[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2025D46954, datum: 2025-11-28, bijgewerkt: 2025-11-28 17:06, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36850-XXIII-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36850 XXIII-2 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota).

Onderdeel van zaak 2025Z19766:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025‒2026
36 850XXIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei;
  2. de begrotingsstaat inzake het agentschap van dit ministerie;

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

S.T. M.Hermans

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

Opbouw tweede suppletoire begroting 2025

Deze tweede suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de begrotingsuitvoering 2025. Onderdeel B, de begrotingstoelichting, is als volgt opgebouwd:

  1. Leeswijzer.
  2. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties. De belangrijkste verplichtingenmutaties zijn toegelicht in de artikelen.
  3. De beleidsartikelen. Voor ieder beleidsartikel is de tabel “Budgettaire gevolgen van beleid” opgenomen. Hierin zijn de begrotingsmutaties voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten weergegeven.
  4. De niet-beleidsartikelen. In de budgettaire tabellen zijn de begrotingsmutaties voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten opgenomen.
  5. De agentschappen. In deze tweede suppletoire begroting zijn de aanpassingen in de agentschapsparagraaf van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) opgenomen.

Ondergrenzen toelichtingen

Voor het toelichten van de begrotingsmutaties zijn in deze tweede suppletoire begroting de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.

< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1000 5 10
=> 1000 10 20

In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.

2 Beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2025

Vastgestelde begroting 2025 4.509.390
Stand suppletoire begroting september 2025 6.582.758
Mutaties incidentele suppletoire begroting 163.000
Belangrijkste suppletoire mutaties
Subsidieregeling Flexibiliteit 31 ‒ 12.561
Subsidieproject Djewels 31 ‒ 16.478
COVA 31 ‒ 12.000
Klimaatfonds 31 ‒ 118.086
Overboekingen Flankerend beleid WOZ 31 ‒ 8.823
TNO 31 ‒ 16.721
Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) 31 ‒ 10.000
Overige mutaties ‒ 51.512
Stand 2e suppletoire begroting 2025 6.499.577

Toelichting

Mutaties incidentele suppletoire begroting

Voor de compensatie gaswinning Ternaard is een incidentele suppletoire begroting (ISB) aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer. Deze ISB is opgesteld omdat een tijdige autorisatie nodig is, de autorisatie van de Tweede suppletoire begroting 2025 komt te laat.

Subsidieregeling Flexibiliteit

De uitgaven van de Flex-e regeling zullen naar verwachting minder hoog uitvallen dan verwacht, een mogelijke oorzaak hiervan is dat het een relatief nieuwe regeling is waardoor er nog onbekendheid heerst bij bedrijven over flexibilisering als oplossing voor problemen met hun netaansluiting. Daarnaast hebben sommige bedrijven bezwaren vanwege bepaalde beperkingen en aansprakelijkheidsclausules in de congestiemanagmentcontracten en is het niet alle bedrijven gelukt om een contract af te sluiten met de netbeheerders. Ook blijken de kosten van de individuele scans in de praktijk lager uit te vallen dan verwacht

Subsidieproject Djewels

Als gevolg van vertragingen in het subsidieproject Djewels wordt er dit jaar minder uitgekeerd dan geraamd. Van de onderuitputting wordt € 16 mln afgeboekt en een € 0,5 mln wordt gebruikt als dekking voor een tekort bij het onderzoeksbudget van KGG. 

COVA

Zie toelichting bij de ontvangsten.

Klimaatfonds

Ook voor de Klimaatfondsmiddelen zijn er neerwaartse bijstellingen gedaan. De grootste neerwaartse bijstellingen zijn € 10,7 mln voor Demonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie DEI+, € 14,6 mln voor de ISDE-regeling, € 28,2 mln voor Opschalingsinstrument waterstof, € 18,9 mln voor IPCEI-waterstof en € 15,4 mln voor Investeringen en Verduurzaming Industrie.

Overboekingen flankerend beleid WOZ

Voor de beheerskosten van sensordiensten op zee (MIVSP I) (- € 6,8 mln) en voor de kosten van het verzamelen van ecologische data over vogels (-€ 2 mln) wordt € 8,8 mln overgeheveld naar IenW ten behoeve van RWS.

TNO

Voor diverse opdrachten aan TNO wordt € 16,7 mln overgeheveld naar het Ministerie van Economische Zaken. Het budget is voornamelijk bestemd voor de financiering van het programma PEGA (Parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen) Invulling Ondergrond en de realisatie van een Kernhuis. Het Kernhuis van de Geologische Dienst Nederland (onderdeel van TNO) is een uniek archief dat een grote collectie sediment- en gesteentemonsters bewaart en verzamelt uit boringen, bouwputten en opgravingen.

Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)

Er wordt € 10 mln beschikbaar gesteld aan VRO voor de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH). Deze regeling is overtekend en er is bij VRO onvoldoende budget om te voldoen aan de vraag naar de subsidie. Tegelijkertijd is de WIS, welke onder KGG valt, afhankelijk van voldoende bereidwillige partijen die een aansluiting willen op het warmtenet. Als hun aansluitkosten niet vergoed worden, vergroot dit de kans dat de warmtenetten niet gerealiseerd zullen worden. Een bijdrage aan de SAH helpt KGG in het realiseren van haar beleidsdoelen.

Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2025

Vastgestelde begroting 2025 2.418.140
Stand suppletoire begroting september 2025 4.182.293
Belangrijkste suppletoire mutaties
Ontvangsten subsidie prijsplafond energieleveranciers 31 51.761
COVA 31 ‒ 12.000
CO2-heffing industrie 31 8.000
Overige mutaties 6.661
Stand 2e suppletoire begroting 2025 4.236.715

Toelichting

Ontvangsten subsidie prijsplafond energieleveranciers

Met ingang van 2025 is het prijsplafond definitief niet meer van kracht. Leveranciers leveren maandelijks nog steeds jaar- en eindnota’s aan, zodat RVO de definitieve prijsplafondkortingen kan verrekenen met het door de leverancier ontvangen subsidievoorschot. Dit leidt in sommige gevallen tot ontvangsten en in andere gevallen tot uitgaven. Uit de laatste raming van RVO blijkt dat er in 2025 ruim € 51 mln meer terugbetaald moet worden door energiebedrijven aan RVO dan eerder werd verwacht.

COVA

Voor de COVA worden € 12 mln minder ontvangsten geraamd. De COVA financiert zijn operationele kosten door een voorraadheffing van 0,8 cent per liter op benzine, diesel en LPG. Deze ontvangsten zijn lager dan geraamd omdat er in Nederland minder veraccijnsde brandstof aan het weg- en watervervoer is geleverd.

CO2 -heffing industrie

De raming van de CO2-heffing wordt in lijn gebracht met de raming van de CO2-heffing in het belastingplan 2026.

3 Beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 31 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 46.108.969 165.717 46.274.686
Uitgaven 6.745.758 ‒ 246.181 6.499.577
Subsidies (regelingen) 5.094.544 ‒ 203.011 4.891.533
Missiegedreven Onderzoek en Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) 74.798 ‒ 3.890 70.908
Hernieuwbare Energietransitie (HER+) 23.795 0 23.795
Green Deals 448 ‒ 448 0
Demonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) 93.664 ‒ 23.492 70.172
Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS) 2.311 0 2.311
Projecten Klimaat en Energieakkoord 3.482 ‒ 709 2.773
SDE 603.664 0 603.664
SDE+ 2.083.271 ‒ 29.982 2.053.289
SDE++ 585.621 0 585.621
Aardwarmte 12.611 0 12.611
ISDE-regeling 560.396 ‒ 14.588 545.808
Carbon Capture Storage (CCS) 2.620 0 2.620
Hoge Flux Reactor 6.985 0 6.985
Caribisch Nederland 17.154 ‒ 5.000 12.154
Overige subsidies 13.955 ‒ 2.228 11.727
Opschalingsinstrument waterstof 81.620 ‒ 28.249 53.371
Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) 7.058 0 7.058
IPCEI-waterstof 55.401 ‒ 20.718 34.683
Vulmaatregelen gasopslag 74.060 0 74.060
MIEK 4.671 ‒ 1.762 2.909
Schadeafhandeling mijnbouw Limburg 4.262 ‒ 4.262 0
Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) 11.033 ‒ 8.000 3.033
NGF-project NieuweWarmteNu! 14.059 0 14.059
Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023 63.701 1.299 65.000
Compensatie aanbestedende diensten SEFE-contracten 13.928 2.406 16.334
Tegemoetkoming blokaansluiting 2.000 ‒ 1.491 509
Investeringen waterstofbackbone 52.461 0 52.461
NGF - project Circulaire Zonnepanelen 22.193 0 22.193
Geothermie (Klimaatfonds) 1.946 ‒ 1.697 249
Subsidieregeling flexibiliteit 29.630 ‒ 17.811 11.819
Energiecoöperaties en burgerbetrokkenheid energietransitie 258 0 258
Subsidieproject Djewels 16.478 ‒ 16.478 0
Efficiëntere benutting elektriciteitsnetten 5.379 ‒ 633 4.746
Realisatie Zon op Zee 1.992 ‒ 710 1.282
Verduurzaming industrie 69.475 ‒ 5.107 64.368
Infrastructuur duurzame industrie (PIDI) 890 ‒ 642 248
NGF - project Groenvermogen van de Nederlandse economie 156.042 749 156.791
Indirecte kostencompensatie ETS 167.400 ‒ 4.100 163.300
Investeringen Verduurzaming Industrie - Klimaatfonds 79.067 ‒ 15.418 63.649
NGF - project Circulaire Plastics 18.054 ‒ 50 18.004
NGF - project Biobased Circular 23.191 0 23.191
Stikstofaanpak piekbelasters industrie 15.348 0 15.348
Stimuleringsprogramma koolstofverwijdering klimaatfonds 150 0 150
Subsidies WarmtelinQ 3.022 0 3.022
Subsidie Invest NL 15.000 0 15.000
Leningen 120.539 ‒ 604 119.935
Lening EBN 117.000 0 117.000
Lening InvestNL 604 ‒ 604 0
Leningen NGF - project Circulaire zonnepanelen 300 0 300
Verduurzaming industrie 2.635 0 2.635
Garanties 7.000 ‒ 7.000 0
Verliesdeclaratie aardwarmte 7.000 ‒ 7.000 0
Opdrachten 258.309 ‒ 8.437 249.872
Onderzoek mijnbouwbodembeweging 4.740 ‒ 731 4.009
SodM onderzoek 1.593 500 2.093
Uitvoeringsagenda klimaat 477 ‒ 58 419
Klimaat mondiaal 2.055 1 2.056
Onderzoek en opdrachten 26.302 566 26.868
Programma Opwek Energie op Rijksbastgoed (OER) 18.045 0 18.045
Energiehulp Oekraïne 750 0 750
Projecten Kernenergie 31.924 ‒ 7.937 23.987
Stikstofaanpak piekbelasters industrie 13 0 13
Verduurzaming industrie 2.676 ‒ 293 2.383
Werkbudgetten 167.243 360 167.603
CSIRT - DSP 266 ‒ 266 0
Energie-efficiency 2.225 ‒ 579 1.646
Bijdrage aan agentschappen 218.414 1.013 219.427
Bijdrage RVO.nl 177.550 4.278 181.828
Bijdrage RDI 11.328 ‒ 3.191 8.137
Bijdrage NEa 22.069 75 22.144
Bijdrage KNMI 3.761 0 3.761
Bijdrage NVWA 1.058 0 1.058
Bijdrage RIVM 176 ‒ 149 27
Bijdrage RWS 2.472 0 2.472
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 140.231 ‒ 27.153 113.078
Doorsluis COVA-heffing 111.000 ‒ 12.000 99.000
TNO kerndepartement 25.566 ‒ 15.153 10.413
TNO SodM 2.265 0 2.265
TNO publieke SDRA 1.400 0 1.400
Bijdrage aan medeoverheden 888.856 ‒ 7.380 881.476
Uitkoopregeling 750 0 750
Regeling toezicht energiebesparingsplicht 9.879 ‒ 1.030 8.849
Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden 878.227 ‒ 6.350 871.877
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 10.506 6.391 16.897
Nuclear Research Group 8.637 6.500 15.137
Internationale contributies 1.724 36 1.760
PBL Rekenmeesterfunctie 145 ‒ 145 0
Storting/onttrekking begrotingsreserve 7.359 0 7.359
Storting in begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie 7.359 0 7.359
Ontvangsten 4.182.293 54.422 4.236.715
Ontvangsten COVA 111.000 ‒ 12.000 99.000
Ontvangsten zoutwinning 2.511 314 2.825
Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie 2.746.003 0 2.746.003
ETS-ontvangsten 840.000 0 840.000
Diverse ontvangsten 75.694 51.078 126.772
Opbrengsten tenders Wind op Zee 21.085 21.085
Maatschappelijke Investeringssubsidies Warmtenetten (MIW) 0 213 213
NGF-project Groen vermogen van de Nederlandse Economie 0 749 749
Ontvangsten verduurzaming industrie 40.000 8.000 48.000
Dividenduitkering GasTerra 3.600 3.600
Ontvangsten Mijnbouwwet 341.000 341.000
Ontvangsten NAM publieke SDRA 1.400 1.400
Ontvangsten Klimaat en Energie 0 6.068 6.068
Verplichtingen 46.108.969 165.717 46.274.686
waarvan garantieverplichtingen 7.000 ‒ 7.000 0
waarvan overige verplichtingen 46.101.969 172.717 46.274.686

Budgetflexibiliteit

De inschatting van het percentage juridisch verplicht raamt het departement op 100%, we verwachten dat alle middelen die op de begroting beschikbaar zijn ook juridisch verplicht kunnen of zullen worden. Bedragen die niet verplicht zijn worden immers zoveel mogelijk afgeboekt richting het generale beeld.

Toelichting

Verplichtingen

De wijziging in de verplichtingenstand bij de 2e suppletoire begroting is het saldo van verhogingen en verlagingen van diverse verplichtingenbudgetten. De wijziging behorende tot deze suppletoire begroting betreft € 165,7 mln. De belangrijkste verplichtingenmutaties zijn:

  1. Demonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) (- € 28,7 mln) zie toelichting bij de uitgaven.
  2. ISDE-regeling (- € 14,6 mln) zie toelichting bij de uitgaven.
  3. Opschalingsinstrument waterstof (- € 14,5 mln) zie toelichting bij de uitgaven.
  4. IPCEI waterstof (€ 149,7 mln) zie toelichting bij de uitgaven.
  5. Subsidieregeling flexibiliteit (- € 11,8  mln) zie toelichting bij de uitgaven.
  6. Investeringen Verduurzaming Industrie (- € 15,4 mln) zie toelichting bij de uitgaven.
  7. Flankerend beleid WOZ (- € 30,6 mln) zie toelichting bij de uitgaven.
  8. Subsidies WarmtelinQ (€ 120,3 mln): dit betreft een ophoging van het verplichtingenbudget voor de CAPEX-subsidie voor WarmtelinQ.  De verplichting wordt in 2025 al aangegaan in plaats van 2026.
  9. Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden (€ 24,8 mln): Dit betreft een compensatie verzilting landbouwgronden (€ 10 mln) en voor een ecologisch impulspakket (€ 2 mln) die via de specifieke uitkering Gebiedsinvesteringen Netten op Zee uitgekeerd worden. Daarnaast is er vanuit deze post een afboeking gedaan naar het BTW-compensatie fonds (- € 18 mln). Bovendien is er een verplichtingentekort geconstateerd op verschillende regelingen. Deze tekorten zijn gecorrigeerd (€ 31,1 mln). Tot slot, is budget gebruikt ter dekking van de kosten voor het programma Transform (- € 0,5 mln).

Uitgaven

Subsidies

DEI+

Voor de diverse onderdelen binnen de DEI+ worden lagere uitgaven verwacht in 2025 blijkt uit de prognoses. De lagere uitgaven zijn niet het gevolg van een lagere vraag, maar omdat verwachte betalingen later zullen plaatsvinden. Voor de DEI+ wordt € 19,2 mln afgeboekt naar het en het generale beeld . Daarnaast wordt er vanuit het budget voor de DEI+
€ 2 mln beschikbaar gesteld voor het onderzoeksprogramma Digital Twin van het energiesysteem. Tot slot wordt er € 2,3 mln beschikbaar gesteld voor een ophoging van de SAH aan VRO.

ISDE

Voor de ISDE wordt er minder uitgegegeven dan eerder geraamd, zo blijkt uit de meest recente prognoses. Exacte duiding valt niet te geven, maar de afboeking naar het generale beeld is relatief klein en opzichte van gehele ISDE-budget de ISDE (- € 14,6 mln).

Opschalingsinstrument waterstof

Vanwege het besluit om de ontwikkeling van offshore elektrolyse voor minimaal vijf jaar te pauzeren, zijn middelen voor het waterstofnetwerk op zee momenteel niet meer nodig. De afschalingskosten van Gasunie zijn nu ook bekend, waardoor we zekerheid hebben dat deze middelen niet meer uitgeput gaan worden. Daarom wordt € 11,8 mln afgeboekt naar generale beeld zodat het budget meer in lijn is met de verwachtingen. Daarnaast zijn er voor de OWE regeling vertragingen waardoor de kasbudgetten niet meer corresponderen met de verwachte uitgaven. Daarom wordt er resterend afgeboekt naar het generale beeld (- € 16,4 mln).

IPCEI-waterstof

Deze middelen zijn reeds juridisch verplicht maar vanwege de vertraging in de uitrol van de waterstofmarkt is het huidige kasritme niet meer accuraat. Daarom wordt dit jaar een onderuitputting verwacht, deze wordt middels deze mutatie afgeboekt naar het generale beeld (- € 20,7 mln).

Subsidieregeling Flexibiliteit

In de tweede suppletoire begroting wordt het budget vanwege lagere verwachte uitgaven afgeboekt naar het generale beeld (- € 11,3 mln). Daarnaast wordt een deel van dit budget gebruikt om het tekort op het Radioactive Waste Management Programme (RWMP) van NRG PALLAS op te lossen. Het RWMP betreft de verwerking en afvoer van het historisch, radioactief afval van de onderzoekslocatie in Petten. KGG blijft verantwoordelijk voor eventuele bijdragen in de kosten van het historisch, radioactief afval ondanks dat het dossier over wordt gedragen aan het ministerie van VWS (- € 6,5 mln). Zie ook bijgaand rapport Actualisatie voorziening RWMP 2024.

Subsidieproject Djewels

Als gevolg van vertragingen in het subsidieproject Djewels worden dit jaar niet alle verwachte mijlpalen behaald. Hierdoor wordt er minder uitgekeerd dit jaar en onderuitputting afgeboekt (- € 16 mln) en wordt
€ 0,5 mln gebruikt als dekking voor een tekort bij het onderzoeksbudget van KGG.

Investeringen verduurzaming industrie - Klimaatfonds

In de tweede suppletoire begroting wordt het budget vanwege lagere verwachte uitgaven afgeboekt naar het generale beeld (- € 15,4 mln).

Flankerend beleid WOZ

In de tweede suppletoire begroting wordt het budget in 2025 voor flankerend beleid windenergie op zee per saldo verlaagd met € 29,6 mln. Dit wordt verklaard door overboekingen naar andere departementen, een overboeking naar het financiële instrument bijdrage aan medeoverheden en het verlagen van het budget als gevolg van lagere verwachte uitgaven. 

Ten eerste hebben verschillende overboekingen naar andere departementen plaatsgevonden (- € 10 mln). Dit betreffen met name overboekingen naar Rijkswaterstaat ten behoeve van beheerskosten voor sensordiensten op zee (MIVSP I) (- € 6,8 mln) en voor het innovatieproject voor de telmethode voor het verzamelen van data over zeevogels
(- € 2 mln). Daarnaast zijn er diverse kleinere overboekingen gedaan: aan EZ en LVVN voor een ecologisch onderzoeksprogramma van Deltares en Wageningen Marine Research, aan OCW voor het activiteiten van het NIOZ voor ecologische monitoring van opwek van zonne-energie op zee en een bijdrage aan het Gemeentefonds voor de gemeente Moerdijk voor Powerport. Tot slot is € 1,4 mln overgeboekt naar het apparaatsbudget van KGG op de begroting van EZ voor de inhuur voor diverse activiteiten voor Windenergie Op Zee.

Ten tweede is er € 12 mln overgeheveld naar het financieel instrument bijdrage aan medeoverheden (Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden). Dit is voor specifieke uitkeringen via de Regeling specifieke uitkeringen gebiedsinvesteringen Net op Zee voor compensatie verzilting landbouwgronden (€ 10 mln) en voor een ecologisch impulspakket (€ 2 mln).

Tot slot zijn de verwachte uitgaven in 2025 naar beneden bijgesteld
(- € 6,3 mln), deze middelen worden afgeboekt naar het generale beeld. Dit komt met name doordat de opdracht voor het sensorprogramma MIVSP III in 2026 wordt verstrekt in plaats van in 2025 zoals eerder verwacht. 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Doorsluis COVA-heffing 

Zie de inhoudelijke toelichting onder ontvangsten. De onderuitputting (totaal € 12 mln) wordt deels ingezet voor enige tegenvallers van tezamen € 3,3 mln. Deze tegenvallers zijn op het P-budget (€ 0,4 mln), onderzoeksbudget van SodM (€ 0,5 mln) en de compensatie voor de SEFE-contracten (€ 2,4 mln). Het restant (€ 8,7 mln) wordt afgeboekt naar het generale beeld.

TNO-kerndepartement

Deze mutaties betreffen met name overhevelingen naar Economische Zaken, dit departement is namelijk verantwoordelijk voor het verlenen van de subsidie aan TNO en doet ook de betalingen aan dit instituut. De overhevelingen hebben met name betrekking op de uitbreidingen van het Kernhuis (- € 5 mln) en het programma PEGA Invulling Ondergrond
(- € 7 mln).

Ontvangsten

Ontvangsten COVA

Voor de COVA verwachten we € 12 mln minder te ontvangen. De COVA financiert zijn operationele kosten door een voorraadheffing van 0,8 eurocent per liter op benzine, diesel en LPG. Deze ontvangsten zijn naar lager dan geraamd omdat er in Nederland minder veraccijnsde brandstof aan het weg- en watervervoer is geleverd.

Diverse ontvangsten

Dit betreffen met name bijstellingen op terugontvangen subsidievoorschotten, zo is gebleken dat er voor het prijsplafond (de Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023) er meer is terugontvangen dan vooraf ingeschat, dit verklaart de grootste meevaller in de ontvangsten (€ 51,8 mln). Daarnaast is een lening aan EBN eerder terugbetaald dan geraamd (€ 6,5 mln). Verder is een desaldering teruggedraaid omdat de ontvangsten en de uitgaven pas in 2026 zullen plaatsvinden (- € 5 mln). Ook zijn er voor diverse regelingen op het terrein van Verduurzaming Industrie terugontvangsten gerealiseerd (€ 6,1 mln). Tot slot wordt een onttrekking uit de reserve voor de Garantieregeling Geothermie teruggedraaid (- € 7 mln).

Toelichting op de begrotingsreserves

Stand 1/1/2025 5.407,6
+ Geraamde storting 7,4
– Geraamde onttrekking ‒ 2.746,0
Stand (raming) per 31/12/2025 2.669,0

De begrotingsreserve voor duurzame energie en klimaattransitie is bestemd voor onbesteed gebleven middelen als gevolg van lagere SDE-subsidiebedragen door prijsfluctuaties, vertraging of het niet doorgaan van projecten waaraan subsidie is toegekend op basis van de SDE, de SDE+, de SDE++, de HER+ of de ISDE. Via de reserve blijven deze middelen ook in de toekomst beschikbaar voor het stimuleren van hernieuwbare energieproductie of CO2-reductie.

In deze suppletoire begroting worden geen additionele onttrekkingen of stortingen voor de reserve duurzame energie verwerkt.

Stand 1/1/2025 17,8
+ Geraamde storting
– Geraamde onttrekking ‒ 0,1
Stand (raming) per 31/12/2025 17,7

De begrotingsreserve voor de garantieregeling Aardwarmte is bedoeld om het budget voor het mogelijk uitbetalen van verliesdeclaraties meerjarig in te kunnen zetten en een eventuele mismatch in de tijd tussen inkomsten (premies) en uitgaven (verliesdeclaraties) op te vangen. Om gebruik te kunnen maken van de garantieregeling Aardwarmte betalen marktpartijen een kostendekkende premie aan de uitvoerder van de regeling (RVO.nl) die wordt gestort in de begrotingsreserve.

In deze suppletoire begroting worden geen additionele onttrekkingen of stortingen voor de begrotingsreserve Aardwarmte verwerkt.

Een eerdere onttrekking wordt wel teruggedraaid omdat is gebleken dat de uitgaven in 2025 niet nodig zullen zijn.

Stand 1/1/2025 6,6
+ Geraamde storting
– Geraamde onttrekking
Stand (raming) per 31/12/2025 6,6

De middelen in de begrotingsreserve risicopremie NRG zullen worden aangesproken als de Nuclear Reseach Group (NRG) – al dan niet tijdelijk of gedeeltelijk – niet kan voldoen aan de terugbetalingsverplichtingen volgens de afgesloten leningsovereenkomst.

In deze suppletoire begroting worden geen additionele onttrekkingen of stortingen voor de begrotingsreserve aan ECN/NRG verstrekte leningen verwerkt.

4 De niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 70 Apparaat Kerndepartement

Verplichtingen 0 0 0
Uitgaven 0 0 0
Personele uitgaven 0 0 0
waarvan eigen personeel 0 0 0
waarvan inhuur externen 0 0 0
waarvan overige personele uitgaven 0 0
Materiële uitgaven 0 0 0
waarvan ICT 0 0 0
waarvan bijdrage aan SSO's 0 0 0
waarvan DICTU 0 0 0
waarvan overige materiële uitgaven 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0
Overig 0 0 0

Toelichting

De apparaatsbudgetten van KGG staan vooralsnog gereserveerd op de EZ-begroting.

4.2 Artikel 71 Nog onverdeeld

Verplichtingen 0 0 0
Uitgaven 0 0 0
Prijsbijstelling 0 0 0
Loonbijstelling 0 0 0
Onverdeeld 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting op de verplichtingen en uitgaven

Er zijn geen mutaties bij het artikel «Nog onverdeeld».

5 Agentschappen

5.1 Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is de onafhankelijke nationale autoriteit voor de uitvoering van en het toezicht op marktinstrumenten die bijdragen aan een klimaatneutrale samenleving. De NEa ondersteunt de uitvoering van het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) en de systematiek Energie voor Vervoer (EV) in Nederland en houdt daar toezicht op. Dat doet de NEa door bedrijven te informeren, te adviseren en door toezicht te houden.

Daarnaast is de NEa onder andere de uitvoerder van de nationale CO2-heffing en de Inframarginale Elektriciteitsheffing (IME) en ziet NEa toe op het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen. De uitvoering van de wettelijke taken van het agentschap NEa valt onder de eindverantwoordelijkheid van het bestuur van de NEa dat een ZBO is.

Toelichting op de baten

In 2025 heeft NEa er een aantal taken bijgekregen waarvan de uit te voeren werkzaamheden en de omvang van de doelgroep zeer onzeker waren omdat wet- en regelgeving nog niet gereed was. NEa heeft toen in overleg met de opdrachtgevers begroot op het hoogste scenario. De kans op lagere baten en lasten was hierdoor groter dan normaal. De opdrachtgevers wilden echter niet het risico lopen dat er halverwege het jaar onvoldoende financiering was, in het geval het hoogste scenario werd gerealiseerd.

De lagere baten en lasten worden veroorzaakt doordat werkzaamheden minder bleken dan verwacht, deels omdat de doelgroep kleiner was en deels doordat werkzaamheden naar achteren zijn verschoven, omdat de wet- en regelgeving nog niet gereed was. Per opdracht wordt dit hieronder nader toegelicht.

Baten
-Omzet 36.827 ‒ 8.396 28.431
waarvan omzet moederdepartement 24.338 ‒ 5.827 18.511
waarvan omzet overige departementen 12.489 ‒ 2.569 9.920
waarvan omzet derden 0 0
Rentebaten 0 299 299
Vrijval voorzieningen 0 0
Bijzondere baten 0 218 218
Totaal baten 36.827 ‒ 7.879 28.948
Lasten
Apparaatskosten 31.449 ‒ 6.844 24.605
-Personele kosten 24.487 ‒ 5.824 18.663
waarvan eigen personeel 17.423 ‒ 2.361 15.062
waarvan inhuur externen 5.897 ‒ 3.590 2.307
waarvan overige personele kosten 1.167 127 1.294
-Materiële kosten 6.962 ‒ 1.020 5.942
waarvan apparaat ICT 2.334 ‒ 436 1.898
waarvan bijdrage aan SSO's 3.139 126 3.265
waarvan overige materiële kosten 1.489 ‒ 710 779
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 3.948 ‒ 1.218 2.730
Rentelasten 91 ‒ 7 84
Afschrijvingskosten 1.339 ‒ 29 1.310
-Materieel 0 0
waarvan apparaat ICT 0 0
waarvan overige materiële afschrijvingskosten 0 0
-Immaterieel 1.339 ‒ 29 1.310
Overige lasten 0 8 8
waarvan dotaties voorzieningen 0 0
waarvan bijzondere lasten 0 8 8
Totaal lasten 36.827 ‒ 8.090 28.737
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 0 211 211
Agentschapsdeel Vpb-lasten 0 0 0
Saldo van baten en lasten 0 211 211

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is de vergoeding voor de door de NEa gemaakte kosten (minus de rentebaten) voor taken in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei.

De omzet moederdepartement omvat ook een extra vergoeding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kindertoeslag (POK)/Werken aan Uitvoering (WaU) gelden voor gemaakte kosten voor een project voor verbetering van de dienstverlening (€ 0,1 mln).

De mutatie in de omzet moederdepartement is ‒ € 5,8 mln. Dit betreft enerzijds de POK/Wet open overheid (Woo) ontvangst van € 0,1 mln waarmee bij de 1e suppletoire begroting geen rekening was gehouden. De rest betreft de onderuitputting op de opdracht van KGG (- € 5,9 mln). Deze zit met name in het tijdelijke project IME en in nieuwe opdrachten ETS Zeevaart, groen gas, waterstof en methaan. De verklaring van de grootste verschillen is als volgt:

  1. IME is een nieuwe en eenmalige regeling, voortvloeiend uit een Europese verordening. Doel van deze verordening is het afromen van excessieve winsten die producenten van elektriciteit hebben gemaakt ten tijde van de gestegen energieprijzen einde 2022. Het gaat om een complexe regeling die op korte termijn ingericht moest worden. Bij aanvaarding van deze taak constateerde de NEa veel onzekerheden ten aanzien van opzet, wettelijke verankering en mogelijke bezwaarprocedures. Daarom is bewust met opdrachtgever een ruim budget afgesproken zodat de NEa voldoende middelen zou hebben om deze regeling uit te voeren en bijvoorbeeld voldoende inspecteurs, accountants en handhavingsjuristen zouden kunnen inhuren. Uiteindelijk is de NEa in staat geweest de regeling zo in te richten dat uitvoering voor bedrijven relatief eenvoudig is en dat er weinig ruimte is voor alternatieve interpretaties. Hierdoor heeft de NEa heel weinig bezwaren gekregen van de bedrijven die onder deze heffing kwamen te vallen. Daardoor is de inhuur € 3 mln lager dan het beschikbare budget. 
  2. De kosten van vast personeel zijn € 1,6 mln lager omdat vacatures voor diverse taken (ETS Zeevaart, groen gas, waterstof, methaan) niet zijn ingevuld, omdat werkzaamheden van die taken zijn uitgesteld en/of nog niet duidelijk is wat de werkzaamheden gaan worden die de NEa hiervoor moet uitvoeren.
  3. Diverse andere kosten (uitbesteding, overige inhuur, materiele kosten, afschrijvingen) zijn in totaal om dezelfde redenen ook € 1 mln lager dan verwacht.
  4. Tot slot zijn er extra ontvangsten van € 0,3 mln die aan de opdracht worden toegerekend waardoor de bekostiging naar beneden is bijgesteld.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen bestaat uit een vergoeding voor de door de NEa gemaakte kosten (minus de rentebaten) voor taken in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, € 6,8 mln) en voor taken vanuit het ministerie van Financiën (€ 3,1 mln).

De omzet IenW daalt met € 0,1 mln. Dit is met name het gevolg van extra ontvangsten die aan de opdracht van IenW worden toegerekend waardoor de bekostiging naar beneden is bijgesteld.

De omzet van Financiën daalt ten opzicht van de eerste suppletoire begroting met € 2,5 mln. In totaal is er € 4,7 mln onderuitputting op de opdracht. Dit betreft uitvoering van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM): het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de Europese buitengrens. De wet- en regelgeving hieromheen is in de loop van 2025 aangepast, waardoor de kosten uiteindelijk lager uitvielen dan waar in de eerste suppletoire begroting rekening mee werd gehouden. De kosten zijn lager geworden onder andere doordat minder bedrijven uiteindelijk onder de CBAM-regeling vallen dan oorspronkelijk was bedacht.

Rentebaten

De rentebaten zijn het gevolg van de hoge stand van de rekening courant met het ministerie van Financiën. De hoge stand is grotendeels te verklaren doordat er meer inkomsten dan uitgaven zijn, met name vanwege de onderuitputting van € 10,7 mln.

Bijzondere baten

De bijzondere baten betreffen:

  1. Een eindafrekening van een leverancier in 2025 over 2024 waarbij NEa geld terug heeft ontvangen (€ 0,05 mln);
  2. Vrijval van gereserveerde kosten uit 2021 en 2023 omdat de betreffende departementen hiervoor besloten hebben geen facturen te sturen (€ 0,14 mln);
  3. Overige positieve verschillen tussen reserveringen in 2024 en ontvangen facturen in 2025 (€ 0,03 mln).

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De kosten van vast personeel zijn lager, omdat een aantal vacatures niet is ingevuld. Dit is bij de omzet toegelicht.

De inhuur is lager dan begroot, wat voor een groot deel ter verklaren is door minder inhuur voor het tijdelijke project IME. Dit is hierboven toegelicht bij de omzet moederdepartement. Daarnaast is er minder inhuur nodig voor de uitvoering van nieuwe taken. Dit is te verklaren door minder werkzaamheden dan oorspronkelijk begroot, enerzijds omdat ze uitgesteld zijn, anderzijds omdat in sommige gevallen nog niet duidelijk is wat de werkzaamheden gaan worden die de NEa moet uitvoeren voor nieuwe taken. Door deze ontwikkelingen konden de NEa medewerkers meer werkzaamheden zonder inhuur oppakken.

De overige personele kosten zijn iets hoger dan begroot. Per abuis zijn de kosten voor reservering vakantiedagen (€ 0,88 mln) niet in de begroting meegenomen. Afgezien daarvan dalen de overige personele kosten, aangezien er ook minder vast personeel in dienst is.

Materiële kosten

De ICT-kosten zijn lager dan begroot. De grootste verklaring is dat er in het kader van een sociaal project twee medewerkers worden ingehuurd die onder meer de onderhoudswerkzaamheden voor de applicaties uitvoeren, waardoor deze kosten nu onder de inhuurkosten vallen.

De stijging van de bijdragen aan SSO’s is te verklaren doordat de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor deze kosten was ontvangen na de eerste suppletoire begroting. Deze kosten waren om die reden niet begroot.

De daling van de overige materiele kosten hangt samen met de vermindering van inzet voor nieuwe taken, die bij de omzet is toegelicht.

Kosten uitbesteed werk

De daling van de kosten van uitbesteding ten opzichte van de ontwerpbegroting betreft met name CBAM (zie omzet overige departementen).

1. Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen 9.943 0 9.943
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 36.827 2.839 39.666
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 38.485 8.061 ‒ 30.424
2. Totaal operationele kasstroom ‒ 1.658 10.900 9.242
Totaal investeringen (-/-) ‒ 2.836 1.351 ‒ 1.485
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0
3. Totaal investeringskasstroom ‒ 2.836 1.351 ‒ 1.485
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) ‒ 1.007 0 ‒ 1.007
Eenmalige storting door moederdepartement (+) 0 0
Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 1.348 0 ‒ 1.348
Beroep op leenfaciliteit (+) 0 0
4. Totaal financieringskasstroom ‒ 2.355 0 ‒ 2.355
5. Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4) 3.094 12.251 15.345

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen en gecorrigeerd voor mutaties van de overlopende posten.

De verwachte operationele kasstroom is per saldo € 10,9 mln hoger dan begroot. Dit wordt grotendeels (€ 10,7 mln) veroorzaakt doordat NEa minder heeft uitgegeven dan begroot. Dit is met name het gevolg van wet- en regelgeving die bij diverse taken anders uitpakt dan verwacht en die later is en nog wordt vastgesteld. In 2026 volgt een eindafrekening en wordt die € 10,7 mln terug betaald aan de drie opdrachtgevende ministeries.

Investeringskasstroom

De investeringskasstroom is lager dan begroot, omdat investeringen voor CBAM, waterstof en groen gas naar latere jaren worden geschoven.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom blijft gelijk aan de eerste suppletoire begroting.