Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2025D48610, datum: 2025-11-26, bijgewerkt: 2025-11-27 10:03, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2025-11-26 17:30: Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Defensie heeft op 26 november 2025 overleg gevoerd met de heer Brekelmans, minister van Defensie, en de heer Tuinman, staatssecretaris van Defensie, over:
het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones) (36858);
de brief van de minister van Defensie d.d. 19 november 2025 inzake toelichting op de nota van wijziging inzake Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2026 en Wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones) (36800-K, nr. 7);
de brief van de minister van Defensie d.d. 25 november 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake Wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones) (36858, nr. 4).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,
Paternotte
De griffier van de vaste commissie voor Defensie,
De Lange
Voorzitter: Paternotte
Griffier: Manten
Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Belhirch, Van den Berg, Ellian, Maeijer, Paternotte en Piri,
en de heer Brekelmans, minister van Defensie, en de heer Tuinman, staatssecretaris van Defensie.
Aanvang 17.35 uur.
De voorzitter:
Dames en heren, een hele goedemiddag en van harte welkom bij deze
vergadering van de vaste Kamercommissie voor Defensie, die vandaag in
het teken staat van de incidentele suppletoire begroting inzake
bestrijding van drones. Welkom uiteraard aan de minister van Defensie en
de staatssecretaris van Defensie en hun ondersteuning.
Aan dit wetgevingsoverleg nemen in ieder geval mevrouw Belhirch van D66,
de heer Van den Berg van JA21 en mevrouw Maeijer van de PVV deel. Ik heb
vernomen dat nog enkele andere leden zich bij dit WGO zouden kunnen
voegen. Voor hen zal ik het straks nog even herhalen, maar nu zeg ik
tegen u dat er indicatieve spreektijden zijn voor dit WGO. D66 heeft
daarvoor vijf minuten. De PVV, VVD, GroenLinks-PvdA en JA21 hebben in
principe ook vijf minuten, waarbij GroenLinks-PvdA nog vijf minuten
extra heeft aangevraagd. Dat kan vanwege het feit dat het wetgeving
betreft. Qua interrupties zou ik willen voorstellen dat wij mikken op
maximaal vier interrupties. Mocht u er meer nodig hebben, dan zou dat
kunnen, maar als we het daarbij houden, dan kunnen we ook recht doen aan
de spreektijd voor deze vergadering. Daarmee wil ik graag beginnen met
het wetgevingsoverleg. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Belhirch
van D66.
Mevrouw Belhirch (D66):
Dank u wel, voorzitter. De gebeurtenissen bij Eindhoven en Volkel van
afgelopen weekend hebben veel losgemaakt. Reizigers zagen hoe Eindhoven
Airport tijdelijk stilviel door meerdere drones in het luchtruim.
Vluchten werden uit voorzorg omgeleid. Dit veroorzaakte vooral zorgen.
Hoe kon dit gebeuren? Bij Volkel werden een dag eerder vijf tot tien
drones waargenomen. Militairen reageerden, maar de drones verdwenen net
zo snel als ze verschenen. Dit roept veel vragen op, zowel bij het
personeel als omwonenden.
Deze incidenten zijn niet op zichzelf staand. We zien vergelijkbare
situaties in andere Europese landen, in het kader van hybride
activiteiten waarbij Rusland onze weerbaarheid test, zoals in België,
Noorwegen en Denemarken. Wat heeft het kabinet na de voorvallen in
andere Europese landen concreet gedaan om te voorkomen dat dit ook in
ons land zou gebeuren? We kunnen niet afwachten als het gaat om vrede en
veiligheid. We moeten proactief handelen.
Na de gebeurtenissen van afgelopen weekend blijf ik net als veel andere
Nederlanders vooral zitten met heel veel vragen. Hoe heeft dit kunnen
gebeuren? Wat hebben we nu precies gezien afgelopen weekend? Is er
inmiddels meer zicht op herkomst of intentie? Zijn er technische
aanwijzingen, vluchtpatronen of andere analyses? Welke risico's lopen
onze vliegvelden en andere kritieke infrastructuur? Klopt het
bijvoorbeeld, zoals in de media wordt gesuggereerd, dat de drones bij
Volkel alleen met het blote oog en dus niet met radarsystemen zijn
waargenomen? Dat zou betekenen dat onze detectiemiddelen onvoldoende
zijn om zelfs eenvoudige drones vroegtijdig te signaleren. Daar wil ik
graag een reflectie op van de minister, want dit heeft impact op onze
civiele infrastructuur, zoals havens en energievoorzieningen.
In interviews wilde de bewindspersoon begrijpelijkerwijs geen details
geven over de ingezette wapens en systemen. Maar de dreiging neemt toe
en wij als Kamer moeten kunnen rekenen op structurele vertrouwelijke
informatievoorziening over voorvallen, herkomst en tegenmaatregelen.
Toch zagen we de minister zondag al bij Buitenhof en in diverse andere
media en kreeg de Kamer pas gisteren meer informatie over de drones
boven Volkel en Eindhoven. Hoe kan het dat de minister eerst de media te
woord stond en daarna pas de Kamer informeerde? Kan de minister aangeven
hoe hij de Kamer in het vervolg proactief gaat informeren, waarbij de
operationele veiligheid wordt gewaarborgd?
Bij de NAVO-top in Den Haag hebben we laten zien dat het wel kan.
Tijdens deze NAVO-top zijn 300 drones effectief neergehaald. Wat was
daarvoor de succesfactor? Welke lessen heeft het kabinet daaruit
getrokken? Welke daarvan zijn afgelopen weekend toegepast?
Hoe dan ook is het belangrijk dat we het hoofd koel houden, of het nu de
Russen waren of hobbydrones. Als Rusland ergens baat bij heeft, is het
wel bij angst en verdeeldheid.
Dan is de vraag hoe we dit in de toekomst voorkomen en hoe we onze
infrastructuur beschermen. Zoals ik in het begin al aangaf, staat
Nederland hierin niet alleen, want België, Duitsland en Noorwegen gingen
ons voor in het waarnemen van drones boven hun vliegvelden. Het is een
Europees probleem. Dat vraagt om een proactieve Europese oplossing.
Erkent de minister dat? Welke collectieve actie heeft het kabinet
ondernomen om de Europese luchthavens en andere kritieke infrastructuur
te beschermen tegen drones? Wat heeft het kabinet geleerd van de eerdere
Europese voorbeelden van drones boven vliegvelden?
Voorzitter. Nederland heeft zich opgeworpen als voortrekkersland in
Europa op het gebied van drones en counterdrones en draagt daarmee extra
verantwoordelijkheid. Ik snap dat dit kabinet demissionair is, maar onze
vrede en veiligheid vragen om een proactieve houding. Daar heb ik vragen
over. Welke concrete Europese ambitie gaan we nu zien van dit kabinet?
Gaat het kabinet meer gezamenlijk inkopen? Gaat het kabinet de
gezamenlijke Europese productie van antidronesystemen fors opvoeren?
Gaat het kabinet samen met alle Europese partners de knapste koppen en
vaardigste handen bij elkaar steken om de meest hightech nieuwe systemen
te ontwikkelen?
Een ander punt is de inzet van jongeren en andere particuliere
drone-eigenaren door buitenlandse mogendheden, zoals Rusland. In
september werden twee tieners opgepakt op verdenking van spionage voor
de Russen. Hoe wil het kabinet voorkomen dat jongeren en andere
particuliere drone-eigenaren worden benaderd door de Russen? Wordt er
samengewerkt met droneclubs, platforms, scholen of gemeenten? Welke rol
ziet de minister voor bewustwording?
Voorzitter. Vrede en veiligheid zijn niet gratis of vanzelfsprekend. Dat
zien we nu met drones boven onze militaire vliegvelden. Met versnelde
aanschaf van IRIS-radars en Skyrangersystemen zetten we een eerste stap
in de juiste richting. Dat vind ik een goede stap. Ik vraag me wel af
waarom de minister deze stap niet veel eerder heeft gezet als we in
andere landen al maanden verhoogde dreiging zien. Wat is de tijdlijn?
Wanneer zijn deze systemen operationeel? Zijn hiermee de zorgen voor
Eindhoven Airport, Volkel en andere kritieke punten in Nederland
weggenomen?
Tot slot, voorzitter. Volgende week, op 1 december, zit de minister van
Defensie samen met zijn Europese collega's in Brussel om het onder
andere te hebben over de dreiging van drones en antidronemaatregelen.
Wat gaat het kabinet op 1 december concreet doen naar aanleiding van
afgelopen weekend? Welke Europese voorstellen legt de minister volgende
week concreet op tafel in Brussel? Ligt er na 1 december een concrete en
proactieve Europese agenda met counterdronemaatregelen? Ik begrijp dat
sommige antwoorden vertrouwelijk zijn en dat vragen wellicht in
beslotenheid beantwoord moeten worden, maar de Kamer moet zeker weten
dat onze antidronecapaciteit meegroeit met de dreiging van vandaag en
morgen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Belhirch. In de tussentijd hebben mevrouw Piri van
GroenLinks-Partij van de Arbeid en de heer Ellian van de VVD zich ook
bij ons gevoegd. Er zijn wat plekken vrij tussen de sprekers, waardoor
sommige mensen denken dat er 1,5 meter afstand wordt gehanteerd hier.
Dat is niet het geval. Dat is gewoon omdat sommige mensen iets meer
ruimte nemen. Het is niet persoonlijk, hoor ik. Ik ga het woord geven
aan de heer Van den Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst: het is een grote eer om als
oud-militair als eerste een commissiedebat Defensie te doen. JA21 steunt
deze incidentele suppletoire begroting. De dreiging door drones neemt
toe, zowel in Europa als in Nederland. Het is verstandig dat Defensie nu
versneld investeert in detectie- en bestrijdingscapaciteit. Daarnaast
waarderen we het dat het kabinet bij deze verwerving ook de Nederlandse
industrie betrekt.
Mijn fractie heeft wel een aantal vragen, die bedoeld zijn om het geheel
scherp te krijgen. Ten eerste over de omvang van deze aankoop. Hoe groot
is het pakket nu concreet? Kan het kabinet ons dat, indien nodig
vertrouwelijk, mededelen? Is dit pakket het maximale dat op korte
termijn beschikbaar is bij leveranciers of kunnen we ervan uitgaan dat
verdere versnelling en/of uitbreiding mogelijk is?
Voorzitter. Dan een zorgelijke ontwikkeling. Het werd net al even
gezegd: dit weekend zijn er drones waargenomen boven onder andere
Vliegbasis Volkel en Eindhoven Airport. Meldingen roepen bij ons vragen
op over de werking van de huidige detectie- en interventieketen. Kan het
kabinet aangeven welke beperkingen er zijn en waren voor onze
krijgsmacht en in welke mate de systemen die we nu aanschaffen deze
beperkingen kunnen verkleinen? Meer specifiek: zouden de IRIS-radars en
de Skyrangercapaciteit in vergelijkbare situaties wel eerder tot
onderschepping, uitschakeling of in elk geval betere tracking kunnen
leiden? Of zijn er dit weekend andere obstakels naar voren gekomen waar
we rekening mee moeten houden? Komen we goed uit met de rules of
engagement?
Daarnaast speelt er een ontwikkeling in de civiele dronemarkt die,
hoewel die niet onder de directe verantwoordelijkheid van Defensie valt,
wel degelijk relevant is voor het bredere dreigingsbeeld. Sinds begin
dit jaar is de geofencing van DJI-drones versoepeld. Waar een
opstijgverbod in no-flyzones eerder technisch werd afgedwongen, krijgt
de vlieger nu slechts een waarschuwing. Dat betekent dat drones die
vroeger überhaupt niet konden vliegen rondom bijvoorbeeld luchthavens,
militaire installaties of andere kritieke en vitale infrastructuur, dat
technisch nu wel kunnen, terwijl dat formeel nog steeds verboden is. Dat
riep bij ons de vraag op of deze versoepeling ertoe leidt dat het aantal
meldingen stijgt en het lastiger wordt om recreatieve drones van
mogelijk risicovolle drones te onderscheiden. Klopt deze inschatting en,
zo ja, is het dan zinvol om met fabrikanten in gesprek te gaan over het
handhaven van strengere geofencing in risicogebieden, zoals militaire
locaties en kritieke civiele infrastructuur?
Voorzitter. Zoals gezegd, steunt JA21 deze aankoop. We gaan er ook van
uit dat zowel deze Kamer als de Eerste Kamer dit voorstel tijdig
behandelt, zodat de aanschaf en de bescherming van onze infrastructuur
en troepen geen vertraging oplopen.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank aan de heer Van den Berg. Dan ga ik met gezwinde spoed door naar
mevrouw Maeijer. Zij spreekt namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter. Afgelopen weken stonden de media bol van berichten
over drones die werden gesignaleerd boven West-Europese landen. Het
aantal meldingen neemt toe. Afgelopen weekend was het ook raak boven
onze militaire vliegvelden Volkel en Eindhoven. Wat we tot nu toe weten,
is dat er ongewenste drone-activiteiten zijn waargenomen boven twee
Defensieterreinen en dat er counterdronemiddelen zijn ingezet. Ook is
het vliegverkeer rondom Eindhoven Airport stilgelegd. Maar we weten nog
niet of er drones zijn onderschept. Ook weten we niet wie er achter deze
drone-activiteiten zaten en of ze op beeld staan. Ik neem aan — ik kijk
ook in de richting van de bewindspersonen — dat daar sinds de brief van
gisteren nog geen verandering in is gekomen.
Voorzitter. Het kunnen hobbyisten zijn of statelijke actoren, de laatste
al dan niet via rekruten. Dat dit een reële optie is, bleek uit de
arrestatie van twee 17-jarige jongens afgelopen september vanwege het
verlenen van diensten aan een buitenlandse mogendheid. Maar wie er ook
achter de drone-activiteiten zit, feit is dat onze antidronemaatregelen
op orde moeten worden gebracht. De bewindspersonen schrijven in dat
verband dat met de urgentie van de dreiging aanvullende maatregelen
nodig zijn en de PVV onderschrijft dit. De Kamer heeft er nu
verschillende brieven over ontvangen, de aanvullende begroting, waar we
vandaag over spreken, en gisteren ook nog enkele andere stukken.
Kan de minister of de staatssecretaris nog eens uiteenzetten wat er nu
en ook op de langere termijn exact aanvullend nodig is volgens hen?
Heeft Nederland straks met deze investering op iedere vliegbasis radars
in werking die drones kunnen detecteren? Wat wordt er nu exact
aangekocht? De collega vroeg er ook al naar. Wat had het betekend als de
materialen die nu worden aangekocht er afgelopen weekend waren geweest?
Wat was er dan anders geweest? Kan de minister daarbij ook ingaan op het
onderscheid tussen relatief kleinschalige drone-operaties met als doel
spionage of intimidatie en het risico op daadwerkelijke aanvallen met
drones? Ik citeer defensie-expert Patrick Bolder eerder deze maand in
het Reformatorisch Dagblad: "We hebben geen middelen en mensen om een
grootschalige droneaanval te weerstaan." Deelt de minister die mening?
Ziet de minister mogelijkheden om met de voorliggende investeringen toe
te werken naar het voorkomen van en beschermen tegen een dergelijke
grootschalige aanval?
Voorzitter. In Buitenhof zei de minister dat Nederland de middelen heeft
om drones te detecteren en uit te schakelen en dat die middelen de
afgelopen dagen ook steeds zijn ingezet. Hij zei ook: je wilt niet
zomaar de zwaarste middelen inzetten. Natuurlijk moet Defensie steeds de
afweging maken tussen het risico dat de drones vormen en het gevaar voor
omwonenden als deze moeten worden neergehaald. In dat kader zou ik de
minister willen vragen naar bijvoorbeeld het Elbit counterdronesysteem.
Ik heb begrepen dat dat onder andere de besturing van met name de
commerciële hobbydrone kan overnemen en dat dit internationaal gezien
wordt als de veiligste manier om ongewenste drones uit de lucht te
halen. De systemen zouden ook binnen een halfuur operationeel kunnen
zijn. Worden deze systemen nu reeds ingezet?
Voorzitter. De minister schrijft dat als er vertraging ontstaat Defensie
niet op zeer korte termijn stappen kan zetten om het eigen grondgebied
en kritieke locaties te beveiligen tegen deze acute dronedreiging. Wat
de PVV betreft is de grootste prioriteit het op orde brengen van de
bescherming van ons eigen grondgebied. Komen de investeringen waar we
vandaag over spreken daar maximaal aan ten goede? Bevinden de kritieke
locaties zich ook op ons eigen grondgebied? Wordt er voor de productie
ook gekeken naar onze eigen industrie?
Voorzitter, tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Maeijer. Dan ga ik het woord geven aan mevrouw Piri. Zij
heeft ingetekend voor tien minuten indicatieve spreektijd, maar ik neem
het haar niet kwalijk als ze daar minder tijd voor gebruikt.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Het zal zeker minder zijn, voorzitter. We spreken vandaag met enige
spoed over een incidentele suppletoire begroting die Defensie in staat
moet stellen om versneld counterdronecapaciteit te verwerven. De wens om
in deze capaciteit te investeren, bestaat al langer. Maar de incidenten
van afgelopen weekend benadrukken de noodzaak tot snel handelen des te
meer.
Ik wil allereerst de mannen en vrouwen van Defensie bedanken voor hun
inzet afgelopen weekend. De noodzaak om dit jaar nog de
counterdronecapaciteit op orde te brengen, is evident. Wel bestaan er
enkele vragen bij mijn fractie over deze begroting, specifiek over de
tijdlijn, de capaciteiten zelf en het onderliggend beleid. Het is mijn
fractie nog niet duidelijk waarom Defensie pas nu, te elfder ure, heeft
besloten de verwerving van counterdronecapaciteit te versnellen. Het
onderwerp is gedurende het hele jaar al onderwerp van politiek debat,
dat natuurlijk in een stroomversnelling is geraakt doordat
waarschijnlijk Russische drones in heel Europa opduiken. De minister
erkent in de beantwoording van de feitelijke vragen dan ook dat de
dreiging die drones met zich meebrengen, "uiteraard al langere tijd
waarneembaar zijn". Toch bleef urgentie uit. Verwervingsprojecten werden
niet versneld. De minister vond het minder dan twee maanden geleden
zelfs nog veelzeggend dat Nederland door Denemarken om hulp werd
gevraagd om hun top te verdedigen tegen drones, waarmee de minister leek
te suggereren dat alles wel op orde was in ons eigen land. Maar
afgelopen weekend bewees het tegenovergestelde. Gelukkig is er vorige
week toch besloten tot versnelling. Terecht, maar wat is er in die paar
weken nou precies veranderd in de afwegingen van het ministerie? Deze
suppletoire begroting werd immers nog vóór de incidenten van afgelopen
weekend naar de Kamer gestuurd.
Voorzitter. De versnelde verwerving richt zich op de extra Skyrangers
van Rheinmetall en de IRIS-radarsystemen van Robin Radar Systems,
inclusief gerelateerde voertuigen en verbindingen. Op de vraag wie de
leverancier van deze voertuigen en verbindingen is, heeft mijn fractie
helaas nog geen antwoord gekregen. Ik wil wel vermeld hebben dat dat
voor mijn fractie essentiële informatie is voordat wij kunnen instemmen
met en goedkeuring kunnen geven aan deze suppletoire begroting. Ik hoop
daar vanavond dus een antwoord op te krijgen. Defensie geeft aan de
voertuigen "commercial off-the-shelf" te kopen, maar wie is de
leverancier van deze commerciële voertuigen? Verder zegt Defensie niet
in te kunnen gaan op de leverancier van de verbindingen, maar ik neem
aan dat deze gewoon bekend is bij Defensie en dus ook met de Kamer
gedeeld kan worden. Graag een reactie.
De heer Van den Berg (JA21):
Volgens mij onderschrijven mevrouw Piri en ik allebei de noodzaak van
afweermiddelen tegen deze drones om de veiligheid te waarborgen op onze
kritieke locaties. Om die reden vraag ik mij juist het volgende af. U
zegt: het is voor ons heel belangrijk dat wij naar boven krijgen welke
technische middelen dan zijn gebruikt in deze twee typen systemen.
Waarom is dat voor u zo belangrijk als bovenaan zou moeten staan dat we
afweermiddelen tegen die drones hebben?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Met het oog op leveranciers en nieuwe orders van Defensie is het voor
ons ontzettend belangrijk dat we dat eerst met Nederlandse leveranciers
proberen te doen. We hebben ook onze eigen industrie. Als dat niet in
Nederland kan, dan moeten we kijken hoe we dat Europees doen. In
tegenstelling tot de fractie van … Het is toch JA21?
De heer Van den Berg (JA21):
Dat klopt helemaal.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
In tegenstelling tot de fractie van JA21 heeft mijn fractie ook bezwaren
bij sommige leveranciers waar Defensie eerder bestellingen heeft
geplaatst, zoals bij Elbit in Israël, om een voorbeeld te noemen.
Vandaar.
De voorzitter:
Helder. U vervolgt uw betoog. Nee, de heer Van den Berg van JA21 nog een
keer.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan ga ik toch even de volgende vraag voorleggen. Ik weet dat uw fractie
dat standpunt heeft, maar nogmaals: het gaat hier wel om onze kritieke
infrastructuur, het gaat om onze troepen en onze militairen, die we
moeten beschermen tegen deze dreigingen. Als nu de keuze komt voor te
liggen dat we dit kunnen bestellen waardoor de veiligheid gewaarborgd
gaat worden, ongeacht de subleverancier, gaat u er dan alsnog mee
akkoord?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nee. Ik leg net uit dat het voor mijn fractie van essentieel belang is
om te weten wie de leverancier is. Vandaar dat ik ook de vraag neerleg
bij het kabinet. Op basis van eerdere vragen zijn er nog geen antwoorden
gekomen van Defensie. Als ik eerlijk ben, heb ik er ook geen enkel
probleem mee als bepaalde dronecapaciteit uit Oekraïne komt. Volgens mij
is dat nu het land dat het best ontwikkeld is qua dronecapaciteiten.
Maar laten we hier niet verder discussiëren over wat-alsvragen. Er komt
gewoon een antwoord, en ik neem aan dat dat bevredigend is, want volgens
mij was ook de lijn van Defensie eerder al: in principe kijken we naar
nationale leveranciers, en anders Europese. Ik verwacht hier dus geen
enkel probleem. Ik verwacht ook geen enkel probleem met de instemming
van mijn fractie, maar ik wil het wel gewoon even zeker weten.
De voorzitter:
Oké. De laatste keer, meneer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
U zegt dat het een "what if"-scenario is, maar u bent al heel duidelijk.
U zegt: het is voor ons essentieel dat wij weten waar deze materialen
vandaan komen. Ik zou de volgende vraag willen voorleggen: kunt u ervoor
staan dat onze militairen en ons land beschermd moeten worden, ongeacht
de herkomst van deze middelen, ook wanneer deze uit Israël komen? Dan
staat u toch voor de veiligheid van onze troepen?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Hierover verschillen wij gewoon van mening. Waar we volgens mij niet van
mening over verschillen, is dat Defensie recht heeft op de allerbeste
spullen. Als het gaat om de capaciteiten waar we het nu over hebben, ben
ik ervan overtuigd dat de allerbeste spullen gewoon in Europa, inclusief
Oekraïne, te vinden zijn. Dat is waarschijnlijk ook de plek waar
Defensie van plan is deze vandaan te halen. Maar ik vind dat soort info
wel essentieel voordat mijn fractie kan instemmen.
De voorzitter:
U kunt uw betoog vervolgen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Daarnaast heeft de staatssecretaris afgelopen maandag verdere
aanvullende investeringen in Counter-UAS-capaciteit bekendgemaakt. Mijn
vraag is: in hoeverre hangen deze samen met de incidentele suppletoire
begroting die we vanavond bespreken? Deze investeringen werden namelijk
niet genoemd in de begeleidende brief van deze begroting. Kan de
staatssecretaris verder uitweiden waar we het dan over hebben en hoe we
dat kunnen relateren aan het debat dat we hier vanavond hebben?
Voorzitter. Deze counterdronecapaciteiten zijn randvoorwaardelijk voor
de bescherming van zware en middelzware infanteriebrigades.
Tegelijkertijd zijn ze ook bedoeld voor de bescherming van kritieke
infrastructuur en ondersteuning van civiele autoriteiten in ons land.
Eigenlijk worden ze dus voor zowel militaire als civiele doelen ingezet,
begrijp ik. Mijn vraag is: ontstaat hierdoor niet het risico dat er
gaten zouden kunnen vallen in de bescherming van kritieke binnenlandse
infrastructuur wanneer deze eenheden onverhoopt worden ingezet ter
bescherming van bijvoorbeeld de oostflank of elders? Volgens mijn
fractie is het noodzakelijk dat de binnenlandse bescherming van kritieke
infrastructuur te allen tijde en onafhankelijk van eventuele
buitenlandse inzet geborgd blijft.
In dat kader — dit is mijn laatste punt — hoor ik ook graag van de
minister hoe uitvoering wordt gegeven aan de aangenomen motie-Piri c.s.
over een of meerdere permanente antidrone-eenheden ter bescherming van
kritieke infrastructuur. In die motie wordt ook gevraagd om duidelijke
bevoegdheden te beleggen bij antidrone-eenheden, omdat er momenteel
sprake is van een versnippering van bevoegdheden over meerdere
ministeries en autoriteiten. Ik hoor dus graag hoe het daarmee
staat.
Voorzitter. Meer middelen zijn een goede stap, maar duidelijk belegde
bevoegdheden zijn ook een noodzakelijke voorwaarde om ons land veilig te
houden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Piri. Dan geef ik het woord aan de heer Ellian. Hij
spreekt namens de fractie van de VVD.
De heer Ellian (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Het prettige van aan het einde zitten is dat je
collega's vaak al hele zinnige vragen hebben gesteld. Ik ga dus niet
alles herhalen. Beide bewindspersonen zijn druk zat en de mensen die hen
flankeren ook. Dank voor de incidentele suppletoire begroting. Ik denk
dat het feit dat wij in staat zijn dit parlementaire proces zo snel met
elkaar op te tuigen, de urgentie toont. Ik denk dat dat ook van belang
is. Onze tegenstanders kijken ook hoe snel en effectief wij reageren. Ik
begrijp de vragen van de collega's, die eigenlijk neerkomen op: had dit
allemaal niet wat eerder gekund? Daarmee bedoel ik: zijn we niet een
beetje laat met het aankopen van deze counterdronesystemen? Aan de
andere kant denk ik ook: oké, u bent ermee bezig. Dat is ook prettig om
te weten.
Mijn fractie heeft eigenlijk één fundamentele vraag, los van alle andere
goede vragen die al gesteld zijn over de vraag of dit voldoet en over de
hoeveelheid. Hoe is de verhouding op het slagveld voor de midden- en de
zware brigades, en in het binnenland? Ik vind dat we daar nog wel iets
meer bij stil mogen staan, want dat betekent dat je vrij serieuze
wapensystemen in de civiele samenleving gaat positioneren. Wat ons
betreft moet dat en is dat terecht, maar het is wel goed om dat even
duidelijk met elkaar te bespreken. Maar de fundamentele vraag die ik
heb, is als volgt. Dit vraagstuk is niet van gisteren. Het aardige is
dat ik Justitie en Defensie mag doen. Bij de gevangenissen bestaan al
heel lang giga zorgen en risico's over die drones. Daar gebeuren al
jarenlang incidenten, en al jarenlang bereikt mij de vraag: als er een
onbekende drone boven de gevangenis zweeft, wat niet mag, mogen wij die
dan alstublieft uit de lucht halen? Ik heb er eerder al vragen over
gesteld. Ik heb het opgezocht. De minister van EZ heeft hierin een rol.
Ik heb één vraag: gaan deze bewindspersonen hierin een voortrekkersrol
nemen? Ik vind dat namelijk prima. De minister zei publiekelijk: wij
halen die dingen uit de lucht als het moet. Oké, maar dan gaan we dat
ook doen, hè? Dan gaan we dat ook doen. Dat antwoord zou ik graag horen.
En zo niet: wat is er dan nodig om dat wel daadwerkelijk te doen en
binnen welk tijdpad kunnen we dat verwachten? Want we kunnen niet aan de
ene kant zeggen dat we dit gaan doen en … Ik zou het heel vervelend
vinden als ik straks een brief krijg, zo van: ja shit, er was een
incident, maar we konden 'm niet uit de lucht halen want een of andere
regel hield ons tegen.
Dat is mijn bijdrage, voorzitter.
De voorzitter:
Heldere vragen. Vol verwachting klopt ons hart in afwachting van de
antwoorden. Ik kijk even naar de bewindspersonen om te zien hoeveel tijd
zij vermoedelijk nodig hebben om de antwoorden op de juiste wijze te
prepareren. Ik hoor "een dikke 20 minuten". Dat brengt ons op 18.25 uur.
Ja, dat worden dan 24 minuten. Dan hervatten wij deze beraadslaging. Er
is dus geschorst tot 18.25 uur. "Vijf minuten voor half zeven" noemen de
meeste mensen dat.
De vergadering wordt van 18.01 uur tot 18.25 uur geschorst.
De voorzitter:
Het is 18.25 uur. Ik wil de leden Ellian en Belhirch bedanken voor het
feit dat zij weer op tijd bij deze vergadering aanwezig zijn. We kunnen
nog niet beginnen, want de bewindspersonen zijn nog niet in de
zaal.
De vergadering wordt van 18.25 uur tot 18.27 uur geschorst.
De voorzitter:
Van harte welkom terug bij dit wetgevingsoverleg van de vaste
Kamercommissie voor Defensie over de incidentele suppletoire begroting
inzake bestrijding van drones. Beide bewindspersonen hebben hun
beantwoording op de door de Kamerleden gestelde vragen voorbereid. Ik
geef als eerst het woord aan de minister van Defensie.
Minister Brekelmans:
Laat ik beginnen met benoemen dat het een groot genoegen is om in deze
nieuwe samenstelling van de vaste Kamercommissie voor Defensie met u in
debat te mogen gaan. Het is een mix van nieuwe gezichten en oude
bekenden. Ik kijk er zeer naar uit.
Dan de verdeling van de onderwerpen. Ik zal mij eerst richten op het
schetsen van iets van context over datgene wat we de afgelopen tijd
allemaal al hebben gedaan. Vervolgens zal ik terugblikken op de
incidenten van afgelopen weekend: wat daar precies wel en niet is
gebeurd, wat ik daar wel of niet over kan vertellen en hoe we daarop
hebben gereageerd. Daaraan gekoppeld zal ik vervolgens nog een paar
algemene beleidspunten noemen, onder andere naar aanleiding van een
vraag van de heer Ellian over de bevoegdheden en een vraag van mevrouw
Piri. Ik eindig met wat we in Europa doen en wat onze internationale
inzet is; dat is in reactie op mevrouw Belhirch. De staatssecretaris zal
vervolgens met name inzoomen op het materieel dat we al hebben
aangeschaft, de brief die we daarover hebben verstuurd, welke systemen
we voornemens zijn om aan te schaffen en hoe dat in de tijd valt. Ik
hoop dat we daarmee de belangrijke onderwerpen afdekken.
Laat ik even beginnen met wat context. Sommige leden wekten de indruk
dat wij pas na het weekend zijn gaan handelen. Dat beeld wil ik toch wel
even nuanceren. Sinds ons aantreden, maar ook daarvoor al, is de
ontwikkeling van counterdronecapaciteiten een van de prioriteiten.
Onbemande systemen vormen een belangrijk onderdeel van de investeringen
die we doen. We hebben daar specifieke projecten en programma's voor.
Het is bijvoorbeeld een van de vijf prioriteiten binnen ons
industriebeleid. Dat doen we ook bij allerlei grote aankopen die we
doen. Als we bijvoorbeeld een deel vrijmaken voor de aanschaf van tanks,
dan maken we ook een deel vrij voor de innovatie wat betreft onbemande
systemen. Dat is een onderwerp dat de staatssecretaris en ik eigenlijk
vanaf het begin al als prioriteit hebben neergezet. Dat proces is
natuurlijk alleen nog maar versneld door wat we dagelijks in Oekraïne
zien. Voor de steun aan Oekraïne lag het zwaartepunt eerst vooral bij
F-16's, bij luchtverdediging, bij artillerie, bij van alles. Op die
punten doen we nog steeds heel veel, maar we hebben ook heel bewust
gezegd dat drones voor ons een van de grote prioriteiten zijn binnen de
steun aan Oekraïne. Dat telt op tot inmiddels al meer dan een miljard.
Dat doen we natuurlijk vooral omdat Oekraïne het dagelijks nodig heeft,
maar ook omdat wij als krijgsmacht de lessen die Oekraïne leert zelf ook
willen leren. Wij willen die lessen ook naar Nederland halen.
We hebben hier ook bij de Voorjaarsnota naar gekeken. We hebben ongeveer
700 miljoen extra — dat is bovenop de 2% — en daarbinnen hebben we ook
budget vrijgemaakt voor drones. Dat is deels waar we het nu over hebben.
We hebben ook steeds gekeken hoe we de behoeften die wij als krijgsmacht
hebben — dan heb ik het over de verschillende krijgsmachtonderdelen — zo
snel mogelijk in kaart kunnen brengen en hoe we die zo snel mogelijk
kunnen verwerven op de markt. Daarbij proberen wij natuurlijk ook om de
Nederlandse industrie en de Nederlandse drone-industrie zo veel mogelijk
te stimuleren. Deze incidentele suppletoire begroting is daar een
uitvloeisel van. Die hadden we al ingediend voordat de incidenten van
dit weekend plaatsvonden.
Dat laatste zeg ik in reactie op D66, die mij de vraag stelde: wat heeft
u gedaan naar aanleiding van de drone-incidenten die al eerder in Europa
hebben plaatsgevonden? We hebben twee dingen gedaan. Aan de ene kant
hebben we natuurlijk contact gezocht met die verschillende landen: met
Denemarken, Noorwegen, Duitsland en België. Dat hebben we op allerlei
niveaus gedaan. Dat heb ik gedaan met mijn counterparts, ook langs de
militaire lijnen. Dat hebben onze diensten ook gedaan. Dat deden we om
te kijken wat we hier nou van kunnen leren: wat zit er precies achter en
wat is er precies gebeurd? Tot nu toe is de informatie en de
duidelijkheid die we daarover krijgen, best beperkt. Maar we hebben die
outreach wel steeds gedaan. Het tweede dat we hebben gedaan naar
aanleiding van die Europese incidenten is bekijken hoe we nou de
aankopen die we al hebben gedaan en de investeringen die we al
voornemens waren, verder kunnen versnellen. Daar komen de voorbeelden
die we vandaag bespreken uit voort.
Nog een ander ding dat ik wil noemen voordat we richting de incidenten
van afgelopen weekend gaan, is de NAVO-top die we hebben georganiseerd.
Die heeft natuurlijk ook een impuls gegeven aan de
counterdronecapaciteiten die we hebben aangeschaft en de ervaring die we
daarmee hebben opgedaan. Wat het relatief makkelijk maakte als het gaat
om de NAVO-top, is dat het ging om één locatie met daarbij natuurlijk
ook wel aanvoerwegen richting die locatie, bijvoorbeeld vanuit Schiphol.
Dus dan kun je één punt maximaal beveiligen met daaromheen verschillende
ringen. Dat heeft ertoe geleid dat we daar diverse systemen hebben
neergezet, dat we relatief veel drones hebben geïdentificeerd en dat we
die vervolgens ook uit de lucht hebben gehaald om geen enkel risico te
lopen rondom die top. Dat was een van de aanleidingen voor Denemarken om
ons om bijstand te vragen. Het organiseerde een veel kleiner event,
namelijk een bijeenkomst van de Europese Raad, maar toch. Het heeft
verschillende landen om bijstand gevraagd en Nederland was er daar een
van, omdat wij die ervaring met de NAVO-top hadden.
De situatie waarin we nu zitten, en daarmee kom ik op het bruggetje naar
afgelopen weekend, is natuurlijk heel anders. Toevallig waren het wel
twee locaties die dicht bij elkaar liggen. Eindhoven en Volkel zijn twee
van de meest gevoelige locaties, dus daar hebben we capaciteit staan.
Maar je weet natuurlijk niet waar het in Nederland gaat gebeuren. We
zien ook weleens drones rondom andere militaire locaties, bijvoorbeeld
rondom kazernes. De heer Ellian noemde het voorbeeld van de ebi. Er
vliegen dagelijks voortdurend honderden drones rond in Nederland en
misschien nog wel meer. Dus we zijn nog niet op het punt dat we heel
Nederland kunnen afschermen zoals we destijds de locatie van de NAVO-top
hebben afgeschermd. De vraag is ook of je dat moet willen natuurlijk.
Maar in die zin is de context wel anders. Toen hebben we die locatie zo
goed mogelijk beschermd, maar nu is het natuurlijk maar de vraag waar
dit soort droneontwikkelingen zich voordoen. Dat even als context.
Eén ding dat ik ook nog vooraf zou willen zeggen, is dat ik probeer zo
goed mogelijk antwoord te geven, maar dat het onderzoek hiernaar nog
loopt. Dus er zijn een heleboel dingen die … Het is bijvoorbeeld niet zo
dat die drones alleen met het blote oog zijn gezien; er zijn ook wel
andere waarnemingen geweest. Maar we zijn nog bezig om die informatie
bij elkaar te brengen en om te bekijken of het lukt om daar een
eenduidig beeld uit te vormen. Dus ik moet er ook een beetje voor
oppassen dat ik hier dingen zeg die dan later net anders blijken te zijn
en waarvan u dan weer zult zeggen: ja maar, in dat debat zei u dit. Dat
onderzoek is nog bezig.
Het tweede, en dat is daaraan gekoppeld, is de vraag wat we daarover in
de openbaarheid kunnen delen. Waar mogelijk wil ik er best wat meer over
zeggen, maar we kunnen ook weer niet alles delen, bijvoorbeeld als het
gaat om hoe wij op zo'n moment opereren en welke systemen wij daarbij
inzetten. Als wij daar heel specifiek over zijn, weten mensen die er
verstand van hebben: o, dat systeem heeft een bepaald bereik. Als je dan
kwaadwillend bent, kun je zeggen: we gaan met die drones net iets hoger
vliegen. Ik snap de vragen vanuit de Kamer heel goed. Je wilt natuurlijk
het liefst zo veel mogelijk concreet weten. Hoeveel dekt die dan precies
af? Wat gebeurt er in die situatie wel en wat niet? Maar alles wat ik
hier zeg, weten onze tegenstanders ook. Het is een dilemma en ik denk
dat we daar met het oog op de veiligheid enigszins terughoudend in
moeten zijn.
Hetzelfde geldt voor de vraag wat je nou deelt over welke systemen je
precies aanschaft. De staatssecretaris zal daar zo nog verder op ingaan.
Ik snap heel goed vragen over de herkomst van systemen. Daar wil ik
natuurlijk zo goed mogelijk antwoord op geven, maar ook daarvoor geldt
dat als we precies aangeven dat we dit radarsysteem van dat type
aanschaffen, ook potentiële tegenstanders weten dat díe drone daar wel
door wordt waargenomen en die andere drone misschien niet. In het
verleden waren we als Defensie altijd heel open en transparant over wat
we precies aanschaften in welke hoeveelheden en van welke types. Ik denk
dat we ons moeten afvragen wat we daarvan wel en in niet in de
openbaarheid kunnen bespreken.
Dat allemaal even gezegd hebbende, kom ik op de vraag wat er dan het
afgelopen weekend precies heeft plaatsgevonden bij Volkel en Eindhoven.
Op vrijdagavond zijn er drones boven Volkel gesignaleerd. Dat was in een
tijdsbestek van twee uur. Je zou kunnen zeggen dat het ging om twee
waves van drones. Aan het begin van die twee uur werden er een tijd
drones gezien. Later in die twee uur werden er ook weer meerdere drones
gesignaleerd. Het is niet zo dat die drones twee uur lang boven Volkel
hebben gevlogen. Als dat wel zo was geweest, had je natuurlijk meer kans
om ze uit de lucht te halen. Maar dat was niet het geval. Er is wel
geprobeerd om die drones uit de lucht te halen. Dat is wel bijzonder, in
die zin dat het de eerste keer is dat we dat hebben gedaan.
De heer Ellian sprak over wat we zo mooi "handelingsverlegenheid"
noemen, namelijk dat mensen terughoudendheid voelen om
counterdronemiddelen in te zetten. Ik snap dat heel goed, zeker in een
gebied waar veel mensen wonen en waar je als je die middelen inzet, het
risico loopt dat je schade veroorzaakt; het kan zelfs slachtoffers met
zich meebrengen. Ik snap heel goed dat er dan terughoudendheid is om dat
te doen.
Wij hebben al eerder gezegd: als zoiets bijvoorbeeld rond Volkel
gebeurt, dan moet je bereid en in staat zijn om die drones uit de lucht
te halen. Het kan namelijk niet zo zijn dat we een groot hek neerzetten
en zeggen dat mensen zich hier niet mogen bevinden, maar dat we wel
toestaan dat daar drones boven vliegen. Dat is dus getracht.
Waarschijnlijk is dat niet gelukt. Je kunt dat nooit met 100% zekerheid
zeggen, want er zou natuurlijk nog een drone gevonden kunnen worden die
wel is neergehaald. Maar ons beeld is nu dat dat niet is gebeurd.
Ook op zaterdagavond waren er dronemeldingen. Het ging weer om meerdere
drones, toen boven Eindhoven en weer boven Volkel. U heeft het allemaal
gezien: op Eindhoven is toen besloten om geen enkel risico te nemen en
is de luchthaven enige tijd gesloten. Ook daar is geprobeerd om de
drones uit de lucht te halen. Hetzelfde geldt voor Volkel. Gedurende de
avond zijn daar weer meerdere keren drones gesignaleerd. Die hebben zich
daar enige tijd bevonden. Er is getracht om die uit de lucht te
halen.
Zoals ik net zei, is daar toen ter plekke natuurlijk direct onderzoek
gedaan. Er wordt gekeken of we kunnen achterhalen wie erachter zit en
waar die drones precies vandaan komen. Dat onderzoek loopt nog. Ook onze
diensten zijn daarbij betrokken, om te kijken of we via het
inlichtingenkanaal nog meer informatie kunnen achterhalen. We zullen de
komende tijd dat beeld bij elkaar brengen en op basis van de snippers
informatie die we hebben, kijken of we meer kunnen zeggen over wat er
precies heeft plaatsgevonden.
Ik zeg daarbij wel dat wat mijn collega's uit bijvoorbeeld Denemarken,
Noorwegen, België en Duitsland hadden ook geen heel duidelijk beeld
heeft opgeleverd. Daar was eerder bijvoorbeeld wel sprake van bij die
sabotageacties met postpakketten die in brand werden gestoken; het is
nogal gevaarlijk als dat in een vrachtvliegtuig gebeurt. Daarvan is toen
vastgesteld dat er een Russisch netwerk achter zat, of dat werd in ieder
geval via bepaalde kanalen door Rusland aangestuurd. Hetzelfde geldt
voor mensen die weleens worden ingezet; die weten dat nog niet eens
altijd even goed. We ontdekken dan dat daar inderdaad een Russisch
netwerk achter zit. Bij al die drone-incidenten is in ieder geval nog
niet aan de buitenwereld gemeld dat er zoiets achter zit. Dat laat
alleen maar zien hoe ingewikkeld het is om als zich ergens een drone
bevindt die vervolgens weer weggaat, vast te stellen wie het precies is
en wat daarachter zit, zeker als je die drone niet in handen hebt. Dat
is niet zo heel eenvoudig.
Onder anderen mevrouw Belhirch vroeg wat je hieruit kunt concluderen
over de systemen die we op dit moment hebben en hoe effectief die zijn.
Zoals ik al eerder zei, hebben we geïnvesteerd in systemen waardoor we
bijvoorbeeld de NAVO-top goed konden beveiligen. Over de systemen die we
op dit moment hebben, zeg ik het volgende. Op bepaalde locaties hebben
wij detectiesystemen staan. Daarbij doe je de meest gevoelige locaties
natuurlijk eerst. We zijn die capaciteit nu verder aan het uitbreiden,
waardoor je op meerdere locaties dat soort radarsystemen en andere
vormen van sensoriek kunt neerzetten. Ook daar vinden natuurlijk
doorlopend ontwikkelingen en verbeteringen plaats. Je wil zorgen dat je
de meest moderne versie van die detectiesystemen aanschaft.
Vervolgens hebben we ook systemen die in staat zijn om ze vanaf een
bepaalde plek uit de lucht te halen. Die zijn ook in deze gevallen
ingezet. Daarbij maak je, zoals ik net al zei, steeds de afweging hoe
zwaar de middelen zijn die je inzet om dat voor elkaar te krijgen. Zeker
op een locatie als Eindhoven kies je, wanneer zich daar nog heel veel
mensen bevinden en er veel passagiers- en andere stromen plaatsvinden,
natuurlijk voor een beperkter middel om daartegen in te zetten waar
minder risico mee gepaard gaat. Een locatie als Volkel biedt, even
afhankelijk van waar je bent, wel de ruimte om iets zwaardere middelen
in te zetten, maar dan nog kies je er niet heel makkelijk voor om te
zeggen "we gaan dat met grof geschut doen", want dat gaat ook met de
nodige risico's gepaard. Je maakt ook steeds de afweging of het wel of
niet proportioneel is. Ik denk dat wij allemaal de wens hebben — in
ieder geval als ik namens de staatssecretaris en mijzelf spreek, maar
ook breder — om te weten wat hierachter zit. We zijn, zeg ik in antwoord
op de heer Ellian, bereid om daar de nodige middelen voor in te zetten
en daar ook best risico's in te nemen. Het moet alleen wel proportioneel
zijn natuurlijk. Je gaat niet met een kanon op een mug schieten, zeker
niet in een dichtbevolkt gebied als Nederland.
Dan de intenties. Het zou speculatief zijn om daar iets over te zeggen.
Er zijn natuurlijk allerlei scenario's denkbaar. We proberen daar meer
over te weten te komen. Hetzelfde geldt voor de herkomst van de
drones.
Mevrouw Maeijer stelde de vraag of we met datgene wat nu wordt
aangekocht in staat zouden zijn geweest om wel die drones uit de lucht
te halen. De staatssecretaris zal daar zo nog wat meer over zeggen. Ik
kan het niet heel zwart-wit zeggen, maar de kans is natuurlijk wel
groter als je meer middelen aanschaft. Dan kan je ze sneller waarnemen,
kan je er sneller bij zijn en heb je een breder palet aan middelen die
je daartegen kunt inzetten. Dus de kans zou natuurlijk groter zijn
geweest, maar ik kan niet met zekerheid zeggen dat het dan wel zou zijn
gelukt.
Ik ga gewoon door, voorzitter. Zolang er geen vragen zijn, ga ik
door.
De voorzitter:
U nodigt ertoe uit, dus dan komen ze ook. Er is een interruptie van
mevrouw Piri van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Hier naast me worden muggen gezocht, maar we hebben de olifant aan de
overkant. Nee, hoor. Ik had eigenlijk een vraag op basis van berichten
die ik in de krant zag. Ik snap het uiteraard wanneer de minister daar
vanwege veiligheid geen antwoord kan geven. Begrijp ik nou goed dat niet
duidelijk is of boven Volkel de drones gedetecteerd zijn door systemen
die we daar hebben staan of dat ze gewoon met het oog zijn waargenomen?
Dat is een vraag die ik heb.
Minister Brekelmans:
Ze zijn niet alleen met het oog waargenomen. Ze zijn dus ook met andere
systemen waargenomen. Daar moet ik het even bij laten.
De voorzitter:
U kunt verdergaan met de beantwoording. O, mevrouw Piri heeft nog een
vraag.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben zo blij dat ik weer in de Defensiecommissie zit, dus ik heb nog
een vraag.
De voorzitter:
We doen overigens vier interrupties, maar gaat uw gang.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zal ze alle vier opmaken, speciaal voor u. Ik had nog een vraag. Waar
we het hier vandaag over hebben, was al besteld voor die incidenten. Kan
de minister zich voorstellen dat er in ieder geval iets van zorgen leven
over of de meest kritieke plekken in Nederland, zoals Volkel, gewoon
goed beveiligd zijn, ook tegen alle moderne manieren van oorlogsvoering
of cybergevaar?
Minister Brekelmans:
Ik denk dat als je ziet welke dronebewegingen er zijn geweest … Ik heb
al eerder gezegd dat we bijvoorbeeld geen indicatie hebben dat er sprake
was van een bewapende drone of dat daar een lading aanwezig was, om het
zo te zeggen. Ik snap heel goed dat mensen het beeld hebben — ik heb dat
natuurlijk ook — van Oekraïne, waar continu met drones wordt
aangevallen. Vaak is het onderscheid tussen een kruisvluchtwapen en een
drone bijna niet meer te maken. Het type drones dat we in al die
drone-incidenten denken te hebben gezien is een ander type drones, maar
daar zou wel een camera op kunnen zitten. Het is natuurlijk zorgwekkend
als die zich boven bijvoorbeeld Volkel bevinden. Het is ook weer niet zo
dat je meteen allerlei heel gevoelige geheimen waarneemt wanneer je daar
met een drone vliegt. Ik heb eerder gezegd: we moeten niet in paniek
raken; dat is volgens mij niet nodig. Het is niet zo dat er nu een
enorme dreiging uitgaat richting Volkel of welke locatie dan ook. Maar
we moeten wel in staat zijn, nog beter dan we nu al zijn, om drones snel
waar te nemen en over verschillende middelen te beschikken om die uit de
lucht te halen.
Dat is ook gebeurd op die twee locaties. Het is niet zo dat die drones
daar, in ieder geval in ons beeld, heel lang zijn geweest of dat we die
niet zagen, of dat we niet in staat waren om vervolgens iets te doen,
wat op sommige andere plekken in Europa wél zo was; daar hadden ze
letterlijk niks staan. Alleen, wij stellen ons natuurlijk ook na die
incidenten de vraag: oké, we hebben daar middelen staan, maar die zijn
niet in staat geweest om deze drones neer te halen. We moeten dus meer
investeren en daar nog meer mee oefenen. Vandaag is de aanschaf die we
al versneld deden, ook weer versneld. We nemen het dus wél heel
serieus.
De voorzitter:
Mevrouw Piri komt er later op terug in de volgende interrupties. De
minister kan door met zijn beantwoording.
Minister Brekelmans:
Dan waren er ook nog vragen van onder anderen de heer Ellian, in reactie
op de motie-Piri, over de juridische beperkingen die er zijn. Het is zo
dat wij en de KMar aan de lat staan voor het verdedigen van sommige
locaties. Denk aan Volkel. Maar er zijn ook veel locaties waar het aan
de politie is. De KMar of Defensie kan daarbij om bijstand worden
gevraagd. De bevoegdheidsverdeling en wat je wel of niet mag, is op zich
ook beschreven in de Politiewet.
Er is wetgeving die ruimte biedt voor het inzetten van jammers, het
elektromagnetisch uitschakelen van drones. Dat heeft te maken met de
frequentieruimte die je op dat moment wel of niet mag verstoren. De KMar
heeft daarvoor een ontheffing om te mogen ingrijpen, onder andere van
het ministerie van Economische Zaken.
Is dat nou voor iedere medewerker van de KMar of de ebi helder in elke
situatie? Nou, dat durf ik niet te zeggen. Het zal best voorkomen dat
het voor mensen niet altijd even duidelijk is wie wat precies waar op
welk moment mag doen. Daarom zijn we ook voortdurend bezig om te kijken
hoe we die verantwoordelijkheidsverdeling nog scherper kunnen maken voor
eventuele onduidelijkheden of grijze gebieden. We kijken ook hoe we
ervoor kunnen zorgen dat iedereen die daar daadwerkelijk mee moet
werken, op de hoogte is.
Wat de inzet van politie voor de veiligheid betreft, hebben een heleboel
politie-eenheden natuurlijk niet direct de middelen om zo'n drone uit de
lucht te halen. Er moet dan om bijstand worden gevraagd om dat voor
elkaar te krijgen. Op sommige plekken waar wij al staan of waar onze
"notice to move", zoals dat heet, kort is, kunnen we snel ter plaatse
zijn. Maar dat geldt natuurlijk niet voor heel Nederland.
We zijn dus ook weer bezig om binnen de taakverdeling tussen de
JenV-kolom, de NCTV, de politie, IenW, die over het luchtruim en alle
regulering daarvoor gaat, en wijzelf wat betreft nationale veiligheid en
bijstand die we kunnen verlenen, alle regels die er zijn nogmaals tegen
het licht te houden. Denk aan de taken en de
verantwoordelijkheidsverdeling. Je wilt namelijk ieder scenario scherp
hebben. Wat als er iets gebeurt op Schiphol, bij een Defensielocatie,
bij een ebi of gewoon ergens in een dorp of stad? Dat moet voor iedereen
scherp zijn.
We kijken ook of we de bevoegdheden die we hadden tijdens de NAVO-top,
voor dat specifieke evenement, breder en structureel kunnen inzetten.
Daar zijn we nog naar aan het kijken.
De heer Van den Berg (JA21):
De minister heeft het inderdaad over de vraag of we nu voldoende
mogelijkheden hebben qua bevoegdheden. Ik vraag me dan eigenlijk af: is
het incident dat we hebben meegemaakt niet een uitstekende kans om te
evalueren of we voldoende middelen hebben, ook juridisch, en of de
afstemming wel voldoende is? Het is natuurlijk een perfecte case om te
bekijken of alles goed en snel genoeg werkt. Kortom: kan de minister
bevestigen dat we dat nu gaan evalueren en, zo ja, hoe?
Minister Brekelmans:
Maar eigenlijk is dit niet de beste casus, want hierbij was het
duidelijk. Wij probeerden die drones namelijk gewoon uit de lucht te
halen. Het was duidelijk dat wij dat daar ter plekke mochten, konden en
wilden doen. Het voorbeeld van de ebi dat de heer Ellian noemde, is
misschien nog wel een beter voorbeeld, namelijk dat personeel, bewakers
of de politie drones zien vliegen en niet durven in te grijpen of denken
niet in te mogen grijpen op dat moment. Natuurlijk gebruiken we deze
incidenten volop om lessen te leren. Daarin ben ik het helemaal eens met
meneer Van den Berg. Maar in dit geval was het niet zo dat wij
terughoudendheid voelden om iets te proberen te doen; dat hebben we
juist direct gedaan.
De voorzitter:
De heer Ellian sluit hierop aan, denk ik.
De heer Ellian (VVD):
Zeker. Wat mij betreft is dit het meest relevante punt van … Mijn
buurvrouw, mevrouw Piri, fluisterde mij net in — mag ik dat zeggen? —
dat we het antwoord van de minister begrijpen maar dat onze ervaring een
beetje leert dat dit weleens lang kan duren. De eerlijkheid gebiedt te
zeggen: dit duurt ook al lang, weet ik vanuit mijn ervaring aan de
justitiekant. Ik begrijp dat er allerlei verschillende betrokkenen zijn
in de justitiekolom en de Defensiekolom. Ik zoek er een beetje naar wie
hier nu de leiding in neemt. In aanvulling op de vraag van de collega
van JA21, is mijn vraag: gaan we dit nou regelen met elkaar of niet?
Want als je zegt dat het uitgangspunt is dat ze uit de lucht moeten
kunnen, behoudens proportionaliteit, want het moet proportioneel zijn,
dan moet je dat regelen. Dan kun je de KMar aanwijzen als degene die dat
in principe gaat doen. Dan zou je QRF-teams, Quick Reaction Forceteams,
kunnen maken. Gaan we dat allemaal doen of gaan alle departementen
aanleveren hoe ze ernaar kijken, waarna u een ministerieel overleg gaat
hebben?
De voorzitter:
Helder.
De heer Ellian (VVD):
Sorry. Dit was een lange interruptie. Die mag voor twee tellen, hoor,
voorzitter.
De voorzitter:
Zeker.
Minister Brekelmans:
Het antwoord is natuurlijk "nee". Weet je, we gaan hier niet een beetje
elkaar aan zitten kijken, want wat dat betreft is het heel duidelijk. Op
papier zijn de bevoegdheden volgens mij duidelijk. IenW heeft de
beleidsverantwoordelijkheid als het gaat om het luchtruim. De politie en
de NCTV hebben die als het gaat om nationale veiligheid. De KMar kan
daar vanuit haar politietaak ook een rol in spelen. Defensie kan om
bijstand worden gevraagd en beveiligt specifieke locaties. Volgens mij
is er nu op papier niet een hele grote mate van onduidelijkheid. We gaan
in ieder geval twee dingen doen. Eén. Waar die onduidelijkheid er toch
is, moeten we die heel snel scherp krijgen en moeten we die, als die er
is, opgehelderd krijgen, gewoon zo snel mogelijk, dus binnen enkele
weken. Daarnaast zijn we ook nog bezig met al die scenario's op Schiphol
en op andere plekken, zoals de haven van Rotterdam; wat mij betreft moet
dat uiterlijk begin volgend jaar af zijn. Je kunt verschillende
scenario's bedenken met verschillende autoriteiten, waarin het op papier
wel duidelijk is, maar waarbij de vraag is of we dan ook in staat zijn
om snel in te grijpen en of het duidelijk is wie wat moet doen. Dat kan
zeker geen exercitie zijn, zoals de heer Ellian zei, om dat eens even op
ons gemak te gaan bestuderen. Dat moeten we gewoon heel snel met elkaar
doorlopen. We moeten tot de conclusie komen of het in al die situaties
duidelijk genoeg is en, zo niet, hoe we die verantwoordelijkheden dan
nog scherper moeten definiëren, zodat dat wel duidelijker is.
De heer Ellian (VVD):
Oké, dat klinkt bemoedigend. Ik twijfel er overigens niet aan of deze
minister de urgentie voelt, maar hij is natuurlijk ook gebonden aan
allerlei structuren die nu eenmaal bestaan. Het is de kunst om die
structuren te doorbreken. Ik zou het volgende willen toevoegen over wat
het ingewikkeld maakt; dat zeg ik ook vanuit mijn andere portefeuille.
Er is tegenwoordig een crime-terror nexus; dat weet de minister.
Statelijk en crimineel is nog heel moeilijk van elkaar te onderscheiden.
Iran huurt wereldwijd criminelen in. Ik sluit helemaal niet uit dat
Rusland allerlei types gebruikt om die drones op te laten stijgen. Het
is bekend dat sommige drones vanuit de Emiraten worden aangestuurd. Hier
wil ik mee illustreren dat het strikte onderscheid dat je in Nederland
kent tussen de JenV-kolom, de crisiskolom, de Defensiekolom en bijstand
… De DSI vind ik een heel mooi voorbeeld. Daar zijn we uniek mee in de
wereld. Hupsakee, in bepaalde gevallen gaat de DSI. Dat is een heel
duidelijke crisisstructuur. Zoiets, waarbij heel duidelijk is belegd
welke minister tekent en wie er meekijken, hebben we toch langzamerhand
wel nodig voor dit soort vraagstukken? Ik hoop dat deze minister dat
naar zich toe wil trekken.
De voorzitter:
Is de minister dat met de heer Ellian eens?
Minister Brekelmans:
Misschien maakt het ingewikkelde van drones het in dit geval dan ook
meteen weer makkelijk. In sommige gevallen kun je jezelf namelijk de
vraag stellen … Bijvoorbeeld als het gaat om schepen is het heel
duidelijk. Het is heel duidelijk wanneer iets een marineschip of een
commercieel schip is, maar wat nou die vissersboot is waarop mogelijk
Russische geheime agenten met iets bezig zijn, is dat niet. Dat is een
beetje een grijs gebied. Bij drones weten we het niet. Je kunt niet aan
een drone zien, of direct achterhalen, of er een Russisch netwerk of een
crimineel netwerk achter zit, of dat iemand uit een dorp verderop heeft
gedacht: ik ga de boel eens even verstieren. Dan is het meer vandalisme.
Wat dat betreft is het ingrijpen dan ook hetzelfde. Het is niet zo dat
je een drone ziet en denkt "wie zit daarachter?" en dat dat je handelen
bepaalt. Het gaat om de locatie waar het gebeurt en om wie daar op dat
moment is. In dat specifieke geval is het de politie, die daarvoor
bepaalde middelen heeft, de KMar vanuit zijn politietaak of Defensie,
dat wordt ingeroepen om bijstand te verlenen. Dat bepaalt het
uiteindelijk. Het is afhankelijk van de locatie. Op een militair terrein
kun je wat anders doen dan midden in een dorp of een stad. Daardoor
wordt het bepaald, en gelukkig niet door wie er eventueel achter
zit.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat zet me wel aan het denken. Er zijn locaties in Nederland waar het
toch niet mogelijk zou moeten zijn om er gewoon met een drone van de
Media Markt boven te gaan vliegen. Maar goed, dat gezegd hebbend begrijp
ik wat de minister zegt. Alleen was het verzoek in de motie, die unaniem
is aangenomen door de Kamer en die uiteindelijk ook oordeel Kamer kreeg
vanuit het ministerie "om te komen tot één of meerdere permanente
antidrone-eenheden ter bescherming van kritieke infrastructuur". Mijn
fractie denkt dat de KMar daar het beste geschikt voor is, omdat je dan
zowel civiel als militair hebt. En nu hoor ik de minister toch weer
praten over die oude structuur die we hebben, die volgens ons gewoon
problematisch is. Boven Schiphol geldt er bijvoorbeeld een andere
autoriteit. Vliegt de drone iets verder? Dan is het misschien de
veiligheidsregio. Is het dít, dan is het dát. Wij willen gewoon dat er
duidelijkheid is als er zoiets gebeurt. Ik heb nog niet uit het antwoord
van de minister begrepen dat het kabinet aan de slag is met de
uitvoering van die motie. Ik krijg meer het idee dat wordt gekeken naar
alle huidige structuren en naar waar mogelijke obstakels zitten, maar
dat is wel een andere opdracht dan in de motie stond.
Minister Brekelmans:
Het is als volgt. De politie heeft bepaalde lichte middelen, zou je
kunnen zeggen, maar het is inderdaad de KMar die in staat is om daarvoor
met betere en zwaardere middelen ingezet te worden. Dat is dus volgens
mij in lijn met de motie-Piri. Je hebt plekken in Nederland waar de
KMar, of dat type teams, vast zit, maar dat kan niet in heel Nederland.
Je hebt dus ook plekken waar mobiele teams naartoe kunnen gaan. Dat is
wat ik probeerde te zeggen. Daarnaast hebben wij als Defensie ook een
counterdroneteam met nog zwaardere middelen, maar dat is in die zin niet
zo mobiel. Een deel van die eenheid is nu naar Polen gegaan, om daar de
logistieke hub voor steun aan Oekraïne gelaagd te helpen beveiligen.
Kijk, die zouden we ook in Nederland op bepaalde plekken kunnen inzetten
als er echt sprake is van een grote dreiging; zie bijvoorbeeld de
NAVO-top. Maar die kunnen niet binnen een kwartiertje worden ingezet,
dus dat vraagt een langere tijd. Zo zit die gelaagdheid dus in
elkaar.
De voorzitter:
Check. U kunt verder met de laatste antwoorden.
Minister Brekelmans:
Dan kom ik op de vragen van mevrouw Belhirch over de Europese en de
internationale samenwerking. Laat ik toch even beginnen met het
totaalplaatje, en dan specifiek ingaan op wat wij als Nederland doen. Op
basis van de drone-incidenten die er zijn geweest, en dan met name de
drone-incursies door Russische drones vanuit Oekraïne in Polen, is de
Europese ambitie uitgesproken om … Nou, de term "drone wall" is weleens
gebruikt. Dat is dus de ambitie om een verdedigingsmuur tegen
drone-incursies te ontwikkelen. Daarover ben ik van mening, is Nederland
van mening maar zijn inmiddels overigens ook de EU en ook wel de NAVO
van mening dat het in eerste instantie aan de NAVO is om het militaire
concept daarvoor uit te werken, en dat de EU met name moet zorgen dat de
regelgeving goed in elkaar steekt en dat de industrie wordt
gestimuleerd. En het is uiteindelijk natuurlijk aan de nationale
lidstaten om die dronecapaciteit aan te besteden en verder te
ontwikkelen, en er ook voor te kiezen, zoals wij nu in Polen doen, om
bepaalde drone-eenheden in te zetten.
Natuurlijk geldt wel dat wij allemaal voor een vergelijkbare opgave en
voor een vergelijkbare uitdaging staan. Als het dus gaat om de kritieke
capaciteiten die we in Europa moeten ontwikkelen, is de dronecapaciteit
er daar eentje van. Wij zijn als Nederland wat betreft onze
drone-industrie behoorlijk vooruitstrevend. We hebben veel
droneontwikkelaars en ondernemers en wetenschappers die zich met
bepaalde technologie in die drones bezighouden. Als ik in Oekraïne kom,
is het bijvoorbeeld mooi om te zien dat er zelfs relatief dicht bij de
frontlinie Nederlandse ondernemers zijn om zowel technologie te leveren
als daarvan te leren. Dat illustreert alleen maar hoever wij daarin
zijn. Op dat vlak moet meer Europese coördinatie komen en we moeten
ervoor zorgen dat we meer gezamenlijk gaan ontwikkelen. Daarom stappen
wij als Nederland samen met Letland en Kroatië naar voren om die
"capability area", zoals dat heet, te coördineren. We gaan niet alles in
Europa doen, maar we willen wel met dit groepje van drie landen in
Europa stimuleren dat lidstaten willen deelnemen aan de ontwikkeling van
de capaciteit. Overigens zijn er negen capability areas gedefinieerd,
waar drones er één van zijn. Voor zover ik weet heeft er tot nu toe pas
bij één van die negen capability areas ook een bijeenkomst
plaatsgevonden: die van drones. Die bijeenkomst hebben wij als Nederland
georganiseerd. Dat wij dat voortvarend oppakken, wordt ook enorm
gewaardeerd door alles en iedereen, onder andere door de Europese
Commissie. Ik begrijp vragen als "wat denkt u dat er vanaf 1 december
is?" en "wat is de tijdslijn?" dus heel goed. Maar we zijn die
"werkstroom", zoals dat heet, aan het opzetten, aan het ontwikkelen en
verder aan het coördineren. Als Nederland nemen wij daarin binnen Europa
echt het voortouw; wij lopen daarin voorop. Wij zien de urgentie dus. Ik
hoop dat de 26 andere lidstaten dat ook wat meer gaan doen.
Mevrouw Belhirch (D66):
Dank voor de beantwoording, minister. Er is dus al een eerste sessie in
Nederland geweest, maar wordt er gezien de recente ontwikkelingen geen
versnelde tijdslijn aangehouden? U sprak eerder in uw beantwoording al
over de versnelde capaciteit en het voorstel voor deze suppletoire
begroting. Maar we weten al een aantal maanden dat er drones via de
luchtruimen van andere landen vliegen. Ik wil dus toch een preciezer
antwoord op mijn vraag. Waarom nu pas die versnelde capaciteit en extra
gelden? Is er met wat er nu is gebeurd, niet extra nadruk nodig op wat
meer versnelling in de Europese agenda? U geeft nu namelijk eigenlijk
aan dat er niets verandert. Zoals u het al deed, blijft u het ook
doen.
Minister Brekelmans:
Ik noemde in het begin een heel rijtje. Kijk wat we samen met Oekraïne
doen. Kijk naar het actieprogramma voor onbemenste systemen dat we in
Nederland hebben, APOS. Kijk naar de dronechallenges die de
staatssecretaris heeft uitgezet: hij heeft aan de industrie gevraagd om
met een voorstel voor counterdrones te komen. Daar zit ook een hele
duidelijke deadline aan. Kijk ook naar het actieprogramma over drones,
waar we al 1,5 miljard in hebben zitten voor Oekraïne. Het is allemaal
gericht op versnelling en contracten uitzetten bij de industrie. Het
liefst gaat dat in Nederland, maar als dat niet lukt, gebeurt het in
Europa. We doen alles om innovatie aan te jagen en te versnellen. Ik
wilde meer zeggen dat we niet op Europa moeten wachten voor de dingen
die wij in Nederland moeten doen. Europa gaat niet de antwoorden geven
op de vraag hoe wij ervoor moeten zorgen dat we, als er de volgende keer
een drone op Volkel komt, die nog sneller waarnemen en nog sneller
uithalen. Dat moet allemaal heel snel doorgaan. Je ziet alleen dat
landen toch behoorlijk veel hetzelfde aan het doen zijn. Zijn er
mogelijkheden zijn om dat beter te coördineren en meer van elkaar te
leren? Moeten we misschien ook gezamenlijke orders doen? Het is namelijk
tot nu toe allemaal behoorlijk nationaal gericht. Dat zijn allemaal
vraagstukken die in die werkstroom worden opgepakt. Ook de Europese
Commissie ziet namelijk dat we in Europa wat betreft drones een
capability hebben te ontwikkelen. Dat geldt voor het verdedigen van, zou
je kunnen zeggen, heel Europa. Het geldt nog specifieker voor de
Shahed-drones, die Russische drones die door Oekraïne in Europa
terechtkomen. Dat zijn hele andere type drones dan die waar we het
afgelopen weekend over hadden.
Dit zijn allemaal dingen die in die werkstroom worden besproken met zo
veel mogelijk landen en lidstaten. Wij als Nederland lopen daar het
hardste in van allemaal. Wat mij betreft mag dit nog harder; aan
Nederland zal het echt als laatste liggen. Maar goed, coördineren met 26
landen die allemaal iets aan het doen zijn, die hun eigen industrie, hun
eigen ideeën en hun eigen belangen hebben, zal niet direct van vandaag
op morgen tot fantastisch resultaat leiden.
De voorzitter:
Oké. Ik denk dat ik daarmee doorga naar de staatssecretaris. Nee, wacht.
Heeft u nog een vraag, mevrouw Belhirch? Ja? Dan ga ik daar eerst
naartoe.
Mevrouw Belhirch (D66):
Niet alle vragen zijn beantwoord.
De voorzitter:
Niet alle vragen zijn beantwoord. Weet de minister om welke vragen het
gaat?
Minister Brekelmans:
Er zijn ook vragen die de staatssecretaris oppakt, zoals vragen over de
opleiding van jongeren.
De voorzitter:
En over de aankoop van materieel.
Minister Brekelmans:
Ja, de aankoop van materieel en dat soort vragen.
De voorzitter:
Mevrouw Belhirch mist toch nog een vraag. Welke is dat?
Mevrouw Belhirch (D66):
De minister heeft het erover gehad dat hij niet altijd alles met ons kan
delen. Dat begrijp ik, maar ik had gevraagd of de minister ons wat
proactiever kan informeren over het waarborgen van de operationele
veiligheid, in plaats van dat wij hem daarover eerder zien op het nieuws
en bij praatprogramma's dan dat wij de informatie krijgen.
Minister Brekelmans:
U moet zich voorstellen dat op het moment dat zich iets voordoet zoals
het sluiten van de luchthaven Eindhoven, iedereen natuurlijk heel veel
vragen heeft. Zo'n beetje ieder medium hangt aan de telefoon met de
vraag wat er aan de hand is. Aan de ene kant probeer je het beeld scherp
te krijgen, aan de andere kant probeer je op dat moment allereerst om de
mensen daar te informeren, en breder ook de bevolking in Nederland, die
heel veel interesse heeft. Zeker in de hitte van het moment is onze
aandacht gericht op hoe we zorgen dat we meer zeggen over datgene wat we
weten, zonder dat we te veel prijsgeven van wat we niet willen
prijsgeven of dat we fouten maken omdat we een eerste beeld hebben dat
nog niet compleet is. In dat weekend was daar onze eerste aandacht op
gericht. Toen die zondag het stof wat was neergedaald, zijn we begonnen
met de Kamerbrief. Daarin moeten dan alle feiten op een rij komen. Daar
vinden ook weer aanpassingen aan plaats. Uiteindelijk is die brief
volgens mij maandagavond verstuurd, dus 48 uur nadat een en ander
daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Dat willen we zo snel mogelijk doen.
Het is niet zo dat we er bewust mee hebben gewacht. Toen we dachten dat
we genoeg beeld hadden over die incidenten, was dat het moment om de
brief naar de Kamer te sturen.
De voorzitter:
Had mevrouw Maeijer nog een vraag gemist?
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ja, maar mogelijk wordt die beantwoord door de staatssecretaris. Dat
weet ik niet helemaal zeker.
De voorzitter:
Zullen we dat eerst afwachten en daarna kijken of er nog vragen
leven?
Mevrouw Maeijer (PVV):
Daarnet kwamen de kritieke locaties al even ter sprake. Ik weet niet of
… Oké, dan wacht ik even.
De voorzitter:
Ja. De heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoorde de minister zeggen dat wanneer die drones bij de luchthaven
aankomen, het niet altijd direct duidelijk is wat de herkomst van die
drones is. Dat is heel begrijpelijk. Tegelijkertijd hebben naar mijn
weten in ieder geval de civiele drones een Remote ID of andere
transponders waarmee je direct kunt kijken of die drone wel of niet
geregistreerd is, bijvoorbeeld via de RDW. Is het niet zo dat we dan wel
degelijk kunnen zien of zo'n drone gewoon in gebruik is voor civiele
doeleinden? Zo niet, heb je dan toch ook gelijk een indicatie of dat
niet toch militair is?
Minister Brekelmans:
Er zijn natuurlijk allerlei varianten denkbaar. Misschien wil de
staatssecretaris er nog iets meer over zeggen. Je hebt inderdaad drones
die zijn geregistreerd, maar je hebt ook drones die niet zijn
geregistreerd. Je kunt je ook voorstellen dat een civiele drone
misschien wordt gebruikt voor kwaadwillende doeleinden. Alle informatie
die wij kunnen achterhalen, gebruiken we natuurlijk om het beeld te
vervolmaken, maar helaas is het niet zo digitaal dat je meteen kunt
zeggen "oh, daar is niks aan de hand" of "daar is wel iets aan de hand."
Helaas is het allemaal iets ambiguer.
Ik wil nog iets zeggen over de prioriteit voor de komende tijd; de
staatssecretaris zal er zo ook op ingaan. Wat we natuurlijk steeds doen
bij de aanschaf van alle capaciteit die we hebben, is prioriteiten
stellen, want zoals ik aan het begin al zei, is het niet zo dat we heel
Nederland kunnen afdekken zoals we dat bij de NAVO-top hebben gedaan. Je
kijkt dus steeds wat de locaties zijn waar de risico's relatief groot
zijn. Vandaar ook dat we capaciteit op Volkel en Eindhoven klaar hadden
staan. Op het moment dat we meer capaciteit hebben, maken we die
afweging natuurlijk ook. Die gaan we dan niet ergens op een lege plek in
een weiland neerzetten, die zetten we dan neer op plekken waar er sprake
is van vitale infrastructuur, van militaire locaties of van andere
risico's. Die prioriteiten breng je natuurlijk altijd aan.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kan ik het woord geven aan de staatssecretaris, die nog
een aantal vragen heeft over de aankoop van systemen, de verwerving van
toekomstige systemen en de kritieke locaties.
Staatssecretaris Tuinman:
Voorzitter, dank u wel. De minister gaf mij net even de ruimte om nog
iets te zeggen over het type vluchten. Eigenlijk heb je drie type
dronevluchten. Je hebt dronevluchten waarbij de drone daadwerkelijk z'n
ID heeft aan staan en je 'm dus kunt herkennen en op een plek vliegt
waar die mag vliegen. Dan is er niks aan de hand. Je hebt drones die hun
ID aan hebben staan en vliegen op een plek waar ze niet mogen vliegen.
Daar heeft u inderdaad gelijk in. Alle vliegvelden hebben daar
detectiemiddelen voor, want die meldt zich sowieso aan. De laatste
categorie is de lastigste, en daar gaat de meeste dreiging van uit:
drones die geen ID hebben, dus geen identificatie hebben. Dan maakt het
niet zo heel veel uit waar ze vliegen. Die moet je uiteindelijk zien te
onderscheiden. Die laatste categorie is de lastigste, want je hebt
detectiemiddelen nodig om te identificeren waar dat ding zit, of het een
bedreiging vormt voor de vliegveiligheid en voor de operationele
veiligheid, bijvoorbeeld op Volkel, en op wat voor manier je dat
uiteindelijk kunt aanpakken.
Voorzitter. Dan zal ik nu de vragen beantwoorden. Ik zal me richten op
de oplossingen en wat we allemaal aan het doen zijn. Ik snap heel goed
dat uw Kamer vragen heeft over de urgentie. Ik ben samen met de minister
anderhalf jaar geleden voortvarend van start gegaan. We hebben ook een
Defensienota neergelegd, waar het actieplan over onbemande systemen echt
een groot onderdeel van uitmaakt. Ook hebben we op het gebied van inkoop
de zaken echt versneld en de prioriteiten anders gesteld. Vroeger waren
dat kwaliteit en prijs: voor de laagste prijs wilden we voornamelijk de
kwaliteit die voldoende is. Daar hebben we nu een aantal criteria aan
toegevoegd. Het allerbelangrijkste is: tijdigheid. Hoe zorg je ervoor
dat je spullen van voldoende kwaliteit hebt, het liefst ook nog
strategisch autonoom, zodat je niet afhankelijk bent van anderen waar je
niet afhankelijk van wilt zijn, en dat je die spullen snel kunt krijgen?
Dat is eigenlijk het beleid, de richting die we daarin gekozen
hebben.
Ik loop met u de middelen en systemen door die we al hebben. Een aantal
Kamerleden had de vraag wat er nou eigenlijk precies in dat stuk staat.
Vervolgens geven we een doorkijk naar wat daar in de nabije toekomst
voor nodig is. Wat hebben we nu bijvoorbeeld aan detectiesystemen?
ReDrone, dat we op de NAVO-top hebben gebruikt. Ook hebben we specifieke
vuurwapens en elektromagnetische middelen; die hadden we ook voor de
NAVO-top afgeschaft. We zitten dus ruim in de spullen en die gebruiken
we op dit moment ook nog. Niet alle systemen die nodig of goed zijn om
drones uit te schakelen zijn specifieke counterdronesystemen. We hebben
bijvoorbeeld remote-controlled wapensystemen. Dat is een geautomatiseerd
wapensysteem, bijvoorbeeld een mitrailleur, dat je kunt aansturen op
basis van sensoren. Die zitten op onze Bushmasters. We hebben manpads,
bijvoorbeeld de Stingers, en de gelaagde luchtverdediging. We hebben ook
wat grotere wapensystemen tegen drones. Dat is wat we nu allemaal al in
onze toolbox hebben zitten.
Dan waren er ook een aantal vragen over wat er nou precies in de brief
zit. We hebben u twee aanvullende brieven gestuurd. Eentje gaat over de
aanvullende investeringen in counter-UAS, de unmanned aerial systems. We
hebben u ook een A-brief gestuurd over de behoefte met betrekking tot
maritieme counterdronecapaciteit.
De aanvullende middelen in de brief behelzen het volgende: Skyrangers
zijn tanks met een kanon erop en een radarsysteem, die met elkaar zijn
geïntegreerd. Dat is echt nodig voor je combatoperaties in hoofdtaak 1.
In januari heb ik u een brief gestuurd, een D-brief, waarin we
daadwerkelijk overgaan tot contractering van een hoop van die
voertuigen, van die Skyranger 30's. Met deze brief gaan we nog meer
boven op dat contract zetten. Het is dus eigenlijk niet nieuw wat we
doen, maar we vullen het aan.
Het tweede wat we doen, is de enhanced All Arms Air Defence. Eigenlijk
is dat de vierkante meter van een militair. In dat project zit
bijvoorbeeld een detectiemiddel waarmee jij als individuele militair in
een combatzone maar ook voor je team drones kunt detecteren, kunt zien
welke richting ze opgaan en hoever ze van je af zijn. Wat er ook in zit,
is jammingcapaciteit, en dat je daadwerkelijk als individuele militair
een mogelijkheid hebt om die drones uit de lucht te halen. Het is dus
ook geen nieuw project, maar het is al in uitvoering. De contracten
daarvoor zijn al getekend. We gaan er extra budget bovenop doen en dan
gaan we er meer van afroepen. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor de
remote controlled wapensystemen, zowel voor onze lichte
infanterie-eenheden zoals mariniers, als voor de Luchtmobiele Brigade.
Daarvoor gaan we ook meer voertuigen aankopen en dat is ook geen nieuw
project. Dat is het FLATM-PV: wielvoertuigen die je nodig hebt om van de
waterrand over het strand op het land te komen. Van die voertuigen gaan
we er ook extra aankopen, met van die remote controlled wapensystemen,
maar ook met dronedetectiesystemen, die IRIS-systemen die hier uit het
Nederlandse ecosysteem komen. Een ander lopend project is bijvoorbeeld
het versterken van de maritieme counterdronemiddelen. Dan heb je het
over miniguns en soft- en hard-kill-capaciteiten. Daarover heb ik u deze
week ook een A-brief gestuurd, waarin ik schrijf over het zetten van de
eerste stappen tot het ontwikkelen van een hard-kill-systeem voor drones
vanaf onze fregatten en dat soort zaken. Dat is al een bestaand
landsysteem, maar dat moeten we nu maritimiseren. Daar ga ik u in Q1 van
2026 de volgende brieven over sturen.
Daarbij wil ik ook nog aangeven dat we een aantal weken geleden een
challenge in de markt hebben gezet, die het bedrijfsleven, specifiek het
Nederlandse ecosysteem, aanmoedigt om een counterdronesysteem te
ontwikkelen. Dat is dus eigenlijk een drone: een
counterdrone-dronesysteem. Daar zit best wel wat geld in, maar ik kan
niet zeggen hoeveel. Het gaat daarbij niet alleen om het ontwikkelen van
de technologie of het afroepen van een aantal prototypes, maar er zit
gewoon een contract aan vast, dat uiteindelijk naar serieproductie gaat.
Daar zit een krappe deadline op, en er zijn nu al meer dan honderd
bedrijven die daaraan gaan werken, ook met elkaar in consortiums. We
vullen dus niet alleen de capability in, de behoefte die we hebben, maar
we ontwikkelen ook de industrie en de innovatie.
We hebben het nu gehad over wat we hebben en over de korte termijn, maar
op de langere termijn ziet u dat gewoon een structurele …
De voorzitter:
Voordat we naar die langere termijn gaan: er is een interruptie voor u
van de heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Voorzitter, ik moet u eigenlijk toestemming vragen of ik deze
interruptie nog mag plegen, want hij valt een beetje buiten het bestek
van dit wetgevingsoverleg, maar het gaat over die prijsvraag die de
staatssecretaris net benoemde.
De voorzitter:
Het is een belendend perceel. Stelt u de vraag.
De heer Ellian (VVD):
Dat waardeer ik. Ik was gisteren bij een bijeenkomst van de
Metropoolregio Amsterdam waarin complimenten over die prijsvraag werden
gegeven aan, in zekere zin, u als staatssecretaris en aan Defensie. Er
werd gezegd: dit is nou een goede manier om innovatie te stimuleren! In
plaats van tot in details specificeren wat je nodig hebt, stel je gewoon
de vraag: ik wil dit ongeveer hebben, wie kan er iets leveren? De vraag
is dus, en dat valt een beetje buiten het bestek van dit WGO, of de
staatssecretaris dit vaker gaat doen. De reacties hierover waren gister
namelijk echt louter positief.
De voorzitter:
U krijgt dus de complimenten van de MRA en de vraag of u dit vaker gaat
doen, even als intermezzo tussen de korte termijn en de lange
termijn.
Staatssecretaris Tuinman:
Dat gaan we zeker meer doen. Sterker nog, we doen dat al meer. Heel veel
behoeftes, die we normaal gesproken helemaal zouden onderzoeken met
bijvoorbeeld een heel behoeftestellingstraject en een heel
aanbestedingsproces, voegen we nu veel meer samen. Waarom dit werkt en
nodig is, is denk ik omdat de innovatie van drones en heel veel
militaire technologie zo snel gaat dat je eigenlijk niet meer kunt
vaststellen welke behoefte je hebt. Dat is dus: materieel ontwikkelen en
dat we dat voor de komende twintig jaar gaan gebruiken. We hebben dat al
eerder gedaan, ook in het belendende perceel op het gebied van alles wat
te maken heeft met ruimtevaart, de military use of space. Op basis van
een pre-event van de NAVO-top hebben we de industrie toen eigenlijk
dezelfde vraag gesteld: willen we met z'n allen afhankelijk blijven van
Starlink van Elon Musk, en als dat niet het geval is, zijn er dan
partijen hier in Nederland die daar iets in kunnen betekenen? Dat was
het geval. Wij hebben gevraagd: willen jullie een propositie opstellen,
die in dit volume past voor de komende jaren? We hebben gezegd: als dat
realistisch is, dan zijn wij bereid om in te stappen. Daar hebben we dat
ook gedaan en dat gaan we dus nog meer doen.
De voorzitter:
More challenges to come, heel mooi. Mevrouw Maeijer van de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter, ik heb een korte vraag. De staatssecretaris schetst een hele
lijst aan investeringen. Als ik naar de brief kijk, staat er met
betrekking tot de IRIS-radars specifiek dat Defensie nog in 2025 over
operationale drone-interventieteams wil beschikken, maar wat is de
termijn voor de rest? Wanneer zou dat operationeel moeten zijn?
Staatssecretaris Tuinman:
Zo snel mogelijk. Nee goed, eens: die IRIS-radars liggen in principe
eigenlijk al in het schap. We moeten dus zo snel mogelijk bewegen. Dat
is ook de reden — ook dank aan uw Kamer — dat we vandaag de isb snel
behandelen. Hopelijk kunt u er morgen over stemmen, want dat hebben we
uiteindelijk nodig om de verplichtingen aan te gaan. Het kan dan zomaar
zo zijn dat we binnen twee weken deze IRIS-radars gewoon uit het schap
kunnen halen en kunnen gaan inzetten. Voor de andere systemen moet ik u
verwijzen naar de brief die ik in januari heb gestuurd over de
Skyrangers. Dat duurt wat langer. In die brief staat ook waarop we ons
richten: '28. We zeggen daarvan ook dat dit gat eigenlijk te groot is.
Daarom investeren we nu ook in drone-interventiesystemen. Ik gaf u aan
dat we al voertuigen in ons repertoire hebben zitten, waarvan we er
extra bijbestellen. Er zitten ook all-terrainpatrouillevoertuigen — de
afkorting zal ik u besparen — in het project, dus voor alle terreinen.
Zo vullen we het gat dat er zit, zodat de operationele eenheden, de
brigades al begin '26 over capaciteit beschikken.
De voorzitter:
U kunt door met de lange termijn.
Staatssecretaris Tuinman:
De lange termijn, ja. Voor de langere termijn hebben we in ons
Defensie-investeringsplan al die zaken daadwerkelijk al zitten. Een
voorbeeld daarvan is de brief die ik u van de week heb gestuurd over
maritiem. We hebben het ook voor land en uiteindelijk ook voor lucht in
onze plannen zitten. Ik wil daarbij zeggen: het gaat niet alleen over
spullen kopen. We hebben als Defensie, en als defensies in Europa, ook
een verantwoordelijkheid om te investeren in industrie en innovatie. Dat
doen we door middel van het beleid dat we hebben neergelegd met de
Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie. We zijn er actief mee
aan de slag. Niet alleen een drone bouwen en die leveren is een ding.
Uiteindelijk maakt, zowel in de detectie als in het aangrijpen, de
software die je erin draait ook het verschil. Die moet je eigenlijk elke
paar weken updaten. Heel mooie bedrijven, ook uit Nederland, zijn daar
goed in. Die stimuleren we nu ook vanuit de NLD-gebieden. Dat zijn de
gebieden die we hebben aangewezen om specifiek als Nederland koploper te
zijn.
Dat wat betreft de korte termijn, wat we nu gaan doen en de middellange
en lange termijn. Dan waren er een aantal andere vragen. Mevrouw Piri
heeft ook nog gevraagd of wij als Nederland voldoende hebben om onze
eenheden te kunnen beschermen. We hebben het nu heel veel over drones.
Dan hebben we het heel veel over de drones die laag zitten, dus de
eerste laag, de eerste categorie. Je hebt ook nog een ander type drones,
bijvoorbeeld de Shahed en de kruisvluchtwapens, en alles wat nog sneller
gaat dan dat. Als je je eenheden in een gevechtssituatie uiteindelijk
een paraplu wilt bieden op het gebied van drones, raketten en
kruisvluchtwapens, heb je een gelaagde luchtverdediging nodig. Dat is
heel belangrijk. We hebben daar het afgelopen jaar ook flink in
geïnvesteerd, zowel op het gebied van counterdrones als NASAMS,
middellange-afstandsraketten waarmee je vliegtuigen, helikopters en
Shaheds uit de lucht kunt schieten. Additioneel hebben we ook
geïnvesteerd in Patriotcapaciteiten. Zo zie je dat we al die
dreigingslagen uiteindelijk bij elkaar brengen. Dat gaat zich de komende
jaren allemaal vullen. Wat dat betreft hebben we die investeringen goed
liggen, denk ik. Op dit moment hebben wij gelukkig nog Patriots en
AMRAAM-raketten. We hebben dus counterdronesystemen en -middelen, die we
met deze brief aanvullen. Het kan altijd beter, maar we kunnen op dit
moment onze eenheden dus van de bescherming voorzien die ze nodig
hebben.
Er was ook nog een vraag, volgens mij van mevrouw Piri en mevrouw
Maeijer, met betrekking tot het feit dat we natuurlijk investeren in
counterdronecapaciteiten voor de eenheden die straks daadwerkelijk het
gevecht voeren. Ik ben het met u eens: when the shit hits the fan, zijn
die eenheden niet in Nederland; die zijn daarbuiten. Maar ik ben ook zo
eerlijk om te zeggen dat die eenheden het gevaarlijkste werk doen — dat
zie je ook in Oekraïne — en dat we er dus ook voor moeten zorgen dat zij
de allerbeste spullen hebben om dat werk voor elkaar te krijgen.
Je kunt het eigenlijk langs drie lijnen verdelen. Je moet kijken of je
uiteindelijk in die combatsituaties, in die gevechtssituaties, je
eenheden en je missies kunt verdedigen en of je daar de juiste spullen
voor hebt. Je moet hier in Nederland kijken naar je militaire objecten.
Dat zijn niet alleen kazernes; het gaat ook om oefenterreinen,
testfaciliteiten en dat soort zaken. En je moet kijken naar je kritieke
infrastructuur, voornamelijk in de rol die Nederland ook heeft als Host
Nation Support. Daar horen ook een haven en dat soort zaken allemaal
bij. Het lastige is wel dat wat je in combat nodig hebt, niet altijd
past om de haven te verdedigen. En wat je in Nederland nodig hebt om je
kritieke infrastructuur en je eigen objecten te beveiligen, is vaak
statisch en past niet altijd in een dynamische omgeving waarin je
uiteindelijk ook moet kunnen knokken. Het hele pakket dat ik net heb
aangegeven, kunnen we eigenlijk als een heel setje bij elkaar
neerleggen. Dat is dus wat we al hebben, wat er al heel snel aan komt en
wat er voor de middellange en lange termijn in de plannen staat.
Daarover wil ik nog iets zeggen wat ook in de brief staat. Onder die
Skyrangers zit een rupsvoertuig, maar je kunt er ook iets anders onder
zetten. Dan kun je die echt wel op statische locaties gebruiken. We
moeten allemaal nog gaan uitvinden hoe en wat, en hoe dat slim te doen
is, maar we hebben wel de stap naar voren gezet door een aantal extra
daarvan aan te schaffen, zodat we die uiteindelijk ook in Nederland
specifiek kunnen gaan inzetten.
Mevrouw Belhirch vroeg hoe we ervoor zorgen dat de antidronecapaciteit
meegroeit met de dreiging van morgen. Ze heeft er helemaal gelijk in dat
ze die vraag stelt. Dat doe je niet alleen door spullen te kopen die op
de markt beschikbaar zijn, maar ook door samen met kennisinstituten als
NLR, TNO, MARIN en ook universiteiten challenges uit te zetten en ervoor
te zorgen dat je de industrie ook hier en daar daadwerkelijk stut, zoals
we dat ook hebben opgeschreven met betrekking tot het versterken van de
defensie-industrie in Nederland en daarbuiten, inclusief het budget dat
we daarachter hebben gezet. En het allerbelangrijkste om te doen — dat
doen we ook — is continu blijven leren. Je kunt wel denken dat je de
beste spullen hebt, maar degene die bepaalt of je de beste spullen hebt
of niet, is de tegenstander. The way to go is hoe we samenwerken met
Oekraïne en hoe we samen op basis van Oekraïense ervaringen en met
Oekraïense eenheden, met hun industrie en onze industrie en samen met
instituten hier slimme dingen verzinnen die we daar met elkaar gebruiken
en omgekeerd. Dat is de enige manier om bij te blijven.
Voorzitter. Uw commissie vroeg ook nog of de commissie de omvang van het
pakket, dus de kwaliteit, de kwantiteit en wat meer van die zaken,
vertrouwelijk zou kunnen krijgen. Als dat gewenst is, kunnen we erover
nadenken om u op korte termijn een vertrouwelijke bijlage bij de
Kamerbrief Update investeringen in additionele Counter-UAS capaciteit te
doen toekomen, waarin we ingaan op de financiële gegevens. Dan ziet u
daadwerkelijk hoe het budget dat hierin zit uiteindelijk in die andere
projecten komt of eventueel in nieuwe projecten. U ziet dan ook
aantallen en eventuele beoogde levertijden van de verschillende
materiële investeringen. Daarbij wil ik wel aangeven dat u in het
Defensie Materieel Proces dat we met uw Kamer hebben afgesproken één
keer per jaar van mij het Defensie Projectenoverzicht krijgt. Daar wordt
het sowieso in opgenomen. Dan krijgt u dat sowieso inzichtelijk. Maar
als de Kamer daar behoefte aan heeft, wil ik wel kijken of we er eerder
een vertrouwelijke bijlage bij kunnen doen, zodat u inzicht heeft in hoe
dat uiteindelijk precies allemaal in elkaar steekt.
Meneer Van den Berg van JA21 had nog een vraag over geofencing. Even
heel specifiek: dit gaat inderdaad over die DJI-drones. Eigenlijk is dat
gewoon Chinese troep. Het vliegt goed en is heel goedkoop; dat is de
reden waarom een hoop mensen ze ook daadwerkelijk gebruiken. Nu blijkt —
dat is de laatste informatie die wij hebben — dat DJI uiteindelijk die
applicatie eruit heeft gehaald. Het is de verantwoordelijkheid van de
minister van IenW. Ik zal hem daar ook op aanspreken. De minister zit er
eigenlijk ook altijd wel als een driving force achter. Meestal ben ik
degene met veel woorden en veel tijd, maar deze minister is goed
aanwezig. In de interdepartementale samenwerking wordt hier ook over
gespreken.
De voorzitter:
Er is in deze commissie nu al gesproken over MediaMarktdrones en over de
drones die de staatssecretaris net typeerde en die je vermoedelijk bij
Temu kunt bestellen. Het is natuurlijk wel waar dat er uit China ook
behoorlijk geavanceerde drones komen. Maar goed, dat geheel
terzijde.
Staatssecretaris Tuinman:
Nee, zeker, zeker. Mijn advies zou zijn: koop geen Chinese rotzooi, want
dat spul is in Nederland ook te vinden.
De voorzitter:
Koop geen Chinese rotzooi, want die hebben we zelf ook.
De heer Van den Berg (JA21):
Het is weer eens wat anders om de staatssecretaris een drone te horen
ontraden in plaats van een motie. Allereerst dank voor de toezegging:
heel fijn dat u daaraan wil werken met de minister van IenW. Ook dank
voor de vertrouwelijke bijlage. Ik vraag me wel nog iets af. Sinds
januari dit jaar is die geofencing afgeschaft vanuit DJI. Merken we
sindsdien dat we meer last hebben van drones in gebieden waar we die
liever niet hebben? Misschien moeten we dat bij IenW navragen.
De voorzitter:
Ik denk inderdaad dat dat een vraag is voor de minister van IenW. Ik
weet niet of de staatssecretaris daar iets over kan zeggen.
Staatssecretaris Tuinman:
Voorzitter, ik volg uw leiding hierin. Ik denk inderdaad dat dat bij de
minister van IenW ligt. Wij zitten op regelmatige basis
interdepartementaal bij elkaar. Deze vraag neem ik of de minister mee,
want ik vind het relevant om dit te bespreken.
Voorzitter. Dan nog een aantal vragen over mogelijke vertragingen. De
vraag was of we in gesprek zijn met fabrikanten. Jazeker, dat zijn we.
We grijpen elke mogelijkheid aan om te versnellen in inkoop en interne
procedures. Ik heb u daar laatst een aantal brieven over gestuurd.
Volgens mij gaan we binnenkort weer rapporteren over wat we allemaal aan
het doen zijn en dat we daar ook wel wat resultaat op boeken.
Een van uw leden vroeg geloof ik ook of ik kijk wat er daadwerkelijk in
de schappen ligt. Ik kan daar best wel eerlijk over zijn: er ligt niet
zo heel veel spul in de schappen. Iedereen is aan het inkopen. Nederland
doet dat, maar al onze Europese partners ook. Sterker nog, we zijn juist
met de Defensiestrategie en het daaraan gekoppelde budget bezig om die
industrie en die ecosystemen op te schalen en te faciliteren, zodat ze
uiteindelijk ook meer kunnen gaan produceren. Op dit moment is het
eerder andersom. We proberen heel snel verplichtingen aan te gaan. Dat
is ook het verzoek vanuit de industrie en de bedrijven zelf zodat zij
zekerheid hebben en financiering kunnen regelen. Wij kunnen dat ook doen
met wat voorfinanciering. Zo kunnen we uiteindelijk meer in de schappen
krijgen zodat het richting de eenheden kan gaan. Nogmaals, we werken
actief samen met de fabrikanten om die capaciteit op te bouwen.
De heer Van den Berg vroeg: wat nou als we die IRIS-radars en Skyrangers
in vergelijkbare situaties eerder hadden gehad? Had dat tot betere
onderscheppingen kunnen leiden? Wat ik daarover wil zeggen, is dat niet
elke aankoop of elk systeem past in elke situatie, ook op het gebied van
detectie. We kijken nu heel veel naar radars, voornamelijk naar
specifieke radars die in Oekraïne ook goed werken. Dat zijn radars die
specifiek zijn voor heel dichtbij. Dan werken ze goed. Maar radars zijn
ook te jammen. Je kunt ze uiteindelijk ook misleiden. Dan heb je weer
andere sensoren nodig. In Oekraïne zie je dat er veel gewerkt wordt met
akoestische sensoren. Je kunt ook met spacecapaciteiten werken.
Hetzelfde geldt voor de middelen die je gebruikt om in te kunnen
grijpen. Je moet elke keer heel goed bekijken wat de situatie is waarin
je ze wilt toepassen. Welke middelen wil je waarvoor inzetten? Het
allerbelangrijkste dat je je altijd als eerste moet afvragen, is wat je
eigenlijk probeert te beschermen. Dat is de combinatie waarmee je daar
goed naar zou moeten kijken. Ik denk dat het duidelijk is dat
IRIS-radars relevant zijn, ook in Nederland, anders hadden we niet in de
brief geschreven dat we daar snel extra exemplaren van willen kopen en
dan hadden we nu ook niet bij elkaar gezeten. De reden is namelijk dat
we ze zo snel mogelijk willen invoeren. Die Skyrangers zijn echt een
kanonsysteem. Het laatste wat je wil, is dat je vanaf maaiveldhoogte
30-milimeterpatronen vanaf een kilometer of 8 van Volkel Eindhoven
inschiet. Dat moeten we niet hebben. Dat moet je met andere middelen
doen.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat wekt toch mijn interesse. U zei net: we hadden de NAVO dus eigenlijk
goed dichtgetimmerd; zelfs Denemarken vroeg naar onze ervaring en hoe
dat ons was gelukt. Ik vraag mij dan toch af waarom het bij de NAVO wel
lukte met luchtdoelsystemen en elektromagnetische systemen, en waarom
die systemen nu niet werken bij een civiel en dichtbevolkt gebied zoals
Eindhoven Airport?
Staatssecretaris Tuinman:
Allereerst: dit is een leerevent. Daar leren we goed van. Sterker nog,
van de NAVO-top zijn we eigenlijk nog steeds aan het leren. Ik kan er
niet alles over zeggen, maar wat ik er wel over kan zeggen, is dat voor
de drones bij de NAVO-top in Den Haag alles wat je kunt hebben op het
gebied van detectie en dat soort zaken bij elkaar zat. Het tweede punt
is: over het algemeen waren dat dronevluchten die in de tweede categorie
vallen. Dat zijn drones die zichzelf met een ID identificeerden, maar op
een plek vlogen waar dat niet mocht. Nu we naar de events van afgelopen
weekend kijken, zijn we goed aan het uitzoeken hoe dat nou allemaal
precies zit. Het zou goed kunnen dat het, wanneer die drones zonder
detectie vliegen, weer een ander verhaal wordt.
De voorzitter:
Helder. U kunt doorgaan met de beantwoording.
Staatssecretaris Tuinman:
Voorzitter. Mevrouw Maeijer vroeg of er bij de productie en het stellen
van behoeftes ook goed wordt gekeken naar de eigen industrie. Dat doen
we zeker. De ambitie, of in ieder geval de noodzaak, is om meer zelf te
doen. Eigenlijk is dat tweeledig. Enerzijds is het zo dat als je alles
in het buitenland koopt, je ook achteraan staat, of je moet heel veel
geld betalen. Ten tweede is de totale marktcapaciteit van de
defensie-industrie beperkt. Ook Nederland moet dus zijn steentje
bijdragen. In Nederland hebben we nog steeds wat ruimte in onze
industriële productiecapaciteit, of de ruimte om deze op te schalen.
Kijk bijvoorbeeld naar VDL: daar is echt nog wel ruimte om op te
schalen. We hebben daar dus een dubbele verantwoordelijkheid in.
Enerzijds moeten we de strategische afhankelijkheid afbouwen. Dat doe je
in Nederland, maar niet alleen in Nederland. Dat doe je natuurlijk ook
met buitenlandse partners. Mijn gevleugelde uitspraak is altijd: wat
goed genoeg is voor Nederland, is ook goed genoeg voor Duitsland en
Frankrijk. Kijk bijvoorbeeld naar wat we doen met de Duitsers op het
gebied van pantservoertuigen en met de Fransen op het gebied van
onderzeeboten. Als ze goed genoeg zijn voor Frankrijk, zijn ze dat
uiteindelijk ook voor Nederland.
Dan concreet: de IRIS-radars komen uit het Nederlandse ecosysteem. De
Skyrangers zijn Duits en komen van Rheinmetall. Dat is echt het
allerbeste wat er te vinden is. Daar zit Nederlandse participatie in.
Dat gaan we ook afbouwen en uiteindelijk doen we het hier. De
counter-drone challenge is er echt op gericht om dat hier in Nederland
te doen, eventueel ook samen met anderen. Er zijn namelijk partijen die
dit kunnen en die hebben de Nederlandse vraag uiteindelijk ook nodig.
Dat doen we dus zeker.
Mevrouw Piri vroeg nog wie de leverancier van de voertuigen en de
verbindingen is. Die voertuigen kopen we commercial off-the-shelf. Dat
zijn voertuigen die in principe al in ons repertoire zitten of
voertuigen die al in een project zitten, zoals ik u net ook aangaf. Op
de vraag welke bedrijven dit zijn, kunnen we nu geen antwoord geven
vanwege die commerciële belangen. Ik moet er ook bij zeggen dat er
natuurlijk een aantal behoeftes zijn, en bij sommige daarvan zitten we
nog in de verwervingsstrategie en kijken we nog waar uiteindelijk voor
wordt gekozen. Ik kan wel toezeggen dat de beoogde leveranciers niet uit
Israël komen.
Dan ben ik volgens mij door mijn antwoorden heen.
De voorzitter:
Helder.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik wil aan de staatssecretaris vragen hoe hij aankijkt tegen de
gezamenlijke inkoop.
Staatssecretaris Tuinman:
Ik kijk daar heel positief tegen aan. De eerste opgave die we hebben —
dat klinkt misschien vreemd — is vraagbundeling tussen de landmacht, de
luchtmacht en de marine. De tweede vraagbundeling die je doet, is
bijvoorbeeld met de Duitsers. De Duitsers kopen tanks en wij kopen op
hun contract tanks mee. Het mooie is dat dat niet alleen interoperabel
is; het is dezelfde standaard. Voor de Skyrangers doen we hetzelfde.
Voor de Embraer, het transportvliegtuig dat de Herculessen gaat
vervangen die we nu hebben — het zijn er vijf — hebben we een groot
contract opgezet. De Oostenrijkers zitten er nu in, de Zweden kopen op
ons contract mee en er zijn nu nog een of twee lidstaten die dat ook
gaan doen. Je ziet dat je daar vraagbundeling creëert. Dat is goed voor
ons, niet alleen voor Nederland maar ook voor die andere landen, want
uiteindelijk gaat de prijs omlaag. Je doet namelijk aan vraagbundeling
en je vraag wordt groter. Ten tweede is het goed voor al die landen,
omdat je minder juristen, inkopers, contractenschrijvers en
onderhandelingen nodig hebt. Je hebt namelijk één contract. Het is ook
nog eens goed dat je uiteindelijk met z'n allen dezelfde spullen koopt.
Als iedereen bijvoorbeeld zo'n Embraer heeft, of veel landen binnen de
NAVO, dan maakt het niet zo heel veel uit wie 'm vliegt. Het is namelijk
hetzelfde toestel. Dat doen we ook met de F-35's. Onze Noorse collega's
kunnen de Nederlandse vliegen en omgekeerd. Dat is dus goed.
De voorzitter:
U raakt nu een tikje buiten het thema van de incidentele sup, maar het
is een heldere boodschap.
Staatssecretaris Tuinman:
Ik neem 'm terug, voorzitter. Je ziet het bijvoorbeeld ook op het gebied
van innovatie en ontwikkeling. We doen samen met Europa allerlei
innovatie- en ontwikkelingstrajecten. We doen het ook met de Europese
Unie op het gebied van bijvoorbeeld de prioritized capability areas,
waar de minister het ook over had en waarvan we er twee zelf, niet
alleen maar met een aantal andere landen, daadwerkelijk trekken. Je ziet
op al die niveaus dat je dat samen moet doen en dat je de vraag met
elkaar moet bundelen. Wij willen dat en de industrie wil dat
uiteindelijk ook.
De voorzitter:
Helder. Ik zie dat mevrouw Maeijer nog een interruptie heeft.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik had nog één onbeantwoorde vraag. Die ging over de inzet van het Elbit
counterdronesysteem.
De voorzitter:
Het Elbit counterdronesysteem.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Uit 2023.
Staatssecretaris Tuinman:
Ik moet het even helder krijgen. De vraag was of Elbit
counterdronesystemen de besturing van drones kunnen overnemen en veilig
uit de lucht kunnen halen. We doen in principe geen uitspraken over de
effectiviteit, maar het zal duidelijk zijn dat Elbit
counterdronesystemen dat kunnen. Wij kijken continu naar systemen die
passen bij onze behoeftes. Dat is het eigenlijk.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan begrijp ik dat uit dat antwoord, maar mijn vraag was eigenlijk of
het systeem al werd ingezet. Voor zover ik heb begrepen, is het in 2023
aangekocht en zou het binnen een aantal jaren operationeel zijn.
De voorzitter:
Kan de staatssecretaris aangeven of het al wordt ingezet?
Staatssecretaris Tuinman:
Ik begrijp dat het over het ReDrone-systeem gaat. Dat is ingezet bij de
NAVO-top en daar hebben we uw Kamer ook eerder over geïnformeerd.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat er geen Kamerleden zijn die moties hebben zitten
oppennen tijdens het debat … Dat is wel het geval, dus dat betekent dat
we toch doorgaan met een tweede termijn. U hoeft daar geen gebruik van
te maken. De indicatieve spreektijd daarvoor is kort. Mevrouw Belhirch
wil even naar het toilet. Dat kan. Misschien is het handig dat ik dan
bij een ander begin in de tweede termijn. Dan komt u zo meteen aan bod.
Ik begin bij de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb eigenlijk geen tweede termijn, voorzitter. Ik wil alleen graag
ingaan op het aanbod van de staatssecretaris over die vertrouwelijke
bijlage. Zeker als nieuw Kamerlid zouden wij daar graag inzicht in
willen. Wij zullen er uiteraard ook vertrouwelijk mee omgaan.
De voorzitter:
Wilt u die dan in mei, als die op jaarbasis wordt aangeleverd aan de
commissie?
De heer Van den Berg (JA21):
Bij voorkeur eerder, maar geen bloedspoed, wanneer dat enigszins
haalbaar is voor de minister dan wel de staatssecretaris. Dank u
wel.
De voorzitter:
Laten we even kijken wat het antwoord is. Ik kijk even naar mevrouw
Maeijer. Wilt u gebruikmaken van de tweede termijn? Nee. Mevrouw Piri?
Ja.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wil in ieder geval de minister, de staatssecretaris en uiteraard de
ondersteuning danken voor alle beantwoording. Na ook de antwoorden die
de heer Tuinman, de staatssecretaris, net heeft gegeven, kan ik zeggen
dat mijn fractie zal instemmen met de suppletoire begroting.
De voorzitter:
Dank. De heer Ellian heeft een motie.
De heer Ellian (VVD):
Terwijl ik daar altijd terughoudend mee probeer te zijn. Uiteraard dank
ik de bewindspersonen voor hun beantwoording. Nu praat ik ook tegen
mezelf, want ik heb dit al drie keer gezegd en ik doe er zelf ook niets
mee. We bespreken toch relatief veel in de openbaarheid, wat onze
tegenstanders een inkijk geeft in hoe wij denken. Ik weet niet wanneer
de strategische pv is, maar daar moeten we, denk ik, echt even met
elkaar bij stilstaan. Ik weet dat dit openbare informatie is, maar het
is te interessant voor onze tegenstander om te weten hoe wij denken over
onze kwetsbaarheden.
De voorzitter:
Ik kan u toezeggen dat wij een strategische pv organiseren in
januari.
De heer Ellian (VVD):
Kijk. Als je geloofwaardig wil afschrikken, is het ook van belang dat we
laten zien dat we dit … Je kan het niet te serieus te nemen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in toenemende mate waarnemingen zijn van drones boven
locaties van militaire installaties en justitiële locaties in
Nederland;
overwegende dat deze waarnemingen duiden op potentieel kwaadwillende
intenties en verband houden met statelijke actoren;
overwegende dat krachtig en resoluut optreden tegen deze dreiging de
meest effectieve vorm van afschrikking is;
verzoekt de regering drones die een dreiging vormen voor militaire
installaties en justitiële locaties op veilige wijze neer te
halen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ellian.
Zij krijgt nr. 3 (36858).
De heer Ellian (VVD):
Het is uiteraard niet zo dat ik de bewindspersonen niet vertrouw, maar
een motie om kracht bij te zetten dat die drones wel naar beneden moeten
worden gehaald, leek me zinnig.
De voorzitter:
Helder. Dank u wel. Ik geloof dat dit de enige motie is die ingediend
zal worden tijdens het WGO — mevrouw Belhirch geeft aan dat ze geen
motie heeft — dus die kan alvast gekopieerd worden. U kunt zeker een
vraag stellen, mevrouw Piri, maar ik geef procedureel alvast door dat we
hiermee de motielijst hebben. Een interruptie van mevrouw Piri op de
heer Ellian.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Als ik de laatste zin in de motie goed begrijp, gaat het om
defensieterreinen en justitiële inrichtingen, zoals gevangenissen. Ik
vroeg me af: waarom heel specifiek dat wel, maar vliegvelden en havens
weer niet? Wat is de reden waarom dit onderscheid wordt gemaakt? Volgens
mij hadden we het er in het debat over dat we te maken hebben met zowel
militaire als civiele kritieke infrastructuur.
De voorzitter:
Volgens mij is de vraag helder. De heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Dit is precies het dilemma. Als je het terugbrengt naar de kern, dan
gaat het om drones die gedetecteerd worden in gebieden waar ze niet
horen te zijn. Die moet je eigenlijk, gelet op de situatie waarin we ons
verkeren, per definitie neerhalen. Alleen, ik dacht: laat ik het nou
zelf niet nog onnodig compliceren. Mevrouw Piri heeft namelijk gelijk:
waarom staat er niet "kritieke infrastructuur" en "vliegvelden"? Dat
zijn overigens voor anderen no-flyzones. Laat ik me maar even richten op
deze twee; daarbij moet het in ieder geval evident zijn. Ik had ook
"kritieke infrastructuur" kunnen toevoegen. Dat kan ik eigenlijk nog
steeds wel doen. Alleen, dan moet ik even naar de overkant kijken.
De voorzitter:
We kunnen even kijken of de bewindspersonen het ook kunnen interpreteren
als "kritieke infrastructuur" in algemene zin. De heer Van den Berg
wilde ook een vraag stellen aan de heer Ellian? Gaat uw gang.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor de definitie "veilig neerhalen". Ik zou me toch eerder willen
aansluiten bij wat de minister zei over "subsidiair en proportioneel".
Dat is ook gewoon gekoppeld aan de ambtsinstructie waar bijvoorbeeld de
marechaussee mee werkt. Dan houden we het wel gewoon concreet. Anders
zitten we met een wellicht hol begrip als "veilig". Wat is dan
"veilig"?
De voorzitter:
Helder. Waarvan akte. Wilt u daarop reageren, meneer Ellian?
De heer Ellian (VVD):
Ja, heel kort. We gaan een bakkie doen, want "proportioneel" is in mijn
ervaring — dat gaat mijn collega meemaken in deze Kamer — nog vager,
want wat voor de een proportioneel is, is voor de ander niet
proportioneel. Ik ben graag bereid om ook dat in de motie aan te passen.
Ik waardeer zeer dat de collega's meedenken. Het gaat mij om het doel en
dat doel delen we met elkaar. Dus als ik de tekst een beetje moet
aanpassen, dan ga ik dat doen.
De voorzitter:
Een kop koffie doen lijkt me zeker subsidiair. Mevrouw Belhirch.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik wil de bewindspersonen danken voor de heldere beantwoording en de
inzet in de Europese samenwerking. Ik wens jullie veel succes. Ook veel
dank aan de ambtenaren.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat was de inbreng van de Kamer in tweede termijn. Er is één
motie ingediend. De Kamerleden hebben die motie nog niet, maar die zal
nu zeer snel uitgedeeld worden. Misschien is het handig als de
bewindspersonen even beginnen met het beantwoorden van de gestelde
vragen. Dat zijn er niet zo veel. Ik zag in ieder geval nog de vraag
over de vertrouwelijke bijlage. Ik kijk naar de staatssecretaris.
Staatssecretaris Tuinman:
We moeten even goed kijken wat we er precies in gaan zetten en hoeveel
tijd het kost. Dus daar kom ik bij u op terug.
De voorzitter:
Voor de appreciatie van de motie-Ellian kijk ik naar de minister.
Minister Brekelmans:
Aangezien nog niet iedereen die voor zich heeft, zou ik nog een aanbod
willen doen aan de Kamercommissie. Ik zou het zelf namelijk wel goed
vinden om dat gesprek over wat we nu wel en niet met elkaar willen delen
ook gewoon een keer in een besloten vergadering samen te voeren. Wij
hebben daar natuurlijk ook ideeën over, maar het is iedere keer een
afweging tussen transparantie richting de Kamer en het bredere publiek
en wat je wel of niet kunt doen op basis van veiligheid. Ik kan me ook
zomaar voorstellen dat er andere vormen denkbaar zijn. Het Reglement van
Orde staat ook toe dat wij een besloten gesprek met elkaar voeren, dus
je zou ook kunnen denken aan een besloten debat over bepaalde dingen.
Mijn voorstel zou dus zijn om dat gesprek ook een keer samen te voeren.
Dan kunnen wij nadenken over voorstellen en kan de Kamer daar haar
ideeën over vormen, zodat we daar samen een weg in vinden.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we dit even betrekken bij de volgende pv. In principe
gaan we dit bij de volgende pv bespreken. Er komt een volgende pv aan en
dan gaan we bespreken of we op dit aanbod van de minister in willen
gaan.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik wilde aangeven dat er vanuit ons ook al eens zo'n aanbod is gedaan
over een technische briefing bij een volgende pv.
De voorzitter:
Dat komt goed uit; dan sluit dat mooi op elkaar aan. Dan kan de minister
nu doorgaan met de appreciatie van de ingediende motie.
Minister Brekelmans:
Die motie kan ik oordeel Kamer geven. Ik lees 'm ook vooral zo dat de
regering bereid moet zijn om waar er sprake is van een dreiging
"duidelijk en resoluut op te treden". Daar ben ik het mee eens. Ik vind
ook dat er heel duidelijk staat: "op veilige wijze neer te halen". Daar
zit die proportionaliteitsafweging volgens mij dus ook al in. Dat
betekent dus niet dat je het in ieder geval meteen blind doet, maar wel
altijd de bereidheid moet hebben om dat te doen en om waar nodig in te
grijpen.
De voorzitter:
Dank u wel. U interpreteert 'm ook breder, dus: militaire installaties,
justitiële locaties en mogelijk kritieke infrastructuur?
Minister Brekelmans:
Nou, dat heeft niet te maken met het niet willen doen, maar de definitie
van "kritieke infrastructuur" ligt niet zo scherp vast. Van een
"militaire installatie" of "militaire locatie" kun je zeggen dat we er
met elkaar wel een redelijke definitie van hebben, maar waar begint en
eindigt "kritieke infrastructuur"? We hebben niet overal op iedere plek
die je als kritieke infrastructuur kunt beschouwen de middelen hiervoor
beschikbaar. Ik heb wel eerder in een debat ook gezegd dat we meer
middelen aan het aanschaffen zijn en dat we in de prioriteitstelling
uiteraard kritieke infrastructuur ook meenemen. Dus als daar sprake is
van een dreiging hebben we zeker de intentie om dat te doen, maar ik kan
niet garanderen dat dat altijd overal kan.
De voorzitter:
Helder. Dan weet de Kamer in ieder geval hoe de motie gelezen kan of
moet worden.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat brengt mij dan wel tot een interessante vraag. Wat is Eindhoven
Airport dan? Want dat is een militaire luchthaven.
De voorzitter:
Eindhoven is een militair vliegveld. Mevrouw Piri.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, maar met alle respect …
De voorzitter:
Ja, Eindhoven Airport is inderdaad een militair-civiel vliegveld, maar
wordt gerekend als een militair vliegveld.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat valt hier dan onder?
De voorzitter:
Ja. Mevrouw Piri van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Niet om hier nog heel lang bij stil te staan, maar ik wil in principe
gewoon voor zo'n motie kunnen stemmen. Maar ik vind het gewoon best
moeilijk uit te leggen waarom we het wel boven justitiële locaties gaan
doen terwijl het bijvoorbeeld niet boven bij wijze van spreken het ICC
of het Vredespaleis in Den Haag gebeurt. Dus kan de minister er in ieder
geval zo'n interpretatie aan geven dat het in ieder geval niet heel at
random lijkt als wij deze motie steunen?
De voorzitter:
Ik beluister de minister zo dat deze motie in die zin ook wel in lijn is
met het beleid dat het kabinet heeft ingezet of van plan was in te
zetten.
Minister Brekelmans:
Zelfs voor militaire installaties geldt: we hebben ontzettend grote
oefenterreinen; kunnen wij iedere centimeter van een oefenterrein
afdekken en meteen ingrijpen? Je maakt een prioriteitsstelling op basis
van waar de dreiging het grootst is, welke dreiging de grootste
potentiële consequenties heeft en ook waar het relatief vaak voorkomt.
De heer Ellian noemde de ebi in Vught. Daar zijn meerdere keren
dronemeldingen geweest. Je kunt je daarbij van alles voorstellen; worden
daar niet bijvoorbeeld bepaalde dingen gedropt die voor de bewoners daar
interessant zouden zijn? Als je binnen justitiële locaties kijkt, kan ik
me dus voorstellen dat de ebi weer meer prioriteit heeft dan een
gemiddelde gevangenis. Maar de intentie die daaronder zit, namelijk
ervoor zorgen dat je de capaciteiten hebt om dat in dit type locaties te
kunnen doen, is er. Ik breng daar een prioriteitstelling in aan. Daar
zit vitale infrastructuur ook bij. Andere locaties zitten daar ook
bij.
De voorzitter:
Helder. Veel dank. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit WGO. Er
is één motie ingediend. Dat is keurig binnen het Henri
Bontenbalmotiequotum. Ik zal hem daar morgenochtend mee
verblijden.
Ik wil de bewindspersonen danken voor de antwoorden op de gestelde
vragen en de Kamerleden voor hun bijdrage in dit debat. Voor sommigen is
dit het eerste Defensiedebat dat zij deze periode voeren. Ik zie zeer
uit naar de volgende Defensiedebatten die er gaan komen.
Over deze motie en het wetsvoorstel zal morgen gestemd worden door de
Kamer. Dat gebeurt vermoedelijk bij aanvang van de middagvergadering.
Daarmee wens ik u allen nog een ... Daar wil de minister nog iets over
vragen. Dat mag.
Minister Brekelmans:
Nee, ik wil voor de duidelijkheid nog even één aanvulling geven, omdat
dat misschien nog niet duidelijk is geworden in het debat: we willen de
contracten over de IRIS-radars morgen na de stemmingen al heel snel gaan
tekenen. Dan heeft het debat nog niet volledig plaatsgevonden in de
Eerste Kamer, maar dat doen we om snelheid te maken. Daar hebben we ook
met een aantal Eerste Kamerleden contact over gehad. Aan de ene kant
willen we natuurlijk de gebruikelijke procedures volgen, maar we willen
morgen na de stemmingen toch ook tot snelle ondertekening
overgaan.
De voorzitter:
Ik zie een oud-senator knikken, dus dan hoef ik daar verder niets aan
toe te voegen. Ik wens de beide bewindspersonen heel veel succes in het
hogerhuis. Ik wens u allen nog een prettige avond.
Sluiting 19.57 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|