Tweeminutendebat Regeling ambulancezorgvoorzieningen in verband met de uitoefening van de meldkamerfunctie (35471-41) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2025D48602, datum: 2025-11-26, bijgewerkt: 2025-11-27 09:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2025-11-26 10:15: Tweeminutendebat Regeling ambulancezorgvoorzieningen in verband met de uitoefening van de meldkamerfunctie (35471-41) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Regeling ambulancezorgvoorzieningen in verband met de uitoefening van de meldkamerfunctie
Regeling ambulancezorgvoorzieningen in verband met de uitoefening van
de meldkamerfunctie
Aan de orde is het tweeminutendebat Regeling
ambulancezorgvoorzieningen in verband met de uitoefening van de
meldkamerfunctie (35471, nr. 41).
De voorzitter:
We zijn toe aan een tweeminutendebat over de Regeling
ambulancezorgvoorzieningen in verband met de uitoefening van de
meldkamerfunctie. Dat gaan we voeren met de minister van VWS, die ik van
harte welkom heet. Ik geloof dat de heer Bushoff al gelijk een punt van
orde heeft.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een korte vraag, voorzitter. Als de overige leden dat toestaan,
zou ik willen verzoeken om te mogen deelnemen aan dit tweeminutendebat.
Dat is met een spreektijd van nul minuten, maar afhankelijk van de
inbreng van de heer Claassen zou ik eventueel in de gelegenheid willen
zijn om een moeilijke vraag te stellen. Misschien doe ik dat niet, maar
ik zou de mogelijkheid daartoe graag openhouden.
De voorzitter:
Is daar bezwaar tegen? Nee? Dan geef ik het woord aan de eerste spreker,
de heer Claassen. Hij voert het woord namens de fractie van de PVV. Ga
uw gang.
De heer Claassen (PVV):
Voorzitter. De minister is van plan om de bemensing van de
alarmcentrales van de ambulancezorg anders in te richten omdat er een
arbeidstekort is. Wat onze fractie betreft zal het effect nu zijn dat de
kwaliteit van de zorg zal gaan afnemen, want alle seinen vanuit het
werkveld, van de mensen die wij daar spreken — dat zijn niet alleen de
centralisten, maar ook de ambulanceverpleegkundigen — staan op rood. Als
je namelijk kijkt naar de inrichting, dan zie je dat die gaat leiden tot
functiedifferentiatie. Er zijn grote zorgen. Er zijn grote zorgen dat de
verdere protocollering van het vak van centralist onderschat wordt. De
minister lijkt ongevoelig te zijn voor alle argumenten van het
beroepenveld. Wij durven dit experiment niet aan. Daarom hebben we de
volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de wijziging van de Regeling
ambulancezorgvoorzieningen in verband met de uitoefening van de
meldkamerfunctie grote negatieve gevolgen kan hebben voor zorgvragers,
zorgverleners alsmede de beschikbaarheid van zorg en daarmee het
maatschappelijk belang;
overwegende dat per 1 januari 2027 de Wet BIG wordt aangepast en de
medisch hulpverlener acute zorg, de MHAZ, hiermee een BIG-registratie
krijgt waardoor er meer personeel beschikbaar zal kunnen zijn om binnen
de huidige kaders zelfstandig alle functies op de meldkamer te kunnen
beoefenen, en de effecten daarvan eerst geëvalueerd moeten worden;
verzoekt de regering om de invoering van de wijziging van de Regeling
ambulancezorgvoorzieningen in verband met de uitoefening van de
meldkamerfunctie tot 1 januari 2027 uit te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Claassen en Ten Hove.
Zij krijgt nr. 42 (35471).
De heer Claassen (PVV):
Deze motie is ingediend door mijzelf en door mijn nieuwe collega, Tamara
ten Hove. Zij is net nieuw in de Kamer en ik ben heel trots op haar.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. U krijgt nog een vraag van de heer Bevers.
De heer Bevers (VVD):
Ik heb toch een vraag. De heer Claassen zegt: de mensen die wij spreken,
zeggen dat alle seinen op rood staan. Dat is natuurlijk in tegenstelling
tot het bericht dat wij afgelopen week hebben gekregen van Ambulancezorg
Nederland en van onder andere V&VN Ambulancezorg. Ik zou toch op z'n
minst iets van duiding willen hebben over hoe hij die tegengestelde
berichten afweegt. Uw motie gaat namelijk over uitstel, terwijl
Ambulancezorg Nederland heel duidelijk zegt dat het veilig en
noodzakelijk is.
De heer Claassen (PVV):
Dat is het verschil. Wij gaan op werkbezoek bij de centralisten. Wij
spreken de mensen die op de ambulance rijden. Dat staat blijkbaar in
schril contrast met wat de managers zeggen, die blijkbaar
vertegenwoordigd worden door de mensen die de VVD spreekt. Wij staan
niet voor het afbreken van de zorg en de kwaliteit daarvan. Daarom maken
wij ons hier hard voor. Dat is het grote verschil. Daar komt het
verschil vandaan. Wij praten met de mensen die moeten uitvoeren en de
heer Bevers praat met de mensen die het denken te moeten managen.
De heer Bevers (VVD):
Kort, en dan zal ik erover ophouden. Het gaat er niet over dat wij met
managers spreken — leuk geprobeerd, meneer Claassen — het gaat over een
brief die de Tweede Kamer in de afgelopen weken heeft gekregen. Die kat
zou ik dus even terug in de zak stoppen.
De heer Claassen (PVV):
Nee, die kat blijft er wat mij betreft uit. Er is echt een groot
verschil tussen naar het werkveld gaan ... Ik heb daar zelf gewerkt en
een collega heeft daar gewerkt. We kennen de mensen, we spreken met de
mensen in het veld. Volgens mij is het doel van volksvertegenwoordigers
ook om daarnaar goed te luisteren. Daarom sta ik hier.
De voorzitter:
Nogmaals dank voor uw inbreng. Dan gaan we nu luisteren naar de heer
Bevers. Nee? O nee, "0 minuten" zie ik staan. Als ik mijn bril niet op
heb, zie ik het cijfertje niet. We gaan even vijf minuten schorsen.
Daarna krijgen we antwoord van de minister van VWS en een appreciatie
van de ingediende motie. We zijn even geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het
tweeminutendebat over de Regeling ambulancezorgvoorzieningen. Ik geef
het woord aan de minister van VWS.
Minister Bruijn:
Dank u wel, voorzitter. De regionale ambulancediensten zijn continu
bezig met doorontwikkeling en dat geldt ook voor de meldkamerzorg, waar
we vandaag over spreken. De meldkamer moet het hoofd bieden aan twee
ontwikkelingen: enerzijds de groeiende zorgvraag en anderzijds een
stijgend tekort aan verpleegkundigen. Het is natuurlijk absoluut
onwenselijk dat er wachttijden optreden op de meldkamer. De zorg op de
meldkamer moet daarom steeds slimmer worden ingericht. Door de huidige
wijziging kunnen meer verschillende professionals dan alleen
verpleegkundigen ingezet worden op de meldkamerambulancezorg.
Dat heeft twee positieve ontwikkelingen tot gevolg. Er kan uit een
grotere groep worden geworven om vacatures te vullen. Daardoor blijft de
bezetting beter op orde en daarmee ook de werkdruk. Ten tweede ontstaat
de mogelijkheid om verschillende functies te ontwikkelen binnen het
aannameproces en zo ontstaat er meer ruimte voor aanvullende triage,
waarmee onnodige ambulanceritten kunnen worden voorkomen. De
verpleegkundige expertise komt daardoor juist beter tot haar
recht.
Bovendien heeft de ambulancesector samen met alle relevante partijen
recent een kwaliteitskader vastgesteld, waarin voor elke taak op de
meldkamer ambulancezorg de minimale eisen worden omschreven die gesteld
worden aan de deskundigheid en de opleiding van de
ambulancezorgprofessionals. Zij moeten daar dus allemaal aan voldoen en
ook blijven voldoen. Voor alle centralisten geldt dat zij pas starten na
een opleidingstraject dat leidt tot de benodigde bevoegdheids- en
bekwaamheidseisen zoals gesteld in het kwaliteitskader.
Ook de betrokkenheid van een verpleegkundig centralist als achterwacht
is belangrijk. In de nieuwe opzet zullen 112-centralisten bij twijfel of
bij een gevoel dat het protocol tekortschiet, altijd terugvallen op een
verpleegkundige. Die kan op basis van zijn of haar klinisch inzicht
besluiten om bijvoorbeeld de urgentie toch hoger in te schalen. Ook
bieden de coördinerend verpleegkundig centralisten coaching en
begeleiding, zoals bij het overnemen van complexe casuïstiek. Voor die
coördinerende rol geldt dat je BIG-geregistreerd moet zijn en bepaalde
certificaten, zogenaamde EPA's, moet behalen om te voldoen aan de
sectorale eisen in het kwaliteitskader. Het is goed om te beseffen dat
de verpleegkundige van de rijdende dienst ter plaatse pas de diagnose
vaststelt. De ambulancezorgprofessional op de meldkamer stelt alleen het
toestandsbeeld vast en bepaalt welke inzet daarbij hoort.
Samengevat ben ik ervan overtuigd dat met deze wijziging geen afbreuk
wordt gedaan aan de patiëntveiligheid en de kwaliteit van de triage op
de meldkamer ambulancezorg. Ik deel met de heer Claassen het belang
daarvan.
Voorzitter. Dan ga ik naar de motie van de heer Claassen. Ik zou willen
zeggen dat de triage op de meldkamer geen voorbehouden handeling is in
de zin van de Wet BIG. Het is dus niet nodig om tot 2027 te wachten
totdat de MHAZ, de medisch hulpverlener acute zorg, in de BIG is
opgenomen. Regulering op grond van de Wet BIG volgt alleen als het
noodzakelijk is om patiënten te beschermen tegen bijvoorbeeld
heelkundige handelingen, katheterisatie, defibrillatie of het
voorschrijven van geneesmiddelen; dan spreken we van voorbehouden
handelingen. Zowel de vereniging voor verpleegkundigen ambulancezorg als
de Vereniging voor Medisch Managers Ambulancezorg en de IGJ
onderschrijven deze wijziging, ook gelet op het recent verschenen
kwaliteitskader met vereisten en waarborgen voor kwaliteit, waar ik het
over had. Het is dus, en dat deel ik met de heer Claassen, heel
belangrijk dat die kwaliteit gegarandeerd is. Ik zag dat zij uw Kamer
hierover gisteren ook een brief hebben gestuurd — ik denk dat de heer
Claassen die brief gisteren ook heeft ontvangen — om deze wijziging te
ondersteunen. Door de wijziging te beperken tot de BIG-geregistreerden,
sluit ik dus onnodig groepen buiten die goed in staat zijn om de triage
voor hun rekening te nemen. Bovendien zou een uitbreiding met alleen de
medisch hulpverleners acute zorg nauwelijks invloed hebben op het
probleem van de arbeidsmarktkrapte.
Voorzitter. Op grond van dit alles moet ik de motie ontraden.
De heer Claassen (PVV):
Dat is geen verrassing. De Wet BIG gaat over voorbehouden handelingen,
maar maakt een hulpverlener ook tuchtrechtelijk aansprakelijk. Dat
betekent dat er ook kwaliteitseisen aan zitten. Het gaat niet alleen
over de handeling, maar ook over het tuchtrechtelijk aansprakelijk zijn.
Ik vind dat toch een belangrijk onderdeel van het inzetten van mensen op
een centrale. Wat gebeurt er, vraag ik de minister, als er niet één
acute situatie is waar die coördinerende verpleegkundige op moet
toezien, maar meerdere? Hij kan zich niet opsplitsen om in zeer acute
gevallen, waarin binnen 30 seconden tot een minuut beslist moet worden,
te beslissen of het een A1-rit of een A2-rit wordt of hoeveel auto's er
moeten gaan; bij een reanimatie gaan er twee auto's. Als er meerdere
acute situaties zijn, wat bijna regulier is, hoe gaat hij dat dan
oplossen? Als die functiedifferentiatie er is, is er maar één volledig
gecertificeerd hulpverlener en moeten de anderen maar kijken hoe zij
daarbij begeleid worden. Dat is toch te ridicuul voor woorden?
Minister Bruijn:
Ik begrijp de vraag over de situatie die de heer Claassen schetst, maar
je moet het natuurlijk vergelijken met de situatie zoals die nu is. Er
zijn nu personeelstekorten. In de huidige situatie waarin zich in de
meldkamer twee acute zorgvragen tegelijkertijd voordoen, is er één
BIG-geregistreerde die die twee casus tegelijkertijd moet behandelen. In
de nieuwe situatie is er één niet-BIG-geregistreerde, die natuurlijk wel
onder kwaliteitscontroles staat en ook aan alle eisen moet voldoen zoals
we die besproken hebben, die de zaak kan beantwoorden. Daarnaast is er
dan een verpleegkundige die daarop toeziet en die coacht. De
verpleegkundige kan in dit voorbeeld dan de tweede vraag beantwoorden.
Als ik me strikt beperk tot de situatie die de heer Claassen schetst,
dan gaan we er dus op vóóruit. In de nieuwe situatie zijn er namelijk
twee mensen die de zaak kunnen beantwoorden en die aan kwaliteitskaders
voldoen. In de oorspronkelijke situatie was er één persoon die dat
kon.
De voorzitter:
Afrondend, meneer Claassen.
De heer Claassen (PVV):
Ja, afrondend. In de motie staat "overwegende te komen tot een
evaluatie". Zou de minister mij kunnen toezeggen dat er daadwerkelijk
een evaluatie gaat plaatsvinden, laten we zeggen over twee jaar, en dat
hij aan ons rapporteert wat de gevolgen zijn van de invoering van deze
wijziging?
Minister Bruijn:
Dat zeg ik graag toe.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit
tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan op dinsdag 2 december aanstaande stemmen over de ingediende
motie. We schorsen een ogenblik, want ik zie nog niet alle woordvoerders
voor het volgende tweeminutendebat. Dat is trouwens ook met de minister
van VWS, dus hij kan gewoon blijven zitten. We schorsen een
ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.