Voorstel van wet
Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet handhaving consumentenbeschermingter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2673 tot wijziging van Richtlijn 2011/83/EU wat betreft op afstand gesloten overeenkomsteninzake financiële diensten, en tot intrekking van Richtlijn 2002/65/EG (Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsteninzake financiële diensten)
Voorstel van wet
Nummer: 2025D48554, datum: 2025-11-24, bijgewerkt: 2025-11-27 15:53, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van zaak 2025Z20629:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiën
- Medeindiener: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Volgcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2025-12-04 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
| 36 860 | Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet handhaving consumentenbescherming ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2673 tot wijziging van Richtlijn 2011/83/EU wat betreft op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten, en tot intrekking van Richtlijn 2002/65/EG (Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten) |
| Nr. 2 | VOORSTEL VAN WET |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2673 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/83/EU wat betreft op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten, en tot intrekking van Richtlijn 2002/65/EG;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten‑Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op het financieel toezicht wordt gewijzigd als volgt:
A
Artikel 1:6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel e vervalt onder verlettering van onderdeel f tot onderdeel e.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Deze wet, met uitzondering van dit deel en de artikelen 4:20, eerste en tweede lid, en 4:25, eerste lid, voorzover betrekking hebbend op overeenkomsten op afstand, is niet van toepassing op ondernemingen die geen andere branche uitoefenen dan de branche Hulpverlening indien:
1°. daarbij uitsluitend dekking wordt verleend in geval van een ongeval met of een defect aan een wegvoertuig; en
2°. ingevolge de dekking de hulp bij een ongeval of defect in Nederland of direct over de grens beperkt is tot:
a. technische hulp ter plaatse, waarvoor de onderneming in de regel eigen personeel of uitrusting gebruikt;
b. het vervoer van het wegvoertuig naar de dichtstbijzijnde of meest geschikte plaats van reparatie, alsmede het eventuele vervoer van de bestuurder en passagiers, doorgaans met hetzelfde hulpmiddel, naar de dichtstbijzijnde plaats vanwaar zij hun reis met andere middelen kunnen voortzetten;
c. het vervoer van het wegvoertuig, eventueel met de bestuurder en passagiers, naar hun woonplaats, hun plaats van vertrek of hun oorspronkelijke bestemming binnen Nederland;
en, voorzover de dekking zich mede uitstrekt tot een ongeval of defect in het buitenland, indien de hulp beperkt is tot de onder 1° en 2° bedoelde verrichtingen, de bestuurder of een passagier lid is van de onderneming en de hulp of het vervoer van het voertuig enkel op vertoon van een bewijs van lidmaatschap, zonder betaling van extra premie, wordt uitgevoerd door een soortgelijke, in de betrokken staat werkzame organisatie die zich hiertoe op basis van wederkerigheid heeft verplicht.
B
Artikel 1:20 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel e vervalt onder verlettering van onderdeel f tot onderdeel e.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Deze wet, met uitzondering van de artikelen 4:19, 4:22, 4:33 en 4:35, en, voorzover betrekking hebbend op overeenkomsten op afstand, de artikelen 4:20, eerste en tweede lid, en 4:25, eerste lid, is niet van toepassing op financiële diensten met betrekking tot een geoorloofde debetstand waarbij de consument is gehouden binnen een maand af te lossen.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Deze wet, met uitzondering van de artikelen 4:20, eerste en tweede lid, en 4:25, eerste lid, voorzover betrekking hebbend op overeenkomsten op afstand, is niet van toepassing op financiële diensten met betrekking tot krediet, niet zijnde hypothecair krediet, dat binnen drie maanden dient te worden afgelost en terzake waarvan slechts onbetekende kosten aan de consument in rekening worden gebracht.
C
Aan artikel 4:18 wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen producten en diensten worden aangewezen waarop het bepaalde ingevolge de artikelen 4:20, eerste en tweede lid, en 4:25, eerste lid, voorzover betrekking hebbend op overeenkomsten op afstand, van overeenkomstige toepassing is.
D
Aan artikel 4:22.0a wordt een lid toegevoegd, luidende:
6. Dit artikel is niet van toepassing op inhoud van websites en mobiele toepassingen, als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de toegankelijkheidsrichtlijn.
ARTIKEL II
Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 230g, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdelen m en n, wordt na “artikel 230o” ingevoegd “respectievelijk artikel 230x”.
2. In onderdeel o wordt na financiële onderneming ingevoegd “, fiscaal gefaciliteerd financieel product” en wordt na “natura-uitvaartverzekeraar” ingevoegd “, natura-uitvaartverzekering, pensioeninkomen”.
B
In artikel 230h, tweede lid, onderdeel b, wordt “de paragrafen 1 en 6” vervangen door “paragraaf 6”.
C
In artikel 230m, eerste lid, onderdeel h, wordt na “van de richtlijn” ingevoegd “, en, in voorkomend geval, informatie over de beschikbaarheid en de plaats van de functie, bedoeld in artikel 230oa lid 1”.
D
Na artikel 230o wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 230oa
1. De handelaar zorgt ervoor dat de consument het recht van ontbinding van een via een online-interface gesloten overeenkomst op afstand kan uitoefenen door een verklaring tot ontbinding in te dienen door middel van een duidelijk zichtbaar op de online-interface weergegeven en gemakkelijk toegankelijke functie. De functie wordt daartoe op een goed leesbare wijze aangeduid met een ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat daarmee de overeenkomst kan worden ontbonden.
2. De handelaar stelt de consument in staat de volgende informatie in de verklaring tot ontbinding, bedoeld in lid 1, te verstrekken of te bevestigen:
a. naam van de consument;
b. de gegevens ter identificatie van de overeenkomst die de consument wenst te ontbinden; en
c. nadere gegevens over de elektronische middelen waarmee de handelaar de ontbinding aan de consument zal bevestigen.
3. Zodra de consument de in lid 2 bedoelde verklaring heeft ingevuld, stelt de handelaar de consument in staat deze verklaring bij de handelaar in te dienen door middel van een functie die op goed leesbare wijze wordt aangeduid met een ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat daarmee de ontbinding kan worden bevestigd.
4. Zodra de consument de functie, bedoeld in lid 3, activeert, bevestigt de handelaar de ontvangst van de ontbinding onverwijld op een duurzame gegevensdrager, onder vermelding van informatie over de inhoud van de verklaring en de datum en het tijdstip van indiening.
5. De consument wordt geacht het recht van ontbinding binnen de geldende ontbindingstermijn te hebben uitgeoefend, indien de consument de verklaring, bedoeld in lid 1, voor het verstrijken van de ontbindingstermijn bij de handelaar heeft ingediend. De handelaar zorgt ervoor dat de functie gedurende deze termijn te allen tijde beschikbaar is.
E
Artikel 230w wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
2. Op overeenkomsten op afstand en overeenkomsten buiten de verkoopruimte zijn de artikelen 230g, 230h, 230i leden 1 en 3, 230j, 230k en 230m lid 3 van toepassing. Op een via een online-interface gesloten overeenkomst op afstand is tevens artikel 230oa van toepassing.
2. Het derde en het vierde lid vervallen.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Indien sprake is van een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte, rust op de financiële onderneming de bewijslast voor de juiste en tijdige verstrekking van de informatie die de financiële onderneming op grond van artikel 4:20 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht aan de consument dient te verstrekken.
F
Artikel 230x wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
2. In afwijking van lid 1 kan een consument een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen ontbinden gedurende dertig kalenderdagen vanaf de dag waarop hij van het tot stand komen van de overeenkomst in kennis is gesteld, dan wel, indien dit later is, gedurende dertig kalenderdagen vanaf de dag waarop de informatie die de financiële onderneming hem op grond van artikel 4:20 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht, dient te verstrekken, door hem is ontvangen, indien sprake is van een overeenkomst inzake:
a. een levensverzekering met een looptijd van meer dan zes maanden;
b. een natura-uitvaartverzekering;
c. fondsvorming als bedoeld in artikel 230w lid 1, onderdeel c; of
d. een fiscaal gefaciliteerd financieel product dat niet voortkomt uit een arbeidsrechtelijke overeenkomst en waarop de Pensioenwet, de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 en de Wet verplichte beroepspensioenregeling niet van toepassing zijn, met als doel het genereren van pensioeninkomen voor de consument.
2. Het derde lid komt te luiden:
3. De consument wordt geacht het in lid 1 of lid 2 bedoelde recht binnen de in lid 1 of lid 2 bedoelde termijn te hebben uitgeoefend, indien hij de kennisgeving betreffende de uitoefening van het recht van ontbinding voor het verstrijken van die termijn heeft verzonden.
3. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt na “financiële producten” ingevoegd “of financiële diensten”.
b. Onderdeel e komt te luiden:
e. overeenkomsten inzake krediet die vallen onder afdeling 3 van titel 2b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; en
4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
7. Indien de consument de informatie die de financiële onderneming hem op grond van artikel 4:20 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht dient te verstrekken, niet heeft ontvangen, verstrijkt de in lid 1 of lid 2 bedoelde termijn in elk geval na twaalf maanden en veertien dagen vanaf de dag waarop de overeenkomst op afstand of de overeenkomst buiten de verkoopruimte werd gesloten. Dit lid is niet van toepassing indien de consument niet door de financiële onderneming over het in lid 1 of lid 2 bedoelde recht op ontbinding is geïnformeerd.
G
Artikel 230y wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid vervalt, onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot eerste tot en met vierde lid.
2. In het eerste lid (nieuw) wordt na “het financieel product dat” ingevoegd “of de financiële dienst die” en wordt na de eerste zin een zin ingevoegd, luidende: De consument betaalt deze vergoeding onverwijld.
3. In het vierde lid (nieuw) vervalt “en goederen”.
ARTIKEL III
De Wet handhaving consumentenbescherming wordt gewijzigd als volgt:
A
In artikel 1.1 wordt aan de begripsbepaling financiële dienst of activiteit een onderdeel toegevoegd, luidende:
7°. een product of dienst dat op grond van artikel 4:18, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht is aangewezen;
B
In hoofdstuk 8A wordt voor artikel 8a.1 een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 8a.0
Een dienstverlener als bedoeld in artikel 8.15 brengt de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten onmiddellijk ervan op de hoogte, indien de dienst niet voldoet aan de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften. Hij vermeldt daarbij de aard van de non-conformiteit en beschrijft alle getroffen corrigerende maatregelen uitvoerig.
C
De bijlage bij de wet wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt de rij:
| Artikelen 8.15 en 8a.1 van deze wet |
|---|
vervangen door de rij:
| Artikelen 8.15, 8a.0 en 8a.1 van deze wet |
|---|
2. In onderdeel b van de bijlage wordt de rij:
| Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten (PbEU 2002, L271) | Het bepaalde ingevolge de artikelen 4:19, tweede lid, en 4:20, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht |
|---|
vervangen door de rij:
| Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG (PbEU L 304/64) Richtlijn consumentenrechten) | Het bepaalde ingevolge de artikelen 4:19, tweede lid, 4:20, eerste tot en met vijfde lid, en 4:25, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht. |
|---|
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking met ingang van 19 juni 2026. Wordt het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst later uitgegeven dan 18 juni 2026, dan treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
ARTIKEL V
Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Financiën,
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,