Geannoteerde agenda informele Raad Algemene Zaken van 1 en 2 september 2025
Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Brief regering
Nummer: 2025D35687, datum: 2025-08-26, bijgewerkt: 2025-08-27 13:08, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.P. Brekelmans, minister van Buitenlandse Zaken (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 02-3220 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken .
Onderdeel van zaak 2025Z15428:
- Indiener: R.P. Brekelmans, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- 2025-08-27 12:00: Informele Raad Algemene Zaken d.d. 1-2 september 2025 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan van de informele Raad Algemene Zaken van 1 en 2 september 2025.
De minister van Buitenlandse Zaken, Ruben Brekelmans |
---|
Geannoteerde agenda informele Raad Algemene Zaken van 1 en 2 september
Op 1 en 2 september a.s. vindt de informele Raad Algemene Zaken plaats in Kopenhagen. Deze informele Raad Algemene Zaken zal spreken over EU-uitbreiding, rechtsstaat en de toekomst van Europa. Er vindt geen besluitvorming plaats.
EU-uitbreiding
Tijdens de eerste werksessie zal stilgestaan worden bij het
belang van de Kopenhagencriteria. De kandidaat-lidstaten van de Europese
Unie (EU) zullen bij deze sessie aanwezig zijn. De Kopenhagencriteria
omvatten vereisten aangaande democratie, rechtsstaat, mensenrechten, de
bescherming van minderheden, een functionerende markteconomie en de
administratieve en institutionele capaciteit om de verplichtingen van
EU-lidmaatschap aan te kunnen. Er zal gesproken worden over welke
obstakels kandidaat-lidstaten ervaren bij het behalen van deze criteria
en hoe deze obstakels kunnen worden aangepakt. Ook zal aan de orde komen
in hoeverre geleidelijke integratie een mogelijkheid kan bieden om
hervormingsinspanningen van kandidaat-lidstaten te stimuleren en hun
voortgang in het toetredingsproces te bevorderen.
Het kabinet verwelkomt deze bespreking en zal onderstrepen dat de Kopenhagencriteria centraal staan in het EU-toetredingstraject van kandidaat-lidstaten. Hervormingen op het gebied van goed bestuur, transparantie en de rechtsstaat zijn cruciaal. Waar mogelijk ondersteunt Nederland bij het bevorderen van deze hervormingen. Ook pre-accessiesteun van de EU zou deze hervormingen moeten dienen. Het kabinet staat zeer kritisch tegenover EU-uitbreiding en houdt streng vast aan de eisen voor EU-lidmaatschap, inclusief de Kopenhagencriteria. Er worden geen concessies gedaan aan deze criteria. Het kabinet benadrukt dat het toetredingsproces gebaseerd is op eigen merites.
In algemene zin is het kabinet van mening dat geleidelijke integratie overwogen kan worden als dit in het belang is van de EU, haar lidstaten en de kandidaat-lidstaten en mits de integriteit van de interne markt, en interne veiligheid gewaarborgd blijven. Eventuele geleidelijke integratie in de interne markt moet volgens het kabinet altijd gepaard gaan met respect voor de rechtsstaat, hervormingen en implementatie van relevante onderdelen van het EU-acquis.1 In die zin kan geleidelijke integratie bijdragen aan het doorvoeren van belangrijke hervormingen op het gebied van de rechtsstaat (cluster 1 van het onderhandelingsraamwerk, ook wel aangeduid als de ‘fundamentals’). Geleidelijke integratie loopt niet vooruit op het EU-toetredingstraject, waarvoor de Kopenhagencriteria leidend zijn.
Rechtsstaat
Ook zal de Raad spreken over het instrumentarium om de
rechtsstaat in de lidstaten te beschermen en versterken. In de afgelopen
jaren is dit instrumentarium versterkt met de komst van onder meer het
jaarlijkse Commissierechtsstaatrapport, de rechtsstaatdialogen in de
Raad en de Meerjarig Financieel Kader rechtsstaatverordening. Deze
instrumenten hebben een positieve bijdrage geleverd aan de versterking
van de rechtsstaat in de lidstaten. Toch doen zich in sommige lidstaten
nog steeds (zeer) zorgwekkende ontwikkelingen voor. Er zal besproken
worden hoe het instrumentarium verder kan worden versterkt om te
voorkomen dat rechtsstaatbeginselen worden geschonden. Ook wordt
besproken hoe de EU beter in staat kan worden gesteld om
rechtsstaatschendingen achteraf te herstellen.
Het kabinet acht een effectief EU-rechtsstaatinstrumentarium van groot belang, mede met het oog op de eventuele uitbreiding van de Unie met nieuwe lidstaten. Het kabinet verwelkomt dan ook dat het Deens voorzitterschap hieraan aandacht besteedt en pleit er voor dat het bestaande EU-rechtsstaatinstrumentarium volledig, consequent en samenhangend wordt benut. Het EU-rechtsstaatinstrumentarium is de afgelopen jaren immers al verder ontwikkeld en versterkt. Het kabinet vindt het van belang dat de Commissie, als hoedster van de Verdragen, terugval van lidstaten op rechtsstatelijk vlak snel en effectief voorkomt en aanpakt en daarbij gebruik maakt van al het beschikbare EU-rechtsstaatinstrumentarium.
Tegelijkertijd onderzoekt het kabinet, in samenwerking met gelijkgestemde lidstaten, hoe de effectiviteit van het bestaande EU-rechtsstaatinstrumentarium kan worden vergroot en verder kan worden ontwikkeld. Zo is het kabinet voorstander van een sterke en effectieve koppeling tussen het respecteren van de rechtsstaat en de ontvangst van middelen uit de EU-begroting. Het is immers gebleken dat de inzet van het financieel instrumentarium daadwerkelijk aanzet tot actie. Uw Kamer wordt separaat geïnformeerd over de (rechtsstaat)inzet van het kabinet ten aanzien van het voorstel van de Commissie voor het volgend meerjarig financieel kader vanaf 2028. Ook wil het kabinet de rol van de sectorraden2 versterken bij het bespreken van de follow-up van het jaarlijkse Commissierechtstaatsrapport. Verder zal het kabinet bij de bespreking de lidstaten wijzen op het belang van voortgang in de toepassing van de artikel 7-procedure. Bij wijzigingen in het krachtenveld die mogelijk een verdere stap in de artikel 7-procedure tegen Hongarije in beeld zou brengen, zal het kabinet uw Kamer daarover ook informeren, in lijn met motie Paternotte/Van Campen.3
Toekomst van Europa
Tijdens een werklunch zal de Raad daarnaast een bespreking
houden over de Toekomst van Europa (TEU), in het licht van de door de
Commissie aangekondigde beleidsevaluaties over interne EU-hervormingen.
Deze evaluaties brengen de gevolgen van uitbreiding in kaart en
beschrijven hoe de EU in de toekomst slagvaardig kan blijven opereren.
De evaluaties worden dit najaar verwacht, in de vorm van een mededeling
van de Commissie. De laatste discussie over dit thema vond plaats onder
het Pools voorzitterschap.4 Tijdens de lunch
bespreekt de Raad de vervolgstappen na het verschijnen van de
evaluaties, en zullen lidstaten hun prioriteiten uiteenzetten.
De gevolgen van uitbreiding voor de Unie dienen in kaart te worden gebracht op basis van vier pijlers, vastgesteld door de Europese Raad (ER): waarden, beleid, begroting en bestuur.5 De ER concludeerde ook dat de EU ook in de toekomst in staat moet zijn over het handelingsvermogen te beschikken om de eigen ambities waar te maken in een nieuwe geopolitieke context en uitdagingen die steeds complexer zijn. Dit werk vindt parallel aan het toetredingsproces van de individuele kandidaat-lidstaten plaats.
De kern van de Nederlandse inzet is dat het handelingsvermogen van Nederland en de EU centraal moet staan in de discussie over TEU. Instellingen op nationaal en EU-niveau moeten ook bij toekomstige uitbreiding goed kunnen blijven functioneren. Conform de reguliere informatieafspraken zal het kabinet uw Kamer een kabinetsreactie op deze Commissiemededeling doen toekomen, nadat deze is verschenen.
Zie ook de kabinetsappreciatie uitbreidingspakket 2023 en Groeiplan voor de Westelijke Balkan, Kamerstuk 23987, nr. 395 en de kabinetsappreciatie van het Groeiplan voor Moldavië, Kamerstuk 22112, nr. 3978.↩︎
Het gaat hier in het bijzonder om de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken en de Raad Onderwijs, Jeugdzaken, Cultuur en Sport, waar media onder valt.↩︎
Kamerstuk 21 501-02, nr. 3079.↩︎
Zie hiervoor het verslag van de Raad Algemene Zaken van 25 februari 2025, Kamerstuk 2025D08375.↩︎
Zie hiervoor het verslag van de Europese Raad van 27 en 28 juni 2024, Kamerstuk 21501-20, nr. 210.↩︎