[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Internationale inzet van Nederlandse militairen, civiele experts en politiefunctionarissen 2025 - 2028

Brief regering

Nummer: 2025D15104, datum: 2025-04-04, bijgewerkt: 2025-04-04 17:25, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z06576:

Preview document (šŸ”— origineel)


Geachte voorzitter,

Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat evaluatie missies van 22 oktober 2024 informeert het kabinet uw Kamer met deze brief over de Nederlandse militaire, civiele en politiƫle bijdragen aan internationale missies en operaties voor de periode 2025 tot en met juni 2028 in het kader van de bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit.1

In het Regeerprogramma geeft het kabinet aan dat het van belang is om invulling te blijven geven aan internationale missies buiten het NAVO- en EU-grondgebied. Het kabinet neemt de verantwoordelijkheid die gepaard gaat met het uitzenden van Nederlanders naar het buitenland uitermate serieus en dat doet het weloverwogen. Bij elke inzet is het Nederlandse belang leidend.

Er is grootschalige oorlog in Europa. Ook elders in de wereld zijn grootmachten verwikkeld in competitie en confrontatie. Machtsverhoudingen verschuiven en verschillende spelers, zoals Rusland en China, proberen hun invloed ten koste van het Westen te vergroten en ondermijnen de internationale rechtsorde. Deze ontwikkelingen hebben directe impact op ons land: ze bedreigen de veiligheid en welvaart van Nederland en Nederlanders.

Vanwege toenemende veiligheidsdreigingen voor Nederland en de rest van Europa vraagt de NAVO een grotere militaire bijdrage van bondgenoten (waaronder Nederland) aan de collectieve veiligheid. Ook is het mogelijk dat Nederland in de nabije toekomst om een bijdrage zal worden gevraagd voor veiligheidsgaranties in OekraĆÆne. In dit stadium kan het kabinet daarom niets uitsluiten en is derhalve bereid om over elke serieuze optie met betrekking tot OekraĆÆne het gesprek aan te gaan. Dit alles legt een toenemend beslag op schaarse militaire capaciteiten. Ontwikkelingen die het dreigingsbeeld in Europa in korte tijd verslechteren kunnen aanleiding zijn tot tussentijdse herprioritering van militaire capaciteiten. Dat zal keuzes vergen voor de inzet voor internationale missies en operaties.

Ook conflicten en oorlogen buiten het NAVO-verdragsgebied kunnen onze veiligheid en welvaart en die van onze bondgenoten bedreigen. Aanvallen op de vrije doorvaart kunnen de Nederlandse economie raken. Instabiliteit elders kan ruimte bieden aan georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit en irreguliere migratie naar Europa en Nederland. Terrorisme elders kan terrorisme in Nederland aanwakkeren. En als internationale rechtsnormen zoals vrije doorvaart verder weg ongestraft worden geschonden, kan dat op termijn ook dichterbij huis gebeuren. Die dreigingen zijn concreet in regioā€™s in de directe omgeving van Europa en daarbuiten.

Het kabinet richt zich dus vooral op de primaire taak van verdediging van de veiligheid van het bondgenootschappelijk grondgebied door de krijgsmacht. Daarom wil dit kabinet anders omgaan met de Nederlandse bijdragen aan missies en operaties: zij zullen eerst en vooral moeten bijdragen aan de Nederlandse veiligheidsbelangen. Ook kiest het kabinet voor minder grootschalige en langdurige bijdragen ver weg. Realisme staat voorop bij beslissingen.

Deze brief gaat in op de Nederlandse belangen, het beleidskader en op de voorgenomen inzet in de verschillende regioā€™s. Deze brief heeft geen betrekking op de noodzakelijke en uitgebreide inspanningen ter versterking van de NAVO-oostflank en de onverminderde steun aan OekraĆÆne. Uw Kamer wordt hierover via andere brieven geĆÆnformeerd.

Belangen: waar we het voor doen

Het kabinet hecht er zeer aan dat missies en operaties concreet bijdragen aan de Nederlandse belangen. Om die reden prioriteert het kabinet missies en operaties die bijdragen aan de volgende Nederlandse belangen:

  1. De veiligheid van Nederland. De veiligheid van Nederland is onlosmakelijk verbonden met de veiligheid in en rondom Europa. Beide staan onder druk. Dat vergt onze absolute aandacht en inspanning. Terrorisme, gewelddadig extremisme, ondermijning en grensoverschrijdende criminaliteit vormen een constante dreiging voor onze democratische rechtsstaat en nationale veiligheid.

  2. Positionering als een betrouwbare bondgenoot. Zoals het kabinet in het Regeerprogramma heeft verwoord, zijn de NAVO en de EU de twee belangrijkste samenwerkingsverbanden voor onze internationale veiligheid. Nederland heeft daarmee een belang bij een sterke NAVO en EU, en daarmee (proportionele) bijdragen aan deze organisaties en in voorkomende gevallen aan bijdragen multilaterale verbanden zoals de VN.

  3. Economische veiligheid van Nederland. Nederland verdient een aanzienlijk deel van het nationaal inkomen in het buitenland.Ā Zo werd in 2022 ruim 35 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product verdiend met export van goederen en diensten en was bijna een derde van de totale werkgelegenheid te danken aan export.2 Instabiliteit in de wereld bedreigt die economische belangen, zoals een betrouwbaar investeringsklimaat, de toevoer- en waardenketens en handelsstromen die Nederland als open handelsnatie nodig heeft om welvarend te blijven. Om deze redenen draagt dit kabinet bij aan missies en operaties die belangrijke handelsroutes en het beginsel van de vrije doorvaart beschermen.

  4. Het tegengaan van irreguliere migratie en het versterken van grensbeheer. Het tegengaan van irreguliere migratie is een prioriteit voor dit kabinet. Het kabinet maakt zich sterk om migratie en grensbeheer, waar relevant, in toekomstige mandaten op te nemen. Dit geldt zeker voor missies onder de vlag van het Europees gemeenschappelijk veiligheid- en defensiebeleid (GVDB), in uitzendgebieden in bron- en transitlanden van irreguliere migratie naar Nederland en Europa. Het kabinet streeft daarin naar complementariteit met de brede partnerschappen met migratierelevante landen.

  5. Het bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit. Het kabinet wenst de samenhang tussen de uitzending van politiepersoneel en grensoverschrijdende criminaliteit te versterken door:

    1. uitzendingen te prioriteren in conflictgebieden met een criminaliteitsrelatie met Nederland;

    2. in toenemende mate modulaire capaciteit aan missies ter beschikking te stellen op voor Nederland prioritaire criminaliteitsfenomenen;

    3. het verstevigen van de verbinding tussen uitgezonden politiefunctionarissen en de informatieorganisatie van de Nederlandse politie.

  6. Gereedstelling en geoefendheid van de krijgsmacht. Inzet in missies en operaties elders draagt bij aan de geoefendheid, ervaring en motivatie van Nederlandse militairen, en daarmee ook aan werving en behoud van ervaren personeel.

Beleidskader: hoe gaan we te werk?

Zoals verankerd in het Regeerprogramma, stelt het kabinet zich tot doel middels internationale inzet en versterking van de krijgsmacht de veiligheid en weerbaarheid van Nederland te vergroten. Dit doet het kabinet met een realistisch buitenlands beleid, dat de belangen van Nederland en Nederlanders dient, onze waarden hoog houdt en onze vrijheden verdedigt.

Daarbinnen past, zoals eveneens vastgelegd in het Regeerprogramma, dat we invulling blijven geven aan internationale missies buiten het NAVO- en EU-grondgebied, in het kader van het bevorderen van de internationale rechtsorde. Dat past ook binnen het kabinetsstreven dat Nederland een betrouwbare bondgenoot is. Het kabinet is zich ook bewust van de noodzaak dat Europa, ook Nederland, meer verantwoordelijkheid neemt voor de veiligheid in de eigen omgeving.

Onveiligheid en instabiliteit kunnen concrete belangen en waarden bedreigen. Missies en operaties worden door het kabinet ingezet om dit tegen te gaan. Zo is in Bosniƫ de missie EUFOR Althea gericht op behoud van stabiliteit. Soms zetten we bijdragen ook in om een boodschap uit te dragen over het belang van onze principes en de internationale rechtsorde, zoals de operaties in de Rode Zee die laten zien dat aanvallen op de vrije zeevaart niet ongestraft kunnen plaatsvinden. Een andere reden kan zijn om solidariteit en burden sharing met onze partners te betrachten. En soms zijn bijdragen van nut om een voet tussen de deur te houden of te voorkomen dat een situatie ontstaat waarin onze belangen kunnen worden bedreigd, bijvoorbeeld de groeiende samenwerking met de West-Afrikaanse kuststaten om de toenemende rol als transitregio voor drugssmokkel naar Europa en de uitbreiding van invloed van jihadistische groeperingen tegen te gaan.

De context van missies en operaties is altijd weerbarstig. De resultaten van inzet zijn sterk afhankelijk van welwillendheid van regeringen en andere partners ter plaatse en de internationale coalitie waarin we opereren. Nederland kan aan zoā€™n internationale coalitie (bijvoorbeeld een NAVO-, EU- of VN-missie of een coalition of the willing) een waardevolle bijdrage leveren, maar qua omvang is die relatief gezien doorgaans bescheiden.

We bezien weloverwogen met welke capaciteit, in welke omvang en in welk samenwerkingsverband een Nederlandse bijdrage of interventie het meest effectief kan zijn. Soms is dat een missie of operatie van significante omvang, maar soms kunnen juist doelgerichte, kleinschalige bijdragen of anderszins activiteiten (zoals oefeningen waarvan buitenlandpolitieke signaalwerking uitgaat, capaciteitsopbouw, (modulaire) politiecapaciteit of vroegtijdige kleinschalige aanwezigheid ten behoeve van een goede informatiepositie) de meest effectieve Ć©n haalbare vorm zijn om een doel te bereiken.

Het kabinet streeft hierbij naar onderlinge samenhang van de verschillende Nederlandse inspanningen. Dit betekent dat we de in deze brief beschreven inzet waar mogelijk en wenselijk ook ondersteunen met (economische) diplomatie en ontwikkelingshulp. Ook dat kunnen effectieve manieren zijn om instabiliteit te adresseren. In lijn met de Beleidsbrief Ontwikkelingshulp (Kamerstuk nr. 2025D07197, d.d. 20 februari 2025) investeert het kabinet op plekken waar dat in het Nederlands belang is met ontwikkelingshulp gericht in onze eigen veiligheid, bijvoorbeeld door bij te dragen aan het versterken van lokale politie en justitie, goed bestuur en een professionele veiligheidssector.3

Dit kabinet trekt lessen uit evaluaties van bijdragen aan missies en operaties en past deze lessen toe.4 Dit betekent dat we realistisch en transparant zijn over het karakter van de conflicten in de landen waar missies en operaties plaatsvinden, over de geopolitieke context, en over wat we wel en niet kunnen bereiken. We wegen risicoā€™s zorgvuldig, en monitoren en evalueren de Nederlandse bijdragen aan missies en operaties. Daarbij hebben we specifiek aandacht voor de risicoā€™s die missies en operaties met zich meebrengen voor de burgerbevolking in inzetgebieden.

Voorgenomen inzet: waar gaan we aan de slag?

In de bijlage bij deze brief geeft het kabinet een overzicht van de voorgenomen inzet (de nationale kaders voor voorgenomen missiebijdragen). Het betreft inzet van militair, civiel en politieel personeel in: i) Europa (Westelijke Balkan, Moldaviƫ en Zuidelijke Kaukasus); ii) het Midden-Oosten; iii) de Rode Zee-regio; iv) de Indo-Pacific; v) West-Afrika; en vi) kleinschalige missiebijdragen. Conform artikel 100 van de grondwet zal het kabinet, waar nodig, uw Kamer schriftelijk informeren over concrete uitwerking van deze inzet.

Het kabinet merkt daarbij op dat de mogelijkheid altijd bestaat dat op enig moment additionele inzet nodig is, bijvoorbeeld vanwege een bondgenootschappelijk verzoek of om in te spelen op onvoorziene ontwikkelingen. Daarnaast is het ook mogelijk dat het kabinet besluit inzet af te schalen,Ā bijvoorbeeld omdat doelen niet haalbaar blijken, vanwege veranderingen in de veiligheidssituatie of omdat een herprioritering van de beschikbare capaciteiten nodig blijkt.

Financiƫle aspecten

De in deze brief beschreven inzet van militair en civiel personeel wordt uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) gefinancierd dat onderdeel is van artikel 1 Inzet van de Defensiebegroting. De omvang van het BIV is structureel circa EUR 200 miljoen per jaar. Militaire activiteiten die niet in aanmerking komen voor financiering vanuit het BIV worden vanuit de Defensiebegroting gefinancierd. De internationale politiĆ«le inzet zoals vormgegeven in deze brief wordt bekostigd uit de bijzondere bijdrage ā€˜uitzendingen en IPS in ODA-landenā€™, zoals opgenomen in Begroting en Beheerplan Nationale Politie 2025-2029 (d.d. 17 september 2024).

De minister van Buitenlandse Zaken,





Caspar Veldkamp
De minister van Defensie,





Ruben Brekelmans
De minister voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingshulp,





Reinette Klever

De minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel

Bijlage: voorgenomen Nederlandse militaire, politiƫle en civiele bijdragen (nationale kaders) met looptijd: 2025 tot en met juni 2028

In deze bijlage vertaalt het kabinet de genoemde uitgangspunten en belangen naar voorgenomen militaire, civiele en politiƫle inzet. De nationale kaders van de bijdragen lopen tot en met juni 2028 tenzij anders aangegeven. Waar additionele informatievoorziening nodig is, bijvoorbeeld in het kader van art. 100 GW (Toetsingskader), benoemen we dit.

  1. Europa (Westelijke Balkan, Moldaviƫ en Zuidelijke Kaukasus)

Nederland heeft een direct veiligheidsbelang om verdere instabiliteit aan de grenzen van de EU te voorkomen. Het kabinet zal, conform het Regeerprogramma, landen op het Europese continent waarvan de bestaanszekerheid onder druk staat steunen. Het kabinet kiest daarom voor civiele, politiĆ«le en militaire inzet in de directe ring rondom Europa. Buiten de inzet ten behoeve van collectieve verdediging van het NAVO-grondgebied en de steun aan OekraĆÆne, die buiten het bestek van deze brief vallen, zal Nederland in de komende jaren zijn bijdragen aan stabiliteit, veiligheid en rechtsstaatontwikkeling toespitsen op de Westelijke Balkan; stabiliteit in ArmeniĆ« en GeorgiĆ«; en de weerbaarheid van MoldaviĆ« tegen Rusland.

De stabiliteit in Bosniƫ en Herzegovina en Kosovo staat onder druk. Om die reden is EU- en NAVO-betrokkenheid van belang. Het kabinet verkent daarom de mogelijkheid om een nieuwe bijdrage met een infanteriecompagnie aan de militaire operatie EUFOR Althea in Bosniƫ en Herzegovina te leveren, en de bijdrage van het field human intelligence team en de staffunctionarissen voort te zetten. Bij een positief voornemen zal het kabinet uw Kamer op korte termijn via een artikel 100-brief nader over deze voorgenomen bijdrage informeren.

Verder is Nederland de komende jaren aanwezig in verschillende andere civiele, politiƫle en militaire missies op de Westelijke Balkan. Het kabinet stelt een nationaal kader vast voor circa vijftien civiele functionarissen per jaar voor de European Union Rule of Law missie EULEX Kosovo en het EU kantoor in Kosovo. Ook draagt Nederland vanaf april 2025 met een Imagery Intelligence analist bij aan de NAVO-missie in Kosovo (KFOR).

Moldaviƫ en Armeniƫ zijn kwetsbare Europese landen waarvan het kabinet de stabiliteit en veiligheid wil versterken. In Moldaviƫ doen we dit door financiƫle steun te bieden aan en een nationaal kader vast te stellen voor de European Union Partnership Mission (EUPM) Moldaviƫ (circa tien personen per jaar) en de European Union Border Assistance Mission (EUBAM) Moldaviƫ (circa vijf personen per jaar) en via bilaterale veiligheidssamenwerking (ƩƩn persoon per jaar). Voor Armeniƫ stelt het kabinet de komende jaren maximaal vijftien adviseurs en/of waarnemers (per jaar) beschikbaar aan de monitoringsmissie European Union Mission in Armenia (EUMA) en voor Georgiƫ circa vijftien personen per jaar aan de European Union Monitoring Mission in Georgia (EUMM). Aanvullende mogelijkheden tot ondersteuning, multilateraal en bilateraal, worden doorlopend onderzocht.

  1. Midden-Oosten

Stabiliteit in het Midden-Oosten is een direct Nederlands belang. Daarbij heeft het kabinet in het bijzonder aandacht voor de ontwikkelingen in Irak en Syriƫ vanwege de dreiging van een opleving van terrorisme. Hoewel ISIS in 2019 territoriaal is verslagen, is deze dreiging niet weg. Er is nog steeds een aanzienlijk aantal IS-strijders aanwezig in Irak en Syriƫ. De situatie in de opvangkampen en gevangenissen in Noordoost-Syriƫ is zorgelijk. Tijdens de hoogtijdagen van ISIS kwamen massale migratiestromen op gang, zowel binnen de regio als richting Europa.

Na recente verlenging van relatief grootschalige militaire bijdragen aan de NAVO-Missie in Irak (NMI) en (eerder) aan operatie Inherent Resolve (OIR) van de VS-geleide anti-ISIS coalitie, zet het kabinet op korte termijn niet in op hernieuwde grootschalige Nederlandse militaire presentie in Irak. De circa 280 Nederlandse militairen die nu in Irak ontplooid zijn ten behoeve van NMI keren tussen mei en juni 2025 terug. Nederland zal vervolgens kleinschalig bijdragen met circa twintig civiele en militaire adviseurs aan NMI. Daarnaast blijft het kabinet met circa vijfentwintig militaire adviseurs, trainers en liaisons aan de anti-ISIS coalitie bijdragen. Deze adviseurs, trainers en liaisons opereren vanaf verschillende coalitie locaties zowel binnen als buiten Irak. Ook zal het kabinet met civiele instrumenten de hervorming van de Iraakse veiligheidssector steunen. Dat doen we om behaalde resultaten in de strijd tegen ISIS duurzaam te bestendigen en vanuit bondgenootschappelijk perspectief. Het kabinet blijft de situatie in Irak en Syriƫ nauwgezet monitoren. Indien er noodzaak of aanleiding ontstaat voor opnieuw een grotere bijdrage in Irak of elders in het Midden-Oosten, behoudt het kabinet de mogelijkheid om dit te overwegen.

Daarnaast levert Nederland de komende periode op kleine schaal bijdragen aan internationale missies ten behoeve van de stabiliteit in Israƫl, de Palestijnse gebieden en Libanon (zie verderop onder kleinschalige missiebijdragen).

  1. Rode Zee

De aanvallen van de Houthiā€™s op de internationale scheepvaart en marineschepen vormen een bedreiging van de maritieme veiligheid, het beginsel van vrije doorvaart en van stabiliteit in de regio. Na het staakt-het-vuren in Gaza zijn de aanvallen op de vrije doorvaart in aantal afgenomen, maar de situatie blijft onvoorspelbaar en de Houthi-dreiging voor de vrije doorvaart is niet weg.

Het kabinet blijft bijdragen aan de internationale inspanningen om de vrije doorvaart in de Rode Zee te bevorderen. Het kabinet onderzoekt daarom of het in 2025 met luchttankercapaciteit kan bijdragen aan operaties in de Rode Zee. Complementair hieraan blijft Nederland zich inzetten voor stabiliteit en veiligheid in Jemen middels programmering op conflictbemiddeling, ontmijning en het versterken van de rechtsstaat. Op de langere termijn is het kabinet voornemens aan de maritieme veiligheid in de regio bij te dragen door inzet van een marineschip als de context daarom vraagt. Uw Kamer wordt te zijner tijd separaat nader geĆÆnformeerd over deze bijdrage. Daarnaast verlengt het kabinet tot en met eind mei 2025 de inzet van stafofficieren in de EU-missie Aspides (circa tien staffunctionarissen) en Operation Poseidon Archer (OPA, Ć©Ć©n niet-operationele stafofficier). Naast de bijdrage aan de verschillende operaties in de Rode Zee is Nederland met circa vijf staffunctionarissen vertegenwoordigd in de Combined Maritime Forces (CMF), een internationaal maritiem hoofdkwartier gevestigd in Bahrein.

  1. Indo-Pacific

De Indo-Pacific vormt de belangrijkste economische groeiregio in de wereld en in toenemende mate ook een geopolitiek zwaartepunt. Europa en de Indo-Pacific zijn in toenemende mate met elkaar verbonden. Maritieme stabiliteit en veiligheid in de Indo-Pacific is nadrukkelijk in het Nederlands belang. De Verenigde Staten en Aziatische partners vragen om Europese en specifiek ook Nederlandse betrokkenheid. Het kabinet wil de Nederlandse bondgenootschappelijke, economische en veiligheidsbelangen beschermen en streeft daarom naar jaarlijkse militaire aanwezigheid in de regio, zodat de banden met de landen in de regio worden versterkt. Het kabinet is voornemens elke twee jaar een maritieme presentie te realiseren zoals eerder in 2021 en 2024, met een eerstvolgende presentie in 2026. Uw Kamer wordt hierover nader geĆÆnformeerd. In de overige jaren wil het kabinet militair aanwezig zijn in de regio met andere activiteiten, zoals zichtbare, strategische oefeningen of door middel van (kleinschalige) aanwezigheid van speciale eenheden ten behoeve van beeldopbouw en partnerschappen.

Het kabinet beoogt bovengenoemde inzet te versterken door middel van diplomatieke inspanningen, (hoog)ambtelijke en militaire bezoeken, het creƫren en benutten van economische kansen, onder ander ten aanzien van de defensie-industrie, politiesamenwerking, kennisuitwisseling, capaciteitsopbouw (onder andere ten aanzien van UNCLOS) en veiligheidsdialogen.

  1. Sahel en West-Afrika

Het kabinet kiest voor een beperkte aanwezigheid in de Sahel en West-Afrika vanwege het Nederlandse belang in het tegengaan van irreguliere migratie, het versterken van grensbeheer en het bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme in deze regio. Met de Nederlandse bijdragen beoogt het kabinet een beperkte vorm van samenwerking met bepaalde landen, met name in de West-Afrikaanse kuststaten, om zo een voet tussen de deur houden en daarmee onze Nederlandse belangen te behartigen. Ook draagt deze bijdrage bij aan de geoefendheid van de krijgsmacht.

Het kabinet stelt daarom nationale kaders vast voor de volgende missies en initiatieven: European Union Security and Defense Initiative Gulf of Guinee (EU SDI GoG; modulair circa twintig personen) en EUCAP Sahel Mali (circa zeven personen). Nederland heeft in het kader van Early Forward Presence SOF een Special Operations Liaison Element (SOLE) in West-Afrika. Op kleine schaal trainen Nederlandse politiefunctionarissen en speciale eenheden Ivoriaanse eenheden en mogelijk in de toekomst ook eenheden uit Senegal. Het kabinet blijft openstaan voor mogelijkheden voor kleinschalige veiligheidssamenwerking indien deze onze belangen dient.

  1. Kleinschalige bijdragen

Het kabinet kiest er tot slot voor in de volgende gevallen geen grootschalige bijdragen beschikbaar te stellen, maar wel een kleinschalige om zo een beperkte en toch waardevolle bijdrage te leveren aan de doelen van de missie, een boodschap uit te dragen, een bijdrage aan burden sharing te leveren en/of een informatiepositie te verwerven of te behouden.

Westelijke Balkan

Het kabinet verkent de mogelijkheid tot een bredere invulling van de politiĆ«le bijdrage aan missies op de Westelijke Balkan, waaronder de veldmissie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Uw Kamer wordt hierover op een later moment geĆÆnformeerd.

Irak

Het kabinet verlengt het nationaal kader voor circa zeven civiele en politiƫle adviseurs binnen de European Union Advisory Mission (EUAM) in Irak. Naast het belang dat het kabinet hecht aan burden sharing, richt deze missie zich op versterking van de binnenlandse veiligheidsstructuren en is daarmee complementair aan het werk van NMI en OIR. In de Koerdische Autonome Regio (KAR) draagt Nederland bescheiden bij met ƩƩn militaire adviseur aan de multinationale inspanningen op het Ministry of Peshmerga Affairs (MoPA), om zo ook de Koerdische autoriteiten te ondersteunen bij de versterking van de Peshmerga.

IsraĆ«l ā€“ Palestijnse Gebieden ā€“ Libanon

Op kleine schaal draagt het kabinet in de komende jaren bij aan verschillende missies voor vredeshandhaving en -monitoring, alsook de ondersteuning van veiligheidssectoren vanuit de vier betrokken departementen ten behoeve van de veiligheid en stabiliteit in IsraĆ«l, de Palestijnse gebieden en Libanon. Dat doen we ook ten behoeve van het behouden van een goede informatiepositie en ā€™burden sharingā€™. Specifiek stelt het kabinet nationale kaders vast voor bijdragen aan: Office of Security Coordination for Israel and the Palestinian Authority (OSC) met circa zeven personen, European Union Police Coordinating Office for Palestinian Police Support (EUPOL COPPS) met circa vijf personen, United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) met Ć©Ć©n persoon en United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) met circa twaalf personen.

OSC, EUPOL COPPS en European Union Border Assistance Mission in Rafah (EUBAM Rafah) onderzoeken plannen voor een mogelijke rol in Gaza. Daarbij is een concreet verzoek voor intensivering van de Nederlandse bijdrage mogelijk. In lijn met het kabinetsbeleid voor een twee-staten-oplossing volgt het kabinet de ontwikkelingen in Gaza op de voet en zal het in de toekomst afwegen of het wenselijk is om de Nederlandse bijdrage te herzien.

Daarnaast worden, naast financiƫle steun, de mogelijkheden voor steun aan de Lebanese Armed Forces (LAF) via een bescheiden personele bijdrage in kaart gebracht. In Libanon is tevens een SOLE aanwezig.

Indo-Pacific ā€“ Japan en Zuid-Korea

Het kabinet zal een personele bijdrage leveren van Ć©Ć©n persoon aan de Pacific Security Maritime Exchange/Enforcement Coordination Cell (PSMX/ECC). Op deze manier ondersteunt Nederland het naleven van de sancties die in VN-verband zijn opgelegd aan Noord-Korea. Verder continueert het kabinet de Nederlandse bijdrage aan United Nations Command (UNC) Zuid-Korea met circa drie personen, indien uit de evaluatie blijkt dat ook een langere betrokkenheid van Nederland wenselijk is. Daarnaast zal op continue basis worden ingezet op het aanhalen en onderhouden van de Nederlandse banden met belangrijke partners in de regio.

Middellandse Zee regio - Libiƫ

De voortdurende instabiliteit in LibiĆ«, als gevolg van het ontstane machtsvacuĆ¼m in het land, draagt een veiligheidsrisico in zich voor Nederland en Europa Ć©n maakt van LibiĆ« een belangrijk doorvoerland voor irreguliere migratie. Het kabinet kiest ervoor een bescheiden personele bijdrage te leveren aan de internationale inspanningen om het Libische grensbeheer te versterken en de VN-inspanningen te ondersteunen, en stelt een nationaal kader vast van circa vijf personen voor een bijdrage aan de European Union Border Assistance Mission (EUBAM) en van circa twee personen voor een bijdrage aan de United Nations Support Mission in Libya (UNSMIL).

Afrika ā€“ Hoorn van Afrika

De Hoornregio lijdt al langere tijd onder aanhoudende instabiliteit en is in toenemende mate ook het toneel van geopolitieke competitie, onder andere gelinkt aan ontwikkelingen in de Rode Zee en ook het bredere Midden-Oosten. Gezien de moeilijke omstandigheden is het ambitieniveau van het kabinet in de regio beperkt, maar middels bescheiden bijdragen beoogt het kabinet wel de inspanningen van de EU te ondersteunen om piraterij en terrorisme tegen te gaan. Concreet stelt het kabinet voor Somaliƫ nationale kaders vast voor: European Union Capacity Building Mission (EUCAP) Somaliƫ (circa zes personen), European Union Training Mission (EUTM) Somaliƫ (ƩƩn persoon ) en de anti-piraterij-operatie European Union Naval Force (EUNAVFOR) Atalanta (circa twee personen). In Zuid-Soedan stopt het kabinet de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Zuid-Soedan (UNMISS).

Latijns-Amerika ā€“ Colombia

Ter ondersteuning van de bredere inzet van Defensie in het Caribisch gebied, zal Nederland een SOLE ontplooien in Colombia en CuraƧao.


  1. Met deze brief werkt het kabinet ook de afspraak in het Regeerprogramma (36 471 nr. 96, d.d. 13 september 2024) uit dat ā€œHet van belang [is] om invulling te blijven geven aan internationale missies buiten het NAVO- en EU-grondgebied, in het kader van het bevorderen van de internationale rechtsorde. De geografische prioriteit voor landen in de bredere nabuurregio van Europa zal worden meegewogen bij de inzet van militair, politie en civiel personeel voor zulke missies.ā€ā†©ļøŽ

  2. CBS Nederland Handelsland 2024 (Nederland Handelsland - export, import en investeringen, 2024 | CBS).ā†©ļøŽ

  3. Beleidsbrief Ontwikkelingshulp (Kamerstuk nr. 36 180 nr. 133, d.d. 20 februari 2025).ā†©ļøŽ

  4. Onder andere: ā€œEen missie in een missie: De Nederlandse bijdrage aan MINUSMA 2014-2019ā€, d.d. augustus 2022; ā€œEindevaluatie Nederlandse bijdrage RSM Afghanistanā€, d.d. 19 mei 2023; ā€œNederlandse bijdrage aan stabiliteit, veiligheid en rechtsorde in fragiele contextenā€, d.d. augustus 2023; ā€œRapport: Commissie van onderzoek wapeninzet Hawijaā€, d.d. 26 januari 2025.ā†©ļøŽ