[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2025D46959, datum: 2025-11-28, bijgewerkt: 2025-11-28 17:06, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36850-VIII-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36850 VIII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota).

Onderdeel van zaak 2025Z19753:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025‒2026
36 850VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

GoukeMoes

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

In deze Tweede Suppletoire Begroting van het Ministerie van OCW zijn de effecten van besluiten van het kabinet over de Najaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Najaarsnota.

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat een overzicht van de belangrijkste suppletoire mutaties op de OCW-begroting (paragraaf 2.1). Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1.000 5 10
=> 1.000 10 20

De toelichtingen op de uitgaven gelden ook voor de verplichtingen. Alleen indien er sprake is van een groot verschil van de verplichtingenmutaties ten opzichte van de uitgavenmutaties, wordt dit verschil apart toegelicht. Deze verschillen ontstaan bijvoorbeeld doordat er verplichtingen zijn aangegaan die niet tot een uitgavenmutatie leiden (zoals het aangaan van garantieverplichtingen in het kader van schatkistbankieren) of door regelingen waarvoor de verplichtingen dit jaar worden aangegaan terwijl de uitgaven pas volgend jaar (of in de jaren daarna) plaatsvinden.

Met het oog op het budgetrecht worden uitvoeringsmutaties zoveel mogelijk in de Tweede Suppletoire Begroting verwerkt. Er doen zich in de laatste maanden van het jaar echter ook nog mutaties voor, bijvoorbeeld in de (garantie)verplichtingen. De Tweede Kamer wordt hierover in een aparte brief geïnformeerd en de mutaties worden bij Slotwet verwerkt.

2 Het beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Stand vastgestelde begroting 2025 57.761.491
Stand suppletoire begroting september 2025 60.271.089
Belangrijkste suppletoire mutaties:
1) Saldo mee- en tegenvallers diverse ‒ 48.660
2) Openstaande verplichtingen diverse ‒ 26.341
3) Niet-plafondrelevante mutaties 11 ‒ 355.000
4) Nationaal Groeifonds diverse ‒ 53.598
5) Desalderingen 14, 95 4.180
6) Overige mutaties diverse 16.770
Stand 2e suppletoire begroting 2025 59.808.440

Toelichting


1. Saldo mee- en tegenvallers

Per saldo is er op de uitgaven een meevaller van € 48,7 miljoen op de OCW-begroting. Hieronder worden enkele mee- en tegenvallers toegelicht:

  1. In het primair onderwijs is er een meevaller van in totaal € 18,1 miljoen. Dit komt door een meevaller op het opdrachtenbudget (€ 9,0 miljoen) en een meevaller op het subsidiebudget (€ 9,1 miljoen).
  2. In het voortgezet onderwijs is er een tegenvaller op de nieuwkomersbekostiging van € 28,6 miljoen en een tegenvaller op maatschappelijke diensttijd (MDT) van € 5,4 miljoen. De tegenvaller op de nieuwkomersbekostiging ontstaat doordat er in het verleden een fout in de raming is gemaakt. Deze wordt nu voor het jaar 2025 gecorrigeerd. Op MDT is het budget overschreden vanwege bezwaren op de MDT-regeling 2024. Verder zijn er nog verschillende meevallers op het budget van het voortgezet onderwijs van in totaal € 22,6 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een meevaller op het budget voor opdrachten (€ 12,0 miljoen) en een meevaller op het budget voor subsidies (€ 10,6 miljoen).
  3. Op de middelen voor arbeidsmarkt en personeelsbeleid is er een meevaller van in totaal € 29,6 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er minder aanvragen zijn ingediend dan er budget beschikbaar is bij verschillende regelingen op het budget van zij-instroom (€ 14,6 miljoen). Op de lerarenbeurs doet zich een meevaller voor van € 9,0 miljoen omdat er minder aanvragen zijn gedaan dan er budget beschikbaar was.
  4. Op de relevante uitgaven voor studiefinanciering is er per saldo een tegenvaller van € 1,7 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een tegenvaller op het studentenreisproduct (€ 10,0 miljoen) en een tegenvaller op de overige uitgaven (€ 5,0 miljoen). Verder zijn er op het budget van studiefinanciering verschillende meevallers, waaronder een meevaller op de aanvullende beurs van € 10,0 miljoen en meevallers op het budget DUO wegens het lager uitvallen van uitvoeringskosten.

2. Openstaande verplichtingen
Op diverse artikelen zijn er verplichtingen die niet meer in 2025 tot uitgaven zullen leiden, maar wel in 2026. Hierdoor valt het budget voor 2025 lager uit. Het gaat in totaal om € 26,3 miljoen. Het betreft voornamelijk een openstaande verplichting op de tegemoetkoming voor (oud-)studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd (€ 15,0 miljoen). Verder is er meer tijd nodig geweest om de organisatie op te zetten voor de hersteloperatie uitwonendenbeurs. Hierdoor zullen er in 2025 minder herzieningen plaatsvinden en zullen deze naar verwachting doorschuiven naar 2026 (€ 8,0 miljoen).

3. Niet-plafondrelevante mutaties
De niet-plafondrelevante uitgaven op de studiefinanciering vallen € 355,0 miljoen lager uit dan geraamd. Met deze mutaties wordt de begroting aangesloten op de meest actuele realisatiecijfers van DUO. Het betreft voornamelijk een bijstelling op de rentedragende leningen van € 150,0 miljoen, een bijstelling op de basisbeurs van € 100,0 miljoen, een bijstelling op de aanvullende beurs van € 80,0 miljoen en bijstellingen op het collegegeldkrediet van € 15,0 miljoen.

4. Nationaal Groeifonds (NGF)
Op de projecten van het Nationaal Groeifonds binnen de OCW-begroting wordt per saldo € 53,6 miljoen afgeboekt in 2025. Dit komt door beschikkingen die niet meer konden plaatsvinden in 2025 en doorschuiven naar 2026. Het betreft middelen van diverse NGF-projecten, waarvan de grootste mutaties betrekking hebben op de LLO-katalysator (€ 30,7 miljoen) en Npuls (€ 18,0 miljoen).

5. Desalderingen
De desalderingen bedragen per saldo € 4,2 miljoen. Het betreft onder andere een desaldering voor de aankoop van twee portretten door het Frans Hals Museum via het Museaal Aankoopfonds (€ 2,1 miljoen).

6. Overig
Het saldo van de overige mutaties bestaat uit verschillende mutaties, waaronder met name interdepartementale overboekingen. Verder betreft het een mutatie voor de aankoop van European Space Agency (ESA)-credits ter dekking van de verwachte stijging van de contributiekosten voor ESA. Ten slotte betreft het een meevaller van € 4,5 miljoen op de COVID-budgetten, als gevolg van het aflopen van het Nationaal Programma Onderwijs.

Stand vastgestelde begroting 2025 2.274.012
Stand suppletoire begroting september 2025 3.342.638
Belangrijkste suppletoire mutaties:
1) Saldo mee- en tegenvallers 11.666
2) Desalderingen 4.180
Stand 2e suppletoire begroting 2025 3.358.484

Toelichting

1. Saldo mee- en tegenvallers
Het saldo van de mee- en tegenvallers wordt voornamelijk veroorzaakt door een meevaller van € 14,0 miljoen op het ontvangstenbudget van het primair onderwijs. Dit wordt veroorzaakt doordat bij gemeenten circa € 14,0 miljoen niet bestede middelen voor het Gemeentelijk Onderwijsachterstandsbeleid wordt teruggevorderd. Dit leidt tot extra ontvangsten op artikel 1 van de begroting. Daarnaast is er sprake van een tegenvaller van € 5,0 miljoen op de studiefinanciering doordat oud-studenten eerder aflossen en daardoor ook minder rente betalen. Dit leidt tot tegenvallende ontvangsten op de begroting van OCW.

2. Desalderingen
De desalderingen bedragen per saldo € 4,2 miljoen. Het betreft onder andere een desaldering voor de aankoop van twee portretten door het Frans Hals Museum via het Museaal Aankoopfonds (€ 2,1 miljoen).

3 De beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 18.092.211 210.724 18.302.935
Uitgaven 17.023.882 ‒ 28.902 16.994.980
Bekostiging 15.479.146 ‒ 6.313 15.472.833
Bekostiging po-instellingen 15.325.300 ‒ 6.209 15.319.091
Bekostiging Caribisch Nederland 34.107 510 34.617
Aanvullende bekostiging 104.624 500 105.124
Aanpak lerarentekort G5 15.115 ‒ 1.114 14.001
Subsidies (regelingen) 796.121 ‒ 9.857 786.264
Onderwijsvoorziening Jonggehandicapten 35.204 0 35.204
Nederlands onderwijs buitenland 15.328 0 15.328
Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs 19.049 0 19.049
School en omgeving 120.895 3.298 124.193
Basisvaardigheden 376.450 ‒ 6.190 370.260
NGF Open Leermateriaal 2.214 ‒ 76 2.138
NGF Digitaal Onderwijs 6.634 0 6.634
Schoolmaaltijden 81.117 ‒ 2.096 79.021
Brugfunctionaris PO 41.909 0 41.909
Overige subsidies 97.321 ‒ 4.793 92.528
Opdrachten 26.905 ‒ 13.352 13.553
Opdrachten 26.905 ‒ 14.046 12.859
Opdrachten CN 0 694 694
Bijdrage aan agentschappen 48.034 24 48.058
Dienst Uitvoering Onderwijs 48.034 24 48.058
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 10.629 0 10.629
Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds 7.599 0 7.599
UWV 3.030 0 3.030
Bijdrage aan medeoverheden 663.047 596 663.643
Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 638.352 0 638.352
Caribisch Nederland 21.695 596 22.291
Scholenprogramma Groningen 3.000 0 3.000
Overig 0 0 0
Ontvangsten 35.208 14.000 49.208
Verplichtingen 18.092.211 210.724 18.302.935
waarvan garantieverplichtingen 1.913 3.168 5.081
waarvan overige verplichtingen 18.090.298 207.556 18.297.854

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen voor artikel 1 worden per saldo met € 210,7 miljoen verhoogd.

Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties betreft € 239,6 miljoen.

Dit wordt vooral verklaard door het toevoegen van € 250,0 miljoen verplichtingenruimte op bekostiging voor po-instellingen, zodat deze aansluit bij de uitgaven van 2026 die in 2025 worden verplicht.

Voor de subsidieregeling Basisvaardigheden wordt het verplichtingenbudget eveneens verhoogd. Deze aanpassing is het gevolg van een herverdeling van verplichtingenbudget tussen artikel 1 (Primair Onderwijs) en artikel 3 (Voortgezet Onderwijs). Daarbij wordt het verplichtingenbudget onder artikel 1 verlaagd met € 11,5 miljoen en dat onder artikel 3 met hetzelfde bedrag verhoogd. Deze herverdeling is nodig, omdat in verhouding voor meer vo-leerlingen dan po-leerlingen een subsidieaanvraag is gedaan ten opzichte van de verhouding waarop het budget tussen de twee artikelen is verdeeld.

Uitgaven

De uitgaven worden per saldo met € 28,9 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument


Opdrachten
Het budget wordt per saldo met € 13,4 miljoen verlaagd.
De verlaging wordt met name veroorzaakt door een meevaller van € 9,0 miljoen. Deze meevaller wordt veroorzaakt doordat verschillende onderzoeken en projecten later starten dan verwacht en omdat kosten lager uitvallen dan begroot. Zo vallen bijvoorbeeld de kosten voor medezeggenschapsprojecten lager uit dat begroot. Ook bleek het eenmalig verstrekken van devices bij nader inzien een subsidie in plaats van een opdracht. Daarnaast is er een meevaller van € 4,0 miljoen op het opdrachtenbudget voor het NP Onderwijs. Omdat het NP Onderwijs dit jaar wordt afgerond, wordt dit deel van het budget niet uitgegeven.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 14,0 miljoen verhoogd. Dit wordt met name veroorzaakt doordat bij gemeenten niet bestede middelen voor het Gemeentelijk Onderwijsachterstandsbeleid over de periode 2022-2023 worden teruggevorderd. Dit leidt tot extra ontvangsten op artikel 1 van de begroting.

3.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 13.169.366 331.390 13.500.756
Uitgaven 12.374.770 11.563 12.386.333
Bekostiging 11.410.539 28.616 11.439.155
Bekostiging vo-instellingen 11.298.523 28.563 11.327.086
Bekosting Caribisch Nederland 28.466 53 28.519
Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters 79.010 0 79.010
Aanvullende regelingen leerlingendaling 4.540 0 4.540
Subsidies (regelingen) 770.541 ‒ 4.714 765.827
Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo 30.724 76 30.800
Praktijkgerichte programma's 16.605 ‒ 1.500 15.105
Basisvaardigheden 230.765 4.690 235.455
Maatschappelijke diensttijd 157.561 5.480 163.041
School en omgeving 72.958 ‒ 3.200 69.758
NGF Ontwikkelkracht 20.972 0 20.972
Schoolmaaltijden 52.650 ‒ 2.128 50.522
Brugfunctionaris VO 11.520 0 11.520
NGF Techkwadraat 46.824 ‒ 200 46.624
NGF Innovatieve onderwijs huisvesting 9.081 0 9.081
Overige subsidies 120.881 ‒ 7.932 112.949
Opdrachten 30.571 ‒ 14.990 15.581
Opdrachten 27.628 ‒ 14.893 12.735
MDT opdrachten 2.943 ‒ 97 2.846
Bijdrage aan agentschappen 87.235 1.014 88.249
Dienst Uitvoering Onderwijs 87.235 1.014 88.249
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 75.526 1.637 77.163
College voor Toetsen en Examens 21.285 ‒ 105 21.180
SLOA: Onderwijs ondersteunende instellingen 54.241 1.742 55.983
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 358 0 358
GRAZ (ECML) en PISA 358 0 358
Ontvangsten 11.019 0 11.019
Verplichtingen 13.169.366 331.390 13.500.756
waarvan garantieverplichtingen ‒ 6.048 ‒ 5.583 ‒ 11.631
waarvan overige verplichtingen 13.175.414 336.973 13.512.387

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen
De verplichtingen voor artikel 3 worden per saldo met € 331,4 miljoen verhoogd.

Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties betreft € 319,8 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door het ophogen van het verplichtingenbudget voor de subsidieregelingen Sterk techniekonderwijs en Basisvaardigheden met respectievelijk € 291,5 miljoen en € 24,0 miljoen. Voor de regeling Sterk techniekonderwijs geldt dat de uitbetalingen deels in latere jaren plaatsvinden, maar in 2025 volledig worden beschikt en verplicht. Dit vergt een ophoging van het verplichtingenbudget in 2025.

Voor de subsidieregeling Basisvaardigheden wordt het verplichtingenbudget eveneens verhoogd. Deze aanpassing is het gevolg van een herverdeling van verplichtingenbudget tussen artikel 1 (Primair Onderwijs) en artikel 3 (Voortgezet Onderwijs). Daarbij wordt het verplichtingenbudget onder artikel 1 verlaagd met € 11,5 miljoen en dat onder artikel 3 met hetzelfde bedrag verhoogd. Deze herverdeling is nodig, omdat in verhouding voor meer vo-leerlingen dan po-leerlingen een subsidieaanvraag is gedaan ten opzichte van de verhouding waarop het budget tussen de twee artikelen is verdeeld.

Uitgaven
De uitgaven worden per saldo met € 11,6 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument

Bekostiging
Het budget wordt per saldo met € 28,6 miljoen verhoogd.
Dit wordt veroorzaakt door een tegenvaller van € 28,6 miljoen op de nieuwkomersbekostiging. De tegenvaller is ontstaan door een fout in de raming van de nieuwkomersbekostiging in 2023. De meerjarige tegenvaller om de hogere uitgaven voor nieuwkomers te dekken is destijds te laag ingeschat. Met de verhoging van het budget wordt de foutieve raming van de nieuwkomersbekostiging voor 2025 gecorrigeerd.   

Opdrachten
Het budget wordt per saldo met € 15,0 miljoen verlaagd.
Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een meevaller van € 12,0 miljoen op de opdrachten. Deze meevaller wordt veroorzaakt doordat verschillende onderzoeken en projecten later starten dan verwacht en omdat kosten lager uitvallen dan begroot. Er is bijvoorbeeld sprake van vertraging in de uitvoering van onderzoeken, onder andere uitgevoerd door NRO, waardoor een deel van de middelen vrijvalt. Het gaat bijvoorbeeld om het ontwikkelen van een interventiekaart voor basisvaardigheden en een effectonderzoek voor rekenen en wiskunde.

3.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 6.468.652 ‒ 10.984 6.457.668
Uitgaven 6.172.436 ‒ 4.106 6.168.330
Bekostiging 5.485.689 ‒ 2.001 5.483.688
Bekostiging mbo-instellingen 4.715.138 0 4.715.138
Bekostiging Caribisch Nederland 13.415 ‒ 1.388 12.027
Bekostiging vavo 95.370 0 95.370
Aanvullende bekostiging krimpregio's 30.000 0 30.000
Loopbaanoriëntatie 32.000 0 32.000
Kwaliteitsafspraken investeringsbudget 538.984 0 538.984
Regionaal Investeringfonds 17.711 ‒ 613 17.098
Regionaal Programma 43.071 0 43.071
Subsidies (regelingen) 333.584 ‒ 2.264 331.320
Praktijkleren 262.597 0 262.597
LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF) 770 ‒ 57 713
Basisvaardigheden voor volwassenen/Tel mee met Taal 7.898 0 7.898
Loopbaanoriëntatie 1.818 0 1.818
Doorstroom beroepskolom 33.180 ‒ 2.520 30.660
Vakwedstrijden MBO 5.397 0 5.397
Overige subsidies 21.924 313 22.237
Opdrachten 12.980 ‒ 2.309 10.671
Opdrachten 12.980 ‒ 2.309 10.671
Bijdrage aan agentschappen 27.334 997 28.331
Dienst Uitvoering Onderwijs 23.635 970 24.605
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 3.699 27 3.726
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 97.510 0 97.510
SBB 90.810 0 90.810
NWO: NRO- Programma's MBO 5.584 0 5.584
NCP NLQF 1.116 0 1.116
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 215.339 1.471 216.810
RMC's 54.478 0 54.478
Educatie 104.066 0 104.066
Caribisch Nederland 0 1.471 1.471
Regionaal Programma 55.100 0 55.100
Masterplan Campus Groningen 1.695 0 1.695
Ontvangsten 5.700 2.000 7.700
Verplichtingen 6.468.652 ‒ 10.984 6.457.668
waarvan garantieverplichtingen 3.576 ‒ 14.055 ‒ 10.479
waarvan overige verplichtingen 6.465.076 3.071 6.468.147

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De uitgaven worden per saldo met € 4,1 miljoen verlaagd en de verplichtingen worden per saldo met € 11,0 miljoen verlaagd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 6,9 miljoen) wordt met name veroorzaakt door het aflossen van leningen die via schatkistbankieren zijn verstrekt, waardoor de garantieverplichtingen worden verlaagd (€ 14,1 miljoen). Daarnaast worden de verplichtingen opgehoogd op diverse instrumenten, zoals DUO, het RVO, opdrachten en Basisvaardigheden voor Volwassenen.

Uitgaven

De uitgaven worden per saldo met € 4,1 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument

Subsidies
Op de Regeling doorstroom beroepskolom is een meevaller van € 2,5 miljoen. Dit wordt verklaard doordat er minder opleidingsroutes zijn aangevraagd binnen de beroepsopleidingskolom.

Ontvangsten

Op het instrument ontvangsten is er een meevaller van € 2,0 miljoen. Er is een incidentele extra terugvordering van de specifieke uitkering Educatie van in totaal € 2,0 miljoen in 2025.

3.4 Beleidsartikel 6. Hoger onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 4.846.880 ‒ 40.464 4.806.416
Uitgaven 4.727.266 ‒ 55.406 4.671.860
Bekostiging 4.474.899 ‒ 2.236 4.472.663
Bekostiging onderwijsdeel 4.268.086 ‒ 2.323 4.265.763
Bekostiging ontwerp en ontwikkeling 165.939 87 166.026
Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen 300 0 300
Fonds onderzoek en wetenschap 40.574 0 40.574
Subsidies (regelingen) 167.717 ‒ 52.573 115.144
Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding 2.273 ‒ 1.000 1.273
NGF Aanpak professionalisering leraren 4.552 ‒ 3.310 1.242
NGF Katalysator 91.676 ‒ 29.942 61.734
NGF Digitale impuls 66.889 ‒ 18.143 48.746
Overige subsidies 2.327 ‒ 178 2.149
Bijdrage aan agentschappen 21.003 ‒ 607 20.396
Dienst Uitvoering Onderwijs 21.003 ‒ 607 20.396
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 63.647 10 63.657
NWO: Promotiebeurs voor leraren 12.443 0 12.443
NWO: NRO-programma HO 28.781 0 28.781
Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) 7.301 10 7.311
Bijdrage RWT Nuffic 10.494 0 10.494
Bijdrage RWT Landelijk Centrum Studiekeuze 4.628 0 4.628
Ontvangsten 508 600 1.108
Verplichtingen 4.846.880 ‒ 40.464 4.806.416
waarvan garantieverplichtingen 21.187 10.831 32.018
waarvan overige verplichtingen 4.825.693 ‒ 51.295 4.774.398

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen
De verplichtingen worden per saldo met € 40,5 miljoen verlaagd. De belangrijkste oorzaken zijn de lagere realisatie op de NGF-projecten in 2025 (€ 40,2 miljoen, zie toelichting bij de uitgaven), per saldo hogere afgegeven garanties op leningen van instellingen (€ 10,8 miljoen) en een lagere realisatie op bekostiging (€ 17,2 miljoen) omdat sommige onderdelen niet met de eerste rijksbijdragebrief 2026 (verplicht in 2025) zijn meegegaan maar doorschuiven naar de tweede rijksbijdragebrief 2026 (te verplichten in 2026). De resterende verhoging van € 6,1 miljoen heeft betrekking op diverse kleinere posten.

Uitgaven
De uitgaven worden per saldo met € 55,4 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument

Subsidies
Op het instrument subsidies wordt in totaal € 52,6 miljoen minder gerealiseerd dan vooraf begroot. Onderdeel hiervan zijn de overlopende verplichtingen op de NGF-projecten Nationale Aanpak Professionalisering Leraren, LLO Katalysator en Npuls.

3.5 Beleidsartikel 7. Wetenschappelijk onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 7.693.583 ‒ 10.745 7.682.838
Uitgaven 7.409.621 ‒ 2.791 7.406.830
Bekostiging 7.394.607 ‒ 723 7.393.884
Bekostiging onderwijsdeel 3.459.151 ‒ 650 3.458.501
Bekostiging onderzoeksdeel 2.951.081 ‒ 73 2.951.008
Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek 877.636 0 877.636
Fonds onderzoek en wetenschap 106.739 0 106.739
Subsidies (regelingen) 8.015 ‒ 1.254 6.761
Vluchteling Studenten UAF 2.665 ‒ 966 1.699
Expertisecentrum inclusief onderwijs (ECIO) 1.095 0 1.095
Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) 391 0 391
Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) 351 0 351
Overige subsidies 3.513 ‒ 288 3.225
Opdrachten 3.669 ‒ 814 2.855
Opdrachten 3.669 ‒ 814 2.855
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 3.330 0 3.330
Europees Universitair Instituut Florence (EUI) 2.141 0 2.141
United Nations University (UNU) 1.189 0 1.189
Ontvangsten 16 0 16
Verplichtingen 7.693.583 ‒ 10.745 7.682.838
waarvan garantieverplichtingen ‒ 12.774 ‒ 8.833 ‒ 21.607
waarvan overige verplichtingen 7.706.357 ‒ 1.912 7.704.445

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen
De verplichtingen worden per saldo met € 10,7 miljoen verlaagd. De belangrijkste oorzaak is de per saldo lagere afgegeven garanties op leningen van instellingen (€ 8,8 miljoen). De resterende verlaging van € 1,9 miljoen heeft betrekking op diverse kleinere posten.

Uitgaven
De uitgaven worden per saldo met € 2,8 miljoen verlaagd. Dit heeft betrekking op diverse kleinere posten.

3.6 Beleidsartikel 8. Internationaal beleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 26.898 ‒ 507 26.391
Uitgaven 26.898 ‒ 592 26.307
Subsidies (regelingen) 8.955 ‒ 198 8.757
Stichting Ons Erfdeel 185 0 185
Stichting Nuffic 1.197 0 1.197
Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training 4.918 0 4.918
Internationalisering onderwijs 94 0 94
Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) 972 ‒ 148 824
Netherlands house for Education and Research (Neth-ER) 687 0 687
Overige incidentele subsidies 902 ‒ 50 852
Opdrachten 6.444 ‒ 394 6.050
Opdrachten 6.444 ‒ 394 6.050
Bijdrage aan medeoverheden 1.405 0 1.405
Bijdrage aan medeoverheden 1.405 0 1.405
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 9.614 0 9.615
Nederlandse Taalunie 8.974 0 8.974
Europa College Brugge 35 0 35
Unesco 59 0 59
OESO CERI 101 0 101
Fulbright Center 422 0 422
EU-programma's en activiteiten 23 0 23
Overige bijdragen 1 0 1
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 480 0 480
Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa) 480 0 480
Ontvangsten 99 0 99

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven.

Toelichting

Verplichtingen en Uitgaven
De verplichtingen voor artikel 8 worden per saldo met € 0,5 miljoen verlaagd. De uitgaven worden per saldo met € 0,6 miljoen verlaagd.

3.7 Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 398.995 ‒ 30.378 368.617
Uitgaven 409.495 ‒ 30.378 379.117
Bekostiging 228.805 ‒ 4.000 224.805
Tekorten regio's 228.805 ‒ 4.000 224.805
Subsidies (regelingen) 169.919 ‒ 26.837 143.082
Lerarenbeurs 68.678 ‒ 9.000 59.678
Zij-instroom 94.371 ‒ 14.585 79.786
Overige subsidies 6.870 ‒ 3.252 3.618
Opdrachten 6.370 359 6.729
Opdrachten 6.370 359 6.729
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 4.401 100 4.501
Dienst Uitvoering Onderwijs 4.401 100 4.501
Ontvangsten 7.000 0 7.000

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen en Uitgaven

De verplichtingen en uitgaven worden per saldo met € 30,4 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument


Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 26,8 miljoen verlaagd. Dit wordt met name veroorzaakt door meevallers op de budgetten zij-instroom (€ 14,6 miljoen) en lerarenbeurs (€ 9,0 miljoen).  

Van de totale meevaller op het budget zij-instroom (€ 14,6 miljoen) wordt € 8,4 miljoen veroorzaakt door meevallers op de volgende regelingen, omdat er minder aanvragen zijn ingediend dan vooraf begroot:

  1. de regeling zij-instroom in beroep (€ 5,3 miljoen);
  2. de regeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar (€ 2,1 miljoen);
  3. de drie regelingen instructeursbeurs mbo instroom; schoolleiders po van buiten het onderwijs; en Statushouders en Oekraïense ontheemden en de Stap naar de klas (samen € 1,0 miljoen).

De overige € 6,2 miljoen van de totale meevaller op het budget zij-instroom (€ 14,6 miljoen) wordt veroorzaakt doordat in eerdere jaren toegevoegde loon- en prijsbijstelling niet is opgenomen in de subsidieplafonds van de regelingen vanwege het achterblijvende aantal aanvragen.

De meevaller op de Lerarenbeurs (€ 9,0 miljoen) wordt veroorzaakt doordat er minder subsidieaanvragen zijn gedaan dan vooraf begroot.

3.8 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 6.982.735 ‒ 373.417 6.609.318
Uitgaven 6.982.735 ‒ 373.417 6.609.318
Inkomensoverdracht 4.012.193 ‒ 18.000 3.994.193
Basisbeurs gift (R) 482.728 0 482.728
Aanvullende beurs gift (R) 835.512 ‒ 10.000 825.512
Reisvoorziening gift (R) 896.126 10.000 906.126
Studievoorschotvouchers (R) 667.756 0 667.756
Caribisch Nederland gift (R) 1.959 0 1.959
Tegemoetkoming (R) 922.960 ‒ 15.000 907.960
Overige uitgaven (R) 205.152 ‒ 3.000 202.152
Leningen 2.713.167 ‒ 355.000 2.358.167
Basisbeurs prestatiebeurs (NR) 873.126 ‒ 100.000 773.126
Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR) 291.972 ‒ 80.000 211.972
Reisvoorziening (NR) 18.945 ‒ 10.000 8.945
Caribisch Nederland prestatiebeurs (NR) 262 0 262
Rentedragende lening (NR) 1.323.257 ‒ 150.000 1.173.257
Collegegeldkrediet (NR) 157.285 ‒ 15.000 142.285
Levenlanglerenkrediet (NR) 18.609 0 18.609
Caribisch Nederland leningen (NR) 408 0 408
Overige uitgaven (NR) 29.303 0 29.303
Bijdrage aan agentschappen 257.375 ‒ 417 256.958
Dienst Uitvoering Onderwijs 257.375 ‒ 417 256.958
Ontvangsten 2.832.722 ‒ 5.000 2.827.722
Ontvangen rente (R) 253.547 ‒ 5.000 248.547
Overige ontvangsten (R) 25.501 0 25.501
Ontvangsten Caribisch Nederland (R) 846 0 846
Terugontvangen lening (NR) 2.552.739 0 2.552.739
Ontvangsten Caribisch Nederland (NR) 89 0 89

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Algemeen:

Zowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheid gemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent: relevant voor het uitgavenplafond. Uitgangspunt in de begrotingsregels is dat uitgaven die relevant zijn voor het EMU-saldo ook relevant zijn voor het uitgavenplafond. Zoals opgenomen in Ontwerpbegroting 2023 is de behandeling van prestatiebeurzen voor het EMU-saldo veranderd door gewijzigde inzichten van Eurostat en daarmee het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De relevante uitgaven in deze begroting worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en uitgekeerde prestatiebeurs die wordt omgezet in een gift. In deze suppletoire begroting van het ministerie van OCW worden de prestatiebeursuitgaven als niet-relevant behandeld (zolang die nog niet zijn omgezet in een gift); in de weergave van het EMU-saldo worden zij wel als relevant weergegeven, middels een correctie op het EMU-saldo.

Overige niet-relevante uitgaven zijn de rentedragende leningen. Deze uitgaven zijn niet-relevant voor het uitgavenplafond, maar worden wel meegerekend in de EMU-schuld. De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van de rentedragende leningen.

Verplichtingen en Uitgaven

De totale uitgaven op artikel 11 worden met € 373,4 miljoen naar beneden bijgesteld. De inkomensoverdrachten worden met € 18,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Het budget voor de leningen wordt met € 355,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Daarnaast wordt de bijdrage aan agentschappen met € 0,4 miljoen naar beneden bijgesteld. Hieronder wordt dit per instrument toegelicht. Tenzij anders vermeld volgen de bijstellingen louter uit aanpassingen naar aanleiding van de realisatiecijfers.

Toelichting per instrument


Inkomensoverdracht
De relevante uitgaven worden met € 18,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Op de posten zijn er verschillende bijstellingen, die bestaan uit de volgende elementen:

  1. De uitgaven aan de aanvullende beurs worden met € 10,0 miljoen verlaagd. Dit betreft een bijstelling omlaag van € 10,0 miljoen van de aanvullende beurs die direct als gift wordt uitgekeerd;
  2. De uitgaven aan de reisvoorziening worden per saldo met € 10,0 miljoen verhoogd. Dit betreft een bijstelling omhoog van € 10,0 miljoen voor de bijdrage van studerenden aan het OV-contract;
  3. De relevante overige uitgaven zijn op basis van de realisatie met € 3,0 miljoen verlaagd. Het terugdraaien van besluiten die tussen 2012 en 2023 genomen zijn op basis van risicogerichte controles op de uitwonende basisbeurs vinden later plaats dan gedacht, hierdoor is er sprake van een overlopende verplichting van € 8,0 miljoen. Deze besluiten zullen naar verwachting in 2026 worden teruggedraaid. Daarnaast is er een meevaller van € 5,0 miljoen op de overige uitgaven;
  4. De uitgaven voor de tegemoetkoming doelgroep leenstelsel worden met 15,0 miljoen verlaagd. Deze studenten behouden het recht op de tegemoetkoming als zij alsnog binnen de termijn aan de diploma-eis voldoen.

Leningen

De niet-relevante uitgaven worden per saldo met € 355,0 miljoen verlaagd. Hieronder wordt toegelicht in welke posten dit uiteenvalt. Voor elk van de posten geldt dat een groot deel van de correctie (voor de vier posten opgeteld € 137,7 miljoen) verklaard wordt door vrijvallende, niet-relevante middelen voor loon- en prijsontwikkeling. De bijstelling van € 355,0 miljoen bestaat uit de volgende onderdelen:

• De niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met € 100,0 miljoen verminderd. De toekenningen prestatiebeurs worden omlaag bijgesteld;

• De niet-relevante uitgaven aanvullende beurs zijn per saldo met € 80,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit betreft een neerwaartse bijstelling op de toekenningen prestatiebeurs;

• De niet-relevante uitgaven aan de reisvoorziening worden per saldo met € 10,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Het betreft een verlaging van de reisvoorziening met € 10,0 miljoen omdat er minder reisvoorziening aan studenten is toegekend dan is geraamd;

• De niet-relevante uitgaven op de post rentedragende lening zijn naar beneden bijgesteld met € 150,0 miljoen. Uit de realisaties van de eerste helft van 2025 blijkt dat de rente-inkomsten van studiefinanciering lager uitvallen dan bij Voorjaarsnota geraamd. Deze bijstelling wordt onder andere veroorzaakt doordat studenten minder lenen en oud-studenten eerder aflossen en daardoor ook minder rente betalen.

• De niet-relevante uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 15,0 miljoen als gevolg van de reeds bekende realisatie.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 5,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Op basis van realisatiegegevens blijkt onder andere dat oud-studenten eerder aflossen en daarmee ook minder rente betalen. Dit leidt tot lagere renteontvangsten op de begroting van OCW.

3.9 Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 74.235 0 74.235
Uitgaven 74.235 0 74.235
0 0
Inkomensoverdracht 70.823 0 70.823
Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R) 3.137 0 3.137
Tegemoetkoming deeltijd (R) 2.770 0 2.770
Tegemoetkoming vavo voltijd (R) 5.146 0 5.146
Tegemoetkoming vo voltijd (R) 56.672 0 56.672
Tegemoetkoming vso voltijd (R) 3.098 0 3.098
Leningen 21 0 21
Omboeking van kort- naar langlopende vorderingen (NR) 21 0 21
Bijdrage aan agentschappen 3.391 0 3.391
Dienst Uitvoering Onderwijs 3.391 0 3.391
Ontvangsten 1.962 0 1.962
Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) en deeltijd vo (R) 291 0 291
Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R) 1.671 0 1.671

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Op basis van de gerealiseerde uitgaven tot en met augustus 2025 zijn er geen bijstellingen.

3.10 Beleidsartikel 13. Lesgelden

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 19.073 0 19.073
Uitgaven 19.073 0 19.073
Bijdrage aan agentschappen 19.073 0 19.073
Dienst Uitvoering Onderwijs 19.073 0 19.073
Ontvangsten 250.713 0 250.713

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Op basis van de reeds gerealiseerde ontvangsten tot en met augustus 2025 zijn er geen bijstellingen.

3.11 Beleidsartikel 14. Cultuur

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 879.109 251.497 1.130.606
Uitgaven 1.464.923 ‒ 8.254 1.456.669
Bekostiging 1.200.499 ‒ 1.109 1.199.390
Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen 277.757 ‒ 780 276.977
Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen 339.370 ‒ 329 339.041
Museale instellingen met een wettelijke taak 281.859 0 281.859
Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen 35.862 0 35.862
Digitale openbare bibliotheek 19.816 0 19.816
Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten 14.728 0 14.728
Monumentenzorg 194.638 0 194.638
Archieven (incl. Regionale Historische Centra) 36.469 0 36.469
Subsidies (regelingen) 112.101 ‒ 6.230 105.871
Verbreden inzet cultuur 14.565 ‒ 1.466 13.099
Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) 9.414 94 9.508
Programma leesbevordering 34.322 ‒ 3.500 30.822
Creatieve Industrie 3.346 0 3.346
NGF CIIIC 9.160 0 9.160
Specifiek cultuurbeleid 35.932 ‒ 328 35.604
Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 5.362 ‒ 1.030 4.332
Opdrachten 31.006 3.401 34.407
Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis 2.529 ‒ 625 1.904
Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 14.818 1.996 16.814
NGF Opdrachten 929 0 929
Overige opdrachten 12.730 2.030 14.760
Bijdrage aan agentschappen 79.414 1.398 80.812
Nationaal Archief 79.414 1.398 80.812
Bijdragen aan medeoverheden 39.831 ‒ 5.699 34.132
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 2.072 ‒ 15 2.057
Ontvangsten 24.952 2.133 27.085
Verplichtingen 879.109 251.497 1.130.606
waarvan garantieverplichtingen ‒ 43.097 197.371 154.274
waarvan overig 922.206 54.126 976.332

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden verhoogd met € 251,5 miljoen, waarvan € 197,4 voor de garantieverplichtingen en € 54,1 voor de overige verplichtingen. Het verschil tussen de verhoging van de raming van de overige verplichtingen en de verlaging van de uitgavenraming is € 62,4 miljoen. De verhoging bestaat uit reserveringen voor hogere verplichtingen voor de monumentenzorg en enkele in 2025 aan te gane meerjarige verplichtingen voor onder meer het Nationaal Groeifonds, amateurkunsten, arbeidsmarktbeleid en het nieuwe rijksmuseum (Museum Panorama Mesdag).

Ontvangsten

De ontvangstenraming wordt verhoogd met € 2,1 miljoen in verband met een desaldering ten laste van het Museaal aankoopfonds, waarmee een rijksbijdrage is geleverd aan de aankoop van twee werken van Frans Hals.

3.12 Beleidsartikel 15. Media

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 1.338.594 ‒ 42 1.338.552
Uitgaven 1.300.007 ‒ 42 1.299.965
Bekostiging 1.253.502 106 1.253.608
Landelijke publieke omroep 980.286 0 980.286
Regionale omroep 197.579 0 197.579
Stichting Omroep Muziek 22.569 0 22.569
Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG) 31.739 0 31.739
Stimuleringsfonds voor de Journalistiek 3.181 64 3.245
Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO) 5.866 0 5.866
Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik) 1.944 0 1.944
Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) 2.007 0 2.007
Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve 7.650 99 7.749
Overige bekostiging media 681 ‒ 57 624
Subsidies (regelingen) 35.931 0 35.931
Onderzoeksjournalistiek 15.015 200 15.215
Lokale journalistiek 19.748 ‒ 200 19.548
Overige subsidies 1.168 0 1.168
Opdrachten 689 ‒ 106 583
Opdrachten 689 ‒ 106 583
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 9.799 ‒ 42 9.757
Commissariaat voor de Media 9.799 ‒ 42 9.757
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 86 0 86
European Audiovisual Observatory 86 0 86
Ontvangsten 165.100 66 165.166
Reclame ontvangsten 165.100 66 165.166

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven.

Toelichting

Verplichtingen en Uitgaven
De verplichtingen en uitgaven voor artikel 15 worden per saldo met € 0,04 miljoen verlaagd.

3.13 Beleidsartikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 1.812.900 67.122 1.880.022
Uitgaven 1.802.002 34.474 1.836.476
Bekostiging 1.504.952 30.626 1.535.578
NWO 683.220 22.450 705.670
KNAW 116.613 240 116.853
KB 69.089 26 69.115
NWO Talentenontwikkeling 165.885 0 165.885
NWO TTW 8.000 0 8.000
NWO Grootschalige Researchinfrastructuur 55.380 0 55.380
NWO Praktijkgericht Onderzoek 72.340 5.000 77.340
Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) 39.152 375 39.527
Poolonderzoek 3.147 0 3.147
Caribisch Nederland 2.500 0 2.500
NWO NWA 136.153 2.535 138.688
NWO Fonds onderzoek en wetenschap 137.047 0 137.047
NWO Praktijk onderzoek en wetenschap 16.426 0 16.426
Subsidies (regelingen) 165.945 ‒ 1.803 164.142
Naturalis Biodiversity Center 13.798 0 13.798
BPRC 13.104 0 13.104
NEMO Science Museum 4.246 0 4.246
STT 278 0 278
Stichting AAP 1.304 0 1.304
Nationale Coördinatie 6.557 ‒ 225 6.332
Nationaal Groeifonds 33.873 ‒ 1.578 32.295
Subsidie Fonds onderzoek en wetenschap 83.718 0 83.718
Delta Climate Center 8.198 0 8.198
VSC 323 0 323
Netherlands Academy of Engineering 546 0 546
Opdrachten 5.919 ‒ 3.332 2.587
Opdrachten 3.695 ‒ 1.774 1.921
Opdrachten Fonds onderzoek en wetenschap 2.224 ‒ 1.558 666
Bijdrage aan agentschappen 2.707 1.073 3.780
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 1.136 1.098 2.234
RVO Fonds onderzoek en wetenschap 1.571 ‒ 25 1.546
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties 122.479 7.910 130.389
EMBC 1.390 0 1.390
EMBL 7.828 0 7.828
ESA 37.426 7.910 45.336
CERN 64.096 0 64.096
ESO 11.739 0 11.739
Ontvangsten 7.100 0 7.100

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting


Verplichtingen
De verplichtingen worden per saldo met € 67,1 miljoen verhoogd. De grootste verplichtingenverhoging zit op het hoofdbudget subsidies Nationaal Groeifonds. Dit betreft verplichtingenruimte voor de beschikkingen aan de thematische clusters voor de tweede tranche van de Biotech Booster.

Uitgaven

De uitgaven worden per saldo met € 34,4 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument


Bekostiging
Het budget wordt per saldo met € 30,6 miljoen verhoogd. Deze verhoging is vooral het gevolg van diverse overboekingen van andere begrotingsartikelen of begrotingshoofdstukken naar artikel 16. Het betreft bijvoorbeeld bijdragen aan en financiering van onderzoeken en calls via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), met name voor de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Een voorbeeld is de overboeking van het ministerie van Defensie naar Artikel 16 voor het versterken en verbreden van de Defensie kennisbasis. Deze overboeking geeft vorm aan de ambitie om samenwerking met civiele kennispartners te verstevigen zoals aangekondigd in de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (D-SII 2025-2029) en is in lijn met het AWTI adviesrapport ‘Kennisoffensief voor Defensie’ en de kabinetsreactie die daarop is gegeven. Andere voorbeelden zijn een overboeking van het ministerie LVVN voor het programma Praktijk Voedsel en Groen, en van het Ministerie van EZ voor onderzoek naar kernenergie.

Subsidies

Het budget wordt per saldo met € 1,8 miljoen verlaagd. Onderdeel hiervan is € 1,2 miljoen op het groeifondsproject Big Chemistry en € 0,37 miljoen op het groeifondsproject Biotech Booster. Deze uitgaven konden niet meer plaatsvinden in 2025 en schuiven door naar 2026.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Het budget voor ESA wordt verhoogd met € 7,9 miljoen. Dit betreft een mutatie voor de aankoop van European Space Agency (ESA)-credits ter dekking van de verwachte stijging van de contributiekosten voor ESA.

3.14 Beleidsartikel 25. Emancipatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 11.048 ‒ 499 10.549
Uitgaven 24.112 ‒ 499 23.613
Bekostiging 14.454 0 14.454
Kennisinfrastructuur: Gender- en LHBTI- gelijkheid 14.454 0 14.454
Subsidies (regelingen) 6.288 ‒ 775 5.513
Gender- en LHBTI- gelijkheid 2022-2027 6.288 ‒ 775 5.513
Opdrachten 3.364 276 3.640
Bijdrage aan medeoverheden 6 0 6
Gemeentefonds gender- en LHBTI-gelijkeid 6 0 6
Ontvangsten 0 0 0

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden per saldo met € 0,5 miljoen verlaagd.

Uitgaven

De uitgaven worden per saldo met € 0,5 miljoen verlaagd. Dit betreft onder andere een meevaller op de incidentele middelen in het kader van de herpositionering van de archief- en bibliotheekfunctie op het gebied van gendergelijkheid van € 0,2 miljoen. Verder betreft het een bijdrage aan de gemeente Amsterdam in het kader van de organisatie van de World Pride 2026. Hiervoor is een bedrag van € 0,3 miljoen overgeheveld van de begroting van OCW naar het Gemeentefonds.

4 De niet-beleidsartikelen

4.1 Nog onverdeeld

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 0 0 0
Uitgaven 0 0 0
Loonbijstelling 0 0 0
waarvan programma 0 0 0
waarvan apparaat 0 0 0
Prijsbijstelling 0 0 0
waarvan programma 0 0 0
waarvan apparaat 0 0 0
Onvoorzien 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Op basis van de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten tot en met oktober 2025 zijn er geen bijstellingen.

4.2 Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen 459.633 ‒ 4.299 455.334
Uitgaven 459.633 ‒ 4.299 455.334
Personele uitgaven 391.416 2.653 394.069
Eigen Personeel 369.104 ‒ 7.061 362.043
Externe inhuur 17.693 10.714 28.407
Overige personele uitgaven 4.619 ‒ 1.000 3.619
Materiële uitgaven 68.217 ‒ 8.999 59.218
ICT 9.755 3.824 13.579
Bijdrage aan SSO's 23.493 1.803 25.296
Overig Materieel 34.969 ‒ 14.626 20.343
Begrotingsreserve Schatkistbankieren 0 2.047 2.047
Ontvangsten 539 2.047 2.586

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Toelichting per instrument


Personele uitgaven
Het budget wordt per saldo met € 2,7 miljoen verhoogd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  1. een meevaller (€ 6,0 miljoen). Deze (incidentele) meevaller wordt vooral veroorzaakt door een combinatie van een groot aantal kleine meevallers. Het is soms lastig om personeel te vinden waardoor vacatures lang openstaan. Maar ook door onzekerheden en/of afhankelijkheden bij in- en externe besluitvormingsprocessen duurt het soms langer dan gepland voordat projecten of programma’s volledig op stoom komen, waardoor er budget overblijft;
  2. herijking van de instrumenten (€ 9,0 miljoen). We sturen in de begroting niet op de financiële instrumenten omdat we vooraf niet kunnen bepalen waar de kosten gaan vallen. Zo kunnen werkzaamheden/projecten bijvoorbeeld uitgevoerd gaan worden door middel van inbesteding (valt onder materieel) of externe inhuur (valt onder personeel). Bij de Najaarsnota wordt gekeken wat de verwachte realisatie wordt voor het uitvoeringsjaar en op basis hiervan worden de instrumenten herijkt. Op basis van de verwachte realisatie op de instrumenten voor 2025 blijkt een verschuiving nodig van het materiële naar het personele budget;
  3. overboekingen tussen departementen (€ 1,9 miljoen) waaronder de bijdrage voor het Rijksprogramma voor Duurzaam Digitale Informatiehuishouding van BZK.

Materiële uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 9,0 miljoen verlaagd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  1. herijking van de instrumenten (€ 9,0 miljoen). OCW stuurt in de begroting niet op de financiële instrumenten omdat vooraf niet bepaald kan worden waar de kosten gaan vallen. Zo kunnen werkzaamheden/projecten bijvoorbeeld uitgevoerd gaan worden door middel van inbesteding (valt onder materieel) of externe inhuur (valt onder personeel). Bij de Najaarsnota wordt gekeken wat de verwachte realisatie wordt voor het uitvoeringsjaar en op basis hiervan worden de instrumenten herijkt. Op basis van de verwachte realisatie op de instrumenten voor 2025 blijkt een verschuiving nodig van het materiële naar het personele budget.

Begrotingsreserve schatkistbankieren

Het budget voor Begrotingsreserve schatkistbankieren wordt met € 2,0 miljoen verhoogd. Het ministerie van OCW staat garant voor onderwijsinstellingen die bij de Staat lenen (schatkistbankieren). Voor het risico dat het ministerie hierdoor loopt, ontvangt het ministerie van OCW een vergoeding (risicopremie). Deze premie wordt (via een desaldering) toegevoegd aan de Begrotingsreserve schatkistbankieren.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 2,0 miljoen verhoogd. Zie hiervoor de toelichting bij de Begrotingsreserve schatkistbankieren.

5 Agentschappen

5.1 Agentschap DUO

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, examens, informatievoorziening, alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering, waarbij de burger en instellingen centraal worden gesteld. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden. Onderdeel van DUO is de Shared Service Organisatie Noord (SSO-Noord), waarbinnen het Inkoop Uitvoeringscentrum en het Overheidsdatacenter zijn ondergebracht, die dienstverlening verricht voor het concern OCW, haar dienstonderdelen en andere overheidsorganen.

Baten
- Omzet 537.703 61.466 599.169
waarvan omzet moederdepartement 431.478 36.868 468.346
waarvan omzet overige departementen 99.538 21.745 121.283
waarvan omzet derden 6.687 2.853 9.540
Rentebaten 1.000 400 1.400
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 0 0 0
Totaal baten 538.703 61.866 600.569
Lasten
Apparaatskosten 488.318 40.829 529.147
- Personele kosten 357.886 20.867 378.753
waarvan eigen personeel 265.074 12.820 277.894
waarvan inhuur externen 80.704 1.313 82.017
waarvan overige personele kosten 12.107 6.735 18.842
- Materiële kosten 130.432 19.962 150.394
waarvan apparaat ICT 39.631 19.373 59.004
waarvan bijdrage aan SSO's 29.052 165 29.217
waarvan overige materiële kosten 61.749 424 62.173
Rentelasten 2.831 0 2.831
Afschrijvingskosten 45.354 6.779 52.133
- Materieel 13.000 3.964 16.964
waarvan apparaat ICT 12.500 3.964 16.464
waarvan overige materiële afschrijvingskosten 500 0 500
- Immaterieel 32.354 2.815 35.169
Overige lasten 2.100 ‒ 600 1.500
waarvan dotaties voorzieningen 2.100 ‒ 600 1.500
waarvan bijzondere lasten 0 0 0
Totaal lasten 538.603 47.008 585.611
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 100 14.858 14.958
Agentschapsdeel Vpb-lasten 100 0 100
Saldo van baten en lasten 0 14.858 14.858

Toelichting

De baten in de 2e suppletoire begroting stijgen met € 61,9 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. De lasten in de 2e suppletoire begroting stijgen met € 47,0 miljoen. Voor 2025 wordt een positief resultaat verwacht van € 14,9 miljoen.

In de budgettaire bijlage van het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat er bezuinigd moet worden op het apparaat van de Rijksoverheid. Voor DUO betreft dit een oplopende reeks naar € 10,8 miljoen in 2030. Daarnaast geldt dat een structurele additionele taakstelling is opgelegd van € 3,8 miljoen per 2025 via het inhouden van de loon- en prijsbijstelling voor externe inhuur.

Baten


Omzet moederdepartement
De omzet moederdepartement is € 36,9 miljoen hoger dan in de 1e suppletoire begroting. In de basisdienstverlening is sprake van een hogere omzet van € 8,1 miljoen, de omzet uit hoofde van overige opdrachten stijgt met € 23,9 miljoen en de omzet uit hoofde van SSO-Noord stijgt met € 4,9 miljoen. De stijging in de basisdienstverlening aan OCW hangt samen met additionele werkzaamheden ten behoeve van examens (€ 9,0 miljoen) en additionele overige taken (€ 5,1 miljoen). Daarnaast is er sprake van een daling van de overige werkzaamheden in het basiscontract (- € 3,0 miljoen) en lagere omzet uit Werken aan Uitvoering (- € 3,0 miljoen). De stijging in de overige opdrachten voor OCW hangt samen met de werkplekdienstverlening (€  15,8 miljoen), het uitvoeren van additionele beleidsopdrachten (€ 4,8 miljoen) en overige opdrachten (€ 3,3 miljoen). Ten slotte is sprake van additionele omzet door het SSO-Noord (€ 4,9 miljoen) ten behoeve van OCW en dienstonderdelen van OCW, te weten: de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, het Nationaal Archief en de Onderwijsinspectie.

De additionele omzet wordt voor € 32,0 miljoen gedekt door middelen die reeds beschikbaar zijn vanuit de begroting van het moederdepartement. Daarnaast wordt de additionele dienstverlening van € 4,9 miljoen door het SSO-Noord direct in rekening gebracht bij de dienstonderdelen van OCW.

Omzet overige departementen en derden

De omzet overige departementen en derden stijgt met € 24,6 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting waarvan € 23,6 miljoen betrekking heeft op dienstverlening door het SSO-Noord en € 1,0 miljoen op DUO. Deze stijging is het gevolg van een toename van de verwachte omzet uit hoofde van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (€ 10,8 miljoen), Veiligheid en Justitie (€ 8,9 miljoen), Economische Zaken (€ 3,9 miljoen), Infrastructuur en Waterstaat (€ 1,5 miljoen) en Financiën (€ 0,3 miljoen). Daarnaast is sprake van een daling van de omzet voor de ministeries Volksgezondheid, Welzijn en Sport (- € 0,8 miljoen), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (- € 2,7 miljoen) en overige opdrachtgevers (- € 0,2 miljoen). Voorts is de verwachte omzet uit hoofde van derden toegenomen met € 2,9 miljoen.

Rentebaten

De rentebaten stijgen met € 0,4 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Dit betreft een inschatting van de rentebaten uit hoofde van het positieve saldo op de rekening courant met het ministerie van Financiën.

Nieuwe Regeling Agentschappen

Per 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen ingegaan. De nieuwe regeling geeft de mogelijkheid voor bekostiging op basis van output en/of input. Voor de uitvoering van het jaar 2025 wordt daarom naast het exploitatieoverzicht, in onderstaande tabel, inzicht gegeven in de nieuwe categorisering van de baten.

Baten
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten 48.866 31.726 80.592 5.161 65.893 9.540 80.594
Examendiensten 3.410 2.766 6.176 0 0 6.176 6.176
ICT-Diensten 42.050 24.951 67.001 1.532 63.266 1.889 66.687
Inkoopdiensten 971 3.521 4.492 3.340 1.467 0 4.807
Overige dienstverlening 2.435 489 2.924 289 1.160 1.475 2.924
- Baten als tegenprestatie voor levering van input 488.837 29.742 518.577 463.185 55.390 0 518.575
Hoofdproduct Bekostiging 71.556 6.380 77.936 77.936 0 0 77.936
Hoofdproduct Studiefinanciering 181.667 18.538 200.205 200.205 0 0 200.205
Hoofdproduct Examendiensten 81.846 4.816 86.663 86.663 0 0 86.663
Hoofdproduct Onderwijsregisters 63.366 2.865 66.231 66.231 0 0 66.231
Hoofdproduct Informatiediensten 18.639 ‒ 4.205 14.434 14.434 0 0 14.434
Inburgering 40.574 550 41.124 0 41.124 0 41.124
ICT-Diensten 14.404 3.313 17.717 17.717 0 0 17.717
Diverse registers 12.130 ‒ 2.669 9.459 0 9.457 0 9.457
Overige dienstverlening 4.655 154 4.809 0 4.809 0 4.809
Rentebaten 1.000 400 1.400 1.400 0 0 1.400
Vrijval voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0
Bijzondere baten 0 0 0 0 0 0 0
Totaal baten 538.703 61.868 600.569 469.746 121.283 9.540 600.569

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

De totale verwachte baten als tegenprestatie voor de levering van diensten bedragen € 80,6 miljoen. Het gaat hier om dienstverlening op het gebied van Examen-, ICT- en Inkoopdiensten aangeboden door SSO-Noord en overige dienstverlening waaronder vergoedingen voor detacheringen.

Baten als tegenprestatie voor de levering van input

De totale verwachte baten als tegenprestatie voor het leveren input bedragen € 518,6 miljoen. Deze baten vloeien voort uit het uitvoeren van de vijf hoofdproducten en werkplekdienstverlening in opdracht van OCW. Tevens zijn hier de baten opgenomen in verband met het uitvoeren van de inburgeringstaken in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Voorts zijn baten opgenomen in verband met het voeren van diverse registers en overige dienstverlening, met name het Landelijk Register Kinderopvang. 

Lasten


Apparaatskosten
De totale apparaatskosten stijgen met € 40,8 miljoen. De personele kosten stijgen met € 20,8 miljoen en de materiële kosten met € 20,0 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Deze stijgingen hangen samen met de bovengenoemde uitbreidingen van de basisdienstverlening aan zowel het moederdepartement als aan overige ministeries.

Rentelasten

De rentelasten zijn geschat op basis van de werkelijke rentepercentages van de afgesloten leningen. De rentelasten zijn gelijk gebleven ten opzichte van de 1e suppletoire begroting.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten stijgen met € 6,8 miljoen. Dit is primair het gevolg van gestegen afschrijvingen van zowel materiële als immateriële vaste activa gerelateerd aan het ICT-domein.

Overige lasten

Ten slotte dalen de verwachte dotaties aan de voorzieningen met € 0,6 miljoen. De daling is het gevolg van het bijstellen van de parameters die ten grondslag liggen aan de voorzieningen op basis van de laatste ontwikkelingen.

Kasstroomoverzicht

1. Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen 20.231 20.231
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 538.703 61.866 600.569
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 493.349 ‒ 40.829 ‒ 534.178
2. Totaal operationele kasstroom 45.354 21.037 66.391
Totaal investeringen (-/-) ‒ 106.500 ‒ 106.500
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)
3. Totaal investeringskasstroom ‒ 106.500 ‒ 106.500
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)
Eenmalige storting door moederdepartement (+)
Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 39.712 ‒ 39.712
Beroep op leenfaciliteit (+) 106.500 106.500
4. Totaal financieringskasstroom 66.788 66.788
5. Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4) 25.873 21.037 46.910

Toelichting

Het kasstroomoverzicht is aangepast op basis van de nu voorziene additionele ontvangsten en uitgaven. De verwachte investeringen in de materiële en immateriële vaste activa zijn ongewijzigd ten opzichte van de eerste suppletoire begroting. Het beroep op de leenfaciliteit is derhalve gelijk gebleven.