Afronding feitenonderzoek Openbaar Ministerie naar Nederlandse geweldsaanwending te Mosul, Irak, 22 maart 2016
Brief regering
Nummer: 2025D15098, datum: 2025-04-04, bijgewerkt: 2025-04-04 17:17, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.P. Brekelmans, minister van Defensie (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2025Z06574:
- Indiener: R.P. Brekelmans, minister van Defensie
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag | |
---|---|
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag |
|
Datum | 4 april 2025 |
Betreft | Feitenonderzoek Openbaar Ministerie naar Nederlandse geweldsaanwending te Mosul, Irak, 22 maart 2016 |
Ministerie van Defensie
Plein 4
MPC 58 B
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
www.defensie.nl
Onze referentie
D2025-001756
MINDEF20250013596
Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.
Geachte voorzitter,
Hierbij informeer ik uw Kamer dat het Openbaar Ministerie (OM) het feitenonderzoek naar een Nederlandse geweldsaanwending te Mosul, Irak, 22 maart 2016, heeft afgerond. Deze luchtaanval was onderdeel van de luchtcampagne van Operation Inherent Resolve. Het OM concludeert dat er naar alle waarschijnlijkheid zeven dodelijke slachtoffers zijn gevallen, waarbij het OM er vanuit gaat dat dit burgerslachtoffers betreffen. Het feitenonderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd dat de geweldsaanwending vanuit strafrechtelijk oogpunt onrechtmatig is geweest, dat geldende geweldsinstructies zijn overtreden of dat individuele Nederlandse militairen een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het OM maakt ook melding van een aantal beperkingen met betrekking tot het verkrijgen van informatie van coalitiepartners en toegang tot inlichtingen. Defensie herkent zich daarin en zal daar in haar eigen interne onderzoek op terug komen.
Het onderzoek bevindt zich in de afrondende fase. U bent over de stand van zaken op 14 maart jl. geïnformeerd (Kamerstuk 27925, nr. 984). Naast het vaststellen van de feiten, ziet het onderzoek van Defensie ook op een eigen beoordeling van de rechtmatigheid (niet vanuit strafrechtelijk oogpunt) en op welke lessen er kunnen worden getrokken voor toekomstige inzet. Daarnaast beziet Defensie op basis van dit onderzoek of een schadevergoeding of een ex-gratia tegemoetkoming richting slachtoffers/nabestaanden gepast is. Het streven is om uw Kamer voor de zomer over de uitkomst van het onderzoek te informeren.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Ruben Brekelmans