Amendement van het lid Stultiens over een reparatie van de liquidatieverliesregeling
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Amendement
Nummer: 2025D48205, datum: 2025-11-25, bijgewerkt: 2025-11-25 15:17, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: L.C.J. Stultiens, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36812 -69 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026).
Onderdeel van zaak 2025Z20452:
- Indiener: L.C.J. Stultiens, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2025-11-27 12:00: STEMMINGEN (over alle amendementen ingediend bij het Pakket Belastingplan 2026 en over de ingediende moties) (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36812 | Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026) | |
| Nr. 69 | AMENDEMENT VAN HET LID Stultiens | |
| Ontvangen 25 november 2025 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
Na artikel IX wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IXA
In de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt aan artikel 13d, vijfde lid, eerste zin, toegevoegd “en wordt verminderd met de verliezen van het ontbonden lichaam die sinds de verkrijging van een deelneming in het ontbonden lichaam door de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam zijn ontstaan en bij de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam, bij een met het ontbonden lichaam verbonden lichaam of bij een lichaam dat of een persoon die de onderneming geheel of gedeeltelijk voortzet of een met dat lichaam verbonden lichaam, reeds zijn verrekend of hadden kunnen worden verrekend”.
Toelichting
Met dit amendement wordt een gat in de liquidatieverliesregeling hersteld. De Hoge Raad heeft op 21 maart 2025 uitspraak gedaan over de toepassing van de liquidatieverliesregeling.1 In dit arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een liquidatieverlies aftrekbaar is, ondanks dat een deel van de verliezen van een buitenlandse deelneming ook in het buitenland voor verrekening in aanmerking kwam. Daardoor is een budgettair gat van €840 miljoen incidenteel en €65 miljoen structureel ontstaan. De indiener van dit amendement is van mening, in lijn met de begrotingsregels van het kabinet, dat het goed zou zijn om het ontstane gat zoveel mogelijk binnen de liquidatieverliesregeling zelf te repareren en stelt daartoe dit amendement voor.
De liquidatieverliesregeling vormt een uitzondering op de deelnemingsvrijstelling. Op grond van de liquidatieverliesregeling kan een belastingplichtige verliezen die ontstaan als gevolg van de liquidatie van een binnenlandse of buitenlandse deelneming (een ontbonden lichaam) toch in aanmerking nemen. De gedachte achter de liquidatieverliesregeling is om verlies dat bij liquidatie van een deelneming opkomt, bij de moedervennootschap tot uitdrukking te brengen, aangezien anders in het geheel geen verlies in mindering kan worden gebracht.
Met dit amendement wordt een aanpassing van artikel 13d, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969) voorgesteld. Artikel 13d, vijfde lid, Wet Vpb 1969 regelt dat het liquidatieverlies wordt gesteld op het bedrag waarmee het door de belastingplichtige voor de deelneming opgeofferde bedrag het totaal van de liquidatie-uitkeringen overtreft. De voorgestelde toevoeging aan artikel 13d, vijfde lid, eerste zin, Wet Vpb 1969, bepaalt dat het door de belastingplichtige in aanmerking te nemen liquidatieverlies wordt verminderd met de verliezen van het ontbonden lichaam die bij de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam, of een met het ontbonden lichaam verbonden lichaam of bij een lichaam dat of een persoon die de onderneming geheel of gedeeltelijk voortzet of een met dat lichaam verbonden lichaam reeds zijn verrekend of hadden kunnen worden verrekend. Het gaat daarbij om de verliezen die sinds de verkrijging van de deelneming in het ontbonden lichaam door de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam zijn ontstaan. De reden daarvan is dat dat de verliezen zijn die – zonder de toepassing van de voorgestelde wijziging van artikel 13d, vijfde lid, Wet Vpb 1969 – door de samenloop van de liquidatieverliesregeling en een buitenlandse verrekeningsmogelijkheid voor dubbele aftrek in aanmerking kunnen komen. Het voorgaande kan met een voorbeeld worden geïllustreerd.
Voorbeeld 1 – Overdracht van verliezen
Besloten vennootschap X (X BV) is in Nederland vennootschapsbelastingplichtig. X BV houdt direct alle aandelen in een naar het recht van EU-lidstaat B opgerichte en aldaar gevestigde vennootschap B Ltd. Het door X BV voor B Ltd. opgeofferde bedrag bedraagt € 20 miljoen. Na verloop van tijd wordt besloten B Ltd. te ontbinden. De liquidatie-uitkering bedraagt nihil. B Ltd. heeft op basis van de in EU-lidstaat B geldende verliesoverdrachtregeling tijdens haar bestaan € 5 miljoen verlies overgedragen aan een met haar verbonden lichaam dat eveneens in EU-lidstaat B is gevestigd. Op basis van het huidige artikel 13d, vijfde lid, Wet Vpb 1969 zou door X BV een liquidatieverlies van € 20 miljoen -/- € 0 = € 20 miljoen in aanmerking kunnen worden genomen. Er wordt onder de huidige regeling geen rekening gehouden met het verlies van B Ltd. van € 5 miljoen dat reeds door een groepsmaatschappij in EU-lidstaat B is verrekend. Ingevolge de met dit amendement voorgestelde aanpassing van artikel 13d, vijfde lid, Wet Vpb 1969 wordt met dit in EU-lidstaat B reeds verrekende verlies wel rekening gehouden. Het door X BV in aanmerking te nemen liquidatieverlies bedraagt derhalve € 20 miljoen -/- € 0 -/- € 5 miljoen = € 15 miljoen. X BV kan dit verlies in aftrek brengen, mits wordt voldaan aan de overige voorwaarden van artikel 13d Wet Vpb 1969.
Het gaat bij de voorgestelde toevoeging niet om de vraag of de verliezen in het buitenland feitelijk zijn verrekend. Het gaat om de juridische mogelijkheid of de verliezen hadden kunnen worden verrekend. Als de deelneming van de belastingplichtige van die juridische mogelijkheid in haar land van vestiging geen gebruik heeft gemaakt, dan moet dat onverrekende verlies toch in mindering worden gebracht op het in aanmerking te nemen liquidatieverlies.
Voorbeeld 2 – Beperkte overdracht van verliezen
Besloten vennootschap X (X BV) is in Nederland vennootschapsbelastingplichtig. X BV houdt direct alle aandelen in een naar het recht van EU-lidstaat B opgerichte en aldaar gevestigde vennootschap B Ltd. Het door X BV voor B Ltd. opgeofferde bedrag bedraagt € 20 miljoen. Na verloop van tijd wordt besloten B Ltd. te ontbinden. De liquidatie-uitkering bedraagt nihil. B Ltd. had op basis van de in EU-lidstaat B geldende verliesoverdrachtregeling tijdens haar bestaan € 5 miljoen verlies kunnen overgedragen aan een met haar verbonden lichaam dat eveneens in EU-lidstaat B is gevestigd. Feitelijk heeft B Ltd. slechts € 3 miljoen overgedragen. Ingevolge de met dit amendement voorgestelde aanpassing van artikel 13d, vijfde lid, Wet Vpb 1969 wordt met het verlies rekening gehouden dat in EU-lidstaat B in aanmerking had kunnen worden genomen, dat wil zeggen € 5 miljoen. Het door X BV in aanmerking te nemen liquidatieverlies bedraagt derhalve € 20 miljoen -/- € 0 -/- € 5 miljoen = € 15 miljoen. X BV kan dit verlies in aftrek brengen, mits wordt voldaan aan de overige voorwaarden van artikel 13d Wet Vpb 1969.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat het wel gaat om de situatie waarin de belastingplichtige zich feitelijk bevindt. Stel bijvoorbeeld dat het ontbonden lichaam was gevestigd in een EU-lidstaat waarin had kunnen worden verzocht om toepassing van een fiscale eenheidsregime vergelijkbaar met de fiscale eenheid in Nederland, maar dat niet is gedaan. In dat geval is niet relevant welke verliezen voor verrekening in aanmerking hadden kunnen komen in het geval het ontbonden lichaam had verzocht om de toepassing van het lokale fiscale eenheidsregime.
Het kan zo zijn dat het verlies van de deelneming in een andere valuta luidt dan de functionele valuta van de belastingplichtige. In dat geval worden de verliezen die bijvoorbeeld op het niveau van die deelneming of een daarmee verbonden lichaam zijn verrekend of hadden kunnen worden verrekend, omgerekend naar functionele valuta van de belastingplichtige. Het omrekenen van de verrekende verliezen geschiedt tegen de gemiddelde koers die geldt voor het jaar waarin de belastingplichtige het liquidatieverlies in aanmerking neemt. Daarmee wordt zoveel mogelijk voorkomen dat tegen historische gemiddelde koersen over meerdere jaren buitenlandse verliezen naar euro moeten worden omgerekend.
Dit amendement geeft naar schatting een jaarlijkse opbrengst van € 25 miljoen. Dit bedrag heeft betrekking op het deel van het liquidatieverlies dat in aanmerking komt voor verrekening in het buitenland.
Stultiens
Hoge Raad 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:417.↩︎