[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2025D46973, datum: 2025-11-28, bijgewerkt: 2025-11-28 17:07, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36850-V-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36850 V-2 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota).

Onderdeel van zaak 2025Z19750:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025‒2026
36 850V Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zakenvoor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in:

De departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Buitenlandse Zaken,

D.M. van Weel

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De voorliggende tweede suppletoire begroting bevat de voorgestelde wÄłzigingen ten opzichte van de Suppletoire Begroting September 2025 van hoofdstuk V van de begroting van het RÄłk.

In onderdeel 2 wordt een toelichting gegeven op de wijzigingen die zijn opgetreden binnen het totaal van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Aangezien in de suppletoire begroting september 2025 de HGIS mutaties niet zijn toegelicht worden de mutaties vanaf de 1e suppletoire begroting 2025 toegelicht.

In onderdeel 3 worden de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken toegelicht.

Onderdeel 4 bevat per beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na deze tabellen wordt een toelichting op de mutaties gegeven. Hierbij worden per artikel de mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht. De wijzigingen van de verplichtingen worden alleen toegelicht wanneer ze groter zijn dan 10% ten opzichte van de vorige stand op artikel niveau.

< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 en < 1000 5 10
=> 1000 10 20

In onderdeel 5 staan de tabellen van de niet-beleidsmatige artikelen.

2 Wijzigingen in de omvang van de HGIS

In deze paragraaf wordt beschreven welke wÄłzigingen zÄłn opgetreden in de omvang van de HGIS. De HGIS standen zÄłn inclusief EU- en asieltoerekening. In de volgende tabellen worden de mutaties en de standen nader toegelicht:

  1. De 1e suppletoire begroting 2025 en de suppletoire begroting september 2025;
  2. De suppletoire begroting september 2025 en de 2e suppletoire begroting 2025.

Omdat onderstaande tabellen de wijzigingen in miljoenen euro weergeven kunnen er afrondingsverschillen ontstaan.

Stand uitgaven 1e suppletoire begroting 2025 (zoals opgenomen in 1e suppletoire begroting 2025) 13.089 7.052 6.037
Correctie i.v.m. dubbeltelling overboekingen van en naar de HGIS ‒ 25 0 ‒ 25
Stand uitgaven 1e suppletoire begroting 2025 13.064 7.052 6.012
Totaal mutaties 1e suppletoire begroting 2025 - suppletoire begroting september 2025 ‒ 308 ‒ 286 ‒ 22
Stand uitgaven bij suppletoire begroting september 2025 12.755 6.766 5.989

In de 1e suppletoire begroting 2025 van BZ stond per abuis een bedrag van EUR 13.089 miljoen benoemd als zijnde de totale uitgaven binnen de HGIS. Dit had EUR 13.064 miljoen moeten zijn. Per abuis werd EUR 25 miljoen dubbel geteld waardoor de uitgaven EUR 25 miljoen hoger werden gerapporteerd dan dat deze daadwerkelijk geraamd werden. De per saldo neerwaartse bijstelling in 2025 van de HGIS tussen de 1e suppletoire begroting (voorjaarsnota 2025) en de suppletoire begroting september (miljoenennota) bedraagt EUR 308 miljoen, waarvan EUR 286 miljoen ODA en EUR 22 miljoen non-ODA.

Macrobijstelling non-ODA agv prijsBBP 6 0 6
Kasschuif asiel ‒ 250 ‒ 250 0
Kasschuif huisvesting agressietribunaal ‒ 33 0 ‒ 33
Kasschuif steun aan Oekraïne ‒ 26 ‒ 26 0
Saldo overige non-ODA kasschuiven ‒ 8 0 ‒ 8
Per saldo effect van overboekingen van/naar de HGIS 2 0 2
Omlabeling migratiepartnerschappen 0 ‒ 10 10
Totaal ‒ 308 ‒ 286 ‒ 22

Toelichting uitgaven:

Het uitgavenkader van de HGIS neemt per saldo af met EUR 308 miljoen ten opzichte van de stand bij de eerste suppletoire begroting 2025. Dit kent de volgende oorzaken:

  1. Als gevolg van de macrobijstelling volgend uit de MEV2026 stijgt het HGIS non-ODA budget met EUR 6 miljoen. Het ODA-budget blijft gelijk, omdat het kabinet het ODA-budget een keer per jaar bijstelt.
  2. In de september suppletoire begroting 2025 is EUR 250 miljoen van de begroting van Asiel en Migratie overgeheveld naar de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Dit budget is vervolgens verschoven uit 2025.
  3. Het non-ODA budget daalt in 2025 met EUR 33 miljoen als gevolg van een kasschuif van het budget voor de verbouwing van het in Nederland te vestigen agressietribunaal voor OekraĂŻne.
  4. De middelen voor de niet-militaire steun aan OekraĂŻne zijn in het juiste ritme gezet middels een kasschuif. Hierdoor daalt het budget in 2025 met EUR 26 miljoen, dit budget komt beschikbaar in 2026 en 2027.
  5. De mutatie van EUR -8 miljoen is het per saldo effect van diverse kleinere kasschuiven op het non-ODA budget.
  6. De mutatie is van EUR 2 miljoen is het per saldo effect van diverse kleinere overboekingen van en naar de HGIS.
  7. Er is EUR 10 miljoen omgelabeld van ODA naar non-ODA in het kader van migratiepartnerschappen.
Stand ontvangsten VJN 2025 387 31 356
Mutaties 0 0 0
Stand ontvangsten SBS 2025 387 31 356

Tussen de 1e suppletoire begroting 2025 en de september suppletoire begroting 2025 zijn de ontvangsten binnen de HGIS niet gewijzigd. Daarom blijven de totale ontvangsten geraamd op EUR 387 miljoen.

Ten tweede worden de wijzigingen in de HGIS tussen de september suppletoire begroting 2025 en de 2e suppletoire begroting 2025 toegelicht.

Stand uitgaven bij suppletoire begroting september 2025 12.755 6.766 5.989
Totaal mutaties suppletoire begroting september 2025 ‒ 2e suppletoire begroting 2025 22 34 ‒ 11
Stand uitgaven bij 2e begroting september 2025 12.778 6.800 5.978

De HGIS is opwaarts bijgesteld tussen de suppletoire begroting september 2025 en de 2e suppletoire begroting 2025. Het betreft een opwaartse bijstelling van EUR 22 miljoen.

Desalderingen 34 8 26
Saldo van overboekingen van en naar de HGIS 30 26 4
Geraamde onderuitputting binnen de HGIS ‒ 41 0 ‒ 41
Totaal 22 34 ‒ 11
  1. Bij de 2e suppletoire begroting worden ontvangsten gedesaldeerd met uitgaven. Hierdoor stijgen de uitgaven met EUR 34 miljoen. Het betreft een desaldering van EUR 8 miljoen op de ODA-ontvangsten en verschillende desalderingen van in totaal EUR 26 miljoen op de non-ODA-ontvangsten.
  2. Dit is het per saldo effect van diverse overboekingen van en naar de HGIS in 2025. De voornaamste mutatie binnen ODA ziet op een ophoging van het ODA-budget op de FIN-begroting van EUR 26 miljoen. Deze ophoging is het resultaat van een kapitaalbijdrage aan de Wereldbank - IBRD. Binnen non-ODA is de grootste mutatie EUR 2 miljoen, deze is het resultaat van een omlabeling op de IenW-begroting naar HGIS-budget vanwege uitgaven in het kader van de NAVO-top.
  3. Bij de 2e suppletoire begroting is zoals gebruikelijk de stand van de uitvoering binnen de HGIS bezien. Op enkele thema's wordt verwacht dat de kasuitgaven in 2025 niet volledig worden gerealiseerd. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van EUR 41 miljoen.
Stand ontvangsten SBS 2025 387 31 356
Desalderingen 34 8 26
Stand ontvangsten NJN 2025 421 39 382

Toelichting ontvangsten:

  1. De ontvangsten komen uit op EUR 421 miljoen, waarvan EUR 39 miljoen ODA en EUR 382 miljoen non-ODA.
  2. De ontvangsten stijgen per saldo met EUR 34 miljoen, het betreft een stijging van EUR 8 miljoen op de ODA-ontvangsten en een stijging van EUR 26 miljoen op de non-ODA-ontvangsten.

3 Beleid

3.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Uitgaven

In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen dat leidt tot een stijging van de geraamde uitgaven van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 13,4 miljoen in 2025. De belangrijkste mutaties ten opzichte van de Suppletoire Begroting September 2025 worden onder de tabel toegelicht. Een uitgebreidere toelichting is opgenomen onder de desbetreffende artikelen.

Vastgestelde begroting 2025 12.254.727
Stand 1e suppletoire begroting 2025 13.070.676
Stand suppletoire begroting september 2025 13.396.412
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) NAVO Top 2.1 12.976
2) Bijdrage VN Crisisbeheersingsoperaties 2.4 ‒ 12.500
3) Raad van Europa 3.3 ‒ 1.280
4) Invoerrechten aan de Europese Unie 3.6 ‒ 214.682
5) Consulaire systemen voor Nederlanders 4.1 3.300
6) Consulaire informatiesystemen voor vreemdelingen 4.2 4.700
7) HGIS-onverdeeld 6.1 ‒ 10.408
8) Personele uitgaven 7.1.13 35.805
9) MateriĂ«le uitgaven 7.1.14 ‒ 7.608
10) Overige mutaties 2.957
Stand 2e suppletoire begroting 2025 13.209.672

Toelichting

Artikel 2.1
Het budget voor bondgenootschappelijke veiligheid stijgt met bijna EUR 13 miljoen in 2025. Dit is met name het gevolg van hogere kosten voor de NAVO-top. Ook stijgt de bijdrage aan de NAVO door een hogere indexatie van de pensioenen van NAVO-personeel.

Artikel 2.4
Het budget voor de bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde daalt met EUR 12,5 miljoen in 2025. Dit komt met name door het naar beneden bijstellen van de bijdrage voor VN crisisbeheersingsoperaties door de beëindiging van een VN vredesmissie.

Artikel 3.3
Dit betreft een technische bijstelling van de contributie die Nederland betaalt aan de Raad van Europa.

Artikel 3.6
De ramingen voor de invoerrechten aan de Europese Unie worden naar beneden bijgesteld met EUR 214,7 miljoen. Dit wordt primair veroorzaakt door het saldo-effect correctie invoerrechten.

Artikel 4.1
Dit betreft een overboeking van artikel 7 naar artikel 4.1. Doordat de inschatting van het budget voor externe inhuur op artikel 7 hoger was dan de realisatie is het overschot overgeheveld naar artikel 4.1 om een tegenvaller t.a.v. de consulaire informatiesystemen te dekken.

Artikel 4.2
Dit betreft een verzameling van mutaties. Het grootste deel van deze mutatie heeft betrekking op de vertraagde uitrol van een nieuw visumsysteem waardoor het huidige visumsysteem gelijktijdig ook langer moet worden aangehouden.

Artikel 6.1
Het budget op artikel 6.1 wordt ingezet om hogere uitgaven op het apparaatsartikel van BZ te bekostigen.

Artikel 7.1.13
De personele uitgaven stijgen met EUR 35,8 miljoen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een technische mutatie met betrekking tot externe inhuur (EUR 15 miljoen) en loonontwikkeling uit hoofde van de CAO Rijk (EUR 12,2 miljoen).

Artikel 7.1.14
De materiële uitgaven laten per saldo een daling zien van EUR 7,6 miljoen. Dit komt onder meer door een hogere uitgave voor diverse informatiesystemen (EUR 9,2 miljoen) en een overheveling van uitgaven externe inhuur (EUR 16 miljoen) naar personele uitgaven.

Overige mutaties
Dit betreft de som van overige kleine mutaties.

Ontvangsten

In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen dat leidt tot een verlaging van de geraamde ontvangsten van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 2,6 miljoen in 2025. De belangrijkste mutaties ten opzichte van de Suppletoire Begroting September 2025 worden onder de tabel toegelicht. Een uitgebreidere toelichting is opgenomen onder de desbetreffende artikelen.

Vastgestelde begroting 2025 3.653.619
Stand 1e suppletoire begroting 2025 2.507.228
Stand suppletoire begroting september 2025 2.571.016
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Veiligheid en stabiliteit restitutie programma's 2.40 9.500
2) Diverse ontvangsten EU 3.10 ‒ 53.688
2) Consulaire diensten aan Nederlanders 4.10 1.500
3) Consulaire diensten aan vreemdelingen 4.20 3.000
4) Diverse ontvangsten 7.10 5.700
5) Overige mutaties 148
Stand 2e suppletoire begroting 2025 2.537.176

Toelichting


Artikel 2.40
De ontvangsten stijgen met EUR 9,5 miljoen in 2025 door restituties vanuit andere overheidsorganen voor de NAVO-Top.

Artikel 3.10
De raming van de perceptiekostenvergoeding daalt met EUR 53,7 miljoen. Dit wordt primair veroorzaakt door het saldo-effect correctie invoerrechten.

Artikel 4.10
Op dit artikel is een meevaller van EUR 1,5 miljoen door hogere ontvangsten voor paspoortuitgiften. In 2014 is de geldigheidsduur van het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart voor personen die 18 jaar en ouder zijn verlengd van vijf naar tien jaar. Hierdoor zijn er nu veel paspoorten die weer verlengd moeten worden en is er een zogeheten 'paspoorten piek', waardoor de ontvangsten dit jaar hoger uitvallen.

Artikel 4.20
Op artikel 4.20 is er een meevaller van EUR 3 miljoen door onverwacht hogere ontvangsten voor visa uitgiften.

Artikel 7.10
De ontvangsten stijgen met EUR 5,7 miljoen door incidentele meerontvangsten op de in 2024 ingediende vorderingen van loonkosten lokaal personeel bij andere vakdepartementen.

Overige mutaties
Dit betreft de som van overige kleine mutaties.

4 Beleidsartikelen

4.1 Artikel 1: Versterkte internationale rechtsorde

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 131.937 4.984 136.921
Uitgaven 128.491 1.522 130.013
1.1 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak 59.613 ‒ 2.178 57.435
Subsidies (regelingen) 1.550 ‒ 325 1.225
Internationaal recht 1.550 ‒ 325 1.225
Opdrachten 0 45 45
Internationaal recht 0 45 45
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 58.063 ‒ 1.898 56.165
Verenigde Naties 40.150 ‒ 558 39.592
OESO 9.673 ‒ 890 8.783
Internationaal Strafhof 5.240 0 5.240
Internationaal recht 3.000 ‒ 450 2.550
1.2 Bescherming en bevordering van mensenrechten 51.911 4.000 55.911
Subsidies (regelingen) 16.722 317 17.039
Mensenrechtenfonds 16.722 317 17.039
Opdrachten 0 27 27
Mensenrechtenfonds 0 27 27
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 35.189 3.656 38.845
Mensenrechtenfonds 27.689 2.156 29.845
Mensenrechten multilateraal 7.500 1.500 9.000
1.3 Gastandbeleid internationale organisaties 16.967 ‒ 300 16.667
Subsidies (regelingen) 15.052 ‒ 300 14.752
Carnegiestichting 7.130 0 7.130
Vredespaleis 7.922 ‒ 300 7.622
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.915 0 1.915
Internationaal Strafhof 725 0 725
Nederland Gastland 1.190 0 1.190
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Verplichtingen

Het het totale verplichtingenbudget van artikel 1 stijgt in 2025 met bijna EUR 5 miljoen. Het verplichtingenbudget is onder andere gestegen vanwege het Meerjarig Onderhouds Plan voor het Vredespaleis. Tegelijkertijd zijn er ook verplichtingen onder dit artikel verlaagd, omdat er voor strategische redenen is gekozen om het contract met OHCHR te verlengen met maar 1 jaar in plaats van meerjarig. Ook is het verplichtingenbudget van het mensenrechtenfonds van een aantal posten omlaag bijgesteld.

Uitgaven

De uitgaven voor 2025 op artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde zijn voor 89% juridisch verplicht (stand 27 oktober 2025).


Artikelonderdeel 1.1
De bijdrage aan internationale organisaties valt in 2025 met ongeveer EUR 1,9 miljoen lager uit dan geraamd. Dit komt voornamelijk doordat de bijdrage aan de OESO lager uitvalt dan verwacht. Hiernaast valt de verplichte VN-contributie ook lager uit door een voordelige wisselkoers. Daarnaast heeft er ook een overheveling plaatsgevonden binnen het eigen artikel tussen internationaal recht en mensenrechten multilateraal ten behoeve van de OHCHR Accountability Branch.

Artikelonderdeel 1.2
Op artikelonderdeel 1.2 is er een ophoging van het budget van in totaal EUR 4 miljoen. Een groot aandeel van deze ophoging, namelijk EUR 1 miljoen, komt door een toezegging van de minister in de Tweede Kamer, vastgelegd op 14 februari 2025, voor een extra bijdrage aan OHCHR in de Palestijnse Gebieden. Hiernaast heeft er een overboeking plaatsgevonden van EUR 2,1 miljoen vanuit de asiel middelen van de BHO begroting naar de BZ begroting voor het mensenrechtenfonds. Deze overboeking is nodig om de ODA bezuiniging op het mensenrechtenfonds te beperken en draagt ook bij aan de BHO doelstellingen.

4.2 Artikel 2: Veiligheid en stabiliteit

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 333.827 59.956 393.783
Uitgaven 372.747 3.225 375.972
2.1 Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid 63.100 14.426 77.526
Subsidies (regelingen) 964 4.613 5.577
Atlantische Commissie 964 0 964
Veiligheidsfonds 0 4.613 4.613
Opdrachten 38.900 12.976 51.876
NAVO-top Nederland 2025 38.900 12.976 51.876
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 23.236 ‒ 3.163 20.073
NAVO 15.593 600 16.193
WEU 830 0 830
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid 2.428 ‒ 1.293 1.135
Veiligheidsfonds 4.385 ‒ 2.470 1.915
2.2 Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme 7.431 ‒ 900 6.531
Subsidies (regelingen) 5.779 ‒ 300 5.479
Anti-terrorisme instituut 500 0 500
Contra-terrorisme 1.997 300 2.297
Cyber security 3.032 ‒ 1.290 1.742
Global Forum on Cyber Expertise 250 690 940
Bijdrage aan agentschappen 0 100 100
Cyber security 0 100 100
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.652 ‒ 700 952
Contra-terrorisme 180 0 180
Cyber security 1.472 ‒ 700 772
2.3 Wapenbeheersing 11.775 0 11.775
Opdrachten 623 0 623
OPCW en andere ontwapeningsorganisaties 547 0 547
Conferentie REAIM en follow up 76 0 76
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 11.152 0 11.152
IAEA 7.592 0 7.592
OPCW en andere ontwapeningsorganisaties 1.560 0 1.560
CTBTO 2.000 0 2.000
2.4 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband 153.319 ‒ 12.778 140.541
Subsidies (regelingen) 28.353 1.557 29.910
Nederland Helsinki ComitĂ© 28 ‒ 28 0
Stabiliteitsfonds 25.000 0 25.000
Training buitenlandse diplomaten 3.325 0 3.325
VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties 0 1.585 1.585
Opdrachten 4.083 ‒ 291 3.792
Makandra 4.083 ‒ 291 3.792
Bijdrage aan agentschappen 162 20 182
Makandra 162 20 182
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 119.607 ‒ 12.950 106.657
OVSE 6.250 ‒ 125 6.125
Stabiliteitsfonds 40.173 1.291 41.464
VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties 72.553 ‒ 14.085 58.468
Tegengaan internationale georganiseerde criminaliteit 631 ‒ 31 600
Nog te verdelen 1.114 ‒ 1.114 0
Nog te verdelen 1.114 ‒ 1.114 0
2.5 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden 29.622 2.477 32.099
Subsidies (regelingen) 17.042 ‒ 1.364 15.678
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA 13.040 0 13.040
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka 4.002 ‒ 1.364 2.638
Opdrachten 4.305 2.274 6.579
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka 4.305 2.274 6.579
Bijdrage aan agentschappen 1.055 ‒ 131 924
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka 681 ‒ 131 550
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA 374 0 374
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 7.220 1.698 8.918
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka 7.220 364 7.584
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA 0 1.334 1.334
2.6 Oekraine (V) 107.500 0 107.500
Subsidies (regelingen) 2.064 371 2.435
Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine 1.000 0 1.000
Accountability OekraĂŻne 1.064 371 1.435
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 105.436 ‒ 371 105.065
Accountability Oekraine 10.436 ‒ 371 10.065
Humanitaire ontmijning 10.000 0 10.000
NAVO Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) TF 75.000 0 75.000
Versterken cyberweerbaarheid OekraĂŻne 10.000 0 10.000
Nog te verdelen 0 0 0
Ontvangsten 1.000 9.500 10.500

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget van artikel 2 stijgt in 2025 met bijna EUR 60 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door een wijziging van EUR 76,2 miljoen in verplichtingen voor het Stabiliteitsfonds ODA door een ontmijningstender die is verplaatst van 2024 naar 2025. De uitgavenmutaties van de NAVO-Top en het beëindigen van een VN vredesmissie leiden tevens tot significante verplichtingenmutaties. Daarnaast zijn er binnen artikel 2 verplichtingenmutaties vanwege het versimpelen van de budgetstructuur van de veiligheidsbudgetten.

Uitgaven

De uitgaven voor 2025 op artikel 2 Veiligheid en stabiliteit zijn voor 97% juridisch verplicht (stand 27 oktober 2025).

Artikelonderdeel 2.1
Het budget voor bondgenootschappelijke veiligheid stÄłgt in 2025. Dit is met name het gevolg van hogere kosten voor de NAVO-top. Ook stijgt de bijdrage aan de NAVO door een hogere indexatie van de pensioenen van NAVO-personeel. Er zijn verschuivingen van budgetten tussen instrumenten op het veiligheidsfonds met als doel het versimpelen van de budgetstructuur.

Artikelonderdeel 2.4
Het budget voor de bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde daalt in 2025. Dit komt met name door het naar beneden bijstellen van de bijdrage voor VN crisisbeheersingsoperaties door de beëindiging van een VN vredesmissie. De bijdrage aan het ODA-deel van het Stabiliteitsfonds wordt naar boven bijgesteld met EUR 2,3 miljoen voor aanvullende projecten in de doellanden. Tot slot wordt er EUR 1 miljoen overgeheveld van het Stabiliteitsfonds naar de Civiele Missiepool (artikel 7) waardoor het totale budget voor bijdragen vanuit het Stabiliteitsfonds stijgt met EUR 1,3 miljoen.

Artikelonderdeel 2.5
Het budget voor de bevordering van transitie in prioritaire gebieden stijgt in 2025. Dit is met name het gevolg van een tegenvaller van EUR 1,1 miljoen bij het Shiraka-programma door een nabetaling aan de RVO. Er wordt EUR 1,3 miljoen overgeheveld van de Defensie-begroting voor een project in Moldavië dat door het BIV gefinancierd wordt.

Ontvangsten

Artikelonderdeel 2.40
De ontvangsten stijgen met EUR 9,5 miljoen in 2025 door restituties vanuit andere overheidsorganen voor de NAVO-Top. Deze bedragen zijn door het Ministerie van Buitenlandse Zaken voorgeschoten.

4.3 Artikel 3: Effectieve Europese samenwerking

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 11.492.265 ‒ 218.857 11.273.408
Uitgaven 11.763.695 ‒ 218.857 11.544.838
3.1 Afdrachten aan de Europese Unie 6.744.332 ‒ 2.989 6.741.343
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 6.744.332 ‒ 2.989 6.741.343
BNI-afdrachten 5.009.030 ‒ 2.989 5.006.041
BTW-afdrachten 1.499.293 0 1.499.293
Plastic-grondslag 236.009 0 236.009
3.2 Europees Ontwikkelingsfonds 38.644 0 38.644
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 38.644 0 38.644
Europees Ontwikkelingsfonds 38.644 0 38.644
3.3 Een hechtere Europese waardengemeenschap 23.984 ‒ 1.280 22.704
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 23.984 ‒ 1.280 22.704
Raad van Europa 16.723 ‒ 1.280 15.443
Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbank 7.261 0 7.261
3.4 Versterkte Nederlandse positie in de Unie 7.023 94 7.117
Subsidies (regelingen) 348 0 348
EIPA 348 0 348
Opdrachten 1.625 0 1.625
Europa College beurzenprogramma 190 0 190
EU-sanctiebeleid 1.435 0 1.435
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 5.050 94 5.144
Benelux bijdrage 5.050 94 5.144
3.5 Europese Vredesfaciliteit 267.046 0 267.046
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 267.046 0 267.046
Europese Vredesfaciliteit 267.046 0 267.046
3.6 Invoerrechten aan de Europese Unie 4.682.666 ‒ 214.682 4.467.984
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 4.682.666 ‒ 214.682 4.467.984
Invoerrechten 4.682.666 ‒ 214.682 4.467.984
Ontvangsten 2.390.180 ‒ 53.540 2.336.640
Art. Ontvangsten 2.390.180 ‒ 53.540 2.336.640
3.10 Diverse ontvangsten EU 1.204.829 ‒ 53.688 1.151.141
Diverse ontvangsten EU 1.204.829 ‒ 53.688 1.151.141
Invoerrechten 1.170.371 ‒ 53.688 1.116.683
Overige ontvangsten EU 34.458 0 34.458
3.11 Europees herstelfonds 1.185.101 0 1.185.101
Europees herstelfonds 1.185.101 0 1.185.101
Europees herstelfonds 1.185.101 0 1.185.101
3.30 Restitutie Raad van Europa 250 148 398
Restitutie Raad van Europa 250 148 398
Restitutie Raad van Europa 250 148 398

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor artikel 3 Effectieve Europese Samenwerking neemt toe. De mutaties op de verplichtingen houden verband met de mutaties zoals onder de uitgaven toegelicht.

Uitgaven

De uitgaven voor 2025 op artikel 3 Effectieve Europese samenwerking zijn voor 99% juridisch verplicht (stand 31 oktober 2025).

Artikelonderdeel 3.1
De BNI-afdrachten aan de Europese Unie nemen af met EUR 3 miljoen vanwege twee oorzaken:

  1. Actualisatie invoerrechten en overige ontvangsten n.a.v. DAB3/2025 (EUR -158,29 miljoen). De verlaging van de bni-afdracht is het gevolg van hogere ontvangsten uit invoerrechten en boete-inkomsten op EU-niveau.
  2. Aanpassing van het betalingenniveau voor 2025 (EUR 155,3 miljoen) naar aanleiding van DAB3/2025, waarin de Europese Commissie een hoger betalingenniveau voorstelt dan eerder voorzien. Hiervoor wordt nu een correctie doorgevoerd in de NL-raming van de EU-afdrachten.

Artikelonderdeel 3.63
Dit betreft een technische bijstelling van de contributie die Nederland betaalt aan de Raad van Europa. Dit bedrag is ten laste gegaan van de de Begroting van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in plaats van die van Buitenlandse Zaken en derhalve op deze begroting naar beneden bijgesteld.

Artikelonderdeel 3.6
De ramingen voor de invoerrechten aan de Europese Unie worden naar beneden bijgesteld met EUR 214,7 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:

  1. TEM-nabetalingen: Er zijn meerdere nabetalingen voor Traditionele Eigen Middelen (TEM) aan de Europese Unie gedaan, totale som is EUR 550.000. Deze middelen zijn na aftrek van perceptiekostenvergoeding overgeheveld vanaf de reservering op de aanvullende post naar de BZ-begroting.
  2. Saldo-effect correctie invoerrechten: Bij de invoerrechten treedt er gedurende het jaar onbedoeld een saldo-effect op. Dit verschil ontstaat doordat er aan de inkomsten- en uitgavenkant van de Rijksbegroting een andere raming wordt gebruikt, respectievelijk de raming van het ministerie van Financiën en de raming van de Europese Commissie. Er wordt drie keer per jaar een actualisatie geboekt op de invoerrechten (TEM) om te corrigeren voor dit saldo-effect. Deze correctie leidt tot een daling in invoerrechten van 215 miljoen euro.

Ontvangsten

Artikelonderdeel 3.10
De raming van de perceptiekostenvergoeding daalt met EUR 53,7 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:

  1. TEM-nabetalingen: Nederland ontvangt 25 procent van de bruto af te dragen invoerrechten (TEM) als perceptiekostenvergoeding. De TEM-nabetaling (EUR 550.000) zoals toegelicht bij artikelonderdeel 3.6 zorgt voor een verhoging van de perceptiekosten van EUR 120.000.
  2. Saldo-effect correctie invoerrechten: Nederland ontvangt 25 procent van de bruto af te dragen invoerrechten (TEM) als perceptiekostenvergoeding. Vanwege de lager dan verwachte invoerrechten, nemen ook de ontvangsten van de perceptiekostenvergoeding af met 53,8 miljoen euro.

4.4 Artikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

Art. Verplichtingen 50.881 20.643 71.524
Uitgaven 52.856 9.581 62.437
4.1 Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland 13.594 3.968 17.562
Subsidies (regelingen) 1.550 0 1.550
Gedetineerdenbegeleiding 1.550 0 1.550
Inkomensoverdrachten 540 0 540
Gedetineerdenbegeleiding 540 0 540
Opdrachten 11.504 3.968 15.472
Consulaire bijstand 384 700 1.084
Reisdocumenten en verkiezingen 4.629 0 4.629
Consulaire opleidingen 400 0 400
Consulaire informatiesystemen 6.091 3.268 9.359
4.2 Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren 11.918 4.654 16.572
Opdrachten 10.218 4.700 14.918
Ambtsberichtenonderzoek 150 0 150
Visumverlening 1.850 0 1.850
Legalisatie en verificatie 80 0 80
Consulaire informatiesystemen 8.138 4.700 12.838
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.700 ‒ 46 1.654
Bijdragen asiel en migratie 1.700 ‒ 46 1.654
4.3 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur 6.069 173 6.242
Subsidies (regelingen) 3.002 36 3.038
Internationaal cultuurbeleid 3.002 36 3.038
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 3.067 137 3.204
Internationaal cultuurbeleid 3.067 137 3.204
4.4 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen 21.275 786 22.061
Subsidies (regelingen) 5.833 593 6.426
Instituut Clingendael 250 70 320
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid 3.045 0 3.045
Internationale manifestaties en diverse bijdragen 71 0 71
Publieksdiplomatie 2.147 115 2.262
Onderzoeksprogramma 100 ‒ 70 30
Academische Leerstoel Anton de Kom 220 18 238
Kennisplatform Oost-Europa 0 460 460
Opdrachten 13.264 ‒ 132 13.132
Adviesraad Internationale Vraagstukken 628 60 688
Instituut Clingendael 2.250 1.276 3.526
Bezoeken VIPS en uitgaven CD en Internationale organisaties 1.000 0 1.000
Algemene voorlichting 2.790 ‒ 648 2.142
Koninklijk Huis ¿ inkomende en uitgaande bezoeken, officiële ontvangsten 2.500 500 3.000
Onderzoeksprogramma 3.921 ‒ 1.250 2.671
Kennisplatform Oost-Europa 175 ‒ 155 20
Publieksdiplomatie 0 85 85
Bijdrage aan agentschappen 400 350 750
Verkeersnotificaties 400 350 750
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.778 ‒ 25 1.753
Europese bewustwording 250 0 250
Publieksdiplomatie 1.528 ‒ 25 1.503
Ontvangsten 91.465 4.500 95.965
Art. Ontvangsten 91.465 4.500 95.965
4.10 Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland 20.500 1.500 22.000
Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland 20.500 1.500 22.000
Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland 20.500 1.500 22.000
4.20 Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen 70.765 3.000 73.765
Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen 70.765 3.000 73.765
Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen 70.765 3.000 73.765
4.41 Ontvangsten verkeersnotificaties 200 0 200
Ontvangsten verkeersnotificaties 200 0 200
Ontvangsten verkeersnotificaties 200 0 200

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget van artikel 4 stijgt in 2025 met EUR 20,6 miljoen. Circa EUR 9 miljoen hiervan is het resultaat van het aflopende subsidiekader gedetineerdenbegeleiding waarvoor een nieuw subsidiebeleidskader is uitgezet. Daarnaast wordt er EUR 7,1 miljoen additioneel verplichtingenbudget beschikbaar gesteld voor consulaire informatiesystemen. De resterende ophoging van het verplichtingenbudget bestaat uit diverse kleinere mutaties.

Uitgaven

De uitgaven voor 2025 op artikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden zijn voor 81% juridisch verplicht (stand oktober 2025).

Artikelonderdeel 4.1
Het kasbudget ten behoeve van consulaire systemen is opwaarts bijgesteld met EUR 3,3 miljoen omdat de verwachte kosten hoger uitvallen dan geraamd.

Artikelonderdeel 4.2
Op artikelonderdeel 4.2 vinden diverse kleinere mutaties plaats. De voornaamste mutatie heeft betrekking op de vertraagde uitrol van een nieuw visumsysteem. Daarnaast vielen de kosten van een ICT-applicatie hoger uit.

Artikelonderdeel 4.4
Door technische wijzigingen zijn er een aantal overhevelingen binnen het artikelonderdeel.

Ontvangsten

Artikel 4.10
Op artikel 4.10 is een meevaller van EUR 1,5 miljoen door hogere ontvangsten voor paspoortuitgiften. In 2014 is de geldigheidsduur van het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart voor personen die 18 jaar en ouder zijn verlengd van vijf naar tien jaar. Hierdoor zijn er nu veel paspoorten die weer verlengd moeten worden en is er een zogeheten 'paspoorten piek', waardoor de ontvangsten dit jaar hoger uitvallen.

Artikel 4.20
Op artikel 4.20 is er een meevaller van EUR 3 miljoen door hogere ontvangsten voor visa uitgiften.

5 Niet-beleidsartikelen

5.1 Artikel 5: Geheim

Uitgaven 0 0 0
5.10 Geheim 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Geen toelichting.

5.2 Artikel 6: Nog onverdeeld

Art. Verplichtingen 11.002 ‒ 10.408 594
Uitgaven 11.002 ‒ 10.408 594
6.1 Nog onverdeeld (HGIS) 11.002 ‒ 10.408 594
Nog onverdeeld (HGIS) 11.002 ‒ 10.408 594
Nog onverdeeld (HGIS) 11.002 ‒ 10.408 594
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Nog niet gealloceerd budget binnen het non-ODA deel van de HGIS staat begroot op artikel 6.1 van de BZ-begroting. Dit budget is met name bedoeld voor het uitkeren van loon- en prijsbijstelling en het bekostigen van incidentele initiatieven binnen het non-ODA deel van de HGIS. Dit budget wordt bij de 2e suppletoire begroting met EUR 10,4 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dat komt met name omdat er additioneel budget beschikbaar is gesteld voor apparaatsuitgaven die gestegen zijn.

5.3 Artikel 7: Apparaat

Art. Verplichtingen 1.067.621 28.197 1.095.818
Uitgaven 1.067.621 28.197 1.095.818
7.1.13 Personele uitgaven 740.309 35.805 776.114
7.1.13.1 Eigen personeel 590.997 34.713 625.710
7.1.13.2 Inhuur externen 60.000 2.177 62.177
7.1.13.3 Overige personele uitgaven 89.312 ‒ 1.085 88.227
7.1.14 MateriĂ«le uitgaven 327.312 ‒ 7.608 319.704
7.1.14.1 ICT 72.807 ‒ 6.940 65.867
7.1.14.2 Bijdrage aan SSO's 64.661 0 64.661
7.1.14.3 Overige materiĂ«le uitgaven 189.844 ‒ 668 189.176
Ontvangsten 88.371 5.700 94.071
7.10 Diverse ontvangsten 88.371 5.700 94.071
7.11 Koersverschillen 0 0 0

Toelichting

Verplichtingen

Bij de mutaties binnen het begrotingsartikel Apparaat zijn de verplichtingen gelÄłk aan de uitgaven.

Uitgaven

Artikelonderdeel 7.1.13
De uitgaven voor Eigen Personeel stijgen met EUR 34,7 miljoen. De belangrijkste mutaties die hieraan ten grondslag liggen zijn o.a.:

  1. Een technische mutatie van EUR 15 miljoen met betrekking tot externe inhuur. Bij de eerste suppletoire begroting is EUR 39 miljoen overgeheveld van Eigen personeel naar Inhuur externen. Dit had EUR 24 miljoen moeten zijn en wordt daarom bij deze Tweede suppletoire begroting gecorrigeerd. Bij de mutatie in de eerste suppletoire begroting is per abuis aangenomen dat alle externe inhuur onder Eigen personeel (artikel 7.1.13.1) was begroot, terwijl ook een deel daarvan onder ICT (artikel 7.1.14.1) was opgenomen.
  2. Loonontwikkeling voortvloeiende uit de CAO Rijk welke EUR 12,2 miljoen hoger uitvalt dan eerder begroot. De hogere loonkosten hangen samen met de afspraken in de CAO Rijk die per 1 juli 2024 in werking zijn getreden. Deze kosten waren nog niet in de begroting opgenomen.
  3. Personele inzet OekraĂŻne welke is verhoogd met EUR 3 miljoen.

Artikelonderdeel 7.1.14
De materiële uitgaven dalen per saldo met EUR 7,6 miljoen. De belangrijkste mutaties die hieraan ten grondslag liggen zijn o.a.:

  1. Overheveling van uitgaven voor externe inhuur begroot onder ICT (EUR 16 miljoen) naar artikel 7.1.13 Personele uitgaven.
  2. Uitgaven voor informatiesystemen vallen hoger uit (EUR 9,2 miljoen) door diverse tegenvallers.

Ontvangsten

De ontvangsten stijgen met EUR 5,7 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door incidentele meerontvangsten op de in 2024 ingediende vorderingen van loonkosten lokaal personeel bij andere vakdepartementen.