[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Defensie d.d. 1 december 2025 (Kamerstuk 21501-28-293)

Defensieraad

Verslag van een schriftelijk overleg

Nummer: 2025D48876, datum: 2025-11-27, bijgewerkt: 2025-11-28 09:35, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 28-294 Defensieraad.

Onderdeel van zaak 2025Z20748:

Preview document (🔗 origineel)


> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Bezuidenhoutseweg 67

2594 AC Den Haag

Datum 27 november 2025
Betreft Beantwoording schriftelijke vragen over de Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 1 december 2025

Ministerie van Defensie

Plein 4

MPC 58 B

Postbus 20701

2500 ES Den Haag

www.defensie.nl

Onze referentie

D2025-005663

Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter,

Hierbij ontvangt u de antwoorden op de schriftelijke vragen zoals gesteld namens de vaste commissie voor Defensie over de Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 1 december 2025.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Ruben Brekelmans


Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad buitenlandse zaken Defensie van 1 december 2025. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen.

Vraag 1
Wat zijn voor het kabinet de rode lijnen waaraan een plan voor een staakt het vuren in Oekraïne moet voldoen?

Antwoord

Nederland verwelkomt de Amerikaanse inspanningen om tot een staakt-het-vuren te komen en de Russische agressie oorlog tegen Oekraïne tot een einde te brengen. De belangrijkste voorwaarde daarbij is dat Oekraïne betrokken is wanneer het over Oekraïne gaat, en Europese landen wanneer het Europese veiligheid raakt. Het is aan Oekraïne om te besluiten waar ruimte voor onderhandeling met Rusland ligt. Het is volgens het kabinet van belang dat de oorlog duurzaam en rechtvaardig wordt beëindigd, zodat hernieuwde agressie zo veel als mogelijk wordt voorkomen. Een niet duurzame, onrechtvaardige vrede of een tijdelijk staakt-het-vuren, riskeert dat Rusland de oorlog op een moment in de nabije toekomst voortzet, met alle gevolgen van dien. In Genève is door Oekraïne en de VS met betrokkenheid van Europese partners verder gesproken over het vredesproces. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe een nieuw vredesplan eruit ziet. Het kabinet wil hier niet op vooruit lopen.

Vraag 2
Op welke manier gaat het kabinet zich inspannen om het wegvallen van de Amerikaanse wapensteun aan Oekraïne te compenseren? Is het kabinet bereid om voor 2026 extra geld voor Oekraïne uit te trekken om te voorkomen dat de totale steun aan Oekraïne terugloopt?

Antwoord

Vanwege de onzekerheid over de steun van de VS heeft het kabinet ervoor gekozen om de militaire steun voor 2026 versneld aan te besteden en middelen uit 2026 naar 2025 over te hevelen. Defensie verwacht dit jaar €4,3 mld. aan militaire steun te realiseren. De Nederlandse bijdrage draagt ertoe bij dat Oekraïne de noodzakelijke steun ontvangt, passend bij de militaire situatie en behoefte. Het kabinet heeft afgesproken Oekraïne onverminderd te blijven steunen. Het eventueel toekennen van aanvullende steun is in principe aan een nieuw kabinet.

Vraag 3
Kan het kabinet schetsen wat de laatste stand van zaken is omtrent het inzetten van Russische bevroren tegoeden voor het financieren van steun aan Oekraïne, zo vragen deze leden.

Antwoord
Op 10 september jl. heeft Commissievoorzitter Von der Leyen een initiatief van de Europese Commissie aangekondigd voor herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden. Het idee is om de cashtegoeden die voortvloeien uit geïmmobiliseerde activa te gebruiken voor leningen aan Oekraïne, zonder dat sprake is van daadwerkelijke confiscatie omdat de claim van Rusland onaangetast blijft. Voor de leningen wordt gebruikgemaakt van activa op de balans van Euroclear waarvan de looptijd is bereikt. De Europese Raad van 23 oktober jl. verzocht de Commissie gezien de urgente noden van Oekraïne om meerdere financieringsopties uit te werken. Op 17 november jl. hebben lidstaten een brief ontvangen waarin de financieringsopties worden uitgewerkt. Hier is het initiatief van herstelleningen er één van. Op dit moment wordt in Brussel over deze financieringsopties gesproken. Het kabinet waardeert het initiatief van de Commissie om herstelleningen te verstrekken op basis van de geïmmobiliseerde tegoeden, dat aansluit op de eerdere oproep van Nederland om aanvullende maatregelen op basis van de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden te verkennen. De Ecofinraad van 12 december a.s. en de Europese Raad van 18 december a.s. zullen verder spreken over financieringsopties voor Oekraïne, waaronder de herstellening. Nederland roept op tot snelle besluitvorming om Oekraïne tijdig van steun te kunnen voorzien. Dit in het licht van de urgente financiële en militaire noden van Oekraïne, waaronder een ongedekt financieringstekort van circa EUR 54 mld. voor 2026-2027. Voor de totstandkoming van een nieuw IMF-programma is het belangrijk dat deze steun geen groter beslag legt op de schuldhoudbaarheid van Oekraïne. Hoewel de herstellening de voorkeur voor Nederland heeft, sluit het kabinet in dit stadium andere geschetste opties of een gecombineerde inzet van opties niet uit.

De EU levert op dit moment ook steun op basis van de buitengewone inkomsten over de Russische centralebanktegoeden, in de vorm van een lening van EUR 18,1 mld. waarbij de opbrengsten over de geïmmobiliseerde tegoeden aan Oekraïne ter beschikking worden gesteld voor aflossing en rentebetalingen en in de vorm van militaire steun via de Europese Vredesfaciliteit.

Vraag 4
Is het kabinet het met de leden van de D66-fractie eens dat Nederland geen financieringsopties moet blokkeren als het gaat om het militair steunen van Oekraïne?

Antwoord
Ja. Steun aan Oekraïne is de enige manier om een gunstige onderhandelingspositie en eindsituatie te creëren voor Oekraïne en Europa. Het kabinet pleit daarom voor snelle besluitvorming en sluit in dit stadium geen van de door de Commissie geschetste opties bij voorbaat uit. Naast militaire steun is ook financiële steun essentieel om Oekraïne maatschappelijk en economisch op de been te houden. De herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden zijn de voorkeursoptie van het kabinet om Oekraïne van zowel militaire als niet-militaire steun te voorzien.

Vraag 5
Is het kabinet het tevens met de leden van de D66-fractie eens dat het ondenkbaar is dat een staakt het vuren deal door de VS wordt voorbereid zonder Oekraïne en de EU? Hoe kijkt het kabinet naar het Europese tegenvoorstel in reactie op het 28 punten plan van Trump?

Antwoord
Ja. Zoals benoemd in de beantwoording van vraag 1 heeft het kabinet herhaaldelijk benadrukt dat er geen besluiten over Oekraïne, zonder Oekraïne genomen kunnen worden. Het kabinet waardeert ook dat door Oekraïne en de Verenigde Staten in Genève is uitgesproken dat aangaande de raakvlakken met de EU en NAVO separate discussies en besluitvorming vereist is met deze instituties, de EU-lidstaten en NAVO-bondgenoten. In Genève is door Oekraïne en de VS met betrokkenheid van de EU, het VK, Duitsland, Italië en Frankrijk verder gesproken over het vredesproces. Er is geen Europees tegenvoorstel als zodanig besproken. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe een nieuw vredesplan eruit ziet. Het kabinet wil hier niet op vooruit lopen.

Op dit moment is het voor Nederland en partners van belang dat we Oekraïne onverminderd blijven steunen. De druk op Rusland moeten we blijven opvoeren om ervoor te zorgen dat zij de oorlog beëindigen en serieus deelnemen aan het vredesproces.

Vraag 6
Welke voortgang is er (door Nederland) geboekt op de Priority Capability Areas waar Nederland een coördinerende rol heeft (drones en militaire mobiliteit), zo vragen deze leden.

Antwoord
Tijdens de Europese Raad van 19 maart jl. zijn negen Prioritised Capability Areas (PCA’s) vastgesteld. Voor iedere PCA nemen één of meerdere lidstaten een voortrekkersrol op zich. Nederland vervult, samen met Kroatië en Letland, de voortrekkersrol voor de PCA Drones en Counter-Drones. Op 15 oktober jl. heeft Nederland een eerste bijeenkomst georganiseerd met alle lidstaten die interesse hebben om aan deze PCA deel te nemen, ook vertegenwoordigers van de betrokken EU-instellingen en de NAVO waren hierbij uitgenodigd. Nederland pleit in het uitwerken van de PCA’s voor het belang van open toeleveringsketens en grensoverschrijdende industriële samenwerking. Hierin is een eerste richting voorgesteld om te komen tot betere Europese samenwerking op innovatie, testen, productie, vraagbundeling en aanschaf. Momenteel wordt er gewerkt aan concrete gezamenlijke projecten.

Voor de PCA Militaire Mobiliteit wordt voortgebouwd op het bestaande werk binnen de PESCO-coalitie. Het eerste PCA afstemmingsoverleg tussen lead nations België, Duitsland en Nederland heeft plaatsgevonden.

Vraag 7
De leden van de D66-fractie vragen welke concrete rol het kabinet voor Nederland ziet bij het realiseren van de vier vlaggenschipprojecten (het European Drone Defence Initiative, de Eastern Flank Watch, het European Air Shield en het European Space Shield).

Antwoord
Het uitgangspunt voor de gezamenlijke ontwikkeling van militaire vermogens (capabilities) in EU-verband zijn de negen prioritaire capaciteitsgebieden (PCA’s) zoals vastgesteld door de regeringsleiders tijdens de ER en door de Europese Commissie in het Witboek Defensiegereedheid. Het kabinet acht het bovendien van belang dat alle inspanningen van de EU op het gebied van capaciteitsontwikkeling aansluiten bij het NATO Defence Planning Process en de hieruit voortvloeiende capability-doelstellingen. Nauwe coördinatie tussen de NAVO en de EU blijft daarom cruciaal en Nederland zet zich hier doorlopend voor in. Voor verschillende PCA’s hebben lidstaten aangegeven een leidende rol te willen nemen. De vier vlaggenschipprojecten zijn voorgesteld door de Europese Commissie. Het is nog niet bekend hoe deze projecten worden opgezet. Nederland pleit ervoor dat de vlaggenschipprojecten bijdragen aan de PCA’s. Nederland zal zich hierbij inzetten voor grensoverschrijdende industriële samenwerking.

Vraag 8
Wat is de verwachting over de behandeling van de wetsvoorstellen voor militaire mobiliteit en het omnibus wetgevingspakket voor een brede vereenvoudiging van EU-wetgeving met het oog op Europese defensiegereedheid 2030, zo vragen deze leden.

Antwoord
Nederland is voorstander van simplificatie van wetgeving om versnelling op het versterken van defensiegereedheid te bevorderen. Voor wat betreft de Defensie omnibus worden de voorstellen naar verwachting op 19 januari a.s. plenair in het Europees Parlementair (EP) behandeld. Na aanname van de geamendeerde voorstellen door het EP zullen de triloogonderhandelingen tussen het EP en de Raad spoedig van start gaan. De onderhandelingen over het Militaire Mobiliteit pakket zullen waarschijnlijk begin januari in de Raad van start gaan.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 1 december 2025 en hebben de volgende vragen en opmerkingen.

Algemeen

Vraag 9
De leden van de PVV-fractie vragen of er Raadsconclusies worden aangenomen op deze RBZ Defensie? Zo ja, welke positie neemt Nederland in?

Antwoord
Tijdens de RBZ Defensie van 1 december a.s. worden geen raadsconclusies aangenomen.

Vraag 10
De leden van de PVV-fractie vragen of de Raad ook zal spreken over de recente ontwikkelingen met betrekking tot drones? Zo ja, wat is de inzet van de minister op de punt?

Antwoord
De recente ontwikkelingen omtrent boven militaire objecten waargenomen drones staan niet als zodanig op de agenda, maar kunnen ter sprake worden gebracht door lidstaten. Het vliegen met drones op en rondom (militaire) vliegvelden is niet toegestaan en vormt een risico voor de vliegveiligheid, de militaire veiligheid en potentieel de nationale veiligheid. Waar nodig treedt Defensie op om de veiligheid te bewaren. Het voorkomen en tegengaan van ongewenste drone-activiteiten vereist een geïntegreerde aanpak van alle betrokken ministeries en instanties. Het versterken van de capaciteiten in dit domein doet Nederland niet alleen. Binnen de EU neemt Nederland een voortrekkersrol in internationale samenwerking op dit terrein. Samen met Letland en Kroatië is Nederland lead nation op de Prioritised Capability Area (PCA) drones & counterdrones.

Militaire steun Oekraïne

Vraag 11
De leden van de PVV-fractie verzoeken de minister het meest recente overzicht te sturen van de financiële en militaire steun van de afzonderlijke EU-landen aan Oekraïne.

Antwoord
Er is geen publiek deelbaar overzicht van de financiële of militaire steun van alle afzonderlijke EU-lidstaten. Zo maken de meeste landen op veiligheidsgronden andere afwegingen aangaande de transparantie van bijvoorbeeld de militaire steunverlening. Ook verschilt de steun van aard (trainingen, materieel en financieel) evenals de mechanismes zoals donaties aan fondsen of cofinancieringen.

Wel deelt het wetenschappelijke Kiel Institute een actueel overzicht1 op basis van openbaar beschikbare informatie wat een beeld geeft van wat de afzonderlijke lidstaten doen.

Vraag 12
De leden van de PVV-fractie vragen tevens wat exact de inzet is van de Europese Commissie ten aanzien van herstelleningen aan Oekraïne. In welk stadium bevindt dit initiatief zich? Deze leden verzoeken de minister uitgebreider in gaan op de positie die Nederland voornemens is in te nemen dan de opmerking “Nederland zal daarom tijdens de RBZ Defensie aangeven dat het van belang is dat zowel militaire als niet-militaire noden van Oekraïne onderdeel zullen zijn van het voorstel van de Commissie.”

Antwoord
De Commissie heeft, in navolging van de ER van 23 oktober, op 17 november jl. in een brief aan de lidstaten de verschillende financieringsopties voor militaire en financiële steun aan Oekraïne gepresenteerd. Het initiatief voor herstelleningen betreft één van deze opties. Hierover wordt op dit moment verder gesproken in Brussel. Er zijn op het moment van schrijven nog geen concrete wetsvoorstellen met de EU-lidstaten gedeeld. Tijdens de Ecofinraad van 12 december aanstaande en de Europese Raad van 18 december zal hier verder over worden gesproken. Nederland acht het van belang dat op korte termijn besluitvorming plaatsvindt, dat risico’s en lasten door EU-lidstaten gezamenlijk worden gedragen en G7-partners betrokken zijn, dat de steun aansluit op de daadwerkelijke noden van Oekraïne en dat sprake is van gepaste conditionaliteiten, onder andere ten aanzien van rechtsstatelijkheid en bestrijding van corruptie. De Nederlandse voorkeur gaat uit naar de optie van herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden. Echter sluit Nederland in dit stadium geen van de geschetste opties of combinaties daarvan uit, ondanks dat aan de overige opties wel verschillende nadelen kleven. Gezien de noodzaak van steun voor Oekraïne is het belangrijk om tijdig tot een overeenkomst te komen.

Vraag 13
De leden van de PVV-fractie vragen wat het standpunt is van het kabinet ten aanzien van de opties die door de Europese Commissie zijn uitgewerkt ten aanzien van financiële steun aan Oekraïne. De leden vragen voorts wat de financiële gevolgen zijn van de verschillende opties voor Nederland.

Antwoord
De Commissie heeft drie opties op hoofdlijnen gedeeld: 1) bilaterale bijdrages van lidstaten; 2) EU-leningen zonder gebruik van de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden en 3) herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden. Hierover zal in verband van de Ecofinraad en de Europese Raad verder worden gesproken.

Nederland acht de herstelleningen op basis van de bevroren tegoeden de meest kansrijke optie voor het adresseren van de Oekraïense noden, naast (doorlopende) bilaterale militaire en niet-militaire steun. Hoewel herstelleningen o.b.v. bevroren tegoeden de voorkeur heeft, sluit Nederland overige opties of gecombineerde inzet niet vooraf uit. Alternatieve financieringsopties zijn minder wenselijk of haalbaar, bijvoorbeeld omdat deze doorwerken in het saldo of schuld van EU-lidstaten, tot hogere EU-afdrachten kunnen leiden of optellen bij de schuld van Oekraïne. Wel is ook voor de herstelleningen een stevige juridische basis voor de voortdurende immobilisatie van de onderliggende Russische centralebanktegoeden nodig, en is het belangrijk dat de zorgen van verschillende lidstaten worden geadresseerd.

De precieze financiële gevolgen voor Nederland zullen pas duidelijk worden wanneer de Commissie concrete wetsvoorstellen deelt. Uw Kamer zal hier langs gebruikelijke procedures over worden geïnformeerd. De optie van herstelleningen heeft de voorkeur van het kabinet, maar ook andere opties of eventuele gecombineerde inzet wordt in dit stadium niet uitgesloten. In Ecofin-verband zal over de financieringsopties verder worden gesproken.

Defensiegereedheid

Vraag 14
De leden van de PVV-fractie verzoeken de minister een update te geven over de coördinerende rol die Nederland op zich heeft genomen op het PCA drones en counterdrones en het PCA militaire mobiliteit. Voorts vragen deze leden hoe het PCA militaire mobiliteit zich verhoudt tot het EU Militaire Mobiliteitspakket. Ook vragen deze leden op welke wijze de Kamer is betrokken bij de voortgang op de verschillende PCA’s.

Antwoord
Tijdens de Europese Raad van 19 maart jl. zijn negen Priority Capability Areas (PCA’s) vastgesteld. Voor ieder PCA nemen één of meerdere lidstaten een voortrekkersrol op zich. Nederland vervult, samen met Kroatië en Letland, de voortrekkersrol voor de PCA Drones en Counter-Drones. Op 15 oktober jl. heeft Nederland een eerste bijeenkomst georganiseerd met alle lidstaten die interesse hebben om aan deze PCA deel te nemen. Nederland hecht belang aan het ontwikkelen van PCA-consortia met open toeleveringsketens en grensoverschrijdende industriële samenwerking. Hierin is een eerste richting voorgesteld om te komen tot betere Europese samenwerking op innovatie, testen, productie, vraagbundeling en aanschaf.

Voor de PCA Militaire Mobiliteit wordt voortgebouwd op het bestaande werk binnen de PESCO-coalitie. Het eerste PCA afstemmingsoverleg tussen lead nations België, Duitsland en Nederland heeft plaatsgevonden.

De PCA militaire mobiliteit en het EU Militaire Mobiliteitspakket zijn twee aparte trajecten. Wel kan het EU Militaire Mobiliteitspakket de acties op de PCA militaire mobiliteit faciliteren o.a. door middel van harmonisering en versimpeling van regelgeving binnen de EU.

De Kamer wordt regelmatig op de hoogte gehouden via reguliere updates in Kamerbrieven.

Vraag 15
De leden van de PVV-fractie vragen welke beleidsvoorstellen de routekaart bevat en wat de positie van Nederland is. Deze leden vragen ook wanneer de besluitvorming wordt verwacht.

Antwoord
Op 16 oktober jl. publiceerde de Commissie een Routekaart inzake defensiegereedheid 2030. Deze Routekaart vormt de implementatie-agenda van het Witboek Europese defensiegereedheid 2030. De Routekaart sluit aan bij de Nederlandse inzet op het gebied van EU veiligheid en defensie en bevat geen nieuwe beleidsvoorstellen, ook niet op het gebied van financiering.

Vraag 16
De leden van de PVV-fractie vragen tevens hoe de vlaggenschipprojecten worden gefinancierd.

Antwoord
Het uitgangspunt voor de gezamenlijke ontwikkeling van militaire vermogens (capabilities) in EU-verband zijn de negen prioritaire capaciteitsgebieden (PCA’s). Voor iedere PCA worden lidstaten aangewezen die een leidende rol nemen. De vier vlaggenschipprojecten zijn voorgesteld door de Europese Commissie. Het is niet bekend hoe deze projecten worden opgezet en gefinancierd. Nederland pleit ervoor dat de vlaggenschipprojecten bijdragen aan de PCA’s.

Vraag 17
Wat is het standpunt van het kabinet ten aanzien van de opties die door de Europese Commissie zijn uitgewerkt over de financiële steun aan Oekraïne? Wat zijn de financiële gevolgen van de verschillende opties voor Nederland?

Antwoord
Zie het antwoord op vraag 13.

Vraag 18. De leden van de PVV-fractie vragen wanneer de minister de besluitvorming op het Defensie omnibus wetgevingstraject verwacht. Deze leden vragen tevens of de voorstellen op het gebied van Defensiegereedheid maatregelen bevatten die direct of indirect inwerken op de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten.

Antwoord
Het Defensie omnibus wetgevingspakket wordt naar verwachting op 19 januari plenair in het Europees Parlementair (EP) behandeld. Na aanname van de geamendeerde voorstellen door het EP zullen de triloogonderhandelingen tussen het EP en de Raad spoedig van start gaan. Waarschijnlijk zal de Defensie omnibus dus in Q1 2026 aangenomen worden. De voorstellen wijzigen de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten zoals vastgelegd in de EU-Verdragen niet. Er zijn geen maatregelen voorgesteld die daarop ingrijpen.

Militaire mobiliteit

Vraag 19
De leden van de PVV-fractie vragen of de minister kan toezeggen dat er tijdens onderhavige Raad nog geen onomkeerbare stappen zullen worden gezet op dit dossier.

Antwoord
Naar verwachting zal de Commissie slechts een korte toelichting geven over de publicatie van het militaire mobiliteit pakket. Tijdens de RBZ-Defensie van 1 december zal derhalve nog niet onderhandeld worden over het Militaire Mobiliteit pakket.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Defensie d.d. 1 december 2025 en hebben nog enkele vragen.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven de boodschap van het kabinet dat het cruciaal is dat alle EU-lidstaten een substantiële bijdrage leveren aan de ondersteuning van Oekraïne en daarmee ook de Europese veiligheid.

Vraag 20
Deze leden zijn dan ook benieuwd hoe het kabinet andere EU-lidstaten aanspoort om die bijdrage ook daadwerkelijk op de korte termijn te leveren. Ook worden de leden graag verwittigd van de initiatieven voor aanschaf van militair materieel voor Oekraïne waarbij andere lidstaten kunnen aansluiten: om hoeveel en welke projecten gaat het. Hoe kunnen andere lidstaten aansluiten en hoe groot is het animo?

Antwoord
Het kabinet roept bij alle relevante gelegenheden in EU-, NAVO- of Ukraine Defence Contact Group (UDCG)-verband op tot het verhogen van de bijdrage door individuele lidstaten. Daarnaast pleit het kabinet ervoor dat EU-initiatieven op defensieterrein ook bijdragen aan de versterking van Oekraïne, zoals het leningeninstrument ‘SAFE’ en het Europees Defensie-Industrie Programma (EDIP). Een van de meest concrete recente voorbeelden waar Nederland toe oproept is het bijdragen aan het Prioritized Ukraine Requirements List (PURL)-initiatief, waar Nederland na het financieren van het eerste pakket andere landen heeft opgeroepen ook bij te dragen. Veel NAVO-bondgenoten hebben dit sindsdien ook gedaan. Ook roept Nederland partners op om aan te sluiten op enkele lopende contracten die Nederland heeft afgesloten met de Oekraïense defensie-industrie, zoals bijvoorbeeld het Drone Line Initiatief. Ook zal Nederland oproepen om samenwerkingsprojecten tussen de Nederlandse en Oekraïense defensie-industrie voor gezamenlijke productie van materieel voor Oekraïne te (co)financieren. Door gebruik te maken van bestaande raamwerken kan worden voorkomen dat ieder land individueel deze nieuwe processen moet ontwikkelen en productielijnen voor Oekraïne stil komen te vallen. Nederland kan het budget voor andere landen implementeren.

Daarnaast zijn er veel andere initiatieven, waaronder het Tsjechische munitie-initiatief en de verschillende Capability Coalitions met elk eigen financieringsstructuren, UCAP en het Air Defense Consortium. In de verschillende samenwerkingsverbanden worden landen binnen en buiten de EU constant opgeroepen om hier aan bij te dragen. Zoals bekend kunnen landen op verschillende manieren bijdragen, zoals Nederland dat ook doet: o.a. met personeel t.b.v. trainingen, materiele- of financiële donaties.

Vraag 21
Daarnaast lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat Nederland een coördinerende rol op zich heeft genomen op het PCA drones en counterdrones, alsmede het PCA militaire mobiliteit. Op welke wijze is het kabinet voornemens om concreet invulling te geven aan deze PCAs, en dan in het bijzonder het PCDA drones en counterdrones gezien de recente drone-incidenten boven Nederland zelf.

Antwoord
Tijdens de Europese Raad van 19 maart jl. zijn negen Priority Capability Areas (PCA’s) vastgesteld. Voor ieder PCA nemen één of meerdere lidstaten een voortrekkersrol op zich. Nederland vervult, samen met Kroatië en Letland, de voortrekkersrol voor de PCA Drones en Counter-Drones. Op 15 oktober jl. heeft Nederland een eerste bijeenkomst georganiseerd met alle lidstaten die interesse hebben om aan deze PCA deel te nemen. Nederland pleit in het uitwerken van de PCA’s voor het belang van open toeleveringsketens en grensoverschrijdende industriële samenwerking. Hierin is een eerste richting voorgesteld om te komen tot betere Europese samenwerking op innovatie, testen, productie, vraagbundeling en aanschaf. Momenteel wordt er gewerkt aan concrete gezamenlijke projecten.

Voor de PCA Militaire Mobiliteit wordt voortgebouwd op het bestaande werk binnen de PESCO-coalitie. Het eerste PCA afstemmingsoverleg tussen lead nations België, Duitsland en Nederland heeft plaatsgevonden.

Voor Nederland is het vooral van belang dat er concrete gezamenlijke projecten voortvloeien uit de PCA’s.

Vraag 22
Het kabinet schrijft dat de uitwerking van de vlaggenschipprojecten bij de lidstaten ligt en dat deze vermoedelijk meegenomen zullen worden in de PCA-trajecten. Hoe is het kabinet voornemens om, samen met Letland en Kroatië, invulling te geven aan bijvoorbeeld het European Drone Defence Initiative, aangezien Nederland een coördinerende rol heeft op dit vlak. Deze leden begrijpen uit eerdere uitspraken van de minister dat hij al ideeën heeft over het efficiënt verbeteren van de drone-verdediging in Europa en zien dit graag geconcretiseerd.

Antwoord
Het uitgangspunt voor de gezamenlijke ontwikkeling van militaire vermogens (capabilities) in EU-verband zijn de negen prioritaire capaciteitsgebieden (PCA’s). Voor iedere PCA worden lidstaten aangewezen die een leidende rol nemen. De vier vlaggenschipprojecten zijn voorgesteld door de Europese Commissie. Het is nog niet bekend hoe deze projecten worden opgezet. Nederland pleit ervoor dat de vlaggenschipprojecten bijdragen aan de PCA’s.

Vraag 23
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met enige verbazing gelezen dat het kabinet nauwe industriële samenwerking met de VS blijft bepleiten. Deze leden zijn namelijk van mening dat Europa en Nederland zo snel mogelijk afhankelijkheden van onder andere de VS moeten afbouwen, juist ook om daadwerkelijk een sterke en gelijkwaardige Europese pilaar binnen de NAVO te bewerkstelligen. Heeft het kabinet een uitgewerkte strategie om dergelijke afhankelijkheden af te bouwen? Zo ja, hoe rijmt het kabinet deze oproep tot nauwe industriële samenwerking met de VS dan met dit streven?

Antwoord
Het NAVO-bondgenootschap is de hoeksteen voor onze collectieve verdediging. De VS is daarbinnen onmisbaar. Het kabinet zet zich in voor een grotere Europese verantwoordelijkheid op het gebied van Defensie en voor het afbouwen van afhankelijkheden. De extra investeringen die beschikbaar zijn voor de Nederlandse Defensie Technologische en Industriële Basis (NLDTIB) zullen ook moeten bijdragen aan versterkte Europese defensiesamenwerking, onder andere via EU-defensieprogramma’s, waarbij interoperabiliteit binnen het NAVO-bondgenootschap een belangrijk speerpunt blijft. In dat kader is het van belang dat we mogelijkheden tot coproductie verkennen met industriespelers uit derde landen, waaronder de VS. Op die manier kunnen we de NLDTIB versterken door kennisopbouw in productiecapaciteit van Amerikaanse systemen lokaal te realiseren.

Vraag 24
Inzake het afbouwen van afhankelijkheden is de versterking van EDA een belangrijke pilaar. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd welke concrete plannen voor het versterken van het agentschap er zijn en Nederland, alsook andere lidstaten, tegen deze plannen aankijken. Het kabinet schrijft dat het van belang is dat EDA haar activiteiten prioriteert. Welke prioritering heeft het kabinet idealiter voor ogen, zo vragen deze leden.

Antwoord
Nederland hecht belang aan de rol van EDA en onderschrijft de ambities van EDA. Daarbij blijft het van belang dat EDA haar activiteiten prioriteert. Een belangrijk onderwerp waar het EDA aan kan bijdragen in de toekomst is het ondersteunen van lidstaten in het uitwerken van de PCA’s. Hiernaast ondersteunt Nederland de prioritering van het EDA op opschaling onderzoek, technologie en innovatie; consolidering centrale rol EDA op het gebied van gezamenlijke ontwikkeling van militaire vermogens; vraagbundeling van aanschaf, opbouwen EDA voor Europese centrale rol, gebruiken partnerschappen zoals betere synergie met NAVO.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Raad Buitenlandse Zaken Defensie op 1 december 2025. Deze leden hebben hier enkele vragen bij.

Vraag 25
De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet de haalbaarheid beoordeelt voor Nederland van het door de EC voorgestelde streefcijfer van minimaal 40% gezamenlijke defensie inkoop met andere lidstaten per eind 2027? Gaat dit streefpercentage alleen om investeringen via het EDA, of betreft dit alle materieelaankoop van EU-landen?

Antwoord
De door de Commissie geopperde streefpercentages betreffen alle materieelaankopen van EU-landen. Het kabinet onderschrijft het belang van meer gezamenlijke aankoop en meer aankoop binnen de EDTIB. De streefpercentages genoemd in de mededeling zijn ambitieus te noemen, maar het kabinet steunt de richting van de percentages. Tegelijkertijd acht het kabinet een zekere mate van flexibiliteit bij de inkoop van materieel van belang. Daarom vindt het kabinet het positief dat de percentages geen onderdeel zijn van het wetgevende voorstel EDIP. Voor het streefpercentage voor inkoop binnen de EDTIB heeft de Commissie geen jaartal genoemd.

Vraag 26
De leden van de CDA-fractie vragen verder hoe het kabinet de haalbaarheid beoordeelt voor Nederland van het door de EC voorgestelde streefcijfer van minimaal 55% defensie inkoop binnen Europese Defensie Technologische en Industriële Basis (EDTIB)? Voor welk jaar geldt dit streefcijfer?

Antwoord
Zie het antwoord op vraag 25.

Vraag 27
Kan het kabinet bij het onderwerp ‘voortgangsrapport’ verzoeken om een dashboard toe te voegen dat een overzicht geeft van weg te nemen obstakels in EU regelgeving die versterking van de EDTIB belemmeren?

Antwoord
Tijdens de Europese Raad van 18–19 oktober jl. is het voortgangsrapport opgenomen in de conclusies. De verdere uitwerking moet nog plaatsvinden. Nederland zet er op dit moment op in dat dit onderwerp in het rapport wordt meegenomen. Indien lidstaten worden gevraagd input te leveren over de vormgeving, zal Nederland het voorstel voor een dashboard inbrengen.

Vraag 28
Kan het kabinet, in lijn met de motie Boswijk (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2962), het diplomatieke voortouw in de EU nemen (naast de EC) om de financieel-juridisch risico’s van het inzetten van de bevroren Russische tegoeden eerlijk te verdelen over lidstaten? Zodat België deze risico’s niet alleen draagt en snelle besluitvorming leidt tot de hoognodige financiële impuls aan de Oekraïense defensie?

Antwoord
Het kabinet is van mening dat risico’s en lasten door alle EU-lidstaten moeten worden gedragen. Hierbij is van belang dat zorgen van individuele lidstaten worden geadresseerd. Dit spreekt het kabinet in EU-verband en bilateraal uit. Hierbij worden ook mogelijkheden voor Nederland om een constructieve rol te spelen in het besluitvormingsproces over financieringsopties bezien.

Vraag 29
Heeft het kabinet de Nederlandse ‘hotspots’ op het gebied van militaire mobiliteit al opgenomen in de I&W project portfolio en reguliere processen (zoals het MIRT)?

Antwoord
Nederland heeft een vertrouwelijke indicatieve lijst met opgaven en projecten ingediend voor het hotspot proces. Het is nog niet duidelijk welke Nederlandse opgaven en projecten geselecteerd zijn binnen het Europese proces, en daarmee hoe deze selectie zich verhoudt tot het MIRT. Waar mogelijk zullen militaire vereisten gekoppeld worden met civiele infrastructuuropgaven, al zijn er aanvullende middelen nodig om dit mogelijk te maken. In een recente Kamerbrief over infrastructuurinvesteringen is opgenomen dat de ministeries van Defensie en IenW bezien waar deze opgaven al een plek hebben of kunnen krijgen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Daar waar de MIRT-systematiek niet passend is, zal gezamenlijk worden gekeken naar de mogelijkheden voor tijdige ingebruikname van benodigde infrastructuur gelet op de noodzakelijke versterking van de krijgsmacht (Kamerstuk 29 435, nr. 270, vergaderjaar 2024-2025, Tweede Kamer).

Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie

De laatste nieuwsberichten over het Oekraïne-conflict geven aanleiding om aan te nemen dat Oekraïne, en daarmee de VS en de NAVO, aan de vooravond staan om de oorlog in Oekraïne definitief te verliezen. De Verenigde Staten lijken deze realiteit eindelijk onder ogen te zien en hebben een voorstel ontwikkeld dat een raamwerk en beginpunt kan vormen voor serieuze vredesbesprekingen tussen Rusland en Oekraïne in plaats van een tijdelijk staakt het vuren. Volgens de Russische president is dit voorstel een geüpdatete versie van de voorstellen die voorafgaand aan de besprekingen in Anchorage door de VS werden ingebracht, is het nog niet en detail besproken, maar kan het wel een startpunt vormen. Uiteraard mits Oekraïne zich eraan conformeert.

Vraag 30
De leden van de FVD-fractie vragen of het kabinet de mening deelt dat een vredesakkoord volgens de lijnen van het voorliggende 28-puntenplan een fundamentele heroverweging zou rechtvaardigen van de thans in ontwikkeling zijnde Europese defensieplannen. Zo nee, waarom niet?

Antwoord
De gesprekken aangaande het Genève-plan zijn nog volop in ontwikkeling. Het heeft op dit moment geen zin om te speculeren over de implicaties voor de in ontwikkeling zijnde Europese defensieplannen.

Vraag 31
Wat is de positie van het kabinet over de door de Europese Commissie voorgestelde streefcijfers van 55% aanschaf in Europa en 40% gezamenlijke aanschaf? Is dit haalbaar gezien de relatief beperkte productiecapaciteit in Europa in vergelijking met de Europese bewapeningsambities? Hoe verhoudt dit zich tot toezeggingen gedaan door de EU-Commissie aan de Amerikaanse President voor wat betreft toekomstige wapenaankopen, zo vragend de leden van de FVD-fractie.

Antwoord
Het kabinet onderschrijft het belang van meer investeringen door de Commissie en lidstaten in de EDTIB en steunt de richting van de voorgestelde streefpercentages genoemd in de mededeling. Tegelijkertijd acht het kabinet een zeker mate van flexibiliteit bij het aangaan van defensiesamenwerking van belang en steunt het daarom dat de percentages geen onderdeel zijn van het wetgevende voorstel EDIP.

Vraag 32
Hoe beoordeelt het kabinet de door de Commissie voorgestelde tijdlijnen voor het realiseren van de Prioritised Capability Areas? Verwacht het kabinet dat voor elke prioriteit voldoende lidstaten zich aanmelden om de capaciteit voor 2030 te realiseren, zo vragen de leden van de FVD-fractie.

Antwoord
Nederland werkt samen met de andere lidstaten aan de verdere opzet van de PCA’s. Het is van belang dat NAVO-bondgenoten hun capaciteiten zo snel mogelijk gereedstellen en dat de steun aan Oekraïne onverminderd wordt voortgezet. Binnen de PCA’s zet Nederland erop in om waar mogelijk gezamenlijk met andere lidstaten projecten op te pakken. Het is op dit moment nog te vroeg om te beoordelen of zich voor elke prioriteit voldoende lidstaten zullen aanmelden om de capaciteiten voor 2030 te realiseren.

Vraag 33
Hoe beoordeelt het kabinet de door de Europese Commissie voorgestelde vlaggenschipprojecten? Wat is de positie van andere lidstaten? Hoe moeten deze projecten worden gefinancierd? Hoe verhouden de vlaggenschipprojecten zich tot de Prioritised Capability Areas?

Antwoord
Het uitgangspunt voor de gezamenlijke ontwikkeling van militaire vermogens (capabilities) in EU-verband zijn de negen prioritaire capaciteitsgebieden (PCA’s). Voor iedere PCA bieden lidstaten zich aan om een leidende rol te nemen. De vier vlaggenschipprojecten zijn voorgesteld door de Europese Commissie. Het is nog niet bekend hoe deze projecten worden opgezet. Nederland pleit ervoor dat de vlaggenschipprojecten bijdragen aan de PCA’s.

Vraag 34
De leden van de FVD-fractie vragen in hoeverre het kabinet verwacht dat EU-lidstaten bereid zullen zijn om informatie te delen ten behoeve van het monitoringsrapport. Welke mogelijkheden ziet het kabinet om deze bereidheid te verhogen?

Antwoord
Het kabinet vindt het positief dat de Commissie de voortgang van de initiatieven gaat monitoren via het aangekondigde jaarlijkse monitoringsrapport voor defensiegereedheid. Het is wenselijk dat hierover regulier wordt gerapporteerd aan de ER en aan de RBZ-Defensie. Het is van belang dat bij het opstellen en evalueren van het monitoringsrapport zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande monitoringsmechanismen en -processen. Duplicatie dient te worden voorkomen. Bij bestaande monitoringsmechanismen is geen blijk van een gebrekkige bereidheid van lidstaten om informatie aan te leveren.

Vraag 35
Is het 28-puntenplan met Nederland of Europa gedeeld? Wat is de positie van het kabinet over het plan? Is het juist dat er meerdere versies van dit plan bestaan, zo vragen de leden van de FVD-fractie.

Antwoord
Zie de beantwoording op vraag 1 en 5.

Vraag 36
Is het kabinet bekend met het artikel in de WSJ “Trump Peace Plan Demands Major Concessions From Ukraine” waarin een hoge Amerikaanse functionaris wordt aangehaald die verklaart dat een bepaling in het 28-puntenplan over een financiële audit door Oekraïne zou zijn vervangen door een bepaling over ‘full amnesty’? Hoe beoordeelt het kabinet dit?

Antwoord
Het kabinet is bekend met het artikel. Het kabinet gaat echter niet in op uitspraken van anonieme bronnen in de media.

Vraag 37
De leden van de FVD-fractie vragen welke mogelijkheden het kabinet ziet voor betrokkenheid van Europa bij de bespreking van het plan? Wat zijn de laatste ontwikkelingen met betrekking tot het militaire plan van de coalition of the willing? Welke gevolgen heeft het 28-puntenplan voor het militaire plan?

Antwoord
Zie antwoord op vragen 1 en 5 voor de Europese betrokkenheid. Nederland blijft nauw betrokken bij het militaire planningsproces van de Coalition of the Willing. Tijdens de Coalitie-vergadering van 25 november jl. op regeringsniveau is afgesproken een gezamenlijke task force op te richten tussen de VS en de Coalitie om het militaire plan te finaliseren. V.w.b. inhoudelijke gevolgen voor het militaire plan geldt dat het op dit moment nog onduidelijk is hoe een nieuw vredesplan eruit ziet. Het kabinet wil hier dan ook niet op vooruit lopen.

Vraag 38
Hoe beoordeelt het kabinet de opties die zijn uitgewerkt door de Europese Commissie?

Antwoord
Zie het antwoord op vraag 13.

Vraag 39
Op welke wijze kunnen de risico’s van een reparatielening evenredig over EU-lidstaten worden verdeeld? Wat betekent dit voor Nederland, zo vragen deze leden.

Antwoord
In de contouren die de Commissie voor het initiatief van herstelleningen schetst is het nodig dat lidstaten garanties – op basis van de bni-sleutel – afgeven aan de Unie, om te waarborgen dat de Unie de financiële instellingen van wie het de cashgelden leent altijd kan terugbetalen. Op deze manier worden de risico’s voor de financiële instellingen afgedekt. Volgens de Commissie zouden de garanties ook nadrukkelijk het risico moeten afdekken dat voortvloeit uit bilaterale investeringsverdragen die gelinkt zijn aan de geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden, ook nadat de sancties zijn opgeheven. Op deze manier worden eventuele restrisico’s dus ook afgedekt en evenredig verdeeld onder EU-lidstaten. Voor Nederland betekent dit dat een bilaterale garantie zal worden afgegeven ter hoogte van het Nederlandse bni-aandeel in het bni van de EU. De absolute omvang van deze garantie is afhankelijk van de omvang van de herstelleningen. Zoals in antwoord 13 uiteengezet is er een mogelijkheid dat de bilaterale garanties op worden genomen in de headroom van het toekomstige Meerjarig Financieel Kader (MFK).

Ook zien enkele lidstaten een risico voor arbitrage en wensen zij risicodeling ten aanzien van aansprakelijkheid en mogelijke hieraan gerelateerde kosten.

Vraag 40
Deelt het kabinet de bevindingen en aanbevelingen uit het OFL-rapport ‘Tijd om te handelen’?

Antwoord
In het adviesrapport concludeert het OFL vooral dat het spoorsysteem jarenlang is ingericht op efficiëntie en stiptheid, maar onvoldoende is voorbereid op sabotage en cyberaanvallen. Daarnaast concludeert het OFL dat een toename van het militair transport zonder maatregelen gepaard gaat met grote gevolgen voor de economie en maatschappij. Het kabinet heeft daarom de conclusies omarmt in de kamerbrief ‘Weerbaarheid en militaire mobiliteit spoor’ van 13 oktober jl. (Kamerstukken II 2025-2026 30821 nr. 321). In deze brief is ook toegelicht hoe het kabinet met de uitwerking van de aanbevelingen aan de slag gaat. Daarnaast zijn er aanbevelingen die gericht zijn op het beter in beeld krijgen van knelpunten en verbeteren van de samenwerking. Zoals toegezegd in de brief van 13 oktober jl. zal het kabinet begin 2026 met een voortgangsbrief komen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde Agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken Defensie (RBZ Defensie) van 1 december 2025 en hebben nog de volgende vragen.

Vraag 41
De agenda van de RBZ Defensie bevat een bespreking over de militaire steun aan Oekraïne. Nederland blijft Oekraïne actief en onverminderd steunen en benadrukt dat alle EU-lidstaten een substantiële bijdrage moeten leveren voor de Europese veiligheid. Kan de minister uiteenzetten welke concrete stappen gezet worden om de opgedane kennis en innovaties in de Oekraïense defensie-industrie, zoals de ontwikkeling van de Flamingo-raket, te benutten bij de verdere ontwikkeling van de Europese defensiecapaciteiten, zoals Nederland wenselijk acht en reeds doet via gezamenlijke productie van drones, zo vragen de leden van de BBB-fractie.

Antwoord
Het versterken van de industriesamenwerking met Oekraïne, om de productiecapaciteit te vergroten en van elkaar te leren, is een van de prioriteiten van dit demissionaire kabinet. Om deze reden worden er handelsmissies georganiseerd en is de defensievertegenwoordiging in Kyiv uitgebreid met innovatie- en materieelattaches. Zo leren we van de innovaties van de Oekraïense defensie-industrie. Immers: de oorlog in Oekraïne laat zien hoe snel kortcyclische innovatie wordt vertaald naar productie en ontwikkeling. Technologie en inzicht worden voortdurend aangepast op basis van recente ervaringen aan het front, waarbij het realiseren van snelheid en volume ook van groot belang zijn. Dit reflecteert in een aanpak waarin prototypes snel worden getest, inzichten direct worden verwerkt en oplossingen voortdurend worden verbeterd. Defensie heeft in de DSII en actieagenda STRAIIK aandacht voor zowel langdurige, hoogtechnologische ontwikkeling alsook voor het testen en toepassen van lessons learned en korte ontwikkelcycli.

Daarnaast neemt Nederland deel aan het Build With Ukraine initiatief door coproductie van Oekraïens materieel door Nederlandse bedrijven mogelijk te maken. Hiertoe is op 10 oktober jl. een Memorandum of Understanding gesloten. Daarnaast is er in september een Memorandum of Understanding getekend tussen TNO en het Oekraïense bedrijf Brave1 om de onderlinge samenwerking specifiek op het gebied van innovatie met defensietoepassingen te faciliteren en heb ik tijdens de laatste handelsmissie in oktober het Dutch Defence Cluster in Kiev geopend: een particulier initiatief van Nederlandse bedrijven met een vertegenwoordiging in Kyiv, als vlaggenschip voor het verder uitbreiden van het netwerk met de Oekraïense defensie-industrie. Door gezamenlijk op te trekken in o.a. de productie van drones, zorgen we er voor dat we onze kennis en krachten bundelen voor de ontwikkeling van de meest urgente defensiecapaciteiten.

Vraag 42
De minister zal tijdens de RBZ Defensie aangeven dat Nederland concrete initiatieven voor aanschaf van militair materieel voor Oekraïne zal benoemen waar andere lidstaten bij aan kunnen sluiten. De leden van de BBB-fractie vragen welke concrete (regionale) voordelen de minister voor de Nederlandse maakindustrie en defensiesector in deze initiatieven ziet.

Antwoord
Een groot deel van de militaire steun aan Oekraïne wordt commercieel verworven. De defensie-industrie speelt daarom een cruciale rol in onze steunverlening. Nederland zal tijdens de RBZ Defensie oproepen tot burden sharing. Dit kan onder andere door aan te sluiten bij de contracten die Defensie heeft bij de Nederlandse defensie-industrie. Door gebruik te maken van bestaande raamwerken kan worden voorkomen dat ieder land individueel deze nieuwe processen moet ontwikkelen en productielijnen voor Oekraïne stil komen te vallen. Dit is tevens een belangrijke impuls voor onze eigen productiezekerheid.

Vraag 43
Welke positie zal Nederland precies innemen met betrekking tot het verwachte initiatief van de Europese Commissie voor herstelleningen, gerelateerd aan het inzetten van de bevroren Russische tegoeden ten behoeve van Oekraïne? Hoe wordt gewaarborgd dat steun aansluit bij de noden van Oekraïne en dat zowel militaire als niet-militaire noden onderdeel zijn van het voorstel? Is het kabinet van mening dat de inzet van bevroren Russische tegoeden op Europees niveau verenigbaar is met het BBB-standpunt dat er geen nieuwe gezamenlijke Europese schulden, giften of Eurobonds mogen komen om uitgaven voor bijvoorbeeld Defensie te financieren?

Antwoord
Het kabinet acht het positief dat de Commissie financieringsopties voor Oekraïne heeft gedeeld en kijkt met open blik naar de contouren van het voorstel voor herstelleningen. De herstelleningen lijken te kunnen voldoen aan de voorwaarden die het kabinet heeft gesteld aan het mobiliseren van de geïmmobiliseerde tegoeden, en is daarmee de voorkeursoptie. Het kabinet acht het hierbij van belang dat Oekraïne zo veel mogelijk vrijheid krijgt om de middelen te besteden daar waar de noden het hoogst zijn. Dat betekent enerzijds dat het noodzakelijk is dat voldoende en voorspelbare begrotingssteun aan Oekraïne wordt verstrekt, met oog op de urgente noden van Oekraïne na 2025. Anderzijds is het van belang dat bij militaire steun uit de herstelleningen de mogelijkheid voor Oekraïne bestaat om materieel in te kopen dat aansluit op de Oekraïense behoeften. In dit kader acht het kabinet strikte criteria die inkoop beperken tot de EU- en Oekraïense defensie-industrie onwenselijk.

Het principe van leningen van de EU doorgeleend aan OEK is op zichzelf niet nieuw (bijv. MFA+ in 2023). Bij een lening van de EU op basis van geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden is er geen sprake van gemeenschappelijke schulduitgifte, giften of Eurobonds. 

Vraag 44
Op de agenda staat de voortgang van de negen Priority Capability Areas (PCA’s) en de implementatie van de Routekaart Defensiegereedheid 2030, inclusief de vier voorgestelde vlaggenschipprojecten. Nederland is coördinerend land voor drones/counterdrones en militaire mobiliteit. Hoe zal de minister er zorg voor dragen dat de militaire behoeftestelling vanuit de NAVO leidend blijft bij de verdere uitwerking van de vlaggenschipprojecten en de PCA-trajecten en dat EU en NAVO nauw blijven samenwerken, zo vragen de leden van de BBB-fractie.

Antwoord
De NAVO is de hoeksteen van onze collectieve verdediging. De NAVO stelt dreigingen vast, SACEUR vertaalt die in plannen en stelt ‘Capability Targets’ vast. De EU heeft een belangrijke rol te spelen d.m.v. coördinatie, financiering en wetgeving om defensiegereedheid te versterken en de defensie industrie te stimuleren. In EU-verband geldt: defensie is en blijft een competentie van de lidstaten.

NL brengt dit steevast onder de aandacht in de verschillende relevante EU- en NAVO-gremia. Ook vanuit de rol als co-lead nation binnen de PCAs zorgt NL proactief voor goede aansluiting met de NAVO.

Vraag 45
Nederland hecht eraan dat EU-programma’s voor de defensie-industrie (zoals EDIP) voldoende mogelijkheden bieden voor samenwerking met de industrie uit belangrijke partnerlanden buiten de EU, met name NAVO-bondgenoten. Wat is de actuele stand van zaken met betrekking tot het gevraagde akkoord over het verbeteren van de toegang voor industrieën uit Canada en het Verenigd Koninkrijk tot het SAFE-programma?

Antwoord
De onderhandelingen tussen de Europese Commissie en zowel Canada als het Verenigd Koninkrijk zijn nog gaande. Het kabinet kan op dit moment geen inzicht geven in de inhoud van deze gesprekken, omdat dit het onderhandelingsproces nadelig zou kunnen beïnvloeden.

Vraag 46
De Kamer wordt tijdens de RBZ Defensie geïnformeerd over het EU Militaire Mobiliteitspakket. Dit pakket richt zich op de harmonisatie van administratieve lasten en gerichte aanpassingen van bestaande wet- en regelgeving. Het pakket beoogt het vergemakkelijken van grensoverschrijdende verplaatsing, onder andere door harmonisatie van administratieve zaken zoals douaneformulieren en digitalisering. Vraag 47. Hoe waarborgt de minister dat deze harmonisatie daadwerkelijk leidt tot het wegnemen van bureaucratie en regeldruk voor de logistieke en transportsector?

Antwoord
De kabinetsinzet op het militaire mobiliteit pakket zal middels het BNC-fiche worden vastgelegd. Om militair vervoer door civiele exploitanten te vereenvoudigen in lijn met militair vervoer door strijdkrachten, stelt de Commissie voor om militair vervoer vrij te stellen van bepaalde civiele regels, zoals rijverboden tijdens vakanties, en om lidstaten de mogelijkheid te bieden om cabotageregels in bepaalde situaties op te schorten.

Vraag 47
De leden van de BBB-fractie vragen of de minister in de discussie over militaire mobiliteit de inzet zal meenemen om de strategische militaire mobiliteitsvoordelen van infrastructuurprojecten, zoals de Nedersaksenlijn die de militaire inzetbaarheid vergroot, expliciet te laten meetellen binnen onze NAVO-verplichtingen voor defensie-uitgaven aan infrastructuur.

Antwoord
Op de afgelopen NAVO-top in Den Haag hebben de bondgenoten zich aan de Hague Defence Investment Plan gecommitteerd, bestaande uit 3,5% van het bbp voor defensie-uitgaven ter invulling van de NAVO’s capaciteitsdoelstellingen en 1,5% voor bredere veiligheid- en defensie gerelateerde uitgaven.

Bondgenoten zijn nu individueel aan zet voor de nationale kaders van ‘bredere veiligheid- en defensie gerelateerde uitgaven’ op basis van de NAVO-afspraken. Hierover moet uiteindelijk besloten worden door het nieuwe kabinet. De bredere defensie- en veiligheid gerelateerde uitgaven, als deel van de nieuwe NAVO-norm, moeten bijdragen aan de uitvoerbaarheid van de NAVO-verdedigingsplannen.


  1. Ukraine Support Tracker - Kiel Institute↩︎