Antwoord op vragen van het lid Dijk over het bericht '2325 schuldeisers, tienduizenden gedupeerden en miljoenen euro’s verdwenen: dit is het verhaal van Groupcard'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2025D47856, datum: 2025-11-24, bijgewerkt: 2025-11-26 11:19, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-446).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Beslisnota bij Kamerbrief Antwoord op vragen van het lid Dijk over het bericht '2325 schuldeisers, tienduizenden gedupeerden en miljoenen euro’s verdwenen: dit is het verhaal van Groupcard'
- Aanbiedingsbrief
Onderdeel van zaak 2025Z18678:
- Gericht aan: J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Indiener: J.P. Dijk, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
446
Vragen van het lid Dijk (SP) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «2325 schuldeisers, tienduizenden gedupeerden en miljoenen euro’s verdwenen: dit is het verhaal van Groupcard» (ingezonden 3 oktober 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 24 november 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 364.
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht van het AD over het eerste verslag van de curator over het faillissement van Groupcard?1
Antwoord 1
Ik heb kennisgenomen van het bericht in het AD over het eerste verslag van de curator over het faillissement van Groupcard2. De eerste bevindingen schetsen een zorgwekkend beeld. Uit het verslag komt naar voren dat er aanwijzingen zijn voor ernstige tekortkomingen in het bestuur en de administratie met grote financiële gevolgen voor mensen en organisaties die hierdoor geraakt zijn. Deze ontwikkelingen zijn verontrustend, vooral omdat het geld dat bedoeld was voor de inzet van mantelzorgers en ondersteuning voor mensen met een kleine beurs, mogelijk niet op juiste wijze is gebruikt. Ik begrijp dat dit voor veel mensen en gemeenten een enorme teleurstelling en financiële tegenslag is.
Vraag 2
Erkent u, net zoals de curator, dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
De eerste bevindingen van de curator zijn zorgwekkend en onderstrepen de ernst van de situatie, zoals ik aangaf in mijn antwoord op vraag 1. Of er daadwerkelijk sprake is van onbehoorlijk bestuur is aan de curator om vast te stellen. De curator doet daar verder onderzoek naar dat nog enige tijd vergt. Hoewel de gebeurtenissen mij raken, is de Rijksoverheid geen schuldeiser en partij in dit faillissement. Het is aan de betrokken partijen, zoals de curator en gemeenten zelf, om te bepalen of er juridische stappen nodig zijn.
Vraag 3
Hoe kan dit faillissement voor gemeenten onverwacht zijn gekomen, als blijkt dat Groupcard al jaren haar financiën niet op orde had, geen administratie bijhield, verliezen leed en commerciële afspraken maakten die onrealistisch waren?
Antwoord 3
Deze situatie toont aan hoe moeilijk het kan zijn om de financiële gezondheid van een bedrijf volledig inzichtelijk te krijgen, vooral als er sprake is van onvolledige of vertraagde administratie en complexe bedrijfsstructuren. Dit benadrukt het belang van transparantie en tijdige signalering van financiële risico's bij bedrijven waarmee gemeenten een contract afsluiten.
Vraag 4
Hoe gaat u ervoor zorgen dat in de toekomst, bij verwante bedrijven die gemeenten ondersteunen, deze situatie zich niet opnieuw zal voordoen, nu we weten van de curator dat er hier sprake is van het schuiven van gemeenschapsgeld om gaten te dichten?
Antwoord 4
Het behoort tot de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van gemeenten om vorm te geven aan het gemeentelijk armoedebeleid. Zij krijgen hiervoor onder andere middelen via het gemeentefonds. Het college legt over de besteding van deze middelen verantwoording af aan de gemeenteraad. De contracten die gemeenten sluiten met externe partijen moeten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Het is aan gemeenten zelf om nadere invulling te geven aan de manier waarop zij deze contracten afsluiten en de nakoming ervan contoleren.
Vraag 5
Hoe verantwoordt u dat gemeenten dit soort taken uitbesteden aan commerciële partijen als dit zo grandioos mis kan gaan? Deelt u de mening dat het beter zou zijn om dit publiek te organiseren zodat er, onder andere, beter toezicht op gehouden kan worden? Zo ja, hoe gaat u dit vormgeven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zoals ook aangegeven in antwoorden op Kamervragen van 1 september jl.3 hebben gemeenten de verantwoordelijkheid en bevoegdheid om hun armoedebeleid in te richten. Gemeenten kunnen daarbij kiezen voor het daarvoor contracteren van externe partijen. Dit kan voordelen hebben, bijvoorbeeld als gemeenten niet over de benodigde expertise of (uitvoerings)capaciteit of ICT-infrastructuur beschikken. Tegelijkertijd brengt dit risico’s met zich mee, zoals deze zaak pijnlijk duidelijk maakt. Of taken beter publiek georganiseerd kunnen worden, is een afweging die gemeenten zelf moeten maken. Het Rijk kan hierin geen voorschriften opleggen. Het is aan gemeenten om te bepalen welke vorm van organisatie het beste past bij hun lokale situatie en verantwoordelijkheden. Wel ben ik, mede op basis van de aanbevelingen van de Commissie Sociaal Minimum, met gemeenten in gesprek hoe we het gemeentelijk armoedebeleid kunnen verbeteren, zoals ik ook heb aangekondigd in het Nationaal Programma Armoede en Schulden dat 6 juni jl. aan uw Kamer is aangeboden.
Vraag 6
Hoe zorgt u ervoor dat de gedupeerden en schuldeisers niet met niks achterblijven, nu blijkt dat er geen zicht is op een nieuwe overnamekandidaat?
Antwoord 6
De situatie voor gedupeerden en schuldeisers is zeer moeilijk, en ik begrijp de zorgen die hierover leven. In een faillissementssituatie zoals deze is het aan de curator om de beschikbare middelen te verdelen volgens de geldende regels. De VNG faciliteert gemeenten door middel van een apart forum waarop gemeenten kennis en expertise kunnen uitwisselen. Ook heeft de VNG een webinar georganiseerd en een aantal bijeenkomsten voor de komende maanden gepland waar gemeenten samen kunnen bespreken welke stappen zij zetten en of zij hierin samen kunnen optrekken. Van de VNG begrijp ik dat gemeenten op dit moment bezig zijn de gevolgen van het faillissement in kaart te brengen en ook om te kijken of en hoe inwoners gecompenseerd kunnen worden.
Vraag 7
Zijn er manieren waarop de gedupeerde groepen het geld op deze passen toch kunnen besteden of gecompenseerd kunnen krijgen, nu blijkt dat de schuld in de tientallen miljoenen loopt en er tienduizenden gedupeerden zijn? Zo ja, wilt u uitzoeken hoe deze compensatie toch kan plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
De invulling hiervan valt onder de bevoegdheid van de gemeenten. Om gemeenten ruimte te geven om zelf compensatie aan gedupeerde inwoners te regelen, heb ik het volgende bericht via de VNG en binnen de Belastingdienst gedeeld. Dit bericht zal ook worden verspreid via het Gemeentenieuws.
Uitzonderingen voor uitbetaling Groupcard-tegoeden
Door het faillissement van Groupcard hebben inwoners van veel gemeenten hun tegoedpas van dit jaar niet geheel kunnen verzilveren. De tegoedpas is bijvoorbeeld in het kader van gemeentelijk minimabeleid verstrekt. Meerdere gemeenten verkennen de mogelijkheden om het resterende tegoed op de pas alsnog aan de betreffende inwoners te geven, bijvoorbeeld door eenzelfde bedrag over te maken op de bankrekening of via breed geaccepteerde cadeaubonnen.
Een dergelijke uitbetaling van vrij besteedbaar geld past normaliter niet binnen de kaders van gemeentelijk minimabeleid of de bijstand. Aangezien een nieuwe tegoedpas voor de meeste gemeenten niet op korte termijn haalbaar is, biedt het Ministerie van SZW in dit specifieke geval de onderstaande ruimte en adviezen voor een uitbetaling. Het ministerie vertrouwt erop dat gemeenten dit als uiterste mogelijkheid benutten en zich ervoor inspannen dat de uitbetaling volgens de bedoeling van de tegoedpas wordt besteed.
Het Ministerie van SZW zal bij uitzondering de uitbetaling van het resterende tegoed niet aanmerken als inkomensbeleid.
De gemeente kan in de bepaling van het recht op bijstand het uitbetaalde bedrag uitzonderen van de middelen (inkomen en vermogen). Gelet op de eerdere toekenning van de tegoedpas en de uitzonderlijke omstandigheden kan het uitbetaalde bedrag worden beschouwd als gift die verantwoord is vanuit het oogpunt van bijstandsverlening. Het bedrag hoeft dan niet met de uitkering te worden verrekend.
Gezien de bijzondere omstandigheden, waarin het resterend tegoed verloren is gegaan door het faillissement, ligt het voor de hand dat de uitbetaling de fiscale kwalificatie volgt van het oorspronkelijke tegoed op de pas. Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten om hun (minima)regelingen zoals de tegoedpas zo vorm te geven dat deze niet belast zijn als periodieke uitkeringen en verstrekkingen (zie hierover de eerdere Kamerbrief [link: Kamerstuk 34 352, nr. 324 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen]). Als de tegoedpas onbelast was, geldt in beginsel hetzelfde voor de uitbetaling ter hoogte van het door het faillissement verloren gegane resterende tegoed op de pas. De uiteindelijke beoordeling blijft voorbehouden aan de inspecteur van de Belastingdienst. Gemeenten die zekerheid willen hebben, kunnen zich wenden tot de inspecteur. Onbelaste verstrekkingen hebben geen invloed op de toeslagen.
Bovenstaande is niet van toepassing als de inwoner dubbele compensatie krijgt. Gemeenten die uitbetalen wordt daarom geadviseerd om ervoor te zorgen dat de rechten op een tegoed bij een doorstart of op een compensatie door de curator toekomen aan de gemeente.
AD, 30 september 2025, «2325 schuldeisers, tienduizenden gedupeerden en miljoenen euro’s verdwenen: dit is het verhaal van Groupcard», www.ad.nl/binnenland/2325-schuldeisers-tienduizenden-gedupeerden-en-miljoenen-euros-verdwenen-dit-is-het-verhaal-van-groupcard~a1670caa/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F↩︎
AD, 30 september 2025, «2325 schuldeisers, tienduizenden gedupeerden en miljoenen euro’s verdwenen: dit is het verhaal van Groupcard», http://www.ad.nl/binnenland/2325-schuldeisers-tienduizenden-gedupeerden-en-miljoenen-eurosverdwenen-dit-is-het-verhaal-van-groupcard~a1670caa/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F↩︎
Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2024/2025, 2947.↩︎