Debat over het besluit van de minister van SZW om de afbouw van de regeling om 25% van het minimumloon in te houden terug te draaien (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2025D48962, datum: 2025-11-27, bijgewerkt: 2025-11-28 09:47, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2025-11-27 10:16: Debat over het besluit van de minister van SZW om de afbouw van de regeling om 25% van het minimumloon in te houden terug te draaien (Plenair debat (debat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Besluit van de minister van SZW om de afbouw van de regeling om 25% van het minimumloon in te houden terug te draaien
Besluit van de minister van SZW om de afbouw van de regeling om 25%
van het minimumloon in te houden terug te draaien
Aan de orde is het debat over het besluit van
de minister van SZW om de afbouw van de regeling om 25% van het
minimumloon in te houden terug te draaien.
De voorzitter:
Aan de orde is het debat over het besluit van de minister van SZW om de
afbouw van de regeling om 25% van het minimumloon in te houden terug te
draaien. Ik heet van harte welkom in vak K de minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid. Er zijn vandaag twee maidenspeeches. Dat is een
bijzonder moment. Het betreft de maidenspeeches van de heer Ceulemans
van JA21 en van de heer Neijenhuis van D66. Dan schors ik na elke
maidenspeech voor een enkel ogenblik voor de felicitaties. Maar daar
zijn we nog niet, want we zijn eerst aanbeland bij mevrouw Patijn voor
haar eerste termijn van de zijde van de Kamer namens de fractie van
GroenLinks-Partij van de Arbeid. Dat mag u bij het spreekgestoelte doen,
tenzij u een ordevoorstel heeft. Gaat uw gang.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik had een ordevoorstel. Ik wil de voorzitter vragen om wat meer ruimte
voor de interrupties bij de minister te geven. Dat mag wat mij betreft
ten koste gaan van de ruimte die we hebben voor de interrupties bij de
Kamer.
De voorzitter:
Ik vind het altijd lelijk om een beperkt aantal interrupties te hebben.
Ik wil dus proberen om dat niet te doen, maar dat vraagt ook wat van u
allen, namelijk dat we de interrupties kort en beknopt houden. 30
seconden is toch echt wel mogelijk, want u heeft ook gewoon vier minuten
in uw eigen spreektijd. Laten we het zo doen: u krijgt ruimte voor
interrupties, maar ik ga wel ingrijpen als ze te lang duren. Maar eerst
heeft u het woord voor uw inbreng namens de fractie van
GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Hartelijk dank, voorzitter. Iedere dag worden tientallen mensen die hun
werk verliezen hun huis uitgezet. Dit gaat over gewone mensen, maar ze
worden behandeld als tweederangsburgers. Maar het is niet normaal dat
een werkgever je vertelt dat je je werk verliest en je dus ook binnen
een paar dagen je huis uit moet. Iedere dag worden arbeidsmigranten in
steden en dorpen letterlijk op straat gezet omdat hun werk stopt en ze
dus hun bed verliezen. De gevolgen zijn voor de arbeidsmigrant en voor
hun buren die de overlast ervaren van weer een verhuizing. Weer een
dakloze buurtbewoner zonder wc, waardoor mensenpoep wekelijks uit de
tuin en portiek geschept moet worden. Weer een dakloze die bij het Leger
des Heils aanklopt. Weer een agent die moet omgaan met de vele meldingen
van overlast. Maar vooral: weer een beschadigd mens dat de moed had naar
Nederland te komen om te werken, maar zonder pardon op straat gegooid
wordt. Van het Leger des Heils tot Emile Roemer, van de bewonersgroep
tot de FNV, van FairWork tot de Arbeidsinspectie: allemaal zeggen zij
dat de stilstand gestopt moet worden, de AMvB alsnog doorgevoerd moet
worden en de verstrengeling van huur en loon ontkoppeld moet
worden.
Voorzitter. Ik heb een aantal vragen. Die wil ik graag separaat
beantwoord hebben. Vindt de minister het belangrijk om de verstrengeling
tussen bed en baan te doorbreken, ja of nee? Op 31 januari 2025, na
anderhalf jaar verkenning, besloot het kabinet van deze minister, het
kabinet-Schoof, de inhoudingsregeling af te schaffen. In het debat van
19 februari is dit besluit gepasseerd in de Kamer. Op 22 augustus stapte
ook NSC uit het kabinet. Het kabinet is dan dubbeldemissionair. Vanaf 5
september wordt de minister, Mariëlle Paul, demissionair minister van
SZW. In de nota over het ontwerpbesluit van 23 september, achttien dagen
na haar benoeming, schrijft de minister over het advies om het besluit
naar de Raad van State te sturen: "Niet doen!!" Waarom heeft de
dubbeldemissionair minister dit besluit en de wens van de Kamer zonder
debat teruggedraaid?
Voorzitter. Deze minister wist dus op 23 september al dat zij belangrijk
beleid ging terugdraaien. Zij zegt niemand verder geconsulteerd te
hebben en haar besluit enkel gebaseerd te hebben op een brief van
VNO-NCW. Op 1 oktober heeft zij de sociale partners mondeling
geïnformeerd via haar ambtenaren. Kan de minister uitleggen waarom ze de
sociale partners niet zelf geconsulteerd heeft? Pas op 30 oktober, ruim
vijf weken na haar besluit, heeft de minister de Kamer geïnformeerd. Eén
dag na de verkiezingen. Ik herhaal: één dag na de verkiezingen. Verstopt
in een brief over een ander onderwerp. Kan de minister uitleggen waarom
zij meer dan vijf weken heeft gewacht de Kamer te informeren? Kan de
minister uitleggen waarom ze daarmee gewacht heeft tot de dag na de
verkiezingen en waarom ze het advies van haar ambtenaren om dit eerder
te doen genegeerd heeft? Kan de minister aangeven of zij denkt dat haar
brief invloed zou hebben gehad in de campagne, als zij de brief eerder
aan de Kamer gestuurd had? Kan de minister uitleggen waarom ze zei dat
ze haar besluit met de sociale partners besproken heeft, maar daar later
helemaal niet met die mensen over gesproken blijkt te hebben?
In de brief van afgelopen week schrijft de minister, en ik citeer: "Ten
eerste worden kabinetsleden geacht terughoudend te zijn met het
versturen van een brief met een beleidswijziging als uw Kamer met
verkiezingsreces is." Het is als volgt: een dubbeldemissionaire minister
wordt geacht überhaupt geen beleidswijzigingen door te voeren die nog
geen halfjaar daarvoor gepasseerd zijn in de Kamer. Deze minister
negeerde de Kamer, maar laat vooral de arbeidsmigranten en hun buren in
de kou staan. De enige gepaste actie is om alsnog de AMvB door te
voeren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Patijn. Dan geef ik het woord aan de heer Ceder voor
zijn inbreng namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Vijf jaar na de commissie-Roemer moeten we concluderen dat
de positie van arbeidsmigranten in Nederland te weinig, nauwelijks, is
verbeterd. Nog steeds werken duizenden mensen onder slechte
omstandigheden. Zij wonen in erbarmelijke omstandigheden en worden
behandeld als stukgoed. Er wordt grof geld verdiend aan de uitbuiting
van kwetsbare mensen. Wie zijn baan kwijtraakt, verliest zijn huis en
kan eindigen in een tentenkamp langs de snelweg. Roemer bevestigde
vorige week dat hij zich schaamt voor de uitvoering van zijn
rapport.
Voorzitter. De ChristenUnie vindt dat terecht, want de praktijk in ons
land is ook iets waar we ons diep, diep voor moeten schamen. Ondanks de
slechte woon- en werksituaties, het grote aantal bedrijven dat de regels
aan zijn laars lapt en de geringe pakkans, schrijft de minister dat een
groot deel van het rapport-Roemer is uitgevoerd of in uitvoering is. Hoe
dan, vraag ik. Vindt zij zelf dat de genomen maatregelen al effect
hebben? Is er niet veel meer nodig? Worden die maatregelen ook niet
ontweken? Centraal in het rapport staat de loskoppeling van bed en baan.
Zonder baan geen bed, en zonder bed geen baan. Terecht rijzen er vragen
over het besluit dat de minister nu neemt. Want hoe rijmt zij dit met de
belangrijkste aanbeveling van Roemer? Wat is haar argumentatie, zeker
gezien het standpunt van de Arbeidsinspectie?
De minister wekt de indruk dat de inhoudingsmogelijkheid vooral een
dienst van werkgevers aan werknemers is, maar feitelijk is het toch
gewoon een verdienmodel voor werkgevers? Erkent de minister dit? Hoe
weegt de minister de voordelen van het behouden van de regeling op tegen
het feit dat deze in de praktijk aantoonbaar bewust als verdienmodel
wordt gebruikt? Welke maatregelen neemt zij om misstanden waarin de
werkgever ook de huisbaas is, tegen te gaan?
Voorzitter. Ook over het proces heb ik vragen. Want waarom neemt de
minister dit besluit in een dubbeldemissionaire periode met een kabinet
dat rust op 26 zetels in de Tweede Kamer? Ook de timing van de
bekendmaking en de wisselende woordvoeringslijn over of er nu wel of
niet met de sector is gesproken, is op zijn zachtst gezegd ongelukkig.
Hoe reflecteert de minister hierop? Wat had er beter gemoeten?
Voorzitter. De manier waarop Nederland nu met arbeidsmigranten omgaat,
is een vorm van moderne slavernij. Het is uitbuiting. Mensen huren een
matras in een gedeelde ruimte puur om werk te doen waar Nederlanders
zich te goed voor voelen, omdat wij ons online blauw bestellen en
verwachten dat pakketjes binnen 24 uur voor de deur moeten liggen. De
maatregelen die we vandaag bespreken gaan dit onrecht niet oplossen en
ook de scheiding van bed en baan niet realiseren, want zelfs als de
inhoudingsmogelijkheid verdwijnt, blijft de werkgever in veel gevallen
ook de huisbaas. Arbeidsmigranten hebben nu vaak shortstaycontracten,
waardoor ze van de ene op de andere dag dakloos kunnen worden. We zien
het in de grote steden.
Echte scheiding van bed en baan vraagt vooral om veel betere
huurbescherming. Daarom vraag ik de minister of zij het met mij eens is
dat betere huurbescherming essentieel is om de afhankelijkheidsrelatie
eindelijk te doorbreken. Is het wetsvoorstel van minister Keijzer
hiervoor voldoende of is er meer nodig om deze scheiding daadwerkelijk
te realiseren? Wanneer komt het wetvoorstel naar de Kamer en wanneer
moeten de maatregelen dan daadwerkelijk ingaan? Wat betekent dit voor de
inhoudingsmogelijkheid? Is deze volgens de minister nog steeds
noodzakelijk of erkent zij dat we gezien het risico op de instandhouding
van een verdienmodel dat we niet willen zo snel mogelijk afscheid moeten
nemen van deze regeling? Ik zal op dit punt ook een motie indienen om
dat voor elkaar te krijgen en ik hoop uiteraard ook op brede
steun.
Voorzitter. Tot slot. Naast de uitvoering van het rapport-Roemer moet
namelijk ook de arbeidsvraag naar goedkope arbeid worden verminderd,
zoals de Arbeidsinspectie aangeeft. Daar heeft dit kabinet nog niets aan
gedaan. Het ibo van afgelopen zomer biedt hiervoor goede handvatten. Ik
noem er enkele: een uitzendverbod in risicosectoren, afschaffing van de
ETK-regeling en strengere eisen aan nachtwerk. Laatste vraag: wanneer
gaat dit kabinet hiermee aan de slag en wanneer voeren we in de Kamer
daarover het gesprek?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ceder. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk namens de
fractie van de Socialistische Partij.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. In de jaren zestig en zeventig werden Turkse, Marokkaanse,
Spaanse en Italiaanse mensen hiernaartoe gehaald. Die werden
"gastarbeiders" genoemd. Ze werden in wijken weggestopt in hokken met
meerdere matrassen in één kamer. Soms diende de vloer volledig als
kamer. Soms waren het garageboxen. Mensen werden uitgebuit. De taal
hoefde niet geleerd te worden, zodat mensen maar lekker afhankelijk
konden blijven van de werkgever. Er ontstonden grote problemen in
buurten en wijken. We zien daar nu de gevolgen van. Later kwamen de
Roemenen, Bulgaren en Polen. Open grenzen, er was vrij verkeer van
personen en goederen. Wat zou dat een vooruitgang bieden. Maar voor wie
heeft dit gewerkt? Niet voor de mensen waarover ik het net had. Zij
worden nog steeds uitgebuit, afgedankt en op straat gegooid. Vanaf 2006
is het aantal arbeidsmigranten in Nederland verviervoudigd tot een
aantal van 800.000 tot 1,2 miljoen, maar dat is een schatting. Van
400.000 mensen is dus niet precies bekend of ze er zijn, hoelang ze er
zijn en waar ze verblijven. De afhankelijkheidsrelatie die er eerst
rondom taal en wonen was, is nu nog heftiger geworden. Hoe kun je
uitleggen dat mensen een kwart van hun loon moeten inleveren aan
huisvestingskosten? Wie zou daar vrijwillig voor kiezen? Welke vorm van
vrijheid is dat? Dat is geen vrijheid. Dat is terug naar de
middeleeuwen. Dat is terug naar een tijd van landarbeiders met gedwongen
winkelnering. Dat is geen ontwikkeling. Dat is geen vooruitgang. Dat is
keiharde achteruitgang.
Deze minister heeft echt iets uit te leggen, aangezien ze op 30 oktober,
een dag na de verkiezingen, meedeelt een besluit, waar tijdenlang over
gesproken is en waar hier in de Tweede Kamer een meerderheid voor was,
eigenhandig terug te trekken en te vertragen, met nu al als gevolg dat
dit besluit uitgesteld moet worden. De minister heeft dus echt iets uit
te leggen. Dat heeft ze overigens gedaan zonder de Tweede Kamer hierover
in te lichten, terwijl ambtenaren haar daarvoor gewaarschuwd hadden.
Deze minister heeft meer uit te leggen. In de eerste reacties werd
gesteld dat iedereen was ingelicht en dat er gesprekken waren gevoerd.
Dat blijkt achteraf dus helemaal niet waar te zijn, behalve voor de
Algemene Bond Uitzendondernemingen: daar blijft het een beetje
vaag.
Voorzitter. Bij dit soort debatten moet je altijd de vraag stellen: wie
heeft er belang bij het terugdraaien van dit besluit? Heeft iemand een
arbeidsmigrant gevraagd? Iemand? Dat is ook een vraag aan de minister.
Wie heeft er belang bij dit besluit? Heeft iemand een arbeidsmigrant
gevraagd? Heeft u dat gedaan, minister? Kiezen die er vrijwillig voor om
een kwart van hun loon in te leveren? Wie zijn er geraadpleegd? Dat is
ook de vraag. En dan stel ik weer de vraag: heeft u arbeidsmigranten
gesproken?
De voorzitter:
Via de voorzitter, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, heeft iemand hier in de zaal arbeidsmigranten gesproken en
gevraagd wat zij hiervan vinden?
Voorzitter. Al die rapporten, al die adviezen moeten uitgevoerd worden.
Ja, ook die van de commissie-Roemer, zeker. Maar de minister heeft met
haar rare en eigenstandige besluit vertraging in de afbouw van deze
afhankelijkheidssituatie veroorzaakt. Dat is heel schadelijk. Deze
Tweede Kamer moet zichzelf serieus nemen. Dus ik kijk naar het CDA. Ik
kijk naar D66. Staan jullie dit toe? Vinden jullie het normaal dat een
Kamer niet wordt ingelicht als een minister eigenstandig een besluit
terugdraait? Waarom heeft de minister dit besluit genomen en waarom
voelde zij zich hiertoe gemachtigd?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dijk. Dan is het woord aan de heer Boon voor zijn
inbreng in eerste termijn namens de fractie van de Partij voor de
Vrijheid.
De heer Boon (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De PVV wil fors minder arbeidsmigratie omdat
Nederland de huidige instroom eenvoudigweg niet meer aankan. Nieuwe
onderzoeken laten zien dat er gewoon veel meer arbeidsmigranten zijn dan
er al werd gedacht: tussen de 1,6 en 1,8 miljoen arbeidsmigranten.
Daarom zet de PVV grote vraagtekens bij dit besluit van een
dubbeldemissionair kabinet, dat in een overgangsfase de afbouw van de
25%-regeling terugdraait, een maatregel met enorme gevolgen voor
werknemers en de migratiestromen naar Nederland. Dat is politiek
onbegrijpelijk en democratisch onverdedigbaar.
Nog opmerkelijker was de timing: één dag na de verkiezingen. Eén dag.
Waarom? De PVV vraagt nogmaals of er achter de schermen druk is
uitgeoefend en door welke partijen of lobby's dat is gebeurd. Want
bepaalde werkgevers hebben hier belang bij. Deze regeling houdt het
verdienmodel van goedkope arbeidsmigratie in stand. De Arbeidsinspectie
noemt het zelfs een "stimuleringsregeling voor arbeidsmigratie". Door de
automatische inhouding van 25% van het minimumloon worden
arbeidsmigranten kunstmatig goedkoop gehouden. Want elke extra migrant
levert direct op voor die werkgever. Daardoor loont het om steeds maar
nieuwe migranten Nederland binnen te halen. Ze worden zelfs
binnengehaald zonder selectie, zelfs zonder fatsoenlijk werk of
fatsoenlijke huisvesting. Het resultaat voor de Nederlanders is
duidelijk: een voortdurende aanzuigende werking. Een systeem waarin
werknemers volledig afhankelijk blijven van hun werkgever voor een baan
en een bed. Dat vergroot het risico op misbruik, uitbuiting of zelfs
huisuitzetting.
Daar stopt het niet. Want deze praktijk verstoort ook ónze woningmarkt.
Uitzendbedrijven kopen onze woningen op en bieden ver boven de
marktprijs, omdat de inhoudingen hun inkomsten garanderen. Dat gaat ten
koste van het lokale woonaanbod, ten koste van de Nederlanders die
dringend een betaalbare woning zoeken. Toch kiest het
dubbeldemissionaire kabinet voor een maatregel die de instroom verder
kan vergroten, terwijl de druk nu al enorm is. Deze regeling is geen
neutraal instrument maar een financiële stimulans voor goedkope arbeid.
Onze jongeren kunnen geen huis meer vinden. Onze buurten hebben steeds
meer overlast. Onze zorg, onze veiligheid en ons onderwijs staan op
omvallen, maar dit kabinet laat de deur gewoon openstaan. Dit houdt een
schadelijk verdienmodel overeind. Het ondermijnt de positie van de
Nederlandse werknemers en jaagt de instroom verder omhoog, terwijl
Nederland nu al overbelast is. De PVV zegt: "Genoeg. Stop dit
verdienmodel. Zet de belangen van de Nederlanders weer op één."
Tot slot. Ik ga afronden. We hebben nog één vraag aan de minister: hoe
kijkt zij aan tegen het pleit in de EU voor werkgeversvergunningen voor
werknemers uit andere EU-landen? Als Nederland de instroom werkelijk wil
terugdringen, moet dit gesprek toch juist in Brussel worden gevoerd? Is
de minister bereid om dat eindelijk op te pakken zodat Nederland weer
regie krijgt op wie hier komt werken?
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Boon. Ik zie een interruptie van de heer Ceder van de
ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Over dat laatste, dat je in Europa veel meer voet bij stuk moet houden,
zijn we het eens. Ik heb met volgens mij de heer Dijk, of in ieder geval
met de SP, meerdere moties ingediend om ook bilateraal met landen
afspraken te maken, zodat we als Nederland gewoon de regie hebben. Ik
weet dat oud-PVV-collega Mooiman een paar maanden geleden een motie
heeft ingediend om de shortstaycontracten ook onder de huurbescherming
te laten vallen. Op grond daarvan heeft minister Keijzer vervolgens
gezegd dat ze dat gaat doen met een wetsvoorstel.
De voorzitter:
Uw vraag is?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is dat ik het voornemen heb om vandaag dan ook een voorstel
te doen, namelijk om dat voorstel van mevrouw Keijzer door te laten
gaan. Dat zou betekenen dat shortstaycontracten onder de huurbescherming
komen en dat dan ook de scheiding tussen bed en baan mogelijk gemaakt
wordt. Daardoor zorg je ervoor dat arbeidsmigranten een betere
huurbescherming hebben, maar ook dat je een contract kunt beëindigen
zonder dat mensen dan vervolgens op straat belanden of anderszins alsnog
in een benarde positie zitten. Mijn vraag is of de PVV zoiets zou kunnen
steunen.
De heer Boon (PVV):
Het voorstel dat mevrouw Keijzer heeft aangekondigd, steunen wij. Daar
zijn wij zeer positief over. Dit heeft ook betrekking op een motie van
de heer Mooiman van de PVV, zoals u aangaf. Ik begrijp niet precies wat
uw motie toevoegt, maar als die het kan versnellen …
De voorzitter:
De motie van de heer Ceder!
De heer Boon (PVV):
Excuses, voorzitter. Het is de motie van de heer Ceder. Ik begrijp niet
wat zijn motie eventueel toevoegt. Maar als die het versterkt,
verbetert, dan ben ik zeker bereid om daar positief naar te kijken.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Boon. Ik zie nog een interruptie, van de heer Van
Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
De PVV is kritisch op arbeidsmigratie en dat zijn wij ook. Mij verbaast
dan toch het volgende. De Boon merkte het net zelf op. We hebben
natuurlijk binnen de Europese Unie die Detacheringsrichtlijn. Iedereen
kan hier eigenlijk gaan werken als die maar voor een Europees
uitzendbureau werkt; dat vindt u ook een groot probleem. Ja, dat gaat
natuurlijk nooit veranderen. De EU is helemaal niet van plan om dat te
hervormen. Het punt dat ik wel vaker in een debat maak: de enige manier
is om uit de Europese Unie te gaan als je weer controle wil krijgen over
je grenzen. Dat wil de PVV niet meer, dus misschien dat de heer Boon dat
kort zou kunnen toelichten. Dat begrijp ik namelijk maar niet.
De heer Boon (PVV):
Nee, u, de voorzitter, de heer Van Heiningen, Van Pijnigen …
De voorzitter:
Van Houwelingen.
De heer Boon (PVV):
Van Houwelingen!
De voorzitter:
Dat was een samenvoeging!
De heer Boon (PVV):
Hij begrijpt het inderdaad niet. De voorganger van de minister had in
Europa juist een heel collectief verzameld van verschillende landen die
van het misbruik van die A1-detachering af wilden. Dat is juist de weg
die we op moeten gaan. We kunnen in Europa veel meer bereiken, maar dan
moeten we niet altijd toegeven. We moeten niet altijd buigen. We moeten
eens een keer recht blijven staan en een keer echt met de vuist op tafel
slaan en gewoon eisen. Daar was de vorige minister heel goed mee bezig.
Ik hoop dat deze minister ook doorgegaan is met het aanpakken van het
misbruik van de A1-constructies. Misschien dat ze straks in haar termijn
ook even iets kan zeggen over wat nu de stand van zaken is, want wij
hadden daar hele goede hoop op.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Aan de ene kant waardeer ik uw passie. Ik wil hier niet de partypooper
zijn, maar het probleem is natuurlijk dat dit binnen de Europese Unie
nooit gaat veranderen. U weet dat een van vier basisprincipes het vrije
verkeer van diensten en ook het vrije verkeer van werknemers is. Dat
vrije verkeer van diensten en werknemers is dus de kern van de Europese
Unie. Laat ik de vraag dan maar zo stellen: kan de heer Boon één
voorbeeld geven waarin de Europese Unie dat vrije verkeer van diensten
aan banden heeft gelegd, teruggedraaid, zodat de Europese Unie dus
strenger is geworden op het vrije verkeer van arbeidsmigranten?
De heer Boon (PVV):
De PVV is inderdaad een hele positieve partij. Wij zitten ook in Europa,
in tegenstelling tot u. We zien dat er een nieuwe wind waait. We zien de
veranderingen komen; we zien de uitslagen die straks gaan komen in
Frankrijk en er gaat verandering komen in Duitsland. Er staat een
massale verandering in Europa voor de poort, die wij binnen moeten zien
te halen. Als we dat doen, dan kunnen we eindelijk dat vrije
werknemersverkeer aan banden leggen. Wij zijn daar heel positief over,
verwachten dat dat gaat lukken en zetten ons daar keihard voor in.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Tot slot. Daarover verschillen wij dus met de PVV. Wij denken echt dat
dit wensdenken is. De enige manier om dit aan banden te leggen en weer
controle te krijgen over onze eigen grens, is door uit de Europese Unie
te stappen.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee was u aan het einde gekomen van uw inbreng. Dan is
nu het woord aan de heer Van Houwelingen voor zijn inbreng namens de
fractie van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. We spreken vandaag met elkaar over het wel of niet
behouden van een regeling die het voor werkgevers — in de praktijk zijn
dat dus vaak uitzendbureaus — mogelijk maakt maximaal 25% van het
wettelijk minimumloon in te houden en die te gebruiken voor het
realiseren en het betalen van huisvesting van arbeidsmigranten. In de
huidige praktijk betekent dit dat arbeidsmigranten hun woning kunnen
verliezen bij het verlies van hun werk. Wat Forum voor Democratie
betreft is dit wenselijk. Immers, een arbeidsmigrant komt hiernaartoe
voor arbeid. Wanneer er geen sprake meer is van arbeid, is er geen reden
meer om hier te blijven. Deze regeling bevordert daarmee dus het
tijdelijke karakter van arbeidsmigratie en dat is een goede zaak, vinden
wij. Daarbij is het natuurlijk wel van belang dat arbeidsmigranten die
geen werk meer hebben ook daadwerkelijk terugkeren naar het land van
herkomst. Vandaar is dus onze vraag aan de minister: op welke manier zet
het kabinet zich in voor de terugkeer van arbeidsmigranten wanneer zij
hun baan verliezen?
Tot zover vindt de minister ons dus aan haar zijde. De minister laat
echter ook weten te werken aan een wetsvoorstel voor betere
huurbescherming voor arbeidsmigranten. Daarmee worden werk en
huisvesting weer losgekoppeld, waardoor een arbeidsmigrant zonder een
baan juist makkelijker in Nederland zou kunnen blijven wonen. Dat lijkt
ons dus geen goede zaak. Om dezelfde reden hebben wij ook onze twijfels
bij het extra geld dat de minister wil steken in de opvang van dakloze
arbeidsmigranten. Natuurlijk vinden ook wij dat het beter is dat een
arbeidsmigrant die zijn baan verliest tijdelijk in een daklozenopvang
zit in plaats van op straat te belanden en rond te zwerven. Maar het zou
nóg beter zijn om arbeidsmigranten te helpen terug te keren. In hoeverre
wordt er in die daklozenopvang ingezet op een zo snel mogelijke
terugkeer van de arbeidsmigrant? Dat is onze tweede vraag aan de
minister.
Forum voor Democratie wil alleen waardevolle en noodzakelijke
arbeidsmigranten en in het ideale scenario helemaal geen
arbeidsmigranten. Zolang honderdduizenden Nederlanders thuis zonder werk
zitten, kan het niet zo zijn dat er massaal arbeidsmigranten naar
Nederland worden gehaald voor werk dat ook Nederlanders zouden moeten
kunnen doen. Arbeidsmigranten drukken de lonen, remmen daarmee de
innovatie en vergroten de druk op onze sociale voorzieningen en
natuurlijk vooral op de woningmarkt. Ze verdwijnen soms in de
illegaliteit of worden dakloos, met alle sociale gevolgen van dien. Dit
nog los van de schrijnende situatie, die terecht werd genoemd, waarin
arbeidsmigranten in ons land, ver weg van hun familie en ver weg van hun
huis, zich soms bevinden. In sommige buurten of wijken waar veel
arbeidsmigranten wonen, voelen Nederlanders zich minder thuis, al was
het maar omdat daar niet of nauwelijks meer Nederlands wordt gesproken.
Laten we niet vergeten dat de ontworteling en de gigantische sociale
problemen die worden veroorzaakt door de massa-immigratie weliswaar
grotendeels, maar niet uitsluitend op het conto van asielmigratie te
schrijven zijn. Ook arbeidsmigratie is een onderdeel van de
massa-immigratie waar ons land zo onder te lijden heeft.
Forum voor Democratie is daarom zeer kritisch op arbeidsmigratie. Wij
pleiten voor een greencardsysteem voor arbeidsmigranten met unieke
kennis en kunde waar in ons land gebrek aan is. Om die redenen steunen
wij het plan van minister Paul om de huidige inhoudingsregeling in stand
te houden. Wij zijn namelijk voorstander van de combinatie tussen werk
en woning voor arbeidsmigranten. Daar gaat het ons om. Iemand die zijn
werk verliest, verliest immers zijn reden om in Nederland te verblijven.
De inhoudingsregeling terugdraaien zou bovendien voor nog meer druk op
de woningmarkt kunnen zorgen. Nu regelt de werkgever het huis immers
vaak zelf, via speciale flexprojecten. Met het afschaffen van de
regeling gaan arbeidsmigranten op de reguliere woningmarkt meedingen
naar woningen. Ook dat zou onwenselijk zijn. Daarom steunen we het
voorstel van de minister om deze regeling te behouden, maar blijven wij
in algemene zin zeer kritisch op de steeds grotere druk die
arbeidsmigratie op onze samenleving legt.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Houwelingen. Dan zijn we aangekomen bij een
heugelijk moment, namelijk de maidenspeech van de heer Ceulemans. Hij
zal zijn inbreng leveren namens JA21. Bij een maidenspeech is het
gebruikelijk dat er geen interrupties worden gepleegd. Gaat uw gang,
meneer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Het is een eer om vandaag de eerste keer het
woord te voeren in de plenaire zaal. Ik ben trots om dat te mogen doen
namens de partij waarbij ik vanaf het allereerste begin, volgend jaar
alweer vijf jaar geleden, betrokken ben en die nu sterker dan ooit in
het politieke landschap staat.
Het onderwerp waarover we het vandaag hebben, namelijk arbeidsmigratie
en dan vooral de schaduwzijde daarvan, gaat me persoonlijk aan het hart.
Ik woon op Rotterdam-Zuid, in een wijk met een van de hoogste
percentages Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten van Nederland. In
wijken zoals de mijne worden iedere dag opnieuw twee dingen heel
duidelijk. Ten eerste zijn veel arbeidsmigranten mensen met een
indrukwekkend arbeidsethos. Zij doen werk dat wij niet willen of kunnen
doen en zijn iedere dag in touw voor onze economie en een betere
toekomst voor henzelf. Maar ook is duidelijk dat het gewoon compleet
ontspoord is. De open grenzen van de EU leiden tot grote problemen in
onze straten. Wijken zijn in korte tijd onherkenbaar veranderd, de
sociale cohesie staat er zwaar onder druk en het straatbeeld is steeds
vaker het toneel van Oost-Europese daklozen.
Natuurlijk zal arbeidsmigratie altijd in zekere mate nodig blijven. Maar
arbeidsmigratie naar Nederland heeft ongecontroleerde vormen aangenomen.
Het is een verdienmodel dat het economische en maatschappelijke belang
van Nederland in veel opzichten niet meer dient. Het is een systeem
waarvan de negatieve gevolgen op het bordje van de samenleving worden
geschoven: van uitbuiting, dakloosheid en verloedering tot een
neerwaartse spiraal richting Nederland als lagelonenland en een eigen
beroepsbevolking die praktisch werk verleert. De jaarlijkse nettotoename
van tienduizenden arbeidsmigranten met tegelijkertijd 400.000 mensen in
de bijstand is gewoon niet uit te leggen.
In de visie van JA21 wordt arbeidsmigratie daarom weer beperkt tot een
gereguleerde vorm van migratie, die per definitie van tijdelijke aard is
en die uitsluitend bedoeld is om aantoonbare tekorten op onze
arbeidsmarkt te dichten, niet om Nederlands personeel te vervangen of om
complete bedrijfstakken op arbeidsmigratie te laten drijven. Onze inzet
is daarom gericht op het beperken van arbeidsmigratie en het tegengaan
van de misstanden die daarmee gepaard gaan.
Door die bril hebben wij dan ook gekeken naar het besluit van minister
Paul om het plan van haar voorganger Van Hijum terug te draaien. Als het
aan deze minister ligt, mogen werkgevers voorlopig 25% op het
minimumloon blijven inhouden voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
Er is de afgelopen weken veel gezegd, geschreven en gespeculeerd over
het handelen van de minister, over de vraag hoe zij tot haar besluit is
gekomen, over met wie ze daarover wel of geen contact heeft gehad en
over de timing van het bekendmaken ervan. Ze nam het besluit op de dag
na de Tweede Kamerverkiezingen, terwijl ze al vijf weken eerder tot haar
conclusie was gekomen.
Over dat laatste punt schept de brief van de minister van 20 november
niet bepaald duidelijkheid. Sterker nog, ze slaagt erin om met één korte
alinea nog meer onduidelijkheid te zaaien. De Kamer pas daags na de
verkiezingen informeren zou tegelijkertijd te maken hebben gehad met
terughoudendheid vanwege het verkiezingsreces en met het feit dat het
overleg met het ministerie van VRO pas op 29 oktober gereed was. Welke
van de twee is het nou? Was het een bewuste keuze of was de boel gewoon
niet eerder rond? Graag een reactie.
Voorzitter. Maar nog veel belangrijker dan al die reconstructies is wat
ons betreft de vraag of de minister inhoudelijk het juiste besluit heeft
genomen. Geeft het in stand houden van de inhoudingsmogelijkheid, zoals
de minister wil, ons meer grip op arbeidsmigratie dan het afbouwen
ervan? Hoewel het zeker geen zwart-witdiscussie is, hebben wij daar
grote vraagtekens bij.
Als argument voor het handhaven van de inhoudingsmogelijkheid geeft de
minister aan dat het werkgevers stimuleert om huisvesting voor
arbeidsmigranten te regelen. Tevens wijst ze op flankerend beleid dat al
is ingezet om misstanden tegen te gaan. Dat flankerende beleid wás
echter al ingezet. Het was nooit een kwestie van of-of, maar van en-en.
Daarnaast kunnen werkgevers ook zonder de inhoudingsregeling huisvesting
blijven regelen, zeker als dit gebeurt als uiting van goed
werkgeverschap, zoals de minister aangeeft. JA21 steunt daarom ook het
uitbreiden van mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting op het eigen
terrein van werkgevers.
Het huidige systeem werkt echter een verdienmodel voor met name
uitzendbureaus in de hand. Dat heeft een aanjagende werking op
arbeidsmigratie tot gevolg. De Arbeidsinspectie geeft ronduit aan dat de
inhoudingsregeling werkgevers stimuleert om arbeidsmigranten in dienst
te nemen in plaats van Nederlands personeel, precies het
tegenovergestelde van wat JA21 beoogt.
Daarnaast is, gelet op de jarenlange toename van het aantal Midden- en
Oost-Europese daklozen, moeilijk vol te houden dat de huidige werkwijze
dakloosheid voorkomt. Het afbouwen van de inhoudingsregeling kan ertoe
leiden dat er minder woonruimte voor arbeidsmigranten vrijkomt. Dat zal
aan de voorkant dan echter een remmende werking op arbeidsmigratie
hebben, terwijl het handhaven van de regeling arbeidsmigratie aan de
voorkant stimuleert en vervolgens bij baanverlies snel tot dakloosheid
kan leiden, met alle gevolgen van dien voor de leefbaarheid in onze
steden.
Voorzitter, ik rond af. Zoals ik al zei, is deze discussie niet
zwart-wit, maar voor ons staat vast dat het huidige systeem onhoudbaar
is. Er zijn altijd argumenten te bedenken om iets niet te doen, maar dat
station is wat ons betreft gepasseerd. Er zijn stappen nodig, ook al
liggen die gevoelig, om arbeidsmigratie te beperken. Het besluit van
deze minister lijkt wat ons betreft in strijd daarmee.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er mag geroffeld worden.
(Geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Meneer Ceulemans, ik wil u verzoeken zo dadelijk de felicitaties in
ontvangst te nemen voor het rostrum, nadat ik zelf de eer heb gehad om u
te feliciteren. Ik schors de vergadering voor een enkel ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Van den Brink
voor zijn inbreng namens de fractie van het Christen Democratisch Appèl.
Gaat uw gang.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Meneer de voorzitter. In 1969 arriveerde een jongeman vanaf Sicilië voor
vakantie in Utrecht. Die vakantie beviel zo goed dat hij op een dag
besloot hier werk te zoeken. Letterlijk binnen een uur vond hij werk.
Via via wist hij ook aan woonruimte te komen, een keurige kamer.
Zo soepel als dat toen ging, gaat het lang niet altijd. Ik ben pas twee
weken woordvoerder op dit dossier, maar dat is me al wel duidelijk.
Woonruimte vinden is voor iedereen moeilijk, dus zeker ook voor
arbeidsmigranten. Daarom is het op zichzelf niet gek dat werkgevers zich
inspannen om ook woonruimte te vinden voor arbeidsmigranten die ze naar
Nederland halen; verantwoordelijke werkgevers bekommeren zich immers om
hun personeel. Gelukkig zijn er veel werkgevers die dat op een goede
manier doen. De vraag is of het een goed idee is om de huur voor die
woonruimte dan ook meteen maar in te houden op het minimumloon. De
vorige minister vond van niet; de huidige minister is die mening wel
toegedaan. Die wijziging van beleid, en zeker ook het moment waarop die
beleidswijziging is gecommuniceerd, heeft geleid tot dit debat. Waarom
moest dat op de dag na de verkiezingen? Dat zou ik graag van de minister
willen weten. Waarom is die beleidswijzing niet aan allerhande betrokken
partijen gemeld, terwijl dat prima kon? Mijn fractie hecht aan een goede
omgang met de Kamer en een goede omgang met werkgevers en vakbonden.
Daarom graag een reactie van de minister op dit punt.
Wat betreft de inhoud is mijn fractie van mening dat de koppeling tussen
wonen en werken de afhankelijkheid van de arbeidsmigrant ten opzichte
van de werkgever versterkt. Van die afhankelijkheid willen we graag af.
Dat migranten onmiddellijk hun woonruimte verliezen als hun
arbeidscontract wordt beëindigd, is zeer onwenselijk. De minister
bevestigt in haar brief van afgelopen donderdag dat dat nog steeds
voorkomt. Mijn vraag daarbij: heeft de minister zicht op hoe vaak dat
voorkomt? Inmiddels is in de uitzend-cao afgesproken dat het
wooncontract nog een maand doorloopt na afloop van het werkcontract.
Kunt u ons op de hoogte houden van hoe die cao-afspraken uitwerken in de
praktijk? Kunnen we hierover een evaluatie van u verwachten?
Tegelijkertijd is de vraag wat er gebeurt als de inhoudingsregeling
wordt losgelaten. Vindt de arbeidsmigrant dan überhaupt woonruimte of
wordt dat lastiger, zoals sommigen vrezen?
Meneer de voorzitter. Dat is de spanning die op dit dossier staat en die
ik ook terughoor als ik betrokken organisaties spreek. De
Arbeidsinspectie, die toch ook onder uw verantwoordelijkheid valt, is
stellig: stop met deze inhoudingsregeling. Werkgevers zien dit volgens
de inspectie als een verdienmodel. Op deze manier verdienen ze twee
keer: een keer via het werk en nog een keer via de woning. Ook hier een
vraag om grip te krijgen op de omvang van het probleem: kunt u ongeveer
aangeven op welke schaal werkgevers verdienen aan dit model?
Voor mijn fractie is het van groot belang dat we fatsoenlijk omgaan met
arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten zijn geen gebruiksvoorwerpen waarmee
werkgevers naar hartenlust kunnen schuiven en schipperen. Het zijn
mensen, die een menswaardige behandeling verdienen. De uitbuiting van
arbeidsmigranten moet echt stoppen. Mijn indruk is dat op papier
inmiddels veel maatregelen zijn uitgevoerd die door de commissie-Roemer
zijn aanbevolen. Omdat de sector heel groot is geworden en toezicht en
handhaving niet op orde zijn, gaat er echter nog steeds veel mis. Daarom
is het belangrijk dat de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van de
werkgevers kleiner wordt. Het afschaffen van de inhoudingsregeling kan
daarbij helpen, tenzij die afschaffing juist leidt tot grotere problemen
voor arbeidsmigranten. Ik snap de zorgen van de minister op dit punt,
maar ik heb toch de neiging de te grote afhankelijkheid van
arbeidsmigranten ten opzichte van de werkgevers zwaarder te wegen.
Een van de aanbevelingen van het aanjaagteam is het integreren van de
keurmerken voor huisvesting van de arbeidsmigranten. Dat blijkt nu
volledig stil te liggen. Mijn vraag aan de minister is: waarom komt dit
maar niet van de grond en wat doet u eraan om deze gesprekken vlot te
trekken?
Mijn fractie ziet ook dat de afschaffing van de inhoudingsregeling kan
leiden tot de komst van minder laagbetaalde arbeidsmigranten. Het wordt
dan immers ingewikkelder om het hele pakket van wonen, werken en reizen
rond te krijgen.
Tot slot. De arbeidsmigrant waarover ik in het begin van deze bijdrage
sprak, is mijn schoonvader. Hij is hier uiteindelijk gebleven en heeft
jarenlang een bijdrage geleverd aan de economie, tot volle tevredenheid
van hemzelf en van zijn werkgevers. Het kan dus wél, zouden ze bij D66
zeggen. Ondertussen onderhield mijn schoonvader een prachtig gezin. Ik
ben hem daar tot op de dag van vandaag dankbaar voor.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Brink. Zie ik een interruptie van mevrouw
Patijn? Ja. Gaat uw gang.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Het was geen maidenspeech, maar het was sowieso een
mooie inbreng. Uw collega heeft met mij op 12 maart een motie ingediend,
niet alleen om de regeling door te voeren maar vooral om de regeling nog
sneller door te voeren dan gepland was. Staat u daar nog steeds
achter?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Wij zijn niet voor de stapsgewijze afbouw die in het voorstel van meneer
Van Hijum zit. Als we overgaan tot het afschaffen, willen we dat dus
graag in één keer helemaal doen.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De motie roept op om dat meteen te doen, dus niet over een jaar maar
meteen en in één keer. Staat u daar ook nog steeds achter?
De voorzitter:
Staat de heer Van den Brink daarachter?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Excuus, voorzitter; ik hoor het mezelf zeggen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Om daar iets over te zeggen, wacht ik de antwoorden van de minister
af.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dus als ik het goed begrijp zegt het CDA na een debat dat we hierover
gehad hebben in februari, waarin we heel duidelijk hierover hebben
gesproken, waarbij er een verkenning is geweest en we afspraken hebben
gemaakt en erachter stonden, en waarin mevrouw Van Dijk en ik ook een
motie hebben ingediend om het in één keer af te schaffen: daar denken
wij nu wellicht weer anders over.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dat laten we afhangen van de antwoorden die de minister ons zo meteen
geeft.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Dijk, SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Gefeliciteerd met uw nog-niet-maidenspeech maar wel uw eerste bijdrage
in deze Kamer.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Andere partijen hebben het ook al opgebracht: er is ook een systeem
waarmee je het probleem gelijk bij het fundament aanpakt. Je kunt
bijvoorbeeld gaan werken met tijdelijke werkvergunningen, waardoor je de
werkgever alleen de mogelijkheid geeft om een werkvergunning te krijgen
als er huisvesting en bijvoorbeeld een zorgverzekering georganiseerd is.
Ik heb dit in de campagne geopperd en kreeg toen veel hulde en lof van
met name partijen aan deze kant van de Kamer. Ik mis het CDA hier een
beetje, als christendemocratische partij die toch ook wel begrijpt dat
we regulering van de markt nodig hebben als het om arbeidsmigratie gaat.
Kan de heer Van den Brink mij toelichten waarom het invoeren van
tijdelijke werkvergunningen geen goede oplossing zou zijn?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik sluit niet uit dat wij daarvoor zijn, omdat wij ook al in ons
verkiezingsprogramma "geen bed, geen business" hebben staan: als je het
niet goed geregeld hebt, dan moet je ervoor zorgen dat de
arbeidsmigranten hier niet naartoe komen. Die koppeling lijkt me dus
verstandig.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan kom ik daar zo meteen nog even bij u op terug, want ik wil u niet
ergens voor het gaatje prutsen, om het zo maar even te zeggen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik zeg dit omdat het me verbaasd heeft. In de campagne hadden heel veel
partijen er veel lof voor, maar toen ik het een paar weken geleden in
stemming bracht, kwam er geen meerderheid. Ik miste eigenlijk
GroenLinks-Partij van de Arbeid en de christendemocraten, waarvan ik
toch verwacht dat ze de markt willen reguleren. Dit kán. Als er sociale
ontwrichting plaatsvindt in het land van herkomst én hier, dan kun je
tijdelijke werkvergunningen invoeren en hoef je niet uit de Europese
Unie te stappen, zoals Forum voor Democratie zou doen. Dus ik kom hier
zo meteen bij u op terug.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aangekomen bij het tweede heugelijke moment van
deze dag: de maidenspeech van de heer Neijenhuis, die hij zal verzorgen
namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
De heer Neijenhuis (D66):
Voorzitter, dank u wel. Het is een eer om hier vandaag te mogen staan.
Ik heb jarenlang als medewerker veel debatten mogen ondersteunen hier.
Dan zit je daar op de achterste rij. Mijn plek is nu één rij daarvoor.
De grap werd bij de beëdiging al snel gemaakt: al die moeite voor één
metertje naar voren … Maar het is zeker een enorme eer en
verantwoordelijkheid om nu hier te staan. Ik wil alle kiezers van harte
bedanken voor hun vertrouwen.
Voordat ik inga op de inhoud, vertel ik eerst graag iets over mijn
achtergrond. Mensen die mij goed kennen, weten dat ik al mijn hele leven
zing in een koor, het Kamerkoor Midden Gelderland. Hoewel mijn ouders
ook altijd zorgden dat ik bij een sportvereniging zat, weet ik
inmiddels: zingen in een koor is misschien wel de meest echte teamsport
die er bestaat. Je kunt je niet verstoppen achter iemand anders. Je kunt
niemand overschreeuwen. Je kunt het echt alleen sámen doen, anders
klinkt het niet: door iemand op te vangen als een inzet even misgaat,
door elkaar aan te moedigen als het na lang oefenen eindelijk lukt en
door elkaar aan te spreken. En als iemand dan reageerde met "ja, ja, ja,
ik ga mijn best doen", dan antwoordde onze dirigent steevast met: je
best doen is niet genoeg, het gaat erom dat je het goed doet. Dat vergt
toewijding en precisie. Voorzitter, wees gerust, ik zal vandaag niet
voor uw Kamer gaan zingen, al zou een Tweede Kamerkoor misschien
verrassend verbindend kunnen werken hier in Den Haag. Maar ik zal wel
met diezelfde toewijding en precisie mijn werk als Kamerlid trachten te
doen.
Nederland is een prachtig land en we kunnen samen ontzettend veel. Maar
er zijn ook grote problemen, die te lang vooruit zijn geschoven en om
een grondige, rechtvaardige aanpak vragen. Daar wil ik vanuit deze Kamer
aan bijdragen. Dat begint altijd bij de inhoud. Als raadslid in Ede heb
ik gemerkt dat je echte resultaten voor mensen niet vindt in de ophef
van de dag, maar in politiek handwerk: door dossiers in te duiken, door
vragen te stellen, door goed te luisteren naar mensen én door dat door
te zetten in duidelijke keuzes en plannen, waarbij problemen niet alleen
op papier worden opgelost, maar in het land zelf, met mensen, voor
mensen. Te lang zijn problemen door blijven sudderen: het woningtekort,
het stikstofslot, het gebrek aan richting voor een toekomstbestendige
economie. Dat is niet omdat politici hun best niet deden, maar, in de
woorden van mijn dirigent, omdat goede inhoudelijke resultaten
uitbleven. Het kabinet-Rutte III werd al "de laatste kans van het
midden" genoemd. Dat is acht jaar geleden. Daarmee zitten we nu diep in
de blessuretijd van de verlenging. De politiek moet nu leveren.
Voorzitter. Die urgentie voel ik ook bij het onderwerp van vandaag. Ook
arbeidsmigratie is namelijk zo'n dossier waar Den Haag al jaren over
spreekt, nota's over schrijft, rondetafels over instelt en onderzoeken
over uitzet. Maar wie hierbuiten kijkt, ziet nog steeds de mensen in het
bos slapen omdat ze als arbeidsmigrant uit hun huis zijn gezet zodra ze
hun baan kwijtraakten. Dat gebeurt niet alleen hier in Den Haag, maar
ook in Ede, waar ik vandaan kom. Je ziet nog steeds complete sectoren
die draaien op onderbetaald werk uit het buitenland, terwijl andere
sectoren, die cruciaal zijn voor onze welvaart, de bouw, de zorg, de
techniek, juist schreeuwen om talentvolle vakmensen. Dat vraagt om een
grondige herziening van de economie waar we voor kiezen met elkaar.
Laten we daar met elkaar knopen over doorhakken. Ja, dat vergt moedige
keuzes. Laten we juist daarom niet alleen ons best doen; laten we het
goed doen, op de inhoud, voor de mensen die op ons rekenen. Dat vraagt
dus om een grondige herziening van de economie waarvoor we nu precies
kiezen.
Maar in plaats van een debat daarover, hebben we vandaag een debat over
een langverwachte maatregel om huis en baan beter te scheiden voor
arbeidsmigranten, waar eigenlijk al lange tijd geleden een knoop over
was doorgehakt. De dag na de verkiezingen werd het door een diep, je zou
bijna kunnen zeggen "driedubbeldemissionair" kabinet opeens
teruggedraaid. Daar heb ik nog wel vragen over. Kan de minister
uitleggen hoe deze weging is gegaan, vooral vanuit het perspectief van
het gehele kabinet dat zij vertegenwoordigt, dat in februari een besluit
neemt en daar in oktober op terugkomt? Op basis waarvan is dat gebeurd?
Is de minister het ermee eens dat deze regeling nog steeds afgeschaft
dient te worden wanneer dat op een goede en zorgvuldige manier kan
gebeuren, of is deze maatregel wat haar betreft nu echt ingetrokken om
niet meer terug te komen? Welke gedachte zat achter dat besluit?
Eerder is ook een motie van mijn collega Paternotte aangenomen over
bedrijfseffectrapportages. Wordt deze motie nu uitgevoerd? Zou die stok
niet een veel betere manier zijn om goede huisvesting af te dwingen dan
die wortel van de inhouding, die ook vaak terechtkomt bij bedrijven die
hun zaken helemaal niet goed op orde hebben voor hun werknemers?
Arbeidsmigranten weten ook nog te weinig over hun rechten en
mogelijkheden, ondanks het uitbreiden van informatiepunten van Work in
NL, die ik van harte ondersteun. Hoe beziet de minister de rekentool die
arbeidsmigranten helpt om inzicht te krijgen in een redelijke
huurprijs?
Voorzitter. Laten we op die manier vandaag niet alleen ons best doen,
maar laten we het eindelijk goed doen, vanuit de inhoud, voor alle
mensen die op ons rekenen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Er mag geroffeld worden!
(Geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Neijenhuis. Ik denk dat ik namens de hele Kamer
spreek als ik zeg dat ik hoop dat we uw zangstem toch nog een keer hier
plenair gaan horen. Ik schors de vergadering. U mag de felicitaties
hiervoor in ontvangst nemen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan mevrouw Martens-America,
als laatste van de zijde van de Kamer. Zij zal haar inbreng leveren
namens de fractie van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter. Arbeidsmigranten zijn essentieel voor onze samenleving,
omdat onze economie harder groeit dan het aantal mensen dat wij kunnen
opleiden, omdat er onvoldoende Nederlanders zijn voor de banen die er
zijn, omdat we veel seizoenswerk hebben, en ga zo verder. Deze banen
worden vervuld door mensen die naar ons land komen om geld te verdienen,
omdat de omstandigheden hier wellicht gunstiger zijn dan in het land
waar zij vandaan komen, of omdat hier familie woont. De redenen lopen
uiteen, maar de conclusie is: wij hebben hen nodig. Echter, ik wil wel
gezegd hebben, ook al gaat het daar vandaag niet over, dat het voor de
VVD essentieel blijft dat we minder afhankelijk worden van
arbeidsmigranten.
Voorzitter. Juist daarom is het van belang dat wij hen juist behandelen.
Want in een nieuw land, met nieuwe regels en onduidelijkheid, kan
misbruik van deze groep in de hand worden gewerkt. Daar moeten wij ons
tegen verzetten. Het is dan ook goed dat de afgelopen jaren stappen zijn
gezet om misbruik te voorkomen en de rechtspositie van arbeidsmigranten
te verbeteren. Het debat dat wij vandaag voeren, heeft mijn fractie dan
ook gesteund.
Voorzitter. Maar het is wel belangrijk om twee zaken los te koppelen van
elkaar: het beleid, dus de inhoudelijke keuzes, en het proces. Laat ik
beginnen met dat laatste. Daar heeft mijn fractie vragen over. Net als
voor eenieder hier aanwezig kwam de brief op 30 oktober voor mij als een
verrassing, niet omdat wij de inhoudelijke redenering van de minister
niet konden volgen, maar wel omdat hij simpelweg onverwachts kwam. Het
is al meermaals gevraagd, maar kan de minister er dan toch eens op
reflecteren waarom dit op dat moment moest? Had dit op een andere manier
gekund, wellicht in een separate brief, zoals al eerder is genoemd? Dan
hadden we dit debat vandaag wellicht over de inhoud kunnen hebben, in
plaats van over het proces. De timing, de dag na de verkiezingen, voelt
toch wat ongemakkelijk aan, maar klopt het dat de reden hiervoor was dat
er ambtelijk nog een hoop moest worden afgestemd?
Voorzitter. Dan de inhoudelijke keuze van de minister om het voorgenomen
besluit niet door te zetten. Zowel de keuze van de vorige minister van
SZW als het besluit van deze minister om het voorgenomen besluit niet
door te zetten heeft voor mijn fractie onduidelijkheden en
onvolmaaktheden. De minister schetst in haar brief dat het zoeken is
naar het beste besluit. Voor mijn fractie is het van belang dat
arbeidsmigranten die hierheen komen enerzijds niet overgeleverd zijn aan
de grillen van malafide werkgevers en anderzijds niet overgeleverd zijn
aan een onmogelijke woningmarkt, met dus een kans op werkloosheid en
dakloosheid. Het is dus zoeken naar een oplossing die het best in de
buurt komt van ideaal. Voor ons valt of staat het dus met het
flankerende beleid, waar in meerdere brieven over wordt gesproken. Wat
doen we aan risicovolle afhankelijkheden van arbeidsmigranten van hun
werkgever? Kan de minister dan toch toelichten, ondanks haar besluit om
dit nu aan te houden, welke extra flankerende maatregelen er zullen
worden genomen?
Voorzitter. Klopt het dat het ambtelijke advies destijds richting de
vorige minister negatief was over het voorgenomen besluit om het te gaan
afbouwen? Wat heeft deze minister doen besluiten om alsnog dat advies te
volgen en ervoor te kiezen om deze afbouw nu niet voort te zetten?
Voorzitter. De woningmarkt is een enorme uitdaging voor iedereen, zeker
wanneer je nieuw bent in een land, de taal niet machtig bent en wellicht
moet rondkomen van een minimumloon. De VVD wil de maatschappelijke
uitdagingen die arbeidsmigranten met zich meebrengen niet afwentelen op
de samenleving maar wil de werkgever hiervoor verantwoordelijk houden.
Maar wanneer we deze maatregel niet afbouwen, welke stok ziet de
minister dan nog om in het geval van misbruik harder te kunnen optreden
tegen werkgevers die misbruik maken van arbeidsmigranten? Welke stok zou
er zijn wanneer de minister toch doorgaat met die afbouw van die
25%?
Recent kwam er een brief van de minister van VRO. Het is goed dat er in
navolging van verschillende rapporten, waaronder het rapport-Roemer, nu
concrete stappen worden gezet, maar ik wil graag reflectie. Het is al
eerder genoemd. Zijn dit de maatregelen die we nemen, of heeft deze
minister wellicht nog meer in haar koker? Is de minister het met mij
eens dat we, wanneer die maatregelen zijn ingevoerd, de maatregel die we
vandaag bespreken wellicht in een ander daglicht moeten bezien en alsnog
kunnen afbouwen? Voor mijn fractie geldt dat we de lijn om de afbouw nu
door te kunnen zetten, volgen, zeker omdat we niet direct een
alternatief hebben voor de arbeidsmigranten zelf. We houden zorgen over
de afhankelijkheid van de werkgever. Ik kijk uit naar de antwoorden.
De voorzitter:
Een interruptie van mevrouw Patijn.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
We hebben in februari een debat gehad over dit onderwerp. De VVD heeft
toen wel wat aarzelingen uitgesproken, maar heeft zich geschaard achter
de lijn van de toen niet-demissionaire minister. Dat was een besluit van
het kabinet. Er is eenheid van kabinetsbeleid, dus ik neem aan dat de
VVD er ook achter stond. Ik hoor nu toch wel wat twijfel in dit debat.
Ik vraag mij af of u daar eens op kunt reageren.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Zeker. Ik denk dat de minister in haar brief, ondanks dat de brief
onverwachts kwam, een twijfel schetst die mijn fractie ook heeft, dus ik
ben benieuwd naar de antwoorden, ook over de stok die we hebben richting
werkgevers wanneer we die 25% zouden afbouwen. Dit antwoord is hier ook
al eerder gegeven door een andere partij: ik wacht de antwoorden van de
minister graag even af. Dan heb ik wellicht een oordeel in de volgende
termijn. Ik ben gewoon benieuwd naar die antwoorden.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp niet dat er, nu wij dit debat hebben, een ander standpunt
ingenomen wordt. Ik vind het wel interessant om dat van mevrouw
Martens-America te horen. Kennelijk gebeurt dat omdat een demissionair
minister een ander besluit wil nemen, met de steun van inmiddels 26
Kamerleden. Meestal hebben we over een onderwerp gewoon één keer een
debat en dan wordt er een besluit genomen. Dat was in dit geval ook aan
de orde. Vindt mevrouw Martens-America dat we dit besluit nu helemaal
opnieuw moeten gaan overwegen en een nieuw debat moeten gaan voeren over
dit onderwerp? Volgens mij is de kern dat er een besluit is
teruggedraaid dat gewoon door de Kamer is geaccepteerd en doorgevoerd,
maar dat er geen nieuwe feiten zijn ontstaan.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Goed dat ik dat even kan verhelderen. Ik dien vandaag ook een motie in
met de heer Ceder om te zorgen dat we hier alsnog mee doorgaan. Deze weg
is ingezet. Er zijn alleen heel veel onduidelijkheden op dit moment,
bijvoorbeeld: wat is het alternatief voor de arbeidsmigrant wanneer die
de particuliere verhuurmarkt opgaat en welke stok hebben wij nog om te
zorgen dat werkgevers een zorgplicht houden voor arbeidsmigranten? Dat
zijn voor mij open eindjes. Maar wellicht kan ik mevrouw Patijn
geruststellen, omdat ik vandaag met de ChristenUnie inderdaad een
voorstel indien om hier op termijn toch mee door te gaan. Daar zit dus
geen standpuntverandering in.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Patijn.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
In de kern is volgens mij de afspraak gemaakt dat de regeling op 1
januari zou ingaan en dat die in vijf jaar afgebouwd zou worden. In die
vijf jaar blijft diezelfde controle op de kwaliteit van huisvesting
bestaan, want in die situatie is er nog steeds SNF-certificering nodig.
Ik begrijp dus niet waarom die afbouw niet gewoon op 1 januari ingaat,
zoals nog geen halfjaar geleden afgesproken met de Kamer, uiteindelijk
met instemming van de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik hoor geen vraag.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik hoor mevrouw Martens-America zeggen dat ze arbeidsmigratie ook wil
beperken en dat Nederland minder afhankelijk moet worden van goedkope
arbeidskrachten uit het buitenland. Hoe kijkt zij in dat licht
bijvoorbeeld aan tegen wat de Arbeidsinspectie zegt, namelijk dat deze
regeling werkgevers juist stimuleert om arbeidsmigranten in plaats van
Nederlands personeel in dienst te nemen?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Een terechte vraag. Ik denk dat deze regeling verre van ideaal is. We
zien en lezen in de brieven van deze minister dat er nog te veel
afhankelijkheden zijn die lucratief zouden kunnen zijn voor werkgevers.
Volgens mij moeten we die eruit halen. Die vraag zou ik ook willen
doorgeleiden naar de minister. In een van de antwoorden op vragen van
mevrouw Patijn werd ook gezegd dat er wel degelijk afhankelijkheden zijn
die risico's met zich meebrengen. Dit is ook precies het onderwerp
waarvan ik had gehoopt dat we het er vandaag langer over zouden hebben
met z'n allen. Daar moeten we stappen op gaan zetten. Maar ik vind het
zorgwekkend dat, op het moment dat wij zeggen dat de werkgever helemaal
niet meer verantwoordelijk is, wij die ook niet meer kunnen aanspreken
op zijn zorgplicht en de kwaliteit van woningen. Volgens mij zijn beide
maatregelen dus niet ideaal en moeten we hier nog lang over
debatteren.
De heer Ceulemans (JA21):
Veel flankerend beleid is al van kracht of is in gang gezet. U zegt: het
is zorgwekkend dat werkgevers dadelijk niet meer aan te spreken zijn.
Maar juist de Arbeidsinspectie zegt dat door de huidige regelgeving
werkgevers gestimuleerd worden om mensen uit het buitenland te halen,
waardoor je meer problemen naar binnen haalt, waarover u zich ook zorgen
maakt. Kunt u, nogmaals, een keer ingaan op de vraag hoe u kijkt naar
wat de Arbeidsinspectie daarover zegt? En weegt u bij wat de minister
gaat doen ook mee dat het gevolg zou moeten zijn dat hier minder
arbeidsmigranten naartoe komen?
De voorzitter:
"Kan mevrouw Martens-America daarop ingaan?"
De heer Ceulemans (JA21):
Kan mevrouw Martens-America daarop ingaan?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ja, uiteraard wil ik dat nog een keer doen, maar mijn antwoord blijft
hetzelfde. Je ziet dat beide maatregelen, dus zowel het besluit van de
voorganger van deze minister als het besluit van deze minister, verre
van ideaal zijn. Het punt dat u maakt, is juist. Daarom hoop ik ook dat
we samen op zoek kunnen naar hoe we de afhankelijkheid en eventueel het
verdienmodel eruit kunnen krijgen. Maar we zullen een weging moeten
maken. Nogmaals, zoals ik eerder ook tegen het lid Patijn heb gezegd: ik
ga vandaag een voorstel indienen om toch door te gaan met deze
maatregel, rekening houdend met het feit dat we deze grote groep
arbeidsmigranten nu afhankelijk maken van de particuliere verhuurmarkt,
die ook voor mensen met het inkomen dat u en ik hebben geen feest is
vandaag de dag.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Tot en met 30 oktober was dit kabinet gewoon voornemens om deze regeling
af te gaan bouwen vanaf 1 januari. Deze minister heeft daar eigenhandig
een stokje voor gestoken, zonder de Kamer in te lichten. En de VVD zegt
nu: wij komen met een voorstel om het vertraagd later alsnog te gaan
doen. Waarom komt u niet met een voorstel om het op 1 januari gewoon wel
te doen? Iedereen is voorbereid en alles ligt klaar.
De voorzitter:
Via de voorzitter, meneer Dijk.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Omdat ik heel erg benieuwd ben naar de antwoorden van deze minister en
omdat ik hoop dat we hier een debat voeren dat ook over de inhoud gaat,
ondanks dat het proces de aanleiding was om dit debat nu te voeren. Er
zijn wel degelijk heel veel zorgen. Ik ken de heer Dijk als iemand die
het liefst niemand zou overlaten aan de verhuurmarkt op dit moment, laat
staan arbeidsmigranten met een minimumloon. Die zorg heeft mijn fractie
ook. Op het moment dat deze minister die zorgen kan wegnemen, zullen we
dat in daglicht bezien. Maar de heer Ceder en ik hebben goed gekeken
naar het voorstel dat er ligt. Wellicht kunnen we elkaar straks in de
schorsing, buiten de microfoon, nog vinden over een voorstel.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Wat de SP betreft: zo snel mogelijk. Maar ik hoor van de VVD niet één
argument om het niet gewoon door te laten gaan per 1 januari. Alles was
klaar; alles was voorbereid. Het enige wat er is gebeurd, is dat deze
minister, of eigenhandig of in gesprekken met belanghebbenden, een
andere afweging heeft gemaakt. Maar er is geen enkele reden om het niet
vanaf 1 januari te gaan doen. Ik hoor niet één nieuw argument, niet één
nieuw verhaal. Het kan gewoon. 1 januari kunnen we dit doen. Laten we
daar een meerderheid voor zoeken, in plaats van het voorstel van u en de
heer Ceder, dat weer voor uitstel zorgt, waardoor er nog meer nieuwe
mensen afhankelijk worden van hun werkgever voor werk en woonplaats. Het
is onacceptabel om langer te wachten.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik hoor niet direct een vraag. De insinuatie die de heer Dijk maakte in
het eerste deel van zijn bijdrage laat ik maar even voor wat het is. Ik
heb wel degelijk een argument aangedragen. De heer Dijk is het alleen
niet eens met mijn argumentatie. Dat is natuurlijk een verschil. De heer
Dijk en ik kunnen hier ook op zoek gaan naar dingen waarover we het wél
eens zijn met elkaar. Dat betreft dat er op dit moment voor
arbeidsmigranten die hiernaartoe komen geen alternatief is om zelf een
woning te vinden. Op het moment dat dat er wel is, en de minister mijn
vragen heeft beantwoord over welke stok wij richting werkgevers hebben
om de zorgplicht, waar ik de heer Dijk net over hoorde, toch bij de
werkgevers neer te leggen, en ik er comfort in heb dat daar geen
misbruik van wordt gemaakt, dan steun ik de voorstellen van de heer
Dijk. Op dit moment heeft mijn fractie daar nog heel veel vragen over.
Daarom denk ik dat het goed is dat wij hier een inhoudelijk debat over
voeren.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit is echt een onbegrijpelijke redenering van de VVD. U heeft wel
argumenten genoemd, maar u noemt argumenten om uw verhaal aan te passen
aan de gekke beslissing van deze minister om dit voorstel eigenhandig
uit te stellen. Daar bouwt u een argumentatie omheen. Het debat is
allang geweest en de beslissing is allang genomen. U had zichzelf
serieus moeten nemen als Kamerlid, hier moeten gaan staan en tegen uw
eigen minister moeten zeggen: we hebben met elkaar het besluit genomen
dat het 1 januari moet gebeuren. Waarom kiest de VVD er nu niet gewoon
voor om dit 1 januari te gaan doen? De discussie is allang geweest.
De voorzitter:
Meneer Dijk, wilt u wel via de voorzitter spreken? Anders gaat u
volgende week dinsdag gewoon trakteren als we hier weer plenair bij
elkaar zijn met z'n allen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Die uitdaging ga ik aan.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik kan de heer Dijk geruststellen: ik neem mijzelf wellicht niet zo
serieus, maar ik neem mijn werk enorm serieus; dat weet u van de VVD.
Nogmaals, ik vind het zo jammer dat we hier de verschillen benadrukken,
omdat de heer Dijk en ik eigenlijk exact hetzelfde willen. De zorgen die
ik heb over wat er gebeurt met de verantwoordelijkheid van werkgevers en
hun zorgplicht voor deze groep arbeidsmigranten, die hierheen komen voor
onze economie en samenleving, lijken mij terecht. Ook ik heb aangegeven
dat ik ben overvallen door de timing en de brief die de minister heeft
gestuurd. De heer Dijk en ik verschillen wat dat betreft dus niet zo
veel in onze inbreng. Ik wil alleen de antwoorden van de minister
zorgvuldig afwegen en hier een heel duidelijk piketpaaltje slaan. De
heer Ceder en ik zijn het eens geworden over het feit dat we vinden dat
we moeten gaan afbouwen. De verschillen zijn dus niet zo groot. Daarom
hoop ik zo dat we in de schorsing kunnen kijken waar we in grote
meerderheden in dit huis elkaar kunnen vinden.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Martens-America. Daarmee zijn we, eerder dan
verwacht, aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van
de Kamer.
De beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Dat heeft wat gevolgen voor het nader herziene schema. Dat heeft u op de
mail, maar ik ga u daar ook in meenemen. Ik schors nu tot 12.00 uur. Dan
zullen om 12.00 uur de stemmingen plaatsvinden over alle amendementen
die zijn ingediend bij het pakket Belastingplan 2026 en de ingediende
moties. Vervolgens gaan we om 13.15 uur, bij de aanvang van de
middagvergadering, stemmen over de wetten van het pakket Belastingplan
2026 en over de incidentele suppletoire begroting inzake de bestrijding
van drones. Aansluitend zullen we aanvangen met de beantwoording van de
zijde van het kabinet in de eerste termijn van dit debat. De vergadering
is geschorst tot 12.00 uur.
De vergadering wordt van 11.19 uur tot 12.04 uur geschorst.
Aan de orde is de voortzetting van het debat over het besluit van de minister van SZW om de afbouw van de regeling om 25% van het minimumloon in te houden terug te draaien.
De voorzitter:
Dan zijn we nu aangekomen bij de voortzetting van het debat over het
besluit van de minister van SZW om de afbouw van de regeling om 25% van
het minimumloon in te houden terug te draaien. De eerste termijn van de
Kamer hebben we vanochtend al met elkaar behandeld. Daarmee zijn we nu
aangekomen bij de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Daarvoor
geef ik graag het woord aan de minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. Gaat uw gang.
Minister Paul:
Voorzitter, dank u wel. In de eerste plaats wil ik ook vanaf deze plek
de heren Ceulemans en Neijenhuis gelukwensen met hun mooie maidenspeech.
Ik wil hun heel graag veel succes, wijsheid en ook plezier wensen. Ook
dank aan de leden voor hun bijdrage.
Voorzitter. Vandaag spreken we met elkaar over de regeling om
huisvestingskosten te mogen inhouden op het minimumloon. Het is
belangrijk om mijn besluit om deze regeling vooralsnog niet af te
schaffen te zien in de context van de aanpak om de positie van
arbeidsmigranten te verbeteren. Daarom zal ik ingaan op een aantal
belangrijke aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming
arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer, die zijn uitgevoerd of
momenteel nog in uitvoering zijn. Er worden namelijk belangrijke en
goede stappen gezet.
Maar eerst: waarom heb ik dit besluit genomen? Meerdere leden van uw
Kamer, onder anderen de leden Patijn, Martens-America, Dijk en
Neijenhuis, vroegen hiernaar. Ik heb beoordeeld wat op dit moment in het
beste belang van de arbeidsmigrant is. Het loslaten van de mogelijkheid
om loon in te houden voor huisvesting levert op dit moment meer nadelige
dan positieve gevolgen voor de arbeidsmigrant op. Door de huidige krapte
op de woningmarkt is het voor arbeidsmigranten ongelofelijk lastig om
los van hun werkgever huisvesting te vinden, al helemaal als ze nieuw in
Nederland aankomen. De inhoudingsregeling zorgt ervoor dat er bepaalde
voorwaarden verbonden kunnen worden aan de huisvesting door de
werkgever. Zo is de huur die mag worden ingehouden gemaximeerd. Ook moet
de huur vermeld worden op de loonstrook, waardoor op de loonstrook
zichtbaar is wat voor huisvesting wordt betaald. Daarnaast moet de
huisvesting van een woningcorporatie zijn of gecertificeerd zijn, wat
een zekere kwaliteit van huisvesting borgt. Op de voorwaarden voor
inhouding wordt toegezien door de Arbeidsinspectie. Zonder de
inhoudingsregeling zouden werkgevers kunnen besluiten geen huisvesting
meer aan te bieden, verliezen we het zicht op de kosten die in rekening
worden gebracht door de werkgever en zou de kwaliteit van huisvesting
achteruit kunnen gaan.
Voorzitter. Het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten heeft niet
letterlijk aanbevolen om de inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting af
te schaffen. Wel is het overkoepelende doel van het aanjaagteam om de
afhankelijkheid van arbeidsmigranten van de werkgever te verminderen en
hun positie te verbeteren. Volgens mij staan we allemaal zij aan zij om
dat te bewerkstelligen. Vorige week heb ik uw Kamer ingelicht over de
voortgang op alle aanbevelingen. Een paar wil ik er uitlichten. Als de
maatregelen op het gebied van huisvesting zich hebben bewezen, kan
opnieuw gewogen worden of de inhoudingsregeling voor huisvesting toch
kan worden afgeschaft. Dit zeg ik ook in reactie op de vragen van
mevrouw Martens-America en de heren Ceder en Neijenhuis.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
We zijn nog aan het begin van de beantwoording van de vragen, maar ik
ben bang dat het anders helemaal wegzakt in een aantal hele brede
antwoorden over de inhoud van het debat. Dat hebben we al een keer
eerder gehad. Ik dacht dat we de afwegingen allemaal hadden gemaakt. Nu
wordt opnieuw gezegd dat het beter is voor de arbeidsmigranten om die
inhoudingen te doen. Nou hebben al die partijen die ons brieven hebben
geschreven, gezegd: "Dat is helemaal niet waar. Het is helemaal niet
beter voor de arbeidsmigrant. Dat het loon en de huur aan elkaar
gekoppeld zijn, maakt dat mensen afhankelijk zijn."
De voorzitter:
En de vraag?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Kunt u aangeven, gelet op al die partijen die gezegd hebben dat het
beter is om dat los te koppelen, waarom u …
De voorzitter:
"Waarom de minister".
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
… waarom de minister in die achttien dagen tot het oordeel is gekomen
dat het slecht is voor de arbeidsmigrant?
Minister Paul:
Mevrouw Patijn zei heel terecht dat ik nog maar net begonnen was aan
mijn betoog. Ze mag erop rekenen dat ik alle vragen die door uw Kamer
zijn gesteld, ga beantwoorden. Ik ga dat straks doen aan de hand van een
drietal blokjes. Daarbij ga ik specifiek in op de afwegingen rond de
inhoudingsregeling. Ik ga het hebben over het proces en de timing van de
brief en de communicatie. Tot slot ga ik het ook hebben over wat mijn
inspanningen zijn om in Europees verband een aantal zaken voor elkaar te
krijgen — daar zijn een aantal vragen over gesteld — en over sectorale
keurmerken. Maar ik zou willen vragen of ik met dit betoog mag doorgaan,
want ik kom echt op die vragen terug. Ik heb uw Kamer gehoord.
De voorzitter:
Dat mag.
Minister Paul:
Dank u wel, voorzitter. De afhankelijkheid willen we allemaal
verminderen. Het belangrijke daarbij is dat flankerend beleid
geëffectueerd is, dat dat geregeld is. Als de maatregelen op het gebied
van huisvesting zich hebben bewezen, kan opnieuw gewogen worden of de
inhoudingsregeling afgeschaft kan worden. Ik noem wat voorbeelden. De
Wet goed verhuurderschap verplicht sinds 1 juli 2023 dat arbeids- en
huurovereenkomst van elkaar gescheiden moeten zijn. Want soms verliezen
arbeidsmigranten bij het einde van de arbeidsovereenkomst inderdaad ook
direct hun huisvesting, omdat ze een contract naar aard van korte duur
hebben voor die huisvesting. Mijn collega, de minister van VRO, werkt
aan een wetsvoorstel dat dergelijke contracten zal tegengaan en de
huurbescherming voor arbeidsmigranten zal verbeteren. Uw Kamer is hier
twee weken geleden over geïnformeerd.
Verder moet op basis van de Wet versterking regie volkshuisvesting door
middel van een verplicht volkshuisvestingsprogramma meer huisvesting
gerealiseerd worden voor specifieke doelgroepen, waaronder heel
nadrukkelijk arbeidsmigranten. Dat wetsvoorstel ligt nu bij de Raad van
State. Iets meer dan twee weken geleden, op 11 november, heb ik zelf in
de Eerste Kamer een wetsvoorstel verdedigd, waar jarenlang aan is
gewerkt, om malafide uitzendbureaus van de markt te weren en
arbeidsmigranten te beschermen. Dat is de zogenaamde Wtta.
De voorzitter:
Ik ben even zoekende. Zit u in uw inleiding? Of was u al … Kunt u
misschien …
Minister Paul:
Als het mag, maak ik de inleiding af.
De voorzitter:
Ja, we maken de inleiding even af. Daarna geven we de heer Dijk de
gelegenheid voor een interruptie. Gaat uw gang, minister. U was nog aan
het inleiden, gaf u aan.
Minister Paul:
Het goede nieuws is dat de Wtta, een van de allerbelangrijkste
maatregelen vanuit de commissie-Roemer, met een grote meerderheid is
aangenomen door de Eerste Kamer. Hiermee zetten we echt een grote stap
voorwaarts. Daarnaast is het belangrijk dat we ons ook op andere vlakken
blijven inzetten voor arbeidsmigranten, bijvoorbeeld door ervoor te
zorgen dat ze beter op de hoogte zijn van hun rechten en voor hun
rechten kunnen opkomen. Daarom worden er in het land informatiepunten
geopend, inmiddels zo'n 35, waar arbeidsmigranten in hun eigen taal
worden geïnformeerd en geholpen. Via deze zogenaamde Work in NL-punten
kunnen arbeidsmigranten ook worden doorverwezen naar het Juridisch Loket
voor juridische ondersteuning.
Voorzitter. Zoals blijkt uit de monitor die ik vorige week naar uw Kamer
heb gestuurd, worden er belangrijke stappen gezet om de positie van
arbeidsmigranten verder te verbeteren. Hiermee gaan we onverminderd
voort. Zodra deze maatregelen zich hebben bewezen, kan opnieuw gewogen
worden of de inhoudingsregeling voor huisvesting toch kan worden
afgeschaft.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Dijk voor een interruptie.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Eigenlijk alles, tot en met de totstandkoming van dit debat, gaat in de
verkeerde volgorde. Het besluit dat we dit vanaf 1 januari zouden gaan
doen, is al genomen. Ik vind het leuk dat de minister hier een inleiding
geeft — dat is mooi — met allemaal flankerend beleid, ook heel
interessant, maar als de minister dan toch blokjes heeft, zou ik haar
willen vragen om even te beginnen bij het procedurele punt waarom u de
dag na de verkiezingen eigenstandig heeft besloten om dit besluit terug
te trekken en anders te gaan zien. Doe dat, in plaats van helemaal te
gaan beargumenteren wat u er allemaal omheen organiseert. Daar gaat dit
debat nu niet over.
Minister Paul:
Dat besluit heb ik genomen en inderdaad een dag na de verkiezingen in
een brief met de Kamer gedeeld. Dit is wat er is gebeurd: ik trad aan
als minister, kreeg vervolgens dit wetsvoorstel en besluit voorgelegd en
heb uiteindelijk een weging moeten maken. De realiteit is dat ik elke
dag een heleboel voorstellen voorgelegd krijg. Op het moment dat je
aantreedt, is het belangrijk … Ik ben niet aangetreden om alles overhoop
te halen, alles opnieuw te doen en overal zaken terug te trekken, maar
ik ben ook niet gekomen om bij het kruisje te tekenen. Dat heb ik ook in
een debat gezegd, volgens mij tegen mevrouw Patijn. Ik moest een
afweging maken, kijkend naar alle informatie die er was. Er heeft een
uitgebreide ambtelijke verkenning plaatsgevonden. Die is ook met uw
Kamer gedeeld. Die heb ik ook voorgelegd gekregen. Uit die ambtelijke
verkenning, en vervolgens ook uit de internetconsultatie, blijkt een
veelheid aan standpunten. Uiteindelijk heb ik de weging gemaakt dat het
op dit moment afschaffen van die inhouding tot grotere nadelen leidt
voor de arbeidsmigrant, want we verliezen grip en zicht op de kwaliteit
en het prijskaartje van de huisvesting en we lopen het risico dat de
werkgevers minder huisvesting gaan aanbieden. Ergens in het debat viel
vanuit een van uw leden de term "goed werkgeverschap". Daar ben ik heel
erg voor, maar we weten dat er lang niet altijd sprake is van goed
werkgeverschap. Dus is het belangrijk om dat zicht te kunnen houden.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vind dit best wel onvoorstelbaar. Uit al die rapporten van de
afgelopen jaren blijkt juist dat je het werk en het wonen gescheiden
moet houden. De minister zegt hier: ik zou mij terughoudend gaan
opstellen. Niets is minder waar. De Kamer heeft weloverwogen een besluit
genomen. Er is ook nog jarenlang over gedebatteerd. Ik heb niet voor
niets net een geschiedenis geschetst van arbeidsmigratie, van
gastarbeiders in Nederland. En dan zegt de minister hier: ik heb, ik
heb, ik heb, ik heb. Daar gaat het nu niet om. Het gaat erom dat u een
besluit hebt genomen dat tegen de wil van deze Kamer ingaat. U had het 1
januari gewoon kunnen doorvoeren, maar u heeft besloten, met allerlei
aannames, dat het goed zou zijn voor arbeidsmigranten om deze regeling
in stand te houden. Hoeveel arbeidsmigranten heeft u daarover gesproken?
Ik ken er niet één die zegt: neem alsjeblieft een kwart van mijn loon
in. Waarom dacht u dat u het mandaat had om zelf deze beslissing te
nemen, tegen het advies van uw ambtenaren in? Uit het advies van uw
ambtenaren blijkt namelijk ook dat u de Kamer had moeten meenemen en had
moeten vragen of u dat had kunnen doen of niet. Waarom dacht u dat u dat
wel even kon doen?
De voorzitter:
Meneer Dijk, ik blijf zeggen: via de voorzitter. De minister.
Minister Paul:
De heer Dijk doet hier een aantal boude uitspraken. Ik ga ze een voor
een langs. Mijn ambtenaren hebben mij dit voorgelegd op basis van de
uitgebreide verkenning die is gedaan, waarbij onder anderen ook met
arbeidsmigranten is gesproken. Er is met een veelheid van groepen
gesproken. Al die standpunten waren helder vanuit die verkenning en
werden ook bevestigd in de internetconsultatie. Vervolgens is het aan
mij, zoals dat op heel veel thema's gaat, om te wegen of dit besluit in
het beste belang van de arbeidsmigrant is. Dat is het niet, want we
verliezen grip op de prijs en de kwaliteit van de huisvesting. Het
risico bestaat ook dat er minder huizen worden aangeboden. Zo simpel is
het. In deze woningmarkt, waarin er al een groot tekort aan woningen is,
klinkt het heel sympathiek om te zeggen "beste arbeidsmigrant, u hebt
alle vrijheid om zelf een woning te regelen", maar we weten dat dat best
een illusie is.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er is inderdaad een hele diepe wooncrisis; dat klopt. Maar we zien dat
de regeling die nu geldt, leidt tot afhankelijkheid van arbeidsmigranten
van hun werkgever, waardoor uitbuiting en — laat ik het zo noemen —
extreme vormen van woningmisbruik plaatsvinden. Mensen slapen acht uur
op een matras en werken in een roulatiesysteem. Al die misstanden … Als
deze minister na al die jaren nog steeds niet ziet op welke manier
mensen uitgebuit worden en dat dit allesbehalve de oplossing is, dan
bent u echt ziende blind en horende doof. Er zitten nu geen
arbeidsmigranten op de tribune, omdat ze angstig zijn. Dát is de
realiteit voor de arbeidsmigranten en u bent hier enkel en alleen
uitzendbureaulobby's aan het dienen. Anders kan u niet in achttien dagen
zo'n beslissing terugnemen zonder deze Kamer te raadplegen. Ik vind het
echt een grof schandaal dat deze minister de Kamer voorbij is gegaan met
dit besluit en daardoor ook heeft veroorzaakt dat deze regeling
vertraging gaat oplopen. De SP gaat dit niet laten gebeuren. Ik vind dat
u moet reageren op de vraag waarom deze regeling niet alsnog per 1
januari ingevoerd kan worden.
Minister Paul:
Ik heb mijn afweging zojuist toegelicht. Vervolgens is er na dat besluit
een brief aan de Kamer gekomen. Die moest afgestemd worden met andere
ministeries, met name met het ministerie van VRO. Op 29 oktober was er
ambtelijk overeenstemming over die brief. De dag erna is die brief
verstuurd.
Dus twee dingen. Ik werp verre van me dat ik de Kamer niet zou hebben
meegenomen in dat besluit. Het is gewoon openlijk met de Kamer gedeeld.
De Kamer vindt daar wat van. Daarom staan we nu in dit debat. En ook
werp ik verre van mij wat de heer Dijk even in een bijzin fijntjes zei,
namelijk dat ik mijn oren zou laten hangen naar een lobby. Dat werp ik
echt verre van me. Ik werk op dit moment 34 jaar. In die 34 jaar heb ik
me nog nooit voor welk karretje dan ook laten spannen. Ik was niet van
plan om dat op mijn leeftijd van nu alsnog te gaan doen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De feiten spreken u gewoon tegen. Lees het artikel van NRC bijvoorbeeld.
Zij hebben heel nauwkeurig nagevraagd, bij alle belanghebbenden, wie u
van tevoren heeft geïnformeerd en gesproken en wie niet. Er wordt gewoon
gesteld dat er gesproken is met vakbonden en sociale partners, maar
achteraf blijkt dat helemaal niet zo te zijn. Met één groep is wel
gesproken, maar daar wordt een beetje vaag omheen gedraaid. Dus, ja, het
spijt me — of eigenlijk: het spijt me helemaal niet — maar alle feiten
spreken u gewoon tegen. En in uw beantwoording hoor ik heel vaak "ik,
ik, ik" in plaats van "ik heb voordat ik een beslissing moest nemen met
de Tweede Kamer overlegd over wat we moeten doen". U heeft het besluit
al genomen, eigenhandig.
Minister Paul:
Ik heb de verkenning en de standpunten vanuit de internetconsultatie tot
me genomen en op basis daarvan een weging gemaakt. Dat is wat er is
gebeurd. Dat is wat ik heb gedaan. En zodra er ambtelijk overeenstemming
met het ministerie van VRO was bereikt, heb ik de Kamer daar ook over
geïnformeerd. In alle eerlijkheid denk ik, achteraf gezien, dat het feit
dat dat de dag na de verkiezingen plaatsvond, onhandig was. Maar ik heb
het, zodra die overeenstemming was bereikt, willen communiceren.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik wil toch nog even terug naar die eerste achttien dagen. Ongetwijfeld
gaan we daarna nog spreken over de periode daarna. In de antwoorden op
de schriftelijke vragen die we hebben gesteld, heeft u gezegd, als enige
argument: ik heb het besluit gewogen en daarin een andere keuze gemaakt.
Er zit geen enkel argument in. Ik zie nergens waarop de minister het
besluit heeft gebaseerd, behalve dan dat er in een ander antwoord staat:
het standpunt was eerder door VNO-NCW bekendgemaakt ten tijde van de
verkenning en die brief gaf bij mij ongeveer de doorslag. Dat is een
beetje de toon van het antwoord. Kan de minister het mij duidelijk
maken? Op de achttiende zei u: niet doen! U was vol overtuigd om het
niet te doen. Hebt u dat besluit puur gebaseerd op die brief van
VNO-NCW?
Minister Paul:
Nee, uiteraard niet. Ik heb mijn besluit gebaseerd op de uitgebreide
verkenning die is gedaan, die naar ik meen in februari met de Kamer is
gedeeld. Dat is voor mij de basis geweest. Daarna is er een
internetconsultatie geweest, waarin die standpunten eigenlijk allemaal
bevestigd werden. Er was dus geen nieuwe informatie. En er lopen een
paar dingen door elkaar. In die periode, toen ik net was aangetreden,
heb ik kennismakingsgesprekken gehad met allerlei mensen. Daar is deze
maatregel niet expliciet aan bod gekomen. We hebben het met name gehad
over de Wtta, die ik op 11 november in de Eerste Kamer heb verdedigd.
Uiteraard ga ik me niet op één brief van één organisatie baseren. Zeker
niet.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Die verkenning heeft anderhalf jaar geduurd. Uw kabinet — sorry, het
kabinet van deze minister — heeft toen besloten om dit besluit alsnog te
nemen. Het kabinet van deze minister, het kabinet-Schoof, heeft
besloten: dit gaan wij doen. U zegt nu zelf ook: "Bij de
internetconsultatie zijn geen nieuwe feiten ten opzichte van de
verkenning naar boven gekomen. Toch heb ik in hetzelfde kabinet, met
eenheid van kabinetsbeleid, een ander besluit genomen." Daar zegt u van:
ik heb een andere weging gemaakt. Het was hetzelfde kabinet, met eenheid
van kabinetsbeleid. U was dubbeldemissionair. Sorry, de minister was
dubbeldemissionair. Ze heeft het besluit genomen in achttien dagen. Ik
ben al twintig jaar met dit onderwerp bezig en heb me er echt in moeten
verdiepen om te begrijpen hoe precies het hele veld in elkaar zat, in
alle steden. Er zitten hier heel veel mensen op de tribune, die heel
betrokken zijn bij dit onderwerp en dolgraag willen dat u die AMvB wél
doorvoert. En u zegt, puur op basis van achttien dagen … Heeft u al die
rapporten wel gelezen? Heeft de minister alles bekeken wat daarin stond?
Hoe zit dat nou precies? Wat heeft u nou overtuigd? Wat maakt nou dat de
minister denkt dat wat zij heeft besloten beter is voor de
arbeidsmigrant? Wat heeft zij nou gelezen? Wat heeft zij nou gezien? Wie
heeft ze nou gesproken waardoor ze denkt dat dit beter is voor de
arbeidsmigrant?
Minister Paul:
Wat in ieder geval duidelijk werd uit die verkenning, is dat er
verschillende standpunten waren. Ik zal mevrouw Patijn eerlijk zeggen
dat als de twee grote vakbonden een eensluidend oordeel hadden gehad, ik
wellicht een andere afweging had gemaakt. Maar toen ik alle informatie,
die ambtelijke verkenning met de verschillende standpunten, las, toen
was voor mij ook duidelijk dat als je op dit moment die inhouding
afschaft, je daarmee ook een aantal belangrijke zaken verliest. Ik heb
het zojuist genoemd: het zicht op de prijs, de kosten van de
huisvesting, de kwaliteit van de huisvesting en daarnaast het risico dat
het aanbod van huisvesting afneemt. Daarom vind ik het belangrijk. Ik
wil ook heel duidelijk zijn: ik ben niet getrouwd met die maatregel,
helemaal niet. Maar ik vind dat flankerend beleid op z'n plek moet zijn
om dan verantwoord te kunnen zeggen: dit schaffen we af.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Het standpunt van de CNV en FNV — daar heeft u het over — verschilt. Er
is een verkenning gedaan in anderhalf jaar, waarna allemaal gesprekken
zijn gevoerd, waarna de minister tot drie keer toe heeft gekeken hoe het
het beste ingevuld kan worden. Uiteindelijk zegt ook het ambtelijk
apparaat: dit is de goede manier om het in te vullen. Zo hebben we het
ook besloten. Die verkenning is geweest. Er is geen wijziging in de
standpunten. Dat ben ik met u, met de minister, eens. In de
internetconsultatie staan dezelfde dingen als die in de verkenning
terugkomen. Op basis van dezelfde feiten die in de verkenning terugkomen
heeft dit kabinet, uw kabinet, het kabinet van deze minister, excuus,
dat besluit genomen. Leg mij nou eens uit: hoe is het mogelijk dat een
demissionair minister zonder dat er nieuwe feiten zijn, toch een ander
besluit denkt te kunnen nemen?
Minister Paul:
Ik heb zojuist uitgelegd hoe ik die weging heb gemaakt. Voor de goede
orde hecht ik eraan om te zeggen dat het ambtelijk advies de lijn is die
ik nu heb gevolgd. Dus het ambtelijk advies was helemaal niet die vorige
lijn. Nee.
De heer Ceulemans (JA21):
Even terug naar 29 oktober. De minister zegt: achteraf vind ik het
ongelukkig dat het besluit dat ik genomen heb, de dag na de verkiezingen
bekendgemaakt is, maar dat overleg met VRO was nou eenmaal pas op 29
oktober aan het eind van de dag afgerond. Tegelijkertijd zegt zij in
haar brief dat het ook komt doordat ze vond dat ze terughoudend moest
zijn gedurende het verkiezingsreces. Dus welke van die twee is het nou?
Bent u terughoudend geweest in het verkiezingsreces en is het daarom de
dag na de verkiezingen gepubliceerd of was het gewoon toen pas klaar? En
vanwaar dan de opmerking over terughoudendheid in het
verkiezingsreces?
Minister Paul:
Het is allebei waar. We zijn terughoudend om met beleidsinhoudelijke
brieven te komen, dus niet in een reces, niet in een verkiezingsreces.
Tegelijkertijd is de praktische kant van de zaak dat de ambtelijke
afstemming met VRO pas op 29 oktober afgerond was.
De heer Ceulemans (JA21):
Hoe kan de minister het dan tegelijkertijd ongelukkig vinden dat de
brief er een dag na de verkiezingen geweest is en zeggen: vóór die
verkiezingen was ik terughoudend, want het was verkiezingsreces? Het
spreekt elkaar toch heel erg tegen wat u nu zegt?
Minister Paul:
Volgens mij spreekt dat elkaar niet tegen. Ik merk dat die
verzendingsdatum heel veel vragen oproept bij de Kamer. De suggestie
wordt gewekt dat ik gepland en bewust heb gedacht: zo, die drop ik de
dag na de verkiezingen. Dat is helemaal niet aan de orde. Dat is oprecht
niet aan de orde. Maar alles overziend en luisterend naar de commentaren
die ik de afgelopen weken ook heb meegekregen, denk ik: ja, wellicht had
ik 'm een week moeten vasthouden, zodat in ieder geval niet de indruk
zou zijn gewekt dat het, plop, de dag na de verkiezingen is gedropt. Dus
dat komt eigenlijk door de reacties die ik de afgelopen week heb
meegekregen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
De minister zegt dat zij de inhoudingsregeling alsnog zou willen
afschaffen op het moment dat maatregelen zoals de Wtta, de Wet goed
verhuurderschap en de wet waar mevrouw Keijzer aan werkt, zich hebben
bewezen. Wat is uw definitie van "zich hebben bewezen"? Want dat is
nogal een brede formulering.
De voorzitter:
De definitie van de minister.
Minister Paul:
Dat is een veelheid aan maatregelen. Met de Wtta beogen we bijvoorbeeld
dat malafide ondernemers geweerd worden uit de uitzendmarkt en er een
betere bescherming is voor de arbeidsmigrant. Zo dam je de situatie
waarin er misbruik kan worden gemaakt sowieso in en ban je die uit. Dat
is heel belangrijk. De wetten waar minister Keijzer mee bezig is, moeten
ervoor zorgen dat er betere huurbescherming komt, ook voor de
arbeidsmigranten, en dat er veel meer woningen worden gebouwd voor
specifieke doelgroepen, waaronder arbeidsmigranten. De heer Van den
Brink weet ook dat dit niet van vandaag op morgen gerealiseerd is. Dat
betekent dat je gewoon goed moet monitoren hoe het staat met die andere
maatregelen. Is er dan inderdaad een moment dat je het kunt gaan
afbouwen?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
De minister zegt: de maatregelen moeten zich hebben bewezen. Dat kan nog
heel lang duren. Dan kan het dus nog heel lang duren totdat de minister
bereid is om die inhoudingsregeling af te schaffen.
Minister Paul:
De reden om die afbouwing niet nu al te doen, is omdat je geen knollen
voor citroenen wilt verkopen. Als je het afbouwt en zegt "nou, succes
ermee", dan help je de arbeidsmigrant niet. Zo simpel is het. Dat
betekent dat een en ander geëffectueerd moet zijn, of het nu gaat om
aanbod van huisvesting, woonruimte, of om huurbescherming.
De heer Neijenhuis (D66):
Daar zou ik toch even op door willen gaan. Volgens de brief van minister
Keijzer krijgen we de nieuwe wetten op het gebied van huurbescherming.
Dan hoor ik de minister zeggen: die moeten zich bewezen hebben. We
zouden er toch eigenlijk voldoende vertrouwen in moeten hebben — of in
ieder geval zou het kabinet dat moeten hebben — dat die wetten die
straks naar de Kamer komen, goed zijn. Daar gaan we het natuurlijk nog
over hebben. We proberen ze met z'n allen zo goed mogelijk te maken.
Maar dan zou je toch, als je ervan af wilt, die inhouding direct kunnen
afschaffen en niet pas als ze zich bewezen hebben, na een evaluatie die
pas jaren later is? We zouden er toch vertrouwen in kunnen hebben?
Minister Paul:
Dat vertrouwen heb ik ook. Het gaat erom of het geëffectueerd is. Zijn
die wetten er? Geldt dan daadwerkelijk die huurbescherming voor de
arbeidsmigranten? Als die er is, is er een moment waarop je kunt zeggen:
ja, we gaan het afbouwen. Ik ben er helemaal niet op uit om het te
prolongeren. Ik zeg niet: het moet geëvalueerd zijn en dan komt er ooit
een moment dat. Nee, ik heb gezegd dat ik niet getrouwd ben met die
maatregel, maar ik vind dat je het moet doen op het moment dat andere
acties en maatregelen ook echt hun vruchten afwerpen. Het gaat erom dat
het echt werkt voor de arbeidsmigrant.
De heer Neijenhuis (D66):
In dat licht lijkt het me goed dat we, op het moment dat die wetten
ingaan, ook echt kijken of die inhouding ervan af gaat, tenminste, als
we dat willen met z'n allen. In het debat net leek het in ieder geval al
flink die kant op te gaan. Dan wil ik toch nog even terugkomen op het
besluit zelf. De minister zei net al dat het misschien een onhandige
datum was. Maar dan over de inhoud van het besluit. Zijn er adviezen die
nog niet in de verkenning, op basis waarvan het eerdere besluit is
genomen, waren opgenomen waardoor de minister dit besluit heeft genomen?
Is er iets in de adviezen en de internetconsultatie wat nog niet bekend
was in de verkenning waardoor het kabinet als geheel van gedachten is
veranderd?
Minister Paul:
Nee. Dat was gebaseerd op die uitgebreide ambtelijke verkenning en op de
resultaten van de internetconsultatie. Dat is precies wat ik zei in
antwoord op vragen van andere leden. Op het moment dat je dat voorgelegd
krijgt, ga je daarover nadenken, maak je een weging en ga je bedenken:
wat verlies je als je dat nu afschaft en wat wil je behouden?
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Neijenhuis (D66):
Inderdaad afrondend, voorzitter. Ik maak me hier toch wel een beetje
zorgen over. Veel ondernemers en mensen in Nederland zeggen, als je met
ze praat, vooral dat ze het zich best kunnen veroorloven dat de overheid
af en toe een besluit neemt dat hun niet zint of waar ze het niet mee
eens zijn, maar dat er in ieder geval gezorgd moet worden dat het beleid
duidelijk, stabiel en voorspelbaar is. Ik snap best wel dat er niet vaak
tot twee keer toe een compleet smaldeel aan ministers vertrekt uit het
kabinet. Maar als een minister vertrekt, zou toch niet alles meteen weer
opengebroken moeten worden? Dan zouden we toch niet meteen weer rekening
hoeven houden met allemaal nieuwe wegingen van nieuwe ministers, terwijl
de feiten nog steeds hetzelfde zijn?
De voorzitter:
De minister.
De heer Neijenhuis (D66):
Waarom heeft de minister er niet voor gekozen om in het belang van de
stabiliteit van het beleid gewoon de lijn aan te houden van het kabinet,
waar zij in februari al deel van uitmaakte?
Minister Paul:
Misschien om het even in de context te plaatsen: vanaf het moment van
mijn aantreden heb ik honderden besluiten doorgeleid en meerdere
wetsvoorstellen verdedigd in de Eerste Kamer. Dat beleid was allemaal
ingezet en die acties waren allemaal genomen, en dat heb ik verder
gebracht. In de eerste twee weken had ik drie grote debatten over
arbeidsmigratie, arbeidsmarktbeleid en arbeidsdiscriminatie, en de
problemen bij het UWV rond de WIA. In een van die debatten — ik meen dat
dit ging over arbeidsmigratie — heb ik vrij letterlijk tegen mevrouw
Patijn gezegd: ik ben niet gekomen om de boel overhoop te halen, maar
ook niet om bij het kruisje te tekenen. Ik moet blijven nadenken over
zaken die aan mij worden voorgelegd. In die hele context is 99% van
alles dat werd voorgelegd soepel en vlekkeloos doorgeleid.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ook wij kunnen het argument begrijpen dat die Wet goed verhuurderschap
er moet komen. Ik ben ook blij dat de minister verduidelijkt dat zij dan
niet pas na de evaluatie gaat kijken of de regeling wordt afgeschaft.
Volgens mij zegt een meerderheid van de Kamer hier vandaag ook: die moet
afgeschaft worden. Ik gaf al aan dat mevrouw Martens en ik dat in een
motie willen bestendigen. Dat zou gelijktijdig moeten gebeuren, of in
ieder geval wanneer de wet er is, zodat we niet langer wachten. Als ik
het verhaal van de minister hoor, dan baart mij haar rol van
dubbeldemissionair bewindspersoon wel zorgen. We hebben uit het nieuws
vernomen dat oud-minister Van Hijum aangaf: dit is de richting die we
opgaan. Dat is natuurlijk ook in samenspraak gebeurd met ambtenaren. Er
zijn brieven gestuurd en consultaties gedaan. U heeft het overgenomen en
vervolgens een andere weging gemaakt. Op zich kan dat. U zegt ook: ik
moet blijven nadenken. Dat is ook belangrijk. Maar ik vraag me toch af
hoe u in dezen de rol van dubbeldemissionair bewindspersoon opvat, want
dit is volgens mij echt een grote, forse beleidswijziging.
Minister Paul:
De heer Ceder herhaalt heel terecht wat ik zei: je moet blijven nadenken
en blijven wegen. Dat heb ik gedaan en dat doe ik voortdurend. Op dit
specifieke thema heb ik het als volgt afgewogen: wat we verliezen als we
op dit moment die afbouw inzetten, vond ik groter dan dat wat we moeten
behouden in het belang van de arbeidsmigrant.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Oké, dan vraag ik het toch anders. Denkt u dat het binnen de kaders past
van een dubbeldemissionair bewindspersoon om deze afslag te maken?
Minister Paul:
Ja. Anders had ik het niet gedaan; anders had ik het niet gedaan.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Helder. Vandaag doet de minister de uitspraak dat die afgeschaft moet
worden, maar dat ze kijkt naar een opportuun moment. Had ze dit ook voor
ogen op het moment dat ze deze keuze maakte? Mij bekroop de gedachte in
ieder geval dat u de beleidswijziging gemaakt heeft met als argument dat
het in het belang is van de arbeidsmigrant, en dat u niet van plan was
om die snel af te schaffen. Ik vraag me even af of u naar aanleiding van
de ophef of dit Kamerdebat ook wat bijgestuurd bent en u de uitspraak
van vandaag al als voornemen had toen u het besluit nam.
Minister Paul:
Dat is mijn voornemen, omdat ik ook zie dat je alles moet doen wat je
kunt doen om die afhankelijkheid te verkleinen of door te knippen. Maar
je moet dat dan wel doen op een manier waarop de arbeidsmigrant er ook
mee geholpen is, en niet knollen voor citroenen verkopen. Zoals ik zei:
ik ben niet met die regeling of maatregel getrouwd. Op het moment dat
het kan — de heer Ceder heeft daar ook ideeën over; ik zie de motie
graag tegemoet — dan wordt dat afgebouwd.
De heer Ceder (ChristenUnie):
In een interruptiedebat met de heer Van den Brink, geloof ik, verwees u
naar de beslisnota. Ik dacht dat u aangaf dat ambtenaren hadden
geadviseerd deze afslag te nemen. Ik heb naar de beslisnota gekeken. Ik
dacht: misschien heb ik iets over het hoofd gezien. Volgens mij is daar
de vraag neergelegd of deze in de RSD voorgelegd zou moeten worden of
niet, met als consequentie dat deze dan niet voor 1 januari in werking
zou kunnen treden. Dat was volgens mij een suggestie en niet per se een
sturend advies. Ik wil dus nog even dubbel vragen of het klopt — of
misschien heb ik het verkeerd begrepen — dat ambtenaren, in
tegenstelling tot hun eerdere advies aan minister Van Hijum, hebben
geadviseerd om deze afslag te nemen.
Minister Paul:
De ambtenaren hebben Van Hijum geadviseerd om de afslag te nemen die ik
nu genomen heb.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
In het antwoord dat de minister gaf op een vraag van een collega van
D66, zei ze: er waren geen nieuwe feiten; er waren geen nieuwe feiten
bovengekomen toen ik mijn besluit nam. De heer Van Hijum heeft destijds
in eenheid van kabinetsbeleid een besluit genomen. Achttien dagen na het
aantreden van de minister waren er geen nieuwe feiten en toch heeft ze
iets anders besloten. Ik vind het antwoord onvoldoende. Kan de minister
aangeven of ze dat wel of niet normaal vindt voor een
dubbeldemissionaire minister?
Minister Paul:
Ik vind het normaal dat wanneer je aantreedt als bewindspersoon — dat
heb ik gedaan bij Onderwijs en nu ook bij SZW — je eigen denken niet
stopt. Dat betekent het volgende. Gemiddeld genomen worden er op een dag
tientallen besluiten aan mij voorgelegd. Daar denk ik allemaal over na.
Daar betrek ik alle beschikbare informatie bij. In de afgelopen periode,
zoals ik net ook zei richting de Kamer, is 99% van die besluiten
naadloos doorgelopen. Ik heb soms misschien ook bedenkingen, maar dan
weeg ik die en zeg ik: we hebben meer te winnen als we dit doorzetten.
Dat is in het belang van een bepaalde groep, of dat nou gaat om
uitkeringsgerechtigden, pensioengerechtigden of noem maar op. Dat zijn
allemaal thema's uit mijn portefeuille. Op dit punt heb ik — ik verval
in herhaling — een andere weging gemaakt dan mijn voorganger.
De voorzitter:
Mevrouw Patijn, ik geef u nog een keer het woord. Maar ik wijs alle
leden er ook op dat we nog twee uur hebben voor dit debat. De minister
moet nog een hoop van haar beantwoording doen. Ik vind het belangrijk om
in eerste aanleg ruimte te geven voor dit debat, maar houd het graag
kort. Op enig moment moeten we ook verder met de beantwoording.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De minister geeft aan: geen nieuw beleid, toch neem ik mijn besluit, ook
al ben ik dubbeldemissionair. Daar vind ik wat van. De minister vindt
dat ze dat gewoon kan doen. Ik denk dat dit een heel belangrijk
onderwerp is voor ons als Kamer, waarover we heel kritisch moeten zijn.
Ik vind het namelijk echt bizar dat dat kan. Dat zegt de minister dan
ook nog te doen in het belang van de arbeidsmigranten, terwijl minister
Van Hijum uitgebreid met alle partijen heeft overlegd. U heeft er geen
woord aan besteed, ook al heeft u de sociale partners in die periode
twee keer gesproken om dat af te spreken. Ik begrijp daar helemaal niets
van. Ik hoop dat u terugkomt op uw besluit.
Minister Paul:
Ik hoor geen vraag.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik heb toch nog even een vraag aan de minister. Ze was net ongewoon
hard. Ze noemde de maatregel "knollen voor citroenen verkopen". Mijn
vraag aan de minister is eigenlijk: vindt zij dat niet een erg hard
oordeel over een besluit dat door haar voorganger genomen is, in een
kabinet met VVD-bewindslieden, terwijl er op dat moment geen wanklank
over te horen was?
Minister Paul:
Volgens mij is het een heel gebruikelijke oud-Hollandse uitdrukking. Het
enige wat ik daarmee wil zeggen, is dat ik er niet in meega als je de
suggestie wekt dat als je deze regeling afschaft, dus die inhouding niet
doet, daarmee alle problemen voor de arbeidsmigranten zijn opgelost. Ik
vind juist dat we door deze inhouding op dit moment nog vast te houden
kunnen borgen dat de prijs gemaximeerd wordt, dat er ook een zekere
kwaliteit wordt geboden en dat er überhaupt een aanbod is.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik blijf het een vrij harde kwalificatie vinden. "Knollen voor citroenen
verkopen" betekent gewoon: mensen een rad voor ogen draaien. Dat is
nogal iets, wat u zegt over een besluit dat door uw voorganger genomen
is. Het is eigenlijk ook nogal iets wat de minister zegt over haar
VVD-partijgenoten in het kabinet, die daar op dat moment kennelijk niet
op aangeslagen zijn, die dat op dat moment een prima maatregel vonden.
Ze maakt hen nu eigenlijk medeverantwoordelijk voor een besluit waarvan
zij zegt: dat is knollen voor citroenen verkopen. In die zin is het
opmerkelijk.
Minister Paul:
De heer Ceulemans vindt het opmerkelijk; ik neem dat voor kennisgeving
aan.
De voorzitter:
U vervolgt uw beantwoording.
Minister Paul:
Ik zou toch een poging willen wagen om de beantwoording te doen.
Waarschijnlijk kunnen we ook een hoop overslaan omdat dat net al aan bod
is gekomen, maar goed, ik wil recht doen aan de vragen.
De leden Patijn en Ceder vroegen of ik het belangrijk vind dat de
verstrengeling tussen bed en baan wordt verbroken, en welke maatregelen
ik neem om misstanden op dit vlak tegen te gaan. Ik kan beamen dat het
belangrijk blijft om de positie van arbeidsmigranten te verstevigen door
de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever te
verminderen. Ik gaf al aan dat de Wet goed verhuurderschap regelt dat de
huur- en de arbeidsovereenkomst los van elkaar moeten worden afgesloten.
Ook het wetsvoorstel voor meer huurbescherming van de minister van VRO
moet voorkomen dat arbeidsmigranten direct hun huisvesting verliezen
wanneer ze hun baan verliezen.
De heer Ceder stelde de vraag over het punt dat betere huurbescherming
essentieel is om die afhankelijkheidsrelatie te doorbreken. Volgens mij
zei ik dat zojuist ook. Dan kunnen we door.
De heer Neijenhuis had een vraag over hoe ik de rekentool bezie die
arbeidsmigranten helpt inzicht te krijgen in een redelijke huurprijs.
Volgens mij verwijst de heer Neijenhuis naar de rekentool die de
uitzendsector op eigen initiatief heeft ontwikkeld om een relatie tussen
prijs en kwaliteit te onderbouwen. Die wordt toegepast via de cao. Wat
mij betreft, wanneer het wetsvoorstel van VRO voor huurbescherming en
huurprijsbescherming in werking treedt, geldt in de meeste gevallen het,
zoals dat heet, wettelijke puntensysteem woningwaarderingsstelsel
onzelfstandig, het WWSO. Die rekentool van de sector is dan niet van
toepassing. Met dat wetsvoorstel hebben arbeidsmigranten zoals iedereen
huurprijsbescherming en huurbescherming. De gemeente kan hier dan ook op
handhaven. Alleen voor de zogenaamde shortstaycontracten, die in het
wetsvoorstel tot 30 dagen worden beperkt, is het prijs-kwaliteitsysteem
van de uitzendsector dan nog wel een waardevolle toevoeging.
De heer Ceder vroeg mij hoe ik het besluit rijm met de belangrijkste
aanbeveling van de commissie-Roemer. Strikt genomen is het afschaffen
van de mogelijkheid om in te houden op het wml geen aanbeveling van het
aanjaagteam. Zoals ik eerder heb aangegeven, heeft het loslaten van de
mogelijkheid om in te houden op het loon voor huisvesting op dit moment
meer nadelige dan positieve gevolgen voor de arbeidsmigrant. Een van de
belangrijkste maatregelen en aanbevelingen vanuit de commissie-Roemer is
het wetsvoorstel Wtta, dat ik twee weken geleden in de Eerste Kamer heb
verdedigd. Noem het het nieuwe vergunningstelsel voor uitzendbureaus.
Daarmee kunnen we malafide uitzendbureaus aanpakken en kunnen we ervoor
zorgen dat arbeidsmigranten beter worden beschermd en dat misstanden
worden tegengegaan. Dat doen we onder andere door bijvoorbeeld de
Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt in te stellen, die echt een
vergunningsstelsel hanteert waardoor je aan allerlei voorwaarden moet
voldoen voordat je überhaupt in die sector aan de slag kunt gaan.
Daarnaast schalen we ook de capaciteit van de Arbeidsinspectie flink op,
met 135 fte, zodat ook de handhaving steviger ingezet kan worden en er
ook hogere, veel hogere, boetes kunnen worden uitgedeeld.
De heer Ceder vroeg verder naar de uitvoering van het rapport-Roemer.
Eigenlijk verzuchtte hij: hoe dan? De vraag aan mij was of ik vind dat
de genomen maatregelen al effect hebben. Er zijn heel veel en ook
belangrijke stappen gezet. Het merendeel van de aanbevelingen is
uitgevoerd, maar daarmee zeg ik niet dat we er al zijn. Ik heb vorige
week met de brief ook een bijlage, de monitor, meegestuurd. Die geeft
een goed beeld van de stand van zaken. De aanbevelingen vormen een
doordacht en samenhangend pakket van maatregelen. Daarin zitten
overigens ook best wel wat wetgevende dossiers; die hebben simpelweg een
langere looptijd. Ik kijk zelf uit naar de inwerkingtreding van de Wtta,
waar ik het net over had, en ook de extra maatregelen die de minister
van VRO neemt om de huurbescherming en de huurprijsbescherming van
arbeidsmigranten te verbeteren. Voor de zomer van 2026 volgt een tweede
rapportage van een meerjarig onderzoek dat we doen. Daarin wordt
onderzocht hoe arbeidsmigranten hun positie in Nederland zelf ervaren.
Dat wordt meerjarig gepeild, juist ook om te kijken of al die acties die
we nemen, hun vruchten afwerpen en of mensen daar baat bij hebben. Uw
Kamer wordt hierover geïnformeerd.
De heer Neijenhuis stelde de vraag of de bedrijfseffectrapportage nog
wordt uitgevoerd. Jazeker, want dat is eigenlijk een vervolg op een van
de aanbevelingen van Roemer. Met de huidige effectrapportage bij nieuwe
bedrijvigheid krijgen gemeenten inzicht in de huisvestingsopgaven van
arbeidsmigranten als zich een nieuw bedrijf in hun gemeente vestigt. Zo
kunnen zij hopelijk op constructieve wijze met bedrijven het gesprek
voeren over de inzet en huisvesting van arbeidsmigranten en kunnen zij
hier hopelijk heldere afspraken over maken. In het regeerprogramma is
opgenomen dat er een afwegingskader wordt ontwikkeld bij nieuwe
bedrijven, voortbouwend op de bestaande effectrapportage van de VNG.
Momenteel wordt gewerkt aan de uitwerking hiervan, waarbij we ook kijken
naar de juridische consequenties. Daar wordt dus werk van gemaakt.
De heer Van den Brink vroeg mij wat ik eraan doe om de gesprekken tussen
het Agrarisch Keurmerk Flexwonen, AKF, en de Stichting Normering
Flexwonen, SNF, vlot te trekken. Wij faciliteren en helpen daar waar
mogelijk om dat gesprek te voeren, maar het voeren van die gesprekken
ligt de facto bij de partijen zelf. Op dit moment liggen die gesprekken
stil vanwege inhoudelijke verschillen over de norm voor
seizoenshuisvesting. De betrokken partijen kijken naar de mogelijkheid
om de normen verder aan te scherpen, ook wat betreft huisvesting voor
het seizoen. Dit wordt ook gestimuleerd door het voorstel van VRO,
waarbij de mogelijkheid om een tijdelijk huurcontract te bieden, enkel
zal gelden als huisvesting gecertificeerd is volgens de Roemernorm.
Hierover heeft mijn collega Keijzer de Kamer geïnformeerd op 14
november. Als die partijen er onderling uit komen en er voldoende
voortgang is bereikt, wordt bekeken of de gesprekken over integratie van
die keurmerken kan worden hervat, maar dat is dus work in
progress.
De heer Ceder vroeg mij: is er niet meer nodig dan het rapport-Roemer?
Hij vroeg ook wanneer het kabinet aan de slag gaat met het ibo.
Selectieve en gerichte arbeidsmigratie vraagt om het stevig tegengaan
van misstanden, maar het is natuurlijk een veel bredere discussie, die
gaat over fundamentele keuzes. Denk aan de volgende vragen. Wat voor
Nederland willen we zijn Wat voor economie hoort daarbij? En welke
arbeidsmarkt hoort daarbij? Zo kan deels indirect de afhankelijkheid van
arbeidsmigratie worden verminderd. Met het ibo en het SER-advies — SER
heeft natuurlijk ook advies uitgebracht — hebben we deze keuzes in kaart
gebracht. Begin volgend jaar zal ik uw Kamer een brief sturen waarin ik
inga op het ibo en het SER-advies. Maar ik zeg er ook bij dat het
kabinet uiteindelijk — het zal aan een volgend kabinet zijn; wellicht
zit het volgende kabinet er dan — fundamentele keuzes moet maken ten
aanzien van samenleving, economie en arbeidsmarkt.
De heer Ceulemans vroeg mij of het in stand houden van de
inhoudingsmogelijkheid ons meer grip geeft op arbeidsmigratie.
Eerlijkheidshalve zie ik deze regeling niet als hét instrument om meer
grip te krijgen op arbeidsmigratie. Dit kabinet heeft wel verschillende
maatregelen in gang gezet om selectiever en gerichter
arbeidsmigratiebeleid te bewerkstelligen. Ik refereerde zojuist ook al
aan de Wtta, het vergunningsstelsel voor uitzendbureaus dat onlangs is
aangenomen. Ook zetten we bijvoorbeeld in — dat is eigenlijk beginnen
bij de bron — op een goede, betere informatievoorziening in thuislanden,
zodat arbeidsmigranten heldere verwachtingen hebben vóór hun vertrek.
Daarnaast — dat zei ik zojuist ook in de richting van de heer Ceder —
brengen we in kaart welke fundamentele keuzes er gemaakt moeten worden
op basis van wat aangereikt is in het ibo- en SER-advies.
De heer Boon (PVV):
Ik begrijp dat de minister zegt dat we meerdere maatregelen moeten nemen
zolang we geen tewerkstellingsvergunning hebben binnen de EU. Dat
begrijp ik. Maar wilt u eens reflecteren op de uitspraak van de
Arbeidsinspectie? Die zegt juist dat deze regeling waar we het vandaag
over hebben een stimuleringsregeling is voor arbeidsmigratie. Die zegt
dus dat deze regeling juist méér arbeidsmigratie naar Nederland haalt,
en dat met uw keuze om dit niet uit te voeren de arbeidsmigratie naar
Nederland blijft doorgaan. Zou u daar eens een keer uitgebreid op willen
reflecteren richting de Arbeidsinspectie?
Minister Paul:
Ik heb ook in eerdere reacties gezegd: die maatregel moet op termijn
worden afgebouwd. Daar ben ik voor. Maar niet op dit moment. Niet op dit
moment, omdat je daarmee bepaalde voordelen die we kunnen realiseren
voor de arbeidsmigrant ook weggooit. Nou, dat. Punt. De heer Boon vroeg
om een uitgebreide reflectie, maar daar komt het op neer.
De voorzitter:
U continueert.
Minister Paul:
Dan ga ik door met een vraag van de heer Van den Brink. Hij vroeg of ik
kan aangeven op welke schaal werkgevers verdienen aan dit model. Een
precies beeld van de mate waarin aan de inhoudingsregeling wordt
verdiend, is niet te geven. Ik weet wel dat de Arbeidsinspectie
jaarlijks tientallen boetes oplegt voor onrechtmatige inhoudingen op
minimumloon. Zeker met de opgeschaalde capaciteit van de
Arbeidsinspectie zal hier nog strakker op gehandhaafd worden.
Een vraag van mevrouw Martens-America. Hoe kan misbruik van de regeling
strenger worden aangepakt? Dat ligt eigenlijk in het verlengde: de
Arbeidsinspectie blijft handhaven, en met de opgeschaalde capaciteit kan
ze nog steviger handhaven. Daarnaast is het voornemen om de boetes van
de eerlijkwerkwetten, waaronder ook de WML valt, te verhogen. Daarnaast
is er, als je het hebt over grove schendingen en zware misstanden,
natuurlijk ook nog het strafrechtelijk pad. Dat wordt ook gewoon ingezet
wanneer dat aan de orde is. Daarnaast — ik ga dat niet herhalen — is er
de bredere aanpak met de Wtta, de aanpak van malafide uitzendbureaus et
cetera et cetera, zoals ik ook in antwoord op de andere leden heb
gezegd.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Neijenhuis.
De heer Neijenhuis (D66):
De handhaving is vaak eigenlijk wel de bottleneck. We spreken met elkaar
heel veel regels af, en je merkt vaak dat de ergste dingen die bij
arbeidsmigranten gebeuren, dingen zijn die we al verboden hebben. Maar
daar komen ze dan toch mee weg, omdat de handhaving heel moeilijk te
organiseren is. Voornamelijk over de maatregel die nu genomen is, over
de afschaffing van de inhouding, wil ik vragen: heeft de minister de
Arbeidsinspectie daarover goed geconsulteerd, en wat was daar de reactie
op?
Minister Paul:
De Arbeidsinspectie heeft haar standpunt gedeeld. Dat heb ik in het
totale overzicht van de verkenning gelezen. Dat heb ik ook
meegenomen.
De heer Neijenhuis (D66):
De minister benoemt het niet echt, maar volgens mij was die reactie best
negatief, best vernietigend. "Je moet echt van die inhouding af, want
voor de handhaving is dat eigenlijk essentieel om er echt voor te kunnen
zorgen dat huis en baan gescheiden zijn." Dan vraag ik toch ook aan de
minister waarom zij in die weging het belang van de handhaving, die zo
vaak de bottleneck is, niet zo zwaar heeft meegewogen en toch is
gebleven bij het besluit om gewoon die inhouding in stand te houden.
Minister Paul:
Volgens mij is het sowieso in alle gevallen zo dat handhaving de
sluitpost is in de zin dat je ervoor moet zorgen dat goed gedrag
gestimuleerd of afgedwongen wordt, al dan niet door wetgeving,
richtlijnen of wat je maar hebt. Uiteindelijk moet daarop gehandhaafd
worden. Het feit dat we de Arbeidsinspectie serieus hebben opgeschaald
om met name in die uitzendsector heel strak te kunnen toezien en
handhaven, is een heel belangrijk gegeven. Het allerbelangrijkste is het
volgende, en dat is niet omdat ik die wet nu toevallig twee weken door
de Eerste Kamer heb geloodst: als je heel veel wilt handhaven, kun je
duizenden of tienduizenden inspecteurs neerzetten, maar als je er aan de
voorkant niet voor zorgt dat malafide uitzenders worden geweerd en een
halt wordt toegeroepen, blijf je dweilen met de kraan open. Dat is het
belangrijke van met name die wet, de Wtta. Het is een van de
allerbelangrijkste aanbevelingen uit dat rapport-Roemer. Ja, dat.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Neijenhuis (D66):
Ik schrik hier toch wel een beetje van, want de minister noemt inderdaad
de handhaving de sluitpost. Dat is dan ook wel een beetje hoe we ze hier
dan behandelen op het moment dat we misschien inderdaad de capaciteit
wel een beetje verhogen, maar aan de andere kant eigenlijk niet
luisteren naar hun noodkreten waarmee ze zeggen dat het op deze manier,
als we huis en baan zo aan elkaar blijven koppelen bij arbeidsmigranten,
gewoon niet verder kan. Als zij die noodkreet uiten en wij daar niet
naar luisteren en zeggen dat we toch een andere weging maken, is het
mooi dat je extra capaciteit hebt, maar dan begint een goede uitvoering
toch echt bij luisteren naar de Arbeidsinspectie om die handhaving goed
op orde te krijgen. Ik vraag de minister om dat toch opnieuw te wegen en
dan ook echt te luisteren naar de praktijk en de uitvoering, want die
weten uiteindelijk wat er echt aan de hand is.
Minister Paul:
Dat heb ik gedaan. Even twee dingen op dit punt richting de heer
Neijenhuis. "Sluitpost" is misschien een ongelukkig woord. Laat ik een
voorbeeld geven uit mijn vorige portefeuille. Je kunt de Inspectie van
het Onderwijs opschalen tot in het oneindige, maar daarmee krijg je niet
per se beter onderwijs. Dus daar hebben we zwaar geïnvesteerd in de
basisvaardigheden en de aanpak van het lerarentekort om ervoor te zorgen
dat het onderwijsniveau omhooggaat en dat leerlingen beter geëquipeerd
zijn. Daar waar het niet goed gaat, moet een inspectie kunnen handhaven.
Dat geldt precies zo voor de Arbeidsinspectie bij andere thema's.
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Voorzitter, excuses dat ik net wat later binnenkom. Dank aan de minister
voor de beantwoording. Hierover heb ik toevallig een vraag. We waren
onlangs op bezoek met de commissie in de gemeente Westland. Daar is
natuurlijk veel arbeidsmigratie. Toen zei de burgemeester tegen ons dat
hij wat ontevreden was over de Arbeidsinspectie. Er was moeilijk contact
mee te leggen en er was onvoldoende handhaving. Hij zei: ik ken de
situatie in mijn eigen gemeente het best, dus het zou zo fijn zijn als
ik ook zelf wat van de bevoegdheden van de Arbeidsinspectie krijg, zodat
ik zelf kan gaan handhaven. Nou is mijn vraag aan de minister of zij
misschien bereid is om eens met burgemeesters te bekijken of zij
misschien niet ook zelf een aantal van die bevoegdheden kunnen
overnemen, zodat zij zelf in hun eigen gemeenten daarop kunnen gaan
handhaven. Want het leeft misschien ook wel bij andere
burgemeesters.
Minister Paul:
Mij is niet helemaal duidelijk waar de gemeente dan op zou moeten
handhaven.
De heer Van Houwelingen (FVD):
In zijn gemeente is er natuurlijk veel arbeidsmigratie en de
burgemeester zei dat er bijvoorbeeld problemen zijn met de huisvesting.
Dan nemen ze soms contact op met de Arbeidsinspectie. Nou, we hebben net
gehoord dat die onvoldoende capaciteit heeft. Hij heeft zoiets van: ik
zou ook zelf misschien kunnen en willen handhaven, maar ik heb die
bevoegdheden niet. Dat was zijn verhaal. Welke bevoegdheden exact … Mijn
punt is meer of het niet een idee is om een keer met burgemeesters om
tafel te gaan om dat te bekijken, want dat scheelt u werk en de
burgemeesters vinden het misschien ook fijn.
Minister Paul:
Twee dingen daarover. In de eerste plaats is het zo dat gemeenten nu al
kunnen handhaven op huisvesting. Als zaken niet deugen, kunnen ze daar
nu al op handhaven. Een ander punt is dat de capaciteit bij een
inspectie er altijd is, want wat ik net zei over de onderwijsinspectie
geldt precies zo voor de Arbeidsinspectie. Zij werken signaalgestuurd en
risicogericht. Op basis daarvan grijpen ze in waar ze misstanden
tegenkomen. Door juist aan de voorkant te zorgen dat malafide
ondernemers niet kunnen toetreden tot de markt door tegelijkertijd ook
de capaciteit van de Arbeidsinspectie op te schalen, kunnen we dat
probleem het hoofd bieden. Maar uw vraag is eigenlijk of ik wil kijken
of er aanvullend misschien nog interessante mogelijkheden zijn waarbij
de gemeentes in stelling worden gebracht. Ik kan dat niet overzien, maar
ik wil daar uiteraard best naar kijken.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Paul:
Voorzitter. Een vraag van de leden Ceder en Martens-America: wanneer zou
er wel een nieuw weegmoment kunnen komen? Volgens mij ben ik daar al op
ingegaan. Wat mij betreft is het belangrijk om de maatregelen om de
positie van arbeidsmigranten te verbeteren, te blijven uitvoeren. Een
belangrijke maatregel in dit verband is het voorstel omtrent
huurbescherming. Dus het moment dat die wet is aangenomen, zou een heel
mooi weegmoment kunnen zijn.
De heer Van den Brink vroeg mij hoe cao-afspraken over het behoud van
huisvestiging bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de praktijk
werken? Cao-afspraken zijn primair de verantwoordelijkheid van de
sociale partners. Hoe deze afspraken in de praktijk uitwerken, monitoren
ze zelf. Daar ben ik niet rechtstreeks bij betrokken. Onderliggend proef
ik echter de vraag om daar toch meer zicht op te krijgen vanuit de
Kamer, dus ik wil graag uw wens om meer zicht te krijgen op de praktijk,
kenbaar maken aan de betrokken cao-partijen en aan hen vragen om hun
bevindingen met mij, en via mij met de Kamer, te delen.
Voorzitter. Over de timing is al het nodige gezegd. Volgens mij zijn
alle vragen daarover al aan bod gekomen in diverse interrupties. Eén
vraag kwam niet expliciet aan de orde. Dat is de vraag van de heer Boon,
die mij vroeg of er achter de schermen druk is uitgeoefend, en door wie.
Het korte antwoord is nee. Nee.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van het kopje timing?
Minister Paul:
Ja, klopt.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Patijn voor een interruptie.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik had een aantal vragen gesteld over de timing. De eerste en
belangrijkste voor mij is de volgende. Als de minister de brief eerder
aan de Kamer had gestuurd, had dat volgens haar dan invloed gehad op de
campagne?
Minister Paul:
Ik zou niet weten waarom. Laat ik daaraan het volgende toevoegen. De
suggestie wordt gewekt dat ik de timing heb laten afhangen van de
campagne of het feit dat er verkiezingen aankwamen. Daar heeft het
werkelijk helemaal niks mee te maken.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De ambtenaren hebben u geadviseerd om de Kamer eerder te informeren.
Minister Paul:
Nee.
De voorzitter:
Mevrouw Patijn heeft het woord.
Minister Paul:
Ja, sorry!
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De ambtenaren hebben de minister geadviseerd om de Kamer te informeren;
laat ik het dan zo formuleren. Dat hebben ze gedaan vijf weken voordat
de brief uiteindelijk aan de Kamer is gestuurd. Er is dus vijf weken
over gedaan om de Kamer te informeren over twee alinea's. Ik meen dat
het net 300 woorden waren die daaraan besteed zijn. Waarom moet daar
vijf weken over gedaan worden? We hebben net de argumentatie van de
collega van JA21 gehoord dat dat bijna tegenstrijdig is. Kan de minister
uitleggen of ze het lastig had gevonden als dit onderwerp in de
verkiezingscampagne terug was gekomen?
Minister Paul:
Nee, oprecht niet.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Wat is dan de reden geweest dat ze die korte zinnetjes, die ene alinea,
niet gewoon direct naar de Kamer gestuurd heeft?
Minister Paul:
Nadat ik het besluit had genomen, zijn we aan de slag gegaan om die
communicatie voor te bereiden. Ik werk samen met fantastische
ambtenaren, maar als ik concepten voorgelegd krijg, vind ik er ook nog
wat van. Dat gaat dan heen en weer. Vervolgens vond er ambtelijke
afstemming plaats met het ministerie van VRO. Uiteindelijk waren we er
op 29 oktober ambtelijk uit. Toen is er een klap gegeven op die brief en
is die uitgestuurd.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dat bijzonder. Ik had nog een andere vraag. Ik mag wel nog even
mijn vragen herhalen?
De voorzitter:
Zeker.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik had ook gevraagd waarom de minister de sociale partners niet
geconsulteerd heeft in die lange periode van vijf weken. Ze is ze twee
keer tegengekomen volgens haar agenda, maar er is noch informeel noch
formeel, noch impliciet noch expliciet, met de sociale partners, de
werkgevers, dus ABU en VNO, en met de vakbonden, hierover gesproken.
Waarom heeft de minister dit belangrijke andere onderwerp voor vakbonden
en werkgevers niet besproken in die gesprekken?
Minister Paul:
Omdat de standpunten van al die partijen heel duidelijk werden uit de
verkenning en ook nog eens bevestigd werden in de internetconsultatie.
Er was dus ook geen nieuwe aanleiding om daarover in gesprek te
gaan.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de minister dus zeggen: het kon me niet schelen dat zij ervan
uitgingen dat het ene ging gebeuren, want ik hoefde ze niet zelf mede te
delen dat het andere ging gebeuren, dat ik een ander besluit ging nemen.
Ik vind dat heel bijzonder. De andere vraag die ik nog aan de minister
heb gesteld, is: waarom wordt dit besluit teruggedraaid zonder debat? We
hebben nu een debat, omdat we het zelf aangevraagd hebben. De minister
heeft echter geen enkele intentie gehad om dit in een debat te
bespreken. Ze heeft het teruggedraaid, het is stopgezet — zo staat het
ook in de stukken — en daarmee is het klaar. Waarom is de minister van
mening dat dit zonder debat met de Kamer kon?
Minister Paul:
Twee dingen. De eerste vraag ging over het niet op voorhand informeren
van de sociale partners. Dat hebben we wel gedaan. De tweede vraag was
waarom er geen debat is gehouden. Ik heb de Kamer geïnformeerd en
vervolgens is het aan de Kamer om te bepalen hoe zij daarmee omgaat. Nu
hebben we hier dit debat.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Maar door het besluit was de vertraging er al; het was al stopgezet. Zo
staat het ook in de stukken. Daarmee is het dus afgerond. Ik heb ook
geïnformeerd bij de sociale partners en het is niet zo dat zij
geïnformeerd zijn door de minister zelf, maar dat ging via de
ambtenaren. In de rondvraag van een vergadering is daar in twee zinnen
iets over gezegd tegen mensen die niet de direct betrokkenen waren. Het
is dus ook niet zo dat de minister de sociale partners zorgvuldig heeft
geïnformeerd. Als laatste …
De voorzitter:
Kort, mevrouw Patijn.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ja, maar het zijn de vragen die niet beantwoord zijn. Als laatste: naar
mijn gevoel heb ik nog steeds geen helder antwoord gekregen op de vraag
waarom er niet veel eerder dan die vijf weken een brief had kunnen komen
naar de Kamer. Het besluit van de minister was er namelijk binnen
achttien dagen, dus er had ook wel binnen achttien dagen een brief aan
de Kamer kunnen liggen.
Minister Paul:
Volgens mij heb ik daar wel antwoord op gegeven, maar kijkt mevrouw
Patijn daar anders naar.
De voorzitter:
U komt toe aan het laatste deel van uw beantwoording, als ik goed heb
geteld.
Minister Paul:
Dat klopt. Dan ben ik bij het blokje overig. Daarbij komt, zoals vaak zo
is, een diversiteit aan onderwerpen aan bod.
De heer Van Houwelingen vroeg me op welke manier het kabinet zich inzet
voor de terugkeer van arbeidsmigranten als zij hun baan verliezen. In de
afgelopen periode heeft Nederland op dit vlak de samenwerking gezocht
met verschillende landen, zoals Roemenië en Polen. Ik ben van plan om
dat de komende tijd verder uit te breiden, door bijvoorbeeld ook met
Bulgarije in gesprek te gaan. Ik ga dat aanstaande maandag doen en marge
van de EPSCO, de SZW-Raad van Ministers in Brussel. Daarnaast ga ik ook
kijken hoe ik bilaterale gesprekken kan opstarten.
Dan vroeg de heer Van Houwelingen in hoeverre er in de daklozenopvang
gestuurd wordt op spoedige terugkeer van de arbeidsmigrant. In de
maatschappelijke opvang wordt gekeken welk type ondersteuning iemand
nodig heeft. Als dat terugkeer is, dan wordt hier ook passende hulp bij
geboden. Dat ligt eigenlijk een beetje in het verlengde van wat ik
zojuist zei. Uiteindelijk weet ik dat niemand van mijn counterparts uit
die landen, of je het nou hebt over Polen, Roemenië of Bulgarije, wil
dat zijn burgers ergens dakloos rondzwerven. Mensen zijn hier gekomen
voor werk. Dan heb je de plicht om ze hier fatsoenlijk te behandelen.
Maar op het moment dat dat werk vervalt en mensen op straat staan, moet
je ze in eerste instantie via die opvang helpen, maar er uiteindelijk
ook voor zorgen dat ze terug kunnen naar hun land van herkomst.
De heer Boon stelde mij een vraag over de werkvergunningen binnen de EU.
Hij vroeg of ik bereid ben om daar in Brussel het gesprek over te
voeren. Het antwoord is ja. In Europees verband zet ik me in voor het
tegengaan van misbruik van detachering en een sterkere Europese
arbeidsautoriteit. Zo roep ik de Europese Commissie ertoe op om met
maatregelen te komen om zo tegen te gaan dat iemand van buiten de EU,
bijvoorbeeld een Georgiër, zonder ook maar een dag in Polen gewerkt te
hebben meteen in Nederland aan de slag kan. Dat zijn allemaal
oneigenlijke constructies. Die moeten we tegengaan. Verder zijn en
blijven we met andere lidstaten in gesprek om gezamenlijk misbruik van
Europese regels te voorkomen. Dat ga ik onder andere maandag en marge
van de Raad doen.
De heer Boon (PVV):
Ik dank de minister. Ik heb nog even een vraag voor de scherpte. Er zit
namelijk een verschil tussen werknemers van binnen de EU en mensen van
buiten de EU, ook al worden die gedetacheerd binnen de EU via
A1-constructies. Ik ben blij dat u voor die laatsten flinke maatregelen
wil nemen in de EU, minister. Maar bent u wat betreft de werknemers
binnen de EU ook bereid om in de EU te bespreken of er ruimte is om de
tewerkstellingsvergunningen op bepaalde momenten toch in te voeren?
Minister Paul:
Dat lijkt me heel ingewikkeld, want binnen de EU hebben we nou eenmaal
vrij verkeer van personen, goederen, diensten en noem maar op. Dat is
het korte antwoord.
De heer Boon (PVV):
Ja, dat hebben we. Maar we hebben ook een bepaalde noodsituatie in
Nederland. Bepaalde wijken kunnen het gewoon niet meer aan. Bent u
bereid vanwege die noodsituatie het gesprek op zo'n manier te voeren dat
de tewerkstellingsvergunningen wél binnen de EU kunnen worden
ingevoerd?
De voorzitter:
Ook de heer Boon vraag ik via de voorzitter te spreken.
Minister Paul:
Dat lijkt me, gezien de kaders waarbinnen we opereren in de EU, eerlijk
gezegd niet heel kansrijk. Volgens mij is het belangrijk om de excessen
aan te pakken en ervoor te zorgen dat we de migratiestroom indammen.
Daar nemen we ook maatregelen voor. Maar de vraag die de heer Boon
stelt, lijkt me eerlijk gezegd niet heel kansrijk.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Hierop aanvullend. Heel veel dank aan de minister voor dit antwoord, zeg
ik via de voorzitter. De minister formuleert het natuurlijk heel
beleefd, maar in mijn interruptiedebatje met de heer Boon zei ik het ook
al: dit gaat nooit gebeuren. Het is toch een van de vier pilaren van de
Europese Unie. We kunnen als Nederland zeggen wat we willen, maar het
vrije verkeer van werknemers en diensten zal altijd gehandhaafd blijven.
Als we daarvan af willen — wij willen er dus van af — dan zul je uit de
Europese Unie moeten stappen. Kan ik wat de minister zegt zo
samenvatten?
Minister Paul:
Nee, dat heb ik niet gezegd. Volgens mij brengt de EU ons namelijk ook
nog steeds heel veel. Op welk punt dan ook waar het niet goed gaat of
waar je vindt dat er andere maatregelen genomen moeten worden, moet je
daarover in gesprek gaan.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Oké, áls dat zo is. Ik betwijfel dat, maar oké. Maar dan val ik mijn
ambtsgenoot bij: dan kan u er misschien over in gesprek gaan, minister.
Ik denk niet dat het enige kans van slagen heeft, zoals u net zei, maar
dan kunnen we misschien aan de EU vragen of we het vrije verkeer van
werknemers, de tewerkstelling en het vrije verkeer van diensten
misschien aan banden kunnen leggen. Bent u dan bereid, is mijn vraag via
de voorzitter, om dat te doen? Begrijp ik u goed?
Minister Paul:
Nee, dan heeft de heer Van Houwelingen mijn woorden toch verkeerd
begrepen. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat er niet via allerlei
schijnconstructies gewerkt wordt. Ik gaf het voorbeeld van iemand uit
Georgië die via een detacheringsbureau uit Polen in Nederland aan de
slag gaat. Dat soort situaties moet je tegengaan. Maar het vrije verkeer
van mensen, diensten en goederen indammen lijkt me niet aan de orde.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
De heer Van Houwelingen (FVD):
De minister zegt dat het niet aan de orde is. Wat betekent dat anders
dan dat het in graniet gegoten is, dat het nooit zal veranderen binnen
de Europese Unie? Is dat niet de betekenis van "niet aan de orde"?
Minister Paul:
Ja. Volgens mij …
De voorzitter:
Dat kan een conclusie zijn.
Minister Paul:
Zeker. Zo is het.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is een gekke conclusie, dus ik ga de minister daarnaar vragen. Is de
minister zich ervan bewust dat van de Europese Unie ook in Nederland
alsnog met tewerkstellingsvergunningen gewerkt mag worden, als de vorm
van arbeidsmigratie zoals we het er nu over hebben, zorgt voor sociale
instabiliteit in het land van herkomst — dan heb ik het specifiek over
Midden- en Oost-Europa — maar ook hier in onze gemeenschappen? Dan gaat
het bijvoorbeeld over de druk op de gezondheidszorg of de
volkshuisvesting. Er zijn wel degelijk uitzonderingsposities.
Minister Paul:
Zeker, dat klopt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dus in antwoord op de vraag van PVV en Forum voor Democratie: het kan
wel degelijk. Je kunt de vrijheid van personen binnen de Europese Unie
met enkele uitzonderingen wel beperken. Laat die uitzondering nou net
gemaakt zijn om dit soort problemen aan te pakken. Wat zou het toch een
goed idee zijn als deze minister zou zeggen: laten we het probleem bij
de kern aanpakken, met werkvergunningen. Dan hebben we echte regulering
van de vrije markt in de Europese Unie wat betreft personen. Dan kunnen
we ook stoppen met deze vormen van uitbuiting, waar we het nu al de hele
dag over hebben.
Minister Paul:
De heer Dijk refereert aan een noodsituatie. Het gaat dan ook heel erg
om de definitie van een noodsituatie.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat klopt, maar er zijn vergelijkbare landen die dit wel degelijk doen,
ook binnen de Europese Unie. Ik kan u vertellen dat wij hier het
afgelopen jaar een hele discussie hebben gehad over de Staatscommissie
Demografische Ontwikkelingen. Waar ging die over? Over het toepassen van
een migratiesaldo, oftewel het inperken van het aantal mensen dat ieder
jaar deze kant op komt ten opzichte van het aantal mensen dat het land
uitgaat. Wat is de allergrootste groep mensen die naar Nederland toe
wordt getrokken door dit soort constructies waar we het vandaag over
hebben? Dat is de groep arbeidsmigranten. Dus als deze minister, dit
kabinet en deze Kamer zeggen dat ze een migratiesaldo van 40.000 tot
70.000 mensen willen hanteren, dan moeten ze hier iets aan doen. Ik had
verwacht dat hier een minister zou staan die zou zeggen: wat een goed
idee om werkvergunningen in te gaan voeren; daarmee zorgen we inderdaad
voor een lager migratiesaldo. Waarom kiest deze minister niet voor zo'n
beantwoording?
Minister Paul:
Dat heb ik uitgelegd. De realiteit is dat je voor het terugdringen van
migratie, zeker arbeidsmigratie en de schrijnende situaties die daarmee
gepaard gaan, fundamentele keuzes moet maken ten aanzien van wat voor
Nederland je wil, wat voor economie je wil en wat voor arbeidsmarkt je
wil. Dat weet de heer Dijk ook heel goed; dat heb ik eerder in mijn
betoog ook aangegeven. Daar begint het mee. Ik denk niet dat dit
demissionaire kabinet die fundamentele keuzes nog kan maken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Een korte reactie. Dat bevreemdt mij ten zeerste, omdat hier eerder een
minister stond van het enkeldemissionaire, niet-dubbeldemissionaire,
kabinet — het wordt steeds ingewikkelder hier — die wel degelijk zei:
"We moeten keuzes gaan maken over wat voor economie we willen, welke
sectoren we wél willen. We moeten reguleren op arbeidsmigratie, temeer
omdat arbeidsmigranten zo'n kwetsbare positie hebben. Juist daar kunnen
we de aantallen naar beneden halen." Hier staat nu een minister met een
liberale kleur die een totaal ander verhaal houdt, zelfs ten opzichte
van haar eigen partij. Haar partij zegt ook: goh, we kunnen best weleens
gaan kijken of we met werkvergunningen moeten gaan werken. Het bevreemdt
mij zeer dat de minister er zo in staat.
Minister Paul:
Ik hoorde geen vraag.
De voorzitter:
Hoe vordert u in uw beantwoording?
Minister Paul:
Die heb ik afgerond.
De voorzitter:
U heeft die afgerond. Meneer Boon.
De heer Boon (PVV):
Ik wil nog één vraag stellen. Ik hoor de minister heel vaak zeggen dat
we de tewerkstellingsvergunningen niet moeten invoeren, maar de excessen
moeten aanpakken. Maar er kan toch ook een aanpak van beide zijn? Ik heb
het gevoel dat de minister dat scheidt. Pak de excessen aan, maar ga ook
het gesprek binnen de EU al voeren over de tewerkstellingsvergunningen.
Dat kan. Dat kan al opgestart worden, ook al bent u
dubbeldemissionair.
Minister Paul:
Ik kom daar graag op terug in de tweede termijn.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Als de minister tot een afronding komt, dan heb ik toch nog twee vragen
als vervolg op wat ik eerder heb gevraagd. De minister zei dat we op een
gegeven moment, als de maatregelen zich hebben bewezen, misschien kunnen
stoppen met de inhoudingsregeling. Toen mijn collega daarop doorvroeg,
zei de minister: misschien op het moment dat de Wet huurbescherming
arbeidsmigranten wordt aangenomen. Even later noemde u dat "een
weegmoment". Ik zou graag scherp van de minister willen horen of dat het
moment zou kunnen zijn waarop we die inhoudingsregeling stopzetten. Dat
is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is: mag dat van de minister ook
in één keer of moet het in stapjes, zoals in de plannen van meneer Van
Hijum stond?
Minister Paul:
Op de eerste vraag zou ik zeggen: ja, het moment waarop het wetsvoorstel
wordt aangenomen is een belangrijk weegmoment. Wat betreft de tweede
vraag, over de afbouw: daar ga ik, of degene die hier dan zit, graag
over in gesprek met de Kamer. Maar die geleidelijkheid is niet voor
niets ingebouwd.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Een weegmoment is een moment waarop je gaat nadenken, waarop je gaat
wegen. Dat is niet het moment waarop je al een besluit genomen hebt. Is
het voor de minister ook denkbaar dat het besluit tegelijkertijd valt
met het besluit over het wetsvoorstel inzake huurbescherming voor
arbeidsmigranten?
Minister Paul:
Dat zou kunnen.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen … Nee. Ik was weer veel te
voorbarig. Mevrouw Patijn, gaat uw gang.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik zal mezelf dwingen om kort te zijn. De minister heeft aangegeven dat
de Wet goed verhuurderschap zegt dat er een scheiding moet zijn tussen
de arbeidsovereenkomst en de huurovereenkomst. Kan zij mij uitleggen hoe
dat kan als op het loon dat betaald wordt door de werkgever de huur
ingehouden wordt die overgemaakt moet worden naar de verhuurder? Hoe kan
die wet gaan vliegen als die verstrengeling van huur en loon blijft
bestaan?
Minister Paul:
Omdat door die wet de vanzelfsprekendheid wordt doorgeknipt dat wanneer
het werk stopt, de huurovereenkomst ook stopt. Dan is het dus niet
verstrengeld.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Toch zien we in de praktijk heel veel gevallen waarin dat automatisch zo
gaat. Sterker nog, de cao van de uitzendbranche zegt dat je dan binnen
een maand dat huis uit moet zijn. Daar is die verstrengeling ook weer
terug; daar zie je die ook. Dus hoe kan de minister zeggen dat die
verstrengeling doorgeknipt kan worden zolang die huur nog ingehouden kan
worden op dat loon?
Minister Paul:
Juist omdat die wet gaat zorgen voor bescherming op dat punt.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Die wet is er al en het gebeurt dus niet.
Minister Paul:
Sorry, nu haal ik dingen door elkaar.
De voorzitter:
Misschien kunt u uw vraag nog wat meer inleiden en verduidelijken,
mevrouw Patijn.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De wet die er nu al is, zegt: er moet een scheiding zijn tussen de
huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst. Die wet bestaat al, maar die
wordt niet nageleefd, onder andere omdat het heel aantrekkelijk is om de
huur op het loon in te kunnen houden en omdat die verstrengeling daarin
zit. Hoe kan die wet gaan vliegen zolang die verstrengeling er is van de
huur die ingehouden kan worden op het loon?
Minister Paul:
Door daar strak op te handhaven. Ik ben het dus met mevrouw Patijn eens
dat het helaas op plekken niet goed gaat. Daar moeten we op
handhaven.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Tot slot dan. Naar mijn idee is deze wet, dus het afschaffen van die
inhouding, juist keihard nodig omdat de wet precies datgene doet
waarvoor de minister in dit hele debat elke keer het woordje
"effectueert" gebruikt, want de wet effectueert het scheiden van werk en
wonen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb in mijn betoog één vraag vijf of zes keer herhaald: zijn er
mensen geweest die arbeidsmigranten hebben gevraagd hoe zij naar deze
regeling kijken? Ik wil ook graag van de minister horen of zij
arbeidsmigranten gesproken heeft en hun heeft gevraagd wat zij zelf van
deze regeling vinden.
Minister Paul:
Ik heb niet zelf met arbeidsmigranten gesproken, mijn ambtenaren
wel.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan is de logische vraag: wat was de conclusie dan uit die
gesprekken?
Minister Paul:
Ik heb hier niet specifiek paraat wat er uit die gesprekken is
gekomen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik wel. Het staat er namelijk niet. Er is niet één arbeidsmigrant die in
de hele verkenning in die gesprekken heeft gezegd: weet je wat, ik geef
een kwart van mijn loon weg aan de werkgever voor huisvesting. Niet één.
Dus de conclusie is dat een minister een besluit heeft genomen zonder
ook maar één arbeidsmigrant hierover te hebben gesproken. Niet één! Dan
wordt hier dus gewoon gekletst over mensen die in zeer precaire,
kwetsbare situaties zitten. Hoe kunt u een besluit terugdraaien als u
niet één van de mensen heeft gesproken over wie het gaat? Hoe kan
dat?
Minister Paul:
Mijn ambtenaren hebben met arbeidsmigranten gesproken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er is één conclusie getrokken …
De voorzitter:
Meneer Dijk, meneer Dijk. De minister is aan het woord.
Minister Paul:
Nee, dat was wat ik had.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Zonder dat ook maar één arbeidsmigrant heeft aangegeven dat dit een
goede regeling is, in hun belang, heeft deze minister over
arbeidsmigranten besloten, beslist zij over arbeidsmigranten. Ook haar
ambtenaren hebben niet één arbeidsmigrant gesproken die zegt: dit is een
goede regeling. Hoe kunt u dan zo'n besluit nemen? Hoe kan dat?
Minister Paul:
Ik heb het totaal van standpunten gewogen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan is het dus helder. Als niet met één arbeidsmigrant is gesproken die
heeft gezegd "het is in mijn belang als deze regeling wordt afgeschaft",
dan is het glas- en glashelder welke belangen deze minister heeft
gediend: niet de belangen van de arbeidsmigranten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde
van het kabinet. Ik zou de leden willen voorstellen om meteen door te
gaan met de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Daarvoor nodig ik
mevrouw Patijn uit op het rostrum voor haar inbreng in tweede termijn
namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, het zou leuk zijn als u gaat invoeren dat we even drie
minuten pauze hebben om te ademen tussen die termijnen in.
De voorzitter:
U had mogen protesteren; dan had ik naar u geluisterd. Ik ben als was in
uw handen!
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik weet dat het werkt. De volgende keer ga ik dat zeker doen.
De voorzitter:
Heel goed.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. De minister heeft met heel veel wollige taal over flankerend
beleid, over effectuering en heel veel beleid van haar voorganger
gesproken. Maar er is geen nieuw feit bovengekomen dat naar mijn idee
maakt dat de maatregel teruggedraaid kan worden. De handhavers van de
Arbeidsinpectie smeken om het doorvoeren van de AMvB. Ik heb dus de
volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in het debat over arbeidsmigratie van 6 februari
2025 steun was voor het besluit om de inhouding voor huisvesting af te
schaffen, onder andere als eerste stap naar het scheiden van werk en
huisvesting;
constaterende dat een demissionaire regering besloten heeft, zonder
overleg met alle partijen in het veld en zonder afstemming met de Kamer,
de AMvB niet door te voeren;
overwegende dat het kabinet met het tegenhouden van de AMvB een
verdienmodel in stand houdt waardoor het aantrekkelijk is om
arbeidsmigranten naar Nederland te halen;
verzoekt de regering terug te komen op haar besluit en de AMvB over het
afbouwen van de inhoudingsmogelijkheden voor huisvesting op het
minimumloon alsnog verder te brengen en deze conform de geplande route
ter advisering voor te leggen aan de Raad van State,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Patijn, Ceder en
Ceulemans.
Zij krijgt nr. 177 (29861).
Dank u wel, mevrouw Patijn. Een interruptie van meneer Jimmy Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik wil mevrouw Patijn vragen of ze ziet dat dit iedere keer vormen zijn
van dweilen met de kraan open. Ik bedoel het achteraf proberen om
allerlei regelingen te treffen: dat is dweilen met de kraan open. Is ze
het daarmee eens?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik het zeker mee eens.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan heb ik mevrouw Patijn nodig, als sociaaldemocraat die voor het
reguleren van de markt is en tegen het vrijemarktideaal van geen grenzen
en geen regels aan de markt. Er is bijna een meerderheid in deze Kamer
voor het herinvoeren van werkvergunningen, op basis van wat ik net zei:
sociale instabiliteit in gemeenschappen elders én hier. Ik zou u willen
vragen om ons voorstel te steunen, want dat zou er namelijk voor zorgen
dat we een meerderheid krijgen voor dit voorstel. Dan hoeven we dit
soort gekke discussies ook niet meer te voeren.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik vrees dat dit deels een teleurstellend antwoord en misschien deels
een hoopgevend antwoord is. Ik wil graag het gesprek hierover een keer
wat breder met u voeren, want ik ben er wel in geïnteresseerd om met u
te kijken hoe dat zou kunnen. Ik vind dat er twee dingen aan het
fundament moeten gebeuren. Het allerbelangrijkste daarbij is dat gekeken
wordt hoe de economie aangepast kan worden. Daar heb ik al heel veel
voorstellen voor gedaan. Ook die zijn niet heel veel verder gekomen,
maar ik hoop wel dat het denken daarover niet zal stilstaan. Dus het is
aan elkaar gekoppeld: welke economie wil je en hoe zorg je ervoor dat
mensen hier op een fatsoenlijke manier naartoe kunnen komen?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Tot slot. Dat hangt daarmee samen. Het voordeel van met werkvergunningen
werken is dat je keuzes kunt maken over waar wel en waar niet. Dat kun
je natuurlijk ook doen door de lonen te verhogen. Ik ken de discussie.
Maar ik had van een sociaaldemocratische partij wel verwacht dat ze de
markt echt flink wil reguleren. Het vrije verkeer van personen in de EU
leidt er op dit moment toe dat de kwetsbaarsten van heinde en verre uit
hun gemeenschap worden gesleept en hier als concurrenten worden gezet
ten aanzien van de woningbouw, de zorg, en noem maar op. Eerlijk gezegd
had ik eerder verwacht dat de partij van mevrouw Patijn aan mijn zijde
stond dan een partij als de VVD, die dit voorstel wel gaat steunen.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Het lijkt mij goed om er nog een keer, zoals ik zei … Ik ben het met u
eens dat het een interessant onderwerp is om naar te kijken. Ik kijk er
graag met u naar, maar ik ga er nu nog geen antwoord op geven. Ik vind
het een debat waard.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Patijn. Het woord is aan de heer Ceder voor zijn
inbreng in tweede termijn namens de fractie van de ChristenUnie. Ga uw
gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Zoals vaker trekken de SP en de ChristenUnie op
dit punt samen op, dus ik sta ook onder de motie die de heer Dijk straks
gaat indienen over de werkvergunningen. Ik denk dat het belangrijk is
dat de overheid grip en regie krijgt.
Voorzitter. Ten aanzien van het debat heb ik twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel arbeidsmigranten het risico lopen op uitbuiting
en dakloosheid door een koppeling van bed en baan, deze koppeling
onwenselijk is vanwege vermenging tussen werkgever en huisvester en de
commissie-Roemer nadrukkelijk adviseerde dit te ontkoppelen;
overwegende dat arbeidsmigranten veelal shortstaycontracten hebben
waarop geen huurbescherming van toepassing is, waardoor dakloosheid van
de ene op de andere dag het gevolg kan zijn;
verzoekt de regering om de aangekondigde wetgeving die de
huurbescherming van arbeidsmigranten versterkt en shortstaycontracten
drastisch inperkt zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen, en zo
gelijktijdig mogelijk de regeling om 25% van het minimumloon in te
houden af te schaffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Martens-America.
Zij krijgt nr. 178 (29861).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dan ten aanzien van het SNF- en AKF-keurmerk de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er voor de huisvesting van arbeidsmigranten zowel het
SNF- als AKF-keurmerk bestaat, die inhoudelijk van elkaar verschillen,
en dat de gesprekken over integratie van beide keurmerken
stilliggen;
verzoekt de regering meer regie te nemen in de integratie van beide
keurmerken en het SNF-keurmerk als ondergrens te hanteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Patijn.
Zij krijgt nr. 179 (29861).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Dijk namens de fractie van
de Socialistische Partij.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de inhoudingsmogelijkheid op het minimumloon de
afhankelijkheid alleen maar versterkt;
verzoekt de regering de inhoudingsmogelijkheid op het minimumloon ten
behoeve van de huisvestingskosten af te bouwen vanaf 1 januari 2026,
waarbij ieder jaar het maximale inhoudingspercentage stapsgewijs 5%
wordt verlaagd en uiterlijk in 2030 de inhoudingsmogelijkheid zal
eindigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 180 (29861).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. De volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse Arbeidsinspectie aangeeft dat het
aanpakken van misstanden bij uitzendbureaus "dweilen met de kraan open"
is;
constaterende dat hierdoor arbeidsmigranten uitgebuit worden met
dakloosheid, mentale en lichamelijke problematiek tot gevolg;
constaterende dat gezondheidszorg en huisvesting mensenrechten zijn en
dat deze dus ook voor arbeidsmigranten moeten gelden;
verzoekt de regering een werkvergunning in te voeren voor werknemers uit
Midden- en Oost-Europa waarbij sociale voorzieningen geregeld kunnen
worden, en hiertoe zo snel mogelijk een plan van aanpak en tijdpad aan
de Kamer te zenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Ceder.
Zij krijgt nr. 181 (29861).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Ik vond de beslissing van deze minister al heel erg slecht,
maar ik vond haar laatste antwoord dermate slecht dat ik afsluit met
deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet demissionair is;
constaterende dat minister Paul desondanks, zonder het parlement en
zonder arbeidsmigranten te betrekken, een grote beleidswijziging heeft
ingezet, die meer onzekerheid tot gevolg heeft voor
arbeidsmigranten;
zegt het vertrouwen in minister Paul op,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 182 (29861).
Ik zie twee interrupties. De heer Van den Brink was eerder. Daarna is de heer Van Houwelingen. Meneer Van den Brink, gaat uw gang.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Als de heer Dijk de huidige inhoudingsregeling zo dramatisch vindt,
waarom kiest hij dan toch voor een stapsgewijze afbouw, en niet voor
afbouw in één keer?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik had een vierde motie — die heb ik op mijn bureau liggen — met een
volledige intrekking vanaf 1 januari 2027. Het was de bedoeling om
daarmee de Kamer meerdere keuzes te geven, maar zoals u ziet, heb ik
beperkt tijd. Ik wil ook een motie van wantrouwen indienen, omdat ik het
laatste antwoord van deze minister zo ongelofelijk slecht vond. Ze heeft
niet eens gesproken met arbeidsmigranten zelf en dat kwam in de
verkenning ook nergens terug. Daarom heb ik die motie helaas achterwege
moeten laten, meneer Van den Brink. Maar ik wil 'm aan u geven. Dan kunt
u 'm misschien voor mij indienen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Maar afbouwen in één keer is voor meneer Dijk dus acceptabel.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Laat ik daar één zin aan toevoegen. Iedere stap die sneller gaat dan
deze minister is voor mij een betere stap.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik vind de motie om vergunningen in te voeren voor werknemers uit
Midden- en Oost-Europa sympathiek, maar als ik het interruptiedebat volg
dat we hebben gehad met de minister, is mijn indruk dat het binnen de
Europese Unie niet haalbaar is. Ik wil toch nog wel even vragen hoe u
daarnaar kijkt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Fijn dat u dat vraagt, want dan kan ik dat toelichten. Ik heb dit in
eerdere debatten ook vaker toegelicht. Er zijn ook binnen Europese wet-
en regelgeving wel uitzonderingsposities. Als je sociale instabiliteit
hebt in landen van herkomst en gemeenschappen hier, kun je op die
uitzonderingsregels aanspraak maken. Ik zie dat deze minister dat niet
wil. Ik heb gezien dat het kabinet hiervoor het ook niet wilde. Ik zie
wel een meerderheid in de Kamer ontstaan, meneer Van Houwelingen, maar
dan kom ik toch weer terug bij GroenLinks-Partij van de Arbeid, D66 en
de VVD. Als een van die partijen omgaat, zijn we er. En het CDA,
pardon.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Nogmaals, ik heb er sympathie voor, maar mijn schatting is dat het vrije
verkeer van personen, werknemers en diensten in graniet gegoten is. U
kunt het proberen met de uitzondering voor noodsituaties, maar ik denk
niet dat het gaat lukken. Ik heb nog een vraag, die ik al langer aan de
SP wil stellen. U noemt al die misstanden met arbeidsmigratie. Daar ga
ik ook nog in mee, hè? Maar is er een moment waarop u, ook vanuit uw
eigen ideologie, zou zeggen: het is nu eens welletjes geweest? De grote
bedrijven zijn er natuurlijk ook blij mee, hè, vanwege de lage lonen. Is
er een moment waarop u zegt: als we dit niet voor elkaar krijgen, en
niet eens onze eigen grenzen kunnen controleren en het vrije verkeer van
arbeid kunnen tegengaan, dan moeten we misschien maar eens uit de
Europese Unie stappen? Gaat de SP dat punt bereiken? Vroeger had u dat
standpunt, hè, want u was vroeger kritisch op de Europese Unie.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Wij zijn nog steeds zeer kritisch op de Europese Unie. Wij willen die
graag veranderen en verbeteren. U noemt precies een punt, namelijk het
vrije verkeer van arbeid en kapitaal, van werknemers, personen en
bedrijven, dat de positie van werknemers inderdaad schaadt. Dat zorgt
voor een onderlinge concurrentie die wat ons betreft onhoudbaar is.
Daarom zeggen wij ook: met tewerkstellingsvergunningen reguleer je de
markt. Je zou de Europese Unie dus grondig moeten gaan hervormen. Dat
klopt. Maar eruit stappen vinden wij ... Er zijn heel veel manieren
waarop wij als Europese Unie nu wel zouden moeten samenwerken,
bijvoorbeeld als het gaat over de afhankelijkheid voor de productie van
staal of medicijnen. Zo kun je op een goede manier veiligheid en
zekerheid bieden aan mensen. Maar dat is iets anders dan een
vrijemarkteconomie creëren op het hele Europese continent. Dat komt
werknemers uiteindelijk niet ten goede.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, tot slot. Ik hoop dat er een moment aanbreekt dat de SP misschien de
oude SP hervindt. Tijdens de campagne heb ik een aantal SP-stemmers
gesproken die eigenlijk ook uit de Europese Unie willen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ja, ik zag het. Dat plaatste u op sociale media.
De voorzitter:
Meneer Van Houwelingen heeft het woord.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, en ik zal het kort houden. Ik hoop dat op een gegeven moment het
moment aanbreekt dat ook de SP gaat zeggen: om die reden en andere
redenen gaat het echt niet meer langer; we moeten eruit stappen. Maar
oké, we wachten het af.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik kan hierop reageren, maar volgens mij is het standpunt van de SP over
de Europese Unie al jarenlang helder: samenwerking daar waar het kan,
maar niet aan onze voorzieningen komen waar dat niet nodig is, zoals
openbaar vervoer, zorg, pensioenen en sociale zekerheid. Maar
samenwerking op grensoverschrijdende problemen, zoals de aanpak van
criminaliteit, belastingontduiking en cruciale sectoren van de economie,
helpt vooruitgang, en het uithollen van sociale verworvenheden niet.
De voorzitter:
U praat er bij de koffie ongetwijfeld samen nog eens over door.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij heeft meneer Dijk een primeur te pakken. Volgens mij is hij
de eerste met een motie van wantrouwen in deze samenstelling. Ik weet
niet of ik u moet feliciteren, maar ik constateer het in ieder geval. Ik
heb er nog wel een vraag over. U zei: het punt is dat er niet met
migranten is gesproken. In de beslisnota lees ik dat er een aantal keer
… Laat ik het zo zeggen: de arbeidsmigranten met wie gesproken is,
hebben aangegeven dat ze de instandhouding of de facilitatie wel
wenselijk zouden vinden.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Woonruimte.
De voorzitter:
Meneer Ceder heeft het woord, meneer Dijk.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag gaat over een verduidelijking: waar ligt het punt? Als ik de
beslisnota lees, blijkt uit de consultatie dat arbeidsmigranten — ik
weet niet welke — de voorkeur geven aan het in stand houden van de
regeling. Nou, daar vind ik het nodige van, maar ik vroeg me dus even af
waar u op doelt. In de stukken lees ik dus dat er wel met
arbeidsmigranten is gesproken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er staat ook heel duidelijk — daarom verwoordde ik het zo precies toen
ik net bij de microfoon stond — dat het voorzien in woonruimte iets
anders is dan het inhouden van het loon. Als je met arbeidsmigranten
gaat spreken, zeggen zij dat er woonruimte moet worden geregeld. Ja,
natuurlijk. Dat is vanzelfsprekend, maar dat is iets anders dan het
inhouden van het loon. Er is met niet één arbeidsmigrant gesproken die
heeft gezegd: weet je wat, pak een kwart van mijn loon af. Dat is mijn
punt. Wij hebben hier jarenlang in het parlement een debat met elkaar
gevoerd over arbeidsmigratie. Als SP en ChristenUnie stonden wij vaak
aan dezelfde kant van het touw te trekken. Dan wordt eindelijk een
beslissing genomen om deze afhankelijkheid van arbeidsmigranten en de
koppeling tussen werk en wonen los te gaan laten, en dan zit hier een
minister die niet één arbeidsmigrant heeft gesproken en zegt: nee, laat
die koppeling in stand. Ik vind het nogal wat om daar overheen te gaan
walsen.
Laat ik dan even kort reageren op het indienen van mijn motie van
wantrouwen. Ik heb in mijn leven twee moties van wantrouwen ingediend.
De eerste was tegen mevrouw Yeşilgöz bij de leugen van nareis op nareis
op nareis, en de tweede is vandaag. Het is dus geen sinecure als ik een
motie van wantrouwen indien; ik wil er niet mee gaan strooien.
De voorzitter:
Tot zover. Dank u wel, meneer Dijk. Ik nodig de heer Boon uit voor zijn
inbreng in tweede termijn namens de fractie van de Partij voor de
Vrijheid. Gaat uw gang.
De heer Boon (PVV):
Heel kort. Ik heb één motie. De PVV wil wel aangeven dat het jammer is
dat het hier enkel gaat om wat het beste is voor de arbeidsmigrant. We
vergeten de mensen voor wie we hier zitten: we moeten het beste willen
voor de Nederlander. Dat is echt niet teruggekomen in het debat. Het
gevolg is dat bestaande woningen worden opgekocht door uitzenders boven
de marktprijs. Dat zijn woningen die voor de neuzen van onze kinderen
worden weggekaapt. Daar moet het veel meer over gaan. We moeten weten
voor wie we hier zitten. De PVV zal Nederlanders wel altijd op één
zetten.
Ik heb één motie, over tewerkstellingsvergunningen voor
EU-arbeidsmigranten.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland onevenredig veel arbeidsmigranten aantrekt,
wat leidt tot toenemende overlast in wijken en een verdere verstopping
van de woningmarkt, zorg en publieke voorzieningen;
verzoekt de regering zich in de Europese Raad en bij de Europese
Commissie in te zetten voor invoering van tewerkstellingsvergunningen
voor arbeidskrachten uit EU-landen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 183 (29861).
De heer Boon (PVV):
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Boon. De heer Van Houwelingen ziet af van zijn
spreektijd in tweede termijn. Dan gaat het woord naar de heer Ceulemans
voor zijn inbreng namens JA21 in tweede termijn.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank. Ik kan het heel kort houden.
De minister heeft het recht om terug te komen op een voornemen dat haar
voorganger heeft genomen. Wij hebben vervolgens het recht om dat
inhoudelijk te wegen en wij komen tot de conclusie dat deze minister
daarmee niet het juiste besluit heeft genomen. Voor ons is
doorslaggevend dat het huidige systeem een prikkel in stand houdt om
arbeidsmigranten naar Nederland te halen en in dienst te nemen in plaats
van Nederlands personeel, met overlast tot gevolg die we elke dag in
onze wijken ervaren. Daarom heb ik de motie van mevrouw Patijn
medeondertekend.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ceulemans. Het woord gaat naar de heer Van den Brink
voor zijn inbreng namens de fractie van het Christen-Democratisch
Appèl.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik dank de minister voor haar antwoorden in haar eerste termijn. Over de
timing heb ik eigenlijk nog één vraag aan de minister: zou u het de
volgende keer weer zo doen? Dank voor uw toezegging om door te geleiden
wat er met de cao's gebeurt. Ik heb nog een aanvullende vraag over de
keurmerken. Ik zou het fijn vinden als u zou uitspreken dat u daar toch
de regie op wil nemen. Mijn vraag aan u is: zou u dat willen doen?
Zoals ik in eerste termijn al zei, hechten wij eraan dat er zorgvuldig
wordt omgegaan met arbeidsmigranten. Dus die ontkoppeling van wonen en
werken moet er echt komen. Wij kiezen ervoor om dat op een verantwoorde
manier te doen. De randvoorwaarden moeten op orde zijn. Daarom kiezen
wij er samen met D66 voor om de inhoudingsverplichting af te schaffen op
het moment dat de wet huurbescherming van arbeidsmigranten in werking
treedt, en dan ook in één keer in zijn geheel. En ik wil het kabinet
vragen daar haast mee te maken. Mijn collega Neijenhuis zal daar straks
een motie over indienen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Brink. Het woord is aan de heer Neijenhuis
voor zijn tweede termijn namens de fractie van de Democraten 66.
De heer Neijenhuis (D66):
Voorzitter. Dank voor de antwoorden, al is eigenlijk nog veel
onduidelijk.
Een besluit van nog geen jaar geleden, eigenlijk ook met steun van deze
minister, maar dan nog in de hoedanigheid van staatssecretaris in
hetzelfde kabinet, is in no time teruggedraaid, terwijl bijna iedereen
die echt uit de praktijk komt, zegt: doe dit nou niet. Dan ligt wat ons
betreft de lat heel hoog om te besluiten om daarop terug te komen. Die
lat is wat ons betreft niet gehaald.
Daarom nog een vraag en een motie, allereerst over de
bedrijfseffectrapportages, waar ik net al een vraag over stelde,
namelijk over de eerdere motie-Paternotte. Dank voor het antwoord, maar
ik zou willen vragen om in die verkenning die nu gedaan wordt, niet
alleen nieuwe bedrijvigheid mee te nemen maar ook te kijken naar
uitbreiding en wisseling. Ik hoop daarin op een toezegging; dan is daar
geen motie voor nodig. Die motie heb ik niet, dus ik hoop op een
positief antwoord.
Dan de motie zoals net aangekondigd.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat inhouding van het minimumloon voor woonruimte zorgt
voor een onwenselijke koppeling tussen woning en werk;
overwegende dat het belang van goede huisvesting van arbeidsmigranten
vooropstaat en het direct afschaffen arbeidsmigranten afhankelijk maakt
van een oververhitte woningmarkt;
verzoekt de regering een voorstel uit te werken, zodat tegelijk met de
inwerkingtreding van de wet huurdersbescherming van arbeidsmigranten de
regeling inhouding huisvestingskosten arbeidsmigranten op een
zorgvuldige manier afgeschaft kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Neijenhuis en Tijs van den
Brink.
Zij krijgt nr. 184 (29861).
De heer Neijenhuis (D66):
En de tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat arbeidsmigranten niet goed op de hoogte zijn van hun
rechten en mogelijkheden, terwijl vaak onredelijk hoge huurprijzen
geïncasseerd worden;
overwegende dat de uitzendorganisaties zelf met een rekentool kwamen
voor een eerlijk prijs-kwaliteitsysteem aangaande huurprijzen;
overwegende dat de regering afgelopen periode via de Registratie
Niet-Ingezetenen (RNI) contactinformatie opgehaald heeft specifiek om
arbeidsmigranten te informeren;
verzoekt de regering via de informatiepunten (WIN) een meertalige en
duidelijke versie van de rekentool voor huisvestingskosten beschikbaar
te stellen en via de RNI arbeidsmigranten met regelmaat actief te wijzen
op hun rechten en mogelijkheden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Neijenhuis.
Zij krijgt nr. 185 (29861).
De heer Boon (PVV):
Ik hoorde net in de aankondiging door ambtsgenoot Van den Brink dat de
inhouding dan in één keer afgeschaft moest worden, maar u heeft het over
een zorgvuldige afbouw. Spreken jullie dezelfde taal? Willen jullie
allebei dat het in één keer wordt gedaan of wilt u het ook stapsgewijs?
Dan zit er namelijk wel een discrepantie in.
De heer Neijenhuis (D66):
Het moet wat ons betreft inderdaad worden afgeschaft. Dat zou dan in één
keer zijn, maar wel op een zorgvuldige manier. Dat betekent: met
voldoende flankerend beleid, zoals bijvoorbeeld natuurlijk die wetten
rondom huurbescherming.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot van de zijde van de Kamer in tweede termijn mevrouw
Martens-America van de VVD. Zij ziet af van haar termijn. Daarmee zijn
we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van de
Kamer. Ik schors de vergadering tot 15.30 uur voor de beantwoording van
de gestelde vragen en voor de appreciatie van de ingediende moties.
De vergadering wordt van 15.08 uur tot 15.30 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid voor de beantwoording van de gestelde vragen en
de appreciaties van de ingediende moties.
Minister Paul:
Voorzitter, dank u wel. Dan begin ik graag met de vragen. Ik begin met
de vraag van de heer Neijenhuis of in de verkenning die nu al wordt
gedaan niet alleen nieuwe bedrijvigheid wordt meegenomen maar ook
uitbreiding en wisseling. Dat kan ik toezeggen. Samen met de minister
van VRO ga ik dat oppakken.
Dan de vraag van de heer Van den Brink of ik regie wil nemen op de
integratie van de keurmerken Agrarisch Keurmerk Flexwonen en Stichting
Normering Flexwonen. De beide keurmerken, AKF en SNF, zijn private
keurmerken. Ik kan hen dus niet dwingen om met elkaar te integreren; dat
is simpelweg niet mijn bevoegdheid. We gaan eerst kijken naar de
mogelijkheden die er zijn om die normen verder aan te scherpen, ook op
seizoenshuisvesting. Ik kan wel toezeggen dat de minister van VRO en ik
vervolgens opnieuw het gesprek aangaan met de keurmerken om te kijken
wat er nodig is om de normen verder aan te scherpen en/of de keurmerken
te laten integreren. Maar uiteindelijk ligt het besluit daarover bij
hen.
Voorzitter. Dan de vraag van de heer Boon of ik gelijktijdig met het
aanpakken van excessen binnen de EU wil bespreken of de
tewerkstellingsvergunningen ingevoerd kunnen worden. Dat kan ik niet.
Het is vanwege het vrije verkeer van personen niet toegestaan die
werkvergunningen voor mensen binnen de EU te eisen. Dat heeft de Raad
van State in zijn voorlichting aan uw Kamer ook geconcludeerd. De
suggestie werd gewekt dat mijn voorganger dit wel wilde. Het enige wat
hij heeft gedaan, is dat hij naar aanleiding van vragen van uw Kamer
advies heeft ingewonnen bij de Raad van State. Daar is dus uitgekomen
dat het niet kan gebeuren. Ik blijf me wel volop inzetten om misbruik
van de Europese regels tegen te gaan.
Voorzitter. Dan de appreciatie van de moties. Ik begin met de motie op
stuk nr. 177, van mevrouw Patijn. Die moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 177 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr.
178.
Minister Paul:
De motie op stuk nr. 178 van de heer Ceder geef ik oordeel Kamer met de
volgende kanttekening, die te maken heeft met volgordelijkheid. Als de
heer Ceder bedoelt dat de regeling kan worden heroverwogen op het moment
dat de wetgeving voor huurbescherming in werking is getreden, geef ik de
motie oordeel Kamer. Dat gaat over het moment van inwerkingtreding.
De voorzitter:
Een knikje is afdoende, meneer Ceder. Maar goed, u mag het ook
bevestigen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
We zijn er bijna. Ik hoorde "heroverwegen". Ik zou graag willen dat we
'm gewoon afschaffen als die wet er ligt. Als we elkaar daarin goed
begrijpen, is het akkoord. Die volgordelijkheid snap ik, maar het zou
wat ons betreft wel de ambitie zijn om het af te schaffen.
Minister Paul:
Prima. Misschien was ik aan de voorzichtige kant. Ja.
De voorzitter:
Met de interpretatie van zowel de minister als de heer Ceder kan deze
motie de appreciatie "oordeel Kamer" krijgen. Dan de motie op stuk nr.
179.
Minister Paul:
Dan de motie op stuk nr. 179 van de leden Ceder en Patijn over de regie
van het Rijk bij de integratie van de keurmerken. Die kan ik oordeel
Kamer geven, maar wel met de uitleg die ik zojuist richting de heer Tijs
van den Brink gaf, namelijk dat het uiteindelijk aan de stichtingen zelf
is, maar dat ik alleszins bereid ben om samen met de minister van VRO
het gesprek aan te gaan om te bekijken wat er nodig is om voortgang te
boeken. De motie krijgt dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Patijn en de heer Ceder naar elkaar knikken. Daarmee
krijgt deze motie de appreciatie "oordeel Kamer". Dan de motie op stuk
nr. 180.
Minister Paul:
De motie op stuk nr. 180 van de heer Jimmy Dijk moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 180 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr.
181.
Minister Paul:
De motie op stuk nr. 181 van de heren Jimmy Dijk en Ceder moet ik ook
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 181 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr.
182.
Minister Paul:
De motie op stuk nr. 182 is aan uw Kamer.
De motie op stuk nr. 183 van de heer Boon moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 183 wordt ontraden.
Minister Paul:
De motie op stuk nr. 184 van de leden Neijenhuis en Tijs van den Brink
geef ik oordeel Kamer, met dezelfde kanttekening die ik maakte over
volgordelijkheid bij de motie-Ceder/Martens-America.
De voorzitter:
Ik kijk naar de beide leden en zie non-verbale instemming. Daarmee
krijgt deze motie oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 185.
Minister Paul:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 185 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 185 krijgt oordeel Kamer.
Minister Paul:
Volgens mij waren dat de negen moties.
Voorzitter. Tot slot zou ik de leden willen bedanken. Ik wil toch ook
zeggen dat ik als minister pal sta voor de verbetering van de positie
van arbeidsmigranten. Dat heb ik in de afgelopen periode gedaan, twee
weken geleden nog in de Eerste Kamer, en dat blijf ik in de komende
periode ook doen. Dat staat voor mij centraal.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat. Ik dank
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor haar
aanwezigheid.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd. De
vergadering is geschorst tot 16.00 uur, waarna wij verder zullen gaan
met het tweeminutendebat Staat van het Consulaire 2024 en 2025.
De vergadering wordt van 15.36 uur tot 16.00 uur geschorst.