Antwoord op vragen van de leden Kostic en Gabriëls over de staalslakkenkwesties
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2025D47968, datum: 2025-11-24, bijgewerkt: 2025-11-26 16:24, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-462).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (VVD)
Onderdeel van zaak 2025Z17930:
- Gericht aan: A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Indiener: G.J.W. Gabriëls, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: I. Kostic, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
462
Vragen van de leden Gabriëls (GroenLinks-PvdA) en Kostic (PvdD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de staalslakkenkwesties (ingezonden 26 september 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Aartsen (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 24 november 2025).
Vraag 1
Wanneer wordt de bodemregelgeving aangepast en worden er in de nieuwe bodemregelgeving ook eisen toegevoegd over uitloging van niet genormeerde relevante stoffen, zoals natrium (Na), calcium (Ca), aluminium (Al), strontium (Sr), titanium (Ti), beryllium (Be) en boor (B) en beïnvloeding van de pH? Zo ja, geldt dat dan voor álle secundaire bouwstoffen?
Antwoord 1
Nederland heeft een zeer uitgebreid pakket aan stoffen dat genormeerd is. Het gaat om de belangrijkste stoffen die, als ze in verhoogde mate vrijkomen, kunnen leiden tot milieurisico’s of die een indicatie zijn van groepen van stoffen die een milieurisico vormen. Als er nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn over de stoffen die van belang zijn om de risico’s van een bouwstof bij toepassing goed in beeld te brengen zal ik dit opnieuw bekijken. Er wordt overigens ook naar het gehele normenkader gekeken bij de herijking van de bodemregelgeving.
Belangrijk om op te merken is dat het ontbreken van specifieke normen voor bepaalde stoffen niet betekent dat hiervoor geen enkele norm geldt. In alle gevallen moet worden voldaan aan de wettelijke zorgplichten die gelden voor het produceren, leveren en toepassen van bouwstoffen. Deze zorgplichten houden in dat degene die bouwstoffen toepast altijd maatregelen moet nemen om milieuschade te voorkomen of te beperken, ook als er geen specifieke norm voor een stof is vastgesteld. Dit geldt dus ook voor parameters als pH en andere stoffen die (nog) niet in de bijlage van het Besluit bodemkwaliteit zijn genormeerd.
Vraag 2
Waarom is de bodemregelgeving al zo lang niet meer aangepast, terwijl de omgevingsdiensten aangeven dat de bodemregelgeving hun geen handvatten bood en geboden heeft om goed toezicht te kunnen houden op bijvoorbeeld het gebruik van staalslakken?
Antwoord 2
In 2019 kwamen signalen naar voren over verontreinigingen bij toepassing van staalslakken. Dit ondanks de informatie in de «Circulaire Toepassing van staalslak en hoogovenslak(zand) in aanvullingen en ophogingen 2005» over het naleven van de wettelijke zorgplichten. Naar aanleiding van signalen is in 2021 besloten RIVM opdracht te geven voor een evaluatie van het normenkader voor de toepassing van bouwstoffen. Deze is in 2024 afgerond en de uitkomsten daarvan zijn meegenomen in de lopende herijking van de bodemregelgeving (die in 2023 van start ging). In de tussentijd is met ingang van 1 januari 2024 de informatieplicht voor producenten aangescherpt. Deze aanscherping heeft plaatsgevonden om de naleefbaarheid en handhaafbaarheid van de wettelijke zorgplichten te verbeteren. Ook is besloten tot invoering van een meldplicht1 die naar verwachting begin 2026 van kracht wordt. Daarmee wordt geborgd dat toezichthouders tijdig op de hoogte zijn en zo nodig vooraf kunnen ingrijpen. In juli 2026 heb ik uit voorzorg besloten om op de pauzeknop te drukken voor risicovolle toepassingen van LD/ELO-staalslakken. Ik heb dit gedaan door middel van een noodregeling. Daarmee zijn vooruitlopend op de herijking van de bodemregelgeving stappen gezet om problemen met de toepassing van staalslakken aan te pakken.
Vraag 3
Is er ooit eerder overwogen om de «vrije toepasbaarheid» van staalslakken in te binden en het gebruik aan een meld- of vergunningsplicht te laten voldoen? Waarom wel/niet?
Antwoord 3
Aanpassen van regelgeving vergt zorgvuldigheid en kost tijd. Het is daarbij belangrijk om te bepalen welke maatregelen effectief zullen zijn. Daarvoor moeten de oorzaken van de problemen bekend zijn. In 2021 is besloten om RIVM opdracht te geven tot een evaluatie van het normenkader voor de toepassing van secundaire bouwstoffen. In deze evaluatie is gekeken naar de oorzaken van de ervaren problemen. Met het oog op de signaalrapportage van ILTv van april 2023 is besloten om, vooruitlopend op de uitkomsten van de evaluatie van het normenkader, door RIVM te laten onderzoeken hoe toezicht op staalslaktoepassingen kan worden versterkt. Dit heeft geleid tot de nog lopende implementatie van de meldplicht. Belangrijk is wederom op te merken dat vrije toepasbaarheid niet betekent dat het toepassen van staalslakken (en andere (secundaire) bouwstoffen) niet aan wettelijke eisen moet voldoen. Dat is wel degelijk het geval. Zie ook het antwoord op vraag 1 en 2.
Vraag 4
Bent u bereid een wijziging van bijlage A van de Regeling Bodemkwaliteit 2022 door te voeren en daarbij alle relevante factoren voor gezondheid en milieu toe te voegen, waaronder de pH-waarde van uitloogwater?
Antwoord 4
In het kader van de lopende herijking van de bodemregelgeving wordt het normenkader onder de loep genomen. Indien uit nieuwe wetenschappelijke inzichten blijkt dat het van belang is om voor bepaalde niet-genormeerde stoffen normen op te nemen en deze normen ook kunnen worden gesteld, gebeurt dat. Echter, uit fase 1 van de herijking, waarin ook de evaluatie van het normenkader door RIVM is betrokken, blijkt dat aangrijpingspunten voor de oplossing van de problematiek niet zozeer liggen in het aanscherpen van uitloognormen voor het product, maar in het verduidelijken/aanscherpen van de regels voor toepassen en het vergroten van het zicht op secundaire bouwstoffen zoals staalslak. Voor pH-effecten geldt dat die sterk afhankelijk zijn van specifieke omstandigheden en dat het normeren daarvan ook (ongewenste) effecten heeft op andere bouwstoffen. Zie ook het antwoord op vraag 1.
Vraag 5
Waarom is de terugvaloptie bij het eventueel vervallen van het tijdelijke gedeeltelijke verbod op het gebruik van staalslakken een invoering van een meldplicht en niet een invoering van een vergunningsplicht vanaf 1 januari 2026?
Antwoord 5
De invoering van de informatie- en meldplicht was al ingezet ten tijde van de totstandkoming van de tijdelijke regeling. Het invoeren van een vergunningplicht begin 2026 is niet mogelijk qua tijdpad.
De reikwijdte van de meldplicht is overigens breder dan die van de tijdelijke regeling. De meldplicht zal ook gelden voor toepassingen die niet onder de tijdelijke regeling vallen, zoals toepassingen in waterbouw. De regeling is tijdelijk (1 jaar + mogelijk extra 6 maanden), omdat de Omgevingswet en de Wet milieubeheer dit voorschrijven. Op het moment dat de regeling vervalt geldt het dan van toepassing zijnde kader, waaronder de dan ingevoerde informatie- en meldplicht. Verdere aanvullende maatregelen worden de komende tijd bekeken. Zo wordt de optie om een vergunningplicht in te voeren beoordeeld in combinatie met andere opties, zoals een verbod voor bepaalde toepassingen en het opnemen van toepassingsregels.
Vraag 6
Bent u bereid om terug te vallen op een totale vergunningsplicht vanaf 1 januari 2026 voor het gebruik van staalslakken?
Antwoord 6
Zie antwoord op vraag 5. Per 1 januari 2026 een vergunningplicht invoeren is niet nodig, omdat de risicovolle toepassingen nu onder de tijdelijke regeling vallen. Bovendien is het ook niet mogelijk qua tijdpad.
Vraag 7
Waarom is er sinds in de circulaire van VROM in 2005 staat dat er milieuschade kan optreden bij het gebruik van staalslakken, niet verder ingegrepen om de bodemregelgeving ten aanzien van uitloging van zware metalen en ongeblust kalk aan te scherpen?
Antwoord 7
Zie antwoorden op vraag 1 en 2.
Vraag 8
Wat vindt u van het feit dat Tata Steel niet eerder zijn risicodocumenten/gevarenclassificatie ten aanzien van het gebruik van staalslakken heeft aangepast en daarmee niet eerlijk is geweest over de impact die staalslakken kunnen hebben op de gezondheid van mens en dier?
Antwoord 8
Het zijn primair de bedrijven zelf die verantwoordelijk zijn voor de juiste indeling in gevaarklasse en het veilig kunnen gebruiken van de stoffen/mengsels die in de handel worden gebracht. Als hierbij onjuistheden optreden, dan kan hiertegen handhavend worden opgetreden. Zo is de ILT recent gestart met het aanspreken van Tata Steel op de onjuiste indeling onder de EU verordening inzake indeling, etikettering en verpakking (de CLP-verordening).
Vraag 9
Kan Tata Steel aansprakelijk gehouden worden voor verwijderingskosten, omdat de gevarenclassificatie niet op orde was en er gezondheidsrisico’s zijn weggelaten?
Antwoord 9
Als Tata Steel of een tussenpersoon een product levert dat qua kwaliteit of samenstelling niet in overeenstemming is met de afspraken, dan is het aan de afnemer van dat product om eventuele kosten als gevolg daarvan al dan niet te verhalen op de leverancier.
Vraag 10
Waarom geeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in zijn communicatie op schrift en via een technische briefing telkens aan dat het niet veel uitmaakt of restproducten van staalproductie de classificatie «afval» of «bijproduct» krijgen, terwijl het hoofd van OmgevingsdienstNL in het rondetafelgesprek van 25 september 2025 aangaf dat het wel degelijk relevant is of een product geclassificeerd wordt als «afval» of als «bijproduct»?
Antwoord 10
De relevante wetgeving voor de toepassing van staalslakken als bouwstof zijn het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk). De status van een materiaal (afval of niet), is niet relevant voor toepassing als bouwstof onder het Bal, Bbk en Rbk. Dit is een bewuste keuze geweest om ervoor te zorgen dat de eisen die gesteld worden aan de toepassing als bouwstof altijd hetzelfde zijn, ongeacht de status van het materiaal, zie de nota van toelichting op het Bbk (Stb. 2007, 469) en op het Bal (Stb. 2021, 98). Zolang aan de eisen van het Bal, het Bbk en de Rbk wordt voldaan, is dus niet relevant of staalslakken die als bouwstof worden toegepast moeten worden gekwalificeerd als afvalstoffen of dat daaraan niet de status van afvalstof is verbonden. Voor andere zaken kan de status daarentegen wel verschil maken. Denk bijvoorbeeld aan import en export, omgevingsvergunning, transport, opslag.
Vraag 11
Is het juist dat er bij de classificatie van het restproduct van staalproductie als «afval» sprake is van het moeten betalen van afvalstoffenbelasting? Zo ja, heeft dit meegespeeld in de beoordeling bij het vormgeven van het rechtsoordeel?
Antwoord 11
Nee, dat is onjuist. De afvalstoffenbelasting, gebaseerd op de Wet belastingen milieugrondslag, heeft alleen een grondslag om belasting te heffen voor het storten van afval op een stortplaats en het verbranden van afval in een afval(mee)verbrandingsinstallatie waar huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen of gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand. Bij het toepassen van staalslakken als bouwstof onder het Bbk, is geen sprake van storten of verbranden en daarmee ook niet van het betalen van afvalstoffenbelasting.
De beoordeling in het rechtsoordeel is gebeurd op basis van een toetsing aan de vier Europese voorwaarden voor bijproduct uit de Kaderrichtlijn afvalstoffen, die in Nederland zijn neergelegd in de Wet milieubeheer. Hierbij is geen relatie met de afvalstoffenbelasting. De vraag of er afvalstoffenbelasting zou moeten worden betaald heeft dus niet meegespeeld in de beoordeling van staalslakken bij het opstellen van het rechtsoordeel.
Vraag 12
Klopt het dat er bij het opruimen een verschil zit in verantwoordelijkheid wanneer het staalslakkenspul geclassificeerd is als «afval» of als «bijproduct»? Zo ja, wat zijn de verschillen?
Antwoord 12
Nee. Er is in de praktijk geen verschil in verantwoordelijkheid. Wanneer staalslakken moeten worden opgeruimd vanwege een verkeerde toepassing en er sprake is van (dreigende) milieuschade, kan daar door het bevoegd gezag op basis van de bodem- en afvalregelgeving handhavend tegen worden opgetreden. In zo’n situatie kan het materiaal niet (meer) als bijproduct worden beschouwd, omdat niet aan de daarvoor geldende voorwaarden uit de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen en de Wet milieubeheer wordt voldaan.
Vraag 13
Klopt het dat Tata Steel verantwoordelijk is voor alle verwijderings- en saneringskosten in situaties waar de staalslakken toch als afvalproduct moeten worden geclassificeerd?
Antwoord 13
Die is niet generiek aan te geven. In algemene zin is de toepasser verantwoordelijk voor juiste toepassing conform de regels, ongeacht of het materiaal afval is of niet. Er moeten altijd maatregelen worden genomen als blijkt dat er milieuschade heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden. Naast de toepasser heeft de producent of leverancier ook verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld waar het gaat om het vermelden van informatie op de milieuverklaring en de zorgplicht van artikel 9.2.1.2 van de Wet milieubeheer. Indien dit niet of onvoldoende gebeurt kan hierop worden gehandhaafd.
Vraag 14
Waarom is er in de technische briefing van dinsdag 23 september 2025 aangegeven dat het voorleggen van een totaalverbod aan «Europa» juridisch moeilijk te onderbouwen is, terwijl er een onderzoek uit 2007 ligt van dhr. Van der Sloot, waarin staat dat milieuschade niet direct afhangt van de dikte van de laag en er dus ook juridische onderbouwing is voor optreden van milieuschade bij gebruik van pakketten staalslakken onder de 50 cm dikte?
Antwoord 14
Voor een tijdelijke regeling op basis van het voorzorgbeginsel moet een directe aanleiding zijn. Het instrument is nadrukkelijk alleen bedoeld voor bijzondere omstandigheden, waarin het volgen van de normale wettelijke procedure voor het vaststellen van een algemene maatregel van bestuur te veel tijd zou kosten. Het laatste signaal van de ILT was, bovenop de eerdere signalen en rapporten, een directe aanleiding om maatregelen te treffen vooruitlopend op maatregelen die voortkomen uit de herijking van de bodemregelgeving.
Dit signaal ging over toepassingen van meer dan een halve meter. Voor toepassingen onder de 0.5 meter is op dit moment onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing om hiervoor een tijdelijk verbod in te stellen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen risico’s bestaan bij toepassingen van maximaal 0,5 meter. Daarom is met inachtneming van het voorzorgsbeginsel voor deze toepassingen een vergunningplicht geïntroduceerd.
Vraag 15
Waarom is ervoor gekozen om enkel het gevaar van gebruik van staalslakken in pakketten dikker dan 50 cm te onderbouwen, terwijl uit het rapport van Van der Sloot blijkt dat milieuschade niet van de dikte van het verticale pakket afhangt maar onder andere van het horizontale gebruik, de oppervlakte, van het pakket?
Antwoord 15
Met de normen in de bodemregelgeving is vastgelegd wat een acceptabele uitloging is voor mens en milieu. Daarbij is uitgegaan van een standaard bouwstof met een toepassingsdikte van eenhalve meter. Bij een toepassing van meer dan een halve meter is het niet meer gegarandeerd dat aan de uitlogingsnormen wordt voldaan. Daarnaast is de hoge pH bij staalslakken een gevolg van de aanwezigheid van vrije kalk. Vrije kalk (ongebluste en gebluste kalk) is reactief en verandert in normale kalk of andere materialen vergelijkbaar met uitgehard cement. Als dunne lagen worden toegepast van staalslakken gaat de omzetting van vrije kalk sneller en neemt het pH effect eerder af. In april 2025 heeft de ILT een signaal uitgebracht dat gebaseerd is op toepassingen van meer dan een halve meter. De conclusie is dat risico’s om milieuschade bij de toepassing van LD-staalslakken te voorkomen onvoldoende worden beheerst. Daarbij wordt gesteld dat hoe dikker de laag, hoe groter de kans is dat milieuschade optreedt. Dat wil niet zeggen, zoals bij het antwoord op vraag 14 benoemd, dat risico’s zijn uit te sluiten bij toepassingen minder dan 0,5 m. Daarom is in de tijdelijke regeling met inachtneming van het voorzorgsbeginsel voor deze toepassingen een vergunningplicht geïntroduceerd.
Vraag 16
Wordt op dit moment onderzocht of een verbod op basis van artikel 128 lid 2 REACH tot de mogelijkheden behoort, omdat het hier gaat om permanente beperkende maatregelen in situaties dat REACH zelf geen aanvullende regels bevat over de toepassing van een chemische stof?
Antwoord 16
In juli is besloten uit voorzorg om met onmiddellijke ingang een nationaal verbod en een vergunningplicht op een deel van de toepassingen van staalslakken af te kondigen. Op basis van artikel 23.6a Omgevingswet kan een dergelijke regeling een maximale duur hebben van een jaar, te verlengen met maximaal een half jaar. Dit besluit ligt nu ter goedkeuring voor bij de Europese Commissie op basis van artikel 129 REACH. De Europese Commissie heeft recent aangekondigd aanvullende vragen te hebben bij de notificatie waardoor de 60 dagen reactietermijn van de Europese Commissie nog niet is gestart.
Gelijktijdig vindt op dit moment onderzoek plaats naar een permanente oplossing waarbij, indien de Europese Commissie goedkeuring verleent, de voorkeur uitgaat naar een harmoniserende maatregel die in alle EU-lidstaten geldig is.
Vraag 17
Klopt het dat er geen aanvullende voorschriften over bijvoorbeeld gebruik vanuit REACH zijn voorgeschreven voor staalslakken, omdat staalslakken niet in bijlagen XVII van REACH genoemd staan?
Antwoord 17
Nee, dat klopt niet, zie ook het antwoord op vraag 16. De hoeveelheid informatie die in het algemeen onder REACH moet worden geregistreerd is afhankelijk van een aantal zaken zoals de hoeveelheid van een stof (staalslakken) die wordt geproduceerd, de gevaareigenschappen van de stof en de wijze van gebruik. Indien een stof gevaareigenschappen heeft, moet dit in het registratiedossier tot uiting komen. Het registerende bedrijf moet dan instructies voor veilig gebruik opnemen in de registratie en hierover aan afnemers communiceren via een Veiligheidsinformatieblad. Dus ook zonder een restrictie (opname in bijlage XVII REACH) kan een registratie al informatie bevatten met voorschriften betreffend veilig gebruik. Dat maakt dat een juiste indeling van gevaareigenschappen belangrijk is.
Vraag 18
Kunt u uitsluiten dat er een significante invloed is van het gebruik van staalslakken op het Natura 2000-gebied de Westerschelde?
Antwoord 18
De projecten van Rijkswaterstaat in de Ooster- en Westerschelde worden getoetst aan de natuurregelgeving. Voor «een activiteit van het Rijk die nodig is voor de ontwikkeling, werking en bescherming van de hoofdwateren» – is de Staatssecretaris van LVVN het bevoegd gezag voor de beoordeling van een vergunningaanvraag als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder e, van de Omgevingswet. Voor eerdere projecten van Rijkswaterstaat in de betreffende gebieden zijn destijds natuurvergunningen verleend. Hierbij is ook het gebruik c.q. de toepassing van staalslakken beoordeeld. Daarbij is voldoende zekerheid verkregen dat het project niet zal leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het betreffende Natura 2000-gebied of een significant verstorend effect zal hebben op de soorten, waarvoor de betreffende gebieden zijn aangewezen.
Vraag 19
Wat is het gevolg als een rechter toch oordeelt dat niet vaststaat dat staalslakkengebruik in grote wateren geen significant effect heeft op Natura 2000-gebieden, zoals de Scheldes?
Antwoord 19
Op het toekomstig oordeel van het bevoegd gezag of een rechter kan ik niet vooruitlopen.
Vraag 20
Wat gaat u doen met alle staalslakken die nu al in Nederland liggen in pakketten groter dan 50 cm, nu erkend wordt dat het gebruik van die dikke pakketten staalslakken (boven de 50cm) tot milieuschade kunnen leiden?
Antwoord 20
De tijdelijke regeling heeft geen terugwerkende kracht: eerdere toepassingen vallen niet onder het verbod. Bestaande toepassingen blijven onder toezicht van het bevoegd gezag. Bij nadelige effecten kan op basis van het wettelijk kader, inclusief de zorgplicht, worden opgetreden. Lokale GGD’s kunnen betrokken zijn bij gezondheidskundige risicobeoordeling in situaties waar bewoners blootstaan aan mogelijk schadelijke effecten. Ik werk samen met medeoverheden al aan een gezamenlijke aanpak voor bestaande toepassingslocaties van staalslakken. Dat doen we via het BO Bodem, waarin IPO, VNG en UvW zijn vertegenwoordigd.
Vraag 21
Klopt het dat hydraulisch menggranulaat door elke particulier nu gekocht kan worden en gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld de tuin of oprit?
Antwoord 21
Ja, dat kan. Het is wel de verantwoordelijkheid van de leverancier om informatie aan te leveren over verantwoord gebruik. In algehele zin is de verkoop aan particulieren niet gereguleerd door de tijdelijke regeling. Ook valt niet elke toepassing van staalslakken als bouwstof onder de reikwijdte van de regeling. Ik bezie nog of hier aanvullende maatregelen nodig en mogelijk zijn.
Vraag 22
Kunt u uitsluiten dat het gebruik van staalslakken in een percentage lager dan 20 procent in menggranulaat niet schadelijk is voor de gezondheid? Zo nee, waarom valt hydraulisch menggranulaat met staalslak dan niet onder het verbod?
Antwoord 22
Hydraulisch menggranulaat is zowel nationaal als internationaal een veel gebruikte bouwstof. Menggranulaat bestaat uit metselwerk- en betonpuin. Aan het menggranulaat wordt een stabilisator toegevoegd. Het aandeel daarvan ligt tussen de 5–20%. De stabilisator bestaat uit gegranuleerde hoogovenslak, LD-staalslak, elektro-ovenslak of een mengsel hiervan. Dit materiaal, hydraulisch menggranulaat, is een standaard funderingsmateriaal voor wegen, en met name zeer geschikt voor de fundering van zwaar belaste wegen. Blijvende professionele toepassingen van hydraulisch menggranulaat vinden altijd plaats onder verhardingen en in hoeveelheden die nodig zijn om de benodigde sterkte van de fundering te verkrijgen. Ik heb geen aanwijzingen dat er sprake zou zijn van negatieve milieu- of gezondheidseffecten bij de toepassing van hydraulisch menggranulaat.
Vraag 23
Bent u bereid alsnog uitvoering te geven aan de vraag van de Kamer om een totaalverbod, door in aanbestedingen bij weg- en waterbouwwerken als criterium te stellen dat er geen gebruik gemaakt wordt van staalslakken? Waarom wel/niet?
Antwoord 23
Ik zie geen reden om de reikwijdte van de tijdelijke regeling uit te breiden.
In het commissiedebat heb ik toegelicht waarom niet is gekozen voor een totaalverbod. Ik verwijs hier naar de vier overwegingen die ik daar heb benoemd:
Effectiviteit: een verbod moet de toepassingen aanpakken die daadwerkelijk gevaar opleveren.
Wetenschappelijke onderbouwing: een noodregeling is een zwaar middel en moet dragend gemotiveerd worden op basis van bewijs, in dit geval betreft dat de ILT-signalen, het Duomix-rapport en RIVM-onderzoeken.
Juridische houdbaarheid: een verbod moet stand houden voor de rechter en in Europees verband, de regeling moet worden aangemeld bij de Europese Commissie.
Proportionaliteit: de effecten moeten goed worden afgewogen en beoordeeld en er moet worden bekeken of er alternatieve maatregelen beschikbaar zijn om hetzelfde doel te bereiken.
Vraag 24
Wat vindt u ervan dat Tata Steel Nederland aangeeft dat ze nog net zoveel staalslakken afzet als vóór het tijdelijke verbod en dat deze nu worden ingezet in pakketten van kleiner dan 50cm, die niet onder het verbod vallen en waarvan is aangetoond dat deze óók milieuschade opleveren?2
Antwoord 24
Het is mij niet bekend waar Tata het materiaal afzet. Er is geen verbod op export. Ook kunnen staalslakken worden toegepast in vormgegeven bouwstoffen en is het mogelijk om staalslakken toe te passen als waterbouwslak. Tot slot is met de tijdelijke regeling een vergunningplicht geïntroduceerd voor toepassingen van niet-vormgegeven bouwstoffen met daarin meer dan 20% staalslak op of in de landbodem van minder dan een halve meter en op locaties waar direct contact niet mogelijk is. Dergelijke toepassingen zijn dus nog steeds mogelijk, maar alleen indien de toepasser hiervoor over een vergunning beschikt. Dat betekent dat de toepasser in een aanvraag voor een vergunning moet aantonen dat de juiste maatregelen worden getroffen. Het bevoegd gezag toetst de aanvraag en neemt hierop een besluit.