Antwoord op vragen van de leden Inge van Dijk, Krul en Vedder over het bericht 'Zie de mens, niet het getal'; Senioren lopen aan tegen 'discriminatie op basis van leeftijd', ouderenorganisatie luidt noodklok'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2025D15112, datum: 2025-04-04, bijgewerkt: 2025-04-04 17:22, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.J.M. Uitermark, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit Nieuw Sociaal Contract kamerlid)
- Mede namens: E.E.W. Bruins, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit ChristenUnie kamerlid)
- Mede namens: V. Maeijer, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit PVV kamerlid)
- Mede namens: Y.J. van Hijum, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit Nieuw Sociaal Contract kamerlid)
- Mede namens: E. Heinen, minister van Financiën (Ooit VVD kamerlid)
- Mede namens: B. Madlener, minister van Infrastructuur en Waterstaat (Ooit PVV kamerlid)
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij antwoord op vragen van de leden Inge van Dijk, Krul en Vedder over het bericht 'Zie de mens, niet het getal'; Senioren lopen aan tegen 'discriminatie op basis van leeftijd', ouderenorganisatie luidt noodklok'
Onderdeel van zaak 2025Z00560:
- Gericht aan: V. Maeijer, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Gericht aan: M. Agema, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Indiener: M.E. Esmeijer, griffier
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Onderdeel van zaak 2025Z01582:
- Gericht aan: E.E.W. Bruins, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Gericht aan: E. Heinen, minister van Financiën
- Gericht aan: M. Agema, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Gericht aan: B. Madlener, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Gericht aan: V. Maeijer, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Gericht aan: Y.J. van Hijum, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Gericht aan: D.S. Beljaarts, minister van Economische Zaken
- Gericht aan: J.J.M. Uitermark, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Indiener: I. (Inge) van Dijk, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: H.M. Krul, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: E.C. Vedder, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
2025Z01582
(ingezonden 30 januari 2025)
Vragen van de leden Inge van Dijk, Krul en Vedder (allen CDA) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Financiën, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Economische Zaken en van Infrastructuur en Waterstaat, over het bericht 'Zie de mens, niet het getal'; Senioren lopen aan tegen 'discriminatie op basis van leeftijd', ouderenorganisatie luidt noodklok'
Vraag 1
Zou u willen reageren op elk van de bevindingen in het artikel ''Zie de
mens, niet het getal'. Senioren lopen aan tegen 'discriminatie op basis
van leeftijd', ouderenorganisatie luidt noodklok''? 1)
Antwoord 1
Leeftijdsdiscriminatie is een ernstig verschijnsel. We spreken van
leeftijdsdiscriminatie als leeftijd ten onrechte wordt gebruikt als
onderscheidmakend criterium. Voor onderscheid op grond van leeftijd kan
soms een goede reden zijn, waardoor het onderscheid gerechtvaardigd is.
In het Commissiedebat over discriminatie van 29 januari jongstleden heb
ik aangeven dat ik graag met ANBO-PCOB in gesprek ga over het onderzoek
waarover dit artikel gaat. Daarbij wil ik ook graag bespreken welke
redenen worden gegeven als ouderen tegen onderscheid op grond van
leeftijd aanlopen.
Vraag 2
Wat vindt u van het feit dat maar liefst een op de drie 65-plussers in
Nederland te maken heeft gehad met discriminatie op basis van hun
leeftijd?
Antwoord 2
Het gegeven dat zoveel ouderen leeftijdsdiscriminatie ervaren is voor
mij aanleiding om met ANBO-PCOB verder te spreken over de resultaten van
dit onderzoek, om te bezien welke aanpak nodig is om dit cijfer omlaag
te brengen.
Vraag 3
Hoe brengt u discriminatie op basis van leeftijd in kaart? Welke
onderzoeken zijn er gedaan naar discriminatie op basis van leeftijd?
Welke onderzoeken naar discriminatie op basis van leeftijd zijn nu
gaande?
Antwoord 3
Jaarlijks wordt er onderzoek gedaan naar alle meldingen en registraties
van (ervaren) discriminatie bij de antidiscriminatievoorzieningen
(adv’s), het Meld.Online Discriminatie (MOD), het College voor de
Rechten van de Mens (CRM), de Nationale Ombudsman en de
Kinderombudsman.1 Dit rapport bevat ook cijfers van de
verschillende instanties over leeftijdsdiscriminatie. De meldcijfers
over 2024 zullen eind april 2025 worden gepubliceerd.
Daarnaast wordt met de Werkgevers Enquête Arbeid (WEA) en de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) het arbeidsbeleid in Nederland vanuit het perspectief van werkgevers en werknemers gemonitord. Hierbij wordt ook gekeken naar ervaren discriminatie op de werkvloer. De WEA wordt elke twee jaar uitgevoerd door TNO en de NEA wordt elk jaar uitgevoerd door CBS en TNO. De volgende WEA staat voor 2026 gepland. De NEA van 2024 zal dit voorjaar gepubliceerd worden.
Vraag 4
Zou u inzicht willen geven in de bij u al bekende cijfers op het gebied
van discriminatie op basis van leeftijd?
Antwoord 4
Uit het rapport “Discriminatiecijfers in 2023” zien we dat in dat jaar
232 meldingen van leeftijdsdiscriminatie binnen zijn gekomen bij adv’s
op een totaal van 6.351 meldingen. De meeste meldingen over
leeftijdsdiscriminatie gaan over uitsluiting op de arbeidsmarkt.2
Uit de Monitor Discriminatiezaken in 2024 blijkt dat het CRM in dat jaar
99 meldingen ontving over leeftijdsdiscriminatie op in totaal 1.847
meldingen. Het CRM behandelde 32 verzoeken om een oordeel over
leeftijdsdiscriminatie op in totaal 621 verzoeken.3
In de NEA van 2023 gaf 11% van de werknemers aan zich gediscrimineerd te
voelen op het werk in de afgelopen 12 maanden. Discriminatie vanwege
afkomst (2,9%) kwam het meest voor op de voet gevolgd door leeftijd
(2,6%).4
Vraag 5
Zou u op elk van de in het aangehaalde nieuwsartikel genoemde
voorbeelden en aspecten van discriminatie op basis van leeftijd willen
reflecteren en daarbij willen ingaan op de vraag waarom het hier
discriminatie op basis van leeftijd betreft, wat de impact van die vorm
van discriminatie op basis van leeftijd is in het leven van mensen en
waarom dit aspect van discriminatie op basis van leeftijd aangepakt zou
moeten worden?
Antwoord 5
In het artikel komen mensen aan het woord die zich gediscrimineerd
voelen vanwege hun leeftijd vanwege de afwijzing voor een
vrijwilligersfunctie, een medische behandeling, het verlagen van de
limiet van een creditcard en het niet verlengen van een contract voor
een leaseauto. Zonder op individuele gevallen in te kunnen gaan, vind ik
het onacceptabel als mensen ten onrechte vanwege hun leeftijd worden
buitengesloten van (vrijwilligers)werk of bepaalde diensten. Uit het
artikel blijkt dat leeftijdsdiscriminatie, net als andere vormen van
discriminatie, op de betrokkenen een grote impact kan hebben.
De Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid verbiedt
leeftijdsdiscriminatie bij werk en beroepsonderwijs. De wet is ook van
toepassing op de toegang tot vrijwilligerswerk. Ouderen die
leeftijdsdiscriminatie ervaren kunnen hun zaak voorleggen aan het CRM,
die kan oordelen over de vraag of in een voorliggend geval sprake is van
onderscheid op grond van leeftijd en zo ja, of de organisatie die voor
de afwijzing verantwoordelijk is daarvoor een objectieve rechtvaardiging
heeft aangevoerd. Uit de uitspraken van het College blijkt dat
bijvoorbeeld een afwijzing voor een vrijwilligersfunctie op de betrokken
een enorme impact kan hebben.
Vraag 6
Welke actieplannen zijn er om discriminatie op basis van leeftijd in het
financiële domein aan te pakken?
Antwoord 6
Er zijn geen speciale actieplannen die zich specifiek richten op
discriminatie op basis van leeftijd in het financiële domein.
Vraag 7
Bent u bekend met discriminatie op basis van leeftijd op het gebied van
de limieten van creditcards? Zo nee, zou u dit in kaart willen laten
brengen? Zo ja, zou u deze informatie willen delen met de Kamer?
Antwoord 7
De minister van Financiën heeft geen signalen ontvangen dat sprake is
van leeftijdsdiscriminatie bij het bepalen van de kredietlimiet bij
creditcards. De Autoriteit Financiële Markten (de AFM) heeft op navraag
eveneens aangegeven nauwelijks signalen te ontvangen over consumenten
die leeftijdsdiscriminatie ervaren bij creditcards. Op basis hiervan
ziet de AFM geen aanleiding voor nader onderzoek. Gelukkig heeft ook
maar 1% van de respondenten van het surveyonderzoek van ANBO-PCOB
(allemaal 65 jaar of ouder) aangegeven uitsluiting of benadeling te
hebben ervaren bij het aanvragen van een creditcard. Desalniettemin
benadrukt de minister van Financiën dat discriminatie altijd
onacceptabel is, en dat banken en creditcardbedrijven de plicht hebben
om zoveel mogelijk maatregelen te nemen om dit tegen te gaan.
Hoewel dit voor de meeste creditcards niet verplicht is, voeren veel
banken en creditcardbedrijven een kredietwaardigheidsbeoordeling van hun
klanten uit voordat zij overgaan tot het verschaffen van een creditcard
en het bepalen van de kredietlimiet. Variabelen waarnaar hierbij wordt
gekeken, zijn onder meer de hoogte en bron van de inkomsten van een
consument. Hoewel de leeftijd soms indirect kan worden afgeleid uit de
bron van inkomsten, speelt deze in beginsel geen rol bij de beoordeling.
Wel is het mogelijk dat de hoogte van de kredietlimiet op een gegeven
moment niet meer passend is voor een consument die bijvoorbeeld niet
meer werkt, van een AOW moet rondkomen en daardoor minder inkomsten
heeft. Het belang van de klant staat bij een herbeoordeling van een
kredietlimiet centraal.
Vraag 8
Zou u bij de voorgaande vraag ook willen ingaan op wat u concreet gaat
doen om dit tegen te gaan?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 7. Er is momenteel geen aanleiding om acties
te ondernemen.
Vraag 9
Zou u bij de voorgaande twee vragen ook willen ingaan op welke
verantwoordelijkheid banken en creditcardbedrijven op dit gebied
hebben?
Antwoord 9
Ik verwijs naar het antwoord op de vragen 7 en 8.
Vraag 10
Hoe reflecteert u op het gegeven dat discriminatie op basis van leeftijd
plaatsvindt in een sociale context waarbij mensen wellicht discriminatie
kunnen ervaren, terwijl degene die dit overbrengt dit niet bedoeld heeft
als discriminatie op basis van leeftijd?
Antwoord 10
Net als andere vormen van discriminatie kan leeftijdsdiscriminatie zowel
bewust als onbewust plaatsvinden. In het juridisch kader is niet
relevant of discriminatie bewust of onbewust is. Het gaat er om of er
voor het maken van onderscheid op grond van leeftijd een objectieve
rechtvaardiging is of niet. Vooral ouderen lopen vaak tegen onbewuste
vooroordelen aan. Daarom is het goed dat het onderzoek van ANBO-PCOB
duidelijk maakt dat onderscheid op grond van leeftijd op diverse
terreinen voorkomt en laat zien dat veel ouderen leeftijdsdiscriminatie
ervaren. Ik hoop dat dit leidt tot meer aandacht voor het tegengaan van
onterechte uitsluiting van ouderen.
Vraag 11
Hoe beziet u in het licht van de vorige vraag de discussie over
discriminatie op basis van leeftijd binnen het terrein van werksituaties
en arbeidsverhoudingen, zoals het bewust of onbewust doen van aannames
over inzetbaarheid, promotiemogelijkheden, etcetera?
Antwoord 11
Discriminatie op de arbeidsmarkt komt in Nederland nog altijd voor en
blijft een hardnekkig probleem. Teveel mensen krijgen te maken met
ongelijke kansen op basis van bijvoorbeeld afkomst, geslacht en ook
leeftijd. Arbeidsmarktdiscriminatie kan ontstaan vanuit kwaadwillende
motieven, maar vaker gebeurt het vanuit onbewuste vooroordelen en
onbekendheid. In beide gevallen is dit onacceptabel en zorgt
arbeidsmarktdiscriminatie ervoor dat mensen zich niet geaccepteerd
voelen. Mensen die gediscrimineerd worden ervaren meer stress, verzuimen
vaker en leven ook vaker in armoede. Het zorgt er tevens voor dat talent
onbenut blijft, terwijl iedereen op dit moment nodig is op de
arbeidsmarkt. Arbeidsmarktdiscriminatie moet daarom zoveel mogelijk
worden voorkomen. Om deze reden zet het kabinet in op het aanpakken van
arbeidsmarktdiscriminatie en de bewustwording van werkgevers en
werknemers op dit gebied.
Vraag 12
Welke actieplannen zijn er om discriminatie binnen werksituaties en op
de arbeidsmarkt aan te pakken?
Antwoord 12
Dit jaar loopt het actieplan arbeidsmarktdiscriminatie 2022-2025 af. De
aanpak van arbeidsmarkdiscriminatie, het bevorderen van gelijkwaardige
kansen en het creëren van bewustwording rond diversiteit en inclusie
vraagt echter om onverminderde inzet. Daarbij is het van belang om de
aanpak meer te richten op wat werkgevers en werknemers echt nodig
hebben. Daarom zal de inzet gecentraliseerd worden onder het onlangs
aangekondigde Offensief Gelijke Kansen.5 Dit
is een grondenbrede aanpak omdat uitsluiting op basis van bijvoorbeeld
afkomst en geslacht net zo onacceptabel is als uitsluiting op basis van
leeftijd. Het Offensief zal langs drie pijlers bijdragen aan het
tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie:
het ondersteunen en faciliteren van werkgevers bij het creëren van gelijke kansen;
het in positie brengen van werknemers, zodat zij zich bewust zijn van hun rechten en er effectief opvolging wordt gegeven, daar waar discriminatie voorkomt;
het monitoren van het voordoen van arbeidsmarktdiscriminatie.
Vraag 13
Bent u bekend met discriminatie op het gebied van leeftijd bij de
verhuur van voertuigen? Zo nee, zou u dit in kaart willen brengen? Zo
ja, zou u mogelijke maatregelen willen opsommen om dit tegen te
gaan?
Antwoord 13
Het is bekend dat verhuur van (deel)voertuigen door sommige aanbieders
voor bepaalde leeftijdscategorieën is uitgesloten of dat hier meerkosten
voor zijn. Het beeld is dat dit zowel het geval is bij jongeren als bij
ouderen. Verzekeraars gebruiken rekenmodellen en risico-inschattingen om
de premie te berekenen. Bij sommige leeftijdscategorieën schatten ze
deze risico’s anders in.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is bereid om een
onderzoek uit te (laten) voeren naar verzekeringen en de premies van de
verhuur van voertuigen. In het kader van verzekeringen van
deelvoertuigen is eerder ook al met uw Kamer hierover gesproken zoals
bij het Commissiedebat auto van 15 juni 2023 en is eerder in een
Kamerbrief ook ingegaan op het vraagstuk verzekeren.6
Het ministerie krijgt vanuit het in 2023 gestarte samenwerkingsprogramma
Natuurlijk!Deelmobiliteit eveneens signalen dat het vraagstuk van
verzekeringen ook speelt bij deelmobiliteit en ook voor deelauto’s. Zo
heeft een grote aanbieder van deelauto’s eind 2024 de minimumleeftijd
verhoogd van 18 naar 21 jaar en een eis gesteld van minimaal 12 maanden
rijbewijsbezit. Het voornemen is om voor de zomer te starten met het
onderzoek en daarin ook ervaringen van de markt en de reeds gedane
pilots mee te nemen. Bovendien zal het gesprek worden aangegaan met
verzekeraars over mogelijke maatregelen. Na afronding, beoogd eind van
dit jaar, zal het onderzoek door de bewindspersonen van IenW naar de
Kamer worden gestuurd.
Vraag 14
Zou u bij de voorgaande vraag ook willen aangeven welke van deze
maatregelen u gaat uitvoeren?
Antwoord 14
Ja, zie het antwoord op vraag 13.
Vraag 15
Welke actieplannen zijn er om juist in te zetten op de meerwaarde die
senioriteit met zich meebrengt, zoals wijsheid en levenservaring?
Antwoord 15
Er zijn voor zover mij bekend geen actieplannen die daarop inzetten. Het
kabinet ziet de meerwaarde die senioriteit met zich meebrengt,
bijvoorbeeld op het werk. Het is aan werkgevers om op een goede manier
vorm te geven aan de overdracht van kennis en vaardigheden van ervaren
medewerkers aan jongere collega’s.
Vraag 16
Hoe reflecteert u in het licht van de voorgaande drie vragen op
discriminatie op basis van leeftijd bij bijvoorbeeld
autoverhuurbedrijven, waarbij senioriteit meer dan eens juist ruimere
rijervaring betekent?
Antwoord 16
Het CBR is belast met het beoordelen van de rijvaardigheid. Om te mogen
rijden, moet iemand geestelijk en lichamelijk gezond zijn. Vanaf de
leeftijd van 75 jaar is een 5-jaarlijkse keuring om dit te beoordelen.
Zoals in het antwoord op vraag 13 aangegeven is het bekend dat
verzekeraars op basis van hun rekenmodellen de premies berekenen en dat
leeftijd en de duur van het rijbewijsbezit hier soms ook een onderdeel
van uitmaken. Op dit moment heeft het ministerie van Infrastructuur en
Waterstaat nog geen gedetailleerd beeld van deze situatie. Het is daarom
lastig om hierover een onderbouwd standpunt te geven. Mocht er een
situatie voordoen waarbij er een vermoeden bestaat van
leeftijdsdiscriminatie, kan er altijd een klacht worden ingediend bij de
aanbieder van een huur/deelvoertuig.
Vraag 17
Hoe beziet u discriminatie op basis van leeftijd in het licht van de
toenemende vergrijzing?
Antwoord 17
Ouderen vormen een essentieel onderdeel van onze samenleving. Zeker met
het oog op de vergrijzing heeft de samenleving ouderen hard nodig. Veel
ouderen verrichten vrijwilligerswerk binnen ziekenhuizen, de lokale
politiek, verenigingen en andere organisaties. Uit het onderzoek van
ANBO-PCOB blijkt dat een op de vijf ouderen weleens ontmoedigd is om
iets te proberen na ervaren leeftijdsdiscriminatie. Juist omdat we door
de vergrijzing als samenleving in de toekomst alleen maar vaker een
beroep zullen moeten doen op ouderen, moet leeftijdsdiscriminatie worden
tegengegaan zodat ouderen gemotiveerd blijven om mee te
doen.
Vraag 18
Zou u voorgaande vraag ook willen beantwoorden in het licht van het feit
dat toenemende vergrijzing zorgt voor een noodzaak dat in veel sectoren
juist extra mensen, in het bijzonder ook mensen op gevorderde leeftijd,
nodig zijn in de economie, en dat discriminatie op basis van leeftijd
mensen juist zal afhouden van doorwerken op latere leeftijd?
Antwoord 18
Leeftijdsdiscriminatie mag nooit een barrière zijn voor mensen om door
te werken op een latere leeftijd. Daarom is het goed dat we zien dat in
Nederland ouderen rond de pensioensleeftijd steeds langer participeren
op de arbeidsmarkt.7 Toch laat onderzoek van het NIDI en
de ANBO-PCOB zien dat 50-plussers en 65-plussers vaker
leeftijdsdiscriminatie ervaren op de arbeidsmarkt, ook bij het
solliciteren naar een nieuwe baan.8 Ook vanuit een
economisch perspectief is het kwalijk als 50-plussers minder werken dan
zij willen en kunnen. Zeker in het licht van de toenemende vergrijzing
is het essentieel dat iedereen die een bijdrage kan leveren, dit ook kan
doen. De 'grijze druk' - het aantal ouderen ten opzichte van het aantal
mensen van werkende leeftijd – blijft de komende decennia immers
toenemen. Dit stelt de samenleving voor grote uitdagingen, onder meer
bij het openhouden van sociale voorzieningen en het in stand houden van
economische groei. Daarom is het nu, maar al helemaal in de toekomst,
belangrijk dat iedereen die zijn steentje wil bijdragen dit ook kan doen
en niet belemmerd wordt door discriminatie op basis van leeftijd.
Vraag 19
Zijn er cijfers en onderzoeken bekend van de economische impact van
discriminatie op basis van leeftijd? Zo ja, zou u die met de Kamer
willen delen, welke conclusies trekt u daaruit en welke acties bent u
van plan om uit te voeren? Zo nee, zou u deze impact willen laten
onderzoeken?
Antwoord 19
Er is voor de Nederlandse context geen specifiek onderzoek naar de
economische impact van discriminatie op basis van leeftijd. Het kabinet
acht een dergelijk onderzoek ook niet nodig omdat leeftijdsdiscriminatie
ten alle tijden ongewenst is, ongeacht de economische impact
ervan.
Vraag 20
Zou u willen reageren op het onderzoek naar leeftijdsdiscriminatie van
ANBO-PCOB en zou u daarbij op elk van de conclusies en aanbevelingen
afzonderlijk willen ingaan? 2)
Antwoord 20
Elk geval van discriminatie is er één te veel. Als senioren
discriminatie ervaren bij bijvoorbeeld het aanvragen van een lening of
een creditcard, is dat zeer vervelend. Zoals hierboven in antwoord op
vraag 7 is aangegeven, zou het kunnen gebeuren dat bepaalde leningen of
creditcards vanaf een bepaald moment niet meer passen bij een meer
seniore consument die niet meer werkt en rondkomt van een AOW. In dat
geval is het ook de verantwoordelijkheid van financiële instellingen om
– in het belang van de consument – een lening of limiet opnieuw te
beoordelen. Daarnaast is het zo dat de minister van Financiën – ook op
navraag bij de AFM – nauwelijks signalen ontvangt over
leeftijdsdiscriminatie in het financiële domein. Er is daarom geen
aanleiding om op dit punt tot actie over te gaan.
Momenteel is de minister van VWS bezig met een beleidsreactie op het
rapport “Leeftijd is maar een getal”.9 In deze beleidsreactie
zal zij ook terugkomen op de resultaten en conclusies van dit onderzoek.
De Tweede Kamer ontvangt deze beleidsreactie voor de zomer, zoals eerder
gecommuniceerd.10
Het onderzoek van ANBO-PCOB komt overeen met de resultaten die ook uit
de NEA of uit de jaarlijkse rapportage over discriminatiemeldingen komt.
Leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt is en blijft een groot
probleem. Maar ook uitsluiting op basis van andere gronden, zoals
afkomst of handicap, komt nog steeds voor op de arbeidsmarkt. Op dit
moment is er nog steeds sprake van grote arbeidsmarkttekorten en het is
ook daarom van belang dat iedereen gelijke kansen krijgt. Met het
Offensief Gelijke Kansen beoogt de minister van SZW ervoor te zorgen dat
iedereen mee kan doen op de arbeidsmarkt en er meer bewustwording komt
over bijvoorbeeld objectieve werving en selectie. Op deze manier zal het
Offensief een bijdrage leveren aan het verder terugdringen van
arbeidsmarktdiscriminatie en het beter benutten van talent.
Daarnaast wordt er op verschillende manieren ingezet om
leeftijdsdiscriminatie op het vrijwilligerswerk te verminderen.
Voorbeelden hiervan zijn dat de Vereniging Nederlandse Organisaties
Vrijwilligerswerk (NOV) sinds 2023 vanuit het ministerie van VWS een
subsidie ontvangt om vrijwilligersorganisaties beter in staat te stellen
vrijwilligerswerk te organiseren voor een meer diverse populatie aan
vrijwilligers. Daarnaast ontvangt NOV een subsidie voor het programma
Samen Ouder Worden. Samen Ouder Worden zet zich landelijk in voor nieuwe
samenwerkingen met ouderen, vrijwilligers- en bewonersinitiatieven,
gemeente en met beroepskrachten in zorg en welzijn, die aansluiten bij
de wensen en voorkeuren van ouderen.
Het onderzoek van ANBO-PCOB geeft een indicatie dat leeftijd een rol
speelt bij het verzekeren van huur- en deelvoertuigen. Het is het beeld
van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dat dit vraagstuk
speelt zowel voor de jongere leeftijden als de oudere leeftijden. Zoals
in het antwoord op vraag 13 aangegeven is het ministerie voornemens om
op korte termijn een onderzoek te starten.
Vraag 21
Zou u bij de beantwoording van voorgaande vraag ook per conclusie en
aanbeveling willen ingaan op welke acties u aan die conclusie of
aanbeveling verbindt?
Zie mijn antwoord op vraag 20.
Vraag 22
Zou u willen reflecteren op welke rol gemeenten, als overheid die het
dichtst bij inwoners staat, maar ook wijkteams en organisaties binnen
het sociaal domein, kunnen spelen bij het signaleren en het aanpakken
van discriminatie op basis van leeftijd?
Antwoord 22
Gemeenten hebben een belangrijke rol bij de aanpak van discriminatie.
Movisie heeft een handreiking opgesteld voor gemeenten, getiteld: bouwen
aan discriminatiebeleid.11
Deze handreiking bevat alle benodigde informatie voor gemeenten in hun
rol als beleidsmaker, dienstverlener en werkgever en bevat links naar de
belangrijkste bronnen voor een complete aanpak van discriminatie.
Vraag 23
Zou u op een rij willen zetten welke acties en maatregelen er worden
genomen om andere vormen van discriminatie tegen te gaan, en daarbij
willen aangeven welke mogelijkheden er zijn om die acties en maatregelen
ook toe te passen om discriminatie op basis van leeftijd tegen te
gaan?
Antwoord 23
Dit kabinet treedt daadkrachtig op tegen alle vormen van discriminatie.
De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme heeft een
belangrijke rol om met de samenleving, partijen, organisaties en de
Rijksoverheid de aanpak van discriminatie te versterken. De Rijksbrede
aanpak van discriminatie komt samen in de Nationale Programma’s tegen
Discriminatie en Racisme. Op dit moment wordt gewerkt aan een derde
programma, waaraan ook een meerjarenagenda wordt toegevoegd.
Vraag 24
Deelt u de analyse dat de Rijksoverheid juist veel ambitie zou moeten
hebben op het gebied inzetten op de kracht van mensen op gevorderde
leeftijd en de kansen die hier liggen? Zo ja, welke acties koppelt u
hieraan?
Antwoord 24
Ik deel deze analyse zeker. Ik zie dat er kansen liggen zowel bij de
inzetbaarheid van mensen op gevorderde leeftijd als bij de inzet van
talent die op andere discriminatiegronden worden uitgesloten zoals
afkomst of geslacht. Ik vind uitsluiting op de arbeidsmarkt onacceptabel
en daarom probeer ik via het Offensief Gelijke Kansen meer kansen te
bieden voor iedereen en discriminatie op alle gronden, waaronder
leeftijd, tegen te gaan.
Vraag 25
Wat is in het licht van de voorgaande vraag de stand van zaken van het
Pact voor de Ouderenzorg, waarin het niet alleen draait om het
verbeteren van de kwaliteit van zorg, maar juist ook om de vergroting
van waardering voor ouderen?
Antwoord 25
Als vervolg op het programma Langer Thuis en het Pact voor de
ouderenzorg, is het vorige kabinet gestart met het programma Wonen
Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). Een belangrijk uitgangspunt
van dit programma is de kracht van ouderen. Ouderen zijn belangrijk in
onze samenleving. Ze hebben levenservaring en wijsheid en kunnen zo o.a.
fungeren als opleider, mentor, oppas of vrijwilliger. Het vervolg van
WOZO wordt onderdeel van het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg.
Vraag 26
Welke acties heeft u voor ogen om de ambities uit het Pact voor
ouderenzorg nieuw leven in te blazen?
Antwoord 26
De prioriteit van dit kabinet is om te komen tot een hoofdlijnenakkoord
ouderenzorg. Het belangrijkste doel van dit hoofdlijnenakkoord is om
onbeheersbare arbeidsmarkttekorten af te wenden en te zorgen dat de
ouderenzorg financieel houdbaar wordt. De ambities uit het eerdere Pact
voor de Ouderenzorg komen hier deels in terug.
Vraag 27
Deelt u de opvatting dat in het licht van de vorige vraag ook de in het
verleden opgezette actieagenda Eén tegen Eenzaamheid een weg vooruit
biedt om de problematiek van discriminatie op het gebied van leeftijd te
voorkomen?
Antwoord 27
Het actieprogramma Eén tegen eenzaamheid (2018-2025) heeft geleid tot
een veelzijdig en sterk netwerk van gemeenten, landelijke en lokale
organisaties, bedrijven, burgerinitiatieven en instellingen om
eenzaamheid in Nederland te verminderen, van jong tot oud. Het voorkomen
van discriminatie op het gebied van leeftijd is geen onderdeel van de
huidige doelen van het actieprogramma. Wel zijn er diverse partijen
binnen de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid die een belangrijke rol
spelen bij het voorkomen van leeftijdsdiscriminatie onder ouderen zoals
het Ouderenfonds, Stichting UP! en stichting Oud Geleerd Jong
Gedaan.
Vraag 28
Zo ja, welke plannen heeft u om de actieagenda Eén tegen Eenzaamheid
verder uit te voeren, te versterken en uit te bouwen?
Antwoord 28
Het huidige actieprogramma Eén tegen eenzaamheid (2018-2025) is
aangekomen in het laatste jaar, maar de maatschappelijke opgave om
eenzaamheid te voorkomen en verminderen blijft. De staatssecretaris van
LMZ werkt daarom aan een structurele aanpak Eén tegen eenzaamheid vanaf
2026 waarbij gemeenten, organisaties, maatschappelijke initiatieven,
kennisinstellingen, bedrijven en Rijksoverheid zich samen inzetten voor
meer verbinding en ontmoeting in het dagelijkse leven van mensen. Door
eenzaamheid te signaleren en mensen te ondersteunen om in actie te komen
en een stevig sociaal netwerk op te bouwen. In de voortgangsrapportage
die op 21 februari jongstleden naar uw Kamer verstuurd, is de
structurele aanpak toegelicht.12 Eind van dit jaar
wordt uw Kamer hierover in meer detail geïnformeerd.
Vraag 29
Zou u willen reflecteren op de vraag hoe het voorkomen van discriminatie
op basis van leeftijd samenhangt met investeren in gemeenschapszin,
sociale samenhang en het mensen in staat stellen voor het omkijken naar
de ander?
Antwoord 29
Een sterke sociale basis bevordert sociale samenhang in dorpen, wijken
en buurten en kan een grote rol spelen in het tegengaan van
leeftijdsdiscriminatie en stimuleren van inclusie. Door maatschappelijke
partners in de sociale basis worden (onder andere voor senioren)
ontmoetingen gearrangeerd en verbindingen gelegd met personen,
organisaties en/of activiteiten die ondersteuning kunnen bieden.
De sociale basis biedt mensen niet alleen de mogelijkheid om mee te doen aan het maatschappelijk leven, maar kan ook bijdragen aan het gevoel ‘erbij te horen’. Dit gevoel kan worden versterkt door de verbinding op te zoeken met personen uit een vergelijkbare (leeftijds-)groep. Zo organiseren buurthuizen vaak ontmoetingen en activiteiten voor senioren waarbij zij onderling ervaringen kunnen uitwisselen. Maar dit gevoel kan ook worden versterkt door bruggen te slaan met mensen die tot een andere (leeftijds-)groep behoren. Bijvoorbeeld door intergenerationeel contact in vrijwilligerswerk. De Vereniging Nederlandse Organisatie Vrijwilligerswerk (NOV) heeft in het programma ‘Samen Ouder Worden’ een actielijn opgenomen waarin contact tussen oudere en jongere generaties wordt gestimuleerd door activiteiten te organiseren waarin de verschillende generaties samenwerken. Investeren in gemeenschapszin en een sterke sociale basis kan op deze manier begrip tussen verschillende leefwerelden creëren waardoor stigma’s en discriminatie worden tegengegaan.
Met de huidige en aanvullende zorgakkoorden zetten de minister van
VWS, de staatssecretaris van LMZ en de staatssecretaris van JPS zich
verder in op het verbeteren van de mogelijkheden voor mensen om elkaar
te ontmoeten, zich te ontplooien, te ontspannen en elkaar te
helpen.
Vraag 30
Hoe beziet u in het licht van voorgaande vraag ook de samenhang met de
voornemens om mensen langer thuis te laten wonen, zoals het Programma
'Langer Thuis'?
Antwoord 30
Ouderen verdienen zorg en ondersteuning die bijdraagt aan hun kwaliteit
van leven. Voor ouderen voor wie een plek in het verpleeghuis nog niet
aan de orde is, maar de zorgafhankelijkheid wel al gevorderd is, wordt
terugkeer van de verzorgingshuizen onderzocht. Daarnaast wordt ingezet
op realisatie van geclusterde zelfstandige woonvormen. Het gaat dus niet
om langer thuis wonen als doel op zichzelf maar om een geschikte
woonomgeving.
Vraag 31
Zou u in het licht van de voorgaande zeven vragen willen reflecteren op
de vraag hoe de aanpak van discriminatie op basis van leeftijd
samenhangt met gemeenschapszin en de rol van verenigingen,
vrijwilligerswerk, maatschappelijke organisaties en kerken, maar ook met
initiatieven als de maatschappelijke diensttijd?
Antwoord 31
Gemeenschapszin kan een rol spelen bij het tegengaan van
leeftijdsdiscriminatie. Verenigingen, zorg- en welzijnsorganisaties,
vrijwilligersorganisaties, kerken en initiatieven als de
maatschappelijke diensttijd (MDT) – die onder de verantwoordelijkheid
van de staatssecretaris van OCW valt – hebben alle gemeen dat zij mensen
met elkaar in contact brengen die elkaar anders wellicht niet ontmoet
zouden hebben. Dit biedt de kans om elkaars perspectieven beter te
begrijpen, met als gevolg dat vooroordelen verminderen.
Vraag 32
Deelt u de opvatting dat vooroordelen over en discriminatie op basis van
leeftijd onder andere voorkomen kunnen worden door de bekendheid en
affiniteit met de belevingswereld van mensen van gevorderde leeftijd te
vergroten? Zo ja, welke acties koppelt u hieraan?
Antwoord 32
Deze opvatting wordt herkend. Hieruit volgt onder andere de keuzes die
zijn gemaakt ten aanzien van de campagne praat vandaag over morgen. Deze
campagne is tweede geworden in de top 10 ageing campagnes. Deze top tien
gaat over initiatieven die erin slagen een krachtig, realistisch en
inspirerend beeld neer te zetten van ouder worden.
Vraag 33
Hoe beziet u in het licht van de voorgaande vraag maatschappelijke
stages en de maatschappelijke diensttijd, die door jongeren onder andere
wordt uitgevoerd in de ouderenzorg en bij hulp aan ouderen, en daarmee
middelen zijn om jongeren kennis te laten maken met de genoemde
belevingswereld?
Antwoord 33
De Maatschappelijke diensttijd (MDT), die onder de verantwoordelijkheid
van de staatssecretaris van OCW valt, en maatschappelijke stages bieden
de mogelijkheid om jongeren en ouderen op een waardevolle manier met
elkaar in contact te brengen. Ouderen ervaren steun en worden gezien,
wat hen helpt om zich minder eenzaam te voelen. Tegelijkertijd krijgen
jongeren de kans om de belevingswereld van ouderen te begrijpen,
waardevolle levenslessen op te doen en hun gevoel van zingeving te
versterken.
Vraag 34
Welke actieplannen zijn er om discriminatie op basis van leeftijd bij
vrijwilligerswerk, vrijwilligersorganisaties, verenigingen en
stichtingen aan te pakken?
Antwoord 34
Er zijn geen speciale actieplannen die zich specifiek richten
op discriminatie op grond van leeftijd bij vrijwilligerswerk,
verenigingen en stichtingen. Wel wordt er op verschillende manieren
ingezet om leeftijdsdiscriminatie op het vrijwilligerswerk te
verminderen. Voorbeelden hiervan zijn dat de Vereniging Nederlandse
Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) sinds 2023 vanuit het ministerie
van VWS een subsidie ontvangt om vrijwilligersorganisaties beter in
staat te stellen vrijwilligerswerk te organiseren voor een meer diverse
populatie aan vrijwilligers. Daarnaast ontvangt NOV een subsidie voor
het programma Samen Ouder Worden. Samen Ouder Worden zet zich landelijk
in voor nieuwe samenwerkingen met ouderen, vrijwilligers- en
bewonersinitiatieven, gemeente en met beroepskrachten in zorg en
welzijn, die aansluiten bij de wensen en voorkeuren van ouderen.
1) De Telegraaf, 28 januari 2025, ''Zie de mens, niet het getal';
Senioren lopen aan tegen 'discriminatie op basis van leeftijd',
ouderenorganisatie luidt noodklok''.
2) ANBO-PCOB, 28 januari 2025, 'Onderzoek leeftijdsdiscriminatie' (anbo-pcob.nl/thema/leeftijdsdiscriminatie/onderzoek-leeftijdsdiscriminatie/).
Kamerstuk 30 950, nr. 366↩︎
Discriminatiecijfers in 2023: Discriminatiecijfers in 2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎
2. Oordelen in 2024 | Monitor Discriminatiezaken 2024 | College voor de Rechten van de Mens↩︎
Nationale enquête Arbeidsomstandigheden 2023↩︎
Kamerstuk 29 544, nr. 1272↩︎
Kamerstuk 31 305, nr. 425↩︎
https://nidi.nl/demos/leeftijdsdiscriminatie-ervaren-door-oudere-werknemers/#:~:text=Leeftijdsdiscriminatie%20is%20een%20van%20de,het%20solliciteren%20naar%20nieuw%20werk↩︎
Kenmerk Tweede Kamer: 2025Z00560↩︎
Kamerstuk 29 389, nr. 148↩︎
Discriminatie aanpakken als gemeente: alle taken in een handig overzicht | Movisie↩︎
Kamerstuk 29 538, nr. 367↩︎