[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Geannoteerde Agenda voor de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de vergadering van het Development Committee (DC) van de Wereldbank

Bijlage

Nummer: 2025D15055, datum: 2025-04-04, bijgewerkt: 2025-04-04 17:08, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Geannoteerde agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2025 (2025D15054)

Preview document (🔗 origineel)


Geannoteerde Agenda voor de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de vergadering van het Development Committee (DC) van de Wereldbank

Aanleiding

De Voorjaarsvergadering van de Wereldbankgroep (‘de Bank’) vindt plaats van 21 tot en met 26 april in Washington D.C. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp vertegenwoordigt het Koninkrijk. De vergadering biedt een kans om de strategische richting van de Bank te bepalen en de Nederlandse inzet te presenteren. Het kabinet wil de krachten bundelen met de Bank op de prioriteiten uit de Beleidsbrief Ontwikkelingshulp1 en zal deze daarom onder de aandacht brengen.

De Voorjaarsvergadering vindt plaats tegen de achtergrond van grote geopolitieke verschuivingen. De Verenigde Staten zijn met 15,83% van het stemgewicht de grootste aandeelhouder van de Bank (International Bank for Reconstruction and Development). Het besluit om de inzet van USAID grotendeels stop te zetten heeft al tot grote gevolgen geleid bij de Bank. Veel door USAID gefinancierde instellingen en consultants werken samen met de Bank in klantlanden. Dit leidt tot veel onzekerheid bij uitvoerders en ontvangers van hulp, en raakt daardoor ook het werk van de Bank. Daarnaast evalueert de nieuwe Amerikaanse regering, conform een Executive Order van 2 februari2 2025, de rol van de VS bij alle internationale organisaties, ook bij de Wereldbank. Het kabinet volgt deze ontwikkelingen nauwlettend. De Verenigde Staten blijven, zowel binnen als buiten de Bank, een belangrijke partner voor Nederland.

Het centrale thema van het Development Committee van deze Voorjaarsvergadering is banengroei: het creëren van werkgelegenheid voor de groeiende bevolking in lage- en middeninkomenslanden. Daarnaast wordt opnieuw een ministeriële rondetafel over de wederopbouw in Oekraïne verwacht, evenals de afronding van de 21ste middelenaanvulling van de International Development Association (IDA21). Hieronder volgt een korte beschrijving van de Bank en het belang ervan voor het Koninkrijk.

De Wereldbankgroep

De Bank ondersteunt lage- en middeninkomenslanden met financiering en beleidsadvies om langetermijngroei en sociale ontwikkeling te bevorderen. Dit omvat zowel infrastructuurprojecten als randvoorwaarden voor een gunstig investeringsklimaat, zoals transparante wet- en regelgeving. In 2024 heeft de Bank USD 117 miljard aan financiering, subsidies en garanties verleend.

Voor Nederland is de Bank een belangrijk instrument voor mondiale stabiliteit en handel. Economische ontwikkeling in lage- en middeninkomenslanden vergroot de vraag naar goederen en diensten uit landen als Nederland en draagt bij aan stabiliteit door armoedebestrijding en conflictpreventie. Sinds twee jaar richt de Bank zich steeds meer op grensoverschrijdende uitdagingen, zoals klimaatverandering en pandemieën, die ook direct bijdragen aan de stabiliteit, gezondheid, welzijn en welvaart van Nederland.

Centrale thema Voorjaarsvergadering: “meer banen voor meer mensen”

Het Development Committee staat dit keer in het teken van werkgelegenheid. Volgens de Wereldbank zullen het komend decennium 1.2 miljard jongeren in opkomende economieën naar werk zoeken, terwijl slechts 420 miljoen banen worden gecreëerd3. De Bank wil deze kloof dichten via publiek en private sector-investeringen en hervormingen die ondernemerschap en (internationale) investeringen stimuleren.

De Bank hanteert hierbij een veelzijdige aanpak: het combineert leningen aan kleine ondernemingen met overheidsfinanciering om werkgelegenheid te ondersteunen. Ook investeert de Bank in onderwijs en vaardigheden die aansluiten op de arbeidsmarkt. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan jongeren, vrouwen en kwetsbare groepen. Daarnaast ondersteunt de Bank arbeidswetgeving en sociale zekerheidsstelsels, zoals werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en ziektekostenverzekeringen, die bijdragen aan veerkrachtige arbeidsmarkten.

Inzet van het Koninkrijk

Het kabinet verwelkomt de focus op werkgelegenheid en ondersteunt de inzet van de Bank, in lijn met de Nederlandse belangen zoals uiteengezet in de Beleidsbrief Ontwikkelingshulp: handel en economie, veiligheid en stabiliteit, en migratie. Door onze eigen investeringen te koppelen aan de programma’s van de Bank kunnen Nederlandse belangen nog beter behartigd worden.

1. Handel en economie: de private sector is de motor voor werkgelegenheid in lage- en middeninkomenslanden. Het creëert direct banen en geeft ook een bredere economische impuls aan landen door o.a. innovatie te stimuleren. Door te investeren in de thema’s van de beleidsbrief kunnen lage- en middeninkomenslanden uitgroeien tot belangrijke handelspartners van het Koninkrijk. Als onderdeel van de banenagenda zet het kabinet in op de versterking van lokale bedrijven en waardeketens, handelsintegratie, verbeterde regelgeving, toegang tot financiering, wegnemen van handelsblokkades, en trainen van werknemers. Speciale aandacht voor vrouwen en jongeren is hierbij gewenst, om te waarborgen dat het economisch potentieel van de hele bevolking wordt benut. Het kabinet zet daarbij in op de bevordering van fatsoenlijke banen in lijn met internationale arbeidsnormen.

De Bank heeft hiertoe al belangrijke stappen gezet, bijvoorbeeld met de One World Bank aanpak, waarbij de private en publieke takken van de Bank gezamenlijk optrekken. Dit gebeurt bijvoorbeeld via geïntegreerde landenkantoren, strategieën en resultatenrapportages. Het Kabinet ziet kansen voor een nog sterkere rol van de Bank als makelaar tussen private investeerders en klantlanden, zodat de behoeften van private investeerders nog beter aansluiten op de meerjarige landenstrategieën van klantlanden.

De financiële fundamenten van klantlanden spelen een sleutelrol rol bij het aantrekken van private investeringen. Het kabinet blijft zich bij de Bank daarom inzetten voor de versterking van de financiële fundamenten van klantlanden, door o.a. betere belastinginning, versterkte instituties en efficiëntere publieke uitgaven.

2. Veiligheid en stabiliteit: landen waar het openbaar bestuur goed functioneert, waar mensen in goede gezondheid in hun levensonderhoud kunnen voorzien en waar jongeren kansen hebben, zijn vaak stabiele landen. De financiële steun van de Bank helpt landen bij het aanpakken van sociaaleconomische uitdagingen en het versterken van duurzame economische groei, wat bijdraagt aan algehele stabiliteit.

Om landen zich duurzaam te helpen ontwikkelen, steunt de Bank landen bijvoorbeeld met het versterken van goed bestuur. Zo helpt de Bank landen om de effectiviteit en transparantie van overheidsinstellingen te verbeteren, om financieel beheer te versterken en om informatie zoveel mogelijk openbaar te maken.

Het kabinet ziet ruimte voor de Bank om initiatieven te steunen, bijvoorbeeld via landenstrategieën en daarbij gestelde hervormingen, die het goed functioneren van overheden stimuleert bijvoorbeeld bij toegang tot en de handhaving van eigendoms- en landrechten. Dit zijn belangrijke voorwaarden voor startende ondernemers en de groei van lokale bedrijven. De Bank kan landen ook adviseren over de modernisering van rechtbanken, bijvoorbeeld via digitalisering en dossierbeheer. Het wegwerken van achterstallige rechtszaken leidt tot meer zekerheid, productiviteit en een groter vertrouwen in de rechtstaat. De Bank kan ook meer samenwerken met VN-organisaties, regionale organen en maatschappelijke organisaties die zich richten op justitiële hervorming van klantlanden.

Voor het kabinet zijn de drie nabuurregio’s van Europa vooral van belang: West-Afrika, de Hoorn van Afrika en het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Deze regio’s omvatten nu al een groot deel van alle conflicten wereldwijd en zullen de komende jaren een grote bevolkingsgroei zien. Hierdoor is het van belang dat de Bank deze regio’s prioriteit geeft bij de versterking van goed bestuur en de rechtstaat.

3. Migratie: instabiliteit, armoede en (jeugd)werkloosheid zorgen wereldwijd voor een toename van migratiebewegingen, die ook Nederland raken. Door economische kansen te creëren in klantlanden, vooral voor vrouwen en jongeren, neemt de noodzaak om te vluchten af. Het kabinet steunt daarom de ambitie van de Bank om miljoenen banen te helpen creëren in lage- en middeninkomenslanden, met name op het Afrikaanse continent.

Het kabinet steunt ook de activiteiten van de Bank om klantlanden te helpen met de opvang van vluchtelingen in de regio, wanneer nodig. Zo heeft het kabinet met succes gepleit voor een sterke inzet hierop tijdens de IDA21-onderhandelingen. Hiervoor is USD 2,4 miljard gereserveerd bij IDA21.

Oekraïne rondetafelbijeenkomst

Maandag 24 februari 2025 was het drie jaar geleden dat Oekraïne werd binnengevallen door Rusland. De oorlog heeft diepe humanitaire en economische gevolgen, ook internationaal. In de vierde editie van de Rapid Damage and Needs Assessment (RDNA4) worden de wederopbouwkosten voor de komende tien jaar op USD 524 miljard geschat, bijna drie maal het bnp van Oekraïne. Humanitaire noden in Oekraïne worden ook complexer en steeds meer mensen zakken door de armoedegrens. De noden kunnen niet alleen met humanitaire fondsen worden aangepakt maar vereisen de inzet en coördinatiekracht van de Bank, bijvoorbeeld om het sociale zekerheidsstelsel te versterken en te zorgen voor een betere aansluiting van beschikbaar menselijk kapitaal op de arbeidsmarkt.4

Tussen februari 2022 en december 2024 heeft de Bank ongeveer USD 77 miljard aan financiële steun voor Oekraïne gemobiliseerd. De Bank speelt hierdoor een essentiële rol in het herstel en de wederopbouw van het land, en in de coördinatie van donormiddelen. Naar verwachting vindt weer een rondetafelbijeenkomst over Oekraïne plaats, dat sinds de invasie een terugkerend onderdeel is van de Wereldbank Jaarvergaderingen. Tijdens deze sessie worden de stand van zaken rondom de wederopbouw en de noden voor de komende jaren besproken.

Inzet van het Koninkrijk

Sinds de start van de invasie in 2022 heeft Nederland naar rato van het bbp 2% bijgedragen aan de Oekraïense herstel- en wederopbouwbehoeften via verschillende kanalen. Internationale financiële instellingen, zoals de Bank, zijn o.a. vanwege hun ervaring met dergelijke operaties en sterke anticorruptie-mechanismes belangrijke kanalen. Voor de invulling van onze inzet is de RDNA leidend. De Nederlandse inzet richt zich primair op het beschermen en herstellen van de Oekraïense infrastructuur en energiecapaciteit. Conform het Regeerprogramma zal Nederland Oekraïne onverminderd blijven steunen, ook bij herstel en wederopbouw.

De Bank is ook voor Nederland een belangrijke partner. Zo heeft Nederland EUR 263 miljoen bijgedragen aan het Ukraine Relief, Recovery, Reconstruction and Reform Trust Fund. Hiermee zijn dringende investeringen gedaan in het herstel van vernietigde energie-infrastructuur, wegen, bruggen, woningen en scholen. Het kabinet blijft aandacht vragen voor de coördinatie van steun aan Oekraïne tussen internationale donoren, financiële instellingen, en partners zoals de EU. Tot slot blijft het Kabinet zich inspannen om de capaciteit van nationale en lokale (overheids-)instellingen die betrokken zijn bij de herstel- en wederopbouwactiviteiten te versterken, met name op het gebied van het financieel-economisch beleid en de inrichting van anti-corruptiemaatregelen.

Het Koninkrijk zal zich, als onderdeel van de Kiesgroep waar Oekraïne ook deel van uitmaakt, inzetten voor een adequate verwijzing naar de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de mondiale economische impact daarvan in de gezamenlijke slotverklaring van het IMF en Wereldbank. Er is een gerede kans dat er wederom geen unanimiteit bereikt voor een gezamenlijke slotverklaring, zoals gebruikelijk sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne

International Development Association (IDA)

Tijdens de Voorjaarsvergadering zullen gouverneurs het eindrapport van de 21e middelenaanvulling (zgn. Replenishment Report) goedkeuren. Dit rapport omvat de afspraken over de beleidsprioriteiten en het financieel kader van deze middelenaanvulling, die van 1 juli 2025 t/m 30 juni 2028 loopt. Donoren committeerden USD 23,7 miljard. Dit vertaalt de Bank in een totale financieringsenvelop van USD 100 miljard dollar, omdat elke ingelegde dollar meer dan 4 dollar aan financiering creëert. Nederland stelde, conform ons stemaandeel, EUR 935 miljoen beschikbaar.

De Nederlandse inzet, met wereldwijde stabiliteit en economische activiteit als focus voor IDA21, komt sterk terug in het beleidspakket. IDA zal zich voortaan bijvoorbeeld meer richten op grensoverschrijdende uitdagingen, zoals natuurrampen, voedsel- en waterzekerheid, pandemieën en tegengaan van conflicten (inclusief opvang van vluchtelingen in de regio). Ook heeft Nederland er succesvol voor gepleit dat in de IDA-programmering de samenhang tussen water, voedsel en klimaatadaptatie beter wordt meegenomen. Mede dankzij Nederland is ook de ambitie op het gebied van beter schuldbeleid en belastinginning vergroot. Dit komt de zelfredzaamheid van landen ten goede. Ook is het gelukt om de private sector beter in het werk van de Bank te betrekken om economische groei en handel te bevorderen. Zo kunnen meer banen en kansen worden gecreëerd. Tot slot is Nederland erin geslaagd om de financieringskracht van IDA te vergroten door zich sterk te maken voor soberdere financieringsvoorwaarden. Hierdoor kan meer worden gedaan met dezelfde financiële middelen. Uw kamer wordt over het verloop van de middelenaanvulling en de onderhandelingsresultaten officieel geïnformeerd bij de terugkoppeling van de Voorjaarsvergadering.

Inzet van het Koninkrijk

Het kabinet zal toezien op de effectieve implementatie van de overeengekomen afspraken. Een doelmatige inzet van middelen, in lijn met de Beleidsbrief Ontwikkelingshulp, is hierbij leidend. Het kabinet kijkt uit naar de tussentijdse evaluatie van het IDA21-pakket dat medio 2026 plaatsvindt. De Kamer zal hierover op de hoogte worden gehouden.

Mondiale schuldenproblematiek

Het kabinet blijft zich bij de Bank inzetten voor de versterking van de financiële fundamenten van klantlanden. Een onderdeel daarvan is efficiënt schuldbeheer en houdbare schulden. De Bank speelt een belangrijke rol bij de aanpak van hoge schulden in lage- en midden inkomenslanden. Voor de komende jaren geldt dat opgelopen schuldenlasten in lage-inkomenslanden een risico blijven vormen. Momenteel heeft 14% van alle lage-inkomenslanden een onhoudbare publieke schuld, en loopt een verdere 39% een hoog risico op onhoudbare publieke schulden. Deze schuldenproblematiek is het gevolg van een toename van schuldfinanciering in het afgelopen decennium, in grote mate gedreven door leningen van private crediteuren en opkomende officiële crediteuren zoals China. In combinatie met de recente stijging van mondiale rentes zijn de jaarlijkse terugbetalingen van lage-inkomenslanden aan buitenlandse financiers verdrievoudigd ten opzichte van het vorige decennium. Om kwetsbare landen te ondersteunen hanteert de Bank, in samenwerking met het IMF, een driepijlerstrategie gericht op structurele hervormingen, aanvullende financiering en verlaging van financieringskosten.

Inzet van het Koninkrijk

Het Koninkrijk steunt de driepijlerstrategie en onderschrijft dat ook in lage-inkomenslanden structurele hervormingen nodig zijn voor robuuste economische groei. Het Koninkrijk benadrukt het belang van verbetering van binnenlandse belastinginning, de opbouw van lokale kapitaalmarkten, solide schuldbeheer en transparantie rondom uitstaande schulden. Daarnaast verschaffen beide instellingen concessionele financiering. De combinatie van hervormingen en toegang tot IMF- en Wereldbankfinanciering leidt tot lagere financieringskosten en sterkere economische fundamenten, waardoor de houdbaarheid van schulden wordt versterkt.

In situaties waarin schulden toch onhoudbaar worden, is een tijdige en efficiënte schuldherstructurering essentieel. Om dit te faciliteren is het Common Framework for Debt Treatment Beyond the Debt Service Suspension Initiative (‘Common Framework’) opgericht. Hierin werkt de Club van Parijs samen met nieuwe crediteuren, waaronder China en India. Waarbij de doorlooptijden voor landen die zich bij het Common Framework hadden aangemeld initieel erg lang waren, is er recentelijk vooruitgang geboekt in het versnellen van dit proces. Desalniettemin blijven lage-inkomenslanden terughoudend met het aanvragen van een schuldherstructurering onder het Common Framework. Snellere processen en betere coördinatie tussen crediteuren blijven daarom voor het Koninkrijk een prioriteit.


  1. Kamerstuk 36180, nr. 133↩︎

  2. Whitehouse.gov/presidential-actions/2025/02↩︎

  3. World Bank Group Launches High Level Council to Tackle Looming Jobs Crisis↩︎

  4. Kamerstuk 21501-20, nr. 2189, Actualisatie Staat van de oorlog in Europa↩︎