Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling) (35386) re- en dupliek (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2025D14897, datum: 2025-04-03, bijgewerkt: 2025-04-04 09:34, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2025-04-03 18:30: Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling) (35386) re- en dupliek (Plenair debat (initiatiefwetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling) re- en dupliek (35386).
(Zie vergadering van 19 februari 2025.)
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van de Tweede Kamer. Aan de orde is een
voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de
Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de
invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten; de Wet veilige
jaarwisseling. Een aantal jaar geleden, in 2022, is de eerste termijn
van de zijde van de Kamer geweest. Een aantal maanden geleden hebben we
de eerste termijn van de zijde van de initiatiefnemers gezien. Nu is het
tijd voor de tweede termijn, zowel van de zijde van de Kamer als van de
zijde van de initiatiefnemers en de regering.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Laten we snel beginnen. De eerste spreker is het lid Kostić van de
Partij voor de Dieren. Ga uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Ik wil eerst de mensen thuis en de mensen op de tribune die
al jaren vechten voor een vuurwerkverbod bedanken. Sommigen hebben zich
meer dan twintig jaar ingezet voor een fijne oudejaarsavond voor
iedereen. Het vergt lef en doorzettingsvermogen om voor de troepen uit
te lopen. Vandaag is een waardig, historisch moment. Vanaf vandaag
kiezen we echt voor een andere traditie, maar het blijft een feestelijke
traditie. Het wordt nu alleen echt een feest voor iedereen. Er komt een
einde aan veel stress en leed voor de dieren, dus voor de miljoenen
vogels, katten, honden en andere dieren die tot nu toe elk jaar in
paniek raakten, gewond raakten of vermist raakten. Wilde dieren als
egels, waarvan het aantal in de laatste 30 jaar is gehalveerd, worden
niet meer uit hun winterslaap geknald.
Het zijn niet alleen gewone burgers geweest, inmiddels 74% van de
Nederlanders, die voor een vuurwerkverbod voor consumenten hebben
gepleit. Ook mensen uit het veld die te maken krijgen met de gevolgen
van vuurwerk hebben zich duidelijk uitgesproken voor dit wetsvoorstel.
Ik noem de politie, de brandweer, ziekenhuizen, ambulances, oogartsen,
het Longfonds, milieu- en natuurorganisaties en natuurlijk de
dierenwelzijnsorganisaties. Nederland wil dus heel graag heel snel een
andere invulling van de traditie, juist om meer slachtoffers en verdere
schade aan natuur, milieu en gezondheid van mens en dier te
voorkomen.
Voorzitter. Ik heb me er vaak over verbaasd hoe weinig de politiek in de
Tweede Kamer echt gaat over luisteren naar de feiten en naar mensen uit
het veld. Het gaat te weinig over het handelen vanuit de simpele maar
fundamentele waarde dat we een beetje goed moeten omgaan met onze
leefomgeving, met elkaar en met alle andere dieren waar we deze unieke
aarde mee delen, om vervolgens samen echt te kiezen voor oplossingen die
werken voor het algemene belang, ook al geeft dat soms wat ongemak. Maar
vandaag gaat het anders.
Veel partijen hebben in de behandeling van deze wet aangegeven de
traditie rond oud en nieuw waardevol te vinden. Mijn fractie begrijpt
die gevoelens. Ook de collega's van CDA, VVD, en NSC hebben hun
worsteling daarmee laten zien, maar ook hun welwillendheid om mensen uit
het veld te horen. Wij hebben heel veel waardering daarvoor. Ik wil de
fracties bedanken dat ze hun steun voor een nieuwe traditie en voor deze
wet in de afgelopen periode kenbaar hebben gemaakt. Vandaag laat de
politiek zich van haar beste kant zien.
Gisteren hebben 1.300 organisaties en 750 ondertekenaars van het
Vuurwerkmanifest een brief naar de Kamer gestuurd met daarin de oproep
om het verbod snel in te laten gaan. Ook de politie is blij met ons
wetsvoorstel, en vraagt ons om vaart te maken. Ze wijzen erop dat ze pas
na een duidelijk vuurwerkverbod echt aan handhaving en opsporing toe
kunnen komen. Hoe sneller de wet wordt ingevoerd, hoe sneller de politie
weer ruimte krijgt om zwaar vuurwerk en de echte raddraaiers aan te
pakken.
Voorzitter. Het is goed om te beseffen dat het vuurwerkverbod ons heel
veel geld gaat besparen. Alleen al de particulier verzekerde schade rond
de jaarwisseling bedraagt ongeveer 16 miljoen euro. En daar komt de
onverzekerde schade nog bij: de schade aan de openbare ruimte, de
belasting van de zorg, de politie en de brandweer, de kosten van het
opruimen van al het afval, de schade van de verschillende zware metalen
die in onze bodem en ons water doordringen en de schade aan natuur. Maar
onze gezondheid is eigenlijk niet in geld uit te drukken: tijdens één
oudejaarsavond komt door het afsteken van vuurwerk meer fijnstof vrij
dan álle personenauto's in tien maanden uitstoten.
Voorzitter, ik sluit af met de hoop en blijdschap dat de politiek zich
vandaag van haar beste kant laat zien, opdat onze hulpverleners,
politie, de zorg en vele burgers weten dat ze op ons kunnen vertrouwen.
Samen de schouders eronder en heel snel het vuurwerkverbod invoeren voor
een veilige en feestelijke jaarwisseling voor iedereen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van Nispen van de SP.
De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst de leden Klaver en Ouwehand en
natuurlijk hun ondersteuning bedanken voor het debat en de beantwoording
van enkele weken geleden over deze wet met een zeer lange geschiedenis.
Ik bewonder hun doorzettingsvermogen. Het was ook een goed debat. Dat
zeg ik niet altijd, zeker niet als hier ministers zitten. U kent
mij.
Maar zonder gekheid: het zal geen verrassing zijn dat de SP niet
overtuigd is van nut, noodzaak en effectiviteit van een totaalverbod op
al het consumentenvuurwerk. De grootste problemen, onveiligheid op
straat en de ernstigste ongelukken, worden veroorzaakt door vuurwerk dat
al verboden is: illegale explosieven uit het buitenland. Ik geloof niet
dat met een verbod op sierfonteinen de aanvallen op de hulpverleners
kunnen worden voorkomen, hoezeer ik ook begrijp dat iedereen dat
normloze geweld spuugzat is. Wij denken ook niet dat een verbod op al
het siervuurwerk opeens zal leiden tot een vuurwerkloze samenleving. We
zien al jaren dat illegaal vuurwerk uit België en Duitsland ons land
wordt binnengebracht. Ik kan niet goed beredeneren waarom een verbod op
siervuurwerk opeens zou gaan leiden tot rustige, fijne jaarwisselingen
met alleen maar nette, brave mensen, tot jaarwisselingen zonder
misdragingen.
Er is nog steeds een stevige vuurwerktraditie. Die zit diep. Dat blijkt
ieder jaar. Veel mensen beleven daar erg veel plezier aan en gaan er
verantwoord mee om. Dat is ook wat waard. Ik vind dat we daar niet te
makkelijk overheen moeten stappen. Ook vind ik dat we niet moeten doen
alsof we daarna veilige jaarwisselingen hebben. Dat is inmiddels wel de
titel van deze wet. Dat begrijp ik, maar ik vrees toch dat die
verwachtingen niet helemaal waargemaakt kunnen worden. Dus met alle
respect en waardering voor de beantwoording: de SP is er niet van
overtuigd.
Ik sluit wel af met enkele vragen, voorzitter. Die zijn, denk ik, met
name voor de staatssecretaris en de minister. Het kostenaspect was de
vorige keer toch nog wel vrij onduidelijk, en dat is het wat mij betreft
vandaag de dag nog steeds. Het is mij ook nog niet duidelijk wat nou
mogelijk zou zijn op het gebied van meer handhaving, bijvoorbeeld op het
illegale deel, dat straks alleen maar groter wordt. Mij is ook niet
helder welke datum van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel — als daar
inderdaad een meerderheid voor is; ik lees ook weleens wat — realistisch
zou zijn. De vorige keer heeft de staatssecretaris gezegd dat
inwerkingtreding de komende jaarwisseling absoluut niet realistisch zou
zijn. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris en de minister daarop gaan
antwoorden. Ik zou zeggen: pas op voor overhaaste dadendrang.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank. De beurt is aan de heer Gabriëls van GroenLinks-PvdA. Ga uw
gang.
De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Graag wil ik de initiatiefnemers, de heer Klaver
en mevrouw Ouwehand, en de ondersteuning, die heel hard gewerkt heeft,
bijzonder bedanken. Zij hebben jaren geleden het initiatief genomen tot
de wet die nu voorligt.
We kijken terug op een gedegen, inhoudelijk en eerlijk debat, waarin we
allemaal vanuit onze eigen opvattingen van mening hebben kunnen
verschillen. Ook de betrokkenheid vanuit de samenleving bij deze wet is
groot. Politie, lokaal bestuur, veiligheidsregio's,
dierenwelzijnsorganisaties, gezondheidszorg, vuurwerkondernemers,
milieuorganisaties: allemaal hebben ze hun perspectief gegeven en van
zich laten horen. Het heeft allemaal bijgedragen aan een debat dat, als
ik het goed zie, de gevoelens onder de Nederlandse bevolking heeft weten
te vertolken en ruimte heeft gegeven aan de verschillende afwegingen van
de verschillende partijen.
Mij greep in het bijzonder ook het verhaal aan van Tjeerd de Faber, de
oogarts, een van de oprichters van het Vuurwerkmanifest. Eindelijk mag
hij van zichzelf met pensioen. Zijn verhalen over oorlogszorg in
vredestijd, oogoperaties, oogverwijderingen en andere vreselijkheden
hebben een bijzondere indruk gemaakt. Zoals ik ook in mijn eerdere
bijdragen aan het debat over de jaarwisseling heb genoemd, horen we vaak
wel de getallen, maar weet je niet precies wat het leed achter die
getallen is. En er is heel veel leed. Ik hoop ook dat het niet meer
nodig is om de bijbehorende foto's die Tjeerd liet zien, te tonen en
verspreiden.
Mijn collega's in de Kamer wil ik ook bedanken voor het meedenken over
de wet. De amendementen van mevrouw Bikker, de heer Stoffer, de heer
Boswijk en mevrouw Michon-Derkzen hebben het wetsvoorstel aangescherpt.
Daarmee geeft het wetsvoorstel nog meer ruimte aan datgene wat in
Nederland leeft. De amendementen voorzien in een
uitzonderingsmogelijkheid op het algemeen consumentenvuurwerkverbod. Het
zal niet verbazen dat onze fractie daar aanvankelijk niet heel
enthousiast van werd. We waarderen het echter dat collega's oprecht
zoeken naar een model waarin aan een relatief veilige en gecontroleerde
nieuwe vuurwerktraditie vorm wordt gegeven. We roepen het kabinet dan
wel op om alles op alles te zetten om deze wet zo snel mogelijk in
werking te laten treden, zoals ook de politie, artsen, burgemeesters en
een deel van de vuurwerkbranche vragen. De uitwassen van nóg een jaar
vuurwerk moeten we zien te voorkomen. En het moet nog voor oud en nieuw
duidelijk zijn welke regels gelden.
Rest mij niets anders dan namens de fractie van GroenLinks-Partij van de
Arbeid oprecht de hoop uit te spreken dat de komende jaarwisseling weer
een feest wordt voor iedereen, en voortaan ook voor de politie, boa's,
brandweer en andere hulpverleners, zodat zij zonder zorgen oud en nieuw
kunnen vieren, aan het werk of thuis met hun geliefden, familie en
vrienden. Zij hebben dat, net zoals het medisch personeel en andere
mensen die voor de samenleving werken, na al die jaren van werken op een
van de moeilijkste tijdstippen van het jaar, gewoon heel erg dik
verdiend.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat levert een vraag van mevrouw Van der Plas op.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. De heer Gabriëls zegt dat het weer leuk wordt voor iedereen. Maar er
zijn ongeveer 800 ondernemers en hun gezinnen, zeker als de plannen van
GroenLinks-PvdA zo snel mogelijk doorgaan, waarvoor het helemaal geen
leuke jaarwisseling wordt. Dat zijn mensen die de afgelopen jaren
misschien wel tonnen hebben geïnvesteerd omdat de overheid van alles van
ze vroeg voor veilige opslag en allerlei andere regelgeving. Samen met
de sector is ook nog gewerkt aan een meerjarenplan. Dat heeft
ondernemers ertoe bewogen om te zeggen: nou, er is perspectief, dus we
gaan investeren. Dit is gewoon een enorme kapitaalvernietiging. Dus die
hebben helemaal geen leuk feest. Heel veel mensen in Nederland genieten
van vuurwerk — want 25% steekt vuurwerk af en 45% van de mensen geeft
aan ervan te genieten en ernaar te kijken — en hebben ook helemaal geen
leuke jaarwisseling meer ...
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
... want die brave burger wil gewoon met zijn kind dat sierpotje
aansteken; die heeft het altijd braaf binnen de regels gedaan en die
wordt nu gestraft.
De voorzitter:
Mevrouw ...
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat zegt de heer Gabriëls tegen deze mensen, die helemaal geen leuk
feest hebben? Want dit is helemaal niet voor iedereen leuk.
De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):
Nou, allereerst hebben wij altijd gepleit voor een ruimhartige
compensatie, ook voor de vuurwerkbranche. Natuurlijk zal ik zeggen dat
GroenLinks-Partij van de Arbeid dit begrijpt. Daarom hebben we ook
aangegeven dat alle meningen hier, in het hart van de democratie, aan
bod zijn gekomen. Wij staan achter deze wet. Wij vinden het belangrijk
dat de politie, maar ook medisch personeel en iedereen, hierin gehoord
wordt. En natuurlijk snappen wij dat het heel vervelend is voor de
branche en voor de mensen die heel graag siervuurwerk afsteken. Dat
begrijpen wij, alleen hebben wij een andere afweging gemaakt.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat leidt tot nog een vraag van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas, u heeft zo nog uw eigen bijdrage. Iets kortere
vragen, als dat gaat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Tja, ik vraag me af of de heer Gabriëls en zijn partij dat snappen. Want
voor een ondernemer is het nogal wat om tonnen te moeten besteden aan
iets wat in zijn bestaan voorziet en wat heel veel mensen vreugde geeft,
en om dat dan gewoon in rook te zien opgaan — letterlijk en figuurlijk.
Het is gewoon weg. Dat is kapitaalvernietiging. Dus het zijn zalvende
woorden van de heer Gabriëls, maar ik betwijfel of de heer Gabriëls het
snapt. Ik denk eerder dat GroenLinks-Partij van de Arbeid zegt: dat is
collateral damage, en ze krijgen compensatie. Alsof geld alles
goedmaakt. Dat is niet zo. Is de heer Gabriëls dat met me eens?
De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):
Oprecht snappen wij dat het vervelend is voor de vuurwerkbranche,
oprecht. Ook ik heb reacties gekregen van vuurwerkondernemers in mijn
woonplaats. Oprecht hebben wij daar begrip voor. Wij hebben alleen de
afweging gemaakt om toch de politieagenten, het zorgpersoneel, de
dierenwelzijnsorganisaties, de milieuorganisaties en allerlei andere
organisaties hierin te volgen en ook te zeggen dat we een feest voor
iedereen willen en dat het zo niet verder kan met alles wat er gebeurt
met de jaarwisseling. Maar oprecht snap ik de gevoelens waarover mevrouw
Van der Plas het heeft.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is de beurt aan de heer Boswijk van het CDA.
De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst de initiatiefnemers bedanken
voor dit initiatief. Het is al een paar keer gezegd, want ik hoorde het
collega Kostić en collega Gabriëls ook zeggen, maar we kunnen het wel:
verschillen van meningen, debatten hebben op de inhoud, een ander zelfs
overtuigen — "van zijn ongelijk" zou ik niet willen zeggen — en zelfs
een pijnlijke draai moeten maken. Ik heb het al gezegd: mijn oud en
nieuw vroeger was vooral op 1 januari het vuurwerk afsteken dat nog niet
was afgegaan. Hoe korter het lontje, hoe leuker. Ik kan me heel goed het
plezier en de spanning voorstellen die heel veel mensen, met name
jongeren, ervaren.
Tegelijkertijd hebben wij als CDA en ik als woordvoerder met de politie
en met heel veel hulpverleners gesproken, in de maanden voor de
jaarwisseling en in de weken daarna. Als jij als partij de druk op het
politieapparaat en op de hulpverleners in den brede ziet en altijd zegt
"wij staan voor de hulpverlener", als je schande spreekt van illegale
demonstraties, of het nou boeren zijn die zich misdragen of
klimaatactivisten die zich vastlijmen, en je zou die ene dag van het
jaar zeggen "nu even niet, nu kijken we even de andere kant op als de
hulpverleners ons om hulp vragen", dan is het natuurlijk weinig
geloofwaardig. Dat heeft ons als CDA begin dit jaar doen besluiten om
toch de draai te maken. Het is geen gemakkelijke draai. Ik hoor collega
Van der Plas over de vuurwerkbranche. Natuurlijk horen wij ook die
verhalen en snappen wij ook dat het voor deze mensen een waardeloze
uitkomst zou kunnen zijn. Maar tegelijkertijd hebben wij de afweging
gemaakt en het belang van de hulpverleners en de veiligheid van mensen
die zich inzetten voor de samenleving vooropgezet.
Voorzitter. Dit wetsvoorstel is natuurlijk niet de heilige graal. Het is
een fantastisch voorstel, maar er zitten echt nog wel gaten in.
Allereerst doet het natuurlijk niets aan het fundamenteel gebrek aan
fatsoen dat sommige mensen hebben. Ik bedoel, het idee dat jij denkt dat
je vuurwerk naar iemand kan gooien, al helemaal naar een hulpverlener,
lost dit wetsvoorstel niet op. We hebben als samenleving in den brede de
verantwoordelijkheid om mensen hierop te blijven aanspreken en te
normeren. Dat geldt in het bijzonder voor de ouders.
Het andere punt betreft de aanpak van illegaal vuurwerk. Daarbij wil ik
nogmaals een appel doen op de bewindspersonen. Het is al meerdere keren
gezegd: het is niet alleen het illegale vuurwerk dat een probleem is,
maar ook het legale vuurwerk. Dat zou dit wetsvoorstel dan op kunnen
lossen, maar dan hebben we nog steeds het illegale vuurwerk. Dat moet
natuurlijk de hoogste prioriteit hebben, anders is het alsnog dweilen
met de kraan open.
Als laatste ben ik benieuwd naar de antwoorden van de initiatiefnemers
en de bewindspersonen. Het is voor het CDA van belang dat we deze wet
met het amendement erbij op een deugdelijke manier invoeren. We willen
niet dat het met oud en nieuw helemaal ontspoort en dat er dan meteen
wordt gezegd: we draaien het maar weer terug. Dus ja, we willen het zo
snel mogelijk. Ik wil zo snel mogelijk de hulpverleners uit de vuurlinie
halen zodat ze het juiste kunnen doen. Tegelijkertijd moet het ook
uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Daar heb ik eerlijk gezegd nog zorgen
over. Ik ben heel benieuwd naar de reacties van de initiatiefnemers en
van de bewindspersonen. Ik vind het belangrijk dat we het op een goede
manier doen.
Voorzitter. Verder nogmaals dank voor de inzet. Laten we dit voorstel
aan een meerderheid helpen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. O, u heeft nog een interruptie van de heer Boutkan. Ga u
gang.
De heer Boutkan (PVV):
Inderdaad. Complimenten, voorzitter. Ik dank de heer Boswijk voor zijn
inbreng. Ik heb toch even een vraag over het amendement, want daar staat
ook de naam van het CDA onder. Het amendement doet een aantal
toevoegingen aan het wetsvoorstel en dan met name om ertoe te komen dat
georganiseerde groepen burgers in de gelegenheid worden gesteld om
gezamenlijk in een buurtschap of met een vereniging vuurwerk af te
steken. Dat roept dan natuurlijk de vraag op over hoeveel kilo vuurwerk
we dan praten. Hoe zit het met de aansprakelijkheid? Hoe zit het
verzekeringstechnisch en dergelijke? Ik lees elke keer "we beogen", "we
zien dit", "we zien dat", maar ik zie niet echt concreet hoe het CDA en
de overige indieners dat dan gaan realiseren.
De heer Boswijk (CDA):
We hebben onze kleuren afgestemd.
De voorzitter:
Ik zie het. Mooie kleur, dat rood!
De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter!
De heer Boswijk (CDA):
Terechte vraag. Tegelijkertijd denk ik niet dat wij hier een amendement
moeten gaan maken waarin we dat helemaal tot in detail gaan uitwerken.
Uiteindelijk zijn daar mensen voor die dat nog veel beter kunnen dan wij
dat hier in de Kamer kunnen. Wij moeten dat tot op een bepaald
abstractieniveau doen. Natuurlijk hebben de andere initiatiefnemers en
ik daar wel over nagedacht. Ik zie het zelf als volgt. We hebben
bijvoorbeeld al energiecoöperaties. Dat zijn verenigingen of
stichtingen. Het kan allebei. Ik denk dat een vereniging mooier is,
omdat je daar ook echt lid van wordt en dat betrokkenheid geeft. Zo'n
vereniging kan natuurlijk verzekeringen afsluiten. Die kunnen natuurlijk
geld inzamelen. Mensen binnen zo'n vereniging kunnen bijvoorbeeld een
opleiding gaan doen, waardoor ze gemachtigd worden. Of ze maken met de
professionele vuurwerkbranche, die er natuurlijk gewoon is, afspraken,
waarbij die verenigingen het geld inzamelen, met de gemeentes de
locaties afspraken, de vergunning aanvragen en zo'n professionele partij
zegt: oké, prima, jullie hebben het allemaal geregeld als vereniging;
wij komen met de spullen en we zorgen dat we het georganiseerd krijgen.
Dat is in grote lijnen hoe ik ernaar kijk, maar nogmaals, er is een
extern denkniveau, een heel ministerie vol met briljante mensen die het
nog veel beter weten dan ik. Dit zou ik als nuchtere Nederlander op die
manier inrichten.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boutkan.
De heer Boutkan (PVV):
Het punt is natuurlijk wel dat we met een aan zekerheid grenzende
waarschijnlijkheid dinsdag gaan stemmen over dit wetsvoorstel. Dan moet
al het andere nog uitgewerkt worden. Wat eenmaal weg is, komt niet meer
terug. Hebben de indieners van het amendement er voldoende over
nagedacht om te waarborgen dat het ook zo uitgevoerd kan worden? Ik zie
dat bij meer voorwaarden die nu gesteld worden door andere partijen. Dat
is allemaal op papier en dat moet allemaal uitgewerkt worden.
Ondertussen zijn we dat oud en nieuw wel kwijt. Die ondernemers zijn de
sjaak, hun investeringen zijn weg en we zijn weer een traditie
kwijt.
De heer Boswijk (CDA):
Dan toch een kleine geruststelling: de kalender laten wij in stand, dus
oud en nieuw ook. De traditie an sich gaat natuurlijk veranderen. Dat
beoogt dit wetsvoorstel en daar willen we met het amendement een
aanpassing aan doen. Daar ging ook mijn laatste vraag over: hoe kunnen
wij dit op een goede manier implementeren? Enerzijds vroeg ik dat omdat
ik wil voorkomen dat we zo meteen iets invoeren wat faliekant misgaat,
waardoor mensen meteen zeggen: laten we het maar niet doen. Ik denk dat
we het goed moeten doen, het liefst zo snel mogelijk, maar dat staat met
elkaar op gespannen voet. Laten we wel wezen: er is hier natuurlijk heel
veel wet- en regelgeving die wij maken, waarbij je gaandeweg het proces
achter dingen komt en waarin we soms wijzigingen in moeten voeren
lopende het traject. Er is nooit een wetsvoorstel met een bepaald doel
dat 30, 40 jaar helemaal ongewijzigd blijft. Ik sluit dus niet uit dat
wij hier over twee jaar een soort evaluatie gaan doen en bekijken of we
nog iets aan kunnen passen en misschien iets beter kunnen doen. Dat
sluit ik niet uit. Dat gebeurt heel vaak met wetten. Met de kennis van
nu en met de zorgvuldigheid van de debatten die we gehad hebben, denk ik
dat we heel duidelijk de kaders hebben gesteld waarmee het ministerie
prima uit de voeten kan. Misschien moeten we de vraag ook stellen aan
deze twee bewindspersonen. Dan kunnen ze u antwoorden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is er nog een interruptie van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het gezonde, nuchtere verstand van de heer Boswijk wordt hier
tentoongespreid.
De heer Boswijk (CDA):
Graag gedaan.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk dat hij het cynisme niet helemaal begrijpt.
De heer Boswijk (CDA):
O, sorry. Nee.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Want er wordt dan gezegd "we kunnen het zus en we kunnen het zo doen",
terwijl de professionele vuurwerkmensen aangeven dat het bijna
onmogelijk is voor buurtverenigingen of verenigingen om zomaar even een
vuurwerkshowtje te organiseren. Ten eerste zijn er maar 170
gecertificeerde bedrijven in Nederland die dat doen. We hebben rond de
350 gemeenten, iets minder geloof ik. Het kan dus sowieso niet overal,
laat staan in meerdere buurten in meerdere gemeenten. Gecertificeerde
professionele vuurwerkbedrijven worden verward met houders van PSE- en
BT-certificaten. Die zijn niet bevoegd om dit te doen. Heel veel wijken,
dorpen en buurten, zeker in de regio, zullen dus verstoken blijven van
vuurwerk. Mijn vraag aan de heer Boswijk is: heeft hij, in plaats van
alleen gezond en nuchter nagedacht, met deze professionele mensen
gesproken, die op alle mogelijke manieren hebben aangegeven dat het een
utopie is dat het overal kan gebeuren, zoals in het amendement
staat?
De heer Boswijk (CDA):
Ja, soms word ik weleens gek van mezelf. Ik ben iemand die altijd heel
veel mogelijkheden ziet en vooral oplossingen zoekt. Eerlijk gezegd
dacht ik dat ik mevrouw Van der Plas ook zo kende. Ik dacht dat vorige
keer in het debat te zien. We hadden toen een soort brainstormsessie
over de mogelijkheden die er nodig waren. Ik had gehoopt dat ik een
soort opening zag bij mevrouw Van der Plas. Wij zien namelijk ook een
hele grote kans, juist voor de regio, juist voor het versterken van de
sociale cohesie. Ik denk dat mensen heel graag lid willen worden van
zo'n vereniging. Ik word meteen lid van die vereniging als het in mijn
dorp geregeld wordt. Als je noaberschap belangrijk vindt, is dit een
gouden kans. Ik zou als BBB denken: dit moeten we omarmen en dit gaan we
met onze lokale BBB'ers uitrollen. Ik zou het wel weten.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat noaberschap, lid worden van zo'n vereniging en dan blijkt dat
het helemaal niet kan, dat wij hier mensen iets hebben verteld dat
praktisch onuitvoerbaar is. Bij zo'n evenement in een buurt moet je heel
veel vergunningen aanvragen. Bijna heel Nederland is Natura 2000-gebied.
Je hebt stikstofvergunningen. Je hebt gemeenten met vuurwerkgezinde
burgemeesters en je hebt gemeenten met niet-vuurwerkgezinde
burgemeesters. Als je een evenement organiseert, moet je allerlei
vergunningen hebben. Het is een evenement. Je moet sociale hygiëne
hebben, bedrijfshulpverlening, EHBO'ers. Er moeten …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, wat is uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… verkeersregelaars komen.
De voorzitter:
Kunt u uw vraag stellen, alstublieft?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kom op de vraag, maar ik wil even aangeven …
De heer Boswijk (CDA):
U had het de vorige keer over catering en de hygiëne daarbij.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, de sociale hygiëne daarbij.
De voorzitter:
Niet door elkaar heen praten. Mevrouw Van der Plas, kunt u tot uw vraag
komen alstublieft?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… verkeersregelaars, de hele rataplan moet uit de kast getrokken worden.
Dan moeten mensen in de buurt ook nog eens geld gaan geven. Mensen
kunnen hun rekeningen al bijna niet betalen, dus ik vraag me af of ze
dat willen. Zien de heer Boswijk en het CDA dan niet in dat hier
eigenlijk een worst wordt voorgehouden, zo van "joh, ga dat lekker in de
buurt professioneel met elkaar doen"? Dat ziet de heer Boswijk toch ook
wel? Dat wordt van alle kanten aangegeven.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boswijk.
De heer Boswijk (CDA):
Over de rekening niet kunnen betalen: dat is natuurlijk ontzettend
zorgelijk. Tegelijkertijd zie ik zelfs daar een kans. Als je het
namelijk als vereniging inkoopt, kun je het misschien wel goedkoper
krijgen dan wanneer je het allemaal individueel doet. Maar dat is een
zijstraatje. Nogmaals, dit is niet zoals ik de BBB ken: allemaal
problemen opwerpen. Ik dacht dat het allemaal zo makkelijk was, met de
vuist-op-tafelmentaliteit. Stikstof wordt nu opgeroepen als een
probleem. De BBB heeft twee bewindspersonen op het ministerie met
stikstof in de portefeuille. Ik heb altijd gehoord dat het een papieren
probleem was. Als dat zo is, moet dat dus geen probleem zijn. En op alle
andere punten: als we stikstof kunnen overwinnen, kunnen we alles
overwinnen. Zo zit ik in de wedstrijd.
Nogmaals, mijn laatste vraag aan deze bewindspersonen was: ik wil graag
dat we het goed invoeren en dat het aansluit bij de praktijk. En weten
we alles? Nee, natuurlijk niet. Ik ben heel benieuwd waar deze
bewindspersonen naar kijken, maar ik ben wel veel meer van de houding
... Ik hoor de noodkreet van hulpverleners, van politieagenten, die
zeggen: ik ben al 30 jaar politieagent, maar wat ik de laatste 3 jaar
heb meegemaakt, is gewoon oorlogsgebied, dus ik doe het niet meer, ik
stop ermee. Dat zijn hulpverleners die zich inzetten voor de
samenleving, die met PTSS thuiszitten omdat een paar mensen graag een
feestje willen houden en onbeschoft zijn. Ik hoor de BBB heel vaak
zeggen dat we moeten staan voor die hulpverleners. Maar hoe
geloofwaardig is het als je die ene dag van het jaar denkt: laat maar
hangen, we doen het even niet? Ik snap dat het moeilijk is. Een traditie
wil je niet heel snel veranderen. Liever gaat dat organisch.
Helaas, pindakaas: soms moeten wij hier als politiek ook leiderschap
tonen, normeren en "dit gaat zo niet langer" zeggen. Dat is wat wij als
CDA hebben gedaan. Ik geloof in deze samenleving. Ik geloof dat we hier
een nieuwe traditie in het leven kunnen roepen. Ik geloof dat dit leidt
tot sociale cohesie. Wordt dat makkelijk? Doet dat pijn? Jazeker,
natuurlijk, dat doet pijn. Dat zie ik ook wel. Daarom hebben we ook de
vraag of we daar in de praktijk een jaar langer op moeten wachten. Dat
heb ik liever niet, maar ik hoor het heel graag van deze bewindspersoon.
Laten we het goed doen. Maar ik zie uiteindelijk vooral mogelijkheden.
Ik zou ook hopen dat de BBB iets optimistischer en constructiever zou
zijn, juist voor die hulpverleners.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, uw laatste interruptie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, natuurlijk staan wij ook voor de hulpverleners. Het is bijvoorbeeld
misgegaan in Amsterdam en in Rotterdam. Dat was ook in kleinere
plaatsen, hoor. Maar de echt grote excessen waren de afgelopen
jaarwisseling in Amsterdam totaal niet in de hand te houden. Daar is al
een vuurwerkverbod. Het is dus al helemaal niet te handhaven. Ondanks
het verbod is het daar al niet te handhaven.
Ik wil de heer Boswijk er wel aan herinneren dat wij niet in de
kabinetten hebben gezeten die ons in dit stikstofmoeras hebben geduwd.
Dat is het kabinet geweest waarin de partij van de heer Boswijk heeft
gezeten. Wij proberen de rommel op te ruimen en het weer vlot te
trekken. Dat wil ik for the record even hebben gezegd.
De voorzitter:
Heel goed. En wat is uw laatste vraag?
De heer Boswijk (CDA):
Wanneer begint u?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is een hele flauwe opmerking.
De voorzitter:
Meneer Boswijk ...
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, hij lokt wel een beetje uit.
De voorzitter:
Ik snap het, maar we gaan hier geen stikstofdebat voeren. Ik wil graag
uw laatste vraag horen aan de heer Boswijk over het vuurwerkverbod voor
consumenten.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga reageren op deze uitlokking. "Wanneer begint u?" is een hele
flauwe stoot-onder-de-gordelvraag. Wij zijn keihard bezig. De heer
Boswijk weet dat ook. Hij heeft zelf in een coalitie gezeten. Hij weet
zelf hoe hard er wordt gewerkt op ministeries en door ambtenaren. Door
dit hier te zeggen, schoffeert hij niet alleen bewindspersonen, maar ook
de ambtenaren op het ministerie die dag en nacht bezig zijn. Als de heer
Boswijk verwacht dat alles wat er in misschien wel meer dan tien jaar is
misgegaan binnen negen maanden wordt opgelost, dan is dat natuurlijk
onmogelijk.
De voorzitter:
En nu graag uw vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat snapt de heer Boswijk heel goed.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, nu graag ...
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind het ook niet des CDA's om dit soort sneren uit te delen.
De voorzitter:
Oké. Nu graag terug naar het debat en uw laatste vraag aan de heer
Boswijk.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag aan de heer Boswijk ging ook over de evaluatie na twee jaar.
Wat moet zo'n evaluatie laten zien? Stel dat de evaluatie zegt dat het
eigenlijk gewoon één grote mislukking is en dat het helemaal niet helpt,
gaat het CDA dan weer zeggen: we gaan meewerken aan het herstellen van
de vuurwerktraditie in Nederland?
De heer Boswijk (CDA):
Ik hoor collega Van der Plas zeggen dat ze staat voor de hulpverleners.
Nogmaals, als je dat werkelijk waar vindt, dan kun je dat niet 364 dagen
in het jaar doen. Dat doe je 365 dagen, of je doet het niet. Daar zit
niks tussenin. Dat is heel moeilijk om te constateren. Als je dat zegt,
moet je namelijk uiteindelijk een draai maken. Dat hebben wij gedaan.
Daarom staan wij hier.
Voorzitter. Nogmaals, dit is niet de heilige graal. We moeten veel meer
doen. We moeten dat illegale vuurwerk aanpakken. We moeten normen en
waarden en fatsoen weer bij mensen tussen de oren krijgen. Dat betreft
het feit dat het onacceptabel is. Mevrouw Van der Plas zei dat het
alleen in Amsterdam gebeurt, maar dat is niet waar. Nou, dan zei ze:
voornamelijk in Amsterdam en Rotterdam. Er werd wel de indruk gewekt dat
het vooral een Randstadprobleem is. Dat is niet zo. Ik herinner me uit
mijn jeugd dat er plaatsen zijn — ik heb daar overigens zelf familie
wonen — waar het elk jaar echt compleet escaleert. De ME wordt daar
ingezet. Het gebeurt helaas dus verspreid over heel Nederland. Het is
ook niet alleen maar illegaal vuurwerk. Het is ook legaal vuurwerk. Dus
alle argumenten die collega Van der Plas opwerpt, zijn argumenten die ik
tot vorig jaar december ook gebruikte. Ik deed dat totdat ik met mensen
uit de praktijk sprak, de mensen die het moeten doen, en totdat ik
buiten de Randstad kwam in de plaatsen waar het afgelopen oud en nieuw
ook is geëscaleerd. Dan denk je: verrek, het ligt toch iets anders dan
ik dacht.
Met het oog daarop moet je een andere afweging maken. Dat hebben wij
gedaan en het zou BBB sieren dat ze die draai ook maakt voor de
hulpverleners en de mensen, de mannen en de vrouwen, uit de praktijk en
uit de frontlinie.
De voorzitter:
Dank u wel. Nee, mevrouw Van der Plas, u heeft al drie vrij uitgebreide
interrupties gedaan. U heeft dadelijk ook nog uw eigen bijdrage. Dus ik
ga het woord geven aan mevrouw Michon-Derkzen van de VVD.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan wil ik een punt van orde maken. Dit is een wetgevingsoverleg en niet
een gewoon debat. Bij wetgeving hoor je het helemaal tot in detail te
willen uitdiscussiëren, juist omdat het om wetgeving gaat. Ik wil dus
gewoon de gelegenheid krijgen om nog een interruptie te plegen op de
heer Boswijk.
De voorzitter:
Nee, sorry. De eerste termijn is al geweest. U heeft net drie
uitgebreide interrupties gepleegd op de heer Boswijk en u heeft nog uw
eigen bijdrage. U kunt dadelijk ook nog interrumperen op zowel de
initiatiefnemers als op de regering. Dus ik wil nu graag het woord geven
aan mevrouw Michon-Derkzen van de VVD. Ga uw gang.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank, voorzitter. Dit is het derde debat dit jaar over oudjaar! Het is
het ook het derde debat van dit jaar dat over vuurwerk gaat.
Ik sta elk jaar in januari te reflecteren op wat er dat oudjaar is
gebeurd. Het geweld tegen agenten en hulpverleners, die die nacht de
meest vreselijke dienst van het jaar hebben, gaat mij en mijn fractie
niet in de koude kleren zitten. Ik heb dat de vorige keer ook gezegd. En
daarom hebben wij ook talloze voorstellen gedaan met als doel er een
normaal oudjaar van te maken. Wij wilden de raddraaiers pakken. Wij
wilden natuurlijk de mensen die gewoon, zoals mevrouw Van der Plas net
ook zei, op een normale manier — zo zeggen we dat — een potje afsteken
met rust laten. Maar dat lukt niet! Dat moeten we wel constateren, want
er is onvoldoende resultaat. Politie en hulpverleners zeggen jaar op
jaar indringender dat hetgeen zij nodig hebben om met oud en nieuw een
normale dienst te draaien een algeheel vuurwerkverbod is.
Voorzitter. We kunnen onze oren niet sluiten voor die indringende
oproep. Voor hen maakt mij fractie een beweging, maar laten we wel zijn:
ik sta hier niet te juichen.
Voorzitter. Voor mijn fractie moet een vuurwerkverbod dan ook werken. Ik
heb veel reacties gekregen van mensen die dit met enige scepsis hebben
ontvangen. Dat begrijp ik ook. Het moet werken en dat moet blijken in de
praktijk. Ik wil natuurlijk dat we zo min mogelijk de goeden onder de
kwaden laten lijden. Daarom heeft mijn fractie drie voorwaarden gesteld
en pas als aan die volwaarden is voldaan, zal ook de VVD dit verbod
steunen.
Voorzitter. Ik zal deze voorwaarden in dit debat even langslopen. De
eerste voorwaarde is extra inzet op handhaving. Dat is nodig, want
mensen geloven het, zoals ik net al zei, niet. Hoe zeker weten we nou
dat met een algemeen verbod van consumentenvuurwerk het tij kan worden
gekeerd? Ik heb daarom voorgesteld om te komen tot een effectief
handhavingsplan van politie, OM en gemeenten. En dat is meer dan de
eerste reactie van de korpschef van vorige week. Die zei inderdaad een
extra stap te zullen zetten — dank daarvoor — maar dat is pas het begin.
Ik wil dat plan graag dit jaar nog hebben en dat gaan we dan ook
beoordelen.
De handhaving op illegaal vuurwerk moet worden geïntensiveerd. Daar zijn
we al jaren mee bezig en daar moeten we mee doorgaan. Dat moet ook meer
met onze buurlanden worden gedaan, ten minste met België en Duitsland.
En dat moet natuurlijk ook in Europees verband gebeuren. Ik begreep
overigens dat de staatssecretaris daar al mee bezig is in zijn eigen
commissie. Ga daar vooral mee door! Ik verwacht een zichtbare inspanning
van de steden die al eerder een lokaal vuurwerkverbod hebben
afgekondigd, maar nog niet het begin van een handhavingsplan hebben.
Juist in die steden gaat het met oud en nieuw zo totaal los dat iedereen
denkt: wat is dit nu?
Voorzitter. De tweede voorwaarde is dat wat mijn fractie betreft een
veilige jaarwisseling niet het geheel uitsluiten van vuurwerk betekent.
De indieners hebben het over een lokale vuurwerkshow. Dat is prima. Ruim
baan. Die zijn er ook echt in meer dan alleen de grote steden. Maar met
de meer dan 300 gemeenten die wij hebben en binnen die gemeenten nog
eens talloze dorpskernen, is het natuurlijk ondenkbaar dat overal
professionele shows zullen zijn.
Daarom is er het amendement van mevrouw Bikker cum suis. Dat kan
uitkomst bieden doordat in verenigingsverband op lokaal niveau met
elkaar consumentenvuurwerk afsteken wordt toegestaan, voor de buurt, met
elkaar. Steun dan ook van mijn fractie voor dat amendement en ik reken
op Kamerbrede steun voor dat amendement. Het is ook van belang dat de
VNG het steunt. Ik kijk indringend naar de staatssecretaris van IenW
voor de uitwerking van dit amendement. Dat is essentieel om naar die
andere manier van oud en nieuw te gaan.
Voorzitter. De derde voorwaarde ziet op de branche. De ondernemers, net
ook al gememoreerd, mogen wat mijn fractie betreft niet de dupe worden.
De sector moet op een eerlijke en nette manier gecompenseerd worden. We
hebben de brief van de staatssecretaris gezien van 28 maart, we hebben
de reactie van de sector gezien: de bedragen lopen enorm uiteen. Maar ik
ga ervan uit dat de staatssecretaris met de sector om tafel gaat om af
te spreken wat een eerlijke regeling is. Het gaat daarbij niet alleen om
de voorraad, maar ook om de afschrijving van opslaglocaties. Dat geldt
zowel voor de importeurs, de groothandel, alsook voor de verkopers. Die
hebben behoorlijke investeringen gedaan om dit vuurwerk op een veilige
manier op te slaan. Graag hoor ik in een reactie van de staatssecretaris
dat hij dit gaat doen als de wet zou worden aangenomen.
Voorzitter. Dit zijn de drie voorwaarden: handhaving, het gecontroleerd
afsteken door consumenten in verenigingsverband toestaan en compensatie
van de sector. De invulling van deze voorwaarden is aan het kabinet. Ik
wil dat zij vanavond klip-en-klaar aangeven dat zij deze handschoen ook
oppakken als de wet wordt aangenomen.
De heer El Abassi (DENK):
"Een compensatie voor ondernemers" klinkt heel positief. Met corona
hebben we gezien dat een ondernemer €1.500 kreeg. De VVD weet echt wel
dat dat totaal geen compensatie is voor deze ondernemers. Ik zou de VVD
willen vragen aan wat voor bedrag ze denken per ondernemer.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zou echt alles en iedereen tekortdoen als ik hier bedragen zou
noemen, dus dat ga ik niet doen. Ik heb de brief van de staatssecretaris
gelezen waarin bedragen worden genoemd. Ik heb de reactie van de sector
gelezen waarin bedragen worden genoemd. Die bedragen lopen enorm uiteen.
Daarom wil ik dat de staatssecretaris met de sector om tafel gaat om
ervoor te zorgen dat die bedragen bij elkaar komen.
De heer El Abassi (DENK):
Dan mijn vervolgvraag. Inderdaad, met de sector. Wie is de sector? Wie
vertegenwoordigt de sector? Is de VVD het met mij eens dat het geld met
name moet gaan naar de detailhandelaren en niet naar de importeurs, naar
de kleinere ondernemers die het hardst geraakt worden? De importeurs
kunnen namelijk over de grenzen heen ook handeldrijven. Is de VVD het
daarmee eens?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Nee, ik vind dat zowel de importeurs als de verkopers gecompenseerd
moeten worden. Als we naar de uitvoering gaan van het amendement van
mevrouw Bikker — de heer Boswijk kijkt mij aan — dat zij volgens mij met
het CDA heeft ingediend, dan kan het ook niet anders dan dat er ergens
nog wel consumentenvuurwerk binnen dit land voorhanden moet zijn. Dat
kan wellicht elkaar ook weer versterken of aanvullen. Ik zou zowel voor
importeurs als voor verkopers compensatie willen.
De voorzitter:
De heer El Abassi, laatste interruptie.
De heer El Abassi (DENK):
Inderdaad, mijn laatste interruptie. Is de VVD het dan in ieder geval
met mij eens dat de verdeling evenredig moet gebeuren, dat er gekeken
moet worden — onafhankelijk, dus niet alleen door de staatssecretaris
maar door een onafhankelijke instantie — dat die verdeling evenredig
plaatsvindt tussen importeurs en detailhandelaren, en dat er daarbij ook
rekening mee moet worden gehouden dat de importeurs over de grens heen
handel kunnen drijven en de ondernemers niet?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik weet niet of het evenredig zou moeten zijn. Ik wil gewoon dat het
eerlijk en netjes is. Of het evenredig is, hoor ik dan wel van de
staatssecretaris. Ik heb dat beeld nu onvolledig. Ik denk dat niemand
hier dat beeld volledig heeft. Daarop is gewoon nog heel wat huiswerk te
maken.
De voorzitter:
Ik weet even niet wie als eerste bij de microfoon was. Mevrouw Van der
Werf, ga uw gang.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Wij zijn zeer verheugd dat de VVD nu ook voor een vuurwerkverbod is. Ik
wil beginnen met een compliment aan mevrouw Michon-Derkzen, want het is
voor haar persoonlijk vast niet altijd even feestelijk geweest, maar ze
heeft die keuze wel gemaakt en zij verdedigt die hier ook met verve. Dus
oprecht een compliment daarvoor.
Maar ik wil het ook even hebben over de randvoorwaarden, zoals de VVD
het nu noemt, waaronder zij dit voorstel zouden steunen, want dat zijn
wel drie punten die mij als voorstander van deze wet heel bekend
voorkomen. Effectieve handhaving is namelijk de hele reden dat de
politie om deze wet heeft gevraagd. Het mogelijk maken van wat nog wél
zou kunnen aan vuurwerkshows is de hele reden dat mevrouw Bikker samen
met anderen uit de Kamer een amendement heeft opgesteld. En over
redelijke compensatie voor ondernemers heb ik de indieners van het
wetsvoorstel ook al gehoord. Dus mag ik het zo opvatten dat de VVD zich
eigenlijk gewoon aansluit bij de rest van de voorstanders van dit
wetsvoorstel?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik hoop natuurlijk dat iedereen deze voorwaarden zal steunen. Maar voor
mij is het van belang dát de voorwaarden worden ingevuld voordat we tot
een verbod overgaan. Dus in het amendement dat ik zelf heb ingediend,
heb ik een zware voorhang voorgesteld voor het koninklijk besluit
waarmee de wet in werking zal treden, omdat ik wil zien en mijn fractie
wil zien dat we inderdaad aan die voorwaarden hebben voldaan voordat het
verbod ingaat. Dus inderdaad, als mevrouw Van der Werf zegt "dat vind ik
eigenlijk heel logische voorwaarden, want we vonden dat allemaal al zo",
helpt dat om in ieder geval voor die wet te stemmen, iets wat we als
eerste gaan doen. Maar voordat die wet in werking treedt, ga ik dat dus
nog een keer checken door die voorhang van het koninklijk besluit met de
inwerkingtredingsdatum.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Werf, deze keer iets korter alstublieft.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank voor deze reactie. Dan is er nog wel één punt, dat ook iedereen,
inclusief het kabinet, al heeft aangegeven. Namelijk dat dit natuurlijk
niet iets zal zijn dat van de ene op de andere jaarwisseling meteen
vlekkeloos verloopt. Hoe ziet mevrouw Michon-Derkzen dat dan voor zich,
als zij eerst de resultaten wil zien voordat zij het wetsvoorstel
steunt?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik heb net die voorwaarden toegelicht. Wat betreft de handhaving zeg ik
dat er een concreet handhavingsplan moet liggen. Ik vind het absurd dat
wij het ieder jaar aankijken met lokale afsteekverboden maar zonder een
handhavingsplan, en dan de dag erna zeggen: tja, het is niet gelukt, het
was een enorme puinhoop. Ik wil dus dat vanaf het aanstaande oud en
nieuw, wat er dan ook wel of niet van kracht is, de politie een extra
been bijtrekt om de handhaving op orde te krijgen. Ik wil niemand zand
in de ogen strooien: welke wet we hier ook aannemen, natuurlijk ziet de
wereld er daarna niet anders uit. Ik ben me daar terdege van bewust,
maar ik vind dit een noodzakelijke maatregel die ik neem om
hulpverleners en politie te beschermen in die vreselijke dienst. Maar
dan moet het wel werken. Als we er niet een enorm stevig handhavingsplan
tegenaan zetten, gaat het niet werken. Daar ben ik beducht voor. Dan
tornen we eigenlijk aan ons eigen gezag, het gezag vanuit de overheid.
Stoere praatjes over een verbod, maar we móéten zorgen dat het werkt en
daarvoor hebben we ook de inzet nodig van de politie, het Openbaar
Ministerie en de gemeenten.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Werf, laatste interruptie.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik ben dit in de kern en op de inhoud met mevrouw Michon-Derkzen eens;
natuurlijk moet je hier een plan voor hebben. Maar ik denk wel dat we
ons ook allemaal bewust moeten zijn van het realisme dat dit een
verandering is die in de loop van de tijd doorvoeld zal gaan worden. Je
kan er heel goede handhavingsplannen tegenaan zetten, maar de overlast
tijdens, bij wijze van spreken, de komende jaarwisseling zal natuurlijk
verschillen van de situatie waarin deze wet al vijf jaar in werking is
getreden. Dat verschil zou mevrouw Michon-Derkzen ook terdege moeten
erkennen. Dat zijn gewoon de verschillen. Tegen het een valt op te
handhaven en tegen het ander simpelweg misschien niet meteen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Maar dat is dus ook precies waarom er stevige handhaving nodig is. Ik
meen, maar misschien vergis ik me, dat de fractie van mevrouw Van der
Werf het vergelijkt met roken in een restaurant. Maar als er nog gerookt
werd in een restaurant, kreeg de horecaondernemer daar een dikke boete
voor. Die zorgde er dus wel voor dat dat in zijn restaurant niet
gebeurde. Als wij met elkaar iets verbieden — dat zie je bij de lokale
verboden — maar geen begin van een handhavingsplan hebben, zijn er
natuurlijk een aantal die zich er überhaupt niets aan gelegen laten
liggen, zullen een paar mensen natuurlijk braaf de regels volgen en
snapt de meerderheid, de zwijgende meerderheid, er helemaal geen bal
meer van. Die denkt: "Moet ik het nou wel of niet doen? Want de ander
doet het ook." Daarom wil ik dat we als we dit verbod inzetten, echt een
been bijtrekken met stevigere handhaving.
De heer Boswijk (CDA):
In mijn eigen inbreng gaf ik complimenten aan de initiatiefnemers. Ik
wil ook complimenten geven aan collega Michon-Derkzen, die haar
standpunt heeft gewijzigd, net als wij hebben gedaan, maar ook
voorwaarden heeft geformuleerd in haar amendement. Ik vind dat een goed
amendement. Waar alleen mijn zorg zit, is dat uiteindelijk ook wel veel
uitvoering bij de bewindspersonen ligt. Daar moet natuurlijk ook wel een
stok achter de deur zijn, zodat er niet oneindig wordt vertraagd in de
uitvoering. Hoe kijkt collega Michon-Derkzen daarnaar? Wat is een
redelijke termijn waarop die plannen er zouden moeten liggen voor
bijvoorbeeld duidelijke compensatie voor de ondernemers? Wat is ongeveer
de termijn die de VVD acceptabel zou vinden? Ik denk dat het ook
belangrijk is dat de bewindspersonen weten waar ze aan toe zijn,
namelijk.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zit niet aan een termijn vast, maar aan de voorwaarden. Ik wil dat de
voorwaarden zijn ingelost die ik hier heb genoemd voordat we tot een
vuurwerkverbod overgaan. Dus als het kabinet daar snel mee komt en dat
allemaal goed te doen is, dan beoordelen we dat. Je ziet alweer direct
dat zodra mijn fractie en andere fracties hier het over hun standpunt
over een vuurwerkverbod hebben, de enige discussie is: gaat het dit jaar
of volgend jaar in? Ik vind dat geen relevante discussie. Ik vind dat
die voorwaarden ingelost moeten zijn. Dan kan je overgaan naar een
verbod. En wanneer dat is, is aan het kabinet. Ik hoop dat we dat in dit
debat gaan horen. Ik zal ze daarop bevragen.
De heer Boswijk (CDA):
Dan zit ik toch net iets anders in de wedstrijd. Over of we het
aankomende jaar halen, ja of nee, kan je nog discussiëren, want acht
maanden is erg kort. Maar ja, tegelijkertijd wil je ook hulpverleners
niet nog een jaarwisseling aandoen. Ik snap ook dat je zegt: ik wil dat
de voorwaarden worden ingevuld en dat is leidend. Tegelijkertijd kan je
natuurlijk wel tegen deze bewindspersonen zeggen: "Ik wil gewoon — ik
noem maar wat — voor de zomer weten of we het gaan redden, ja of nee.
Kan er een tandje bij? Krijgen we een tussenrapportage?" Enzovoort. Dan
houden we als Kamer een beetje de vinger aan de pols. Want als we zeggen
"we vinden de voorwaarden belangrijk" kunnen we die in theorie over vijf
jaar eens een keer gaan invullen. Dan gaat het het doel een beetje
voorbij, want dan moeten we tegen hulpverleners zeggen: nou, we hebben
het geregeld, over vijf jaar waarschijnlijk. Dat lijkt me niet helemaal
de bedoeling.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
We hebben natuurlijk los van dit debat over het initiatiefwetsvoorstel
met elkaar in commissieverband allerlei debatten. Wij zien elkaar heel
vaak in het debat over politie en daarin zal het natuurlijk ook gaan
over dit handhavingsplan. De staatssecretaris heeft natuurlijk met de
collega's gewoon reguliere debatten. Van de week zou het
tweeminutendebat Externe veiligheid zijn. Dus dat kan gewoon ook
terugkomen in reguliere debatten. Wat ik dus weer licht zorgelijk vind
aan deze vraag van de heer Boswijk, is dat hij zegt: prima, de
voorwaarden, maar we moeten wel een keer dat verbod laten ingaan. Dan
denk ik: nee, dat verbod kan alleen maar ingaan als aan die voorwaarden
is voldaan. Want anders hebben we met elkaar echt iets vreselijks
gecreëerd dat niet gaat werken en dan zijn we nog veel verder van
huis.
De voorzitter:
De heer Boswijk, laatste vraag.
De heer Boswijk (CDA):
Daar ben ik het natuurlijk mee eens. Ik heb zelf ook gezegd dat wat we
invoeren, moet werken en dat de ondernemers gecompenseerd moeten worden.
Daarover verschillen we niet van mening, maar je wil natuurlijk wel een
richting meegeven aan deze bewindspersonen voor wanneer dat moet worden
geregeld. En natuurlijk, als de bewindspersonen zeggen "we hebben er een
x-aantal weken voor nodig" dan kunnen wij wel beoordelen of dat reëel
is, maar je wil natuurlijk wel iets hebben. Ik hoorde collega
Michon-Derkzen zeggen: we zien elkaar elke week. Ja, helaas. Ik heb het
nu even over vuurwerk, maar morgen heb ik het over Oekraïne en
overmorgen over het gevangenistekort en deze staatssecretaris van IenW
zie ik überhaupt nooit. Dus helaas ben ik iets minder hoopvol. Dan denk
ik "we zitten nu in deze samenstelling bij elkaar en dan is het wel het
moment om duidelijke randvoorwaarden mee te geven", omdat onze
spanningsboog wat dat betreft niet zo heel lang is.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik heb in mijn eigen bijdrage aan het kabinet gevraagd of zij willen
toezeggen, een klip-en-klare toezegging, dat zij zich zullen inspannen
voor deze drie voorwaarden. Nou, dat gaan we zo horen. Ik denk dat het
ook goed is om van hen te horen wat voor hen een reële termijn is. Dan
komt ook mijn eigen amendement, met die voorhang voor dat koninklijk
besluit. Dan gaan we het er nog een keer met elkaar over hebben. Vinden
we dat die voorwaarden wel of niet goed zijn ingevuld? Daar kunnen we
ook nog over van mening verschillen, want dat gaan we allemaal
beoordelen. Daarna kan dan die wet al dan niet in werking treden,
naargelang die beoordeling. Dus in die zin hebben we denk ik met het
amendement dat mijn fractie heeft ingediend wel een soort sluitend
systeem bedacht. Dan is het aan het kabinet om de snelheid erop te
gooien. Want ik snap heel goed dat de heer Boswijk zegt. Als het ons te
doen is om een veilige dienst voor politie en hulpverleners kan je niet
zeggen: misschien over vijf jaar, beste mensen. Dat ben ik natuurlijk
totaal met u eens. Maar tegelijkertijd hecht ik er zeer aan dat die
voorwaarden zijn ingevuld; vandaar mijn amendement met die voorhang.
De heer Eerdmans (JA21):
Ik stel gerust vast dat voor de VVD het vuurwerkverbod niet ingaat bij
de komende jaarwisseling. Klopt dat?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Daar heb ik nou net een kwartier met de heer Boswijk over gesproken. Het
gaat mij niet om de ingangsdatum. Het gaat mij om het moment waarop de
drie voorwaarden die voor mijn fractie essentieel zijn, zijn ingevuld.
Dat is leidend. Ik heb geen idee wanneer dat is. Dat gaan we van het
kabinet horen. Met die voorhang van het koninklijk besluit ga ik die
voorwaarden checken. Daar gaan we het weer met elkaar over hebben.
Daarna kan het ingaan.
De heer Eerdmans (JA21):
Het lijkt mij, gelukkig, onhaalbaar om dat voor 1 januari rond te
krijgen. Daar zoek ik naar. Ik denk dat dat ook voor de branche enige
geruststelling is.
Laat ik even kijken naar de drie voorwaarden die de VVD stelt. Strakke
handhaving. Daar zul je óf gigantisch veel geld bij moeten zetten, óf
het lukt niet. Want je gaat niet achter elke boom een agent zetten om te
kijken wie er nog ergens een rotje afsteekt. In Ierland is het illegale
vuurwerk enorm toegenomen na het verbod op het legale. Dat is daar ook
niet te handhaven. Dat gaat dus zeker de eerste jaren niet
gebeuren.
Het tweede. Vuurwerk wel mogelijk maken als je erom vraagt. Dat is het
amendement-Bikker. Ik woon ook in een buurt, namelijk met mijn gezin.
Als ik nou een aanvraag doe, met z'n viertjes, voor het afsteken van
vuurwerk voor de deur, is dat ook amendement-Bikker? Want dan krijgen we
een heleboel verenigingen die allemaal graag voor op de stoep een
toewijzing willen krijgen.
Het derde is de compensatie voor ondernemers. Hoe dan? Waar kan je nou
van uitgaan als je ondernemer bent in vuurwerk en je hebt inderdaad al
de aanschaf gedaan van allerlei voorraad? Het vuurwerk is in huis
gehaald. Als het ergste geval waar wordt en het toch komend jaar ingaat,
zijn ze dat geld gewoon kwijt. Ik wil dus toch wel enige richting van de
VVD weten voor je met zoiets dramatisch als een vuurwerkverbod instemt.
Hoeveel geld wordt dat voor de gedupeerden?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
De heer Eerdmans stelt bij alle drie de voorwaarden vragen. Als het gaat
over de handhaving heeft de politie zelf in een position paper van, naar
ik meen, medio februari een heel aantal suggesties gedaan voor wat nog
kan worden verbeterd in de handhaving. Dat ging onder andere over het
gebruik van slimmere digitale technieken en meer inzet van
recherchecapaciteit op het onderscheppen van illegaal vuurwerk. Ik vond
dat daar vrij concrete suggesties in zitten, waarvan ik ook richting de
minister zou willen zeggen: pak die vooral op en bouw daarop voort in
het handhavingsplan.
Als het gaat om het amendement van mevrouw Bikker cum suis moet ik de
heer Eerdmans teleurstellen, want alleen met zijn gezin gaat hij geen
consumentenvuurwerk afsteken. Daar staat uitdrukkelijk: een ontheffing
kan worden verleend aan een vereniging. Er moet dus iets van een
vereniging zijn die dat op lokaal niveau gaat doen voor de buurt. Daar
gaat de burgemeester over. Hoe dat er allemaal uitziet — daar zijn
natuurlijk tig vragen over te stellen — gaan we nu juist zien in de
uitwerking en in de AMvB.
En dan inderdaad de financiële middelen voor de compensatie. Dat is een
terecht punt. Er zal niemand zijn die denkt: ik heb nog wel zo veel
miljoen op de plank liggen. Ik vind dat de staatssecretaris met de
sector om tafel moet. In de brief van vorige week lees ik overigens ook
dat de staatssecretaris dat gaat doen. Die getallen moeten bij elkaar
komen, want die liggen enorm uiteen. En het is natuurlijk een feit: hoe
sneller het verbod in zal gaan, hoe groter het nadeel voor de sector.
Dat is een feit. Het is in handen van de staatssecretaris om daarover
met de sector in overleg te gaan en een goede regeling te maken.
De voorzitter:
Meneer Eerdmans, laatste interruptie. Kort, alstublieft.
De heer Eerdmans (JA21):
Nou, ik hoop niet alleen in handen van de staatssecretaris, maar ook in
handen van de VVD. Ik denk dat de wanhoop echt stijgt bij de
ondernemers. Ik zal er zo meteen een motie over indienen om dat in ieder
geval proberen af te dwingen bij het kabinet. Maar dan even. De
indieners van het amendement-Bikker willen het onder voorwaarden
mogelijk maken voor georganiseerde groepen burgers om zich tot de
gemeente te wenden voor toestemming om vuurwerk af te steken op een
daartoe aangewezen plek. Dat kan de straat zijn, toch? Dan kan iedereen
— dat is misschien het goede nieuws — zich verenigen in een straat, in
een buurt en zeggen: wij willen toch vuurwerk afsteken. Even naar de
gemeente, dan moet het worden toegekend en dan heb je vuurwerk.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Eerdmans (JA21):
Dus in die zin is mijn vraag: dat biedt toch gewoon de mogelijkheid om
via die weg alsnog toe te staan dat er vuurwerk wordt afgestoken?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Wat ik charmant vind aan het amendement van mevrouw Bikker is dat het
heel veel ruimte geeft aan lokale invulling. In een grote stad kun je
het misschien in bepaalde wijken doen, maar een gemeente met meerdere
dorpskernen zal het misschien in de verschillende dorpskernen doen. Dat
gaan we zien in de uitgewerkte AMvB. Ik vind het een charmant voorstel
om het aan de burgemeester te laten waar het in een gemeente logisch is
om met elkaar consumentenvuurwerk af te steken.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Nispen met een interruptie.
De heer Van Nispen (SP):
Volgens mij kunnen we deze staatssecretaris succes wensen bij de
Voorjaarsnota, want het wensenlijstje wordt lang. Ik vind het
merkwaardig. Maar ik heb eigenlijk een vraag over die eerste voorwaarde:
er ligt een effectief handhavingsplan van gemeenten en politie. Als er
dan zo veel vertrouwen is dat het nu beter kan, wat hebben ze dan de
afgelopen jaren zitten doen? Dat vroeg ik me af. Was het volslagen
willekeurig, zo van "zie maar wat je doet"? Was er dan geen plan? Waren
het ineffectieve plannen? Ik vraag me af waar de VVD het vertrouwen
vandaan haalt dat het nog zo veel beter kan en, als dat kan, waarom dat
de afgelopen jaren dan niet is gebeurd, toen de problemen met illegaal
vuurwerk ook al erg groot waren.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Meneer Van Nispen stelt een mooie vraag; zo ken ik hem ook. Hier hebben
wij jaar in, jaar uit op aangedrongen met elkaar, ook Kamerbreed: kan er
niet meer? Mijn eigen initiatiefnota over aanpak illegaal vuurwerk: kan
er niet meer, moet we niet zwaarder straffen, hoe zorgen we ervoor dat
we illegaal vuurwerk onderbrengen in de algehele aanpak van
ondermijning? We hebben het gehad over busjes die met drugs heen rijden
en met vuurwerk terugkomen. Er ligt eigenlijk heel veel, maar het lukt
onvoldoende. Natuurlijk, al die gesprekken die ik heb gehad, ook met de
politie, over wat er nog meer kan in de handhaving om ervoor te zorgen
dat we niet op het punt staan waarop we nu staan … Zowel de fractie van
de heer Van Nispen als mijn fractie wilde niet staan waar we nu staan.
We wilden niet staan waar we nu staan. We hebben altijd gezegd: wat meer
kan, doe dat ook. Dat lukt onvoldoende. Kijk, het is een gegeven waar ik
mijn oren niet voor sluit. De heer Van Nispen gaat daar anders mee om,
en dat mag ook. Maar de politie zegt in alle stelligheid: een algeheel
vuurwerkverbod is onderdeel van de handhaving; we kunnen niet goed
handhaven zonder dat algehele vuurwerkverbod. Telkens de vraag: serieus,
kan het niet anders, waarom niet dit of dat? Die gesprekken heb ik
uitentreuren gevoerd. Ik heb er geen antwoord op gekregen en dat maakt
dat ik, dat mijn fractie deze beweging heeft gemaakt. Daarom begon ik
mijn betoog ook met "ik sta hier niet te juichen".
De heer Van Nispen (SP):
Dat begrijp ik en dat respecteer ik, maar dat was mijn vraag niet. We
hebben juist jarenlang gevraagd om effectievere handhaving. We hebben
voorstellen daarvoor aangenomen en we hebben een oproep gedaan. De
minister heeft het geprobeerd, de vorige minister ook en die daarvoor
ook. Maar dan blijft toch de vraag staan waar de VVD het vertrouwen
vandaan haalt dat die eerste voorwaarde echt substantie heeft, dat die
iets gaat veranderen. Dat neem ik namelijk wel aan. Het is toch niet een
loze voorwaarde die hier gesteld wordt? Dat gaat echt iets doen. Ik ben
benieuwd waar dat vertrouwen vandaan komt.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Nee, zeker. De politie en de hulpverleners geven zoals gezegd zelf aan:
wij hebben dat verbod op consumentenvuurwerk nodig als onderdeel van het
handhavingsplan. Daarmee zegt mijn fractie dus: het kan niet zo zijn dat
het verbod op consumentenvuurwerk het middel is tegen alle kwalen, want
dat is natuurlijk ook een totale farce. Als we dat dus met elkaar
vaststellen en steunen en als we met elkaar die kant opgaan, dan kan het
niet anders dan dat je daar ook in de breedte een integraal en stevig
handhavingsplan tegenaan zet. Anders zitten we met elkaar iets te doen
wat totaal niet werkt. Daarom kijk ik naar die eigen inzet in de
positionpaper en dan zie ik dat daar nog wel wat in zit. Maar het zal
ook gaan over onze bestaande inzet tegen het illegale vuurwerk, waar wij
met elkaar al veel debatten, ook met de minister, over hebben gehad. Het
zal ook gaan over de cobra's en over de buurlanden België en Duitsland,
waar gewoon bakken vrachten naar binnen worden getrokken. Dat geheel
maakt dat ik denk dat we nu niet alleen dat consumentenvuurwerk
verbieden en voor de rest gaan zeggen: nou, het liep allemaal wel lekker
dus we doen dit erbij en dan is het opgelost. Nu we dit doen en nu de
stap wordt gezegd, moet er ook op die andere punten óf door worden
gegaan met wat is ingezet óf wat al is ingezet zelfs geïntensiveerd
worden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoorde mevrouw Michon zojuist zeggen dat de VVD het eerlijk en netjes
wil doen voor de ondernemers. De VVD, de ondernemerspartij, heeft het
altijd over de hardwerkende ondernemers, minder lasten, minder regels en
het goed zorgen voor onze bedrijven. Maar hoe eerlijk vindt de VVD het
dan dat er een tijd geleden met de sector is gesproken over een
meerjarenplan voor consumentenvuurwerk, maar dat die vervolgens ziet dat
al die investeringen gewoon vernietigd worden? Dat gesprek gaf
ondernemers vertrouwen en zij zijn gaan investeren omdat ze dachten:
nou, we komen ergens. Hoe eerlijk en netjes is dat?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Mevrouw Van der Plas vraagt of ik meevoel met de ondernemers. Kijk, een
echte ondernemer is ook helemaal niet geïnteresseerd in compensatie,
want die wil gewoon ondernemen en daarom doet die wat die doet. Ik voel
daar dus zeer in mee en ik vind dat compensatie het minste is dat we
kunnen doen, maar ik zal niet ontkennen dat het voor de ondernemers die
dit met ziel en zaligheid doen — zo zijn ze namelijk —- een hele bittere
pil is. Dat is zo.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is niet mijn vraag. Mijn vraag is: hoe eerlijk en netjes vindt
mevrouw Michon het dat er eerst met de sector een meerjarenplan wordt
besproken en dat vervolgens hun kapitaal vernietigd wordt? Ik vind het
eerlijk gezegd nogal aanmatigend om te zeggen: ja, maar een echte
ondernemer wil helemaal geen compensatie en daarom is ie ondernemer.
Deze mensen wordt gewoon hun bedrijf afgepakt. Hun bedrijf afgepakt! Wil
mevrouw Michon nou echt zeggen: ah joh, als je écht ondernemer bent,
hoef je deze compensatie ook niet te ontvangen?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Nee …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, maar dat is wel wat ik tussen de regels door hoor: een echte
ondernemer wíl helemaal geen compensatie. Maar het wordt ze afgepakt.
Afgepakt!
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Mevrouw Van der Plas verdraait mijn woorden. In mijn reactie zei ik dat
een echte ondernemer natuurlijk het liefst gewoon door wil gaan met het
bedrijf dat hij heeft. Ik vind dat de ondernemers op een nette en
eerlijke manier gecompenseerd moeten worden, want het effect van een
vuurwerkverbod is dat zij niet meer kunnen ondernemen. Dat vind ik
vreselijk voor ze. Dat is een negatief effect hiervan. We doen dit,
zoals ik al zei, voor de politie en voor de hulpverleners. We doen het
om hen een normale dienst te laten draaien. Ik vind dat we die
ondernemers inderdaad netjes moeten compenseren. Dat is ook een van de
drie voorwaarden. Dat is inclusief de investeringen die ze hebben
gedaan. Daarover hebben we de brief van de staatssecretaris gekregen. Ik
zeg hier ook richting het kabinet en richting deze staatssecretaris: ga
met die sector om tafel. Daar wil ik niets aanmatigends over zeggen
richting deze sector, en dat laat ik me ook niet in de mond leggen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Volgens mij heb ik nog steeds geen antwoord op de vraag hoe eerlijk en
netjes het is om eerst met de sector richting een meerjarenplan te gaan
en nu ineens een draai te maken. U draait als ondernemerspartij deze
ondernemers gewoon de nek om. We hebben een vuurwerkverbod in Nederland.
Dat is er al. Er is een totaalverbod op consumentenvuurwerk, dat geldt
van 2.00 uur 's nachts op 1 januari tot 18.00 uur 's avonds op 31
december. Dan mag er geen vuurwerk worden afgestoken. Dat is nu al niet
te handhaven. In de gemeenten met totaalverboden was het niet te
handhaven. Er was al een totaalverbod. Jaarlijks zijn er in de rest van
het jaar 12.000 incidenten met politieagenten. Tijdens de jaarwisseling
zijn het er, meen ik, tussen de 250 en de 300. 12.000 incidenten: er is
dus gewoon een gedragsprobleem in Nederland. Het heeft niets te maken
met de sierpotjes, die nu nog mogen. Al het andere is al verboden. Dan
moet het gehandhaafd worden. Dat zeg ik ook. Het moet gehandhaafd
worden. Ik kom op mijn vraag, hoor, voorzitter.
De voorzitter:
Graag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Michon wil een handhavingsplan en een hele voorhang hebben. Maar
inderdaad: wat gaat dat kosten? Dat gaat miljoenen kosten, denk ik.
Gemeenten moeten dat gaan betalen. Die moeten de uitvoeringskosten gaan
betalen. Gaan gemeenten dan gecompenseerd worden daarvoor? Want die
moeten dat handhaven. Kan mevrouw Michon een schatting geven van hoeveel
dat ongeveer zal kosten? Dat wordt inderdaad — de heer Van Nispen noemde
het al even — richting de Voorjaarsnota een zeer interessante vraag,
want ik denk dat hier gewoon even tussen de bedrijven door een
financiële claim wordt neergelegd.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ben benieuwd hoe hoog die financiële claim dan is. Handhaving is niet
gratis, hè, …
De voorzitter:
Mevrouw Michon-Derkzen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… en alles wat de VVD wil ook niet.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Mevrouw Van der Plas begon door een lans te breken voor de sector.
Daarom heb ik compensatie van de sector ook als een van de drie
voorwaarden neergelegd. Nu zegt ze in haar tweede interruptie: het
handhaven kost ook geld; compensatie van de sector kost geld. Ik hoor
graag van deze minister of handhaven extra geld kost. Maar we moeten het
ook doen met de agenten die we hebben, zeg ik tegen mevrouw Van der
Plas. We hebben niet een blik agenten meer of minder dat we daarvoor
open kunnen trekken. Het gaat ook om andere of slimmere methoden,
waarvoor zij zelf suggesties hebben gedaan in de paper die we in
februari hebben gekregen. Mevrouw Van der Plas en BBB hebben een andere
opvatting over vuurwerk. Dat is bekend. Dat was ook al bekend. Ik ben
ook begonnen met te zeggen dat ik dit niet met gejuich ontvang, maar ik
doe dit wel voor de politie en de hulpverleners, die inderdaad meerdere
moeilijke diensten hebben, maar de dienst die ze met oud en nieuw
hebben, is voor hen verschrikkelijk. Vier op de tien wil die dienst ook
niet meer draaien. Daar kan ik mijn oren niet voor sluiten. Daarom sta
ik hier en verdedig ik de inzet van mijn fractie.
De voorzitter:
De heer Boutkan heeft een interruptie.
De heer Boutkan (PVV):
Zo kennen we de VVD weer: stoere taal voor de bühne. Ik loop al een
poosje mee en ik heb dit al vaker gehoord in de tijd dat ik politiek
bedrijf. Nu komen er voorwaarden, randvoorwaarden, eisen waaraan voldaan
moet worden, maar vervolgens gaan we daarop zitten wachten en dan zien
we wel wat de uitwerking wordt te zijner tijd, in plaats van vooraf al
gewoon keihard te stellen: als dit niet vooraf geregeld is, gaan we er
niet mee in zee. Dat hoor ik de VVD niet zeggen. Hetzelfde geldt voor de
partij die zich altijd opwerpt voor het midden- en kleinbedrijf. Mevrouw
Van der Plas zei het terecht: we hebben een plan gemaakt om vooruit te
kijken met de sector en dergelijke. Dat wordt nu in één keer overboord
gegooid. Er wordt doodleuk gezegd: laat de staatssecretaris het maar
oplossen door te komen met compensatie. De vraag aan de VVD is
vervolgens: wat gaat u daarvoor loslaten? Wat gaat u loslaten als die
claim van pak 'm beet tussen de 150 en 895 miljoen neergelegd wordt?
Daar zit een gat tussen, maar laten we er gewoon tussenin gaan zitten:
pak 'm beet 600 miljoen. Wat gaat u als VVD loslaten om dat bedrag te
compenseren? Dat is mijn eerste vraag.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik noem hier drie voorwaarden die voor mijn fractie zeer van belang zijn
om überhaupt in te kunnen stemmen met inwerkingtreding van het verbod.
Een van de voorwaarden is de uitwerking van het amendement van mevrouw
Bikker. Ik heb geen idee — dat is ook een vraag aan het kabinet —
hoelang dat zal duren. Een andere voorwaarde is een nette compensatie
voor de sector, omdat mijn partij inderdaad ook wil dat deze sector, die
hier sowieso van zal balen, op een nette manier gecompenseerd wordt. Nu
vraagt de heer Boutkan: over welk bedrag hebben we het? Ik ben dus
begonnen door te zeggen dat die bedragen enorm uiteenlopen. Niemand weet
dat. Dat hangt ook erg af van het jaar waarin het in werking treedt.
Daar wil ik dus ook het kabinet over horen, want die andere voorwaarden
moeten ook worden uitgewerkt. Zo eenvoudig als de heer Boutkan de wereld
graag voor zich ziet, ziet die er niet uit. We hebben de antwoorden
daarop nodig. We hebben daar gewoon een uitwerking van nodig, meneer
Boutkan. Dat gaan we vanavond niet met elkaar kortsluiten, want niemand
heeft dat goede beeld.
De heer Boutkan (PVV):
Nou, meneer Boutkan heeft eigenlijk niet zo dat hele wereldbeeld, want
voor de PVV is het gewoon: haalbaar, betaalbaar en realistisch. En alles
wat nu wordt ingebracht door de VVD is niet haalbaar, niet betaalbaar en
niet realistisch. De VVD zegt: aan deze voorwaarden moet worden voldaan.
Vervolgens krijg ik te horen: ja, we voelen mee met de ondernemer. Maar
die ondernemer voelt die pijn wel degelijk, want die kan dadelijk niets
meer. Dat is hetzelfde met dat plan, met dat amendement, waarin die
voorwaarden ook staan. Mijn mailbox liep helemaal vol, want de
ondernemers die dit al doen, de pyrotechnici, zeggen gewoon: "Wat hier
wordt voorgesteld, is niet realistisch, want wij zijn niet met zoveel
mensen. Er zijn zo veel eisen die vastliggen. Je kan een consument niet
zomaar met die eisen opzadelen, want het vereist de nodige kennis om
daaraan te kunnen voldoen."
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Boutkan (PVV):
Als aan die voorwaarden niet wordt voldaan, hoe kijkt de VVD daar dan
tegen aan?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Het amendement van mevrouw Bikker ziet op het gecontroleerd afsteken van
consumentenvuurwerk. Ik denk dat de heer Boutkan en ik allebei dezelfde
mails krijgen. Inderdaad, de pyrotechnici voeren professionele shows
uit. Het is heel goed dat die pyrotechnici professionele shows
uitvoeren. Ik hoop dat het er veel meer zullen gaan worden. Maar het is
onrealistisch dat dat er 340 worden. Hoeveel gemeenten hebben we? En
hoeveel dorpskernen hebben we wel niet? Het is dus onrealistisch om te
veronderstellen dat er overal professionele vuurwerkshows zijn. Dat is
nu juist mijn punt. Het is dus heel goed dat we met het amendement van
mevrouw Bikker ook het gecontroleerd afsteken van consumentenvuurwerk
mogelijk maken.
De voorzitter:
Meneer Boutkan, uw laatste vraag.
De heer Boutkan (PVV):
Dank u wel voor het compliment! Daar zit een minister van Justitie van
VVD-huize. Wij horen de VVD zeggen: "We hebben de plannen gezien die de
politie nu inbrengt. Die zegt dat zij het gaan redden als het zo en zo
gaat." Mijn vraag aan de VVD is gewoon: wat hebben we de afgelopen jaren
dan zitten doen? Wat is er de afgelopen jaren dan gebeurd? Want het tuig
van de richel heeft de afgelopen jaren gewoon de macht overgenomen op
straat. Toen werd er ook niet gehandhaafd, zelfs niet in de gemeentes
waar er een verbod was. Wat is er dan nu plotseling veranderd, waardoor
dat nu wel zou kunnen, vraag ik aan de VVD.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Wat er veranderd is, is dat we luisteren naar de politie en onze
hulpverleners en onze oren daar niet voor sluiten. Meneer Boutkan
verwijt mij stoere praatjes, maar zelf gaat hij erop en erover door te
zeggen: pak die raddraaiers aan en dan ziet de wereld er beter uit. Dat
lukt niet! Als dat gelukt zou zijn, stonden we hier niet. Dat lukt niet.
We moeten onze oren niet meer sluiten voor die indringende roep van
politie en hulpverleners die dag in, dag uit voor onze veiligheid
zorgen. Daarom doen we dit, meneer Boutkan. En daarom moet dat verbod
ook samengaan met een intensivering van de handhaving, want een verbod
alleen is niet zaligmakend. Dat is mijn hele betoog. Daarom proberen we
in de buurten het gecontroleerd afsteken van vuurwerk nog steeds
mogelijk te houden, zodat de mensen nog steeds op een mooie manier oud
en nieuw kunnen vieren. Dat is het hele pakket dat ik hier vanavond
presenteer. Volgens mij is dat haalbaar en realistisch en heeft het
allerlei kwalificaties die u gebruikt, meneer Boutkan. U denkt daar
anders over. Dat mag de heer Boutkan ook doen. Dat is zijn goed recht,
maar leg mij dan niet allerlei vreemde dingen voor met stoere praatjes,
want die hoor ik alleen van de heer Boutkan. Maar hij heeft geen enkele
oplossing voor het probleem. Hij laat de politie en hulpverleners
volledig in de kou staan.
De voorzitter:
Dank u wel. Bent u klaar met uw betoog? Ja. Dank u wel. Dan is nu de
beurt aan de heer Eerdmans van JA21.
De heer Eerdmans (JA21):
"Denk aan de dieren", zegt mevrouw Ouwehand. Daar denk ik aan! Het is
voor mij een totaalpakket.
Voorzitter. Ik heb alle waardering voor de indieners en de ondersteuning
en natuurlijk voor de aanwezige bewindspersonen, maar JA21 vindt het
jammer dat er een totaalverbod komt of dreigt te komen op
consumentenvuurwerk. Dat vinden wij ook onnodig. In eerste termijn heb
ik het natuurlijk al gezegd: een kleine groep verziekt het voor de rest
en de grote groep mensen, liefhebbers, wordt gestraft. Dat vind ik
jammer en onterecht, want de kleine groep die mevrouw Michon noemt en
die de politie en de hulpverleners belaagt, zijn niet de liefhebbers.
Dat zijn niet de mensen die keurig de Romeinse kaars afsteken en ook nog
eens opruimen of die de toverfontein afsteken. Dat zijn ze niet. Het
zijn inderdaad juist de agressievelingen, die volgens mij altijd op zoek
gaan naar ellende en wel of niet doorgesnoven en compleet van de kaart
de politie blijven opzoeken. Ik vrees dus dat het niet zo veel zal
uithalen.
Voorzitter. Die kleine groep, die moeten we aanpakken. Kijk, we hebben
een gezagscrisis; geen vuurwerkcrisis, denk ik. Dat heb ik ook in eerste
termijn betoogd. En ja, vuurwerk zorgt voor schade; dat zie ik ook. De
dieren, dat is een terecht punt. Maar ja, alcohol en sigaretten en
auto's zorgen ook voor schade, veel schade, veel doden en gewonden, veel
méér doden en gewonden, en die gaan we ook niet verbieden. Dus ja, ik
ben voor regulering, absoluut. Net zoals je een autogordel hebt of een
helm opzet op de fiets, vind ik het verstandig om dan een vuurwerkbril
op te zetten, afstand te houden, het gehoor te beschermen. Vuurwerkvrije
zones, daar kan ik me ook heel wat bij voorstellen, rond
kinderboerderijen of verpleeghuizen, jazeker. Illegaal? Absoluut heel
hard aanpakken, die illegale aanvoer van vuurwerk — en drugs. Maar één
avond per jaar ... Eén avond per jaar, die wordt nu de nek omgedraaid.
Heel veel familieplezier gaat dus weg.
Voorzitter. Het gevolg zal zijn, denk ik, een massale invoer van
illegaal vuurwerk uit België. Mensen zeggen het ook nog op tv: "Ik ga
het gewoon halen." Ik vraag me af of we dat gaan handhaven. In Ierland
lukt dat niet, en dat is volgens mij het enige land nu dat een echt
vuurwerkverbod kent. Er wordt niet op gehandhaafd. Dus daarop graag een
reactie van de indieners.
En tot slot die ondernemers. Die zitten in de problemen of komen in de
problemen. Graag een reactie van de indieners op wat de heer Boutkan al
zei: dat gat tussen 150 miljoen compensatie en, wat zij zeggen, bijna
een miljard, inderdaad: 945 miljoen. Ik ben benieuwd hoe jullie dat
zien, dat enorme verschil in inkomstenderving.
Voorzitter. Dan heb ik twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de vuurwerkbranche al een enorme voorraad vuurwerk
heeft aangeschaft voor de komende jaarwisseling;
overwegende dat deze voorraad vanwege regelgeving in andere landen
nauwelijks kan worden doorverkocht;
van oordeel dat dit kapitaalvernietiging is en voor grote
inkomstenderving zorgt bij ondernemers;
verzoekt het kabinet een mogelijk vuurwerkverbod sowieso niet voor 2026
in te laten gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Eerdmans en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 18 (35386).
De heer Eerdmans (JA21):
The next one.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er ongeveer 800 detailhandelaren worden getroffen door
een algeheel vuurwerkverbod, die jaarlijks ruim 100 miljoen euro aan
vuurwerk verkopen;
constaterende dat de schadecompensatieramingen van het kabinet en de
vuurwerkbranche ver uiteenlopen;
verzoekt het kabinet nog voor de zomer een concrete schaderaming met de
Kamer te delen die in samenspraak met de vuurwerkbranche is opgesteld,
zodat bij een mogelijk vuurwerkverbod ondernemers voldoende
gecompenseerd worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Eerdmans en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 19 (35386).
De heer Eerdmans (JA21):
Dank u zeer. En dank u zeer aan de indieners, nogmaals.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het nu de beurt aan mevrouw Bikker van de
ChristenUnie. Ga uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Sinds de eerste termijn van de Kamer in juni 2022 over deze
initiatiefwet en de beantwoording in eerste termijn van afgelopen
februari is er veel gebeurd. Om precies te zijn: drie jaarwisselingen,
oftewel 3.627 vuurwerkslachtoffers naar het ziekenhuis en zes doden. En
tussen de beantwoording van afgelopen februari en nu is er ook iets
gebeurd. Nadat politieagenten en andere hulpverleners jaar op jaar
hadden gezegd "dit is niet werkbaar voor ons; alsjeblieft, verbied dat
vermaledijde vuurwerk in heel Nederland", sluiten VVD en NSC de oren nu
niet langer. Een moedige stap, waar ik beide partijen, en in het
bijzonder deze woordvoerders, ook vanaf deze plek graag mee
complimenteer.
Want ja, het vraagt ook wat, en dat voelen we allemaal. Het is een
stevige beslissing, maar we weten voor wie we het doen. Voor al die
hulpverleners en hun gezinnen, die iedere jaarwisseling in spanning
zitten: "Kom ik heelhuids thuis? Gaat dit goed?" Daarom hoor ik graag
van de minister en de staatssecretaris wanneer zij dit verbod gaan
uitvoeren, even in de veronderstelling dat deze wet met enige spoed door
het parlement wordt goedgekeurd. Ik ben namelijk bang dat als we dit
jaar nog beslissen tot een vuurwerkverbod maar pas verder in de toekomst
overgaan tot het handhaven daarvan, de komende jaarwisseling toch nog
een soort armageddon wordt en iedereen nog één keer helemaal losgaat en
ontspoort. Dat moeten we zien te voorkomen. Zien de staatssecretaris en
de minister dat risico? Zo ja, kunnen zij toezeggen dat we de pleister
er in één keer af trekken en al deze jaarwisseling gaan verbieden en
handhaven, zodat het helder is?
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik sla aan op de opmerking dat iedereen — iedereen, hè! — dan dit jaar
nog even losgaat en ontspoort. Het grootste deel van de mensen staat
gewoon op straat met hun vrienden, familie of buurt. Die staan gewoon
leuk vuurwerk af te steken. Die ontsporen helemaal niet. Het is zo'n
klein groepje dat ontspoort. Alles wat dat kleine groepje doet, is al
verboden. Hulpverleners aanvallen is verboden, vernielingen plegen is
verboden, illegaal vuurwerk is verboden. Zelfs als je legaal vuurwerk
hebt, is het allemaal al verboden. Gooien met vuurwerk is al verboden,
te vroeg afsteken is al verboden. Het is allemaal al verboden.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nederland heeft een gedragsprobleem. Wil mevrouw Bikker nou echt zeggen
dat als er nu een vuurwerkverbod komt, iedereen — ik hoorde net
"iedereen" — losgaat en ontspoort? Wil zij daarmee zeggen dat het
grootste deel van Nederland, dat gewoon de brave burgers zijn die
genieten, ontspoort?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mevrouw Van der Plas verstaat de kunst van de overdrijving goed en dat
laat ze op dit moment ook weer zien. Dat mag natuurlijk. We hebben
allemaal zo onze beelden die we neerzetten. Ik maak mij er inderdaad
grote zorgen over dat als je nog één keer duidelijk maakt dat er deze
jaarwisseling voor de laatste keer vuurwerk afgestoken mag worden, dat
een ander effect heeft dan bij een normale jaarwisseling. Dat is
één.
Twee, ingaand op het punt van mevrouw Van der Plas. De meerderheid van
de Nederlanders geeft aan voor het vuurwerkverbod te zijn. De
meerderheid van de Nederlanders geeft aan dat je nog steeds een heel
leuk oud en nieuw kan hebben, ook als het vuurwerkverbod voor de F2- en
F3-categorie is gaan gelden. Ik heb daarbij telkens opnieuw gezegd, en
dat zou mevrouw Van der Plas moeten aanspreken: laten we ervoor zorgen
dat prachtige tradities, ook in plattelandsdorpen, voortgang kunnen
vinden. Daar heb ik ruimte voor geboden. Ik denk dus dat het een hele
gezellige jaarwisseling gaat worden, niet met een dom vuurwerkverbod,
maar met een slim, gericht vuurwerkverbod. Dan kan mevrouw Van der Plas
gaan doen alsof ík iedereen in het verdomhoekje zet, maar dat doe ik
niet. Ik maak er graag een feestje van. Laten we dat samen doen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het grootste deel van Nederland maakt er nu al gewoon een feestje van,
met sierpotten afsteken, lekker gezellig met de buurt kletsen, bij
elkaar binnen komen …
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat mag ook nog steeds.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee. Mevrouw Bikker heeft het erover dat zij vreest dat zo'n laatste
vuurwerknacht een soort sodom en gomorra, om een Bijbelse term te
gebruiken, gaat worden in Nederland; spreekwoordelijk natuurlijk. Zij
vreest dat iedereen helemaal losgaat en dat het een enorme toestand
wordt. Maar het gros van de burgers wil ook dan gewoon een sierpot
afsteken, of misschien wel twee, drie of tien, wat ze nu misschien ook
al doen, op een normale manier. We gaan hier toch niet op voorhand al
zeggen dat onze burgers, waarvan het grootste deel in Nederland zich
gewoon keurig gedraagt, er dan een rommeltje van gaan maken en dat zij
helemaal losgaan en ontsporen? Dat kunnen we toch niet zeggen over onze
burgers? Dat kan toch niet? We hebben het hier toch over dat kleine
groepje dat het verpest voor de anderen? We hebben het toch niet over
alle andere mensen?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Daarom stel ik zo'n heel mooi amendement voor, zodat al die vrolijke
mensen van mevrouw Van der Plas, die ik ook goed ken, lekker oud en
nieuw kunnen vieren zonder problemen, maar zodat ook helder is, ook voor
allerlei jonge mensen die graag met veel hormonen lekker aan de gang
gaan en enorm stevig gaan knallen, dat dat niet aan de orde gaat zijn
deze jaarwisseling en er goed gehandhaafd kan worden. Dan komt mijn
belangrijke punt, dat ik de hele tijd mis in het betoog van mevrouw Van
der Plas, namelijk al die hulpverleners en politieagenten die we hier op
de stoep hebben gezien. Daar hoor ik mevrouw Van der Plas niet over,
terwijl zij juist hebben aangegeven: alsjeblieft, help ons; laten we
komen tot een andere jaarwisseling. Ik hoor van collega's van BBB nu
telkens allerlei extra problemen waardoor het niet zou kunnen. Dat heb
ik in de afgelopen jaren nooit van BBB gehoord bij de voorstellen die
uit dat vak kwamen. Dat mag, maar het is dan wel gek om nu opeens met
een andere maat te gaan meten.
Even terug. Voor mij staat als een paal boven water dat we moeten werken
aan een vrolijke jaarwisseling. Dat kan ook, met die oliebollen. Met dat
frituurtje aan. Gezellig bij je buren binnenlopen. Dat kan allemaal de
komende jaarwisseling. Dat gaat hartstikke feestelijk worden. En dan kan
je ook nog met je buurt of met je dorp zeggen: wij gaan een mooie
vuurwerkshow neerzetten. Met mijn amendement is het zelfs zo dat je dan
geen pyrotechnicus nodig hebt. Helemaal niet. Ook consumentenvuurwerk
kan dan afgestoken worden, mits vergund door de burgemeester. Dus
mevrouw Van der Plas moet er nu geen doembeeld van schetsen, maar inzien
dat we met dat amendement tot een slim vuurwerkverbod komen, waarmee we
wel luisteren naar politie en hulpverleners, in plaats van dat we daar
de oren dicht voor doen en zeggen dat het al zo fantastisch gaat. Het
gaat niet zo fantastisch.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, laatste vraag, kort alstublieft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Er wordt gedaan alsof wij de hulpverleners gewoon maar even
in de steek laten. Waar we het hier over hebben, is een gedragsprobleem
van mensen die zich ook op andere momenten niet weten te gedragen en die
erop uit zijn om hulpverleners aan te vallen. En ja, daar moeten we wat
mee. Daar moeten we wat aan doen. Ik heb van het begin af aan gezegd:
een verbod op het weinige consumentensiervuurwerk dat er nu nog is, gaat
daarbij niet helpen. Het moet structureel worden aangepakt. Ik spreek
ook politieagenten. Die maken zich ook zorgen. Maar er zijn ook heel
veel politieagenten die zeggen: het is wel een beetje voor de bühne dit,
want wat wij ervaren in een gemiddeld horecaweekend is vele malen erger
op de meeste plaatsen in Nederland dan wat wij tijdens de jaarwisseling
meemaken. Het ging ook mis in gemeenten waar al een totaal
vuurwerkverbod is en waar wij dus al hebben gezien dat het totale
vuurwerkverbod niet heeft geholpen. Ik wil inderdaad ook meer
handhaving. Ik wil ook dat mensen die geweld plegen harder gestraft
worden. Ik noem nogmaals wat wij horen van hulpverleners en
politiemensen over een gemiddeld horecaweekend. Zij zeggen: laten wij
structureel iets doen aan het gedrags- en gezagsprobleem en niet het
vuurwerk verbieden. Ik zeg niet dat alle agenten dat zeggen, maar wij
spreken er ook veel die dat wel zeggen. Dat zijn niet de woordvoerders.
Dat zijn gewoon de agenten op straat.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, er zijn heel veel dienders en die vertellen allerlei mooie verhalen.
Dat herken ik. Ik ben al jarenlang justitiewoordvoerder, dus ik denk dat
ik ook wel heel wat politieagenten heb mogen spreken. Het is dan heel
duidelijk, afhankelijk van met welke streek je te maken hebt, welke
verschillen er zijn. Maar laten we heel helder zijn: de politievakbonden
staan hier niet voor niks jaar na jaar op de stoep. Zij waren het
helemaal zat. Dan ga ik het niet verengen tot die ene agent die ik
gesproken heb in Gouda of in Winterswijk of waar dan ook die zegt: ik
maak ook andere zaken mee. Prima om daar werk van te maken. Heel graag,
samen met BBB. De ChristenUnie heeft zich er altijd voor ingezet om
strenger te handhaven als het gaat om alcoholmisbruik. Prima om daar
samen in op te trekken. Ik heb me er altijd voor ingezet om ervoor te
zorgen dat jongeren lekker kunnen feesten, maar geen misbruik en niet de
boel vernielen. Dat moet je aanpakken. Helemaal mee eens. Maar dat is
hier niet aan de orde. Ik vind het helemaal prachtig als BBB daar
voorstellen voor gaat doen, ook als er extra geld wordt geleverd voor
deze minister van Justitie om die normhandhaving neer te zetten.
Prachtig, moeten we doen.
Maar terug naar dit wetsvoorstel. De burgemeesters, ook in de plaatsen
waar een totaalverbod was, hebben heel duidelijk aangegeven, samen met
de politie: het is zo lastig om te handhaven, juist omdat we die
verschillende regels hebben. Door het amendement stellen wij de
burgemeesters nog eens extra in staat om daar waar het helpt jongeren en
gemeenschappen in staat te stellen om vrolijk dat feestje te vieren,
inclusief consumentenvuurwerk. Dat vraagt echt nog wel wat in de
uitwerking; daar kom ik zo op. Want je moet er ook voor zorgen dat je
dan weer niet overal verkooppunten hebt. Dan zijn we terug bij de
situatie die we hebben. Maar laten we nou niet doen, als we het laten
zoals het was, alsof het land dan gelukkig is. Mevrouw Van der Plas had
een Bijbelse term, maar we weten allebei dat het in ieder geval niet
paradijselijk was de afgelopen jaarwisseling. Ik sta daar wel voor. Wij
hebben een verantwoordelijkheid naar al die hulpverleners. Ik sta wel
voor al die hulpverleners en vooral voor die gezinnen die enorm in
spanning hebben gezeten. Ik heb hulpverleners gesproken na de afgelopen
jaarwisseling van wie het gezin vertelde: het voelde alsof hij de oorlog
in ging en we niet wisten of hij terug zou komen. De verhalen daarna:
mensen met gehoorschade. Er is heel veel gebeurd.
Ik zeg niet dat het de komende jaarwisseling perfect gaat zijn. Opnieuw:
geen paradijselijke toestand. Natuurlijk zullen er altijd misstanden
zijn. Dat weten wij allebei. Daar zijn we nuchter genoeg voor.
Raddraaiers moet je altijd aanpakken. Maar wat ik wel heb gezien is dat
de burgemeesters en de politie, na alle misstanden die er zijn geweest,
hebben gezegd: alsjeblieft, zet die stap naar voren. Een meerderheid van
de Nederlanders steunt dat en zegt: wij gaan wel een feestje vieren. Dat
lijkt me heel verstandig. Voor iedereen die niet weet hoe je dat feestje
moet vieren, heb ik een paar goede tips. Je kunt hartstikke gaaf op
oudejaarsavond naar de kerk. Daar kun je echt de pannen van het dak
zingen. Supermooi. Je kunt heel leuk met elkaar oliebollen gaan eten en
andere dingen bakken en ook nog steeds op tijd die vuurwerkvereniging
oprichten. Als ik hier sommige collega's tekeer zie gaan, denk ik: het
zijn perfecte bestuursleden voor zo'n mooie vereniging. Ze houden van
binden en het gezellig maken. Ik zou zeggen: kom op, blik vooruit,
achter die hulpverleners en maak er een vrolijke feestelijke avond
van.
Voorzitter. Ik kom terug bij mijn bijdrage. Eén ding is in de jaren
sinds de eerste behandeling in 2022 niet veranderd. Dat is het staande
amendement dat mijn voorganger, collega Stieneke van der Graaf, indiende
met collega Stoffer van de SGP. Inmiddels staan ook het CDA en D66
eronder. Het is dus toch een klein beetje veranderd, maar de geest van
het amendement houden we onveranderd in stand. De motivatie achter het
amendement was en is als volgt. De ChristenUnie concludeert dat oud en
nieuw, iets dat ooit een mooie traditie was, helaas deels verworden is
tot een bron van geweld, van vernieling, van letsel en zelfs van
dodelijke slachtoffers. Daarom hebben we ons de vraag gesteld: hoe maken
we van oud en nieuw weer dat feestje dat het hoort te zijn en dat het in
mijn herinnering vroeger ook meer was dan nu? Dan zeggen wij: kom niet
met een rücksichtslos verbod op alle vuurwerk, maar met een slim verbod,
dat juist ook ruimte geeft aan de samenleving om initiatief te
ontplooien.
Er zijn heel veel mooi voorbeelden, bijvoorbeeld van de informele
carbidverenigingen die ons land al rijk is. Dat kan gewoon nog steeds.
Daar tref je de samenleving op z'n mooist. De lokale gemeenschap komt
bij elkaar, zonder excessen of gedoe. Ik sprak burgemeesters uit
Friesland en uit de Achterhoek, waar mensen samen een prachtig
oud-en-nieuwfeestje bouwen, met geknal, maar zonder geweld en zonder
slachtoffers. Een ander voorbeeld is de vreugdevuurtraditie, hier in Den
Haag. Mensen pakken hun verantwoordelijkheid en bouwen samen aan een
feestje. Excessen zijn er dan stukken minder of nauwelijks, juist omdat
die samenleving weer zelf haar verantwoordelijkheid neemt. Deze lokale
tradities zijn wat mij betreft voorbeelden van hoe het ook kan en hoe
het moet.
Het lijkt ons goed dat dergelijke initiatieven, maar dan ook gericht op
het vuurwerk, een ontheffing kunnen krijgen van de burgemeester. Dat is
wat wij beoogd hebben met dit amendement. Ik ben heel blij dat de VVD de
waarde ervan onderkent en dat mevrouw Michon-Derkzen het hier verdedigt
alsof ze het tot in haar vezels voelt en zich achter het amendement
heeft geschaard.
Nog even inhoudelijk over het amendement. We zeggen dat de precieze
voorwaarden voor een ontheffing moeten worden uitgewerkt door het
kabinet in lagere regelgeving, bij AMvB. De staatssecretaris geeft in
zijn brief aan dat de uitwerking tijd zal vragen. Daarover twee dingen.
Het lijkt mij verstandig dat de staatssecretaris niet wacht tot deze wet
in de Staatscourant gepubliceerd is, maar nu al begint met de
uitwerking, zodat hij straks, indien nodig, direct door kan pakken. Is
hij al aan de slag? Het vuurwerkverbod hangt namelijk al even. Of wil
hij anders toezeggen dat hij heel snel aan de slag gaat? Als het
behulpzaam is voor het proces, geef ik ook richting de staatssecretaris
nogmaals aan dat ik nog steeds van harte bereid ben om mee te denken
over hoe dit amendement aan te passen, zodat de uitwerking in lagere
regelgeving gestroomlijnd en snel kan plaatsvinden. Vanzelfsprekend moet
het aansluiten bij de regelgeving die we al kennen, zeg ik richting de
staatssecretaris. Ik ben benieuwd of hij of de minister op dit punt nog
andere suggesties heeft. Tot nu toe heb ik die niet ontvangen.
Voor wat betreft de compensatie voor de branche heb ik er alle
vertrouwen in dat deze staatssecretaris een fair maar niet te uitbundig
pakket kan vormgeven. De vraag is wel hoe dit zich verhoudt tot de
Europese staatssteunkaders. Kan hij die belangenafweging schetsen? Ook
een vraag aan de indieners: wat heeft qua compensatie hun
voorkeur?
Voorzitter. Ik rond af. Ik begon mijn bijdrage met een zorg, waarvan ik
dacht dat ik die maar het beste in een motie kon gieten.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet na aanname van de Wet veilige
jaarwisseling de voorwaarden uit de ingediende amendementen moet
uitwerken in lagere regelgeving;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de AMvB met het volledige
pakket aan voorwaarden — inclusief dekking voor de compensatieregeling
binnen de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement — zo
spoedig mogelijk wordt opgesteld, opdat het verbod niet wordt
vertraagd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Boswijk.
Zij krijgt nr. 20 (35386).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan schors ik het debat. O, meneer Boutkan heeft nog een
interruptie.
De heer Boutkan (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Laat ik eerst even ingaan op de uitnodiging die
mevrouw Bikker aan mevrouw Van der Plas deed. Ze wees ook naar anderen.
Ik wil het de medekerkgangers niet aandoen dat ik kom zingen. Laat ik
dat maar even duidelijk maken. Dan is dat ook gelijk uit de wereld. Als
de voorzitter het goedvindt, wil ik toch even proberen meer
duidelijkheid te krijgen over het amendement en de toelichting. Daar
staat: "De voorwaarden die bij de AMvB worden vastgesteld, zien
bijvoorbeeld op veiligheidseisen waaraan moet worden voldaan, het
vervoer, opslag vuurwerk, en voorwaarden die aan de deskundigheid van
degene die het vuurwerk afsteekt, kunnen worden gesteld." Recentelijk is
toegevoegd: "Daarbij kan worden aangesloten bij de regels die thans
gelden voor de verkoop aan, het vervoer, de opslag en het gebruik door
particulieren van consumentenvuurwerk." Ik zie de voorzitter al kijken.
Mijn vraag is: hoe rijmt deze toelichting met wat nu door de
pyrotechnici in de praktijk gebeurt? Hoe moet ik die verhouding in de
praktijk zien met al die buurtschappen, al die gemeenten en al die
mensen die zich aanmelden om het te gaan doen? Laat staan de
burgemeester, die al die vergunningen moet verstrekken.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, dat is natuurlijk een hele terechte vraag van de heer Boutkan.
Alleen al: hoeveel pyrotechnici heb je en hoeveel vuurwerkshows wil je
hebben? Die vraag hebben we ons gesteld. Juist toen hebben we gezegd dat
wij, daar waar verantwoord consumentenvuurwerk F2 wordt afgestoken, wat
u en ik wellicht de afgelopen jaarwisseling ook nog hebben gedaan, het
voor ons zien dat het gewoon kan als de burgemeester zegt dat er een
goed plan van een buurtvereniging is die het zelf gaat afsteken. Voor
die F2, wat nu al consumentenvuurwerk is, zijn geen pyrotechnici nodig.
Ik denk dat dat een verschil is met het oorspronkelijke voorstel van de
indieners. Ik begreep in eerste termijn dat zij daarmee een beweging
maken die bij het oude GroenLinks, nu GroenLinks-PvdA, en de PvdD minder
voor de hand lag, dat gevoeld wordt dat gemeenschappen heel veel zelf
verantwoordelijkheid kunnen nemen.
Ik wil niet verder treden in de gevoelens van de indieners, maar
teruggaan naar de ChristenUnie. Ik wil toch even toelichten dat de
andere kant is dat, als je het vervolgens helemaal vrijgeeft, je
eigenlijk geen wetsvoorstel meer hebt. Dan zou ik een destructief
amendement indienen. Dan kan ik beter zeggen: ik stem tegen. Ik heb het
heel gericht gemaakt, heel bewust. Ik heb de voorbeelden genoemd waar
het fantastisch gaat: de Achterhoek, Friesland. Een burgemeester kan in
zijn APV invullen welke vergunningen verstrekt worden. Ik weet dat
Friesland de vergunning geeft, maar dat het, als verenigingen zich
misdragen, over en uit is. Er is een gele en een rode kaart, zal ik maar
zeggen. Ook is het niet zo dat de familie Eerdmans met z'n vieren een
vergunninkje kan aanvragen om eens even vuurwerk af te steken. Dat zit
er niet in. Het moet echt een verenigingsvorm zijn, zodat er goede
controle mogelijk is en de burgemeester indien nodig kan komen tot harde
handhaving, die mevrouw Van der Plas ook zo wenst.
De heer Boutkan (PVV):
Ja, ik dank mevrouw Bikker voor die toelichting, maar ik wil dan toch
even inzoomen op waar de schoen straks precies gaat wringen. Want die
burgemeester gaat kijken naar de APV. Dat is het uitgangspunt en daar
zal de aanvraag aan moeten voldoen. Wat zie je momenteel als je als
vereniging of buurtschap een evenement wilt organiseren en een
vergunningaanvraag indient? Dan krijg je een waslijst aan voorwaarden
met gelijk daaraan gekoppeld een prijslijst. Die is gigantisch. En dan
heb ik het ook nog eens over de verzekeringspremies. Hoe gaat dit
amendement erin voorzien om dit toch te gaan regelen? Want er zit toch
een soort drempel, anders hoef je geen vuurwerkverbod te maken. Sommige
zijn al groot, sommige zijn klein, maar de prijskaartjes en de AMvB zijn
overal hetzelfde. Hoe moeten we dat in de uitvoering zien?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Opnieuw een hele goede vraag van de heer Boutkan. Dat is ook waarom ik
contact heb gehad met de VNG en de burgemeesters. Ik vind het belangrijk
dat wij hier wetten maken en aanvullingen daarop voorstellen die lokaal
werken. Daarom vind ik het belangrijk dat in de uitwerking van de AMvB
lagere regelgeving wordt gemaakt. Die maken wij niet hier, maar dat doet
de minister, de staatssecretaris of het kabinet, want ze doen het samen
en verdedigen het met één mond. In dat geval is het wat mij betreft dus
enorm van belang om in samenwerking met de VNG en de politie tot een
heldere AMvB te komen. Dat hebben wij ook gezegd. Vervolgens moet dat
natuurlijk worden uitgewerkt in een APV. Collega Michon-Derkzen zei
namelijk terecht: voor de vergunningsvoorwaarden die je stelt maakt het
nogal verschil of het gaat om de stad Den Haag, de stad Rotterdam of het
prachtige Aalten in de Achterhoek. We hebben in de eerste termijn het
voorbeeld gehad van talloze buurtschappen en dorpen in sommige gemeenten
in ons land die heel graag samen een mooie vuurwerkshow willen hebben.
Ik kan me prima voorstellen dat je de APV daar goed op inricht. Maar dat
is een totaal andere APV dan die die moet gaan gelden voor alleen al
Rotterdam. Daar heb je een Rotterdam Zuid, een Rotterdam Charlois en een
Rotterdam Kralingen. Ja, dat maakt verschil. Ik zie daar verschillen in.
De AMvB zal daarin maatwerk moeten gaan geven. De burgemeesters kunnen
dat dan nader invullen.
Dit is precies waarin Nederland groot is geworden. Wij zijn niet als de
Fransen, die van bovenaf van alles regelen en waar het vervolgens
lokaal, zonder wetgeving, verdergaat. Wij geven hier een duidelijke
richtlijn en in de AMvB wordt het samen met de decentrale overheden
uitgewerkt. Ik ben het met collega Boutkan eens dat we goed moeten
opletten of de vrijwilligers het aankunnen. Vervolgens maken de
burgemeesters het precies en kunnen zij staan voor de openbare orde. Dat
heb ik op het oog. Daarom doen die uitvoeringstoetsen ertoe. Er is in de
eerste termijn al door de minister toegezegd dat die ook gedaan gaan
worden, bijvoorbeeld rondom de politie. Ik vind het heel belangrijk om
te zien wat er precies nodig is.
Daarnaast deel ik met u dat we de bureaucratische eisen voor
vrijwilligers omlaag moeten brengen. Daar staan we altijd voor. Maak het
inzichtelijk. Maak het waar mogelijk eenvoudig. Maar houdt het vooral
veilig.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boutkan, uw laatste vraag, kort.
De heer Boutkan (PVV):
Ja, heel kort, voorzitter. Dit gaat over die opmerkingen over "van
bovenaf regelen", "zo zijn we groot geworden" en dergelijke. Met wat er
nu op stapel staat voor een vuurwerkverbod ben ik helaas toch bang dat
heel veel Nederlanders even het vertrouwen verliezen in waarmee we nu
bezig zijn. Dat wordt veroorzaakt door een hele kleine groep. Daaraan
zullen we ook aandacht moeten besteden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Daarop zou ik dan wel wat willen aanvullen. We hebben ook de politie
gezien. We hebben het eerst een groot aantal jaren geprobeerd. Dat heb
ik ook, want ik wilde er niet zomaar aan. Het liefst heb ik de oude
gewoonte, waarbij er niet gesloopt en gemold werd en er geen agent
gewond raakte. Maar we moeten ook eerlijk de feiten onder ogen zien. Het
gaat nu totaal niet goed. Ik denk nog steeds dat we terug moeten kunnen
naar een feestelijk oud en nieuw, een echt feestje. Dat probeer ik hier
met het amendement ook mogelijk te maken. Wat mij betreft kun je als
dingen goed gaan altijd meer ruimte en meer verantwoordelijkheid geven.
Zo ben ik in ieder geval groot geworden. Ik denk ook dat je raddraaiers
nog steeds keihard moet aanpakken. Daarover verschillen wij niet van
mening. Ik zie met dit amendement een kans om het beter te fiksen en
daarbij wel het feestje te houden. Ik zou de heer Boutkan dus van harte
willen uitnodigen. Hij mag dan niet willen gaan zingen met oud en nieuw,
maar hij kan in ieder geval vol op het feestelijke oud-en-nieuworgel,
zou ik zeggen, om er een mooi feestje van te bouwen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Nispen heeft een vraag.
De heer Van Nispen (SP):
Ik heb nog een korte vraag over de motie van mevrouw Bikker. Dat gaat
vooral over de passage "inclusief dekking voor de compensatieregeling
binnen de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement". U
vraagt ons hiermee in te stemmen. Ik moet mijn fractie daarover dinsdag
in ieder geval adviseren. Waar zeg ik nou precies ja tegen?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nou, ik vrees dat dit eindeloos blijft hangen en dat we dan een wet
hebben die een beetje — we zaten al in geestelijke termen — in het
vagevuur zit. Gaat het verder komen of niet? Ik vind het belangrijk dat
we een helder tijdpad voor het vervolg hebben als die wet er komt.
Daarover gaan we natuurlijk eerst stemmen. Dat ziet op de AMvB. De heer
Boutkan had er natuurlijk helemaal gelijk in dat mensen moeten weten
waar ze aan toe zijn. Het moet goed uitgewerkt zijn. De burgemeesters
moeten weten waar ze aan toe zijn. Er moeten ook met de vuurwerkbranche
passende afspraken gemaakt worden. Dat vraagt om de inzet van het
betrokken ministerie. Dat kan niet achterover gaan hangen. Omdat ik in
de brieven af en toe nog wat vagere taal las — heb ik dat zo keurig
verwoord? — dacht ik: ik geef een extra aanmoediging.
De heer Van Nispen (SP):
Dat begrijp ik, maar ik weet niet om hoeveel het gaat. Ik weet ook niet
ten koste waarvan het gaat. Mijn ongemak is als volgt. Ik begrijp de
inzet van mevrouw Bikker echt wel. We kunnen van mening verschillen,
maar als je dit gaat doen, dan moet je het goed doen. Maar ik vind het
wel ingewikkeld. Ik noem maar even een paar dingen, maar ik heb de
afgelopen weken bijvoorbeeld gestreden tegen de bezuinigingen op de
brandwaar. Dat gaat maar om een heel klein bedrag, maar dat wordt wel
heel vervelend. Ik wil meer budget voor de sociale advocatuur, zodat
mensen hun recht kunnen halen. Ik heb me ingezet voor het
gevangenispersoneel. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Zo heeft iedereen
ook wel wat. Er is nooit ook maar iets mogelijk. Nu moeten we wel ergens
ja tegen zeggen, en dat vind ik ingewikkeld.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Daar kan ik nog wel wat op zeggen. Ik vind het een terecht punt. Ik denk
overigens dat de punten die collega Van Nispen noemt, meer op de
JenV-begroting zien en dat dit meer op de IenW-begroting ziet, want dat
is het beleidsverantwoordelijke departement. Maar ook daar zie ik
allerlei zaken die ik graag geregeld zou zien.
Dit is een eenmalige zaak en het is dan ook incidenteel geld. Ik ga niet
in de schoenen van staatssecretaris Jansen staan, maar volgens mij is
hij een verstandig staatssecretaris en zal hij het duidelijk op tafel
leggen bij de Voorjaarsnota. Dat lijkt mij het beste, want hij heeft
niet zelf bedacht dat dit er komt. Dat is althans zo mijn indruk.
Het is mijn indruk dat een meerderheid van de Kamer gaat zeggen dat het
er moet komen. Dan vind ik het niet meer dan logisch dat de
staatssecretaris aanklopt bij zijn collega's in het kabinet en zegt: ik
sta hier nu voor; help mij eens even. Dat lijkt mij logisch, zeker bij
een incidenteel bedrag. Er is heel vaak onderuitputting en ik zie daarom
wel kansen. Tegelijkertijd is het aan de staatssecretaris en ik vind dan
ook dat hij die verantwoordelijkheid moet pakken en dat we het niet hier
ergens voor het rostrum moeten laten liggen.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Voor de voorzitter is het noodzakelijk dat
we drie minuten schorsen. Daarna gaan we verder met de bijdrage van
mevrouw Van der Werf.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan verder met de tweede termijn van de
zijde van de Kamer.
Ik wil nog iets zeggen over de interrupties. Dit is een wetgevingsdebat
en volgens mij is een debat over dit voorstel goed, ook omdat er een
nieuwe politieke werkelijkheid is. Maar we moeten ook wel een beetje de
tijd in de gaten houden en zorgen dat we een beetje op tijd klaar zijn.
Ik geef ruimte voor interrupties, maar ik hecht er wel waarde aan dat de
leden zich enigszins beperken. Zo niet, dan ga ik de leden beperken. De
interrupties moeten in ieder geval kort en de antwoorden beknopt
zijn.
Het woord is aan mevrouw Van der Werf van D66. Ga uw gang.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. Agenten en hulpverleners hebben jarenlang op dit
moment moeten wachten. Oud en nieuw betekende voor hen en de gezinsleden
die achterbleven, een nacht vol geweld, angst en intimidatie, en hopen
dat je 's ochtends weer heel thuiskomt. Het doet mij goed dat de VVD en
ook NSC de veiligheid van deze mensen nu vooropzetten. En uiteraard ook
grote complimenten aan de indieners van het wetsvoorstel, omdat zij dit
mogelijk hebben gemaakt.
Voorzitter. Dit vuurwerkverbod is een hele duidelijke normering, maar
het is geen wondermiddel. Uiteindelijk is het een zaak van de lange
adem, waarbij er een nieuwe traditie zal moeten ontstaan. Dat moet een
traditie worden waarbij we met z'n allen op een leuke manier van
vuurwerk kunnen genieten, zonder de oncontroleerbare factor die het nu
is voor politie en omstanders.
Ook de aankomende jaarwisseling zullen we vast nog geconfronteerd worden
met mensen die niet van plan zijn om zich hieraan te houden. En ook daar
zullen we ons op moeten voorbereiden. Wat is er in dat scenario nodig
voor effectieve handhaving? En is de minister al bezig met het regelen
van voldoende materiaal en voldoende gehoorbescherming voor
hulpverleners? Dat is iets waar D66, ook naar aanleiding van het vorige
debat, om heeft gevraagd.
Voorzitter. Er is de afgelopen weken ook veel gesproken over compensatie
voor de vuurwerkbranche. Je hebt dan een schappelijke compensatie en de
895 miljoen waar deze branche nu om vraagt. Eerlijk gezegd vind ik dat
een absurd hoog bedrag, zeker als je kijkt naar de jaaromzet van 118
miljoen. De Kamer geeft aan zo'n 100 tot 150 miljoen nodig te hebben en
de initiatiefnemers spreken van 50 miljoen. Kunnen de initiatiefnemers
en ook het kabinet reflecteren op die berekening en op wat zij eerlijk
en realistisch achten?
Voorzitter, tot slot. We zetten vanavond een belangrijke stap richting
een veilige jaarwisseling. Dat vraagt iets van ons allemaal, van
hulpverleners, van gemeenten, van burgemeesters maar ook van inwoners.
We moeten toewerken naar een nieuw feest waarbij iedereen veilig is. Ik
denk dat het amendement van mevrouw Bikker dat ik mede heb ondertekend,
een mooi voorstel is om te kijken wat er wel mogelijk is als het om het
afsteken in groepsverband gaat. Ik sta daar zeer sympathiek tegenover.
Ik ben ook benieuwd naar het oordeel van de minister.
Voorzitter, dank.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Van der Werf zegt: er is 118 miljoen omzet, dus 895 miljoen is
belachelijk. Maar ik denk dat mevrouw Van der Werf niet beseft dat er
ook heel veel anderen zijn die hierdoor getroffen worden. We hebben het
over de importeurs, we hebben het over de verkopers, over de producenten
van vuurwerk en over transporteurs. Dat zijn gespecialiseerde
transporteurs. Je mag niet zomaar een bak vuurwerk achter in een auto
gooien en ermee rondrijden. Dat zijn gespecialiseerde bedrijven en die
bedrijven geven ook aan dat het verbod op hen een heel grote impact
heeft. Transportbedrijven, dat is gespecialiseerd vervoer. Die verliezen
— dat wordt hier ook geciteerd — een seizoen aan werk. "Het veilig
vervoeren van vuurwerk is specialistisch en vereist aanzienlijke
investeringen in materieel en opleiding. Dat maakt het lastig om voor
die maanden iets anders te zoeken. Jammer dat we zo van tafel geveegd
worden na al het werk dat we er ingestoken hebben." De vraag aan mevrouw
Van der Werf is concreet: denkt mevrouw Van der Werf nou echt dat het
alleen maar om die winkeliers gaat die gecompenseerd moeten worden?
De voorzitter:
Mevrouw …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar zit toch een hele keten omheen die hierdoor getroffen wordt?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Zegt mevrouw Van der Plas nu dat het bij de omzet van die hele keten in
één jaar om 1 miljard gaat?
De voorzitter:
Het is de bedoeling dat ú een vraag beantwoordt.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja, voorzitter. Ik wil de vraag wel beantwoorden, maar het eerlijke
antwoord op deze vraag is: er is een berekening gemaakt en die ging niet
alleen maar om de winkeliers. Dat hebben de indieners en het kabinet
aangegeven. Dat schommelt dus rondom de 150 miljoen. Ik heb ook in het
vorige debat aangegeven dat ik vind dat er een eerlijke en schappelijke
compensatie moet komen.
Voorzitter. Maar als ik dan kijk welke industrieën in het verleden nog
meer geld nodig hadden — de gokindustrie, tabaksindustrie, de mijnbouw —
gaan we die dan ook op die manier compenseren? Dit verbod is natuurlijk
al jaren op handen. Mevrouw Van der Plas wekt hier de indruk dat dit
iets is wat mensen nu, naar aanleiding van dit debat, ineens te horen
zouden krijgen; alsof geen enkel bedrijf zich daarop zou hebben kunnen
voorbereiden. Ik vind ook, en dat vond ik opmerkelijk aan het debatje
tussen mevrouw Van der Plas en de heer Boswijk, dat het natuurlijk niet
zo is dat zich geen enkele nieuwe kans gaat aandienen. Als deze wet
straks in werking treedt, dan zal er een nieuwe markt ontstaan. Een
nieuwe vraag en een nieuw aanbod. En ook daar kunnen deze ondernemers
gewoon op inspelen.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja … D66 staat zo ver af van de werkelijkheid, dat is echt niet te
geloven. Mevrouw Van der Werf vraagt mij: zegt u nou dat ze 1 miljard
omzet hebben? Dat zijn investeringen. Ik weet niet of mevrouw Van der
Werf snapt wat ondernemers doen met investeringen. Die investeren
langjarig, omdat ze voor tien, twintig jaar zekerheid moeten hebben
voordat zij ergens in investeren. Als dat zomaar wordt afgepakt, dan
heet dat kapitaalvernietiging. Inderdaad verliezen ze omzet, maar ze
moeten ook werknemers gaan ontslaan. Mensen die gewoon een hele normale,
leuke baan hebben ergens. Die komen ook zonder werk te zitten. Het gaat
om de investeringen die zijn gedaan. Die zijn gedaan op basis van
afspraken die door de overheid zijn gemaakt, waaronder het zicht op het
meerjarenplan consumentenvuurwerk. Toen zijn mensen gaan investeren. Dan
praat je over tonnen, soms misschien zelfs miljoenen, die zijn
geïnvesteerd en dat wordt die mensen nu afgenomen.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat snapt mevrouw Van der Werf toch wel, hoop ik?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik hoorde geen vraag, alleen maar de suggestie dat een compensatie tot
het einde der tijden mogelijk zou moeten zijn. Dat is wat mevrouw Van
der Plas hier op tafel legt. Ik heb net al gezegd dat ik dat niet
realistisch vind. En er moet mij ook iets van het hart. Wij hadden
vanochtend een debat over zeden en onveiligheid van vrouwen. Als we het
dan even hebben over de werkelijkheid en dicht bij mensen staan: op dit
moment hebben 1,3 miljoen Nederlanders te maken met huiselijk geweld.
Voor opvangplekken voor deze mensen is heel snel geld nodig. Als we zo
veel miljoenen extra over zouden hebben, zou ik dat een heel mooie
bestemming vinden. Maar dat is niet zo. Tja, weet je, iedereen heeft
hier zijn eigen prioriteiten. Ik heb aan willen geven dat ik een
eerlijke compensatie gerechtvaardigd vind, maar niet meer dan dat.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas. Laatste, korte vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is geen eerlijke compensatie. Wat gekregen wordt is nog niet eens
een fooi. Hardwerkende ondernemers die alles hebben gedaan wat de
overheid van ze vroeg, die op basis daarvan hebben geïnvesteerd, krijgen
geen eerlijke compensatie, maar krijgen een paar centen toegeworpen. Dát
is waar het hier over gaat.
Overigens stelde ik wél een vraag, namelijk of mevrouw Van der Werf
snapte wat investeringen betekenen.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Werf, wilt u nog reageren?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja. Ik snap dat heel goed. Ik denk ook dat investeringen in de nieuwe
markt van vraag en aanbod die straks zal ontstaan heel veel kansen
bieden om er een mooie cent aan te verdienen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boutkan met een vraag.
De heer Boutkan (PVV):
Ik borduur toch even voort op die compensatie. Het bedrag van 895
miljoen dat door de branche werd opgesomd, was natuurlijk ook in relatie
tot een situatie waarin het verbod onmiddellijk ingaat, dit jaar al. Er
is namelijk al ingekocht. Ik heb vandaag contact gehad met een hele
grote importeur; er is al vuurwerk ingekocht voor oud en nieuw. Er zijn
dus investeringen gedaan, zoals in bunkers, sprinklerinstallaties,
personeel, transportorganisaties. Alles zit erbij. In dat bedrag zit
het. En wat zegt de staatssecretaris in de brief? Dat is toegezegd de
kosten "grofmazig" in beeld te brengen. Het is verkennend geweest; het
is een grove inschatting; het kan hoger uitvallen. Er is niet voldoende
ruimte geweest om het uit te kristalliseren. Met andere woorden: de 50
tot 150 miljoen waar de staatssecretaris het over heeft, heeft hij nog
niet in de vingers. Dat moet allemaal nog worden uitgezocht.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Boutkan (PVV):
Is mevrouw Van der Werf het met mij eens dat die compensatie inderdaad
weleens hoger zou kunnen zijn, en misschien eerder richting de helft
komt dan het bedrag dat in de brief wordt genoemd?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ook de helft van 895 miljoen is natuurlijk nog een heel ander bedrag.
Maar los daarvan denk ik dat de kans heel groot is dat het bedrag ergens
uitkomt tussen het bedrag dat de indieners hebben berekend en waar dit
kabinet mee komt. Dat lijkt mij schappelijk. Er moet mij namelijk wel
iets van het hart. Als de sector zelf spreekt van een jaaromzet van
slechts 118 miljoen, begrijp ik niet waar die 895 miljoen vandaan komt.
Het zou misschien meer kunnen zijn, maar het is wel een heel erg groot
verschil. Dat is bijna een miljard. Dus misschien kan de heer Boutkan
dat dan even nader toelichten, voorzitter.
De voorzitter:
Nou, dat kunt u aan de heer Boutkan vragen bij zijn inbreng. Maar we
kijken of de heer Boutkan nog een vraag heeft.
De heer Boutkan (PVV):
Dat zit onder andere in de transportsector, die speciale voertuigen
heeft om dat vuurwerk te vervoeren en op te slaan, die chauffeurs moet
opleiden, trainingen moet verzorgen en dergelijke. Dat is één. Daarnaast
hebben we het over de investeringen die gedaan zijn in de panden die in
de wijken staan en die zwaarder moesten zijn vanwege de aangescherpte
eisen. Dat betekent bunkers bouwen in je winkel, sprinklerinstallaties
aanleggen et cetera. Daarnaast is er personeel voor nodig. Ik kreeg
vandaag een rouwadvertentie toegestuurd van een vuurwerkbedrijf dat 10
werknemers heeft en 120 oproepkrachten. Dat zit ook allemaal in dat
soort bedragen.
De voorzitter:
Heeft u nog een vraag voor mevrouw Van der Werf?
De heer Boutkan (PVV):
Nou, ik geef even antwoord op de vraag die mij gesteld werd.
De voorzitter:
Dat is niet de bedoeling. U heeft zo dadelijk uw eigen bijdrage. Als
mevrouw Van der Werf daar nog een vraag over heeft, kan zij u dan
interrumperen.
De heer Boutkan (PVV):
U hoort, ik moet nog veel leren.
De voorzitter:
Ik help u graag. Heeft u nog een vraag?
De heer Boutkan (PVV):
Ik word helaas afgekapt, dus ik kan mijn rijtje niet afmaken, maar kan
mevrouw Van der Werf meegaan in de gedachte dat het toch hoger is dan
wat nu gekscherend wordt genoemd in deze brief?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Waar ik in mee kan gaan, is dat het wrang is voor ondernemers. Daarin
kan ik meegaan. Dat begrijp ik heel goed. Maar waar ik voor wil waken,
is dat er naar aanleiding van dit wetsvoorstel bedragen worden gevraagd
die normaliter in dit soort situaties ook niet worden uitgekeerd. Daarom
noem ik het voorbeeld van de gokindustrie en van de tabaksindustrie,
maar ook sectoren als mijnbouw. Voor gloeilampfabrikanten hebben we ook
nooit dit soort regelingen verzonnen. Ik vind dat de indieners en ook
het kabinet dat op een heel goede manier hebben bekeken en ik vind niet
dat je alleen maar aan ondernemers moet vragen "wat zou u hiervoor
willen hebben", ook niet in het licht van het feit dat dit verbod al
jaren op handen is.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer El Abassi nog? Nee? Oké. Bent u klaar met uw betoog?
Ja? Dank u wel. Dan is nu de beurt aan de heer Boutkan voor zijn
bijdrage.
De heer Boutkan (PVV):
Voorzitter, ik dank u wel. Het is een kleine minderheid weer gelukt om
het te verpesten voor de meerderheid. Deze minderheid, beter bekend als
"tuig", kon zijn gang gaan omdat de rijksoverheid het gezag op straat
heeft weggeven, waardoor weer een Nederlandse traditie in rook opgaat.
Het tuig valt met illegaal vuurwerk hulpverleners aan. Het tuig pleegt
vernielingen in de openbare ruimte met illegaal vuurwerk. Het tuig
brengt onschuldige omstanders in gevaar door het gooien van illegaal
vuurwerk op straat. En wat gaat het landelijk vuurwerkverbod nu
betekenen voor het tuig? Niets. Maar van die onschuldige burger, die één
keer per jaar legaal vuurwerk afsteekt, wordt het oud-en-nieuwfeest
afgepakt.
Voorzitter. Een paar partijen stellen een aantal voorwaarden, waaronder
het tegengaan van illegaal vuurwerk aan de grens. Het lukt ons nu al
niet, de afgelopen jaren, om het illegale tegen te houden, laat staan
een doos met cobra's. Datzelfde geldt voor de illegale lachgascilinders.
Deze komen met containers tegelijk ons land binnen. Deze voorwaarden
zijn niet haalbaar, betaalbaar en realistisch. Een van de voorwaarden is
handhaving. Er komt een effectief handhavingsplan van politie en
gemeenten en men verwacht zichtbare inspanningen van de steden die al
eerder een afsteekverbod instelden. Waarom gebeurt dat dan nu al niet op
die plekken waar al een afsteekverbod geldt? Tevens wordt van het
kabinet geëist dat de handhaving middels grenscontroles op illegaal
vuurwerk wordt geïntensiveerd, in de volle breedte en wel direct. Dit
noemen wij wensdenken. De vraag aan de indieners is hoe zij gevolg gaan
geven aan deze voorwaarden. Welke concrete maatregelen moeten er dan
worden genomen en hoe ziet de financiering er dan uit om dit te
bewerkstelligen? De PVV is ook heel benieuwd hoe het kabinet hiertegen
aankijkt.
Voorzitter. Een andere voorwaarde is dat de burgemeester een ontheffing
kan geven aan verenigingen die op lokaal niveau consumentenvuurwerk
afsteken, voor de buurt, en dat er ruim baan wordt gegeven aan de lokale
vuurwerkshows. De praktijk is dat als een vereniging een evenement wil
organiseren, zij een vergunning moet aanvragen. Vervolgens krijgt men
van het bevoegd gezag een waslijst aan voorschriften en daaraan
gekoppeld het prijskaartje. Het gevolg is dat veel verenigingen afhaken.
Het organiseren van vuurwerkshows is niet realistisch, gezien de hoge
kosten voor beveiliging en verzekeringspremies. Buiten dat zijn er nog
heel veel risico's aan verbonden en zijn de aanvragers volkomen
overgeleverd aan de welwillendheid van de burgemeester. De vraag aan de
indieners is hoe zij gevolg gaan geven aan deze voorwaarden. Welke
concrete maatregelen moeten er dan worden genomen en hoe ziet de
financiering er dan uit om dit te bewerkstelligen? De PVV is heel
benieuwd hoe het kabinet hiertegen aankijkt. Want wij praten hier over
honderden lokale, hardwerkende ondernemers, van ijzerwinkel tot
fietsenhandelaar, die voor hun bestaan deels afhankelijk zijn van de
verkoop van siervuurwerk tijdens de jaarwisseling. Deze ondernemers
worden dus gestraft omdat de overheid het tuig jarenlang niet heeft
aangepakt. Dit noemen wij de omgekeerde wereld, met het midden- en
kleinbedrijf als grote verliezer. Een totaalverbod zal deze bedrijven
zwaar treffen en gezien de economisch moeilijke tijden nog verder onder
druk zetten. We hebben al toerisme naar de buurlanden voor sigaretten,
drank, benzine en om overige boodschappen te doen, en daar komt vuurwerk
nu bij.
Als het verbod dit jaar al ingaat, komen de indieners en het kabinet
niet weg met de fooi die nu is ingeschat. Want de vergoeding die de
staatssecretaris noemt, is nattevingerwerk. Er zit namelijk geen enkele
onderbouwing bij. We hebben het hier over een marge van 50 tot 150
miljoen, maar de branche zelf denkt aan 895 miljoen. Naast de 50 tot 150
miljoen van de staatssecretaris is expliciet, zo schrijft hij zelf, nog
niet gekeken naar de uitvoerings- en handhavingskosten voor gemeenten,
politie en de rijksoverheid. Met andere woorden: wij gaan nu een besluit
nemen terwijl alle kosten die te maken hebben met dit verbod niet in
kaart zijn gebracht. Dit noemen wij "op de pof leven". Zelfs de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten stelt dat de voorwaarden
onvoldoende zijn uitgewerkt en dat er onvoldoende inzicht is in de
kosten.
De lijst van gedupeerden groeit. Transport en Logistiek Nederland pleit
voor een onafhankelijk onderzoek naar de totale financiële schade in de
keten, want in de Kamerbrief van de staatssecretaris worden
transportbedrijven, die de afgelopen jaren fors hebben geïnvesteerd in
speciaal materieel, vergunningen en opleidingen voor het veilig
vervoeren van vuurwerk, niet genoemd. Hoe rijmt het bedrag van 50 tot
150 miljoen van de staatssecretaris met het feit dat hier sprake is van
een grove inschatting, laat staan als het verbod al dit jaar
ingaat?
Of dit wettelijk mogelijk is, is nog maar de vraag. Een vraag aan de
indieners is: hoe gaan de indieners gevolg geven aan deze voorwaarden?
Welke concrete maatregelen moeten er dan worden genomen? Hoe ziet de
financiering eruit om dit te bewerkstelligen? De PVV is ook heel
benieuwd naar hoe het kabinet hiertegen aankijkt.
Voorzitter. Het gezag dient weer de baas te worden op straat, en niet
het tuig dat nu de baas is. Illegaal vuurwerk is al verboden, en dat is
het probleem. Het zijn niet de Nederlandse gezinnen die onschuldig
legaal vuurwerk afsteken en genieten van de jaarlijkse traditie. Het
gezag dient te handhaven en het tuig moet gestraft worden. Het kan niet
zo zijn dat het tuig een traditioneel feest voor vele goedwillende
Nederlanders de nek om draait. Als je aan de politie of andere
hulpverleners komt, dien je gewoon gestraft te worden. Punt. Een vraag
aan de indieners en het kabinet: pak je wetsovertreders harder aan door
wetten te wijzigen die ze al overtreden?
Voorzitter. De discussie over vuurwerk komt elk jaar weer terug. Geweld
tegen hulpverleners, ongevallen en overlast van vuurwerk staan volop in
de media en in de krant met grote koppen. Helaas wordt dit door bepaalde
partijen en burgemeesters misbruikt om een totaalverbod op legaal
vuurwerk af te dwingen, zoals in recente uitspraken van een burgemeester
waarin werd aangegeven dat de vuurpijlen langs omstanders vlogen. Deze
vuurpijlen zijn echter al zes jaar ten strengste verboden in Nederland.
Een andere gezagsdrager riep dat er een tiener was overleden door het
verkeerd afsteken van een illegale vuurwerkbom, een shell, de zwaarste
categorie, alleen maar geschikt voor professionele vuurwerkbedrijven die
dit met een vergunning en onder streng toezicht mogen afsteken. Het is
vreselijk wat er gebeurd is, en waarschijnlijk had het voorkomen kunnen
worden als die rotdingen Nederland niet binnenkomen, maar dit is helaas
gewoon de praktijk van alledag door de import. Wat de PVV betreft worden
er voorbeelden gebruikt waarbij de gevolgen van het gebruik van dit
illegale vuurwerk ten opzichte van het legale vuurwerk ontbreken. Het
echte probleem is het tuig dat gebruikmaakt van illegaal vuurwerk. Het
aanbod van illegaal vuurwerk is enorm. We hoorden net al een paar landen
voorbijkomen. Het gaat om import uit Duitsland voor pak 'm beet 100
miljoen. Italië: 30 miljoen. België: 25 miljoen. Polen: 20 miljoen. Dat
zijn iets meer landen dan alleen maar onze buurlanden. En dan slaan we
Frankrijk nog over, waar je nog steeds vuurwerk mag kopen waar het
zwarte buskruit in zit. In welke tijd leven we dan?
De voorzitter:
Meneer Boutkan, u heeft een vraag van de heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Ik hoor de PVV een aantal keer "tuig" roepen, en dat mag van mij. Dat is
best wel op z'n plaats, zeker in het geval van mensen die verkeerd
omgaan met vuurwerk. Ik hoorde hem ook zeggen dat het niet ging om
Nederlandse gezinnen die dit vaak doen. "Het gebeurt niet door
Nederlandse gezinnen", zei u volgens mij letterlijk. Niet? Dat heeft de
PVV niet gezegd, begrijp ik. Dan laat ik die vraag achterwege. Het
gebeurt in ieder geval in het hele land, met name in het Noorden en in
Gelderland.
Ik heb nog een andere vraag, over ondernemers. Ik merk dat de PVV daar
best wel stevig op zit. Zij moeten gecompenseerd worden. Ik heb net
enkele vragen gesteld aan de VVD. Importeurs zijn aangesloten bij
brancheorganisaties. Zij kunnen heel veel invloed uitoefenen en krijgen
vaak ook een groot deel van de koek. Wij gaan hierover straks een motie
indienen. Gaat de PVV de motie steunen? Ik snap dat de PVV die eerst
moet lezen en op haar merites moet beoordelen. De insteek zal zijn dat
er een evenredige verdeling plaatsvindt, dat gecontroleerd wordt dat
niet een onevenredig groot deel naar de importeurs gaat, maar dat een
evenredig deel gaat naar de winkeliers in dit land, de normale
ondernemers. Is de PVV bereid om deze motie te steunen?
De heer Boutkan (PVV):
Zoals de heer El Abassi al zegt: wij gaan 'm eerst lezen en in de
fractie bespreken. Dat is de interne procedure bij ons. Ik kan daar dus
nog niet ja of nee op zeggen. Maar ik begrijp wel waar de heer El Abassi
naartoe wil. Daarom is door een van de partijen ook gepleit voor een
onafhankelijk onderzoek. Het moet niet zo zijn dat een of twee grote
jongens twee derde van de koek krijgen en dat één derde gedeeld wordt
door 800 of misschien nog wel meer ondernemers die dit als bijverdienste
hebben in een bepaald gedeelte van het jaar. Ja, het moet goed worden
onderzocht en het moet op een eerlijke manier verdeeld worden. Daarover
verschillen wij niet van mening.
De voorzitter:
Dank u wel. U vervolgt uw betoog.
De heer Boutkan (PVV):
Ik ben bijna klaar, voorzitter. Zoals ik al zei: het gaat om meer landen
dan alleen maar onze buurlanden. Men is nu bezig met een briefje, een
overlegje en een afspraak om te kijken wat er geregeld kan worden. Maar
zover zijn we niet en ondertussen blijft die troep de komende jaren de
grens over komen. Natuurlijk zou de PVV ook willen dat het ineens is
opgelost bij de grens, maar wij vrezen dat dit niet het geval zal zijn.
Wij hebben het over illegaal, extreem gevaarlijk F3- en F4-vuurwerk,
zoals cobra's. Het totaalbedrag aan geïmporteerd illegaal vuurwerk is
hoger dan de verkoop van legaal vuurwerk in Nederland. De illegale
handel wrijft zich nu al in de handen en zal de winst nog meer zien
stijgen. En dat denken wij nu met een vuurwerkverbod te gaan oplossen?
Dat zal niet werken. We hebben het gezien bij corona. Plotseling werd er
een vuurwerkverbod afgekondigd. Toch was de illegale handel in staat om
massaal vuurwerk te leveren in Nederland. De katvangers staan nu al
klaar om te voorkomen dat controleurs in het buitenland kentekens
noteren van Nederlandse kopers. Dat gaat nu al rond in die wereld. En
nee, ik heb daar geen connecties mee, voor het geval iemand dat soms
denkt.
Tot slot, voorzitter. De Partij voor de Vrijheid is van mening dat een
landelijk vuurwerkverbod niet haalbaar, niet betaalbaar en niet
realistisch is.
Ik dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog een vraag van mevrouw Van der Werf.
Mevrouw Van der Werf (D66):
De heer Boutkan stelde in het begin van zijn betoog een vraag die mij
intrigeerde. Hij vroeg zich af of de indieners zich realiseerden dat we
de minderheid het voor de meerderheid laten verpesten. Ik was benieuwd
over welke meerderheid de heer Boutkan het precies heeft.
De heer Boutkan (PVV):
Nou, ik heb het over de meerderheid die van het vuurwerk geniet en met
oud en nieuw vrolijk met familie, kennissen, buren en dergelijke op
straat is, ten opzichte van de minderheid die ik tuig noem. Dat is de
meerderheid ten opzichte van de minderheid.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik vraag me af of de heer Boutkan zich realiseert dat de overgrote
meerderheid van de Nederlanders al een paar jaar een vuurwerkverbod wil.
Ik denk dat wij het samen eens zijn over dat tuig, maar wat wilt u dan
vanavond eigenlijk tegen de meerderheid van de Nederlanders zeggen?
De heer Boutkan (PVV):
Als we het tuig eerder hadden aangepakt, waren we misschien niet zo ver
gekomen als nu.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Nou, dat hebben we met z'n allen geprobeerd. Ik heb in de eerste termijn
ook al aangegeven dat er in verschillende gemeenteraden, maar ook op
landelijk niveau, allerlei beperkingen zijn ingevoerd, op basis waarvan
iedereen hoopte dat dit wetsvoorstel niet nodig was. Nu zegt eigenlijk
iedereen hier in de Kamer, van links tot rechts, dat dit in de praktijk
niet is gaan vliegen. Een meerderheid van de Nederlandse bevolking zegt
dat we er dan mee moeten stoppen. Dan zegt de heer Boutkan: dat maakt
mij eigenlijk niet uit en ik ga gewoon stug door met dit gevecht tegen
deze wet.
De heer Boutkan (PVV):
Het betoog van mevrouw Van der Werf eindigt niet echt in een vraag.
De voorzitter:
Nou, prima. Dan laten we het hierbij. Dank u wel. Dan komt nu de inbreng
van de heer Stoffer van de SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. In de eerste termijn heeft de SGP aangegeven: wij zijn klaar
met de vuurwerkoverlast. Het afsteken van legaal vuurwerk zorgt elke
jaarwisseling voor honderden gewonden, waaronder onschuldige passanten.
Ik heb daarom aangegeven dat we het voorliggende voorstel met een
positieve houding zullen beoordelen. Ik wil eerst de initiatiefnemers en
het kabinet hartelijk danken voor de beantwoording in de eerste
termijn.
Voorzitter. Een belangrijk kritiekpunt op het voorstel is dat zwaar
illegaal vuurwerk het grootste probleem is. Ik heb al aangegeven dat ook
legaal vuurwerk jaarlijks voor vele gewonden en andere overlast zorgt.
Maar dat illegale vuurwerk is inderdaad een breed gedeelde zorg hier in
de Kamer. Het is heel goed dat het kabinet daarbovenop zit. Juist een
verbod op consumentenvuurwerk zou helpen om het zware illegale vuurwerk
aan te pakken, omdat dan veel sneller duidelijk is dat het illegaal is.
Mijn vraag is: delen de initiatiefnemers en de bewindslieden deze
analyse?
Voorzitter. Als het wetsvoorstel aangenomen wordt, komt er een
uitvoeringstoets, ook wat betreft de handhaving. Dat wil ik graag
onderstrepen, want hier moet samen met gemeenten en politie echt heel
goed naar gekeken worden.
Voorzitter. De SGP constateert ook dat een deel van de samenleving hecht
aan de vuurwerktraditie. Als je daar helemaal aan voorbijgaat, krijg je
dat als een boemerang terug bij naleving en handhaving. Daarom heb ik
meegewerkt aan het amendement om gemeenten de mogelijkheid te geven om
bij de jaarwisseling aan bijvoorbeeld buurtverenigingen de ruimte te
geven voor een lokale vuurwerkshow met F2-siervuurwerk. Ik snap ook dat
dat uitvoeringsvraagstukken met zich meebrengt, want het kan natuurlijk
niet zo zijn dat overal vuurwerk verkocht mag blijven worden. Daarom is
er ook een algemene maatregel van bestuur met randvoorwaarden nodig. Ik
vraag de bewindslieden om hier in nauwe samenwerking met gemeenten een
voorstel voor te doen.
Voorzitter. Mijn VVD-collega heeft een amendement ingediend om ervoor te
zorgen dat de wet pas ingevoerd zal worden als er een handhavingsplan
ligt, de algemene maatregel van bestuur uitgewerkt is en de
compensatieregeling goed geregeld is. Daar kan ik mij goed in vinden,
zeg ik tegen haar. Wat de SGP betreft, hoeft een verbod niet al voor de
aanstaande jaarwisseling van kracht te worden. Het mag wel, maar dan wel
onder de condities die door mevrouw Michon-Derkzen zijn geschetst. Ik
hoor dus graag van het kabinet wat de mogelijkheden daarin zijn. In
ieder geval is het van belang dat er een zorgvuldige uitwerking van de
amendementen plaatsvindt. Als het later wordt, dan scheelt dat in ieder
geval in de compensatie, zo hebben we met elkaar geconstateerd. Maar ik
hoor graag hoe de initiatiefnemers en de bewindslieden in het geheel
tegen de planning aankijken wat dat betreft. Wat is realistisch? Als de
amendementen aangenomen worden, verwacht ik dat mijn fractie het
initiatiefvoorstel zal steunen. Ik zal in ieder geval een positief
stemadvies geven.
Voorzitter. Als meer dan 100 jaar oude partij houden wij van tradities.
Wij bestaan langer dan de vuurwerktraditie, zeg ik daar maar bij. Bij de
jaarwisseling horen oliebollen en bezinning en, zoals mevrouw Bikker al
aangaf, kerkbezoek. Iedereen is daarbij natuurlijk altijd welkom. Dat
zijn tradities waar we aan hechten, maar wat betreft vuurwerk denk ik
dat het tijd is voor modernisering. Wij zien in ieder geval uit naar een
jaarwisseling met minder gewonden, minder overlast en meer rust.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu de beurt aan mevrouw Van der Plas van BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met mijn waardering uit te
spreken voor het feit dat de initiatiefnemers dit wetsvoorstel hebben
geïnitieerd. Ik ben het er totaal niet mee eens; dat mag duidelijk zijn.
Maar een initiatiefwet in procedure brengen, vergt heel veel werk, heel
veel energie en heel veel uitzoekwerk. Wij zijn als Kamerleden
medewetgever. Dat feit verdient zeker waardering, niet alleen voor de
initiatiefnemers, maar ook voor de staf die hieraan heeft meegewerkt en
die hierachter zit. Dus waardering daarvoor.
Voorzitter. Dan wil ik graag een vraag stellen aan de minister, die hier
ook aanwezig is. Begin dit jaar heb ik een motie ingediend met de vraag
om te onderzoeken of bij de eerstvolgende jaarwisseling een meldplicht
kan worden ingezet voor mensen die zich schuldig maken of zich afgelopen
jaarwisseling schuldig hebben gemaakt aan jaarwisselingsgerelateerde
strafbare feiten. Kan de minister de stand van zaken hiervan
geven?
Voorzitter. Dan wil ik mij toch weer richten op het belachelijke verbod
op siervuurwerk, en een poging wagen om de partijen die zijn gedraaid,
NSC en de VVD, te overtuigen. Hier in de Kamer wordt vaak gezegd dat
vuurwerkshows hét alternatief zijn voor consumentensiervuurwerk. Maar om
dit te realiseren en te regelen moet aan ondoenlijk veel voorwaarden
worden voldaan, dus op papier klinkt dit leuk, maar in de praktijk is
het totaal onuitvoerbaar.
Ik zal u de voorwaarden eens even voorhouden. Eerst moet er een
toepassingsvergunning komen. Om deze te verkrijgen, moet je het volgende
hebben: een polisblad met een verzekeringsdekking van 2,5 miljoen euro,
de juiste Kiwa-certificaten — met dit certificaat toont men aan dat een
organisatie efficiënt en veilig werkt en hier ook de juiste
werkprocessen voor heeft — en een verklaring omtrent het gedrag.
Vervolgens moet er een evenementenvergunning worden aangevraagd. Om die
te verkrijgen moet er ook weer worden voldaan aan de juiste eisen, zoals
voor beveiliging, hygiëne en sanitaire voorzieningen. Er moet een
alcoholvergunning zijn. Er moet worden voldaan aan veiligheidseisen voor
podia. Enzovoorts. Als dit allemaal in orde is, moet je ook telkens
opnieuw de toepassingsvergunning aanvragen om het elke keer aan te mogen
steken. Dan hebben we het hier alleen nog maar over gecertificeerde
bedrijven, waarvan er overigens veel te weinig zijn in Nederland om
overal een show te geven. Los van bovenstaande hebben veel gemeenten ook
geen geschikte locatie. Dat komt mede door het aantal Natura
2000-gebieden. Wat gaan de VVD en NSC tegen deze gemeenten zeggen?
Zomaar even zeggen dat overal in het land shows gegeven kunnen worden,
is dus pure onzin. Wij voorzien dat een heleboel vergunningen niet
worden afgegeven, met als gevolg dat het in de kleinere gemeenschappen
en buurten, waarin het nu vaak gewoon goed gaat, einde verhaal is. Het
gaat om dorpen in de regio's, waar NSC zo goed voor wil zorgen, en
tradities, die NSC zo graag wil behouden, maar nu ineens niet meer.
Juist de regio's worden de dupe van de draai van NSC.
Een groot aantal partijen denkt hier een oplossing voor te hebben. Zij
willen met een amendement mogelijk maken dat een burgemeester in
speciale gevallen ontheffing kan verlenen. Deze partijen denken dat
kleine gemeenschappen hiermee toch siervuurwerk kunnen afsteken, maar
ook dan moet alsnog aan allerlei eisen worden voldaan. Zo staat er nota
bene in de toelichting: "De voorwaarden die bij algemene maatregel van
bestuur worden vastgesteld, zien bijvoorbeeld op veiligheidseisen
waaraan moet worden voldaan, vervoer en opslag van het vuurwerk, en
voorwaarden die aan de deskundigheid van degene die het vuurwerk
afsteekt kunnen worden gesteld." Met andere woorden: einde
vuurwerktraditie.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, mevrouw Bikker wil u interrumperen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Wat vindt mevrouw Van der Plas? Als we het nu hebben over de
vuurwerkverkoop, worden er ook allerlei eisen gesteld. Die gaan over het
vervoer en over de opslag, maar ook over aan wie je het verkoopt,
wanneer je het afsteekt, welke leeftijdsgrens er is. Daar zien die
allemaal op. Ik vind dat zij zo'n probleem maakt van niks. Dat ben ik
eigenlijk helemaal niet van mevrouw Van der Plas gewend. Zij is meestal
vrij helder. Als er een echt probleem is, vinden we elkaar, maar laten
we nou niet doen alsof dit amendement een heleboel dood- en dichtregelt,
want dat is niet aan de hand.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk dat ik dat al vaker heb duidelijk gemaakt, en niet alleen
vanavond, maar ook in eerdere debatten. Voor gecertificeerde bedrijven
zijn er al heel veel regels, maar nu hebben we het erover dat kleine
verenigingen in een buurt dit ook wel allemaal even kunnen doen. Dat
gaat gewoon niet gebeuren. Ik voorzie dat dat gewoon heel erg veel
problemen gaat opleveren. Dat heb ik vanavond ook al gewisseld. Er wordt
hier een soort beeld geschapen zo van "ja, maar dat kan gezellig met een
vereniging". De heer Eerdmans had het er al over: kan ik een vereniging
zijn met mijn vrouw en mijn gezin? Nou, volgens mij mag iedereen een
vereniging oprichten. We kennen hier in de Kamer een vereniging die één
lid heeft. Die kan dus ook opgericht worden. Mag die dan ook vuurwerk
afsteken, denk ik dan. Dat gaat zo veel obstakels opleveren dat ik dat
gewoon niet zie vliegen.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker heeft nog een vraag.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, inderdaad, want op het punt van die vereniging zijn we net al
ingegaan. Dat hadden we al gewisseld. Het was niet aan de orde dat de
familie Eerdmans samen een vereniging kan vormen voor dit vuurwerk,
hoezeer we het de familie Eerdmans ook gunnen om met elkaar een heel
leuk oud en nieuw te hebben. Dat kunnen ze, denk ik, ook wel. De heer
Eerdmans steekt zijn duim op. Kijk, dat zien we daar ook.
Wat mij opvalt, is dat mevrouw Van der Plas zo ontzettend somber is,
terwijl dit amendement zo aansluit bij de diepste traditie waar BBB voor
staat: de mienskip. We weten ook dat er op al die plekken in de
Achterhoek al een fantastische traditie is, bijvoorbeeld rond het
carbidschieten. Ik heb mijn hele tienertijd op de Veluwe gewoond. Zodra
het vroeg donker wordt, kan het beginnen. Zonder problemen. Natuurlijk
moet je dan ook af en toe opletten. Dat weten we allemaal, want ook
carbidschieten is niet zonder gevaar. Dus mevrouw Van der Plas maakt een
heleboel problemen, terwijl ik het juist zo simpel in het amendement
neerleg. Met een AMvB kan de staatssecretaris aan de slag. Hij zit in de
coalitie namens collega Van der Plas. Zij kan er dus ook nog toe
aanmoedigen om die AMvB zo simpel en zo smart mogelijk te maken. En de
burgemeesters kunnen vervolgens met het maatwerk komen dat in hun
gemeente nodig is. Als in de gemeente Deventer alles helemaal perfect
gaat, dan hoeft de burgemeester daar heel weinig eisen aan te stellen.
Zou het in de gemeente Deventer heel verschrikkelijk zijn — dat zal vast
niet, want ik hoor mevrouw Van der Plas daar altijd lovend over zijn —
dan kan de burgemeester wat meer regels maken.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Maar laten we elkaar nou niet voor de gek gaan houden, zou ik tegen
mevrouw Van der Plas willen zeggen. Dit amendement is door deze
indieners ingediend en toegelicht. Het is duidelijk niet het amendement
van mevrouw Van der Plas, maar ik wil haar wel vragen om bij de feiten
te blijven. Mag ik dat van u vragen, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik blijf zeker bij de feiten.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik maak helemaal geen problemen, zeg ik tegen de voorzitter. Dit
wetsvoorstel maakt problemen. Ik probeer die problemen te benoemen in de
hoop dat er in ieder geval nog één of twee partijen zijn die bij ons in
de coalitie zitten, die toch nog even gaan nadenken over de draai die
zij hebben gemaakt. Ik voorzie inderdaad ook problemen bij het
organiseren van wat evenementachtige dingen in de buurt. Ik denk
bijvoorbeeld aan de toestroom van publiek of aan gefrustreerd tuig dat
denkt "we gaan daar weleens eventjes de boel op stelten zetten". En dan
druk ik me nog zacht uit.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik noem ook de toestroom van verkeer, parkeeroverlast, parkeerwachters.
Dat vergt allemaal vrijwilligers die we niet hebben. Ik probeer gewoon
even het realistische beeld te schetsen. Ik leef niet in de Efteling. Ik
leef in de echte wereld. In de Efteling zou dat waarschijnlijk allemaal
kunnen, maar niet in mijn wereld.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog, alstublieft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga verder, voorzitter. Ehm, waar was ik gebleven? Ja, ik was gebleven
bij dit. Deze partijen denken dat kleine gemeenschappen hiermee toch
siervuurwerk kunnen afsteken. Maar ook hier moet ... Nee, sorry, dit had
ik gehad; even terug. Ik had gezegd "einde vuurwerktraditie". Daar was
ik gebleven: einde vuurwerktraditie. Want bij een totaalverbod valt al
het resterende vuurwerk onder het professioneel gebruik, en dus mag je
het vuurwerk niet vrij vervoeren. Het moet met een gecertificeerde
chauffeur en voertuig; een vrachtbrief, een
explosievenklassenvergunning. Het moet opgeslagen worden in
gecertificeerde bunkers. Degene die het afsteekt, moet speciale papieren
hebben, en ga zo maar door. Dit is echt totaal onrealistisch voor
buurtverenigingen. Wij zijn de realiteit echt compleet voorbijgeschoten.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle wet- en regelgeving die
komt kijken bij het aanvragen van een evenementenvergunning, die ook nog
nodig is. Heeft iemand daarover nagedacht? Heeft iemand onderzoek gedaan
bij die verenigingen naar de haalbaarheid? Volgens mij hebben we geen
idee. En hoe gaan we voorkomen dat er bestuurlijke verschillen gaan
ontstaan bij gemeenten? Stel dat in gemeente A een vuurwerkgezinde
burgemeester zit en in gemeente B een vuurwerkongezinde burgemeester.
Dat wordt een hele oneerlijke situatie. Dit wordt in alle gemeenten elk
jaar een politiek voorkeursspelletje. En al krijgen die verenigingen een
vergunning, hoe komen zij dan aan dat vuurwerk, als alle
vuurwerkimporteurs en -winkels verdwijnen? Waar halen deze mensen dan
hun vuurwerk vandaan? Uit het buitenland? Is dat wenselijk?
Vuurwerkverkooppunten in Nederland zullen bijna volledig verdwijnen,
want er is geen winkelier die zal blijven bestaan als de omzet alleen
van verenigingen afhankelijk is. En welk type vuurwerk mogen die
verenigingen nog afsteken?
Voorzitter. Een totaalverbod op vuurwerk is ook niet te handhaven zolang
vuurwerk over de grens kan worden gekocht. Ik hoor dus graag van de
minister van Justitie en Veiligheid of hij denkt dat dit wel
handhaafbaar is, en waar hij dat dan op baseert. Kan dit verbod
überhaupt gehandhaafd worden zonder verdere escalaties of risico's voor
hulpverleners? En is in kaart gebracht wat de pakkans is? Volgens mij
hebben we geen idee. En wat betekent het voor de handhavingsdruk als het
voorstel aangenomen wordt om verenigingen vergunningen te verlenen om
vuurwerk af te steken? Wat betekent het voor de handhavingsdruk als
grote groepen mensen zich gaan verplaatsen naar evenementen, feesten en
horecalocaties? Dit vraagt om extra inzet van politie en beveiliging bij
die locaties, wat opnieuw capaciteit weghaalt van het toezicht op
vuurwerk. De gemeenten, verenigd in de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten, de VNG, geven zelf aan dat zij alleen een verbod willen als
het handhaafbaar en uitvoerbaar is. Ik hoor graag waar het
handhavingsplan is en wat van de VVD, die nu niet in vak K zit, het
handhavingsplan is. Hoe gaan ze dit doen? En wie gaat dit betalen; wat
zijn de kosten? Volgens mij hebben we geen idee. Ook vraagt dit
capaciteit bij het OM, het Openbaar Ministerie, en de rechtspraak. Die
krijgen straks een enorme berg werk extra voor vuurwerkgerelateerde
feiten. Ik hoor graag of we hier rekening mee hebben gehouden.
Voorzitter. De afgelopen jaren zagen we kilometerslange files aan de
Duitse grens, van mensen die daar hun vuurwerk kopen. Aan de grens wordt
er wel wat vuurwerk tussenuit gepakt, maar de echt grote partijen, waar
criminelen veel geld mee verdienen, komen het hele jaar door naar
Nederland. Sterker nog, het begon twee maanden geleden al. Dát moet het
kabinet aanpakken. Ik hoor graag van de minister en de staatssecretaris
wat zij daaraan gaan doen. Kunnen zij bijvoorbeeld toezeggen dat er nu
al verscherpt wordt gecontroleerd aan de grens op het invoeren van
illegaal vuurwerk? En wat is het effect van een verbod op de illegale
markt? Ik voorzie ook een enorme toename van illegaal vuurwerk, en dus
een enorme toename van criminaliteit. Hebben we dat onderzocht? Hebben
we hier voldoende rekening mee gehouden? Volgens mij hebben we ook
hiervan geen idee. Wat zijn de kosten van de inbeslagname en
vernietiging van het illegale vuurwerk dat in beslag genomen gaat
worden? Wie gaat dat betalen? Ik voorzie een enorme stijging, maar ook
hiervan hebben we volgens mij geen idee. Ik had het er net al over dat
de gemeenten zich ook zorgen maken dat er hoge uitvoeringskosten komen
die niet vergoed worden. Kunnen de bewindspersonen schattingen geven van
die kosten? Kunnen zij ook aangeven of die dan betaald worden aan de
gemeenten?
Er wordt telkens verwezen naar de coronajaarwisselingen, toen er een
verbod gold. Coronajaarwisselingen zijn onvergelijkbaar met andere
oud-en-nieuwvieringen. Tijdens de coronaperiode was er een
uitgaansverbod, was er een avondklok en was de horeca gesloten. Toch
werd er in de coronaperiode meer illegaal vuurwerk in beslag genomen dan
in de jaren daarvoor en daarna. In 2020 werd er 122.815 kilogram in
beslag genomen en in 2021 205.904 kilogram, een verdubbeling. In de
documentaire van Danny Ghosen over dit onderwerp zeggen illegale
vuurwerkhandelaren letterlijk dat zij een omzetstijging van 500%
verwachten bij een totaalverbod. Ik weet zeker dat zij de volgende
verkiezingen op de VVD gaan stemmen. Als de rest van Nederland dan op
ons stemt, ben ik blij.
Dan nog de voorgestelde compensatieregelingen. Op het moment dat een
verbod onmiddellijk in werking treedt, dus zonder overgangstermijn, is
een grove inschatting van dit kabinet dat er tussen de 100 en 150
miljoen aan compensatie uitgekeerd moet worden. Dit is echt een
schijntje. De branche zegt dat de sector een compensatie nodig heeft van
895 tot 950 miljoen euro. Ik ben heel erg benieuwd waar NSC en VVD dit
geld vandaan gaan halen. Of gaan zij al deze ondernemers in de kou
zetten? Wil de VVD, die zegt voor minder regels te zijn voor
ondernemers, die zegt dat de mkb-bedrijven zo belangrijk zijn, die
beweert dat bedrijven in Nederland gehouden moeten worden, nu echt deze
ondernemers tegen zich in het harnas jagen? Dat is namelijk wat er op
dit moment gebeurt.
Voorzitter. In een eerder stadium is er al met de sector gesproken over
een meerjarenplan rondom consumentenvuurwerk, zodat de sector
toekomstbestendig kon worden. Dit heeft ervoor gezorgd dat veel
bedrijven, importeurs en winkeliers fors hebben geïnvesteerd in panden,
veiligheidsvoorschriften, personeel, handel enzovoorts. Wat de VVD met
haar draai nu dus wil gaan doen, is pure kapitaalvernietiging. Is dat
opkomen voor de ondernemers? Door nu een verbod in te stellen blijkt de
overheid dus weer compleet onbetrouwbaar te zijn. Dat kan toch niet? Is
dat goed bestuur, vraag ik in dit geval aan NSC; dat ga ik zo meteen ook
nog doen. Hoe kunnen de VVD en NSC dit doen? Ik snap er echt helemaal
niks van. Gezonde mkb'ers worden gewoon kapotgemaakt. Als een
meerderheid in de Kamer voor een vuurwerkverbod is, dan zou mijn partij
graag zien dat er minimaal een vijfjarenplan opgetuigd wordt, waardoor
Nederlanders nog minimaal vijf jaar de tijd hebben om te wennen aan het
feit dat de overheid consumentenvuurwerk wil verbannen uit de
samenleving. De uitloopkosten voor de overheid zijn dan lager en de
branche en ook alle vuurwerkliefhebbers kunnen zich dan voorbereiden op
dit verbod. Een abrupt verbod gaat gegarandeerd voor heel veel ellende
zorgen. Hoe kijken de initiatiefnemers en de minister hiernaar?
Echt waar. Wij worden overstelpt door wanhopige ondernemers, maar ook
door heel veel wanhopige brave burgers die de wanhoop nabij zijn. Ik
vind het schandalig hoe hier met één pennenstreek en een flutpotje geld
800 Nederlandse ondernemers, hun gezinnen en hun werknemers worden
afgeschreven. Omdat de cijfers die het ministerie in kaart heeft
gebracht honderden miljoenen lager liggen dan die van de sector zelf,
wil ik vragen om een compensatieregeling door een externe,
onafhankelijke partij te laten opstellen.
Voorzitter. Deze coalitie heeft daarnaast in het hoofdlijnenakkoord
afgesproken geen nationale regels boven op Europese wetgeving te
plaatsen. Dit betekent dat een totaalverbod op vuurwerk ook niet kan.
Het besluit van NSC en VVD om nu voor dit wetsvoorstel te zijn, gaat
rechtstreeks tegen onze afspraken in. Zolang er in Europa geen
totaalverbod is, is een totaalverbod in Nederland een nationale kop
boven op Europese wetgeving.
Voorzitter, ik sluit af. Ik heb nog een aantal moties die ik wil
indienen. Dat ga ik nu doen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er jaarlijks gemiddeld ongeveer 12.000
geweldsincidenten tegen politieagenten worden geregistreerd;
constaterende dat er tijdens de afgelopen jaarwisseling 295
geweldsincidenten tegen agenten hebben plaatsgevonden;
overwegende dat het geweld tegen agenten een breder gedragsprobleem
weerspiegelt, dat losstaat van de traditionele vuurwerktraditie in
Nederland;
spreekt uit dat een totaalverbod op siervuurwerk geen oplossing biedt
voor dit maatschappelijke probleem,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Eerdmans.
Zij krijgt nr. 21 (35386).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de traditie van vuurwerk afsteken tijdens de
jaarwisseling sinds 2015 op de nationale inventaris immaterieel
cultureel erfgoed staat;
constaterende dat het kabinet heeft aangegeven zelf niet te komen met
een landelijk verbod op legaal vuurwerk;
spreekt uit dat het immaterieel erfgoed in Nederland beschermd en
gekoesterd dient te worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Eerdmans.
Zij krijgt nr. 22 (35386).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Openbaar Ministerie een strafvorderingsrichtlijn
hanteert voor overtredingen en misdrijven bij vuurwerkdelicten;
constaterende dat deze strafvorderingsrichtlijnen lager zijn dan de
straffen die mogelijk zijn in het wetboek;
verzoekt de regering om met het Openbaar Ministerie in gesprek te gaan
om de strafvorderingsrichtlijnen op te hogen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 23 (35386).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een totaalverbod op siervuurwerk zal leiden tot een
toename van vuurwerk dat over de grens wordt aangeschaft;
overwegende dat illegale vuurwerkhandelaren zelf aangeven hun omzet te
kunnen vervijfvoudigen bij een vuurwerkverbod, wat een enorme toename in
criminaliteit betekent;
spreekt uit dat een totaalverbod op siervuurwerk averechts zal
werken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Eerdmans.
Zij krijgt nr. 24 (35386).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat een totaalverbod op vuurwerk in Nederland in strijd is
met de afspraken in het hoofdlijnenakkoord, waarin is afgesproken geen
nationale regels boven op Europese wetgeving te plaatsen;
verzoekt de regering niet over te gaan op een totaalverbod op het
afsteken van consumentenvuurwerk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Eerdmans.
Zij krijgt nr. 25 (35386).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb er nog twee en dan ben ik erdoorheen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de staatssecretaris van IenW heeft laten weten 100 tot
150 miljoen euro ter beschikking te stellen voor ondernemers wanneer een
totaalvuurwerkverbod in werking treedt;
constaterende dat Pyrotechniek Nederland zegt dat de sector een
compensatie nodig heeft van 895 miljoen euro bij onmiddellijke
inwerkingtreding;
overwegende dat een langere overgangstermijn deze kosten drastisch doet
verlagen;
overwegende dat alle ondernemers in de vuurwerkbranche volledig
gecompenseerd dienen te worden;
verzoekt de regering, indien het wetsvoorstel door een meerderheid van
de Kamer wordt aangenomen, een minimale overgangstermijn van vijf jaar
in te stellen en na deze vijf jaar vuurwerkondernemers volledig te
compenseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 26 (35386).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het ministerie van IenW heeft berekend dat een
compensatie van 100 tot 150 miljoen euro voldoende is bij een
totaalverbod op vuurwerk bij onmiddellijke ingang;
constaterende dat de vuurwerkbranche zelf aangeeft tussen de 895 en de
945 miljoen euro compensatie nodig te hebben;
verzoekt de regering een onafhankelijke externe partij een
compensatieregeling bij een totaalverbod op vuurwerk op te laten
stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 27 (35386).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het nu de beurt aan de heer El Abassi ... Maar meneer
Boswijk heeft nog een interruptie. Ga uw gang.
De heer Boswijk (CDA):
Collega Van der Plas dient een paar heftige moties in. Ik denk dat
relatietherapie, misschien met z'n allen in een vuurwerkvereniging, kan
helpen. Ze dient ook een paar moties in waarin gezegd wordt dat dit
gewoon keihard ingaat tegen het hoofdlijnenakkoord. Wat zijn de
consequenties als de bewindspersonen deze motie gaan ontraden of als de
andere coalitiepartijen deze moties wegstemmen? Wat gaat er dan
gebeuren?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat kan ik nu nog niet vertellen. Ik ga ervan uit dat partijen die zijn
gedraaid goed kijken naar de moties en dit binnen hun fracties gaan
bespreken. Om te weten wat er dan gaat gebeuren, is op dit moment een
glazen bol nodig. Die heb ik niet.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Bikker heeft nog een vraag. Gaat uw gang. Uw laatste
aan mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat begrijp ik. Dit is wel een beetje een cobra in dit debat, in de zin
dat mevrouw Van der Plas, als ik het goed begrijp, eigenlijk zegt dat in
het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat het vuurwerkverbod er niet kan
komen. Begrijp ik dat goed? Kan ze dit toelichten? Ik ben namelijk
gewoon even benieuwd. Anders hadden we deze hele exercitie niet hoeven
doen. Dan was het al veel eerder helder geweest. Dit komt als een
duveltje uit een doosje. Ik ben dus wat verrast.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, sorry, dat kan niet als een duveltje uit een doosje komen, want ik
heb het al eerder gezegd. Dat is dus niet nieuw. Wij hebben afgesproken:
geen nationale koppen boven op Europese wetgeving. Dat is een harde
afspraak in het hoofdlijnenakkoord. Nogmaals, wat er daarna gaat
gebeuren, kan ik u op dit moment niet vertellen. Het kan namelijk maar
zo zijn dat VVD en NSC tussen nu en de dinsdag na komende dinsdag bij de
stemmingen zullen zeggen: we zijn hier niet voor. Dan zijn er
verschillende opties mogelijk.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Werf nog met een vraag.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik denk dat het belangrijk is om deze vraag nog even wat preciezer te
stellen, want het was niet een heel precies antwoord op de vraag van
mevrouw Bikker. Heeft deze coalitie nou wel of niet in het
hoofdlijnenakkoord afgesproken dat deze wet er al dan niet zou
komen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
In het hoofdlijnenakkoord staat volgens mij niks over een
vuurwerkverbod.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat is dan belangrijk, want mevrouw Van der Plas suggereerde net iets
over nationale koppen op Europese wetgeving. Ze suggereerde net
eigenlijk dat er wel iets over was afgesproken. Misschien is er
mondeling een afspraak gemaakt of ligt er ergens een A4'tje in een la
dat niet is afgedrukt in een regeerakkoord. Mevrouw Van der Plas begint
te lachen, maar zij suggereerde dat net wel degelijk zelf. Ik denk dat
andere collega's ook om die reden naar voren komen. Het is goed als zij
daar zelf even duidelijkheid over geeft en dat dat niet zo meteen
nogmaals wordt gevraagd aan de collega's die met haar in de coalitie
zitten.
De voorzitter:
Ik hoor geen vraag. Wilt u kort reageren? Anders heeft meneer Van Nispen
nog een vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga ervan uit dat mevrouw Van der Werf ook het hoofdlijnenakkoord
heeft gelezen en ze niet nu ineens denkt: o jee, er was een
hoofdlijnenakkoord en nu hoor ik iets waar ik nog nooit van heb gehoord.
Ik heb heel duidelijk gezegd: in het hoofdlijnenakkoord staat dat wij
geen nationale regels boven op Europese wetgeving willen zetten. Dat heb
ik gezegd. Waar kan dat nog meer voor gelden?
De voorzitter:
We hoeven niet allemaal voorbeelden te hebben.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat we opeens sigaretten uit gaan bannen of dat er in Nederland geen
alcohol meer verkocht kan worden. Dat kunnen allemaal regels zijn die
boven op Europese regels komen. Het mag ook geen geheim zijn dat ik
altijd heb gezegd: zolang hier geen Europese wetgeving voor is, zolang
het niet overal in Europa wordt verboden, zie ik dit als een nationale
kop op Europese wetgeving.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Werf, laatste keer.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dan is de vraag: interpreteert mevrouw Van der Plas die afspraak of die
zin in het coalitieakkoord dan zo dat mevrouw Michon-Derkzen en mevrouw
Bruyning het coalitieakkoord breken door dit initiatiefwetsvoorstel te
steunen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We hebben hier vorige week een ander lid van NSC in een landbouwdebat
horen zeggen dat het hoofdlijnenakkoord misschien voor verschillende
interpretaties vatbaar is. Daarom zeg ik dat ik niet kan zeggen wat er
dan gebeurt. Misschien zeggen zij wel: wij zien dat anders om die en die
reden. Ik zeg: het is een nationale kop boven op Europese wetgeving. De
fracties gaan straks in overleg over de moties en dat wacht ik af.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker. Dat is hoe het gaat.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Van Nispen met een vraag.
De heer Van Nispen (SP):
Ik vond mevrouw Van der Plas tot nu toe heel duidelijk, maar hier vind
ik het toch wat cryptisch worden. Moeten VVD en NSC en iedereen die deze
coalitie een warm hart toedraagt, zich nou zorgen gaan maken of
niet?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, dat probeer ik uit te leggen. Ik zie dit, wij als BBB zien dit als
een nationale kop op Europese wetgeving. We hebben hier vaker mee te
maken. Dit is helemaal niet nieuw. Er wordt hier over meer dingen
gestemd waarvan ik denk dat het een nationale kop is en die een andere
partij anders interpreteert. Dan is het interpretabel. Dat kan hier ook
het geval zijn. Dit is een motie van BBB. Ik zie het als een nationale
kop en ik verzoek de regering het niet te doen. Over de moties wordt
over twee weken gestemd en ik wacht af wat de medecoalitiepartijen
hierover te zeggen hebben.
De heer Van Nispen (SP):
Dus als NSC en VVD zeggen "wij zien dat anders, want volgens ons is het
helemaal geen nationale kop", is er niets aan de hand? Met andere
woorden, de mening van mevrouw Van der Plas en haar interpretatie van de
afspraken en van wat wel of geen nationale kop is, doen er toch toe? Dat
is toch het standpunt van BBB?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kan daar niet op vooruitlopen. Ik heb uitgelegd hoe ik het zie. Er is
geen Europese wetgeving op het gebied van een vuurwerkverbod. Ik zie ook
dat vuurwerk in het buitenland gewoon verkocht mag worden. Mijn
interpretatie van het hoofdlijnenakkoord is dat dit een nationale kop is
op Europese wetgeving. Als andere partijen mij ervan kunnen overtuigen
dat dat niet zo is, zullen we dat zien. Maar ik ga daar niet op
vooruitlopen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat was de derde keer volgens mij.
De heer Van Nispen (SP):
De tweede keer.
De voorzitter:
Sorry, u heeft helemaal gelijk, de tweede keer. De laatste vraag, kort
alstublieft.
De heer Van Nispen (SP):
Er zijn niet oneindig veel scenario's. Deze partijen steunen de
initiatiefwet wel en de motie niet, of het is andersom. We kunnen wel
doen alsof het een hele ingewikkelde als-danvraag is, maar dat valt denk
ik wel mee. Het is goed om hier duidelijkheid over te geven, ook voor
het debat en voor de verhoudingen in de coalitie, want daar maak ik me
hele grote zorgen over. U kent me. Hoe hoog speelt mevrouw Van der Plas
dit? Dient ze nu een motie in en zegt ze: je kunt er ook anders naar
kijken en als je de motie niet steunt, geen enkel probleem? Of zegt ze:
dit is voor mij echt een zwaar punt?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik leg dit ter overweging voor. Dat is wat ik doe. Nogmaals, ik ga niet
vooruitlopen op wat hier uitkomt. Misschien wordt het wel zo uitgelegd
dat wij zeggen: zo hebben wij het niet gezien. Ik zie het nu wel zo. Dat
is de reden waarom ik de motie indien. We gaan het zien. Misschien
zeggen VVD en NSC wel: eigenlijk heb je gelijk en moeten we dit niet
doen. Dat kan. We hebben nog niet gestemd.
De heer El Abassi (DENK):
Volgens mij staat er in het hoofdlijnenakkoord dat nationale wetgeving
niet in strijd mag zijn met Europese wetgeving. Dat is iets anders dan
wat mevrouw Van der Plas hier probeert te suggereren, namelijk dat
nationale wetgeving een voortzetting moet zijn van Europese wetgeving.
Begrijp ik dat goed of bedoelt mevrouw Van der Plas iets anders?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Volgens mij hebben wij afgesproken in het hoofdlijnenakkoord — ik heb
het nu niet bij de hand — dat wij geen nationale wetgeving willen boven
op Europese wetgeving. Dat heeft een reden. Ik ga geen stikstofdebat
voeren, maar we hebben bijvoorbeeld bij stikstofregels gezien dat wij er
zo veel extra wetgeving bovenop hebben gelegd dat wij ons land klem
hebben gezet, terwijl Europa daar helemaal niet om vraagt. Europa vraagt
iets heel anders dan wat wij hier in wetgeving hebben vastgelegd. Die
constatering, met alle enorme gevolgen van dien, tot en met het uitkopen
van duizenden boeren, wat grote gevolgen heeft en gaat hebben …
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… is een van de redenen waarom we hebben gezegd dat we dat niet meer
moeten doen. Maar het geldt ook voor andere ondernemers, die andere
regels hebben dan ondernemers in de rest van Europa. Dat is een grote
discussie, ook bij het bedrijfsleven in Nederland. Dat loopt daar
constant tegenaan.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. De heer El Abassi nog een vraag?
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Maar dan heb ik een hele rits van wat Europa niet
aangeeft. Europa heeft niet gezegd dat we instellingen moeten gaan
bespioneren. Europa zegt bijvoorbeeld dat we strenger moeten zijn
richting de boeren. Als we in lijn met Europese wetgeving moeten gaan
handelen, moet het kabinet heel andere stappen gaan nemen. Ik zou dit
toch aan mevrouw Van der Plas willen vragen, want anders lees ik het
hoofdlijnenakkoord helemaal verkeerd. Klopt het dat we iets niet
landelijk moeten inbrengen als het niet vanuit EU-wetgeving
georganiseerd is? Zo begrijp ik Van der Plas namelijk. Dat zou ik nog
één keer willen vragen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, het gaat om nieuwe wetgeving. Je ziet bij stikstof natuurlijk ook
al dat de wetgeving bovenwettelijk is, dus boven op de Europese
wetgeving. Volgens mij hebben wij het er in het hoofdlijnenakkoord over
gehad dat we waar mogelijk bovenwettelijke regelgeving afschaffen, als
dat niet in strijd is met verdragen en dat soort dingen. Hier gaat het
dus met name over nieuwe wetgeving.
De voorzitter:
Dank u wel. Uw laatste vraag, meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Mijn laatste vraag inderdaad, voorzitter. Ik had 'm inderdaad zo
geïnterpreteerd dat nationale wetgeving niet in strijd mag zijn met
Europese wetgeving. Dat vind ik logisch. Dat had wat mij betreft niet
eens in het hoofdlijnenakkoord hoeven staan. Dat is gewoon de wet.
Nationale wetgeving mag überhaupt niet boven Europese wetgeving komen.
Maar als ik 'm zo mag interpreteren dat nationale wetgeving niet
ingevoerd mag worden als er geen Europese wetgeving is, dan zijn er wel
een aantal andere wetten waarop ik heel kritisch wil terugkomen. Dat zou
ik willen zeggen richting mevrouw Van der Plas. Maar ik zou haar toch
willen vragen om haar eigen akkoord nog een keer te lezen.
De voorzitter:
Ik hoor niet echt een vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoor ook geen vraag; ik hoor een tip.
De voorzitter:
Dan mevrouw Michon-Derkzen met een interruptie. Ga uw gang.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik dacht: laat ik er even duidelijk over zijn. Voor mijn fractie is dit
geen nationale kop. Het hoofdlijnenakkoord stelt het als volgt. Ik wil
het er even bij pakken, zodat ik het precies zeg, want mevrouw Van der
Plas laat zich natuurlijk niet zomaar eventjes overtuigen met halve
zinnen. In het hoofdlijnenakkoord staat het volgende, in het hoofdstukje
over een goede toekomst voor de land- en tuinbouw, visserij,
voedselzekerheid en natuur. Dat hoofdstuk kent mevrouw Van der Plas
natuurlijk als geen ander. Daarin staat dat we geen nieuwe nationale kop
willen op Europees beleid en dat bestaande koppen zo maximaal mogelijk
worden geschrapt. Ik denk dat het ten aanzien van de Europese
Pyrorichtlijn goed is om te zeggen dat alle lidstaten beperkingen mogen
stellen aan de beschikbaarheid van pyrotechnische artikelen voor het
grote publiek, omwille van — dat is ook belangrijk — de openbare orde,
de gezondheid of de veiligheid of vanuit het oogpunt van
milieubescherming. Dat is dus wat we met deze wet doen. Is mevrouw Van
der Plas het dan met mij eens dat wat we hier doen geen nationale kop op
Europese wetgeving is? Daarmee is wat mij betreft ook alle mogelijke
stress over crises uit de lucht.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zie helemaal geen crisis. We hebben het binnen de coalitie dagelijks
over zaken waarover de een toch iets anders denkt dan de ander. Dit is
een extraparlementair kabinet. Dit is een vorm die we zelf hebben
gekozen, met vier partijen. We hebben van het hoofdlijnenakkoord gezegd:
afspraak is afspraak. Alles wat niet in het hoofdlijnenakkoord staat, is
een vrije kwestie. Zo hebben we het afgesproken.
De voorzitter:
Dank u wel, dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daarom zeg ik dit. Dit gebeurt natuurlijk vaker. Dat is natuurlijk
helemaal niet gek. Wij hebben niet zoals vorige kabinetten een
dichtgetimmerd regeerakkoord met 800 punten waar niemand meer onderuit
komt. Dat is juist wat we niet meer wilden. We wilden iets meer
vrijheid, ook om iedereen zijn eigen politieke kleur te laten hebben. De
VVD heeft daar natuurlijk heel veel ...
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, mag het iets korter?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het mag korter, maar ik wil nog even het voorbeeld van wijlen de heer
Bolkestein, door mij zeer gewaardeerd, noemen. Hij was een van de
eersten die ervoor koos om fractievoorzitter in de Tweede Kamer te zijn,
om het kabinet wat meer te controleren, en om geen bewindspersoon te
zijn.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Het kan mij niet vaak genoeg over de heer Bolkestein gaan. Maar het is
geen kwestie van appreciatie of je iets een nationale kop vindt. Daarom
hecht ik eraan te zeggen dat wat we in het hoofdlijnenakkoord hebben
afgesproken over nationale koppen ziet op een specifiek hoofdstuk. De
Europese Pyrorichtlijn kan beperkt worden op basis van de genoemde
gronden. Als je dat als land doet, is er dus geen sprake van een
nationale kop, ook al vind je dat dat zo is. Ik denk dat het goed is om
dat even te zeggen. Dat betreft dus iets anders dan het mooie
extraparlementaire werk dat wij in dit kabinet doen. Daarover ben ik het
zeer eens met mevrouw Van der Plas. Hiervan kunt u zeggen dat u die
nationale wet liever niet had gehad. Dat mag u vinden. Maar ik wil maar
zeggen dat dat geen nationale kop is. Of er een nationale kop is, is
geen kwestie van appreciatie. Die is er wel of niet en in het geval van
de Pyrorichtlijn is dat niet het geval.
De voorzitter:
Ik hoor geen vraag, dus …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoor ook geen vraag. Ik wil dan alleen nog afsluiten met dat wij in
Nederland heel voorzichtig moeten zijn om alles in dwingende wet- en
regelgeving te regelen, want jaren later kan uiteindelijk weleens
blijken dat het onuitvoerbaar is. Dat is hoe ik over deze wet
denk.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nu de heer El Abassi van de fractie van DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dank. Ik ben blij dat de coalitiepartijen hier lekker
transparant in het openbaar bediscussiëren wat ze afgesproken hebben in
het akkoord.
Voorzitter. Ik hoorde mevrouw Van der Plas aangeven dat ze niet leeft in
de Efteling. En gelukkig maar, want ik kom daar graag met mijn gezin.
Daarnaast wordt de Efteling gerund door mensen die weten hoe ze de boel
moeten runnen. Dus ik zou zeggen: vooral houden zo!
Voorzitter. Mensen die handen verliezen, vingers verliezen, blind worden
of zelfs komen te overlijden: deze ellende moet stoppen. Het is
verschrikkelijk en hartverscheurend. En daar blijft het niet bij, want
ook hulpverleners, brandweermannen, ambulancepersoneel en politie worden
aangevallen. Maar ook vrijwillige ouders die met risico voor eigen leven
in een hesje de straat op gaan, komen soms oog in oog te staan met hun
eigen kinderen of bekenden. Dit is niet uit te leggen.
Ondanks de bestaande gedeeltelijke verboden wordt vuurwerk gebruikt als
wapen, wat zorgt voor talloze incidenten. Dit gaat niet alleen over
vuurwerk, dit gaat over geweld, over veiligheid, over fatsoen en over
een samenleving waarin mensen en dieren gewoon zonder angst het nieuwe
jaar in moeten kunnen gaan. Dat is ook de oproep van ziekenhuizen,
dierenbeschermingsorganisaties en natuurverenigingen. Ze zien het grote
leed dat wordt veroorzaakt en daar kunnen we niet voor wegduiken. Ik
begrijp de gevoelens van de 60% van de Nederlanders die voor een
algeheel vuurwerkverbod zijn en tegelijkertijd mee moeten betalen aan
een prijskaartje van honderden miljoenen euro's.
Voorzitter. Het wetsvoorstel stelt dat een algeheel vuurwerkverbod de
handhaving op straat aanzienlijk vereenvoudigt. Volgens de indiener is
het dan de vraag hoe het kan. Hoe kan het dat in de hectiek van
oudejaarsnacht het onderscheid tussen legaal en illegaal vuurwerk
praktisch onmogelijk wordt gemaakt, waardoor de hulpverleners en de
politie hun werk niet effectief kunnen uitvoeren?
Voorzitter. Tegelijkertijd benadrukt het wetsvoorstel dat naast de inzet
van digitale opsporingsmiddelen en intensieve internationale
samenwerking concrete maatregelen moeten worden genomen tegen de import
van zwaar illegaal vuurwerk. Dat is een goed begin, maar het brengt mij
ook bij een aantal cruciale vragen.
Kan de handhaving van een algeheel vuurwerkverbod echt effectief worden
georganiseerd? De politie heeft bijvoorbeeld aangegeven dat het
aannemelijk is dat het aantal verdachten van vuurwerkagressie,
misstanden en openbareordeverstoringen in het eerste jaar eerder
toeneemt dan afneemt door het algehele vuurwerkverbod. Ik zou deze vraag
vooral aan de minister willen stellen: kan de minister aangeven hoe hij
dit eerste jaar wil opvangen, mocht zo'n verbod er komen?
Voorzitter. Hoe gaat de minister voorkomen dat mensen zich in de
toekomst wenden tot illegale handelaren en smokkelnetwerken, mocht dit
verbod er komen? Ik hoor graag een reactie van de minister.
Tot slot, voorzitter, de vraag of ik voor of tegen een vuurwerkverbod
ben. Persoonlijk vind ik vuurwerk verspilling, gevaarlijk,
angstaanjagend voor mens en dier en slecht voor het milieu.
Tegelijkertijd ben ik tegen verbieden en voor de vrijheid van de eigen
keuze. Ik ben dan ook niet voor een vuurwerkverbod. Ik wil simpelweg dat
de ellende die eruit voortvloeit, stopt. En daar stemmen wij voor.
Voorzitter. Ik heb de voorwaarden van de VVD gelezen en dat brengt mij
tot een tweetal moties. We hebben namelijk gezien dat ondernemers en
importeurs met veel invloed veel meer invloed kunnen uitoefenen,
namelijk via brancheorganisaties. Ze hebben internationale lijntjes
waarlangs ze hun producten toch wel kwijt kunnen raken. Ze maken
relatief gewone winsten als je die vergelijkt met die van kleine
ondernemers. Er is ook een grote afhankelijkheid van deze kleine markt.
Dat brengt mij bij mijn eerste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de vuurwerkbranche 895 miljoen euro compensatie eist,
terwijl de staatssecretaris 100 tot 150 miljoen voorziet bij een
onmiddellijk verbod;
overwegende dat compensatie niet grote importeurs ten goede mag komen,
terwijl kleinere ondernemers, die afhankelijk zijn van de verkoop aan
particulieren, onevenredig hard getroffen zullen worden;
overwegende dat importeurs door hun Europese afzetmarkten minder hinder
ondervinden van een verbod, maar desondanks een groot aandeel in de
compensatie opeisen;
overwegende dat een onafhankelijke instantie nodig is voor een eerlijke
en transparante verdeling van de compensatie over de gehele keten;
verzoekt de regering om te voorkomen dat compensatiegelden onevenredig
ten goede komen aan grote importeurs, maar deze eerlijk te verdelen via
een onafhankelijke instantie die ook kleinere ondernemers betrekt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 28 (35386).
De heer El Abassi (DENK):
En dan mijn laatste, wat kortere motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de nationale vuurwerkshow op de Erasmusbrug in
Rotterdam jaarlijks een veilig, professioneel en feestelijk alternatief
biedt voor particulier vuurwerk;
overwegende dat een centraal georganiseerde vuurwerkshow bijdraagt aan
het verminderen van overlast, letsel en schade rond de
jaarwisseling;
overwegende dat bij verdere inperking of een verbod op
consumentenvuurwerk het belang van een gedeelde nationale viering alleen
maar toeneemt;
verzoekt de regering te garanderen dat de nationale vuurwerkshow in
Rotterdam blijft bestaan en dat deze wordt bekostigd uit
rijksmiddelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 29 (35386).
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu naar de laatste bijdrage van de zijde van de
Kamer: mevrouw Bruyning namens de fractie van NSC.
Mevrouw Bruyning (NSC):
Dank, voorzitter. Oud en nieuw en het afsteken van vuurwerk. De fractie
van Nieuw Sociaal Contract vindt dit een mooie traditie. Nieuw Sociaal
Contract streeft een vuurwerkverbod dan eigenlijk ook niet na. Maar mijn
fractie is niet blind en ook niet doof. De vuurwerktraditie is een
traditie geworden die niet meer veilig kan plaatsvinden. De afgelopen
jaren hebben laten zien dat de risico's voor politie, brandweer en
hulpverleners te groot zijn. Ook het aantal gewonde en zelfs dodelijke
slachtoffers neemt ieder jaar toe. Mijn fractie kan en wil haar ogen
hier niet voor sluiten.
Het is te betreuren dat de maatschappij is veranderd in een maatschappij
waarin een veilige jaarwisseling met het afsteken van vuurwerk niet meer
mogelijk is. De nog altijd in Nederland bestaande gezagscrisis komt ook
hier om de hoek kijken. Maar wij moeten onze politiemensen,
brandweerlieden en hulpverleners beschermen, ook als dit betekent dat
onze mooie vuurwerktraditie van vorm moet veranderen.
Mijn fractie heeft een aantal vragen aan de regering. Mijn fractie vindt
het in het belang van de handhaving van het vuurwerkverbod dat er
duidelijke afspraken worden gemaakt met onze buurlanden, zodat
Nederlanders geen vuurwerk kunnen kopen in deze buurlanden. Kan de
regering afspraken maken met onze buurlanden zodat Nederlanders geen
vuurwerk meer kunnen kopen in onze buurlanden? En hoe kijkt de regering
aan tegen het uitvoeren van meer grenscontroles, zodat vuurwerk niet
alsnog vanuit onze buurlanden Nederland binnenkomt?
Ook heeft mijn fractie vragen over het amendement van de leden Bikker,
Stoffer en Boswijk, en van mevrouw Van der Werf. Het amendement spreekt
van "georganiseerde groepen burgers welke zich tot de gemeente kunnen
wenden voor een ontheffing". Mijn fractie vindt het belangrijk dat er
geen rechtspersoonlijkheid vereist is om voor een ontheffing in
aanmerking te kunnen komen. Het moet ook voor een informeel
georganiseerde buurt-, dorps- of straatcommissie mogelijk zijn om een
ontheffing te krijgen. De fractie van Nieuw Sociaal Contract heeft
hierover de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de traditie om samen de jaarwisseling te vieren in een
buurt of dorp gekoesterd moet kunnen worden;
overwegende dat bij een mogelijke uitzondering op het vuurwerkverbod zo
veel mogelijk tegemoet moet worden gekomen aan het in stand houden van
de sociale cohesie;
constaterende dat in sommige dorpen of buurten geen verenigingen zijn
die zijn georganiseerd als rechtspersoon;
verzoekt de regering om bij de uitwerking van de algemene maatregel van
bestuur geen rechtspersoonlijkheidsvereiste op te nemen, waardoor het
ook voor informeel georganiseerde buurt-, dorps- of straatcommissies
mogelijk wordt om een ontheffing te krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bruyning.
Zij krijgt nr. 30 (35386).
Mevrouw Bruyning (NSC):
En hij ligt daar. Sorry, voorzitter. Foutje.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van de zeer behulpzame heer Boswijk, die de
motie van NSC even komt brengen.
De heer Boswijk (CDA):
Ik heb 'm niet geschreven, maar ik heb er wel een vraag over. Allereerst
complimenten ook aan NSC. Ik hoor de moties naar aanleiding van het
amendement van collega Bikker en anderen. Nu hoor ik ook NSC zeggen: we
willen het informeel houden, zodat je je niet bij de KVK hoeft in te
schrijven enzovoort. Hoe wil NSC het dan wel organiseren? Je moet
natuurlijk uiteindelijk wel een centraal aanspreekpunt hebben waar je je
vergunningen, je verzekeringen enzovoort kan organiseren. Als dat niet
met een vereniging of stichting gaat, dan wordt het wel een beetje los
zand. Ik ben dus wel heel benieuwd wat het idee van NSC is, wat het
alternatief dan zou zijn. Stel dat de motie het niet zou halen. Is dat
randvoorwaardelijk voor NSC om uiteindelijk wel het wetsvoorstel en het
amendement te steunen?
Mevrouw Bruyning (NSC):
Dank voor de vraag, collega. laten we even goed nadenken over hoe we het
voor ons zien. NSC ziet eigenlijk inderdaad een vereniging en een
stichting voor zich. Dat staat in het amendement. Tegelijkertijd zie je
ook in kleine buurten of in kleine dorpen dat je los van een vereniging
of een stichting ook weleens straatcommissies hebt. Gemeenten zouden dus
die straatcommissies, die dus ook al gewoon heel lang bestaan en goed
werk doen in de buurt, allicht gelijk kunnen stellen aan verenigingen en
stichtingen, zodat ze op die manier een kans zouden kunnen maken op een
vergunning. NSC vindt dus ook niet dat dat per se als los zand beschouwd
kan worden en dat het wel aandacht verdient om eventueel meegewogen te
worden in de uitwerking van het amendement.
De voorzitter:
Dank u wel. Nog een vervolgvraag?
De heer Boswijk (CDA):
De tweede helft van mijn vraag was: stel dat de motie en het amendement
het niet halen, hoe staat NSC er dan in? Moet deze motie het halen? Is
dat randvoorwaardelijk voor de steun voor de rest?
Mevrouw Bruyning (NSC):
Nou ja, de randvoorwaarde voor …
De voorzitter:
Mevrouw Bruyning.
Mevrouw Bruyning (NSC):
Dank u, voorzitter. Sorry, ik begon al met praten. De randvoorwaarde
voor NSC is dat het gevoel van het samen beleven en het samen vieren wel
echt mogelijk blijft. Wij vinden dat je daar met deze motie net iets
meer ruimte in creëert dan het amendement nu toelaat. We willen dus ook
wel deze motie als richting geven bij de uitwerking van het amendement.
Ik kan nu nog niet zeggen — de moties moeten natuurlijk nog besproken
worden — of de kans of die het haalt of niet echt van invloed gaat zijn
op hoe we er nu in staan.
De voorzitter:
Dank u wel. Laatste vraag, kort.
De heer Boswijk (CDA):
Een andere motie, van collega Van der Plas, werd gedropt als een
lawinepijl. Inmiddels is er denk ik een soort gillende keukenmeid van
overgebleven. We weten niet helemaal welke consequentie het nou heeft.
Is het nou tegen het hoofdlijnenakkoord, ja of nee? En, zo nee,
verbinden we er dan consequenties aan, ja of nee? Het is een beetje
vaag. Ik denk dat dat de eigen motie ondermijnt. Maar goed, dat
terzijde. Vindt NSC dat het steunen van dit wetsvoorstel tegen het
hoofdlijnenakkoord is en laten ze zich beïnvloeden door deze motie?
Mevrouw Bruyning (NSC):
Ik heb gehoord wat collega Van der Plas heeft gezegd. Zij heeft ook
aangegeven in haar spreektekst dat het gaat om het interpreteren van het
hoofdlijnenakkoord. Tegelijkertijd heeft collega Michon-Derkzen net heel
netjes een uitleg gegeven aan de interruptiemicrofoon en dat is waar NSC
zich achter kan scharen. Dus nee, het is geen schending van het
hoofdlijnenakkoord. Zo bekijken wij dat absoluut niet.
De heer Boutkan (PVV):
Dank aan collega Bruyning voor haar inbreng. Ik las dat mevrouw Bruyning
toen ze uit de fractiekamer kwam en de pers te woord stond, zei: "Wij
spreken ons niet uit over de compensatie. Dat is een punt van de VVD.
Wij kijken er reikhalzend naar uit hoe ze dat gaan uitwerken en dat
bespreken we dan weer in de fractie." Maar u heeft toch als fractie wel
een idee over hoe die compensatie eruit moet gaan zien? Zitten we dan
aan die 50 tot 150 miljoen euro als ondergrens of aan die 895 miljoen
die zeg maar door de branche werd opgehoest?
De voorzitter:
Dank.
De heer Boutkan (PVV):
En in aansluiting daarop, gelijk een vraag.
De voorzitter:
Nou, één vraag per keer.
De heer Boutkan (PVV):
Nou ja, goed. Laat ik het even …
De voorzitter:
Mevrouw Bruyning.
Mevrouw Bruyning (NSC):
Graag in tweeën. Dank u wel dat u op mij let, voorzitter. Ik hoor wat de
collega aangeeft en ik hoor ook de vraag. Tegelijkertijd is het
inderdaad een voorstel of een randvoorwaarde die de VVD heeft gesteld.
Er zijn net in het debat hele scherpe vragen gesteld over de eventuele
compensatie, hoe die eruit zou moeten zien en waar de berekening op
gebaseerd is of wat het fundament is van die berekening. Ik wacht dan
ook graag de beantwoording van de regering/het kabinet daarop af.
De heer Boutkan (PVV):
U wacht dat af, maar een uitbetaling van een schade of compensatie moet
ergens van betaald worden. Het komt uit de lengte of uit de breedte bij
dit kabinet. Dus hoe kijkt NSC er dan naar, als nu al een motie wordt
ingediend dat een compensatie volledig uit het budget van IenW moet gaan
komen ? Is dat al van tevoren afgesproken onderling of zie ik nu
misschien spoken?
Mevrouw Bruyning (NSC):
Nou, ik denk dat de collega eerlijk gezegd misschien gewoon heel veel
vuurwerk ziet in plaats van spoken. Er is absoluut niks van tevoren
afgesproken. Daar kan ik mij ook niet over uitspreken, want daarvan ben
ik niet op de hoogte. Tegelijkertijd, nogmaals, zijn er net hele scherpe
vragen gesteld. Ik wil de beantwoording daarvan graag afwachten. De
motie die ingediend is, moet ook nog geapprecieerd worden, dus om als
fractie zorgvuldig te werk gaan en alles in overweging te nemen, wil ik
dat graag afwachten.
De voorzitter:
Meneer Boutkan, een laatste korte vraag?
De heer Boutkan (PVV):
We laten het hierbij, voorzitter.
De voorzitter:
Heel goed. Mevrouw Van der Plas heeft nog een interruptie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dank u wel. Ik wou nog even terugkomen op het boomergrapje van de
heer Boswijk, over de lawinepijl en gillende keukenmeid.
De voorzitter:
Sorry, mevrouw Van der Plas, het is best wel laat. We hebben ook nog een
beantwoording. We gaan niet reageren op opmerkingen van andere
Kamerleden. Ik wil graag een vraag voor mevrouw Bruyning.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat ging ik nu doen.
De voorzitter:
Heel fijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Want ik ging mevrouw Bruyning even bedanken voor haar toelichting op de
reactie op het boomergrapje van de heer Boswijk. Dat wilde ik gewoon
even doen.
Ik heb wel nog een vraag over een motie. Mevrouw Bruyning vraagt hier,
wat op zich heel sympathiek is, of het ook voor informeel georganiseerde
buurt-, dorps- of straatcommissies mogelijk wordt om een ontheffing te
krijgen. Maar ik vraag me wel een beetje af: hoe denkt mevrouw Bruyning
dit te gaan doen? Er zijn honderdduizenden straten in Nederland. Als die
allemaal een vergunning gaan aanvragen bij de gemeente, dan wens ik de
gemeentes en de ambtenaren veel succes. Ik vind het sympathiek, hoor.
Maar is dit uitvoerbaar?
Mevrouw Bruyning (NSC):
Zoals ik net al meerdere keren heb aangegeven, is de motie
richtinggevend voor wat NSC zou willen zien in de uitwerking van het
amendement. Tegelijkertijd is het amendement nog niet uitgewerkt. Dat
moet nog gebeuren. De collega vraagt hoe NSC daartegen aankijkt. NSC
denkt dat burgemeesters en gemeentes heel goed weten wat er in hun
buurten en in hun gemeente gebeurt, en dat zij op basis daarvan wel
kunnen inschatten welke straatcommissies of informele andere soorten wel
of niet een vergunning zouden kunnen krijgen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat begrijp ik. Maar nogmaals, er zijn honderdduizenden straten in
Nederland. Ze kunnen misschien dus wel die inschatting maken vanuit hun
gemeente, maar die vergunning moet wel worden aangevraagd. Een
ambtenaar, of misschien wel meerdere ambtenaren, moet dat wel gaan doen.
Als deze motie het gaat halen, denk ik dat een heleboel van die straten
denken: dat gaan we doen, dat is leuk. Dan wordt dat wel een behoorlijk
ding bij de gemeenten. Die zijn al overbelast, maar die raken dan toch
helemaal overbelast?
Mevrouw Bruyning (NSC):
Ik hoor wat collega Van der Plas zegt, dat er honderdduizend straten
zijn. Maar naar mijn weten zijn er niet honderdduizend straatcommissies.
Ik denk ook wel dat het logisch is — ik hoop dat mevrouw Van der Plas
NSC een beetje kent — dat er bij de uitwerking van het amendement
sowieso extra regels komen. Een straatcommissie die vorige week begonnen
is, kan niet zomaar zo'n ontheffing aanvragen. Je gaat het amendement
dus verder uitwerken en gaat kijken naar voorwaarden waarop
effectiviteit, haalbaarheid, realiseerbaarheid en al dat soort dingen
toegespitst zijn.
De voorzitter:
Een laatste korte vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, een laatste korte vraag, toch nog eventjes. Ik zei: honderdduizenden
straten. Het zijn er dus niet honderdduizend, maar honderdduizenden. Die
hebben nu misschien niet allemaal een straatcommissie, maar als ze deze
motie zien en die gaat het halen, dan komen er misschien wel
honderdduizenden straatcommissies. Nogmaals, ik vind het sympathiek,
want ik vind het prima als mensen vuurwerk afsteken. Ik vraag me alleen
even af hoe de uitvoerbaarheid dan gaat zijn en of daarover is
nagedacht.
Mevrouw Bruyning (NSC):
Zoals ik net al heb aangegeven: het amendement moet nog worden
uitgewerkt. Dit is wat NSC graag zou willen zien. De collega zei
inderdaad "honderdduizenden straten" en niet "honderdduizend". Excuses,
ik corrigeer me even. Nog steeds zijn er dan geen honderdduizenden
straatcommissies. Maar dat terzijde. Ik denk het wel uitvoerbaar zou
kunnen zijn wanneer er extra regels gemaakt worden en er extra kader- of
normstellend wordt gewerkt.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van de inbreng van
de zijde van de Kamer. De initiatiefnemers en het kabinet hebben
aangegeven twintig minuten nodig te hebben om de beantwoording voor te
bereiden. Ik constateer daarmee wel dat we voorbij de 23.00 uur zullen
gaan. Misschien wordt het nog wel veel later. Ik wil even checken of dat
wel akkoord is met iedereen in de zaal. Ik zie geen bezwaren. Dan gaan
we nu twintig minuten schorsen. We beginnen weer om 22.40 uur.
De vergadering wordt van 22.19 uur tot 22.40 uur geschorst.
De voorzitter:
Hierbij heropen ik deze zitting van de Tweede Kamer. Aan de orde is een
voorstel van wet over een vuurwerkverbod voor consumenten. We zijn
aangekomen bij de termijn van de zijde van de initiatiefnemers en het
kabinet. Gezien het tijdstip stel ik voor dat de beantwoording in
blokjes gaat, dat we aan het einde van een blokje de interrupties doen
en dat we ongeveer zes interrupties als richtlijn aanhouden. Ik roep u
op om zowel de interrupties als de beantwoording kort en krachtig te
doen. Ik geef graag het woord aan de heer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Kort en krachtig: dat is onze specialiteit, denk ik. Veel
dank aan de collega's hier in het parlement voor hun bijdrage vandaag,
maar vooral ook voor hun opstelling de afgelopen tijd. Ik zal daar zo
dadelijk wat nader op ingaan. Eerst wil ik aangeven op welke wijze
collega Ouwehand en ik de beantwoording ter hand zullen nemen. Ik zal
zelf de vragen die zijn gesteld over de kosten en de inwerkingtreding
van het wetsvoorstel voor mijn rekening nemen en ik zal ingaan op de
amendementen. Collega Ouwehand zal ingaan op de handhaving en de
gedragseffecten en daarbij ook ingaan op de vragen die zijn gesteld
rondom Ierland.
Wij zijn hier allemaal passanten. Dat vind ik altijd een hele
geruststellende gedachte. Soms is het heel irritant, een voorzitter die
zegt "wilt u via de voorzitter spreken". Maar daar zit iets achter. Het
gaat niet over de persoon. Het gaat niet over mevrouw Ouwehand, meneer
Klaver, meneer Boswijk of meneer Krul. Het gaat over de functie die we
hier bekleden. Hopelijk blijven onze daden hier achter nadat wij allang
weg zijn. Voor één collega geldt dat in ieder geval. Haar naam is al
genoemd: Stieneke van der Graaf. Zij was erbij toen we de eerste termijn
in de Kamer behandelden. Zij kwam met de basis van het amendement zoals
dat er nu ligt. Voor haar geldt dat zij inmiddels niet meer in deze
Kamer zit, maar dat haar daden er nog steeds zijn. Het is mooi dat het
werk dat zij gestart is en dat is overgenomen, nu kan bogen op een
meerderheid.
Ik kan me nog goed herinneren dat ze bij me kwam en vertelde over het
amendement. Ik was daar best een beetje kritisch over: "Verdorie, waarom
doe je dit nou? Dit maakt het minder makkelijk handhaafbaar. Het is
ingewikkelder." "Ja", zei ze, "dat is wel zo, maar we moeten ook
rekening houden met wat er speelt in de samenleving. Kan je een nieuwe
traditie vormgeven?" Dat waren woorden waarvan ik toen nog dacht "het
zal wel", maar ze had gewoon gelijk. Ik vind het mooi om te zien dat als
je op de inhoud bezig bent, het ook lang nadat je het parlement hebt
verlaten nog steeds kan gaan over het werk dat je hier hebt gedaan. Ik
hoop dat dat een inspiratie mag zijn voor ons allemaal hier in het
parlement.
Ik heb echt genoten van deze wetsbehandeling. Die heeft lang geduurd; we
zijn er al heel vroeg mee begonnen. Maar ik denk dat we met goede reden
hebben gewacht. Mevrouw Van der Werf vond het ook niet zo'n goed idee.
In een eerdere behandeling gaf u aan: laten we nog even kijken hoe het
in de praktijk gaat en nog wat meer tijd nemen. Toen u dat zei, dacht
ik: dat moeten we niet hebben, we moeten door. Toch denk ik dat het
verstandig is dat we hebben gewacht en dat we nog hebben gekeken naar
hoe het in de praktijk gaat en dat we daarmee partijen de ruimte hebben
gegeven om tot andere inzichten te komen. Ik vind het echt heel knap dat
politieke partijen dat hebben gedaan. Uiteindelijk zitten we niet voor
onszelf of voor onze politieke partijen in dit parlement, maar zitten we
hier om te doen wat nodig is en ook besluiten te nemen die niet leuk
zijn.
Een vuurwerkverbod is niet leuk. Ik heb ook maar weinig mensen met
plezier in de stem horen zeggen daartoe over te gaan. Maar het is nodig,
gelet op alles wat er in de samenleving gebeurt en waar onze
hulpverleners om vragen. Ik ben dan ook heel blij met de stappen die
verschillende fracties in dit huis hebben gezet en dat er een
meerderheid voor dit wetsvoorstel gloort. We doen dit voor al die
hulpverleners die een veilige jaarwisseling verdienen.
Er zijn een aantal vragen gesteld. Op een gegeven moment werd gesproken
over dit jaar of volgend jaar als moment waarop het zou moeten ingaan en
werd er gezegd: wat maakt het uit? Wat de indieners betreft maakt dit
nogal veel uit. De problemen die er met de jaarwisseling zijn, kunnen
wat ons betreft echt niet langer wachten. Het vuurwerkverbod moet zo
snel mogelijk ingaan. Wij zouden het liefste zien dat het de aankomende
jaarwisseling al ingaat. Daarom hebben wij dat ook zo in de wet
opgeschreven. Ik snap collega's hier in het parlement die zeggen: ons
gaat het om de inhoudelijke eisen die we stellen; die staan voor ons
centraal. Maar laat ik ook helder zijn. Als het niet het komende jaar al
ingaat, zal dat niet zonder consequenties zijn. Als we het niet al
kunnen laten ingaan, zullen de gevolgen voor de hulpverleners zijn, voor
al die politieagenten die diensten moeten draaien. Als dit wetsvoorstel
niet kan ingaan bij deze jaarwisseling, is dat dus niet zonder prijs.
Daarom vinden wij dat we er alles aan moeten doen om ervoor te zorgen
dat dat wél gebeurt.
Ik heb de Kamer goed gehoord: er moet echt aan eisen worden voldaan.
Mevrouw Michon-Derkzen ging daarin voorop. Dat begrijpen wij heel goed,
maar we hopen wel dat de eisen die er liggen, zo snel mogelijk kunnen
worden uitgewerkt. Ik heb daar verder ook geen belemmeringen voor
gehoord. Althans, die hoorde ik wel en daar zal ik zo dadelijk op
ingaan, maar wij hopen dat het mogelijk is om zo snel mogelijk
bijvoorbeeld ook de algemene maatregel van bestuur ter hand te nemen, om
ervoor te zorgen dat dit allemaal zo snel mogelijk wordt
uitgewerkt.
Ik denk dat het daarom het handigst is om gelijk in te gaan op het
amendement van de VVD-fractie, op stuk nr. 16. Ik pak het er even bij.
In dit amendement wordt om een aantal zaken gevraagd. Ik ga kort in op
de extra inzet op handhaving. De indieners hebben al eerder aangegeven
dat zij het ermee eens zijn dat die inzet er moet komen. De minister
heeft daar ook op geantwoord en hij zal daar straks in zijn
beantwoording vast nog verder op ingaan. Het is nodig dat er extra wordt
gehandhaafd op dit vuurwerkverbod en daarmee dus ook op al het illegale
vuurwerk dat er is. Om dit gelijk aan te grijpen: er werd ook gevraagd
waarom dit vuurwerkverbod er moest komen aangezien illegaal vuurwerk
blijft bestaan. Kijk, een van de zaken die de politie heeft aangegeven,
is dat het van het grootste belang is dat dit verbod er komt omdat
daarmee de handhaving überhaupt, dus ook van het illegale vuurwerk, voor
hen gemakkelijker wordt omdat er meer eenduidigheid is. Het is voor een
diender op straat heel moeilijk om te zien of iemand een cobra vastheeft
of een Romeinse kaars. Pas als die aangaat, zie je wat het is, en dan is
het vaak al te laat. We hopen dus ook dat dit vuurwerkverbod gaat helpen
bij de verdere handhaving.
Daarmee zijn niet alle problemen opgelost. Dat wil ik ook gelijk zeggen.
Een aantal mensen hier hebben dat ook gezegd, en daar zal mevrouw
Ouwehand verder op ingaan. Wij willen op geen enkele wijze doen alsof
dit wetsvoorstel er in één keer voor gaat zorgen dat alles veilig wordt
en dat er nooit meer iets mis zal gaan met oud en nieuw. Maar het wordt
wel een stuk veiliger.
Dan is er aangegeven dat het amendement van mevrouw Bikker en andere
ondertekenaars zo snel mogelijk moet worden uitgewerkt. Ik heb ook een
motie gezien van mevrouw Bikker. Het is niet aan mij om de moties te
becommentariëren, maar ik kan me er wel goed in vinden, zeg ik ook
richting de staatssecretaris, om te proberen om alvast een proeve van
een AMvB verder uit te werken, om geen tijd te verliezen. Uiteindelijk
moet er een goed vuurwerkverbod liggen, dat handhaafbaar en uitvoerbaar
is, maar ik hoop dat u ook allemaal begrijpt dat de indieners graag zien
dat dit met spoed wordt opgepakt en het de komende jaarwisseling kan
ingaan. Als er inhoudelijke redenen zijn waardoor dat niet zou kunnen en
waardoor het onverantwoord zou zijn om het te laten ingaan, begrijpen
wij heel goed dat het een jaar later wordt. Maar we hopen echt dat dat
koste wat het kost voorkomen kan worden. Dat is echter niet aan de
indieners van het wetsvoorstel. Dit is een uitvoeringskwestie, dus dit
ligt bij het kabinet.
Er zijn ook een aantal vragen gesteld in de interruptiedebatten. Die
zijn dus niet per se aan ons gesteld maar ik wil er wel op ingaan, omdat
collega's die onder dit amendement staan, de maat werd genomen. Er werd
gezegd: u weet nog helemaal niet hoe dit gaat werken. Dat klopt, omdat
het in lagere wetgeving moet worden uitgewerkt. Dat is heel gebruikelijk
en het geeft ruimte om dit goed en secuur te doen. Het extra slot op de
deur van mevrouw Michon-Derkzen is nogal een slot. Het gebeurt niet vaak
dat er zo'n amendement op een wet op de ingangsdatum wordt ingediend.
Daarmee heeft de Kamer echt nog de mogelijkheid om te kijken of er aan
deze voorwaarden is voldaan.
Dan komen we bij de compensatie van de branche. Ook dat moet verder
worden uitgewerkt. Daar zal de staatssecretaris zo dadelijk wat verder
op ingaan, maar er zijn ook vragen gesteld aan de indieners. Er is
gevraagd hoe wij daarnaar kijken, wat wij daarvan vinden. Allereerst
denk ik dat niet zozeer wij maar wel het ministerie echt tekort werd
gedaan met "er is maar een slag in de lucht gedaan over wat dit zou
betekenen". Er is goed gekeken naar wat het ongeveer zou kunnen
betekenen. Het kost zo'n 100 tot 150 miljoen. Dat de branche een veel
hoger bedrag noemt, lijkt mij evident. Dat zou ik ook doen als ik de
branche was. Dat vind ik dus niet zo raar. Uiteindelijk zal er worden
onderhandeld om te kijken: wat is redelijk en hoe kom je hieruit? Het
bedrag dat wordt genoemd, is in mijn ogen buitenproportioneel hoog. Neem
ik het ze kwalijk dat ze dit noemen? Nee, natuurlijk niet. Als je gaat
onderhandelen, zet je hoog in.
Ik denk dat het bedrag waar wij naar hebben gekeken dichter in de buurt
van de waarheid ligt. Tussen de kosten en de invoeringsdatum zit ook een
verband. Het is niet alleen de vraag hoeveel wij zouden willen geven aan
deze branche. Ik heb warme woorden gehoord hier in de Kamer over dat we
die zo ruim mogelijk moeten compenseren, maar we hebben hier ook gewoon
potentieel te maken met staatssteun. Je kan niet eens ongelimiteerd geld
geven. Ik denk dat allerlei oproepen om dit door onafhankelijke
instituten te laten doen er zelfs toe zouden kunnen leiden dat de
compensatie misschien wel lager zal zijn. Want er zitten echt wel
belemmeringen aan staatssteun. Daar moet je je echt niet in vergissen.
Hoe langer het duurt voordat we het invoeren, hoe lager de compensatie
potentieel zou kunnen zijn.
Dat wat betreft … Ik heb gezegd dat ik het in blokjes doe, maar ik merk
dat ik eigenlijk een aantal dingen organisch in elkaar laat overlopen,
omdat het allemaal met elkaar samenhangt, zeg ik even, voorzitter. Dus
mochten er interrupties zijn, dan is het wel eerlijk dat die … U gaat
over de orde.
De voorzitter:
Die doen we dan aan het einde van al uw blokjes. Is dat …
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat mag ook. U gaat over de orde.
De voorzitter:
Nou, toch een interruptie dan van de heer Eerdmans.
De heer Eerdmans (JA21):
Nou, het kan kort. Even over de compensatie. Er is nu al 10 miljoen kilo
vuurwerk ingeslagen voor komend jaar, geloof ik. Als dat verbod nu
doorgaat, dan moet dat worden vernietigd. Het kan niet worden
doorverkocht, begrijp ik. De regels in andere landen zijn dermate
anders, dat dat vuurwerk dan in de oven moet. Dat kost geld. Dat kun je
gewoon uitrekenen, toch? Dat heeft volgens mij dan weinig te maken met
staatssteun, want die mensen …
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, zeker.
De heer Eerdmans (JA21):
Precies. Die mensen gaan ten onder. Het is dus gewoon compensatie. De
vraag is: is de indiener het ermee eens dat dat gecompenseerd moet
worden?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Zeker.
De heer Eerdmans (JA21):
Die mensen hebben gewoon voor niks die voorraad aangelegd.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Het is heel helder: als er voorraden zijn, moet dat gecompenseerd
worden. Maar ik weet niet wat de waarde van de huidige voorraad is. We
hebben dit wel eerder meegemaakt. We hebben een precedent. In coronatijd
is namelijk te elfder ure — ik meen echt in november of december —
besloten dat er een vuurwerkverbod zou komen. Toen is er 40 miljoen aan
compensatie gegeven. Als je het hebt over de ordegrootte, dan is dat wat
er toen is gebeurd. Toen is er ook gecompenseerd. De voorraden zijn toen
vergoed, en toen ging het over zo'n bedrag.
De heer Eerdmans (JA21):
Dan zegt de heer Boutkan terecht: nu is het definitief, hè. In de
coronatijd hebben we de bedrijven geholpen op weg naar de toekomst. Dit
is de weg naar het einde.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Daarom is het bedrag dat we nu noemen hoger dan die 40 miljoen tijdens
corona. Zo'n compensatie zal bestaan uit verschillende onderdelen. Er
zal namelijk betaald worden voor de voorraden die er zijn, maar er zal
ook een stuk nadeelcompensatie in zitten. De nadeelcompensatie zal lager
zijn naarmate de overgangstermijn langer is. Mevrouw Van der Werf heeft
ook al terecht gesteld: het is niet zo dat mensen niet konden verwachten
dat dit verbod er zou komen. Ik vind dat er gecompenseerd moet worden en
dat dat ruimhartig moet gebeuren, maar wat er nog wettelijk kan, is een
dun lijntje om over te lopen. De staatssecretaris zal daar verder op
ingaan. Waarom ik er nu toch op inga, is om aan te geven waarom wij als
indieners denken dat het bedrag dat we hebben genoemd, meer is dan
zomaar een bedrag. Daar is zo goed mogelijk naar gekeken. Uiteindelijk
zal dit de uitkomst van een onderhandeling zijn.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Maar dat ligt niet bij de indieners; dat ligt bij het kabinet.
Dat wat betreft het amendement van mevrouw Michon-Derkzen. De indieners
kunnen zich dit dus goed voorstellen. Het is niet wat wij zelf zouden
willen. Maar ook gelet op de brede ondertekening, snappen wij heel goed
dat de Kamer hiertoe over wil gaan.
Dan het amendement van mevrouw Bikker.
De voorzitter:
Maar eerst een vraag van de heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Inderdaad, voorzitter. Ik wil toch even inhaken op het
staatssteungedeelte. Ik zie dat heel anders. Ik zie dat er ondernemers
zijn die gecompenseerd worden en niet eens genoeg gecompenseerd worden.
We zijn allemaal bericht door ondernemers. Ik heb een voorbeeld van een
ondernemer die zegt: ik huur een loods voor €18.000 per jaar en ik heb
een huurovereenkomst voor vijf jaar. Ik kan me niet voorstellen dat die
vergoeding daarbij in de buurt komt, maar die ondernemer moet dit wel
gaan betalen. Ik vind het niet eens op staatssteun lijken als de
overheid dan zegt: joh, door ons lijd je heel veel schade en dus gaan we
je deels compenseren. Kan de heer Klaver uitleggen waarom hij
bijvoorbeeld in het geval dat ik net noemde, toch wel een vorm van
staatssteun ziet?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, dat kan ik niet, omdat ik dit voorbeeld niet ken en omdat het niet
voldoende is uitgewerkt. Ik zeg het in algemene termen; het gaat over
reële kosten. Ik bedoel te zeggen dat we niet zomaar een bedrag
verzinnen en dat dat dan is wat we uitkeren. Dat bedrag moet reëel zijn
en ergens op gebaseerd zijn. Daarbij spelen verschillende facetten een
rol. Maar ik kan niet ingaan op dit voorbeeld en zeggen of dat zou gaan
over staatssteun of niet.
De voorzitter:
Een vervolgvraag, meneer El Abassi?
De heer El Abassi (DENK):
Eens. Ik kan me voorstellen dat we niet één voorbeeld kunnen gebruiken
voor iedereen. We kunnen er wel voor zorgen dat de mensen uit al die
voorbeelden de mogelijkheid hebben om iets in te dienen. We kunnen van
tevoren zeggen dat we hun wel redelijk tegemoet willen komen. Bij mij
gaat het met name om de ondernemers in dit land, niet om de importeurs
die wereldwijd werken. We kunnen zeggen "laten we voor hen met een reële
compensatie komen" en daar iets aan koppelen. Ik ben ook benieuwd hoe de
staatssecretaris of de minister daarover denkt.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat er een goede compensatie moet komen, is volgens mij iets wat breed
in deze Kamer leeft. Volgens mij vindt het kabinet dat ook, maar dat kan
het straks zelf veel beter verwoorden dan ik. De indieners vinden dat
ook. Dat is iets wat verder moet worden uitgewerkt. Daarom snap ik het
amendement van de VVD heel goed. Daarmee wordt ook gezegd dat zij
snappen dat dit verder moet worden uitgewerkt en dat zij dat gaan
beoordelen als dat voorligt. Ik probeerde gewoon iets van een context te
schetsen — hoe zou zo'n compensatie moeten plaatsvinden? — voordat je
het idee krijgt dat we maar wat doen. Wij zouden 100 tot 150 miljoen een
fijn bedrag vinden, anderen 800 miljoen. Daar gaat een hele
werkelijkheid achter schuil.
De voorzitter:
Meneer Klaver, u vervolgt uw betoog.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik heb al gezegd dat we in het begin helemaal niet enthousiast waren
over het amendement van mevrouw Bikker. En nog steeds heb ik er soms
dubbele gevoelens bij. Dat zeg ik gewoon even in alle eerlijkheid. In
het parlement zijn we namelijk soms ook goed in het ingewikkeld maken
van de uitvoering. Dit amendement maakt de uitvoering niet makkelijker,
want we moeten ervoor gaan zorgen dat uitzonderingen kunnen worden
gemaakt. Daar hebben gemeenten een rol in. Er zijn momenten dat ik denk:
oei, dat vind ik spannend. Tegelijkertijd vind ik het wel goed dat met
dit amendement een poging wordt gedaan om ruimte te geven aan de
samenleving. Mevrouw Bikker zei het zelf ook al in interruptiedebatjes:
je kan zoeken naar problemen of je kan proberen te denken in
oplossingen. Ik vind dat dat hier wordt gedaan. Voor de helderheid: de
indieners hadden het liefst gewoon een simpel verbod gezien. Dat was ook
voor de ingangsdatum allemaal veel makkelijker geweest. Maar dit
amendement zorgt ervoor dat er draagvlak is in de Kamer. En — dat is nog
veel belangrijker — wij denken dat er daardoor ook veel draagvlak zal
zijn in de samenleving. Dat burgemeesters aangeven dat zij hiermee
kunnen werken, is voor ons ook een belangrijk argument.
Er zijn een aantal zaken gezegd over de uitvoering hiervan. Allereerst
had mevrouw Van der Plas wat kritiek op dat amendement. Soms kreeg ik
een beetje het idee dat in de gemiddelde straat Sensation White
georganiseerd ging worden. Het idee van dit amendement is om dat juist
niet te doen in deze uitzonderingspositie, om dit zo laagdrempelig
mogelijk te kunnen doen. Hoe dat er dan precies uitziet, weet ik niet.
Dat moet worden uitgewerkt in lagere wetgeving. Het idee is juist om het
niet het professionele karakter te geven. Het wordt nog een hele klus om
dat goed uitgevoerd te krijgen. Als mensen vragen hoe ik weet dat dat
gaat lukken, zeg ik: dat weet ik niet. Ik waardeer dat er gewoon wordt
gezegd: we willen dit, dus laten we dit nou proberen. Dit moet
uitgewerkt worden voordat het ingaat, dus er zitten voldoende
checks-and-balances in. Voor iedereen die kijkt en denkt "hier wordt
iets onmogelijks gevraagd": dat is niet het geval. Wat ook een
doorslaggevende reden was voor ons bij dit amendement … Ik heb u eerder
gewezen op mijn collega Habtamu de Hoop, die altijd vertelt over
Súdwest-Fryslân en de 89 dorpen daar. Dit geeft al die dorpen de kans om
zelf iets te organiseren. Terechte kritiek die uit het rechterdeel van
de Kamer kwam, was dat er niet genoeg pyrotechnici zijn in Nederland. Ik
geloof dat het mevrouw Van der Plas was die daar iedere keer op hamerde.
Dat is een terecht punt. Ik denk dat er daar meer van bij gaan komen.
Maar dit amendement ondervangt dat. Het vraagt nog heel veel uitwerking,
maar ik hoop wel dat die uitwerking snel ter hand wordt genomen. Ik ben
heel blij met burgemeesters die aangeven dat ze graag willen helpen om
dit snel voor elkaar te krijgen, zodat we deze wet zo snel mogelijk in
kunnen laten gaan.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Van der Plas. Ga uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb ook aangegeven dat er willekeur kan komen in gemeenten. Er kunnen
burgemeesters zijn die denken: ik wil dit helemaal niet; ik vind het
allemaal onzin. Feit is natuurlijk wel dat het een evenement wordt. Of
het nou een klein of een groot evenement is, het is wel een evenement,
dat gewoon aan voorwaarden moet voldoen. Ik denk dat mijn vraag heel
terecht is: hoe haalbaar is dit? Is het juridisch überhaupt haalbaar dat
burgemeesters ontheffingen afgeven voor vuurwerkshows, terwijl dit nu
een provinciale bevoegdheid is via milieuwetgeving en omgevingsdiensten?
Moet de wet daarvoor ook worden aangepast? Is dat juridisch veilig
geregeld of wordt de verantwoordelijkheid afgeschoven?
De voorzitter:
Ja, dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zo heb ik nog heel veel vragen, die volgens mij wel terecht zijn, om te
kijken of deze wet goed loopt.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Allereerst, iedere vraag die wordt gesteld in dit parlement is terecht.
Daarvoor heb ik te vaak aan die kant van de microfoon gestaan. Dat
allereerst. Ik zou ook op dat punt komen, dus ik pak die vraag nu gelijk
mee. Hoe gaan we verschillen tussen gemeenten voorkomen? Het duidelijke
antwoord op die vraag is: dat gaan we niet. Er zijn namelijk verschillen
tussen gemeentes. Ik denk ook dat dat goed is. In heel veel wetgeving
vinden we dat ook belangrijk, zodat in gemeenten — niet iedere gemeente
is hetzelfde; er zijn verschillen — uiteindelijk de lokale democratie
haar werk kan doen. Burgemeesters kunnen heel goed inschatten wat er wel
en niet past bij hun dorp, stad of gemeente. Er gaan dus verschillen
ontstaan. Ik denk ook dat het goed is dat je niet gaat proberen … Kijk,
de kritiek die we kregen van mevrouw Van der Graaf van de ChristenUnie
en daarna van mevrouw Bikker was dat we probeerden een
one-size-fits-alloplossing over Nederland te leggen. Dit amendement
probeert daar toch iets van maatwerk in te brengen. Dus ja, er gaan
verschillen zijn tussen gemeenten en wij denken dat dat goed is.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan wordt het niet een leuke jaarwisseling voor iedereen, want er kunnen
gewoon gemeenten zijn die zeggen: we gaan dit niet doen. Een andere
vraag die nog bij mij leeft, is de volgende. Stel dat er dan iets
misgaat. Ik heb het niet over de grote professionele shows, want dat is
allemaal geregeld, maar bijvoorbeeld bij die kleinere, bij
straatcommissies misschien zelfs, als die motie wordt aangenomen. Als
het misgaat, wie is er dan aansprakelijk? Welke verzekering moet je dan
afsluiten? Wil een burgemeester dat risico lopen in zo veel straten met
straatcommissies?
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, ik vroeg om iets puntigere vragen. Dat verzoek doe
ik u nogmaals.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ook dit is een zeer terechte vraag. Dit is onderdeel van de uitwerking
en het komt in de AMvB die moet worden opgesteld. Al dit soort vragen
komen daarin aan de orde. Er zijn terecht partijen hier in dit huis die
zeggen: dat willen we dan wel eerst even zien, want we weten ook nog
niet precies hoe het werkt. Maar dat is wel wat er nu is afgesproken.
Als u vraagt "hoe zit dat", zeg ik: dat gaat worden uitgewerkt.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, nog een vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan kan deze wet niet in werking treden voordat echt alles, maar dan ook
alles, is uitgewerkt. Ik zie niet gebeuren dat dit voor de komende
jaarwisseling al het geval is. Hoe ziet de heer Klaver dat?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nogmaals, de indieners hadden heel graag gewild dat het er gewoon deze
jaarwisseling zou zijn geweest en dat we het zo simpel mogelijk hadden
gelaten. Daar is het amendement van mevrouw Bikker bij gekomen, waarvan
we hebben gezegd: we snappen dat dit er komt en dat kunnen we ook
omarmen. Daaroverheen is nog het amendement gekomen van mevrouw
Michon-Derkzen, die zegt: ik wil niet dat de wet ingaat voordat deze is
uitgewerkt. Dus er zijn allerlei waarborgen ingebouwd, zodat de Kamer
daarop nog controle heeft. Dat al die terechte vragen er zijn over de
uitwerking in lagere regelgeving is niet iets raars en dat is niet uniek
voor deze wet. Dat gebeurt eigenlijk heel vaak. Naar de mening van de
indieners zijn er voldoende waarborgen ingebouwd om dit goed te
regelen.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een vraag van de heer Boutkan.
De heer Boutkan (PVV):
Ik dank de heer Klaver voor zijn betoog tot nu toe. Ik kom toch even
terug op die compensatie. Ik heb hier de Kamerbrief voor mij van 27
maart, die de staatssecretaris heeft verstuurd.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Een goede brief wel.
De heer Boutkan (PVV):
Dat vindt u misschien. Ik heb het in mijn betoog ook al aangehaald. In
deze brief wordt regelmatig gesproken in termen als "verkennend, grove
inschatting, het kan allemaal hoger uitvallen" et cetera. De
staatssecretaris schrijft ook in zijn brief: mocht het verbod nog dit
jaar ingaan, dan zal de compensatie veel hoger uitvallen. Ik hoor de
heer Klaver regelmatig spreken over de 50 miljoen die hij heeft
verzonnen. In de brief staat: tussen de 100 en 150 miljoen. Er zit dus
een enorm gat tussen het bedrag dat de branche noemt en wat er in deze
brief staat. Deze brief laat nog niet duidelijk zien op basis van de
nodige onderzoeken die zijn gedaan wat dan ongeveer het bedrag zou
kunnen zijn.
De voorzitter:
Uw vraag is?
De heer Boutkan (PVV):
Is de heer Klaver het met mij eens?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De heer Boutkan zei eerder vandaag dat hij nog veel had te leren, maar
deze interruptietechniek beheerst hij feilloos, namelijk je betoog
opbouwen en dan vragen: bent u het met mij eens? Complimenten, zou ik
willen zeggen. U deed uzelf net tekort met wat u nog zou moeten
leren.
Allereerst: ik heb het niet over 50 miljoen gehad, maar iedere keer over
die 100 tot 150 miljoen, precies zoals het ook in de brief staat. Ik
vond het een goede brief, omdat deze een reëel beeld geeft. Het is een
eerste inschatting van waar je denkt dat het ligt. Ik geef ook aan: er
zal nog een onderhandeling volgen. Dus wat het precieze bedrag zal zijn,
moet nog blijken. Die 100 tot 150 miljoen gaat uit van de invoering nog
dit jaar. Dat is niet het bedrag als de wet pas het jaar daarna wordt
ingevoerd. De brief stelt ook dat, als we bijvoorbeeld nog twee jaar
zouden wachten, de hele compensatie zou kunnen wegvallen, omdat er dan
sprake zou kunnen zijn van staatssteun. Dus er zit ook een uitruil
tussen de ingangsdatum en de hoogte van de compensatie voor de branche.
Het is niet voor niks dat sommige vuurwerkhandelaren al zeggen: laat het
maar zo snel mogelijk ingaan. Ik vind dat de brief daarmee doet waar de
Kamer om heeft gevraagd, namelijk een heel reëel beeld geven van wat er
ligt. Ook dit moet verder worden uitgewerkt, maar ook daar is de Kamer
zelf bij.
De voorzitter:
Nog een korte interruptie.
De heer Boutkan (PVV):
Ja, heel kort. Dat van die 50 miljoen verstond ik zo, dus als dat niet
zo is, dan mijn excuses hiervoor bij dezen. Ik kom dan toch nog even op
dat punt verderop in die brief. De staatssecretaris schrijft: nog niet
niet alles is uitgezocht, met name die uitvoeringskosten. Dan kijk ik
toch naar de minister van Justitie: hoe gaat het nou met het
handhavingstraject? Hoe worden de gemeentes gecompenseerd? Met hoeveel
moeten we het aantal ambtenaren wel niet opplussen om te kunnen
handhaven? Dat ontbreekt allemaal in deze brief.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat klopt. Dat komt omdat er boven de brief het volgende staat. Datum:
27 maart 2025; betreft: indicatie van de kosten van de compensatie van
het landelijke vuurwerkverbod. U vraagt naar de kosten die met
handhaving gemoeid zijn. Daar heeft de Kamer niet om verzocht. Daar gaat
deze brief niet op in. U heeft gelijk dat er ook kosten zullen zijn voor
gemeenten, mogelijk voor politiecapaciteit. Ik denk dat de minister van
Justitie daar straks op in zal gaan. Ik ben, zoals u weet, nooit te
beroerd om een minister of staatssecretaris aan te pakken omdat ze iets
niet hebben opgeschreven in een brief. Maar deze brief gaat daar niet
over. U heeft gelijk dat het er niet in staat, maar dit gaat over de
compensatie. Ik vind dat dat logisch is opgebouwd. Er zijn ook andere
kosten, maar ik denk dat u die vragen straks moet stellen aan de
minister van Justitie.
De heer Boutkan (PVV):
Geen vraag, maar gewoon de constatering dat wij van mening blijven
verschillen over het bedrag.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ja. Ik had niet de indruk dat wij tot elkaar zouden komen op de inhoud.
Het is wel belangrijk dat je gewoon een goed debat met elkaar kunt
hebben en dat daarbij alle vragen worden gesteld die nodig zijn en dat
de indieners worden gedwongen om daar goed antwoord op te geven. Dat
komt de kwaliteit van wetgeving ten goede. Dus dank voor de
vragen.
Dan blijf ik nog even bij mevrouw Van der Plas. Die had het over de
overgangstermijn. "Er moet een overgangstermijn komen van minimaal vijf
jaar." Daar zijn de indieners het niet mee eens. Wij denken dat het niet
verantwoord zou zijn om zo'n lange termijn te nemen. Er zal wel sprake
zijn van een overgangstermijn, in die zin dat de samenleving zal moeten
wennen aan die nieuwe traditie. Die heeft ook betrekking op de
handhaving, die vanaf dag één heel stevig ingezet zal moeten worden.
Mevrouw Ouwehand zal nog ingaan op de handhaving en de gedragseffecten.
De samenleving zal een overgangstermijn nodig hebben om hieraan te
wennen, maar dat is nog iets anders dan het pas na vijf jaar in te laten
gaan. Dan zal de samenleving er pas na vijf jaar aan wennen. Kort gezegd
zijn wij daar dus niet voor. Dit moet zo snel mogelijk ingaan.
De voorzitter:
Dat leidt nog tot nog een vraag van mevrouw Van der Plas. Mevrouw Van
der Plas, ik had een richtlijn van zes interrupties. Dit wordt uw
vierde. Dat geef ik u mee.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De vierde en de beste.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vraag me af of er voldoende politiecapaciteit beschikbaar is om
tijdens het nieuwe oud en nieuw te gaan handhaven. Hoeveel extra
capaciteit is er nodig om illegaal vuurwerkbezit, en de verkoop en het
afsteken ervan, te controleren? Wordt dit gedaan ten koste van andere
veiligheidstaken? Misschien is dat ook een vraag voor de minister. Die
wil ik bij dezen wel even gesteld hebben.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik zie de minister zijn pen pakken en meeschrijven. Die zal die vraag
dus inderdaad beantwoorden, denk ik.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dan werd er nog gevraagd waar het van betaald moet worden. Er is vanuit
de Kamer aangegeven dat het vanuit de begroting van IenW zou moeten
komen. Dat is wel gebruikelijk voor de dekking. Ik kan me voorstellen
dat de staatssecretaris zo'n claim op tafel legt bij de onderhandelingen
voor de Voorjaarsnota of de begroting. Ik kan me ook voorstellen dat je
op je eigen begroting kijkt wat er nog mogelijk is. Het gaat om een
incidenteel bedrag. Dat is wel echt belangrijk om te zeggen, ook
richting meneer Van Nispen. Hij is er nu niet, maar hij gaat vast
teruglezen wat ik nu zeg. Dit gaat over een incidenteel bedrag, dus dit
is niet per se iets wat ten koste gaat van alles wat al structureel op
een begroting staat. Dit kan heel goed betaald worden uit bijvoorbeeld
meevallers die er op een begroting zitten, uit onderbestedingen die er
zijn. Wij zagen zelf bijvoorbeeld nog geld staan op de aanvullende post
bij IenW. Er zijn dus verschillende manieren waarop dit bekostigd zou
kunnen worden, maar dat komt ter sprake als het wetsvoorstel is
aangenomen. Nogmaals, ik wil benadrukken dat het gaat om incidenteel
geld. Dat is echt anders dan structureel geld vinden op een begroting.
Dat is meestal goed mee te nemen in de totale schuif die je dan wel in
het voorjaar, dan wel in het najaar moet maken.
Ik ga even kijken en zo snel mogelijk door. Volgens mij hebben we al
veel gehad namelijk.
De voorzitter:
Dat is mooi.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik dacht al dat u dat zou gaan zeggen. Er werd nog iets gevraagd over de
kosten van de vuurwerkshows en wie er allemaal in staat zijn om dit te
doen. We kennen natuurlijk allemaal de prachtige show bij de
Erasmusbrug. Die kost bijna €500.000. De gemeente Amsterdam doet
€200.000. Die bedragen zijn natuurlijk voor heel veel gemeenten absoluut
niet op te hoesten. Maar het goede nieuws is dat er nu eigenlijk al heel
veel vuurwerkshows zijn. In Naarden is er een die ongeveer €25.000 kost.
Dordrecht organiseert het samen met de buurgemeenten Papendrecht en
Zwijndrecht, waarbij Dordrecht €25.000 uittrekt, Papendrecht €10.000 en
Zwijndrecht €15.000. De bedragen die nu al voor dit soort shows worden
uitgetrokken, zijn dus echt van een andere orde dan die ene grote show
die we zien bij de prachtige Erasmusbrug. Het is dus niet iets wat
helemaal nieuw is. Het is iets wat heel veel gemeenten al doen.
Interessant is dat mensen uit de vuurwerkbranche met enige omscholing
ook zelf pyrotechnicus kunnen worden, waardoor je in de loop der jaren
zult zien dat het aantal mensen in die branche gaat toenemen en dat er
meer van dit soort shows zouden kunnen komen.
Ik kijk even rond of ik iemand tekort heb gedaan. Dat is niet het
geval.
De voorzitter:
Er springt niemand op.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dan ben ik aan het einde gekomen van mijn beantwoording.
De voorzitter:
Dank, meneer Klaver. Dan is nu het woord aan mevrouw Ouwehand. Ik
begrijp dat u twee blokjes heeft: handhaving en gedragseffecten.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, en ik doe ze graag samen, want ze hangen nogal met elkaar samen.
De voorzitter:
Tot zover dan het idee van de interrupties. Ga uw gang.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de leden van de Kamer voor de
inbreng in tweede termijn. Ik zal proberen om het, gelet op het
tijdstip, kort te houden, maar ik wil ook heel graag de trouwe kijkers
op de publieke tribune bedanken. Ik zie ook oogarts Keunen op de
tribune, die met grote belangstelling volgt hoe we hier al jaren spreken
over de vuurwerktraditie die in Nederland is gegroeid en hoe we kunnen
zorgen dat oud en nieuw een veilig en fijn feestje wordt.
Voor de acceptatie van het verbod is het belangrijk om met elkaar te
erkennen wat de politie zegt en wat we allemaal vandaag gehoord hebben.
We krijgen niet van het ene op het andere jaar een grote verandering.
Mensen zijn gewend dat je in Nederland zelf consumentenvuurwerk mag
kopen en dat je het zelf mag afsteken. Het zal even duren voordat we
eraan gewend zijn dat we dat op een andere manier gaan doen. Maar het is
ook belangrijk om te zien dat de acceptatie voor het wetsvoorstel dat
vandaag voorligt, is gegroeid sinds de laatste keer dat we elkaar
spraken: 74% van de Nederlanders is volgens recent onderzoek
voorstander. Veel van die mensen zullen net als de Kamer een weging
hebben gemaakt.
Het is hartstikke leuk, maar als er veel nadelen aan zitten, dan is het
misschien tijd om het op een andere manier in te richten. Er zijn mensen
die zich zorgen maken over het dierenleed, longpatiënten, mensen die al
dan niet oogarts zijn of op een andere manier te maken krijgen met
vuurwerkslachtoffers. En natuurlijk is er de grote ellende waarmee de
hulpverleners in de nieuwjaarsnacht iedere keer te maken hebben en waar
de Kamer terecht op heeft gewezen. We hebben al van alles geprobeerd en
het lukt maar niet om van oud en nieuw een feest te maken waarbij we
niet hoeven te vrezen voor de veiligheid van de hulpverleners en waarbij
iedereen een gezellig feest kan vieren. Vanwege die afwegingen hebben
zowel de politie als de indieners er groot vertrouwen in dat de wet een
belangrijke stap is naar een veiliger jaarwisseling. Mevrouw Van der
Werf zei al dat de wet een normering is maar geen wondermiddel.
Verschillende leden hebben opnieuw vragen gesteld over de handhaving,
omdat behalve het legale vuurwerk het illegale vuurwerk een groot
probleem is in die explosieve nieuwjaarsnacht. Dat klopt. De mooiste
vraag, die de verschillende vragen daarover samenvat, was die van de
heer Stoffer van de SGP. Hij zei dat het een breed gedeelde zorg is dat
je dat zware illegale vuurwerk niet opgelost krijgt. De SGP verwacht dat
dat makkelijker gaat als er een consumentenvuurwerkverbod is. De vraag
was of de initiatiefnemers die analyse delen. Ja, die delen we. Die
delen we vooral omdat de politie dit uitgebreid aan ons heeft
toegelicht. Op dit moment is de nieuwjaarsnacht één grote chaos. Je komt
op geen enkele manier toe aan handhaven. Het is onoverzichtelijk. Er is
in die chaotische situatie geen verschil te maken tussen legaal en
illegaal vuurwerk. Als het je al lukt om ergens tegen op te treden, is
het ook nog eens heel moeilijk om bewijsmateriaal te vinden. Die breed
gedeelde wens heb ik ook vandaag weer gehoord. De raddraaiers, de mensen
die zich niet gedragen, komen er in deze chaos ook nog eens mee weg
omdat ze niet aan te pakken zijn.
De verwachting van de politie, die wij onderschrijven, is dat je de
voorwaarden om effectief te gaan handhaven pas creëert als de situatie
overzichtelijker wordt door een verkoop- en afsteekverbod op
consumentenvuurwerk. Dat is om rust te brengen. Als iemand met zwaar
illegaal vuurwerk naar hulpverleners staat te gooien, is de kans dan een
stuk groter dat je voldoende bewijsmateriaal kan vergaren, dat je die
persoon daadwerkelijk kan vervolgen en dat die daadwerkelijk wordt
gestraft. Omdat we dat doel met z'n allen delen, denk ik dat we de
politie erin kunnen volgen dat de handhaving, niet van het ene op het
andere jaar maar op termijn, zal verschuiven en makkelijker zal worden.
Er komt meer ruimte om het illegale vuurwerk daadwerkelijk aan te
pakken.
Daarover had de heer Eerdmans nog een vraag. Hij wees naar Ierland. Het
klopt dat Ierland op dit moment binnen de Europese Unie de meest strikte
vuurwerkwetgeving heeft. Alleen vuurwerk van de eerste categorie is vrij
beschikbaar. De overige categorieën vuurwerk mogen slechts door
professionals in vuurwerkshows gebruikt worden. Dat is parallel aan ons
wetsvoorstel, behalve dat wij nog het amendement-Bikker hebben waardoor
er op lokaal niveau door de burgemeester een uitzondering kan worden
gemaakt voor verenigingen. Er is gekeken wat daarvan het effect is. Uit
een studie bleek dat het aantal ziekenhuisopnames vanwege vuurwerkletsel
en het aantal vuurwerkgerelateerde delicten in Ierland zijn gehalveerd.
De autoriteiten daar concluderen dat het verbod op consumentenvuurwerk
waarschijnlijk een positief effect heeft gehad. Dat zijn dus hoopgevende
signalen.
Voorzitter. Ik wil graag afsluiten met de woorden van de heer Boswijk.
Ik denk dat het inderdaad klopt dat de Kamer in deze discussie, met de
behandeling van deze vuurwerkwet, heeft laten zien dat we het wel
degelijk kunnen. Het was een goed inhoudelijk debat. Dat heeft weliswaar
drie jaar geduurd, maar dat was met goeie redenen. Daarin hebben we met
elkaar inhoudelijk van gedachten gewisseld. Daarin hebben we met elkaar
erkend dat het een worsteling is. Door mijn partij, die de effecten op
dieren en op mensen met een kwetsbare gezondheid al langer zwaar liet
meewegen, was de weging al wat vroeger gemaakt. Maar ik zie het ook bij
andere partijen. Met name wat betreft de situatie van onze
hulpverleners, de politieagenten, en met alle dingen die we al
geprobeerd hebben om de vuurwerktraditie te houden zoals die is, maar
dan fijner en veiliger, komen we niet op het punt dat we willen
bereiken. Dat is het punt waarop je daadwerkelijk naar een jaarwisseling
gaat waarbij we ons geen zorgen hoeven te maken over de veiligheid van
onze hulpverleners en waarbij het daadwerkelijk een feestje is, zonder
veel vuurwerkslachtoffers en oogartsen die moeten overwerken.
Het is geprobeerd. De Kamer heeft dit de afgelopen jaren op alle
mogelijke manieren geprobeerd, waaronder lokaal met lokale
afsteekverboden. De conclusie is dat dat onvoldoende werkt. Dat is ook
omdat zo'n lokaal verbod zonder een verkoopverbod veel te grote
verschillen geeft. In de ene gemeente mag je het niet afsteken en in de
andere gemeente wel. Als je het op die manier probeert, met maatwerk,
met alle maatregelen die we al hebben genomen, concludeer je dat je nog
steeds niet op het punt staat waar je wil zijn. We hebben in al die
jaren met elkaar van gedachten gewisseld over de vraag wat we kunnen
doen om de jaarwisseling veilig te maken.
Vandaag concluderen we hier met elkaar dat het voor veel mensen jammer
zal zijn dat we niet meer zelf vuurwerk kunnen afsteken, maar we zien
ook dat 74% van de Nederlanders zegt het te begrijpen en te snappen en
het vuurwerkverbod te steunen. We gaan goed kijken hoe we het goed
uitvoerbaar en handhaafbaar kunnen maken, inclusief de ontheffing die
burgemeesters kunnen verlenen dankzij het amendement-Bikker. Ik denk dat
we daarmee een mooi proces met elkaar hebben doorgemaakt. Dus het is,
denk ik, een belangrijk moment voor ons als Kamer, want we laten zien
dat we het wel degelijk kunnen.
Voorzitter, ik wil de Kamer, uw leden, danken voor de behandeling. Ik
dank natuurlijk ook onze medewerkers, zonder wie we deze wet niet hadden
kunnen indienen en zonder wie we uw vragen niet hadden kunnen
beantwoorden. En ik dank natuurlijk alle mensen die zich jarenlang
hebben ingezet: de artsen, de dierenbeschermers en de mensen die
strijden voor mensen met longproblemen. Al die maatschappelijke waarden
hebben ook een plaats in onze afweging over hoe we van oud en nieuw een
goed feestje gaan maken zonder al die slachtoffers.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank aan mevrouw Ouwehand voor haar beantwoording. Dan is nu de beurt
aan het kabinet. Wie kan ik als eerste het woord geven? Dat wordt de
staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Ga uw gang.
Staatssecretaris Jansen:
Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Kamer voor de gestelde vragen en
de discussie die u met elkaar gevoerd heeft. Natuurlijk ook dank aan de
initiatiefnemers voor het initiatiefwetsvoorstel dat nu voorligt. Ik
denk dat er een goede discussie heeft plaatsgevonden.
Voorzitter, ik heb een aantal mappen: een mapje algemeen, een mapje
kosten/compensatie, tijdpad en termijn en een mapje overig. En dan heb
ik nog een hele grote map met heel veel moties! De collega, de minister
van Justitie en Veiligheid, heeft één motie. Ik doe de rest!
De voorzitter:
Zet 'm op! We gaan ervoor zitten. Ga uw gang.
Staatssecretaris Jansen:
Ik zal mijn best doen om het niet te lang te laten duren,
voorzitter.
De voorzitter:
Dat is fijn.
Staatssecretaris Jansen:
Voordat ik inga op alle gestelde vragen, wil ik ook nog van de
gelegenheid gebruikmaken om een aantal punten mee te geven en om mijn
rol te benadrukken. Zoals ik tijdens het debat op 19 februari heb
aangegeven, zit het kabinet neutraal in het wetsvoorstel voor een
algeheel vuurwerkverbod voor de consument. Of beter gezegd, het kabinet
laat het oordeel aan de Kamer. Dit geldt in de basis ook voor de twee
ingediende amendementen. Wel wil ik namens het kabinet een aantal
voorwaarden en belangrijke kanttekeningen meegeven.
Als de Kamer dit wetsvoorstel aanneemt, moet het natuurlijk wel
uitvoerbaar zijn. Dit is wat mij betreft een randvoorwaarde, omdat we
anders simpelweg in de knel komen bij de uitvoering. Die kanttekening
heb ik ten dele ook al tijdens het vorige debat benoemd. De punten
hebben betrekking op de financiële consequenties, de adequate dekking
van het voorstel, het tijdpad en de uitvoering en handhaving. Ook bij
het voorstel voor een ontheffingsmogelijkheid voor groepen burgers zien
wij knelpunten in de uitvoering, maar daar kom ik later nog op
terug.
Eerst nog iets over mijn rol als staatssecretaris. Dit is geen voorstel
van het kabinet. Dat wil zeggen dat ik hier namens het kabinet sta als
adviseur van de Kamer. Dus alle vragen over de uitvoerbaarheid, de
financiën en de handhaving zullen toch echt door de initiatiefnemers en
de opstellers van de amendementen beantwoord moeten worden. Zij dienen
het wetsvoorstel in. Zij lopen de benodigde processtappen door en zij
verdedigen het voorstel in de Kamer.
Uiteindelijk is het aan de Kamer om een besluit te nemen over dit
wetsvoorstel en om met elkaar hierover het gesprek te voeren. Het is
belangrijk dat dit gesprek ook nadrukkelijk aandacht geeft aan de
praktische en de financiële consequenties van dit voorstel. Ik wil uw
Kamer dan ook expliciet vragen om oog te hebben voor de financiële en
organisatorische kant van het wetsvoorstel en beide amendementen. Waar
komt de dekking vandaan? Hoe moet het straks met de verkoop, de opslag
en het transport van het vuurwerk voor oudejaarsfeesten van bijvoorbeeld
lokale verenigingen?
Dan het amendement van de VVD. Tijdens het vorige debat is het al
uitgebreid gegaan over het amendement van SGP, ChristenUnie, CDA en D66
over ontheffingen voor de oudejaarsfeesten met vuurwerk van lokale
verenigingen. Aan de uitvoering en de handhaafbaarheid van de
ontheffingsmogelijkheid zitten haken en ogen. De VVD heeft inmiddels een
amendement ingediend dat het besluit regelt waarmee het wetsvoorstel in
werking treedt. Het moet dan eerst worden voorgelegd aan de Tweede en
Eerste Kamer voor instemming. Hiermee wordt getoetst aan een aantal
voorwaarden. Ik hoor hierin de wens van de VVD om te komen tot een
zorgvuldig en gedegen proces. Ik kan me daarin vinden.
Aangezien we het hier niet hebben over een voorstel van het kabinet,
kijk ik naar de indieners in de Kamer om richting te geven aan de
invulling van deze voorwaarden. Ten eerste wil de VVD een effectief
handhavingsplan. Op dit punt zal mijn collega van Justitie en Veiligheid
verder ingaan. Ten tweede wil de VVD een goed uitgewerkte algemene
maatregel van bestuur voor het amendement-Bikker cum suis, als dat
amendement wordt aangenomen. Dat is een belangrijke stap maar ook een
tijdrovende. Dat proces duurt zeker anderhalf jaar. Dat betekent dat het
vuurwerkverbod niet deze jaarwisseling van kracht zal kunnen worden. Of
het amendement wordt aangenomen, is natuurlijk uiteindelijk aan de
Kamer.
Meerdere Kamerleden vroegen mij naar de uitvoering van het amendement,
onder wie bijvoorbeeld de heer Boutkan. Maar ik kijk toch echt ook naar
de indieners met de vraag hoe zij dat voor zich zien, los van de
uitvoeringslast voor de gemeenten en de voorwaarden die gesteld moeten
worden aan de verenigingen die straks wel vuurwerk mogen gaan afsteken.
Waar kunnen die groepen burgers bijvoorbeeld legaal hun vuurwerk kopen?
Dat was ook een vraag van mevrouw Van der Plas. Hoewel het de wens van
de VNG is om ook een verbod op de verkoop van consumentenvuurwerk in te
stellen, zal de inkoop door verenigingen toch mogelijk moeten zijn. Er
ontstaan gevaarlijke situaties als zonder aanvullende maatregelen grote
hoeveelheden vuurwerk worden getransporteerd en opgeslagen. Nu is
maximaal … Voorzitter, ik ben bijna bij het pauzemoment.
De voorzitter:
Hij komt eraan.
Staatssecretaris Jansen:
Nu is maximaal 25 kilo toegestaan voor particulieren. Dat zijn twee
cakeboxen. Voor een oudejaarsfeest met vuurwerk voor lokale verenigingen
verwacht ik dat er een veelvoud daarvan zal worden ingeslagen. Waar
wordt dat straks veilig bewaard? Hier zal ik even stoppen,
voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Deze staatssecretaris begon dit blokje door te zeggen dat hij het
oordeel over de amendementen in principe aan de Kamer laat, omdat het
aan de Kamer is. Maar als deze wet inclusief de amendementen wordt
aangenomen, dan is het een wet die hangt onder deze staatssecretaris en
dan zit het dus in het wetgevingsbakje van deze staatssecretaris. De
uitwerking van de AMvB, waarbij deze staatssecretaris terechte vragen
stelt, is dan ook aan deze staatssecretaris. Ik begrijp uit zijn
beantwoording dat hij dat niet zo ziet. Ik zou hem willen zeggen: ik zie
dat wel zo en ik denk dat er meer Kamerleden zijn die dat met mij eens
zijn. Wat is ervoor nodig om ook de staatssecretaris ervan te overtuigen
of bij hem door te laten dringen dat die uitwerking dus echt aan hem
is?
Staatssecretaris Jansen:
Zodra er een aangenomen wetsvoorstel is en aangenomen amendementen, ligt
het bij het kabinet. Op dit moment is er nog niet over gestemd en ligt
het nog bij de initiatiefnemers, inclusief de amendementen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Helder. Nee, helder. Fijn dat we dit even zo precies zeggen. Is de
staatssecretaris het met mij eens dat, als de wet inclusief de
amendementen wordt aangenomen, waarbij in het amendement van de VVD
inderdaad ook de voorwaarden staan, de staatssecretaris dan aan de gang
gaat met de uitwerking van de AMvB voor het gereguleerd afsteken, en dat
hij dan ook in overleg gaat met de sector over compensatie? Ik begrijp
heel goed dat daar nog honderd haken en ogen achter wegkomen. Daar wil
ik ook totaal niet makkelijk over praten. Maar ik wil hier vaststellen
dat zodra het is aangenomen, die taken onder de verantwoordelijkheid van
de staatssecretaris vallen.
Staatssecretaris Jansen:
Het is inderdaad gebruikelijk dat als wetsvoorstellen dan wel moties of
amendementen worden aangenomen, wij gaan kijken binnen het kabinet hoe
wij daarmee omgaan. Dan gaan wij daar uitvoering aan geven. Als er
onvolkomenheden zijn die wij niet kunnen uitvoeren of bijvoorbeeld zaken
die een vertragend effect kunnen hebben, zullen we dat zeker ook
terugmelden richting Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog een vraag van mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. Ik probeer goed te luisteren naar de staatssecretaris en
ik hoor dat hij nu echt vanuit zijn rol als adviseur tegen de Kamer
spreekt over de wetgeving. Ik hoor ook dat dat een andere rol is dan op
het moment dat de wetgeving is aangenomen en hij die ook verder tot
uitvoer zal moeten brengen. Mijn zorg is de volgende. Als ik hem hoor
spreken over de uitwerking van mijn amendement, dan hoor ik hem vrij
veel problemen opnoemen, bijvoorbeeld met het vervoer van vuurwerk en al
die zaken meer. Ik denk: dat is op dit moment geregeld. Gemeenten
zeggen: wij willen hiermee aan de slag. De politie zegt: hiermee willen
wij aan de slag. Ik hoop dus wel dat de staatssecretaris niet alleen
denkt "het wil niet", want dat meen ik nu tussen zijn zinnen door te
horen. Ik hoop dat hij ook denkt: hoe gaan wij dit verstandig regelen
met de politie en met gemeenten? Want het kan wel.
Staatssecretaris Jansen:
Ik geef net heel duidelijk aan dat als het wetsvoorstel wordt aangenomen
en beide amendementen, we daarmee aan de gang gaan. Er zijn ook heel
veel moties ingediend en we gaan ook kijken hoe we daarmee omgaan.
Uiteindelijk ben ik altijd van mening dat als er een meerderheid is in
de Kamer die iets van ons vraagt, wij daarmee aan de slag moeten gaan.
Tenzij we iets niet kunnen uitvoeren. Dat is een andere situatie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb ook de brief van de staatssecretaris goed gelezen. Hij ziet een
aantal uitvoeringskwesties, maar hij zegt niet: ik kan het niet
uitvoeren. Er zijn een aantal kwesties waarvan hij zegt: daar moet aan
gewerkt worden. Dat is goed om te horen. Ik heb net in mijn inbreng en
ook al eerder, ook richting ministerie op de achtergrond, mijn hand
uitgestoken, telkens opnieuw: mochten er dingen zijn die helpen, dan
passen we het amendement graag zo aan dat de staatssecretaris de
maximale richting heeft om die AMvB's verder vorm te geven. Eerlijk
gezegd heb ik daar nog geen concrete suggesties op teruggekregen. Dus
als de staatssecretaris die heeft, dan ontvang ik die heel graag, want
dan kan ik die ook nog op dit moment benutten voordat we over de wet
stemmen.
Staatssecretaris Jansen:
Ik kom daar zo direct wat uitgebreider op terug. Dit was meer de
algemene inleiding. Ik kom zo direct nog uitgebreider terug op hetgeen
wat voorligt.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Staatssecretaris Jansen:
Ik was na de tweede voorwaarde van de VVD geëindigd. Nou de derde
voorwaarde in het amendement van de VVD. Die houdt in dat er een
eerlijke en nette compensatie ligt. In de brief van 27 maart, die al
meerdere malen hier langs is gekomen, heb ik een indicatie gegeven van
de verwachte kosten van de compensatie van de vuurwerkondernemers in de
verschillende scenario's. Afhankelijk van de uitkomsten van dit debat,
zullen we de regelingen wel of niet verder uitwerken. Het ziet ernaar
uit dat er een meerderheid is, dus gaan we die verder uitwerken als dat
de situatie wordt. Daarbij wil ik natuurlijk wel aan de Kamer meegeven,
zoals ik ook al schreef in de brief, dat het kabinet het oordeel over
het initiatiefwetsvoorstel aan de Kamer laat, onder de voorwaarde dat
het wetsvoorstel door de initiatiefnemers financieel gedekt wordt.
Daarom zie ik graag een dekkingsvoorstel tegemoet van de
initiatiefnemers.
Dat was de algemene inleiding, voorzitter.
De voorzitter:
Ik zie verder geen interrupties, dus dan begint u met uw blokje …
Staatssecretaris Jansen:
Compensatie.
De voorzitter:
Kosten/compensatie. Ja. Ga uw gang.
Staatssecretaris Jansen:
Ja, kosten/compensatie. Meerdere Kamerleden hebben hier natuurlijk om
gevraagd. Ik kan iedereen wel opnoemen, maar het was denk ik zo'n beetje
de hele Kamer. Door de branche is een bedrag van 895 miljoen genoemd
voor compensatie bij een landelijk vuurwerkverbod. Ze lijken hierbij uit
te gaan van een volledige schadeloosstelling. Richting mevrouw Van der
Plas zeg ik dat ik oog heb voor deze ondernemers, maar hier is volledige
schadeloosstelling niet het uitgangspunt, maar nadeelcompensatie.
Daarbij moet, zoals in mijn brief ook is aangegeven, gekeken worden naar
wat hier een redelijke overgangstermijn is en dan kom ik uit op 100 tot
150 miljoen bij onmiddellijke inwerkingtreding van het verbod, dus nog
dit jaar. Ook zitten in het bedrag van de branche kostenposten die niet
in aanmerking komen voor nadeelcompensatie. De afschrijvingskosten van
gedane investeringen in de vuurwerkopslagen, komen niet voor compensatie
in aanmerking. Kosten voor de strenge veiligheidsmaatregelen zijn door
het merendeel van de ondernemers ook al jaren geleden gemaakt en deze
kosten zijn al afgeschreven. Voor alles geldt natuurlijk wel dat ik
gebonden ben — dat is net ook langsgekomen bij de beantwoording van de
heer Klaver — aan het kader van de Europese staatssteunregels. Daar
moeten we ons met z'n allen aan houden. Zoals ik al eerder heb gezegd,
moeten de initiatiefnemers wel zorgen voor een dekkingsvoorstel.
Een vraag van mevrouw Bikker van de ChristenUnie over de compensatie.
Hoe verhoudt de compensatie voor de branche zich tot de
staatssteunregels? Kan ik dit wat nader schetsen? Het verstrekken van
ongeoorloofde staatssteun is binnen de EU natuurlijk niet toegestaan. In
mijn brief van 27 maart heb ik daarom aangegeven dat voor een
compensatie juridische grondslag moet bestaan. Die grondslag moet
gezocht worden in het nadeelcompensatierecht. Door de jarenlange
discussie over een landelijk vuurwerkverbod, kent de vuurwerkbranche een
hoog ondernemersrisico. Dus niet alle door de branche genoemde
kostenposten komen in aanmerking voor compensatie.
Een vraag van de heer Boutkan van de PVV. Waar is een bedrag van 100 tot
150 miljoen euro op gebaseerd? Is hier dan ook de transportsector in
meegenomen? Hoe kijken we hier als kabinet tegenaan? Ik neem even een
slok water, voorzitter. Zoals in de Kamerbrief is aangegeven, is het
bedrag afhankelijk van het moment van inwerkingtreding. Als het verbod
dit jaar in werking treedt, komen naast winstderving mogelijk nog andere
kosten, zoals reeds gemaakte kosten voor de inkoop, in aanmerking voor
compensatie. In de brief maken we onderscheid tussen de importeurs en de
detailhandel. Derden, zoals een transportbedrijf, zijn niet meegenomen,
omdat niet aannemelijk is dat zij voor compensatie in aanmerking komen.
Dit omdat zij niet rechtstreeks door het verbod getroffen worden.
De laatste in dit blokje is een vraag van mevrouw Van der Plas van de
BBB.
De voorzitter:
U heeft eerst nog een vraag van mevrouw Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik pak de brief van de staatssecretaris van 27 maart er even bij naar
aanleiding van wat hij net zegt over de compensatie. Ik lees op pagina 1
dat het belangrijk is om een zorgvuldig proces te doorlopen en tot een
passende compensatieregeling te komen, waarbij in overleg wordt gegaan
met de branche om de benodigde informatie te verzamelen. Ik zou de
staatssecretaris willen vragen of dat inderdaad het uitgangspunt is. Als
dat namelijk het uitgangspunt is, vind ik het een beetje ongemakkelijk
om nu al vooruit te lopen op een aantal kaders die de staatssecretaris
stelt voor de compensatie. We gaan in overleg, we maken al die kaders
duidelijk, we maken duidelijk welke kosten de sector op tafel legt, wat
juridisch wel en niet kan, wat financieel al dan niet kan en dan komen
we terug. Ik dank de staatssecretaris voor zijn brief, want die geeft
goed inzicht. Dat is een inkijk vanuit de zijde van het kabinet in hoe
het zou kunnen. Ik wil de staatssecretaris uitnodigen om nu met de
sector in overleg te gaan, dit uit te werken en te finetunen. Is de
staatssecretaris dat met mij eens?
Staatssecretaris Jansen:
De grove schatting die we op dit moment gemaakt hebben, is mede tot
stand gekomen na raadpleging van de landsadvocaat. We hebben ook gekeken
naar de staatssteunregels. Toen kwamen we qua hoogte uit op dit bedrag.
Maar inderdaad, op het moment dat de situatie daar is, gaan we
natuurlijk ook met de branche in gesprek om te kijken hoe zij tot die
895 miljoen zijn gekomen. Alleen, wij gaan op grond van de informatie
die wij nu hebben, uit van een bedrag tussen 100 en 150 miljoen,
afhankelijk van het moment van ingang van het verbod.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Michon-Derkzen?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank, voorzitter. Helder. Maar het gaat mij dus ook om uitgangspunten
als, zoals hier staat, een maatwerkprocedure voor importeurs en
generieke regelingen voor de detailhandel. Ik begrijp dat de
staatssecretaris dit voorstel doet, maar ik zou graag de bevestiging
willen dat we dit gaan zien na overleg met de sector, waarbij alles op
tafel ligt, nadat de staatssecretaris het huiswerk heeft gedaan. Dan
gaat het rollen. Zie ik dat goed, is dit een eerste proeve? Gaat het
vervolgens in overleg met de sector?
Staatssecretaris Jansen:
Het is zeker de intentie om ook met de sector in overleg te gaan. Dit is
waar wij in de korte tijd die wij hadden op uitkwamen. De sector komt
met een ander voorstel. We gaan nu kijken waar je uiteindelijk uitkomt.
Maar goed, dat is afhankelijk van wat de Kamer aanneemt. Of alleen het
wetsvoorstel wordt aangenomen of ook de beide amendementen, maakt al een
wereld van verschil.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog een vraag van de heer Boutkan.
De heer Boutkan (PVV):
Ja, voorzitter. Op de vraag "wie komen er nou voor in aanmerking?" gaf
de staatssecretaris het antwoord: dat zijn de importeurs en de
detailhandel. Daar zit de transportsector dus niet bij, zoals door
Transport en Logistiek Nederland is verwoord. Maar diezelfde sector
wordt wel betrokken bij en is onderdeel van die hele vuurwerkmarkt en
-branche. Dat vuurwerk naar die shows bijvoorbeeld kun je niet in de
achterbak van je auto vervoeren. Daar heb je een speciaal voertuig voor
nodig, opgeleide chauffeurs enzovoorts, enzovoorts. Dus ook zij gaan,
omdat zij de transporten tussen inkoop, opslagpunt en detailhandel
mislopen, een deel van hun inkomsten missen. Het is toch niet raar dat
ook zij zich voegen bij een claim die gelegd wordt? Dadelijk zijn ze een
groot deel van hun tijd en hun investeringen kwijt doordat er ineens een
vuurwerkverbod wordt ingesteld.
Staatssecretaris Jansen:
Dank voor deze vraag. Dit is namelijk precies onderdeel van het
vervolgtraject. De transportsector heeft aangegeven ook in aanmerking te
willen komen voor een compensatieregeling, en daar gaan we bij de
uitwerking van de regeling opnieuw naar kijken. Dit was de eerste grove
inschatting die wij hebben gemaakt. We hebben gekeken naar de
detailhandel en naar de importeurs. De transportsector is ook op de lijn
gekomen en die is onderdeel van het vervolgtraject.
De heer Boutkan (PVV):
Ik ben blij dat de staatssecretaris zegt dat er nog een vervolg komt,
maar dat vervolg zou dus ook zomaar kunnen inhouden dat we boven die 150
miljoen uit gaan komen. Klopt dat?
Staatssecretaris Jansen:
Afhankelijk van het moment van inwerkingtreding zou het kunnen dat we
daarbovenuit komen. Maar nogmaals, wij hebben in eerste instantie
gekeken naar wie er in aanmerking zouden kunnen komen en voor welke
bedragen, ook rekening houdend met staatssteunregels. Daarom zijn wij
gekomen tot deze grove inschatting van 100 tot 150 miljoen. Het kan ook
hoger uitvallen.
De heer El Abassi (DENK):
Ik heb heel veel moeite met het horen van het woord "staatssteun".
Waarom heb ik daar moeite mee? Er gaan ondernemers kapot door deze
maatregelen. Ze komen te verdwijnen. Ze kunnen geen handel meer drijven
hier in Nederland en hun bedrijf moet opgedoekt worden. Ik heb zelf de
regels van staatssteun even opgezocht: overheidshulp, beïnvloeding van
concurrentie, selectief zijn, economisch voordeel en effect hebben op
het EU-handelsverkeer. En dan kijk ik even naar de huidige situatie. Er
is geen concurrentievoordeel, er is geen sprake van verstoring van de
markt en er is geen structurele steun. Hoe komt deze staatssecretaris
dus in godsnaam bij staatssteun?
Staatssecretaris Jansen:
Na raadpleging van de landsadvocaat is dat uitdrukkelijk benoemd: let
daarop, want het kan zijn dat niet alle kosten die worden opgegeven
onder de regels vallen en het staatssteunprincipe daarin blokkerend zou
kunnen zijn. Ik ben het ook met de heer El Abassi eens. Natuurlijk gaat
het hier om ondernemers en natuurlijk hebben wij daar oog voor. Maar ik
sta hier als adviseur. Ik heb technisch laten uitvragen wat het zou
kunnen betekenen en dit is een van de zaken die daarbij zijn opgevallen,
dus ik meld dat netjes aan de Kamer. Dat hoor ik volgens mij als
adviseur te doen.
De heer El Abassi (DENK):
"Staatssteun zou kunnen zijn", hoor ik. Dat zou ik volledig snappen als
we met een zak met geld zouden komen en die ondernemers zouden gaan
helpen, en zij ook nog eens een voordeel zouden hebben ten opzichte van
andere ondernemers. Daar ben ik ook op tegen, maar dat is hier totaal
niet het geval. We hebben het hier over ondernemers die kapotgaan. Ze
bestaan straks niet meer. En daarvan zeggen we: joh, omdat we jullie
zielig vinden, geven we jullie nog wel een zak met geld. Vaak zal dat
nog te weinig zijn. Ik gaf zonet al het voorbeeld van iemand die €18.000
per jaar kwijt is en dit bedrag tegelijkertijd nog vijf jaar lang moet
betalen. Dan is er toch geen sprake van staatssteun? Dan is er sprake
van een juridische schadevergoeding. We moeten op z'n minst kijken hoe
we zo veel mogelijk zouden kunnen vergoeden. Ik weet zeker dat dat niet
gaat lukken, en daar moeten we het over hebben. Maar het woord
"staatssteun"? Kom met een brief en leg het ons uit, want ik snap het
niet.
Staatssecretaris Jansen:
Dit is wat ik terugkreeg na raadpleging van de landsadvocaat: hou oog
voor staatsteun. Dat is precies wat ik hier aan de Kamer meld. Daar moet
ik oog voor hebben, want ik wil de Kamer niet een heel ander beeld
schetsen en vervolgens met een heel ander bedrag komen omdat een aantal
zaken toch niet in aanmerking komen voor de compensatie.
De voorzitter:
Meneer El Abassi, uw vijfde interruptie.
De heer El Abassi (DENK):
Dan kan ik concluderen dat we oog moeten hebben voor staatssteun. Dat
hebben we volgens mij allemaal, en anders moet iemand vooral naar de
microfoon rennen. Het kabinet moet daar ook oog voor hebben. Er moet
geen sprake zijn van staatssteun. Ik concludeer wel dat hierbij in ieder
geval geen sprake is van staatssteun. Als dat wel het geval is, wil ik
dat gemotiveerd hebben in een brief. Ik kan namelijk niet anders
concluderen dan dat er in deze gevallen geen sprake is van
staatssteun.
Staatssecretaris Jansen:
Ik kan aan de heer El Abassi toezeggen dat ik hier schriftelijk op
terugkom. Dan hebben we allemaal duidelijkheid over hoe wij dit bedoeld
hebben.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Staatssecretaris Jansen:
Ja. Dan kom ik bij een vraag van mevrouw Van der Plas van BBB. Kan het
kabinet een schatting geven van de kosten voor de uitvoering van dit
voorstel door gemeenten? Op dit moment, zo zeg ik heel eerlijk, is het
nog niet duidelijk wat de uitvoering van het voorstel betekent voor
gemeenten. Als er een definitief voorstel ligt, kan er natuurlijk wel
een uitvoeringstoets worden uitgevoerd door de VNG. Daarbij is het
natuurlijk van belang hoe de uitzonderingsmogelijkheid er precies uit
gaat zien. Op dit moment kan ik daar nog geen helder antwoord over
verschaffen.
Dat was de laatste vraag in het blokje kosten/compensatie,
voorzitter.
De voorzitter:
Hartstikke goed. Dan komen we bij tijdpad en termijn. Gaat uw gang.
Staatssecretaris Jansen:
Ja. Dat blokje is gelukkig een stuk korter.
De voorzitter:
We hebben de moties nog, gelukkig.
Staatssecretaris Jansen:
Ja, dat zijn er wat meer.
De voorzitter:
Dat mapje is wat dikker, hoorde ik.
Staatssecretaris Jansen:
Een vraag van de heer Van Nispen van de SP, mevrouw Bikker van de
ChristenUnie en de heer Stoffer van de SGP: wat is een realistische
termijn voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel? Het wetsvoorstel met
de ontheffingsmogelijkheid kan, als alle zeilen worden bijgezet, volgend
jaar in werking treden. Procedureel duurt het namelijk anderhalf jaar.
Dat betekent dat het dus niet al aankomende jaarwisseling in werking is
getreden. Dat is het realistische antwoord.
Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Bikker en de heer Stoffer. Is het
niet verstandig om niet te wachten tot publicatie van de wet in de
Staatscourant, maar al aan de slag te gaan? Ben ik bereid toe te zeggen
dat ik nu aan de slag ga en doe ik dit samen met de gemeenten? Dat waren
de vragen. Zodra het besluit door beide Kamers heen is gegaan en
duidelijk is dat ik hiermee aan de slag moet gaan, ga ik bezig met het
opstellen van de AMvB. Hierbij betrek ik natuurlijk ook andere partijen,
zoals de gemeenten.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is wel een beetje ongebruikelijk. Ik heb zelf het voorrecht gehad om
in de senaat te zitten. Heel geregeld lag de AMvB al bijna klaar, om hem
eigenlijk per direct in te voeren op het moment dat de senaat de wet had
aangenomen. Misschien dat het de onervarenheid is van deze
staatssecretaris — dat zou kunnen — maar het is niet nodig om dat hele
traject af te wachten. Daar kan al mee begonnen worden. Vandaar ook dat
ik het vroeg. Ik hoop van harte dat de staatssecretaris dat wil
heroverwegen en gewoon aan de slag wil gaan met de uitwerking van de
AMvB's.
Staatssecretaris Jansen:
Kijk, een AMvB moet een aantal trajecten doorlopen; ik heb een hele
lijst hier voor me. Dat is ook de reden waarom ik zei dat dit anderhalf
jaar gaat duren. Ik kan wel vooruit gaan lopen, maar ik weet niet of dat
verstandig is in dezen. Ik denk dat het verstandig is om hier zorgvuldig
mee om te gaan en ervoor te zorgen dat we alle stappen op de juiste
manier doorlopen, en dat ik hier geen haast ga maken, met het risico dat
we misschien stappen overslaan. Dat lijkt me niet verstandig.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nee, maar daarom juist. Het zou nog erger zijn als de staatssecretaris
gaat wachten. Dan is de wet aangenomen en heeft iedereen verwachtingen,
en dan moet hij heel hard gaan lopen om de AMvB te maken. Hij kan nu aan
de slag. Volgens mij gaan de uitvoeringstoetsen ook lopen. Dat kan
gewoon al gedaan worden, zodat je heel gericht en heel zorgvuldig een
stevige AMvB maakt, maar wel de vaart pakt die erbij hoort. Als de
staatssecretaris er nu met die anderhalf jaar van is uitgegaan dat hij
eerst het traject in de Eerste Kamer helemaal afwacht, dan zouden we ook
kunnen concluderen dat het een stapje sneller kan. Dat zou goed nieuws
zijn.
Staatssecretaris Jansen:
Ik heb het antwoord net gegeven. Ik hoor de wens van mevrouw Bikker,
maar het voorstel dat ik doe, is dat het eerst door beide Kamers heen
moet zijn gegaan.
De voorzitter:
Uw vijfde interruptie. Gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. Ik begin me hier wel een beetje over op te winden. We
hebben de eerste termijn gehad met deze staatssecretaris. Toen hadden we
het over welke bedragen hieraan gekoppeld zouden moeten worden. De
staatssecretaris had nog geen idee. Het spijt me zeer, maar als adviseur
van de Kamer had hij dat op orde kunnen hebben. Toen hebben we gewoon in
alle mildheid gezegd: "Weet u wat, dan komt u met een brief. Dan gaan we
het er bij de tweede termijn over hebben." Nou, de brief is gekomen. We
hebben net gezien dat het nog wat ingewikkeld blijft, maar oké. Deze
Kamer is een milde Kamer en zegt: vooruit, staatssecretaris, gaat u dat
vooral goed uitwerken. Nu hebben we het over de AMvB's. Het is al
járenlang duidelijk dat we mogelijk afkoersen op een vuurwerkverbod. Er
is op dit ministerie al heel veel over nagedacht. De vorige
staatssecretaris had er andere opvattingen over dan deze, dus ik weet
heel zeker dat er allerlei scenario's liggen daar op het ministerie. Dat
kan niet anders. Dan moet de staatssecretaris niet gaan doen alsof hij
opeens nog blanco moet gaan beginnen en pas als het in de Eerste Kamer
is gepasseerd, aan de slag gaat. Dat is nooit het gebruik geweest, ook
niet bij andere wetten. Ik kan het me niet heugen. Ik heb daar
behoorlijk ingewikkelde wetten behandeld, waarbij er al werd gewerkt aan
de AMvB. Dan is het een kwestie van niet willen in plaats van niet
kunnen. Dat vind ik heel bevreemdend. Dan moet de staatssecretaris dat
gewoon zeggen.
Staatssecretaris Jansen:
Volgens mij ben ik net heel duidelijk geweest in mijn beantwoording. Dit
is het traject dat ik voor ogen heb. Ik hoor ook de wens van mevrouw
Bikker. Ik ga daar nog eens over nadenken. Ik wil daar wel één opmerking
bij maken, over iets dat ik jammer vind. Het is een
initiatiefwetsvoorstel. Dat ik de vorige keer geen zicht had op de
kosten, heeft te maken met het feit dat normaal de verantwoordelijkheid
bij de initiatiefnemers ligt om het ook te onderbouwen met een adequate
dekking. Ik vind het opmerkelijk dat deze vraag nu bij mij wordt
neergelegd terwijl het een initiatiefwetsvoorstel is. Dat was de vorige
keer ook al zo. Met alle respect, maar dat is wel hoe ik hierin zit.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, u wilt een punt van orde maken?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, een punt van orde, voorzitter. Ik heb zelf aan initiatiefwetten
gewerkt en ik vind dit tegenover de initiatiefnemers niet terecht. Je
vraagt om advies aan het ministerie, ook over de uitvoeringsaspecten van
al die wetten. Dat kan je als Kamerlid niet in je eentje of met een
klein team voor elkaar krijgen. Dan stelt het initiatiefrecht weinig
meer voor. Zo hebben we dat met elkaar afgesproken. Daar heeft een
ministerie in te leveren.
De voorzitter:
Dank voor dit punt van orde. U vervolgt uw betoog.
Staatssecretaris Jansen:
Ik kom bij het mapje overig. Dat is heel dun, voorzitter.
De voorzitter:
Goed nieuws.
Staatssecretaris Jansen:
Sorry?
De voorzitter:
Goed nieuws op dit tijdstip! Ga uw gang.
Staatssecretaris Jansen:
Ik heb nog twee vragen. Eentje is van mevrouw Van der Plas van BBB: hoe
gaan we voorkomen dat met betrekking tot dit verbod bestuurlijke
verschillen tussen gemeenten ontstaan? Dat is deels niet te voorkomen.
Burgemeesters hebben natuurlijk de mogelijkheid om ontheffing te
verlenen, maar zij hoeven dat niet te doen. Wel kunnen in een algemene
maatregel van bestuur regels gesteld worden over de voorwaarden voor een
ontheffing, en die gelden dan wel in elke gemeente.
De tweede vraag is van mevrouw Bruyning van NSC: kan de regering
duidelijke afspraken maken met buurlanden, zodat Nederlanders daar geen
vuurwerk meer kunnen kopen? Volgens mij is deze vraag al eerder in een
andere setting langsgekomen. Nederland kan aan andere landen niet
opleggen aan Nederlanders geen vuurwerk te verkopen. Bovendien gelden de
beginselen van vrij verkeer en non-discriminatie, waardoor dergelijke
afspraken niet mogelijk zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan komen we bij de moties. Een mooi moment.
Staatssecretaris Jansen:
Ja. Ik zal op alle moties ingaan, behalve op de motie-Van der Plas op
stuk nr. 23. Die zal mijn collega van Justitie en Veiligheid doen,
voorzitter.
De motie op stuk nr. 18 van de heer Eerdmans van JA21 en mevrouw Van der
Plas van BBB verzoekt het kabinet een mogelijk vuurwerkverbod sowieso
niet voor 2026 in te laten gaan. Ik geef deze motie oordeel Kamer.
De motie-Eerdmans/Van der Plas op stuk nr. 19 moet ik het oordeel
ontijdig geven. Het verzoek aan de regering is om nog voor de zomer een
concrete schaderaming met de Kamer te delen die in samenspraak met de
vuurwerkbranche is opgesteld. We moeten het oordeel van de Kamer over
het wetsvoorstel en de amendementen natuurlijk afwachten. De
initiatiefnemers moeten het voorstel ook nog door de Eerste Kamer
loodsen. Daarom is het oordeel: ontijdig. Op basis van een definitief
voorstel zal ik met de branche in gesprek gaan over een regeling.
Dan de motie …
De voorzitter:
Sorry. Wil de indiener deze motie dan aanhouden of gewoon in stemming
brengen? Ik zie de indiener niet meer. Nou, goed. Dan wordt deze motie
gewoon in stemming gebracht. Ga uw gang: de derde motie. Mevrouw
Michon-Derkzen heeft een vraag.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter, mag ik over de eerste motie een vraag stellen aan de
staatssecretaris? Hij geeft deze motie oordeel Kamer, maar dat vind ik
een beetje een ingewikkeld oordeel. Ik heb in mijn hele betoog
aangehouden dat die voorwaarden voor mij van belang zijn, niet de
inwerkingtreding. Nu is er een amendement van mij. Daar gaan we over
stemmen. Nou, ik hoop dat het wordt aangenomen. Sterker nog, als het
niet wordt aangenomen, dan ga ik ook niet voor die wet stemmen, en dan
hebben we een heel andere kwestie. Maar laat ik aannemen dat het wordt
aangenomen. Mijn voorwaarden staan dan vooraan. Als mijn amendement
wordt aangenomen, dan kan dat niet in lijn liggen met deze motie. Dat
amendement zegt immers: als aan die voorwaarden is voldaan, komt dat
hier nog een keer terug. Nou, misschien is daar al heel snel aan
voldaan, of duurt dat nog vier jaar, drie jaar of drie maanden. Dat
weten we allemaal niet. Dus waarom geeft de staatssecretaris de motie op
stuk nr. 18 dan oordeel Kamer?
Staatssecretaris Jansen:
Dat heeft te maken met het proces dat ik net heb geschetst.
Inwerkingtreding dit jaar is niet haalbaar. De motie op stuk nr. 18
vraagt het kabinet om het verbod sowieso niet voor 2026 in te laten
gaan. Als dit jaar niet haalbaar is, praten we dus over 2026. Vandaar
oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dat leidt tot nog een vraag van mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Hoe weet de staatssecretaris dit zo zeker? Net laat ik hem nog in alle
rust zien dat bijvoorbeeld rond de AMvB's echt nog een versnelling
mogelijk is. Ik zie niet zo in waarom deze datum voor de adviseur van de
Kamer nu zo belangrijk moet zijn, terwijl hij gewoon aan de slag kan met
zijn werk. En dan zullen we zien waar we gaan landen. Ik vind het een
wat — hoe zal ik het netjes zeggen? — dogmatische stellingname. Ik zie
de kant van politie en justitie ook wel. Zij zeggen dat dit voor de
komende jaarwisseling best wel ingewikkeld wordt. In ieder geval zou ik
voordat we gaan stemmen door het kabinet wat steviger onderbouwd willen
zien of het verstandig is om dit te doen.
Staatssecretaris Jansen:
Ik kan de stappen met betrekking tot de AMvB nu voorlezen als u dat
wenst. Dan kunt u namelijk zien waarom ik zeg dat het proces ten minste
anderhalf jaar in beslag gaat nemen. Kijk, we hebben een algemene
maatregel van bestuur die een aantal formele stappen moet doorlopen. Het
concept moet worden opgesteld. Dat gebeurt door het ministerie. Daarbij
is input nodig van diverse betrokkenen, zoals gemeenten. Daarna wordt
het voorstel voorgelegd voor openbare internetconsultatie. Ook moeten de
noodzakelijke regeldruk-, uitvoerings- en handhavingstoetsen worden
uitgevoerd. Het voorstel moet worden genotificeerd bij de Europese
Commissie. Het voorstel moet geaccordeerd worden in de ministerraad,
waarna het in het kader van de voorhang naar de Tweede Kamer wordt
teruggestuurd. Vervolgens gaat het voorstel naar de Raad van State voor
advies. Na ontvangst van het advies van de Raad van State wordt het
nader rapport opgesteld door het kabinet. Daarna wordt de AMvB
definitief vastgesteld en ter ondertekening aan de Koning aangeboden. Er
geldt ook nahang. Dit betekent dat de AMvB na vaststelling aan de Kamers
wordt gestuurd. De AMvB mag niet eerder in werking treden dan vier weken
nadat die in het Staatsblad is geplaatst. Zo komen we tot de
doorlooptijd van ten minste anderhalf jaar.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Bruyning.
Mevrouw Bruyning (NSC):
Ik hoor wat de staatssecretaris zegt. Eigenlijk heb ik maar één vraag
aan de staatssecretaris en de minister. Mevrouw Bikker had in haar
bijdrage al geschetst wat er deze jaarwisseling eventueel zou kunnen
gebeuren als het verbod dit jaar niet ingaat. Nu hoor ik van de
staatssecretaris dat dat mogelijk niet haalbaar is. Wie gaat de
verantwoordelijkheid nemen als het uit de hand loopt dit jaar? Bij wie
ligt dan de verantwoordelijkheid?
Staatssecretaris Jansen:
Ik sta hier als adviseur en ik schets alleen maar het proces. Het proces
van een AMvB duur anderhalf jaar. Dat heb ik net onderbouwd met de
stappen die doorlopen moeten worden.
De voorzitter:
Mevrouw Bruyning heeft nog een vraag.
Mevrouw Bruyning (NSC):
Collega Bikker heeft net geschetst dat het eventueel sneller zou kunnen.
Dan wil ik graag via de voorzitter aan de staatssecretaris vragen waarom
de staatssecretaris daar bewust niet voor kiest. Daar lijkt het op dit
moment namelijk op.
Staatssecretaris Jansen:
Ik val in herhaling. Ik schets net het tijdpad dat een AMvB in beslag
neemt. Ik wil best kijken of we stappen kunnen versnellen, maar dit is
gewoon het reguliere proces van een AMvB en dat duurt anderhalf jaar.
Helaas is dat niet anders.
De voorzitter:
Mevrouw Bruyning, laatste keer.
Mevrouw Bruyning (NSC):
Er zijn net door collega Bikker meerdere voorbeelden geschetst waarin er
wel sneller stappen zijn ondernomen. Ik vraag nog een keer aan de
staatssecretaris wat hem tegenhoudt om eventueel die stappen nu, in dit
voorbeeld, dat nu voorligt met deze wet, ook te nemen.
Staatssecretaris Jansen:
Ik geef net aan dat ik er best nog eens naar wil kijken. Maar het proces
dat ik net schets, is er wel. Dat kost anderhalf jaar.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we bij de motie op stuk nr. 20.
Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 20 krijgt het oordeel ontraden. Omdat gesteld wordt
dat IenW moet zorgen voor adequate dekking ontraad ik deze motie. Als de
Kamer zorgt voor een adequaat dekkingsvoorstel, ga ik uiteraard meteen
aan de slag met het opstellen van een AMvB. Dat doe ik dan in overleg
met de VNG en de politie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 21.
Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 21 is een spreekt-uitmotie, dus daar heb ik geen
reactie op.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 22 is ook een spreekt-uitmotie.
Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 22 is ook een spreekt-uitmotie, dus geen
reactie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 23 is voor de minister.
Staatssecretaris Jansen:
Mijn collega doet de motie op stuk nr. 23.
De motie op stuk nr. 24 is een spreekt-uitmotie, dus geen reactie.
De motie op stuk nr. 25 van mevrouw Van der Plas verzoekt niet over te
gaan tot een totaalverbod. Die motie krijgt oordeel Kamer, omdat het
kabinet neutraal is over het wetsvoorstel, mits er een adequate dekking
is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 26.
Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 26 van mevrouw Van der Plas moet ik ontraden. Een
overgangstermijn van vijf jaar en het verzoek voor volledige compensatie
van ondernemers zijn juridisch onverenigbaar.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 27.
Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 27 is ook van mevrouw Van der Plas. Die moet ik ook
ontraden. Wanneer het wetsvoorstel en de amendementen worden aangenomen,
dient de compensatieregeling te worden uitgewerkt. Ik ben daarbij
juridisch gebonden aan het al eerder genoemde staatssteunkader. Ik kan
dit dan ook niet aan een onafhankelijke commissie laten. Daarom moet ik
deze motie ontraden.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 28. Of is er toch nog een vraag van mevrouw Van
der Plas?
Staatssecretaris Jansen:
Ik wacht even.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas heeft nog een vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, toch nog een vraag. Misschien moet de motie anders worden verwoord,
bijvoorbeeld "onderzoeken of het kan", op de een of andere manier. Een
voorraad vernietigen kost namelijk tussen de €17 en €21 per kilo. De
huidige voorraad is 20 miljoen kilogram. Dit alleen al is tussen de 360
en 410 miljoen euro, exclusief winstderving.
De voorzitter:
En uw vraag is?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, waar ik mee begon: ik wil het wel graag uitgezocht hebben door een
externe of onafhankelijke partij. Ik kan de motie wijzigen in "kijken of
het kan dat een externe partij dit kan doen", of voor een iets andere
formulering kiezen.
De voorzitter:
Oké, dus ...
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Als ik kijk naar deze cijfers, dan praten we alleen hiervoor al over een
bedrag tot 410 miljoen euro dat vernietigd moet worden.
Staatssecretaris Jansen:
Het lastige zit 'm inderdaad in het dictum. U verzoekt de regering een
onafhankelijke externe partij een compensatieregeling bij een
totaalverbod op vuurwerk te laten opstellen. In die laatste woorden, "te
laten opstellen", zit wat mij betreft de crux.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
En met interpretatie?
Staatssecretaris Jansen:
Laat ik zeggen dat als ik 'm zo mag interpreteren dat wij een
onafhankelijke externe partij laten meekijken naar de resultaten, ik de
motie op die manier oordeel Kamer zou kunnen geven, als u daarmee
akkoord kunt gaan. Maar nogmaals: wij stellen de regeling op en laten
die dan mede zien aan een onafhankelijke externe.
De voorzitter:
Dan stel ik voor dat mevrouw Van der Plas kijkt wat ze hiermee doet en
dan zien we wel of er een gewijzigde motie komt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, akkoord met de interpretatie.
De voorzitter:
Nou, het lijkt me toch wel goed dat de tekst van de motie even wordt
aangepast, want dit is echt wel een andere formulering. Als u een
gewijzigde motie indient, dan weet u nu dat die oordeel Kamer
krijgt.
Staatssecretaris Jansen:
Als dan inderdaad het verzoek is aan mevrouw Van der Plas ...
De voorzitter:
Ja, mevrouw Van der Plas gaat het doen. Het is geregeld. Mevrouw
Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Ik wil graag terugkomen op de appreciatie van de motie op
stuk nr. 25, "verzoekt de regering niet over te gaan op een totaalverbod
op het afsteken van consumentenvuurwerk". Die motie kreeg oordeel Kamer.
Het spreekt-uitdeel, dat het totaalverbod niet in lijn is met het
hoofdlijnenakkoord, klopt niet, maar goed, daarvan kan de
staatssecretaris zeggen dat het aan de Kamer is. Maar het lijkt me
ingewikkeld om oordeel Kamer te geven op "niet overgaan op een
totaalverbod", als de staatssecretaris zijn hele bijdrage begint met "ik
sta er neutraal in en ik voer uit wat de Kamer doet." Als je dat doet,
kun je niet dit oordeel geven. Het kan niet allebei waar zijn, los van
dat het spreekt-uitdeel gewoon feitelijk onjuist is.
Staatssecretaris Jansen:
Dat was juist de motivatie waarom ik de motie oordeel Kamer gaf. Wij
zeggen inderdaad hetzelfde over het initiatiefwetsvoorstel en de
amendementen. Dit is dan een motie die de andere kant opgaat, maar ja,
wij zijn neutraal, dus wij wij geven de motie in dit geval oordeel
Kamer. De Kamer moet de afweging maken of zij in meerderheid voor het
een of voor het ander gaat.
De voorzitter:
Heeft u nog een vervolgvraag? Ja?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja, mijn vervolgvraag is de volgende. Als deze motie wordt aangenomen,
zegt de staatssecretaris: het is allemaal aan de Kamer. De Kamer moet
zeggen of zij wel of niet voor die wet is. Dus wij gaan voor een wet
stemmen. Deze motie zegt "niet over te gaan op een totaalverbod",
terwijl de Kamer over een wet stemt. De staatssecretaris is toch met mij
eens dat stemming over die wet zwaarder weegt dan stemming over een
motie? Het kan niet allebei waar zijn, zeg ik tegen de staatssecretaris,
via de voorzitter.
De voorzitter:
Dan gaan we kijken wat nu het antwoord is.
Staatssecretaris Jansen:
Volgens mij kan het wel allebei waar zijn, maar het ligt eraan hoe de
Kamer gaat stemmen. De Kamer kan in meerderheid een besluit hierin
nemen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we door met de motie op stuk nr. 28.
Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 28, van DENK. Die moet ik ontraden.
De voorzitter:
Ja.
Staatssecretaris Jansen:
Compensatie moet reëel zijn ten opzichte van de daadwerkelijke gevolgen
voor partijen. Dat betekent dat er wel echt verschil is tussen
importeurs voor wie het de hoofdbron is van inkomsten, ten opzichte van
bijvoorbeeld een fietsenmaker, voor wie het aan het einde van het jaar
een neveninkomst is. Uiteindelijk zullen de regelingen juridisch
houdbaar en transparant moeten zijn. Daarmee is het mogelijk experts
erbij te betrekken, maar ligt de eindverantwoordelijkheid voor deze
regelingen wel bij de regering.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de motie op stuk nr. 29.
Staatssecretaris Jansen:
De motie op stuk nr. 29, van de heer El Abassi van DENK, moet ik ook
ontraden. De organisatie van lokale evenementen is aan lokale
organisatoren en de gemeenten. Er zijn meerdere grote shows. Deze dienen
lokaal en niet nationaal te worden gefinancierd, dus daarom moet ik deze
motie ontraden.
De laatste motie, op stuk nr. 30, van mevrouw Bruyning van NSC, geef ik
het oordeel "ontijdig". Van meerdere partijen hoorde ik zorgen, zowel
met betrekking tot de mogelijkheden als met betrekking tot de
handhaafbaarheid. De voorwaarden van de AMvB dienen bij het aannemen van
het amendement daarna te worden bekeken. Het is nu te vroeg om hierover
iets te zeggen, dus deze motie moet ik het oordeel "ontijdig" geven.
De voorzitter:
Logisch is te zeggen: wilt u hem aanhouden? Dan kijken we of er een
tijdig moment is om 'm wel in te dienen.
Mevrouw Bruyning (NSC):
Ja.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Bruyning stel ik voor haar motie (35386, nr. 30)
aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Ik constateer dat alle moties van de staatssecretaris zijn
geapprecieerd. De twee amendementen, op de stukken nrs. 16 en 17, hebben
oordeel Kamer. Dan is nu de beurt aan de minister, last but not least.
Gaat uw gang.
Minister Van Weel:
Ja, langverwacht en toch gekregen. Het is wel 0.10 uur, dus ik zal het
kort houden, gelet op de tijd. Er is ook al veel gezegd.
Ik wil vooraf wel zeggen, net als in de eerste termijn, dat ik begrip
heb voor de wens voor een verbod en ook gehoord heb hoe hulpverleners,
gemeenten en anderen daarin staan. Ik wil ook wel opmerken dat het niet
de heilige graal gaat zijn en dat een groot deel van de problemen die we
zien rondom de jaarwisseling veel dieper gaat dan het ontbreken van een
vuurwerkverbod. Daar moeten we onze handhaving dan ook op richten.
Er zijn een heleboel vragen gesteld over de handhaafbaarheid, over de
uitvoerbaarheid, de kosten die daarmee gemoeid gaan en hoe de diensten
dit gaan aanpakken. Ik snap al die vragen, maar bij de uitwerking van
het wetsvoorstel horen de uitvoerings- en de handhavingstoetsen. Dat
zijn de momenten dat al deze vragen zullen worden behandeld, in
ogenschouw worden genomen en dat er antwoorden op zullen worden
gevonden.
Ik snap ook de urgentie, zoals genoemd door mevrouw Michon-Derkzen, van
een effectief handhavingsplan, ook al vooruitlopend op het
vuurwerkverbod zelf. We hebben een discussie gehad met de Kamer over
wanneer het in werking treedt. Als dat niet deze jaarwisseling is, hoe
gaan we dan om met het risico op escalatie tijdens deze jaarwisseling?
Zoals u weet, is een hele grote rol in de handhaving weggelegd voor het
lokaal gezag, maar ik wil er ook niet voor weglopen en zie het wel als
mijn taak om hen daarin optimaal te ondersteunen voor de komende
periode.
Ik zet daarom dus in op drie sporen. Eén: Ik zal mij er samen met de
collega van IenW voor inzetten om het lokale gezag en de verschillende
betrokken handhavingsorganisaties in staat te stellen hun werk goed te
doen, zodat we zeker stellen dat iedereen zo goed mogelijk is voorbereid
op de komende jaarwisselingen. Het gaat om gemeenten, de politie, maar
ook de boa's, de KMar, de ILT et cetera. Ik wil periodiek rond de tafel
met al die betrokken partijen om hen te helpen om de handhaving zo goed
mogelijk in te richten en de juiste instrumenten te kunnen geven. Dat
lijkt een beetje op de structuur die we ook hebben in het
voetbaldossier. Daar zitten we ook periodiek rond de tafel. Ik neem
daarbij geen verantwoordelijkheden over, maar we kunnen wel ervaringen
met elkaar delen en zorgen dat er waar mogelijk uniformiteit komt in
aanpak.
Twee: ik zal onverminderd inzetten op het internationale spoor, ook
samen met de staatssecretaris van IenW, om het zwaar professioneel
vuurwerk bij de bron aan te pakken. Op 1 april hebben we hier opnieuw
aandacht voor gevraagd bij de Europese Commissie. Ook op operationeel
niveau wordt de samenwerking inmiddels verder verbeterd, onder andere
met een conferentie van onze politie met Europol vorige week over de
aanpak van de illegale handel en het misbruik van zwaar vuurwerk.
Ten derde: op het gebied van de opsporing blijft de focus op het
opsporen van illegale handel van zwaar vuurwerk en het tegengaan van het
misbruik daarvan. Een adequate oplossing daarvan is immers van groot
belang. Daarom wil ik zowel via de Wet wapens en munitie als via de Wet
op de economische delicten het F4-vuurwerk blijven aanpakken. Een ander
voorbeeld hiervan is het offensief tegen explosies onder leiding van de
burgemeester van Rotterdam, Carola Schouten. Ik verwacht dat zij in de
komende weken komen met een plan van aanpak om het probleem dat we
hebben met explosies, niet alleen maar gedurende oudjaarsnacht, adequaat
aan te pakken. Ik denk dat dat ook zal helpen tegen de overlast met oud
en nieuw, waar ook een hoop illegaal vuurwerk de bron is van het geweld
tegen hulpverleners.
Dan een aantal concrete vragen. Een is er van mevrouw Van der Werf. Ze
is er niet, maar ik antwoord dan toch voor het verslag. Zij vroeg hoe
het staat met haar motie rondom het zorgen voor voldoende
gehoorbescherming en veiligheidshelmen. We zijn bezig met voldoende
gehoorbeschermingsmiddelen. Ik moet daarbij wel opmerken dat er ook
dusdanig zwaar illegaal vuurwerk is dat zelfs de beste
gehoorbeschermingsmiddelen niet kunnen voorkomen dat er toch
gehoorschade optreedt als het te dichtbij ontploft. Het risico kunnen we
dus niet 100% wegnemen.
Zij vroeg ook naar de helmen voor de politie. Er zijn helmen bij de
politie. Er worden pilots gedraaid. Tegelijkertijd laat onze politie
zich er ook op voorstaan dat ze contact maakt met de mensen op straat.
Het hebben van een helm heeft meteen een andere uitstraling op hoe de
politie optreedt. Ze zullen dus altijd zelf een afweging maken in wat in
welke situatie het beste is volgens hen.
De heer Boutkan vroeg nog naar de wetsovertreders: pakken we die hard
genoeg aan? We kennen in Nederland voor vuurwerkdelicten al forse
straffen in vergelijking met andere landen. De Richtlijn voor
strafvordering vuurwerkdelicten is in 2020 opnieuw vastgesteld. Ik kom
daar zo bij de appreciatie van de motie op terug. Daar is de hoogte van
de straffen opnieuw geïndexeerd en verhoogd. Het vertrekpunt van het
beleid van het OM is dat de strafeis wordt verhoogd wanneer het delict
is gepleegd tegen een werknemer met een publieke taak. Een ander
vertrekpunt is dat maatwerk wordt toegepast bij het bepalen van een
passende straf door alle omstandigheden van de zaak mee te wegen. Ik
verwacht ook dat de aanstaande uitbreiding van het taakstrafverbod zal
bijdragen aan een hardere aanpak van daders die agressie of geweld
tegenover hulpverleners of politieambtenaren hebben gebruikt.
De heer El Abassi en mevrouw Van der Plas vroegen wat we kunnen doen aan
vuurwerk dat van over de grens naar Nederland komt: kunnen we nog
intensiever controleren aan de grens waar dat nodig is? Dat doen we al
jaren. Er wordt elk jaar meer vuurwerk onderschept. De politie en het OM
zetten zich ervoor in om het zo dicht mogelijk bij de bron aan te
pakken. De ILT voert ook elk jaar controles uit ten aanzien van de
productveiligheid en de kwaliteit. Afgelopen jaar is meer dan 107.000
kilo illegaal vuurwerk in beslag genomen. Dat stijgt nog steeds ieder
jaar.
Mevrouw Van der Plas vroeg wat de kosten voor inbeslagname en
vernietiging zijn. Dat nemen we mee in de uitvoeringstoetsen die wij
doen.
Dat brengt mij bij de motie op stuk nr. 23, die gaat over de
strafvorderingsrichtlijn.
De voorzitter:
U wilt een vraag stellen, meneer Boutkan? Ga uw gang.
De heer Boutkan (PVV):
Ja, voorzitter. Dank u wel, minister. Ik hoor de minister zeggen dat hij
een driesporenbeleid wil gaan volgen met de collega van IenW om met
handhaving alles in het werk te stellen om te voorkomen dat. De vraag
die ik vervolgens heb, is: waarom is dat dan de afgelopen jaren niet
gebeurd?
Minister Van Weel:
Er is ontzettend veel gebeurd in de afgelopen jaren. Het is niet dat de
politie denkt: goh, het is 31 december; laten we kijken wat er gebeurt.
Er is sprake van een planning die in heel veel gemeenten nu al richting
de jaarwisseling loopt. De politie heeft de afgelopen jaren heel veel
ervaring opgedaan in hoe zij zich moet wapenen. Dat heeft ook lokale
kenmerken. Ik ken gemeenten waar juist wordt ingezet op de-escalatie aan
de voorkant en ik ken gemeenten waar juist heel veel repressie is. Er
zijn aanpakken die werken en aanpakken die niet werken. Dat is een
continu proces en het is dus niets nieuws.
Ik realiseer me nu wel — en daarmee reageer ik op het aanstaande
amendement van mevrouw Michon — dat we een nieuwe fase ingaan op het
moment dat deze wet wordt aangenomen. Want ofwel we hebben nu direct te
maken met een situatie die van dag op nacht verandert vanwege een
vuurwerkverbod — maar dat is onwaarschijnlijk gelet op het tijdpad —
ofwel we hebben een situatie waarin een wet wordt aangenomen die pas
volgend jaar in werking treedt, en dan hebben we nu nog een soort
laatste jaarwisseling. Dan zie ik wel additionele risico's: hoe gaan we
daar dan mee om? Hoe voorkomen we dat dat meer escaleert dan het tot nu
toe heeft gedaan? Ik zie dus alle aanleiding om voor de transitieperiode
en voor komend oud en nieuw een pad op te zetten.
De voorzitter:
Meneer Boutkan, uw laatste interruptie.
De heer Boutkan (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Die laatste besteed ik dan aan het antwoord van
de minister over de wetsovertreders. Hij zei: we kennen hogere straffen
en we passen dit of dat toe. Maar de vraag is dan: wordt het dan ook
daadwerkelijk opgelegd? Want dat signaal krijgen we regelmatig terug.
Als er iets gepleegd is tegen onze hulpverleners, wordt er vervolgens
niet doorgepakt met een afdoende straf. Misschien een taakstrafje, een
aai over de bol, een gesprek enzovoort. Nee, worden de straffen die in
het kader van de strafoplegging mogelijk zijn dan ook daadwerkelijk
opgelegd? Dat is de vraag.
Minister Van Weel:
Nou, over het opleggen gaat de rechter in dit land en dat gaan we
voorlopig ook niet veranderen. Wat er wel gebeurt, is dat het OM de
strafeisen doet. Daarvoor is die strafvorderingsrichtlijn. Die is een
aantal keren aangepast, voor het laatst in 2020. Ik kom straks bij de
appreciatie van de motie bij het verzoek dat mevrouw Van der Plas doet
over hoe ik daarmee omga. We kennen geen minimumstraffen in Nederland.
We zeggen dus niet tegen de rechter: u moet minimaal twee jaar opleggen
voor geweld tegen een hulpverlener. Maar we hebben wel in sommige
gevallen een taakstrafverbod ingesteld. Dat wil dus zeggen dat je geen
taakstraf kunt opleggen en automatisch bij een vrijheidsbenemende
strafeis terechtkomt. Dan nog is het uiteindelijk aan de rechter wat hij
oplegt. De rechter weegt daarbij alles mee. Over individuele zaken zult
u mij verder niet horen. Maar dit is hoe ons systeem hierop
reageert.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog een vraag van mevrouw Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja, ik heb een vraag over de handhaving. Ik hecht hier zeer aan. Ik
begrijp heel goed dat met deze wet de wereld er niet in één keer anders
uitziet. Maar daarom is de handhaving ook de eerste voorwaarde. Dat is
niet voor niets de eerste voorwaarde. Ik hoor de minister zeggen dat
daarop drie sporen worden uitgelopen. Ik kan mij bij alle drie wat
voorstellen, maar mijn fractie heeft er behoefte aan om dat eens een
keer allemaal bij elkaar te hebben. Ik noemde dat handhavingsplan. Ik
vind dat zelf niet de mooiste term. Ik hoef ook geen taskforces en
allemaal van dat soort clubs, maar ik wil wel dat alles een keer bij
elkaar staat rond de handhaving bij oud en nieuw. Natuurlijk is het
vervolgens aan het lokale gezag om daaraan invulling te geven. Ik ga
helemaal niet over wie waar wordt ingezet. Maar wat doen we op landelijk
niveau aan recherche als het gaat om het opsporen van illegaal vuurwerk?
Wat doen we via de bestuurlijke aanpak om te zorgen dat we meer woningen
sluiten waar we vuurwerk vinden? Dat zou ik de minister willen vragen,
omdat dat expliciet een eerste voorwaarde van de VVD is, die ook in het
amendement staat.
Minister Van Weel:
Ik heb de drie sporen geschetst die binnen mijn competentie liggen, waar
ik wat aan kan doen. Maar ik ga niet over de openbareordehandhaving,
waarover het hier in een hoop gevallen gaat, in bijvoorbeeld een stad
als Rotterdam. Als de burgemeester "ik wil dat de politie wel hierop
ingrijpt en niet daarop ingrijpt" zegt, dan is dat aan de lokale
driehoek. We zullen dus nooit een plan krijgen dat dicteert hoe de inzet
van de diensten gedurende oud en nieuw, en in de aanloop naar oud en
nieuw, loopt. Dat staat los van wat ik zeg over de algemene bredere
inspanningen, die we wel landelijk kunnen doen. Dat is dat we inzetten
op het tegengaan van illegaal vuurwerk. Ik noem maar een dwarsstraat: we
zouden gemeenten kunnen stimuleren om het lokale vuurwerkverbod, waartoe
ze de mogelijkheid hebben, wel af te kondigen. Dat blijft dan aan de
gemeente, maar dat zou een advies kunnen zijn. Ik verwacht dus wel dat
er uit dat overleg een aantal best practices zullen komen, dan wel
richtlijnen waar dat mogelijk is, dan wel handvatten waar dat opportuun
is, of dat soort dingen. Als u dat verstaat onder een plan, dan gaat dat
er komen.
De voorzitter:
Dank u wel. Een allerlaatste, hele korte vraag, mevrouw
Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja, een laatste korte vraag. Dat zie ik als het begin van een plan.
Vervolgens ga ik proberen om daaraan concrete doelstellingen te
verbinden, zoals wij vanuit hier zo maximaal mogelijk gaan inzetten op
stevigere handhaving. Als de minister hier toezegt om al die
initiatieven een keer bij elkaar te zetten ... Dat zijn ook veel
bestaande initiatieven. Daarover hebben wij het namelijk vaak in andere
debatten. Dat doen we bij de voetbalaanpak eigenlijk ook. Wat is
eigenlijk het hele scala van wat we doen?
De voorzitter:
En wat is uw vraag?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
En wat vinden we ervan? En dan is het inderdaad lokaal in te vullen. Die
toezegging krijg ik graag van de minister, zeg ik via de voorzitter.
Minister Van Weel:
Volgens mij heb ik die gedaan.
De voorzitter:
U gaat naar de motie op stuk nr. 23, volgens mij.
Minister Van Weel:
Jazeker, ik ga naar de motie op stuk nr. 23. Dat is de laatste motie van
de avond. Het goede nieuws is dat ik die oordeel Kamer kan geven als ik
hem als volgt mag lezen. Het OM is onafhankelijk en gaat zelf over de
strafvorderingsrichtlijnen. Maar ik wil naar aanleiding van deze motie
wel met het OM in gesprek gaan en wijzen op het belang — daar gaat het
namelijk om — van de harde aanpak van vuurwerkcriminaliteit. Als ik 'm
zo mag lezen, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Dat gaan we nu horen van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat is prima.
Ik denk dat ik nog wat vragen heb openstaan, maar misschien heb ik het
antwoord gewoon gemist. Maar daar wil ik even doorheen lopen. Het zijn
er niet zo veel hoor; het zijn er twee of zo. Dat is de vraag over de
meldplicht. Wat is de stand van zaken? En hoeveel capaciteit is er voor
de handhaving nodig en gaat dat ten koste van andere
veiligheidstaken?
Minister Van Weel:
Die laatste vraag komt dus in de handhavings- en uitvoeringstoets. Die
volgt dus in een volgende fase. Ik kan daarover nu nog niks zinnigs
zeggen. Ook hier geef ik weer een winstwaarschuwing: meer politie gaan
we niet krijgen, zeker niet al tegen de tijd dat dit wetsvoorstel in
werking treedt. Het gaat dus om de vraag hoe we de capaciteit inzetten.
Moet dat tijdens die periode intensiever? Zo ja, dan gaat dat ten koste
van andere zaken. Dus dat is de trade-off.
De meldplicht. Die mogelijkheid bestaat al. Er kan een meldplicht of een
gebiedsverbod worden opgelegd aan mensen die herhaaldelijk de wet hebben
overtreden of voor overlast hebben gezorgd. Wat ik zal doen, is alle
burgemeesters wijzen op de mogelijkheid om dit middel in de
gereedschapskist voor oud en nieuw op te nemen.
De voorzitter:
Dank u wel. Heel kort, alstublieft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit gaat over een motie waarin gevraagd wordt om te kijken of we die
meldplicht tijdens de komende jaarwisseling kunnen laten gelden voor
mensen die zich tijdens de afgelopen jaarwisseling hebben misdragen. Die
motie is aangenomen en daarom vroeg ik dus wat de stand van zaken
is.
Minister Van Weel:
Ik neem in een volgende verzamelbrief de volledige stand van zaken mee,
maar het korte antwoord is: het kan. We zullen burgemeesters wijzen op
de wijze waarop dat kan. Het kan, maar er zijn wel voorwaarden aan
verbonden. Je kunt niet iedereen die vorig jaar een cobra heeft
afgestoken met oud en nieuw in een schuur opsluiten. Maar los daarvan
zijn er mogelijkheden om die meldplicht te gebruiken.
De voorzitter:
Dank aan de minister voor zijn beantwoording. Hiermee zijn we aan het
einde van het debat gekomen.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan dinsdag stemmen over de wet, de amendementen en de moties.
Dank aan de indieners van deze initiatiefwet en complimenten aan de
indieners en de teams voor hun harde werk. Supergoed gedaan! Dank aan de
ministers en hun teams voor het harde werken. Dank aan de leden. Dank
aan alle collega's van de Tweede Kamer. Het is weer een latertje
geworden. Ik sluit deze vergadering van 3 april.