[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Personen- en familierecht (CD 12/3) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2025D14896, datum: 2025-04-03, bijgewerkt: 2025-04-04 09:33, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Aan de orde is het tweeminutendebat Personen- en familierecht (CD d.d. 12/03).

De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering van de Tweede Kamer. Aan de orde is een tweeminutendebat Personen- en familierecht. Welkom aan de staatssecretaris. Welkom aan alle leden. Laten we snel van start gaan. Ik geef als eerste het woord aan de heer Koops van NSC.

De heer Koops (NSC):
Voorzitter. De staatssecretaris heeft een heel aantal toezeggingen gedaan tijdens het veel te korte debat dat we hierover hebben gevoerd in de commissie. Daarom resteert op dit moment slechts Ć©Ć©n motie, waarbij ik opmerk dat er gewoon veel te veel onderwerpen aan de orde zijn geweest, waar we zonder enige twijfel later allemaal nog op terugkomen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat internationale kinderontvoeringen (strafbaar gesteld in artikel 279 Wetboek van Strafrecht) in alle gevallen zeer schrijnend zijn;

constaterende dat het OM op dit moment niet inzichtelijk kan maken hoeveel aangiftes hierover binnenkomen, omdat de classificatie "internationale kinderontvoering" niet bestaat in het registratiesysteem;

van mening dat het van groot belang is om wƩl inzicht te krijgen in de cijfers en gegevens ter zake, omdat dan beter en preciezer beleid kan worden opgesteld, gericht op de preventie en de repressie ervan;

verzoekt de regering er in overleg met het Openbaar Ministerie voor te zorgen dat de registratiesystemen zo worden aangepast of ingericht dat de volgende gegevens voortaan als separate categorie raadpleegbaar zijn:

  • het aantal aangiften dat wordt gedaan van internationale kinderontvoeringen vanuit Nederland;

  • het aantal vervolgingen dat daarop wordt ingesteld;

  • het aantal vonnissen dat hierop wordt gewezen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koops en Smitskam.

Zij krijgt nr. 105 (33836).

De heer Koops (NSC):
Dat was mijn inbreng, meneer de voorzitter.

De voorzitter:
Hartstikke goed. Dank u wel, meneer Koops. Dan is de volgende spreker de heer Diederik van Dijk van de SGP.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Vorig jaar werd door deze Kamer een motie aangenomen die de regering verzocht de Transgenderwet in te trekken. De ambtsvoorganger van deze staatssecretaris heeft dat geweigerd. De huidige staatssecretaris heeft in een debat aangegeven een richting te willen krijgen van de Kamer voor wat te doen met het wetsvoorstel. Om duidelijkheid te verschaffen de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Tweede Kamer op 23 april 2024 een motie heeft aangenomen die de regering verzoekt om het wetsvoorstel Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte in te trekken;

verzoekt de regering de aangenomen motie-Van Vroonhoven/Diederik van Dijk (33836, nr. 91) binnen een maand uit te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Van der Plas, Eerdmans en Van Meijeren.

Zij krijgt nr. 106 (33836).

Dat leidt tot een interruptie van de heer Van Nispen. Gaat uw gang.

De heer Van Nispen (SP):
Ik had eigenlijk op voortschrijdend inzicht gehoopt bij de heer Van Dijk of bij de SGP, ook procedureel gezien. Volgens mij kent de heer Van Dijk de parlementaire geschiedenis van dit wetsvoorstel. Wat je er ook van vindt, de Kamer heeft vragen gesteld. Ik heb zelf ook vragen gesteld. Ik was ook niet onverkort alleen maar enthousiast of ronduit tegen. Ik had veel vragen. Die vragen zijn nog niet eens beantwoord. Ik vind het zo onzorgvuldig, ten eerste dat er al een motie lag van NSC destijds en al helemaal dat er nu weer een motie wordt ingediend, door de SGP nota bene, waarin wordt gezegd: nog voordat de regering heeft kunnen antwoorden, moet het ingetrokken worden. Kunt u, meneer Van Dijk, alstublieft even wachten en ook het fatsoen naar de Kamer tonen, zodat er door de regering gewoon geantwoord kan worden op de gestelde vragen?

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor de vraag, zeg ik tegen de heer Van Nispen. Een paar dingen. In de eerste plaats ligt er, zoals de heer Van Nispen ook aangeeft, een aanvaarde motie. Het is nog altijd gebruik ā€” daar moeten we als parlement ook zuinig op zijn ā€” dat een aangenomen motie wordt aanvaard. Dat is dus niet aan de orde. Het is duidelijk dat dit kabinet niets doet met het wetsvoorstel. Er komen geen antwoorden. Het is dus aan een nieuw kabinet of dat al dan niet verder wil met dit thema. Dan is het ook zuiver dat dat zelf met een eigen voorstel komt. Het laatste, wat meer de inhoud raakt, is dat er sprake is van ongelofelijk veel mentale zorgen onder jongeren. Laten we die zorgen niet groter maken door een wetsvoorstel boven de markt te laten hangen waarin wordt gesuggereerd dat je geslacht een keuze is of iets dergelijks.

De heer Van Nispen (SP):
Maar hiermee toont de heer Van Dijk nou ...

De voorzitter:
De heer Van Nispen, kort. O, pardon, u was al begonnen.

De heer Van Nispen (SP):
Nou, ik had nog niet echt iets geniaals gezegd, hoor. Maar de heer Van Dijk toont precies aan waarom we het erover moeten hebben. Nu gaan we toch de inhoud van het debat in. En dat is nou precies wat een deel van de Kamer wil. Ik heb gewoon op enig moment recht op de antwoorden. Ik hoopte die gewoon te krijgen. De behandeling van het wetsvoorstel is pas net begonnen. Je kunt ervoor zijn, je kunt ertegen zijn, je kunt er genuanceerd over zijn. Ik vind het ingewikkeld dat het bruut wordt afgekapt. Ik vind dat procedureel onzorgvuldig, echt onzuiver.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik verval in herhaling als we het hebben over de procedure. Nogmaals, er ligt een aanvaarde motie. De motie vraagt om die uit te voeren. En het is een feit ā€” en dat heb ik niet horen weerspreken ā€” dat dit kabinet hier niet mee verdergaat. Het is hoe dan ook aan een nieuw kabinet hoe het met dit thema wil omgaan. Dan vind ik het echt beter dat dat zelf met een voorstel komt en dat we dan weer een hele zorgvuldige behandeling krijgen, met alles erop en eraan.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Sneller met een interruptie.

De heer Sneller (D66):
Ik sluit me volledig aan bij wat de heer Van Nispen hierover heeft gezegd. Maar even feitelijk: het is toch ook zo dat dit kabinet expliciet heeft besloten dat de wet niet wordt ingetrokken, en dat de premier dat heeft verdedigd?

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik heb zelf in het vorige debat vernomen ā€” maar daar moet de staatssecretaris straks maar op ingaan ā€” dat de staatssecretaris, zoals ik in mijn inleiding al zei, verwees naar de reactie van de vorige regering en dat de Kamer werd uitgenodigd om richting te geven aan het vervolg, als zij nog iets anders wil. Daar spring ik op in. Vandaar deze motie.

De heer Sneller (D66):
Dat is geen antwoord op de vraag. Volgens mij zei de staatssecretaris in het debat "agendeer het dan". Dat is aan de Kamer. Mevrouw Van Vroonhoven heeft hier gestaan en heeft tegen premier Schoof gezegd: wat is er gebeurd en waarom is de wet niet ingetrokken? Toen heeft premier Schoof dat verdedigd. Toen kwam dat grapje over de motie van wantrouwen et cetera. Dat is allemaal dit kabinet geweest. Dit kabinet heeft dat al besloten. Wat dat betreft, is deze motie dus een beetje een gekke vorm, los van alle andere terechte opmerkingen die de heer Van Nispen al heeft gemaakt. Deze afweging is al gemaakt door dit kabinet. Het antwoord heeft de heer Van Dijk gekregen.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Goed. Ik ken mijn collega; hij zegt niet zomaar wat. Als hij daarin gelijk heeft, dan is er des te meer reden voor deze motie, waarin het kabinet alsnog wordt opgedragen om die eerder aangenomen motie uit te voeren.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nog een interruptie van mevrouw Tseggai.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik werd toch wel even ontzettend getriggerd door de heer Van Dijk. Hij begint over de mentale gezondheid van transjongeren. Ik denk dat wat de heer Van Dijk hier doet, deze jongeren niet helpt: met de bijbel in de hand roepen om een wet in te trekken die hen juist verder zou moeten helpen. Wat hen niet helpt, is dat zij reisadviezen krijgen dat zij niet meer veilig naar afglijdende westerse landen kunnen reizen. En wat hen niet helpt, is wat de heer Van Dijk hier staat te doen. Ik zou hem willen verzoeken niet meer over de mentale gezondheid van transjongeren te spreken, want het interesseert hem duidelijk helemaal niets.

De voorzitter:
Ik hoor geen vraag. De heer Van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Het is geen vraag, en een klein beetje flauw. Ik sta hier niet met de Bijbel in de hand. We hebben het over een wetsvoorstel waarin er geen deskundigenverklaring meer nodig is om je geslacht te laten wijzigen in de geboorteakte en waarin de minimumleeftijd wordt afgeschaft. Het is spelen met de belangen van de jongeren. Maar nu gaan we de inhoud in. Ik heb gezegd dat dit voor mij cruciaal is. Ik wil dat de eerder aangenomen motie wordt uitgevoerd.

Ik ga gauw naar mijn tweede motie. Die gaat over adoptie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het intrekken van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) een van de maatregelen is uit het afbouwplan interlandelijke adoptie;

overwegende dat Nederland verdragsrechtelijke verplichtingen heeft in het kader van interlandelijke adoptie, met name voortvloeiend uit het Haags Adoptieverdrag en het IVRK;

overwegende dat het noodzakelijk is om inzicht te verkrijgen in de juridische consequenties van de intrekking van de Wobka en de mogelijke implicaties daarvan voor lopende en toekomstige adoptieprocedures in de overgangsperiode;

verzoekt de regering om de Raad van State om voorlichting te vragen over de verdragsrechtelijke verplichtingen van Nederland ten aanzien van interlandelijke adoptie, in het bijzonder in relatie tot de intrekking van de Wobka en de daarmee samenhangende overgangsperiode,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Sneller.

Zij krijgt nr. 107 (33836).

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dan mijn allerlaatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat internationaal draagmoederschap een risico op kinderhandel en schendingen van kinderrechten met zich meebrengt en dit in strijd is met het Verdrag inzake de rechten van het kind, waarbij het belang van het kind voorop moet staan;

constaterende dat de commissie-Joustra in haar rapport waarschuwt voor hechtingsproblematiek, dwang, misbruik en gebrek aan controle bij internationaal draagmoederschap;

verzoekt de regering het formele verbod op internationaal draagmoederschap effectief te handhaven en de mogelijkheden voor erkenning van de afstamming van kinderen die via internationaal draagmoederschap geboren zijn terug te dringen in uitvoering en beleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 108 (33836).

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu de beurt aan mevrouw Tseggai van GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties van mijn kant. Eentje gaat over interlandelijk geadopteerden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het voor (interlandelijk) geadopteerden van groot belang is om alle informatie die is verbonden aan hun adoptie te verkrijgen en die ook beschikbaar te houden;

constaterende dat een eerdere motie is aangenomen die de regering verzocht te zorgen voor laagdrempelige en onbeperkte toegang tot het eigen dossier;

overwegende dat uit juridische analyse blijkt dat juridische belemmeringen kĆŗnnen worden weggenomen maar dit niet nog jaren op zich mag laten wachten;

verzoekt de regering er ook binnen de bestaande regels alles aan te doen de belemmeringen weg te nemen en het inzagerecht te verruimen, en nog voor de zomer de Kamer hierover te informeren;

verzoekt de regering voorts dat als blijkt dat wijziging van de wet noodzakelijk is, dit los te koppelen van het wetsvoorstel waarmee interlandelijke adoptie wordt afgebouwd, maar dit zo spoedig mogelijk te realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Van Nispen.

Zij krijgt nr. 109 (33836).

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog een motie, over meerouderschap.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit vele onderzoeken blijkt dat een wettelijke regeling voor meerouderschap in het belang is van kinderen en dat onder andere de staatscommissie Herijking ouderschap adviseert een dergelijke regeling in te voeren;

overwegende dat de regering desondanks heeft laten weten vanwege "de krapte op de rijksbegroting en de bestaande druk op de organisaties" niet over te willen gaan tot het voorbereiden van een wettelijke regeling;

overwegende dat de staatssecretaris Rechtsbescherming heeft laten weten te betreuren dat hij deze keuze heeft moeten maken;

van mening dat voorkomen moet worden dat het dossier meerouderschap door de regering gesloten wordt;

verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat er blijvende aandacht is voor de positie van meeroudergezinnen en te onderzoeken hoe die in afwachting van wetgeving als einddoel verbeterd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai, Westerveld, Mutluer en Van Nispen.

Zij krijgt nr. 110 (33836).

Dank u wel. Ik zie de heer Van Nispen al klaarstaan. Het is nu zijn beurt, namens de Socialistische Partij. Ga uw gang.

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb moties medeondertekend, over de dossiers van geadopteerden, en ik zal zelf twee moties indienen. Allereerst is dat een motie samen met mevrouw Tseggai over kosteloos identiteitsherstel voor interlandelijk geadopteerden die dat willen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er erkenning is voor het feit dat interlandelijk geadopteerden die dat wensen hulp en steun nodig hebben en dat er een verantwoordelijkheid rust op de Staat vanwege de manier waarop adoptie jarenlang is georganiseerd;

overwegende dat sommige interlandelijk geadopteerden behoefte hebben (delen van) hun oorspronkelijke identiteit te achterhalen en te herstellen, zoals verificatie in het land van herkomst van de gegevens in het dossier, herstel van contact met de oorspronkelijke ouders, voor- en achternaamswijziging en herstel van nationaliteit of geboorteakte, maar dit een moeizaam en kostbaar proces is;

verzoekt de regering te bezien of en hoe het mogelijk gemaakt kan worden dat biologische ouders op de geboorteakte opgenomen worden zonder de adoptieouders daarvan te moeten verwijderen;

verzoekt de regering voortgang te maken met het vereenvoudigen van de procedure voor identiteitsherstel en dit zo veel mogelijk via Ć©Ć©n procedurele route en kosteloos mogelijk te maken voor interlandelijk geadopteerden die daar behoefte aan hebben,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Tseggai.

Zij krijgt nr. 111 (33836).

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Dan nu een motie over een tragische en ingrijpende periode in de Nederlandse geschiedenis, waarin ongehuwde moeders gedwongen werden hun kinderen ter adoptie af te staan: historisch onrecht in Nederland dat tot op de dag van vandaag doorwerkt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat naar schatting tussen de 13.000 en 14.000 vrouwen tussen 1956 en 1984 in Nederland een of meerdere kinderen na grote druk hebben afgestaan ter adoptie;

overwegende dat deze gedwongen afstand van kinderen voor levenslange pijn bij zowel moeders als afgestanen heeft gezorgd, en veel moeders en afgestanen in latere fasen van hun leven te kampen kregen met uiteenlopende problemen;

constaterende dat naast de druk die op de ongehuwde moeders werd gelegd vanuit de maatschappij, de Staat een rol heeft gespeeld in de binnenlandse afstand en adoptie en dat de ongehuwde moeders de kans is ontnomen zelf hun kinderen op te voeden;

constaterende dat vooralsnog erkenning en herstelmaatregelen voor de moeders en afgestanen vanuit de Staat zijn uitgebleven, dat de afgelopen tien jaar verschillende onderzoeken elkaar hebben opgevolgd en het treffen van maatregelen is vooruitgeschoven terwijl gelet op de leeftijd van de moeders haast is geboden voor erkenningsmaatregelen;

overwegende dat ook in andere landen inmiddels excuses zijn gemaakt, erkenning is uitgesproken en aan herstel wordt gewerkt met moeders en afgestanen;

spreekt erkenning uit voor het grote verlies, leed en onrecht dat duizenden ongehuwde moeders en afgestanen destijds is aangedaan door hen gedwongen te scheiden, de moeders geen reƫle keuzevrijheid te bieden hun kinderen te behouden en zelf op te voeden, en dat dit leed decennialang doorwerkt in de levens van de moeders, de afgestanen, de kinderen van de afgestanen en andere dierbaren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Michon-Derkzen, Tseggai, Sneller, Koekkoek, Teunissen, Eerdmans en Wijen-Nass.

Zij krijgt nr. 112 (33836).

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Er staat een Kamermeerderheid onder, maar ik hoop van harte op Kamerbrede steun dinsdag, want het uitspreken van erkenning van dit grote leed en onrecht is volgens mij het minste wat we kunnen doen.

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank aan de heer Van Nispen. Dit is wel de commissie van hele volledige moties! Dat is mooi. Nu is de beurt aan mevrouw Michon-Derkzen van de VVD.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank u wel. Voorzitter, twee moties van mijn hand.

De eerste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Wet kind, draagmoederschap en afstamming tot doel heeft om kinderen, draagmoeders en wensouders beter te beschermen en daarnaast het recht van kinderen op informatie over hun afstamming te versterken;

constaterende dat deze wet ook kinderhandel en uitbuiting van draagmoeders zo veel mogelijk effectief beoogt tegen te gaan;

overwegende dat er verslag is uitgebracht en de Kamer inmiddels al ruim zeventien maanden wacht op de beantwoording van de gestelde vragen;

verzoekt de regering de nota naar aanleiding van het verslag en een eventuele nota van wijziging zo snel mogelijk maar uiterlijk op 1 juli 2025 naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Michon-Derkzen, Sneller en Van Nispen.

Zij krijgt nr. 113 (33836).

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. De volgende motie ziet op de adoptiedossiers van de afgestanen en de afstandsmoeders. Ik heb samen met de heer Van Nispen gewerkt aan de motie die hij zojuist voordroeg. Maar in de ogen van mij, en hopelijk van velen met mij, is het van belang dat zij ook inzicht krijgen in het verleden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de commissie-De Winter onafhankelijk onderzoek uitvoert naar de geschiedenis van binnenlandse afstand en adoptie in de periode 1956-1984;

constaterende dat in deze periode een aantal moeders onvrijwillig hun kinderen hebben afgestaan;

constaterende dat de Kamer eerder bij motie-Van Nispen/Ellian (33836, nr. 94) de regering heeft verzocht ervoor te zorgen dat er voor de betrokken afgestane en afstandsmoeder gezamenlijk onbeperkte en volledige toegang is tot zowel het eigen afstands- als het adoptiedossier;

overwegende dat naar aanleiding van deze motie advies aan de landsadvocaat is gevraagd, waaruit bleek dat binnen de huidige wetgeving de mogelijkheid bestaat om de beperkingen aan de openbaarheid op grond van artikel 15, derde lid, van de Archiefwet op te heffen en dat het ook mogelijk is om een specifieke wettelijke grondslag te creƫren voor het raadplegen van persoonsgegevens in afstands- en/of adoptiedossiers;

verzoekt de regering naar aanleiding van het advies van de landsadvocaat een hernieuwde uiterste inspanning te doen om de Kameruitspraak te volgen en betrokken afgestanen en de afstandsmoeders onbeperkte en volledige toegang te bieden tot zowel het eigen afstands- als het adoptiedossier;

verzoekt de regering het mogelijk te maken dat afstandsmoeders een "brief van je moeder" aan het dossier in het Nationaal Archief kunnen toevoegen, waardoor afstandsmoeders de gelegenheid krijgen een aanvullende verklaring te verstrekken teneinde de door hen geconstateerde onjuistheden of onvolledigheden in het dossier te corrigeren;

verzoekt de regering de archieven van de Stichting Fiom over te dragen aan het Nationaal Archief,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Michon-Derkzen, Van Nispen en Sneller.

Zij krijgt nr. 114 (33836).

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik hoop dat mijn medeondertekenaars nu knikken, want ik heb het idee dat er iets is misgegaan in mijn administratie. Ik zie dat ze dat doen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het nu de beurt aan mevrouw Bikker van de ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Naar aanleiding van het goede commissiedebat nog een tweetal moties. Allereerst deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onder zowel geadopteerden als adoptieouders breed de overtuiging leeft dat dossiers toegankelijk moeten zijn voor de direct betrokkenen, wat ook breed onderschreven werd door de Kamer in het commissiedebat;

overwegende dat er zorgen bestaan dat dossiers beperkter toegankelijk zijn na de overdracht aan het Nationaal Archief, en dat in deze nieuwe situatie mogelijk niet de ondersteuning geboden wordt zoals nu wel het geval is bij de vergunninghouders en Fiom;

verzoekt de regering te waarborgen dat de toegankelijkheid van adoptiedossiers niet verslechtert, en tevens te regelen dat professionele ondersteuning bij het raadplegen van dossiers beschikbaar blijft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 115 (33836).

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
En mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het in Nederland niet mogelijk is dat een volwassene zich laat adopteren, in tegenstelling tot in sommige ons omringende landen;

overwegende dat dit kan leiden tot pijnlijke situaties, bijvoorbeeld wanneer een pleegkind meerderjarig wordt en de familierechtelijke relatie met de pleegouders verliest;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe, in navolging van ons omringende landen, het wettelijk kader kan worden uitgebreid om adoptie van volwassenen mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 116 (33836).

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is de volgende spreker van de zijde van de Kamer de heer Sneller van D66.

De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. In het commissiedebat heb ik geconstateerd dat het jammer is dat een aantal trajecten die de afgelopen jaren zijn ingezet, nu tot een einde lijken te komen of in ieder geval tot stilstand zijn gekomen, omdat de staatssecretaris in het hoofdlijnenakkoord geen mandaat of middelen heeft gekregen om daarmee verder te gaan. Een motie over meerouderschap.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een wettelijke regeling voor meerouderschap en meeroudergezag in het belang is van het kind;

constaterende dat een op de vijf meeroudergezinnen problemen ervaart met het ontbreken van zo'n regeling;

constaterende dat de Kamer al in 2022 vroeg om een concreet stappenplan en dat dat er nog steeds niet is;

constaterende dat er geen stelselwijzigingen nodig zijn wanneer zo veel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande regelingen;

van mening dat er hiermee geen substantiĆ«le juridische of uitvoeringstechnische barriĆØres meer zijn voor meerouderschap en meeroudergezag;

verzoekt de regering om nog dit jaar een voorstel tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek naar de Kamer te sturen om meerouderschap en meeroudergezag te erkennen;

verzoekt de regering om daarbij met een samenloopregeling eventuele onduidelijkheid naar andere nog niet aangepaste wetten en regels op te lossen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Sneller en Tseggai.

Zij krijgt nr. 117 (33836).

De heer Sneller (D66):
Mevrouw Michon is van harte welkom om deze motie mede te ondertekenen.

Voorzitter. Dan heb ik nog een andere motie op hetzelfde thema, om te zorgen dat er in ieder geval geen stappen worden genomen die de verkeerde kant op gaan.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een wettelijke regeling voor meerouderschap en meeroudergezag in het belang is van het kind;

constaterende dat een op de vijf meeroudergezinnen problemen ervaart met het ontbreken van zo'n regeling;

constaterende dat de Kamer al in 2022 vroeg om een concreet stappenplan en dat dat er nog steeds niet is;

constaterende dat er geen stelselwijzigingen nodig zijn wanneer zo veel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande regelingen;

van mening dat er hiermee geen juridische of uitvoeringstechnische barriĆØres meer zijn voor meerouderschap en meeroudergezag;

verzoekt de regering om bij alle wets- en beleidswijzigingen, inclusief verzamelwetten, waarbij een ouder-kindrelatie een rol speelt, de wettekst of beleidsregel alvast geschikt te formuleren voor meerouderschap en meeroudergezag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Sneller.

Zij krijgt nr. 118 (33836).

Een prachtige motie. Dank u, meneer Sneller. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Smitskam van de PVV.

De heer Smitskam (PVV):
Voorzitter. In de eerste termijn heeft de PVV gevraagd om ervoor te zorgen dat een ouder met gezag een kind niet langer kan uitschrijven uit het bevolkingsregister zonder toestemming van de andere gezaghebbende ouder. De staatssecretaris heeft ons toegezegd de Kamer hier rond de zomer verder over te informeren. De PVV zou graag zien dat dit voor de zomer gebeurt. Graag een toezegging op dit punt.

Voorzitter. Internationale kinderontvoeringen worden niet door het OM geregistreerd als categorie in het systeem, maar geregistreerde cijfers vormen de basis bij het beoordelen of er aanleiding is om zaken te verbeteren. Daarom heb ik samen met collega Koops een motie ingediend die oproept om dit te regelen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan schorsen en daarna luisteren naar de appreciatie van de staatssecretaris. Ik schors tien minuten. Lukt dat? Het zijn heel volledige moties, dus er hoeft verder niets bij gezocht te worden. Prima. De vergadering is geschorst tot 18.40 uur.

De vergadering wordt van 18.30 uur tot 18.39 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. Aan de orde is de beantwoording door het kabinet in het tweeminutendebat Personen- en familierecht. Ik geef graag de staatssecretaris het woord. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Struycken:
Voorzitter. Ik ben een beetje vroeg. Desalniettemin?

De voorzitter:
Tja, daar heeft u wel gelijk in. We hadden natuurlijk gezegd 18.40 uur. Dat is nog twintig seconden.

Staatssecretaris Struycken:
18.45 uur?

De voorzitter:
Nee, we hadden echt 18.40 uur gezegd. Met deze mooie vertraging is het ook echt 18.40 uur, dus wat mij betreft kunt u beginnen. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Struycken:
Voorzitter. Dan begin ik met de vraag van de heer Smitskam, langzaam pratende. Hij vroeg mij om de brief over uitschrijving uit het bevolkingsregister zonder medeweten van de andere ouder reeds voor het zomerreces naar de Kamer te sturen. Dat zeg ik graag toe.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 105 betreffende internationale kinderontvoering. Ik moet deze motie ontraden. In het commissiedebat heb ik u meegegeven dat het Openbaar Ministerie een eigenstandige rol heeft en een eigenstandige afweging maakt. Het Openbaar Ministerie registreert momenteel op basis van artikel 279 Wetboek van Strafrecht alle onttrekkingen aan het gezag, zonder onderscheid te maken tussen binnenlandse onttrekkingen aan gezag en internationale kinderontvoeringen. Ik heb u meegegeven dat er een grote investering nodig is om internationale kinderontvoeringen als aparte categorie in het registratiesysteem op te nemen. Daarnaast geeft het Openbaar Ministerie aan dat het volume van zaken te klein is om een betrouwbare classificatie te maken. Dit alles tezamen betekent dat ik de motie ontraad.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 106.

De voorzitter:
U heeft eerst een interruptie van de heer Smitskam. Ga uw gang.

De heer Smitskam (PVV):
Ziet de staatssecretaris een andere mogelijkheid om toch op de een of andere manier in kaart te brengen hoe dat zit met die kinderontvoeringen?

Staatssecretaris Struycken:
Ik heb op dit moment geen concrete ideeƫn daarover, maar ik kan u wel toezeggen dat ik het nog een keer onder de aandacht ga brengen. Er zijn natuurlijk diverse instanties bezig met internationale kinderontvoering. Tijdens het commissiedebat kwam dat heel kortstondig aan de orde, te kortstondig om daar een eindoordeel over te hebben. Dus ik denk dat ik nog een keer moeten kijken of we creatieve manieren kunnen vinden anders dan een aanpassing van de registratie bij het OM. Die toezegging wil ik wel doen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we bij de motie op stuk nr. 106.

Staatssecretaris Struycken:
De motie op stuk nr. 106 betreft intrekking van de Transgenderwet, de wet die bekend staat als de Transgenderwet. Deze wet is ingediend door mijn ambtsvoorganger tezamen met de staatssecretaris, thans staatssecretaris OCW. In het hoofdlijnenakkoord en in het regeerprogramma is geen bepaling opgenomen over dit wetsvoorstel en op die basis heeft het kabinet besloten dat het voorstel niet past op de zogenaamde valbijllijst. Dat betekent dat het kabinet het voorstel in uw Kamer heeft laten liggen. De stand van zaken is dat het aan uw Kamer is om het voorstel te agenderen voor de eerste termijn van de regering, nadat het debat is geschorst na de eerste termijn van het parlement. Het ligt dus in uw Kamer. Ik heb eerder aangegeven dat ik het daar laat liggen, dus geen stappen zet op dit punt, en het past in deze lijn om de motie te ontraden.

De voorzitter:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 107.

Staatssecretaris Struycken:
De motie op stuk nr. 107 betreft een voorlichting van de Raad van State. Tijdens het commissiedebat is dit punt aan de orde gekomen. Ik heb toegelicht dat wij geen aanleiding zien om op dit punt voorlichting aan de Raad van State te vragen, omdat wij menen dat aan deze verdragen geen verplichting voor de lidstaten kan worden ontleend om interlandelijke adoptie mogelijk te maken en te houden. Het zal uiteraard onderdeel zijn van de afbouwwet die wij in voorbereiding hebben en ook onderdeel van de reguliere adviserings- en toetsingstrajecten met betrekking tot dat wetsvoorstel. Ik kan toezeggen dat we de Raad van State uitdrukkelijk vragen om hier aandacht aan te besteden, maar als onderdeel van het reguliere wetgevingsproces. Op die basis ontraad ik de motie.

De voorzitter:
Daar heeft de heer Van Dijk nog een vraag over. Ga uw gang.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Een korte vraag. Erkent de staatssecretaris het risico dat later de rechter hier een streep doorheen zet en is het in die zin ook voor de betrokkenen toch niet verkieselijker om eerst nog iets meer grond onder de voeten te krijgen via zo'n snelle voorlichting van de Raad van State?

Staatssecretaris Struycken:
De analyse is dat dit mogelijk is onder het verdragsrecht. Dat betekent eigenlijk dat ik zeg dat wij dat risico niet zien. Wij zien wel het risico dat een dergelijke stap het traject zou vertragen en wij vinden het ook vanuit het perspectief van goed bestuur echt van belang om vast te houden aan het afbouwplan en de daarin gestelde termijn. Ik vind dat we vanuit dat perspectief ons het risico van vertraging niet kunnen veroorloven. En nogmaals, de vraag zal onderdeel uitmaken van de reguliere toetsing door de Raad van State.

De voorzitter:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 108.

Staatssecretaris Struycken:
De motie op stuk nr. 108 van de heer Van Dijk betreft internationaal draagmoederschap. De motie veronderstelt dat er een formeel verbod op internationaal draagmoederschap is, maar dat is niet het geval. De Nederlandse wet kent geen formeel verbod. Wat kan gebeuren, is dat er sprake is van een buitenlandse geboorteakte of een buitenlandse rechterlijke beslissing over het ouderschap. Eventuele erkenning daarvan loopt nu via de algemene regeling van het Burgerlijk Wetboek. Ik heb geen beleidsmatige instrumenten om binnen dat kader invloed uit te oefenen op de beslissing van de rechter. In dit licht moet ik de motie op stuk nr. 108 ontraden.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 109 van de leden Tseggai en Van Nispen. Die ziet op toegang tot identiteitsherstel. Nee, even goed kijken. De vijfde motie ziet op inzage, de Kamer informeren en eventueel separaat een wetswijziging doen. Ik heb getracht om tijdens het commissiedebat kenbaar te maken dat het evenzeer de wens van de regering is om zo spoedig mogelijk inzage mogelijk te maken. We zijn ons erg bewust van het belang dat geadopteerden en afstandsmoeders hebben om inzage te krijgen. Ik zet me daar maximaal voor in. Ik bestudeer wat mogelijk en wenselijk is in dit kader.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Volgens mij vergist u zich in de motie. We hebben het nu over de motie-Tseggai/Van Nispen op stuk nr. 109.

Staatssecretaris Struycken:
De vijfde motie.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Die gaat over inzage dossier interlandelijke adoptie. De woorden die u noemt, staan in een andere motie. Dus even zodat we het goed ...

Staatssecretaris Struycken:
In mijn antwoord refereer ik ook aan binnenlandse adoptie. Ik refereer aan de afstandsmoeders en daarmee aan binnenlandse adoptie. Dat klopt.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Maar dat is niet de vijfde motie, de motie op stuk nr. 109.

Staatssecretaris Struycken:
Nee, dus dat deel van het antwoord past niet in mijn appreciatie.

De voorzitter:
Maar u bent wel bezig met het appreciƫren van de motie op stuk nr. 109?

Staatssecretaris Struycken:
Ja, van de vijfde motie.

De voorzitter:
Maakt u die appreciatie even af.

Staatssecretaris Struycken:
Ja, dan ga ik even rustig kijken. Ik neem de gelegenheid om nog een keer te onderstrepen hoezeer ik het van belang vind om dit mogelijk te maken, en wel op de kortst mogelijke termijn. Ik bestudeer wat mogelijk en wenselijk is. Ik constateer wel dat het complex is, mede in het licht van de Algemene verordening gegevensbescherming. Dit is bovendien een dossier dat ook de Archiefwet betreft en daarmee de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Wat ik u toezeg ā€” dat is een nieuwe toezegging, in aanvulling op de eerdere toezegging ā€” is dat ik u specifiek op dit punt voor de zomer zal informeren over wat er mogelijk is. Daarmee zal ik dus ook een reactie geven in verband met het advies van de landsadvocaat op dit punt, dat heel kort voor het commissiedebat beschikbaar kwam. Die brief komt dus.

In de motie zit echter nog een tweede verzoek. Dat betreft separaat wetgeving inzetten. Een afzonderlijk wetgevingstraject op dit punt levert nauwelijks versnelling op, maar wel vertraging voor de andere delen. Dus vanuit het oogpunt van wetgevingsmethodiek en de daaraan verbonden snelheid, vind ik dat deel van de motie onwenselijk. U mag ervan uitgaan dat ik vaart maak. Maar op de basis dat dit vraagt om waar nodig een afzonderlijk wetgevingstraject in te zetten, ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 110. O, mevrouw Tseggai wil nog een vraag stellen. Gaat uw gang.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter. De staatssecretaris valt over het tweede deel van het dictum, maar ik denk dat de kern daarvan 'm zit in de woorden "indien nodig". We vragen dus niet per definitie om een apart wetstraject, maar alleen als blijkt dat dat echt noodzakelijk is. Misschien kan de staatssecretaris de motie omarmen als hij 'm zo kan lezen.

Staatssecretaris Struycken:
Tot mijn spijt niet. Kijk, er komt een wetstraject. Daar wil ik het onderdeel van laten uitmaken als het nodig is. Het probleem is dat als wetswijziging nodig is, dat onderdeel moet zijn van het bredere wetsvoorstel over afbouw van adoptie. Het moet dus geen afzonderlijk wetstraject zijn. In dat licht handhaaf ik mijn appreciatie.

De voorzitter:
Heel goed. De motie op stuk nr. 110.

Staatssecretaris Struycken:
Oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 111.

Staatssecretaris Struycken:
Deze motie karakteriseer ik als ontijdig. De motie vraagt aandacht voor de drempels die er nu bestaan voor herstel van identiteitsgegevens. Ik ben conform mijn toezegging aan het verkennen hoe dat beter kan. Ik verwacht er een heel eind in mee te kunnen gaan, maar het is voor mij nu nog onduidelijk wat dat betekent, zowel in de uitvoering als ook wat de dekking van de kosten betreft, omdat de motie uitdrukkelijk refereert aan kosteloos herstel van identiteit. Ik ben het een en ander in kaart aan het brengen en zal conform mijn toezegging uw Kamer in de voortgangsbrief komend najaar nader berichten over dit punt. Op die basis geef ik de appreciatie "ontijdig".

De voorzitter:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 112 is een spreekt-uitmotie.

Staatssecretaris Struycken:
Dat is een spreekt-uitmotie, waarover ik mij niet uitspreek.

De voorzitter:
Dat doet de Kamer. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 113.

Staatssecretaris Struycken:
De motie op stuk nr. 113 moet ik ontraden. Ik begrijp dat er wordt uitgekeken naar een reactie van mijn zijde op het wetsvoorstel Draagmoederschap. Het is ethisch en juridisch een gecompliceerd onderwerp. Ik wil daar zorgvuldig mee omgaan en beraad mij nu op het vervolg. Dat doe ik op de inhoud van het wetsvoorstel dat ik heb geƫrfd van mijn voorganger. Daarbij betrek ik ook het WODC-rapport over draagmoederschap. Het een en ander gaat in goed overleg met de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Ik wil mij echter niet committeren aan de deadline van 1 juli. Ik ben bereid toe te zeggen dat ik voor 1 oktober met een reactie kom. Dat kan dus ook een beleidsreactie zijn op het WODC-rapport, maar ik wil de ruimte hebben om mij inhoudelijk een nader oordeel te vormen over dit wetsvoorstel en me dus er niet aan committeren om specifiek een nota naar aanleiding van het verslag aan uw Kamer te sturen. Wel wil ik op dit dossier voortgang maken door uiterlijk 1 oktober met een beleidsreactie te komen. In dat licht kan ik de motie zoals ze er nu ligt met het dictum niet omarmen en ontraad ik haar.

De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik heb alle respect voor de zorgvuldigheid waarmee de staatssecretaris zijn werk wil doen en doet. Alleen, in het commissiedebat zei hij dat de reactie op het WODC-rapport voor juli zou komen, waardoor ik zei: doe dan ook direct de nota van wijziging. Maar nee, daarna komt de nota van wijziging. Door deze motie is dus zelfs de toezegging uit het debat naar achteren geschoven. Dat is een beetje tragisch, terwijl ik dit nou juist wilde aangrijpen om stukken naar voren te halen. Kan de staatssecretaris daar nog een korte reactie op geven?

Staatssecretaris Struycken:
Ik ben betrapt; mevrouw Michon heeft mij door.

De voorzitter:
Zo scherp zijn die Kamerleden!

Staatssecretaris Struycken:
Ja. Voor 1 juli is heel krap om er inhoudelijk over na te denken, erover te spreken en te komen tot een beleidsreactie, die zich bovendien vertaalt in een bijstelling van de antwoorden op een groot aantal vragen. Die termijn is voor mij gewoon te krap. 1 juli haal ik niet. 1 oktober haal ik wel, vandaar de basis van mijn appreciatie.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan hebben we nog vijf moties. Nu is de motie op stuk nr. 114 aan de beurt. Misschien kan de staatssecretaris iets korter in de appreciatie zijn?

Staatssecretaris Struycken:
Oordeel Kamer.

De voorzitter:
Kijk! Zo hebben we er nog vier.

Staatssecretaris Struycken:
De motie op stuk nr. 115.

De voorzitter:
Ja, ga uw gang. De motie op stuk nr. 115?

Staatssecretaris Struycken:
Oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 116.

Staatssecretaris Struycken:
Oordeel Kamer.

De voorzitter:
Kijk, hier worden we vrolijk van. De motie op stuk nr. 117.

Staatssecretaris Struycken:
Ontraden. Deze motie inzake meerouderschap vind ik een lastige. Dat komt omdat het voor mij nog onscherp is wat er van mij gevraagd wordt in deze motie. Ik heb in het debat en ook in de brief hierover uitvoerig toegelicht dat wijziging van de regeling inzake meerouderschap heel veel voeten in de aarde heeft, in allerlei opzichten. Wijziging van meeroudergezag heeft dat ook, maar dat komt minder tegemoet aan de wensen. Ik kan niet goed duiden wat het betekent om aan te haken bij de bestaande juridische regelingen. Daar komt bij dat de behoeftes waarin moet worden voorzien, bij verschillende ministeries zitten. In dit licht kan ik de motie dus niet omarmen en is mijn appreciatie: ontraden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de laatste motie, de motie op stuk nr. 118.

Staatssecretaris Struycken:
Oordeel Kamer.

De voorzitter:
Oordeel Kamer. Hartstikke goed. O, er is nog Ć©Ć©n vraag van de heer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):
Als u het goedvindt, gaan we heel kort terug naar de motie op stuk nr. 109. Die is door de staatssecretaris ontraden. Hij had geen bezwaar tegen het een-na-laatste dictum, maar wel tegen het laatste verzoek, en dan vooral het onderdeel waarin het gaat om het loskoppelen van het wetsvoorstel. Nu heb ik even met mede-indiener mevrouw Tseggai overlegd en wij zijn bereid om de zinsnede "los te koppelen van het wetsvoorstel waarmee interlandelijke adoptie wordt afgebouwd, maar" te schrappen. Dat wil ik aanbieden aan de staatssecretaris en ik hoop dat dat tot een ander inzicht kan leiden.

De voorzitter:
Nou, laten we eens kijken. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Struycken:
Dan blijft over het verzoek om er binnen de bestaande regels alles aan te doen om belemmeringen weg te nemen en het inzagerecht te verruimen en de Kamer nog voor de zomer te informeren over wat ik heb toegezegd. In de motie wordt de regering voorts verzocht om, als blijkt dat wijziging van de wet noodzakelijk is, dat ook zo spoedig mogelijk te doen. Daarbij voeg ik dan toe: als onderdeel van het wetstraject in verband met het afbouwplan. Dan kan ik het gaarne toezeggen. De appreciatie van de motie op stuk nr. 109 verandert dan dus naar oordeel Kamer.

De voorzitter:
Ja, maar dan verwacht ik wel dat er een gewijzigde motie wordt ingediend. Dan krijgt die gewijzigde motie oordeel Kamer. Hartstikke goed, dan gaan we het zo regelen. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. Dank aan alle leden. Ik sluit dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.