[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2025D46991, datum: 2025-11-28, bijgewerkt: 2025-11-28 17:08, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36850-XVII-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36850 XVII-2 Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota).

Onderdeel van zaak 2025Z19761:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025‒2026
36 850XVII Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Mede namens,

De Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp

Aukje de Vries

De Minister van Buitenlandse Zaken

D.M.van Weel

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wÄłzigingen ten opzichte van de Suppletoire begroting September 2025 van hoofdstuk XVII van de begroting van het RÄłk.

In hoofdstuk 2 is een overzicht opgenomen met de belangrijkste mutaties op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp met een toelichting op de substantiële verschillen.

Hoofdstuk 3 bevat per beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na de tabel ‘budgettaire gevolgen van beleid’ wordt een toelichting op de mutaties gegeven. Hierbij worden per artikel de mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel (tabel 1) conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht. De wijzigingen van de verplichtingen worden alleen toegelicht wanneer ze groter zijn dan 10% ten opzichte van de vorige stand op artikelniveau.

< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 en < 1000 5 10
=> 1000 10 20

Per begrotingsartikel is conform de toezegging tijdens de behandeling van de begroting BHOS 2024 d.d. 31 januari 2024 (TZ202402-026) een meerjarig overzicht van de juridisch verplichte budgetten opgenomen.

2 Beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Vastgestelde begroting 2025 3.598.126
Stand 1e suppletoire begroting 2025 3.652.924
Stand suppletoire begroting september 2025 3.616.564
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden 1.3 89.500
2) Water 2.2 20.000
3) Klimaat 2.3 10.258
4) Mondiale gezondheidszorg en SRGR 3.1 41.887
5) Dekking extra inzet gezondheid vanuit maatschappelijk middenveld 3.3 ‒ 15.796
6) Dekking extra inzet gezondheid vanuit onderwijs 3.4 ‒ 19.800
7) Humanitaire hulp 4.1 57.000
8) Herstel waterinfrastructuur in de Gazastrook 4.3 ‒ 10.000
9) Overig armoedebeleid 5.2 ‒ 44.734
10) Overige mutaties ‒ 5.686
Stand 2e suppletoire begroting 2025 3.739.193

Toelichting

  1. Het budget voor handel als belangrijke prioriteit binnen de beleidsbrief Ontwikkelingshulp (Kamerstuk 36 180 nr. 133) is op artikel 1.3 opwaarts bijgesteld met EUR 89,5 miljoen door een stijging van de uitgaven voor het infrastructuurprogramma en voor programma's ten behoeve van duurzame productie en handel bij Invest International en een stijging in de uitvoeringskosten bij RVO. Daarnaast heeft in 2025 een verrekening plaatsgevonden omdat de gerealiseerde uitgaven van Invest International en RVO in hetzelfde boekjaar verwerkt dienen te worden in de BHO-begroting, wat heeft geleid tot extra uitgaven bij diverse programma's. Deze uitgaven worden gedekt met middelen uit artikelonderdelen 5.2 en 5.4, waar ruimte ontstond vanwege lagere wisselkoersfluctuaties dan verwacht en vanwege de de neerwaartse bijstelling van de raming voor asieluitgaven op de begroting van Asiel en Migratie in 2025.
  2. Vanuit de ontstane ruimte op artikel 5.4 vanwege de neerwaartse bijstelling van de raming voor asieluitgaven op de begroting van Asiel en Migratie in 2025 wordt EUR 10 miljoen extra ingezet voor water als belangrijke prioriteit binnen de beleidsbrief Ontwikkelingshulp. Daarnaast wordt vanuit artikel 4.3 EUR 10 miljoen overgeheveld t.b.v. herstel van waterinfrastructuur in de Gazastrook.
  3. Vanuit de ontstane ruimte op artikel 5.4 vanwege de neerwaartse bijstelling van de raming voor asieluitgaven op de begroting van Asiel en Migratie in 2025 wordt EUR 10 miljoen extra ingezet op klimaat ten behoeve van mobilisatie van private klimaatfinanciering en voor het vergroten van weerbaarheid tegen klimaatextremen in de Nijldelta.
  4. In 2025 wordt EUR 41,9 miljoen extra ingezet voor gezondheid als belangrijke prioriteit binnen de beleidsbrief Ontwikkelingshulp. Het budget stijgt om de uitgaven te kunnen doen die volgen uit de nieuwe meerjarige verplichtingen voor multilaterale gezondheidsorganisaties. Deze uitgaven worden gedekt binnen artikel 3.
  5. Er wordt EUR 15,8 miljoen overgeheveld naar artikel 3.1 ten behoeve van de inzet op gezondheid.
  6. Er wordt EUR 19,8 miljoen overgeheveld naar artikel 3.1 ten behoeve van de inzet op gezondheid.
  7. Vanuit de ontstane ruimte op artikel 5.4 vanwege de neerwaartse bijstelling van de raming voor asieluitgaven op de begroting van Asiel en Migratie in 2025 wordt EUR 50 miljoen extra vrijgemaakt voor humanitaire hulp wereldwijd en EUR 10 miljoen voor Sudan. Daarnaast wordt EUR 3 miljoen overgeheveld naar artikel 3.1 voor een bijdrage aan WHO ten behoeve van het Gaza Strip Emergency Appeal 2025.
  8. Er wordt EUR 10 miljoen overgeheveld naar artikel 4.3 voor herstel van waterinfrastructuur in de Gazastrook.
  9. De uitgaven op artikelonderdeel 5.2 dalen met EUR 44,7 miljoen doordat een eerder aangelegd budget ten behoeve van schommelende wisselkoersen niet langer benodigd is omdat de verwachte wisselkoersfluctuaties zijn afgenomen gedurende het jaar en doordat een deel van de Verdragsmiddelen Suriname niet langer in 2025 wordt uitgegeven.
Vastgestelde begroting 2025 53.225
Stand 1e suppletoire begroting 2025 53.225
Stand suppletoire begroting Prinsjesdag 2025 53.225
1) Ontvangsten duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen 1.10 14.000
Stand 2e suppletoire begroting 2025 67.225

Toelichting

  1. De ontvangsten van artikel 1 stijgen door een onttrekking aan de Faciliteit Opkomende Markten (FOM) begrotingsreserve ter dekking van de uitgaven voor het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) in artikel 1.2, conform afspraken bij oprichting van het DTIF.

3 Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 432.952 78.148 511.100
Uitgaven 547.316 89.812 637.128
1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem, inclusief MVO 32.200 ‒ 7.137 25.063
Subsidies (regelingen) 13.728 ‒ 4.231 9.497
MVO en beleidsondersteuning (ODA) 9.805 ‒ 3.074 6.731
MVO en beleidsondersteuning (non-ODA) 3.923 ‒ 1.157 2.766
Opdrachten 2.231 0 2.231
MVO en beleidsondersteuning (non-ODA) 2.231 0 2.231
Bijdrage aan agentschappen 2.716 750 3.466
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 2.716 750 3.466
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 13.525 ‒ 3.656 9.869
MVO en beleidsondersteuning (ODA) 6.930 ‒ 3.430 3.500
Contributies internationaal ondernemen (non-ODA) 6.595 ‒ 226 6.369
1.2 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie 108.329 7.449 115.778
Subsidies (regelingen) 30.781 ‒ 7.982 22.799
Programma's internationaal ondernemen 10.000 ‒ 600 9.400
Versterking concurrentiepositie Nederland 6.502 ‒ 4.102 2.400
Invest Internationaal 9.780 ‒ 4.780 5.000
Dutch Trade and Investment Fund 4.499 1.500 5.999
Garanties 4.500 ‒ 3.500 1.000
Dutch Trade and Investment Fund 4.500 ‒ 3.500 1.000
Opdrachten 22.255 10.518 32.773
Programma's internationaal ondernemen 10.566 14.557 25.123
Dutch Trade and Investment Fund 1.186 ‒ 536 650
Wereldtentoonstelling 10.503 ‒ 3.503 7.000
Bijdrage aan agentschappen 50.793 8.413 59.206
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 50.793 8.413 59.206
1.3 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden 406.787 89.500 496.287
Subsidies (regelingen) 150.784 83.441 234.225
Marktontwikkeling en markttoegang 37.780 2.648 40.428
Economic governance and institutions 19.903 25.047 44.950
Financiële sector ontwikkeling 20.609 29.150 49.759
Infrastructuurontwikkeling 27.065 0 27.065
Duurzame productie en handel 35.504 28.620 64.124
(Jeugd)werkgelegenheid 1.000 900 1.900
Nexus onderwijs en werk 2.603 ‒ 2.035 568
Lokale private sector ontwikkeling 6.320 ‒ 889 5.431
Leningen 36.200 ‒ 15.200 21.000
Infrastructuurontwikkeling 6.200 ‒ 6.200 0
FinanciĂ«le sector ontwikkeling 30.000 ‒ 9.000 21.000
Garanties 10.000 0 10.000
Financiële sector ontwikkeling 10.000 0 10.000
Opdrachten 69.800 6.050 75.850
Marktontwikkeling en markttoegang 12.000 0 12.000
Economic governance and institutions 17.000 0 17.000
Financiële sector ontwikkeling 1.000 3.600 4.600
Infrastructuurontwikkeling 9.750 4.350 14.100
(Jeugd)werkgelegenheid 30.050 ‒ 1.900 28.150
Bijdrage aan agentschappen 29.086 15.000 44.086
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 29.086 15.000 44.086
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 110.917 209 111.126
International Labour Organisation 5.800 ‒ 151 5.649
Lokale private sector ontwikkeling 33.040 ‒ 4.816 28.224
Marktontwikkeling en markttoegang 8.109 ‒ 3.419 4.690
Partnershipprogramma ILO 4.600 0 4.600
Economic governance and institutions 6.000 ‒ 2.700 3.300
FinanciĂ«le sector ontwikkeling 16.000 ‒ 12.750 3.250
Infrastructuurontwikkeling 31.909 24.850 56.759
Nexus onderwijs en werk 3.459 ‒ 1.805 1.654
Duurzame productie en handel 2.000 1.000 3.000
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
Ontvangsten 14.000 14.000 28.000

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 1 stijgt per saldo met EUR 78 miljoen. De oorzaak hiervan is voornamelijk dat de gerealiseerde uitgaven van Invest International en RVO in hetzelfde boekjaar verwerkt dienen te worden in de BHO-begroting, waardoor een verrekening heeft plaatsgevonden in 2025.

Uitgaven

De uitgaven voor 2025 op artikel 1 Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen zijn voor 100% juridisch verplicht.

Artikelonderdeel 1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem, inclusief IMVO

De kasuitgaven op artikel 1.1 worden neerwaarts bijgesteld met per saldo EUR 7,1 miljoen. Dat komt onder andere doordat de uitgaven voor de ODA-budgetten in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen lager uitvallen. Dat gaat onder andere om de uitgaven aan een programma van de International Labour Organization (ILO) en de uitgaven voor de sectorale samenwerking en de IMVO-convenanten.

Artikelonderdeel 1.2 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie

De kasuitgaven op artikel 1.2 stijgen per saldo met EUR 7,4 miljoen. Dat wordt met name verklaard door een stijging van de uitgaven voor de uitvoeringskosten RVO. De stijging van het opdrachtenbudget voor de Programma's internationaal ondernemen wordt veroorzaakt door een verschuiving vanuit het instrument subsidies Programma’s internationaal ondernemen. Daarnaast vallen de uitgaven voor de Wereldtentoonstelling op artikelonderdeel 1.2 lager uit dan begroot.

Artikelonderdeel 1.3 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

Het budget voor handel en economie voor ontwikkeling als belangrijke prioriteit binnen de beleidsbrief Ontwikkelingshulp stijgt op artikel 1.3 met EUR 89,5 miljoen. De oorzaak hiervan is onder andere een stijging van de uitgaven voor het infrastructuurprogramma dat door Invest International wordt uitgevoerd. Daarnaast zijn de uitgaven voor de programma’s ten behoeve van duurzame productie en handel en de uitvoeringskosten voor RVO gestegen.

In 2025 heeft daarnaast een verrekening plaatsgevonden omdat de gerealiseerde uitgaven van Invest International en RVO in hetzelfde boekjaar verwerkt dienen te worden in de BHO-begroting, wat heeft geleid tot extra uitgaven bij diverse programma's.

De gestegen uitgaven op artikel 1.3 worden gecompenseerd binnen de begroting. Dit wordt gedekt met middelen uit artikelonderdelen 5.2 Overig armoedebeleid en verdeelartikel 5.4, waar ruimte ontstond vanwege lagere wisselkoersfluctuaties dan verwacht en vanwege een aangepaste raming voor de asieluitgaven.

Ontvangsten

De ontvangsten van artikel 1 stijgen door een onttrekking aan de FOM begrotingsreserve ter dekking van de uitgaven voor het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) in artikel 1.2 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie, conform afspraken bij oprichting van het DTIF.

3.2 Artikel 2: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 1.154.949 ‒ 34 1.154.915
Uitgaven 921.355 28.924 950.279
2.1 Voedselzekerheid 361.891 ‒ 1.334 360.557
Subsidies (regelingen) 129.052 9.199 138.251
Realiseren ecologische houdbare voedselsystemen 12.000 5.326 17.326
Bevorderen inclusieve, duurzame groei in de agrarische sector 21.250 ‒ 300 20.950
Kennis & capaciteitsopbouw ten behoeve van voedselzekerheid 3.000 0 3.000
Uitbannen huidige honger en voeding 16.000 0 16.000
Voedselzekerheid 76.802 4.173 80.975
Opdrachten 11.000 250 11.250
Kennis & capaciteitsopbouw ten behoeve van voedselzekerheid 10.000 0 10.000
Realiseren ecologische houdbare voedselsystemen 1.000 0 1.000
Voedselzekerheid 0 250 250
Bijdrage aan agentschappen 3.735 0 3.735
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 3.735 0 3.735
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 218.104 ‒ 10.783 207.321
Voedselzekerheid 101.296 ‒ 8.910 92.386
Realiseren ecologische houdbare voedselsystemen 17.000 0 17.000
Bevorderen inclusieve, duurzame groei in de agrarische sector 55.791 ‒ 1.873 53.918
Kennis & capaciteitsopbouw ten behoeve van voedselzekerheid 28.000 0 28.000
Uitbannen huidige honger en voeding 16.017 0 16.017
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
2.2 Water 179.892 20.000 199.892
Subsidies (regelingen) 51.437 14.644 66.081
Waterbeheer 35.454 12.636 48.090
Drinkwater en sanitatie 15.983 2.008 17.991
Opdrachten 680 100 780
Waterbeheer 680 100 780
Bijdrage aan agentschappen 1.940 0 1.940
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 1.940 0 1.940
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 125.835 5.256 131.091
Waterbeheer 71.635 ‒ 2.774 68.861
Drinkwater en sanitatie 54.200 8.030 62.230
2.3 Klimaat 379.572 10.258 389.830
Subsidies (regelingen) 145.106 11.072 156.178
Klimaat algemeen 34.481 10.072 44.553
Hernieuwbare energie 48.425 0 48.425
Dutch Fund for Climate and Development 10.000 0 10.000
Klimaatfonds 15.000 0 15.000
Bosbehoud 37.200 1.000 38.200
Bijdrage aan agentschappen 7.000 0 7.000
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 7.000 0 7.000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 227.466 ‒ 814 226.652
Contributie IZA/IZT 365 15 380
Klimaatprogramma's (non-ODA) 1.393 0 1.393
Klimaat algemeen 13.918 ‒ 1.072 12.846
Hernieuwbare energie 41.000 0 41.000
UNEP 8.642 243 8.885
Bosbehoud 9.000 0 9.000
Multilaterale klimaatfondsen 153.148 0 153.148
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Uitgaven

De uitgaven voor 2025 op artikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat zijn voor 95% juridisch verplicht.

Artikelonderdeel 2.2 Water

De uitgaven op artikelonderdeel 2.2 worden verhoogd met EUR 20 miljoen. Er wordt EUR 10 miljoen toegevoegd voor een programma gericht op toegang tot water en sanitatie, met een focus op schaalbare en innovatieve oplossingen. Dit programmma is in lijn met de inzet zoals beschreven in de beleidsbrief Ontwikkelingshulp. Deze uitgaven worden gedekt uit artikelonderdeel 5.4, waar in 2025 ruimte ontstond vanwege een aangepaste raming voor de asieluitgaven. Daarnaast wordt er EUR 10 miljoen overgeheveld van artikel 4.3 Veiligheid en rechtstaatontwikkeling naar artikel 2.2 Water ten behoeve van een bijdrage aan UNICEF voor het herstel van waterinfrastructuur in de Gazastrook.

Artikelonderdeel 2.3 Klimaat

De uitgaven op artikelonderdeel 2.3 worden verhoogd met EUR 10,3 miljoen. Dit jaar wordt nog EUR 5 miljoen ingezet op klimaat ten behoeve van mobilisatie van private klimaatfinanciering, o.a. groene waterstof en nog EUR 5 miljoen voor het vergroten van weerbaarheid tegen klimaatextremen in de Nijldelta. Deze uitgaven worden gedekt uit het verdeelartikel 5.4, waar in 2025 ruimte ontstond vanwege een aangepaste raming voor de asieluitgaven.

3.3 Artikel 3: Sociale vooruitgang

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 705.396 6.211 711.607
Uitgaven 667.751 2.481 670.232
3.1 Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten 447.877 41.887 489.764
Subsidies (regelingen) 174.779 ‒ 7.464 167.315
Mondiale gezondheid en SRGR 174.779 ‒ 7.464 167.315
Opdrachten 17.975 ‒ 1.578 16.397
Mondiale gezondheid en SRGR 17.975 ‒ 1.578 16.397
Bijdrage aan agentschappen 140 0 140
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 140 0 140
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 254.983 50.929 305.912
WHO/PAHO 1.222 ‒ 1.125 97
Mondiale gezondheid en SRGR 181.224 9.954 191.178
UNFPA 60.000 23.900 83.900
UNAIDS 0 18.200 18.200
Partnershipprogramma WHO 8.037 0 8.037
UNICEF 4.500 0 4.500
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid 39.358 ‒ 3.810 35.548
Subsidies (regelingen) 26.828 ‒ 7.129 19.699
Vrouwenrechten 26.828 ‒ 7.129 19.699
Opdrachten 100 0 100
Vrouwenrechten 100 0 100
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 12.430 3.319 15.749
Vrouwenrechten 6.430 420 6.850
UNWOMEN 6.000 2.899 8.899
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
3.3 Maatschappelijk middenveld 154.074 ‒ 15.796 138.278
Subsidies (regelingen) 139.897 ‒ 21.793 118.104
Versterking maatschappelijk middenveld 139.897 ‒ 21.793 118.104
Opdrachten 7.291 ‒ 3.947 3.344
Versterking maatschappelijk middenveld 6.000 ‒ 3.000 3.000
Versterking maatschappelijk middenveld Monitoringsfonds 1.291 ‒ 947 344
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 6.886 9.944 16.830
Versterking maatschappelijk middenveld 6.886 9.944 16.830
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
3.4 Onderwijs 26.442 ‒ 19.800 6.642
Subsidies (regelingen) 3.000 ‒ 400 2.600
Onderzoeksprogramma's 3.000 ‒ 400 2.600
Opdrachten 21.318 ‒ 19.333 1.985
Onderwijs 387 0 387
Hoger Onderwijs 20.931 ‒ 19.333 1.598
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 2.124 ‒ 67 2.057
Onderwijs 2.124 ‒ 67 2.057
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Uitgaven

De uitgaven voor 2025 op artikel 3 Sociale Vooruitgang zijn voor 100% juridisch verplicht.

Artikelonderdeel 3.1 Mondiale gezondheid en SRGR

Het budget voor Mondiale gezondheid en SRGR als belangrijke prioriteit binnen de beleidsbrief Ontwikkelingshulp stijgt op artikel 3.1 met EUR 41,9 miljoen. Dat komt mede doordat er middelen geschoven worden vanuit artikel 3.2, 3.3 en 3.4 om de uitgaven te doen voor de nieuwe verplichtingen die zijn aangegaan voor de bijdragen aan multilaterale gezondheidsorganisaties. Deze inzet is nader toegelicht in de Kamerbrief «Nederlandse bijdragen aan 6 multilaterale gezondheidsorganisaties vanaf 2026 en de effecten van de bezuinigingen op het SRGR-beleid» van 7 oktober 2025 (Kamerstuk 36180 nr. 177). Daarnaast wordt EUR 3 miljoen overgeheveld vanuit artikel 4.1 voor een bijdrage aan WHO ten behoeve van het Gaza Strip Emergency Appeal 2025.

Artikelonderdeel 3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

Vanwege het aanvankelijke besluit van het kabinet om niet meer in te zetten op vrouwenrechten via een zelfstandig budget op dit begrotingsartikel, zijn er in 2025 minder nieuwe activiteiten opgestart. De EUR 3,8 miljoen die daardoor overbleef is overgeheveld naar artikel 3.1 Mondiale gezondheid en SRGR ten behoeve van continuering van de inzet op mondiale gezondheid en SRGR.

Artikelonderdeel 3.3 Maatschappelijk middenveld

Er wordt EUR 15,8 miljoen overgeheveld naar artikel 3.1 ten behoeve van de inzet op mondiale gezondheid en SRGR. Deze middelen zijn in 2025 niet nodig op artikel 3.3 doordat de uitgaven binnen de programmering op maatschappelijk middenveld lager zijn dan eerder verwacht.

Artikelonderdeel 3.4 Onderwijs

Zoals gemeld in de beleidsbrief Ontwikkelingshulp is onderwijs geen zelfstandig thema meer en wordt niet gestart met het voorziene beroeps- en hoger onderwijsprogramma. Het budget op onderwijs wordt daarom met EUR 19,8 miljoen verlaagd. Dit budget wordt overgeheveld naar artikel 3.1 Mondiale gezondheid en SRGR ten behoeve van de inzet op mondiale gezondheid en SRGR.

3.4 Artikel 4: Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 513.343 123.011 636.354
Uitgaven 969.704 47.000 1.016.704
4.1 Humanitaire Hulp 472.401 57.000 529.401
Subsidies (regelingen) 136.000 11.600 147.600
Noodhulpprogramma's 136.000 11.600 147.600
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 336.401 45.400 381.801
Noodhulpprogramma's 225.384 36.400 261.784
Noodhulpprogramma's non-ODA 1.017 0 1.017
UNHCR 35.000 4.000 39.000
UNRWA 15.000 0 15.000
Wereldvoedselprogramma 60.000 5.000 65.000
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
4.2 Opvang en bescherming in de regio en migratiesamenwerking 307.015 0 307.015
Subsidies (regelingen) 14.900 4.499 19.399
Opvang in de regio 11.900 3.770 15.670
Migratie en ontwikkeling 3.000 729 3.729
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 292.115 ‒ 4.499 287.616
Opvang in de regio 231.115 ‒ 3.770 227.345
Migratie en ontwikkeling 61.000 ‒ 729 60.271
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling 190.288 ‒ 10.000 180.288
Subsidies (regelingen) 55.296 22.639 77.935
Legitieme stabiliteit 10.092 410 10.502
Inclusieve vredes- en politieke processen 11.927 13.467 25.394
Functionerende rechtsorde 33.277 8.762 42.039
Opdrachten 1.376 3.723 5.099
Inclusieve vredes- en politieke processen 1.376 3.673 5.049
Functionerende rechtsorde 0 50 50
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 133.616 ‒ 36.362 97.254
Legitieme stabiliteit 13.000 ‒ 13.000 0
Functionerende rechtsorde 86.196 ‒ 24.719 61.477
Inclusieve vredes- en politieke processen 34.420 1.357 35.777
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 4 wordt per saldo met EUR 123 miljoen verhoogd. Dit houdt verband met de ophoging van het budget voor Humanitaire hulp. Daarnaast wordt het verplichtingenbudget voor Migratie en Ontwikkeling verhoogd om het verplichtingenbudget in lijn te brengen met het kasbudget voor 2025.

Uitgaven

De uitgaven voor 2025 op artikel 4 Vrede, veiligheid en duurzame economische ontwikkeling zijn voor 94% juridisch verplicht.

Artikelonderdeel 4.1 Humanitaire hulp

De uitgaven op artikelonderdeel 4.1 worden verhoogd met EUR 57 miljoen. EUR 50 miljoen wordt ingezet voor humanitaire hulp ten behoeve van urgente noden wereldwijd via het WFP, UNHCR, UNHAS en CERF, en EUR 10 miljoen voor Sudan via UNOCHA. Deze uitgaven worden gedekt uit het verdeelartikel 5.4, waar in 2025 ruimte ontstond vanwege een aangepaste raming voor de asieluitgaven.

Daarnaast wordt EUR 3 miljoen overgeheveld naar artikel 3.1 Mondiale Gezondheid en SRGR voor een bijdrage aan WHO ten behoeve van het Gaza Strip Emergency Appeal 2025.

Artikelonderdeel 4.3 Veiligheid en rechtstaatontwikkeling

De uitgaven op artikelonderdeel 4.3 worden verlaagd met EUR 10 miljoen. Er wordt EUR 10 miljoen overgeheveld naar artikel 2.2 Water ten behoeve van een bijdrage via UNICEF voor het herstel van waterinfrastructuur in de Gazastrook.

3.5 Artikel 5: Multilaterale samenwerking en overige inzet

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 354.928 ‒ 74.525 280.403
Uitgaven 510.438 ‒ 45.588 464.850
5.1 Multilaterale samenwerking 197.914 ‒ 1.021 196.893
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 197.914 ‒ 1.021 196.893
UNIDO 1.950 ‒ 107 1.843
UNDP 34.000 0 34.000
UNICEF 38.806 0 38.806
Speciale multilaterale activiteiten 9.190 0 9.190
Assistent deskundigenprogramma 5.500 ‒ 639 4.861
Internationale FinanciĂ«le Instellingen 8.122 ‒ 166 7.956
Middelenaanvullingen multilaterale banken en fondsen 91.663 0 91.663
Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbanken 8.683 ‒ 109 8.574
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
5.2 Overig armoedebeleid 134.850 ‒ 44.734 90.116
Subsidies (regelingen) 5.241 ‒ 113 5.128
Kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling 4.571 ‒ 113 4.458
Nationale SDG implementatie 670 0 670
Opdrachten 132 0 132
Nationale SDG implementatie 132 0 132
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 129.477 ‒ 44.621 84.856
UNESCO 4.400 ‒ 441 3.959
Diverse ondersteunende activiteiten 57.729 ‒ 42.505 15.224
Kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling 2.207 ‒ 7 2.200
Schuldverlichting 55.245 0 55.245
Voorlichting op het terrein van Ontwikkelingssamenwerking 228 0 228
Verdragsmiddelen Suriname 9.668 ‒ 1.668 8.000
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
5.3 OekraĂŻne (XVII) 211.000 0 211.000
Subsidies (regelingen) 6.000 0 6.000
Verbeteren drinkwater en sanitatie 6.000 0 6.000
Bijdrage aan agentschappen 365 53 418
Rijksdienst voor ondernemend Nederland 365 53 418
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 204.635 ‒ 53 204.582
Humanitaire hulp 25.000 0 25.000
Steun en wederopbouw OekraĂŻne via IFIs 95.000 15.000 110.000
Energieherstel 84.635 ‒ 15.053 69.582
Nog te verdelen 0 0 0
5.4 Nog te verdelen i.v.m.wijzigingen BNI en/of toerekeningen ‒ 33.326 167 ‒ 33.159
Nog te verdelen i.v.m.wijzigingen BNI en/of toerekeningen ‒ 33.326 167 ‒ 33.159
Nog te verdelen i.v.m.wijzigingen BNI en/of toerekeningen ‒ 33.326 167 ‒ 33.159
Ontvangsten 39.225 0 39.225

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 5 wordt verlaagd met EUR 74,5 miljoen. Het eerder aangelegde budget ten behoeve van schommelende wisselkoersen is niet langer benodigd omdat de verwachte wisselkoersfluctuaties zijn afgenomen gedurende het jaar. Ook wordt het verplichtingenbudget op artikel 5.1 in 2025 verlaagd in het kader van de bezuinigingen op het ODA-budget.

Uitgaven

De uitgaven voor 2025 op artikel 5 Multilaterale samenwerking en overige inzet zijn voor 99% juridisch verplicht.

Artikelonderdeel 5.1 Multilaterale samenwerking

De uitgaven dalen met EUR 1 miljoen, met name door een verlaging van het budget voor het Assistent deskundigenprogramma.

Artikelonderdeel 5.2 Overig armoedebeleid

De uitgaven op artikelonderdeel 5.2 dalen met EUR 44,7 miljoen. Dat komt voornamelijk doordat een eerder aangelegd budget ten behoeve van schommelende wisselkoerzen niet langer benodigd is omdat de verwachte wisselkoersfluctuaties zijn afgenomen gedurende het jaar. Hierdoor worden de uitgaven op dit artikelonderdeel verlaagd met per saldo EUR 42,5 miljoen. Daarnaast wordt op dit artikelonderdeel het budget ten behoeve van de Verdragsmiddelen Suriname verlaagd met EUR 1,7 miljoen omdat deze middelen niet in 2025 worden uitgegeven.

Artikelonderdeel 5.3 OekraĂŻne

Per saldo blijven de kasuitgaven op artikelonderdeel 5.3 gelijk. Er wordt wel EUR 15 miljoen technisch geschoven tussen detailniveaus. De EUR 15 miljoen die bestemd is voor een bijdrage aan de EBRD was eerder per abuis op het detailniveau voor Energieherstel geboekt.

Artikelonderdeel 5.4 Nog te verdelen i.v.m. Wijzigingen BNI en/of toerekeningen

Op artikel 5.4 wordt het saldo van de ODA-mutaties verwerkt. Hieronder wordt een overzicht gepresenteerd van de mutaties die hebben plaatsgevonden op het verdeelartikel. Het totaal van de tabel komt overeen met de mutatie die is opgenomen in de tweede suppletoire begroting 2025.

Stand suppletoire begroting september 2025 ‒ 33.326
Overheveling van de begroting van Asiel en Migratie 116.069
Overheveling naar de begroting van Buitenlandse Zaken ‒ 2.500
Overheveling binnen de eigen begroting 113.402
Stand 2e suppletoire begroting 2025 ‒ 33.159

Toelichting

  1. Per saldo stijgt de stand op het verdeelartikel met EUR 167.000.
  2. Omdat de asieluitgaven die worden bekostigd uit ODA-budget neerwaarts worden bijgesteld op de begroting van Asiel en Migratie, wordt er EUR 116 miljoen overgeheveld naar verdeelartikel 5.4. Hiervan wordt EUR 2,5 miljoen overgeheveld naar de BZ-begroting ten behoeve van het Mensenrechtenfonds (ODA), en wordt EUR 113 miljoen doorverdeeld binnen de BHO-begroting.
  3. Hiermee komt de stand op het verdeelartikel 5.4 bij de 2e suppletoire begroting 2025 uit op EUR -33 miljoen.

Bijlage 1: Meerjarige juridische verplichtingen

Totaal budget artikel 1 637 607 606 610 648 647
Totaal vrije ruimte artikel 1 0 0 0 15 13 12
1.1 Duurzame handelsystemen (IMH) 25 34 34 36 38 38
wv. Juridisch verplicht 25 17 3 0 0 0
wv. Bestuurlijk verplicht 0 17 16 16 16 16
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 0 15 20 22 22
Totaal vrije ruimte 0 0 0 0 0 0
1.2 Nederlandse handel (DIO) 116 99 97 97 97 97
wv. Juridisch verplicht 116 49 27 13 13 13
wv. Bestuurlijk verplicht 0 50 70 70 70 70
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 0 0 9 9 9
Totaal vrije ruimte 0 0 0 5 5 5
1.3 PSD (DDE) 496 474 475 477 513 512
wv. Juridisch verplicht 496 374 325 219 219 219
wv. Bestuurlijk verplicht 0 100 150 248 255 255
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 0 0 0 31 31
Totaal vrije ruimte 0 0 0 10 8 7
2025 BUDGET 2026 BUDGET 2027 BUDGET 2028 BUDGET 2029 BUDGET 2030 BUDGET
Totaal budget artikel 2 950 875 862 962 1.042 1.042
Totaal vrije ruimte artikel 2 0 0 0 80 202 197
2.1 Voedselzekerheid 361 380 386 438 480 480
wv. Juridisch verplicht 361 259 154 70 22 62
wv. Bestuurlijk verplicht 0 0 0 0 0 0
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 121 231 362 411 401
Totaal vrije ruimte 0 0 0 6 47 18
2.2 Water 200 253 277 324 362 362
wv. Juridisch verplicht 190 141 86 39 20 17
wv. Bestuurlijk verplicht 0 40 94 33 6 6
wv. Beleidsmatig gereserveerd 10 72 96 196 207 190
Totaal vrije ruimte 0 0 0 56 129 149
2.3 Klimaat 390 242 200 200 200 200
wv. Juridisch verplicht 356 239 116 19 8 4
wv. Bestuurlijk verplicht 24 3 46 85 82 81
wv. Beleidsmatig gereserveerd 10 0 38 77 84 84
Totaal vrije ruimte 0 0 0 19 26 31
2025 BUDGET 2026 BUDGET 2027 BUDGET 2028 BUDGET 2029 BUDGET 2030 BUDGET
Totaal budget artikel 3 670 548 528 554 590 590
Totaal vrije ruimte artikel 3 0 0 0 37 123 245
3.1 Mondiale gezondheid en SRGR 490 384 385 433 470 470
wv. Juridisch verplicht 490 317 317 286 230 64
wv. Bestuurlijk verplicht 0 20 20 20 20 20
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 47 48 90 97 141
Totaal vrije ruimte 0 0 0 37 123 245
3.2 Vrouwenrechten en gender 36 22 21 0 0 0
wv. Juridisch verplicht 36 7 5
wv. Bestuurlijk verplicht 0 0 0
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 15 16
Totaal vrije ruimte 0 0 0 0 0 0
3.3 Maatschappelijk middenveld 138 141 122 121 120 120
wv. Juridisch verplicht 138 52 40 39 39 29
wv. Bestuurlijk verplicht 0 89 82 82 81 91
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 0 0 0 0 0
Totaal vrije ruimte 0 0 0 0 0 0
3.4 Onderwijs 7 1 0 0 0 0
wv. Juridisch verplicht 7 1
wv. Bestuurlijk verplicht 0 0
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 0
Totaal vrije ruimte 0 0 0 0 0 0
2025 BUDGET 2026 BUDGET 2027 BUDGET 2028 BUDGET 2029 BUDGET 2030 BUDGET
Totaal budget artikel 4 1.017 1.090 1.089 1.116 1.229 1.229
Totaal vrije ruimte artikel 0 0 26 195 671 1.082
4.1 Humanitaire Hulp 529 475 445 456 496 496
wv. Juridisch verplicht 469 120 20 5 5 0
wv. Bestuurlijk verplicht 0 0 0 0 0 0
wv. Beleidsmatig gereserveerd 60 355 425 451 220 122
Totaal vrije ruimte 0 0 0 0 271 374
4.2 Opvang in de regio 307 385 397 405 452 452
wv. Juridisch verplicht 307 292 250 125 125 0
wv. Bestuurlijk verplicht 8 8 8 8 0
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 85 139 132 0 0
Totaal vrije ruimte 0 0 0 140 319 452
4.3 Veiligheid en rechtsorde 180 230 246 255 281 281
wv. Juridisch verplicht 180 125 55 35 35 25
wv. Bestuurlijk verplicht 0 25 10 10 10 0
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 80 155 155 155 0
Totaal vrije ruimte 0 0 26 55 81 256
2025 BUDGET 2026 BUDGET 2027 BUDGET 2028 BUDGET 2029 BUDGET 2030 BUDGET
Totaal budget artikel 5 498 461 256 247 250 250
Totaal vrije ruimte artikel 5 0 0 0 0 0 0
5.1 Multilaterale samenw 197 142 139 150 156 156
wv. Juridisch verplicht 197 104 94 59 53 53
wv. Bestuurlijk verplicht 0 12 18 50 54 54
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 26 27 41 49 49
Totaal vrije ruimte 0 0 0 0 0 0
5.2 Overig armoedebeleid 90 102 107 92 95 95
wv. Juridisch verplicht 84 62 59 59 56 52
wv. Bestuurlijk verplicht 2 0 4 4 4 4
wv. Beleidsmatig gereserveerd 4 39 44 29 35 38
Totaal vrije ruimte 0 0 0 0 0 0
5.3 OekraĂŻne (XVII) 211 217 10 5 0 0
wv. Juridisch verplicht 211 0 0 0 0 0
wv. Bestuurlijk verplicht 0 217 0 0 0 0
wv. Beleidsmatig gereserveerd 0 0 10 5 0 0
Totaal vrije ruimte 0 0 0 0 0 0

Conform de toezegging tijdens de begrotingsbehandeling d.d. 31 januari 2024 bevat dit onderdeel een meerjarige uitwerking van de juridisch verplichte budgetten inclusief een toelichting. Daarnaast zijn de bedragen weergegeven die bestuurlijk gebonden zijn op grond van bestuursovereenkomsten, convenanten met koepels en/of decentrale overheden, politieke toezeggingen e.d., de bedragen die beleidsmatig gereserveerd zijn en de bedragen die vrij te besteden zijn. De cijfers die gepresenteerd worden in deze bijlage zijn gebaseerd op staand beleid en de huidige begrotingsstanden.

Artikel 1: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

De programmering van artikel 1 bestaat uit meerjarige juridische overeenkomsten waaruit een verdeling van de uitgaven over de jaren plaatsvindt waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Voor sub-beleidsartikel 1.1 Duurzame handelsystemen, zijn er diverse programma's ter bestrijding van kinderarbeid en ter bevordering van IMVO. Voor sub-beleidsartikel 1.2 Versterkte Nederlandse handels- en investeringspositie, gaat het om programma's met uitvoeringspartners RVO (o.a. Starters International Business, handelsmissies) en Invest International (o.a. Dutch Trade and Investment Fund). De programma's met RVO zijn in het lopende jaar juridisch verplicht en in de jaren erna bestuurlijk gebonden. Voor sub-beleidsartikel 1.3 private sectorontwikkeling, zijn meerjarige verplichtingen aangegaan op het terrein van onder andere financiele sector ontwikkeling en duurzame productie en handel. Voor infrastructuur ontwikkeling worden de regelingen DRIVE, D2B en ORIO door Invest International uitgevoerd. Tevens wordt een aantal programma's door RVO uitgevoerd, waaronder de programma's voor de combitracks. RVO en Invest International gaan verplichtingen aan die in latere jaren tot uitbetaling komen. Deze programma's zijn juridisch verplicht. Verplichtingen die onder deze programma's in 2026 en verder worden aangegaan zijn bestuurlijk gebonden.

Artikel 2: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

De programmering onder artikel 2 bestaat uit meerjarige juridische overeenkomsten waaruit een verdeling van de uitgaven over de jaren plaatsvindt waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Voor de sub-beleidsartikelen 2.1 Voedselzekerheid en 2.2 Water wordt een groot deel van de budgetten gealloceerd op basis van meerjarige landenstrategieën van posten, voor zover deze kaders nog niet juridisch zijn verplicht, valt het overige deel van dit financiële meerjarige kader onder beleidsmatig gereserveerd omdat Nederland daarover bilaterale afspraken maakt als een betrouwbare en voorspelbare partner in ontwikkelingssamenwerking. Het sub-beleidsartikel 2.3 bevat verplichtingen voor multilaterale klimaatfinanciering en klimaatafspraken zoals bijdragen aan de Global Environment Facility, Green Climate Fund, UNEP en verdragscontributies in het kader van het Kyoto en Montreal protocol.

Artikel 3: Sociale vooruitgang

De programmering onder artikel 3 bestaat uit meerjarige juridische overeenkomsten. Hieruit ontstaat een verdeling van uitgaven over de jaren waarvoor de overeenkomsten zijn aangegaan. Voor artikel 3.1 zijn middelen meerjarig vastgelegd en voor bijdrages aan o.a. UNAIDS, UNFPA, WHO, GFF, GAVi en GFATM. De beleidsmatig gereserveerde middelen hebben betrekking op de uitvoering van de Mondiale Gezondheidsstrategie 2023-2030. Voor artikel 3.2. zijn middelen vastgelegd voor de partnerschappen gericht op bescherming en bevordering vrouwenrechten en gendergelijkheid. De beleidsmatig gereserveerde middelen betreffen de uitvoering van het beleid op het gebied van vrouwenrechten tot en met 2027. Voor artikel 3.3 liggen de middelen in 2025 grotendeels meerjarig vast voor de versterking van het maatschappelijk middenveld onder het VMM-kader 2021-2025. De juridisch verplichte middelen vanaf 2026 betreffen middelen voor het nieuwe FOCUS kader zoals aangegeven in de Kamerbrief «Beleidskader voor samenwerking met maatschappelijke organisaties in ontwikkelingshulp 2026 - 2030» van 27 juni 2025. Voor artikel 3.4 zijn middelen overgeheveld binnen artikel 3.

Artikel 4: Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling

De programmering onder artikel 4 bestaat uit meerjarige juridische overeenkomsten waaruit een verdeling van de uitgaven over de jaren plaatsvindt waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Voor artikel 4.1 Humanitaire hulp wordt begin 2026 een groot deel van het budget t/m 2029 meerjarig juridisch verplicht. Dit betreft onder andere de bijdragen aan VN-organisaties (WFP, UNHCR, UNRWA), CERF, UNICEF-thematische humanitaire financiering en UNOCHA. De bijdrage aan UNRWA wordt afgebouwd conform amendement Stoffer/Eerdmans (Kamerstuknr. 36600-XVII-50). Subsidies aan de Dutch Relief Alliance en het Rode Kruis zijn t/m 2026 toegekend vanuit het subsidiebeleidskader Humanitaire hulp 2022-2026. Daarnaast zijn er subsidies uit hoofde van het subsidiebeleidskader «Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027» t/m 2027 toegekend.Voor artikel 4.2 Opvang en bescherming in de regio en migratiesamenwerking liggen de middelen meerjarig juridisch vast. Het betreft hier met name het PROSPECTS programma (2024-2027) en COMPASS. Subsidies die zijn toegekend op het subsidiebeleidskader «Migration and Displacement 2023-2028» lopen uiterlijk tot en met 2028. Met betrekking tot artikel 4.3 Veiligheid en rechtstaatontwikkeling is een deel van het programma via gedelegeerde landenprogramma’s vastgelegd. Het deel wat van deze gedelegeerde middelen niet juridisch is vastgelegd is opgenomen onder bestuurlijk gebonden. De bijdrage aan het Peace Building Fund is verplicht t/m 2026. Er zijn subsidies toegekend uit het subsidiebeleidskader «Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031» die uiterlijk in 2031 aflopen.

Artikel 5: Multilaterale samenwerking en overige inzet

Binnen artikel 5.1 zijn de verplichtingen voor de middelen- en kapitaalaanvullingen die vanaf 2025 worden aangegaan met de regionale ontwikkelingsbanken als bestuurlijk verplicht aangegeven. De jaarlijkse bijdrage aan MOPAN is tevens bestuurlijk verplicht. De Algemene Vrijwillige Bijdragen aan UNDP en UNICEF zijn per 2026 opgenomen als beleidsmatig gereserveerd. De financiering van overige (m.n. Technische Assistentie) programma’s is voor de komende jaren beleidsmatig gereserveerd. De bijdragen aan UNESCO in 2025 en verder zijn verplichte bijdragen die als juridisch verplicht zijn aangemerkt binnen artikel 5.2 De uitgaven voor schuldverlichting liggen tot en met 2029 grotendeels juridisch vast; de nieuwe verplichtingen voor schuldverlichting (HIPC IDA) zijn als bestuurlijk verplicht aangegeven. De voorgenomen overige programma’s zijn als beleidsmatig gereserveerd opgenomen. Binnen artikel 5.3 Oekraïne zijn alle uitgaven in 2025 juridisch verplicht. De uitgaven in 2026 voor niet-militaire steun aan Oekraïne zijn bestuurlijk verplicht.