Rapport ‘Verder vooruit: Examencommissies in een veranderend hoger onderwijs’
Brief regering
Nummer: 2025D49038, datum: 2025-11-28, bijgewerkt: 2025-11-28 14:18, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Rapport IvhO Verder vooruit Examencommissies in een veranderend hoger onderwijs
- Beslisnota bij Kamerbrief rapport ‘Verder vooruit: Examencommissies in een veranderend hoger onderwijs’
Onderdeel van zaak 2025Z20818:
- Indiener: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2025-12-18 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 28 november 2025 |
|---|---|
| Betreft | Aanbieding rapport ‘Verder vooruit: Examencommissies in een veranderend hoger onderwijs’ |
Hoger Onderwijs en Studiefinanciering Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon |
Onze referentie 55403060 |
| Bijlagen |
| 1 |
Met deze brief deel ik met uw Kamer het onderzoeksrapport ‘Verder vooruit: Examencommissies in een veranderend hoger onderwijs’. Het onderzoek is uitgevoerd door de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) en werd op 25 september 2025 op haar website gepubliceerd.
De examencommissie is het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of een student voldoet aan de gestelde eindkwalificaties van de opleiding. Daarmee vervult zij een cruciale rol bij het waarborgen van de waarde van Nederlandse graden in het hoger onderwijs. Het inspectierapport is dan ook van belang voor de kwaliteitsborging in het hoger onderwijs.
De aanleiding voor dit onderzoek is de noodzaak om na het laatste inspectierapport uit 2015 (Verdere versterking: Onderzoek naar het functioneren van examencommissies in het hoger onderwijs)1 een geactualiseerd en landelijk beeld van de examencommissies te krijgen. In het huidige onderzoek is in de vraagstelling ook aandacht geschonken aan de rol van de examencommissies bij nieuwe ontwikkelingen met in het bijzonder aandacht voor onderwijsinnovaties en de omgang met generatieve AI.
De inspectie heeft om het landelijk beeld te kunnen krijgen een stelselonderzoek uitgevoerd. Als gevolg van de hierbij gehanteerde onderzoeksmethodiek is het niet mogelijk om naar de instellingen herleidbare uitspraken te doen. Uit de conclusies volgt dat de meeste examencommissies op voldoende wijze invulling geven aan hun verantwoordelijkheid om vast te stellen dat studenten bij het afstuderen voldoen aan de eindkwalificaties en dat examencommissies naar behoren functioneren. De commissies gebruiken hun wettelijke bevoegdheden om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de toetsen is gegarandeerd. Dat gebeurt meestal in goed overleg met het management. De inspectie doet hiermee een
uitspraak over de kwaliteit en naleving van de borging van de toetsing door de examencommissies, niet over de kwaliteit van een opleiding als geheel dan wel het gerealiseerd eindniveau.
Ten opzichte van het onderzoek uit 2015 is er vooral sprake van continuïteit in het functioneren van examencommissies. De vooruitgang is echter beperkt, vooral als het gaat om de facilitering van examencommissies, de communicatie met examinatoren en het borgen dat de opleiding alle eindkwalificaties toetst.
Ten aanzien van de bevindingen van de inspectie waaruit volgt dat er zaken zijn die beter zouden kunnen of moeten, heeft de inspectie in haar rapport in totaal 44 aanbevelingen geformuleerd. Daarvan zijn er 39 voor de relevante actoren (besturen, opleidingsmanagers en examencommissies) op de instellingen. De inspectie heeft, indachtig de gehanteerde onderzoeksmethode, aan alle bekostigde en niet-bekostigde hoger onderwijsinstellingen een brief gestuurd, waarin zij de conclusies en de aanbevelingen in het rapport onder de aandacht brengt.
Er zijn twee aanbevelingen gericht aan de koepels, te weten het stimuleren en faciliteren van kennisdeling over de rol van examencommissies bij onderwijsinnovaties en generatieve AI en het ontwikkelen van een richtlijn voor de facilitering van examencommissies. De inspectie zal het inspectierapport daarom ook onder de aandacht brengen bij de koepels van universiteiten en hogescholen.
De inspectie doet drie aanbevelingen aan mijn ministerie, te weten het aan de examencommissie geven van een zwaarwegend adviesrecht op de OER ten aanzien van de onderdelen die raken aan de taken en bevoegdheden van de examencommissie, het wegnemen van mogelijke twijfel dat de examencommissie een inhoudelijke check van het toetsprogramma moet uitvoeren en het toelichten/heroverwegen van het eigen onderzoek van de examencommissie als bedoeld in artikel 7.10, lid 2, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Ik ga over deze aanbevelingen in gesprek met de inspectie. Over mijn inhoudelijke reactie op de aanbevelingen die aan mijn ministerie zijn gericht, zal ik uw Kamer voor de zomer van 2026 schriftelijk informeren.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gouke Moes
Kamerstukken II, 2014/15, 31 288, nr. 434↩︎