Amendement van het lid Dobbe over middelen om de voorgestelde bezuinigingen op jeugdzorg te voorkomen
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Amendement
Nummer: 2025D48535, datum: 2025-11-26, bijgewerkt: 2025-11-28 08:39, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36800-XVI-19).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.E.M. Dobbe, Tweede Kamerlid (SP)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 XVI-19 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2025Z20615:
- Indiener: S.E.M. Dobbe, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 19 AMENDEMENT VAN HET LID DOBBE
Ontvangen 26 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel 5 Jeugd van de departementale begrotingsstaat worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 463.000 (x € 1.000).
Toelichting
Dit amendement regelt dat de bezuiniging op de jeugdzorg in 2026 niet doorgaat. De jeugdzorg kent enorme problemen. Kinderen en gezinnen krijgen te maken met lange wachtlijsten als zij hulp nodig hebben, kinderen die uit huis geplaatst worden komen vervolgens regelmatig alsnog in onveilige situaties en zorgverleners hebben te kampen met een enorme werkdruk en administratie. Dit is slechts een klein deel van de problemen, rapport na rapport en incident na incident laten zien dat de jeugdzorg op allerlei punten vastloopt. De oplossing voor deze problemen is dan ook complex en daarvoor is veel inzet en toewijding van alle betrokkenen nodig. Volgens de indiener is daarentegen één ding wel simpel: bezuinigingen mogen deze oplossingen niet in de weg zitten.
Dat is helaas wel wat nu dreigt te gebeuren. Toen de Hervormingsagenda Jeugd werd opgesteld is namelijk bepaald dat de maatregelen daaruit een bezuiniging moesten opleveren van € 961 miljoen in 2026 en vanaf 2027 zelfs ruim € 1 miljard. De commissie Van Ark concludeerde begin dit jaar echter dat het niet haalbaar en wenselijk was om deze bezuiniging door te zetten, omdat de uitvoering van de agenda vertraagd is en er onvoldoende indicatoren zijn om te checken of maatregelen tot de ingeboekte besparingen hebben geleid.1 De commissie noemde de ingeboekte bezuinigingen zelfs een «zwaard van Damocles» en adviseerde de deze tot 2028 als «PM-post» in de rijksbegroting op te nemen. Dat wil zeggen dat er niet van tevoren een bedrag moet worden ingeboekt, maar dat eerst moet worden gekeken of er daadwerkelijk op een verantwoorde manier geld wordt bespaard.
De regering besloot echter om het anders aan te pakken. Bij de voorjaarsnota werd besloten om de bezuinigingen in 2026 en 2027 te verlagen met respectievelijk € 498 en € 447. Daarmee blijft dus een bezuiniging staan van € 463 miljoen in 2026 en € 570 miljoen in 2027. Er wordt dus alsnog sowieso enorm bezuinigd, ook als dit ten koste gaat van jongeren, gezinnen en de zorgverleners die hen helpen. Tot overmaat van ramp werd er vanaf 2028 ook nog voor € 835 miljoen aan extra bezuinigingen ingeboekt.
De indiener is van mening dat de crisis in de jeugdzorg alleen kan worden opgelost als de belangen van jongeren en gezinnen op één worden gezet. Het oplossen van hun problemen moet de prioriteit zijn bij de politieke besluiten die over jeugdzorg en jeugdbeleid worden genomen. Door nu alsnog honderden miljoenen te bezuinigen op de jeugdzorg wordt dit ondergeschikt gemaakt aan platte bezuinigingsdoelen. Dat is onacceptabel. Daarom schrapt dit amendement deze bezuinigingen voor 2026, met de bedoeling om dit structureel door te laten lopen.
De dekking hiervoor wordt gevonden in het taakstellend verhogen van de belasting in Box 2. Volgens de indiener is het rechtvaardiger om van deze groep met zeer hoge inkomens een hogere bijdrage te vragen, dan om de rekening voor politiek falen neer te leggen bij kwetsbare jongeren en gezinnen.
Dobbe
Kamerstuk 2025D03495↩︎