[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029

Brief regering

Nummer: 2025D15100, datum: 2025-04-04, bijgewerkt: 2025-04-04 17:19, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z06575:

Preview document (🔗 origineel)


> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Bezuidenhoutseweg 67

2594 AC Den Haag

Datum 4 april 2025
Betreft Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029

Ministerie van Defensie

Plein 4

MPC 58 B

Postbus 20701

2500 ES Den Haag

www.defensie.nl

Onze referentie

MINDEF20250014072

Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter,

In Nederland leven we niet in oorlog, maar ook niet meer in vrede. We leven in een grijze zone tussen oorlog en vrede. Rusland voert in Oekraïne een grootschalige agressieoorlog op ons eigen continent. En daarnaast ervaart Nederland ook cyber- en economische oorlogsvoering als nieuwe realiteit, met onder andere pogingen tot spionage en sabotage van kritieke infrastructuur. Nederland, Europa en de NAVO staan middenin grote geopolitieke verschuivingen die grootschalige veiligheidsdreigingen met zich meebrengen. Dat vraagt iets van ons dat sinds de Koude Oorlog niet zo noodzakelijk is geweest: onze krijgsmacht wordt opgeschaald, de Nederlandse- en Europese Defensie-industrie wordt versterkt en we bereiden ons voor op een scenario om het NAVO-grondgebied te moeten verdedigen (hoofdtaak 1). Dit alles moet sneller, meer en beter.

Om de krijgsmacht en Nederland gereed te maken voor conflicten van vandaag én van morgen, investeert dit Kabinet in kennis, innovatie en industrieopschaling. Met sleutelposities in belangrijke ketens vergroten we de welvaart en economische groei. Ook versterken we de Nederlandse, Europese en NAVO strategische autonomie. Een sterke industrie en een hoge mate van innovatie draagt bij aan afschrikking.

De veranderende geopolitieke ontwikkelingen maken duidelijk dat de overheid, bedrijven, kennisinstellingen en andere partners anders moeten gaan handelen. We moeten het innovatief vermogen, zowel van de krijgsmacht zelf als de Nederlandse partners, stimuleren zodat opschaling mogelijk wordt. De voorliggende strategie geeft aan welke keuzes Nederland maakt om aan een toekomstbestendige krijgsmacht te werken en de strategische autonomie van Europa op het gebied van veiligheid en defensie te vergroten.

De strategie is samen te vatten als sterk, slim en samen: we investeren in een sterke krijgsmacht en Nederlandse defensie-industrie, stimuleren op een slimme manier innovatie en werken nationaal en internationaal op een nieuwe en effectieve manier samen.

De huidige tijdsgeest vraagt om pionieren, risico’s nemen en accepteren dat niet alles een succes zal zijn. Het begint bij deze ambitie uitspreken en daarnaar handelen. Deze strategie is het startpunt voor verandering. Defensie kan dit niet alleen, en werkt samen met de industrie, kennisinstellingen, departementen, internationaal en partners vanuit de hele maatschappij om ervoor te zorgen dat Nederland en onze bondgenoten veilig blijven.

We beginnen niet opnieuw, maar bouwen voort op beleid van de afgelopen jaren, zoals ingezet bij de Defensienota 2024.1 Dit beleid scherpen we aan met duidelijkere keuzes: wat heeft de krijgsmacht nodig en waar kunnen de Nederlandse defensie-industrie en kennisinstellingen een verschil maken? Hoe positioneren we onze Nederlandse eindproducenten en toeleveranciers in het internationale speelveld? De strategie geeft richting aan de wat- en de hoe-vraag: welke prioriteiten heeft de krijgsmacht en hoe gaan we onze doelstellingen behalen?

Met een sterke defensie-industrie en kennisbasis bouwen we aan een krijgsmacht van de toekomst én schrikken we af. Sterk betekent dat het alle relevante Nederlandse kennisinstellingen worden gemobiliseerd, dat inkoop sneller en efficiënter verloopt en dat we ervoor zorgen dat financiële instellingen meer kunnen en willen investeren in de defensie-industrie. Ook beschermen we waar we goed in zijn, de 5 NLD gebieden: slimme materialen, ruimtevaart technologie, quantum, intelligente systemen en sensoren.

Om industrie en innovatie te versterken en Nederland internationaal te positioneren, moeten keuzes worden gemaakt. We treden slim op door ons te richten op 5 NLD gebieden. Uiteraard blijven we doen waar we al goed in zijn, zoals de Nederlandse maritieme maakindustrie, en benutten we op slimme wijze onze sterktes in het internationale krachtenveld. Zo kunnen we sneller innoveren.

Het versterken van de krijgsmacht en de Nederlandse industrie kan alleen samen. Noodzakelijk hiervoor is het verbinden van alle relevante partijen: van de ondernemer of wetenschapper die begint met een idee, tot het bedrijf en de financiële instellingen die zorgen voor de opschaling, tot de krijgsmacht hiermee gaan werken voor onze veiligheid. Alleen met deze verbinding maken we écht het verschil. Dit krijgen we alleen voor elkaar als de Defensieorganisatie zelf innovatiever en flexibeler wordt en wij ons nationaal beter organiseren: regionaal, met Defport en met een nauwere samenwerking interdepartementaal. Zo worden er regionale ecosystemen uit- en opgebouwd en versteken we de publiek-private samenwerking via Defport. Ook een stevige internationale positionering van Nederland is essentieel voor het versterken van onze krijgsmacht en industrie. We gaan internationaal pro-actiever inzetten op vraagbundeling, zodat grotere contracten kunnen worden uitgezet in de industrie. Daarbij zetten we ons in voor openstelling van toeleveringsketens, coproductie en standaardisatie. Dit gebeurt bilateraal, tussen groepen landen, en in EU- en NAVO-verband. Ook intensiveren we de samenwerking met de Oekraïense Defensie-industrie. Nederland gaat meer inzetten op innovatie- en industrieversterkend inkopen, bijvoorbeeld met de Strategic Defence Innovation Research (SDIR) methode zoals beschreven in de Strategie. Ook gaat Defensie de samenwerking met de Oekraïne industrie versterken, o.a. door op zoek te gaan naar mogelijkheden voor vraagbundeling bij inkooptrajecten voor de behoefte van Oekraïne met de behoefte van de Nederlandse krijgsmacht.

Sterk, slim en samen optreden voor een toekomstbestendige krijgsmacht voor de veiligheid van Nederland en onze bondgenoten. De opgave ligt er en de urgentie wordt gevoeld. De strategie zet de kaders voor 2025 tot en met 2029 neer. Om dit nader in te vullen publiceren we elk jaar een Actieagenda, de STRAIIK-D: de Strategische Actieagenda Industrie, Innovatie en Kennis – Defensie. Hierin staan de concrete doelstellingen voor dat jaar, de acties die worden genomen en de geactualiseerde ambities op de prioritaire NLD gebieden.

Tot slot, met deze brief en Strategie worden aan verschillende moties en toezeggingen van uw Kamer invulling gegeven.2

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Ruben Brekelmans

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Gijs Tuinman

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Dirk Beljaarts


  1. Defensienota 2024 (Kamerstuk 36 592, nr. 1); Kabinetsreactie op het AWTI adviesrapport ‘Kennisoffensief voor Defensie’, 2025 (Kamerstuk 36 592, nr. 12); Kamerbrief Voortgang Uitvoeringsagenda Innovatie & Onderzoek, 2024 (Kamerstuk 31 125, nr. 130); Kamerbrief Actieagenda productie- en leveringszekerheid munitie en defensiematerieel, 2024 (Kamerstuk 36 410, nr. 93); Defensie Industrie Strategie (DIS) 2018 (Kamerstuk 31125, nr. 92); Kamerbrief DIS in een nieuwe geopolitieke context, 2022 (Kamerstuk 31 125, nr. 122); Strategische Kennis- en Innovatieagenda 2021–2025, 2020 (Kamerstuk 35 570 X, nr. 32); Kamerbrief Uitvoeringsagenda Innovatie en Onderzoek, 2022 (Kamerstuk 31 125, nr. 122).↩︎

  2. Motie Eerdmans en Boswijk (Kamerstuk 21501-20-2164); Motie Vermeer (Kamerstuk 22054-448); Motie Wijnen-Nass (Kamerstuk 36600-X-57); Motie Heise c.s. (Kamerstuk 36 600-X); Motie Erkens (Kamerstuk 34 225, nr. 58).↩︎