[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling) (35386) re- en dupliek (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2025D14897, datum: 2025-04-03, bijgewerkt: 2025-04-04 09:34, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • het Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling) re- en dupliek (35386).

(Zie vergadering van 19 februari 2025.)

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van de Tweede Kamer. Aan de orde is een voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten; de Wet veilige jaarwisseling. Een aantal jaar geleden, in 2022, is de eerste termijn van de zijde van de Kamer geweest. Een aantal maanden geleden hebben we de eerste termijn van de zijde van de initiatiefnemers gezien. Nu is het tijd voor de tweede termijn, zowel van de zijde van de Kamer als van de zijde van de initiatiefnemers en de regering.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:
Laten we snel beginnen. De eerste spreker is het lid Kostić van de Partij voor de Dieren. Ga uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Ik wil eerst de mensen thuis en de mensen op de tribune die al jaren vechten voor een vuurwerkverbod bedanken. Sommigen hebben zich meer dan twintig jaar ingezet voor een fijne oudejaarsavond voor iedereen. Het vergt lef en doorzettingsvermogen om voor de troepen uit te lopen. Vandaag is een waardig, historisch moment. Vanaf vandaag kiezen we echt voor een andere traditie, maar het blijft een feestelijke traditie. Het wordt nu alleen echt een feest voor iedereen. Er komt een einde aan veel stress en leed voor de dieren, dus voor de miljoenen vogels, katten, honden en andere dieren die tot nu toe elk jaar in paniek raakten, gewond raakten of vermist raakten. Wilde dieren als egels, waarvan het aantal in de laatste 30 jaar is gehalveerd, worden niet meer uit hun winterslaap geknald.

Het zijn niet alleen gewone burgers geweest, inmiddels 74% van de Nederlanders, die voor een vuurwerkverbod voor consumenten hebben gepleit. Ook mensen uit het veld die te maken krijgen met de gevolgen van vuurwerk hebben zich duidelijk uitgesproken voor dit wetsvoorstel. Ik noem de politie, de brandweer, ziekenhuizen, ambulances, oogartsen, het Longfonds, milieu- en natuurorganisaties en natuurlijk de dierenwelzijnsorganisaties. Nederland wil dus heel graag heel snel een andere invulling van de traditie, juist om meer slachtoffers en verdere schade aan natuur, milieu en gezondheid van mens en dier te voorkomen.

Voorzitter. Ik heb me er vaak over verbaasd hoe weinig de politiek in de Tweede Kamer echt gaat over luisteren naar de feiten en naar mensen uit het veld. Het gaat te weinig over het handelen vanuit de simpele maar fundamentele waarde dat we een beetje goed moeten omgaan met onze leefomgeving, met elkaar en met alle andere dieren waar we deze unieke aarde mee delen, om vervolgens samen echt te kiezen voor oplossingen die werken voor het algemene belang, ook al geeft dat soms wat ongemak. Maar vandaag gaat het anders.

Veel partijen hebben in de behandeling van deze wet aangegeven de traditie rond oud en nieuw waardevol te vinden. Mijn fractie begrijpt die gevoelens. Ook de collega's van CDA, VVD, en NSC hebben hun worsteling daarmee laten zien, maar ook hun welwillendheid om mensen uit het veld te horen. Wij hebben heel veel waardering daarvoor. Ik wil de fracties bedanken dat ze hun steun voor een nieuwe traditie en voor deze wet in de afgelopen periode kenbaar hebben gemaakt. Vandaag laat de politiek zich van haar beste kant zien.

Gisteren hebben 1.300 organisaties en 750 ondertekenaars van het Vuurwerkmanifest een brief naar de Kamer gestuurd met daarin de oproep om het verbod snel in te laten gaan. Ook de politie is blij met ons wetsvoorstel, en vraagt ons om vaart te maken. Ze wijzen erop dat ze pas na een duidelijk vuurwerkverbod echt aan handhaving en opsporing toe kunnen komen. Hoe sneller de wet wordt ingevoerd, hoe sneller de politie weer ruimte krijgt om zwaar vuurwerk en de echte raddraaiers aan te pakken.

Voorzitter. Het is goed om te beseffen dat het vuurwerkverbod ons heel veel geld gaat besparen. Alleen al de particulier verzekerde schade rond de jaarwisseling bedraagt ongeveer 16 miljoen euro. En daar komt de onverzekerde schade nog bij: de schade aan de openbare ruimte, de belasting van de zorg, de politie en de brandweer, de kosten van het opruimen van al het afval, de schade van de verschillende zware metalen die in onze bodem en ons water doordringen en de schade aan natuur. Maar onze gezondheid is eigenlijk niet in geld uit te drukken: tijdens één oudejaarsavond komt door het afsteken van vuurwerk meer fijnstof vrij dan álle personenauto's in tien maanden uitstoten.

Voorzitter, ik sluit af met de hoop en blijdschap dat de politiek zich vandaag van haar beste kant laat zien, opdat onze hulpverleners, politie, de zorg en vele burgers weten dat ze op ons kunnen vertrouwen. Samen de schouders eronder en heel snel het vuurwerkverbod invoeren voor een veilige en feestelijke jaarwisseling voor iedereen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van Nispen van de SP.

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst de leden Klaver en Ouwehand en natuurlijk hun ondersteuning bedanken voor het debat en de beantwoording van enkele weken geleden over deze wet met een zeer lange geschiedenis. Ik bewonder hun doorzettingsvermogen. Het was ook een goed debat. Dat zeg ik niet altijd, zeker niet als hier ministers zitten. U kent mij.

Maar zonder gekheid: het zal geen verrassing zijn dat de SP niet overtuigd is van nut, noodzaak en effectiviteit van een totaalverbod op al het consumentenvuurwerk. De grootste problemen, onveiligheid op straat en de ernstigste ongelukken, worden veroorzaakt door vuurwerk dat al verboden is: illegale explosieven uit het buitenland. Ik geloof niet dat met een verbod op sierfonteinen de aanvallen op de hulpverleners kunnen worden voorkomen, hoezeer ik ook begrijp dat iedereen dat normloze geweld spuugzat is. Wij denken ook niet dat een verbod op al het siervuurwerk opeens zal leiden tot een vuurwerkloze samenleving. We zien al jaren dat illegaal vuurwerk uit België en Duitsland ons land wordt binnengebracht. Ik kan niet goed beredeneren waarom een verbod op siervuurwerk opeens zou gaan leiden tot rustige, fijne jaarwisselingen met alleen maar nette, brave mensen, tot jaarwisselingen zonder misdragingen.

Er is nog steeds een stevige vuurwerktraditie. Die zit diep. Dat blijkt ieder jaar. Veel mensen beleven daar erg veel plezier aan en gaan er verantwoord mee om. Dat is ook wat waard. Ik vind dat we daar niet te makkelijk overheen moeten stappen. Ook vind ik dat we niet moeten doen alsof we daarna veilige jaarwisselingen hebben. Dat is inmiddels wel de titel van deze wet. Dat begrijp ik, maar ik vrees toch dat die verwachtingen niet helemaal waargemaakt kunnen worden. Dus met alle respect en waardering voor de beantwoording: de SP is er niet van overtuigd.

Ik sluit wel af met enkele vragen, voorzitter. Die zijn, denk ik, met name voor de staatssecretaris en de minister. Het kostenaspect was de vorige keer toch nog wel vrij onduidelijk, en dat is het wat mij betreft vandaag de dag nog steeds. Het is mij ook nog niet duidelijk wat nou mogelijk zou zijn op het gebied van meer handhaving, bijvoorbeeld op het illegale deel, dat straks alleen maar groter wordt. Mij is ook niet helder welke datum van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel — als daar inderdaad een meerderheid voor is; ik lees ook weleens wat — realistisch zou zijn. De vorige keer heeft de staatssecretaris gezegd dat inwerkingtreding de komende jaarwisseling absoluut niet realistisch zou zijn. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris en de minister daarop gaan antwoorden. Ik zou zeggen: pas op voor overhaaste dadendrang.

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank. De beurt is aan de heer Gabriëls van GroenLinks-PvdA. Ga uw gang.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Graag wil ik de initiatiefnemers, de heer Klaver en mevrouw Ouwehand, en de ondersteuning, die heel hard gewerkt heeft, bijzonder bedanken. Zij hebben jaren geleden het initiatief genomen tot de wet die nu voorligt.

We kijken terug op een gedegen, inhoudelijk en eerlijk debat, waarin we allemaal vanuit onze eigen opvattingen van mening hebben kunnen verschillen. Ook de betrokkenheid vanuit de samenleving bij deze wet is groot. Politie, lokaal bestuur, veiligheidsregio's, dierenwelzijnsorganisaties, gezondheidszorg, vuurwerkondernemers, milieuorganisaties: allemaal hebben ze hun perspectief gegeven en van zich laten horen. Het heeft allemaal bijgedragen aan een debat dat, als ik het goed zie, de gevoelens onder de Nederlandse bevolking heeft weten te vertolken en ruimte heeft gegeven aan de verschillende afwegingen van de verschillende partijen.

Mij greep in het bijzonder ook het verhaal aan van Tjeerd de Faber, de oogarts, een van de oprichters van het Vuurwerkmanifest. Eindelijk mag hij van zichzelf met pensioen. Zijn verhalen over oorlogszorg in vredestijd, oogoperaties, oogverwijderingen en andere vreselijkheden hebben een bijzondere indruk gemaakt. Zoals ik ook in mijn eerdere bijdragen aan het debat over de jaarwisseling heb genoemd, horen we vaak wel de getallen, maar weet je niet precies wat het leed achter die getallen is. En er is heel veel leed. Ik hoop ook dat het niet meer nodig is om de bijbehorende foto's die Tjeerd liet zien, te tonen en verspreiden.

Mijn collega's in de Kamer wil ik ook bedanken voor het meedenken over de wet. De amendementen van mevrouw Bikker, de heer Stoffer, de heer Boswijk en mevrouw Michon-Derkzen hebben het wetsvoorstel aangescherpt. Daarmee geeft het wetsvoorstel nog meer ruimte aan datgene wat in Nederland leeft. De amendementen voorzien in een uitzonderingsmogelijkheid op het algemeen consumentenvuurwerkverbod. Het zal niet verbazen dat onze fractie daar aanvankelijk niet heel enthousiast van werd. We waarderen het echter dat collega's oprecht zoeken naar een model waarin aan een relatief veilige en gecontroleerde nieuwe vuurwerktraditie vorm wordt gegeven. We roepen het kabinet dan wel op om alles op alles te zetten om deze wet zo snel mogelijk in werking te laten treden, zoals ook de politie, artsen, burgemeesters en een deel van de vuurwerkbranche vragen. De uitwassen van nóg een jaar vuurwerk moeten we zien te voorkomen. En het moet nog voor oud en nieuw duidelijk zijn welke regels gelden.

Rest mij niets anders dan namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid oprecht de hoop uit te spreken dat de komende jaarwisseling weer een feest wordt voor iedereen, en voortaan ook voor de politie, boa's, brandweer en andere hulpverleners, zodat zij zonder zorgen oud en nieuw kunnen vieren, aan het werk of thuis met hun geliefden, familie en vrienden. Zij hebben dat, net zoals het medisch personeel en andere mensen die voor de samenleving werken, na al die jaren van werken op een van de moeilijkste tijdstippen van het jaar, gewoon heel erg dik verdiend.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat levert een vraag van mevrouw Van der Plas op.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. De heer Gabriëls zegt dat het weer leuk wordt voor iedereen. Maar er zijn ongeveer 800 ondernemers en hun gezinnen, zeker als de plannen van GroenLinks-PvdA zo snel mogelijk doorgaan, waarvoor het helemaal geen leuke jaarwisseling wordt. Dat zijn mensen die de afgelopen jaren misschien wel tonnen hebben geïnvesteerd omdat de overheid van alles van ze vroeg voor veilige opslag en allerlei andere regelgeving. Samen met de sector is ook nog gewerkt aan een meerjarenplan. Dat heeft ondernemers ertoe bewogen om te zeggen: nou, er is perspectief, dus we gaan investeren. Dit is gewoon een enorme kapitaalvernietiging. Dus die hebben helemaal geen leuk feest. Heel veel mensen in Nederland genieten van vuurwerk — want 25% steekt vuurwerk af en 45% van de mensen geeft aan ervan te genieten en ernaar te kijken — en hebben ook helemaal geen leuke jaarwisseling meer ...

De voorzitter:
Uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
... want die brave burger wil gewoon met zijn kind dat sierpotje aansteken; die heeft het altijd braaf binnen de regels gedaan en die wordt nu gestraft.

De voorzitter:
Mevrouw ...

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat zegt de heer Gabriëls tegen deze mensen, die helemaal geen leuk feest hebben? Want dit is helemaal niet voor iedereen leuk.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):
Nou, allereerst hebben wij altijd gepleit voor een ruimhartige compensatie, ook voor de vuurwerkbranche. Natuurlijk zal ik zeggen dat GroenLinks-Partij van de Arbeid dit begrijpt. Daarom hebben we ook aangegeven dat alle meningen hier, in het hart van de democratie, aan bod zijn gekomen. Wij staan achter deze wet. Wij vinden het belangrijk dat de politie, maar ook medisch personeel en iedereen, hierin gehoord wordt. En natuurlijk snappen wij dat het heel vervelend is voor de branche en voor de mensen die heel graag siervuurwerk afsteken. Dat begrijpen wij, alleen hebben wij een andere afweging gemaakt.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat leidt tot nog een vraag van mevrouw Van der Plas. Mevrouw Van der Plas, u heeft zo nog uw eigen bijdrage. Iets kortere vragen, als dat gaat.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Tja, ik vraag me af of de heer Gabriëls en zijn partij dat snappen. Want voor een ondernemer is het nogal wat om tonnen te moeten besteden aan iets wat in zijn bestaan voorziet en wat heel veel mensen vreugde geeft, en om dat dan gewoon in rook te zien opgaan — letterlijk en figuurlijk. Het is gewoon weg. Dat is kapitaalvernietiging. Dus het zijn zalvende woorden van de heer Gabriëls, maar ik betwijfel of de heer Gabriëls het snapt. Ik denk eerder dat GroenLinks-Partij van de Arbeid zegt: dat is collateral damage, en ze krijgen compensatie. Alsof geld alles goedmaakt. Dat is niet zo. Is de heer Gabriëls dat met me eens?

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):
Oprecht snappen wij dat het vervelend is voor de vuurwerkbranche, oprecht. Ook ik heb reacties gekregen van vuurwerkondernemers in mijn woonplaats. Oprecht hebben wij daar begrip voor. Wij hebben alleen de afweging gemaakt om toch de politieagenten, het zorgpersoneel, de dierenwelzijnsorganisaties, de milieuorganisaties en allerlei andere organisaties hierin te volgen en ook te zeggen dat we een feest voor iedereen willen en dat het zo niet verder kan met alles wat er gebeurt met de jaarwisseling. Maar oprecht snap ik de gevoelens waarover mevrouw Van der Plas het heeft.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is de beurt aan de heer Boswijk van het CDA.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst de initiatiefnemers bedanken voor dit initiatief. Het is al een paar keer gezegd, want ik hoorde het collega Kostić en collega Gabriëls ook zeggen, maar we kunnen het wel: verschillen van meningen, debatten hebben op de inhoud, een ander zelfs overtuigen — "van zijn ongelijk" zou ik niet willen zeggen — en zelfs een pijnlijke draai moeten maken. Ik heb het al gezegd: mijn oud en nieuw vroeger was vooral op 1 januari het vuurwerk afsteken dat nog niet was afgegaan. Hoe korter het lontje, hoe leuker. Ik kan me heel goed het plezier en de spanning voorstellen die heel veel mensen, met name jongeren, ervaren.

Tegelijkertijd hebben wij als CDA en ik als woordvoerder met de politie en met heel veel hulpverleners gesproken, in de maanden voor de jaarwisseling en in de weken daarna. Als jij als partij de druk op het politieapparaat en op de hulpverleners in den brede ziet en altijd zegt "wij staan voor de hulpverlener", als je schande spreekt van illegale demonstraties, of het nou boeren zijn die zich misdragen of klimaatactivisten die zich vastlijmen, en je zou die ene dag van het jaar zeggen "nu even niet, nu kijken we even de andere kant op als de hulpverleners ons om hulp vragen", dan is het natuurlijk weinig geloofwaardig. Dat heeft ons als CDA begin dit jaar doen besluiten om toch de draai te maken. Het is geen gemakkelijke draai. Ik hoor collega Van der Plas over de vuurwerkbranche. Natuurlijk horen wij ook die verhalen en snappen wij ook dat het voor deze mensen een waardeloze uitkomst zou kunnen zijn. Maar tegelijkertijd hebben wij de afweging gemaakt en het belang van de hulpverleners en de veiligheid van mensen die zich inzetten voor de samenleving vooropgezet.

Voorzitter. Dit wetsvoorstel is natuurlijk niet de heilige graal. Het is een fantastisch voorstel, maar er zitten echt nog wel gaten in. Allereerst doet het natuurlijk niets aan het fundamenteel gebrek aan fatsoen dat sommige mensen hebben. Ik bedoel, het idee dat jij denkt dat je vuurwerk naar iemand kan gooien, al helemaal naar een hulpverlener, lost dit wetsvoorstel niet op. We hebben als samenleving in den brede de verantwoordelijkheid om mensen hierop te blijven aanspreken en te normeren. Dat geldt in het bijzonder voor de ouders.

Het andere punt betreft de aanpak van illegaal vuurwerk. Daarbij wil ik nogmaals een appel doen op de bewindspersonen. Het is al meerdere keren gezegd: het is niet alleen het illegale vuurwerk dat een probleem is, maar ook het legale vuurwerk. Dat zou dit wetsvoorstel dan op kunnen lossen, maar dan hebben we nog steeds het illegale vuurwerk. Dat moet natuurlijk de hoogste prioriteit hebben, anders is het alsnog dweilen met de kraan open.

Als laatste ben ik benieuwd naar de antwoorden van de initiatiefnemers en de bewindspersonen. Het is voor het CDA van belang dat we deze wet met het amendement erbij op een deugdelijke manier invoeren. We willen niet dat het met oud en nieuw helemaal ontspoort en dat er dan meteen wordt gezegd: we draaien het maar weer terug. Dus ja, we willen het zo snel mogelijk. Ik wil zo snel mogelijk de hulpverleners uit de vuurlinie halen zodat ze het juiste kunnen doen. Tegelijkertijd moet het ook uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Daar heb ik eerlijk gezegd nog zorgen over. Ik ben heel benieuwd naar de reacties van de initiatiefnemers en van de bewindspersonen. Ik vind het belangrijk dat we het op een goede manier doen.

Voorzitter. Verder nogmaals dank voor de inzet. Laten we dit voorstel aan een meerderheid helpen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. O, u heeft nog een interruptie van de heer Boutkan. Ga u gang.

De heer Boutkan (PVV):
Inderdaad. Complimenten, voorzitter. Ik dank de heer Boswijk voor zijn inbreng. Ik heb toch even een vraag over het amendement, want daar staat ook de naam van het CDA onder. Het amendement doet een aantal toevoegingen aan het wetsvoorstel en dan met name om ertoe te komen dat georganiseerde groepen burgers in de gelegenheid worden gesteld om gezamenlijk in een buurtschap of met een vereniging vuurwerk af te steken. Dat roept dan natuurlijk de vraag op over hoeveel kilo vuurwerk we dan praten. Hoe zit het met de aansprakelijkheid? Hoe zit het verzekeringstechnisch en dergelijke? Ik lees elke keer "we beogen", "we zien dit", "we zien dat", maar ik zie niet echt concreet hoe het CDA en de overige indieners dat dan gaan realiseren.

De heer Boswijk (CDA):
We hebben onze kleuren afgestemd.

De voorzitter:
Ik zie het. Mooie kleur, dat rood!

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter!

De heer Boswijk (CDA):
Terechte vraag. Tegelijkertijd denk ik niet dat wij hier een amendement moeten gaan maken waarin we dat helemaal tot in detail gaan uitwerken. Uiteindelijk zijn daar mensen voor die dat nog veel beter kunnen dan wij dat hier in de Kamer kunnen. Wij moeten dat tot op een bepaald abstractieniveau doen. Natuurlijk hebben de andere initiatiefnemers en ik daar wel over nagedacht. Ik zie het zelf als volgt. We hebben bijvoorbeeld al energiecoöperaties. Dat zijn verenigingen of stichtingen. Het kan allebei. Ik denk dat een vereniging mooier is, omdat je daar ook echt lid van wordt en dat betrokkenheid geeft. Zo'n vereniging kan natuurlijk verzekeringen afsluiten. Die kunnen natuurlijk geld inzamelen. Mensen binnen zo'n vereniging kunnen bijvoorbeeld een opleiding gaan doen, waardoor ze gemachtigd worden. Of ze maken met de professionele vuurwerkbranche, die er natuurlijk gewoon is, afspraken, waarbij die verenigingen het geld inzamelen, met de gemeentes de locaties afspraken, de vergunning aanvragen en zo'n professionele partij zegt: oké, prima, jullie hebben het allemaal geregeld als vereniging; wij komen met de spullen en we zorgen dat we het georganiseerd krijgen. Dat is in grote lijnen hoe ik ernaar kijk, maar nogmaals, er is een extern denkniveau, een heel ministerie vol met briljante mensen die het nog veel beter weten dan ik. Dit zou ik als nuchtere Nederlander op die manier inrichten.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boutkan.

De heer Boutkan (PVV):
Het punt is natuurlijk wel dat we met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dinsdag gaan stemmen over dit wetsvoorstel. Dan moet al het andere nog uitgewerkt worden. Wat eenmaal weg is, komt niet meer terug. Hebben de indieners van het amendement er voldoende over nagedacht om te waarborgen dat het ook zo uitgevoerd kan worden? Ik zie dat bij meer voorwaarden die nu gesteld worden door andere partijen. Dat is allemaal op papier en dat moet allemaal uitgewerkt worden. Ondertussen zijn we dat oud en nieuw wel kwijt. Die ondernemers zijn de sjaak, hun investeringen zijn weg en we zijn weer een traditie kwijt.

De heer Boswijk (CDA):
Dan toch een kleine geruststelling: de kalender laten wij in stand, dus oud en nieuw ook. De traditie an sich gaat natuurlijk veranderen. Dat beoogt dit wetsvoorstel en daar willen we met het amendement een aanpassing aan doen. Daar ging ook mijn laatste vraag over: hoe kunnen wij dit op een goede manier implementeren? Enerzijds vroeg ik dat omdat ik wil voorkomen dat we zo meteen iets invoeren wat faliekant misgaat, waardoor mensen meteen zeggen: laten we het maar niet doen. Ik denk dat we het goed moeten doen, het liefst zo snel mogelijk, maar dat staat met elkaar op gespannen voet. Laten we wel wezen: er is hier natuurlijk heel veel wet- en regelgeving die wij maken, waarbij je gaandeweg het proces achter dingen komt en waarin we soms wijzigingen in moeten voeren lopende het traject. Er is nooit een wetsvoorstel met een bepaald doel dat 30, 40 jaar helemaal ongewijzigd blijft. Ik sluit dus niet uit dat wij hier over twee jaar een soort evaluatie gaan doen en bekijken of we nog iets aan kunnen passen en misschien iets beter kunnen doen. Dat sluit ik niet uit. Dat gebeurt heel vaak met wetten. Met de kennis van nu en met de zorgvuldigheid van de debatten die we gehad hebben, denk ik dat we heel duidelijk de kaders hebben gesteld waarmee het ministerie prima uit de voeten kan. Misschien moeten we de vraag ook stellen aan deze twee bewindspersonen. Dan kunnen ze u antwoorden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is er nog een interruptie van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het gezonde, nuchtere verstand van de heer Boswijk wordt hier tentoongespreid.

De heer Boswijk (CDA):
Graag gedaan.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk dat hij het cynisme niet helemaal begrijpt.

De heer Boswijk (CDA):
O, sorry. Nee.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Want er wordt dan gezegd "we kunnen het zus en we kunnen het zo doen", terwijl de professionele vuurwerkmensen aangeven dat het bijna onmogelijk is voor buurtverenigingen of verenigingen om zomaar even een vuurwerkshowtje te organiseren. Ten eerste zijn er maar 170 gecertificeerde bedrijven in Nederland die dat doen. We hebben rond de 350 gemeenten, iets minder geloof ik. Het kan dus sowieso niet overal, laat staan in meerdere buurten in meerdere gemeenten. Gecertificeerde professionele vuurwerkbedrijven worden verward met houders van PSE- en BT-certificaten. Die zijn niet bevoegd om dit te doen. Heel veel wijken, dorpen en buurten, zeker in de regio, zullen dus verstoken blijven van vuurwerk. Mijn vraag aan de heer Boswijk is: heeft hij, in plaats van alleen gezond en nuchter nagedacht, met deze professionele mensen gesproken, die op alle mogelijke manieren hebben aangegeven dat het een utopie is dat het overal kan gebeuren, zoals in het amendement staat?

De heer Boswijk (CDA):
Ja, soms word ik weleens gek van mezelf. Ik ben iemand die altijd heel veel mogelijkheden ziet en vooral oplossingen zoekt. Eerlijk gezegd dacht ik dat ik mevrouw Van der Plas ook zo kende. Ik dacht dat vorige keer in het debat te zien. We hadden toen een soort brainstormsessie over de mogelijkheden die er nodig waren. Ik had gehoopt dat ik een soort opening zag bij mevrouw Van der Plas. Wij zien namelijk ook een hele grote kans, juist voor de regio, juist voor het versterken van de sociale cohesie. Ik denk dat mensen heel graag lid willen worden van zo'n vereniging. Ik word meteen lid van die vereniging als het in mijn dorp geregeld wordt. Als je noaberschap belangrijk vindt, is dit een gouden kans. Ik zou als BBB denken: dit moeten we omarmen en dit gaan we met onze lokale BBB'ers uitrollen. Ik zou het wel weten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat noaberschap, lid worden van zo'n vereniging en dan blijkt dat het helemaal niet kan, dat wij hier mensen iets hebben verteld dat praktisch onuitvoerbaar is. Bij zo'n evenement in een buurt moet je heel veel vergunningen aanvragen. Bijna heel Nederland is Natura 2000-gebied. Je hebt stikstofvergunningen. Je hebt gemeenten met vuurwerkgezinde burgemeesters en je hebt gemeenten met niet-vuurwerkgezinde burgemeesters. Als je een evenement organiseert, moet je allerlei vergunningen hebben. Het is een evenement. Je moet sociale hygiëne hebben, bedrijfshulpverlening, EHBO'ers. Er moeten …

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, wat is uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
… verkeersregelaars komen.

De voorzitter:
Kunt u uw vraag stellen, alstublieft?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kom op de vraag, maar ik wil even aangeven …

De heer Boswijk (CDA):
U had het de vorige keer over catering en de hygiëne daarbij.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, de sociale hygiëne daarbij.

De voorzitter:
Niet door elkaar heen praten. Mevrouw Van der Plas, kunt u tot uw vraag komen alstublieft?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
… verkeersregelaars, de hele rataplan moet uit de kast getrokken worden. Dan moeten mensen in de buurt ook nog eens geld gaan geven. Mensen kunnen hun rekeningen al bijna niet betalen, dus ik vraag me af of ze dat willen. Zien de heer Boswijk en het CDA dan niet in dat hier eigenlijk een worst wordt voorgehouden, zo van "joh, ga dat lekker in de buurt professioneel met elkaar doen"? Dat ziet de heer Boswijk toch ook wel? Dat wordt van alle kanten aangegeven.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boswijk.

De heer Boswijk (CDA):
Over de rekening niet kunnen betalen: dat is natuurlijk ontzettend zorgelijk. Tegelijkertijd zie ik zelfs daar een kans. Als je het namelijk als vereniging inkoopt, kun je het misschien wel goedkoper krijgen dan wanneer je het allemaal individueel doet. Maar dat is een zijstraatje. Nogmaals, dit is niet zoals ik de BBB ken: allemaal problemen opwerpen. Ik dacht dat het allemaal zo makkelijk was, met de vuist-op-tafelmentaliteit. Stikstof wordt nu opgeroepen als een probleem. De BBB heeft twee bewindspersonen op het ministerie met stikstof in de portefeuille. Ik heb altijd gehoord dat het een papieren probleem was. Als dat zo is, moet dat dus geen probleem zijn. En op alle andere punten: als we stikstof kunnen overwinnen, kunnen we alles overwinnen. Zo zit ik in de wedstrijd.

Nogmaals, mijn laatste vraag aan deze bewindspersonen was: ik wil graag dat we het goed invoeren en dat het aansluit bij de praktijk. En weten we alles? Nee, natuurlijk niet. Ik ben heel benieuwd waar deze bewindspersonen naar kijken, maar ik ben wel veel meer van de houding ... Ik hoor de noodkreet van hulpverleners, van politieagenten, die zeggen: ik ben al 30 jaar politieagent, maar wat ik de laatste 3 jaar heb meegemaakt, is gewoon oorlogsgebied, dus ik doe het niet meer, ik stop ermee. Dat zijn hulpverleners die zich inzetten voor de samenleving, die met PTSS thuiszitten omdat een paar mensen graag een feestje willen houden en onbeschoft zijn. Ik hoor de BBB heel vaak zeggen dat we moeten staan voor die hulpverleners. Maar hoe geloofwaardig is het als je die ene dag van het jaar denkt: laat maar hangen, we doen het even niet? Ik snap dat het moeilijk is. Een traditie wil je niet heel snel veranderen. Liever gaat dat organisch.

Helaas, pindakaas: soms moeten wij hier als politiek ook leiderschap tonen, normeren en "dit gaat zo niet langer" zeggen. Dat is wat wij als CDA hebben gedaan. Ik geloof in deze samenleving. Ik geloof dat we hier een nieuwe traditie in het leven kunnen roepen. Ik geloof dat dit leidt tot sociale cohesie. Wordt dat makkelijk? Doet dat pijn? Jazeker, natuurlijk, dat doet pijn. Dat zie ik ook wel. Daarom hebben we ook de vraag of we daar in de praktijk een jaar langer op moeten wachten. Dat heb ik liever niet, maar ik hoor het heel graag van deze bewindspersoon. Laten we het goed doen. Maar ik zie uiteindelijk vooral mogelijkheden. Ik zou ook hopen dat de BBB iets optimistischer en constructiever zou zijn, juist voor die hulpverleners.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, uw laatste interruptie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, natuurlijk staan wij ook voor de hulpverleners. Het is bijvoorbeeld misgegaan in Amsterdam en in Rotterdam. Dat was ook in kleinere plaatsen, hoor. Maar de echt grote excessen waren de afgelopen jaarwisseling in Amsterdam totaal niet in de hand te houden. Daar is al een vuurwerkverbod. Het is dus al helemaal niet te handhaven. Ondanks het verbod is het daar al niet te handhaven.

Ik wil de heer Boswijk er wel aan herinneren dat wij niet in de kabinetten hebben gezeten die ons in dit stikstofmoeras hebben geduwd. Dat is het kabinet geweest waarin de partij van de heer Boswijk heeft gezeten. Wij proberen de rommel op te ruimen en het weer vlot te trekken. Dat wil ik for the record even hebben gezegd.

De voorzitter:
Heel goed. En wat is uw laatste vraag?

De heer Boswijk (CDA):
Wanneer begint u?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is een hele flauwe opmerking.

De voorzitter:
Meneer Boswijk ...

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, hij lokt wel een beetje uit.

De voorzitter:
Ik snap het, maar we gaan hier geen stikstofdebat voeren. Ik wil graag uw laatste vraag horen aan de heer Boswijk over het vuurwerkverbod voor consumenten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga reageren op deze uitlokking. "Wanneer begint u?" is een hele flauwe stoot-onder-de-gordelvraag. Wij zijn keihard bezig. De heer Boswijk weet dat ook. Hij heeft zelf in een coalitie gezeten. Hij weet zelf hoe hard er wordt gewerkt op ministeries en door ambtenaren. Door dit hier te zeggen, schoffeert hij niet alleen bewindspersonen, maar ook de ambtenaren op het ministerie die dag en nacht bezig zijn. Als de heer Boswijk verwacht dat alles wat er in misschien wel meer dan tien jaar is misgegaan binnen negen maanden wordt opgelost, dan is dat natuurlijk onmogelijk.

De voorzitter:
En nu graag uw vraag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat snapt de heer Boswijk heel goed.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, nu graag ...

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind het ook niet des CDA's om dit soort sneren uit te delen.

De voorzitter:
Oké. Nu graag terug naar het debat en uw laatste vraag aan de heer Boswijk.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag aan de heer Boswijk ging ook over de evaluatie na twee jaar. Wat moet zo'n evaluatie laten zien? Stel dat de evaluatie zegt dat het eigenlijk gewoon één grote mislukking is en dat het helemaal niet helpt, gaat het CDA dan weer zeggen: we gaan meewerken aan het herstellen van de vuurwerktraditie in Nederland?

De heer Boswijk (CDA):
Ik hoor collega Van der Plas zeggen dat ze staat voor de hulpverleners. Nogmaals, als je dat werkelijk waar vindt, dan kun je dat niet 364 dagen in het jaar doen. Dat doe je 365 dagen, of je doet het niet. Daar zit niks tussenin. Dat is heel moeilijk om te constateren. Als je dat zegt, moet je namelijk uiteindelijk een draai maken. Dat hebben wij gedaan. Daarom staan wij hier.

Voorzitter. Nogmaals, dit is niet de heilige graal. We moeten veel meer doen. We moeten dat illegale vuurwerk aanpakken. We moeten normen en waarden en fatsoen weer bij mensen tussen de oren krijgen. Dat betreft het feit dat het onacceptabel is. Mevrouw Van der Plas zei dat het alleen in Amsterdam gebeurt, maar dat is niet waar. Nou, dan zei ze: voornamelijk in Amsterdam en Rotterdam. Er werd wel de indruk gewekt dat het vooral een Randstadprobleem is. Dat is niet zo. Ik herinner me uit mijn jeugd dat er plaatsen zijn — ik heb daar overigens zelf familie wonen — waar het elk jaar echt compleet escaleert. De ME wordt daar ingezet. Het gebeurt helaas dus verspreid over heel Nederland. Het is ook niet alleen maar illegaal vuurwerk. Het is ook legaal vuurwerk. Dus alle argumenten die collega Van der Plas opwerpt, zijn argumenten die ik tot vorig jaar december ook gebruikte. Ik deed dat totdat ik met mensen uit de praktijk sprak, de mensen die het moeten doen, en totdat ik buiten de Randstad kwam in de plaatsen waar het afgelopen oud en nieuw ook is geëscaleerd. Dan denk je: verrek, het ligt toch iets anders dan ik dacht.

Met het oog daarop moet je een andere afweging maken. Dat hebben wij gedaan en het zou BBB sieren dat ze die draai ook maakt voor de hulpverleners en de mensen, de mannen en de vrouwen, uit de praktijk en uit de frontlinie.

De voorzitter:
Dank u wel. Nee, mevrouw Van der Plas, u heeft al drie vrij uitgebreide interrupties gedaan. U heeft dadelijk ook nog uw eigen bijdrage. Dus ik ga het woord geven aan mevrouw Michon-Derkzen van de VVD.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan wil ik een punt van orde maken. Dit is een wetgevingsoverleg en niet een gewoon debat. Bij wetgeving hoor je het helemaal tot in detail te willen uitdiscussiëren, juist omdat het om wetgeving gaat. Ik wil dus gewoon de gelegenheid krijgen om nog een interruptie te plegen op de heer Boswijk.

De voorzitter:
Nee, sorry. De eerste termijn is al geweest. U heeft net drie uitgebreide interrupties gepleegd op de heer Boswijk en u heeft nog uw eigen bijdrage. U kunt dadelijk ook nog interrumperen op zowel de initiatiefnemers als op de regering. Dus ik wil nu graag het woord geven aan mevrouw Michon-Derkzen van de VVD. Ga uw gang.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank, voorzitter. Dit is het derde debat dit jaar over oudjaar! Het is het ook het derde debat van dit jaar dat over vuurwerk gaat.

Ik sta elk jaar in januari te reflecteren op wat er dat oudjaar is gebeurd. Het geweld tegen agenten en hulpverleners, die die nacht de meest vreselijke dienst van het jaar hebben, gaat mij en mijn fractie niet in de koude kleren zitten. Ik heb dat de vorige keer ook gezegd. En daarom hebben wij ook talloze voorstellen gedaan met als doel er een normaal oudjaar van te maken. Wij wilden de raddraaiers pakken. Wij wilden natuurlijk de mensen die gewoon, zoals mevrouw Van der Plas net ook zei, op een normale manier — zo zeggen we dat — een potje afsteken met rust laten. Maar dat lukt niet! Dat moeten we wel constateren, want er is onvoldoende resultaat. Politie en hulpverleners zeggen jaar op jaar indringender dat hetgeen zij nodig hebben om met oud en nieuw een normale dienst te draaien een algeheel vuurwerkverbod is.

Voorzitter. We kunnen onze oren niet sluiten voor die indringende oproep. Voor hen maakt mij fractie een beweging, maar laten we wel zijn: ik sta hier niet te juichen.

Voorzitter. Voor mijn fractie moet een vuurwerkverbod dan ook werken. Ik heb veel reacties gekregen van mensen die dit met enige scepsis hebben ontvangen. Dat begrijp ik ook. Het moet werken en dat moet blijken in de praktijk. Ik wil natuurlijk dat we zo min mogelijk de goeden onder de kwaden laten lijden. Daarom heeft mijn fractie drie voorwaarden gesteld en pas als aan die volwaarden is voldaan, zal ook de VVD dit verbod steunen.

Voorzitter. Ik zal deze voorwaarden in dit debat even langslopen. De eerste voorwaarde is extra inzet op handhaving. Dat is nodig, want mensen geloven het, zoals ik net al zei, niet. Hoe zeker weten we nou dat met een algemeen verbod van consumentenvuurwerk het tij kan worden gekeerd? Ik heb daarom voorgesteld om te komen tot een effectief handhavingsplan van politie, OM en gemeenten. En dat is meer dan de eerste reactie van de korpschef van vorige week. Die zei inderdaad een extra stap te zullen zetten — dank daarvoor — maar dat is pas het begin. Ik wil dat plan graag dit jaar nog hebben en dat gaan we dan ook beoordelen.

De handhaving op illegaal vuurwerk moet worden geïntensiveerd. Daar zijn we al jaren mee bezig en daar moeten we mee doorgaan. Dat moet ook meer met onze buurlanden worden gedaan, ten minste met België en Duitsland. En dat moet natuurlijk ook in Europees verband gebeuren. Ik begreep overigens dat de staatssecretaris daar al mee bezig is in zijn eigen commissie. Ga daar vooral mee door! Ik verwacht een zichtbare inspanning van de steden die al eerder een lokaal vuurwerkverbod hebben afgekondigd, maar nog niet het begin van een handhavingsplan hebben. Juist in die steden gaat het met oud en nieuw zo totaal los dat iedereen denkt: wat is dit nu?

Voorzitter. De tweede voorwaarde is dat wat mijn fractie betreft een veilige jaarwisseling niet het geheel uitsluiten van vuurwerk betekent. De indieners hebben het over een lokale vuurwerkshow. Dat is prima. Ruim baan. Die zijn er ook echt in meer dan alleen de grote steden. Maar met de meer dan 300 gemeenten die wij hebben en binnen die gemeenten nog eens talloze dorpskernen, is het natuurlijk ondenkbaar dat overal professionele shows zullen zijn.

Daarom is er het amendement van mevrouw Bikker cum suis. Dat kan uitkomst bieden doordat in verenigingsverband op lokaal niveau met elkaar consumentenvuurwerk afsteken wordt toegestaan, voor de buurt, met elkaar. Steun dan ook van mijn fractie voor dat amendement en ik reken op Kamerbrede steun voor dat amendement. Het is ook van belang dat de VNG het steunt. Ik kijk indringend naar de staatssecretaris van IenW voor de uitwerking van dit amendement. Dat is essentieel om naar die andere manier van oud en nieuw te gaan.

Voorzitter. De derde voorwaarde ziet op de branche. De ondernemers, net ook al gememoreerd, mogen wat mijn fractie betreft niet de dupe worden. De sector moet op een eerlijke en nette manier gecompenseerd worden. We hebben de brief van de staatssecretaris gezien van 28 maart, we hebben de reactie van de sector gezien: de bedragen lopen enorm uiteen. Maar ik ga ervan uit dat de staatssecretaris met de sector om tafel gaat om af te spreken wat een eerlijke regeling is. Het gaat daarbij niet alleen om de voorraad, maar ook om de afschrijving van opslaglocaties. Dat geldt zowel voor de importeurs, de groothandel, alsook voor de verkopers. Die hebben behoorlijke investeringen gedaan om dit vuurwerk op een veilige manier op te slaan. Graag hoor ik in een reactie van de staatssecretaris dat hij dit gaat doen als de wet zou worden aangenomen.

Voorzitter. Dit zijn de drie voorwaarden: handhaving, het gecontroleerd afsteken door consumenten in verenigingsverband toestaan en compensatie van de sector. De invulling van deze voorwaarden is aan het kabinet. Ik wil dat zij vanavond klip-en-klaar aangeven dat zij deze handschoen ook oppakken als de wet wordt aangenomen.

De heer El Abassi (DENK):
"Een compensatie voor ondernemers" klinkt heel positief. Met corona hebben we gezien dat een ondernemer €1.500 kreeg. De VVD weet echt wel dat dat totaal geen compensatie is voor deze ondernemers. Ik zou de VVD willen vragen aan wat voor bedrag ze denken per ondernemer.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zou echt alles en iedereen tekortdoen als ik hier bedragen zou noemen, dus dat ga ik niet doen. Ik heb de brief van de staatssecretaris gelezen waarin bedragen worden genoemd. Ik heb de reactie van de sector gelezen waarin bedragen worden genoemd. Die bedragen lopen enorm uiteen. Daarom wil ik dat de staatssecretaris met de sector om tafel gaat om ervoor te zorgen dat die bedragen bij elkaar komen.

De heer El Abassi (DENK):
Dan mijn vervolgvraag. Inderdaad, met de sector. Wie is de sector? Wie vertegenwoordigt de sector? Is de VVD het met mij eens dat het geld met name moet gaan naar de detailhandelaren en niet naar de importeurs, naar de kleinere ondernemers die het hardst geraakt worden? De importeurs kunnen namelijk over de grenzen heen ook handeldrijven. Is de VVD het daarmee eens?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Nee, ik vind dat zowel de importeurs als de verkopers gecompenseerd moeten worden. Als we naar de uitvoering gaan van het amendement van mevrouw Bikker — de heer Boswijk kijkt mij aan — dat zij volgens mij met het CDA heeft ingediend, dan kan het ook niet anders dan dat er ergens nog wel consumentenvuurwerk binnen dit land voorhanden moet zijn. Dat kan wellicht elkaar ook weer versterken of aanvullen. Ik zou zowel voor importeurs als voor verkopers compensatie willen.

De voorzitter:
De heer El Abassi, laatste interruptie.

De heer El Abassi (DENK):
Inderdaad, mijn laatste interruptie. Is de VVD het dan in ieder geval met mij eens dat de verdeling evenredig moet gebeuren, dat er gekeken moet worden — onafhankelijk, dus niet alleen door de staatssecretaris maar door een onafhankelijke instantie — dat die verdeling evenredig plaatsvindt tussen importeurs en detailhandelaren, en dat er daarbij ook rekening mee moet worden gehouden dat de importeurs over de grens heen handel kunnen drijven en de ondernemers niet?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik weet niet of het evenredig zou moeten zijn. Ik wil gewoon dat het eerlijk en netjes is. Of het evenredig is, hoor ik dan wel van de staatssecretaris. Ik heb dat beeld nu onvolledig. Ik denk dat niemand hier dat beeld volledig heeft. Daarop is gewoon nog heel wat huiswerk te maken.

De voorzitter:
Ik weet even niet wie als eerste bij de microfoon was. Mevrouw Van der Werf, ga uw gang.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Wij zijn zeer verheugd dat de VVD nu ook voor een vuurwerkverbod is. Ik wil beginnen met een compliment aan mevrouw Michon-Derkzen, want het is voor haar persoonlijk vast niet altijd even feestelijk geweest, maar ze heeft die keuze wel gemaakt en zij verdedigt die hier ook met verve. Dus oprecht een compliment daarvoor.

Maar ik wil het ook even hebben over de randvoorwaarden, zoals de VVD het nu noemt, waaronder zij dit voorstel zouden steunen, want dat zijn wel drie punten die mij als voorstander van deze wet heel bekend voorkomen. Effectieve handhaving is namelijk de hele reden dat de politie om deze wet heeft gevraagd. Het mogelijk maken van wat nog wél zou kunnen aan vuurwerkshows is de hele reden dat mevrouw Bikker samen met anderen uit de Kamer een amendement heeft opgesteld. En over redelijke compensatie voor ondernemers heb ik de indieners van het wetsvoorstel ook al gehoord. Dus mag ik het zo opvatten dat de VVD zich eigenlijk gewoon aansluit bij de rest van de voorstanders van dit wetsvoorstel?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik hoop natuurlijk dat iedereen deze voorwaarden zal steunen. Maar voor mij is het van belang dát de voorwaarden worden ingevuld voordat we tot een verbod overgaan. Dus in het amendement dat ik zelf heb ingediend, heb ik een zware voorhang voorgesteld voor het koninklijk besluit waarmee de wet in werking zal treden, omdat ik wil zien en mijn fractie wil zien dat we inderdaad aan die voorwaarden hebben voldaan voordat het verbod ingaat. Dus inderdaad, als mevrouw Van der Werf zegt "dat vind ik eigenlijk heel logische voorwaarden, want we vonden dat allemaal al zo", helpt dat om in ieder geval voor die wet te stemmen, iets wat we als eerste gaan doen. Maar voordat die wet in werking treedt, ga ik dat dus nog een keer checken door die voorhang van het koninklijk besluit met de inwerkingtredingsdatum.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Werf, deze keer iets korter alstublieft.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank voor deze reactie. Dan is er nog wel één punt, dat ook iedereen, inclusief het kabinet, al heeft aangegeven. Namelijk dat dit natuurlijk niet iets zal zijn dat van de ene op de andere jaarwisseling meteen vlekkeloos verloopt. Hoe ziet mevrouw Michon-Derkzen dat dan voor zich, als zij eerst de resultaten wil zien voordat zij het wetsvoorstel steunt?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik heb net die voorwaarden toegelicht. Wat betreft de handhaving zeg ik dat er een concreet handhavingsplan moet liggen. Ik vind het absurd dat wij het ieder jaar aankijken met lokale afsteekverboden maar zonder een handhavingsplan, en dan de dag erna zeggen: tja, het is niet gelukt, het was een enorme puinhoop. Ik wil dus dat vanaf het aanstaande oud en nieuw, wat er dan ook wel of niet van kracht is, de politie een extra been bijtrekt om de handhaving op orde te krijgen. Ik wil niemand zand in de ogen strooien: welke wet we hier ook aannemen, natuurlijk ziet de wereld er daarna niet anders uit. Ik ben me daar terdege van bewust, maar ik vind dit een noodzakelijke maatregel die ik neem om hulpverleners en politie te beschermen in die vreselijke dienst. Maar dan moet het wel werken. Als we er niet een enorm stevig handhavingsplan tegenaan zetten, gaat het niet werken. Daar ben ik beducht voor. Dan tornen we eigenlijk aan ons eigen gezag, het gezag vanuit de overheid. Stoere praatjes over een verbod, maar we móéten zorgen dat het werkt en daarvoor hebben we ook de inzet nodig van de politie, het Openbaar Ministerie en de gemeenten.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Werf, laatste interruptie.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik ben dit in de kern en op de inhoud met mevrouw Michon-Derkzen eens; natuurlijk moet je hier een plan voor hebben. Maar ik denk wel dat we ons ook allemaal bewust moeten zijn van het realisme dat dit een verandering is die in de loop van de tijd doorvoeld zal gaan worden. Je kan er heel goede handhavingsplannen tegenaan zetten, maar de overlast tijdens, bij wijze van spreken, de komende jaarwisseling zal natuurlijk verschillen van de situatie waarin deze wet al vijf jaar in werking is getreden. Dat verschil zou mevrouw Michon-Derkzen ook terdege moeten erkennen. Dat zijn gewoon de verschillen. Tegen het een valt op te handhaven en tegen het ander simpelweg misschien niet meteen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Maar dat is dus ook precies waarom er stevige handhaving nodig is. Ik meen, maar misschien vergis ik me, dat de fractie van mevrouw Van der Werf het vergelijkt met roken in een restaurant. Maar als er nog gerookt werd in een restaurant, kreeg de horecaondernemer daar een dikke boete voor. Die zorgde er dus wel voor dat dat in zijn restaurant niet gebeurde. Als wij met elkaar iets verbieden — dat zie je bij de lokale verboden — maar geen begin van een handhavingsplan hebben, zijn er natuurlijk een aantal die zich er überhaupt niets aan gelegen laten liggen, zullen een paar mensen natuurlijk braaf de regels volgen en snapt de meerderheid, de zwijgende meerderheid, er helemaal geen bal meer van. Die denkt: "Moet ik het nou wel of niet doen? Want de ander doet het ook." Daarom wil ik dat we als we dit verbod inzetten, echt een been bijtrekken met stevigere handhaving.

De heer Boswijk (CDA):
In mijn eigen inbreng gaf ik complimenten aan de initiatiefnemers. Ik wil ook complimenten geven aan collega Michon-Derkzen, die haar standpunt heeft gewijzigd, net als wij hebben gedaan, maar ook voorwaarden heeft geformuleerd in haar amendement. Ik vind dat een goed amendement. Waar alleen mijn zorg zit, is dat uiteindelijk ook wel veel uitvoering bij de bewindspersonen ligt. Daar moet natuurlijk ook wel een stok achter de deur zijn, zodat er niet oneindig wordt vertraagd in de uitvoering. Hoe kijkt collega Michon-Derkzen daarnaar? Wat is een redelijke termijn waarop die plannen er zouden moeten liggen voor bijvoorbeeld duidelijke compensatie voor de ondernemers? Wat is ongeveer de termijn die de VVD acceptabel zou vinden? Ik denk dat het ook belangrijk is dat de bewindspersonen weten waar ze aan toe zijn, namelijk.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zit niet aan een termijn vast, maar aan de voorwaarden. Ik wil dat de voorwaarden zijn ingelost die ik hier heb genoemd voordat we tot een vuurwerkverbod overgaan. Dus als het kabinet daar snel mee komt en dat allemaal goed te doen is, dan beoordelen we dat. Je ziet alweer direct dat zodra mijn fractie en andere fracties hier het over hun standpunt over een vuurwerkverbod hebben, de enige discussie is: gaat het dit jaar of volgend jaar in? Ik vind dat geen relevante discussie. Ik vind dat die voorwaarden ingelost moeten zijn. Dan kan je overgaan naar een verbod. En wanneer dat is, is aan het kabinet. Ik hoop dat we dat in dit debat gaan horen. Ik zal ze daarop bevragen.

De heer Boswijk (CDA):
Dan zit ik toch net iets anders in de wedstrijd. Over of we het aankomende jaar halen, ja of nee, kan je nog discussiëren, want acht maanden is erg kort. Maar ja, tegelijkertijd wil je ook hulpverleners niet nog een jaarwisseling aandoen. Ik snap ook dat je zegt: ik wil dat de voorwaarden worden ingevuld en dat is leidend. Tegelijkertijd kan je natuurlijk wel tegen deze bewindspersonen zeggen: "Ik wil gewoon — ik noem maar wat — voor de zomer weten of we het gaan redden, ja of nee. Kan er een tandje bij? Krijgen we een tussenrapportage?" Enzovoort. Dan houden we als Kamer een beetje de vinger aan de pols. Want als we zeggen "we vinden de voorwaarden belangrijk" kunnen we die in theorie over vijf jaar eens een keer gaan invullen. Dan gaat het het doel een beetje voorbij, want dan moeten we tegen hulpverleners zeggen: nou, we hebben het geregeld, over vijf jaar waarschijnlijk. Dat lijkt me niet helemaal de bedoeling.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
We hebben natuurlijk los van dit debat over het initiatiefwetsvoorstel met elkaar in commissieverband allerlei debatten. Wij zien elkaar heel vaak in het debat over politie en daarin zal het natuurlijk ook gaan over dit handhavingsplan. De staatssecretaris heeft natuurlijk met de collega's gewoon reguliere debatten. Van de week zou het tweeminutendebat Externe veiligheid zijn. Dus dat kan gewoon ook terugkomen in reguliere debatten. Wat ik dus weer licht zorgelijk vind aan deze vraag van de heer Boswijk, is dat hij zegt: prima, de voorwaarden, maar we moeten wel een keer dat verbod laten ingaan. Dan denk ik: nee, dat verbod kan alleen maar ingaan als aan die voorwaarden is voldaan. Want anders hebben we met elkaar echt iets vreselijks gecreëerd dat niet gaat werken en dan zijn we nog veel verder van huis.

De voorzitter:
De heer Boswijk, laatste vraag.

De heer Boswijk (CDA):
Daar ben ik het natuurlijk mee eens. Ik heb zelf ook gezegd dat wat we invoeren, moet werken en dat de ondernemers gecompenseerd moeten worden. Daarover verschillen we niet van mening, maar je wil natuurlijk wel een richting meegeven aan deze bewindspersonen voor wanneer dat moet worden geregeld. En natuurlijk, als de bewindspersonen zeggen "we hebben er een x-aantal weken voor nodig" dan kunnen wij wel beoordelen of dat reëel is, maar je wil natuurlijk wel iets hebben. Ik hoorde collega Michon-Derkzen zeggen: we zien elkaar elke week. Ja, helaas. Ik heb het nu even over vuurwerk, maar morgen heb ik het over Oekraïne en overmorgen over het gevangenistekort en deze staatssecretaris van IenW zie ik überhaupt nooit. Dus helaas ben ik iets minder hoopvol. Dan denk ik "we zitten nu in deze samenstelling bij elkaar en dan is het wel het moment om duidelijke randvoorwaarden mee te geven", omdat onze spanningsboog wat dat betreft niet zo heel lang is.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik heb in mijn eigen bijdrage aan het kabinet gevraagd of zij willen toezeggen, een klip-en-klare toezegging, dat zij zich zullen inspannen voor deze drie voorwaarden. Nou, dat gaan we zo horen. Ik denk dat het ook goed is om van hen te horen wat voor hen een reële termijn is. Dan komt ook mijn eigen amendement, met die voorhang voor dat koninklijk besluit. Dan gaan we het er nog een keer met elkaar over hebben. Vinden we dat die voorwaarden wel of niet goed zijn ingevuld? Daar kunnen we ook nog over van mening verschillen, want dat gaan we allemaal beoordelen. Daarna kan dan die wet al dan niet in werking treden, naargelang die beoordeling. Dus in die zin hebben we denk ik met het amendement dat mijn fractie heeft ingediend wel een soort sluitend systeem bedacht. Dan is het aan het kabinet om de snelheid erop te gooien. Want ik snap heel goed dat de heer Boswijk zegt. Als het ons te doen is om een veilige dienst voor politie en hulpverleners kan je niet zeggen: misschien over vijf jaar, beste mensen. Dat ben ik natuurlijk totaal met u eens. Maar tegelijkertijd hecht ik er zeer aan dat die voorwaarden zijn ingevuld; vandaar mijn amendement met die voorhang.

De heer Eerdmans (JA21):
Ik stel gerust vast dat voor de VVD het vuurwerkverbod niet ingaat bij de komende jaarwisseling. Klopt dat?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Daar heb ik nou net een kwartier met de heer Boswijk over gesproken. Het gaat mij niet om de ingangsdatum. Het gaat mij om het moment waarop de drie voorwaarden die voor mijn fractie essentieel zijn, zijn ingevuld. Dat is leidend. Ik heb geen idee wanneer dat is. Dat gaan we van het kabinet horen. Met die voorhang van het koninklijk besluit ga ik die voorwaarden checken. Daar gaan we het weer met elkaar over hebben. Daarna kan het ingaan.

De heer Eerdmans (JA21):
Het lijkt mij, gelukkig, onhaalbaar om dat voor 1 januari rond te krijgen. Daar zoek ik naar. Ik denk dat dat ook voor de branche enige geruststelling is.

Laat ik even kijken naar de drie voorwaarden die de VVD stelt. Strakke handhaving. Daar zul je óf gigantisch veel geld bij moeten zetten, óf het lukt niet. Want je gaat niet achter elke boom een agent zetten om te kijken wie er nog ergens een rotje afsteekt. In Ierland is het illegale vuurwerk enorm toegenomen na het verbod op het legale. Dat is daar ook niet te handhaven. Dat gaat dus zeker de eerste jaren niet gebeuren.

Het tweede. Vuurwerk wel mogelijk maken als je erom vraagt. Dat is het amendement-Bikker. Ik woon ook in een buurt, namelijk met mijn gezin. Als ik nou een aanvraag doe, met z'n viertjes, voor het afsteken van vuurwerk voor de deur, is dat ook amendement-Bikker? Want dan krijgen we een heleboel verenigingen die allemaal graag voor op de stoep een toewijzing willen krijgen.

Het derde is de compensatie voor ondernemers. Hoe dan? Waar kan je nou van uitgaan als je ondernemer bent in vuurwerk en je hebt inderdaad al de aanschaf gedaan van allerlei voorraad? Het vuurwerk is in huis gehaald. Als het ergste geval waar wordt en het toch komend jaar ingaat, zijn ze dat geld gewoon kwijt. Ik wil dus toch wel enige richting van de VVD weten voor je met zoiets dramatisch als een vuurwerkverbod instemt. Hoeveel geld wordt dat voor de gedupeerden?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
De heer Eerdmans stelt bij alle drie de voorwaarden vragen. Als het gaat over de handhaving heeft de politie zelf in een position paper van, naar ik meen, medio februari een heel aantal suggesties gedaan voor wat nog kan worden verbeterd in de handhaving. Dat ging onder andere over het gebruik van slimmere digitale technieken en meer inzet van recherchecapaciteit op het onderscheppen van illegaal vuurwerk. Ik vond dat daar vrij concrete suggesties in zitten, waarvan ik ook richting de minister zou willen zeggen: pak die vooral op en bouw daarop voort in het handhavingsplan.

Als het gaat om het amendement van mevrouw Bikker cum suis moet ik de heer Eerdmans teleurstellen, want alleen met zijn gezin gaat hij geen consumentenvuurwerk afsteken. Daar staat uitdrukkelijk: een ontheffing kan worden verleend aan een vereniging. Er moet dus iets van een vereniging zijn die dat op lokaal niveau gaat doen voor de buurt. Daar gaat de burgemeester over. Hoe dat er allemaal uitziet — daar zijn natuurlijk tig vragen over te stellen — gaan we nu juist zien in de uitwerking en in de AMvB.

En dan inderdaad de financiële middelen voor de compensatie. Dat is een terecht punt. Er zal niemand zijn die denkt: ik heb nog wel zo veel miljoen op de plank liggen. Ik vind dat de staatssecretaris met de sector om tafel moet. In de brief van vorige week lees ik overigens ook dat de staatssecretaris dat gaat doen. Die getallen moeten bij elkaar komen, want die liggen enorm uiteen. En het is natuurlijk een feit: hoe sneller het verbod in zal gaan, hoe groter het nadeel voor de sector. Dat is een feit. Het is in handen van de staatssecretaris om daarover met de sector in overleg te gaan en een goede regeling te maken.

De voorzitter:
Meneer Eerdmans, laatste interruptie. Kort, alstublieft.

De heer Eerdmans (JA21):
Nou, ik hoop niet alleen in handen van de staatssecretaris, maar ook in handen van de VVD. Ik denk dat de wanhoop echt stijgt bij de ondernemers. Ik zal er zo meteen een motie over indienen om dat in ieder geval proberen af te dwingen bij het kabinet. Maar dan even. De indieners van het amendement-Bikker willen het onder voorwaarden mogelijk maken voor georganiseerde groepen burgers om zich tot de gemeente te wenden voor toestemming om vuurwerk af te steken op een daartoe aangewezen plek. Dat kan de straat zijn, toch? Dan kan iedereen — dat is misschien het goede nieuws — zich verenigen in een straat, in een buurt en zeggen: wij willen toch vuurwerk afsteken. Even naar de gemeente, dan moet het worden toegekend en dan heb je vuurwerk.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Eerdmans (JA21):
Dus in die zin is mijn vraag: dat biedt toch gewoon de mogelijkheid om via die weg alsnog toe te staan dat er vuurwerk wordt afgestoken?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Wat ik charmant vind aan het amendement van mevrouw Bikker is dat het heel veel ruimte geeft aan lokale invulling. In een grote stad kun je het misschien in bepaalde wijken doen, maar een gemeente met meerdere dorpskernen zal het misschien in de verschillende dorpskernen doen. Dat gaan we zien in de uitgewerkte AMvB. Ik vind het een charmant voorstel om het aan de burgemeester te laten waar het in een gemeente logisch is om met elkaar consumentenvuurwerk af te steken.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Nispen met een interruptie.

De heer Van Nispen (SP):
Volgens mij kunnen we deze staatssecretaris succes wensen bij de Voorjaarsnota, want het wensenlijstje wordt lang. Ik vind het merkwaardig. Maar ik heb eigenlijk een vraag over die eerste voorwaarde: er ligt een effectief handhavingsplan van gemeenten en politie. Als er dan zo veel vertrouwen is dat het nu beter kan, wat hebben ze dan de afgelopen jaren zitten doen? Dat vroeg ik me af. Was het volslagen willekeurig, zo van "zie maar wat je doet"? Was er dan geen plan? Waren het ineffectieve plannen? Ik vraag me af waar de VVD het vertrouwen vandaan haalt dat het nog zo veel beter kan en, als dat kan, waarom dat de afgelopen jaren dan niet is gebeurd, toen de problemen met illegaal vuurwerk ook al erg groot waren.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Meneer Van Nispen stelt een mooie vraag; zo ken ik hem ook. Hier hebben wij jaar in, jaar uit op aangedrongen met elkaar, ook Kamerbreed: kan er niet meer? Mijn eigen initiatiefnota over aanpak illegaal vuurwerk: kan er niet meer, moet we niet zwaarder straffen, hoe zorgen we ervoor dat we illegaal vuurwerk onderbrengen in de algehele aanpak van ondermijning? We hebben het gehad over busjes die met drugs heen rijden en met vuurwerk terugkomen. Er ligt eigenlijk heel veel, maar het lukt onvoldoende. Natuurlijk, al die gesprekken die ik heb gehad, ook met de politie, over wat er nog meer kan in de handhaving om ervoor te zorgen dat we niet op het punt staan waarop we nu staan … Zowel de fractie van de heer Van Nispen als mijn fractie wilde niet staan waar we nu staan. We wilden niet staan waar we nu staan. We hebben altijd gezegd: wat meer kan, doe dat ook. Dat lukt onvoldoende. Kijk, het is een gegeven waar ik mijn oren niet voor sluit. De heer Van Nispen gaat daar anders mee om, en dat mag ook. Maar de politie zegt in alle stelligheid: een algeheel vuurwerkverbod is onderdeel van de handhaving; we kunnen niet goed handhaven zonder dat algehele vuurwerkverbod. Telkens de vraag: serieus, kan het niet anders, waarom niet dit of dat? Die gesprekken heb ik uitentreuren gevoerd. Ik heb er geen antwoord op gekregen en dat maakt dat ik, dat mijn fractie deze beweging heeft gemaakt. Daarom begon ik mijn betoog ook met "ik sta hier niet te juichen".

De heer Van Nispen (SP):
Dat begrijp ik en dat respecteer ik, maar dat was mijn vraag niet. We hebben juist jarenlang gevraagd om effectievere handhaving. We hebben voorstellen daarvoor aangenomen en we hebben een oproep gedaan. De minister heeft het geprobeerd, de vorige minister ook en die daarvoor ook. Maar dan blijft toch de vraag staan waar de VVD het vertrouwen vandaan haalt dat die eerste voorwaarde echt substantie heeft, dat die iets gaat veranderen. Dat neem ik namelijk wel aan. Het is toch niet een loze voorwaarde die hier gesteld wordt? Dat gaat echt iets doen. Ik ben benieuwd waar dat vertrouwen vandaan komt.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Nee, zeker. De politie en de hulpverleners geven zoals gezegd zelf aan: wij hebben dat verbod op consumentenvuurwerk nodig als onderdeel van het handhavingsplan. Daarmee zegt mijn fractie dus: het kan niet zo zijn dat het verbod op consumentenvuurwerk het middel is tegen alle kwalen, want dat is natuurlijk ook een totale farce. Als we dat dus met elkaar vaststellen en steunen en als we met elkaar die kant opgaan, dan kan het niet anders dan dat je daar ook in de breedte een integraal en stevig handhavingsplan tegenaan zet. Anders zitten we met elkaar iets te doen wat totaal niet werkt. Daarom kijk ik naar die eigen inzet in de positionpaper en dan zie ik dat daar nog wel wat in zit. Maar het zal ook gaan over onze bestaande inzet tegen het illegale vuurwerk, waar wij met elkaar al veel debatten, ook met de minister, over hebben gehad. Het zal ook gaan over de cobra's en over de buurlanden België en Duitsland, waar gewoon bakken vrachten naar binnen worden getrokken. Dat geheel maakt dat ik denk dat we nu niet alleen dat consumentenvuurwerk verbieden en voor de rest gaan zeggen: nou, het liep allemaal wel lekker dus we doen dit erbij en dan is het opgelost. Nu we dit doen en nu de stap wordt gezegd, moet er ook op die andere punten óf door worden gegaan met wat is ingezet óf wat al is ingezet zelfs geïntensiveerd worden.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoorde mevrouw Michon zojuist zeggen dat de VVD het eerlijk en netjes wil doen voor de ondernemers. De VVD, de ondernemerspartij, heeft het altijd over de hardwerkende ondernemers, minder lasten, minder regels en het goed zorgen voor onze bedrijven. Maar hoe eerlijk vindt de VVD het dan dat er een tijd geleden met de sector is gesproken over een meerjarenplan voor consumentenvuurwerk, maar dat die vervolgens ziet dat al die investeringen gewoon vernietigd worden? Dat gesprek gaf ondernemers vertrouwen en zij zijn gaan investeren omdat ze dachten: nou, we komen ergens. Hoe eerlijk en netjes is dat?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Mevrouw Van der Plas vraagt of ik meevoel met de ondernemers. Kijk, een echte ondernemer is ook helemaal niet geïnteresseerd in compensatie, want die wil gewoon ondernemen en daarom doet die wat die doet. Ik voel daar dus zeer in mee en ik vind dat compensatie het minste is dat we kunnen doen, maar ik zal niet ontkennen dat het voor de ondernemers die dit met ziel en zaligheid doen — zo zijn ze namelijk —- een hele bittere pil is. Dat is zo.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is niet mijn vraag. Mijn vraag is: hoe eerlijk en netjes vindt mevrouw Michon het dat er eerst met de sector een meerjarenplan wordt besproken en dat vervolgens hun kapitaal vernietigd wordt? Ik vind het eerlijk gezegd nogal aanmatigend om te zeggen: ja, maar een echte ondernemer wil helemaal geen compensatie en daarom is ie ondernemer. Deze mensen wordt gewoon hun bedrijf afgepakt. Hun bedrijf afgepakt! Wil mevrouw Michon nou echt zeggen: ah joh, als je écht ondernemer bent, hoef je deze compensatie ook niet te ontvangen?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Nee …

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, maar dat is wel wat ik tussen de regels door hoor: een echte ondernemer wíl helemaal geen compensatie. Maar het wordt ze afgepakt. Afgepakt!

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Mevrouw Van der Plas verdraait mijn woorden. In mijn reactie zei ik dat een echte ondernemer natuurlijk het liefst gewoon door wil gaan met het bedrijf dat hij heeft. Ik vind dat de ondernemers op een nette en eerlijke manier gecompenseerd moeten worden, want het effect van een vuurwerkverbod is dat zij niet meer kunnen ondernemen. Dat vind ik vreselijk voor ze. Dat is een negatief effect hiervan. We doen dit, zoals ik al zei, voor de politie en voor de hulpverleners. We doen het om hen een normale dienst te laten draaien. Ik vind dat we die ondernemers inderdaad netjes moeten compenseren. Dat is ook een van de drie voorwaarden. Dat is inclusief de investeringen die ze hebben gedaan. Daarover hebben we de brief van de staatssecretaris gekregen. Ik zeg hier ook richting het kabinet en richting deze staatssecretaris: ga met die sector om tafel. Daar wil ik niets aanmatigends over zeggen richting deze sector, en dat laat ik me ook niet in de mond leggen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Volgens mij heb ik nog steeds geen antwoord op de vraag hoe eerlijk en netjes het is om eerst met de sector richting een meerjarenplan te gaan en nu ineens een draai te maken. U draait als ondernemerspartij deze ondernemers gewoon de nek om. We hebben een vuurwerkverbod in Nederland. Dat is er al. Er is een totaalverbod op consumentenvuurwerk, dat geldt van 2.00 uur 's nachts op 1 januari tot 18.00 uur 's avonds op 31 december. Dan mag er geen vuurwerk worden afgestoken. Dat is nu al niet te handhaven. In de gemeenten met totaalverboden was het niet te handhaven. Er was al een totaalverbod. Jaarlijks zijn er in de rest van het jaar 12.000 incidenten met politieagenten. Tijdens de jaarwisseling zijn het er, meen ik, tussen de 250 en de 300. 12.000 incidenten: er is dus gewoon een gedragsprobleem in Nederland. Het heeft niets te maken met de sierpotjes, die nu nog mogen. Al het andere is al verboden. Dan moet het gehandhaafd worden. Dat zeg ik ook. Het moet gehandhaafd worden. Ik kom op mijn vraag, hoor, voorzitter.

De voorzitter:
Graag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Michon wil een handhavingsplan en een hele voorhang hebben. Maar inderdaad: wat gaat dat kosten? Dat gaat miljoenen kosten, denk ik. Gemeenten moeten dat gaan betalen. Die moeten de uitvoeringskosten gaan betalen. Gaan gemeenten dan gecompenseerd worden daarvoor? Want die moeten dat handhaven. Kan mevrouw Michon een schatting geven van hoeveel dat ongeveer zal kosten? Dat wordt inderdaad — de heer Van Nispen noemde het al even — richting de Voorjaarsnota een zeer interessante vraag, want ik denk dat hier gewoon even tussen de bedrijven door een financiële claim wordt neergelegd.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ben benieuwd hoe hoog die financiële claim dan is. Handhaving is niet gratis, hè, …

De voorzitter:
Mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
… en alles wat de VVD wil ook niet.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Mevrouw Van der Plas begon door een lans te breken voor de sector. Daarom heb ik compensatie van de sector ook als een van de drie voorwaarden neergelegd. Nu zegt ze in haar tweede interruptie: het handhaven kost ook geld; compensatie van de sector kost geld. Ik hoor graag van deze minister of handhaven extra geld kost. Maar we moeten het ook doen met de agenten die we hebben, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas. We hebben niet een blik agenten meer of minder dat we daarvoor open kunnen trekken. Het gaat ook om andere of slimmere methoden, waarvoor zij zelf suggesties hebben gedaan in de paper die we in februari hebben gekregen. Mevrouw Van der Plas en BBB hebben een andere opvatting over vuurwerk. Dat is bekend. Dat was ook al bekend. Ik ben ook begonnen met te zeggen dat ik dit niet met gejuich ontvang, maar ik doe dit wel voor de politie en de hulpverleners, die inderdaad meerdere moeilijke diensten hebben, maar de dienst die ze met oud en nieuw hebben, is voor hen verschrikkelijk. Vier op de tien wil die dienst ook niet meer draaien. Daar kan ik mijn oren niet voor sluiten. Daarom sta ik hier en verdedig ik de inzet van mijn fractie.

De voorzitter:
De heer Boutkan heeft een interruptie.

De heer Boutkan (PVV):
Zo kennen we de VVD weer: stoere taal voor de bühne. Ik loop al een poosje mee en ik heb dit al vaker gehoord in de tijd dat ik politiek bedrijf. Nu komen er voorwaarden, randvoorwaarden, eisen waaraan voldaan moet worden, maar vervolgens gaan we daarop zitten wachten en dan zien we wel wat de uitwerking wordt te zijner tijd, in plaats van vooraf al gewoon keihard te stellen: als dit niet vooraf geregeld is, gaan we er niet mee in zee. Dat hoor ik de VVD niet zeggen. Hetzelfde geldt voor de partij die zich altijd opwerpt voor het midden- en kleinbedrijf. Mevrouw Van der Plas zei het terecht: we hebben een plan gemaakt om vooruit te kijken met de sector en dergelijke. Dat wordt nu in één keer overboord gegooid. Er wordt doodleuk gezegd: laat de staatssecretaris het maar oplossen door te komen met compensatie. De vraag aan de VVD is vervolgens: wat gaat u daarvoor loslaten? Wat gaat u loslaten als die claim van pak 'm beet tussen de 150 en 895 miljoen neergelegd wordt? Daar zit een gat tussen, maar laten we er gewoon tussenin gaan zitten: pak 'm beet 600 miljoen. Wat gaat u als VVD loslaten om dat bedrag te compenseren? Dat is mijn eerste vraag.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik noem hier drie voorwaarden die voor mijn fractie zeer van belang zijn om überhaupt in te kunnen stemmen met inwerkingtreding van het verbod. Een van de voorwaarden is de uitwerking van het amendement van mevrouw Bikker. Ik heb geen idee — dat is ook een vraag aan het kabinet — hoelang dat zal duren. Een andere voorwaarde is een nette compensatie voor de sector, omdat mijn partij inderdaad ook wil dat deze sector, die hier sowieso van zal balen, op een nette manier gecompenseerd wordt. Nu vraagt de heer Boutkan: over welk bedrag hebben we het? Ik ben dus begonnen door te zeggen dat die bedragen enorm uiteenlopen. Niemand weet dat. Dat hangt ook erg af van het jaar waarin het in werking treedt. Daar wil ik dus ook het kabinet over horen, want die andere voorwaarden moeten ook worden uitgewerkt. Zo eenvoudig als de heer Boutkan de wereld graag voor zich ziet, ziet die er niet uit. We hebben de antwoorden daarop nodig. We hebben daar gewoon een uitwerking van nodig, meneer Boutkan. Dat gaan we vanavond niet met elkaar kortsluiten, want niemand heeft dat goede beeld.

De heer Boutkan (PVV):
Nou, meneer Boutkan heeft eigenlijk niet zo dat hele wereldbeeld, want voor de PVV is het gewoon: haalbaar, betaalbaar en realistisch. En alles wat nu wordt ingebracht door de VVD is niet haalbaar, niet betaalbaar en niet realistisch. De VVD zegt: aan deze voorwaarden moet worden voldaan. Vervolgens krijg ik te horen: ja, we voelen mee met de ondernemer. Maar die ondernemer voelt die pijn wel degelijk, want die kan dadelijk niets meer. Dat is hetzelfde met dat plan, met dat amendement, waarin die voorwaarden ook staan. Mijn mailbox liep helemaal vol, want de ondernemers die dit al doen, de pyrotechnici, zeggen gewoon: "Wat hier wordt voorgesteld, is niet realistisch, want wij zijn niet met zoveel mensen. Er zijn zo veel eisen die vastliggen. Je kan een consument niet zomaar met die eisen opzadelen, want het vereist de nodige kennis om daaraan te kunnen voldoen."

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Boutkan (PVV):
Als aan die voorwaarden niet wordt voldaan, hoe kijkt de VVD daar dan tegen aan?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Het amendement van mevrouw Bikker ziet op het gecontroleerd afsteken van consumentenvuurwerk. Ik denk dat de heer Boutkan en ik allebei dezelfde mails krijgen. Inderdaad, de pyrotechnici voeren professionele shows uit. Het is heel goed dat die pyrotechnici professionele shows uitvoeren. Ik hoop dat het er veel meer zullen gaan worden. Maar het is onrealistisch dat dat er 340 worden. Hoeveel gemeenten hebben we? En hoeveel dorpskernen hebben we wel niet? Het is dus onrealistisch om te veronderstellen dat er overal professionele vuurwerkshows zijn. Dat is nu juist mijn punt. Het is dus heel goed dat we met het amendement van mevrouw Bikker ook het gecontroleerd afsteken van consumentenvuurwerk mogelijk maken.

De voorzitter:
Meneer Boutkan, uw laatste vraag.

De heer Boutkan (PVV):
Dank u wel voor het compliment! Daar zit een minister van Justitie van VVD-huize. Wij horen de VVD zeggen: "We hebben de plannen gezien die de politie nu inbrengt. Die zegt dat zij het gaan redden als het zo en zo gaat." Mijn vraag aan de VVD is gewoon: wat hebben we de afgelopen jaren dan zitten doen? Wat is er de afgelopen jaren dan gebeurd? Want het tuig van de richel heeft de afgelopen jaren gewoon de macht overgenomen op straat. Toen werd er ook niet gehandhaafd, zelfs niet in de gemeentes waar er een verbod was. Wat is er dan nu plotseling veranderd, waardoor dat nu wel zou kunnen, vraag ik aan de VVD.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Wat er veranderd is, is dat we luisteren naar de politie en onze hulpverleners en onze oren daar niet voor sluiten. Meneer Boutkan verwijt mij stoere praatjes, maar zelf gaat hij erop en erover door te zeggen: pak die raddraaiers aan en dan ziet de wereld er beter uit. Dat lukt niet! Als dat gelukt zou zijn, stonden we hier niet. Dat lukt niet. We moeten onze oren niet meer sluiten voor die indringende roep van politie en hulpverleners die dag in, dag uit voor onze veiligheid zorgen. Daarom doen we dit, meneer Boutkan. En daarom moet dat verbod ook samengaan met een intensivering van de handhaving, want een verbod alleen is niet zaligmakend. Dat is mijn hele betoog. Daarom proberen we in de buurten het gecontroleerd afsteken van vuurwerk nog steeds mogelijk te houden, zodat de mensen nog steeds op een mooie manier oud en nieuw kunnen vieren. Dat is het hele pakket dat ik hier vanavond presenteer. Volgens mij is dat haalbaar en realistisch en heeft het allerlei kwalificaties die u gebruikt, meneer Boutkan. U denkt daar anders over. Dat mag de heer Boutkan ook doen. Dat is zijn goed recht, maar leg mij dan niet allerlei vreemde dingen voor met stoere praatjes, want die hoor ik alleen van de heer Boutkan. Maar hij heeft geen enkele oplossing voor het probleem. Hij laat de politie en hulpverleners volledig in de kou staan.

De voorzitter:
Dank u wel. Bent u klaar met uw betoog? Ja. Dank u wel. Dan is nu de beurt aan de heer Eerdmans van JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
"Denk aan de dieren", zegt mevrouw Ouwehand. Daar denk ik aan! Het is voor mij een totaalpakket.

Voorzitter. Ik heb alle waardering voor de indieners en de ondersteuning en natuurlijk voor de aanwezige bewindspersonen, maar JA21 vindt het jammer dat er een totaalverbod komt of dreigt te komen op consumentenvuurwerk. Dat vinden wij ook onnodig. In eerste termijn heb ik het natuurlijk al gezegd: een kleine groep verziekt het voor de rest en de grote groep mensen, liefhebbers, wordt gestraft. Dat vind ik jammer en onterecht, want de kleine groep die mevrouw Michon noemt en die de politie en de hulpverleners belaagt, zijn niet de liefhebbers. Dat zijn niet de mensen die keurig de Romeinse kaars afsteken en ook nog eens opruimen of die de toverfontein afsteken. Dat zijn ze niet. Het zijn inderdaad juist de agressievelingen, die volgens mij altijd op zoek gaan naar ellende en wel of niet doorgesnoven en compleet van de kaart de politie blijven opzoeken. Ik vrees dus dat het niet zo veel zal uithalen.

Voorzitter. Die kleine groep, die moeten we aanpakken. Kijk, we hebben een gezagscrisis; geen vuurwerkcrisis, denk ik. Dat heb ik ook in eerste termijn betoogd. En ja, vuurwerk zorgt voor schade; dat zie ik ook. De dieren, dat is een terecht punt. Maar ja, alcohol en sigaretten en auto's zorgen ook voor schade, veel schade, veel doden en gewonden, veel méér doden en gewonden, en die gaan we ook niet verbieden. Dus ja, ik ben voor regulering, absoluut. Net zoals je een autogordel hebt of een helm opzet op de fiets, vind ik het verstandig om dan een vuurwerkbril op te zetten, afstand te houden, het gehoor te beschermen. Vuurwerkvrije zones, daar kan ik me ook heel wat bij voorstellen, rond kinderboerderijen of verpleeghuizen, jazeker. Illegaal? Absoluut heel hard aanpakken, die illegale aanvoer van vuurwerk — en drugs. Maar één avond per jaar ... Eén avond per jaar, die wordt nu de nek omgedraaid. Heel veel familieplezier gaat dus weg.

Voorzitter. Het gevolg zal zijn, denk ik, een massale invoer van illegaal vuurwerk uit België. Mensen zeggen het ook nog op tv: "Ik ga het gewoon halen." Ik vraag me af of we dat gaan handhaven. In Ierland lukt dat niet, en dat is volgens mij het enige land nu dat een echt vuurwerkverbod kent. Er wordt niet op gehandhaafd. Dus daarop graag een reactie van de indieners.

En tot slot die ondernemers. Die zitten in de problemen of komen in de problemen. Graag een reactie van de indieners op wat de heer Boutkan al zei: dat gat tussen 150 miljoen compensatie en, wat zij zeggen, bijna een miljard, inderdaad: 945 miljoen. Ik ben benieuwd hoe jullie dat zien, dat enorme verschil in inkomstenderving.

Voorzitter. Dan heb ik twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vuurwerkbranche al een enorme voorraad vuurwerk heeft aangeschaft voor de komende jaarwisseling;

overwegende dat deze voorraad vanwege regelgeving in andere landen nauwelijks kan worden doorverkocht;

van oordeel dat dit kapitaalvernietiging is en voor grote inkomstenderving zorgt bij ondernemers;

verzoekt het kabinet een mogelijk vuurwerkverbod sowieso niet voor 2026 in te laten gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Eerdmans en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 18 (35386).

De heer Eerdmans (JA21):
The next one.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er ongeveer 800 detailhandelaren worden getroffen door een algeheel vuurwerkverbod, die jaarlijks ruim 100 miljoen euro aan vuurwerk verkopen;

constaterende dat de schadecompensatieramingen van het kabinet en de vuurwerkbranche ver uiteenlopen;

verzoekt het kabinet nog voor de zomer een concrete schaderaming met de Kamer te delen die in samenspraak met de vuurwerkbranche is opgesteld, zodat bij een mogelijk vuurwerkverbod ondernemers voldoende gecompenseerd worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Eerdmans en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 19 (35386).

De heer Eerdmans (JA21):
Dank u zeer. En dank u zeer aan de indieners, nogmaals.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het nu de beurt aan mevrouw Bikker van de ChristenUnie. Ga uw gang.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Sinds de eerste termijn van de Kamer in juni 2022 over deze initiatiefwet en de beantwoording in eerste termijn van afgelopen februari is er veel gebeurd. Om precies te zijn: drie jaarwisselingen, oftewel 3.627 vuurwerkslachtoffers naar het ziekenhuis en zes doden. En tussen de beantwoording van afgelopen februari en nu is er ook iets gebeurd. Nadat politieagenten en andere hulpverleners jaar op jaar hadden gezegd "dit is niet werkbaar voor ons; alsjeblieft, verbied dat vermaledijde vuurwerk in heel Nederland", sluiten VVD en NSC de oren nu niet langer. Een moedige stap, waar ik beide partijen, en in het bijzonder deze woordvoerders, ook vanaf deze plek graag mee complimenteer.

Want ja, het vraagt ook wat, en dat voelen we allemaal. Het is een stevige beslissing, maar we weten voor wie we het doen. Voor al die hulpverleners en hun gezinnen, die iedere jaarwisseling in spanning zitten: "Kom ik heelhuids thuis? Gaat dit goed?" Daarom hoor ik graag van de minister en de staatssecretaris wanneer zij dit verbod gaan uitvoeren, even in de veronderstelling dat deze wet met enige spoed door het parlement wordt goedgekeurd. Ik ben namelijk bang dat als we dit jaar nog beslissen tot een vuurwerkverbod maar pas verder in de toekomst overgaan tot het handhaven daarvan, de komende jaarwisseling toch nog een soort armageddon wordt en iedereen nog één keer helemaal losgaat en ontspoort. Dat moeten we zien te voorkomen. Zien de staatssecretaris en de minister dat risico? Zo ja, kunnen zij toezeggen dat we de pleister er in één keer af trekken en al deze jaarwisseling gaan verbieden en handhaven, zodat het helder is?

De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik sla aan op de opmerking dat iedereen — iedereen, hè! — dan dit jaar nog even losgaat en ontspoort. Het grootste deel van de mensen staat gewoon op straat met hun vrienden, familie of buurt. Die staan gewoon leuk vuurwerk af te steken. Die ontsporen helemaal niet. Het is zo'n klein groepje dat ontspoort. Alles wat dat kleine groepje doet, is al verboden. Hulpverleners aanvallen is verboden, vernielingen plegen is verboden, illegaal vuurwerk is verboden. Zelfs als je legaal vuurwerk hebt, is het allemaal al verboden. Gooien met vuurwerk is al verboden, te vroeg afsteken is al verboden. Het is allemaal al verboden.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nederland heeft een gedragsprobleem. Wil mevrouw Bikker nou echt zeggen dat als er nu een vuurwerkverbod komt, iedereen — ik hoorde net "iedereen" — losgaat en ontspoort? Wil zij daarmee zeggen dat het grootste deel van Nederland, dat gewoon de brave burgers zijn die genieten, ontspoort?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mevrouw Van der Plas verstaat de kunst van de overdrijving goed en dat laat ze op dit moment ook weer zien. Dat mag natuurlijk. We hebben allemaal zo onze beelden die we neerzetten. Ik maak mij er inderdaad grote zorgen over dat als je nog één keer duidelijk maakt dat er deze jaarwisseling voor de laatste keer vuurwerk afgestoken mag worden, dat een ander effect heeft dan bij een normale jaarwisseling. Dat is één.

Twee, ingaand op het punt van mevrouw Van der Plas. De meerderheid van de Nederlanders geeft aan voor het vuurwerkverbod te zijn. De meerderheid van de Nederlanders geeft aan dat je nog steeds een heel leuk oud en nieuw kan hebben, ook als het vuurwerkverbod voor de F2- en F3-categorie is gaan gelden. Ik heb daarbij telkens opnieuw gezegd, en dat zou mevrouw Van der Plas moeten aanspreken: laten we ervoor zorgen dat prachtige tradities, ook in plattelandsdorpen, voortgang kunnen vinden. Daar heb ik ruimte voor geboden. Ik denk dus dat het een hele gezellige jaarwisseling gaat worden, niet met een dom vuurwerkverbod, maar met een slim, gericht vuurwerkverbod. Dan kan mevrouw Van der Plas gaan doen alsof ík iedereen in het verdomhoekje zet, maar dat doe ik niet. Ik maak er graag een feestje van. Laten we dat samen doen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het grootste deel van Nederland maakt er nu al gewoon een feestje van, met sierpotten afsteken, lekker gezellig met de buurt kletsen, bij elkaar binnen komen …

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat mag ook nog steeds.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee. Mevrouw Bikker heeft het erover dat zij vreest dat zo'n laatste vuurwerknacht een soort sodom en gomorra, om een Bijbelse term te gebruiken, gaat worden in Nederland; spreekwoordelijk natuurlijk. Zij vreest dat iedereen helemaal losgaat en dat het een enorme toestand wordt. Maar het gros van de burgers wil ook dan gewoon een sierpot afsteken, of misschien wel twee, drie of tien, wat ze nu misschien ook al doen, op een normale manier. We gaan hier toch niet op voorhand al zeggen dat onze burgers, waarvan het grootste deel in Nederland zich gewoon keurig gedraagt, er dan een rommeltje van gaan maken en dat zij helemaal losgaan en ontsporen? Dat kunnen we toch niet zeggen over onze burgers? Dat kan toch niet? We hebben het hier toch over dat kleine groepje dat het verpest voor de anderen? We hebben het toch niet over alle andere mensen?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Daarom stel ik zo'n heel mooi amendement voor, zodat al die vrolijke mensen van mevrouw Van der Plas, die ik ook goed ken, lekker oud en nieuw kunnen vieren zonder problemen, maar zodat ook helder is, ook voor allerlei jonge mensen die graag met veel hormonen lekker aan de gang gaan en enorm stevig gaan knallen, dat dat niet aan de orde gaat zijn deze jaarwisseling en er goed gehandhaafd kan worden. Dan komt mijn belangrijke punt, dat ik de hele tijd mis in het betoog van mevrouw Van der Plas, namelijk al die hulpverleners en politieagenten die we hier op de stoep hebben gezien. Daar hoor ik mevrouw Van der Plas niet over, terwijl zij juist hebben aangegeven: alsjeblieft, help ons; laten we komen tot een andere jaarwisseling. Ik hoor van collega's van BBB nu telkens allerlei extra problemen waardoor het niet zou kunnen. Dat heb ik in de afgelopen jaren nooit van BBB gehoord bij de voorstellen die uit dat vak kwamen. Dat mag, maar het is dan wel gek om nu opeens met een andere maat te gaan meten.

Even terug. Voor mij staat als een paal boven water dat we moeten werken aan een vrolijke jaarwisseling. Dat kan ook, met die oliebollen. Met dat frituurtje aan. Gezellig bij je buren binnenlopen. Dat kan allemaal de komende jaarwisseling. Dat gaat hartstikke feestelijk worden. En dan kan je ook nog met je buurt of met je dorp zeggen: wij gaan een mooie vuurwerkshow neerzetten. Met mijn amendement is het zelfs zo dat je dan geen pyrotechnicus nodig hebt. Helemaal niet. Ook consumentenvuurwerk kan dan afgestoken worden, mits vergund door de burgemeester. Dus mevrouw Van der Plas moet er nu geen doembeeld van schetsen, maar inzien dat we met dat amendement tot een slim vuurwerkverbod komen, waarmee we wel luisteren naar politie en hulpverleners, in plaats van dat we daar de oren dicht voor doen en zeggen dat het al zo fantastisch gaat. Het gaat niet zo fantastisch.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, laatste vraag, kort alstublieft.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Er wordt gedaan alsof wij de hulpverleners gewoon maar even in de steek laten. Waar we het hier over hebben, is een gedragsprobleem van mensen die zich ook op andere momenten niet weten te gedragen en die erop uit zijn om hulpverleners aan te vallen. En ja, daar moeten we wat mee. Daar moeten we wat aan doen. Ik heb van het begin af aan gezegd: een verbod op het weinige consumentensiervuurwerk dat er nu nog is, gaat daarbij niet helpen. Het moet structureel worden aangepakt. Ik spreek ook politieagenten. Die maken zich ook zorgen. Maar er zijn ook heel veel politieagenten die zeggen: het is wel een beetje voor de bühne dit, want wat wij ervaren in een gemiddeld horecaweekend is vele malen erger op de meeste plaatsen in Nederland dan wat wij tijdens de jaarwisseling meemaken. Het ging ook mis in gemeenten waar al een totaal vuurwerkverbod is en waar wij dus al hebben gezien dat het totale vuurwerkverbod niet heeft geholpen. Ik wil inderdaad ook meer handhaving. Ik wil ook dat mensen die geweld plegen harder gestraft worden. Ik noem nogmaals wat wij horen van hulpverleners en politiemensen over een gemiddeld horecaweekend. Zij zeggen: laten wij structureel iets doen aan het gedrags- en gezagsprobleem en niet het vuurwerk verbieden. Ik zeg niet dat alle agenten dat zeggen, maar wij spreken er ook veel die dat wel zeggen. Dat zijn niet de woordvoerders. Dat zijn gewoon de agenten op straat.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, er zijn heel veel dienders en die vertellen allerlei mooie verhalen. Dat herken ik. Ik ben al jarenlang justitiewoordvoerder, dus ik denk dat ik ook wel heel wat politieagenten heb mogen spreken. Het is dan heel duidelijk, afhankelijk van met welke streek je te maken hebt, welke verschillen er zijn. Maar laten we heel helder zijn: de politievakbonden staan hier niet voor niks jaar na jaar op de stoep. Zij waren het helemaal zat. Dan ga ik het niet verengen tot die ene agent die ik gesproken heb in Gouda of in Winterswijk of waar dan ook die zegt: ik maak ook andere zaken mee. Prima om daar werk van te maken. Heel graag, samen met BBB. De ChristenUnie heeft zich er altijd voor ingezet om strenger te handhaven als het gaat om alcoholmisbruik. Prima om daar samen in op te trekken. Ik heb me er altijd voor ingezet om ervoor te zorgen dat jongeren lekker kunnen feesten, maar geen misbruik en niet de boel vernielen. Dat moet je aanpakken. Helemaal mee eens. Maar dat is hier niet aan de orde. Ik vind het helemaal prachtig als BBB daar voorstellen voor gaat doen, ook als er extra geld wordt geleverd voor deze minister van Justitie om die normhandhaving neer te zetten. Prachtig, moeten we doen.

Maar terug naar dit wetsvoorstel. De burgemeesters, ook in de plaatsen waar een totaalverbod was, hebben heel duidelijk aangegeven, samen met de politie: het is zo lastig om te handhaven, juist omdat we die verschillende regels hebben. Door het amendement stellen wij de burgemeesters nog eens extra in staat om daar waar het helpt jongeren en gemeenschappen in staat te stellen om vrolijk dat feestje te vieren, inclusief consumentenvuurwerk. Dat vraagt echt nog wel wat in de uitwerking; daar kom ik zo op. Want je moet er ook voor zorgen dat je dan weer niet overal verkooppunten hebt. Dan zijn we terug bij de situatie die we hebben. Maar laten we nou niet doen, als we het laten zoals het was, alsof het land dan gelukkig is. Mevrouw Van der Plas had een Bijbelse term, maar we weten allebei dat het in ieder geval niet paradijselijk was de afgelopen jaarwisseling. Ik sta daar wel voor. Wij hebben een verantwoordelijkheid naar al die hulpverleners. Ik sta wel voor al die hulpverleners en vooral voor die gezinnen die enorm in spanning hebben gezeten. Ik heb hulpverleners gesproken na de afgelopen jaarwisseling van wie het gezin vertelde: het voelde alsof hij de oorlog in ging en we niet wisten of hij terug zou komen. De verhalen daarna: mensen met gehoorschade. Er is heel veel gebeurd.

Ik zeg niet dat het de komende jaarwisseling perfect gaat zijn. Opnieuw: geen paradijselijke toestand. Natuurlijk zullen er altijd misstanden zijn. Dat weten wij allebei. Daar zijn we nuchter genoeg voor. Raddraaiers moet je altijd aanpakken. Maar wat ik wel heb gezien is dat de burgemeesters en de politie, na alle misstanden die er zijn geweest, hebben gezegd: alsjeblieft, zet die stap naar voren. Een meerderheid van de Nederlanders steunt dat en zegt: wij gaan wel een feestje vieren. Dat lijkt me heel verstandig. Voor iedereen die niet weet hoe je dat feestje moet vieren, heb ik een paar goede tips. Je kunt hartstikke gaaf op oudejaarsavond naar de kerk. Daar kun je echt de pannen van het dak zingen. Supermooi. Je kunt heel leuk met elkaar oliebollen gaan eten en andere dingen bakken en ook nog steeds op tijd die vuurwerkvereniging oprichten. Als ik hier sommige collega's tekeer zie gaan, denk ik: het zijn perfecte bestuursleden voor zo'n mooie vereniging. Ze houden van binden en het gezellig maken. Ik zou zeggen: kom op, blik vooruit, achter die hulpverleners en maak er een vrolijke feestelijke avond van.

Voorzitter. Ik kom terug bij mijn bijdrage. Eén ding is in de jaren sinds de eerste behandeling in 2022 niet veranderd. Dat is het staande amendement dat mijn voorganger, collega Stieneke van der Graaf, indiende met collega Stoffer van de SGP. Inmiddels staan ook het CDA en D66 eronder. Het is dus toch een klein beetje veranderd, maar de geest van het amendement houden we onveranderd in stand. De motivatie achter het amendement was en is als volgt. De ChristenUnie concludeert dat oud en nieuw, iets dat ooit een mooie traditie was, helaas deels verworden is tot een bron van geweld, van vernieling, van letsel en zelfs van dodelijke slachtoffers. Daarom hebben we ons de vraag gesteld: hoe maken we van oud en nieuw weer dat feestje dat het hoort te zijn en dat het in mijn herinnering vroeger ook meer was dan nu? Dan zeggen wij: kom niet met een rücksichtslos verbod op alle vuurwerk, maar met een slim verbod, dat juist ook ruimte geeft aan de samenleving om initiatief te ontplooien.

Er zijn heel veel mooi voorbeelden, bijvoorbeeld van de informele carbidverenigingen die ons land al rijk is. Dat kan gewoon nog steeds. Daar tref je de samenleving op z'n mooist. De lokale gemeenschap komt bij elkaar, zonder excessen of gedoe. Ik sprak burgemeesters uit Friesland en uit de Achterhoek, waar mensen samen een prachtig oud-en-nieuwfeestje bouwen, met geknal, maar zonder geweld en zonder slachtoffers. Een ander voorbeeld is de vreugdevuurtraditie, hier in Den Haag. Mensen pakken hun verantwoordelijkheid en bouwen samen aan een feestje. Excessen zijn er dan stukken minder of nauwelijks, juist omdat die samenleving weer zelf haar verantwoordelijkheid neemt. Deze lokale tradities zijn wat mij betreft voorbeelden van hoe het ook kan en hoe het moet.

Het lijkt ons goed dat dergelijke initiatieven, maar dan ook gericht op het vuurwerk, een ontheffing kunnen krijgen van de burgemeester. Dat is wat wij beoogd hebben met dit amendement. Ik ben heel blij dat de VVD de waarde ervan onderkent en dat mevrouw Michon-Derkzen het hier verdedigt alsof ze het tot in haar vezels voelt en zich achter het amendement heeft geschaard.

Nog even inhoudelijk over het amendement. We zeggen dat de precieze voorwaarden voor een ontheffing moeten worden uitgewerkt door het kabinet in lagere regelgeving, bij AMvB. De staatssecretaris geeft in zijn brief aan dat de uitwerking tijd zal vragen. Daarover twee dingen. Het lijkt mij verstandig dat de staatssecretaris niet wacht tot deze wet in de Staatscourant gepubliceerd is, maar nu al begint met de uitwerking, zodat hij straks, indien nodig, direct door kan pakken. Is hij al aan de slag? Het vuurwerkverbod hangt namelijk al even. Of wil hij anders toezeggen dat hij heel snel aan de slag gaat? Als het behulpzaam is voor het proces, geef ik ook richting de staatssecretaris nogmaals aan dat ik nog steeds van harte bereid ben om mee te denken over hoe dit amendement aan te passen, zodat de uitwerking in lagere regelgeving gestroomlijnd en snel kan plaatsvinden. Vanzelfsprekend moet het aansluiten bij de regelgeving die we al kennen, zeg ik richting de staatssecretaris. Ik ben benieuwd of hij of de minister op dit punt nog andere suggesties heeft. Tot nu toe heb ik die niet ontvangen.

Voor wat betreft de compensatie voor de branche heb ik er alle vertrouwen in dat deze staatssecretaris een fair maar niet te uitbundig pakket kan vormgeven. De vraag is wel hoe dit zich verhoudt tot de Europese staatssteunkaders. Kan hij die belangenafweging schetsen? Ook een vraag aan de indieners: wat heeft qua compensatie hun voorkeur?

Voorzitter. Ik rond af. Ik begon mijn bijdrage met een zorg, waarvan ik dacht dat ik die maar het beste in een motie kon gieten.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet na aanname van de Wet veilige jaarwisseling de voorwaarden uit de ingediende amendementen moet uitwerken in lagere regelgeving;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de AMvB met het volledige pakket aan voorwaarden — inclusief dekking voor de compensatieregeling binnen de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement — zo spoedig mogelijk wordt opgesteld, opdat het verbod niet wordt vertraagd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Boswijk.

Zij krijgt nr. 20 (35386).

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan schors ik het debat. O, meneer Boutkan heeft nog een interruptie.

De heer Boutkan (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Laat ik eerst even ingaan op de uitnodiging die mevrouw Bikker aan mevrouw Van der Plas deed. Ze wees ook naar anderen. Ik wil het de medekerkgangers niet aandoen dat ik kom zingen. Laat ik dat maar even duidelijk maken. Dan is dat ook gelijk uit de wereld. Als de voorzitter het goedvindt, wil ik toch even proberen meer duidelijkheid te krijgen over het amendement en de toelichting. Daar staat: "De voorwaarden die bij de AMvB worden vastgesteld, zien bijvoorbeeld op veiligheidseisen waaraan moet worden voldaan, het vervoer, opslag vuurwerk, en voorwaarden die aan de deskundigheid van degene die het vuurwerk afsteekt, kunnen worden gesteld." Recentelijk is toegevoegd: "Daarbij kan worden aangesloten bij de regels die thans gelden voor de verkoop aan, het vervoer, de opslag en het gebruik door particulieren van consumentenvuurwerk." Ik zie de voorzitter al kijken. Mijn vraag is: hoe rijmt deze toelichting met wat nu door de pyrotechnici in de praktijk gebeurt? Hoe moet ik die verhouding in de praktijk zien met al die buurtschappen, al die gemeenten en al die mensen die zich aanmelden om het te gaan doen? Laat staan de burgemeester, die al die vergunningen moet verstrekken.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, dat is natuurlijk een hele terechte vraag van de heer Boutkan. Alleen al: hoeveel pyrotechnici heb je en hoeveel vuurwerkshows wil je hebben? Die vraag hebben we ons gesteld. Juist toen hebben we gezegd dat wij, daar waar verantwoord consumentenvuurwerk F2 wordt afgestoken, wat u en ik wellicht de afgelopen jaarwisseling ook nog hebben gedaan, het voor ons zien dat het gewoon kan als de burgemeester zegt dat er een goed plan van een buurtvereniging is die het zelf gaat afsteken. Voor die F2, wat nu al consumentenvuurwerk is, zijn geen pyrotechnici nodig. Ik denk dat dat een verschil is met het oorspronkelijke voorstel van de indieners. Ik begreep in eerste termijn dat zij daarmee een beweging maken die bij het oude GroenLinks, nu GroenLinks-PvdA, en de PvdD minder voor de hand lag, dat gevoeld wordt dat gemeenschappen heel veel zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Ik wil niet verder treden in de gevoelens van de indieners, maar teruggaan naar de ChristenUnie. Ik wil toch even toelichten dat de andere kant is dat, als je het vervolgens helemaal vrijgeeft, je eigenlijk geen wetsvoorstel meer hebt. Dan zou ik een destructief amendement indienen. Dan kan ik beter zeggen: ik stem tegen. Ik heb het heel gericht gemaakt, heel bewust. Ik heb de voorbeelden genoemd waar het fantastisch gaat: de Achterhoek, Friesland. Een burgemeester kan in zijn APV invullen welke vergunningen verstrekt worden. Ik weet dat Friesland de vergunning geeft, maar dat het, als verenigingen zich misdragen, over en uit is. Er is een gele en een rode kaart, zal ik maar zeggen. Ook is het niet zo dat de familie Eerdmans met z'n vieren een vergunninkje kan aanvragen om eens even vuurwerk af te steken. Dat zit er niet in. Het moet echt een verenigingsvorm zijn, zodat er goede controle mogelijk is en de burgemeester indien nodig kan komen tot harde handhaving, die mevrouw Van der Plas ook zo wenst.

De heer Boutkan (PVV):
Ja, ik dank mevrouw Bikker voor die toelichting, maar ik wil dan toch even inzoomen op waar de schoen straks precies gaat wringen. Want die burgemeester gaat kijken naar de APV. Dat is het uitgangspunt en daar zal de aanvraag aan moeten voldoen. Wat zie je momenteel als je als vereniging of buurtschap een evenement wilt organiseren en een vergunningaanvraag indient? Dan krijg je een waslijst aan voorwaarden met gelijk daaraan gekoppeld een prijslijst. Die is gigantisch. En dan heb ik het ook nog eens over de verzekeringspremies. Hoe gaat dit amendement erin voorzien om dit toch te gaan regelen? Want er zit toch een soort drempel, anders hoef je geen vuurwerkverbod te maken. Sommige zijn al groot, sommige zijn klein, maar de prijskaartjes en de AMvB zijn overal hetzelfde. Hoe moeten we dat in de uitvoering zien?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Opnieuw een hele goede vraag van de heer Boutkan. Dat is ook waarom ik contact heb gehad met de VNG en de burgemeesters. Ik vind het belangrijk dat wij hier wetten maken en aanvullingen daarop voorstellen die lokaal werken. Daarom vind ik het belangrijk dat in de uitwerking van de AMvB lagere regelgeving wordt gemaakt. Die maken wij niet hier, maar dat doet de minister, de staatssecretaris of het kabinet, want ze doen het samen en verdedigen het met één mond. In dat geval is het wat mij betreft dus enorm van belang om in samenwerking met de VNG en de politie tot een heldere AMvB te komen. Dat hebben wij ook gezegd. Vervolgens moet dat natuurlijk worden uitgewerkt in een APV. Collega Michon-Derkzen zei namelijk terecht: voor de vergunningsvoorwaarden die je stelt maakt het nogal verschil of het gaat om de stad Den Haag, de stad Rotterdam of het prachtige Aalten in de Achterhoek. We hebben in de eerste termijn het voorbeeld gehad van talloze buurtschappen en dorpen in sommige gemeenten in ons land die heel graag samen een mooie vuurwerkshow willen hebben. Ik kan me prima voorstellen dat je de APV daar goed op inricht. Maar dat is een totaal andere APV dan die die moet gaan gelden voor alleen al Rotterdam. Daar heb je een Rotterdam Zuid, een Rotterdam Charlois en een Rotterdam Kralingen. Ja, dat maakt verschil. Ik zie daar verschillen in. De AMvB zal daarin maatwerk moeten gaan geven. De burgemeesters kunnen dat dan nader invullen.

Dit is precies waarin Nederland groot is geworden. Wij zijn niet als de Fransen, die van bovenaf van alles regelen en waar het vervolgens lokaal, zonder wetgeving, verdergaat. Wij geven hier een duidelijke richtlijn en in de AMvB wordt het samen met de decentrale overheden uitgewerkt. Ik ben het met collega Boutkan eens dat we goed moeten opletten of de vrijwilligers het aankunnen. Vervolgens maken de burgemeesters het precies en kunnen zij staan voor de openbare orde. Dat heb ik op het oog. Daarom doen die uitvoeringstoetsen ertoe. Er is in de eerste termijn al door de minister toegezegd dat die ook gedaan gaan worden, bijvoorbeeld rondom de politie. Ik vind het heel belangrijk om te zien wat er precies nodig is.

Daarnaast deel ik met u dat we de bureaucratische eisen voor vrijwilligers omlaag moeten brengen. Daar staan we altijd voor. Maak het inzichtelijk. Maak het waar mogelijk eenvoudig. Maar houdt het vooral veilig.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boutkan, uw laatste vraag, kort.

De heer Boutkan (PVV):
Ja, heel kort, voorzitter. Dit gaat over die opmerkingen over "van bovenaf regelen", "zo zijn we groot geworden" en dergelijke. Met wat er nu op stapel staat voor een vuurwerkverbod ben ik helaas toch bang dat heel veel Nederlanders even het vertrouwen verliezen in waarmee we nu bezig zijn. Dat wordt veroorzaakt door een hele kleine groep. Daaraan zullen we ook aandacht moeten besteden.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Daarop zou ik dan wel wat willen aanvullen. We hebben ook de politie gezien. We hebben het eerst een groot aantal jaren geprobeerd. Dat heb ik ook, want ik wilde er niet zomaar aan. Het liefst heb ik de oude gewoonte, waarbij er niet gesloopt en gemold werd en er geen agent gewond raakte. Maar we moeten ook eerlijk de feiten onder ogen zien. Het gaat nu totaal niet goed. Ik denk nog steeds dat we terug moeten kunnen naar een feestelijk oud en nieuw, een echt feestje. Dat probeer ik hier met het amendement ook mogelijk te maken. Wat mij betreft kun je als dingen goed gaan altijd meer ruimte en meer verantwoordelijkheid geven. Zo ben ik in ieder geval groot geworden. Ik denk ook dat je raddraaiers nog steeds keihard moet aanpakken. Daarover verschillen wij niet van mening. Ik zie met dit amendement een kans om het beter te fiksen en daarbij wel het feestje te houden. Ik zou de heer Boutkan dus van harte willen uitnodigen. Hij mag dan niet willen gaan zingen met oud en nieuw, maar hij kan in ieder geval vol op het feestelijke oud-en-nieuworgel, zou ik zeggen, om er een mooi feestje van te bouwen.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Nispen heeft een vraag.

De heer Van Nispen (SP):
Ik heb nog een korte vraag over de motie van mevrouw Bikker. Dat gaat vooral over de passage "inclusief dekking voor de compensatieregeling binnen de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement". U vraagt ons hiermee in te stemmen. Ik moet mijn fractie daarover dinsdag in ieder geval adviseren. Waar zeg ik nou precies ja tegen?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nou, ik vrees dat dit eindeloos blijft hangen en dat we dan een wet hebben die een beetje — we zaten al in geestelijke termen — in het vagevuur zit. Gaat het verder komen of niet? Ik vind het belangrijk dat we een helder tijdpad voor het vervolg hebben als die wet er komt. Daarover gaan we natuurlijk eerst stemmen. Dat ziet op de AMvB. De heer Boutkan had er natuurlijk helemaal gelijk in dat mensen moeten weten waar ze aan toe zijn. Het moet goed uitgewerkt zijn. De burgemeesters moeten weten waar ze aan toe zijn. Er moeten ook met de vuurwerkbranche passende afspraken gemaakt worden. Dat vraagt om de inzet van het betrokken ministerie. Dat kan niet achterover gaan hangen. Omdat ik in de brieven af en toe nog wat vagere taal las — heb ik dat zo keurig verwoord? — dacht ik: ik geef een extra aanmoediging.

De heer Van Nispen (SP):
Dat begrijp ik, maar ik weet niet om hoeveel het gaat. Ik weet ook niet ten koste waarvan het gaat. Mijn ongemak is als volgt. Ik begrijp de inzet van mevrouw Bikker echt wel. We kunnen van mening verschillen, maar als je dit gaat doen, dan moet je het goed doen. Maar ik vind het wel ingewikkeld. Ik noem maar even een paar dingen, maar ik heb de afgelopen weken bijvoorbeeld gestreden tegen de bezuinigingen op de brandwaar. Dat gaat maar om een heel klein bedrag, maar dat wordt wel heel vervelend. Ik wil meer budget voor de sociale advocatuur, zodat mensen hun recht kunnen halen. Ik heb me ingezet voor het gevangenispersoneel. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Zo heeft iedereen ook wel wat. Er is nooit ook maar iets mogelijk. Nu moeten we wel ergens ja tegen zeggen, en dat vind ik ingewikkeld.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Daar kan ik nog wel wat op zeggen. Ik vind het een terecht punt. Ik denk overigens dat de punten die collega Van Nispen noemt, meer op de JenV-begroting zien en dat dit meer op de IenW-begroting ziet, want dat is het beleidsverantwoordelijke departement. Maar ook daar zie ik allerlei zaken die ik graag geregeld zou zien.

Dit is een eenmalige zaak en het is dan ook incidenteel geld. Ik ga niet in de schoenen van staatssecretaris Jansen staan, maar volgens mij is hij een verstandig staatssecretaris en zal hij het duidelijk op tafel leggen bij de Voorjaarsnota. Dat lijkt mij het beste, want hij heeft niet zelf bedacht dat dit er komt. Dat is althans zo mijn indruk.

Het is mijn indruk dat een meerderheid van de Kamer gaat zeggen dat het er moet komen. Dan vind ik het niet meer dan logisch dat de staatssecretaris aanklopt bij zijn collega's in het kabinet en zegt: ik sta hier nu voor; help mij eens even. Dat lijkt mij logisch, zeker bij een incidenteel bedrag. Er is heel vaak onderuitputting en ik zie daarom wel kansen. Tegelijkertijd is het aan de staatssecretaris en ik vind dan ook dat hij die verantwoordelijkheid moet pakken en dat we het niet hier ergens voor het rostrum moeten laten liggen.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Voor de voorzitter is het noodzakelijk dat we drie minuten schorsen. Daarna gaan we verder met de bijdrage van mevrouw Van der Werf.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan verder met de tweede termijn van de zijde van de Kamer.

Ik wil nog iets zeggen over de interrupties. Dit is een wetgevingsdebat en volgens mij is een debat over dit voorstel goed, ook omdat er een nieuwe politieke werkelijkheid is. Maar we moeten ook wel een beetje de tijd in de gaten houden en zorgen dat we een beetje op tijd klaar zijn. Ik geef ruimte voor interrupties, maar ik hecht er wel waarde aan dat de leden zich enigszins beperken. Zo niet, dan ga ik de leden beperken. De interrupties moeten in ieder geval kort en de antwoorden beknopt zijn.

Het woord is aan mevrouw Van der Werf van D66. Ga uw gang.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. Agenten en hulpverleners hebben jarenlang op dit moment moeten wachten. Oud en nieuw betekende voor hen en de gezinsleden die achterbleven, een nacht vol geweld, angst en intimidatie, en hopen dat je 's ochtends weer heel thuiskomt. Het doet mij goed dat de VVD en ook NSC de veiligheid van deze mensen nu vooropzetten. En uiteraard ook grote complimenten aan de indieners van het wetsvoorstel, omdat zij dit mogelijk hebben gemaakt.

Voorzitter. Dit vuurwerkverbod is een hele duidelijke normering, maar het is geen wondermiddel. Uiteindelijk is het een zaak van de lange adem, waarbij er een nieuwe traditie zal moeten ontstaan. Dat moet een traditie worden waarbij we met z'n allen op een leuke manier van vuurwerk kunnen genieten, zonder de oncontroleerbare factor die het nu is voor politie en omstanders.

Ook de aankomende jaarwisseling zullen we vast nog geconfronteerd worden met mensen die niet van plan zijn om zich hieraan te houden. En ook daar zullen we ons op moeten voorbereiden. Wat is er in dat scenario nodig voor effectieve handhaving? En is de minister al bezig met het regelen van voldoende materiaal en voldoende gehoorbescherming voor hulpverleners? Dat is iets waar D66, ook naar aanleiding van het vorige debat, om heeft gevraagd.

Voorzitter. Er is de afgelopen weken ook veel gesproken over compensatie voor de vuurwerkbranche. Je hebt dan een schappelijke compensatie en de 895 miljoen waar deze branche nu om vraagt. Eerlijk gezegd vind ik dat een absurd hoog bedrag, zeker als je kijkt naar de jaaromzet van 118 miljoen. De Kamer geeft aan zo'n 100 tot 150 miljoen nodig te hebben en de initiatiefnemers spreken van 50 miljoen. Kunnen de initiatiefnemers en ook het kabinet reflecteren op die berekening en op wat zij eerlijk en realistisch achten?

Voorzitter, tot slot. We zetten vanavond een belangrijke stap richting een veilige jaarwisseling. Dat vraagt iets van ons allemaal, van hulpverleners, van gemeenten, van burgemeesters maar ook van inwoners. We moeten toewerken naar een nieuw feest waarbij iedereen veilig is. Ik denk dat het amendement van mevrouw Bikker dat ik mede heb ondertekend, een mooi voorstel is om te kijken wat er wel mogelijk is als het om het afsteken in groepsverband gaat. Ik sta daar zeer sympathiek tegenover. Ik ben ook benieuwd naar het oordeel van de minister.

Voorzitter, dank.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Van der Werf zegt: er is 118 miljoen omzet, dus 895 miljoen is belachelijk. Maar ik denk dat mevrouw Van der Werf niet beseft dat er ook heel veel anderen zijn die hierdoor getroffen worden. We hebben het over de importeurs, we hebben het over de verkopers, over de producenten van vuurwerk en over transporteurs. Dat zijn gespecialiseerde transporteurs. Je mag niet zomaar een bak vuurwerk achter in een auto gooien en ermee rondrijden. Dat zijn gespecialiseerde bedrijven en die bedrijven geven ook aan dat het verbod op hen een heel grote impact heeft. Transportbedrijven, dat is gespecialiseerd vervoer. Die verliezen — dat wordt hier ook geciteerd — een seizoen aan werk. "Het veilig vervoeren van vuurwerk is specialistisch en vereist aanzienlijke investeringen in materieel en opleiding. Dat maakt het lastig om voor die maanden iets anders te zoeken. Jammer dat we zo van tafel geveegd worden na al het werk dat we er ingestoken hebben." De vraag aan mevrouw Van der Werf is concreet: denkt mevrouw Van der Werf nou echt dat het alleen maar om die winkeliers gaat die gecompenseerd moeten worden?

De voorzitter:
Mevrouw …

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar zit toch een hele keten omheen die hierdoor getroffen wordt?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Zegt mevrouw Van der Plas nu dat het bij de omzet van die hele keten in één jaar om 1 miljard gaat?

De voorzitter:
Het is de bedoeling dat ú een vraag beantwoordt.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja, voorzitter. Ik wil de vraag wel beantwoorden, maar het eerlijke antwoord op deze vraag is: er is een berekening gemaakt en die ging niet alleen maar om de winkeliers. Dat hebben de indieners en het kabinet aangegeven. Dat schommelt dus rondom de 150 miljoen. Ik heb ook in het vorige debat aangegeven dat ik vind dat er een eerlijke en schappelijke compensatie moet komen.

Voorzitter. Maar als ik dan kijk welke industrieën in het verleden nog meer geld nodig hadden — de gokindustrie, tabaksindustrie, de mijnbouw — gaan we die dan ook op die manier compenseren? Dit verbod is natuurlijk al jaren op handen. Mevrouw Van der Plas wekt hier de indruk dat dit iets is wat mensen nu, naar aanleiding van dit debat, ineens te horen zouden krijgen; alsof geen enkel bedrijf zich daarop zou hebben kunnen voorbereiden. Ik vind ook, en dat vond ik opmerkelijk aan het debatje tussen mevrouw Van der Plas en de heer Boswijk, dat het natuurlijk niet zo is dat zich geen enkele nieuwe kans gaat aandienen. Als deze wet straks in werking treedt, dan zal er een nieuwe markt ontstaan. Een nieuwe vraag en een nieuw aanbod. En ook daar kunnen deze ondernemers gewoon op inspelen.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja … D66 staat zo ver af van de werkelijkheid, dat is echt niet te geloven. Mevrouw Van der Werf vraagt mij: zegt u nou dat ze 1 miljard omzet hebben? Dat zijn investeringen. Ik weet niet of mevrouw Van der Werf snapt wat ondernemers doen met investeringen. Die investeren langjarig, omdat ze voor tien, twintig jaar zekerheid moeten hebben voordat zij ergens in investeren. Als dat zomaar wordt afgepakt, dan heet dat kapitaalvernietiging. Inderdaad verliezen ze omzet, maar ze moeten ook werknemers gaan ontslaan. Mensen die gewoon een hele normale, leuke baan hebben ergens. Die komen ook zonder werk te zitten. Het gaat om de investeringen die zijn gedaan. Die zijn gedaan op basis van afspraken die door de overheid zijn gemaakt, waaronder het zicht op het meerjarenplan consumentenvuurwerk. Toen zijn mensen gaan investeren. Dan praat je over tonnen, soms misschien zelfs miljoenen, die zijn geïnvesteerd en dat wordt die mensen nu afgenomen.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat snapt mevrouw Van der Werf toch wel, hoop ik?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik hoorde geen vraag, alleen maar de suggestie dat een compensatie tot het einde der tijden mogelijk zou moeten zijn. Dat is wat mevrouw Van der Plas hier op tafel legt. Ik heb net al gezegd dat ik dat niet realistisch vind. En er moet mij ook iets van het hart. Wij hadden vanochtend een debat over zeden en onveiligheid van vrouwen. Als we het dan even hebben over de werkelijkheid en dicht bij mensen staan: op dit moment hebben 1,3 miljoen Nederlanders te maken met huiselijk geweld. Voor opvangplekken voor deze mensen is heel snel geld nodig. Als we zo veel miljoenen extra over zouden hebben, zou ik dat een heel mooie bestemming vinden. Maar dat is niet zo. Tja, weet je, iedereen heeft hier zijn eigen prioriteiten. Ik heb aan willen geven dat ik een eerlijke compensatie gerechtvaardigd vind, maar niet meer dan dat.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas. Laatste, korte vraag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is geen eerlijke compensatie. Wat gekregen wordt is nog niet eens een fooi. Hardwerkende ondernemers die alles hebben gedaan wat de overheid van ze vroeg, die op basis daarvan hebben geïnvesteerd, krijgen geen eerlijke compensatie, maar krijgen een paar centen toegeworpen. Dát is waar het hier over gaat.

Overigens stelde ik wél een vraag, namelijk of mevrouw Van der Werf snapte wat investeringen betekenen.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Werf, wilt u nog reageren?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja. Ik snap dat heel goed. Ik denk ook dat investeringen in de nieuwe markt van vraag en aanbod die straks zal ontstaan heel veel kansen bieden om er een mooie cent aan te verdienen.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boutkan met een vraag.

De heer Boutkan (PVV):
Ik borduur toch even voort op die compensatie. Het bedrag van 895 miljoen dat door de branche werd opgesomd, was natuurlijk ook in relatie tot een situatie waarin het verbod onmiddellijk ingaat, dit jaar al. Er is namelijk al ingekocht. Ik heb vandaag contact gehad met een hele grote importeur; er is al vuurwerk ingekocht voor oud en nieuw. Er zijn dus investeringen gedaan, zoals in bunkers, sprinklerinstallaties, personeel, transportorganisaties. Alles zit erbij. In dat bedrag zit het. En wat zegt de staatssecretaris in de brief? Dat is toegezegd de kosten "grofmazig" in beeld te brengen. Het is verkennend geweest; het is een grove inschatting; het kan hoger uitvallen. Er is niet voldoende ruimte geweest om het uit te kristalliseren. Met andere woorden: de 50 tot 150 miljoen waar de staatssecretaris het over heeft, heeft hij nog niet in de vingers. Dat moet allemaal nog worden uitgezocht.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Boutkan (PVV):
Is mevrouw Van der Werf het met mij eens dat die compensatie inderdaad weleens hoger zou kunnen zijn, en misschien eerder richting de helft komt dan het bedrag dat in de brief wordt genoemd?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ook de helft van 895 miljoen is natuurlijk nog een heel ander bedrag. Maar los daarvan denk ik dat de kans heel groot is dat het bedrag ergens uitkomt tussen het bedrag dat de indieners hebben berekend en waar dit kabinet mee komt. Dat lijkt mij schappelijk. Er moet mij namelijk wel iets van het hart. Als de sector zelf spreekt van een jaaromzet van slechts 118 miljoen, begrijp ik niet waar die 895 miljoen vandaan komt. Het zou misschien meer kunnen zijn, maar het is wel een heel erg groot verschil. Dat is bijna een miljard. Dus misschien kan de heer Boutkan dat dan even nader toelichten, voorzitter.

De voorzitter:
Nou, dat kunt u aan de heer Boutkan vragen bij zijn inbreng. Maar we kijken of de heer Boutkan nog een vraag heeft.

De heer Boutkan (PVV):
Dat zit onder andere in de transportsector, die speciale voertuigen heeft om dat vuurwerk te vervoeren en op te slaan, die chauffeurs moet opleiden, trainingen moet verzorgen en dergelijke. Dat is één. Daarnaast hebben we het over de investeringen die gedaan zijn in de panden die in de wijken staan en die zwaarder moesten zijn vanwege de aangescherpte eisen. Dat betekent bunkers bouwen in je winkel, sprinklerinstallaties aanleggen et cetera. Daarnaast is er personeel voor nodig. Ik kreeg vandaag een rouwadvertentie toegestuurd van een vuurwerkbedrijf dat 10 werknemers heeft en 120 oproepkrachten. Dat zit ook allemaal in dat soort bedragen.

De voorzitter:
Heeft u nog een vraag voor mevrouw Van der Werf?

De heer Boutkan (PVV):
Nou, ik geef even antwoord op de vraag die mij gesteld werd.

De voorzitter:
Dat is niet de bedoeling. U heeft zo dadelijk uw eigen bijdrage. Als mevrouw Van der Werf daar nog een vraag over heeft, kan zij u dan interrumperen.

De heer Boutkan (PVV):
U hoort, ik moet nog veel leren.

De voorzitter:
Ik help u graag. Heeft u nog een vraag?

De heer Boutkan (PVV):
Ik word helaas afgekapt, dus ik kan mijn rijtje niet afmaken, maar kan mevrouw Van der Werf meegaan in de gedachte dat het toch hoger is dan wat nu gekscherend wordt genoemd in deze brief?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Waar ik in mee kan gaan, is dat het wrang is voor ondernemers. Daarin kan ik meegaan. Dat begrijp ik heel goed. Maar waar ik voor wil waken, is dat er naar aanleiding van dit wetsvoorstel bedragen worden gevraagd die normaliter in dit soort situaties ook niet worden uitgekeerd. Daarom noem ik het voorbeeld van de gokindustrie en van de tabaksindustrie, maar ook sectoren als mijnbouw. Voor gloeilampfabrikanten hebben we ook nooit dit soort regelingen verzonnen. Ik vind dat de indieners en ook het kabinet dat op een heel goede manier hebben bekeken en ik vind niet dat je alleen maar aan ondernemers moet vragen "wat zou u hiervoor willen hebben", ook niet in het licht van het feit dat dit verbod al jaren op handen is.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer El Abassi nog? Nee? Oké. Bent u klaar met uw betoog? Ja? Dank u wel. Dan is nu de beurt aan de heer Boutkan voor zijn bijdrage.

De heer Boutkan (PVV):
Voorzitter, ik dank u wel. Het is een kleine minderheid weer gelukt om het te verpesten voor de meerderheid. Deze minderheid, beter bekend als "tuig", kon zijn gang gaan omdat de rijksoverheid het gezag op straat heeft weggeven, waardoor weer een Nederlandse traditie in rook opgaat. Het tuig valt met illegaal vuurwerk hulpverleners aan. Het tuig pleegt vernielingen in de openbare ruimte met illegaal vuurwerk. Het tuig brengt onschuldige omstanders in gevaar door het gooien van illegaal vuurwerk op straat. En wat gaat het landelijk vuurwerkverbod nu betekenen voor het tuig? Niets. Maar van die onschuldige burger, die één keer per jaar legaal vuurwerk afsteekt, wordt het oud-en-nieuwfeest afgepakt.

Voorzitter. Een paar partijen stellen een aantal voorwaarden, waaronder het tegengaan van illegaal vuurwerk aan de grens. Het lukt ons nu al niet, de afgelopen jaren, om het illegale tegen te houden, laat staan een doos met cobra's. Datzelfde geldt voor de illegale lachgascilinders. Deze komen met containers tegelijk ons land binnen. Deze voorwaarden zijn niet haalbaar, betaalbaar en realistisch. Een van de voorwaarden is handhaving. Er komt een effectief handhavingsplan van politie en gemeenten en men verwacht zichtbare inspanningen van de steden die al eerder een afsteekverbod instelden. Waarom gebeurt dat dan nu al niet op die plekken waar al een afsteekverbod geldt? Tevens wordt van het kabinet geëist dat de handhaving middels grenscontroles op illegaal vuurwerk wordt geïntensiveerd, in de volle breedte en wel direct. Dit noemen wij wensdenken. De vraag aan de indieners is hoe zij gevolg gaan geven aan deze voorwaarden. Welke concrete maatregelen moeten er dan worden genomen en hoe ziet de financiering er dan uit om dit te bewerkstelligen? De PVV is ook heel benieuwd hoe het kabinet hiertegen aankijkt.

Voorzitter. Een andere voorwaarde is dat de burgemeester een ontheffing kan geven aan verenigingen die op lokaal niveau consumentenvuurwerk afsteken, voor de buurt, en dat er ruim baan wordt gegeven aan de lokale vuurwerkshows. De praktijk is dat als een vereniging een evenement wil organiseren, zij een vergunning moet aanvragen. Vervolgens krijgt men van het bevoegd gezag een waslijst aan voorschriften en daaraan gekoppeld het prijskaartje. Het gevolg is dat veel verenigingen afhaken. Het organiseren van vuurwerkshows is niet realistisch, gezien de hoge kosten voor beveiliging en verzekeringspremies. Buiten dat zijn er nog heel veel risico's aan verbonden en zijn de aanvragers volkomen overgeleverd aan de welwillendheid van de burgemeester. De vraag aan de indieners is hoe zij gevolg gaan geven aan deze voorwaarden. Welke concrete maatregelen moeten er dan worden genomen en hoe ziet de financiering er dan uit om dit te bewerkstelligen? De PVV is heel benieuwd hoe het kabinet hiertegen aankijkt. Want wij praten hier over honderden lokale, hardwerkende ondernemers, van ijzerwinkel tot fietsenhandelaar, die voor hun bestaan deels afhankelijk zijn van de verkoop van siervuurwerk tijdens de jaarwisseling. Deze ondernemers worden dus gestraft omdat de overheid het tuig jarenlang niet heeft aangepakt. Dit noemen wij de omgekeerde wereld, met het midden- en kleinbedrijf als grote verliezer. Een totaalverbod zal deze bedrijven zwaar treffen en gezien de economisch moeilijke tijden nog verder onder druk zetten. We hebben al toerisme naar de buurlanden voor sigaretten, drank, benzine en om overige boodschappen te doen, en daar komt vuurwerk nu bij.

Als het verbod dit jaar al ingaat, komen de indieners en het kabinet niet weg met de fooi die nu is ingeschat. Want de vergoeding die de staatssecretaris noemt, is nattevingerwerk. Er zit namelijk geen enkele onderbouwing bij. We hebben het hier over een marge van 50 tot 150 miljoen, maar de branche zelf denkt aan 895 miljoen. Naast de 50 tot 150 miljoen van de staatssecretaris is expliciet, zo schrijft hij zelf, nog niet gekeken naar de uitvoerings- en handhavingskosten voor gemeenten, politie en de rijksoverheid. Met andere woorden: wij gaan nu een besluit nemen terwijl alle kosten die te maken hebben met dit verbod niet in kaart zijn gebracht. Dit noemen wij "op de pof leven". Zelfs de Vereniging van Nederlandse Gemeenten stelt dat de voorwaarden onvoldoende zijn uitgewerkt en dat er onvoldoende inzicht is in de kosten.

De lijst van gedupeerden groeit. Transport en Logistiek Nederland pleit voor een onafhankelijk onderzoek naar de totale financiële schade in de keten, want in de Kamerbrief van de staatssecretaris worden transportbedrijven, die de afgelopen jaren fors hebben geïnvesteerd in speciaal materieel, vergunningen en opleidingen voor het veilig vervoeren van vuurwerk, niet genoemd. Hoe rijmt het bedrag van 50 tot 150 miljoen van de staatssecretaris met het feit dat hier sprake is van een grove inschatting, laat staan als het verbod al dit jaar ingaat?

Of dit wettelijk mogelijk is, is nog maar de vraag. Een vraag aan de indieners is: hoe gaan de indieners gevolg geven aan deze voorwaarden? Welke concrete maatregelen moeten er dan worden genomen? Hoe ziet de financiering eruit om dit te bewerkstelligen? De PVV is ook heel benieuwd naar hoe het kabinet hiertegen aankijkt.

Voorzitter. Het gezag dient weer de baas te worden op straat, en niet het tuig dat nu de baas is. Illegaal vuurwerk is al verboden, en dat is het probleem. Het zijn niet de Nederlandse gezinnen die onschuldig legaal vuurwerk afsteken en genieten van de jaarlijkse traditie. Het gezag dient te handhaven en het tuig moet gestraft worden. Het kan niet zo zijn dat het tuig een traditioneel feest voor vele goedwillende Nederlanders de nek om draait. Als je aan de politie of andere hulpverleners komt, dien je gewoon gestraft te worden. Punt. Een vraag aan de indieners en het kabinet: pak je wetsovertreders harder aan door wetten te wijzigen die ze al overtreden?

Voorzitter. De discussie over vuurwerk komt elk jaar weer terug. Geweld tegen hulpverleners, ongevallen en overlast van vuurwerk staan volop in de media en in de krant met grote koppen. Helaas wordt dit door bepaalde partijen en burgemeesters misbruikt om een totaalverbod op legaal vuurwerk af te dwingen, zoals in recente uitspraken van een burgemeester waarin werd aangegeven dat de vuurpijlen langs omstanders vlogen. Deze vuurpijlen zijn echter al zes jaar ten strengste verboden in Nederland. Een andere gezagsdrager riep dat er een tiener was overleden door het verkeerd afsteken van een illegale vuurwerkbom, een shell, de zwaarste categorie, alleen maar geschikt voor professionele vuurwerkbedrijven die dit met een vergunning en onder streng toezicht mogen afsteken. Het is vreselijk wat er gebeurd is, en waarschijnlijk had het voorkomen kunnen worden als die rotdingen Nederland niet binnenkomen, maar dit is helaas gewoon de praktijk van alledag door de import. Wat de PVV betreft worden er voorbeelden gebruikt waarbij de gevolgen van het gebruik van dit illegale vuurwerk ten opzichte van het legale vuurwerk ontbreken. Het echte probleem is het tuig dat gebruikmaakt van illegaal vuurwerk. Het aanbod van illegaal vuurwerk is enorm. We hoorden net al een paar landen voorbijkomen. Het gaat om import uit Duitsland voor pak 'm beet 100 miljoen. Italië: 30 miljoen. België: 25 miljoen. Polen: 20 miljoen. Dat zijn iets meer landen dan alleen maar onze buurlanden. En dan slaan we Frankrijk nog over, waar je nog steeds vuurwerk mag kopen waar het zwarte buskruit in zit. In welke tijd leven we dan?

De voorzitter:
Meneer Boutkan, u heeft een vraag van de heer El Abassi.

De heer El Abassi (DENK):
Ik hoor de PVV een aantal keer "tuig" roepen, en dat mag van mij. Dat is best wel op z'n plaats, zeker in het geval van mensen die verkeerd omgaan met vuurwerk. Ik hoorde hem ook zeggen dat het niet ging om Nederlandse gezinnen die dit vaak doen. "Het gebeurt niet door Nederlandse gezinnen", zei u volgens mij letterlijk. Niet? Dat heeft de PVV niet gezegd, begrijp ik. Dan laat ik die vraag achterwege. Het gebeurt in ieder geval in het hele land, met name in het Noorden en in Gelderland.

Ik heb nog een andere vraag, over ondernemers. Ik merk dat de PVV daar best wel stevig op zit. Zij moeten gecompenseerd worden. Ik heb net enkele vragen gesteld aan de VVD. Importeurs zijn aangesloten bij brancheorganisaties. Zij kunnen heel veel invloed uitoefenen en krijgen vaak ook een groot deel van de koek. Wij gaan hierover straks een motie indienen. Gaat de PVV de motie steunen? Ik snap dat de PVV die eerst moet lezen en op haar merites moet beoordelen. De insteek zal zijn dat er een evenredige verdeling plaatsvindt, dat gecontroleerd wordt dat niet een onevenredig groot deel naar de importeurs gaat, maar dat een evenredig deel gaat naar de winkeliers in dit land, de normale ondernemers. Is de PVV bereid om deze motie te steunen?

De heer Boutkan (PVV):
Zoals de heer El Abassi al zegt: wij gaan 'm eerst lezen en in de fractie bespreken. Dat is de interne procedure bij ons. Ik kan daar dus nog niet ja of nee op zeggen. Maar ik begrijp wel waar de heer El Abassi naartoe wil. Daarom is door een van de partijen ook gepleit voor een onafhankelijk onderzoek. Het moet niet zo zijn dat een of twee grote jongens twee derde van de koek krijgen en dat één derde gedeeld wordt door 800 of misschien nog wel meer ondernemers die dit als bijverdienste hebben in een bepaald gedeelte van het jaar. Ja, het moet goed worden onderzocht en het moet op een eerlijke manier verdeeld worden. Daarover verschillen wij niet van mening.

De voorzitter:
Dank u wel. U vervolgt uw betoog.

De heer Boutkan (PVV):
Ik ben bijna klaar, voorzitter. Zoals ik al zei: het gaat om meer landen dan alleen maar onze buurlanden. Men is nu bezig met een briefje, een overlegje en een afspraak om te kijken wat er geregeld kan worden. Maar zover zijn we niet en ondertussen blijft die troep de komende jaren de grens over komen. Natuurlijk zou de PVV ook willen dat het ineens is opgelost bij de grens, maar wij vrezen dat dit niet het geval zal zijn. Wij hebben het over illegaal, extreem gevaarlijk F3- en F4-vuurwerk, zoals cobra's. Het totaalbedrag aan geïmporteerd illegaal vuurwerk is hoger dan de verkoop van legaal vuurwerk in Nederland. De illegale handel wrijft zich nu al in de handen en zal de winst nog meer zien stijgen. En dat denken wij nu met een vuurwerkverbod te gaan oplossen? Dat zal niet werken. We hebben het gezien bij corona. Plotseling werd er een vuurwerkverbod afgekondigd. Toch was de illegale handel in staat om massaal vuurwerk te leveren in Nederland. De katvangers staan nu al klaar om te voorkomen dat controleurs in het buitenland kentekens noteren van Nederlandse kopers. Dat gaat nu al rond in die wereld. En nee, ik heb daar geen connecties mee, voor het geval iemand dat soms denkt.

Tot slot, voorzitter. De Partij voor de Vrijheid is van mening dat een landelijk vuurwerkverbod niet haalbaar, niet betaalbaar en niet realistisch is.

Ik dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog een vraag van mevrouw Van der Werf.

Mevrouw Van der Werf (D66):
De heer Boutkan stelde in het begin van zijn betoog een vraag die mij intrigeerde. Hij vroeg zich af of de indieners zich realiseerden dat we de minderheid het voor de meerderheid laten verpesten. Ik was benieuwd over welke meerderheid de heer Boutkan het precies heeft.

De heer Boutkan (PVV):
Nou, ik heb het over de meerderheid die van het vuurwerk geniet en met oud en nieuw vrolijk met familie, kennissen, buren en dergelijke op straat is, ten opzichte van de minderheid die ik tuig noem. Dat is de meerderheid ten opzichte van de minderheid.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik vraag me af of de heer Boutkan zich realiseert dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders al een paar jaar een vuurwerkverbod wil. Ik denk dat wij het samen eens zijn over dat tuig, maar wat wilt u dan vanavond eigenlijk tegen de meerderheid van de Nederlanders zeggen?

De heer Boutkan (PVV):
Als we het tuig eerder hadden aangepakt, waren we misschien niet zo ver gekomen als nu.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Nou, dat hebben we met z'n allen geprobeerd. Ik heb in de eerste termijn ook al aangegeven dat er in verschillende gemeenteraden, maar ook op landelijk niveau, allerlei beperkingen zijn ingevoerd, op basis waarvan iedereen hoopte dat dit wetsvoorstel niet nodig was. Nu zegt eigenlijk iedereen hier in de Kamer, van links tot rechts, dat dit in de praktijk niet is gaan vliegen. Een meerderheid van de Nederlandse bevolking zegt dat we er dan mee moeten stoppen. Dan zegt de heer Boutkan: dat maakt mij eigenlijk niet uit en ik ga gewoon stug door met dit gevecht tegen deze wet.

De heer Boutkan (PVV):
Het betoog van mevrouw Van der Werf eindigt niet echt in een vraag.

De voorzitter:
Nou, prima. Dan laten we het hierbij. Dank u wel. Dan komt nu de inbreng van de heer Stoffer van de SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. In de eerste termijn heeft de SGP aangegeven: wij zijn klaar met de vuurwerkoverlast. Het afsteken van legaal vuurwerk zorgt elke jaarwisseling voor honderden gewonden, waaronder onschuldige passanten. Ik heb daarom aangegeven dat we het voorliggende voorstel met een positieve houding zullen beoordelen. Ik wil eerst de initiatiefnemers en het kabinet hartelijk danken voor de beantwoording in de eerste termijn.

Voorzitter. Een belangrijk kritiekpunt op het voorstel is dat zwaar illegaal vuurwerk het grootste probleem is. Ik heb al aangegeven dat ook legaal vuurwerk jaarlijks voor vele gewonden en andere overlast zorgt. Maar dat illegale vuurwerk is inderdaad een breed gedeelde zorg hier in de Kamer. Het is heel goed dat het kabinet daarbovenop zit. Juist een verbod op consumentenvuurwerk zou helpen om het zware illegale vuurwerk aan te pakken, omdat dan veel sneller duidelijk is dat het illegaal is. Mijn vraag is: delen de initiatiefnemers en de bewindslieden deze analyse?

Voorzitter. Als het wetsvoorstel aangenomen wordt, komt er een uitvoeringstoets, ook wat betreft de handhaving. Dat wil ik graag onderstrepen, want hier moet samen met gemeenten en politie echt heel goed naar gekeken worden.

Voorzitter. De SGP constateert ook dat een deel van de samenleving hecht aan de vuurwerktraditie. Als je daar helemaal aan voorbijgaat, krijg je dat als een boemerang terug bij naleving en handhaving. Daarom heb ik meegewerkt aan het amendement om gemeenten de mogelijkheid te geven om bij de jaarwisseling aan bijvoorbeeld buurtverenigingen de ruimte te geven voor een lokale vuurwerkshow met F2-siervuurwerk. Ik snap ook dat dat uitvoeringsvraagstukken met zich meebrengt, want het kan natuurlijk niet zo zijn dat overal vuurwerk verkocht mag blijven worden. Daarom is er ook een algemene maatregel van bestuur met randvoorwaarden nodig. Ik vraag de bewindslieden om hier in nauwe samenwerking met gemeenten een voorstel voor te doen.

Voorzitter. Mijn VVD-collega heeft een amendement ingediend om ervoor te zorgen dat de wet pas ingevoerd zal worden als er een handhavingsplan ligt, de algemene maatregel van bestuur uitgewerkt is en de compensatieregeling goed geregeld is. Daar kan ik mij goed in vinden, zeg ik tegen haar. Wat de SGP betreft, hoeft een verbod niet al voor de aanstaande jaarwisseling van kracht te worden. Het mag wel, maar dan wel onder de condities die door mevrouw Michon-Derkzen zijn geschetst. Ik hoor dus graag van het kabinet wat de mogelijkheden daarin zijn. In ieder geval is het van belang dat er een zorgvuldige uitwerking van de amendementen plaatsvindt. Als het later wordt, dan scheelt dat in ieder geval in de compensatie, zo hebben we met elkaar geconstateerd. Maar ik hoor graag hoe de initiatiefnemers en de bewindslieden in het geheel tegen de planning aankijken wat dat betreft. Wat is realistisch? Als de amendementen aangenomen worden, verwacht ik dat mijn fractie het initiatiefvoorstel zal steunen. Ik zal in ieder geval een positief stemadvies geven.

Voorzitter. Als meer dan 100 jaar oude partij houden wij van tradities. Wij bestaan langer dan de vuurwerktraditie, zeg ik daar maar bij. Bij de jaarwisseling horen oliebollen en bezinning en, zoals mevrouw Bikker al aangaf, kerkbezoek. Iedereen is daarbij natuurlijk altijd welkom. Dat zijn tradities waar we aan hechten, maar wat betreft vuurwerk denk ik dat het tijd is voor modernisering. Wij zien in ieder geval uit naar een jaarwisseling met minder gewonden, minder overlast en meer rust.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu de beurt aan mevrouw Van der Plas van BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met mijn waardering uit te spreken voor het feit dat de initiatiefnemers dit wetsvoorstel hebben geïnitieerd. Ik ben het er totaal niet mee eens; dat mag duidelijk zijn. Maar een initiatiefwet in procedure brengen, vergt heel veel werk, heel veel energie en heel veel uitzoekwerk. Wij zijn als Kamerleden medewetgever. Dat feit verdient zeker waardering, niet alleen voor de initiatiefnemers, maar ook voor de staf die hieraan heeft meegewerkt en die hierachter zit. Dus waardering daarvoor.

Voorzitter. Dan wil ik graag een vraag stellen aan de minister, die hier ook aanwezig is. Begin dit jaar heb ik een motie ingediend met de vraag om te onderzoeken of bij de eerstvolgende jaarwisseling een meldplicht kan worden ingezet voor mensen die zich schuldig maken of zich afgelopen jaarwisseling schuldig hebben gemaakt aan jaarwisselingsgerelateerde strafbare feiten. Kan de minister de stand van zaken hiervan geven?

Voorzitter. Dan wil ik mij toch weer richten op het belachelijke verbod op siervuurwerk, en een poging wagen om de partijen die zijn gedraaid, NSC en de VVD, te overtuigen. Hier in de Kamer wordt vaak gezegd dat vuurwerkshows hét alternatief zijn voor consumentensiervuurwerk. Maar om dit te realiseren en te regelen moet aan ondoenlijk veel voorwaarden worden voldaan, dus op papier klinkt dit leuk, maar in de praktijk is het totaal onuitvoerbaar.

Ik zal u de voorwaarden eens even voorhouden. Eerst moet er een toepassingsvergunning komen. Om deze te verkrijgen, moet je het volgende hebben: een polisblad met een verzekeringsdekking van 2,5 miljoen euro, de juiste Kiwa-certificaten — met dit certificaat toont men aan dat een organisatie efficiënt en veilig werkt en hier ook de juiste werkprocessen voor heeft — en een verklaring omtrent het gedrag. Vervolgens moet er een evenementenvergunning worden aangevraagd. Om die te verkrijgen moet er ook weer worden voldaan aan de juiste eisen, zoals voor beveiliging, hygiëne en sanitaire voorzieningen. Er moet een alcoholvergunning zijn. Er moet worden voldaan aan veiligheidseisen voor podia. Enzovoorts. Als dit allemaal in orde is, moet je ook telkens opnieuw de toepassingsvergunning aanvragen om het elke keer aan te mogen steken. Dan hebben we het hier alleen nog maar over gecertificeerde bedrijven, waarvan er overigens veel te weinig zijn in Nederland om overal een show te geven. Los van bovenstaande hebben veel gemeenten ook geen geschikte locatie. Dat komt mede door het aantal Natura 2000-gebieden. Wat gaan de VVD en NSC tegen deze gemeenten zeggen?

Zomaar even zeggen dat overal in het land shows gegeven kunnen worden, is dus pure onzin. Wij voorzien dat een heleboel vergunningen niet worden afgegeven, met als gevolg dat het in de kleinere gemeenschappen en buurten, waarin het nu vaak gewoon goed gaat, einde verhaal is. Het gaat om dorpen in de regio's, waar NSC zo goed voor wil zorgen, en tradities, die NSC zo graag wil behouden, maar nu ineens niet meer. Juist de regio's worden de dupe van de draai van NSC.

Een groot aantal partijen denkt hier een oplossing voor te hebben. Zij willen met een amendement mogelijk maken dat een burgemeester in speciale gevallen ontheffing kan verlenen. Deze partijen denken dat kleine gemeenschappen hiermee toch siervuurwerk kunnen afsteken, maar ook dan moet alsnog aan allerlei eisen worden voldaan. Zo staat er nota bene in de toelichting: "De voorwaarden die bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld, zien bijvoorbeeld op veiligheidseisen waaraan moet worden voldaan, vervoer en opslag van het vuurwerk, en voorwaarden die aan de deskundigheid van degene die het vuurwerk afsteekt kunnen worden gesteld." Met andere woorden: einde vuurwerktraditie.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, mevrouw Bikker wil u interrumperen.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Wat vindt mevrouw Van der Plas? Als we het nu hebben over de vuurwerkverkoop, worden er ook allerlei eisen gesteld. Die gaan over het vervoer en over de opslag, maar ook over aan wie je het verkoopt, wanneer je het afsteekt, welke leeftijdsgrens er is. Daar zien die allemaal op. Ik vind dat zij zo'n probleem maakt van niks. Dat ben ik eigenlijk helemaal niet van mevrouw Van der Plas gewend. Zij is meestal vrij helder. Als er een echt probleem is, vinden we elkaar, maar laten we nou niet doen alsof dit amendement een heleboel dood- en dichtregelt, want dat is niet aan de hand.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk dat ik dat al vaker heb duidelijk gemaakt, en niet alleen vanavond, maar ook in eerdere debatten. Voor gecertificeerde bedrijven zijn er al heel veel regels, maar nu hebben we het erover dat kleine verenigingen in een buurt dit ook wel allemaal even kunnen doen. Dat gaat gewoon niet gebeuren. Ik voorzie dat dat gewoon heel erg veel problemen gaat opleveren. Dat heb ik vanavond ook al gewisseld. Er wordt hier een soort beeld geschapen zo van "ja, maar dat kan gezellig met een vereniging". De heer Eerdmans had het er al over: kan ik een vereniging zijn met mijn vrouw en mijn gezin? Nou, volgens mij mag iedereen een vereniging oprichten. We kennen hier in de Kamer een vereniging die één lid heeft. Die kan dus ook opgericht worden. Mag die dan ook vuurwerk afsteken, denk ik dan. Dat gaat zo veel obstakels opleveren dat ik dat gewoon niet zie vliegen.

De voorzitter:
Mevrouw Bikker heeft nog een vraag.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, inderdaad, want op het punt van die vereniging zijn we net al ingegaan. Dat hadden we al gewisseld. Het was niet aan de orde dat de familie Eerdmans samen een vereniging kan vormen voor dit vuurwerk, hoezeer we het de familie Eerdmans ook gunnen om met elkaar een heel leuk oud en nieuw te hebben. Dat kunnen ze, denk ik, ook wel. De heer Eerdmans steekt zijn duim op. Kijk, dat zien we daar ook.

Wat mij opvalt, is dat mevrouw Van der Plas zo ontzettend somber is, terwijl dit amendement zo aansluit bij de diepste traditie waar BBB voor staat: de mienskip. We weten ook dat er op al die plekken in de Achterhoek al een fantastische traditie is, bijvoorbeeld rond het carbidschieten. Ik heb mijn hele tienertijd op de Veluwe gewoond. Zodra het vroeg donker wordt, kan het beginnen. Zonder problemen. Natuurlijk moet je dan ook af en toe opletten. Dat weten we allemaal, want ook carbidschieten is niet zonder gevaar. Dus mevrouw Van der Plas maakt een heleboel problemen, terwijl ik het juist zo simpel in het amendement neerleg. Met een AMvB kan de staatssecretaris aan de slag. Hij zit in de coalitie namens collega Van der Plas. Zij kan er dus ook nog toe aanmoedigen om die AMvB zo simpel en zo smart mogelijk te maken. En de burgemeesters kunnen vervolgens met het maatwerk komen dat in hun gemeente nodig is. Als in de gemeente Deventer alles helemaal perfect gaat, dan hoeft de burgemeester daar heel weinig eisen aan te stellen. Zou het in de gemeente Deventer heel verschrikkelijk zijn — dat zal vast niet, want ik hoor mevrouw Van der Plas daar altijd lovend over zijn — dan kan de burgemeester wat meer regels maken.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Maar laten we elkaar nou niet voor de gek gaan houden, zou ik tegen mevrouw Van der Plas willen zeggen. Dit amendement is door deze indieners ingediend en toegelicht. Het is duidelijk niet het amendement van mevrouw Van der Plas, maar ik wil haar wel vragen om bij de feiten te blijven. Mag ik dat van u vragen, mevrouw Van der Plas?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik blijf zeker bij de feiten.

De voorzitter:
U vervolgt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik maak helemaal geen problemen, zeg ik tegen de voorzitter. Dit wetsvoorstel maakt problemen. Ik probeer die problemen te benoemen in de hoop dat er in ieder geval nog één of twee partijen zijn die bij ons in de coalitie zitten, die toch nog even gaan nadenken over de draai die zij hebben gemaakt. Ik voorzie inderdaad ook problemen bij het organiseren van wat evenementachtige dingen in de buurt. Ik denk bijvoorbeeld aan de toestroom van publiek of aan gefrustreerd tuig dat denkt "we gaan daar weleens eventjes de boel op stelten zetten". En dan druk ik me nog zacht uit.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik noem ook de toestroom van verkeer, parkeeroverlast, parkeerwachters. Dat vergt allemaal vrijwilligers die we niet hebben. Ik probeer gewoon even het realistische beeld te schetsen. Ik leef niet in de Efteling. Ik leef in de echte wereld. In de Efteling zou dat waarschijnlijk allemaal kunnen, maar niet in mijn wereld.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog, alstublieft.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga verder, voorzitter. Ehm, waar was ik gebleven? Ja, ik was gebleven bij dit. Deze partijen denken dat kleine gemeenschappen hiermee toch siervuurwerk kunnen afsteken. Maar ook hier moet ... Nee, sorry, dit had ik gehad; even terug. Ik had gezegd "einde vuurwerktraditie". Daar was ik gebleven: einde vuurwerktraditie. Want bij een totaalverbod valt al het resterende vuurwerk onder het professioneel gebruik, en dus mag je het vuurwerk niet vrij vervoeren. Het moet met een gecertificeerde chauffeur en voertuig; een vrachtbrief, een explosievenklassenvergunning. Het moet opgeslagen worden in gecertificeerde bunkers. Degene die het afsteekt, moet speciale papieren hebben, en ga zo maar door. Dit is echt totaal onrealistisch voor buurtverenigingen. Wij zijn de realiteit echt compleet voorbijgeschoten. En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle wet- en regelgeving die komt kijken bij het aanvragen van een evenementenvergunning, die ook nog nodig is. Heeft iemand daarover nagedacht? Heeft iemand onderzoek gedaan bij die verenigingen naar de haalbaarheid? Volgens mij hebben we geen idee. En hoe gaan we voorkomen dat er bestuurlijke verschillen gaan ontstaan bij gemeenten? Stel dat in gemeente A een vuurwerkgezinde burgemeester zit en in gemeente B een vuurwerkongezinde burgemeester. Dat wordt een hele oneerlijke situatie. Dit wordt in alle gemeenten elk jaar een politiek voorkeursspelletje. En al krijgen die verenigingen een vergunning, hoe komen zij dan aan dat vuurwerk, als alle vuurwerkimporteurs en -winkels verdwijnen? Waar halen deze mensen dan hun vuurwerk vandaan? Uit het buitenland? Is dat wenselijk? Vuurwerkverkooppunten in Nederland zullen bijna volledig verdwijnen, want er is geen winkelier die zal blijven bestaan als de omzet alleen van verenigingen afhankelijk is. En welk type vuurwerk mogen die verenigingen nog afsteken?

Voorzitter. Een totaalverbod op vuurwerk is ook niet te handhaven zolang vuurwerk over de grens kan worden gekocht. Ik hoor dus graag van de minister van Justitie en Veiligheid of hij denkt dat dit wel handhaafbaar is, en waar hij dat dan op baseert. Kan dit verbod überhaupt gehandhaafd worden zonder verdere escalaties of risico's voor hulpverleners? En is in kaart gebracht wat de pakkans is? Volgens mij hebben we geen idee. En wat betekent het voor de handhavingsdruk als het voorstel aangenomen wordt om verenigingen vergunningen te verlenen om vuurwerk af te steken? Wat betekent het voor de handhavingsdruk als grote groepen mensen zich gaan verplaatsen naar evenementen, feesten en horecalocaties? Dit vraagt om extra inzet van politie en beveiliging bij die locaties, wat opnieuw capaciteit weghaalt van het toezicht op vuurwerk. De gemeenten, verenigd in de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de VNG, geven zelf aan dat zij alleen een verbod willen als het handhaafbaar en uitvoerbaar is. Ik hoor graag waar het handhavingsplan is en wat van de VVD, die nu niet in vak K zit, het handhavingsplan is. Hoe gaan ze dit doen? En wie gaat dit betalen; wat zijn de kosten? Volgens mij hebben we geen idee. Ook vraagt dit capaciteit bij het OM, het Openbaar Ministerie, en de rechtspraak. Die krijgen straks een enorme berg werk extra voor vuurwerkgerelateerde feiten. Ik hoor graag of we hier rekening mee hebben gehouden.

Voorzitter. De afgelopen jaren zagen we kilometerslange files aan de Duitse grens, van mensen die daar hun vuurwerk kopen. Aan de grens wordt er wel wat vuurwerk tussenuit gepakt, maar de echt grote partijen, waar criminelen veel geld mee verdienen, komen het hele jaar door naar Nederland. Sterker nog, het begon twee maanden geleden al. Dát moet het kabinet aanpakken. Ik hoor graag van de minister en de staatssecretaris wat zij daaraan gaan doen. Kunnen zij bijvoorbeeld toezeggen dat er nu al verscherpt wordt gecontroleerd aan de grens op het invoeren van illegaal vuurwerk? En wat is het effect van een verbod op de illegale markt? Ik voorzie ook een enorme toename van illegaal vuurwerk, en dus een enorme toename van criminaliteit. Hebben we dat onderzocht? Hebben we hier voldoende rekening mee gehouden? Volgens mij hebben we ook hiervan geen idee. Wat zijn de kosten van de inbeslagname en vernietiging van het illegale vuurwerk dat in beslag genomen gaat worden? Wie gaat dat betalen? Ik voorzie een enorme stijging, maar ook hiervan hebben we volgens mij geen idee. Ik had het er net al over dat de gemeenten zich ook zorgen maken dat er hoge uitvoeringskosten komen die niet vergoed worden. Kunnen de bewindspersonen schattingen geven van die kosten? Kunnen zij ook aangeven of die dan betaald worden aan de gemeenten?

Er wordt telkens verwezen naar de coronajaarwisselingen, toen er een verbod gold. Coronajaarwisselingen zijn onvergelijkbaar met andere oud-en-nieuwvieringen. Tijdens de coronaperiode was er een uitgaansverbod, was er een avondklok en was de horeca gesloten. Toch werd er in de coronaperiode meer illegaal vuurwerk in beslag genomen dan in de jaren daarvoor en daarna. In 2020 werd er 122.815 kilogram in beslag genomen en in 2021 205.904 kilogram, een verdubbeling. In de documentaire van Danny Ghosen over dit onderwerp zeggen illegale vuurwerkhandelaren letterlijk dat zij een omzetstijging van 500% verwachten bij een totaalverbod. Ik weet zeker dat zij de volgende verkiezingen op de VVD gaan stemmen. Als de rest van Nederland dan op ons stemt, ben ik blij.

Dan nog de voorgestelde compensatieregelingen. Op het moment dat een verbod onmiddellijk in werking treedt, dus zonder overgangstermijn, is een grove inschatting van dit kabinet dat er tussen de 100 en 150 miljoen aan compensatie uitgekeerd moet worden. Dit is echt een schijntje. De branche zegt dat de sector een compensatie nodig heeft van 895 tot 950 miljoen euro. Ik ben heel erg benieuwd waar NSC en VVD dit geld vandaan gaan halen. Of gaan zij al deze ondernemers in de kou zetten? Wil de VVD, die zegt voor minder regels te zijn voor ondernemers, die zegt dat de mkb-bedrijven zo belangrijk zijn, die beweert dat bedrijven in Nederland gehouden moeten worden, nu echt deze ondernemers tegen zich in het harnas jagen? Dat is namelijk wat er op dit moment gebeurt.

Voorzitter. In een eerder stadium is er al met de sector gesproken over een meerjarenplan rondom consumentenvuurwerk, zodat de sector toekomstbestendig kon worden. Dit heeft ervoor gezorgd dat veel bedrijven, importeurs en winkeliers fors hebben geïnvesteerd in panden, veiligheidsvoorschriften, personeel, handel enzovoorts. Wat de VVD met haar draai nu dus wil gaan doen, is pure kapitaalvernietiging. Is dat opkomen voor de ondernemers? Door nu een verbod in te stellen blijkt de overheid dus weer compleet onbetrouwbaar te zijn. Dat kan toch niet? Is dat goed bestuur, vraag ik in dit geval aan NSC; dat ga ik zo meteen ook nog doen. Hoe kunnen de VVD en NSC dit doen? Ik snap er echt helemaal niks van. Gezonde mkb'ers worden gewoon kapotgemaakt. Als een meerderheid in de Kamer voor een vuurwerkverbod is, dan zou mijn partij graag zien dat er minimaal een vijfjarenplan opgetuigd wordt, waardoor Nederlanders nog minimaal vijf jaar de tijd hebben om te wennen aan het feit dat de overheid consumentenvuurwerk wil verbannen uit de samenleving. De uitloopkosten voor de overheid zijn dan lager en de branche en ook alle vuurwerkliefhebbers kunnen zich dan voorbereiden op dit verbod. Een abrupt verbod gaat gegarandeerd voor heel veel ellende zorgen. Hoe kijken de initiatiefnemers en de minister hiernaar?

Echt waar. Wij worden overstelpt door wanhopige ondernemers, maar ook door heel veel wanhopige brave burgers die de wanhoop nabij zijn. Ik vind het schandalig hoe hier met één pennenstreek en een flutpotje geld 800 Nederlandse ondernemers, hun gezinnen en hun werknemers worden afgeschreven. Omdat de cijfers die het ministerie in kaart heeft gebracht honderden miljoenen lager liggen dan die van de sector zelf, wil ik vragen om een compensatieregeling door een externe, onafhankelijke partij te laten opstellen.

Voorzitter. Deze coalitie heeft daarnaast in het hoofdlijnenakkoord afgesproken geen nationale regels boven op Europese wetgeving te plaatsen. Dit betekent dat een totaalverbod op vuurwerk ook niet kan. Het besluit van NSC en VVD om nu voor dit wetsvoorstel te zijn, gaat rechtstreeks tegen onze afspraken in. Zolang er in Europa geen totaalverbod is, is een totaalverbod in Nederland een nationale kop boven op Europese wetgeving.

Voorzitter, ik sluit af. Ik heb nog een aantal moties die ik wil indienen. Dat ga ik nu doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er jaarlijks gemiddeld ongeveer 12.000 geweldsincidenten tegen politieagenten worden geregistreerd;

constaterende dat er tijdens de afgelopen jaarwisseling 295 geweldsincidenten tegen agenten hebben plaatsgevonden;

overwegende dat het geweld tegen agenten een breder gedragsprobleem weerspiegelt, dat losstaat van de traditionele vuurwerktraditie in Nederland;

spreekt uit dat een totaalverbod op siervuurwerk geen oplossing biedt voor dit maatschappelijke probleem,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Eerdmans.

Zij krijgt nr. 21 (35386).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de traditie van vuurwerk afsteken tijdens de jaarwisseling sinds 2015 op de nationale inventaris immaterieel cultureel erfgoed staat;

constaterende dat het kabinet heeft aangegeven zelf niet te komen met een landelijk verbod op legaal vuurwerk;

spreekt uit dat het immaterieel erfgoed in Nederland beschermd en gekoesterd dient te worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Eerdmans.

Zij krijgt nr. 22 (35386).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Openbaar Ministerie een strafvorderingsrichtlijn hanteert voor overtredingen en misdrijven bij vuurwerkdelicten;

constaterende dat deze strafvorderingsrichtlijnen lager zijn dan de straffen die mogelijk zijn in het wetboek;

verzoekt de regering om met het Openbaar Ministerie in gesprek te gaan om de strafvorderingsrichtlijnen op te hogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 23 (35386).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een totaalverbod op siervuurwerk zal leiden tot een toename van vuurwerk dat over de grens wordt aangeschaft;

overwegende dat illegale vuurwerkhandelaren zelf aangeven hun omzet te kunnen vervijfvoudigen bij een vuurwerkverbod, wat een enorme toename in criminaliteit betekent;

spreekt uit dat een totaalverbod op siervuurwerk averechts zal werken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Eerdmans.

Zij krijgt nr. 24 (35386).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat een totaalverbod op vuurwerk in Nederland in strijd is met de afspraken in het hoofdlijnenakkoord, waarin is afgesproken geen nationale regels boven op Europese wetgeving te plaatsen;

verzoekt de regering niet over te gaan op een totaalverbod op het afsteken van consumentenvuurwerk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Eerdmans.

Zij krijgt nr. 25 (35386).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb er nog twee en dan ben ik erdoorheen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris van IenW heeft laten weten 100 tot 150 miljoen euro ter beschikking te stellen voor ondernemers wanneer een totaalvuurwerkverbod in werking treedt;

constaterende dat Pyrotechniek Nederland zegt dat de sector een compensatie nodig heeft van 895 miljoen euro bij onmiddellijke inwerkingtreding;

overwegende dat een langere overgangstermijn deze kosten drastisch doet verlagen;

overwegende dat alle ondernemers in de vuurwerkbranche volledig gecompenseerd dienen te worden;

verzoekt de regering, indien het wetsvoorstel door een meerderheid van de Kamer wordt aangenomen, een minimale overgangstermijn van vijf jaar in te stellen en na deze vijf jaar vuurwerkondernemers volledig te compenseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 26 (35386).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het ministerie van IenW heeft berekend dat een compensatie van 100 tot 150 miljoen euro voldoende is bij een totaalverbod op vuurwerk bij onmiddellijke ingang;

constaterende dat de vuurwerkbranche zelf aangeeft tussen de 895 en de 945 miljoen euro compensatie nodig te hebben;

verzoekt de regering een onafhankelijke externe partij een compensatieregeling bij een totaalverbod op vuurwerk op te laten stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 27 (35386).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het nu de beurt aan de heer El Abassi ... Maar meneer Boswijk heeft nog een interruptie. Ga uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
Collega Van der Plas dient een paar heftige moties in. Ik denk dat relatietherapie, misschien met z'n allen in een vuurwerkvereniging, kan helpen. Ze dient ook een paar moties in waarin gezegd wordt dat dit gewoon keihard ingaat tegen het hoofdlijnenakkoord. Wat zijn de consequenties als de bewindspersonen deze motie gaan ontraden of als de andere coalitiepartijen deze moties wegstemmen? Wat gaat er dan gebeuren?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat kan ik nu nog niet vertellen. Ik ga ervan uit dat partijen die zijn gedraaid goed kijken naar de moties en dit binnen hun fracties gaan bespreken. Om te weten wat er dan gaat gebeuren, is op dit moment een glazen bol nodig. Die heb ik niet.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Bikker heeft nog een vraag. Gaat uw gang. Uw laatste aan mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat begrijp ik. Dit is wel een beetje een cobra in dit debat, in de zin dat mevrouw Van der Plas, als ik het goed begrijp, eigenlijk zegt dat in het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat het vuurwerkverbod er niet kan komen. Begrijp ik dat goed? Kan ze dit toelichten? Ik ben namelijk gewoon even benieuwd. Anders hadden we deze hele exercitie niet hoeven doen. Dan was het al veel eerder helder geweest. Dit komt als een duveltje uit een doosje. Ik ben dus wat verrast.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, sorry, dat kan niet als een duveltje uit een doosje komen, want ik heb het al eerder gezegd. Dat is dus niet nieuw. Wij hebben afgesproken: geen nationale koppen boven op Europese wetgeving. Dat is een harde afspraak in het hoofdlijnenakkoord. Nogmaals, wat er daarna gaat gebeuren, kan ik u op dit moment niet vertellen. Het kan namelijk maar zo zijn dat VVD en NSC tussen nu en de dinsdag na komende dinsdag bij de stemmingen zullen zeggen: we zijn hier niet voor. Dan zijn er verschillende opties mogelijk.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Werf nog met een vraag.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik denk dat het belangrijk is om deze vraag nog even wat preciezer te stellen, want het was niet een heel precies antwoord op de vraag van mevrouw Bikker. Heeft deze coalitie nou wel of niet in het hoofdlijnenakkoord afgesproken dat deze wet er al dan niet zou komen?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
In het hoofdlijnenakkoord staat volgens mij niks over een vuurwerkverbod.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat is dan belangrijk, want mevrouw Van der Plas suggereerde net iets over nationale koppen op Europese wetgeving. Ze suggereerde net eigenlijk dat er wel iets over was afgesproken. Misschien is er mondeling een afspraak gemaakt of ligt er ergens een A4'tje in een la dat niet is afgedrukt in een regeerakkoord. Mevrouw Van der Plas begint te lachen, maar zij suggereerde dat net wel degelijk zelf. Ik denk dat andere collega's ook om die reden naar voren komen. Het is goed als zij daar zelf even duidelijkheid over geeft en dat dat niet zo meteen nogmaals wordt gevraagd aan de collega's die met haar in de coalitie zitten.

De voorzitter:
Ik hoor geen vraag. Wilt u kort reageren? Anders heeft meneer Van Nispen nog een vraag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga ervan uit dat mevrouw Van der Werf ook het hoofdlijnenakkoord heeft gelezen en ze niet nu ineens denkt: o jee, er was een hoofdlijnenakkoord en nu hoor ik iets waar ik nog nooit van heb gehoord. Ik heb heel duidelijk gezegd: in het hoofdlijnenakkoord staat dat wij geen nationale regels boven op Europese wetgeving willen zetten. Dat heb ik gezegd. Waar kan dat nog meer voor gelden?

De voorzitter:
We hoeven niet allemaal voorbeelden te hebben.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat we opeens sigaretten uit gaan bannen of dat er in Nederland geen alcohol meer verkocht kan worden. Dat kunnen allemaal regels zijn die boven op Europese regels komen. Het mag ook geen geheim zijn dat ik altijd heb gezegd: zolang hier geen Europese wetgeving voor is, zolang het niet overal in Europa wordt verboden, zie ik dit als een nationale kop op Europese wetgeving.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Werf, laatste keer.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dan is de vraag: interpreteert mevrouw Van der Plas die afspraak of die zin in het coalitieakkoord dan zo dat mevrouw Michon-Derkzen en mevrouw Bruyning het coalitieakkoord breken door dit initiatiefwetsvoorstel te steunen?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
We hebben hier vorige week een ander lid van NSC in een landbouwdebat horen zeggen dat het hoofdlijnenakkoord misschien voor verschillende interpretaties vatbaar is. Daarom zeg ik dat ik niet kan zeggen wat er dan gebeurt. Misschien zeggen zij wel: wij zien dat anders om die en die reden. Ik zeg: het is een nationale kop boven op Europese wetgeving. De fracties gaan straks in overleg over de moties en dat wacht ik af.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker. Dat is hoe het gaat.

De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Van Nispen met een vraag.

De heer Van Nispen (SP):
Ik vond mevrouw Van der Plas tot nu toe heel duidelijk, maar hier vind ik het toch wat cryptisch worden. Moeten VVD en NSC en iedereen die deze coalitie een warm hart toedraagt, zich nou zorgen gaan maken of niet?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, dat probeer ik uit te leggen. Ik zie dit, wij als BBB zien dit als een nationale kop op Europese wetgeving. We hebben hier vaker mee te maken. Dit is helemaal niet nieuw. Er wordt hier over meer dingen gestemd waarvan ik denk dat het een nationale kop is en die een andere partij anders interpreteert. Dan is het interpretabel. Dat kan hier ook het geval zijn. Dit is een motie van BBB. Ik zie het als een nationale kop en ik verzoek de regering het niet te doen. Over de moties wordt over twee weken gestemd en ik wacht af wat de medecoalitiepartijen hierover te zeggen hebben.

De heer Van Nispen (SP):
Dus als NSC en VVD zeggen "wij zien dat anders, want volgens ons is het helemaal geen nationale kop", is er niets aan de hand? Met andere woorden, de mening van mevrouw Van der Plas en haar interpretatie van de afspraken en van wat wel of geen nationale kop is, doen er toch toe? Dat is toch het standpunt van BBB?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kan daar niet op vooruitlopen. Ik heb uitgelegd hoe ik het zie. Er is geen Europese wetgeving op het gebied van een vuurwerkverbod. Ik zie ook dat vuurwerk in het buitenland gewoon verkocht mag worden. Mijn interpretatie van het hoofdlijnenakkoord is dat dit een nationale kop is op Europese wetgeving. Als andere partijen mij ervan kunnen overtuigen dat dat niet zo is, zullen we dat zien. Maar ik ga daar niet op vooruitlopen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat was de derde keer volgens mij.

De heer Van Nispen (SP):
De tweede keer.

De voorzitter:
Sorry, u heeft helemaal gelijk, de tweede keer. De laatste vraag, kort alstublieft.

De heer Van Nispen (SP):
Er zijn niet oneindig veel scenario's. Deze partijen steunen de initiatiefwet wel en de motie niet, of het is andersom. We kunnen wel doen alsof het een hele ingewikkelde als-danvraag is, maar dat valt denk ik wel mee. Het is goed om hier duidelijkheid over te geven, ook voor het debat en voor de verhoudingen in de coalitie, want daar maak ik me hele grote zorgen over. U kent me. Hoe hoog speelt mevrouw Van der Plas dit? Dient ze nu een motie in en zegt ze: je kunt er ook anders naar kijken en als je de motie niet steunt, geen enkel probleem? Of zegt ze: dit is voor mij echt een zwaar punt?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik leg dit ter overweging voor. Dat is wat ik doe. Nogmaals, ik ga niet vooruitlopen op wat hier uitkomt. Misschien wordt het wel zo uitgelegd dat wij zeggen: zo hebben wij het niet gezien. Ik zie het nu wel zo. Dat is de reden waarom ik de motie indien. We gaan het zien. Misschien zeggen VVD en NSC wel: eigenlijk heb je gelijk en moeten we dit niet doen. Dat kan. We hebben nog niet gestemd.

De heer El Abassi (DENK):
Volgens mij staat er in het hoofdlijnenakkoord dat nationale wetgeving niet in strijd mag zijn met Europese wetgeving. Dat is iets anders dan wat mevrouw Van der Plas hier probeert te suggereren, namelijk dat nationale wetgeving een voortzetting moet zijn van Europese wetgeving. Begrijp ik dat goed of bedoelt mevrouw Van der Plas iets anders?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Volgens mij hebben wij afgesproken in het hoofdlijnenakkoord — ik heb het nu niet bij de hand — dat wij geen nationale wetgeving willen boven op Europese wetgeving. Dat heeft een reden. Ik ga geen stikstofdebat voeren, maar we hebben bijvoorbeeld bij stikstofregels gezien dat wij er zo veel extra wetgeving bovenop hebben gelegd dat wij ons land klem hebben gezet, terwijl Europa daar helemaal niet om vraagt. Europa vraagt iets heel anders dan wat wij hier in wetgeving hebben vastgelegd. Die constatering, met alle enorme gevolgen van dien, tot en met het uitkopen van duizenden boeren, wat grote gevolgen heeft en gaat hebben …

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
… is een van de redenen waarom we hebben gezegd dat we dat niet meer moeten doen. Maar het geldt ook voor andere ondernemers, die andere regels hebben dan ondernemers in de rest van Europa. Dat is een grote discussie, ook bij het bedrijfsleven in Nederland. Dat loopt daar constant tegenaan.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. De heer El Abassi nog een vraag?

De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Maar dan heb ik een hele rits van wat Europa niet aangeeft. Europa heeft niet gezegd dat we instellingen moeten gaan bespioneren. Europa zegt bijvoorbeeld dat we strenger moeten zijn richting de boeren. Als we in lijn met Europese wetgeving moeten gaan handelen, moet het kabinet heel andere stappen gaan nemen. Ik zou dit toch aan mevrouw Van der Plas willen vragen, want anders lees ik het hoofdlijnenakkoord helemaal verkeerd. Klopt het dat we iets niet landelijk moeten inbrengen als het niet vanuit EU-wetgeving georganiseerd is? Zo begrijp ik Van der Plas namelijk. Dat zou ik nog één keer willen vragen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, het gaat om nieuwe wetgeving. Je ziet bij stikstof natuurlijk ook al dat de wetgeving bovenwettelijk is, dus boven op de Europese wetgeving. Volgens mij hebben wij het er in het hoofdlijnenakkoord over gehad dat we waar mogelijk bovenwettelijke regelgeving afschaffen, als dat niet in strijd is met verdragen en dat soort dingen. Hier gaat het dus met name over nieuwe wetgeving.

De voorzitter:
Dank u wel. Uw laatste vraag, meneer El Abassi.

De heer El Abassi (DENK):
Mijn laatste vraag inderdaad, voorzitter. Ik had 'm inderdaad zo geïnterpreteerd dat nationale wetgeving niet in strijd mag zijn met Europese wetgeving. Dat vind ik logisch. Dat had wat mij betreft niet eens in het hoofdlijnenakkoord hoeven staan. Dat is gewoon de wet. Nationale wetgeving mag überhaupt niet boven Europese wetgeving komen. Maar als ik 'm zo mag interpreteren dat nationale wetgeving niet ingevoerd mag worden als er geen Europese wetgeving is, dan zijn er wel een aantal andere wetten waarop ik heel kritisch wil terugkomen. Dat zou ik willen zeggen richting mevrouw Van der Plas. Maar ik zou haar toch willen vragen om haar eigen akkoord nog een keer te lezen.

De voorzitter:
Ik hoor niet echt een vraag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoor ook geen vraag; ik hoor een tip.

De voorzitter:
Dan mevrouw Michon-Derkzen met een interruptie. Ga uw gang.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik dacht: laat ik er even duidelijk over zijn. Voor mijn fractie is dit geen nationale kop. Het hoofdlijnenakkoord stelt het als volgt. Ik wil het er even bij pakken, zodat ik het precies zeg, want mevrouw Van der Plas laat zich natuurlijk niet zomaar eventjes overtuigen met halve zinnen. In het hoofdlijnenakkoord staat het volgende, in het hoofdstukje over een goede toekomst voor de land- en tuinbouw, visserij, voedselzekerheid en natuur. Dat hoofdstuk kent mevrouw Van der Plas natuurlijk als geen ander. Daarin staat dat we geen nieuwe nationale kop willen op Europees beleid en dat bestaande koppen zo maximaal mogelijk worden geschrapt. Ik denk dat het ten aanzien van de Europese Pyrorichtlijn goed is om te zeggen dat alle lidstaten beperkingen mogen stellen aan de beschikbaarheid van pyrotechnische artikelen voor het grote publiek, omwille van — dat is ook belangrijk — de openbare orde, de gezondheid of de veiligheid of vanuit het oogpunt van milieubescherming. Dat is dus wat we met deze wet doen. Is mevrouw Van der Plas het dan met mij eens dat wat we hier doen geen nationale kop op Europese wetgeving is? Daarmee is wat mij betreft ook alle mogelijke stress over crises uit de lucht.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zie helemaal geen crisis. We hebben het binnen de coalitie dagelijks over zaken waarover de een toch iets anders denkt dan de ander. Dit is een extraparlementair kabinet. Dit is een vorm die we zelf hebben gekozen, met vier partijen. We hebben van het hoofdlijnenakkoord gezegd: afspraak is afspraak. Alles wat niet in het hoofdlijnenakkoord staat, is een vrije kwestie. Zo hebben we het afgesproken.

De voorzitter:
Dank u wel, dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daarom zeg ik dit. Dit gebeurt natuurlijk vaker. Dat is natuurlijk helemaal niet gek. Wij hebben niet zoals vorige kabinetten een dichtgetimmerd regeerakkoord met 800 punten waar niemand meer onderuit komt. Dat is juist wat we niet meer wilden. We wilden iets meer vrijheid, ook om iedereen zijn eigen politieke kleur te laten hebben. De VVD heeft daar natuurlijk heel veel ...

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, mag het iets korter?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het mag korter, maar ik wil nog even het voorbeeld van wijlen de heer Bolkestein, door mij zeer gewaardeerd, noemen. Hij was een van de eersten die ervoor koos om fractievoorzitter in de Tweede Kamer te zijn, om het kabinet wat meer te controleren, en om geen bewindspersoon te zijn.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Het kan mij niet vaak genoeg over de heer Bolkestein gaan. Maar het is geen kwestie van appreciatie of je iets een nationale kop vindt. Daarom hecht ik eraan te zeggen dat wat we in het hoofdlijnenakkoord hebben afgesproken over nationale koppen ziet op een specifiek hoofdstuk. De Europese Pyrorichtlijn kan beperkt worden op basis van de genoemde gronden. Als je dat als land doet, is er dus geen sprake van een nationale kop, ook al vind je dat dat zo is. Ik denk dat het goed is om dat even te zeggen. Dat betreft dus iets anders dan het mooie extraparlementaire werk dat wij in dit kabinet doen. Daarover ben ik het zeer eens met mevrouw Van der Plas. Hiervan kunt u zeggen dat u die nationale wet liever niet had gehad. Dat mag u vinden. Maar ik wil maar zeggen dat dat geen nationale kop is. Of er een nationale kop is, is geen kwestie van appreciatie. Die is er wel of niet en in het geval van de Pyrorichtlijn is dat niet het geval.

De voorzitter:
Ik hoor geen vraag, dus …

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoor ook geen vraag. Ik wil dan alleen nog afsluiten met dat wij in Nederland heel voorzichtig moeten zijn om alles in dwingende wet- en regelgeving te regelen, want jaren later kan uiteindelijk weleens blijken dat het onuitvoerbaar is. Dat is hoe ik over deze wet denk.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nu de heer El Abassi van de fractie van DENK.

De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dank. Ik ben blij dat de coalitiepartijen hier lekker transparant in het openbaar bediscussiëren wat ze afgesproken hebben in het akkoord.

Voorzitter. Ik hoorde mevrouw Van der Plas aangeven dat ze niet leeft in de Efteling. En gelukkig maar, want ik kom daar graag met mijn gezin. Daarnaast wordt de Efteling gerund door mensen die weten hoe ze de boel moeten runnen. Dus ik zou zeggen: vooral houden zo!

Voorzitter. Mensen die handen verliezen, vingers verliezen, blind worden of zelfs komen te overlijden: deze ellende moet stoppen. Het is verschrikkelijk en hartverscheurend. En daar blijft het niet bij, want ook hulpverleners, brandweermannen, ambulancepersoneel en politie worden aangevallen. Maar ook vrijwillige ouders die met risico voor eigen leven in een hesje de straat op gaan, komen soms oog in oog te staan met hun eigen kinderen of bekenden. Dit is niet uit te leggen.

Ondanks de bestaande gedeeltelijke verboden wordt vuurwerk gebruikt als wapen, wat zorgt voor talloze incidenten. Dit gaat niet alleen over vuurwerk, dit gaat over geweld, over veiligheid, over fatsoen en over een samenleving waarin mensen en dieren gewoon zonder angst het nieuwe jaar in moeten kunnen gaan. Dat is ook de oproep van ziekenhuizen, dierenbeschermingsorganisaties en natuurverenigingen. Ze zien het grote leed dat wordt veroorzaakt en daar kunnen we niet voor wegduiken. Ik begrijp de gevoelens van de 60% van de Nederlanders die voor een algeheel vuurwerkverbod zijn en tegelijkertijd mee moeten betalen aan een prijskaartje van honderden miljoenen euro's.

Voorzitter. Het wetsvoorstel stelt dat een algeheel vuurwerkverbod de handhaving op straat aanzienlijk vereenvoudigt. Volgens de indiener is het dan de vraag hoe het kan. Hoe kan het dat in de hectiek van oudejaarsnacht het onderscheid tussen legaal en illegaal vuurwerk praktisch onmogelijk wordt gemaakt, waardoor de hulpverleners en de politie hun werk niet effectief kunnen uitvoeren?

Voorzitter. Tegelijkertijd benadrukt het wetsvoorstel dat naast de inzet van digitale opsporingsmiddelen en intensieve internationale samenwerking concrete maatregelen moeten worden genomen tegen de import van zwaar illegaal vuurwerk. Dat is een goed begin, maar het brengt mij ook bij een aantal cruciale vragen.

Kan de handhaving van een algeheel vuurwerkverbod echt effectief worden georganiseerd? De politie heeft bijvoorbeeld aangegeven dat het aannemelijk is dat het aantal verdachten van vuurwerkagressie, misstanden en openbareordeverstoringen in het eerste jaar eerder toeneemt dan afneemt door het algehele vuurwerkverbod. Ik zou deze vraag vooral aan de minister willen stellen: kan de minister aangeven hoe hij dit eerste jaar wil opvangen, mocht zo'n verbod er komen?

Voorzitter. Hoe gaat de minister voorkomen dat mensen zich in de toekomst wenden tot illegale handelaren en smokkelnetwerken, mocht dit verbod er komen? Ik hoor graag een reactie van de minister.

Tot slot, voorzitter, de vraag of ik voor of tegen een vuurwerkverbod ben. Persoonlijk vind ik vuurwerk verspilling, gevaarlijk, angstaanjagend voor mens en dier en slecht voor het milieu. Tegelijkertijd ben ik tegen verbieden en voor de vrijheid van de eigen keuze. Ik ben dan ook niet voor een vuurwerkverbod. Ik wil simpelweg dat de ellende die eruit voortvloeit, stopt. En daar stemmen wij voor.

Voorzitter. Ik heb de voorwaarden van de VVD gelezen en dat brengt mij tot een tweetal moties. We hebben namelijk gezien dat ondernemers en importeurs met veel invloed veel meer invloed kunnen uitoefenen, namelijk via brancheorganisaties. Ze hebben internationale lijntjes waarlangs ze hun producten toch wel kwijt kunnen raken. Ze maken relatief gewone winsten als je die vergelijkt met die van kleine ondernemers. Er is ook een grote afhankelijkheid van deze kleine markt. Dat brengt mij bij mijn eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vuurwerkbranche 895 miljoen euro compensatie eist, terwijl de staatssecretaris 100 tot 150 miljoen voorziet bij een onmiddellijk verbod;

overwegende dat compensatie niet grote importeurs ten goede mag komen, terwijl kleinere ondernemers, die afhankelijk zijn van de verkoop aan particulieren, onevenredig hard getroffen zullen worden;

overwegende dat importeurs door hun Europese afzetmarkten minder hinder ondervinden van een verbod, maar desondanks een groot aandeel in de compensatie opeisen;

overwegende dat een onafhankelijke instantie nodig is voor een eerlijke en transparante verdeling van de compensatie over de gehele keten;

verzoekt de regering om te voorkomen dat compensatiegelden onevenredig ten goede komen aan grote importeurs, maar deze eerlijk te verdelen via een onafhankelijke instantie die ook kleinere ondernemers betrekt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 28 (35386).

De heer El Abassi (DENK):
En dan mijn laatste, wat kortere motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de nationale vuurwerkshow op de Erasmusbrug in Rotterdam jaarlijks een veilig, professioneel en feestelijk alternatief biedt voor particulier vuurwerk;

overwegende dat een centraal georganiseerde vuurwerkshow bijdraagt aan het verminderen van overlast, letsel en schade rond de jaarwisseling;

overwegende dat bij verdere inperking of een verbod op consumentenvuurwerk het belang van een gedeelde nationale viering alleen maar toeneemt;

verzoekt de regering te garanderen dat de nationale vuurwerkshow in Rotterdam blijft bestaan en dat deze wordt bekostigd uit rijksmiddelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 29 (35386).

De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dat was het.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu naar de laatste bijdrage van de zijde van de Kamer: mevrouw Bruyning namens de fractie van NSC.

Mevrouw Bruyning (NSC):
Dank, voorzitter. Oud en nieuw en het afsteken van vuurwerk. De fractie van Nieuw Sociaal Contract vindt dit een mooie traditie. Nieuw Sociaal Contract streeft een vuurwerkverbod dan eigenlijk ook niet na. Maar mijn fractie is niet blind en ook niet doof. De vuurwerktraditie is een traditie geworden die niet meer veilig kan plaatsvinden. De afgelopen jaren hebben laten zien dat de risico's voor politie, brandweer en hulpverleners te groot zijn. Ook het aantal gewonde en zelfs dodelijke slachtoffers neemt ieder jaar toe. Mijn fractie kan en wil haar ogen hier niet voor sluiten.

Het is te betreuren dat de maatschappij is veranderd in een maatschappij waarin een veilige jaarwisseling met het afsteken van vuurwerk niet meer mogelijk is. De nog altijd in Nederland bestaande gezagscrisis komt ook hier om de hoek kijken. Maar wij moeten onze politiemensen, brandweerlieden en hulpverleners beschermen, ook als dit betekent dat onze mooie vuurwerktraditie van vorm moet veranderen.

Mijn fractie heeft een aantal vragen aan de regering. Mijn fractie vindt het in het belang van de handhaving van het vuurwerkverbod dat er duidelijke afspraken worden gemaakt met onze buurlanden, zodat Nederlanders geen vuurwerk kunnen kopen in deze buurlanden. Kan de regering afspraken maken met onze buurlanden zodat Nederlanders geen vuurwerk meer kunnen kopen in onze buurlanden? En hoe kijkt de regering aan tegen het uitvoeren van meer grenscontroles, zodat vuurwerk niet alsnog vanuit onze buurlanden Nederland binnenkomt?

Ook heeft mijn fractie vragen over het amendement van de leden Bikker, Stoffer en Boswijk, en van mevrouw Van der Werf. Het amendement spreekt van "georganiseerde groepen burgers welke zich tot de gemeente kunnen wenden voor een ontheffing". Mijn fractie vindt het belangrijk dat er geen rechtspersoonlijkheid vereist is om voor een ontheffing in aanmerking te kunnen komen. Het moet ook voor een informeel georganiseerde buurt-, dorps- of straatcommissie mogelijk zijn om een ontheffing te krijgen. De fractie van Nieuw Sociaal Contract heeft hierover de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de traditie om samen de jaarwisseling te vieren in een buurt of dorp gekoesterd moet kunnen worden;

overwegende dat bij een mogelijke uitzondering op het vuurwerkverbod zo veel mogelijk tegemoet moet worden gekomen aan het in stand houden van de sociale cohesie;

constaterende dat in sommige dorpen of buurten geen verenigingen zijn die zijn georganiseerd als rechtspersoon;

verzoekt de regering om bij de uitwerking van de algemene maatregel van bestuur geen rechtspersoonlijkheidsvereiste op te nemen, waardoor het ook voor informeel georganiseerde buurt-, dorps- of straatcommissies mogelijk wordt om een ontheffing te krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bruyning.

Zij krijgt nr. 30 (35386).

Mevrouw Bruyning (NSC):
En hij ligt daar. Sorry, voorzitter. Foutje.

De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van de zeer behulpzame heer Boswijk, die de motie van NSC even komt brengen.

De heer Boswijk (CDA):
Ik heb 'm niet geschreven, maar ik heb er wel een vraag over. Allereerst complimenten ook aan NSC. Ik hoor de moties naar aanleiding van het amendement van collega Bikker en anderen. Nu hoor ik ook NSC zeggen: we willen het informeel houden, zodat je je niet bij de KVK hoeft in te schrijven enzovoort. Hoe wil NSC het dan wel organiseren? Je moet natuurlijk uiteindelijk wel een centraal aanspreekpunt hebben waar je je vergunningen, je verzekeringen enzovoort kan organiseren. Als dat niet met een vereniging of stichting gaat, dan wordt het wel een beetje los zand. Ik ben dus wel heel benieuwd wat het idee van NSC is, wat het alternatief dan zou zijn. Stel dat de motie het niet zou halen. Is dat randvoorwaardelijk voor NSC om uiteindelijk wel het wetsvoorstel en het amendement te steunen?

Mevrouw Bruyning (NSC):
Dank voor de vraag, collega. laten we even goed nadenken over hoe we het voor ons zien. NSC ziet eigenlijk inderdaad een vereniging en een stichting voor zich. Dat staat in het amendement. Tegelijkertijd zie je ook in kleine buurten of in kleine dorpen dat je los van een vereniging of een stichting ook weleens straatcommissies hebt. Gemeenten zouden dus die straatcommissies, die dus ook al gewoon heel lang bestaan en goed werk doen in de buurt, allicht gelijk kunnen stellen aan verenigingen en stichtingen, zodat ze op die manier een kans zouden kunnen maken op een vergunning. NSC vindt dus ook niet dat dat per se als los zand beschouwd kan worden en dat het wel aandacht verdient om eventueel meegewogen te worden in de uitwerking van het amendement.

De voorzitter:
Dank u wel. Nog een vervolgvraag?

De heer Boswijk (CDA):
De tweede helft van mijn vraag was: stel dat de motie en het amendement het niet halen, hoe staat NSC er dan in? Moet deze motie het halen? Is dat randvoorwaardelijk voor de steun voor de rest?

Mevrouw Bruyning (NSC):
Nou ja, de randvoorwaarde voor …

De voorzitter:
Mevrouw Bruyning.

Mevrouw Bruyning (NSC):
Dank u, voorzitter. Sorry, ik begon al met praten. De randvoorwaarde voor NSC is dat het gevoel van het samen beleven en het samen vieren wel echt mogelijk blijft. Wij vinden dat je daar met deze motie net iets meer ruimte in creëert dan het amendement nu toelaat. We willen dus ook wel deze motie als richting geven bij de uitwerking van het amendement. Ik kan nu nog niet zeggen — de moties moeten natuurlijk nog besproken worden — of de kans of die het haalt of niet echt van invloed gaat zijn op hoe we er nu in staan.

De voorzitter:
Dank u wel. Laatste vraag, kort.

De heer Boswijk (CDA):
Een andere motie, van collega Van der Plas, werd gedropt als een lawinepijl. Inmiddels is er denk ik een soort gillende keukenmeid van overgebleven. We weten niet helemaal welke consequentie het nou heeft. Is het nou tegen het hoofdlijnenakkoord, ja of nee? En, zo nee, verbinden we er dan consequenties aan, ja of nee? Het is een beetje vaag. Ik denk dat dat de eigen motie ondermijnt. Maar goed, dat terzijde. Vindt NSC dat het steunen van dit wetsvoorstel tegen het hoofdlijnenakkoord is en laten ze zich beïnvloeden door deze motie?

Mevrouw Bruyning (NSC):
Ik heb gehoord wat collega Van der Plas heeft gezegd. Zij heeft ook aangegeven in haar spreektekst dat het gaat om het interpreteren van het hoofdlijnenakkoord. Tegelijkertijd heeft collega Michon-Derkzen net heel netjes een uitleg gegeven aan de interruptiemicrofoon en dat is waar NSC zich achter kan scharen. Dus nee, het is geen schending van het hoofdlijnenakkoord. Zo bekijken wij dat absoluut niet.

De heer Boutkan (PVV):
Dank aan collega Bruyning voor haar inbreng. Ik las dat mevrouw Bruyning toen ze uit de fractiekamer kwam en de pers te woord stond, zei: "Wij spreken ons niet uit over de compensatie. Dat is een punt van de VVD. Wij kijken er reikhalzend naar uit hoe ze dat gaan uitwerken en dat bespreken we dan weer in de fractie." Maar u heeft toch als fractie wel een idee over hoe die compensatie eruit moet gaan zien? Zitten we dan aan die 50 tot 150 miljoen euro als ondergrens of aan die 895 miljoen die zeg maar door de branche werd opgehoest?

De voorzitter:
Dank.

De heer Boutkan (PVV):
En in aansluiting daarop, gelijk een vraag.

De voorzitter:
Nou, één vraag per keer.

De heer Boutkan (PVV):
Nou ja, goed. Laat ik het even …

De voorzitter:
Mevrouw Bruyning.

Mevrouw Bruyning (NSC):
Graag in tweeën. Dank u wel dat u op mij let, voorzitter. Ik hoor wat de collega aangeeft en ik hoor ook de vraag. Tegelijkertijd is het inderdaad een voorstel of een randvoorwaarde die de VVD heeft gesteld. Er zijn net in het debat hele scherpe vragen gesteld over de eventuele compensatie, hoe die eruit zou moeten zien en waar de berekening op gebaseerd is of wat het fundament is van die berekening. Ik wacht dan ook graag de beantwoording van de regering/het kabinet daarop af.

De heer Boutkan (PVV):
U wacht dat af, maar een uitbetaling van een schade of compensatie moet ergens van betaald worden. Het komt uit de lengte of uit de breedte bij dit kabinet. Dus hoe kijkt NSC er dan naar, als nu al een motie wordt ingediend dat een compensatie volledig uit het budget van IenW moet gaan komen ? Is dat al van tevoren afgesproken onderling of zie ik nu misschien spoken?

Mevrouw Bruyning (NSC):
Nou, ik denk dat de collega eerlijk gezegd misschien gewoon heel veel vuurwerk ziet in plaats van spoken. Er is absoluut niks van tevoren afgesproken. Daar kan ik mij ook niet over uitspreken, want daarvan ben ik niet op de hoogte. Tegelijkertijd, nogmaals, zijn er net hele scherpe vragen gesteld. Ik wil de beantwoording daarvan graag afwachten. De motie die ingediend is, moet ook nog geapprecieerd worden, dus om als fractie zorgvuldig te werk gaan en alles in overweging te nemen, wil ik dat graag afwachten.

De voorzitter:
Meneer Boutkan, een laatste korte vraag?

De heer Boutkan (PVV):
We laten het hierbij, voorzitter.

De voorzitter:
Heel goed. Mevrouw Van der Plas heeft nog een interruptie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dank u wel. Ik wou nog even terugkomen op het boomergrapje van de heer Boswijk, over de lawinepijl en gillende keukenmeid.

De voorzitter:
Sorry, mevrouw Van der Plas, het is best wel laat. We hebben ook nog een beantwoording. We gaan niet reageren op opmerkingen van andere Kamerleden. Ik wil graag een vraag voor mevrouw Bruyning.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat ging ik nu doen.

De voorzitter:
Heel fijn.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Want ik ging mevrouw Bruyning even bedanken voor haar toelichting op de reactie op het boomergrapje van de heer Boswijk. Dat wilde ik gewoon even doen.

Ik heb wel nog een vraag over een motie. Mevrouw Bruyning vraagt hier, wat op zich heel sympathiek is, of het ook voor informeel georganiseerde buurt-, dorps- of straatcommissies mogelijk wordt om een ontheffing te krijgen. Maar ik vraag me wel een beetje af: hoe denkt mevrouw Bruyning dit te gaan doen? Er zijn honderdduizenden straten in Nederland. Als die allemaal een vergunning gaan aanvragen bij de gemeente, dan wens ik de gemeentes en de ambtenaren veel succes. Ik vind het sympathiek, hoor. Maar is dit uitvoerbaar?

Mevrouw Bruyning (NSC):
Zoals ik net al meerdere keren heb aangegeven, is de motie richtinggevend voor wat NSC zou willen zien in de uitwerking van het amendement. Tegelijkertijd is het amendement nog niet uitgewerkt. Dat moet nog gebeuren. De collega vraagt hoe NSC daartegen aankijkt. NSC denkt dat burgemeesters en gemeentes heel goed weten wat er in hun buurten en in hun gemeente gebeurt, en dat zij op basis daarvan wel kunnen inschatten welke straatcommissies of informele andere soorten wel of niet een vergunning zouden kunnen krijgen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat begrijp ik. Maar nogmaals, er zijn honderdduizenden straten in Nederland. Ze kunnen misschien dus wel die inschatting maken vanuit hun gemeente, maar die vergunning moet wel worden aangevraagd. Een ambtenaar, of misschien wel meerdere ambtenaren, moet dat wel gaan doen. Als deze motie het gaat halen, denk ik dat een heleboel van die straten denken: dat gaan we doen, dat is leuk. Dan wordt dat wel een behoorlijk ding bij de gemeenten. Die zijn al overbelast, maar die raken dan toch helemaal overbelast?

Mevrouw Bruyning (NSC):
Ik hoor wat collega Van der Plas zegt, dat er honderdduizend straten zijn. Maar naar mijn weten zijn er niet honderdduizend straatcommissies. Ik denk ook wel dat het logisch is — ik hoop dat mevrouw Van der Plas NSC een beetje kent — dat er bij de uitwerking van het amendement sowieso extra regels komen. Een straatcommissie die vorige week begonnen is, kan niet zomaar zo'n ontheffing aanvragen. Je gaat het amendement dus verder uitwerken en gaat kijken naar voorwaarden waarop effectiviteit, haalbaarheid, realiseerbaarheid en al dat soort dingen toegespitst zijn.

De voorzitter:
Een laatste korte vraag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, een laatste korte vraag, toch nog eventjes. Ik zei: honderdduizenden straten. Het zijn er dus niet honderdduizend, maar honderdduizenden. Die hebben nu misschien niet allemaal een straatcommissie, maar als ze deze motie zien en die gaat het halen, dan komen er misschien wel honderdduizenden straatcommissies. Nogmaals, ik vind het sympathiek, want ik vind het prima als mensen vuurwerk afsteken. Ik vraag me alleen even af hoe de uitvoerbaarheid dan gaat zijn en of daarover is nagedacht.

Mevrouw Bruyning (NSC):
Zoals ik net al heb aangegeven: het amendement moet nog worden uitgewerkt. Dit is wat NSC graag zou willen zien. De collega zei inderdaad "honderdduizenden straten" en niet "honderdduizend". Excuses, ik corrigeer me even. Nog steeds zijn er dan geen honderdduizenden straatcommissies. Maar dat terzijde. Ik denk het wel uitvoerbaar zou kunnen zijn wanneer er extra regels gemaakt worden en er extra kader- of normstellend wordt gewerkt.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. De initiatiefnemers en het kabinet hebben aangegeven twintig minuten nodig te hebben om de beantwoording voor te bereiden. Ik constateer daarmee wel dat we voorbij de 23.00 uur zullen gaan. Misschien wordt het nog wel veel later. Ik wil even checken of dat wel akkoord is met iedereen in de zaal. Ik zie geen bezwaren. Dan gaan we nu twintig minuten schorsen. We beginnen weer om 22.40 uur.

De vergadering wordt van 22.19 uur tot 22.40 uur geschorst.

De voorzitter:
Hierbij heropen ik deze zitting van de Tweede Kamer. Aan de orde is een voorstel van wet over een vuurwerkverbod voor consumenten. We zijn aangekomen bij de termijn van de zijde van de initiatiefnemers en het kabinet. Gezien het tijdstip stel ik voor dat de beantwoording in blokjes gaat, dat we aan het einde van een blokje de interrupties doen en dat we ongeveer zes interrupties als richtlijn aanhouden. Ik roep u op om zowel de interrupties als de beantwoording kort en krachtig te doen. Ik geef graag het woord aan de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Kort en krachtig: dat is onze specialiteit, denk ik. Veel dank aan de collega's hier in het parlement voor hun bijdrage vandaag, maar vooral ook voor hun opstelling de afgelopen tijd. Ik zal daar zo dadelijk wat nader op ingaan. Eerst wil ik aangeven op welke wijze collega Ouwehand en ik de beantwoording ter hand zullen nemen. Ik zal zelf de vragen die zijn gesteld over de kosten en de inwerkingtreding van het wetsvoorstel voor mijn rekening nemen en ik zal ingaan op de amendementen. Collega Ouwehand zal ingaan op de handhaving en de gedragseffecten en daarbij ook ingaan op de vragen die zijn gesteld rondom Ierland.

Wij zijn hier allemaal passanten. Dat vind ik altijd een hele geruststellende gedachte. Soms is het heel irritant, een voorzitter die zegt "wilt u via de voorzitter spreken". Maar daar zit iets achter. Het gaat niet over de persoon. Het gaat niet over mevrouw Ouwehand, meneer Klaver, meneer Boswijk of meneer Krul. Het gaat over de functie die we hier bekleden. Hopelijk blijven onze daden hier achter nadat wij allang weg zijn. Voor één collega geldt dat in ieder geval. Haar naam is al genoemd: Stieneke van der Graaf. Zij was erbij toen we de eerste termijn in de Kamer behandelden. Zij kwam met de basis van het amendement zoals dat er nu ligt. Voor haar geldt dat zij inmiddels niet meer in deze Kamer zit, maar dat haar daden er nog steeds zijn. Het is mooi dat het werk dat zij gestart is en dat is overgenomen, nu kan bogen op een meerderheid.

Ik kan me nog goed herinneren dat ze bij me kwam en vertelde over het amendement. Ik was daar best een beetje kritisch over: "Verdorie, waarom doe je dit nou? Dit maakt het minder makkelijk handhaafbaar. Het is ingewikkelder." "Ja", zei ze, "dat is wel zo, maar we moeten ook rekening houden met wat er speelt in de samenleving. Kan je een nieuwe traditie vormgeven?" Dat waren woorden waarvan ik toen nog dacht "het zal wel", maar ze had gewoon gelijk. Ik vind het mooi om te zien dat als je op de inhoud bezig bent, het ook lang nadat je het parlement hebt verlaten nog steeds kan gaan over het werk dat je hier hebt gedaan. Ik hoop dat dat een inspiratie mag zijn voor ons allemaal hier in het parlement.

Ik heb echt genoten van deze wetsbehandeling. Die heeft lang geduurd; we zijn er al heel vroeg mee begonnen. Maar ik denk dat we met goede reden hebben gewacht. Mevrouw Van der Werf vond het ook niet zo'n goed idee. In een eerdere behandeling gaf u aan: laten we nog even kijken hoe het in de praktijk gaat en nog wat meer tijd nemen. Toen u dat zei, dacht ik: dat moeten we niet hebben, we moeten door. Toch denk ik dat het verstandig is dat we hebben gewacht en dat we nog hebben gekeken naar hoe het in de praktijk gaat en dat we daarmee partijen de ruimte hebben gegeven om tot andere inzichten te komen. Ik vind het echt heel knap dat politieke partijen dat hebben gedaan. Uiteindelijk zitten we niet voor onszelf of voor onze politieke partijen in dit parlement, maar zitten we hier om te doen wat nodig is en ook besluiten te nemen die niet leuk zijn.

Een vuurwerkverbod is niet leuk. Ik heb ook maar weinig mensen met plezier in de stem horen zeggen daartoe over te gaan. Maar het is nodig, gelet op alles wat er in de samenleving gebeurt en waar onze hulpverleners om vragen. Ik ben dan ook heel blij met de stappen die verschillende fracties in dit huis hebben gezet en dat er een meerderheid voor dit wetsvoorstel gloort. We doen dit voor al die hulpverleners die een veilige jaarwisseling verdienen.

Er zijn een aantal vragen gesteld. Op een gegeven moment werd gesproken over dit jaar of volgend jaar als moment waarop het zou moeten ingaan en werd er gezegd: wat maakt het uit? Wat de indieners betreft maakt dit nogal veel uit. De problemen die er met de jaarwisseling zijn, kunnen wat ons betreft echt niet langer wachten. Het vuurwerkverbod moet zo snel mogelijk ingaan. Wij zouden het liefste zien dat het de aankomende jaarwisseling al ingaat. Daarom hebben wij dat ook zo in de wet opgeschreven. Ik snap collega's hier in het parlement die zeggen: ons gaat het om de inhoudelijke eisen die we stellen; die staan voor ons centraal. Maar laat ik ook helder zijn. Als het niet het komende jaar al ingaat, zal dat niet zonder consequenties zijn. Als we het niet al kunnen laten ingaan, zullen de gevolgen voor de hulpverleners zijn, voor al die politieagenten die diensten moeten draaien. Als dit wetsvoorstel niet kan ingaan bij deze jaarwisseling, is dat dus niet zonder prijs. Daarom vinden wij dat we er alles aan moeten doen om ervoor te zorgen dat dat wél gebeurt.

Ik heb de Kamer goed gehoord: er moet echt aan eisen worden voldaan. Mevrouw Michon-Derkzen ging daarin voorop. Dat begrijpen wij heel goed, maar we hopen wel dat de eisen die er liggen, zo snel mogelijk kunnen worden uitgewerkt. Ik heb daar verder ook geen belemmeringen voor gehoord. Althans, die hoorde ik wel en daar zal ik zo dadelijk op ingaan, maar wij hopen dat het mogelijk is om zo snel mogelijk bijvoorbeeld ook de algemene maatregel van bestuur ter hand te nemen, om ervoor te zorgen dat dit allemaal zo snel mogelijk wordt uitgewerkt.

Ik denk dat het daarom het handigst is om gelijk in te gaan op het amendement van de VVD-fractie, op stuk nr. 16. Ik pak het er even bij. In dit amendement wordt om een aantal zaken gevraagd. Ik ga kort in op de extra inzet op handhaving. De indieners hebben al eerder aangegeven dat zij het ermee eens zijn dat die inzet er moet komen. De minister heeft daar ook op geantwoord en hij zal daar straks in zijn beantwoording vast nog verder op ingaan. Het is nodig dat er extra wordt gehandhaafd op dit vuurwerkverbod en daarmee dus ook op al het illegale vuurwerk dat er is. Om dit gelijk aan te grijpen: er werd ook gevraagd waarom dit vuurwerkverbod er moest komen aangezien illegaal vuurwerk blijft bestaan. Kijk, een van de zaken die de politie heeft aangegeven, is dat het van het grootste belang is dat dit verbod er komt omdat daarmee de handhaving überhaupt, dus ook van het illegale vuurwerk, voor hen gemakkelijker wordt omdat er meer eenduidigheid is. Het is voor een diender op straat heel moeilijk om te zien of iemand een cobra vastheeft of een Romeinse kaars. Pas als die aangaat, zie je wat het is, en dan is het vaak al te laat. We hopen dus ook dat dit vuurwerkverbod gaat helpen bij de verdere handhaving.

Daarmee zijn niet alle problemen opgelost. Dat wil ik ook gelijk zeggen. Een aantal mensen hier hebben dat ook gezegd, en daar zal mevrouw Ouwehand verder op ingaan. Wij willen op geen enkele wijze doen alsof dit wetsvoorstel er in één keer voor gaat zorgen dat alles veilig wordt en dat er nooit meer iets mis zal gaan met oud en nieuw. Maar het wordt wel een stuk veiliger.

Dan is er aangegeven dat het amendement van mevrouw Bikker en andere ondertekenaars zo snel mogelijk moet worden uitgewerkt. Ik heb ook een motie gezien van mevrouw Bikker. Het is niet aan mij om de moties te becommentariëren, maar ik kan me er wel goed in vinden, zeg ik ook richting de staatssecretaris, om te proberen om alvast een proeve van een AMvB verder uit te werken, om geen tijd te verliezen. Uiteindelijk moet er een goed vuurwerkverbod liggen, dat handhaafbaar en uitvoerbaar is, maar ik hoop dat u ook allemaal begrijpt dat de indieners graag zien dat dit met spoed wordt opgepakt en het de komende jaarwisseling kan ingaan. Als er inhoudelijke redenen zijn waardoor dat niet zou kunnen en waardoor het onverantwoord zou zijn om het te laten ingaan, begrijpen wij heel goed dat het een jaar later wordt. Maar we hopen echt dat dat koste wat het kost voorkomen kan worden. Dat is echter niet aan de indieners van het wetsvoorstel. Dit is een uitvoeringskwestie, dus dit ligt bij het kabinet.

Er zijn ook een aantal vragen gesteld in de interruptiedebatten. Die zijn dus niet per se aan ons gesteld maar ik wil er wel op ingaan, omdat collega's die onder dit amendement staan, de maat werd genomen. Er werd gezegd: u weet nog helemaal niet hoe dit gaat werken. Dat klopt, omdat het in lagere wetgeving moet worden uitgewerkt. Dat is heel gebruikelijk en het geeft ruimte om dit goed en secuur te doen. Het extra slot op de deur van mevrouw Michon-Derkzen is nogal een slot. Het gebeurt niet vaak dat er zo'n amendement op een wet op de ingangsdatum wordt ingediend. Daarmee heeft de Kamer echt nog de mogelijkheid om te kijken of er aan deze voorwaarden is voldaan.

Dan komen we bij de compensatie van de branche. Ook dat moet verder worden uitgewerkt. Daar zal de staatssecretaris zo dadelijk wat verder op ingaan, maar er zijn ook vragen gesteld aan de indieners. Er is gevraagd hoe wij daarnaar kijken, wat wij daarvan vinden. Allereerst denk ik dat niet zozeer wij maar wel het ministerie echt tekort werd gedaan met "er is maar een slag in de lucht gedaan over wat dit zou betekenen". Er is goed gekeken naar wat het ongeveer zou kunnen betekenen. Het kost zo'n 100 tot 150 miljoen. Dat de branche een veel hoger bedrag noemt, lijkt mij evident. Dat zou ik ook doen als ik de branche was. Dat vind ik dus niet zo raar. Uiteindelijk zal er worden onderhandeld om te kijken: wat is redelijk en hoe kom je hieruit? Het bedrag dat wordt genoemd, is in mijn ogen buitenproportioneel hoog. Neem ik het ze kwalijk dat ze dit noemen? Nee, natuurlijk niet. Als je gaat onderhandelen, zet je hoog in.

Ik denk dat het bedrag waar wij naar hebben gekeken dichter in de buurt van de waarheid ligt. Tussen de kosten en de invoeringsdatum zit ook een verband. Het is niet alleen de vraag hoeveel wij zouden willen geven aan deze branche. Ik heb warme woorden gehoord hier in de Kamer over dat we die zo ruim mogelijk moeten compenseren, maar we hebben hier ook gewoon potentieel te maken met staatssteun. Je kan niet eens ongelimiteerd geld geven. Ik denk dat allerlei oproepen om dit door onafhankelijke instituten te laten doen er zelfs toe zouden kunnen leiden dat de compensatie misschien wel lager zal zijn. Want er zitten echt wel belemmeringen aan staatssteun. Daar moet je je echt niet in vergissen. Hoe langer het duurt voordat we het invoeren, hoe lager de compensatie potentieel zou kunnen zijn.

Dat wat betreft … Ik heb gezegd dat ik het in blokjes doe, maar ik merk dat ik eigenlijk een aantal dingen organisch in elkaar laat overlopen, omdat het allemaal met elkaar samenhangt, zeg ik even, voorzitter. Dus mochten er interrupties zijn, dan is het wel eerlijk dat die … U gaat over de orde.

De voorzitter:
Die doen we dan aan het einde van al uw blokjes. Is dat …

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat mag ook. U gaat over de orde.

De voorzitter:
Nou, toch een interruptie dan van de heer Eerdmans.

De heer Eerdmans (JA21):
Nou, het kan kort. Even over de compensatie. Er is nu al 10 miljoen kilo vuurwerk ingeslagen voor komend jaar, geloof ik. Als dat verbod nu doorgaat, dan moet dat worden vernietigd. Het kan niet worden doorverkocht, begrijp ik. De regels in andere landen zijn dermate anders, dat dat vuurwerk dan in de oven moet. Dat kost geld. Dat kun je gewoon uitrekenen, toch? Dat heeft volgens mij dan weinig te maken met staatssteun, want die mensen …

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, zeker.

De heer Eerdmans (JA21):
Precies. Die mensen gaan ten onder. Het is dus gewoon compensatie. De vraag is: is de indiener het ermee eens dat dat gecompenseerd moet worden?

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Zeker.

De heer Eerdmans (JA21):
Die mensen hebben gewoon voor niks die voorraad aangelegd.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Het is heel helder: als er voorraden zijn, moet dat gecompenseerd worden. Maar ik weet niet wat de waarde van de huidige voorraad is. We hebben dit wel eerder meegemaakt. We hebben een precedent. In coronatijd is namelijk te elfder ure — ik meen echt in november of december — besloten dat er een vuurwerkverbod zou komen. Toen is er 40 miljoen aan compensatie gegeven. Als je het hebt over de ordegrootte, dan is dat wat er toen is gebeurd. Toen is er ook gecompenseerd. De voorraden zijn toen vergoed, en toen ging het over zo'n bedrag.

De heer Eerdmans (JA21):
Dan zegt de heer Boutkan terecht: nu is het definitief, hè. In de coronatijd hebben we de bedrijven geholpen op weg naar de toekomst. Dit is de weg naar het einde.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Daarom is het bedrag dat we nu noemen hoger dan die 40 miljoen tijdens corona. Zo'n compensatie zal bestaan uit verschillende onderdelen. Er zal namelijk betaald worden voor de voorraden die er zijn, maar er zal ook een stuk nadeelcompensatie in zitten. De nadeelcompensatie zal lager zijn naarmate de overgangstermijn langer is. Mevrouw Van der Werf heeft ook al terecht gesteld: het is niet zo dat mensen niet konden verwachten dat dit verbod er zou komen. Ik vind dat er gecompenseerd moet worden en dat dat ruimhartig moet gebeuren, maar wat er nog wettelijk kan, is een dun lijntje om over te lopen. De staatssecretaris zal daar verder op ingaan. Waarom ik er nu toch op inga, is om aan te geven waarom wij als indieners denken dat het bedrag dat we hebben genoemd, meer is dan zomaar een bedrag. Daar is zo goed mogelijk naar gekeken. Uiteindelijk zal dit de uitkomst van een onderhandeling zijn.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Maar dat ligt niet bij de indieners; dat ligt bij het kabinet.

Dat wat betreft het amendement van mevrouw Michon-Derkzen. De indieners kunnen zich dit dus goed voorstellen. Het is niet wat wij zelf zouden willen. Maar ook gelet op de brede ondertekening, snappen wij heel goed dat de Kamer hiertoe over wil gaan.

Dan het amendement van mevrouw Bikker.

De voorzitter:
Maar eerst een vraag van de heer El Abassi.

De heer El Abassi (DENK):
Inderdaad, voorzitter. Ik wil toch even inhaken op het staatssteungedeelte. Ik zie dat heel anders. Ik zie dat er ondernemers zijn die gecompenseerd worden en niet eens genoeg gecompenseerd worden. We zijn allemaal bericht door ondernemers. Ik heb een voorbeeld van een ondernemer die zegt: ik huur een loods voor €18.000 per jaar en ik heb een huurovereenkomst voor vijf jaar. Ik kan me niet voorstellen dat die vergoeding daarbij in de buurt komt, maar die ondernemer moet dit wel gaan betalen. Ik vind het niet eens op staatssteun lijken als de overheid dan zegt: joh, door ons lijd je heel veel schade en dus gaan we je deels compenseren. Kan de heer Klaver uitleggen waarom hij bijvoorbeeld in het geval dat ik net noemde, toch wel een vorm van staatssteun ziet?

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, dat kan ik niet, omdat ik dit voorbeeld niet ken en omdat het niet voldoende is uitgewerkt. Ik zeg het in algemene termen; het gaat over reële kosten. Ik bedoel te zeggen dat we niet zomaar een bedrag verzinnen en dat dat dan is wat we uitkeren. Dat bedrag moet reëel zijn en ergens op gebaseerd zijn. Daarbij spelen verschillende facetten een rol. Maar ik kan niet ingaan op dit voorbeeld en zeggen of dat zou gaan over staatssteun of niet.

De voorzitter:
Een vervolgvraag, meneer El Abassi?

De heer El Abassi (DENK):
Eens. Ik kan me voorstellen dat we niet één voorbeeld kunnen gebruiken voor iedereen. We kunnen er wel voor zorgen dat de mensen uit al die voorbeelden de mogelijkheid hebben om iets in te dienen. We kunnen van tevoren zeggen dat we hun wel redelijk tegemoet willen komen. Bij mij gaat het met name om de ondernemers in dit land, niet om de importeurs die wereldwijd werken. We kunnen zeggen "laten we voor hen met een reële compensatie komen" en daar iets aan koppelen. Ik ben ook benieuwd hoe de staatssecretaris of de minister daarover denkt.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat er een goede compensatie moet komen, is volgens mij iets wat breed in deze Kamer leeft. Volgens mij vindt het kabinet dat ook, maar dat kan het straks zelf veel beter verwoorden dan ik. De indieners vinden dat ook. Dat is iets wat verder moet worden uitgewerkt. Daarom snap ik het amendement van de VVD heel goed. Daarmee wordt ook gezegd dat zij snappen dat dit verder moet worden uitgewerkt en dat zij dat gaan beoordelen als dat voorligt. Ik probeerde gewoon iets van een context te schetsen — hoe zou zo'n compensatie moeten plaatsvinden? — voordat je het idee krijgt dat we maar wat doen. Wij zouden 100 tot 150 miljoen een fijn bedrag vinden, anderen 800 miljoen. Daar gaat een hele werkelijkheid achter schuil.

De voorzitter:
Meneer Klaver, u vervolgt uw betoog.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik heb al gezegd dat we in het begin helemaal niet enthousiast waren over het amendement van mevrouw Bikker. En nog steeds heb ik er soms dubbele gevoelens bij. Dat zeg ik gewoon even in alle eerlijkheid. In het parlement zijn we namelijk soms ook goed in het ingewikkeld maken van de uitvoering. Dit amendement maakt de uitvoering niet makkelijker, want we moeten ervoor gaan zorgen dat uitzonderingen kunnen worden gemaakt. Daar hebben gemeenten een rol in. Er zijn momenten dat ik denk: oei, dat vind ik spannend. Tegelijkertijd vind ik het wel goed dat met dit amendement een poging wordt gedaan om ruimte te geven aan de samenleving. Mevrouw Bikker zei het zelf ook al in interruptiedebatjes: je kan zoeken naar problemen of je kan proberen te denken in oplossingen. Ik vind dat dat hier wordt gedaan. Voor de helderheid: de indieners hadden het liefst gewoon een simpel verbod gezien. Dat was ook voor de ingangsdatum allemaal veel makkelijker geweest. Maar dit amendement zorgt ervoor dat er draagvlak is in de Kamer. En — dat is nog veel belangrijker — wij denken dat er daardoor ook veel draagvlak zal zijn in de samenleving. Dat burgemeesters aangeven dat zij hiermee kunnen werken, is voor ons ook een belangrijk argument.

Er zijn een aantal zaken gezegd over de uitvoering hiervan. Allereerst had mevrouw Van der Plas wat kritiek op dat amendement. Soms kreeg ik een beetje het idee dat in de gemiddelde straat Sensation White georganiseerd ging worden. Het idee van dit amendement is om dat juist niet te doen in deze uitzonderingspositie, om dit zo laagdrempelig mogelijk te kunnen doen. Hoe dat er dan precies uitziet, weet ik niet. Dat moet worden uitgewerkt in lagere wetgeving. Het idee is juist om het niet het professionele karakter te geven. Het wordt nog een hele klus om dat goed uitgevoerd te krijgen. Als mensen vragen hoe ik weet dat dat gaat lukken, zeg ik: dat weet ik niet. Ik waardeer dat er gewoon wordt gezegd: we willen dit, dus laten we dit nou proberen. Dit moet uitgewerkt worden voordat het ingaat, dus er zitten voldoende checks-and-balances in. Voor iedereen die kijkt en denkt "hier wordt iets onmogelijks gevraagd": dat is niet het geval. Wat ook een doorslaggevende reden was voor ons bij dit amendement … Ik heb u eerder gewezen op mijn collega Habtamu de Hoop, die altijd vertelt over Súdwest-Fryslân en de 89 dorpen daar. Dit geeft al die dorpen de kans om zelf iets te organiseren. Terechte kritiek die uit het rechterdeel van de Kamer kwam, was dat er niet genoeg pyrotechnici zijn in Nederland. Ik geloof dat het mevrouw Van der Plas was die daar iedere keer op hamerde. Dat is een terecht punt. Ik denk dat er daar meer van bij gaan komen. Maar dit amendement ondervangt dat. Het vraagt nog heel veel uitwerking, maar ik hoop wel dat die uitwerking snel ter hand wordt genomen. Ik ben heel blij met burgemeesters die aangeven dat ze graag willen helpen om dit snel voor elkaar te krijgen, zodat we deze wet zo snel mogelijk in kunnen laten gaan.

De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Van der Plas. Ga uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb ook aangegeven dat er willekeur kan komen in gemeenten. Er kunnen burgemeesters zijn die denken: ik wil dit helemaal niet; ik vind het allemaal onzin. Feit is natuurlijk wel dat het een evenement wordt. Of het nou een klein of een groot evenement is, het is wel een evenement, dat gewoon aan voorwaarden moet voldoen. Ik denk dat mijn vraag heel terecht is: hoe haalbaar is dit? Is het juridisch überhaupt haalbaar dat burgemeesters ontheffingen afgeven voor vuurwerkshows, terwijl dit nu een provinciale bevoegdheid is via milieuwetgeving en omgevingsdiensten? Moet de wet daarvoor ook worden aangepast? Is dat juridisch veilig geregeld of wordt de verantwoordelijkheid afgeschoven?

De voorzitter:
Ja, dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zo heb ik nog heel veel vragen, die volgens mij wel terecht zijn, om te kijken of deze wet goed loopt.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Allereerst, iedere vraag die wordt gesteld in dit parlement is terecht. Daarvoor heb ik te vaak aan die kant van de microfoon gestaan. Dat allereerst. Ik zou ook op dat punt komen, dus ik pak die vraag nu gelijk mee. Hoe gaan we verschillen tussen gemeenten voorkomen? Het duidelijke antwoord op die vraag is: dat gaan we niet. Er zijn namelijk verschillen tussen gemeentes. Ik denk ook dat dat goed is. In heel veel wetgeving vinden we dat ook belangrijk, zodat in gemeenten — niet iedere gemeente is hetzelfde; er zijn verschillen — uiteindelijk de lokale democratie haar werk kan doen. Burgemeesters kunnen heel goed inschatten wat er wel en niet past bij hun dorp, stad of gemeente. Er gaan dus verschillen ontstaan. Ik denk ook dat het goed is dat je niet gaat proberen … Kijk, de kritiek die we kregen van mevrouw Van der Graaf van de ChristenUnie en daarna van mevrouw Bikker was dat we probeerden een one-size-fits-alloplossing over Nederland te leggen. Dit amendement probeert daar toch iets van maatwerk in te brengen. Dus ja, er gaan verschillen zijn tussen gemeenten en wij denken dat dat goed is.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan wordt het niet een leuke jaarwisseling voor iedereen, want er kunnen gewoon gemeenten zijn die zeggen: we gaan dit niet doen. Een andere vraag die nog bij mij leeft, is de volgende. Stel dat er dan iets misgaat. Ik heb het niet over de grote professionele shows, want dat is allemaal geregeld, maar bijvoorbeeld bij die kleinere, bij straatcommissies misschien zelfs, als die motie wordt aangenomen. Als het misgaat, wie is er dan aansprakelijk? Welke verzekering moet je dan afsluiten? Wil een burgemeester dat risico lopen in zo veel straten met straatcommissies?

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, ik vroeg om iets puntigere vragen. Dat verzoek doe ik u nogmaals.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ook dit is een zeer terechte vraag. Dit is onderdeel van de uitwerking en het komt in de AMvB die moet worden opgesteld. Al dit soort vragen komen daarin aan de orde. Er zijn terecht partijen hier in dit huis die zeggen: dat willen we dan wel eerst even zien, want we weten ook nog niet precies hoe het werkt. Maar dat is wel wat er nu is afgesproken. Als u vraagt "hoe zit dat", zeg ik: dat gaat worden uitgewerkt.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, nog een vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan kan deze wet niet in werking treden voordat echt alles, maar dan ook alles, is uitgewerkt. Ik zie niet gebeuren dat dit voor de komende jaarwisseling al het geval is. Hoe ziet de heer Klaver dat?

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nogmaals, de indieners hadden heel graag gewild dat het er gewoon deze jaarwisseling zou zijn geweest en dat we het zo simpel mogelijk hadden gelaten. Daar is het amendement van mevrouw Bikker bij gekomen, waarvan we hebben gezegd: we snappen dat dit er komt en dat kunnen we ook omarmen. Daaroverheen is nog het amendement gekomen van mevrouw Michon-Derkzen, die zegt: ik wil niet dat de wet ingaat voordat deze is uitgewerkt. Dus er zijn allerlei waarborgen ingebouwd, zodat de Kamer daarop nog controle heeft. Dat al die terechte vragen er zijn over de uitwerking in lagere regelgeving is niet iets raars en dat is niet uniek voor deze wet. Dat gebeurt eigenlijk heel vaak. Naar de mening van de indieners zijn er voldoende waarborgen ingebouwd om dit goed te regelen.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een vraag van de heer Boutkan.

De heer Boutkan (PVV):
Ik dank de heer Klaver voor zijn betoog tot nu toe. Ik kom toch even terug op die compensatie. Ik heb hier de Kamerbrief voor mij van 27 maart, die de staatssecretaris heeft verstuurd.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Een goede brief wel.

De heer Boutkan (PVV):
Dat vindt u misschien. Ik heb het in mijn betoog ook al aangehaald. In deze brief wordt regelmatig gesproken in termen als "verkennend, grove inschatting, het kan allemaal hoger uitvallen" et cetera. De staatssecretaris schrijft ook in zijn brief: mocht het verbod nog dit jaar ingaan, dan zal de compensatie veel hoger uitvallen. Ik hoor de heer Klaver regelmatig spreken over de 50 miljoen die hij heeft verzonnen. In de brief staat: tussen de 100 en 150 miljoen. Er zit dus een enorm gat tussen het bedrag dat de branche noemt en wat er in deze brief staat. Deze brief laat nog niet duidelijk zien op basis van de nodige onderzoeken die zijn gedaan wat dan ongeveer het bedrag zou kunnen zijn.

De voorzitter:
Uw vraag is?

De heer Boutkan (PVV):
Is de heer Klaver het met mij eens?

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De heer Boutkan zei eerder vandaag dat hij nog veel had te leren, maar deze interruptietechniek beheerst hij feilloos, namelijk je betoog opbouwen en dan vragen: bent u het met mij eens? Complimenten, zou ik willen zeggen. U deed uzelf net tekort met wat u nog zou moeten leren.

Allereerst: ik heb het niet over 50 miljoen gehad, maar iedere keer over die 100 tot 150 miljoen, precies zoals het ook in de brief staat. Ik vond het een goede brief, omdat deze een reëel beeld geeft. Het is een eerste inschatting van waar je denkt dat het ligt. Ik geef ook aan: er zal nog een onderhandeling volgen. Dus wat het precieze bedrag zal zijn, moet nog blijken. Die 100 tot 150 miljoen gaat uit van de invoering nog dit jaar. Dat is niet het bedrag als de wet pas het jaar daarna wordt ingevoerd. De brief stelt ook dat, als we bijvoorbeeld nog twee jaar zouden wachten, de hele compensatie zou kunnen wegvallen, omdat er dan sprake zou kunnen zijn van staatssteun. Dus er zit ook een uitruil tussen de ingangsdatum en de hoogte van de compensatie voor de branche. Het is niet voor niks dat sommige vuurwerkhandelaren al zeggen: laat het maar zo snel mogelijk ingaan. Ik vind dat de brief daarmee doet waar de Kamer om heeft gevraagd, namelijk een heel reëel beeld geven van wat er ligt. Ook dit moet verder worden uitgewerkt, maar ook daar is de Kamer zelf bij.

De voorzitter:
Nog een korte interruptie.

De heer Boutkan (PVV):
Ja, heel kort. Dat van die 50 miljoen verstond ik zo, dus als dat niet zo is, dan mijn excuses hiervoor bij dezen. Ik kom dan toch nog even op dat punt verderop in die brief. De staatssecretaris schrijft: nog niet niet alles is uitgezocht, met name die uitvoeringskosten. Dan kijk ik toch naar de minister van Justitie: hoe gaat het nou met het handhavingstraject? Hoe worden de gemeentes gecompenseerd? Met hoeveel moeten we het aantal ambtenaren wel niet opplussen om te kunnen handhaven? Dat ontbreekt allemaal in deze brief.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat klopt. Dat komt omdat er boven de brief het volgende staat. Datum: 27 maart 2025; betreft: indicatie van de kosten van de compensatie van het landelijke vuurwerkverbod. U vraagt naar de kosten die met handhaving gemoeid zijn. Daar heeft de Kamer niet om verzocht. Daar gaat deze brief niet op in. U heeft gelijk dat er ook kosten zullen zijn voor gemeenten, mogelijk voor politiecapaciteit. Ik denk dat de minister van Justitie daar straks op in zal gaan. Ik ben, zoals u weet, nooit te beroerd om een minister of staatssecretaris aan te pakken omdat ze iets niet hebben opgeschreven in een brief. Maar deze brief gaat daar niet over. U heeft gelijk dat het er niet in staat, maar dit gaat over de compensatie. Ik vind dat dat logisch is opgebouwd. Er zijn ook andere kosten, maar ik denk dat u die vragen straks moet stellen aan de minister van Justitie.

De heer Boutkan (PVV):
Geen vraag, maar gewoon de constatering dat wij van mening blijven verschillen over het bedrag.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ja. Ik had niet de indruk dat wij tot elkaar zouden komen op de inhoud. Het is wel belangrijk dat je gewoon een goed debat met elkaar kunt hebben en dat daarbij alle vragen worden gesteld die nodig zijn en dat de indieners worden gedwongen om daar goed antwoord op te geven. Dat komt de kwaliteit van wetgeving ten goede. Dus dank voor de vragen.

Dan blijf ik nog even bij mevrouw Van der Plas. Die had het over de overgangstermijn. "Er moet een overgangstermijn komen van minimaal vijf jaar." Daar zijn de indieners het niet mee eens. Wij denken dat het niet verantwoord zou zijn om zo'n lange termijn te nemen. Er zal wel sprake zijn van een overgangstermijn, in die zin dat de samenleving zal moeten wennen aan die nieuwe traditie. Die heeft ook betrekking op de handhaving, die vanaf dag één heel stevig ingezet zal moeten worden. Mevrouw Ouwehand zal nog ingaan op de handhaving en de gedragseffecten. De samenleving zal een overgangstermijn nodig hebben om hieraan te wennen, maar dat is nog iets anders dan het pas na vijf jaar in te laten gaan. Dan zal de samenleving er pas na vijf jaar aan wennen. Kort gezegd zijn wij daar dus niet voor. Dit moet zo snel mogelijk ingaan.

De voorzitter:
Dat leidt nog tot nog een vraag van mevrouw Van der Plas. Mevrouw Van der Plas, ik had een richtlijn van zes interrupties. Dit wordt uw vierde. Dat geef ik u mee.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De vierde en de beste.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vraag me af of er voldoende politiecapaciteit beschikbaar is om tijdens het nieuwe oud en nieuw te gaan handhaven. Hoeveel extra capaciteit is er nodig om illegaal vuurwerkbezit, en de verkoop en het afsteken ervan, te controleren? Wordt dit gedaan ten koste van andere veiligheidstaken? Misschien is dat ook een vraag voor de minister. Die wil ik bij dezen wel even gesteld hebben.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik zie de minister zijn pen pakken en meeschrijven. Die zal die vraag dus inderdaad beantwoorden, denk ik.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dan werd er nog gevraagd waar het van betaald moet worden. Er is vanuit de Kamer aangegeven dat het vanuit de begroting van IenW zou moeten komen. Dat is wel gebruikelijk voor de dekking. Ik kan me voorstellen dat de staatssecretaris zo'n claim op tafel legt bij de onderhandelingen voor de Voorjaarsnota of de begroting. Ik kan me ook voorstellen dat je op je eigen begroting kijkt wat er nog mogelijk is. Het gaat om een incidenteel bedrag. Dat is wel echt belangrijk om te zeggen, ook richting meneer Van Nispen. Hij is er nu niet, maar hij gaat vast teruglezen wat ik nu zeg. Dit gaat over een incidenteel bedrag, dus dit is niet per se iets wat ten koste gaat van alles wat al structureel op een begroting staat. Dit kan heel goed betaald worden uit bijvoorbeeld meevallers die er op een begroting zitten, uit onderbestedingen die er zijn. Wij zagen zelf bijvoorbeeld nog geld staan op de aanvullende post bij IenW. Er zijn dus verschillende manieren waarop dit bekostigd zou kunnen worden, maar dat komt ter sprake als het wetsvoorstel is aangenomen. Nogmaals, ik wil benadrukken dat het gaat om incidenteel geld. Dat is echt anders dan structureel geld vinden op een begroting. Dat is meestal goed mee te nemen in de totale schuif die je dan wel in het voorjaar, dan wel in het najaar moet maken.

Ik ga even kijken en zo snel mogelijk door. Volgens mij hebben we al veel gehad namelijk.

De voorzitter:
Dat is mooi.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik dacht al dat u dat zou gaan zeggen. Er werd nog iets gevraagd over de kosten van de vuurwerkshows en wie er allemaal in staat zijn om dit te doen. We kennen natuurlijk allemaal de prachtige show bij de Erasmusbrug. Die kost bijna €500.000. De gemeente Amsterdam doet €200.000. Die bedragen zijn natuurlijk voor heel veel gemeenten absoluut niet op te hoesten. Maar het goede nieuws is dat er nu eigenlijk al heel veel vuurwerkshows zijn. In Naarden is er een die ongeveer €25.000 kost. Dordrecht organiseert het samen met de buurgemeenten Papendrecht en Zwijndrecht, waarbij Dordrecht €25.000 uittrekt, Papendrecht €10.000 en Zwijndrecht €15.000. De bedragen die nu al voor dit soort shows worden uitgetrokken, zijn dus echt van een andere orde dan die ene grote show die we zien bij de prachtige Erasmusbrug. Het is dus niet iets wat helemaal nieuw is. Het is iets wat heel veel gemeenten al doen.

Interessant is dat mensen uit de vuurwerkbranche met enige omscholing ook zelf pyrotechnicus kunnen worden, waardoor je in de loop der jaren zult zien dat het aantal mensen in die branche gaat toenemen en dat er meer van dit soort shows zouden kunnen komen.

Ik kijk even rond of ik iemand tekort heb gedaan. Dat is niet het geval.

De voorzitter:
Er springt niemand op.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dan ben ik aan het einde gekomen van mijn beantwoording.

De voorzitter:
Dank, meneer Klaver. Dan is nu het woord aan mevrouw Ouwehand. Ik begrijp dat u twee blokjes heeft: handhaving en gedragseffecten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, en ik doe ze graag samen, want ze hangen nogal met elkaar samen.

De voorzitter:
Tot zover dan het idee van de interrupties. Ga uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de leden van de Kamer voor de inbreng in tweede termijn. Ik zal proberen om het, gelet op het tijdstip, kort te houden, maar ik wil ook heel graag de trouwe kijkers op de publieke tribune bedanken. Ik zie ook oogarts Keunen op de tribune, die met grote belangstelling volgt hoe we hier al jaren spreken over de vuurwerktraditie die in Nederland is gegroeid en hoe we kunnen zorgen dat oud en nieuw een veilig en fijn feestje wordt.

Voor de acceptatie van het verbod is het belangrijk om met elkaar te erkennen wat de politie zegt en wat we allemaal vandaag gehoord hebben. We krijgen niet van het ene op het andere jaar een grote verandering. Mensen zijn gewend dat je in Nederland zelf consumentenvuurwerk mag kopen en dat je het zelf mag afsteken. Het zal even duren voordat we eraan gewend zijn dat we dat op een andere manier gaan doen. Maar het is ook belangrijk om te zien dat de acceptatie voor het wetsvoorstel dat vandaag voorligt, is gegroeid sinds de laatste keer dat we elkaar spraken: 74% van de Nederlanders is volgens recent onderzoek voorstander. Veel van die mensen zullen net als de Kamer een weging hebben gemaakt.

Het is hartstikke leuk, maar als er veel nadelen aan zitten, dan is het misschien tijd om het op een andere manier in te richten. Er zijn mensen die zich zorgen maken over het dierenleed, longpatiënten, mensen die al dan niet oogarts zijn of op een andere manier te maken krijgen met vuurwerkslachtoffers. En natuurlijk is er de grote ellende waarmee de hulpverleners in de nieuwjaarsnacht iedere keer te maken hebben en waar de Kamer terecht op heeft gewezen. We hebben al van alles geprobeerd en het lukt maar niet om van oud en nieuw een feest te maken waarbij we niet hoeven te vrezen voor de veiligheid van de hulpverleners en waarbij iedereen een gezellig feest kan vieren. Vanwege die afwegingen hebben zowel de politie als de indieners er groot vertrouwen in dat de wet een belangrijke stap is naar een veiliger jaarwisseling. Mevrouw Van der Werf zei al dat de wet een normering is maar geen wondermiddel.

Verschillende leden hebben opnieuw vragen gesteld over de handhaving, omdat behalve het legale vuurwerk het illegale vuurwerk een groot probleem is in die explosieve nieuwjaarsnacht. Dat klopt. De mooiste vraag, die de verschillende vragen daarover samenvat, was die van de heer Stoffer van de SGP. Hij zei dat het een breed gedeelde zorg is dat je dat zware illegale vuurwerk niet opgelost krijgt. De SGP verwacht dat dat makkelijker gaat als er een consumentenvuurwerkverbod is. De vraag was of de initiatiefnemers die analyse delen. Ja, die delen we. Die delen we vooral omdat de politie dit uitgebreid aan ons heeft toegelicht. Op dit moment is de nieuwjaarsnacht één grote chaos. Je komt op geen enkele manier toe aan handhaven. Het is onoverzichtelijk. Er is in die chaotische situatie geen verschil te maken tussen legaal en illegaal vuurwerk. Als het je al lukt om ergens tegen op te treden, is het ook nog eens heel moeilijk om bewijsmateriaal te vinden. Die breed gedeelde wens heb ik ook vandaag weer gehoord. De raddraaiers, de mensen die zich niet gedragen, komen er in deze chaos ook nog eens mee weg omdat ze niet aan te pakken zijn.

De verwachting van de politie, die wij onderschrijven, is dat je de voorwaarden om effectief te gaan handhaven pas creëert als de situatie overzichtelijker wordt door een verkoop- en afsteekverbod op consumentenvuurwerk. Dat is om rust te brengen. Als iemand met zwaar illegaal vuurwerk naar hulpverleners staat te gooien, is de kans dan een stuk groter dat je voldoende bewijsmateriaal kan vergaren, dat je die persoon daadwerkelijk kan vervolgen en dat die daadwerkelijk wordt gestraft. Omdat we dat doel met z'n allen delen, denk ik dat we de politie erin kunnen volgen dat de handhaving, niet van het ene op het andere jaar maar op termijn, zal verschuiven en makkelijker zal worden. Er komt meer ruimte om het illegale vuurwerk daadwerkelijk aan te pakken.

Daarover had de heer Eerdmans nog een vraag. Hij wees naar Ierland. Het klopt dat Ierland op dit moment binnen de Europese Unie de meest strikte vuurwerkwetgeving heeft. Alleen vuurwerk van de eerste categorie is vrij beschikbaar. De overige categorieën vuurwerk mogen slechts door professionals in vuurwerkshows gebruikt worden. Dat is parallel aan ons wetsvoorstel, behalve dat wij nog het amendement-Bikker hebben waardoor er op lokaal niveau door de burgemeester een uitzondering kan worden gemaakt voor verenigingen. Er is gekeken wat daarvan het effect is. Uit een studie bleek dat het aantal ziekenhuisopnames vanwege vuurwerkletsel en het aantal vuurwerkgerelateerde delicten in Ierland zijn gehalveerd. De autoriteiten daar concluderen dat het verbod op consumentenvuurwerk waarschijnlijk een positief effect heeft gehad. Dat zijn dus hoopgevende signalen.

Voorzitter. Ik wil graag afsluiten met de woorden van de heer Boswijk. Ik denk dat het inderdaad klopt dat de Kamer in deze discussie, met de behandeling van deze vuurwerkwet, heeft laten zien dat we het wel degelijk kunnen. Het was een goed inhoudelijk debat. Dat heeft weliswaar drie jaar geduurd, maar dat was met goeie redenen. Daarin hebben we met elkaar inhoudelijk van gedachten gewisseld. Daarin hebben we met elkaar erkend dat het een worsteling is. Door mijn partij, die de effecten op dieren en op mensen met een kwetsbare gezondheid al langer zwaar liet meewegen, was de weging al wat vroeger gemaakt. Maar ik zie het ook bij andere partijen. Met name wat betreft de situatie van onze hulpverleners, de politieagenten, en met alle dingen die we al geprobeerd hebben om de vuurwerktraditie te houden zoals die is, maar dan fijner en veiliger, komen we niet op het punt dat we willen bereiken. Dat is het punt waarop je daadwerkelijk naar een jaarwisseling gaat waarbij we ons geen zorgen hoeven te maken over de veiligheid van onze hulpverleners en waarbij het daadwerkelijk een feestje is, zonder veel vuurwerkslachtoffers en oogartsen die moeten overwerken.

Het is geprobeerd. De Kamer heeft dit de afgelopen jaren op alle mogelijke manieren geprobeerd, waaronder lokaal met lokale afsteekverboden. De conclusie is dat dat onvoldoende werkt. Dat is ook omdat zo'n lokaal verbod zonder een verkoopverbod veel te grote verschillen geeft. In de ene gemeente mag je het niet afsteken en in de andere gemeente wel. Als je het op die manier probeert, met maatwerk, met alle maatregelen die we al hebben genomen, concludeer je dat je nog steeds niet op het punt staat waar je wil zijn. We hebben in al die jaren met elkaar van gedachten gewisseld over de vraag wat we kunnen doen om de jaarwisseling veilig te maken.

Vandaag concluderen we hier met elkaar dat het voor veel mensen jammer zal zijn dat we niet meer zelf vuurwerk kunnen afsteken, maar we zien ook dat 74% van de Nederlanders zegt het te begrijpen en te snappen en het vuurwerkverbod te steunen. We gaan goed kijken hoe we het goed uitvoerbaar en handhaafbaar kunnen maken, inclusief de ontheffing die burgemeesters kunnen verlenen dankzij het amendement-Bikker. Ik denk dat we daarmee een mooi proces met elkaar hebben doorgemaakt. Dus het is, denk ik, een belangrijk moment voor ons als Kamer, want we laten zien dat we het wel degelijk kunnen.

Voorzitter, ik wil de Kamer, uw leden, danken voor de behandeling. Ik dank natuurlijk ook onze medewerkers, zonder wie we deze wet niet hadden kunnen indienen en zonder wie we uw vragen niet hadden kunnen beantwoorden. En ik dank natuurlijk alle mensen die zich jarenlang hebben ingezet: de artsen, de dierenbeschermers en de mensen die strijden voor mensen met longproblemen. Al die maatschappelijke waarden hebben ook een plaats in onze afweging over hoe we van oud en nieuw een goed feestje gaan maken zonder al die slachtoffers.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank aan mevrouw Ouwehand voor haar beantwoording. Dan is nu de beurt aan het kabinet. Wie kan ik als eerste het woord geven? Dat wordt de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Ga uw gang.

Staatssecretaris Jansen:
Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Kamer voor de gestelde vragen en de discussie die u met elkaar gevoerd heeft. Natuurlijk ook dank aan de initiatiefnemers voor het initiatiefwetsvoorstel dat nu voorligt. Ik denk dat er een goede discussie heeft plaatsgevonden.

Voorzitter, ik heb een aantal mappen: een mapje algemeen, een mapje kosten/compensatie, tijdpad en termijn en een mapje overig. En dan heb ik nog een hele grote map met heel veel moties! De collega, de minister van Justitie en Veiligheid, heeft één motie. Ik doe de rest!

De voorzitter:
Zet 'm op! We gaan ervoor zitten. Ga uw gang.

Staatssecretaris Jansen:
Ik zal mijn best doen om het niet te lang te laten duren, voorzitter.

De voorzitter:
Dat is fijn.

Staatssecretaris Jansen:
Voordat ik inga op alle gestelde vragen, wil ik ook nog van de gelegenheid gebruikmaken om een aantal punten mee te geven en om mijn rol te benadrukken. Zoals ik tijdens het debat op 19 februari heb aangegeven, zit het kabinet neutraal in het wetsvoorstel voor een algeheel vuurwerkverbod voor de consument. Of beter gezegd, het kabinet laat het oordeel aan de Kamer. Dit geldt in de basis ook voor de twee ingediende amendementen. Wel wil ik namens het kabinet een aantal voorwaarden en belangrijke kanttekeningen meegeven.

Als de Kamer dit wetsvoorstel aanneemt, moet het natuurlijk wel uitvoerbaar zijn. Dit is wat mij betreft een randvoorwaarde, omdat we anders simpelweg in de knel komen bij de uitvoering. Die kanttekening heb ik ten dele ook al tijdens het vorige debat benoemd. De punten hebben betrekking op de financiële consequenties, de adequate dekking van het voorstel, het tijdpad en de uitvoering en handhaving. Ook bij het voorstel voor een ontheffingsmogelijkheid voor groepen burgers zien wij knelpunten in de uitvoering, maar daar kom ik later nog op terug.

Eerst nog iets over mijn rol als staatssecretaris. Dit is geen voorstel van het kabinet. Dat wil zeggen dat ik hier namens het kabinet sta als adviseur van de Kamer. Dus alle vragen over de uitvoerbaarheid, de financiën en de handhaving zullen toch echt door de initiatiefnemers en de opstellers van de amendementen beantwoord moeten worden. Zij dienen het wetsvoorstel in. Zij lopen de benodigde processtappen door en zij verdedigen het voorstel in de Kamer.

Uiteindelijk is het aan de Kamer om een besluit te nemen over dit wetsvoorstel en om met elkaar hierover het gesprek te voeren. Het is belangrijk dat dit gesprek ook nadrukkelijk aandacht geeft aan de praktische en de financiële consequenties van dit voorstel. Ik wil uw Kamer dan ook expliciet vragen om oog te hebben voor de financiële en organisatorische kant van het wetsvoorstel en beide amendementen. Waar komt de dekking vandaan? Hoe moet het straks met de verkoop, de opslag en het transport van het vuurwerk voor oudejaarsfeesten van bijvoorbeeld lokale verenigingen?

Dan het amendement van de VVD. Tijdens het vorige debat is het al uitgebreid gegaan over het amendement van SGP, ChristenUnie, CDA en D66 over ontheffingen voor de oudejaarsfeesten met vuurwerk van lokale verenigingen. Aan de uitvoering en de handhaafbaarheid van de ontheffingsmogelijkheid zitten haken en ogen. De VVD heeft inmiddels een amendement ingediend dat het besluit regelt waarmee het wetsvoorstel in werking treedt. Het moet dan eerst worden voorgelegd aan de Tweede en Eerste Kamer voor instemming. Hiermee wordt getoetst aan een aantal voorwaarden. Ik hoor hierin de wens van de VVD om te komen tot een zorgvuldig en gedegen proces. Ik kan me daarin vinden.

Aangezien we het hier niet hebben over een voorstel van het kabinet, kijk ik naar de indieners in de Kamer om richting te geven aan de invulling van deze voorwaarden. Ten eerste wil de VVD een effectief handhavingsplan. Op dit punt zal mijn collega van Justitie en Veiligheid verder ingaan. Ten tweede wil de VVD een goed uitgewerkte algemene maatregel van bestuur voor het amendement-Bikker cum suis, als dat amendement wordt aangenomen. Dat is een belangrijke stap maar ook een tijdrovende. Dat proces duurt zeker anderhalf jaar. Dat betekent dat het vuurwerkverbod niet deze jaarwisseling van kracht zal kunnen worden. Of het amendement wordt aangenomen, is natuurlijk uiteindelijk aan de Kamer.

Meerdere Kamerleden vroegen mij naar de uitvoering van het amendement, onder wie bijvoorbeeld de heer Boutkan. Maar ik kijk toch echt ook naar de indieners met de vraag hoe zij dat voor zich zien, los van de uitvoeringslast voor de gemeenten en de voorwaarden die gesteld moeten worden aan de verenigingen die straks wel vuurwerk mogen gaan afsteken. Waar kunnen die groepen burgers bijvoorbeeld legaal hun vuurwerk kopen? Dat was ook een vraag van mevrouw Van der Plas. Hoewel het de wens van de VNG is om ook een verbod op de verkoop van consumentenvuurwerk in te stellen, zal de inkoop door verenigingen toch mogelijk moeten zijn. Er ontstaan gevaarlijke situaties als zonder aanvullende maatregelen grote hoeveelheden vuurwerk worden getransporteerd en opgeslagen. Nu is maximaal … Voorzitter, ik ben bijna bij het pauzemoment.

De voorzitter:
Hij komt eraan.

Staatssecretaris Jansen:
Nu is maximaal 25 kilo toegestaan voor particulieren. Dat zijn twee cakeboxen. Voor een oudejaarsfeest met vuurwerk voor lokale verenigingen verwacht ik dat er een veelvoud daarvan zal worden ingeslagen. Waar wordt dat straks veilig bewaard? Hier zal ik even stoppen, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Deze staatssecretaris begon dit blokje door te zeggen dat hij het oordeel over de amendementen in principe aan de Kamer laat, omdat het aan de Kamer is. Maar als deze wet inclusief de amendementen wordt aangenomen, dan is het een wet die hangt onder deze staatssecretaris en dan zit het dus in het wetgevingsbakje van deze staatssecretaris. De uitwerking van de AMvB, waarbij deze staatssecretaris terechte vragen stelt, is dan ook aan deze staatssecretaris. Ik begrijp uit zijn beantwoording dat hij dat niet zo ziet. Ik zou hem willen zeggen: ik zie dat wel zo en ik denk dat er meer Kamerleden zijn die dat met mij eens zijn. Wat is ervoor nodig om ook de staatssecretaris ervan te overtuigen of bij hem door te laten dringen dat die uitwerking dus echt aan hem is?

Staatssecretaris Jansen:
Zodra er een aangenomen wetsvoorstel is en aangenomen amendementen, ligt het bij het kabinet. Op dit moment is er nog niet over gestemd en ligt het nog bij de initiatiefnemers, inclusief de amendementen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Helder. Nee, helder. Fijn dat we dit even zo precies zeggen. Is de staatssecretaris het met mij eens dat, als de wet inclusief de amendementen wordt aangenomen, waarbij in het amendement van de VVD inderdaad ook de voorwaarden staan, de staatssecretaris dan aan de gang gaat met de uitwerking van de AMvB voor het gereguleerd afsteken, en dat hij dan ook in overleg gaat met de sector over compensatie? Ik begrijp heel goed dat daar nog honderd haken en ogen achter wegkomen. Daar wil ik ook totaal niet makkelijk over praten. Maar ik wil hier vaststellen dat zodra het is aangenomen, die taken onder de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris vallen.

Staatssecretaris Jansen:
Het is inderdaad gebruikelijk dat als wetsvoorstellen dan wel moties of amendementen worden aangenomen, wij gaan kijken binnen het kabinet hoe wij daarmee omgaan. Dan gaan wij daar uitvoering aan geven. Als er onvolkomenheden zijn die wij niet kunnen uitvoeren of bijvoorbeeld zaken die een vertragend effect kunnen hebben, zullen we dat zeker ook terugmelden richting Kamer.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog een vraag van mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. Ik probeer goed te luisteren naar de staatssecretaris en ik hoor dat hij nu echt vanuit zijn rol als adviseur tegen de Kamer spreekt over de wetgeving. Ik hoor ook dat dat een andere rol is dan op het moment dat de wetgeving is aangenomen en hij die ook verder tot uitvoer zal moeten brengen. Mijn zorg is de volgende. Als ik hem hoor spreken over de uitwerking van mijn amendement, dan hoor ik hem vrij veel problemen opnoemen, bijvoorbeeld met het vervoer van vuurwerk en al die zaken meer. Ik denk: dat is op dit moment geregeld. Gemeenten zeggen: wij willen hiermee aan de slag. De politie zegt: hiermee willen wij aan de slag. Ik hoop dus wel dat de staatssecretaris niet alleen denkt "het wil niet", want dat meen ik nu tussen zijn zinnen door te horen. Ik hoop dat hij ook denkt: hoe gaan wij dit verstandig regelen met de politie en met gemeenten? Want het kan wel.

Staatssecretaris Jansen:
Ik geef net heel duidelijk aan dat als het wetsvoorstel wordt aangenomen en beide amendementen, we daarmee aan de gang gaan. Er zijn ook heel veel moties ingediend en we gaan ook kijken hoe we daarmee omgaan. Uiteindelijk ben ik altijd van mening dat als er een meerderheid is in de Kamer die iets van ons vraagt, wij daarmee aan de slag moeten gaan. Tenzij we iets niet kunnen uitvoeren. Dat is een andere situatie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb ook de brief van de staatssecretaris goed gelezen. Hij ziet een aantal uitvoeringskwesties, maar hij zegt niet: ik kan het niet uitvoeren. Er zijn een aantal kwesties waarvan hij zegt: daar moet aan gewerkt worden. Dat is goed om te horen. Ik heb net in mijn inbreng en ook al eerder, ook richting ministerie op de achtergrond, mijn hand uitgestoken, telkens opnieuw: mochten er dingen zijn die helpen, dan passen we het amendement graag zo aan dat de staatssecretaris de maximale richting heeft om die AMvB's verder vorm te geven. Eerlijk gezegd heb ik daar nog geen concrete suggesties op teruggekregen. Dus als de staatssecretaris die heeft, dan ontvang ik die heel graag, want dan kan ik die ook nog op dit moment benutten voordat we over de wet stemmen.

Staatssecretaris Jansen:
Ik kom daar zo direct wat uitgebreider op terug. Dit was meer de algemene inleiding. Ik kom zo direct nog uitgebreider terug op hetgeen wat voorligt.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

Staatssecretaris Jansen:
Ik was na de tweede voorwaarde van de VVD geëindigd. Nou de derde voorwaarde in het amendement van de VVD. Die houdt in dat er een eerlijke en nette compensatie ligt. In de brief van 27 maart, die al meerdere malen hier langs is gekomen, heb ik een indicatie gegeven van de verwachte kosten van de compensatie van de vuurwerkondernemers in de verschillende scenario's. Afhankelijk van de uitkomsten van dit debat, zullen we de regelingen wel of niet verder uitwerken. Het ziet ernaar uit dat er een meerderheid is, dus gaan we die verder uitwerken als dat de situatie wordt. Daarbij wil ik natuurlijk wel aan de Kamer meegeven, zoals ik ook al schreef in de brief, dat het kabinet het oordeel over het initiatiefwetsvoorstel aan de Kamer laat, onder de voorwaarde dat het wetsvoorstel door de initiatiefnemers financieel gedekt wordt. Daarom zie ik graag een dekkingsvoorstel tegemoet van de initiatiefnemers.

Dat was de algemene inleiding, voorzitter.

De voorzitter:
Ik zie verder geen interrupties, dus dan begint u met uw blokje …

Staatssecretaris Jansen:
Compensatie.

De voorzitter:
Kosten/compensatie. Ja. Ga uw gang.

Staatssecretaris Jansen:
Ja, kosten/compensatie. Meerdere Kamerleden hebben hier natuurlijk om gevraagd. Ik kan iedereen wel opnoemen, maar het was denk ik zo'n beetje de hele Kamer. Door de branche is een bedrag van 895 miljoen genoemd voor compensatie bij een landelijk vuurwerkverbod. Ze lijken hierbij uit te gaan van een volledige schadeloosstelling. Richting mevrouw Van der Plas zeg ik dat ik oog heb voor deze ondernemers, maar hier is volledige schadeloosstelling niet het uitgangspunt, maar nadeelcompensatie. Daarbij moet, zoals in mijn brief ook is aangegeven, gekeken worden naar wat hier een redelijke overgangstermijn is en dan kom ik uit op 100 tot 150 miljoen bij onmiddellijke inwerkingtreding van het verbod, dus nog dit jaar. Ook zitten in het bedrag van de branche kostenposten die niet in aanmerking komen voor nadeelcompensatie. De afschrijvingskosten van gedane investeringen in de vuurwerkopslagen, komen niet voor compensatie in aanmerking. Kosten voor de strenge veiligheidsmaatregelen zijn door het merendeel van de ondernemers ook al jaren geleden gemaakt en deze kosten zijn al afgeschreven. Voor alles geldt natuurlijk wel dat ik gebonden ben — dat is net ook langsgekomen bij de beantwoording van de heer Klaver — aan het kader van de Europese staatssteunregels. Daar moeten we ons met z'n allen aan houden. Zoals ik al eerder heb gezegd, moeten de initiatiefnemers wel zorgen voor een dekkingsvoorstel.

Een vraag van mevrouw Bikker van de ChristenUnie over de compensatie. Hoe verhoudt de compensatie voor de branche zich tot de staatssteunregels? Kan ik dit wat nader schetsen? Het verstrekken van ongeoorloofde staatssteun is binnen de EU natuurlijk niet toegestaan. In mijn brief van 27 maart heb ik daarom aangegeven dat voor een compensatie juridische grondslag moet bestaan. Die grondslag moet gezocht worden in het nadeelcompensatierecht. Door de jarenlange discussie over een landelijk vuurwerkverbod, kent de vuurwerkbranche een hoog ondernemersrisico. Dus niet alle door de branche genoemde kostenposten komen in aanmerking voor compensatie.

Een vraag van de heer Boutkan van de PVV. Waar is een bedrag van 100 tot 150 miljoen euro op gebaseerd? Is hier dan ook de transportsector in meegenomen? Hoe kijken we hier als kabinet tegenaan? Ik neem even een slok water, voorzitter. Zoals in de Kamerbrief is aangegeven, is het bedrag afhankelijk van het moment van inwerkingtreding. Als het verbod dit jaar in werking treedt, komen naast winstderving mogelijk nog andere kosten, zoals reeds gemaakte kosten voor de inkoop, in aanmerking voor compensatie. In de brief maken we onderscheid tussen de importeurs en de detailhandel. Derden, zoals een transportbedrijf, zijn niet meegenomen, omdat niet aannemelijk is dat zij voor compensatie in aanmerking komen. Dit omdat zij niet rechtstreeks door het verbod getroffen worden.

De laatste in dit blokje is een vraag van mevrouw Van der Plas van de BBB.

De voorzitter:
U heeft eerst nog een vraag van mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik pak de brief van de staatssecretaris van 27 maart er even bij naar aanleiding van wat hij net zegt over de compensatie. Ik lees op pagina 1 dat het belangrijk is om een zorgvuldig proces te doorlopen en tot een passende compensatieregeling te komen, waarbij in overleg wordt gegaan met de branche om de benodigde informatie te verzamelen. Ik zou de staatssecretaris willen vragen of dat inderdaad het uitgangspunt is. Als dat namelijk het uitgangspunt is, vind ik het een beetje ongemakkelijk om nu al vooruit te lopen op een aantal kaders die de staatssecretaris stelt voor de compensatie. We gaan in overleg, we maken al die kaders duidelijk, we maken duidelijk welke kosten de sector op tafel legt, wat juridisch wel en niet kan, wat financieel al dan niet kan en dan komen we terug. Ik dank de staatssecretaris voor zijn brief, want die geeft goed inzicht. Dat is een inkijk vanuit de zijde van het kabinet in hoe het zou kunnen. Ik wil de staatssecretaris uitnodigen om nu met de sector in overleg te gaan, dit uit te werken en te finetunen. Is de staatssecretaris dat met mij eens?

Staatssecretaris Jansen:
De grove schatting die we op dit moment gemaakt hebben, is mede tot stand gekomen na raadpleging van de landsadvocaat. We hebben ook gekeken naar de staatssteunregels. Toen kwamen we qua hoogte uit op dit bedrag. Maar inderdaad, op het moment dat de situatie daar is, gaan we natuurlijk ook met de branche in gesprek om te kijken hoe zij tot die 895 miljoen zijn gekomen. Alleen, wij gaan op grond van de informatie die wij nu hebben, uit van een bedrag tussen 100 en 150 miljoen, afhankelijk van het moment van ingang van het verbod.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Michon-Derkzen?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank, voorzitter. Helder. Maar het gaat mij dus ook om uitgangspunten als, zoals hier staat, een maatwerkprocedure voor importeurs en generieke regelingen voor de detailhandel. Ik begrijp dat de staatssecretaris dit voorstel doet, maar ik zou graag de bevestiging willen dat we dit gaan zien na overleg met de sector, waarbij alles op tafel ligt, nadat de staatssecretaris het huiswerk heeft gedaan. Dan gaat het rollen. Zie ik dat goed, is dit een eerste proeve? Gaat het vervolgens in overleg met de sector?

Staatssecretaris Jansen:
Het is zeker de intentie om ook met de sector in overleg te gaan. Dit is waar wij in de korte tijd die wij hadden op uitkwamen. De sector komt met een ander voorstel. We gaan nu kijken waar je uiteindelijk uitkomt. Maar goed, dat is afhankelijk van wat de Kamer aanneemt. Of alleen het wetsvoorstel wordt aangenomen of ook de beide amendementen, maakt al een wereld van verschil.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog een vraag van de heer Boutkan.

De heer Boutkan (PVV):
Ja, voorzitter. Op de vraag "wie komen er nou voor in aanmerking?" gaf de staatssecretaris het antwoord: dat zijn de importeurs en de detailhandel. Daar zit de transportsector dus niet bij, zoals door Transport en Logistiek Nederland is verwoord. Maar diezelfde sector wordt wel betrokken bij en is onderdeel van die hele vuurwerkmarkt en -branche. Dat vuurwerk naar die shows bijvoorbeeld kun je niet in de achterbak van je auto vervoeren. Daar heb je een speciaal voertuig voor nodig, opgeleide chauffeurs enzovoorts, enzovoorts. Dus ook zij gaan, omdat zij de transporten tussen inkoop, opslagpunt en detailhandel mislopen, een deel van hun inkomsten missen. Het is toch niet raar dat ook zij zich voegen bij een claim die gelegd wordt? Dadelijk zijn ze een groot deel van hun tijd en hun investeringen kwijt doordat er ineens een vuurwerkverbod wordt ingesteld.

Staatssecretaris Jansen:
Dank voor deze vraag. Dit is namelijk precies onderdeel van het vervolgtraject. De transportsector heeft aangegeven ook in aanmerking te willen komen voor een compensatieregeling, en daar gaan we bij de uitwerking van de regeling opnieuw naar kijken. Dit was de eerste grove inschatting die wij hebben gemaakt. We hebben gekeken naar de detailhandel en naar de importeurs. De transportsector is ook op de lijn gekomen en die is onderdeel van het vervolgtraject.

De heer Boutkan (PVV):
Ik ben blij dat de staatssecretaris zegt dat er nog een vervolg komt, maar dat vervolg zou dus ook zomaar kunnen inhouden dat we boven die 150 miljoen uit gaan komen. Klopt dat?

Staatssecretaris Jansen:
Afhankelijk van het moment van inwerkingtreding zou het kunnen dat we daarbovenuit komen. Maar nogmaals, wij hebben in eerste instantie gekeken naar wie er in aanmerking zouden kunnen komen en voor welke bedragen, ook rekening houdend met staatssteunregels. Daarom zijn wij gekomen tot deze grove inschatting van 100 tot 150 miljoen. Het kan ook hoger uitvallen.

De heer El Abassi (DENK):
Ik heb heel veel moeite met het horen van het woord "staatssteun". Waarom heb ik daar moeite mee? Er gaan ondernemers kapot door deze maatregelen. Ze komen te verdwijnen. Ze kunnen geen handel meer drijven hier in Nederland en hun bedrijf moet opgedoekt worden. Ik heb zelf de regels van staatssteun even opgezocht: overheidshulp, beïnvloeding van concurrentie, selectief zijn, economisch voordeel en effect hebben op het EU-handelsverkeer. En dan kijk ik even naar de huidige situatie. Er is geen concurrentievoordeel, er is geen sprake van verstoring van de markt en er is geen structurele steun. Hoe komt deze staatssecretaris dus in godsnaam bij staatssteun?

Staatssecretaris Jansen:
Na raadpleging van de landsadvocaat is dat uitdrukkelijk benoemd: let daarop, want het kan zijn dat niet alle kosten die worden opgegeven onder de regels vallen en het staatssteunprincipe daarin blokkerend zou kunnen zijn. Ik ben het ook met de heer El Abassi eens. Natuurlijk gaat het hier om ondernemers en natuurlijk hebben wij daar oog voor. Maar ik sta hier als adviseur. Ik heb technisch laten uitvragen wat het zou kunnen betekenen en dit is een van de zaken die daarbij zijn opgevallen, dus ik meld dat netjes aan de Kamer. Dat hoor ik volgens mij als adviseur te doen.

De heer El Abassi (DENK):
"Staatssteun zou kunnen zijn", hoor ik. Dat zou ik volledig snappen als we met een zak met geld zouden komen en die ondernemers zouden gaan helpen, en zij ook nog eens een voordeel zouden hebben ten opzichte van andere ondernemers. Daar ben ik ook op tegen, maar dat is hier totaal niet het geval. We hebben het hier over ondernemers die kapotgaan. Ze bestaan straks niet meer. En daarvan zeggen we: joh, omdat we jullie zielig vinden, geven we jullie nog wel een zak met geld. Vaak zal dat nog te weinig zijn. Ik gaf zonet al het voorbeeld van iemand die €18.000 per jaar kwijt is en dit bedrag tegelijkertijd nog vijf jaar lang moet betalen. Dan is er toch geen sprake van staatssteun? Dan is er sprake van een juridische schadevergoeding. We moeten op z'n minst kijken hoe we zo veel mogelijk zouden kunnen vergoeden. Ik weet zeker dat dat niet gaat lukken, en daar moeten we het over hebben. Maar het woord "staatssteun"? Kom met een brief en leg het ons uit, want ik snap het niet.

Staatssecretaris Jansen:
Dit is wat ik terugkreeg na raadpleging van de landsadvocaat: hou oog voor staatsteun. Dat is precies wat ik hier aan de Kamer meld. Daar moet ik oog voor hebben, want ik wil de Kamer niet een heel ander beeld schetsen en vervolgens met een heel ander bedrag komen omdat een aantal zaken toch niet in aanmerking komen voor de compensatie.

De voorzitter:
Meneer El Abassi, uw vijfde interruptie.

De heer El Abassi (DENK):
Dan kan ik concluderen dat we oog moeten hebben voor staatssteun. Dat hebben we volgens mij allemaal, en anders moet iemand vooral naar de microfoon rennen. Het kabinet moet daar ook oog voor hebben. Er moet geen sprake zijn van staatssteun. Ik concludeer wel dat hierbij in ieder geval geen sprake is van staatssteun. Als dat wel het geval is, wil ik dat gemotiveerd hebben in een brief. Ik kan namelijk niet anders concluderen dan dat er in deze gevallen geen sprake is van staatssteun.

Staatssecretaris Jansen:
Ik kan aan de heer El Abassi toezeggen dat ik hier schriftelijk op terugkom. Dan hebben we allemaal duidelijkheid over hoe wij dit bedoeld hebben.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

Staatssecretaris Jansen:
Ja. Dan kom ik bij een vraag van mevrouw Van der Plas van BBB. Kan het kabinet een schatting geven van de kosten voor de uitvoering van dit voorstel door gemeenten? Op dit moment, zo zeg ik heel eerlijk, is het nog niet duidelijk wat de uitvoering van het voorstel betekent voor gemeenten. Als er een definitief voorstel ligt, kan er natuurlijk wel een uitvoeringstoets worden uitgevoerd door de VNG. Daarbij is het natuurlijk van belang hoe de uitzonderingsmogelijkheid er precies uit gaat zien. Op dit moment kan ik daar nog geen helder antwoord over verschaffen.

Dat was de laatste vraag in het blokje kosten/compensatie, voorzitter.

De voorzitter:
Hartstikke goed. Dan komen we bij tijdpad en termijn. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Jansen:
Ja. Dat blokje is gelukkig een stuk korter.

De voorzitter:
We hebben de moties nog, gelukkig.

Staatssecretaris Jansen:
Ja, dat zijn er wat meer.

De voorzitter:
Dat mapje is wat dikker, hoorde ik.

Staatssecretaris Jansen:
Een vraag van de heer Van Nispen van de SP, mevrouw Bikker van de ChristenUnie en de heer Stoffer van de SGP: wat is een realistische termijn voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel? Het wetsvoorstel met de ontheffingsmogelijkheid kan, als alle zeilen worden bijgezet, volgend jaar in werking treden. Procedureel duurt het namelijk anderhalf jaar. Dat betekent dat het dus niet al aankomende jaarwisseling in werking is getreden. Dat is het realistische antwoord.

Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Bikker en de heer Stoffer. Is het niet verstandig om niet te wachten tot publicatie van de wet in de Staatscourant, maar al aan de slag te gaan? Ben ik bereid toe te zeggen dat ik nu aan de slag ga en doe ik dit samen met de gemeenten? Dat waren de vragen. Zodra het besluit door beide Kamers heen is gegaan en duidelijk is dat ik hiermee aan de slag moet gaan, ga ik bezig met het opstellen van de AMvB. Hierbij betrek ik natuurlijk ook andere partijen, zoals de gemeenten.

De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is wel een beetje ongebruikelijk. Ik heb zelf het voorrecht gehad om in de senaat te zitten. Heel geregeld lag de AMvB al bijna klaar, om hem eigenlijk per direct in te voeren op het moment dat de senaat de wet had aangenomen. Misschien dat het de onervarenheid is van deze staatssecretaris — dat zou kunnen — maar het is niet nodig om dat hele traject af te wachten. Daar kan al mee begonnen worden. Vandaar ook dat ik het vroeg. Ik hoop van harte dat de staatssecretaris dat wil heroverwegen en gewoon aan de slag wil gaan met de uitwerking van de AMvB's.

Staatssecretaris Jansen:
Kijk, een AMvB moet een aantal trajecten doorlopen; ik heb een hele lijst hier voor me. Dat is ook de reden waarom ik zei dat dit anderhalf jaar gaat duren. Ik kan wel vooruit gaan lopen, maar ik weet niet of dat verstandig is in dezen. Ik denk dat het verstandig is om hier zorgvuldig mee om te gaan en ervoor te zorgen dat we alle stappen op de juiste manier doorlopen, en dat ik hier geen haast ga maken, met het risico dat we misschien stappen overslaan. Dat lijkt me niet verstandig.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nee, maar daarom juist. Het zou nog erger zijn als de staatssecretaris gaat wachten. Dan is de wet aangenomen en heeft iedereen verwachtingen, en dan moet hij heel hard gaan lopen om de AMvB te maken. Hij kan nu aan de slag. Volgens mij gaan de uitvoeringstoetsen ook lopen. Dat kan gewoon al gedaan worden, zodat je heel gericht en heel zorgvuldig een stevige AMvB maakt, maar wel de vaart pakt die erbij hoort. Als de staatssecretaris er nu met die anderhalf jaar van is uitgegaan dat hij eerst het traject in de Eerste Kamer helemaal afwacht, dan zouden we ook kunnen concluderen dat het een stapje sneller kan. Dat zou goed nieuws zijn.

Staatssecretaris Jansen:
Ik heb het antwoord net gegeven. Ik hoor de wens van mevrouw Bikker, maar het voorstel dat ik doe, is dat het eerst door beide Kamers heen moet zijn gegaan.

De voorzitter:
Uw vijfde interruptie. Gaat uw gang.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. Ik begin me hier wel een beetje over op te winden. We hebben de eerste termijn gehad met deze staatssecretaris. Toen hadden we het over welke bedragen hieraan gekoppeld zouden moeten worden. De staatssecretaris had nog geen idee. Het spijt me zeer, maar als adviseur van de Kamer had hij dat op orde kunnen hebben. Toen hebben we gewoon in alle mildheid gezegd: "Weet u wat, dan komt u met een brief. Dan gaan we het er bij de tweede termijn over hebben." Nou, de brief is gekomen. We hebben net gezien dat het nog wat ingewikkeld blijft, maar oké. Deze Kamer is een milde Kamer en zegt: vooruit, staatssecretaris, gaat u dat vooral goed uitwerken. Nu hebben we het over de AMvB's. Het is al járenlang duidelijk dat we mogelijk afkoersen op een vuurwerkverbod. Er is op dit ministerie al heel veel over nagedacht. De vorige staatssecretaris had er andere opvattingen over dan deze, dus ik weet heel zeker dat er allerlei scenario's liggen daar op het ministerie. Dat kan niet anders. Dan moet de staatssecretaris niet gaan doen alsof hij opeens nog blanco moet gaan beginnen en pas als het in de Eerste Kamer is gepasseerd, aan de slag gaat. Dat is nooit het gebruik geweest, ook niet bij andere wetten. Ik kan het me niet heugen. Ik heb daar behoorlijk ingewikkelde wetten behandeld, waarbij er al werd gewerkt aan de AMvB. Dan is het een kwestie van niet willen in plaats van niet kunnen. Dat vind ik heel bevreemdend. Dan moet de staatssecretaris dat gewoon zeggen.

Staatssecretaris Jansen:
Volgens mij ben ik net heel duidelijk geweest in mijn beantwoording. Dit is het traject dat ik voor ogen heb. Ik hoor ook de wens van mevrouw Bikker. Ik ga daar nog eens over nadenken. Ik wil daar wel één opmerking bij maken, over iets dat ik jammer vind. Het is een initiatiefwetsvoorstel. Dat ik de vorige keer geen zicht had op de kosten, heeft te maken met het feit dat normaal de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemers ligt om het ook te onderbouwen met een adequate dekking. Ik vind het opmerkelijk dat deze vraag nu bij mij wordt neergelegd terwijl het een initiatiefwetsvoorstel is. Dat was de vorige keer ook al zo. Met alle respect, maar dat is wel hoe ik hierin zit.

De voorzitter:
Mevrouw Bikker, u wilt een punt van orde maken?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, een punt van orde, voorzitter. Ik heb zelf aan initiatiefwetten gewerkt en ik vind dit tegenover de initiatiefnemers niet terecht. Je vraagt om advies aan het ministerie, ook over de uitvoeringsaspecten van al die wetten. Dat kan je als Kamerlid niet in je eentje of met een klein team voor elkaar krijgen. Dan stelt het initiatiefrecht weinig meer voor. Zo hebben we dat met elkaar afgesproken. Daar heeft een ministerie in te leveren.

De voorzitter:
Dank voor dit punt van orde. U vervolgt uw betoog.

Staatssecretaris Jansen:
Ik kom bij het mapje overig. Dat is heel dun, voorzitter.

De voorzitter:
Goed nieuws.

Staatssecretaris Jansen:
Sorry?

De voorzitter:
Goed nieuws op dit tijdstip! Ga uw gang.

Staatssecretaris Jansen:
Ik heb nog twee vragen. Eentje is van mevrouw Van der Plas van BBB: hoe gaan we voorkomen dat met betrekking tot dit verbod bestuurlijke verschillen tussen gemeenten ontstaan? Dat is deels niet te voorkomen. Burgemeesters hebben natuurlijk de mogelijkheid om ontheffing te verlenen, maar zij hoeven dat niet te doen. Wel kunnen in een algemene maatregel van bestuur regels gesteld worden over de voorwaarden voor een ontheffing, en die gelden dan wel in elke gemeente.

De tweede vraag is van mevrouw Bruyning van NSC: kan de regering duidelijke afspraken maken met buurlanden, zodat Nederlanders daar geen vuurwerk meer kunnen kopen? Volgens mij is deze vraag al eerder in een andere setting langsgekomen. Nederland kan aan andere landen niet opleggen aan Nederlanders geen vuurwerk te verkopen. Bovendien gelden de beginselen van vrij verkeer en non-discriminatie, waardoor dergelijke afspraken niet mogelijk zijn.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan komen we bij de moties. Een mooi moment.

Staatssecretaris Jansen:
Ja. Ik zal op alle moties ingaan, behalve op de motie-Van der Plas op stuk nr. 23. Die zal mijn collega van Justitie en Veiligheid doen, voorzitter.

De motie op stuk nr. 18 van de heer Eerdmans van JA21 en mevrouw Van der Plas van BBB verzoekt het kabinet een mogelijk vuurwerkverbod sowieso niet voor 2026 in te laten gaan. Ik geef deze motie oordeel Kamer.

De motie-Eerdmans/Van der Plas op stuk nr. 19 moet ik het oordeel ontijdig geven. Het verzoek aan de regering is om nog voor de zomer een concrete schaderaming met de Kamer te delen die in samenspraak met de vuurwerkbranche is opgesteld. We moeten het oordeel van de Kamer over het wetsvoorstel en de amendementen natuurlijk afwachten. De initiatiefnemers moeten het voorstel ook nog door de Eerste Kamer loodsen. Daarom is het oordeel: ontijdig. Op basis van een definitief voorstel zal ik met de branche in gesprek gaan over een regeling.

Dan de motie …

De voorzitter:
Sorry. Wil de indiener deze motie dan aanhouden of gewoon in stemming brengen? Ik zie de indiener niet meer. Nou, goed. Dan wordt deze motie gewoon in stemming gebracht. Ga uw gang: de derde motie. Mevrouw Michon-Derkzen heeft een vraag.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter, mag ik over de eerste motie een vraag stellen aan de staatssecretaris? Hij geeft deze motie oordeel Kamer, maar dat vind ik een beetje een ingewikkeld oordeel. Ik heb in mijn hele betoog aangehouden dat die voorwaarden voor mij van belang zijn, niet de inwerkingtreding. Nu is er een amendement van mij. Daar gaan we over stemmen. Nou, ik hoop dat het wordt aangenomen. Sterker nog, als het niet wordt aangenomen, dan ga ik ook niet voor die wet stemmen, en dan hebben we een heel andere kwestie. Maar laat ik aannemen dat het wordt aangenomen. Mijn voorwaarden staan dan vooraan. Als mijn amendement wordt aangenomen, dan kan dat niet in lijn liggen met deze motie. Dat amendement zegt immers: als aan die voorwaarden is voldaan, komt dat hier nog een keer terug. Nou, misschien is daar al heel snel aan voldaan, of duurt dat nog vier jaar, drie jaar of drie maanden. Dat weten we allemaal niet. Dus waarom geeft de staatssecretaris de motie op stuk nr. 18 dan oordeel Kamer?

Staatssecretaris Jansen:
Dat heeft te maken met het proces dat ik net heb geschetst. Inwerkingtreding dit jaar is niet haalbaar. De motie op stuk nr. 18 vraagt het kabinet om het verbod sowieso niet voor 2026 in te laten gaan. Als dit jaar niet haalbaar is, praten we dus over 2026. Vandaar oordeel Kamer.

De voorzitter:
Dat leidt tot nog een vraag van mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Hoe weet de staatssecretaris dit zo zeker? Net laat ik hem nog in alle rust zien dat bijvoorbeeld rond de AMvB's echt nog een versnelling mogelijk is. Ik zie niet zo in waarom deze datum voor de adviseur van de Kamer nu zo belangrijk moet zijn, terwijl hij gewoon aan de slag kan met zijn werk. En dan zullen we zien waar we gaan landen. Ik vind het een wat — hoe zal ik het netjes zeggen? — dogmatische stellingname. Ik zie de kant van politie en justitie ook wel. Zij zeggen dat dit voor de komende jaarwisseling best wel ingewikkeld wordt. In ieder geval zou ik voordat we gaan stemmen door het kabinet wat steviger onderbouwd willen zien of het verstandig is om dit te doen.

Staatssecretaris Jansen:
Ik kan de stappen met betrekking tot de AMvB nu voorlezen als u dat wenst. Dan kunt u namelijk zien waarom ik zeg dat het proces ten minste anderhalf jaar in beslag gaat nemen. Kijk, we hebben een algemene maatregel van bestuur die een aantal formele stappen moet doorlopen. Het concept moet worden opgesteld. Dat gebeurt door het ministerie. Daarbij is input nodig van diverse betrokkenen, zoals gemeenten. Daarna wordt het voorstel voorgelegd voor openbare internetconsultatie. Ook moeten de noodzakelijke regeldruk-, uitvoerings- en handhavingstoetsen worden uitgevoerd. Het voorstel moet worden genotificeerd bij de Europese Commissie. Het voorstel moet geaccordeerd worden in de ministerraad, waarna het in het kader van de voorhang naar de Tweede Kamer wordt teruggestuurd. Vervolgens gaat het voorstel naar de Raad van State voor advies. Na ontvangst van het advies van de Raad van State wordt het nader rapport opgesteld door het kabinet. Daarna wordt de AMvB definitief vastgesteld en ter ondertekening aan de Koning aangeboden. Er geldt ook nahang. Dit betekent dat de AMvB na vaststelling aan de Kamers wordt gestuurd. De AMvB mag niet eerder in werking treden dan vier weken nadat die in het Staatsblad is geplaatst. Zo komen we tot de doorlooptijd van ten minste anderhalf jaar.

De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Bruyning.

Mevrouw Bruyning (NSC):
Ik hoor wat de staatssecretaris zegt. Eigenlijk heb ik maar één vraag aan de staatssecretaris en de minister. Mevrouw Bikker had in haar bijdrage al geschetst wat er deze jaarwisseling eventueel zou kunnen gebeuren als het verbod dit jaar niet ingaat. Nu hoor ik van de staatssecretaris dat dat mogelijk niet haalbaar is. Wie gaat de verantwoordelijkheid nemen als het uit de hand loopt dit jaar? Bij wie ligt dan de verantwoordelijkheid?

Staatssecretaris Jansen:
Ik sta hier als adviseur en ik schets alleen maar het proces. Het proces van een AMvB duur anderhalf jaar. Dat heb ik net onderbouwd met de stappen die doorlopen moeten worden.

De voorzitter:
Mevrouw Bruyning heeft nog een vraag.

Mevrouw Bruyning (NSC):
Collega Bikker heeft net geschetst dat het eventueel sneller zou kunnen. Dan wil ik graag via de voorzitter aan de staatssecretaris vragen waarom de staatssecretaris daar bewust niet voor kiest. Daar lijkt het op dit moment namelijk op.

Staatssecretaris Jansen:
Ik val in herhaling. Ik schets net het tijdpad dat een AMvB in beslag neemt. Ik wil best kijken of we stappen kunnen versnellen, maar dit is gewoon het reguliere proces van een AMvB en dat duurt anderhalf jaar. Helaas is dat niet anders.

De voorzitter:
Mevrouw Bruyning, laatste keer.

Mevrouw Bruyning (NSC):
Er zijn net door collega Bikker meerdere voorbeelden geschetst waarin er wel sneller stappen zijn ondernomen. Ik vraag nog een keer aan de staatssecretaris wat hem tegenhoudt om eventueel die stappen nu, in dit voorbeeld, dat nu voorligt met deze wet, ook te nemen.

Staatssecretaris Jansen:
Ik geef net aan dat ik er best nog eens naar wil kijken. Maar het proces dat ik net schets, is er wel. Dat kost anderhalf jaar.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we bij de motie op stuk nr. 20.

Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 20 krijgt het oordeel ontraden. Omdat gesteld wordt dat IenW moet zorgen voor adequate dekking ontraad ik deze motie. Als de Kamer zorgt voor een adequaat dekkingsvoorstel, ga ik uiteraard meteen aan de slag met het opstellen van een AMvB. Dat doe ik dan in overleg met de VNG en de politie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 21.

Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 21 is een spreekt-uitmotie, dus daar heb ik geen reactie op.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 22 is ook een spreekt-uitmotie.

Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 22 is ook een spreekt-uitmotie, dus geen reactie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 23 is voor de minister.

Staatssecretaris Jansen:
Mijn collega doet de motie op stuk nr. 23.

De motie op stuk nr. 24 is een spreekt-uitmotie, dus geen reactie.

De motie op stuk nr. 25 van mevrouw Van der Plas verzoekt niet over te gaan tot een totaalverbod. Die motie krijgt oordeel Kamer, omdat het kabinet neutraal is over het wetsvoorstel, mits er een adequate dekking is.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 26.

Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 26 van mevrouw Van der Plas moet ik ontraden. Een overgangstermijn van vijf jaar en het verzoek voor volledige compensatie van ondernemers zijn juridisch onverenigbaar.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 27.

Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 27 is ook van mevrouw Van der Plas. Die moet ik ook ontraden. Wanneer het wetsvoorstel en de amendementen worden aangenomen, dient de compensatieregeling te worden uitgewerkt. Ik ben daarbij juridisch gebonden aan het al eerder genoemde staatssteunkader. Ik kan dit dan ook niet aan een onafhankelijke commissie laten. Daarom moet ik deze motie ontraden.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 28. Of is er toch nog een vraag van mevrouw Van der Plas?

Staatssecretaris Jansen:
Ik wacht even.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas heeft nog een vraag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, toch nog een vraag. Misschien moet de motie anders worden verwoord, bijvoorbeeld "onderzoeken of het kan", op de een of andere manier. Een voorraad vernietigen kost namelijk tussen de €17 en €21 per kilo. De huidige voorraad is 20 miljoen kilogram. Dit alleen al is tussen de 360 en 410 miljoen euro, exclusief winstderving.

De voorzitter:
En uw vraag is?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, waar ik mee begon: ik wil het wel graag uitgezocht hebben door een externe of onafhankelijke partij. Ik kan de motie wijzigen in "kijken of het kan dat een externe partij dit kan doen", of voor een iets andere formulering kiezen.

De voorzitter:
Oké, dus ...

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Als ik kijk naar deze cijfers, dan praten we alleen hiervoor al over een bedrag tot 410 miljoen euro dat vernietigd moet worden.

Staatssecretaris Jansen:
Het lastige zit 'm inderdaad in het dictum. U verzoekt de regering een onafhankelijke externe partij een compensatieregeling bij een totaalverbod op vuurwerk te laten opstellen. In die laatste woorden, "te laten opstellen", zit wat mij betreft de crux.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
En met interpretatie?

Staatssecretaris Jansen:
Laat ik zeggen dat als ik 'm zo mag interpreteren dat wij een onafhankelijke externe partij laten meekijken naar de resultaten, ik de motie op die manier oordeel Kamer zou kunnen geven, als u daarmee akkoord kunt gaan. Maar nogmaals: wij stellen de regeling op en laten die dan mede zien aan een onafhankelijke externe.

De voorzitter:
Dan stel ik voor dat mevrouw Van der Plas kijkt wat ze hiermee doet en dan zien we wel of er een gewijzigde motie komt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, akkoord met de interpretatie.

De voorzitter:
Nou, het lijkt me toch wel goed dat de tekst van de motie even wordt aangepast, want dit is echt wel een andere formulering. Als u een gewijzigde motie indient, dan weet u nu dat die oordeel Kamer krijgt.

Staatssecretaris Jansen:
Als dan inderdaad het verzoek is aan mevrouw Van der Plas ...

De voorzitter:
Ja, mevrouw Van der Plas gaat het doen. Het is geregeld. Mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Ik wil graag terugkomen op de appreciatie van de motie op stuk nr. 25, "verzoekt de regering niet over te gaan op een totaalverbod op het afsteken van consumentenvuurwerk". Die motie kreeg oordeel Kamer. Het spreekt-uitdeel, dat het totaalverbod niet in lijn is met het hoofdlijnenakkoord, klopt niet, maar goed, daarvan kan de staatssecretaris zeggen dat het aan de Kamer is. Maar het lijkt me ingewikkeld om oordeel Kamer te geven op "niet overgaan op een totaalverbod", als de staatssecretaris zijn hele bijdrage begint met "ik sta er neutraal in en ik voer uit wat de Kamer doet." Als je dat doet, kun je niet dit oordeel geven. Het kan niet allebei waar zijn, los van dat het spreekt-uitdeel gewoon feitelijk onjuist is.

Staatssecretaris Jansen:
Dat was juist de motivatie waarom ik de motie oordeel Kamer gaf. Wij zeggen inderdaad hetzelfde over het initiatiefwetsvoorstel en de amendementen. Dit is dan een motie die de andere kant opgaat, maar ja, wij zijn neutraal, dus wij wij geven de motie in dit geval oordeel Kamer. De Kamer moet de afweging maken of zij in meerderheid voor het een of voor het ander gaat.

De voorzitter:
Heeft u nog een vervolgvraag? Ja?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja, mijn vervolgvraag is de volgende. Als deze motie wordt aangenomen, zegt de staatssecretaris: het is allemaal aan de Kamer. De Kamer moet zeggen of zij wel of niet voor die wet is. Dus wij gaan voor een wet stemmen. Deze motie zegt "niet over te gaan op een totaalverbod", terwijl de Kamer over een wet stemt. De staatssecretaris is toch met mij eens dat stemming over die wet zwaarder weegt dan stemming over een motie? Het kan niet allebei waar zijn, zeg ik tegen de staatssecretaris, via de voorzitter.

De voorzitter:
Dan gaan we kijken wat nu het antwoord is.

Staatssecretaris Jansen:
Volgens mij kan het wel allebei waar zijn, maar het ligt eraan hoe de Kamer gaat stemmen. De Kamer kan in meerderheid een besluit hierin nemen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we door met de motie op stuk nr. 28.

Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 28, van DENK. Die moet ik ontraden.

De voorzitter:
Ja.

Staatssecretaris Jansen:
Compensatie moet reëel zijn ten opzichte van de daadwerkelijke gevolgen voor partijen. Dat betekent dat er wel echt verschil is tussen importeurs voor wie het de hoofdbron is van inkomsten, ten opzichte van bijvoorbeeld een fietsenmaker, voor wie het aan het einde van het jaar een neveninkomst is. Uiteindelijk zullen de regelingen juridisch houdbaar en transparant moeten zijn. Daarmee is het mogelijk experts erbij te betrekken, maar ligt de eindverantwoordelijkheid voor deze regelingen wel bij de regering.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de motie op stuk nr. 29.

Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 29, van de heer El Abassi van DENK, moet ik ook ontraden. De organisatie van lokale evenementen is aan lokale organisatoren en de gemeenten. Er zijn meerdere grote shows. Deze dienen lokaal en niet nationaal te worden gefinancierd, dus daarom moet ik deze motie ontraden.

De laatste motie, op stuk nr. 30, van mevrouw Bruyning van NSC, geef ik het oordeel "ontijdig". Van meerdere partijen hoorde ik zorgen, zowel met betrekking tot de mogelijkheden als met betrekking tot de handhaafbaarheid. De voorwaarden van de AMvB dienen bij het aannemen van het amendement daarna te worden bekeken. Het is nu te vroeg om hierover iets te zeggen, dus deze motie moet ik het oordeel "ontijdig" geven.

De voorzitter:
Logisch is te zeggen: wilt u hem aanhouden? Dan kijken we of er een tijdig moment is om 'm wel in te dienen.

Mevrouw Bruyning (NSC):
Ja.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Bruyning stel ik voor haar motie (35386, nr. 30) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Ik constateer dat alle moties van de staatssecretaris zijn geapprecieerd. De twee amendementen, op de stukken nrs. 16 en 17, hebben oordeel Kamer. Dan is nu de beurt aan de minister, last but not least. Gaat uw gang.

Minister Van Weel:
Ja, langverwacht en toch gekregen. Het is wel 0.10 uur, dus ik zal het kort houden, gelet op de tijd. Er is ook al veel gezegd.

Ik wil vooraf wel zeggen, net als in de eerste termijn, dat ik begrip heb voor de wens voor een verbod en ook gehoord heb hoe hulpverleners, gemeenten en anderen daarin staan. Ik wil ook wel opmerken dat het niet de heilige graal gaat zijn en dat een groot deel van de problemen die we zien rondom de jaarwisseling veel dieper gaat dan het ontbreken van een vuurwerkverbod. Daar moeten we onze handhaving dan ook op richten.

Er zijn een heleboel vragen gesteld over de handhaafbaarheid, over de uitvoerbaarheid, de kosten die daarmee gemoeid gaan en hoe de diensten dit gaan aanpakken. Ik snap al die vragen, maar bij de uitwerking van het wetsvoorstel horen de uitvoerings- en de handhavingstoetsen. Dat zijn de momenten dat al deze vragen zullen worden behandeld, in ogenschouw worden genomen en dat er antwoorden op zullen worden gevonden.

Ik snap ook de urgentie, zoals genoemd door mevrouw Michon-Derkzen, van een effectief handhavingsplan, ook al vooruitlopend op het vuurwerkverbod zelf. We hebben een discussie gehad met de Kamer over wanneer het in werking treedt. Als dat niet deze jaarwisseling is, hoe gaan we dan om met het risico op escalatie tijdens deze jaarwisseling? Zoals u weet, is een hele grote rol in de handhaving weggelegd voor het lokaal gezag, maar ik wil er ook niet voor weglopen en zie het wel als mijn taak om hen daarin optimaal te ondersteunen voor de komende periode.

Ik zet daarom dus in op drie sporen. Eén: Ik zal mij er samen met de collega van IenW voor inzetten om het lokale gezag en de verschillende betrokken handhavingsorganisaties in staat te stellen hun werk goed te doen, zodat we zeker stellen dat iedereen zo goed mogelijk is voorbereid op de komende jaarwisselingen. Het gaat om gemeenten, de politie, maar ook de boa's, de KMar, de ILT et cetera. Ik wil periodiek rond de tafel met al die betrokken partijen om hen te helpen om de handhaving zo goed mogelijk in te richten en de juiste instrumenten te kunnen geven. Dat lijkt een beetje op de structuur die we ook hebben in het voetbaldossier. Daar zitten we ook periodiek rond de tafel. Ik neem daarbij geen verantwoordelijkheden over, maar we kunnen wel ervaringen met elkaar delen en zorgen dat er waar mogelijk uniformiteit komt in aanpak.

Twee: ik zal onverminderd inzetten op het internationale spoor, ook samen met de staatssecretaris van IenW, om het zwaar professioneel vuurwerk bij de bron aan te pakken. Op 1 april hebben we hier opnieuw aandacht voor gevraagd bij de Europese Commissie. Ook op operationeel niveau wordt de samenwerking inmiddels verder verbeterd, onder andere met een conferentie van onze politie met Europol vorige week over de aanpak van de illegale handel en het misbruik van zwaar vuurwerk.

Ten derde: op het gebied van de opsporing blijft de focus op het opsporen van illegale handel van zwaar vuurwerk en het tegengaan van het misbruik daarvan. Een adequate oplossing daarvan is immers van groot belang. Daarom wil ik zowel via de Wet wapens en munitie als via de Wet op de economische delicten het F4-vuurwerk blijven aanpakken. Een ander voorbeeld hiervan is het offensief tegen explosies onder leiding van de burgemeester van Rotterdam, Carola Schouten. Ik verwacht dat zij in de komende weken komen met een plan van aanpak om het probleem dat we hebben met explosies, niet alleen maar gedurende oudjaarsnacht, adequaat aan te pakken. Ik denk dat dat ook zal helpen tegen de overlast met oud en nieuw, waar ook een hoop illegaal vuurwerk de bron is van het geweld tegen hulpverleners.

Dan een aantal concrete vragen. Een is er van mevrouw Van der Werf. Ze is er niet, maar ik antwoord dan toch voor het verslag. Zij vroeg hoe het staat met haar motie rondom het zorgen voor voldoende gehoorbescherming en veiligheidshelmen. We zijn bezig met voldoende gehoorbeschermingsmiddelen. Ik moet daarbij wel opmerken dat er ook dusdanig zwaar illegaal vuurwerk is dat zelfs de beste gehoorbeschermingsmiddelen niet kunnen voorkomen dat er toch gehoorschade optreedt als het te dichtbij ontploft. Het risico kunnen we dus niet 100% wegnemen.

Zij vroeg ook naar de helmen voor de politie. Er zijn helmen bij de politie. Er worden pilots gedraaid. Tegelijkertijd laat onze politie zich er ook op voorstaan dat ze contact maakt met de mensen op straat. Het hebben van een helm heeft meteen een andere uitstraling op hoe de politie optreedt. Ze zullen dus altijd zelf een afweging maken in wat in welke situatie het beste is volgens hen.

De heer Boutkan vroeg nog naar de wetsovertreders: pakken we die hard genoeg aan? We kennen in Nederland voor vuurwerkdelicten al forse straffen in vergelijking met andere landen. De Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten is in 2020 opnieuw vastgesteld. Ik kom daar zo bij de appreciatie van de motie op terug. Daar is de hoogte van de straffen opnieuw geïndexeerd en verhoogd. Het vertrekpunt van het beleid van het OM is dat de strafeis wordt verhoogd wanneer het delict is gepleegd tegen een werknemer met een publieke taak. Een ander vertrekpunt is dat maatwerk wordt toegepast bij het bepalen van een passende straf door alle omstandigheden van de zaak mee te wegen. Ik verwacht ook dat de aanstaande uitbreiding van het taakstrafverbod zal bijdragen aan een hardere aanpak van daders die agressie of geweld tegenover hulpverleners of politieambtenaren hebben gebruikt.

De heer El Abassi en mevrouw Van der Plas vroegen wat we kunnen doen aan vuurwerk dat van over de grens naar Nederland komt: kunnen we nog intensiever controleren aan de grens waar dat nodig is? Dat doen we al jaren. Er wordt elk jaar meer vuurwerk onderschept. De politie en het OM zetten zich ervoor in om het zo dicht mogelijk bij de bron aan te pakken. De ILT voert ook elk jaar controles uit ten aanzien van de productveiligheid en de kwaliteit. Afgelopen jaar is meer dan 107.000 kilo illegaal vuurwerk in beslag genomen. Dat stijgt nog steeds ieder jaar.

Mevrouw Van der Plas vroeg wat de kosten voor inbeslagname en vernietiging zijn. Dat nemen we mee in de uitvoeringstoetsen die wij doen.

Dat brengt mij bij de motie op stuk nr. 23, die gaat over de strafvorderingsrichtlijn.

De voorzitter:
U wilt een vraag stellen, meneer Boutkan? Ga uw gang.

De heer Boutkan (PVV):
Ja, voorzitter. Dank u wel, minister. Ik hoor de minister zeggen dat hij een driesporenbeleid wil gaan volgen met de collega van IenW om met handhaving alles in het werk te stellen om te voorkomen dat. De vraag die ik vervolgens heb, is: waarom is dat dan de afgelopen jaren niet gebeurd?

Minister Van Weel:
Er is ontzettend veel gebeurd in de afgelopen jaren. Het is niet dat de politie denkt: goh, het is 31 december; laten we kijken wat er gebeurt. Er is sprake van een planning die in heel veel gemeenten nu al richting de jaarwisseling loopt. De politie heeft de afgelopen jaren heel veel ervaring opgedaan in hoe zij zich moet wapenen. Dat heeft ook lokale kenmerken. Ik ken gemeenten waar juist wordt ingezet op de-escalatie aan de voorkant en ik ken gemeenten waar juist heel veel repressie is. Er zijn aanpakken die werken en aanpakken die niet werken. Dat is een continu proces en het is dus niets nieuws.

Ik realiseer me nu wel — en daarmee reageer ik op het aanstaande amendement van mevrouw Michon — dat we een nieuwe fase ingaan op het moment dat deze wet wordt aangenomen. Want ofwel we hebben nu direct te maken met een situatie die van dag op nacht verandert vanwege een vuurwerkverbod — maar dat is onwaarschijnlijk gelet op het tijdpad — ofwel we hebben een situatie waarin een wet wordt aangenomen die pas volgend jaar in werking treedt, en dan hebben we nu nog een soort laatste jaarwisseling. Dan zie ik wel additionele risico's: hoe gaan we daar dan mee om? Hoe voorkomen we dat dat meer escaleert dan het tot nu toe heeft gedaan? Ik zie dus alle aanleiding om voor de transitieperiode en voor komend oud en nieuw een pad op te zetten.

De voorzitter:
Meneer Boutkan, uw laatste interruptie.

De heer Boutkan (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Die laatste besteed ik dan aan het antwoord van de minister over de wetsovertreders. Hij zei: we kennen hogere straffen en we passen dit of dat toe. Maar de vraag is dan: wordt het dan ook daadwerkelijk opgelegd? Want dat signaal krijgen we regelmatig terug. Als er iets gepleegd is tegen onze hulpverleners, wordt er vervolgens niet doorgepakt met een afdoende straf. Misschien een taakstrafje, een aai over de bol, een gesprek enzovoort. Nee, worden de straffen die in het kader van de strafoplegging mogelijk zijn dan ook daadwerkelijk opgelegd? Dat is de vraag.

Minister Van Weel:
Nou, over het opleggen gaat de rechter in dit land en dat gaan we voorlopig ook niet veranderen. Wat er wel gebeurt, is dat het OM de strafeisen doet. Daarvoor is die strafvorderingsrichtlijn. Die is een aantal keren aangepast, voor het laatst in 2020. Ik kom straks bij de appreciatie van de motie bij het verzoek dat mevrouw Van der Plas doet over hoe ik daarmee omga. We kennen geen minimumstraffen in Nederland. We zeggen dus niet tegen de rechter: u moet minimaal twee jaar opleggen voor geweld tegen een hulpverlener. Maar we hebben wel in sommige gevallen een taakstrafverbod ingesteld. Dat wil dus zeggen dat je geen taakstraf kunt opleggen en automatisch bij een vrijheidsbenemende strafeis terechtkomt. Dan nog is het uiteindelijk aan de rechter wat hij oplegt. De rechter weegt daarbij alles mee. Over individuele zaken zult u mij verder niet horen. Maar dit is hoe ons systeem hierop reageert.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog een vraag van mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja, ik heb een vraag over de handhaving. Ik hecht hier zeer aan. Ik begrijp heel goed dat met deze wet de wereld er niet in één keer anders uitziet. Maar daarom is de handhaving ook de eerste voorwaarde. Dat is niet voor niets de eerste voorwaarde. Ik hoor de minister zeggen dat daarop drie sporen worden uitgelopen. Ik kan mij bij alle drie wat voorstellen, maar mijn fractie heeft er behoefte aan om dat eens een keer allemaal bij elkaar te hebben. Ik noemde dat handhavingsplan. Ik vind dat zelf niet de mooiste term. Ik hoef ook geen taskforces en allemaal van dat soort clubs, maar ik wil wel dat alles een keer bij elkaar staat rond de handhaving bij oud en nieuw. Natuurlijk is het vervolgens aan het lokale gezag om daaraan invulling te geven. Ik ga helemaal niet over wie waar wordt ingezet. Maar wat doen we op landelijk niveau aan recherche als het gaat om het opsporen van illegaal vuurwerk? Wat doen we via de bestuurlijke aanpak om te zorgen dat we meer woningen sluiten waar we vuurwerk vinden? Dat zou ik de minister willen vragen, omdat dat expliciet een eerste voorwaarde van de VVD is, die ook in het amendement staat.

Minister Van Weel:
Ik heb de drie sporen geschetst die binnen mijn competentie liggen, waar ik wat aan kan doen. Maar ik ga niet over de openbareordehandhaving, waarover het hier in een hoop gevallen gaat, in bijvoorbeeld een stad als Rotterdam. Als de burgemeester "ik wil dat de politie wel hierop ingrijpt en niet daarop ingrijpt" zegt, dan is dat aan de lokale driehoek. We zullen dus nooit een plan krijgen dat dicteert hoe de inzet van de diensten gedurende oud en nieuw, en in de aanloop naar oud en nieuw, loopt. Dat staat los van wat ik zeg over de algemene bredere inspanningen, die we wel landelijk kunnen doen. Dat is dat we inzetten op het tegengaan van illegaal vuurwerk. Ik noem maar een dwarsstraat: we zouden gemeenten kunnen stimuleren om het lokale vuurwerkverbod, waartoe ze de mogelijkheid hebben, wel af te kondigen. Dat blijft dan aan de gemeente, maar dat zou een advies kunnen zijn. Ik verwacht dus wel dat er uit dat overleg een aantal best practices zullen komen, dan wel richtlijnen waar dat mogelijk is, dan wel handvatten waar dat opportuun is, of dat soort dingen. Als u dat verstaat onder een plan, dan gaat dat er komen.

De voorzitter:
Dank u wel. Een allerlaatste, hele korte vraag, mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja, een laatste korte vraag. Dat zie ik als het begin van een plan. Vervolgens ga ik proberen om daaraan concrete doelstellingen te verbinden, zoals wij vanuit hier zo maximaal mogelijk gaan inzetten op stevigere handhaving. Als de minister hier toezegt om al die initiatieven een keer bij elkaar te zetten ... Dat zijn ook veel bestaande initiatieven. Daarover hebben wij het namelijk vaak in andere debatten. Dat doen we bij de voetbalaanpak eigenlijk ook. Wat is eigenlijk het hele scala van wat we doen?

De voorzitter:
En wat is uw vraag?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
En wat vinden we ervan? En dan is het inderdaad lokaal in te vullen. Die toezegging krijg ik graag van de minister, zeg ik via de voorzitter.

Minister Van Weel:
Volgens mij heb ik die gedaan.

De voorzitter:
U gaat naar de motie op stuk nr. 23, volgens mij.

Minister Van Weel:
Jazeker, ik ga naar de motie op stuk nr. 23. Dat is de laatste motie van de avond. Het goede nieuws is dat ik die oordeel Kamer kan geven als ik hem als volgt mag lezen. Het OM is onafhankelijk en gaat zelf over de strafvorderingsrichtlijnen. Maar ik wil naar aanleiding van deze motie wel met het OM in gesprek gaan en wijzen op het belang — daar gaat het namelijk om — van de harde aanpak van vuurwerkcriminaliteit. Als ik 'm zo mag lezen, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Dat gaan we nu horen van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat is prima.

Ik denk dat ik nog wat vragen heb openstaan, maar misschien heb ik het antwoord gewoon gemist. Maar daar wil ik even doorheen lopen. Het zijn er niet zo veel hoor; het zijn er twee of zo. Dat is de vraag over de meldplicht. Wat is de stand van zaken? En hoeveel capaciteit is er voor de handhaving nodig en gaat dat ten koste van andere veiligheidstaken?

Minister Van Weel:
Die laatste vraag komt dus in de handhavings- en uitvoeringstoets. Die volgt dus in een volgende fase. Ik kan daarover nu nog niks zinnigs zeggen. Ook hier geef ik weer een winstwaarschuwing: meer politie gaan we niet krijgen, zeker niet al tegen de tijd dat dit wetsvoorstel in werking treedt. Het gaat dus om de vraag hoe we de capaciteit inzetten. Moet dat tijdens die periode intensiever? Zo ja, dan gaat dat ten koste van andere zaken. Dus dat is de trade-off.

De meldplicht. Die mogelijkheid bestaat al. Er kan een meldplicht of een gebiedsverbod worden opgelegd aan mensen die herhaaldelijk de wet hebben overtreden of voor overlast hebben gezorgd. Wat ik zal doen, is alle burgemeesters wijzen op de mogelijkheid om dit middel in de gereedschapskist voor oud en nieuw op te nemen.

De voorzitter:
Dank u wel. Heel kort, alstublieft.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit gaat over een motie waarin gevraagd wordt om te kijken of we die meldplicht tijdens de komende jaarwisseling kunnen laten gelden voor mensen die zich tijdens de afgelopen jaarwisseling hebben misdragen. Die motie is aangenomen en daarom vroeg ik dus wat de stand van zaken is.

Minister Van Weel:
Ik neem in een volgende verzamelbrief de volledige stand van zaken mee, maar het korte antwoord is: het kan. We zullen burgemeesters wijzen op de wijze waarop dat kan. Het kan, maar er zijn wel voorwaarden aan verbonden. Je kunt niet iedereen die vorig jaar een cobra heeft afgestoken met oud en nieuw in een schuur opsluiten. Maar los daarvan zijn er mogelijkheden om die meldplicht te gebruiken.

De voorzitter:
Dank aan de minister voor zijn beantwoording. Hiermee zijn we aan het einde van het debat gekomen.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan dinsdag stemmen over de wet, de amendementen en de moties.

Dank aan de indieners van deze initiatiefwet en complimenten aan de indieners en de teams voor hun harde werk. Supergoed gedaan! Dank aan de ministers en hun teams voor het harde werken. Dank aan de leden. Dank aan alle collega's van de Tweede Kamer. Het is weer een latertje geworden. Ik sluit deze vergadering van 3 april.