Gezamenlijke EU-VS verklaring inzake handel
Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Brief regering
Nummer: 2025D35689, datum: 2025-08-26, bijgewerkt: 2025-08-26 15:46, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.P. Brekelmans, minister van Buitenlandse Zaken (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 02-3221 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken .
Onderdeel van zaak 2025Z15429:
- Indiener: R.P. Brekelmans, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- 2025-09-11 13:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
In deze brief informeer ik uw Kamer over de gezamenlijke verklaring (het ‘Joint Statement on a United States-European Union framework on an Agreement on Reciprocal, Fair and Balanced Trade’, ofwel het ‘Joint Statement) die de Europese Unie (hierna: de EU) en de Verenigde Staten (hierna: de VS) op 21 augustus jl. hebben gepubliceerd. Deze brief zet de inhoud van de verklaring uiteen, gevolgd door een appreciatie en een vooruitblik.
Aanleiding en inhoud van de afspraken
De VS heeft de importheffingen voor nagenoeg alle goederen in de afgelopen zes maanden fors verhoogd. Zo geldt voor staal, aluminium, koper en afgeleide producten voor zover deze voornoemde materialen bevatten een extra importheffing van 50% en voor auto’s en auto-onderdelen een extra importheffing van 25%. Daarnaast hanteert de VS een extra landenspecifieke importheffing voor het grootste deel van alle andere importgoederen. Dit bedroeg tot 7 augustus jl. een uniform percentage van 10%, maar op 31 juli jl. besloot de VS om dit percentage voor een grote groep handelspartners naar landenspecifieke percentages te wijzigen.1
Hogere importheffingen zijn nadelig voor zowel de Europese als de Amerikaanse economie. De inzet van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) is daarom om de verhoogde Amerikaanse importheffingen middels onderhandelingen met de VS zoveel mogelijk te verlagen. De nu overeengekomen afspraken zijn daar het eerste resultaat van.
Een centraal onderdeel van de overeengekomen afspraken is een Amerikaanse basisimportheffing van 15% voor nagenoeg alle Europese goederen. Dit percentage is inclusief de geldende importheffing die de VS op basis van de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) mag heffen (het zogenoemde meestbegunstigde tarief ofwel Most Favored Nation (MFN) tarief). Dit is een belangrijk verschil met andere handelspartners waarvoor de VS vooralsnog het basistarief per land boven op het MFN-tarief hanteert. Indien het Amerikaanse MFN-tarief hoger is dan 15%, dan is het MFN-tarief van toepassing. Deze 15% basisimportheffing fungeert tevens als maximumplafond voor mogelijke uit sectie 232-onderzoeken voortvloeiende toekomstige extra Amerikaanse importheffingen op farmaceutische producten, halfgeleider producten en hout. Een beperkt aantal Europese goederen is van deze basisimportheffing uitgezonderd, waaronder in de VS niet-beschikbare natuurlijke producten (zoals kurk), bepaalde chemicaliën en generieke medicijnen en (onderdelen van) vliegtuigen. Voor deze goederen zal vanaf 1 september alleen het Amerikaanse MFN-tarief gelden (wat voor de meeste van deze producten 0% of nagenoeg 0% is). Daarbij spreken de VS en de EU af om door te spreken over uitbreiding van deze lijst goederen.
Aan EU-zijde is het voornemen vastgelegd om de importheffingen op Amerikaanse industriële goederen naar nul te brengen en om extra markttoegang te verschaffen voor een aantal Amerikaanse vis- en landbouwproducten, waaronder vers en verwerkt groente en fruit, bepaalde zuivelproducten, sojaolie, en varkens- en bizonvlees. Ook zal de EU de op 31 juli jl. verlopen tariefverlaging voor Amerikaanse kreeft opnieuw verlengen en uitbreiden met verwerkte kreeft. Nadat de EU een formeel voorstel heeft geïntroduceerd om deze toezeggingen in het EU-buitentarief te implementeren, zal de VS een importheffing van 15% (incl. MFN) voor (onderdelen van) Europese auto’s hanteren.
Verder spreken de EU en de VS de intentie uit om nauwer samen te werken op het gebied van non-tarifaire handelsbarrières, waaronder stroomlijning van de lay-out van de gezondheidscertificaten voor de import van varkensvlees en zuivelproducten. Daarbij blijven de EU sanitaire en fytosanitaire (SPS) eisen waar geïmporteerde goederen aan moeten voldoen m.b.t. voedselveiligheid en diergezondheid ongewijzigd. Daarnaast spreken de EU en de VS af om nauwer samen te werken op het gebied van (de wederzijdse erkenning van) standaarden, waaronder voor auto’s.
De Amerikaanse staal- en aluminiumimportheffing van 50% blijft voorlopig van kracht. Wel bevatten de afspraken een bepaling om verder te onderhandelen over Amerikaanse tariefcontingenten (Tariff-Rate Quotas, TRQs) voor Europees staal en aluminium. Daarbij spreken de EU en de VS tevens af om nauwer samen te werken om de staal-en aluminiumsectoren te beschermen tegen oneerlijke concurrentie. Ook bevatten de afspraken een bepaling voor versterkte samenwerking op het gebied van economische veiligheid en non-tarifaire maatregelen, zoals wederzijdse erkenning van standaarden op cybersecurity. Tevens bevestigen de EU en de VS het belang van digitale handel en spreken zij af om in lijn met de lopende WTO-onderhandelingen geen heffingen op elektronische transacties te heffen. Ook zegt de EU toe om de Amerikaanse zorgen over de impact van de EU-verordening inzake ontbossingsvrije producten (EUDR), het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), de Corporate Sustainability Due Dilligence (CSDDD) en de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) op de trans-Atlantische handel te adresseren zonder nadere concrete toezeggingen te doen. Ook zal worden samengewerkt voor wat betreft het uitbannen van dwangarbeid in waardeketens.
Tot slot spreekt de EU de intentie uit om meer Amerikaanse militair materiaal aan te kopen en om in de komende drie jaar circa EUR 700 mld. aan Amerikaanse energieproducten te kopen. Ook spreekt de EU de verwachting uit dat Europese bedrijven tot 2028 circa EUR 550 mld. aan private investeringen in de VS zullen doen en is de EU voornemens om circa EUR 40 mld. aan Amerikaanse chips voor kunstmatige intelligentie aan te schaffen.
De gezamenlijke verklaring is juridisch niet-bindend en behoeft in een aantal gevallen nadere uitwerking. Deze verklaring is daarmee geen handelsakkoord. Voortbouwend op deze afspraken zal namens de EU de Commissie de onderhandelingen met de VS voortzetten. Voor de implementatie van de afspraken die aan EU-zijde besluitvorming vereisen, gelden de gebruikelijke EU-besluitvormingsprocedures. Voorgenomen besluiten door de Raad zullen op de gebruikelijke wijze met uw Kamer worden gedeeld.
Naar aanleiding van overeengekomen handelsafspraken heeft de EU de inwerkingtreding van de rebalancerende maatregelen jegens de VS, waarvan het eerste deel in eerste instantie op 7 augustus jl. in werking zou zijn getreden, met zes maanden opgeschort.2
Appreciatie
Met steun van uw Kamer heeft het kabinet ingezet op een onderhandelde uitkomst tussen de EU en de VS over de ontstane handelspolitieke situatie. Waar het positief is dat de onderhandelingen tot een resultaat hebben geleid, dient onder ogen te worden gezien dat de voorwaarden van deze afspraken voor een aanmerkelijke verhoging van Amerikaanse importheffingen voor Europese producten gaan zorgen en asymmetrisch van aard zijn. Bovendien lijkt een groot deel van de nieuwe Amerikaanse importheffingen strijdig met zowel de tariefplafonds waaraan de VS zich binnen de WTO heeft gecommitteerd als de fundamentele uitgangspunten van de WTO zoals het Most Favored Nation (MFN) beginsel, dat inhoudt dat ieder WTO-lid alle andere WTO leden gelijk behandelt.
Zoals eerder aangegeven is het kabinet geen voorstander van hogere Amerikaanse importheffingen, aangezien dit nadelig is voor zowel Europese als Amerikaanse bedrijven en consumenten.3 Het kabinet is van mening dat de afspraken niet de voor Nederland gewenste uitkomst zijn en dat de overeengekomen afspraken de Nederlandse inzet op ‘nul-voor-nul heffingen’ voor industriële goederen slechts deels reflecteren.
Tegelijkertijd bieden deze afspraken een zekere mate van stabiliteit en voorspelbaarheid die Nederlandse en Europese bedrijven nodig hebben. Daarmee hebben deze afspraken voorlopig een verdere escalatie met de belangrijkste handelspartner van de EU voorkomen en leggen de afspraken een basis voor hernieuwde trans-Atlantische samenwerking. Bovendien doet de EU geen unilaterale concessies op het gebied van EU wet- en regelgeving, wat een belangrijke voorwaarde van het kabinet was tijdens de onderhandelingen.
Bovendien valt op dat, hoewel een Amerikaanse basisimportheffing van 15% (incl. MFN) nog steeds aanzienlijk hoog is, de EU met dit percentage tot de groep landen behoort waarvoor relatief gezien de laagste Amerikaanse ‘wederkerige’ importheffingen gelden.4 Zo geldt voor bijvoorbeeld India een basisimportheffing van 25% en voor Zwitserland 39% (beide exclusief het eveneens geldende MFN-tarief). Ook voorkomt deze 15% basisimportheffing het eerder door de VS gedreigde scenario, waarin een basisimportheffing van 20% of 30% voor Europese goederen zou gaan gelden indien de gesprekken tussen EU en de VS geen resultaat zouden opleveren. Daarnaast is het positief dat eventuele toekomstige extra Amerikaanse importheffingen voor Europese farmaceutische producten, halfgeleiders en hout begrensd worden tot maximaal 15% (incl. MFN). Dit tariefplafond beschermt de EU tegen Amerikaanse importheffingen van meer dan 15% voor deze goederen, terwijl dit vooralsnog niet voor andere landen of handelsblokken zal gelden.
Het is momenteel nog te vroeg om een nauwkeurige inschatting te maken van de macro-economische effecten van de afspraken. Uit de Voorjaarsraming 2025 van De Nederlandsche Bank (DNB), waarin een grotendeels vergelijkbaar handelsscenario als uitgangspunt is genomen, blijkt dat de verwachte bbp-groei in 2025 circa 0,1 procentpunt en in 2026 circa 0,2 procentpunt lager zou uitvallen dan in een ‘nul-voor-nul’- scenario.5
Het kabinet steunt de Commissie bij het overeengekomen onderhandelingsresultaat en beschouwt deze afspraken als een eerste belangrijke stap in de vervolgonderhandelingen tussen de EU en de VS. In dat licht vindt het kabinet het van groot belang dat de EU en de VS de onderhandelingen voortzetten om de gemaakte afspraken nader uit te werken en de Amerikaanse importheffingen verder omlaag te brengen. Vervolgafspraken over het verlagen van de huidige Amerikaanse importheffing op staal van 50% verdienen daarbij speciale aandacht, mede vanwege het belang van staal in andere industriële sectoren. Tegelijkertijd acht het kabinet het wenselijk dat de EU de mogelijkheid openhoudt om de op dit moment opgeschorte rebalancerende maatregelen van de EU jegens de VS (gedeeltelijk) in werking te laten treden, indien de VS de gemaakte afspraken niet naleeft of indien de VS nieuwe handelsbeperkende maatregelen introduceert.6
Een concurrerende EU en nieuwe partnerschappen
De overeengekomen afspraken tussen de EU en de VS onderstrepen de urgentie om afhankelijkheden van derde landen, waaronder de VS, terug te dringen. Het kabinet blijft daarom in EU-verband inzetten op een sterke en concurrerende EU met een goed functionerende interne markt. Verder zijn er forse investeringen in innovatie nodig, evenals sterkere vermindering van de administratieve lasten voor het Europese bedrijfsleven, zoals ook onderdeel is van de Europese versimpelingsagenda. Minder afhankelijkheden en meer handelsdiversificatie door middel van een breed en actief netwerk van handelsakkoorden zijn daar tevens een belangrijk onderdeel van.
De hogere Amerikaanse importtarieven vormen een breuk met een lange periode van stabiele handelsbetrekkingen tussen de EU en de VS. Om onze economie te beschermen tegen toenemend protectionisme door niet-EU-landen en internationale onvoorspelbaarheid is het noodzakelijk verder te kijken dan onze traditionele afzetmarkten. Diversificatie van handelspartners is daarom nog belangrijker dan voorheen. Het kabinet acht het dus positief dat de EU reeds met een groot aantal landen in gesprek is over nauwere economische samenwerking en blijft zich op Europees niveau inzetten voor het sluiten van handelsakkoorden onder de juiste voorwaarden. De recente ontwikkelingen in de EU-VS-handelsrelatie maken volgens het kabinet het belang hiervan des te duidelijker en versterken de noodzaak daartoe.
Daarbij blijft het kabinet toenadering zoeken tot gelijkgestemde derde landen om samen op te trekken om de internationale op regels gebaseerde handelsorde te beschermen en versterken. Het is van belang dat een zo groot mogelijke groep landen, waaronder de EU, zich blijft inzetten voor het naleven en versterken van internationale handelsregels.
Het kabinet zal uw Kamer nader informeren wanneer de ontwikkelingen in de EU-VS handelsrelatie daartoe aanleiding geven. Tevens zal het kabinet uw Kamer op de gebruikelijke wijze informeren over voorstellen tot EU-besluitvorming ter implementatie van (onderdelen van) de gezamenlijke verklaring.
De minister van Buitenlandse Zaken, Ruben Brekelmans |
---|
https://www.whitehouse.gov/presidential-actions/2025/07/further-modifying-the-reciprocal-tariff-rates/↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 21 501-02, nr. 3158; Kamerstukken II, 2024-2025, 21501-02, nr. 3216.↩︎
https://www.whitehouse.gov/presidential-actions/2025/07/further-modifying-the-reciprocal-tariff-rates/↩︎
In het basisscenario gaat DNB uit van een additionele Amerikaanse invoerheffing van 10% bovenop eerdere heffingen. (NB: het gemiddelde naar handelsvolume gewogen Amerikaanse MFN-tarief voor de EU is 4.8%). Dat is vergelijkbaar met de uitkomst van de onderhandelingen (basisimportheffing van 15%), hoewel specifieke uitzonderingen niet zijn meegenomen. In het nul-voor-nul scenario is aangenomen dat de heffingen tussen de VS en de EU vanaf het derde kwartaal van 2025 naar 0% zouden gaan.↩︎