Antwoord op vragen van de leden Beckerman en Westerveld over het beboeten van dakloze mensen
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2025D15066, datum: 2025-04-04, bijgewerkt: 2025-04-04 17:11, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V. Maeijer, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit PVV kamerlid)
Onderdeel van zaak 2025Z03374:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Gericht aan: V.P.G. Karremans, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Gericht aan: M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Indiener: S.M. Beckerman, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 4 april 2025
Betreft Kamervragen
Geachte voorzitter,
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden Beckerman (SP) en Westerveld (GroenLinks-PvdA) over het beboeten van dakloze mensen (2025Z03374).
Hoogachtend,
de staatssecretaris Langdurige
en Maatschappelijke Zorg,
Vicky Maeijer
Antwoorden op Kamervragen van de leden Beckerman (SP) en Westerveld (GroenLinks-PvdA) over het beboeten van dakloze mensen (2025Z03374, ingezonden d.d.21 februari 2025).
Vraag 1
Kent u het bericht ‘Kap nou eens met het beboeten van dakloze mensen’? 1)
Antwoord vraag 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u onze mening en de mening van de schrijvers van het stuk, Merel van Rooy en Fabian Weergang, dat er gestopt moet worden met het beboeten van dakloze mensen? Deelt u voorts onze mening dat een echte gemeenschap dakloze mensen niet beboet maar helpt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 2
Ja. Het beboeten van dakloze mensen brengt ze verder in de problemen en
het is weinig zinvol om mensen die geen huis hebben te beboeten voor
buitenslapen, al helemaal omdat zij die boetes niet kunnen betalen. Het
beboeten draagt bij aan het stigmatiseren van dakloze personen, iets dat
het kabinet met het Nationaal Actieplan Dakloosheid ‘Eerst een Thuis’
(2023-2030) juist wil bestrijden.1 Met het Nationaal
Actieplan Dakloosheid wordt ingezet op het voorkomen van dakloosheid en
Wonen Eerst.
Vraag 3
Waarom worden er nog steeds boetes uitgedeeld voor het op straat of in de auto slapen (170 euro) en bedelen (110 euro) aan dakloze mensen? Deelt u de mening dat hiermee de problemen van dakloze mensen groter in plaats van kleiner worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 3
Zoals aangegeven in het voorgaande antwoord, erkent het kabinet dat het beboeten dakloze mensen verder in de problemen kan brengen. Gemeenteraden hebben echter op grond van artikel 147 Gemeentewet de bevoegdheid om verordeningen vast te stellen, die zij in het belang van de gemeente nodig achten. Zo kunnen gemeenten met het oog op de leefbaarheid en veiligheid in de gemeente regels stellen en waar nodig handhavend optreden. Regels omtrent het op straat of in de auto slapen en bedelen kunnen opgenomen worden in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Als eenmaal regels zijn gesteld, geldt een beginselplicht tot handhaving. Of en waarom regels opgenomen zijn en/of gehandhaafd worden is een afweging van het lokale bestuur.
Vraag 4
Schrikt u net als wij van het feit dat uit het onderzoek van Merel van Rooy blijkt dat er in 2024 ruim 2000 boetes zijn uitgeschreven aan dakloze mensen, voor een totaalbedrag van ruim 300.000 euro? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen?
Antwoord vraag 4
Ja, daar schrik ik van. Mede in het kader van deze berichtgeving en
de motie Bruyning (NSC), die het kabinet vraagt om gemeenten en de VNG
op te roepen om meer in te zetten op alternatieve maatregelen in plaats
van het opleggen van boetes, ben ik in gesprek met de VNG.
Vraag 5
Klopt het dat het werkelijk aantal uitgeschreven boetes nog hoger ligt, maar deze met succes worden aangevochten en vernietigd? Kunt u inzicht geven in het werkelijke aantal uitgeschreven boetes?
Antwoord vraag 5
Het krantenartikel is gebaseerd op de door het CJIB gepubliceerde jaarcijfers van de instroom van feitgecodeerde zaken. In het artikel wordt naar drie strafbare feiten verwezen, te weten
Buiten slapen (Feitcode F114B) – 1020 zaken – 161.960 euro
Wildkamperen (Feitcode F114A) - 443 zaken – 70.530 euro
Bedelen (Feitcode F119) – 775 zaken – 83.390 euro
In totaal zijn er bij het CJIB in 2024, 2238 strafbeschikkingen
ingestroomd op basis van deze drie feitcodes. Het totaal opgelegde
boetebedrag van deze zaken bedraagt 315.880 euro.
Het CJIB kan een strafbeschikking alleen ten uitvoer leggen als er een
adres bekend is. Hieruit volgt dat bij bovenstaande strafbeschikkingen
een adres is meegeleverd door de opsporingsinstantie. Dit kan naast een
woonadres ook een postadres of het adres van een dak- of
thuislozenopvang zijn. Op basis van enkel het meegeleverd krijgen van
een adres in een zaak kan dus niet worden geconcludeerd of iemand dak-
of thuisloos is en dus ook niet hoeveel van de 2238 boetes zijn opgelegd
aan mensen die dakloos zijn.
Indien er geen adres door de opsporingsinstantie is meegeleverd in de
zaak, wordt deze aan het OM doorgestuurd voor verdere beoordeling.
Vraag 6
Kent u de verhalen van dakloze mensen die per maand soms wel 11 boetes
krijgen? Deelt u de mening dat hieruit blijkt dat een boete opleggen aan
dakloze mensen op geen enkele manier wordt opgelost? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord vraag 6
Ik ben op de hoogte van het feit dat dakloze mensen soms meermaals
beboet worden. Het is weinig zinvol om mensen te beboeten die dat niet
kunnen betalen. Dat is ook opgenomen in de toelichting van de model-APV
van de VNG: ‘Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als
zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dat
niet kunnen betalen. In dat soort gevallen kan de handhaving leiden naar
ondersteuning of (maatschappelijke) opvang.’
Gemeenteraden hebben op grond van artikel 147 Gemeentewet echter de
bevoegdheid om verordeningen vast te stellen, die zij in het belang van
de gemeente nodig achten. Ik ben in gesprek met de VNG over de
behandeling van de motie Bruyning (NSC), die het kabinet vraagt om
gemeenten en de VNG op te roepen om meer in te zetten op alternatieve
maatregelen in plaats van het opleggen van boetes. Onder meer wil de VNG
een rondetafelgesprek houden met onder andere de politie, handhaving,
maatschappelijke organisaties en belangenbehartigers om de verschillende
zienswijzen te bespreken en zo mogelijk afspraken te maken over welke
alternatieven gemeenten hebben. Overigens zijn er gemeenten die al
afwijken van de model-APV en dakloze mensen niet beboeten, zoals de
gemeenten Almere en Harlingen. Gemeente Amsterdam heeft ervoor gekozen
de boetes van mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats niet te innen
en het beleid opnieuw te bekijken.
Vraag 7
Kent u de verhalen van voormalig dakloze mensen die, nadat ze eindelijk
weer een woning hebben gevonden, brieven en bezoek van een deurwaarder
krijgen vanwege (verhoogde) boetes uit hun tijd als dakloze? Erkent u
dat deze bedragen flink kunnen oplopen waardoor mensen weer in de
problemen komen terwijl ze net opkrabbelen? Bent u bereid om mensen die
hierdoor in de problemen zijn gekomen te helpen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord vraag 7
Ja, ik heb gehoord van verhalen waarbij dakloze mensen die na een
langere periode weer een woning hebben, worden geconfronteerd met
achterstallige betalingen. Dit kan voorkomen doordat een schuldeiser
iemand langere tijd niet heeft kunnen benaderen voor de achterstallige
betaling omdat er geen woon- of postadres was. Dat dit ontwrichtend kan
zijn voor degene die dit overkomt erken ik, daarom is het ook heel
belangrijk dat een dergelijke casus direct opgepakt wordt via een
multidisciplinaire aanpak, en dat er al voordat iemand de
maatschappelijke opvang verlaat contact is met schuldhulpverlening.
Wanneer er sprake is van problematische schulden kan direct een verzoek
worden ingediend voor de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp)
zodat daarmee de schulden gesaneerd kunnen worden.
Daarnaast is het kabinet bekend met de kostenoploop wanneer vorderingen
niet worden betaald. Zoals aangekondigd in het Regeerprogramma en meer
geconcretiseerd in de IBO Kabinetsreactie2
wordt er gewerkt aan een aantal maatregelen om deze kostenoploop te
beperken, zoals het instrument ‘collectief afbetalingsplan’ en
uitwerking van hoe een wettelijke zorgplicht voor gerechtsdeurwaarders
richting schuldenaren vorm zou kunnen krijgen. Voor de zomer stuurt de
staatssecretaris Rechtsbescherming een brief aan de Kamer met een
juridische uiteenzetting van maatregelen op het gebied van civiele
invordering uit de IBO Kabinetsreactie.
Vraag 8
Erkent u dat het voor dakloze mensen vaak onontkoombaar is om boetes te
krijgen omdat de opvang vaak vol zit en ervoor betaald moet worden? Zo
ja, wat is volgens u hiervoor de oplossing?
Antwoord vraag 8
Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid hebben gemeenten, aanbieders en
corporaties zich eraan gecommitteerd dat de oplossing voor dakloosheid
niet gevonden wordt door het realiseren van extra maatschappelijke
opvang, maar door betaalbaar wonen, het versterken van financiële
bestaanszekerheid en goede
outreachende voorzorg zodat dakloosheid voorkómen wordt. Alleen door
het probleem bij de kern aan te pakken, kunnen meters worden gemaakt.
Dat is een fundamenteel andere benaderingswijze die niet alleen
effectiever blijkt, maar bovendien goedkoper.
Vraag 9
Deelt u de mening dat de kans groot is dat gemeenten door de
bezuinigingen vanaf 2026 nog minder middelen hebben voor voldoende
opvangplekken voor dakloze personen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 9
Gemeenten ontvangen in totaal jaarlijks 440 miljoen euro voor de aanpak
van dakloosheid, exclusief indexering. Deze middelen worden gestort in
het Gemeentefonds en zijn daarmee vrij besteedbaar. De middelen voor
armoede en schulden, en ten aanzien van wonen zijn hier niet in
meegenomen. Het is aan gemeenten middelen zo effectief mogelijk in te
zetten. In algemene zin geldt dat het kabinet zich inzet voor de
financiële positie van gemeenten en consequent in gesprek is met
gemeenten over de balans in taken, middelen en
verantwoordelijkheden.
Vraag 10
Welke stappen gaat u zetten om te zorgen dat dakloze mensen geen
onnodige boetes meer krijgen?
Antwoord vraag 10
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 6, hebben gemeenteraden op
grond van artikel 147 Gemeentewet de bevoegdheid om verordeningen vast
te stellen, die zij in het belang van de gemeente nodig achten. Ik ben
in gesprek met de VNG over de behandeling van de motie Bruyning (NSC),
die het kabinet vraagt om gemeenten en de VNG op te roepen om meer in te
zetten op alternatieve maatregelen in plaats van het opleggen van
boetes. Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 6, wil de VNG
onder meer een rondetafelgesprek houden met onder andere de politie,
handhaving, maatschappelijke organisaties en belangenbehartigers om de
verschillende zienswijzen te bespreken en zo mogelijk afspraken te maken
over welke alternatieven gemeenten hebben.
Vraag 11
Het kabinet heeft weliswaar haar handtekening gezet onder de Verklaring
van Lissabon om een einde te maken aan dakloosheid in 2030 maar het
aantal dakloze mensen neemt alleen maar toe, erkent u dat het kabinet
meer moet doen om dakloosheid te voorkomen en aan te pakken? Zo nee,
waarom niet? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord vraag 11
Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid is vastgesteld dat de oplossing
voor dakloosheid gevonden wordt in betaalbaar wonen en het versterken
van financiële bestaanszekerheid zodat dakloosheid voorkómen wordt. Het
kabinet zet hier onverminderd op in. Om deze systeemverandering op gang
te brengen wil ik hier vanuit mijn rol extra aandacht aan besteden. Ik
doel daarbij op het aanjagen van de beweging naar preventie en wonen in
de regio’s, de inzet van ervaringskennis en belangenbehartiging,
kwetsbare groepen (waaronder jongeren), en het versterken van het
inzicht in dakloosheid door verbetering van dataverzameling op basis van
de ETHOS-light definitie van dakloosheid. Zoals aangegeven in de
voortgangsrapportage van december 2024 over de aanpak dakloosheid aan uw
Kamer,3 wordt onderzocht in hoeverre de
ambities en doelstellingen van het actieplan dakloosheid gerealiseerd
worden, zowel landelijk als lokaal. De resultaten van dit onderzoek
zullen niet alleen de benodigde informatie geven om waar nodig
aanpassingen te doen, maar geven bovendien invulling aan de motie (36200
XVI, nr. 73) van het Kamerlid Westerveld. Het onderzoek is gestart in
januari 2025. Het is de bedoeling zo concreet mogelijk conclusies te
verbinden aan de opgehaalde resultaten en bevindingen, bijvoorbeeld in
organisatiestructuur, inzet van middelen, sturingsmechanismen,
financieringswijze en over hoe effectieve interventies in regio’s te
versnellen. Naar verwachting zal het onderzoek eind 2025 gereed zijn en
met uw Kamer worden gedeeld.
Vraag 12
In hoeverre is het boetebeleid in strijd met de Verklaring van
Lissabon?
Antwoord vraag 12
In de Verklaring van Lissabon hebben lidstaten, waaronder Nederland, de
intentie uitgesproken om dakloosheid aan te pakken en toe te werken naar
het beëindigen van dakloosheid in 2030. Met het Nationaal Actieplan
Dakloosheid wordt bijdragen aan de doelstellingen uit de Verklaring van
Lissabon. Het beboeten van dakloze mensen draagt niet bij aan deze
doelstellingen: zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1, brengt het
beboeten van dakloze mensen hen verder in de problemen en draagt het bij
aan een stigma en discriminatie van dakloze personen. Juridisch gezien
is het boetebeleid niet in strijd met de Verklaring van Lissabon, omdat
deze verklaring niet juridisch bindend is en niet omgezet in
(rechtstreeks) werkende bepalingen.
Vraag 13
In 2022 heeft het (voorgaande) kabinet het Nationaal Actieplan
Dakloosheid gepresenteerd waarin een paradigmashift is aangekondigd en
voortaan ‘Eerst een Thuis’ de focus zou zijn, erkent het kabinet dat
hier vooralsnog te weinig van terecht komt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 13
Het kabinet ziet dat veel gemeenten, zorgpartijen, corporaties en
belangenbehartigers, ondanks de uitdagingen, keihard aan de slag zijn
met het actieplan. Er is brede consensus over het feit dat dakloosheid
vooral opgelost wordt met huisvesting en preventie, in plaats van
maatschappelijke opvang. Maar dit leidt op dit moment nog niet tot
daadwerkelijke afname van aantal dakloze mensen. Zo’n grote
systeemverandering bewerkstelligen kost namelijk tijd en vraagt
continuïteit en een lange adem. Daarnaast maken externe factoren
versnelling lastig. Denk aan de aanhoudende krapte op de woningmarkt en
inflatie; die maken dat gemeenten acute problemen van inwoners moeten
oplossen. Het kabinet heeft begrip voor de complexe realiteit waar
gemeenten zich in bevinden, maar blijft hen oproepen het voorkómen en
terugdringen van dakloosheid hoog op de regionale politieke agenda te
houden. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 11, wordt een
onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de voortgang van het Nationaal
Actieplan Dakloosheid. Naar verwachting zal het onderzoek eind 2025
gereed zijn en met de Kamer worden gedeeld.
Vraag 14
Staat het verbod op buitenslapen nog steeds in de model-APV van de VNG
die op 4 juli 2024 is verspreid? Deelt u de mening dat het opnemen van
deze model-bepalingen een verkeerd signaal afgeeft en gewoon niet
werkbaar is aangezien de woningnood ook komt door falend beleid van de
overheid zelf? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 14
Deze bepaling staat in de VNG Model-APV. Gemeenten geven aan dat een
door de gemeenteraad vastgestelde bepaling als deze nodig is als
bevoegdheidsgrondslag om waar noodzakelijk in te kunnen grijpen indien
dat noodzakelijk is, zoals in het geval van overlast of
wanordelijkheden. Het uitdelen van boetes vormt daarbij het sluitstuk en
is zeker geen doel op zich. In de toelichting bij de VNG Model-APV is
voorts opgenomen: “Bij het toezicht op de naleving van het verbod
moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder afwegen welk
handhavingsmiddel hij in de concrete situatie proportioneel acht. In de
meeste gevallen zal kunnen worden volstaan met een waarschuwing, tenzij
sprake is van recidive. Het is weinig zinvol om dakloze mensen te
beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te
beboeten die dat niet kunnen betalen. Dan fungeert het verbod meer als
stok achter de deur voor toeleiding naar ondersteuning of
(maatschappelijke) opvang.” Op grond van een bepaling zoals die van
de model-APV geldt overigens geen algeheel ‘slaapverbod.’ Er geldt een
slaapverbod voor ’s nachts in aangewezen gebieden. De raad of het
college moet motiveren waarom voor die gebieden ’s nachts een
slaapverbod geldt. Bijvoorbeeld ter bescherming van het woon- en
leefklimaat, het voorkomen van hinder en overlast, brandgevaar,
verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de
volksgezondheid of het beschermen van het gevoel van veiligheid. In
andere gevallen geldt alleen een slaapverbod als dat leidt tot overlast,
hinder of gevaar of aantasting van het woon- en leefklimaat. De
bestaande woningnood vormt geen grond om de belangen die met deze
bepaling worden beschermd te veronachtzamen.
Zoals eerder is aangegeven in de antwoorden op vragen 2 en 6, acht ik
het beboeten van dakloze mensen weinig zinvol. Daarom wordt ingezet op
het aanbieden van alternatieven aan handhavers, onder meer door
verbeterde samenwerking met sociaal veldwerkers die deze mensen goed
kennen.
Vraag 15
In hoeveel gemeenten is deze bepaling overgenomen? Zijn gemeenteraden
hier actief over geïnformeerd? Zo nee, bent u bereid in samenspraak met
de VNG dit alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 15
Gemeenten zijn door de VNG per ledenbrief
geïnformeerd over deze modelbepaling waarbij in de ledenbrief een
bredere toelichting is gegeven over het doel van deze bepaling. Het
behoort tot de autonome verordenende bevoegdheid van de lokale
gemeenteraad of en in hoeverre overname van de modelbepaling (waarbij de
VNG verschillende varianten heeft geformuleerd) in hun gemeente is
aangewezen. Over hoeveel gemeenten de modelbepaling hebben overgenomen
en welke variant zij daarbij hebben gekozen, worden geen cijfers
bijgehouden.
Vraag 16
Wat heeft u sinds het plenaire debat over het Nationaal Actieplan
Dakloosheid op 19 december 2024 precies gedaan om dit probleem aan te
pakken? Is er een overleg geweest met gemeenten? Zijn daar concrete
afspraken gemaakt? Zo ja, welke?
Antwoord vraag 16
De motie Bruyning (NSC) vraagt het kabinet om gemeenten en de VNG te
vragen om meer in te zetten op alternatieve maatregelen in plaats van
het opleggen van boetes. Dit punt wordt op 22 mei 2025 tijdens het
volgende Bestuurlijk Overleg over de aanpak dakloosheid met de VNG
besproken. De VNG heeft aangegeven de motie van de Kamer zorgvuldig te
willen behandelen. Dat vraagt om interne afstemming, zodat de wens van
de Tweede Kamer meegenomen kan worden bij de volgende herziening van de
modelverordening van de VNG. Ik kan u naar verwachting voor het eind van
het jaar nader informeren over de uitkomst hiervan. Zoals aangegeven in
de antwoorden op vragen 6 en 10, wordt op korte termijn door de VNG een
rondetafelgesprek georganiseerd met onder andere de politie, handhaving,
maatschappelijke organisaties en belangenbehartigers om de verschillende
zienswijzen te bespreken en zo mogelijk afspraken te maken over welke
alternatieven gemeenten hebben. Ook heeft – met subsidie van VWS – het
Platform Sociaal Domein samen met Staatsbosbeheer recent een aantal
bijeenkomsten georganiseerd om boswachters en BOA’s van
natuurbeheerorganisaties meer handelingsperspectief te bieden bij het
omgaan met dakloze personen en onbegrepen gedrag in het
buitengebied.
Vraag 17
Erkent het kabinet voorts dat het beboeten van dakloze mensen juist laat
zien dat er nog helemaal geen paradigmashift heeft plaatsgevonden omdat
de schuld voor dakloosheid wordt neergelegd bij de dakloze mens in
plaats van bij het ontbreken van adequate huisvesting en zorg voor
iedereen?
Antwoord vraag 17
Zoals aangeven in het antwoord op vraag 13, wordt er hard gewerkt aan de
ambities uit het actieplan, maar kost het maken van een paradigmashift
tijd. Het signaal laat zien dat de afdelingen van gemeenten die gaan
over openbare orde en veiligheid enerzijds, en het sociaal domein
anderzijds, nog veel beter samen kunnen werken en beleid en uitvoering
coherenter en in lijn met de bedoeling van het Nationaal Actieplan
Dakloosheid gemaakt kan worden.
Vraag 18
Deelt u tot slot de opvatting van de schrijvers van het stuk, Merel van
Rooy en Fabian Weergang, dat “Mensen niet minder dakloos worden door een
boete, ze worden minder dakloos door een dak”? 1) Kunt u dat als
uitgangspunt nemen en de Tweede Kamer beleid presenteren om het aantal
boetes voor dakloze mensen ver te verlagen en het aantal daken voor
dakloze mensen ver te verhogen?
Antwoord vraag 18
Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid is vastgesteld dat de oplossing
voor dakloosheid moet worden gevonden in betaalbaar wonen en het
versterken van financiële bestaanszekerheid zodat dakloosheid voorkómen
wordt. Het kabinet werkt hard aan het realiseren van meer betaalbare
huisvesting. Met het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting
krijgen het Rijk, provincies en gemeenten de wettelijke instrumenten om
te sturen op hoeveel, waar en voor wie wordt gebouwd. Ook kan er sneller
worden gebouwd en krijgen de meest kwetsbare groepen mensen, waaronder
mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang, residentiële
jeugdzorg en beschermd wonen, met urgentie een woning. De behandeling
van het wetsvoorstel is in handen van uw Kamer.
Vraag 19
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord vraag 19
Ja.
NRC, 17 februari 2025, 'Kap nou eens met het beboeten van dakloze mensen', www.nrc.nl/nieuws/2025/02/17/kap-nou-eens-met-het-beboeten-van-dakloze-mensen-a4883371#:~:text=Je%20slaapt%20er%2C%20eet%2C%20ontspant,geen%20geldig%20ID%2090%20euro.