[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Funderend onderwijs (CD 30/9) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2025D48608, datum: 2025-11-26, bijgewerkt: 2025-11-27 09:25, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Funderend onderwijs

Funderend onderwijs

Aan de orde is het tweeminutendebat Funderend onderwijs (CD d.d. 30/09).

De voorzitter:
Dan ga ik nu in volle vaart verder met het tweeminutendebat Funderend onderwijs. Ik heet de leden van de Kamer en de staatssecretaris in vak K van harte welkom. Ik geef met alle plezier het woord aan de heer Stoffer. Ga uw gang.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter, ik heb een procedurele vraag. Ik kon destijds niet bij het debat zijn, maar ik zou me graag voor nul minuten willen aanmelden om eventueel verduidelijkende vragen te kunnen stellen over sommige moties. Ik zal er terughoudend mee omgaan, maar de vraag aan de collega's is of dat mag.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de Kamer. Het is wel handig als mevrouw Moorman gewoon op haar plek blijft zitten als we bezig zijn met de vergadering. Zijn er leden die niet willen dat de heer Stoffer nul minuten spreektijd krijgt? Ik zie geen handen. Dan is de heer Stoffer van harte welkom om mee te doen aan dit debat. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Moorman van de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid voor haar bijdrage. Het spreekgestoelte gaat vanzelf omhoog, dus als u de collega's even de ruimte laat om 'm omhoog te doen, kunt u gewoon gaan spreken.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
O, ja! Ah, oké.

De voorzitter:
Ga uw gang.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Excuus dat ik hier meteen de orde verstoor. Dat was zeker niet mijn bedoeling. U kijkt mij streng aan en dat is ook terecht.

Voorzitter. Fijn dat ik in dit tweeminutendebat de mogelijkheid krijg om twee moties in te dienen namens de fractie van GroenLinks-PvdA. Ik lees ze meteen maar aan u voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het tekort aan docenten in het primair en voortgezet onderwijs meer dan 10.000 fulltimebanen bedraagt;

overwegende dat alle mogelijkheden om het lerarentekort in te dammen moeten worden onderzocht en dat zijinstromers een deel van het tekort kunnen oplossen;

overwegende dat de AOb het Actieplan Tijd voor de zij-instromer heeft opgesteld met voorstellen voor concrete maatregelen, zoals het bovenformatief aannemen van zijinstromers, een volledig salaris vanaf dag één en voldoende begeleiding;

verzoekt de regering te onderzoeken in hoeverre de maatregelen uit het AOb Actieplan Tijd voor de zij-instromer kunnen bijdragen aan het oplossen van het tekort aan docenten en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn, en de Kamer hier voor de behandeling van de Voorjaarsnota over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman en Beckerman.

Zij krijgt nr. 848 (31293).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dat was de eerste motie.

Voorzitter. Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat leraren in het primair onderwijs gemiddeld zes tot acht uur per week kwijt zijn aan administratieve handelingen;

constaterende dat 26% van de leraren overweegt het onderwijs te verlaten vanwege de vele administratieve taken;

overwegende dat er grote verschillen zijn tussen leraren en scholen in de hoeveelheid tijd die zij besteden aan administratie omdat er sprake is van uiteenlopende processen en verwachtingen;

overwegende dat in landen als het Verenigd Koninkrijk, België en Australië leraren vier uur per week aan administratie besteden;

verzoekt de regering om uitvoering te geven aan de oproep van de Algemene Rekenkamer om samen met de Inspectie van het Onderwijs een handleiding te ontwikkelen voor het primair en voortgezet onderwijs waarin duidelijk staat welke administratieve taken wel en niet noodzakelijk zijn en hoe administratieve processen vereenvoudigd kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 849 (31293).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
U mag de motie aan de bode geven. De motie op stuk nr. 848 is ingediend samen met mevrouw Beckerman, zie ik. Geldt dit ook voor de motie op stuk nr. 849? Nee, hoor ik; alleen uw eerste motie dient u samen met mevrouw Beckerman in. Dank u wel.

Dan nodig ik nu graag de heer Ceder van de fractie van de ChristenUnie uit voor zijn bijdrage.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Een tijd geleden heb ik aandacht gevraagd voor mannen voor de klas, omdat we zien dat het aantal mannen voor de klas steeds verder daalt en dat de uitstroom op de pabo van mannelijke onderwijzers, althans, van mannen die onderwijzer willen worden, vrij groot is. Ik ben blij dat het ministerie daar actie op voert, maar dat gebeurt nog alleen op de instroom. Ik zou graag willen dat we ook ten aanzien van de uitstroom stappen kunnen zetten, zodat we ervoor kunnen zorgen dat we de dalende trend stoppen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een brede Kamermeerderheid is voor concrete afspraken met het werkveld en een concreet doel voor meer mannen voor de klas (motie-Ceder c.s. (27923, nr. 467));

constaterende dat het LOBO nu een streefcijfer van 30% heeft gesteld wat betreft instroom van mannelijke pabostudenten en ook zeven meesterlijke tips hiervoor heeft opgesteld;

overwegende dat het ook van belang is om in te zetten op het behouden van studenten en goede begeleiding van starters;

verzoekt de regering om in overleg met het werkveld te kijken hoe de uitstroom van de mannen verkleind kan worden door uitval te voorkomen teneinde nog meer meesters te behouden voor het onderwijs, en de Kamer periodiek te informeren over de voortgang,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 850 (31293).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Daarnaast hebben we het tijdens het commissiedebat gehad over de vraag hoe verschillende waarden met elkaar kunnen botsen in het onderwijs. We hebben toen eigenlijk geconcludeerd dat het belangrijk is dat de onderwijsinspectie haar rol pakt, dat de politiek rolvast blijft en dat het goed is dat scholen, ouders en andere betrokkenen dat gesprek met elkaar aangaan. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat scholen vanuit hun eigen overtuiging vorm mogen geven aan goed onderwijs, binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat;

overwegende dat de onderwijsinspectie wet- en regelgeving stevig dient te handhaven en moet optreden bij overtreding, bijvoorbeeld bij discriminatie;

verzoekt de regering om, in samenwerking met profielorganisaties uit de volle breedte van het primair en voortgezet onderwijs, initiatieven aan te moedigen tot schoolbrede gesprekken tussen leraren, leerlingen en ouders over goed onderwijs, het samen school zijn en de waarden en normen die daarbij horen, en hier handvatten voor te ontwikkelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 851 (31293).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag de heer Kisteman van de fractie van de VVD uit voor zijn bijdrage.

De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. We hadden een nuttig en goed debat over funderend onderwijs. Voor de VVD blijft digitale geletterdheid een belangrijk thema. Dit moet bij zowel leerlingen als leraren prioriteit krijgen. Mijn fractie heeft nog één vraag: wat is de stand van zaken van de Wet toezicht informeel onderwijs? Wanneer kan de Kamer dit wetsvoorstel verwachten?

Dat was het.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag mevrouw Beckerman van de fractie van de SP uit voor haar bijdrage. U hoeft niet te rennen, hoor. Ik snap dat het even wennen is.

Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemiddag, allen.

Voorzitter. Een hoge werkdruk, veel administratieve lasten, te grote klassen: dit alles zorgt ervoor dat we te weinig leraren voor de klas hebben. Bevoegde leraren kiezen een ander beroep en zijinstromers vallen uit. Daarom hebben we net samen met GroenLinks-PvdA een motie ingediend om obstakels voor zijinstromers weg te nemen en hen financieel beter te ondersteunen. Maar geld alleen is niet genoeg. De SP zal de strijd voor kleinere klassen — door ons de "kleineklassenstrijd" genoemd — blijven voeren.

Ook kleinere scholen zijn onderwerp van discussie. In sommige steden zijn er nu te veel, met als gevolg onderlinge competitie van leraren en voorzieningen. Daarom wil dit kabinet het makkelijker maken om kleine scholen op te heffen. Het is mooi dat daarbij rekening wordt gehouden met dunner bevolkte regio's. De SP vindt het niet alleen belangrijk dat elke leerling onderwijs op gepaste afstand heeft, maar ook dat elke leerling toegang heeft tot openbaar onderwijs. Voor alle leerlingen moeten scholen beschikbaar zijn zonder dat geloof een drempel vormt. Er zijn nu al regio's waar ouders nauwelijks een keuze hebben voor openbaar onderwijs. Die keuze mag niet verder onder druk komen te staan. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet het makkelijker wil maken om kleine scholen te sluiten, maar scholen in dunbevolkte gebieden daarbij wil ontzien middels een afstandscriterium;

constaterende dat openbaar onderwijs in bepaalde regio's nu al onvoldoende beschikbaar is;

overwegende dat elke leerling een grondwettelijk recht heeft op toegankelijk openbaar onderwijs;

verzoekt de regering om in de vormgeving van het afstandscriterium ook zorg te dragen voor het voortbestaan van openbare scholen in dunbevolkte regio's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.

Zij krijgt nr. 852 (31293).

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang.

De heer Kisteman (VVD):
U heeft het ook over het stichten van kleine scholen.

De voorzitter:
Met "u" bedoelt u mevrouw Beckerman.

De heer Kisteman (VVD):
Ja, sorry. Mevrouw Beckerman heeft het ook over kleine scholen in dunbevolkte regio's. Maar er is ook die wet over het stichten van kleine scholen. Hoe kijkt mevrouw Beckerman daartegen aan? Die geeft immers de mogelijkheid om kleine scholen ook in grote steden te stichten, een mogelijkheid die nu vrij klein is. Hoe kijkt mevrouw Beckerman daartegen aan?

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik moet eerst even resumeren om te zien of ik uw vraag goed begrijp. Mijn motie gaat deels ook over het openhouden van kleine scholen. Daar heeft het kabinet een plan voor gepresenteerd. Ze zeggen: we zien in steden dat kleine scholen met elkaar aan het concurreren zijn, dus we moeten echt goed kijken of dat wel zo wenselijk is. Dan zie je namelijk dat er een lerarentekort ontstaat en dat voorzieningen onder druk komen te staan. Dat kan ook in dunner bevolkte regio's tot problemen leiden. Daar heb je al dorpen waar een school verdwijnt. Daar is aandacht voor. Dat juichen wij toe. Met deze motie zeggen wij: ja, maar houd ook aandacht voor het openbaar onderwijs. Ik geloof dat de heer Kisteman nu zegt "je kunt wel makkelijk een school stichten". Ik denk dat dat een ander debat is, maar het heft elkaar niet helemaal op, want het sluiten van een openbare school om vervolgens weer een nieuwe te stichten ... Ik neem aan dat de VVD dat niet ziet als een wenselijk scenario. Maar het kan zijn dat ik de vraag niet goed heb begrepen. Dan hoop ik op een toelichting.

De heer Kisteman (VVD):
Nee, ik zal het even verhelderen. Dat is juist het probleem. In dunbevolkte gebieden wordt het aanbod van scholen kleiner of het verdwijnt, maar de mogelijkheid om kleine scholen te stichten, blijft bestaan. Is de SP het dan met de VVD eens dat dit juist een probleem is en dat de wet met daarin de mogelijkheid om kleine scholen te stichten, stopgezet zou moeten worden?

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik geloof dat hij 'm echt moet toelichten. De zorg zit voor de SP bij het verdwijnen van openbaar onderwijs op plekken waar de afstand tot openbaar onderwijs nu al te groot is. Dat gaat in heel veel gevallen over het openhouden van bestaande scholen. Op een plek waar je al een tijd geen openbaar onderwijs meer hebt, kan het gaan over het stichten van een school. Ik denk dat de VVD iets anders bedoelt. Ik denk dat de VVD de criteria om een school te stichten te makkelijk vindt, waardoor er te veel kleine scholen ontstaan, zoals ik dat stedelijke probleem benoemde. Daar gaat deze motie niet over. Die gaat echt over het recht op openbaar onderwijs en dat dat recht onder druk komt te staan als je niet kijkt naar plekken waar het openbaar onderwijs nu al verdwenen is of onder druk staat.

De heer Kisteman (VVD):
Ik zal het nog één keer proberen, heel kort.

De voorzitter:
Nee, nee, nee, één moment. Kort en afrondend. We gaan hier ook niet het commissiedebat overnieuw doen. Als u er nu niet uitkomt, kunt u wellicht in de schorsing nog even samen naar deze motie gaan kijken. Maar gaat uw gang. Kort.

De heer Kisteman (VVD):
Het recht op het stichten van kleine scholen staat de motie die mevrouw Beckerman indient, indirect in de weg.

De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, voorzitter, maar ik begrijp de heer Kisteman echt oprecht niet. Ik begrijp niet wat de VVD hier wil. Willen ze het recht op het stichten van een school stoppen of juist beperken, of juist niet? Ik geloof niet dat dit íéts te maken heeft met het recht op het openbaar onderwijs en het juist ook in dunbevolkte gebieden overeind houden daarvan. Wellicht kunt het toelichten in de pauze, want …

De voorzitter:
Dan ga ik concluderen dat …

Mevrouw Beckerman (SP):
... volgens mij begrijpt de VVD onze motie nog niet. Of ik begrijp de vraag niet. Maar we komen hier vast uit.

De voorzitter:
Ik ga ervan uit dat u eruit komt. U heeft uw motie ingediend. De staatssecretaris heeft aangegeven zes minuten nodig te hebben voor de appreciatie. Ik schors voor zes minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Funderend onderwijs. Ik geef met alle plezier het woord aan de staatssecretaris voor de appreciatie van de ingediende moties en de beantwoording van de gestelde vragen. Ga uw gang.

Staatssecretaris Becking:
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het is fijn om hier te zijn. Ik dacht één vraag gehoord te hebben, van de VVD, over de stand van zaken van het wetsvoorstel voor de Wet toezicht informeel onderwijs. Het wetsvoorstel is net voor advies bij de Onderwijsraad en het College voor de Rechten van de Mens geweest. Die adviezen zal ik betrekken bij de ontwikkeling van het wetsvoorstel. Als uw Kamer dit onderwerp verder wil bespreken, dan ben ik daar te allen tijde toe bereid.

Dan kom ik bij de moties. De motie op stuk nr. 848, van mevrouw Moorman, over zijinstroom: oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 848 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Becking:
De motie op stuk nr. 849, van mevrouw Moorman van GroenLinks-PvdA: oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 849 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Becking:
Dan de motie op stuk nr. 850, van de heer Ceder. Als ik uw motie zo mag uitleggen dat ik ga verkennen hoe we preciezer zicht kunnen krijgen op de uitval van mannen in het onderwijs, dan geef ik uw motie oordeel Kamer. Ik kan daar nog iets aan toevoegen, namelijk dat het behouden van mannelijke leraren, en uiteraard ook van vrouwelijke leraren, van groot belang is in de aanpak van het lerarentekort. Daar zetten we ook al sterk op in. Het behouden van studenten en leraren, mannen en vrouwen, voor het onderwijs is echt een van de speerpunten van mijn beleid. We stimuleren en ondersteunen besturen en hogeronderwijsinstellingen bij deze taak. Dat doen we onder andere door te werken aan de begeleiding van studenten en startende leraren en door het beroep aantrekkelijker te maken met een inmiddels goed salaris. Ook proberen we de werkdruk te verlagen en de administratieve lasten te beperken.

De voorzitter:
Ik denk dat u alleen maar enthousiast kunt knikken, meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Even ter verduidelijking. Ik vind het heel goed dat er een streefcijfer is voor de instroom. Dat is echt top. Maar qua uitstroom zien we dat er gewoon veel mannen afhaken tussen het begin en het einde van de opleiding. Ons punt is ook: kijk hoe we zo veel mogelijk mannen kunnen behouden. Als ik dat ook in de interpretatie mag lezen, dan kan ik akkoord gaan.

Staatssecretaris Becking:
Ja, voorzitter.

De voorzitter:
U bent eruit gekomen. Dan krijgt de motie op stuk nr. 850 oordeel Kamer.

Staatssecretaris Becking:
De motie op stuk nr. 851, van de heer Ceder, over schoolbrede gesprekken met leraren: overbodig. Ik deel met u het belang van het voeren van het goede gesprek op school. Ik moedig ook schoolbrede gesprekken aan via de route van de formele medezeggenschap en via de informele routes die reeds op scholen bestaan. Ik werk aan een wetsvoorstel om de stem van leraren en schoolleiders beter te borgen, met als doel dat ze een stevige stem krijgen in de beslissingen die in het onderwijs worden gemaakt. Daarom acht ik die motie overbodig.

De voorzitter:
Ik kijk toch even naar de heer Ceder. Trekt u 'm in? Houdt u 'm aan? Wilt u erover nadenken? De heer Ceder gaat erover nadenken. De appreciatie blijft: overbodig. Dan de motie op stuk nr. 852.

Staatssecretaris Becking:
Deze motie is van mevrouw Beckerman van de SP en gaat over het garanderen van openbaar onderwijs in dunbevolkte gebieden. Voor de zomer van 2026 stuur ik uw Kamer een brief over de uitwerking van de herziening van de kleinescholentoeslag in de dunbevolktheidstoeslag; het is een hele zin. Ik vraag u om uw motie tot die tijd aan te houden.

De voorzitter:
De staatssecretaris verzoekt om de motie aan te houden. Mevrouw Beckerman gaat daarop reageren.

Mevrouw Beckerman (SP):
Nou kijk, dan zijn we heel erg laat. Het is een vrij sympathiek en klein verzoek. Wij vragen dit aan het kabinet: "Wij weten dat u hiermee bezig bent. Wij weten dat u in 2026 terugkomt naar de Kamer. U bent daar nu mee bezig. Neem alvast mee dat de beschikbaarheid van openbaar onderwijs in dunbevolkte gebieden mee moet worden genomen in die regeling." Dus aanhouden tot de regeling er is ... Als het er niet in zit, zou je het kabinet weer opzadelen met nieuw werk. U zou het eigenlijk kunnen zien als een simpele aanmoediging. Nou ja, simpel is het niet.

Staatssecretaris Becking:
Als de tekst is "mee te nemen in", kan ik daarin meegaan. Maar als we het gesprek op de inhoud voeren, wordt het ingewikkelder.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman?

Mevrouw Beckerman (SP):
Maar de tekst van de motie is: "verzoekt de regering om in de vormgeving van het afstandscriterium". Het kabinet zegt daarmee bezig te zijn. Wij zeggen dan: zorg ervoor dat je ook het voortbestaan van openbare scholen meeneemt. Dit lijkt mij het juiste moment voor deze motie. Wij verzoeken het kabinet om daarvoor zorg te dragen. Want het recht op openbaar onderwijs is echt een groot goed voor de SP.

Staatssecretaris Becking:
We nemen natuurlijk sowieso het belang van het openbaar onderwijs ook mee, dus als ik 'm zo interpreteer, dan zijn we eruit dat het zo kan.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman knikt ja.

Mevrouw Beckerman (SP):
Als dat met dit dictum kan, dan ben ik daar heel erg blij mee. We willen 'm in ieder geval in stemming brengen, omdat het op tijd moet gebeuren en de kabinet er nu aan werkt. Dank aan het kabinet voor de reactie.

De voorzitter:
En wat wordt de appreciatie dan?

Staatssecretaris Becking:
Dan wordt het oordeel Kamer.

De voorzitter:
Dan krijgt de motie op stuk nr. 852 oordeel Kamer. Mevrouw Moorman, heeft u een vraag over uw eigen ingediende motie? Een hele andere urgente vraag? Heel kort.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik weet niet of het mag, maar ik heb een vraag naar aanleiding van wat ik de heer Beckerman net hoorde zeggen, namelijk dat hij bij de Kamer terugkomt over de kleine scholen. Ik hoorde net een vraag van de VVD naar aanleiding van de motie van mevrouw Beckerman over meer ruimte voor nieuwe scholen. Daardoor zouden steeds weer nieuwe kleine scholen, vooral bijzondere scholen, worden opgericht. Zou de heer Beckerman dat mee kunnen nemen op het moment dat hij de Kamer informeert over de kleine scholen?

De voorzitter:
Het is "staatssecretaris Becking" en het is "mevrouw Beckerman".

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Excuus, voorzitter. Ik maak allemaal fouten hier de eerste keer. Daar leer ik van, dus dank u wel. Excuus aan staatssecretaris Becking voor het verkeerd uitspreken van zijn naam, en ook aan mevrouw Beckerman.

Staatssecretaris Becking:
Dank voor alle excuses. Ik probeer nog even goed te begrijpen wat mevrouw Moorman nu aan mij vraagt, eerlijk gezegd.

De voorzitter:
Ik stel voor dat we niet de discussie overdoen die we net hadden tussen de VVD en de SP, want dat gaf ook een hoop verwarring. Wellicht kunt u uw vraag zo concreet mogelijk stellen.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Als ik staatssecretaris Becking goed heb begrepen, gaf hij aan mevrouw Beckerman naar aanleiding van de motie aan dat hij later in het komende jaar terugkomt bij de Kamer op de kleine scholen en hoe daarmee om te gaan. Er was hier ook een vraag van de VVD over de impact van meer ruimte voor nieuwe scholen, omdat dat mogelijk weer tot het stichten van kleine scholen leidt. Ik zou staatssecretaris Becking willen vragen om dat ook mee te nemen.

Staatssecretaris Becking:
Volgens mij was er nog geen duidelijkheid over waar het debatje van net precies over ging. Deze motie gaat over de uitwerking van de herziening van de kleinescholentoeslag in dunbevolkte gebieden. Ik kan nu niet zeggen dat we dat ook meenemen. Dat gaat toch te ver.

De voorzitter:
Oké. Daar hebben we het met elkaar mee te doen. Dank u wel voor de beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken en dan gaan wij verder met het volgende debat.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.