gemaakt en die ook geen handtekening hoeft te zetten. De minister eet van twee walletjes. Het radicaal-rechtse geluid kan blijven bestaan en tegelijkertijd houden we de illusie in stand dat dit een normaal kabinet is, gesteund door fracties die hier ten onrechte voortdurend claimen volwassen beleid te willen voeren. De minister dient in mijn ogen nu gewoon te zeggen: "Ik zal me conformeren aan het kabinetsbeleid. Ik had niet moeten zeggen dat vrijwilligers niet gesteund moeten worden omdat ze handelen in strijd met mijn beleid. Ik teken die vijf voordrachten alsnog." Dan hebben we eenheid van kabinetsbeleid. Alles wat minder is dan dat, bevestigt dat het kabinet verdeeld is en dat deze minister totaal ongeschikt is voor de functie die zij geacht wordt uit te oefenen. Dat de minister ook nog eens een keer met plezier naar haar werk gaat om mensen te schofferen, dat ze met plezier naar haar werk gaat om wreedheid te gebruiken als onderdeel van haar beleid, tekent haar als mens. Dat doet mij zeer veel verdriet.

Minister Faber:
Ik vind dat er toch wat zaken uit zijn verband worden getrokken, maar dat laat ik aan meneer Timmermans. Ik hou daar niet zo van, maar goed, dat is wat anders. Het is gewoon ... Ik hoor gelach. Kan ik nog door, voorzitter? Ik weet niet, maar ... Ja? Oké. Ik laat het verder allemaal aan meneer Timmermans. Wat meneer Timmermans allemaal zegt, is gewoon niet waar. Ik heb gezegd dat vrijwilligers gewoon goed werk doen. Dat heb ik gewoon gezegd. Er is eenheid van kabinet. Dat heb ik ook al een paar keer gezegd. Ik sta er ook achter. Daar laat ik het bij, want ik heb het nu al een paar keer gezegd.

De heer Van Meijeren (FVD):
Gisteren, tijdens het vragenuur, wees ik er als eerste op dat de voorgeschreven procedure zoals opgenomen in het reglement in dit geval niet is gevolgd. Ik stelde de vraag waarom daarvan was afgeweken. Gisteren kon de minister die vraag niet beantwoorden. Maar zojuist hoorde ik haar zeggen dat vanwege de commotie die is ontstaan, is besloten om af te wijken van de voorgeschreven procedure. Ze zei dat als die commotie niet was ontstaan, de voorgeschreven procedure dan wel zou zijn gevolgd. Heb ik dat goed begrepen?

Minister Faber:
Het staat allemaal geschreven in het feitenrelaas dat we u hebben toegestuurd. Het klopt dat ik daar gisteren geen antwoord op heb gegeven. Het was namelijk als volgt. Mijn aanvankelijke rol was zo dat ik op 11 maart de voordracht voor het eerst onder ogen heb gekregen. Toen heb ik intern aangegeven dat ik er moeite mee had om die te ondertekenen. In de twee weken daarna heb ik dit meermaals intern besproken. Op 24 maart heb ik aangegeven dat ik het voornemen had de voordrachten niet te kunnen tekenen. Toen is er op 26 maart contact geweest met de minister-president. Binnen het kabinet liep toen het gesprek hoe we dat gingen oppakken. Later heeft het Kapittel de voordrachten teruggenomen. Toen was het dus bij mij weg. Later, in dit debat, heeft de minister-president uitgelegd hoe het verder is verlopen.

De heer Van Meijeren (FVD):
Daarmee staat er een inconsistentie in het feitenrelaas. Want in het feitenrelaas staat enerzijds, in de laatste alinea op pagina 1, dat op het moment van de commotie de weging is gemaakt dat het niet langer een optie was om het voorstel van het Kapittel aan de ministerraad voor te leggen. Dat terwijl in de alinea daarvoor staat dat het Kapittel dat voorstel al op 28 maart, dus twee dagen voordat er commotie ontstond, heeft ingetrokken. Dat is niet met elkaar verenigbaar. Het betekent namelijk dat er op 28 maart al helemaal geen voorstel meer lag dat nog aan de ministerraad kon worden voorgelegd. Dat voorstel was namelijk al ingetrokken. Hoe verklaart deze minister die inconsistentie?

Minister Faber:
Volgens mij is het niet inconsequent, zeg ik u, via de voorzitter. Op 28 maart heeft het Kapittel op verzoek de voordracht ingetrokken. Toen is het later weer bij de minister-president gekomen. Maar op dat moment speelde ik daar geen rol in. Daarom heb ik dat gister ook helemaal niet verder toegelicht. Maar de toelichting staat nu in het feitenrelaas. Daar staat in wat de verdere procedure is geweest. Dat heeft de minister-president net, vóór mij, uitgelegd aan uw Kamer.

De heer Van Meijeren (FVD):
Dan blijf ik bij mijn punt. Als dat voorstel al was ingetrokken, was het dus niet meer mogelijk om op 31 maart nog de weging te maken om het voor te leggen aan de ministerraad. Het voorstel bestond op dat moment namelijk al niet meer. Als dat een ander voorstel was dat aan de minister-president was gedaan, dan had het helemaal niet voorgelegd hoeven te worden in de ministerraad, omdat de minister-president geen moment heeft overwogen om niet akkoord te gaan met dat voorstel. Dus óf er klopt iets niet in het feitenrelaas óf er klopt iets niet aan wat de minister zojuist zei. Maar als het Kapittel op 28 maart heeft besloten om dat voorstel in te trekken, dan roept dat de vraag op waarom toen al, voordat de commotie is ontstaan, besloten is om af te wijken van de voorgeschreven procedure. Het Kapittel had namelijk op dat moment geen enkele reden om te vermoeden dat de ministerraad zou besluiten om die voordracht niet te willen doen. Er was dus ook geen enkele reden om dat voorstel in te trekken. Dat moet de minister toch met mij eens zijn?

Minister Faber:
Er is in het feitenrelaas te lezen dat het Kapittel gaande het gesprek op 28 maart 2025 het verzoek aan de minister van AenM om de voordracht te ondertekenen heeft ingetrokken. Dat is op verzoek gebeurd. Dus die voordracht was er nog wel, maar die lag op een andere plek. Die was niet meer bij mij. Die was toen teruggetrokken. Later zijn diezelfde voordrachten bij de minister-president gekomen. Dat waren dezelfde voordrachten. Ze lagen alleen op een andere plek. Ze lagen op dat moment niet meer bij mij.

De heer Van Meijeren (FVD):
In het feitenrelaas staat niet dat dat op verzoek is gebeurd. Er staat: het verzoek is ingetrokken.

Minister Faber:
Dat is in overleg geweest.

De heer Van Meijeren (FVD):
Wat was dan de reden om dat verzoek te laten intrekken? Waarom is niet de gebruikelijke procedure gevolgd, namelijk dat het verzoek niet zou worden ingetrokken maar zou worden voorgelegd aan de ministerraad, waarna de minsterraad een besluit zou nemen? Wat is daar de reden van geweest?

Minister Faber:
Het punt was dat ik op dat moment formeel nog geen besluit had genomen. Dat kon toen nog terug. Nee, sorry. Het Kapittel heeft het teruggetrokken. Het Kapittel heeft dat besloten. Excuus, dat heb ik net fout tegen u gezegd, zeg ik u via de voorzitter. Het Kapittel heeft dat besloten.

De heer Van Meijeren (FVD):
Het Kapittel heeft dat besloten, terwijl er op dat moment, als ik het goed begrijp, nog geen enkele aanleiding was om te veronderstellen dat de ministerraad niet zou besluiten om die voordracht alsnog te doen. Dus de vraag blijft staan: waarom zou het Kapittel die voordracht al hebben ingetrokken, twee dagen voordat er commotie ontstond en toen er nog geen enkele reden was om af te wijken van de procedure? Het moment dat er werd afgeweken van de procedure is namelijk dus 28 maart geweest, twee dagen voordat de commotie ontstond. Toen is het verzoek ingetrokken in plaats van de gebruikelijke procedure te volgen.

Minister Faber:
Het Kapittel kon de voordracht nog terugtrekken, omdat ik nog geen formeel besluit had genomen.

De heer Van Meijeren (FVD):
We praten volgens mij een beetje langs elkaar heen. Het Kapittel hééft de voordracht ingetrokken.

Minister Faber:
Ja, dat klopt.

De heer Van Meijeren (FVD):
Nou ja, zojuist gaf u aan dat het Kapittel het nog niet kon intrekken, omdat u nog geen besluit had genomen.

Minister Faber:
Nee, wacht even. Ik had geen besluit genomen. Het is ook kenbaar gemaakt dat ik er moeite mee had om dat besluit te nemen. Toen heeft het Kapittel uit zichzelf het besluit teruggenomen. Dat kon ook, omdat ik formeel geen besluit had genomen.

De heer Van Meijeren (FVD):
Ik ga niet in herhaling vallen. Ik heb alles genoemd. De procedure zoals die staat voorgeschreven, is niet gevolgd. Dat is al twee dagen voor de commotie besloten. Dat komt niet overeen met wat de minister zojuist zei, namelijk dat vanwege die commotie is besloten om af te wijken …

Minister Faber:
Nee, dat was later.

De heer Van Meijeren (FVD):
… van de procedure. Ik denk dat ik de vragen nog heel vaak kan stellen, maar dat er geen eenduidig antwoord op komt. Maar ik adviseer om nog een keer goed te kijken naar die consistentie, want zoals het in het feitenrelaas staat, is het in ieder geval niet met elkaar verenigbaar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn excuses. Ik stond hier net en ik moest lachen; de minister begreep dat niet zo goed. Ik vind dat je dan rechtstreeks, dus niet vanuit de zaal, moet zeggen waarom je moet lachen. Dat doe ik dus bij dezen: ik lachte omdat de minister zei dat ze er niet van houdt als dingen uit hun verband worden gerukt. Daar moest ik om lachen. Maar ik stond hier omdat het mij opvalt dat de coalitiepartijen geen enkele vraag stellen. Dat valt mij op. Ik vind dat niet heel erg extraparlementair. Ik vind het ook niet heel erg passen bij de controlerende taak van de Kamer, terwijl hier toch overduidelijk een minister en een minister-president staan die twee verschillende dingen zeggen. Ik zie mevrouw Yeşilgöz de hele tijd op haar telefoon en ik zie mevrouw Van Vroonhoven geen aanstalten maken. Ik vroeg me dus af of er nog wat komt van die extraparlementaire controle van een duidelijk probleem binnen dit kabinet.

De voorzitter:
Interrupties gaan altijd richting vak K. Dus …

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit is geen vraag aan de minister.

De voorzitter:
Nee, maar dat is eigenlijk niet zoals we …

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit is een oproep aan mijn collega's om duidelijkheid te verschaffen: zijn zij vandaag nog van plan om hun werk te doen?

De voorzitter:
Interrupties gaan altijd richting vak K en ik zie geen mensen aanstalten maken. Waarvan akte; mevrouw Ouwehand en ik stellen vast dat we alle twee hetzelfde zien. De minister nog?

Minister Faber:
Nee, volgens mij ben ik erdoor. Dank u.

De voorzitter:
Oké. Dan was er nog een verzoek van de heer Timmermans om een reactie van de minister-president. De minister-president geeft aan dat in de tweede termijn te gaan doen.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik verzoek de minister-president toch echt om nu te reageren, want anders kan ik mijn tweede termijn niet goed voorbereiden.

De voorzitter:
De minister-president geeft aan niets te willen zeggen. Dat kan.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Als de minister-president tijd nodig heeft om zich op het antwoord voor te bereiden, moeten wij hem die tijd gunnen, maar hij moet wel antwoorden op vragen van de Kamer.

De voorzitter:
Ik herhaal even wat de minister-president zojuist buiten de microfoon zei, namelijk dat hij zijn termijn heeft gehad en dat hij in de tweede termijn antwoord gaat geven.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Oké, dan is dat zo, maar daarmee neemt hij niet de fundamentele inconsistenties weg tussen zijn verhaal en dat van minister Faber.

De voorzitter:
Tot zover de eerste termijn. Ik stel voor dat we meteen doorgaan met de tweede termijn. Ik kijk ook naar de heer Timmermans, die dan de eerste spreker zou zijn. Ik geef het woord aan de heer Timmermans.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik lees net op de site van dagblad De Limburger een verhaal van twee mannen uit Maastricht die een lintje hadden aangevraagd voor hun moeder, die al decennialang vrijwilligerswerk doet, onder andere bij het COA, maar ook op andere plekken. Zij hadden te horen gekregen dat minister Faber dat lintje tegenhield. Eind goed, al goed, want hun moeder krijgt haar lintje nu, dankzij het ingrijpen van de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken. Maar die jongens of die mannen — ik weet niet hoe oud ze zijn en hun namen zijn gefingeerd in de krant — zeiden: we hadden het gevoel dat onze moeder, die al zo lang goed werk doet voor het land, als een landverrader werd weggezet. Dat zijn de gevoelens die je losmaakt in de samenleving als je mensen een lintje onthoudt en als die te horen krijgen dat de minister weigert een aanvraag voor hun lintje te tekenen. Je kan dit dus niet zomaar wegpoetsen als "het staat haaks op het beleid" et cetera.

Ik stel overigens vast dat er echt sprake is van het consistent volhouden van een verdeeld kabinet. Er is geen eenheid van kabinetsbeleid. De minister-president en de minister zeggen totaal verschillende dingen. Vandaar deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

zegt het vertrouwen op in de minister van Asiel en Migratie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Timmermans, Jetten, Bontenbal, Dijk, Bikker, Van Baarle, Ouwehand en Koekkoek.

Zij krijgt nr. 57 (36600-XX).

Dank u wel. De heer Jetten.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter. Wat een beschamende vertoning hebben we afgelopen week gezien van minister Faber en het kabinet. Het is na dit debat ook nog steeds onduidelijk of zij de uitspraak "dit vrijwilligerswerk staat haaks op mijn beleid" terugneemt of niet. Ze wil daar geen antwoord op geven. De premier wilde er niet op terugkomen. We weten het dus simpelweg niet. Ik kan daar alleen maar uit concluderen dat er geen eenheid is van kabinetsbeleid en dat de minister-president niet normeert als een minister die eenheid doorbreekt.

Minister Faber zei net: "Ik hou van Nederland. We houden allemaal van Nederland." Weet je wat nou zo mooi is aan dat Nederland? Dat we elkaar met respect behandelen en dat we mensen die vrijwilligerswerk doen daarvoor waarderen. Als u dus echt van Nederland houdt, zou u uw handtekening zetten onder die aanvragen. Dan zou u echt een vrouw met een ruggengraat zijn. U zou nu gewoon kunnen zeggen: sorry, ik heb het verkloot; ik zet die handtekening alsnog. Maar dat doet u niet. Dat doet de minister niet.

Heel Nederland wil dat u opstapt en dat u weggaat, zodat we met normale mensen aan de slag kunnen met fatsoenlijk migratiebeleid. Als u aan het eind van de dag nog minister bent, heeft Nederland dat te danken aan VVD en NSC, die niet kiezen voor goed bestuur en die niet kiezen voor volwassen bestuurders, maar voor een kleuterklas in het kabinet.

De voorzitter:
Mevrouw Bikker van de ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Het is beschamend wat we gisteren hebben gezien, wat we vandaag hebben gezien, hoelang dit debat duurt en wat we allemaal hadden kunnen doen in deze Kamer om de problemen in dit land op te lossen in de tijd dat hier gedebatteerd is. Dat was enkel en alleen omdat een minister niet wil toegeven dat zij vrijwilligers onterecht in de kou heeft gezet, geen excuses maakt aan hen en er vervolgens ook nog eens voor kiest om niet aan te geven hoe ze een volgende keer om zal gaan met het reglement dat ziet op het verstrekken van lintjes. Ook daarover heeft de minister geen enkele duidelijkheid gegeven.

Voorzitter. Dat raakt mij diep. Ik heb op meerdere momenten geprobeerd om deze minister te laten reflecteren, haar simpel sorry te laten zeggen tegen al die vrijwilligers en haar te laten aangeven dat het anders had gekund. Ik heb geprobeerd om haar te laten aangeven dat als het kabinet een eenheid is en met één mond spreekt, dit betekent dat je zo'n reglement allemaal uitvoert in plaats van dat er eentje achter de gordijnen gaat staan. En toch kiest de minister er telkens opnieuw voor om uit te stralen dat dit kabinet verdeeld is en dat zij haar eigen standpunt voorrang geeft.

Voorzitter. Dat is de reden waarom ook de ChristenUnie helaas de motie van wantrouwen zal steunen tegen deze minister. Tegen de minister-president en tegen de coalitiefracties die zeggen dat ze houden van de rechtsstaat zou ik willen zeggen: kies dan ook voor die eenheid van kabinetsbeleid en wacht niet af maar treed op.

Dank u wel.

De voorzitter:
De heer Bontenbal van het CDA.

De heer Bontenbal (CDA):
Voorzitter. We hebben gisteren en vandaag gevraagd of de minister excuses wil maken, omdat wij dit niet fatsoenlijk vinden. Het is niet fatsoenlijk richting de Nederlandse samenleving en de vrijwilligers die een onderscheiding verdienen. Ik heb het al vaker gezegd: het gaat hier om de vraag welke waarden en normen je hoog wil houden als kabinet. Dit gaat over principes. De slotsom van dit debat is dat zolang er een coalitie is die het prima vindt om dit te tolereren, dit dus gewoon kan. De lat ligt daarmee behoorlijk laag de komende tijd.

Het pijnlijke is vandaag dat deze coalitie binnen één jaar laat zien het belangrijker te vinden om elkaar vast te houden dan om de norm te leggen. Minister Faber is voor de zoveelste keer uit de bocht gevlogen. Wij kunnen dit geen goed bestuur of volwassen politiek noemen. Voor het CDA is het heel duidelijk dat deze minister niet het vertrouwen kan behouden, want ze heeft niet het morele besef dat wat ze gedaan heeft, gewoon niet acceptabel is. Daarom zal het CDA met overtuiging de motie van wantrouwen gaan steunen.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van Vroonhoven, Nieuw Sociaal Contract.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Voorzitter. Mijn vooruitziende blik klopte toch, hè? Het inflatiedebat hebben we uit moeten stellen!

De voorzitter:
U zou dat aanvankelijk voorzitten.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Ook dat nog!

De voorzitter:
Dat was gewoon eigenbelang van u, hè?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Nou, was dat maar waar! Integendeel. Ik vind het balen. Ik vind het echt balen. Want in dat debat zouden de problemen echt worden opgelost. In dat debat zouden we het hebben over de initiatiefnota over het inflatiebeleid. Uiteindelijk staan we daar toch voor aan de lat, voor volwassen, serieuze politiek om echte problemen op te lossen.

Wat we vandaag hier zagen, was een debat gecreëerd door de minister zelf. Als je kijkt, is het eigenlijk onnodig en kinderachtig geweest. Ik heb het gezegd en zeg het nu nog een keer: de minister moet niet halsstarrig zijn. Willen we problemen oplossen, dan zullen we daar ook met enige souplesse tegenover moeten staan en mee om moeten gaan. Het gaat uiteindelijk ook om de resultaten. Vandaag draaide het te veel om de persoon van de minister, terwijl het zou moeten gaan over haar beleid. Het zou moeten gaan over de resultaten, over het terugdringen van de migratie, of dat nou arbeidsmigratie, studiemigratie of inderdaad asielmigratie is. Terwijl we hier met z'n allen een discussie hebben gevoerd over wat wij ook wel bijzaken noemen, werken andere ministers wél aan oplossingen. Zij blijven gefocust op de inhoud. Ik zou tegen de minister willen zeggen: neem daar alsjeblieft een voorbeeld aan!

Voorzitter. Ik waardeer het optreden van de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken, want zij hebben inderdaad helder gemaakt waar we hier voor staan: steun aan vrijwilligers en een eenduidig kabinetsbeleid. Die koers steunen wij volledig. Die koers onderstreepte de minister-president in het debat ook nog.

Voorzitter. Laat de minister luisteren naar al deze waarschuwingen. Laat haar zich focussen op de inhoud. Want wat we vandaag hebben gezien, is geen volwassen bestuur geweest.

Voorzitter, dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik hoor — corrigeer mij als ik het verkeerd interpreteer — dat NSC de motie van wantrouwen niet steunt. Als dat zo is, ben ik blij dat mevrouw Van Vroonhoven in elk geval wel erkent dat we hier vandaag de hele dag hebben gestaan, omdat de minister dit probleem zelf heeft gecreëerd. Maar als je accepteert dat ze blijft zitten, dan kun je nooit meer zeggen: wat jammer dat het nu niet over de echte problemen is gegaan! Dan houd je zelf in stand dat een coalitie en een minister blijven zitten, die de hele tijd voor problemen zorgen, waarover je moet debatteren, waardoor de debatten over de echte problemen niet doorgaan. Het is wel het één of het ander. Het komt me wel echt de strot uit om de hele tijd van coalitiepartijen te horen "het gaat niet over de problemen in ons land", terwijl zij de probleemveroorzakers laten zitten. Het is het één of het ander. Of ze stapt op, of we horen dit nooit meer van NSC.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Het zou toch de wereld op z'n kop zijn als ik nu moet verdedigen dat ik een motie van wantrouwen niet ga steunen? Dat is de wereld op zijn kop. Voorzitter, mevrouw Ouwehand verwijt mij dat ik een motie van wantrouwen niet steun. Voorzitter, ik zeg u: het feit dat wij hier staan, betekent dat NSC deze minister nog steunt. Ja, echt waar! Maar ik heb wel opmerkingen gemaakt. Ik heb wel aangegeven dat we ook onze irritaties hebben. Ik heb ook hier mijn waarschuwing afgegeven. Ik geloof dat mijn woorden best wel streng en rechtdoorzee waren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is prima om de motie van wantrouwen niet te steunen, maar daar hoort dan bij dat je niet meer erover jankt dat het hier in dit huis niet gaat over het oplossen van de problemen. Hou daarmee op! Want die veroorzaak je zelf!

De voorzitter:
Mevrouw Van Vroonhoven jankt niet.

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Ik jank niet. Soms. Nogmaals zeg ik tegen mevrouw Ouwehand: als we hier beland zijn in een wereld waarin je moet gaan uitleggen waarom je een motie van wantrouwen niet steunt, waar zijn we dan terechtgekomen? Dan is het pas echt een theater. Het steunen van zo'n motie moet een uitzondering zijn. Wij steunen deze minister hier nog volmondig. Dat kan ik u hier zeggen. Maar ik zeg u ook: wat er de afgelopen dagen gebeurd is, heeft ons toch wel enorm geïrriteerd en dat heb ik ook niet onder stoelen of banken gestoken.

De heer Jetten (D66):
Ik vond mevrouw Van Vroonhoven in haar termijn tussen de regels door inderdaad heel erg streng en snoeihard. Ik denk dan ook dat het terecht is dat hier wordt vastgesteld dat andere ministers harder aan het werk zijn dan deze minister, en dat u verwacht dat minister Faber dat ook eindelijk eens gaat doen. Maar dat komt bovenop Zelensky ondemocratisch noemen, de eenheid van kabinetsbeleid doorbreken, de premier voor de bus gooien over de ministerraadagenda, et cetera, et cetera, et cetera. U stelt terecht dat we van deze minister geen voorbeeld van goed bestuur hebben gezien. Hoeveel kansen krijgt minister Faber nog van NSC voordat u er wel klaar mee bent?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Ik heb het "volwassen bestuur" genoemd, meneer Jetten. U vraagt mij hoeveel kansen deze minister nog krijgt. Ik ga niet tellen. Ik ga niet tellen, maar we volgen het, en ik hoop ook dat de hele Kamer dat gezien heeft. Wij als NSC volgen deze minister heel kritisch, laat ik het zo zeggen. Wat we in de afgelopen dagen hebben gezien, is niet voor herhaling vatbaar, zoals ik eerder al heb gezegd. Dat moeten we niet meer zo doen.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Toch op dat laatste punt. Ik heb bij NSC heel duidelijk de waardering geproefd voor vrijwilligers die ons land opbouwen. Ik heb de minister van Asiel en Migratie net horen zeggen dat zij niet weet of zij een volgende keer wel zou tekenen, ondanks dat het reglement vrij helder is: als je het er niet mee eens bent, leg je het voor aan de ministerraad en dan beslist die. Hoe ziet mevrouw Van Vroonhoven dat voor zich, voor een volgende keer, als dit niet voor herhaling vatbaar is?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Laat ik vooropstellen dat ik ongelofelijk blij ben dat deze vijf vrijwilligers dat lintje straks wel krijgen, want dat verdienen ze. Daarvoor hebben ze ook al dat mooie werk verricht. Wat dat betreft heb ik er waardering voor — dat heb ik ook gezegd — dat de minister-president en de minister van Binnenlandse Zaken er in dit geval op gesprongen zijn.

Hoe dat in het vervolg gaat? Nou, ik mag toch écht wel hopen dat er geen volgende keer komt en dat de minister die hier nu zit echt wel weet dat ook zij dat vrijwilligerswerk volmondig moet omarmen, of dat nou vrijwilligerswerk is voor het COA of anderszins. Dat is namelijk hartstikke goed werk.

De voorzitter:
Ten slotte.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Maar dat was niet wat de minister antwoordde. Ze zei: ik worstel ermee en ik ga het niet doen, want … En dan komt de hele riedel die we zo langzamerhand wel kennen, want dat vertelt ze ieder debat, waar het ook over gaat. Waar is dan die hoop en verwachting van collega Van Vroonhoven op gebaseerd? Betekent dat dat dit eigenlijk een soort gele kaart is die de NSC-fractie uitdeelt, van: joh, dit was één keer, never nooit meer? Wat betekent dit?

Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):
Laat ik u zeggen dat wij deze minister niet beoordelen op haar woorden, maar op haar daden. Laten we kijken wat eruit komt.

De voorzitter:
De heer Dijk van de SP.

De heer Dijk (SP):
Voorzitter. Of het nou een debat is over kennismigratie waarbij de minister van Sociale Zaken en de minister van Economische Zaken voor de bus worden gegooid door minister Faber, of een debat over de Spreidingswet, die volgens haar niet geagendeerd wordt door deze minister-president, waarbij ze publiekelijk deze minister-president voor de bus gooit … Of het nou is dat deze minister ruziënd over straat gaat met mevrouw Keijzer, waarbij ze mevrouw Keijzer voor de bus gooit, omdat die voor te weinig woningen voor statushouders zou zorgen … Of het nou een conflict is over lintjes, waarbij ze in het vragenuur gisteren wederom deze minister-president voor de bus gooide … Ik heb vandaag zitten kijken naar een minister die een totaal ander verhaal houdt dan de minister-president. Ze geeft geen antwoord op vragen. Ze geeft alles en iedereen om zich heen de schuld. Daarom is het zeer terecht dat er een motie van wantrouwen wordt ingediend; dat zei ik al in de eerste termijn. Maar ik vind het o zo pijnlijk, mevrouw Van Vroonhoven, dat we het wéér niet over de inhoud hebben en dat u dat in stand houdt.

De voorzitter:
Mevrouw Yeşilgöz van de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Voorzitter. Ik zei het al: voor de VVD-fractie is het van groot belang dat deze minister aan de slag is met het realiseren van beleid en de wetten die wij zo belangrijk vinden. Ik denk dat het na vandaag zo mogelijk nog belangrijker is geworden dat zij op zoek gaat naar het draagvlak binnen de Kamers dat nodig is om ervoor te zorgen dat we vooruit kunnen in dit land en dat we kunnen leveren. Dat was mijn bijdrage.

De voorzitter:
Daar is de heer Jetten het mee oneens.

De heer Jetten (D66):
Nee, dat was de bijdrage van mevrouw Yeşilgöz. Daar gaat zij zelf over, maar dat roept wel nog een enkele vraag op. Een van de belangrijkste beloftes van de VVD, van mevrouw Yeşilgöz, is dat we met dit kabinet meer grip op migratie gaan krijgen. Daarvoor is deze minister aangesteld, om dat voor elkaar te krijgen. Tot nu toe levert dat bar weinig op. Die belofte wordt gewoon niet ingelost. We hebben vandaag in meerdere bijzinnen van coalitiefractievoorzitters eigenlijk gehoord dat het wegsturen van mevrouw Faber in dit debat meteen zou leiden tot een coalitiecrisis, nieuwe verkiezingen, en dat u daar met elkaar nog niet op zit te wachten. Ja, dat kan, maar dat betekent dus ook dat u nog niet bereid bent om een minister die gewoon keihard faalt op uw belangrijkste belofte weg te sturen. Dat roept bij mij de vraag op of u vandaag dan meer vertrouwen heeft gekregen, op basis van de beantwoording, dat deze minister de komende maanden wel op een constructieve manier met de Tweede en de Eerste Kamer kan samenwerken.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik heb niet voor niets in mijn eerste termijn gezegd dat ik echt een groot beroep doe op deze minister, juist om ervoor te zorgen dat dat draagvlak er is. Ik denk dat de tweede termijn van de oppositie laat zien dat ze daar nu heel hard aan moet gaan werken. Mijn narrigheid daarover is niet minder geworden, nee.

De voorzitter:
De heer Van Baarle van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Ik vind dat we het gewoon een naam moeten geven. Op het moment dat je als minister weigert om te ondertekenen dat mensen een lintje krijgen omdat ze vluchtelingen helpen, omdat je niet wil dat vluchtelingen naar Nederland komen, dan is dat onversneden xenofobie; dan is dat onversneden racisme.

Voorzitter. Als een minister-president weigert afstand te nemen van de uiting dat het helpen van vluchtelingen haaks staat op het beleid, dan is dat wat mij betreft wegkijken van xenofobie, wegkijken van racisme, wegkijken van het wegzetten van vluchtelingen en niet optreden tegen een minister die het helpen van vluchtelingen eigenlijk gewoon neerzet als een soort misdaad en die mensen die dat doen, eigenlijk neerzet als een soort paria's. Eigenlijk zegt zij: vluchtelingen moet je niet helpen, want dat is vies. Ik vind dat schandalig. Ik vind dat als dat toegestaan wordt, dat het ondergraven van onze normen en waarden is. De minister-president heeft niet inhoudelijk afstand genomen van die woorden. Ik vind dat daarop maar één antwoord is en dat is de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

zegt het vertrouwen in het kabinet op,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 58 (36600-XX).

Dank u wel. Mevrouw Ouwehand, Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. In een andere zaal in dit gebouw is vandaag gedebatteerd over stikstof. Ik kan u melden, terugrapporteren: ook dat probleem is vandaag weer niet opgelost. Dat heeft alles te maken met de incompetentie van dit kabinet. We vinden dat de minister-president een belangrijke verantwoordelijkheid heeft en dat hij die ook gewoon moet nemen, dus we steunen de motie van wantrouwen tegen de minister van Asiel en Migratie, maar de minister-president gaat zeker niet vrijuit. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de inwoners van Nederland recht hebben op een kabinet waarin ze vertrouwen kunnen hebben, zeker gezien de enorme uitdagingen waar Nederland voor staat, zoals de klimaatcrisis, de natuurcrisis, veiligheid in Europa en ongelijkheid en sociale onrechtvaardigheid;

constaterende dat onder leiding van deze minister-president het kabinet al sinds de start burgers tegen elkaar ophitst, racistisch gedachtegoed van bewindspersonen accepteert, oplossingen voor de problemen waar Nederland voor staat actief saboteert en daarmee een spoor van chaos en wanorde achterlaat;

constaterende dat de minister-president onacceptabel gedrag van zijn eigen minister niet normeert, een niet-functionerende minister laat zitten en laat gebeuren dat het landsbelang volledig ondergeschikt raakt aan partijpolitieke belangen van de vier coalitiefracties;

zegt het vertrouwen in de minister-president op,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand.

Zij krijgt nr. 59 (36600-XX).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas van de BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister-president en de minister voor de antwoorden en de aanwezigheid.

Voorzitter, ik hou het kort. Vrijwilligers zijn de ruggengraat van onze samenleving, zoals ik daarstraks ook al heb gezegd. Ze verdienen alle waardering vanuit de samenleving. Die waardering krijgen ze ook, in de zin dat mensen, familie, vrienden, een organisatie, de vereniging of de kerk een aanvraag doen voor een lintje. Dat wordt gedaan door mensen die zien dat de vrijwilligers die het lintje verdienen mensen zijn die willen omzien naar elkaar en mensen gewoon willen helpen. Dat noemen wij bij BBB "noaberschap" en in het Fries is dat "mienskip". Ik hoop dat heel veel mensen in Nederland die dit debat hebben gevolgd of het op een andere manier meekrijgen, zich als vrijwilliger gaan aanmelden bij een vereniging, kerk of school en dat ze het vrijwilligersareaal in Nederland verder uitbreiden. Als dat gebeurt, dan is er vandaag toch nog iets moois uit dit debat gekomen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Koekkoek van Volt.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Dank, voorzitter. Ik begon mijn inbreng met een gezegde: als je een clown het paleis binnenlaat, dan wordt de clown geen koning, maar het paleis een circus. Ik som op, met dank aan een tijdlijn in de Volkskrant:

  • 24 juni 2024: de minister neemt afstand van omvolkingstheorie;

  • 21 augustus 2024: de minister rept van asielcrisis zonder juridische onderbouwing;

  • 9 oktober 2024: de Kamer moet terugkeerbordjes bij azc's tegenhouden;

  • 21 februari 2025: de minister noemt Zelensky een dictator;

  • 30 maart 2025: de minister weigert COA-vrijwilligers een lintje.

Dit is niet eens de volledige opsomming. Onze politiek is met dit kabinet en met deze coalitiepartijen tot een circus verworden. Hoelang houden VVD en NSC dat nog in stand? Hier moet een punt achter gezet worden. Wat Volt betreft begint dat vanavond nog met het aftreden van minister Faber. Daarom steunen wij de motie van wantrouwen.

Ten slotte, voorzitter. Er zijn in ieder geval vijf slachtoffer van dit politieke debat. Daarom dien ik een motie in, om hopelijk nog met iets positiefs te eindigen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister herhaaldelijk blijk heeft gegeven van minachting voor de Kamer, het kabinet en recent ook de samenleving;

overwegende dat het kabinet verantwoordelijkheid dient te nemen voor de aangerichte schade en een passende oplossing voor de ontstane onrust dient te organiseren;

verzoekt de minister-president persoonlijk de uitreiking van de lintjes aan de betreffende vrijwilligers te verzorgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Koekkoek.

Zij krijgt nr. 60 (36600-XX).

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Eerdmans van JA21 ziet af van zijn spreektijd. Dan gaan we luisteren naar de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Dat is de heer Stoffer van de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. De aanleiding voor dit debat en het debat zelf verdienen bepaald niet de schoonheidsprijs. Ik zeg daarbij: dit kabinet heeft een heel aantal goede plannen liggen op het gebied van het inperken van de asielinstroom, het bouwen van nieuwe woningen en ook voor oplossingen op het gebied van stikstof, die er moeten komen. Het kabinet naar huis toe sturen, lijkt ons daar niet direct de beste oplossing voor.

Voorzitter. De plannen liggen er, maar het komt wel aan op de uitvoering. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik daar best enige zorg over heb, die vandaag niet minder is geworden. Ik zou dus nogmaals de oproep aan het kabinet willen doen: stop met deze rare fratsen, ga gewoon aan het werk en laat dit alstublieft niet een kabinet van niksigheid worden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor het diner, tot 19.30 uur.

De vergadering wordt van 18.22 uur tot 19.30 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen. Het woord is aan de minister-president. Ik hoop dat de tweede termijn van het kabinet snel gaat. Dan gaan we daarna snel stemmen. Het woord is aan de premier.

Minister Schoof:
Voorzitter, dank u. Ik had niet verwacht hier vanavond nog te eten, dus daarvoor mijn dank. Ik was de heer Timmermans nog een antwoord op zijn vraag schuldig. Ik wil mijn tweede termijn daartoe beperken, naast de ene motie. Als ik de vragen in mijn eigen woorden mag samenvatten, dan waren die: hoe oordeelt de mp over de kwalificaties van de minister van AenM en vindt de minister dat het vrijwilligerswerk nu wel of niet ingaat tegen haar beleid? Een aantal opvattingen zijn ontijdig naar buiten gekomen. De minister heeft het beeld dat zij in het vragenuur heeft opgeroepen betreurd. Ik heb de minister bovendien duidelijk horen zeggen dat zij waardering heeft voor vrijwilligers en het belang van hun werk erkent. Bovendien heeft zij het besluit van het kabinet om de lintjes te verlenen volledig gesteund. Daarmee denk ik dat het idee dat vrijwilligerswerk tegen haar beleid ingaat niet aan de orde is. Ze heeft uitgelegd dat ze heeft geworsteld met deze voordrachten en dat dit verband hield met haar portefeuille. Nogmaals, voor de goede orde, de discussie hierover had in de boezem van het kabinet moeten plaatsvinden en niet ergens anders. Uiteindelijk gaat het erom dat zij voor honderd procent staat voor het besluit dat het kabinet heeft genomen en dat zij de brede weging die het kabinet heeft gemaakt in het belang van het decoratiestelsel, volgt en steunt. Daarmee ondersteunt ze ook het oordeel van het kabinet dat het vrijwilligerswerk van de te decoreren vrijwilligers niet haaks staat op het kabinetsbeleid.

Voorzitter. Dan de motie. Ik heb één motie waar ik op moet reageren. Over de moties van wantrouwen hoef ik niets te zeggen. Ik ontraad de motie op stuk nr. 60. Ik kan de overweging niet steunen. Bovendien vindt op Koningsdag de uitreiking veelal plaats door de burgemeesters. Dat hoort ook zo, want dat heeft te maken met de lokale worteling en het karakter van de toekenning. Bovendien zou het afwijken daarvan juist tot politisering leiden.

Tot zover mijn bijdrage.

De voorzitter:
Dan heeft u het over de motie op stuk nr. 60 gehad.

Minister Schoof:
Ja.

De heer Timmermans (GroenLinks-PvdA):
Omdat ik in mijn tweede termijn niet kon reageren op de antwoorden die de minister zou geven op mijn vraag, kan ik niet anders dan de conclusie trekken dat de minister in ieder geval bij mijn fractie op geen enkele manier heeft weggenomen dat er geen sprake is van eenheid van kabinetsbeleid. De minister-president zegt net iets wat haaks staat op wat de minister bij herhaling heeft gezegd over de rol van vrijwilligers. Ik betreur dat. Maar ik moet helaas wel vaststellen dat de minister-president zijn eigen gezag daarmee geen goed heeft gedaan en dat we in de komende tijd een verdeeld kabinet tegenover ons zullen hebben. Dat is in deze tijd zeer te betreuren.

Minister Schoof:
Ik betreur dan weer dat ik de heer Timmermans niet heb kunnen overtuigen van de eenheid van kabinetsbeleid.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Over de motie: ik kan dat tot op zekere hoogte volgen. Ik kan me ook voorstellen dat de mensen die dit betreft misschien helemaal geen zin hebben in die spotlight. Tegelijkertijd hebben we met die motie wel gepoogd aan te geven dat het vijf mensen zijn die centraal komen te staan. Het is eigenlijk te gênant voor woorden. Wellicht kan de premier ook aangeven dat hij dit recht gaat zetten, dan wel achter de schermen, om in ieder geval aan te geven dat zij ook echt gewaardeerd worden. Dan kan ik de motie ook aanhouden.

Minister Schoof:
Ik denk dat ik in dit debat telkenmale heb proberen aan te geven hoe belangrijk ik vrijwilligers vind voor Nederland en dat het besluit dat het kabinet heeft genomen mede daardoor is bepaald. Daarmee heb ik gedurende het hele debat proberen weg te nemen dat het feitelijk ging over vijf vrijwilligers. Juist doordat we als kabinet besluiten dit wel toe te kennen, heb ik, denk ik, echt vol laten zien dat dit kabinet staat voor de vrijwilligers en ook voor het decoratiestelsel als zodanig.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Ik weet niet of we dan volledig overtuigd zijn, maar ik waardeer in ieder geval dat de premier hier nog extra nadruk op legt en dat hij aangeeft dat er ook waardering is specifiek voor deze vijf mensen. Dan kan ik overwegen de motie aan te houden. Dat zeg ik bij dezen.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Koekkoek stel ik voor haar motie (36600-XX, nr. 60) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Om 19.45 uur gaan we stemmen.

De vergadering wordt van 19.39 uur tot 19.46 uur geschorst.

ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag TK 71 - 2024-2025

Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend.
Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd.