Reactie op het verzoek van het lid Sneller, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 25 november 2025, over de nieuwe regels en de maatregelen naar aanleiding van de gewijzigde Penitentiaire Beginselenwet alsmede de stand van zaken met betrekking tot de staking van strafrechtadvocaten die op de EBI en AIT werkzaam zijn
Justitiële Inrichtingen
Brief regering
Nummer: 2025D48316, datum: 2025-11-26, bijgewerkt: 2025-11-28 11:36, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 24587 -1073 Justitiële Inrichtingen.
Onderdeel van zaak 2025Z20517:
- Indiener: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2025-11-26 12:00: Tweeminutendebat Gevangeniswezen (CD 24/9) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
- 2025-11-27 13:10: Aanvang aansluitend aan de Stemmingen: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-12-18 13:00: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
24 587 Justitiële Inrichtingen
Nr. 1073 Brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 november 2025
Op 25 november jl. heeft het lid Sneller (D66) verzocht om een brief waarin duidelijkheid wordt gegeven over de nieuwe regels en maatregelen die volgen uit de wijziging van de penitentiaire beginselenwet (Pbw). Ook wordt gevraagd om de stand van zaken met betrekking tot de staking van de strafrechtadvocaten die gedetineerden bijstaan die verblijven in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) en de Afdelingen Intensief Toezicht (AIT).
Het wetsvoorstel tot wijziging van de Pbw heeft een zorgvuldig parlementair proces doorlopen en is met grote meerderheid van stemmen aangenomen in beide Kamers.1 Hierop is de gewijzigde Pbw op 1 november 2025 in werking getreden met daarin aanvullende maatregelen voor het tegengaan van georganiseerde criminaliteit tijdens detentie. Deze maatregelen zien op minimaal contact en maximaal toezicht. Gelet op de macht en middelen waarover deze hoogrisicogedetineerden op de EBI en AIT beschikken, dient er op voorhand vanuit te worden gegaan dat zij iedere mogelijkheid tot contact en communicatie met de buitenwereld zullen gebruiken om hun criminele praktijken voort te zetten. Het is daarom noodzakelijk om het contact met de buitenwereld zo veel als mogelijk te beperken, met uitzondering van het geprivilegieerd contact met de rechtsbijstandverlener. Het beperken van de contactmogelijkheden van relationele aard, brengt in algemene zin een risico met zich mee dat contacten met een rechtsbijstandverlener zullen worden misbruikt ten behoeve van de voorzetting van crimineel handelen. De maatregelen zijn noodzakelijk om een situatie waarin dwang en druk op rechtsbijstandverleners kan worden uitgeoefend om als boodschapper voor de gedetineerde te fungeren, zoveel als mogelijk te voorkomen. De maatregelen zijn dan ook ingegeven door een veiligheidsbelang en dienen ook ter bescherming van de rechtsbijstandverlener. Eén van de maatregelen ziet op visueel toezicht op de gesprekken tussen de gedetineerde en hun rechtsbijstandverlener.
Gedurende het parlementaire proces is geoordeeld dat het uitoefenen van visueel toezicht op gesprekken met een rechtsbijstandverlener, niet in strijd is met hoger recht. Uitvoering van het visueel toezicht vindt plaats binnen de kaders van de wet. In de Penitentiaire maatregel, die naar aanleiding van de wijziging van de Pbw is gewijzigd en gelijktijdig in werking is getreden, zijn aanvullende regels opgenomen omtrent de uitvoering van het visueel toezicht.2 Hierin is onder andere opgenomen dat de camerabeelden na het gesprek onmiddellijk zullen worden verwijderd, tenzij er sprake is van ingrijpen in en het beëindigen van het gesprek. In een dergelijke situatie zullen de camerabeelden worden bewaard voor de duur van het instellen van eventuele rechtsmiddelen door de gedetineerden. Het cameratoezicht is niet gericht op het volledige gelaat van de gedetineerde en zijn rechtsbijstandverlener en niet op het dossier. Ook is het niet mogelijk om middels het cameratoezicht te kunnen liplezen.
De Dienst Justitiele Inrichtingen (DJI) heeft alles op alles gezet om op tijd klaar te zijn voor de daadwerkelijk inwerkingtreding en voorafgaand de betrokken ketenpartners tijdig te informeren over de wijze van implementatie van de maatregelen. Echter, onder andere door het leveren van verkeerde apparatuur, was de apparatuur voor het visueel toezicht pas eind oktober beschikbaar.
Sinds augustus 2025 worden er door DJI gesprekken gevoerd met de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), als vertegenwoordiger van de beroepsgroep, over de uitvoering van het visuele toezicht. Tijdens deze gesprekken heeft de NOvA zorgen geuit over uitvoering van de maatregel. DJI heeft geprobeerd tijdens deze gesprekken tegemoet te komen aan deze zorgen door toe te lichten op welke wijze waarborgen worden getroffen om de vertrouwelijkheid in het contact tussen de gedetineerde en zijn rechtsbijstandverlener te verzekeren. Ook heeft DJI getracht inzichtelijk te maken, onder andere door beschrijvingen en beeldmateriaal, op welke wijze er uitvoering zou worden gegeven aan het visueel toezicht. Vanwege de late levering kon pas eind oktober aan de NOvA het feitelijke beeldmateriaal van de spreekruimtes in de inrichtingen worden getoond. Ook is de NOvA de gelegenheid geboden om op locatie de werking van het visueel toezicht te komen bekijken. Op 18 november jl. is in een brief door een aantal individuele strafrechtadvocaten aangegeven dat, ondanks de gesprekken tussen DJI en de NOvA, omtrent de uitvoering van deze maatregel onduidelijkheid blijft bestaan en hebben ook zijn hun zorgen geuit.3
Op 24 november jl. heeft wederom een gesprek plaatsgevonden tussen DJI en de NOvA. Hierin is besproken dat de vragen die leven ten aanzien van de uitvoering van het visuele toezicht zo spoedig mogelijk door DJI zullen worden beantwoord richting de NOvA. Daarnaast is besproken dat zodra DJI en de NOvA tot een werkbare uitvoering van het visueel toezicht zijn gekomen, DJI een (onafhankelijke) partij zal verzoeken een audit uit te voeren op het visueel toezicht. Ook zal het visueel toezicht onderdeel zijn van de invoeringstoets die twee jaar na inwerkingtreding van de Pbw plaats zal vinden. Hierin zal worden bezien wat de werking van de maatregel in de praktijk is en of er onbedoelde effecten zijn.
Naast het gesprek tussen DJI en de NOvA heb ook ik persoonlijk op 24 november jl. gesproken met een afvaardiging van de strafrechtadvocaten die de brief op 18 november jl. hebben gestuurd, in het bijzijn van de NOvA. Ik heb in dit gesprek aangegeven de zorgen vanuit de beroepsgroep zeer serieus te nemen en benadrukt het van belang te vinden dat zij erop kunnen vertrouwen dat het visueel toezicht binnen de kaders van de wet uitgevoerd wordt. De wijze waarop DJI aan de maatregelen uitvoering geeft moet waarborgen bieden voor het nakomen van deze wettelijke voorwaarden.
De geuite zorgen hebben mijn volle aandacht en ik vertrouw erop dat de gesprekken met de NOvA voortvarend zullen worden voortgezet. Ik verwacht uw Kamer dan ook zo snel mogelijk doch uiterlijk begin volgend jaar te informeren over de voortgang van de gesprekken tussen DJI en de NOvA.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte