Verslag Landbouw- en Visserijraad van 17 november 2025
Landbouw- en Visserijraad
Brief regering
Nummer: 2025D48453, datum: 2025-11-26, bijgewerkt: 2025-11-27 15:43, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Mede ondertekenaar: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 32-1735 Landbouw- en Visserijraad.
Onderdeel van zaak 2025Z20592:
- Indiener: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Medeindiener: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2025-11-27 13:10: Aanvang aansluitend aan de Stemmingen: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-12-03 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2025-12-05 16:00: Landbouw- en Visserijraad (december) (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (š origineel)
21 501-32 Landbouw- en Visserijraad
Nr. 1735 Brief van de minister en staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 november 2025
Op 17 november jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad)
plaats in Brussel. Met deze brief informeren wij de Kamer over de
uitkomsten van de Raad.
Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 17 november 2025
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2027 ā Voedselzekerheid en gerichte steun
De Europese Commissie (hierna: Commissie) benadrukte dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) essentieel blijft in de jaren na 2027 voor het garanderen van voedselzekerheid in de Europese Unie (EU). Veel lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten dit en benoemden ook de rol van het GLB bij het versterken van de lange termijn veerkracht van de agrarische sector, de natuur en het platteland. De minister pleitte voor behoud van de marktoriƫntatie van het GLB, het gelijke speelveld en voor het gericht inzetten van het GLB voor actieve boeren. Ook benoemde de minister dat lidstaten meer vrijheid en flexibiliteit zouden moeten hebben om te bepalen met welke instrumenten de doelen, zoals voedselzekerheid, het beste bereikt kunnen worden, rekening houdend met nationale omstandigheden en behoefte, zoals minder verplichte interventies. In dit kader noemde de minister ook het schrappen van de ondergrens van de bandbreedte voor degressieve areaal gebonden inkomenssteun. Enkele lidstaten spraken hiervoor ook steun uit. Er waren ook lidstaten die de verplichte degressiviteit van de GLB inkomensondersteuning optioneel wilden maken. Onder dit agendapunt riep Italiƫ in zijn diversenpunt op voor het behoud van een apart GLB met twee pijlers. Verschillende lidstaten steunden Italiƫ.
Handelsgerelateerde landbouwvraagstukken
Zoals gebruikelijk informeerde de Commissie de Raad over de laatste handelscijfers en de stand van zaken in lopende bilaterale onderhandelingen over handelsakkoorden. Daarbij benadrukte de Commissie het belang van het opbouwen van sterke handelsrelaties met gelijkgestemde landen, waarbij de belangen van Europese boeren worden gerespecteerd. De Commissie reflecteerde daarbij op het aangekondigde onderhandelaarsakkoord tussen de EU en Indonesiƫ. De teksten worden nu juridisch opgeschoond en vertaald, alvorens deze door de Commissie ter besluitvorming worden aangeboden aan de Raad. Ook blikte de Commissie vooruit naar een mogelijke handelsovereenkomst met India.
In den brede was er steun in de Raad voor het afsluiten van handelsakkoorden en het diversifiƫren van handelsstromen. Een aantal lidstaten gaf aan dat handelsakkoorden evenwichtig moeten zijn en de belangen van de EU voldoende moeten behartigen. Ook riepen enkele lidstaten wederom op om goed in kaart te blijven brengen wat de cumulatieve effecten zijn van handelsakkoorden op de Europese markt. Enkele lidstaten spraken hun zorgen uit over de mogelijke impact van het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de Europese buitengrens (CBAM) en het systeem voor emissiehandel (ETS) op de sector en handelsstromen (bijvoorbeeld kunstmest).
Met betrekking tot het EU-Mercosur-akkoord verwelkomde een aantal lidstaten de voorgestelde operationalisering van de vrijwaringsmaatregelen en werd de Commissie verzocht de effecten van het Mercosur-akkoord op de Europese markt goed te monitoren.
Verder sprak de Raad over nauwere relaties met OekraĆÆne, specifiek het van kracht worden van de akkoorden met OekraĆÆne en MoldaviĆ« tot wijziging van de EU-OekraĆÆne brede vrijhandelsruimte (DCFTA) onder de Associatieakkoorden met beide landen. Op basis van de gemaakte afspraken zal OekraĆÆne verder werken aan het overnemen en implementeren van de overeengekomen EU-regelgeving en standaarden. De Commissie gaf aan dat ze het invoeren van gevoelige producten uit OekraĆÆne zal blijven monitoren en dat er sterke vrijwaringsmaatregelen van toepassing zijn. Veel lidstaten, waaronder Nederland, ondersteunden de afgesloten akkoorden met OekraĆÆne en MoldaviĆ«, waarbij werd gewezen op het belang van een goede relatie en samenwerking met OekraĆÆne. Enkele lidstaten waren kritisch over de gevolgen van het DCFTA voor boeren en landbouwmarkten in de EU, specifiek in de grensregioās. Daarbij riepen die lidstaten op tot een goede monitoring van de gevolgen en financiĆ«le steun bij marktverstoringen. Ook werd door een beperkt aantal lidstaten de handelsrelatie met de Russische Federatie en Wit-Rusland benoemd en de noodzaak deze te beperken, specifiek op het gebied van de invoer van vis en visproducten.
Verder bracht Belgiƫ zijn zorgen over het Chinese antidumpingonderzoek naar varkensvlees en de recent door China ingestelde voorlopige importheffingen in dit kader onder de aandacht van de Commissie. Belgiƫ onderstreepte het belang van een krachtige, gezamenlijke EU stem en reactie. De minister steunde, samen met een groot aantal lidstaten, deze oproep en gaf aan dat Nederland zich nog steeds grote zorgen maakt over zowel de impact van de voorlopige Chinese antidumpingheffingen op de EU-markt, als het lopende onderzoek naar zuivelsubsidies door China. Ook heeft de minister aangegeven dat het belangrijk blijft om de markteffecten als gevolg van zowel de voorlopige heffingen op varkensvlees als het onderzoek naar de zuivelsubsidies nauw te blijven monitoren. Lidstaten benoemden ook dat verdere escalatie vermeden moet worden. De Commissie gaf aan de voorlopige antidumpingtarieven momenteel te toetsen aan de WTO-regels en alle opties te overwegen om de EU-sectoren te beschermen.
Tot slot ging Italiƫ in zijn diversenpunt in op de toekomst van de EU-rijstsector en de gevolgen van import uit derde landen voor Europese producenten. Hiervoor was steun van verschillende lidstaten, voornamelijk de rijst producerende lidstaten.
Gedachtewisseling over de vangstmogelijkheden voor 2026 in de Atlantische oceaan, de Noordzee, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee
De gedachtewisseling over de vangstmogelijkheden voor 2026 werd georganiseerd ter voorbereiding op de besluitvorming tijdens de Raad van 11 en 12 december 2025. De Commissie sprak haar zorgen uit over de dalende trend van veel visbestanden. Waar mogelijk, wil de Commissie inzetten op flexibiliteit binnen de vangstadviezen en de juridische kaders om de sociaal-economische impact voor de vissers en kustgemeenschappen zoveel mogelijk op te vangen. De Commissie benadrukte daarbij dat dit het herstel van visbestanden niet in de weg mag staan, want voor de lange termijn is juist het herstel essentieel voor goede sociaal-economische omstandigheden. Voor Nederland worden vrijwel alle visbestanden gezamenlijk beheerd met derde landen en de onderhandelingen met deze landen lopen nog.
De dalende trend van met name de Noordoost Atlantische pelagische visbestanden zet de onderhandelingen tussen de Atlantische Kuststaten, die de afgelopen jaren toch al stroef verliepen, verder onder druk. De Commissie betreurde dat het nog niet gelukt is om een vangsthoogte vast te stellen voor makreel die door alle partijen gedragen wordt. Voor blauwe wijting is wel een vangsthoogte vastgesteld, maar helaas is er geen overeenstemming over de verdeelsleutel. Voor Atlanto-Scandische haring (ASH) hebben de kuststaten zonder de EU een vangsthoogte afgesproken. De claim van de EU op de status van kuststaat voor dit visbestand, wordt door de andere partijen nog niet geaccepteerd. Voor zover Nederland weet is voor dit bestand nog geen verdeelsleutel overeengekomen.
Voor de Middellandse Zee en de Zwarte Zee gaf de Commissie aan dat hoewel er signalen van herstel zichtbaar zijn, voor veel bestanden de visserijdruk nog onvoldoende omlaag gebracht is. De inzet van de Commissie is er daarom op gericht om de huidige weg van herstel voort te zetten en ook hier wil ze zoeken naar flexibiliteit binnen de juridische mogelijkheden. Daarnaast wil de Commissie voortzetting van het compensatiemechanisme, waarbij extra visdagen worden toegewezen aan trawlers die voor selectiever vistuig kiezen of die onder een nationale herstelmaatregel vallen.
Vrijwel alle lidstaten uitten hun zorgen over de dalende trend of moeizaam herstel van veel visbestanden. Hierbij werd aangegeven dat de afgelopen jaren al veel sociaal-economische verliezen geleden zijn. Veel Europese visserijsectoren zitten aan de ondergrens om nog op de been te blijven, wat ook impact heeft op de visverwerkende sector. Duurzaam beheer van de visbestanden is voor vrijwel alle lidstaten prioriteit, maar het regelgevend kader is soms te rigide met het oog op proportionaliteit van maatregelen. Voor bestanden onder biologisch veilige grenzen moeten aanvullende herstelmaatregelen genomen worden. Verschillende lidstaten pleitten hierbij voor gedegen procedures en stakeholderbetrokkenheid. De staatssecretaris riep in dit kader ook op om beter in kaart te brengen waarom visbestanden dalen of moeilijk tot herstel komen en gaf daarbij aan onder andere te willen kijken naar klimaatverandering.
Vrijwel alle lidstaten met visserijbelangen in de Noordoost Atlantische regio uitten hun grote zorgen over het verloop van de onderhandelingen en betreurden met name dat het niet gelukt is een vangsthoogte voor makreel vast te stellen. De staatssecretaris heeft verwezen naar het door Ierland aangedragen diversenpunt tijdens de Raad van oktober jl. over de urgente oproep tot actie in de EU om de Noordoost Atlantische pelagische bestanden te redden en herinnerde de Commissie aan haar toezegging om alle nodige instrumenten in te zetten om tot oplossingen te komen. De staatssecretaris herhaalde hier ook zijn oproep om visserij onderdeel te maken van de bredere buitenlandse betrekkingen met de Noordoost Atlantische partnerlanden. In het kader van de dalende visbestanden heeft de staatssecretaris tot slot aangegeven de toepassing van Haagse preferenties, waarbij quota van Europese lidstaten aan Ierland worden overgeheveld als de Ierse quota onder bepaalde grenswaarden komen, onwenselijk te vinden.
Diversenpunt Belgiƫ - Oproep tot een herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid
Nederland heeft samengewerkt met vijf andere lidstaten om dit diversenpunt te agenderen en de urgentie van een aanpassing van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) te benadrukken. Het diversenpunt kreeg tijdens de Raad veel bijval. Lidstaten benadrukten de prioriteiten van een herziening, zoals het aanpassen van regelgeving die innovatie in de weg staat, het versterken van de stabiliteit van vangstmogelijkheden, de onwerkbaarheid van de aanlandplicht en het versterken van de externe dimensie van het GVB nu na Brexit bijna alle visbestanden met derde landen beheerd worden. De Commissie benadrukte het belang van een gedegen evaluatie vooraleer tot beleidswijzigingen over te gaan en hoopt de evaluatie van het GVB in mei 2026 te kunnen presenteren.
Diversenpunt Frankrijk - Visserijdimensie in het volgende MFK: Voor een duidelijke en passende financiering van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid en het Europees oceaanpact voor de periode 2028-2034 + Diversenpunt Slowakije - De noodzaak van adequate steun voor de aquacultuursector
Slowakije en Frankrijk hadden beide een diversenpunt over het toekomstige Meerjarig Financieel Kader (MFK) geagendeerd. Slowakije vroeg, met steun van zes andere aquacultuurlidstaten, om voldoende steun om de Europese groeiambitie voor de aquacultuursector te kunnen verwezenlijken. Frankrijk vroeg om het budget voor visserij in de volgende begrotingsperiode gelijk te houden met de huidige begrotingsperiode en om dit budget te oormerken. Het diversenpunt kreeg brede steun in de Raad. Nederland bracht zijn eigen prioriteiten naar voren onder dit agendapunt, zoals de zorgen over de financiering van controle en datacollectie, want hiervoor is vooralsnog geen budget geoormerkt. Ook benadrukte de staatssecretaris zijn zorg over de striktere decommiteringsregels, die naar verwachting toegankelijkheid van het MFK-fonds belemmeren. Tot slot gaf de staatssecretaris aan dat de richtlijnen voor het do no significant harm-principe zo opgesteld moeten worden, dat ze geen belemmering vormen voor modernisering van de vloot.
Diversenpunt Finland - Oproep tot vereenvoudiging van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur
Finland vroeg, met steun van een groot aantal lidstaten, om vereenvoudiging van de huidige verordening voor het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EMFAF-verordening), om deze beter toepasbaar te maken voor implementatie van de energietransitie en moderniseringsdoelstelling, vooral voor de kleinschalige vloot. De staatssecretaris heeft zich voorstander getoond van vereenvoudiging, maar aangegeven daarbij niet alleen naar de kleinschalige vloot te willen kijken. Zowel voor het huidige EMFAF als de nieuwe begrotingsperiode moet gekeken worden naar adequate financiering voor de beleidsdoelstellingen van het kabinet. De Commissie gaf aan dat implementatie van het EMFAF nu eerst prioriteit heeft en dat hij de aangedragen punten meeneemt in de lopende evaluatie van het GVB.
Diversenpunt Duitsland ā statistieken gebruik gewasbeschermingsmiddelen
Duitsland waarschuwde dat de nieuwe verplichtingen uit de SAIO-verordening (statistieken over agrarische input en output) voor het monitoren van gewasbeschermingsmiddelen, inclusief een mogelijke uitbreiding van de gewassenlijst, de administratieve lasten onnodig zouden verhogen en pleitte daarom voor uitstel van de rapportage tot 2029. Veel lidstaten steunden de oproep van Duitsland en benadrukten de korte overgangsperiode. De minister gaf aan, evenals Duitsland, kritisch te zijn op de ambitie van de Commissie om de gewassenlijst, waarvoor statistieken moeten worden verzameld, uit te breiden. Een dergelijke uitbreiding zou betekenen dat ook voor zeer kleine teelten statistieken moeten worden verzameld, wat onevenredig veel capaciteit vraagt en slechts beperkte inzichten oplevert. De minister benadrukte dat het voor Nederland wel haalbaar is om de vereiste statistieken uiterlijk 2028 aan te leveren, maar begrip te hebben voor uitdagingen in andere lidstaten.
Diversenpunt Hongarije - De fytosanitaire risicoās voor de Europese wijnbouwproductie + Diversenpunt Duitsland - Bedreiging van de landbouw en de groenteteelt door glasvleugelcicaden + Diversenpunt ItaliĆ« - Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de EU
Onder dit agendapunt werden drie diversenpunten van Hongarije, Duitsland en Italiƫ gezamenlijk besproken. Hongarije en Italiƫ riepen op tot het betrekken van landbouwkundige overwegingen bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen. Hongarije ging specifiek in op de schade van plantziektes voor de wijnbouw, waar Italiƫ in brede zin opriep tot de noodzaak van voldoende werkzame stoffen voor landbouwers. Meerdere lidstaten steunden de oproep van Hongarije en Italiƫ en gaven aan dat er steeds meer ziektes zijn, door onder andere klimaatverandering, en dat het aantal beschikbare gewasbeschermingsmiddelen afneemt. Daarbij werd opgeroepen tot meer investeringen en onderzoek naar doeltreffende middelen. Nederland gaf aan dat het essentieel is dat meer alternatieve middelen en maatregelen beschikbaar komen, maar dat het uitgangspunt van de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen het beschermen van mens, dier en milieu moet zijn. Enkele lidstaten benoemden ook het belang van drones bij het detecteren van plantziektes.
Duitsland waarschuwde in zijn diversenpunt voor grote teeltrisicoās door de snel uitbreidende glasvleugelcicade. Veel lidstaten erkenden de toenemende risicoās van de glasvleugelcicade. Nederland gaf aan dat de glasvleugelcicade ziektes kan overbrengen die een aanzienlijk risico vormen voor de teelt van suikerbieten en aardappels. Daarbij benoemde Nederland de goede samenwerking met de Duitse autoriteiten op verschillende niveaus, onder andere over hoe om te gaan met deze ziekte, en Nederland riep op verder samen op EU-niveau te verkennen welke aanvullende mogelijkheden er zijn om de risicoās te beperken.
Diversenpunt Europese Commissie ā Jaarlijks voortgangsrapport van Eurocommissaris voor gezondheid en dierenwelzijn VĆ”rhelyi
Eurocommissaris voor gezondheid en dierenwelzijn VĆ”rhelyi informeerde de Raad in een jaarlijks voortgangsrapport over zijn inzet op het gebied van vereenvoudiging, uitvoering en handhaving op het vlak van gezondheid, voedselveiligheid, dierenwelzijn en plantgezondheid. De commissaris benoemde dat verlichting van lasten cruciaal is en benadrukte het belang van de aankomende omnibus (food and feed safety ā simplification omnibus) om het concurrentievermogen van de levensmiddelen- en diervoedersector te versterken, met oog voor het behoud van hoge veiligheidsnormen. Nederland gaf aan ook uit te zien naar deze omnibus, in het bijzonder het voorstel om de toelating van biologische gewasbeschermingsmiddelen te versnellen. Daarnaast gaf Nederland aan de inzet van de Commissie te waarderen om bij derde landen aandacht te vragen voor de Europese regelgeving over de vaccinatie van pluimvee tegen vogelgriep. Veel lidstaten benadrukten het belang van het prioriteren van dierenwelzijn. Nederland zei in dit kader te hopen op een spoedig voorstel van de Commissie voor dierwelzijnsregelgeving op het boerenbedrijf.
Diversenpunt Europese Commissie ā Internationale normstelling
De Commissie benoemde de afstemming die plaatsvindt met de lidstaten over internationale normstelling, waarbij de Commissie het belang van EU-standaarden onderstreepte. De EU draagt volgens de Commissie significant bij aan de vaststelling van mondiale normen, onder andere bij de wereldorganisatie voor dierengezondheid (WOAH) via technische expertise en door het verstrekken aan financiƫle steun. Ook benoemde de Commissie de rol van de EU op het gebied van plantgezondheid als lid van de internationale conventie voor plantenbescherming (IPPC). Enkele lidstaten onderstreepten het belang van het harmoniseren van internationale standaarden en bedankten de Commissie voor haar inzet op dit gebied.
Diversenpunt Europese Commissie ā One Health conferentie
Het Deens voorzitterschap informeerde de Raad over de One Health conferentie die heeft plaatsgevonden in Kopenhagen. Er zijn stevige aanbevelingen gedaan voor betere samenwerking, afgestemd beleid tussen verschillende disciplines en geĆÆntegreerde datasystemen.
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
F.M. Wiersma
De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
J.F. Rummenie